<lvbbu:Consolidaties schemaversie="1.2.0" xmlns:map="http://marklogic.com/xdmp/map" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:lvbbu="https://standaarden.overheid.nl/lvbb/stop/uitlevering/">
  <lvbbu:Consolidatie>
    <consolidatie:ConsolidatieIdentificatie xmlns:consolidatie="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/consolidatie/">
      <consolidatie:FRBRWork>/akn/nl/act/provincie/2025/CVDR730853</consolidatie:FRBRWork>
      <consolidatie:soortWork>/join/id/stop/work_022</consolidatie:soortWork>
      <consolidatie:isConsolidatieVan>
	<consolidatie:WorkIdentificatie>
	  <consolidatie:FRBRWork>/akn/nl/act/pv28/2024/tijdelijkdeel-gm1992-c190e79214ef4925a41ce89fb2e28ab9</consolidatie:FRBRWork>
	  <consolidatie:soortWork>/join/id/stop/work_021</consolidatie:soortWork>
	</consolidatie:WorkIdentificatie>
      </consolidatie:isConsolidatieVan>
      <consolidatie:isTijdelijkDeelVan>
	<consolidatie:WorkIdentificatie>
	  <consolidatie:FRBRWork>/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696546</consolidatie:FRBRWork>
	  <consolidatie:soortWork>/join/id/stop/work_006</consolidatie:soortWork>
	</consolidatie:WorkIdentificatie>
      </consolidatie:isTijdelijkDeelVan>
    </consolidatie:ConsolidatieIdentificatie>
    <consolidatie:Toestanden xmlns:consolidatie="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/consolidatie/">
      <consolidatie:bekendOp>2024-12-31</consolidatie:bekendOp>
      <consolidatie:ontvangenOp>2024-12-31</consolidatie:ontvangenOp>
      <consolidatie:BekendeToestand>
	<consolidatie:FRBRExpression>/akn/nl/act/provincie/2025/CVDR730853/nld@2025-01-01</consolidatie:FRBRExpression>
	<consolidatie:gerealiseerdeDoelen>
	  <consolidatie:doel>/join/id/proces/pv28/2024/PZH-2024-856593997</consolidatie:doel>
	</consolidatie:gerealiseerdeDoelen>
	<consolidatie:geldigheid>
	  <consolidatie:Geldigheidsperiode>
	    <consolidatie:juridischWerkendOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2025-01-01</consolidatie:vanaf>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:juridischWerkendOp>
	    <consolidatie:geldigOp>
	      <consolidatie:Periode>
		<consolidatie:vanaf>2025-01-01</consolidatie:vanaf>
	      </consolidatie:Periode>
	    </consolidatie:geldigOp>
	  </consolidatie:Geldigheidsperiode>
	</consolidatie:geldigheid>
	<consolidatie:instrumentVersie>/akn/nl/act/pv28/2024/tijdelijkdeel-gm1992-c190e79214ef4925a41ce89fb2e28ab9/nld@2024-12-31;1</consolidatie:instrumentVersie>
      </consolidatie:BekendeToestand>
    </consolidatie:Toestanden>
    <lvbbu:RegelingVersie schemaversie="1.2.0">
      <data:ExpressionIdentificatie xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:FRBRWork>/akn/nl/act/pv28/2024/tijdelijkdeel-gm1992-c190e79214ef4925a41ce89fb2e28ab9</data:FRBRWork>
	<data:FRBRExpression>/akn/nl/act/pv28/2024/tijdelijkdeel-gm1992-c190e79214ef4925a41ce89fb2e28ab9/nld@2024-12-31;1</data:FRBRExpression>
	<data:soortWork>/join/id/stop/work_021</data:soortWork>
	<data:isTijdelijkDeelVan>
	  <data:WorkIdentificatie>
	    <data:FRBRWork>/akn/nl/act/gm1992/2020/omgevingsplan</data:FRBRWork>
	    <data:soortWork>/join/id/stop/work_019</data:soortWork>
	  </data:WorkIdentificatie>
	</data:isTijdelijkDeelVan>
      </data:ExpressionIdentificatie>
      <data:RegelingVersieMetadata xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:versienummer>1</data:versienummer>
      </data:RegelingVersieMetadata>
      <tekst:RegelingTijdelijkdeel xmlns:tekst="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
	<tekst:RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
	  <tekst:Al>Voorbeschermingsregels behorende bij het voorbereidingsbesluit grondwaterkwaliteit voor de gemeente Voorne aan Zee</tekst:Al>
	</tekst:RegelingOpschrift>
	<tekst:Lichaam wId="body" eId="body">
	  <tekst:Conditie>
	    <tekst:Artikel wId="pv28_ffa684df86c64ae6961554c23212560f__art_o_1" eId="art_o_1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Opschrift>Voorrangsbepaling</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Lid wId="pv28_07c284de9dd04af0a719fa7bbe1a34c4__art_o_1__para_1" eId="art_o_1__para_1">
		<tekst:LidNummer>1</tekst:LidNummer>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan, bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&amp;hoofdstuk=22&amp;afdeling=22.1&amp;paragraaf=22.1.1&amp;artikel=22.1">artikel 22.1 van de Omgevingswet</tekst:ExtRef>, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Lid>
	      <tekst:Lid wId="pv28_c4583deead02402c8f9105dfd55af2a1__art_o_1__para_2" eId="art_o_1__para_2">
		<tekst:LidNummer>2</tekst:LidNummer>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>Voor zover deze voorbeschermingsregels afwijken van de regels in het omgevingsplan, bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&amp;hoofdstuk=22&amp;afdeling=22.1&amp;paragraaf=22.1.1&amp;artikel=22.1">artikel 22.1 van de Omgevingswet</tekst:ExtRef>, gelden de voorbeschermingsregels.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Lid>
	    </tekst:Artikel>
	  </tekst:Conditie>
	  <tekst:Hoofdstuk wId="pv28_77048857427f4babb982c9f0430bf97d__chp_1" eId="chp_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>HOOFDSTUK</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>1</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>ALGEMENE BEPALINGEN</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Artikel wId="pv28_9eed90e259414cbba44146dcb8ebefe6__chp_1__art_1.1" eId="chp_1__art_1.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>1.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>(begripsbepalingen)</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>Begripsbepalingen die op de dag van inwerkingtreding van de Wijziging Zuid-Hollandse Omgevingsverordening 2022 zijn opgenomen in bijlage I bij de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening zijn van toepassing op deze voorbeschermingsregels in dit omgevingsplan.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Artikel>
	  </tekst:Hoofdstuk>
	  <tekst:Hoofdstuk wId="pv28_15796860862b41eba6ce8e4dca80d62b__chp_2" eId="chp_2">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>HOOFDSTUK</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>2</tekst:Nummer>
	      <tekst:Opschrift>ACTIVITEITEN</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Afdeling wId="pv28_4689352bbec848d48bd08b4bec15ae21__chp_2__subchp_2.1" eId="chp_2__subchp_2.1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>AFDELING</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>2.1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT BOUWWERKEN, OPEN ERVEN EN TERREINEN</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Paragraaf wId="pv28_c1b9e6c333d0456da2bdc2a913ef238a__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>&#167;</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>2.1.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Vergunningplichten met betrekking tot het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Subparagraaf wId="pv28_a9db875359674d6e82db635b6941d7f8__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>&#167;</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>2.1.1.1</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Artikel wId="pv28_2b907716d7b04f8689647ffb7a1160cf__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.1</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk en de activiteit betrekking heeft op een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" wId="pv28_ffd54c47e1ca46a1af4aaf76e607a686__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1__list_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1__list_o_1">
			<tekst:Li wId="pv28_47d52fe0dfaa44cb8bee8ea81ba0e2b4__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1__list_o_1__item_a" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1__list_o_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>er geen sprake is van verontreiniging van het grondwater;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv28_b857105329fd491f9b2c7b7b4a589c90__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1__list_o_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>bij verontreiniging van het grondwater: indien voldaan wordt aan de criteria, bedoeld in artikel 7.31, tweede en derde lid van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, zodat er geen risicobeoordeling grondwaterkwaliteit verricht hoeft te worden; of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv28_0b539114f6a2409182939c62a45fed9d__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1__list_o_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>bij verontreiniging van het grondwater: als na het verrichten van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit blijkt dat:</tekst:Al>
			  <tekst:Lijst type="expliciet" wId="pv28_c52ae55dd82c450d9d79ddb50ad1864e__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1__list_o_1__item_o_2__list_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1__list_o_1__item_c__list_o_1">
			    <tekst:Li wId="pv28_4dc7447473bc4fcf95edf022fa5ab70b__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_o_1">
			      <tekst:LiNummer>&#x25cb;</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>1&#176;.&#160;er geen sprake is van een significante grondwaterverontreiniging;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv28_6da5d6045afe43d78563a4d99bfca868__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_o_2">
			      <tekst:LiNummer>&#x25cb;</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>2&#176;.&#160;er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging: als aannemelijk is dat een bronaanpak als sanerende maatregel wordt getroffen; of</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv28_675f193abe294d38ac83c827726d17db__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1__list_o_1__item_o_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_o_3">
			      <tekst:LiNummer>&#x25cb;</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>3&#176;.&#160;er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft: als aannemelijk is dat een grondwatersanering overeenkomstig paragraaf 3.4.3 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening als sanerende maatregel wordt getroffen, voor zover er geen sprake is van een diffuse grondwaterverontreiniging waarbij geen specifieke bron van verontreiniging aanwijsbaar is.</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			  </tekst:Lijst>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel wId="pv28_8b71458c5e1a46fa9530e5a82a67dd1d__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.2" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.2">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.2</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(nadere invulling beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken grondwatergevoelig gebouw op grondwatergevoelige locatie)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Er is sprake van verontreiniging van het grondwater, bedoeld in&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1">artikel 2.1</tekst:IntRef>, als voor tenminste &#233;&#233;n stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 100 m<tekst:sup>3</tekst:sup>&#160;pori&#235;nverzadigd bodemvolume de waarde, bedoeld in artikel 7.30 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, wordt overschreden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel wId="pv28_4b9f347e32274aa0aa54e1327bcf2070__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.3" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.3">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.3</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie: na einde activiteit)artikel</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Aan een omgevingsvergunning voor een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie, die is verleend met toepassing van&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1">artikel 2.1</tekst:IntRef>, aanhef en onder c, aanhef  en onder 2&#176;&#160;en 3&#176;, wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat het gebouw, of een gedeelte daarvan, alleen in gebruik wordt genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is ge&#239;nformeerd over de wijze waarop er &#233;&#233;n of meer sanerende maatregelen zijn getroffen als bedoeld in&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1">artikel 2.1</tekst:IntRef>, aanhef en onder c, aanhef en onder 2&#176;&#160;en 3&#176;.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel wId="pv28_546fac3e86314918adfffcfe833dcc2f__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.4" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.4">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.4</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie worden voor toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" wId="pv28_ac2a9abbf9264110bea4d2f63581fa66__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.4__list_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.4__list_o_1">
			<tekst:Li wId="pv28_fd6de02270314ab8917cc1a6fff1a927__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.4__list_o_1__item_a" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.4__list_o_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het voorafgaand onderzoek, waaruit blijkt of er sprake is van verontreiniging van het grondwater, bedoeld in&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.2">artikel 2.2</tekst:IntRef>, bestaande uit:</tekst:Al>
			  <tekst:Lijst type="expliciet" wId="pv28_3bffd788957f47e1b8f9e7121de89d70__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.4__list_o_1__item_a__list_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.4__list_o_1__item_a__list_o_1">
			    <tekst:Li wId="pv28_c88741308a7d4b70a132b6d006a74d7b__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.4__list_o_1__item_a__list_o_1__item_o_1" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.4__list_o_1__item_a__list_o_1__item_o_1">
			      <tekst:LiNummer>&#x25cb;</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>1&#176;. een voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;hoofdstuk=5&amp;afdeling=5.2&amp;paragraaf=5.2.2">paragraaf 5.2.2</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit activiteiten leefomgeving; of</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			    <tekst:Li wId="pv28_e637bfeb688d4b6693ad4bf4980d00d1__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.4__list_o_1__item_a__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.4__list_o_1__item_a__list_o_1__item_o_2">
			      <tekst:LiNummer>&#x25cb;</tekst:LiNummer>
			      <tekst:Al>2&#176;. het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29 juncto artikel 37, eerste lid, van de&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0003994/">Wet bodembescherming</tekst:ExtRef>, zoals die artikelen luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidig dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of bij een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, er geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier zodat spoedige sanering noodzakelijk is;</tekst:Al>
			    </tekst:Li>
			  </tekst:Lijst>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv28_4fa81b26acf84df79b47a4f3769ab69d__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.4__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.4__list_o_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>indien er sprake is van verontreiniging van grondwater als bedoeld in&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.2">artikel 2.2</tekst:IntRef>: een afschrift van de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 3.132 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, die ten minste vier weken daarvoor aan gedeputeerde staten verstrekt zijn na het verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv28_baf6cbfed921474ebc8723b1d36d781b__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.4__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.4__list_o_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit blijkt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging: een afschrift van de melding, bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;hoofdstuk=4&amp;paragraaf=4.121&amp;artikel=4.1236">artikel 4.1236</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aannemelijk maakt dat een bronaanpak als sanerende maatregel wordt getroffen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv28_27c4559fcb614b4dbebee7d890934a74__chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.4__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.4__list_o_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit blijkt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft: een afschrift van de aanvraag om een omgevingsvergunning grondwatersanering als bedoeld in paragraaf 3.4.3 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening die aannemelijk maakt dat een grondwatersanering als sanerende maatregel wordt getroffen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		</tekst:Subparagraaf>
	      </tekst:Paragraaf>
	    </tekst:Afdeling>
	    <tekst:Afdeling wId="pv28_c4e3b62811ce4d8d8d4772e0abc2897b__chp_2__subchp_2.2" eId="chp_2__subchp_2.2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>AFDELING</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>2.2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Paragraaf wId="pv28_ad31d76dcb62445e86a5a0cbe4a81aab__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>&#167;</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>2.2.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Algemene bepalingen</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv28_b3bfae0d98a64f8f9cf479900091f1ae__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.5" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.5">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>2.5</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(algemeen toepassingsbereik)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>
                                    <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2">Deze afdeling</tekst:IntRef>&#160;is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in de bijlage van de Omgevingswet.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv28_df70e201e8894d22abaf5ad365295d1d__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.6" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.6">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>2.6</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(oogmerk)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>De regels in&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2">deze afdeling</tekst:IntRef>&#160;zijn gesteld met het oog op het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en het vervullen van de maatschappelijke functies die op grond van de Omgevingswet aan watersystemen zijn toegekend.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv28_90b4ce000a5c4de080785d4936fe53b5__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>2.7</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(specifiek zorgplicht)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv28_fac25e32929c4267b9b77a82fc720174__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_1" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.6">artikel 2.6</tekst:IntRef>, is verplicht:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" wId="pv28_7159a987faea438da024b5436e5ccb90__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_1__list_o_1" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_1__list_o_1">
			<tekst:Li wId="pv28_4510ed6f74a24134bb0ce8eef2332003__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_1__list_o_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv28_94d6a3a9f905495895a4ee3c6d3aafb7__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_1__list_o_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv28_d98ef9f2c43f4be5a1cd7903ea29a9d2__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_1__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_1__list_o_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv28_3cb451a1983a4b20835ad1d5d0651f61__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Deze plicht houdt in ieder geval in dat:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" wId="pv28_4e6da20d5f7a468f9dfee1a2a54976d1__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1">
			<tekst:Li wId="pv28_4c4c7f1cc2154b3190899deffb107d87__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv28_e563986b99dd4a32b808cc8e80b156f4__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv28_eb6ca537f7aa44c9ad31f6c7b5f0ddc0__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_3" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1__item_c">
			  <tekst:LiNummer>c.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de beste beschikbare technieken worden toegepast;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv28_7172c71f8c2e4e7eacbd91ee85569822__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_4" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1__item_d">
			  <tekst:LiNummer>d.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv28_10369fc4c3da469d8628d354889bcc31__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_5" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1__item_e">
			  <tekst:LiNummer>e.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&amp;hoofdstuk=19&amp;afdeling=19.1&amp;artikel=19.1">artikel 19.1</tekst:ExtRef>, eerste lid, van de Omgevingswet;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv28_e6a3cf50b0194048a5f3dab47db8b840__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_6" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1__item_f">
			  <tekst:LiNummer>f.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv28_bf5e9d6259244b0da1e7b48f434892c8__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_7" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1__item_g">
			  <tekst:LiNummer>g.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv28_946e51ca012c41c8b512e846d56695e3__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_8" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1__item_h">
			  <tekst:LiNummer>h.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt en gepresenteerd;</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv28_7bdf927c97e34d3f8a16836afeea0ce4__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_9" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1__item_i">
			  <tekst:LiNummer>i.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv28_4e6546ae600c4c9d9b6bcf6844a25262__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1__item_o_10" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2__list_o_1__item_j">
			  <tekst:LiNummer>j.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>afvalstoffen worden afgevoerd na be&#235;indiging van een activiteit.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv28_f273be7e24da4fecbe145a27147df78b__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_3" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Het&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_1">eerste lid</tekst:IntRef>, voor zover het ziet op het&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2">tweede lid</tekst:IntRef>, en het&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.7__para_2">tweede lid</tekst:IntRef>, zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die is aangewezen in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;hoofdstuk=3">hoofdstuk 3</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit activiteiten leefomgeving.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv28_64a981431f994fbebb5a5d1decc5e8d6__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.8" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.8">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>2.8</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(maatwerkvoorschriften)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Lid wId="pv28_3404db4dec37471a897f3cb2aff1565e__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.8__para_1" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.8__para_1">
		    <tekst:LidNummer>1</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2">deze afdeling</tekst:IntRef>, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv28_5fe35b9890d345d19be2d71258b1497d__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.8__para_2" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.8__para_2">
		    <tekst:LidNummer>2</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2">deze afdeling</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv28_348cfc3e22f24d49a8137a6215ae456e__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.8__para_3" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.8__para_3">
		    <tekst:LidNummer>3</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Een maatwerkvoorschrift wordt gesteld met het oog op de belangen, bedoeld in&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.6">artikel 2.6</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		  <tekst:Lid wId="pv28_49ac8371a5da48ecb1508d678a64cba9__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.8__para_4" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.8__para_4">
		    <tekst:LidNummer>4</tekst:LidNummer>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Op het stellen van een maatwerkvoorschrift over een milieubelastende activiteit zijn de instructieregels in paragraaf 7.3.5 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening van overeenkomstige toepassing.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Lid>
		</tekst:Artikel>
		<tekst:Artikel wId="pv28_75a872c6c3764dcaa214c98af9809e7a__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.9" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.9">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>2.9</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(gegevens en bescheiden)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Artikel 22.46 tot en met artikel 22.50 van dit omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf wId="pv28_d41b4ed7ed0648c9a5b5d39a1eeadda8__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>&#167;</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>2.2.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Bodembeheer</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Subparagraaf wId="pv28_91484516e51b4a6785a60c41dbf4829e__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.1" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.1">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>&#167;</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>2.2.2.1</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Artikel wId="pv28_238db80b173b42e6a764a3f1a8b6fa92__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.10" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.1__art_2.10">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.10</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>
                                       <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.1">Deze paragraaf</tekst:IntRef>&#160;is van toepassing op een activiteit op een locatie waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" wId="pv28_16ccef83fe5b462098c13363518c8819__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.10__list_o_1" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.1__art_2.10__list_o_1">
			<tekst:Li wId="pv28_30c23c30eb81406493fea3d2aa75a147__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.10__list_o_1__item_a" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.1__art_2.10__list_o_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een beschikking is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0003994/">Wet bodembescherming</tekst:ExtRef>, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; of</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv28_fbc2e09b1dd94557b62f54fee839f580__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__art_2.10__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.1__art_2.10__list_o_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>een nader bodemonderzoek is verricht dat voldoet aan NTA5755,</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Lijstsluiting>waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico&#x2019;s voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</tekst:Lijstsluiting>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel wId="pv28_fda041d25f6846299b1e487b80e598e9__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.1__art_2.11" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.1__art_2.11">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.11</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(bodem: mitigerende maatregelen)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Degene die een activiteit als bedoeld in&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.1__art_2.10">artikel 2.10</tekst:IntRef>&#160;verricht, neemt, in het belang van het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen, maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om verdere verontreiniging van het grondwater, al dan niet indirect vanuit de vaste bodem, te voorkomen of te beperken of, als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		</tekst:Subparagraaf>
		<tekst:Subparagraaf wId="pv28_759571fb1daa4e639c0dc93634be33da__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>&#167;</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>2.2.2.2</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>Saneren van de bodem ter uitvoering van een bronaanpak</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Artikel wId="pv28_0a2f88a5a32b4c45a97ec059b454cfdc__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.12" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.12">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.12</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Lid wId="pv28_de5ec23151544b6b82c354ac91babb42__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.12__para_1" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.12__para_1">
		      <tekst:LidNummer>1</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>
                                          <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2">Deze paragraaf</tekst:IntRef>&#160;is van toepassing op het saneren van de bodem, bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;hoofdstuk=4&amp;paragraaf=4.121">paragraaf 4.121</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit activiteiten leefomgeving, ter uitvoering van een bronaanpak.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv28_4df9b75caba249649bdb36085b25f690__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.12__para_2" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.12__para_2">
		      <tekst:LidNummer>2</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>
                                          <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2">Deze paragraaf</tekst:IntRef>&#160;is niet van toepassing op het saneren van de bodem in een grondwaterbeschermingsgebied als bedoeld in artikel 2.2 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel wId="pv28_f3cfd67a870c415c94857aa82118c021__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.13" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.13">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.13</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(bodem: saneringsaanpak niet afdekken)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>De saneringsaanpak afdekken, bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;hoofdstuk=4&amp;paragraaf=4.121&amp;artikel=4.1241">artikel 4.1241</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit activiteiten leefomgeving, is niet toegestaan bij het saneren van de bodem, bedoeld in&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.12">artikel 2.12</tekst:IntRef>, tenzij:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" wId="pv28_316099bdc0244930bfdcdc5ed79266a2__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.13__list_o_1" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.13__list_o_1">
			<tekst:Li wId="pv28_a778bf6e688c4199b72d6b334d1a9533__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.13__list_o_1__item_a" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.13__list_o_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de afdeklaag bestaat uit een duurzaam aaneengesloten verhardingslaag als bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;hoofdstuk=4&amp;paragraaf=4.121&amp;artikel=4.1241">artikel 4.1241</tekst:ExtRef>, derde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv28_7c87d336c10646acaa4acdff0cfbe438__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.13__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.13__list_o_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>aannemelijk wordt gemaakt dat de saneringsaanpak leidt tot het beperken of voorkomen van een inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel wId="pv28_7dcc2e9754f74d8bba3c51089238e643__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.14" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.14">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.14</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(afbakening maatwerkvoorschrift andere saneringsaanpak)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Met een maatwerkvoorschrift kan, in afwijking van&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;hoofdstuk=4&amp;paragraaf=4.121&amp;artikel=4.1240">artikel 4.1240</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit activiteiten leefomgeving, een andere saneringsaanpak worden toegestaan als die andere saneringsaanpak leidt tot het beperken of voorkomen van een inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel wId="pv28_25265d72d12e42f69f5b3edaf0bb512d__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.15" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.15">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.15</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(gegevens en bescheiden: voor het begin van een bronaanpak)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Gelijktijdig met het verstrekken van gegevens en bescheiden voor het begin van de activiteit, bedoeld in&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.12">artikel 2.12</tekst:IntRef>, aan het bevoegd gezag worden aan gedeputeerde staten dezelfde gegevens en bescheiden verstrekt die aan het bevoegd gezag worden verstrekt.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel wId="pv28_87a5c201a76744b583632a21b0d5d593__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.16" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.16">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.16</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(gegevens en bescheiden: bij be&#235;indiging van de bronaanpak)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Gelijktijdig met het verstrekken van het evaluatieverslag, bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;hoofdstuk=4&amp;paragraaf=4.121&amp;artikel=4.1246">artikel 4.1246</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit activiteiten leefomgeving, bij be&#235;indiging van de activiteit, bedoeld in&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.12">artikel 2.12</tekst:IntRef>, aan het bevoegd gezag worden aan gedeputeerde staten dezelfde gegevens en bescheiden verstrekt die aan het bevoegd gezag worden verstrekt.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		</tekst:Subparagraaf>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf wId="pv28_c9df896a62d64f23928a94a3a6272435__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>&#167;</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>2.2.3</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Lozen op of in de bodem</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Subparagraaf wId="pv28_77ae9256c6854ea0bd3c772b36f3be7f__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>&#167;</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>2.2.3.1</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>Rechtstreeks lozen van verontreinigende stoffen in het grondwater</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Artikel wId="pv28_65a0c581315a4f49b5251757b38d21ce__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1__art_2.17" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1__art_2.17">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.17</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Lid wId="pv28_cf240a64d67047ac9ede6c55265a42b8__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1__art_2.17__para_1" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1__art_2.17__para_1">
		      <tekst:LidNummer>1</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>
                                          <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1">Deze paragraaf</tekst:IntRef>&#160;is van toepassing op het lozen op of in de bodem, voor zover daarbij verontreinigende stoffen zonder doorsijpeling door de bodem of ondergrond in het grondwater komen.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		    <tekst:Lid wId="pv28_9f24e9051d4f4b25a803eeae1297ff14__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1__art_2.17__para_2" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1__art_2.17__para_2">
		      <tekst:LidNummer>2</tekst:LidNummer>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>
                                          <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1">Deze paragraaf</tekst:IntRef>&#160;is niet van toepassing op wateronttrekkingsactiviteiten waarvoor op grond van&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;hoofdstuk=16&amp;afdeling=16.2&amp;paragraaf=16.2.1&amp;artikel=16.4">artikel 16.4</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening of de waterschapsverordening een omgevingsvergunning vereist is of waaraan op grond van de waterschapsverordening voorschriften zijn gesteld.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Lid>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel wId="pv28_07a37754c0134b5f91c1c9ca2bf88168__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1__art_2.18" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1__art_2.18">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.18</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(water: niet rechtstreeks lozen in het grondwater)(water: niet rechtstreeks lozen in het grondwater)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Met het oog op het beschermen en verbeteren van chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen worden verontreinigende stoffen niet rechtstreeks in het grondwater geloosd.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel wId="pv28_302f8594bc36405e9abf1ef3efcefdb3__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1__art_2.19" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1__art_2.19">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.19</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(afbakening maatwerkvoorschrift)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Met een maatwerkvoorschrift of een voorschrift aan een omgevingsvergunning, waarin een rechtstreekse lozing van verontreinigende stoffen in het grondwater wordt toegestaan, wordt voldaan aan:</tekst:Al>
		      <tekst:Lijst type="expliciet" wId="pv28_c99bf5180efe4bef8633886368dadd46__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1__art_2.19__list_o_1" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1__art_2.19__list_o_1">
			<tekst:Li wId="pv28_998fce0fe33a49f7ac40883700fea61b__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1__art_2.19__list_o_1__item_a" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1__art_2.19__list_o_1__item_a">
			  <tekst:LiNummer>a.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>de vereisten van artikel 11, derde lid, onder j, van de kaderrichtlijn water; en</tekst:Al>
			</tekst:Li>
			<tekst:Li wId="pv28_c31c8232752b464b9d1e3e67b610e242__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1__art_2.19__list_o_1__item_o_2" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1__art_2.19__list_o_1__item_b">
			  <tekst:LiNummer>b.</tekst:LiNummer>
			  <tekst:Al>het bereiken van de voor het grondwaterlichaam vastgestelde milieudoelstellingen.</tekst:Al>
			</tekst:Li>
		      </tekst:Lijst>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		</tekst:Subparagraaf>
		<tekst:Subparagraaf wId="pv28_47be9887225d4d3aadffa113251609a4__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.2" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.2">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>&#167;</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>2.2.3.2</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>Lozen van grondwater bij graven in verontreinigde bodem</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Artikel wId="pv28_68bddd3b63da43a0bf36b7f5e96a9ec4__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.2__art_2.20" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.2__art_2.20">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.20</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(toepassingsbereik)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>
                                       <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.2">Deze paragraaf</tekst:IntRef>&#160;is van toepassing op het lozen van grondwater op of in de bodem afkomstig van het graven in een bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;hoofdstuk=3&amp;afdeling=3.2&amp;paragraaf=3.2.22&amp;artikel=3.48f">artikel 3.48f</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit activiteiten leefomgeving.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		  <tekst:Artikel wId="pv28_009ba309a59a40cdb5888fdc9452f2d3__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.2__art_2.21" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.2__art_2.21">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.21</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(lozen van grondwater)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>Artikel 22.139 van dit omgevingsplan is van overeenkomstige toepassing op het lozen grondwater op of in de bodem bij het verrichten van een activiteit als bedoeld in&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.2__art_2.20">artikel 2.20</tekst:IntRef>.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Artikel>
		</tekst:Subparagraaf>
	      </tekst:Paragraaf>
	      <tekst:Paragraaf wId="pv28_2a08c701853a4ad984d185c4cf337009__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>&#167;</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>2.2.4</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Artikel wId="pv28_96b66eefff8c45bab58cd905bb34ae34__chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.22" eId="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.22">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>2.22</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>(beoordelingsregels milieubelastende activiteit gevolgen voor watersystemen)</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Inhoud>
		    <tekst:Al>Op het verlenen van een omgevingsvergunning voor een in dit omgevingsplan aangewezen milieubelastende activiteit die gevolgen kan hebben voor watersystemen zijn de beoordelingsregels, bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041313&amp;hoofdstuk=8&amp;afdeling=8.5&amp;paragraaf=8.5.1&amp;sub-paragraaf=8.5.1.2&amp;artikel=8.22">artikel 8.22</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.</tekst:Al>
		  </tekst:Inhoud>
		</tekst:Artikel>
	      </tekst:Paragraaf>
	    </tekst:Afdeling>
	  </tekst:Hoofdstuk>
	</tekst:Lichaam>
	<tekst:Toelichting wId="recital" eId="recital">
	  <tekst:Kop>
	    <tekst:Opschrift>Toelichting</tekst:Opschrift>
	  </tekst:Kop>
	  <tekst:AlgemeneToelichting wId="genrecital" eId="genrecital">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Opschrift>Algemene toelichting</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_dfa342d087564169b90374030b297be1__genrecital__content_I" eId="genrecital__content_o_1">
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>De voorbeschermingsregels voor dit omgevingsplan komen voort uit het voorbereidingsbesluit Wijziging Zuid-Hollandse Omgevingsverordening 2022 grondwaterkwaliteit. De voorbeschermingsregels houden verband met de instructieregels die zijn opgenomen in de Wijziging Zuid-Hollandse Omgevingsverordening 2022 (Wijziging ZHOV 2022) voor het onderwerp grondwaterkwaliteit. De Wijziging ZHOV 2022 wijzigt de initi&#235;le Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV), die op 15 december 2021 is vastgesteld door provinciale staten. De inwerkingtreding van de initi&#235;le ZHOV en deze wijziging is gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De voorbeschermingsregels strekken ertoe dat locaties waarvoor het omgevingsplan regels bevat niet minder geschikt worden voor de verwezenlijking van het doel van de instructieregels omtrent activiteiten in de fysieke leefomgeving ter bescherming van de grondwaterkwaliteit die zijn opgenomen in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Er zijn voorbeschermingsregels voor activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven &amp; terreinen en voor milieubelastende activiteiten.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De voorbeschermingsregels bevatten een voorrangsbepaling die ervoor zorgt dat, voor zover er elders in dit omgevingsplan regels staan die strijdig zijn met de voorbeschermingsregels, die voorbeschermingsregels gelden. Er is alleen bij uitzondering sprake zijn van strijdigheid met de voorbeschermingsregels in dit tijdelijke deel van het omgevingsplan. Er is geen sprake van strijdigheid met de regels die via de zogeheten bruidsschat aan hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan zijn toegevoegd. De voorbeschermingsregels sluiten juist aan bij de regels in hoofdstuk 22.</tekst:Al>
		<tekst:Al>De grondslag voor deze voorbeschermingsregels&#160;die verband houden&#160;met de in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening opgenomen instructieregels is&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&amp;hoofdstuk=4&amp;afdeling=4.2&amp;artikel=4.16">artikel 4.16</tekst:ExtRef>&#160;van de Omgevingswet.</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:AlgemeneToelichting>
	  <tekst:ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Opschrift>Artikelsgewijze Toelichting</tekst:Opschrift>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisie wId="pv28_aefa001bcf0943c6a92acde30b534a59__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>HOOFDSTUK</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>1</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>ALGEMENE BEPALINGEN</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Divisietekst wId="pv28_037968987c3e4560b8051b267972da54__artrecital__div_1__content_1.1" eId="artrecital__div_1__content_1.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>1.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>(begripsbepalingen)</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Inhoud>
		  <tekst:Al>In aanvulling op artikel 1.1 van dit omgevingsplan regelt artikel 1.1 van de voorbeschermingsregels dat de begrippen die opgenomen zijn in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening ook gelden voor de voorbeschermingsregels. In&#160;<tekst:IntRef ref="cmp_1">bijlage 1</tekst:IntRef>&#160;van deze toelichting zijn ter informatie de begrippen opgenomen die relevant zijn voor de voorbeschermingsregels uit zowel de&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0037885/">Omgevingswet</tekst:ExtRef>&#160;en de onderliggende Amvb&#x2019;s   als de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.</tekst:Al>
		</tekst:Inhoud>
	      </tekst:Divisietekst>
	    </tekst:Divisie>
	    <tekst:Divisie wId="pv28_4d632056005e46d19e4607757e10713f__artrecital__div_2" eId="artrecital__div_2">
	      <tekst:Kop>
		<tekst:Label>HOOFDSTUK</tekst:Label>
		<tekst:Nummer>2</tekst:Nummer>
		<tekst:Opschrift>ACTIVITEITEN</tekst:Opschrift>
	      </tekst:Kop>
	      <tekst:Divisie wId="pv28_46ecdf0e777e48c2a4c7c22d1312224c__artrecital__div_2__div_2.1" eId="artrecital__div_2__div_2.1">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>AFDELING</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>2.1</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT BOUWWERKEN, OPEN ERVEN EN TERREINEN</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Divisie wId="pv28_c49cecb3bc4343e8b623f541905bb713__artrecital__div_2__div_2.1__div_2.1.1" eId="artrecital__div_2__div_2.1__div_2.1.1">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>&#167;</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>2.1.1</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>Vergunningplichten met betrekking tot het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Divisie wId="pv28_fcc577e9ecb34375be7b404aa024b2bb__artrecital__div_2__div_2.1__div_2.1.1__div_2.1.1.1" eId="artrecital__div_2__div_2.1__div_2.1.1__div_2.1.1.1">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>&#167;</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.1.1.1</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Divisietekst wId="pv28_684c199ed9ca4d72b4b0170117498bf9__artrecital__div_2__div_2.1__div_2.1.1__div_2.1.1.1__content_2.1" eId="artrecital__div_2__div_2.1__div_2.1.1__div_2.1.1.1__content_2.1">
		      <tekst:Kop>
			<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
			<tekst:Nummer>2.1</tekst:Nummer>
			<tekst:Opschrift>(beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie)</tekst:Opschrift>
		      </tekst:Kop>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>
                                          <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1">Dit artikel</tekst:IntRef>&#160;regelt wanneer een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een grondwatergevoelig gebouw of grondwatergevoelige locatie wordt verleend.&#160;</tekst:Al>
			<tekst:Al>Wanneer er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging, is bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie alleen mogelijk als aannemelijk is dat sanerende maatregelen getroffen gaan worden. Een significante grondwaterverontreiniging is enkel mogelijk   als er &#252;berhaupt sprake is van verontreiniging van het grondwater. Indien er geen sprake is van verontreiniging van het grondwater, kan zondermeer de omgevingsvergunning verleend worden.&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.2">Artikel 2.2</tekst:IntRef>&#160;beschrijft wanneer er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</tekst:Al>
			<tekst:Al>Bij verontreiniging van het grondwater, wordt door middel van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in paragraaf 3.4.2 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, bepaald of er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging.</tekst:Al>
			<tekst:Al>Er is een aantal situaties opgenomen in het tweede en derde lid van artikel 7.31   van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening waar, ondanks dat er sprake is van verontreiniging van het grondwater, geen risicobeoordeling grondwaterkwaliteit verplicht is bij het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie en de omgevingsvergunning kan worden verleend. Het gaat om een situatie waar er (niet langer) een bron van verontreiniging in de vaste bodem aanwezig is, of een situatie waar de verontreiniging van het grondwater een restverontreiniging betreft nadat eerder al een grondwatersanering op de locatie is   verricht dan wel de verontreiniging het gevolg is van natuurlijk verhoogde concentraties van verontreinigende stoffen in het grondwater.</tekst:Al>
			<tekst:Al>De risicobeoordeling grondwaterkwaliteit levert gegevens en bescheiden op waaruit blijkt of de verontreiniging in het grondwater significant is. Indien er geen sprake is van een significante grondwaterverontreiniging kan de omgevingsvergunning verleend worden.</tekst:Al>
			<tekst:Al>Als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit blijkt dat er sprake is van een significante verontreiniging van het grondwater, zijn sanerende maatregelen aan de orde. Deze sanerende maatregelen omvatten in ieder geval het uitvoeren van een bronaanpak.&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2">Paragraaf 2.2.2.2</tekst:IntRef>&#160;bevat de regels voor het uitvoeren van een bronaanpak.</tekst:Al>
			<tekst:Al>Als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit blijkt dat sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft, dan is naast het uitvoeren van een bronaanpak ook een grondwatersanering verplicht. Voor het uitvoeren van de grondwatersanering gelden de regels zoals opgenomen in paragraaf 3.4.3 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Divisietekst>
		    <tekst:Divisietekst wId="pv28_8664d325f78243ae8c00b318d735af8d__artrecital__div_2__div_2.1__div_2.1.1__div_2.1.1.1__content_2.2" eId="artrecital__div_2__div_2.1__div_2.1.1__div_2.1.1.1__content_2.2">
		      <tekst:Kop>
			<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
			<tekst:Nummer>2.2</tekst:Nummer>
			<tekst:Opschrift>(nadere invulling beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken grondwatergevoelig gebouw op grondwatergevoelige locatie)</tekst:Opschrift>
		      </tekst:Kop>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>
                                          <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.2">Dit artikel</tekst:IntRef>&#160;geeft aan wanneer sprake is van verontreiniging van het grondwater. Er is sprake van verontreiniging van het grondwater als voor &#233;&#233;n of meer verontreinigende stoffen de waarde als bedoeld in artikel 7.30 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening in meer dan 100 m<tekst:sup>3</tekst:sup>&#160;pori&#235;nverzadigd bodemvolume overschreden wordt. Het is niet noodzakelijk om de exacte hoeveelheid verontreiniging of de contour voor een bepaalde concentratie stoffen in beeld te brengen; de grens van 100 m<tekst:sup>3</tekst:sup>&#160;is alleen bedoeld om te voorkomen dat de beoordelingsregel elke emmer verontreiniging vangt. De regel is niet gericht op het opsporen en aanpakken van hele kleine verontreinigingen en vereist daarom alleen maatregelen als het om meer dan 100 m<tekst:sup>3</tekst:sup>&#160;verontreiniging binnen de grondwatergevoelige locatie gaat.</tekst:Al>
			<tekst:Al>Artikel 7.30 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening bevat de waarde waaraan getoetst moet worden om te bepalen of er sprake is van verontreiniging van het grondwater. Er is sprake van verontreiniging van het grondwater indien de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering, bedoeld in bijlage III, onder Aa.1, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, overschreden wordt. De signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering is gebaseerd op de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering, bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041313&amp;bijlage=Vd">bijlage Vd</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en is voor de meeste functies een waarde waaronder het grondwater geschikt is voor gebruik. Voor meer gevoelige vormen van gebruik, zoals drinkwater of grondwaterafhankelijke natuur, biedt de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering niet vanzelfsprekend voldoende bescherming. Er is daarom voor het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie, waarbij er sprake is van gevoelig gebruik, zoals water bestemd voor menselijke consumptie en grondwaterafhankelijke natuur, aangesloten bij de voorkeurswaarde waarboven er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Divisietekst>
		    <tekst:Divisietekst wId="pv28_086a566731a4473f903b248e7dda5bda__artrecital__div_2__div_2.1__div_2.1.1__div_2.1.1.1__content_2.3" eId="artrecital__div_2__div_2.1__div_2.1.1__div_2.1.1.1__content_2.3">
		      <tekst:Kop>
			<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
			<tekst:Nummer>2.3</tekst:Nummer>
			<tekst:Opschrift>(voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie: na einde activiteit)artikel</tekst:Opschrift>
		      </tekst:Kop>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Voordat een grondwatergevoelig gebouw of een gedeelte van een grondwatergevoelig gebouw in gebruik genomen wordt, wordt die informatie verstrekt waaruit blijkt hoe de sanerende maatregelen, bedoeld in&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1">artikel 2.1</tekst:IntRef>, zijn uitgevoerd.</tekst:Al>
			<tekst:Al>Ter bescherming van het grondwater is het van belang om te waarborgen dat de voorgeschreven maatregelen daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Na ingebruikname is het vaak lastig alsnog de maatregel uit te voeren. Daartoe dient het voldoen aan deze informatieplicht als voorwaarde voor ingebruikname. Het&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0041330/">Besluit activiteiten leefomgeving</tekst:ExtRef>, voor wat betreft saneren van de bodem en de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening voor wat betreft saneren van het grondwater, kennen vergelijkbare informatieplichten na be&#235;indiging van de activiteit bodemsanering dan wel grondwatersanering. De initiatiefnemer kan in &#233;&#233;n keer aan beide informatieplichten voldoen.</tekst:Al>
			<tekst:Al>De strekking van de als voorschrift op te nemen informatieplicht is dat de initiatiefnemer na afloop van de sanering het bevoegd gezag informeert dat en hoe hij de sanering heeft uitgevoerd. Dit geeft het bevoegd gezag de gelegenheid om adequaat en tijdig toezicht te houden voordat het gebouw in gebruik wordt genomen om te beoordelen of de sanering is afgerond en inderdaad heeft opgeleverd dat de (bron van) verontreiniging van het grondwater in voldoende mate is weggenomen.</tekst:Al>
			<tekst:Al>
                                          <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.3">Dit artikel</tekst:IntRef>&#160;is gericht op een vergunningvoorschrift met een verbod op ingebruikname als niet is voldaan aan de voorwaarde (voldoen aan de informatieplicht). Het voldoen aan deze informatieplicht heft dat verbod op. Ingeval van het verzuimen om te informeren of het ontbreken van de benodigde informatie kan het bevoegd gezag dus handhaven op overtreding van deze informatieplicht. Toezicht en handhaving op de wijze van saneren en of die in overeenstemming is met de regels over saneren van de bodem in het&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0041330/">Besluit activiteiten leefomgeving</tekst:ExtRef>&#160;dan wel saneren van het grondwater in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, vindt plaats op basis van dat besluit.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Divisietekst>
		    <tekst:Divisietekst wId="pv28_7ff1a801f38b4f718c444c7a0b250378__artrecital__div_2__div_2.1__div_2.1.1__div_2.1.1.1__content_2.4" eId="artrecital__div_2__div_2.1__div_2.1.1__div_2.1.1.1__content_2.4">
		      <tekst:Kop>
			<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
			<tekst:Nummer>2.4</tekst:Nummer>
			<tekst:Opschrift>(aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie)</tekst:Opschrift>
		      </tekst:Kop>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Bij een aanvraag om een vergunning voor het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie worden de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek, eventueel aangevuld met de resultaten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, overgelegd. Dit voorafgaand onderzoek en de eventuele risicobeoordeling is noodzakelijk om te bepalen of er sprake is van verontreiniging van het grondwater en zo ja, of de grondwaterverontreiniging significant is.</tekst:Al>
			<tekst:Al>De resultaten van het voorafgaand onderzoek dienen als bewijslast voor het aantonen of er al dan niet sprake is van verontreiniging van het grondwater als bedoeld in&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.2">artikel 2.2</tekst:IntRef>. Vaak biedt het vooronderzoek als bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;hoofdstuk=5&amp;afdeling=5.2&amp;paragraaf=5.2.2&amp;artikel=5.7a">artikel 5.7a</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit activiteiten leefomgeving al voldoende informatie om de verontreiniging al dan niet vast te stellen. Het kan ook zijn dat er een beschikking rust op de locatie die voldoende inzicht geeft over de aanwezigheid van verontreiniging van het grondwater. Indien het vooronderzoek niet voldoende informatie bevat, zal een verkennend bodemonderzoek, bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;hoofdstuk=5&amp;afdeling=5.2&amp;paragraaf=5.2.2&amp;artikel=5.7b">artikel 5.7b</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit activiteiten leefomgeving moeten worden uitgevoerd. Het verkennend bodemonderzoek, dat dient te voldoen aan de NEN5740, omvat naast het nemen van grondmonsters vooralsnog ook het nemen van grondwatermonsters.</tekst:Al>
			<tekst:Al>Indien er sprake is van verontreiniging van het grondwater is in principe een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit verplicht en dienen de resultaten van de risicobeoordeling bij de aanvraag verstrekt te worden. Er moeten minimaal vier weken verstreken zijn tussen het verstrekken van de resultaten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit aan de provincie als bevoegd gezag en het aanleveren bij de aanvraag om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit. Dit geeft de provincie als bevoegd gezag de gelegenheid om te beoordelen of de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit goed is uitgevoerd voordat de gegevens bij de gemeente, als bevoegd gezag voor de bouwactiviteit, aangeleverd worden. Zodoende kan de gemeente vertrouwen op de juistheid van de aangeleverde resultaten van de risicobeoordeling en komt de proceduretijd voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit niet in gevaar.</tekst:Al>
			<tekst:Al>Indien er sprake is van verontreiniging van het grondwater, maar voldaan wordt aan de criteria zoals opgenomen in artikel 7.31, tweede en derde lid van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is er geen risicobeoordeling verplicht. Bij de aanvraag dient uit gegevens en bescheiden te blijken dat voldaan wordt aan die criteria.</tekst:Al>
			<tekst:Al>In geval uit de risicobeoordeling blijkt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging zijn sanerende maatregelen een voorwaarde voor het bouwen (<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1">artikel 2.1</tekst:IntRef>). De omgevingsvergunning kan verleend worden als aangetoond wordt dat de initiatiefnemer voornemens is de sanerende maatregelen te gaan treffen. De melding voor aanvang van het saneren van de bodem, als bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;hoofdstuk=4&amp;paragraaf=4.121&amp;artikel=4.1236">artikel 4.1236</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit activiteiten leefomgeving dient als bewijslast dat een bronaanpak als sanerende maatregel getroffen gaat worden. Aangezien deze melding al bij de gemeente als bevoegd gezag binnenkomt, kan volstaan worden met het &#233;enmalig verstrekken aan het bevoegd gezag. In het geval er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft is op grond van&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1">artikel 2.1</tekst:IntRef>&#160;ook een grondwatersanering verplicht. De omgevingsvergunning kan verleend worden als aannemelijk gemaakt wordt dat de initiatiefnemer de grondwatersanering gaat verrichten. Een afschrift van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een grondwatersanering bij de provincie als bevoegd gezag waaruit aannemelijk gemaakt kan worden dat de initiatiefnemer voornemens is de grondwatersanering te verrichten, volstaat als bewijslast.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Divisietekst>
		  </tekst:Divisie>
		</tekst:Divisie>
	      </tekst:Divisie>
	      <tekst:Divisie wId="pv28_e6230e46fddb4a6c938be8e6c1db0508__artrecital__div_2__div_2.2" eId="artrecital__div_2__div_2.2">
		<tekst:Kop>
		  <tekst:Label>AFDELING</tekst:Label>
		  <tekst:Nummer>2.2</tekst:Nummer>
		  <tekst:Opschrift>MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN</tekst:Opschrift>
		</tekst:Kop>
		<tekst:Divisie wId="pv28_ea950a7e055749ed866c2b608bd39441__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.1" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.1">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>&#167;</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>2.2.1</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>Algemene bepalingen</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Divisietekst wId="pv28_be5a5bb0eaad416e825e73bcc60e8b26__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.1__content_o_1" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.1__content_o_1">
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>In de artikelen&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.5">2.5</tekst:IntRef>&#160;tot en met&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.1__art_2.9">2.9</tekst:IntRef>&#160;zijn algemene bepalingen over het toepassingsbereik, het oogmerk en de specifieke zorgplicht voor deze afdeling opgenomen. Deze zijn specifiek gehouden voor het provinciale belang om de grondwaterkwaliteit te beschermen en te verbeteren. De mogelijkheid voor het stellen van maatwerkvoorschriften voor deze afdeling is ook open gesteld. Voor het aanleveren van gegevens en bescheiden is aangesloten bij bepalingen in dit omgevingsplan die via de bruidsschat zijn toegevoegd.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Divisietekst>
		</tekst:Divisie>
		<tekst:Divisie wId="pv28_2b23bde1955c43c9a05a74a19eaa4d1c__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.2" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.2">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>&#167;</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>2.2.2</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>Bodembeheer</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Divisie wId="pv28_88519060ea6e40c69f37e52ac0212789__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.2__div_2.2.2.1" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.2__div_2.2.2.1">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>&#167;</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.2.2.1</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Divisietekst wId="pv28_eea29e2dcd7146289f5438d80a86287e__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.2__div_2.2.2.1__content_2.10" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.2__div_2.2.2.1__content_2.10">
		      <tekst:Kop>
			<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
			<tekst:Nummer>2.10</tekst:Nummer>
			<tekst:Opschrift>(toepassingsbereik)</tekst:Opschrift>
		      </tekst:Kop>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>
                                          <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.1">Deze paragraaf</tekst:IntRef>&#160;is van toepassing op activiteiten op een locatie waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking als bedoeld in artikel 29 van de&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0003994/">Wet bodembescherming</tekst:ExtRef>&#160;is verleend, waarin is vastgesteld dat het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging niet leidt tot zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties.</tekst:Al>
			<tekst:Al>Daarnaast is, aanvullend op artikel 22.131 van dit omgevingsplan, deze paragraaf ook van toepassing op activiteiten op locaties waar uit nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755 is volgt dat er sprake is van een zogenaamd ernst, niet-spoedlocatie. In de provincie Zuid-Holland zijn er immers veel locaties onderzocht waaruit is gebleken dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, maar welke nooit beschikt zijn opdat er geen spoedige sanering noodzakelijk was.</tekst:Al>
			<tekst:Al>
                                          <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.1">De paragraaf</tekst:IntRef>&#160;is daarmee van toepassing op activiteiten op alle bekende ernst, niet-spoedlocaties, ongeacht of deze beschikt zijn. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 22.131 van dit omgevingsplan.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Divisietekst>
		    <tekst:Divisietekst wId="pv28_76695030a2714a3b979440ca54b97b47__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.2__div_2.2.2.1__content_2.11" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.2__div_2.2.2.1__content_2.11">
		      <tekst:Kop>
			<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
			<tekst:Nummer>2.11</tekst:Nummer>
			<tekst:Opschrift>(bodem: mitigerende maatregelen)</tekst:Opschrift>
		      </tekst:Kop>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>
                                          <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.1__art_2.11">Dit artikel</tekst:IntRef>&#160;heeft betrekking op zogenoemde ernst niet-spoed locaties, zoals deze waren beschikt of bekend op grond van nader bodemonderzoek, als saneringsgeval op grond van de&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0003994/">Wet bodembescherming</tekst:ExtRef>. In de toelichting bij de&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0043277/">Aanvullingswet bodem Omgevingswet</tekst:ExtRef>&#160;is aangegeven dat de verplichtingen die de&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0003994/">Wet bodembescherming</tekst:ExtRef>&#160;kent ten aanzien van het verrichten van handelingen in een geval van ernstige verontreiniging voor deze bekende ernst, niet-spoedlocaties bij inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt. Er is overgangsrecht geregeld voor onder meer gebruiksbeperkingen op grond van artikel 37, vierde lid, van de&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0003994/">Wet bodembescherming</tekst:ExtRef>&#160;(artikelen&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043277&amp;hoofdstuk=3&amp;artikel=3.1">3.1</tekst:ExtRef>&#160;en&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043277&amp;hoofdstuk=3&amp;artikel=3.2">3.2</tekst:ExtRef>&#160;van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet).</tekst:Al>
			<tekst:Al>Voor de spoedlocaties is overgangsrecht opgenomen in de Aanvullingswet bodem Omgevingswet (<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0043277&amp;hoofdstuk=3&amp;artikel=3.1">artikel 3.1</tekst:ExtRef>), zodat daarvoor de bestaande regels bij of krachtens de&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0003994/">Wet bodembescherming</tekst:ExtRef>&#160;blijven gelden.</tekst:Al>
			<tekst:Al>
                                          <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.1__art_2.11">Dit artikel</tekst:IntRef>&#160;heeft een tweeledig doel. Ten eerste om de bekende historische verontreinigingen, die niet onder overgangsrecht vallen, kenbaar te houden onder de Omgevingswet en het instrumentarium van de&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0037885/">Omgevingswet</tekst:ExtRef>&#160;te kunnen toepassen. Ten tweede om een (licht) beschermingsregime van toepassing te laten zijn op deze locaties, aangezien het gaat om niet eerder gesaneerde locaties waar nog altijd een (bron van) een significant grondwaterverontreiniging aanwezig is.</tekst:Al>
			<tekst:Al>Aanvullend op artikel 22.132 van de bruidsschat voor het omgevingsplan vraagt dit artikel specifiek aandacht voor maatregelen die zich richten tot de bescherming van het grondwater. Historische bodemverontreinigingen omvatten immers ook verontreiniging van het grondwater. Maatregelen hoeven niet altijd nodig te zijn ter bescherming van de gezondheid, terwijl de aanwezige verontreiniging wel degelijk een risico vormt voor het grondwater. Dit kan een risico zijn ten aanzien van de doelen die de kaderrichtlijn water (KRW) aan het grondwater stelt, voor grondwater dat gebruikt wordt voor de openbare drinkwatervoorziening of overige vormen van gebruik die afhangen van het grondwater. Denk hierbij aan veedrenking of irrigatie van landbouwgewassen. Indien zich een natuurlijk moment voordoet, zoals een activiteit op een dergelijke locatie, dan wordt van de initiatiefnemer verwacht om maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het grondwater voorkomen of verminderen en &#x2013; indien redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit &#x2013; ongedaan te maken. De maatregelen kunnen zich ook richten tot het verminderen of voorkomen van een inbreng van een mobiele verontreiniging in de vaste bodem naar het grondwater, de zogeheten bronaanpak.</tekst:Al>
			<tekst:Al>Het&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0041330/">Besluit activiteiten leefomgeving</tekst:ExtRef>&#160;in samenhang met&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2">paragraaf 2.2.2.2</tekst:IntRef>&#160;van dit omgevingsplan regelt het uitvoeren van een bronaanpak. De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening bevat regels voor het uitvoeren van een grondwatersanering. Op grond van&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.1__subsec_2.1.1__subsec_2.1.1.1__art_2.1">artikel 2.1</tekst:IntRef>&#160;zijn in ieder geval een bronaanpak en eventueel ook een grondwatersanering een voorwaarde voor het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie in geval van een significante grondwaterverontreiniging.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Divisietekst>
		  </tekst:Divisie>
		  <tekst:Divisie wId="pv28_80912136702f4fb48c2e34848b990f08__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.2__div_2.2.2.2" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.2__div_2.2.2.2">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>&#167;</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.2.2.2</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>Saneren van de bodem ter uitvoering van een bronaanpak</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Divisietekst wId="pv28_c9a5049115534833b81b594cd3009b4c__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.2__div_2.2.2.2__content_2.12" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.2__div_2.2.2.2__content_2.12">
		      <tekst:Kop>
			<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
			<tekst:Nummer>2.12</tekst:Nummer>
			<tekst:Opschrift>(toepassingsbereik)</tekst:Opschrift>
		      </tekst:Kop>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>
                                          <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.12">Dit artikel</tekst:IntRef>&#160;bepaalt de reikwijdte van&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2">paragraaf 2.2.2.2</tekst:IntRef>.&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2">Deze paragraaf</tekst:IntRef>&#160;is van toepassing op het uitvoeren van een bronaanpak. Dit omgevingsplan geeft aan wanneer een bronaanpak verplicht is, bijvoorbeeld bij het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie. Ook kan een initiatiefnemer besluiten om vrijwillig een bronaanpak uit te voeren.</tekst:Al>
			<tekst:Al>Een bronaanpak is gericht het voorkomen dat een mobiele verontreiniging, die zich in de vaste bodem bevindt, leidt tot een inbreng naar het grondwater dan wel beperken van de inbreng naar het grondwater. De mobiele verontreiniging in de vaste bodem kan zich zowel in de onverzadigde zone als in de verzadigde zone bevinden.</tekst:Al>
			<tekst:Al>De bronaanpak richt zich niet tot verontreinigingen die zich enkel in het grondwater bevinden. Het beheren, beperken of ongedaan maken van verontreiniging van het grondwater (water dat zich in de verzadigde zone van de bodem bevindt) is een grondwatersanering en geen onderdeel van het toepassingsbereik van dit artikel.</tekst:Al>
			<tekst:Al>Een bronaanpak is een specifiek vorm van het saneren van de bodem. Saneren van de bodem richt zich, conform de definitie in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;bijlage=I">bijlage I</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit activiteiten leefomgeving, onder andere tot het beperken of ongedaan maken van de verontreiniging van de bodem. Daarom moeten deze voorbeschermingsregels in dit omgevingsplan gezien worden in samenhang met de regels voor het saneren van de bodem in het Besluit activiteiten leefomgeving.</tekst:Al>
			<tekst:Al>In het&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.12__para_2">tweede lid</tekst:IntRef>&#160;van&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.12">dit artikel</tekst:IntRef>&#160;is het saneren van de bodem in een grondwaterbeschermingsgebied uitgesloten van het toepassingsbereik. Op grond van artikel 3.31 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is namelijk een omgevingsvergunning vereist voor het saneren van een (mobiele) verontreiniging in de bodem binnen een grondwaterbeschermingsgebied.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Divisietekst>
		    <tekst:Divisietekst wId="pv28_02eb8707f72f4aa8bf3d4227c09ce1f3__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.2__div_2.2.2.2__content_2.13" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.2__div_2.2.2.2__content_2.13">
		      <tekst:Kop>
			<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
			<tekst:Nummer>2.13</tekst:Nummer>
			<tekst:Opschrift>(bodem: saneringsaanpak niet afdekken)</tekst:Opschrift>
		      </tekst:Kop>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>
                                          <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.13">Dit artikel</tekst:IntRef>&#160;bepaalt dat afdekken in principe niet is toegestaan bij het uitvoeren van een bronaanpak. Dit omdat afdekken niet leidt tot het verminderen of voorkomen van de mobiele verontreiniging die zich in de vaste bodem bevindt.</tekst:Al>
			<tekst:Al>In sommige gevallen is echter denkbaar dat een afdeklaag wel leidt dat de in de vaste bodem aanwezige mobiele verontreiniging niet langer of in ieder geval minder uitspoelt naar het grondwater. Dit kan alleen aan de orde zijn bij een afdeklaag die bestaat uit een verhardingslaag waarbij aantoonbaar minder uitspoeling ontstaat van de mobiele verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Divisietekst>
		    <tekst:Divisietekst wId="pv28_77ae657f2df84d928bcb89aec647c527__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.2__div_2.2.2.2__content_2.14" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.2__div_2.2.2.2__content_2.14">
		      <tekst:Kop>
			<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
			<tekst:Nummer>2.14</tekst:Nummer>
			<tekst:Opschrift>(afbakening maatwerkvoorschrift andere saneringsaanpak)</tekst:Opschrift>
		      </tekst:Kop>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Een alternatieve saneringsaanpak, zoals bijvoorbeeld een in situ sanering is nog steeds mogelijk met de regels in deze paragraaf. Een alternatieve saneringsaanpak moet echter wel gericht zijn op het beperken of voorkomen van een inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater. Ook is denkbaar dat bij de saneringsaanpak verwijderen van verontreiniging, bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;hoofdstuk=4&amp;paragraaf=4.121&amp;artikel=4.1242">artikel 4.1242</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit activiteiten leefomgeving het verwijderen van de gehele bron in de vaste bodem buitenproportioneel is om te verlangen. De beoordeling hiervan is altijd maatwerk. Zowel initiatiefnemers als het bevoegd gezag hebben daarom de mogelijkheid om respectievelijk maatwerkvoorschriften op te leggen of aan te vragen voor een andere saneringsaanpak.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Divisietekst>
		    <tekst:Divisietekst wId="pv28_4cab4a27ec6e46409f3753da60a8db74__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.2__div_2.2.2.2__content_2.15" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.2__div_2.2.2.2__content_2.15">
		      <tekst:Kop>
			<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
			<tekst:Nummer>2.15</tekst:Nummer>
			<tekst:Opschrift>(gegevens en bescheiden: voor het begin van een bronaanpak)</tekst:Opschrift>
		      </tekst:Kop>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Voor aanvang van de bronaanpak worden er op grond van&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;hoofdstuk=4&amp;paragraaf=4.121&amp;artikel=4.1236">artikel 4.1236</tekst:ExtRef>&#160;en&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;hoofdstuk=4&amp;paragraaf=4.121&amp;artikel=4.1237">artikel 4.1237</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit activiteiten Leefomgeving gegevens verstrekt aan de gemeente als bevoegd gezag voor het saneren van de bodem.&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2__art_2.15">Dit artikel</tekst:IntRef>&#160;garandeert dat dezelfde gegevens en bescheiden ook worden aangeleverd aan gedeputeerde staten. Dit is in het belang van de provincie, omdat die verantwoordelijkheden heeft voor het behalen van de KRW-doelen van grondwater en het daardoor van belang is zicht te hebben op wanneer een bronaanpak wordt uitgevoerd.</tekst:Al>
			<tekst:Al>De gegevens en bescheiden worden ten minste vier weken voor het begin van de activiteit aangeleverd. Met deze informatie wordt het bevoegd gezag en de provincie in kennis gesteld van een aantal praktische gegevens. Uit de verstrekte gegevens en bescheiden moet blijken wat de begrenzing is van de locatie waar de activiteit plaats vindt (aangeduid op een kaart) en de verwachte datum van het begin van de activiteit. Het verstrekken van gegevens en bescheiden kan zowel elektronisch als per post; zie daarvoor&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041278&amp;hoofdstuk=14&amp;afdeling=14.1">afdeling 14.1</tekst:ExtRef>&#160;van het Omgevingsbesluit en de toelichting daarop.</tekst:Al>
			<tekst:Al>Als de verstrekte informatie over begrenzing of startdatum wijzigt, geeft de initiatiefnemer de wijziging onverwijld door. Dit betekent dat ook als er een wijziging in die gegevens optreedt tijdens de uitvoering van de activiteit, de initiatiefnemer het bevoegd gezag en de provincie opnieuw moet informeren.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Divisietekst>
		    <tekst:Divisietekst wId="pv28_cb0882f4c4764b94b21dc293f288add3__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.2__div_2.2.2.2__content_2.16" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.2__div_2.2.2.2__content_2.16">
		      <tekst:Kop>
			<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
			<tekst:Nummer>2.16</tekst:Nummer>
			<tekst:Opschrift>(gegevens en bescheiden: bij be&#235;indiging van de bronaanpak)</tekst:Opschrift>
		      </tekst:Kop>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>Bij be&#235;indiging van de bronaanpak dient het evaluatieverslag als bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;hoofdstuk=4&amp;paragraaf=4.121&amp;artikel=4.1246">artikel 4.1246</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit activiteiten leefomgeving te worden verstrekt aan de gemeente als het bevoegd gezag voor het saneren van de bodem. Dit artikel garandeert dat hetzelfde evaluatieverslag ook wordt aangeleverd aan gedeputeerde staten. Dit is in het belang van de provincie, omdat die verantwoordelijkheden heeft voor het behalen van de KRW-doelen van grondwater en het daardoor van belang is zicht te hebben op het saneringsresultaat.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Divisietekst>
		  </tekst:Divisie>
		</tekst:Divisie>
		<tekst:Divisie wId="pv28_887bab08085e4ccdb34ca56640b1868a__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.3" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.3">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>&#167;</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>2.2.3</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>Lozen op of in de bodem</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Divisie wId="pv28_84b1306dc14244ff8324f2e7b4289721__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.3__div_2.2.3.1" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.3__div_2.2.3.1">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>&#167;</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.2.3.1</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>Rechtstreeks lozen van verontreinigende stoffen in het grondwater</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Divisietekst wId="pv28_24a896134432461db1d48fd4c1672105__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.3__div_2.2.3.1__content_2.17" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.3__div_2.2.3.1__content_2.17">
		      <tekst:Kop>
			<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
			<tekst:Nummer>2.17</tekst:Nummer>
			<tekst:Opschrift>(toepassingsbereik)</tekst:Opschrift>
		      </tekst:Kop>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>
                                          <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1">Deze paragraaf</tekst:IntRef>&#160;is van toepassing op het lozen van water op of in de bodem waarbij er verontreinigende stoffen zonder doorsijpeling door de bodem of ondergrond in het grondwater komen. Een rechtstreekse lozing naar het grondwater waarbij er geen sprake is van doorsijpeling in de bodem zal veelal geschieden door het lozen via een pijp die de bodem in de onverzadigde zone als het ware omzeild.&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1">Deze paragraaf</tekst:IntRef>&#160;is van toepassing op alle lozingen, ongeacht van welke activiteit het water afkomstig is of waar de activiteit al dan niet gereguleerd is.</tekst:Al>
			<tekst:Al>Lozen van water wordt in juridische zin als begrip gebruikt indien men zich van dat water wil &#x201c;ontdoen&#x201d; en er geen ander doel mee dient. Zodoende zijn grondwateronttrekkingen waarbij water in de bodem gebracht wordt ter aanvulling van het grondwater in samenhang met het onttrekken uitgesloten van de regels. Deze infiltraties hebben als doel om de grondwatervoorraad aan te vullen met als oogmerk om het ingebrachte water later weer te onttrekken. Grondwateronttrekkingen, waaronder infiltraties, behoren tot de wateronttrekkingsactiviteiten en kennen de provincie of de waterbeheerder als bevoegd gezag. Een dergelijke onttrekking of infiltratie is daarom uitgesloten van het toepassingsbereik. Er zijn aparte regels opgenomen in het&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0041313/">Besluit kwaliteit leefomgeving</tekst:ExtRef>&#160;en de waterschapsverordening die ervoor zorgen dat een dergelijke infiltratie niet leidt tot verontreiniging van het grondwater.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Divisietekst>
		    <tekst:Divisietekst wId="pv28_dfc3c5e6582044259160e80e554b5340__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.3__div_2.2.3.1__content_2.18" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.3__div_2.2.3.1__content_2.18">
		      <tekst:Kop>
			<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
			<tekst:Nummer>2.18</tekst:Nummer>
			<tekst:Opschrift>(water: niet rechtstreeks lozen in het grondwater)(water: niet rechtstreeks lozen in het grondwater)</tekst:Opschrift>
		      </tekst:Kop>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>De kaderrichtlijn water verplicht, in artikel 11, onder j, de lidstaten er zorg voor te dragen dat er niet rechtstreeks, zonder doorsijpeling, verontreinigende stoffen geloosd worden in het grondwater. Er zijn een aantal situaties benoemd in het artikel van de kaderrichtlijn water waar onder voorwaarden alsnog een rechtstreeks lozing naar het grondwater mag plaatsvinden, mits de milieudoelstelling voor het grondwaterlichaam niet bedreigd wordt.</tekst:Al>
			<tekst:Al>Voor inwerkingtreding van de Omgevingswet zorgde artikel 2.2 van het&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0022762/">Activiteitenbesluit milieubeheer</tekst:ExtRef>&#160;(Abm), artikel 2.2 van het&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0029789/">Besluit lozen buiten inrichtingen</tekst:ExtRef>&#160;(Blbi) en artikel 3 van het&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0022910/">Besluit lozen huishoudelijk afvalwater</tekst:ExtRef>&#160;(Blah) ervoor dat bij een lozing op of in de bodem niet rechtstreeks in het grondwater geloosd werd.</tekst:Al>
			<tekst:Al>
                                          <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.1__art_2.18">Dit artikel</tekst:IntRef>&#160;implementeert de in artikel 11, onder j van de kaderrichtlijn water opgenomen bepalingen ten aanzien van het rechtstreeks lozen in grondwater.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Divisietekst>
		    <tekst:Divisietekst wId="pv28_d2a8c1d150f04b8095a547900a8837f6__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.3__div_2.2.3.1__content_2.19" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.3__div_2.2.3.1__content_2.19">
		      <tekst:Kop>
			<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
			<tekst:Nummer>2.19</tekst:Nummer>
			<tekst:Opschrift>(afbakening maatwerkvoorschrift)</tekst:Opschrift>
		      </tekst:Kop>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>De kaderrichtlijn water kent in artikel 11, onder j, een aantal situaties waar onder voorwaarden alsnog een rechtstreeks lozing naar het grondwater is toegestaan, mits de lozing niet verhindert dat de voor dat grondwaterlichaam vastgestelde milieudoelstellingen worden bereikt. Het richtsnoer nr. 17 &#x201c;Guidance on preventing or limiting direct and indirect inputs in the context of the Groundwater directive 2006/118/EC&#x201d; behorende bij artikel 6 van de grondwaterrichtlijn bevat in paragraaf 5.4 voorbeelden van situaties die voldoen aan deze voorwaarden. Daarom is er een mogelijkheid geboden om met een maatwerkvoorschrift dat voldoet aan de onder de in artikel 11, onder j, van de kaderrichtlijn water opgenomen voorwaarden de rechtstreekse lozing alsnog toe kan staan.</tekst:Al>
			<tekst:Al>Een voorbeeld van een dergelijke lozing is brijnwater. Het lozen van brijnwater op of in de bodem vindt over het algemeen rechtstreeks in het grondwater plaats. Het lozen van brijnwater rechtstreeks in het grondwater kan daarom met een maatwerkvoorschrift onder voorwaarden worden toegestaan. Het richtsnoer nr. 17 behorende bij de grondwaterrichtlijn maakt namelijk duidelijk dat het lozen van brijn valt onder &#233;&#233;n van de situaties die onder voorwaarden toegestaan is om rechtstreeks in het grondwater te lozen. Het lozen van brijn is een situatie waar sprake is van &#x201c;injectie om technische redenen&#x201d; zoals bedoeld in de eerste bullet van artikel 11, onder j van de KRW waarin voorwaarden zijn opgesomd waaronder een rechtstreekse lozing van verontreinigende stoffen in het grondwater kan worden toegestaan.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Divisietekst>
		  </tekst:Divisie>
		  <tekst:Divisie wId="pv28_4de037c181f7425fa2e819ecf87c399f__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.3__div_2.2.3.2" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.3__div_2.2.3.2">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>&#167;</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.2.3.2</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>Lozen van grondwater bij graven in verontreinigde bodem</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Divisietekst wId="pv28_fa3ee69053e347499a692765571eb092__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.3__div_2.2.3.2__content_2.20" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.3__div_2.2.3.2__content_2.20">
		      <tekst:Kop>
			<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
			<tekst:Nummer>2.20</tekst:Nummer>
			<tekst:Opschrift>(toepassingsbereik)</tekst:Opschrift>
		      </tekst:Kop>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>
                                          <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.2">Deze paragraaf</tekst:IntRef>&#160;is van toepassing op het lozen van grondwater afkomstig van het graven in een bodem met een bodemkwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit als bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;hoofdstuk=3&amp;afdeling=3.2&amp;paragraaf=3.2.22&amp;artikel=3.48f">artikel 3.48f</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit activiteiten leefomgeving. Derhalve gaat het alleen om situaties waarbij het bodemvolume waarin gegraven wordt meer is dan 25 m<tekst:sup>3</tekst:sup>.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Divisietekst>
		    <tekst:Divisietekst wId="pv28_db8d82bb42304b18bc49def4590926a0__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.3__div_2.2.3.2__content_2.21" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.3__div_2.2.3.2__content_2.21">
		      <tekst:Kop>
			<tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
			<tekst:Nummer>2.21</tekst:Nummer>
			<tekst:Opschrift>(lozen van grondwater)</tekst:Opschrift>
		      </tekst:Kop>
		      <tekst:Inhoud>
			<tekst:Al>
                                          <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.3__subsec_2.2.3.2__art_2.21">Dit artikel</tekst:IntRef>&#160;zorgt ervoor dat de regels voor het lozen van afvalwater afkomstig van saneren, als bedoeld in artikel 22.139 van dit omgevingsplan van overeenkomstige toepassing zijn op het lozen van afvalwater dat afkomstig is van het graven in verontreinigende bodem.</tekst:Al>
			<tekst:Al>De kans is immers groot dat het grondwater dat vrijkomt, net als bij het grondwater dat vrijkomt bij het saneren van een verontreiniging, verontreinigende stoffen bevat. Onder de&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0003994/">Wet bodembescherming</tekst:ExtRef>&#160;diende door de initiatiefnemer bij het graven in verontreinigde bodem (lees: geval van ernstige verontreiniging) een BUS-melding gedaan te worden en kwam die initiatiefnemer automatisch in het saneringsspoor, waardoor ook de emissiegrenswaarden voor het lozen van grondwater afkomstig van een sanering van toepassing waren. Onder de&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0037885/">Omgevingswet</tekst:ExtRef>&#160;bestaat er niet langer een saneringsplicht bij het graven in verontreinigende bodem en zijn dus ook niet de emissiegrenswaarden van toepassing die horen bij verontreinigd grondwater dat als afvalwater op of in de bodem geloosd wordt.</tekst:Al>
			<tekst:Al>Deze regels zorgen ervoor dat er voor grondwater dat vrijkomt bij het graven in verontreinigde bodem dezelfde emissiegrenswaarden gelden als voor grondwater dat vrijkomt bij saneringen.</tekst:Al>
		      </tekst:Inhoud>
		    </tekst:Divisietekst>
		  </tekst:Divisie>
		</tekst:Divisie>
		<tekst:Divisie wId="pv28_9af4c43c63034fe78fd22dfc65b728bd__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.4" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.4">
		  <tekst:Kop>
		    <tekst:Label>&#167;</tekst:Label>
		    <tekst:Nummer>2.2.4</tekst:Nummer>
		    <tekst:Opschrift>Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten</tekst:Opschrift>
		  </tekst:Kop>
		  <tekst:Divisietekst wId="pv28_c566bd77ef5e41c590e3f038b1f824e8__artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.4__content_2.22" eId="artrecital__div_2__div_2.2__div_2.2.4__content_2.22">
		    <tekst:Kop>
		      <tekst:Label>Artikel</tekst:Label>
		      <tekst:Nummer>2.22</tekst:Nummer>
		      <tekst:Opschrift>(beoordelingsregels milieubelastende activiteit gevolgen voor watersystemen)</tekst:Opschrift>
		    </tekst:Kop>
		    <tekst:Inhoud>
		      <tekst:Al>
                                       <tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.22">Dit artikel</tekst:IntRef>&#160;verklaart de beoordelingsregels, bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041313&amp;hoofdstuk=8&amp;afdeling=8.5&amp;paragraaf=8.5.1&amp;sub-paragraaf=8.5.1.2&amp;artikel=8.22">artikel 8.22</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing op het verlenen van een omgevingsvergunning voor een in het omgevingsplan aangewezen milieubelastende activiteit die gevolgen kan hebben voor watersystemen.</tekst:Al>
		      <tekst:Al>De beoordelingsregels die zijn opgenomen in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041313&amp;hoofdstuk=8&amp;afdeling=8.5&amp;paragraaf=8.5.1&amp;sub-paragraaf=8.5.1.2&amp;artikel=8.22">artikel 8.22</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn specifiek gericht op milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersysteem, maar gelden alleen voor de in het&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/BWBR0041330/">Besluit activiteiten leefomgeving</tekst:ExtRef>&#160;aangewezen milieubelastende activiteiten.</tekst:Al>
		      <tekst:Al>Met&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.4__art_2.22">dit artikel</tekst:IntRef>&#160;worden de beoordelingsregels ook van toepassing verklaard op milieubelastende activiteiten met gevolgen voor het watersysteem die in het omgevingsplan worden aangewezen en waar op grond van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning voor vereist is.</tekst:Al>
		      <tekst:Al>Voor een uitgebreide toelichting over de inhoud van de beoordelingsregels wordt verwezen naar de toelichting behorende bij&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041313&amp;hoofdstuk=8&amp;afdeling=8.5&amp;paragraaf=8.5.1&amp;sub-paragraaf=8.5.1.2&amp;artikel=8.22">artikel 8.22</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit kwaliteit leefomgeving.</tekst:Al>
		    </tekst:Inhoud>
		  </tekst:Divisietekst>
		</tekst:Divisie>
	      </tekst:Divisie>
	    </tekst:Divisie>
	  </tekst:ArtikelgewijzeToelichting>
	  <tekst:Bijlage wId="pv28_4ea3691cb7474373b58fa7e5fd51fa97__cmp_I" eId="cmp_1">
	    <tekst:Kop>
	      <tekst:Label>Bijlage bij de toelichting</tekst:Label>
	      <tekst:Nummer>1</tekst:Nummer>
	      <tekst:Subtitel>Begrippen</tekst:Subtitel>
	    </tekst:Kop>
	    <tekst:Divisietekst wId="pv28_152b644f798c463f82266e2ab803f957__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_1__content_o_1">
	      <tekst:Inhoud>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>De volgende begrippen uit de Omgevingswet en de Amvb&#x2019;s zijn van toepassing:</tekst:b>
                              <tekst:br/>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>bijbehorend bouwwerk:</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>bijbehorend bouwwerk als bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041297&amp;bijlage=I">bijlage I</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit bouwwerken leefomgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>bodemgevoelig gebouw:</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>bodemgevoelig gebouw als bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041313&amp;hoofdstuk=5&amp;afdeling=5.1&amp;paragraaf=5.1.4&amp;sub-paragraaf=5.1.4.5&amp;sub-paragraaf=5.1.4.5.1&amp;artikel=5.89g">artikel 5.89g</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit kwaliteit leefomgeving</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>bodemgevoelige locatie:</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>bodemgevoelige locatie als bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041313&amp;hoofdstuk=5&amp;afdeling=5.1&amp;paragraaf=5.1.4&amp;sub-paragraaf=5.1.4.5&amp;sub-paragraaf=5.1.4.5.1&amp;artikel=5.89h">artikel 5.89h</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit kwaliteit leefomgeving</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>gebouw:</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>gebouw als bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041297&amp;bijlage=I">bijlage I</tekst:ExtRef>&#160;bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>grondwatersanering:</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>grondwatersanering als bedoeld in&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;bijlage=I">bijlage I</tekst:ExtRef>&#160;bij het Besluit activiteiten leefomgeving.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:b>De volgende begrippen uit de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening zijn van toepassing:</tekst:b>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>bronaanpak:</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>het saneren van de bodem overeenkomstig&#160;<tekst:ExtRef soort="URL" ref="https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041330&amp;hoofdstuk=4&amp;paragraaf=4.121">paragraaf 4.121</tekst:ExtRef>&#160;van het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met de maatwerkregels, bedoeld in paragraaf 7.3.5 (red: van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening) (red: dat zijn de regels als bedoeld in&#160;<tekst:IntRef ref="chp_2__subchp_2.2__subsec_2.2.2__subsec_2.2.2.2">paragraaf 2.2.2.2</tekst:IntRef>&#160;van dit omgevingsplan), in verband met de aanwezigheid van een mobiele verontreiniging in de vaste bodem, die zich zowel in de onverzadigde als de verzadigde zone kan bevinden, met als oogmerk een inbreng van de verontreinigende stof vanuit de vaste bodem naar het grondwater te voorkomen of beperken</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>grondwatergevoelig gebouw:</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>grondwatergevoelig gebouw als bedoeld in artikel 7.27 (red: van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening)</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>grondwatergevoelige locatie:</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>grondwatergevoelige locatie als bedoeld in artikel 7.28 (red: van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening)</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>risicobeoordeling grondwaterkwaliteit:</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>risicobeoordeling als bedoeld in paragraaf 3.4.2 (red: van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening) om bij verontreiniging van het grondwater de risico&#x2019;s voor het grondwater en het gebruik dat afhangt van het grondwater te bepalen.</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>significante grondwaterverontreiniging:</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>verontreiniging van het grondwater, bedoeld in artikel 3.131, onder b of c (red: van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening) die volgt uit het verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in paragraaf 3.4.2 (red: van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening)</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft:</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>verontreiniging van het grondwater, bedoeld in artikel 3.131, onder c (red: van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening) die volgt uit het verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in paragraaf 3.4.2 (red: van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening)</tekst:Al>
		<tekst:Al>
                              <tekst:i>voorafgaand onderzoek:</tekst:i>
                           </tekst:Al>
		<tekst:Al>voorafgaand onderzoek als bedoeld in artikel 7.29, eerste en tweede lid (red: van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening);</tekst:Al>
	      </tekst:Inhoud>
	    </tekst:Divisietekst>
	  </tekst:Bijlage>
	</tekst:Toelichting>
      </tekst:RegelingTijdelijkdeel>
    </lvbbu:RegelingVersie>
    <lvbbu:AnnotatieBijToestand>
      <data:ExpressionIdentificatie xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:FRBRWork>/akn/nl/act/provincie/2025/CVDR730853</data:FRBRWork>
	<data:FRBRExpression>/akn/nl/act/provincie/2025/CVDR730853/nld@2025-01-01</data:FRBRExpression>
	<data:soortWork>/join/id/stop/work_022</data:soortWork>
	<data:isTijdelijkDeelVan>
	  <data:WorkIdentificatie>
	    <data:FRBRWork>/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696546</data:FRBRWork>
	    <data:soortWork>/join/id/stop/work_006</data:soortWork>
	  </data:WorkIdentificatie>
	</data:isTijdelijkDeelVan>
      </data:ExpressionIdentificatie>
      <data:RegelingMetadata xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:heeftCiteertitelInformatie>
	  <data:CiteertitelInformatie>
	    <data:citeertitel>Voorbeschermingsregels grondwaterkwaliteit voor de gemeente Voorne aan Zee</data:citeertitel>
	    <data:isOfficieel>true</data:isOfficieel>
	  </data:CiteertitelInformatie>
	</data:heeftCiteertitelInformatie>
	<data:eindverantwoordelijke>/tooi/id/provincie/pv28</data:eindverantwoordelijke>
	<data:maker>/tooi/id/provincie/pv28</data:maker>
	<data:officieleTitel>Voorbeschermingsregels grondwaterkwaliteit voor de gemeente Voorne aan Zee</data:officieleTitel>
	<data:onderwerpen>
	  <data:onderwerp>/tooi/def/concept/c_389a72e6</data:onderwerp>
	  <data:onderwerp>/tooi/def/concept/c_a71dc533</data:onderwerp>
	</data:onderwerpen>
	<data:overheidsdomeinen>
	  <data:overheidsdomein>/tooi/def/concept/c_3708ac5e</data:overheidsdomein>
	  <data:overheidsdomein>/tooi/def/concept/c_86b84a9d</data:overheidsdomein>
	</data:overheidsdomeinen>
	<data:rechtsgebieden>
	  <data:rechtsgebied>/tooi/def/concept/c_638d8062</data:rechtsgebied>
	</data:rechtsgebieden>
	<data:soortRegeling>/join/id/stop/regelingtype_015</data:soortRegeling>
	<data:soortBestuursorgaan>/tooi/def/thes/kern/c_411b4e4a</data:soortBestuursorgaan>
      </data:RegelingMetadata>
    </lvbbu:AnnotatieBijToestand>
    <lvbbu:AnnotatieBijToestand>
      <data:ExpressionIdentificatie xmlns:data="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
	<data:FRBRWork>/akn/nl/act/provincie/2025/CVDR730853</data:FRBRWork>
	<data:FRBRExpression>/akn/nl/act/provincie/2025/CVDR730853/nld@2025-01-01</data:FRBRExpression>
	<data:soortWork>/join/id/stop/work_022</data:soortWork>
	<data:isTijdelijkDeelVan>
	  <data:WorkIdentificatie>
	    <data:FRBRWork>/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696546</data:FRBRWork>
	    <data:soortWork>/join/id/stop/work_006</data:soortWork>
	  </data:WorkIdentificatie>
	</data:isTijdelijkDeelVan>
      </data:ExpressionIdentificatie>
      <lvbbu:VerrijkingDoorLVBB>
	<lvbbu:eindverantwoordelijkeHoofdregeling>/tooi/id/gemeente/gm1992</lvbbu:eindverantwoordelijkeHoofdregeling>
      </lvbbu:VerrijkingDoorLVBB>
    </lvbbu:AnnotatieBijToestand>
  </lvbbu:Consolidatie>
</lvbbu:Consolidaties>
