<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR73081_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening Fietsparkeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Amsterdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amsterdam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.regelgeving.amsterdam.nl/centralestad/subsidieverordening_fietsparkeren/20051027">Gemeenteblad 2005, afd. 3A, nr. 227/519</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening Fietsparkeren</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-10-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeenteblad 2005, afd. 1, nr. 519</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening Fietsparkeren</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Inhoud</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1 Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het College: het College van Burgemeester en
                                        Wethouders;</al></li><li nr="b."><al>fietsplaats: de plek waar één fiets kan worden gestald;</al></li><li nr="c."><al>fietsenstalling: een buurt- of bestemmingsstalling;</al></li><li nr="d."><al>buurtstalling: stalling hoofdzakelijk bestemd voor het
                                        stallen van de fiets in de eigen woonomgeving;</al></li><li nr="e."><al>bestemmingsstalling: bewaakte fietsenstalling ten behoeve
                                        van bezoekers van nabij gelegen voor het publiek
                                        toegankelijke bestemmingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:2 Doel van de subsidie en subsidiabele
                                    activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H4932_0_1_2_1_"> Met deze verordening wordt beoogd het
                                    stimuleren van de aanleg van veilige en goed toegankelijke
                                    stallingen en het veilig, goed toegankelijk en
                                    gebruiksvriendelijk maken van bestaande stallingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H4932_0_1_2_2_"> Voor subsidie komen de volgende
                                    activiteiten in aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H4932_0_1_2_2_1_"> het installeren van een
                                            geautomatiseerd slot en toebehoren;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H4932_0_1_2_2_2_"> het installeren van een
                                            inbraakbestendige deur;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H4932_0_1_2_2_3_"> het installeren van
                                            camerabeveiliging;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H4932_0_1_2_2_4_"> het plaatsen van
                                            fietsenrekken; </al></li><li nr="e."><al id="anker-H4932_0_1_2_2_5_"> het aanbrengen van een
                                            adequate verlichting; </al></li><li nr="f."><al id="anker-H4932_0_1_2_2_6_"> het schilderen van de
                                            binnenruimte van de fietsenstalling;</al></li><li nr="g."><al id="anker-H4932_0_1_2_2_7_"> het ondersteunen van de
                                            aanvrager bij het indienen van zijn aanvraag en bij de
                                            uitvoering van de gesubsidieerde werkzaamheden;</al></li><li nr="h."><al id="anker-H4932_0_1_2_2_8_"> het maken en verspreiden
                                            van reclamemateriaal ten behoeve van promotie van de
                                            fietsenstalling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H4932_0_1_2_3_"> Het College van Burgemeester en
                                    Wethouders kan andere activiteiten of werkzaamheden aanwijzen
                                    die voor subsidie in aanmerking komen, voorzover deze naar zijn
                                    oordeel bijdragen aan het realiseren van het in het eerste lid
                                    vermelde oogmerk.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:3 Subsidieverdeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H4932_0_1_3_4_"> De subsidie wordt verstrekt op basis
                                    van volgorde van binnenkomst van de aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H4932_0_1_3_5_"> Het College van Burgemeester en
                                    Wethouders is bevoegd een subsidieplafond vast te stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:4 Hoogte van het subsidiebedrag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H4932_0_1_4_6_"> De subsidie bedraagt ten hoogste €
                                    400 per fietsplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H4932_0_1_4_7_"> In afwijking van het eerste lid kan
                                    het College een subsidie verstrekken van ten hoogste € 800 per
                                    fietsplaats, indien voor het realiseren van een veilige en goed
                                    toegankelijke fietsenstalling omvangrijke bouwkundige
                                    aanpassingen vereist zijn, die het in het eerste lid vermelde
                                    bedrag aanzienlijk te boven gaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H4932_0_1_4_8_"> Indien voor één van de in artikel
                                    1:2, tweede lid, vermelde activiteiten subsidie wordt verkregen,
                                    wordt dat bedrag in mindering gebracht op de door het College te
                                    verstrekken subsidie.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2 Aanvraag en verlening subsidies</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2:1 De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H4932_0_2_5_9_"> Voor de aanvraag van de subsidie
                                    wordt gebruik gemaakt van een door het College vastgesteld
                                    aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H4932_0_2_5_10_"> Bij de aanvraag van de beschikking
                                    tot subsidieverlening worden de volgende stukken
                                    overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H4932_0_2_5_10_9_"> een afschrift van een
                                            huurcontract;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H4932_0_2_5_10_10_"> een verklaring waaruit
                                            blijkt dat de verhuurder instemt met de werkzaamheden
                                            waarvoor subsidie wordt aangevraagd;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H4932_0_2_5_10_11_"> een tekening op schaal
                                            1:100 van de stalling;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H4932_0_2_5_10_12_"> een afschrift van
                                            inschrijving bij de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H4932_0_2_5_10_13_"> een exploitatieoverzicht
                                            van het voorgaande jaar;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H4932_0_2_5_10_14_"> een exploitatieprognose
                                            voor het jaar volgend op dat van de aanvraag;</al></li><li nr="g."><al id="anker-H4932_0_2_5_10_15_"> een begroting, betrekking
                                            hebbende op de te subsidiëren activiteiten;</al></li><li nr="h."><al id="anker-H4932_0_2_5_10_16_"> gespecificeerde offertes
                                            van de te subsidiëren werkzaamheden;</al></li><li nr="i."><al id="anker-H4932_0_2_5_10_17_"> minimaal 2 concurrerende
                                            offertes per activiteit waarvoor subsidie wordt
                                            aangevraagd;</al></li><li nr="j."><al id="anker-H4932_0_2_5_10_18_"> een kopie van een recent
                                            bankafschrift van de subsidieaanvrager.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H4932_0_2_5_11_"> Indien de aanvrager zakelijk
                                    gerechtigde is met betrekking tot de ruimte waarin de
                                    fietsenstalling wordt geëxploiteerd, is het tweede lid onder a
                                    en b niet van toepassing met dien verstande dat hij in dat geval
                                    een akte overlegt waaruit zulks ten genoegen van het College
                                    blijkt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al id="anker-H4932_0_2_5_12_"> Het tweede lid onder e is niet van
                                    toepassing ten aanzien van een nieuwe fietsenstalling.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:2 Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H4932_0_2_6_13_"> Het College van Burgemeester en
                                    Wethouders beslist binnen acht weken na indiening van de
                                    aanvraag tot subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H4932_0_2_6_14_"> Het College van Burgemeester en
                                    Wethouders kan deze termijn met ten hoogste acht weken
                                    verlengen; het College doet hiervan tijdig mededeling aan de
                                    aanvrager.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:3 Weigeringgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H4932_0_2_7_15_"> Het College van Burgemeester en
                                    Wethouders kan de subsidie weigeren, indien zich een in artikel
                                    2:3 van de Algemene Subsidieverordening 2004 vermelde grond
                                    voordoet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H4932_0_2_7_16_"> Het College van Burgemeester en
                                    Wethouders weigert de subsidie, indien</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H4932_0_2_7_16_19_"> in de fietsenstalling
                                            auto’s kunnen worden geparkeerd;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H4932_0_2_7_16_20_"> de fietsenstalling niet
                                            voor tenminste de helft van het oppervlak in gebruik is
                                            voor het stallen van fietsen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:4 Aanhouden van de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H4932_0_2_8_17_"> Aanvragen die niet kunnen worden
                                    ingewilligd vanwege de overschrijding van het subsidieplafond,
                                    worden aangehouden tot het jaar volgend op dat van de
                                    aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H4932_0_2_8_18_"> Indien ook in dat jaar vanwege het
                                    vastgestelde subsidieplafond geen middelen beschikbaar zijn,
                                    wordt de aanvraag alsnog geweigerd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 3 Verplichtingen voor subsidietoekenning</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3:1 Verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H4932_0_3_9_19_"> Aan de subsidie voor een
                                    buurtstalling worden in ieder geval de volgende verplichtingen
                                    verbonden:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H4932_0_3_9_19_21_"> de abonnementhouder heeft
                                            door middel van een sleutel of tag permanent toegang tot
                                            de stalling;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H4932_0_3_9_19_22_"> de fietsenstalling wordt
                                            na verlening van de subsidie tenminste gedurende vijf
                                            jaar geëxploiteerd;</al></li><li nr="c."><al id="anker-H4932_0_3_9_19_23_"> de stalling wordt
                                            geregeld schoongemaakt en verkeert in een goede staat
                                            van onderhoud;</al></li><li nr="d."><al id="anker-H4932_0_3_9_19_24_"> de fietsenstalling kent
                                            een jaar na vaststelling van de subsidie een
                                            bezettingsgraad van tenminste 50% van de voor fietsen
                                            bestemde plaatsen;</al></li><li nr="e."><al id="anker-H4932_0_3_9_19_25_"> de exploitant van de
                                            fietsenstalling levert jaarlijks voor 1 maart een
                                            overzicht van de bezetting van het voorafgaande
                                            jaar;</al></li><li nr="f."><al id="anker-H4932_0_3_9_19_26_"> de werkzaamheden in het
                                            kader van de subsidieaanvraag worden binnen een jaar na
                                            de datum van subsidieverlening afgerond;</al></li><li nr="g."><al id="anker-H4932_0_3_9_19_27_"> de subsidie wordt conform
                                            de ingediende begroting besteed.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H4932_0_3_9_20_"> Indien de subsidieontvanger de
                                    subsidie wil besteden voor andere activiteiten of werkzaamheden,
                                    behoeft hij hiervoor vooraf toestemming van het College; deze
                                    wordt in ieder geval geweigerd, indien het andere activiteiten
                                    of werkzaamheden betreft dan die vermeld zijn in artikel 1:2,
                                    tweede lid of andere dan die welke zijn aangewezen op grond van
                                    artikel 1:2, derde lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al id="anker-H4932_0_3_9_21_"> Aan een subsidie voor een
                                    bestemmingsstalling worden dezelfde verplichtingen verbonden als
                                    die zijn vermeld in het eerste lid met uitzondering van die
                                    vermeld onder a.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4 Aanvraag en vaststelling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4:1 De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H4932_0_4_10_22_"> De subsidieontvanger dient binnen
                                    drie maanden na voltooiing van de werkzaamheden een aanvraag tot
                                    vaststelling van de subsidie bij het College in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H4932_0_4_10_23_"> Bij de aanvraag worden
                                    overlegd:</al><lijst><li nr="a."><al id="anker-H4932_0_4_10_23_28_"> een gespecificeerde
                                            rekening van baten en lasten, betrekking hebbende op de
                                            gesubsidieerde activiteiten of investering, alsmede een
                                            duidelijke toelichting op deze rekening in relatie tot
                                            de begroting;</al></li><li nr="b."><al id="anker-H4932_0_4_10_23_29_"> kopie facturen met
                                            betrekking tot de uitgevoerde werkzaamheden en</al></li><li nr="c."><al id="anker-H4932_0_4_10_23_30_"> een verklaring als
                                            bedoeld in artikel 2:393, vijfde lid, van het Burgerlijk
                                            Wetboek (accountantsverklaring), indien de
                                            subsidieaanvraag meer dan 50.000 euro bedraagt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:2 Grondslag vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H4932_0_4_11_24_"> Het College van Burgemeester en
                                    Wethouders stelt de subsidie vast ter hoogte van het netto
                                    bedrag van de verrichte werkzaamheden. Indien de aanvrager door
                                    middel een verklaring van de belastingdienst aantoont dat hij
                                    geen recht heeft op restitutie van de BTW, wordt de subsidie
                                    vastgesteld ter hoogte van het bruto bedrag van de verrichte
                                    werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H4932_0_4_11_25_"> Alleen daadwerkelijk gemaakte en
                                    noodzakelijke kosten worden vergoed op basis van de ingezonden
                                    facturen. De subsidie kan per fietsplaats nooit meer bedragen
                                    dan de in artikel 1:4 genoemde bedragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:3 Beslistermijn</titel></kop><al>Het College van Burgemeester en Wethouders beslist binnen acht weken
                                na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5 Voorschotten en betaling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5:1 Voorschot en betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H4932_0_5_13_26_"> Aan de subsidieontvanger wordt een
                                    voorschot verleend van 80% van het in de beschikking tot
                                    subsidieverlening vermelde bedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H4932_0_5_13_27_"> Uitbetaling van het voorschot vindt
                                    plaats binnen acht weken na de subsidieverlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5:2 Definitieve afrekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H4932_0_5_14_28_"> Het subsidiebedrag wordt binnen
                                    acht weken na vaststelling van de subsidie betaald onder
                                    verrekening van het betaalde voorschot.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H4932_0_5_14_29_"> Het College kan deze termijn met
                                    ten hoogste acht weken verlengen; het College doet hiervan
                                    tijdig mededeling aan de aanvrager.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 6 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6:1 Aanvraag van subsidie door stadsdelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al id="anker-H4932_0_6_15_30_"> Het dagelijks bestuur van een
                                    stadsdeel kan een aanvraag indienen voor een bijdrage voor de in
                                    artikel 1:2 vermelde activiteiten dan wel voor de activiteiten
                                    die krachtens het derde lid zijn aangewezen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al id="anker-H4932_0_6_15_31_"> Op een dergelijke aanvraag, de
                                    beslissing daarop, het verlenen van een voorschot alsmede de
                                    vaststelling van de bijdrage zijn de bepalingen van hoofdstuk 4
                                    van de Algemene wet bestuursrecht alsmede de bepalingen van deze
                                    verordening van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:2 Toezicht</titel></kop><al>Het College van Burgemeester en Wethouders kan toezichthouders
                                aanwijzen. De toezichthouders zijn belast met het toezicht op de
                                naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:3 Evaluatieplicht</titel></kop><al>Binnen drie jaren na inwerkingtreding van de verordening wordt een
                                verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de
                                subsidie in de praktijk.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:4 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van
                                bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:5 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Subsidieverordening
                                Fietsparkeren.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Op het verstrekken van subsidies is naast de Subsidieverordening
                            Fietsparkeren de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) de van toepassing. Als
                            de Algemene subsidieverordening Amsterdam ook van toepassing is wordt
                            hiervan expliciet melding gemaakt. </al><al> Over het algemeen zal de subsidie worden aangevraagd door natuurlijke
                            personen: stallingbeheerders. Ook rechtspersonen kunnen de subsidie
                            aanvragen.</al><al><vet>Paragraaf 1 Inleidende bepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 1:1 Buurtstallingen en Bestemmingstallingen </vet></al><al>Buurtstallingen zijn fietsenstallingen in én ten behoeve van een
                            woonbuurt. Deze stallingen zijn voor de abonnementhouders toegankelijke
                            door middel van een sleutel of tag. </al><al> Bestemmingstallingen zijn bewaakte fietsenstallingen ten behoeve van
                            bezoekers van nabijgelegen openbare bestemmingen. Hierbij wordt
                            bijvoorbeeld gedacht aan winkelgebieden, markten, uitgaansgelegenheden,
                            culturele gelegenheden, openbaar vervoer knooppunten of een combinatie
                            van genoemde locaties.</al><al><vet>Artikel 1:2 Toepasselijkheid verordening en doel subsidie
                            </vet></al><al>De subsidies voor fietsenstallingen worden betaald uit het
                            Centraal Mobiliteitsfonds Amsterdam. Met dat fonds wordt onder andere
                            beoogd de gemeentelijke doelstellingen met betrekking tot het verkeers-
                            en vervoersbeleid via een effectief in te zetten instrumentarium te
                            realiseren. </al><al> In artikel 5 van de Verordening op het Mobiliteitsfonds wordt het doel
                            van het fonds en de besteding van de middelen aangegeven. </al><al> De middelen van het fonds worden besteed aan projecten die een bijdrage
                            leveren aan het gemeentelijk mobiliteitsbeleid, gericht op het
                            terugdringen van het niet-noodzakelijke autoverkeer. </al><al> De ter beschikking gestelde middelen kunnen worden aangewend conform de
                            bepalingen van de bijzondere subsidieverordening Fietsparkeren. </al><al> Het college is bevoegd een subsidieplafond vast te stellen. De
                            wettelijke aanspraken op subsidie worden beperkt tot dit bedrag. </al><al> De subsidie is in eerste instantie bedoeld voor buurtfietsenstallingen. </al><al> Toegankelijke en veilige buurtstallingen helpen bij het terugdringen
                            van fietsendiefstal in woonbuurten en zorgen voor een netter straatbeeld
                            doordat er minder fietsen op straat staan geparkeerd. </al><al> De subsidies kunnen betrekking hebben op:</al><lijst><li nr="•"><al>Slot en toebehoren, een geautomatiseerd slot wordt aanbevolen.
                                    Een geautomatiseerd slot vereenvoudigt het beheer. Er kan
                                    bijvoorbeeld gemakkelijk worden bijgehouden wie er in de
                                    stalling is geweest en of de abonneehouders hebben betaald;
                                </al></li><li nr="•"><al>Inbraakbestendige deur; </al></li><li nr="•"><al>Camerabeveiliging;</al></li><li nr="•"><al>Fietsenrekken. Moderne fietsenrekken zijn over het algemeen
                                    comfortabel in het gebruik en kunnen bijdragen aan
                                    capaciteitsvergroting van de stalling; </al></li><li nr="•"><al>Adequate verlichting; </al></li><li nr="•"><al>Schilderen van de binnenruimte; </al></li><li nr="•"><al>Ondersteuning van de aanvrager bij het opknappen van de
                                    stalling. De aanvrager is niet altijd in staat om zelf een
                                    aanvraag op te stellen en de benodigde opknapwerkzaamheden te
                                    begeleiden. Voor deze ondersteuning kan de aanvrager iemand
                                    inhuren; </al></li><li nr="•"><al>Activiteiten ten behoeve van promotie van de stalling. Na een
                                    verbouwing staat een stalling niet altijd direct vol, promotie
                                    moet er toe bijdragen de stalling zo snel mogelijk vol te
                                    krijgen;</al></li><li nr="•"><al>Andere door het College nader aan te geven activiteiten met
                                    betrekking tot het moderniseren van stallingen.</al></li><li nr="•"><al>Bij uitzondering, grotere bouwkundige aanpassingen (zie hiervoor
                                    toelichting bij artikel 1:4)</al></li></lijst><al>Bestemmingsstallingen worden veelal beheerd via een
                            opdrachtgever-opdrachtnemer relatie. Deze stallingen zijn meestal
                            eigendom van of worden gehuurd door de gemeente Amsterdam. De
                            exploitatie wordt vervolgens uitbesteed. Alle (financiële)
                            verplichtingen over en weer worden bepaald door de inhoud van een
                            contract tussen beide partijen. Deze materie is gelet op artikel 4:21
                            Awb niet middels een subsidiebeschikking te regelen. Het is echter wél
                            mogelijk om subsidie te verstrekken aan bestemmingsstallingen wanneer
                            deze niet in opdracht van de gemeente Amsterdam worden geëxploiteerd. </al><al> De subsidie kan worden gebruikt voor het opknappen van bestaande
                            stallingen en bij de realisatie/inrichting van nieuwe stallingen.</al><al><vet>Artikel 1:3 en 1:4 Subsidieverdeling en hoogte van het
                                subsidiebedrag </vet></al><al>De subsidie wordt per kalenderjaar verstrekt op basis van volgorde
                            van binnenkomst van de aanvragen, dit is conform het principe “wie het
                            eerst komt wie het eerst maalt”. </al><al> Met behulp van de posten genoemd bij de toelichting op artikel 1:2 is
                            onderzocht hoeveel subsidie er nodig kan zijn voor het opknappen van een
                            buurtstalling. Het bedrag wat hieruit volgde is als maximum bedrag per
                            fietsplaats vastgesteld. </al><al> De maximale subsidie per fietsplaats en per stalling, wordt maximaal 1
                            keer per 5 jaar uitgekeerd. Dit kan ook betekenen dat er in de 5 jaar
                            meerdere malen een klein bedrag wordt uitgekeerd, totdat het maximum
                            bedrag per fietsplaats is bereikt. De termijn van 5 jaar gaat in op de
                            datum van de eerste subsidieverlening. </al><al> Er kan extra subsidie worden verleend (tot een totaal van max. € 800
                            per fietsplaats) voor grotere bouwkundige aanpassingen. Hiermee wordt
                            bedoeld: het plaatsen/verwijderen van een aanbouw, muur, pui, vloer,
                            plafond, trap en lift. Over de noodzaak van de bouwkundige aanpassingen
                            en de kosten ervan zal overleg plaatsvinden met de afdeling bouwen en
                            wonen van het betreffende stadsdeel. </al><al> Bij het verstrekken van een hogere subsidie zal worden onderzocht in
                            hoeverre de werkzaamheden kunnen worden gefinancierd en/of kunnen worden
                            uitgevoerd door de eigenaar verhuurder. </al><al> Bij het verstrekken van een hogere subsidie zal ondermeer worden
                            gekeken naar de noodzaak van uitbreiding en/of handhaving van het aantal
                            fietsplaatsen en in hoeverre deze grotere bouwkundige aanpassingen
                            hiervoor van belang zijn. </al><al> Als er voor dezelfde activiteiten subsidie wordt verstrekt door andere
                            instanties (bijvoorbeeld door een stadsdeel), wordt deze subsidie in
                            mindering gebracht op de door het College verstrekte subsidie. </al><al> Gezien het feit dat het jaarlijkse bedrag voor het opknappen van de
                            buurtstallingen beperkt is en gezien het belang van de buurtstallingen
                            voor de stadsdelen wordt over iedere aanvraag overleg gevoerd met het
                            betrokken stadsdeel. Streven hierbij is dat de stadsdelen meebetalen aan
                            het opknappen van de buurtstallingen.</al><al><vet>Artikel 2:1 Aanvraag van de subsidie</vet></al><al>Aanvraag van de subsidie geschiedt door het daartoe vastgestelde
                            aanvraagformulier in te vullen en op te sturen naar de gemeente. Hiertoe
                            dienen de in het formulier gevraagde gegevens bescheiden te worden
                            meegestuurd. </al><al> Met het aanvraagformulier dienen gespecificeerde offertes te worden
                            meegestuurd. Met gespecificeerd wordt bedoeld dat de activiteiten, soort
                            en hoeveelheid materialen, manuren en aantal vierkante meters dienen te
                            worden benoemd. </al><al> Per activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd dient de aanvrager
                            minimaal 2 offertes te leveren. Dit heeft als doel de kosten van de te
                            subsidiëren activiteiten zo laag mogelijk te houden. </al><al> Onvolledig ingevulde aanvraagformulieren en/of het niet aanleveren van
                            de gevraagde gegevens/bescheiden kunnen leiden tot afwijzing van de
                            subsidie-aanvraag.</al><al><vet>Artikel 2:3 Weigeringgronden </vet></al><al>Weigeringgrond is als er in de fietsenstalling auto’s kunnen
                            worden geparkeerd. Voor een fietsenstalling in een autoparkeergarage kan
                            wel subsidie worden verkregen. Uiteraard dient dan de stalling zich in
                            een speciale ruimte in de garage te bevinden welke niet toegankelijk is
                            voor auto’s. </al><al> Gronden om de subsidie te weigeren staan vermeld in artikel 2:3 van de
                            subsidieverordening fietsparkeren én in de artikel 2:3 van de Algemene
                            Subsidieverordening 2004.</al><al><vet>Paragraaf 3 Verplichtingen voor subsidietoekenning </vet></al><al>Aan de subsidieverlening worden verplichtingen verbonden. </al><al> Bij het niet naleven van de aan de subsidie verbonden verplichtingen en
                            bij het niet uitvoeren van gesubsidieerde activiteiten kan het College
                            ingevolge de Algemene Wet Bestuursrecht sancties treffen (lagere
                            vaststelling, wijziging of intrekking van de subsidie)</al><al><vet>Paragraaf 4 Vaststelling van de subsidie </vet></al><al>Aanvraag tot vaststelling van de subsidie geschied door binnen 3
                            maanden na voltooiing van de werkzaamheden hiervoor een aanvraag bij het
                            College in te dienen. Hiertoe dienen de in de verordening genoemde
                            gegevens en bescheiden te worden meegestuurd.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>