<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR728213_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling melden vermoeden integriteitsschending of misstand gemeente IJsselstein</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:type scheme="overheidop:Rubriek">ander besluit van algemene strekking</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">IJsselstein</dcterms:creator><dcterms:modified>2024-12-04</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-507649">gmb-2024-507649</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling melden vermoeden integriteitsschending of misstand gemeente IJsselstein</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0037852&amp;artikel=2&amp;lid=1&amp;g=2023-02-18">artikel 2, eerste lid, van de Wet bescherming klokkenluiders</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2024-11-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2024-12-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Regeling integriteit gemeente IJsselstein &amp; de Regeling melding vermoeden misstand gemeente IJsselstein.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling melden vermoeden integriteitsschending of misstand gemeente IJsselstein</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van de gemeente IJsselstein,</al><al/><al>Gelet op het bepaalde in artikel 2, eerste lid van de Wet bescherming klokkenluiders,</al><al/><al>Besluit vast te stellen de volgende</al><al/><al><vet>Regeling melden vermoeden integriteitsschending of misstand gemeente IJsselstein</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><nr/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Adviseur</cursief>: een persoon die door zijn functie een geheimhoudingplicht heeft en die door een medewerker in vertrouwen wordt geraadpleegd;</al></li><li nr="b."><al><cursief>Afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders</cursief>: de afdeling bedoeld in artikel 3a lid 2 van de Wet bescherming klokkenluiders;</al></li><li nr="c."><al><cursief>Afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders</cursief>: de afdeling bedoeld in artikel 3a lid 3 van de Wet bescherming klokkenluiders;</al></li><li nr="d."><al><cursief>Betrokken derde</cursief>: een derde die in een werkgerelateerde context verbonden is met een melder of een rechtspersoon die eigendom is van de melder, waarvoor de melder werkt of waarmee de melder anderszins werkgerelateerd verbonden is;</al></li><li nr="e."><al><cursief>Bevoegd gezag</cursief>: degene die op grond van deze regeling bevoegd is te beslissen met betrekking tot de melding en bevoegd is tot het instellen van een onderzoek;</al></li><li nr="f."><al><cursief>Bevoegde autoriteit</cursief>: een autoriteit die op grond van de wet is aangewezen voor het ontvangen en behandelen van meldingen van een vermoeden van een misstand;</al></li><li nr="g."><al><cursief>Degene die een melder bijstaat</cursief>: een natuurlijke persoon die een melder adviseert in het meldings-proces in een werkgerelateerde context en wiens advisering vertrouwelijk is;</al></li><li nr="h."><al><cursief>Melder</cursief>: een natuurlijke persoon die in de context van zijn werkgerelateerde activiteiten een vermoeden van een integriteitsschending of misstand meldt of openbaar maakt;</al></li><li nr="i."><al><cursief>Melding</cursief>: de mondelinge of schriftelijke melding van een vermoeden van een integriteitsschending of van een misstand door de melder;</al></li><li nr="j."><al><cursief>Misstand</cursief>: </al><lijst><li nr="a."><al>een schending of een gevaar voor schending van het Unierecht, of</al></li><li nr="b."><al>een handeling of nalatigheid waarbij het maatschappelijk belang in het geding is en die één of meer van de volgende kenmerken bevat: </al><lijst><li nr="•"><al>er is sprake van een schending of een gevaar voor schending van een wettelijk voorschrift of van interne regels die een concrete verplichting inhouden en die op grond van een wettelijk voorschrift door de werkgever zijn vastgesteld, dan wel</al></li><li nr="•"><al>er is een gevaar voor de volksgezondheid, voor de veiligheid van personen, voor de aantasting van het milieu of voor het goed functioneren van de organisatie als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten;</al></li></lijst></li><li nr=""><al>Het maatschappelijk belang is in ieder geval in het geding als de handeling of nalatigheid niet enkel persoonlijke belangen raakt en er sprake is van oftewel een patroon of structureel karakter dan wel de handeling of nalatigheid ernstig of omvangrijk is.</al></li></lijst></li><li nr="l."><al><cursief>Protocol</cursief>: Protocol onderzoek vermoeden integriteitsschending of misstand gemeente IJsselstein;</al></li><li nr="m."><al><cursief>Richtlijn</cursief>: Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 over de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden;</al></li><li nr="n."><al><cursief>Schending van het Unierecht</cursief>: een handeling of nalatigheid die: </al><lijst><li nr="1."><al>onrechtmatig is en betrekking heeft op Uniehandelingen en beleidsterreinen die binnen het in artikel 2 van de Richtlijn bedoelde materiële toepassingsgebied vallen, of </al></li><li nr="2."><al>het doel of de toepassing ondermijnt van de regels in de Uniehandelingen en beleidsterreinen die binnen het in artikel 2 van de Richtlijn bedoelde materiële toepassingsgebied vallen;</al></li></lijst></li><li nr="o."><al><cursief>Vermoeden van een integriteitsschending</cursief>: een vermoeden van een schending van de normen van ambtelijke integriteit zoals beschreven in de in het Personeelshandboek opgenomen Gedragscode. Schending van deze normen vindt onder andere plaats bij:</al><lijst><li nr="•"><al>belangenverstrengeling;</al></li><li nr="•"><al>diefstal en verduistering;</al></li><li nr="•"><al>fraude en corruptie;</al></li><li nr="•"><al>manipulatie van informatie;</al></li><li nr="•"><al>misbruik van bevoegdheden;</al></li><li nr="•"><al>onverenigbare functies, bindingen en/of activiteiten;</al></li><li nr="•"><al>strafbare misdragingen buiten werktijd die in verband staan met het functioneren als werknemer;</al></li><li nr="•"><al>ongewenst gedrag.</al></li></lijst></li><li nr="p."><al><cursief>Vermoeden van een misstand</cursief>: het vermoeden van een melder, dat binnen de gemeente IJsselstein sprake is van een misstand of (dreigende) inbreuk op het Unierecht voor zover het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de melder bij de gemeente IJsselstein heeft opgedaan of voortvloeien uit de kennis die de melder heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere organisatie;</al></li><li nr="q."><al><cursief>Vertrouwenspersoon integriteit</cursief>: de functionaris als zodanig benoemd door het college van de gemeente IJsselstein;</al></li><li nr="r."><al><cursief>Vertrouwenspersoon vermoeden misstand</cursief>: de functionaris als zodanig benoemd door het college van de gemeente IJsselstein;</al></li><li nr="s."><al><cursief>Werkgerelateerde</cursief><cursief> context</cursief>: toekomstige, huidige of vroegere werkgerelateerde activiteiten in de publieke of private sector waardoor, ongeacht de aard van die werkzaamheden, personen informatie kunnen verkrijgen over inbreuken op het Unierecht of misstanden binnen de gemeente IJsselstein en waarbij die personen te maken kunnen krijgen met benadeling als zij dergelijke informatie zouden melden;</al></li><li nr="t."><al><cursief>Werkgever</cursief>: gemeente IJsselstein;</al></li><li nr="u."><al><cursief>Werkgeverscommissie</cursief>: de commissie die namens de gemeenteraad de werkgeversrol van de griffie vervult.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Positie van de melder</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Informatie, advies en ondersteuning voor de melder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een melder kan een adviseur of de interne of externe vertrouwenspersoon in vertrouwen raadplegen bij een vermoeden van een integriteitsschending of een vermoeden van een misstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De melder, degene die de melder bijstaat of een betrokken derde kan bij een vermoeden van een misstand ook de afdeling advies van het Huis voor klokkenluiders in vertrouwen raadplegen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bescherming van de melder, degene die de melder bijstaat en betrokken derden tegen benadeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever zorgt ervoor dat de melder bij zijn werk op geen enkele wijze nadelige gevolgen ondervindt van het doen van de melding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De melder mag tijdens en na de behandeling van een melding niet worden benadeeld, onder de voorwaarde dat de melder de melding naar behoren heeft gedaan en bij de melding redelijke gronden had om aan te nemen dat de gemelde informatie op het moment van de melding juist was. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melder mag tijdens en na openbaarmaking van een vermoeden van een misstand niet worden benadeeld, onder de voorwaarde dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de melder bij de openbaarmaking redelijke gronden had om aan te nemen dat het vermoeden van een misstand op het moment van de openbaarmaking juist was; </al></li><li nr=""><al><vet><cursief>en</cursief></vet></al></li><li nr="b."><al>de melder voorafgaand aan de openbaarmaking een interne en externe melding heeft gedaan of direct een externe melding heeft gedaan als bedoeld in deze regeling, en de melder op basis van de informatie die de melder heeft gekregen over de beoordeling en/of opvolging van de melding redelijke gronden heeft om aan te nemen dat het onderzoek onvoldoende voortgang heeft; </al></li><li nr=""><al><vet><cursief>of</cursief></vet></al></li><li nr="c."><al>de melder redelijke gronden heeft om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="•"><al>de misstand een dreigend of reëel gevaar kan zijn voor het algemeen belang; of</al></li><li nr="•"><al>een risico bestaat op benadeling bij melding aan een bevoegde autoriteit of een andere bevoegde instantie; of</al></li><li nr="•"><al>het niet waarschijnlijk is dat de misstand doeltreffend wordt verholpen.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder benadeling wordt in ieder geval verstaan het nemen van een voor de melder nadelige maatregel/handelwijze, zoals:</al><lijst><li nr="a."><al>het niet aanbieden, het beëindigen of het niet verlengen van de overeenkomst;</al></li><li nr="b."><al>het niet omzetten van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd;</al></li><li nr="c."><al>het opleggen van een disciplinaire maatregel of sanctie;</al></li><li nr="d."><al>de eenzijdige wijziging van de functie, standplaats of andere arbeidsvoorwaarden;</al></li><li nr="e."><al>het onthouden van salarisverhoging, incidentele beloning of andere vergoedingen;</al></li><li nr="f."><al>het onthouden van promotiekansen; </al></li><li nr="g."><al>het afwijzen van een verlof- of vakantieaanvraag;</al></li><li nr="h."><al>discriminatie;</al></li><li nr="i."><al>intimidatie, pesterijen of uitsluiting;</al></li><li nr="j."><al>smaad of laster;</al></li><li nr="k."><al>voortijdige beëindiging van een overeenkomst voor het leveren van goederen of diensten, en</al></li><li nr="l."><al>intrekking van een vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder benadeling wordt ook verstaan een dreiging met en een poging tot benadeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de werkgever na het doen van een melding een voor de melder nadelige maatregel neemt, motiveert hij waarom hij deze maatregel nodig acht. Ook legt de werkgever uit waarom deze maatregel geen verband houdt met de melding.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De werkgever spreekt personen die zich schuldig maken aan benadeling van de melder daarop aan en kan hen een waarschuwing, een disciplinaire maatregel of een sanctie opleggen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Hetgeen in dit artikel is bepaald, geldt ook voor degene die de melder bijstaat, een betrokken derde of een adviseur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het tegengaan van benadeling en onderzoek naar benadeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De functionaris bij wie de melder zijn melding van een vermoeden van een misstand gedaan heeft, bespreekt samen met de melder welke risico’s op benadeling aanwezig zijn. Ook bespreekt deze functionaris op welke wijze die risico’s kunnen worden verminderd en wat de melder kan doen als hij van mening is dat sprake is van benadeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de melder vindt dat er daadwerkelijk sprake is van benadeling, kan hij:</al><lijst><li nr="a."><al>dat bespreken met de functionaris bij wie hij zijn melding gedaan heeft. De functionaris en de melder bespreken welke maatregelen genomen kunnen worden om benadeling tegen te gaan. De functionaris maakt een verslag van deze bespreking en stuurt dit, na goedkeuring door de melder, naar de werkgever; en/of</al></li><li nr="b."><al>de werkgever verzoeken om onderzoek te doen naar de wijze waarop er met hem wordt omgegaan; en/of</al></li><li nr="c."><al>hierover advies inwinnen bij de afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders; en/of</al></li><li nr="d."><al>een bejegeningsonderzoek aanvragen bij de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melder, de persoon die voornemens is om een vermoeden van een misstand te melden, degene die de melder bijstaat of een betrokken derde heeft recht op juridische bijstand wanneer hij als gevolg van de melding benadeeld wordt en aan de voorwaarden hiervoor voldoet. Dit geldt zowel tijdens als na de behandeling van de melding bij de werkgever of een bevoegde autoriteit. De juridische bijstand wordt kosteloos verleend en geldt ook voor bemiddeling via mediation. Voorwaarde hierbij is dat de melding verloopt via de afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders. Zij beoordelen of rechtsbijstand en/of mediation noodzakelijk is en kunnen een verwijzingsbrief geven voor gratis rechtsbijstand van een advocaat of mediator.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Hetgeen in dit artikel is bepaald, geldt ook voor degene die de melder bijstaat en voor een betrokken derde. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Interne meldprocedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Interne melding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een interne melding kan gedaan worden door een persoon die bij de gemeente IJsselstein in dienst is of was. Een interne melding kan ook gedaan worden door een sollicitant en een persoon die niet bij de gemeente IJsselstein in dienst is of was, maar die door zijn werkzaamheden wel met de gemeente IJsselstein in aanraking is gekomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het heeft de voorkeur dat de melder zijn melding intern doet. Maar de melder kan van een vermoeden van een misstand op grond van artikel 10 van deze regeling ook direct een melding doen bij een bevoegde autoriteit of de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een melder van een integriteitsschending of een misstand kan daarvan melding doen bij: </al><lijst><li nr="a."><al>iedere leidinggevende die binnen de organisatie hiërarchisch een hogere positie bekleedt dan melder;</al></li><li nr="b."><al>HR;</al></li><li nr="c."><al>de interne of externe vertrouwenspersoon;</al></li><li nr="d."><al>een tussenpersoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De melder kan op de volgende wijze een melding doen:</al><lijst><li nr="a."><al>schriftelijk;</al></li><li nr="b."><al>mondeling via de telefoon of andere spraakberichtsystemen, of</al></li><li nr="c."><al>op zijn verzoek binnen een redelijke termijn door middel van een gesprek op een locatie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een mondelinge melding wordt geregistreerd door:</al><lijst><li nr="a."><al>Het maken van een gespreksopname in een duurzame en opvraagbare vorm. Hiervoor is voorafgaande instemming van de melder vereist; </al></li><li nr=""><al>Of</al></li><li nr="b."><al>Een volledige en nauwkeurige schriftelijke weergave van het gesprek, waarbij de melder de gelegenheid krijgt om deze weergave te controleren, te corrigeren en voor akkoord te ondertekenen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een melding wordt door de ontvanger van de melding, na akkoord van de melder, al dan niet geanonimiseerd, naar de algemeen directeur gestuurd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Binnen zeven dagen na ontvangst van de melding wordt door of namens de algemeen directeur een ontvangstbevestiging gestuurd aan de melder of aan de vertrouwenspersoon wanneer het een anonieme melding betreft. De ontvangstbevestiging bevat minimaal een zakelijke beschrijving van de melding, de datum waarop deze is ontvangen en een afschrift van de melding.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Als er sprake is van een strafbaar feit moet de melder aangifte doen. Ook als er een melding gedaan is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Bevoegd gezag / registratie meldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De algemeen directeur is het bevoegde gezag. De griffier is het bevoegde gezag als de melding betrekking heeft op een medewerker van de griffie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de melding betrekking heeft op de algemeen directeur dan is de burgemeester het bevoegd gezag. Heeft deze betrekking op de griffier dan is de voorzitter van de werkgeverscommissie het bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de melding betrekking heeft op zowel de algemeen directeur als de burgemeester is het bevoegd gezag de wethouder personeelszaken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Door of namens de het bevoegd gezag worden de meldingen geregistreerd. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als een melding van een vermoeden van een misstand betrekking heeft op een schending van het Unie-recht, wordt dat in het register vermeld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De gegevens van de melding in het register worden vernietigd als zij niet langer noodzakelijk zijn. Zolang een onderzoek naar een melding loopt of nadien een melding bij een bevoegde autoriteit is gedaan of een klacht- of gerechtelijke procedure loopt, blijven de gegevens van een melding in een registratie in ieder geval behouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Behandeling van de melding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag beoordeelt de melding op grond van de criteria zoals opgenomen in het Protocol.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De melder wordt door of namens het bevoegd gezag uitgenodigd om de melding nader toe te lichten als deze daar aanleiding voor ziet, of de melder daar behoefte aan heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na beoordeling van de melding neemt het bevoegd gezag een gemotiveerd besluit over de omgang met de melding en brengt de melder (of de vertrouwenspersoon wanneer het een anonieme melding betreft) daarvan binnen twee weken na ontvangst van de melding (gemotiveerd) op de hoogte.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer is besloten tot uitvoering van een vooronderzoek neemt het bevoegd gezag op basis van de uitkomsten van het vooronderzoek een besluit over het al dan niet (verder) onderzoeken van de melding en brengt hij de melder (of de vertrouwenspersoon wanneer het een anonieme melding betreft) daarvan binnen vier weken na ontvangst van de melding op de hoogte.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Wanneer het bevoegd gezag besluit tot het instellen van een (voor)onderzoek dan vindt dit plaats volgens het Protocol.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Wanneer is besloten tot uitvoering van een onderzoek dan informeert het bevoegd gezag de melder (of de vertrouwenspersoon wanneer het een anonieme melding betreft) schriftelijk dat een onderzoek is ingesteld en door wie het onderzoek wordt uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Wanneer is besloten tot uitvoering van een onderzoek dan informeert het bevoegd gezag de persoon of personen op wie een melding betrekking heeft tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor wordt geschaad. Ook als de melding niet leidt tot een onderzoek, wordt/worden de persoon of personen op wie een melding betrekking heeft, geïnformeerd over de melding.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het bevoegd gezag beoordeelt of de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders of een bevoegde autoriteit van de melding van een vermoeden van een misstand op de hoogte moet worden gebracht. Als het bevoegd gezag de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders of een bevoegde autoriteit op de hoogte stelt, stuurt hij de melder hiervan een afschrift, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor wordt geschaad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Standpunt bevoegd gezag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag informeert de melder (of de vertrouwenspersoon wanneer het een anonieme melding betreft) uiterlijk binnen drie maanden na ontvangst van de melding schriftelijk over het standpunt met betrekking tot de melding en, voor zover van toepassing, tot welke opvolging de melding en eventueel het interne onderzoek hebben geleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als duidelijk is dat het bevoegd gezag het standpunt niet binnen drie maanden na ontvangst van de melding kan geven, informeert hij de melder (of de vertrouwenspersoon wanneer het een anonieme melding betreft) daar schriftelijk over. Daarnaast geeft het bevoegd gezag informatie over de stappen die al zijn gezet en de procedure die de melder kan verwachten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na afronding van het interne onderzoek beoordeelt het bevoegd gezag of de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders of een bevoegde autoriteit van het onderzoeksrapport en/of van het standpunt van de werkgever op de hoogte moet worden gebracht. Als het bevoegd gezag de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders of een bevoegde autoriteit op de hoogte stelt, stuurt hij de melder (of de vertrouwenspersoon wanneer het een anonieme melding betreft) hiervan een afschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag informeert de personen op wie de melding betrekking heeft op dezelfde manier als de melder, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor wordt geschaad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hoor en wederhoor ten aanzien van onderzoeksrapport en standpunt werkgever</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever stelt de melder in de gelegenheid op het onderzoeksrapport en het standpunt van de werkgever te reageren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de melder in reactie op het onderzoeksrapport of het standpunt van de werkgever onderbouwd aangeeft dat: </al><lijst><li nr="a."><al>het vermoeden van een misstand niet daadwerkelijk of niet deugdelijk is onderzocht; of </al></li><li nr="b."><al>in het onderzoeksrapport of het standpunt van de werkgever sprake is van wezenlijke onjuistheden, reageert de werkgever hierop en stelt hij zo nodig een nieuw of aanvullend onderzoek in. Voor dit nieuwe of aanvullende onderzoek gelden dezelfde regels als voor het eerste onderzoek. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de werkgever de afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders of een bevoegde autoriteit op de hoogte brengt of heeft gebracht over het onderzoeksrapport en/of zijn standpunt ten aanzien van de melding, stuurt hij ook de reactie van de melder als bedoeld in lid 1 en 2 aan deze instantie toe. De melder ontvangt hiervan een kopie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vertrouwelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor iedereen die betrokken is bij de melding van of het onderzoek naar aanleiding van een melding geldt een geheimhoudingsplicht. Die geheimhoudingsplicht geldt voor gegevens waarvan deze betrokkenen weten of redelijkerwijs moeten vermoeden dat het vertrouwelijke gegevens zijn. De geheimhoudingsplicht geldt niet als mededeling verplicht is op grond van een wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr/><al>Vertrouwelijk zijn in elk geval: </al><lijst><li nr="a."><al>gegevens over de identiteit van de melder;</al></li><li nr="b."><al>gegevens van degene over wie de melding wordt gedaan of met wie die persoon in verband wordt gebracht;</al></li><li nr="c."><al>gegevens van in de melding genoemde derden;</al></li><li nr="d."><al>alle informatie die tot de hiervoor onder a, b en c genoemde gegevens herleidbaar is; en</al></li><li nr="e."><al>bedrijfsgeheimen in de zin van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever zorgt ervoor dat de informatie over de melding en het onderzoek zodanig wordt bewaard, dat deze fysiek en digitaal alleen toegankelijk is voor de personen die bij de behandeling van de melding en het onderzoek betrokken zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De identiteit van de melder en de informatie aan de hand waarvan direct of indirect de identiteit van de melder kan worden achterhaald, wordt niet bekend gemaakt zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de melder.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de melder geen toestemming heeft gegeven zijn identiteit bekend te maken, wordt alle correspondentie over de melding verstuurd aan de functionaris bij wie de melder zijn melding gedaan heeft of aan degene die de melder bijstaat. Deze persoon stuurt deze correspondentie direct door aan de melder.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als bekendmaking van de identiteit van de melder verplicht is op grond van enig wettelijk voorschrift in het kader van onderzoek door een bevoegde autoriteit of een gerechtelijke procedure, dan wordt de melder daarvan vooraf in kennis gesteld met schriftelijke opgaaf van redenen. Behalve als dit het onderzoek of de gerechtelijke procedure in gevaar zou kunnen brengen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De identiteit van de adviseur van de melder of degene die hem bijstaat en van betrokken derden is ook vertrouwelijk. Deze wordt niet bekend gemaakt zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de melder respectievelijk de adviseur of degene die de melder bijstaat of de betrokken derden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Externe meldprocedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Extern meldpunt vermoeden misstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hoewel het de voorkeur heeft een vermoeden van een misstand eerst intern te melden, kan een melder ook direct kiezen voor het doen van een externe melding als de melder:</al><lijst><li nr="a."><al>het niet eens is met het standpunt van de werkgever of van oordeel is dat de melding ten onrechte terzijde is gelegd of onvoldoende onderzocht is; of</al></li><li nr="b."><al>niet binnen drie maanden na de verzending van de ontvangstbevestiging van zijn melding een standpunt heeft ontvangen over zijn interne melding.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Externe meldingen kunnen schriftelijk of mondeling gedaan worden bij een bevoegde autoriteit. Bevoegde autoriteiten zijn in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de afdeling onderzoek Huis voor Klokkenluiders (<extref doc="http://www.huisvoorklokkenluiders.nl/"><onderstreept>www.huisvoorklokkenluiders.nl</onderstreept></extref>);</al></li><li nr="b."><al>de Autoriteit Consument en Markt (ACM) (<extref doc="http://www.acm.nl/"><onderstreept>www.acm.nl</onderstreept></extref>);</al></li><li nr="c."><al>de Autoriteit Financiële Markten (AFM) (<extref doc="http://www.afm.nl/"><onderstreept>www.afm.nl</onderstreept></extref>);</al></li><li nr="d."><al>de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) (<extref doc="http://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/"><onderstreept>www.autoriteitpersoonsgegevens.nl</onderstreept></extref>);</al></li><li nr="e."><al>De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) (<extref doc="http://www.dnb.nl/"><onderstreept>www.dnb.n</onderstreept>l</extref>);</al></li><li nr="f."><al>de Inspectie gezondheidszorg en jeugd (IGJ) (<extref doc="http://www.igj.nl/"><onderstreept>www.igj.nl</onderstreept></extref>);</al></li><li nr="g."><al>de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) (<extref doc="http://www.nza.nl/"><onderstreept>www.nza.nl</onderstreept></extref>);</al></li><li nr="h."><al>de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) (<extref doc="http://www.autoriteitnvs.nl/"><onderstreept>www.autoriteitnvs.nl</onderstreept></extref>).</al></li><li nr="i."><al>bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling aangewezen organisaties en</al></li><li nr="j."><al>bestuursorganen, of onderdelen daarvan, die taken of bevoegdheden hebben op een van de gebieden, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de richtlijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr/><al>Op de websites van de bevoegde autoriteiten staat de procedure voor het doen van een externe melding. Ook staat daar hoe de bevoegde autoriteit de melding behandelt en onderzoek verricht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melder kan op de volgende wijze een melding doen:</al><lijst><li nr="a."><al>schriftelijk;</al></li><li nr="b."><al>mondeling via de telefoon of andere spraakberichtsystemen, of</al></li><li nr="c."><al>op zijn verzoek binnen een redelijke termijn door middel van een gesprek op een locatie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een mondelinge melding wordt geregistreerd door:</al><lijst><li nr="a."><al>Het maken van een gespreksopname in een duurzame en opvraagbare vorm. Hiervoor is voorafgaande instemming van de melder vereist; </al></li><li nr=""><al>Of</al></li><li nr="b."><al>Een volledige en nauwkeurige schriftelijke weergave van het gesprek, waarbij de melder de gelegenheid krijgt om deze weergave te controleren, te corrigeren en voor akkoord te ondertekenen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De melder kan bij de afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders informatie inwinnen over het doen van een externe melding en de keuze voor de bevoegde autoriteit.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Rapportage</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Rapportage en evaluatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag stelt jaarlijks een rapportage op over de uitvoering van deze regeling. Deze rapportage bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>informatie over de in het afgelopen jaar gevoerde beleid over het omgaan met het melden van integriteitsschendingen en vermoedens van misstanden en het in het komende jaar te voeren beleid op dit vlak;</al></li><li nr="b."><al>informatie over het aantal meldingen en een indicatie van de aard van de meldingen, de uitkomsten van de onderzoeken en de standpunten van de werkgever;</al></li><li nr="c."><al>algemene informatie over eventuele ervaringen met het tegengaan van benadeling van de melder; en</al></li><li nr="d."><al>informatie over het aantal verzoeken om onderzoek naar benadeling in verband met het doen van een melding, een indicatie van de uitkomsten van de onderzoeken en de standpunten van de werkgever.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag stuurt de rapportage ter bespreking aan de Ondernemingsraad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vervallen regelingen</titel></kop><al>Per de in artikel 14 genoemde datum van inwerkingtreding van deze regeling, worden de volgende regelingen ingetrokken:</al><lijst><li nr="•"><al>Regeling integriteit gemeente IJsselstein;</al></li><li nr="•"><al>Regeling melding vermoeden misstand gemeente IJsselstein.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag volgend op de datum van bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als “Regeling melden vermoeden integriteitsschending of misstand gemeente IJsselstein”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Vastgesteld in de collegevergadering van 26 november 2024,</functie><functie/></ondertekening><ondertekening><functie/><functie>drs. W.M. van de Werken </functie><functie>secretaris </functie><functie/></ondertekening><ondertekening><functie/><functie>mr. P.J.M. van Domburg</functie><functie>burgemeester</functie></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label/><nr/><titel><vet>Protocol onderzoek vermoeden integriteitsschending of misstand gemeente IJsselstein </vet></titel></kop><al/><al><vet>Toelichting</vet></al><al>Dit onderzoeksprotocol beschrijft hoe een onderzoek naar een vermoeden van een integriteitsschending of een misstand, waaronder een (dreigende) inbreuk op de regelgeving van de Europese Unie, het Unierecht, (<cursief>hierna:</cursief> vermoeden van een misstand) binnen de gemeente IJsselstein uitgevoerd wordt. Dit onderzoeksprotocol is zowel van toepassing op onderzoeken die door een medewerker van de gemeente IJsselstein worden uitgevoerd als door een externe onderzoeker.</al><al/><al><cursief>Verhouding ten opzichte van de Regeling melden vermoeden integriteitsschending of misstand gemeente IJsselstein </cursief></al><al/><al>In de ‘Regeling melden vermoeden integriteitsschending of misstand gemeente IJsselstein’ (<cursief>hierna:</cursief> meldregeling) is beschreven hoe een melding kan worden gedaan. In die meldregeling wordt gerefereerd aan dit onderzoeksprotocol. Dit onderzoeksprotocol is daarmee een uitwerking van de meldregeling en richt zich tot eenieder die belast is met beoordeling van de melding en/of de uitvoering van een onderzoek naar aanleiding van een melding.</al><al/><al>Dit onderzoeksprotocol dient te worden gelezen in samenhang met genoemde meldregeling. Waar in het onderzoeksprotocol de positie van degene(n) op wiens handelen het onderzoek betrekking heeft (<cursief>hierna:</cursief> betrokkene) centraal staat, staat in de meldregeling de positie van de melder centraal. Het bevoegd gezag heeft zich aan beide regelingen te houden. In dit onderzoeksprotocol wordt, indien relevant, verwezen naar de meldregeling.</al><al/><al><vet>Opbouw onderzoeksprotocol</vet></al><al>Het onderzoeksprotocol bestaat uit de volgende onderdelen:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>Begripsbepalingen</al></li><li nr="2."><al>Beoordeling melding</al></li><li nr="3."><al>Uitvoering onderzoek en rapportage</al></li><li nr="4."><al>Vervolg na onderzoek</al></li></lijst><al><vet><cursief>1.  Begripsbepalingen</cursief></vet></al><al>In dit protocol wordt verstaan onder:</al><al/><lijst><li nr="a."><al><cursief>Betrokkene:</cursief> degene op wiens handelen het onderzoek betrekking heeft;</al></li><li nr="b."><al><cursief>Bevoegd gezag:</cursief> degene die op grond van de ‘Regeling melden vermoeden integriteitsschending of misstand gemeente IJsselstein’ bevoegd is te beslissen met betrekking tot de melding en bevoegd is tot het instellen van een onderzoek;</al></li><li nr="c."><al><cursief>Melder:</cursief> een natuurlijke persoon die in de context van zijn werkgerelateerde activiteiten een vermoeden van een integriteitsschending of misstand meldt of openbaar maakt;</al></li><li nr="d."><al><cursief>Melding:</cursief> de mondelinge of schriftelijke melding van een vermoeden van een integriteitsschending of misstand door de melder;</al></li><li nr="e."><al><cursief>Meldregeling:</cursief> ‘Regeling melden vermoeden integriteitsschending of misstand gemeente IJsselstein’;</al></li><li nr="f."><al><cursief>Misstand:</cursief> een handeling of nalatigheid waarbij het maatschappelijk belang in het geding is bij een schending van een wettelijk voorschrift, een gevaar voor de volksgezondheid, een gevaar voor de veiligheid van personen, een gevaar voor de aantasting van het milieu en/of een gevaar voor het goed functioneren van de organisatie als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten; <vet>of </vet>een inbreuk op het Unierecht of een poging tot het verhullen van een inbreuk op het Unierecht.</al></li><li nr="g."><al><cursief>Onderzoeker:</cursief> de persoon of personen die verantwoordelijk zijn voor het in opdracht van het bevoegd gezag uitvoeren van een onderzoek binnen de kaders van het onderzoeksprotocol;</al></li><li nr="h."><al><cursief>Persoonsgericht onderzoek:</cursief> onderzoek dat betrekking heeft op het handelen van een of meer bepaalde natuurlijke personen;</al></li><li nr="i."><al><cursief>Richtlijn:</cursief> Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 over de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden;</al></li><li nr="j."><al><cursief>Schending van het Unierecht:</cursief> een handeling of nalatigheid die: <vet>a.</vet> onrechtmatig is en betrekking heeft op Uniehandelingen en beleidsterreinen die binnen het in artikel 2 van de Richtlijn bedoelde materiële toepassingsgebied vallen, of <vet>b.</vet> het doel of de toepassing ondermijnt van de regels in de Uniehandelingen en beleidsterreinen die binnen het in artikel 2 van de Richtlijn bedoelde materiële toepassingsgebied vallen;</al></li><li nr="k."><al><cursief>Vermoeden van een integriteitsschending:</cursief> een vermoeden van een schending van de normen van ambtelijke integriteit zoals opgenomen in de Gedragscode voor ambtenaren gemeente IJsselstein 2023. Schending van deze normen vindt onder andere plaats bij:</al><lijst><li nr="•"><al>belangenverstrengeling;</al></li><li nr="•"><al>diefstal en verduistering;</al></li><li nr="•"><al>fraude en corruptie;</al></li><li nr="•"><al>manipulatie van informatie;</al></li><li nr="•"><al>misbruik van bevoegdheden;</al></li><li nr="•"><al>onverenigbare functies, bindingen en/of activiteiten;</al></li><li nr="•"><al>strafbare misdragingen buiten werktijd die in verband staan met het functioneren als werknemer;</al></li><li nr="•"><al>ongewenst gedrag.</al></li></lijst></li><li nr="l."><al><cursief>Vermoeden van een misstand:</cursief> het vermoeden van een melder, dat binnen de gemeente IJsselstein sprake is van een misstand of (dreigende) inbreuk op het Unierecht voor zover het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de melder bij de gemeente IJsselstein heeft opgedaan of voortvloeien uit de kennis die de melder heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere organisatie;</al></li><li nr="m."><al><cursief>Vertrouwenspersoon integriteit:</cursief> de functionaris als zodanig benoemd door het college van de gemeente IJsselstein;</al></li><li nr="n."><al><cursief>Vertrouwenspersoon ongewenste omgangsvormen:</cursief> de functionaris als zodanig benoemd door het college van de gemeente IJsselstein;</al></li><li nr="o."><al><cursief>Vertrouwenspersoon vermoeden misstand:</cursief> de functionaris als zodanig benoemd door het college van de gemeente IJsselstein;</al></li></lijst><al><vet><cursief>2.  Beoordeling melding</cursief></vet></al><al>Alvorens onderzoek wordt ingesteld dient een melding of vermoeden te worden beoordeeld. Gelet op de eventuele nadelige gevolgen wordt -ter bescherming van betrokkene- een vermoeden van een integriteitschending of misstand door het bevoegde gezag zeer zorgvuldig beoordeeld. Tot aan het moment dat wordt besloten tot het uitvoeren van een (voor)onderzoek waakt het bevoegd gezag over een zorgvuldige afweging van de belangen van zowel de melder als van betrokkene. Zie ook paragraaf Algemeen en artikel 6 van de meldregeling.</al><al/><al><vet>Beoordeling melding door het bevoegd gezag</vet></al><al/><al>Na registratie van een melding beoordeelt het bevoegd gezag de melding. Daarbij wordt in ieder geval beoordeeld of:</al><al/><lijst><li nr="•"><al>de melding een vermoeden inhoudt van een integriteitsschending of misstand;</al></li><li nr="•"><al>de melding is gebaseerd op redelijke gronden;</al></li><li nr="•"><al>de melding van voldoende gewicht is;</al></li><li nr="•"><al>de melding voldoende concreet is;</al></li><li nr="•"><al>de melding te onderzoeken is;</al></li><li nr="•"><al>de melding een redelijk vermoeden van een strafbaar feit inhoudt.</al></li></lijst><al>Naar aanleiding van de beoordeling van de melding zijn verschillende uitkomsten denkbaar:</al><al/><lijst><li nr="•"><al>er is sprake van een te gering feit om onderzoek te rechtvaardigen (maar eventueel wel serieus genoeg om te reageren);</al></li><li nr="•"><al>er zijn onvoldoende aanwijzingen of het vermoeden is onvoldoende waarschijnlijk voor onderzoek;</al></li><li nr="•"><al>er is aanvullende informatie nodig, te verkrijgen door middel van vooronderzoek;</al></li><li nr="•"><al>er is een ander traject van toepassing (bijvoorbeeld een klachtenprocedure);</al></li><li nr="•"><al>er volgt aangifte bij de officier van justitie in verband met een vermoedelijk strafbaar feit;</al></li><li nr="•"><al>er volgt een feitenonderzoek.</al></li></lijst><al>Het bevoegd gezag neemt een besluit over het vervolg.</al><al/><al><vet>Tussenstap: Vooronderzoek bij onduidelijkheid</vet></al><al/><al>Als er aanvullende informatie nodig is om de melding goed te kunnen beoordelen, kan bevoegd gezag besluiten een vooronderzoek in te stellen. </al><al/><al>Het doel van een vooronderzoek is een besluit te kunnen nemen over de omgang met een melding en de reikwijdte van een (eventueel) onderzoek. Een vooronderzoek is vormvrij maar kan de volgende stappen behelzen:</al><al/><lijst><li nr="•"><al>Gesprek met de melder;</al></li><li nr="•"><al>Gesprek met de betrokkene;</al></li><li nr="•"><al>Bestudering van documentatie;</al></li><li nr="•"><al>Voeren van gesprekken met betrokkenen.</al></li></lijst><al>Het bevoegd gezag is opdrachtgever van het vooronderzoek en kan zich hierbij laten ondersteunen door een externe onderzoeker.</al><al/><al>Voor uitvoering van het vooronderzoek gelden de uitgangspunten zoals opgenomen in het deel ‘Uitvoering onderzoek en rapportage’.</al><al/><al><vet>Vermoeden van een strafbaar feit</vet></al><al/><al>Als er voorafgaand aan het onderzoek, hangende het onderzoek of na afronding van het onderzoek blijkt dat er mogelijk sprake is van een strafbaar feit doet het bevoegd gezag daarvan aangifte.</al><al/><al>In het geval strafrechtelijk onderzoek door politie/officier van justitie wordt ingesteld, kan gelijktijdig een eigen onderzoek worden uitgevoerd. Het strafrechtelijk traject en het gemeentelijk onderzoek zijn afzonderlijke trajecten. Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor (het instellen van) onderzoek en het al dan niet verbinden van arbeidsrechtelijke consequenties daaraan.</al><al/><al><vet><cursief>3.  Uitvoering onderzoek en rapportage</cursief></vet></al><al>In het geval is besloten over te gaan tot uitvoering van een onderzoek dan geldt daarvoor een vaste procedure met vaste uitgangspunten. Deze wordt onderstaand beschreven. Achtereenvolgens komt aan bod:</al><al/><lijst><li nr="A."><al>Uitgangspunten onderzoek;</al></li><li nr="B."><al>Feitenonderzoek;</al></li><li nr="C."><al>Rapportage. </al></li></lijst><al><vet>A.  Uitgangspunten onderzoek</vet></al><al>Bij de uitvoering van een onderzoek dienen in ieder geval de volgende uitgangspunten in acht te worden genomen.</al><al/><al><cursief>Professionaliteit</cursief></al><al/><al>De onderzoeker heeft kennis van en ervaring met het verrichten van feitenonderzoek. De expertise en ervaringen van de onderzoeker is afgestemd op de onderzoeksvraag. Betreft het (deels) een persoonsgericht onderzoek dan dient de onderzoeker daartoe bevoegd te zijn.</al><al/><al><cursief>Onafhankelijkheid</cursief></al><al/><al>De onderzoeker mag niet vooringenomen zijn ten aanzien van uitkomsten van het onderzoek. Ook de schijn van vooringenomenheid dient te worden vermeden. Dat betekent dat een onderzoek uitgevoerd dient te worden door personen die op geen enkele manier betrokken zijn bij de te onderzoeken kwestie.</al><al/><al><cursief>Subsidiariteit en proportionaliteit</cursief></al><al/><al>Elk onderzoek moet voldoen aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit. In algemene zin betekent dit dat het onderzoek en de gebruikte methoden in verhouding moeten staan tot de aard en ernst van het vermoeden. Meer specifiek houdt subsidiariteit in dat de minst ingrijpende onderzoeksmethode moet worden ingezet om het doel te bereiken. Bij iedere keuze voor een onderzoeksmethode moet worden afgewogen of het uiteindelijke doel ook met een lichter onderzoeksmiddel kan worden bereikt. Meer specifiek houdt proportionaliteit in dat de inzet van een bepaalde onderzoeksmethode wordt beperkt tot de handelingen die echt nodig zijn, en tijdens een zo kort mogelijke periode. De lasten van het onderzoek worden anders voor de betrokkene te zwaar in verhouding tot het onderzoeks- of organisatiebelang.</al><al/><al><cursief>Hoor en wederhoor</cursief></al><al/><al>De melder en de betrokkene dienen de mogelijkheid te krijgen hun verhaal te doen. Ook dient de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft de mogelijkheid te krijgen tot wederhoor. Dat betekent dat bij voorkeur bij aanvang van een onderzoek met de betrokkene wordt gesproken en in een later stadium om diegene te confronteren met geconstateerde feiten en omstandigheden. Alvorens een rapport wordt opgeleverd aan het bevoegd gezag dienen personen waarover in het rapport uitspraken worden gedaan en/of oordelen worden geveld de mogelijkheid te krijgen daarop te reageren.</al><al/><al><cursief>Vertrouwelijkheid en privacy</cursief></al><al/><al>Van de onderzoeker wordt verwacht dat hij of zij vertrouwelijkheid betracht ten aanzien van alles wat hij gedurende het onderzoek te weten komt. Dat betekent onder andere dat informatie door de onderzoeker niet wordt gedeeld met personen die niet bij behandeling van of het onderzoek naar een melding betrokken zijn. Maar ook dat de identiteit van melder en onderzochte(n) niet worden gedeeld met personen die geen recht hebben op deze informatie. Zie ook artikel 9 van de meldregeling. In het verlengde van de uitgangspunten vertrouwelijk en proportionaliteit en subsidiariteit geldt dat het onderzoek in lijn moet zijn met wetgeving op het gebied van privacy. Bij elke stap in het onderzoek dient het belang van de privacy van betrokkene te worden (mee)gewogen. Ook dient op een veilige manier te worden omgegaan met persoonsgegevens en indien noodzakelijk een verwerkersovereenkomst te worden afgesloten.</al><al/><al><vet>B.  Feitenonderzoek</vet></al><al/><al>Voordat gestart wordt met uitvoering van het feitenonderzoek dienen keuzes gemaakt te worden over:</al><al/><lijst><li nr="•"><al>Onderzoeksopdracht;</al></li><li nr="•"><al>Onderzoeker;</al></li><li nr="•"><al>Ordemaatregel;</al></li><li nr="•"><al>Omgang met informatie en resultaten onderzoek;</al></li><li nr="•"><al>Begeleiding onderzoek.</al></li></lijst><al>Het bevoegd gezag doet in overleg met HR een voorstel voor een onderzoeksvraag, een onderzoeker, een eventuele ordemaatregel, de omgang met informatie en resultaten van het onderzoek en de begeleiding van het onderzoek. Het bevoegd gezag neemt hierover het besluit.</al><al/><al><cursief>Onderzoeksopdracht</cursief></al><al/><al>Het doel van het onderzoek bepaalt de onderzoeksvraag. Is het doel van het onderzoek puur gericht op het in kaart brengen van relevante feiten en omstandigheden (Wat is er gebeurd? Klopt het vermoeden?) dan beperkt de onderzoeksvraag zich ook daartoe. Is het doel van het onderzoek ook een oordeel te vellen over de geconstateerde feiten en omstandigheden (Is sprake van schending van de Gedragscode voor ambtenaren gemeente IJsselstein en/of andere wet- en/of regelgeving?) dan dient dit onderdeel uit te maken van de onderzoeksvraag.</al><al/><al>Deze onderzoeksvraag dient te worden vertaald in een onderzoeksopdracht aan de onderzoeker met daarin:</al><al/><lijst><li nr="•"><al>de aanleiding van het onderzoek;</al></li><li nr="•"><al>het doel van het onderzoek;</al></li><li nr="•"><al>de onderzoeksvragen;</al></li><li nr="•"><al>de opdrachtgever van het onderzoek;</al></li><li nr="•"><al>de maximale doorlooptijd van het onderzoek.</al></li></lijst><al>Deze onderzoeksopdracht kan in overleg met de onderzoeker nader worden aangescherpt en ingevuld. Denk daarbij aan de inzet van onderzoeksmethoden, het bepalen van de kring van geïnterviewden, te bestuderen documentatie en informatie en inzet van onderzoeksmethodieken. Gedurende het onderzoek kan door het bevoegd gezag, naar aanleiding van bevindingen, besloten worden tot uitbreiding of wijziging van het onderzoek.</al><al/><al><cursief>Onderzoeker</cursief></al><al/><al>Het bevoegd gezag besluit of het onderzoek wordt uitgevoerd door een interne of externe onderzoeker. Bij deze afweging spelen de aard van het onderzoek, vereiste deskundigheid en objectiviteit een rol. Bij de keuze voor onderzoeker dient te worden voldaan aan de uitgangspunten zoals geformuleerd in dit onderzoeksprotocol. Dit betekent dat de onderzoeker professioneel en onafhankelijk moet zijn.</al><al/><al><cursief>Ordemaatregel</cursief></al><al/><al>Er dient beoordeeld te worden of vanwege het organisatie- of dienstbelang een ordemaatregel (doorgaans schorsing) genomen moeten worden richting een of meerdere personen op wiens handelen het onderzoek betrekking heeft. Het bevoegd gezag neemt hierover het besluit, op advies van HR.</al><al/><al>Overwegingen die hierbij een rol kunnen spelen zijn of er een gevaar is op herhaling of dat de aanwezigheid van de persoon op wie het vermoeden betrekking heeft een verstorend effect heeft op de werkvloer.</al><al/><al>Niet alleen aan het begin van het onderzoek maar ook tijdens (of na) het onderzoek kan besloten worden een ordemaatregel op te leggen.</al><al/><al><cursief>Omgang met informatie en resultaten onderzoek</cursief></al><al/><al>Voorafgaand aan het onderzoek moet worden nagedacht over de omgang met de informatie die tijdens het onderzoek wordt verzameld en de onderzoeksresultaten. Dit is van belang voor de communicatie richting betrokkene en geïnterviewden. Vragen die beantwoord moeten worden zijn:</al><al/><lijst><li nr="•"><al>Wat is de verspreidingskring van de rapportage?</al></li><li nr="•"><al>Maken gespreksverslagen onderdeel uit het van rapport?</al></li><li nr="•"><al>Wordt het onderzoek dossier als bijlage bij het rapport gevoegd?</al></li><li nr="•"><al>Waar worden het onderzoek dossier en de rapportage bewaard?</al></li><li nr="•"><al>Hoe lang worden het onderzoek dossier en de rapportage bewaard?</al></li></lijst><al>Afhankelijk van het doel en de verwachte implicaties van het onderzoek dienen bovenstaande vragen te worden beantwoord.</al><al/><al><cursief>Begeleiding onderzoek</cursief></al><al/><al>Het bevoegd gezag is opdrachtgever van het onderzoek. Dat betekent dat het bevoegd gezag de opdracht verstrekt aan de onderzoeker. De (dagelijkse) begeleiding van het onderzoek kan door het bevoegd gezag worden belegd bij anderen. De begeleiders van het onderzoek zijn bijvoorbeeld verantwoordelijk voor aanlevering van documentatie, het contact leggen met geïnterviewden en de voorbereiding van tussentijdse bespreking van de onderzoeker met het bevoegd gezag.</al><al/><al><vet>Uitvoering van het feitenonderzoek</vet></al><al/><al>Hoe de uitvoering van het onderzoek eruitziet is afhankelijk van de onderzoeksopdracht. Onderstaand worden op hoofdlijnen de stappen beschreven die bij de uitvoering van het onderzoek worden doorlopen.</al><al/><al><cursief>Kennisgeving onderzoek</cursief></al><al/><al>Als het onderzoek specifiek het handelen van een of meerdere personen betreft, wordt deze persoon/personen voordat het onderzoek wordt ingesteld door het bevoegd gezag op de hoogte gebracht van het onderzoek en de onderzoeksvraag. Dit kan achterwege blijven wanneer het onderzoeksbelang zich daartegen verzet.</al><al/><al><cursief>Inzet onderzoeksmethoden</cursief></al><al/><al>Tijdens het onderzoek kunnen verschillende methoden worden ingezet. Welke methoden worden ingezet is afhankelijk van het doel van het onderzoek en de onderzoeksvraag. De belangrijkste methoden zijn het afnemen van interviews en documentonderzoek.</al><al/><al><onderstreept>Afnemen interviews</onderstreept></al><al/><al>Tijdens het feitenonderzoek kunnen zowel degene op wie het vermoeden betrekking heeft als eventuele getuigen worden geïnterviewd.</al><al/><al>Als er sprake is van een <vet>melder</vet> dan start het onderzoek doorgaans met een interview door de onderzoeker met de melder. Tijdens dit gesprek krijgt de melder de kans de melding toe te lichten aan de onderzoeker.</al><al/><al>Doorgaans vindt daarna een interview plaats met degene op wie het vermoeden betrekking heeft. Dit gesprek heeft een open karakter waarin de <vet>betrokkene</vet> wordt gevraagd naar zijn of haar lezing. Met deze betrokkene wordt doorgaans ook aan het einde van het onderzoek gesproken om geconstateerde feiten en omstandigheden te toetsen.</al><al/><al>Verder kunnen tijdens het onderzoek <vet>getuigen</vet> worden geïnterviewd. Dit kunnen collega’s zijn, een leidinggevende of partners van de gemeente.</al><al/><al>Met betrekking tot de interviews geldt een aantal regels:</al><al/><lijst><li nr="•"><al>Het bevoegd gezag dient voorafgaand toestemming te geven voor het afnemen van de interviews;</al></li><li nr="•"><al>Interviews worden afgenomen door twee onderzoekers;</al></li><li nr="•"><al>Geïnterviewde wordt voorafgaand geïnformeerd over het doel en de aard van het gesprek;</al></li><li nr="•"><al>Geïnterviewde krijgt voorafgaand aan het interview te horen wat er met door hem of haar verstrekte informatie gebeurt en wie hier (eventueel) de beschikking over krijgen;</al></li><li nr="•"><al>Geïnterviewde wordt voorafgaand aan het gesprek ervan op de hoogte gesteld dat hij/zij zich kan laten bijstaan door een raadsman, vertrouwenspersoon (integriteit of ongewenste gedrag), of anderszins;</al></li><li nr="•"><al>Van het interview wordt door de onderzoeker een gespreksverslag gemaakt dat ter verificatie aan de geïnterviewde wordt aangeboden. Geïnterviewde dient binnen een vooraf gestelde termijn op het gespreksverslag te reageren waarna deze reactie in het gespreksverslag wordt verwerkt. Kunnen de onderzoekers en de geïnterviewde het niet eens worden over de tekst van het verslag, dan wordt de afwijkende mening van de betrokkene opgenomen in een apart verslag. Dat wordt aan het gespreksverslag gehecht.</al></li></lijst><al><onderstreept>Documentonderzoek en data-analyse</onderstreept></al><al/><al>Naast het afnemen van interviews vormen documentonderzoek en data-analyse vaak de basis voor een feitenonderzoek. Gedacht kan worden aan correspondentie rondom een bepaald dossier, gespreksverslagen, notulen, personeelsdossiers, evaluaties, contracten, projectplannen, leveranciersoverzichten, facturenoverzichten, etc. Documentonderzoek en data-analyse kunnen zowel fysiek als digitaal plaatsvinden.</al><al/><al>In het geval de onderzoeker de beschikking wenst te hebben over geheime documentatie wordt daartoe een verzoek ingediend bij het bevoegd gezag die daar vervolgens een beslissing over neemt.</al><al/><al><vet>Inzet overige onderzoeksmethoden</vet></al><al/><al>Naast interviews en documentonderzoek kunnen ook nog andere methodieken worden ingezet. Onderstaand een opsomming van de belangrijkste daarvan met een korte beschrijving. Deze onderzoeksmethoden vormen een vergaande inbreuk op de privacy van een persoon. Bij de inzet van deze onderzoeksmethoden spelen daarom zeer nadrukkelijk de uitgangspunten van proportionaliteit en subsidiariteit en privacy.</al><al/><al><cursief>Onderzoek van de digitale werkomgeving</cursief></al><al/><al>Het doorzoeken van de digitale werkomgeving houdt in dat de persoonlijke data en/of mailomgeving van de betrokkene onderzocht worden.</al><al/><al><cursief>Onderzoek van de fysieke werkplek</cursief></al><al/><al>Het doorzoeken van de fysieke werkplek houdt in dat de plek waar betrokkene zijn werkzaamheden verricht wordt doorzocht. Het doorzoeken van de werkomgeving dient bij voorkeur door minimaal twee onderzoekers te geschieden. De onderzoekers leggen de resultaten van dit onderzoek vast.</al><al/><al><cursief>Observatie</cursief></al><al/><al>Het observeren van betrokkene kan noodzakelijk zijn om handelingen of gedragingen van betrokkene die een vermoeden van een integriteitschending opleveren, te bevestigen. Onderscheid kan gemaakt worden tussen statische observatie (observeren werkplek) en dynamische observatie (observeren persoon). Bij observatie kan gebruik worden gemaakt van een camera.</al><al/><al><vet>C.  Rapportage</vet></al><al><cursief>Opstellen conceptrapport</cursief></al><al/><al>Na afronding van de onderzoek werkzaamheden wordt door de onderzoeker een conceptrapport opgesteld. Het rapport bevat in ieder geval:</al><al/><lijst><li nr="•"><al>De aanleiding van het onderzoek;</al></li><li nr="•"><al>De onderzoeksvragen;</al></li><li nr="•"><al>De uitgevoerde werkzaamheden;</al></li><li nr="•"><al>Een beschrijving van alle relevante feiten en omstandigheden;</al></li><li nr="•"><al>Een beantwoording van de onderzoeksvragen.</al></li></lijst><al>Eventueel bevat het rapport een weging van de geconstateerde feiten en omstandigheden in het licht van een normenkader. In een normenkader kunnen bijvoorbeeld normen uit de Gedragscode voor ambtenaren gemeente IJsselstein worden opgenomen. Dit is afhankelijk van de onderzoeksvraag.</al><al/><al><cursief>Inzage betrokkenen</cursief></al><al/><al>Alvorens het conceptrapport door de onderzoeker wordt opgeleverd aan het bevoegd gezag hebben betrokkenen het recht om de op hem of haar betrekking hebbende delen van het conceptrapport in te zien. In het geval het onderzoek zich richt op één persoon dan zal deze persoon doorgaans recht hebben op inzage in het integrale conceptrapport.</al><al/><al>Betrokkenen hebben het recht om binnen een redelijke termijn een reactie te geven op het rapport richting de onderzoeker. Deze reactie kan betrekking hebben op de feiten of op een eventueel oordeel. Het is aan de onderzoeker hoe deze reactie (al dan niet) in het rapport wordt verwerkt.</al><al/><al>In het geval een oordeel wordt gegeven over het handelen van een of meerdere personen kan ervoor gekozen worden betrokkenen tweemaal inzage te geven. Eenmaal op de feiten en eenmaal op de feiten en het oordeel. Deze beoordeling is aan de onderzoeker.</al><al/><al><cursief>Oplevering (concept)rapportage</cursief></al><al/><al>Door de onderzoeker wordt de conceptrapportage opgeleverd aan het bevoegd gezag. Door het bevoegd gezag wordt aangegeven of door de onderzoeker is voldaan aan de onderzoeksopdracht. Als dat het geval is dan wordt de rapportage definitief gemaakt door de onderzoeker en opgeleverd aan het bevoegd gezag.</al><al/><al>Is niet voldaan aan de onderzoeksopdracht dan kan het nodig zijn aanvullende onderzoek werkzaamheden uit te voeren of zaken in het conceptrapport te verduidelijken. Door het bevoegd gezag mag geen invloed worden uitgeoefend op de inhoud van de rapportage.</al><al/><al><vet><cursief>4.  Vervolg na onderzoek</cursief></vet></al><al>Na afronding van het onderzoek is het aan het bevoegd gezag om daar opvolging aan te geven. Daarin worden in ieder geval de volgende stappen genomen. Zie ook artikel 8 van de meldregeling.</al><al/><al><cursief>Reactie op onderzoeksrapport</cursief></al><al/><al>Nadat het definitieve rapport door de onderzoeker is opgeleverd zendt het bevoegd gezag het integrale onderzoeksrapport aan betrokkene. Betrokkene kan daar binnen twee weken zijn of haar reactie op geven. Vervolgens kan het bevoegd gezag met betrokkene in gesprek treden over het onderzoeksrapport en zijn of haar reactie daarop.</al><al/><al><cursief>Besluitvorming bevoegd gezag</cursief></al><al/><al>Naar aanleiding van het onderzoeksrapport, de reactie daarop van betrokkene en een eventueel gesprek daarover tussen het bevoegd gezag en betrokkene neemt het bevoegd gezag een besluit over eventuele arbeidsrechtelijke consequenties voor betrokkene. Tegen een besluit dat voor betrokkene rechtspositionele gevolgen heeft staan rechtsmiddelen open. </al><al/><al><vet>Communicatie en nazorg</vet></al><al/><al><cursief>Communicatie</cursief></al><al/><al>Het bevoegd gezag en de onderzoeker zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de communicatie richting eventuele melder en betrokkene over het onderzoek. Het bevoegd gezag communiceert vanuit de rol als opdrachtgever van het onderzoek en de onderzoeker vanuit zijn rol als uitvoerder van het onderzoek.</al><al/><al>Naast het bevoegd gezag en de onderzoeker is er ook nog de leidinggevende van de betrokkene. De leidinggevende houdt contact met de betrokkene vanuit de rol als werkgever tenzij dit bij een andere persoon is belegd. Zowel in het geval de betrokkene aan het werk is gedurende het onderzoek als in het geval dat de betrokkene geschorst is.</al><al/><al>In elke fase van het onderzoek dient het bevoegd gezag een afweging te maken over de communicatie. Daarbij draait het om het vinden van het juiste midden tussen enerzijds openheid en anderzijds de privacy van de betrokkenen. Het uitgangspunt bij de communicatie is dat eventuele melder en betrokkene zo goed mogelijk worden meegenomen en op de hoogte worden gehouden als mogelijk is binnen de grenzen van het onderzoek en de privacy.</al><al/><al>In dit onderzoeksprotocol en in de meldregeling is opgenomen op welke momenten in ieder geval wordt gecommuniceerd met de betrokkene en de eventuele melder. Voor de rest geldt dat communicatie maatwerk betreft en afhankelijk is van de omstandigheden van het geval.</al><al/><al><cursief>Nazorg</cursief></al><al/><al>Een onderzoek kan blijvende onrust tot gevolg hebben. In het bijzonder binnen het organisatieonderdeel team waar een betrokkene werkzaam is of was. In zo’n geval kan een nazorggesprek zinvol zijn. Een nazorggesprek is een nabespreking binnen het organisatieonderdeel waar een intern onderzoek naar een vermoeden van een integriteitsschending of misstand heeft plaatsgevonden. Afhankelijk van de omstandigheden kunnen daarbij het bevoegd gezag, de leidinggevende en/of de betrokken onderzoeker aanwezig zijn.</al><al/><al><vet><cursief>Vastgesteld in de collegevergadering van 26 november 2024,</cursief></vet></al><al/><al>drs. W.M. van de Werken </al><al>secretaris</al><al/><al>mr. P.J.M. van Domburg</al><al>burgemeester</al></bijlage></regeling></body></cvdr>