<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72820_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verzorgd wonen in Meerssen: meerjarenplanning 2009 - 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Meerssen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Meerssen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">-</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verzorgd wonen in Meerssen: meerjarenplanning 2009 - 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Geen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-04-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-04-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-04-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009/1468</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verzorgd wonen in Meerssen: meerjarenplanning 2009 - 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Verzorgd wonen in Meerssen: meerjarenplanning 2009 – 2015</al><al>Versie 19-03-2009</al><al>Status definitief</al><al>Advies Wmo platform 26-3-2009</al><al>Advies andere beleidsterreinen 11-3-2009</al><al>Datum akkoord mt 18-03-2009</al><al>Datum akkoord B&amp;W 24-03-2009</al><al>Datum commissie 02-04-2009</al><al>Datum Gemeenteraad 23-04-2009</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1 INLEIDING</titel></kop><afdeling><kop><titel>1.1 Voorwoord</titel></kop><structuurtekst><al>De gemeente Meerssen is in 2005 gestart met het eerste
                                uitvoeringsjaar van het Uitvoeringsprogramma WWZ 2005-2010
                                <sup>[1]</sup>. Dit Uitvoeringsprogramma heeft in Meerssen
                                geresulteerd in de uitvoering van een aantal deelprojecten.
                                Inmiddels zijn we een aantal jaren verder en is de behoefte ontstaan
                                om de integrale visie wonen-welzijn-zorg uit te werken en te
                                vertalen naar deelprojecten in uitvoering en naar nieuwe
                                deelprojecten.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.2 Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Wij gebruiken het huis op de voorzijde als symbool om aan te geven
                                dat we koers gezet hebben om de slogan ‘Verzorgd wonen in Meerssen’
                                vorm te geven. In Meerssen willen we ons niet beperken tot de
                                ‘stenen’, maar ons ook richten op het ‘steunen’.</al><al>We hebben ervoor gekozen om ons blikveld in eerste instantie te
                                richten op het jaar 2015, dus voor middellange termijn. Daar waar
                                mogelijk wordt aandacht besteed aan de ontwikkelingen tot 2020.
                                Samen met het Wmo beleidsplan ‘Meerssen op Maat <sup>[2]</sup>’ en
                                de lokale nota volksgezondheidsbeleid ‘Meerssen Gezond
                                <sup>[3]</sup>’, inclusief Jeugdgezondheidszorg, vormt de nota
                                Wonen, Welzijn en Zorg het totale palet aan lokaal beleid voor wonen
                                met welzijn en zorg voor de komende jaren. Als basis dient het
                                concept ‘Toekomstvisie van de gemeente Meerssen’<sup>[4]</sup>. De
                                genoemde nota’s zijn onderling met elkaar verbonden, zowel wat
                                betreft de beleidsontwikkeling als de operationalisering daarvan.
                                Dat wil zeggen dat in de uitvoering, daar waar zaken elkaar raken of
                                overlappen, zoveel mogelijk gezamenlijk wordt opgetrokken.</al><al>Bij de samenstelling van deze nota is gebruik gemaakt van voor
                                wonen, welzijn en zorg bestaande relevante documenten,
                                trendrapportages en onderzoeksrapporten zoals opgenomen in
                                bijgevoegde bronnenlijst. Tevens is rekening gehouden met de
                                woonvisie van Meerssen <sup>[5]</sup>, die zich met name richt op
                                het zogenaamde extramurale wonen. De onderwerpelijke notitie is
                                hieraan complementair omdat hierin de zogenaamde extramurale
                                component is opgenomen. Daarnaast is het Wmo-platform geconsulteerd
                                over de inhoud van deze nota.</al><al>In hoofdstuk 2 leest u welke visie ten grondslag ligt aan onze
                                uitvoering van integraal Wonen-Welzijn- Zorgbeleid.</al><al>De uitvoering van de integrale visie wonen-welzijn-zorg is
                                uitgewerkt in 8 deelprojecten in hoofdstuk 3. Deze deelprojecten
                                hebben allen een samenhang met het beleidsveld maatschappelijke
                                ondersteuning en met het beleidsveld volksgezondheidsbeleid.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2 VISIE WONEN-WELZIJN-ZORGBELEID</titel></kop><afdeling><kop><titel>2.1 Visie</titel></kop><structuurtekst><al>De gemeente Meerssen wil dat mensen met een zorgvraag hun plek in de
                                gemeenschap blijven houden en niet per definitie achter de geraniums
                                en/of in een zorginstelling belanden. Zorg hoort niet alleen in een
                                instelling, maar ook gewoon thuis. Een zorgcentrum in zijn
                                traditionele vorm is niet voldoende meer. Een nieuwe organisatie van
                                wonen, welzijn en zorg is nodig.</al><al>Met wonen-welzijn-zorg wordt uitdrukking gegeven aan de gedachte dat
                                mensen met een zorgvraag een volwaardige plek in de eigen
                                woonomgeving en in de samenleving (moeten) kunnen blijven innemen
                                <sup>[6]</sup>. Het accent ligt op het zo lang mogelijk zelfstandig
                                kunnen blijven wonen van ouderen en zorgvragers in de gewenste
                                omgeving, met een goed woon-, welzijns- en zorgaanbod. Hiermee wordt
                                bedoeld dat in juiste onderlinge samenhang, deze drie disciplines
                                borg staan voor een goed woon-en leefklimaat voor deze (zelfstandig
                                wonende) doelgroepen. Het doel van wonen-welzijn-zorgbeleid
                                (WWZ-beleid) is om ouderen en zorgvragers (ouderen, lichamelijk
                                en/of verstandelijk gehandicapten, (ex-) psychiatrische patiënten)
                                lokaal maatwerk te bieden ten aanzien van wonen, welzijn en zorg. De
                                gemeente Meerssen heeft daarom de titel ‘Verzorgd wonen in Meerssen’
                                gekozen. Om onze ambitie aan te geven: Meerssen wil de kwaliteit van
                                leven van de individuele burger in zijn omgeving laten toenemen.
                                Daar waar het goed toeven is, willen mensen naar toe komen of
                                blijven en bijdragen aan de samenleving. Deze ambitie loopt als een
                                rode draad door alles wat te maken heeft met wonen-welzijn-zorg. De
                                titel en de ambitie mogen natuurlijk geen loze boodschap zijn.</al><al>Door landelijke, provinciale en regionale ontwikkelingen, zoals de
                                Wet maatschappelijke ondersteuning, de verdergaande overheveling van
                                een aantal onderdelen van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
                                naar onder andere de Wet maatschappelijke ondersteuning en het
                                provinciale Stimuleringsprogramma wonen, welzijn en zorg, krijgt
                                Meerssen met veel beleidsmatige veranderingen te maken. Ook de
                                woonwensen van de mensen, demografische ontwikkelingen en hiermee
                                samenhangend de veranderingen in het potentieel op de arbeidsmarkt,
                                zijn aanleiding tot beleidsmatige veranderingen voor Meerssen. Zij
                                probeert dit zoveel mogelijk te integreren in het lokale beleid. Dit
                                vraagt een constante aanpassing / bijstelling van de
                                beleidsuitgangspunten en uitvoering.</al><al>Bovenstaande leidt ertoe dat beleid ontwikkeld moet worden, waardoor
                                de leefbaarheid en samenhang in buurt, kern op een aanvaardbaar
                                niveau worden gebracht.</al><al>We kunnen dit samenvatten als volgt: bij het ontwikkelen van
                                integraal wonen-welzijn-zorgbeleid staan de leefbaarheid, het aanbod
                                van voorzieningen en diensten en de demografische ontwikkelingen
                                centraal. Deze drie factoren hebben een wisselwerking op
                                elkaar<sup>[7]</sup>.</al><al>De rol van de gemeente is bij de uitvoering van het woonbeleid
                                wezenlijk aan het veranderen. De gemeente zal steeds minder ‘op
                                afstand’ gaan sturen, maar heeft zowel een regierol als rol van
                                belanghebbende bij het WWZ-beleid. De gemeente krijgt te maken met
                                meer spelers dan voorheen. Denk hierbij aan woningcorporaties,
                                zorgorganisaties en welzijnsorganisaties. De gemeente zal beide
                                rollen inzetten om de prestatievelden vorm te geven.</al><al>Aan de betrokken regionale en lokale organisaties zal gevraagd
                                worden om lokale inspanningen te verrichten om tot een verantwoord
                                totaal concept WWZ te komen. Daarbij moet rekening gehouden worden
                                met de verschillen in de woon-, zorg- en welzijnswensen van de
                                doelgroepen, aangezien de groepen niet homogeen zijn in hun wensen
                                en behoeften. Dit vraagt zowel van de gemeente als van de
                                organisaties een kwantitatief en ook kwalitatief breed aanbod van
                                allerlei op maat gesneden concepten. Lokaal maatwerk moet dus
                                toegepast worden voor zowel het individu als de collectieve
                                groep.</al><al>De gemeente Meerssen heeft inmiddels een visie op maatschappelijke
                                ondersteuning geformuleerd en op gezondheid en deze 2 visies tevens
                                gekoppeld aan elkaar. De visie op maatschappelijke ondersteuning
                                heeft als kern: de kwaliteit van leven van de individuele burger in
                                zijn omgeving te laten toenemen. Het gaat om de reële mogelijkheid
                                van een persoon iets te doen of te zijn. Burgers worden uitgedaagd
                                tot het inzetten van persoonlijke kwaliteiten voor de directe
                                omgeving. Gezondheid is een belangrijke factor bij het ervaren van
                                kwaliteit van leven. Leefbaarheid is een van de thema’s binnen de
                                Wmo. Bij de WWZ is leefbaarheid het centrale thema oftewel de
                                paraplu voor WWZ: de burger denkt immers breder dan WWZ. Daarom zien
                                wij de visie op wonen-welzijn-zorgbeleid als een uitwerking van de
                                visie op maatschappelijke ondersteuning. De visie op de
                                maatschappelijke ondersteuning is dan de overkoepelende visie. U
                                treft geen aparte welzijnsvisie of zorgvisie aan: welzijn en zorg
                                zijn in relatie met elkaar en met het wonen gebracht.</al><al>De gemeente Meerssen noemt de volgende uitgangspunten van de visie
                                op wonen-welzijn-zorgbeleid:</al><table><tgroup cols="1"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al> Uitgangspunten visie wonen-welzijn-zorgbeleid
                                                  Het gaat om inclusief en integraal beleid, voor
                                                  alle burgers: fysiek, sociaal en economisch Met
                                                  als doel zelfstandig wonen en participatie van
                                                  inwoners te bevorderen WWZ wordt gepositioneerd
                                                  binnen het kader van de leefbaarheid van kernen
                                                  Het WWZ vormt een belangrijk speerpunt voor
                                                  specifieke doelgroepen: ouderen, (lichamelijk en
                                                  verstandelijk) gehandicapten en (ex-)
                                                  psychiatrische patiënten Integrale aanpak: de
                                                  meervoudige rol van de gemeente:regierol en rol
                                                  van belanghebbende centrale positie van de
                                                  burgers: persoonsgerichte aanpak planontwikkeling,
                                                  onder andere met behulp van kernpeiling
                                                  ketensamenhang: in juiste onderlinge samenhang van
                                                  de drie disciplines wonen, welzijn en zorg
                                                  persoonsgerichte aanpak (in complexe gevallen)
                                                  casemanagement voorzieningen op juiste schaal:
                                                  onder andere uitwerking in woonservicegebied
                                                  preventie en curatie Uitwerking naar wonen (hier
                                                  ligt een duidelijke relatie naar de woonvisie
                                                  [8]): levendig voorzieningenhart geschikte
                                                  woonvormen, namelijk een continuüm van hoge naar
                                                  lage zorgbehoefte: intramuraal verblijf, beschermd
                                                  wonen (clusterwonen), verzorgd wonen
                                                  (beschut/begeleid wonen/woonzorgcomplex) en
                                                  verspreid zelfstandig wonen (nultredenwoningen)
                                                  streven naar optimale spreiding juiste
                                                  differentiatie in koop en huur in verband met
                                                  uiteenlopende inkomenssituatie. Uitwerking naar
                                                  welzijn: het gaat hier om het maatschappelijk
                                                  steunsysteem, uitgewerkt in vijf basisfuncties:
                                                  informatie en advies sociale participatie
                                                  activering hulpverlening en begeleiding gericht op
                                                  zelfstandigheid en zelfredzaamheid ondersteuning
                                                  gericht op het versterken van het zelfzorg en
                                                  ondersteuning van individuen waarbij sprake is van
                                                  afname van competenties. Uitwerking naar zorg:
                                                  zorg met als doel werken naar optimale zelfzorg
                                                  planbare en onplanbare zorg haaldiensten
                                                  brengdiensten. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Ouderen en zorgvragers hebben specifieke behoeften op het gebied van
                                wonen, welzijn en zorg. Als gevolg van enerzijds de vergrijzing en
                                anderzijds de vermaatschappelijking van de zorg, waarbij
                                grootschalige zorginstellingen steeds meer gedeconcentreerd zorg
                                aanbieden, blijven steeds meer zorgvragers zo lang mogelijk
                                zelfstandig thuis wonen. Hierdoor ontstaat er behoefte aan welzijn
                                en zorg op maat, aan huis en in de kernen en aan specifieke
                                zorgwoningen.</al><al>Alle partijen in Meerssen vinden het belangrijk om in te spelen op
                                de vraag en behoeftes van zorgvragers. Uitgangspunt daarbij is dat
                                mensen die dat willen, zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen.
                                De zorg en welzijn moet in dat geval bij de mensen thuis kunnen
                                worden gebracht, dan wel vlak in de buurt worden aangeboden. We
                                denken echter dat het een utopie is dat elke vorm van zware zorg in
                                alle omstandigheden aan elk huis kan worden gebracht. Je ontkomt er
                                niet aan dat mensen met bepaalde zorg- en/of welzijnsvragen toch
                                zullen ‘moeten’ verhuizen. Dat betekent dat er een aanbod van
                                geschikte huisvesting rondom voorzieningenconcentraties van haal- en
                                brengdiensten moet komen.</al><al>Zodoende gaan we in deze visie uit van een twee sporen beleid:</al><lijst><li nr="-"><al>enerzijds faciliteren we ouderen en zorgvragers om zo lang
                                        mogelijk zelfstandig te blijven wonen in de eigen kern en
                                        woning</al></li><li nr="-"><al>anderzijds is er sprake van clustering van woonvormen bij
                                        voorzieningen. Herstructurering en nieuwbouw zal hiervoor
                                        kansen bieden.</al></li></lijst><al>Het twee sporen beleid krijgt in 8 deelprojecten handen en voeten.
                                De deelprojecten zijn van een verschillende orde en in onderlinge
                                samenhang. In de nu voorliggende nota wordt beschreven de benodigde
                                welzijns- en zorginfrastructuur van de kernen <sup>[9]</sup> in
                                Meerssen en tevens de geschikte huisvesting. Dit uitgewerkt in de
                                deelprojecten ‘Sterke kernen’. De overige deelprojecten moeten
                                gezien worden als onderdelen van de projecten ‘Sterke kernen’.
                                Hieronder is dit voor u in beeld gebracht:</al><al>Overzicht 1:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1" thscope="row"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Sterke kernen: Meerssen/ Rothem</al></entry><entry colname="col3"><al>Sterke kernen: Bunde</al></entry><entry colname="col4"><al> Sterke kernen: Geulle en Ulestraten </al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Monitoring leefbaarheid en sociale
                                                  samenhang</al></entry><entry colname="col2"><al>X</al></entry><entry colname="col3"><al>X</al></entry><entry colname="col4"><al>X</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Onderzoek vraag kwetsbare groepen</al></entry><entry colname="col2"><al>X</al></entry><entry colname="col3"><al>X</al></entry><entry colname="col4"><al>X</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al> Onderzoek toegankelijkheid 1ste en 2de
                                                  lijnsvoorzieningen </al></entry><entry colname="col2"><al>X</al></entry><entry colname="col3"><al>X</al></entry><entry colname="col4"><al>X</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Aanbod 24-uurs zorg</al></entry><entry colname="col2"><al>X</al></entry><entry colname="col3"><al>X</al></entry><entry colname="col4"><al>X</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Sterk doorverwijzen</al></entry><entry colname="col2"><al>X</al></entry><entry colname="col3"><al>X</al></entry><entry colname="col4"><al>X</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Centrum voor Gezond Leven</al></entry><entry colname="col2"><al>X</al></entry><entry colname="col3"><al>X</al></entry><entry colname="col4"><al>X</al></entry></row><row><entry colname="col1" thscope="row"><al>Ontwikkelen van een divers welzijnsaanbod</al></entry><entry colname="col2"><al>X</al></entry><entry colname="col3"><al>X</al></entry><entry colname="col4"><al>X</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2 Doelgroepen</titel></kop><structuurtekst><al>Dit beleid moet alle burgers en in het bijzonder de kwetsbare
                                groepen zoals ouderen, mensen met een beperking, chronisch zieken,
                                (ex) psychiatrische patiënten, en iedereen die zorg nodig heeft, een
                                samenhangend pakket bieden op het gebied van wonen, welzijn en zorg
                                in de gemeente Meerssen.</al><al>In Meerssen zal naast een daling van de bevolkingsomvang, de
                                gemiddelde leeftijd van de huishoudens tot 2020 sterk stijgen,
                                vooral het aantal huishoudens met personen van 70 jaar en ouder
                                stijgt sterk. Dit volgens de prognose van de Provincie Limburg en
                                volgens ETIL <sup>[10]</sup>. In Meerssen is deze trend sterker dan
                                het landelijke gemiddelde. De toename van het aandeel 70-plussers is
                                vrijwel lineair maar neemt het sterkst toe in de jaren 2008-2015. De
                                leeftijdsgroep van 40 tot en met 49 jaar (en daarmee het aantal
                                gezinnen) zal afnemen. Dit heeft vooral gevolgen voor de fysieke en
                                sociale infrastructuur, zoals sportverenigingen en scholen (andere
                                behoeften, afname van deelnemers) en voorzieningen speciaal gericht
                                op de oudere mens. Hierbij valt te denken aan zorgcentra en
                                zorgwoningen maar ook aan sport- en welzijnsactiviteiten die
                                aansluiten op de behoeften van ouderen. Bij het WWZ-beleid is het
                                belangrijk om bovenstaande verder te vertalen naar demografische
                                kenmerken en ontwikkelingen per kern.</al><al>Het accent zal vanwege de ontwikkelingen (krimp en vergrijzing) in
                                Meerssen liggen op afname van een aantal voorzieningen als
                                supermarkt(en) of sportverenigingen en juist een toenemend gebruik
                                van verenigingen die gericht zijn op senioren/ouderen als zangkoren
                                en vrijwilligersorganisaties. De vraag naar zorggerelateerde
                                voorzieningen blijft minimaal op het huidige niveau, behalve de
                                scholen (wel een daling van leerlingenaantal). Het kan zijn dat
                                voorzieningen meer geschikt (bijvoorbeeld de toegankelijkheid)
                                gemaakt moeten worden voor ouderen en gehandicapten. Bij de Bouwen
                                van woningen zal het accent meer liggen op de kwaliteit als op de
                                kwantiteit (denk bijvoorbeeld aan zorgwoningen en
                                levensloopbestendige woningen).</al><al>We zouden alles als volgt kunnen samenvatten: er is sprake van
                                bevolkingskrimp in combinatie met een veranderende samenstelling van
                                de bevolking. Dit vereist een omslag in het denken. De Provincie
                                omschrijft dit in een van haar nota’s als volgt: van ‘groei naar
                                krimp’ en van ‘meer naar beter’.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.3 Uitwerking</titel></kop><structuurtekst><al>De vraag van de kwetsbare groepen staat centraal bij het WWZ-beleid.
                                De gemeente zal ten aanzien van de doelgroepen zoveel mogelijk
                                rekening houden met de inrichting van haar woongebieden, de
                                toegankelijkheid van de openbare ruimte en de planning van
                                voorzieningen.</al><al>Zelfstandig wonen is zeker niet voor iedereen een geschikte
                                oplossing. De gemeente zal zich inspannen om de intramurale
                                voorzieningen met voldoende capaciteit te behouden binnen onze
                                gemeentelijke grenzen, zodat in het bijzonder kwetsbare ouderen niet
                                gedwongen worden om buiten hun leefomgeving te verhuizen. Binnen
                                onze gemeentelijke grenzen in letterlijke zin, maar ook in
                                figuurlijke zin. Het is namelijk vanuit efficiency niet mogelijk om
                                (veel) specialistische zorg binnen de gemeentegrenzen te halen.
                                Daarvoor is Meerssen een te kleine gemeente, die ermee rekening moet
                                houden met het tekort dat aan het ontstaan is op de arbeidsmarkt
                                zorg. De gemeente is er voorstander van dat naast de Bouwen van
                                zorgcomplexen ook kleinschalige projecten van groepswonen of
                                geclusterd wonen met vormen van zorg en dienstverlening ontwikkeld
                                worden.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.4 Betrokken partijen</titel></kop><structuurtekst><al>De gemeente streeft naar een gevarieerd aanbod van
                                WWZ-voorzieningen. Het aanbod moet aansluiten op de specifieke
                                situatie en behoefte van het individu, beschikbaar zijn op het
                                moment dat het nodig is, kwantitatief en kwalitatief van een goed
                                niveau zijn, betaalbaar en toegankelijk zijn.</al><al>Binnen haar mogelijkheden zal de gemeente vanuit haar regierol ten
                                aanzien van het lokale WWZ-beleid afspraken maken met de aanbieders
                                van zorg en dienstverlening over de samenwerking, samenhang en
                                vergroting van de vraagsturing.</al><al>Met de organisaties die een gemeentelijke subsidie ontvangen worden
                                steeds meer resultaatgerichte afspraken gemaakt.</al><al>Een ander aspect is dat het aanbod kritisch bekeken moet worden en
                                afgestemd moet worden op de vraag van de consumenten. Hierin is een
                                rol weggelegd voor belangenorganisaties. Een aantal
                                belangenorganisaties is vertegenwoordigd in het Wmo-platform, welke
                                de gemeente zal consulteren.</al><al>Op lokaal en regionaal niveau vindt de beleidsuitvoering plaats. De
                                verschillende lokale partijen moeten in onderlinge samenwerking de
                                lokale uitvoering van het WWZ-beleid ontwikkelen en uitvoeren. Het
                                moet duidelijk zijn wie de sturing (regierol) ter hand neemt om tot
                                een goede afstemming te komen tussen vraag en aanbod in de gemeente.
                                De regierol op het gebied van wonen en welzijn valt toe aan de
                                gemeente. Op het terrein van de zorg, dat geregeld en gefinancierd
                                wordt vanuit de AWBZ, ligt de regie bij de zorgverzekeraars, die dit
                                hebben gedelegeerd aan de zorgkantoren. Maar de zorgaanbieders
                                hebben door gewijzigde wet- en regelgeving (onder meer
                                zorgzwaartebekostiging) meer verantwoordelijkheid gekregen ten
                                aanzien van investeringen en daarmee de regie over
                                capaciteitsuitbreidingen. De gemeente moet daarom in nauw overleg
                                met zowel het zorgkantoor als de zorgaanbieders het beleid afstemmen
                                op het gebied van wonen, welzijn en zorg.</al><al>De gemeente zal de regiefunctie vervullen om een evenwichtig beleid
                                te ontwikkelen en in stand te houden ten behoeve van kwetsbare
                                groepen. De gemeente zal ook als facilitator en stimulator optreden.
                                De gemeente heeft zowel vrijwilligersorganisaties als professionele
                                organisaties nodig om groepen van burgers de vaardigheden te laten
                                ontwikkelen om zelf oplossingen te realiseren. De gemeente heeft
                                hierin een procesbewakende rol en zal zonodig het een en ander
                                stimuleren.</al><al>Om de verschillende functies (regisseur, facilitator, stimulator) op
                                een goede manier gestalte te geven heeft de gemeente een belangrijke
                                rol bij het zoeken en creëren van verbindingen, het stroomlijnen van
                                processen en het ontwikkelen van producten waar de markt om vraagt.
                                Inzet hierbij is om de samenhang tussen het
                                WWZ/WMO/gezondheidsbeleid en de maatschappelijke werkelijkheid
                                daadwerkelijk vorm te geven en te bewaken dat vernieuwing regelmatig
                                plaatsvindt.</al><al>Het beleid voor kwetsbare groepen raakt veel deelgebieden zoals
                                wonen, zorg, welzijn, informatie en advies, financiën en mobiliteit.
                                Het leveren van producten en diensten wordt verzorgd door zowel
                                vrijwilligersorganisaties als professionele organisaties, opererend
                                vanuit lokale en/of regionale basis. Deze organisaties zijn vaak
                                verbonden aan verschillende wettelijke kaders en verschillende
                                financieringsregimes. Ondanks deze verschillen verwachten we van
                                alle participanten een flexibele opstelling om deze toekomstige
                                beleidsveranderingen in te voeren, waarin de volgende uitgangspunten
                                centraal staan:</al><lijst><li nr="-"><al>het gaat niet om wat de partijen nu al leveren, maar wat
                                        nodig is</al></li><li nr="-"><al>kwaliteit, kwantiteit en diversiteit op maat</al></li><li nr="-"><al>het gaat niet om wie de producten en diensten levert maar
                                        tegen welke voorwaarden</al></li><li nr="-"><al>de mogelijkheid om producten en diensten flexibel aan te
                                        passen aan de veranderende vraag/ontwikkelingen</al></li><li nr="-"><al>een communicatieve houding ten aanzien van de kwetsbare
                                        groepen, de collega-organisaties en de subsidiënten.</al></li></lijst><al>Samenwerkende partijen op het gebied van WWZ tot nu toe, zijn:</al><al>Belangenorganisaties:</al><al>- Gehandicapten Organisatie Meerssen</al><al>- Seniorenplatform</al><al>- Wmo-platform</al><al>Eerstelijnzorg:</al><al>- Apothekers</al><al>- Eerstelijns geestelijke gezondheidzorg</al><al>- Fysiotherapeuten</al><al>- Huisartsen</al><al>- Logopedisten</al><al>- Tandartsen</al><al>- Verloskundigen</al><al>Gehandicaptenorganisaties:</al><al>- Radar</al><al>Gemeentelijke diensten: afdeling Inwonerszaken, afdeling Bouwen
                                &amp; Milieu</al><al>Gezondheidszorg</al><al>- Apotheken</al><al>- Consultatiebureaus</al><al>- GGD</al><al>GGZ-instelling</al><al>- Mee</al><al>- Mondriaan Zorggroep</al><al>- Vijverdal-RIAGG</al><al>Mantelzorgorganisaties:</al><al>- Steunpunt Mantelzorg Rode Kruis Zuidelijk Zuid-Limburg</al><al>Parochie</al><al>Politie</al><al>Provincie Limburg</al><al>Vrijwilligersorganisaties:</al><al>- Zonnebloem</al><al>Welzijnsorganisaties:</al><al>- Stichting Trajekt</al><al>Woningbouwcorporaties:</al><al>- Woonpunt</al><al>- Woningstichting Meerssen</al><al>Zorgkantoor</al><al>Zorgorganisaties:</al><al>- GroenekruisDomicura (gecontracteerde vanwege Hulp bij het
                                Huishouden)</al><al>- Orbis medisch en zorgconcern (gecontracteerde vanwege Hulp bij het
                                Huishouden)</al><al>- Stichting Cicero</al><al>- Stichting Mosae Zorggroep (gecontracteerde vanwege Hulp bij het
                                Huishouden)</al><al>- Stichting Vivre</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.5 Interne structuur</titel></kop><structuurtekst><al>Het kan maar niet genoeg benadrukt worden, dat WWZ-beleid integraal
                                beleid dient te zijn. Het raakt diverse gemeentelijke afdelingen en
                                omdat er met name een samenhang is met de beleidsvelden Wmo en Wonen
                                is er gekozen voor een interne afstemming. Regelmatig zullen de
                                portefeuillehouders Wmo en Wonen, hoofd Inwonerszaken, hoofd Bouwen
                                &amp; Milieu en de regisseur WWZ –Wmo met elkaar overleggen over de
                                voortgang en waar nodig bijsturen. Het Wmo-platform dient als
                                belangrijk adviesorgaan. De monitoring van de voortgang in
                                WWZ-beleid zal gedaan worden door de ambtelijke regiegroep
                                WWZ-Wmo.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.6 Overleg met de inwoners over de WWZ plannen</titel></kop><structuurtekst><al>De uitvoering van de 8 deelprojecten in kader van de WWZ raakt naast
                                de verschillende beleidsvelden en de betrokkene organisaties ook een
                                groot deel van de bevolking, net als de Wmo. Iedereen krijgt op den
                                duur op een of andere manier te maken met WWZ-ontwikkelingen, soms
                                als gebruiker, mantelzorger of als betrokkene bij een familielid.
                                Het is een veel omvattend beleidsgebied waarin allerlei concepten
                                mogelijk zijn. Wederzijdse communicatie met de bevolking biedt de
                                gemeente en de organisaties de mogelijkheid om haar
                                beleidsoverwegingen en voornemens aan te scherpen.</al><al>Het doel is:</al><lijst><li nr="-"><al>de communicatie met de inwoners vanwege de rol als
                                        (toekomstige) gebruiker of (toekomstige) mantelzorger te
                                        optimaliseren</al></li><li nr="-"><al>de inwoners te (blijven) informeren over de voorgenomen
                                        plannen en</al></li><li nr="-"><al>de (deel)resultaten en rekening te houden met de
                                        vragen/opmerkingen van de inwoners bij het ontwikkelen van
                                        WWZ-beleid.</al></li></lijst><al>De communicatie zal gebeuren via:</al><lijst><li nr="•"><al>rubriek op de gemeentepagina in de Geulbode</al></li><li nr="•"><al>rubriek op de homepagina van de gemeente door middel van
                                        vast aanklikpunt (informatie over de deelprojecten en de
                                        voortgang)</al></li><li nr="•"><al>vast aanspreekpunt zowel fysiek als digitaal</al></li></lijst><al>De benodigde ambtelijke capaciteit per jaar (inclusief evaluatie)
                                is: 50 uren.</al><al>De financiële onderbouwing van deze communicatie wordt nog
                                uitgewerkt.</al><al>De monitoring van de communicatie extern wordt in het Wmo-platform
                                en de ambtelijke regiegroep WWZ-Wmo gevolgd. Ieder half jaar wordt
                                de communicatie geëvalueerd. Tevens zullen onderzoeken als de
                                kernpeilingen en klanttevredenheidsonderzoek een beoordeling geven
                                van de communicatie.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3 MEERJARENPLANNING DEELPROJECTEN WONEN-WELZIJN-ZORGBELEID
                            2009-2015</titel></kop><afdeling><kop><titel>3.1 Deelproject Monitoring leefbaarheid en sociale
                                samenhang</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Korte beschrijving</tussenkop><al>In het eerste prestatieveld van de Wmo staat: “bevorderen van de
                                    sociale samenhang in en leefbaarheid van dorpen, wijken en
                                    buurten”. Dit prestatieveld is breed geformuleerd. De gemeente
                                    heeft hier dan ook een grote vrijheid om lokaal invulling te
                                    geven en prioriteiten te stellen.</al><al>De gemeente wil dat onder andere de kwetsbare groepen zo lang
                                    mogelijk zelfstandig moeten kunnen blijven wonen. Om dit
                                    mogelijk te maken moeten zij gebruik kunnen maken van allerlei
                                    aanvullende diensten en producten. De behoefte hieraan moet in
                                    kaart worden gebracht en de ontwikkeling in de behoefte moet
                                    gevolgd worden. De periodieke kernpeiling zal echter niet alleen
                                    gericht zijn op de kwetsbare groepen, maar ook op de mensen die
                                    lichamelijk en geestelijk volledig gezond zijn. De mate van
                                    leefbaarheid en sociale samenhang wordt immers zowel door de
                                    kwetsbare mensen als de zogenaamd volledig gezonde mensen
                                    bepaald.</al><al>De leefbaarheid in de kernen staat echter onder druk, denk aan
                                    de demografische ontwikkelingen, ontwikkelingen op het gebied
                                    van detailhandel en mobiliteit. We moeten goed de ontwikkelingen
                                    beleidsmatig vertalen en zo de leefbaarheid opnieuw gaan
                                    invullen.</al><al>Allereerst zullen de begrippen ‘leefbaarheid’ en ‘sociale
                                    samenhang’ handen en voeten gegeven moeten worden. In de
                                    ‘Toekomstvisie van de gemeente Meerssen’<sup>[11]</sup>’ is
                                    uitgewerkt de manier waarop Meerssen een woon- en leefgemeente
                                    wil zijn en hoe zij inzet op het behoud van haar vitale
                                    leefkernen en een landelijke, rustige woonomgeving. Zo wordt in
                                    de ‘Toekomstvisie’ ingegaan op leefbaarheid en vitaliteit van de
                                    kernen. Het gaat bij leefbaarheid om zowel de woning, de
                                    woonomgeving als ook de sfeer en de
                                    voorzieningen<sup>[12]</sup>. Ook het begrip sociale samenhang
                                    moet ingevuld worden. Het is net als ‘leefbaarheid’ een
                                    containerbegrip. De volgende definitie van sociale samenhang is
                                    een prima definitie om mee te starten: Sociale samenhang is de
                                    mate waarin mensen in hun gedrag en beleving uitdrukking geven
                                    aan hun betrokkenheid bij maatschappelijke verbanden in hun
                                    persoonlijke leven, als burger in de maatschappij en als lid van
                                    de samenleving<sup>[13]</sup>. Er bestaan nogal wat misvattingen
                                    over sociale samenhang, namelijk dat een sterke sociale
                                    samenhang altijd wenselijk is, of dat het fysiek bij elkaar
                                    brengen van mensen ‘vanzelf’ wel resulteert in contact en
                                    uiteindelijk tot een goede samenwerking. Sterke sociale
                                    samenhang kan bijvoorbeeld ook leiden tot uitsluiting van
                                    bepaalde (groepen van) mensen.</al><al>Om de behoeften en beoordeling van de inwoners van kernen over
                                    leefbaarheid en sociale samenhang te inventariseren (nulmeting)
                                    en de effecten van het beleid te monitoren, zal 4-jaarlijks een
                                    kernpeiling gehouden worden.</al><al>Gedacht wordt aan een enquête die op drie manieren ingevuld kan
                                    worden, namelijk:</al><lijst><li nr="-"><al>via een internetverbinding</al></li><li nr="-"><al>informatiecentrum van de bibliotheek</al></li><li nr="-"><al>schriftelijk (eventueel met hulp)</al></li></lijst><tussenkop> Doel / resultaat</tussenkop><al>De periodieke kernpeiling (1 maal per 4 jaar) moet een
                                    representatief beeld opleveren waarin de beoordeling en
                                    behoeften van de inwoners van de kernen in kaart wordt gebracht.
                                    Deze gegevens worden gebruikt om onder andere deelprojecten vorm
                                    te geven en om het inkoopbeleid en de ontwikkeling van diensten
                                    en producten af te stemmen op de behoefte van de inwoners van de
                                    kernen.</al><tussenkop> Beschikbare kwantitatieve en/of kwalitatieve informatie op
                                    dit moment om beleid op te kunnen maken</tussenkop><al>Er zijn op dit moment wat betreft de gemeente Meerssen geen
                                    kwantitatieve en kwalitatieve gegevens die een beeld geven van
                                    de leefbaarheid en sociale samenhang.</al><tussenkop> Tijdspad: fasering en planning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>eind 2008 worden mogelijke instrumenten om de
                                            leefbaarheid te meten en te monitoren gepresenteerd</al></li><li nr="2."><al>eind 2009 wordt een besluit genomen over de wijze van
                                            kernmonitoring, belangrijk is hierbij de
                                            operationalisatie van de begrippen leefbaarheid en
                                            sociale samenhang door de gemeente Meerssen, tevens hoe
                                            de monitoring een plek heeft binnen de
                                            burgerparticipatie en beleidscyclus</al></li><li nr="3."><al>in februari 2010 is de opzet van het enquêteformulier
                                            klaar</al></li><li nr="4."><al>in maart 2010 worden de enquêteurs geïnstrueerd</al></li><li nr="5."><al>april-juni 2010 wordt de nulmeting ‘leefbaarheid en
                                            sociale samenhang’ uitgevoerd</al></li><li nr="6."><al>in augustus 2010 komen de statistische gegevens ter
                                            beschikking van de gemeente</al></li><li nr="7."><al>in oktober 2010 zijn de statistische gegevens verwerkt
                                            in een rapport.</al></li></lijst><al>In 2014, 2018, enzovoort, dus 1 maal per 4 jaren, zal de
                                    leefbaarheid en sociale samenhang opnieuw gemeten worden.</al><tussenkop> Betrokken organisaties</tussenkop><al>Bij het ontwikkelen van de kernmonitoring wordt in eerste
                                    instantie het Wmo-platform betrokken. Mogelijk hebben in een
                                    later stadium andere organisaties nog inbreng.</al><tussenkop> Verantwoordelijkheden</tussenkop><al>De gemeente heeft in het kader van haar regisserende rol de
                                    verantwoordelijkheid voor het deelproject.</al><tussenkop> Financiële onderbouwing</tussenkop><al>Benodigde ambtelijke capaciteit (inclusief deelproject 3.2 +
                                    3.3):</al><lijst><li nr="-"><al>2009 (voorbereiding) : 50 uren<sup>[14]</sup></al></li><li nr="-"><al>2010 (eerste maal uitvoering + verantwoording) : 50
                                            uren</al></li><li nr="-"><al>2014 ev (voorbereiding, uitvoering + verantwoording) :
                                            50 uren</al></li></lijst><al>Financiële gevolgen (inclusief deelproject 3.2 + 3.3): wordt nog
                                    uitgewerkt.</al><tussenkop> Monitoring</tussenkop><al>De voortgang en de vertaling van de uitkomsten van het
                                    deelproject “monitoring leefbaarheid en sociale samenhang” wordt
                                    in het Wmo-platform en de ambtelijke regiegroep WWZ-Wmo gevolgd.
                                    Het deelproject maakt deel uit van het totaalplan WWZ en levert
                                    inzichten op ten behoeve van de ontwikkeling van allerlei
                                    producten en diensten.</al><tussenkop> Evaluatie</tussenkop><al>Na de analyse van de onderzoeksresultaten wordt het gehele
                                    deelproject geëvalueerd.</al><tussenkop> Risicoanalyse</tussenkop><al>Mogelijke risico’s kunnen zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>onvoldoende deelname aan de enquête door de
                                            doelgroepen</al></li><li nr="-"><al>onvoldoende integrale benadering van de aanpak
                                            resultaten</al></li><li nr="-"><al>onvoldoende ambtelijke capaciteit bij de gemeente.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.2 Deelproject Onderzoek vraag kwetsbare groepen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Korte beschrijving</tussenkop><al>De kwetsbare groepen zullen zo lang mogelijk zelfstandig moeten
                                    kunnen blijven wonen. Mensen die onder een kwetsbare groep
                                    vallen zijn bijvoorbeeld ouderen, gehandicapten (lichamelijk
                                    en/of verstandelijk) en (ex) psychiatrische patiënten. Om het zo
                                    lang mogelijk zelfstandig blijven wonen mogelijk te maken,
                                    moeten zij gebruik kunnen maken van allerlei aanvullende
                                    diensten / producten. De klant wordt vaak geconfronteerd met
                                    aanbieders die een aanbodgericht pakket bieden. Bij een andere
                                    dan een reguliere vraag, loopt de klant het risico om geen
                                    gehoor te vinden.</al><al>De gemeente subsidieert vele organisaties die gemaksdiensten
                                    leveren aan de kwetsbare groepen. De subsidierelatie is meestal
                                    structureel. Voor de gemeente is het belangrijk de vraag naar
                                    allerlei diensten en producten in kader het WWZ- beleid (en ook
                                    Wmo-beleid) te kennen zodat zij weet op welke manier op maat
                                    ingekocht kan worden ten behoeve van de doelgroep.</al><al>Om de vraag van de kwetsbare groepen te inventariseren
                                    wordt:</al><lijst><li nr="-"><al>de periodieke kernpeiling aangevuld met aparte vragen
                                            hierover, zodat mensen niet nog een keer op een ander
                                            moment belast worden met een vragenlijst, eventueel
                                            aangevuld met verdiepende gesprekken</al></li><li nr="-"><al>deelgenomen aan het 1 jaarlijkse
                                            klanttevredenheidsonderzoek Wmo</al></li><li nr="-"><al>gebruik gemaakt van de
                                            klanttevredenheidsonderzoeken/informatie van de
                                            gesubsidieerde organisaties.</al></li></lijst><tussenkop> Doel / resultaat</tussenkop><al>De enquête moet een representatief beeld opleveren van de vraag
                                    van de kwetsbare groepen. Deze gegevens worden gebruikt om onder
                                    andere de deelprojecten vorm te geven, om het inkoopbeleid en de
                                    ontwikkeling van diensten en producten af te stemmen op de
                                    behoefte van de kwetsbare groepen.</al><tussenkop> Beschikbare kwantitatieve en/of kwalitatieve informatie op
                                    dit moment om beleid op te kunnen maken</tussenkop><al>Er is op dit moment alleen in beeld welke specifieke vraag
                                    cliënten van de Wmo hebben, namelijk door middel van het
                                    klanttevredenheidsonderzoek Wmo. Hier gaat het dan alleen om:
                                    Hulp bij het Huishouden, individuele voorzieningen en vervoer.
                                    Het zijn zowel kwantitatieve als kwalitatieve gegevens.</al><tussenkop> Tijdspad: fasering en planning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>eind 2009 wordt een besluit genomen of in de
                                            kernmonitoring vragen opgenomen kunnen worden over de
                                            ‘vraag van kwetsbare groepen’, belangrijk is hierbij de
                                            operationalisatie van ‘vraag van kwetsbare groepen’</al></li><li nr="Indien"><al> ja: </al><lijst><li nr="2."><al>in februari 2010 is de opzet van het
                                                  enquêteformulier klaar</al></li><li nr="3."><al>in maart 2010 worden de enquêteurs
                                                  geïnstrueerd</al></li><li nr="4."><al>april-juni 2010 wordt de nulmeting ‘leefbaarheid
                                                  en sociale samenhang’ uitgevoerd</al></li><li nr="5."><al>in augustus 2010 komen de statistische gegevens
                                                  ter beschikking van de gemeente</al></li><li nr="6."><al>in oktober 2010 zijn de statistische gegevens
                                                  verwerkt in een rapport.</al></li></lijst></li><li nr="Indien"><al> nee:</al></li><li nr=""><al>2. eind 2009 besluit nemen over: hoe de vraag van
                                            kwetsbare groepen naar diensten en producten in kader
                                            WWZ en Wmo inzichtelijk te maken, verdere fasering en
                                            planning maken.</al></li></lijst><tussenkop> Betrokken organisaties</tussenkop><al>Bij het ontwikkelen van het onderzoek naar de vraag van
                                    kwetsbare groepen worden in eerste instantie het Wmo-platform,
                                    de zorgaanbieder Cicero, de zorgaanbieder Vivre,
                                    thuiszorgorganisaties, eerste lijns aanbieders als huisartsen,
                                    apotheken, basisscholen, voortgezet onderwijs, bibliotheek,
                                    winkeliers, verenigingen (bijvoorbeeld sport, scouting),
                                    Welzijnsorganisatie Trajekt, Woningstichting Meerssen en
                                    Woonpunt betrokken. Mogelijk hebben in een later stadium nog
                                    andere organisaties inbreng.</al><tussenkop> Verantwoordelijkheden</tussenkop><al>De gemeente heeft in het kader van haar regisserende rol de
                                    verantwoordelijkheid voor het deelproject.</al><tussenkop> Financiële onderbouwing</tussenkop><al>Benodigde ambtelijke capaciteit (inclusief deelproject 3.1.+
                                    3.3) :</al><lijst><li nr="-"><al>2009 (voorbereiding) : 50 uren<sup>[15]</sup></al></li><li nr="-"><al>2010 (eerste maal uitvoering + verantwoording) : 50
                                            uren</al></li><li nr="-"><al>2014 ev (voorbereiding, uitvoering + verantwoording) :
                                            50 uren</al></li></lijst><al>Financiële gevolgen (inclusief deelproject 3.1 + 3.3): wordt nog
                                    uitgewerkt.</al><tussenkop> Monitoring</tussenkop><al>De voortgang en de vertaling van de uitkomsten van het
                                    deelproject “onderzoek vraag kwetsbare groepen” wordt in het
                                    Wmo-platform en ambtelijke regiegroep WWZ-Wmo gevolgd. Het
                                    deelproject maakt deel uit van het totaalplan WWZ en levert
                                    inzichten op ten behoeve van de ontwikkeling van allerlei
                                    producten en diensten.</al><tussenkop> Evaluatie</tussenkop><al>Na de analyse van de onderzoeksresultaten wordt het gehele
                                    deelproject geëvalueerd.</al><tussenkop> Risicoanalyse</tussenkop><al>Mogelijke risico’s kunnen zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>onvoldoende deelname aan de enquête door de
                                            doelgroepen</al></li><li nr="-"><al>te weinig respons door de specifieke doelgroepen
                                            waardoor geen specifieke analyses gemaakt kunnen
                                            worden</al></li><li nr="-"><al>onvoldoende integrale benadering van de resultaten</al></li><li nr="-"><al>onvoldoende ambtelijke capaciteit bij de gemeente.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.3 Deelproject Onderzoek toegankelijkheid 1<sup>e</sup> en
                                2<sup>e</sup> lijnsvoorzieningen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Korte beschrijving</tussenkop><al>In hoeverre de 1<sup>e</sup> en 2<sup>e</sup> lijnsvoorzieningen
                                    toegankelijk zijn voor de kwetsbare groepen bestaat nog niet
                                    voldoende duidelijkheid op Meerssens niveau. Er is wel onderzoek
                                    gedaan in opdracht van de Provincie Limburg naar vraag en aanbod
                                    wat betreft de eerstelijns gezondheidszorg. Dit op Limburgse
                                    schaal en ook op schaal Maastricht en Mergelland. De resultaten
                                    zijn zeer bruikbaar bij dit deelproject en zullen dan ook
                                    gebruikt gaan worden bij onderzoek naar de mate van
                                    toegankelijkheid van beoogde voorzieningen in Meerssen.</al><al>Om de vraag van de kwetsbare groepen te inventariseren wordt een
                                    enquête gehouden onder de doelgroep.</al><al>Gedacht kan worden aan aparte vragen in de periodieke
                                    kernpeiling, zodat mensen niet nog een keer op een ander moment
                                    belast worden met een vragenlijst, eventueel aangevuld met
                                    verdiepende gesprekken.</al><tussenkop> Doel / resultaat</tussenkop><al>De enquête moet een representatief beeld opleveren waarin de
                                    toegankelijkheid van de 1<sup>e</sup> en de 2<sup>e</sup>
                                    lijnsvoorziening in kaart wordt gebracht. Deze gegevens worden
                                    gebruikt om onder andere de deelprojecten vorm te geven.</al><tussenkop> Beschikbare kwantitatieve en/of kwalitatieve informatie op
                                    dit moment om beleid op te kunnen maken</tussenkop><al>In opdracht van de Provincie Limburg is door de Stichting
                                    Beyaert Robuust Limburg onderzoek gedaan naar: “Vraag en aanbod
                                    eerstelijns gezondheidszorg provincie Limburg 2007-2011. Het
                                    onderzoek is erop gericht gemeenten handvatten te geven voor het
                                    werken aan een toekomstbestendige eerste lijn. De resultaten
                                    worden gegeven op Limburgse schaal en ook op onder andere schaal
                                    Maastricht Mergelland. Wat valt met name op:</al><lijst><li nr=""><al>Huisartsenzorg:</al><lijst><li nr="-"><al>48% van de huisartsen is ouder dan 50 jaar: er
                                                  is dus de komende jaren een grote uitstroom te
                                                  verwachten</al></li><li nr="-"><al>enkel op basis van de demografische
                                                  ontwikkelingen zal de vraag naar huisartsenzorg
                                                  niet toenemen</al></li><li nr="-"><al>wel is er een toename van het aantal oudere
                                                  patiënten, de comorbiditeit stijgt: de zorg wordt
                                                  complexer en zowel de contacten zullen langer
                                                  duren evenals de afstemming tussen de
                                                  verschillende zorgverleners</al></li><li nr="-"><al>de inzetbaarheid van praktijkondersteuners en de
                                                  organisatie van de zorg kan dit mogelijk deels
                                                  opvangen</al></li><li nr="-"><al>de mannelijke uitstroom van huisartsen wordt
                                                  meer ingevuld door vrouwelijke huisartsen
                                                  (feminisering) die meer behoefte hebben aan werken
                                                  in groepsverband en parttime werken.</al></li></lijst><al>Fysiotherapie:</al><lijst><li nr="-"><al>er lijkt de komende jaren voldoende instroom te
                                                  zijn van (jonge) fysiotherapeuten, om de
                                                  vergrijzing in deze beroepsgroep op te vangen</al></li><li nr="-"><al>toenemende zorgvraag wordt onder andere
                                                  opgevangen door beweegprogramma’s en zorg op het
                                                  gebied van preventie.</al></li></lijst><al>Apothekers:</al><lijst><li nr="-"><al>in 2011 zal 45% van het aantal voorschriften
                                                  bestemd zijn voor personen ouder dan 65 jaar</al></li><li nr="-"><al>ondanks de krimp in de bevolking zal het
                                                  geneesmiddelen-gebruik toenemen omdat ouderen
                                                  relatief meer geneesmiddelen gebruiken en door de
                                                  complexere zorg</al></li><li nr="-"><al>begeleiding en monitoring van ouderen kost meer
                                                  tijd</al></li><li nr="-"><al>begeleiding bij chronisch zieken wordt steeds
                                                  belangrijker</al></li><li nr="-"><al>ook door extramuralisering is meer tijd
                                                  nodig.</al></li></lijst><al>Tandartsen:</al><lijst><li nr="-"><al>Net als bij de huisartsen is ook hier sprake van
                                                  een grotere uitstroom dan instroom</al></li><li nr="-"><al>Ook is sprake van feminisering van het beroep:
                                                  dus meer vrouwen die relatief vaker parttime
                                                  willen werken</al></li><li nr="-"><al>Er is sprake van vergrijzing aan de zorgkant en
                                                  mensen behouden langer hun eigen tanden</al></li><li nr="-"><al>Het is nog onvoldoende duidelijk hoe de vraag en
                                                  aanbod van tandheelkundige zorg zich verder
                                                  ontwikkelen zal: monitoring op regionaal en op
                                                  gemeentelijk niveau is belangrijk.</al></li></lijst><al>Verloskundigen:</al><lijst><li nr="-"><al>Er is een groot overschot aan verloskundigen
                                                  vanwege het laag geboortecijfer en het grote
                                                  aantal opleidingsplaatsen</al></li><li nr="-"><al>Tevens is de leeftijdsopbouw van de zittende
                                                  verloskundigen jong</al></li><li nr="-"><al>Verloskundigen hebben taakuitbreiding nodig om
                                                  een groot overschot te vermijden</al></li></lijst></li><li nr="In"><al>het onderzoek worden onder andere specifieke
                                            aanbevelingen gedaan om de instroom te bevorderen en de
                                            uitstroom terug te dringen: </al><lijst><li nr="-"><al>Seniorenbeleid om ervoor te zorgen dat ouderen
                                                  langer door blijven werken</al></li><li nr="-"><al>Werken aan imagoverbetering van (werken in) de
                                                  eerstelijnszorg</al></li><li nr="-"><al>Het creëren van een aantrekkelijker
                                                  vestigingsklimaat in heel Limburg</al></li><li nr="-"><al>Stimuleren samenwerking en afstemming binnen de
                                                  eerste lijn</al></li><li nr="-"><al>Stimuleren van taakdifferentiatie en
                                                  specialisatie</al></li></lijst><al>In het geval van (dreigende) overschotten kan een betere
                                            spreiding gestimuleerd worden.</al></li></lijst><tussenkop> Tijdspad: fasering en planning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>eind 2009 wordt een besluit genomen of in de
                                            kernmonitoring vragen opgenomen kunnen worden over de
                                            ‘toegankelijkheid van de 1e en 2<sup>e</sup>
                                            lijnsvoorzieningen’, belangrijk is hierbij de
                                            operationalisatie van ‘toegankelijkheid van de
                                            1<sup>e</sup> en 2<sup>e</sup> lijnsvoorzieningen’</al></li><li nr="Indien "><al>ja: </al><lijst><li nr="2."><al>in februari 2010 is de opzet van het
                                                  enquêteformulier klaar</al></li><li nr="3."><al>in maart 2010 worden de enquêteurs
                                                  geïnstrueerd</al></li><li nr="4."><al>in april-juni 2010 wordt de nulmeting
                                                  ‘leefbaarheid en sociale samenhang’
                                                  uitgevoerd</al></li><li nr="5."><al>in augustus 2010 komen de statistische gegevens
                                                  ter beschikking van de gemeente</al></li><li nr="6."><al>in oktober 2010 zijn de statistische gegevens
                                                  verwerkt in een rapport.</al></li></lijst></li><li nr="Indien"><al> nee:</al></li><li nr=""><al>2. eind 2009 besluit nemen over: hoe de mate van
                                            toegankelijkheid van de 1<sup>e</sup> en 2<sup>e</sup>
                                            lijnsvoorzieningen inzichtelijk te maken, verdere
                                            fasering en planning maken.</al></li></lijst><tussenkop> Betrokken organisaties</tussenkop><al>Bij het ontwikkelen van het onderzoek naar de toegankelijkheid
                                    van 1<sup>e</sup> en 2<sup>e</sup> lijnsvoorzieningen worden in
                                    eerste instantie het Wmo-platform, (thuis)zorgorganisaties die
                                    zich bezig houden met onder andere extramurale zorg en eerste
                                    lijnsaanbieders als huisartsen en apotheken. Mogelijk krijgen in
                                    een later stadium nog andere organisaties de mogelijkheid
                                    krijgen om een inbreng te leveren.</al><tussenkop> Verantwoordelijkheden</tussenkop><al>De gemeente heeft in het kader van haar regisserende rol de
                                    verantwoordelijkheid voor het deelproject.</al><tussenkop> Financiële onderbouwing</tussenkop><al>Benodigde ambtelijke capaciteit (inclusief deelproject 3.1 +
                                    3.2):</al><lijst><li nr="-"><al>2009 (voorbereiding) : 50 uren<sup>[16]</sup></al></li><li nr="-"><al>2010 (eerste maal uitvoering + verantwoording) : 50
                                            uren</al></li><li nr="-"><al>2014 ev (voorbereiding, uitvoering + verantwoording) :
                                            50 uren</al></li></lijst><al>Financiële gevolgen (inclusief deelproject 3.1 + 3.2): wordt nog
                                    uitgewerkt.</al><tussenkop> Monitoring</tussenkop><al>De voortgang en de vertaling van de uitkomsten van het
                                    deelproject ‘toegankelijkheid van de 1<sup>e</sup> en
                                    2<sup>e</sup> lijnsvoorzieningen’ wordt in het Wmo-platform en
                                    ambtelijke regiegroep WWZ-Wmo gevolgd. Het deelproject maakt
                                    deel uit van het totaalplan WWZ en levert inzichten op ten
                                    behoeve van de ontwikkeling van allerlei producten en
                                    diensten.</al><tussenkop> Evaluatie</tussenkop><al>Na de analyse van de onderzoeksresultaten wordt het gehele
                                    deelproject geëvalueerd.</al><tussenkop> Risicoanalyse</tussenkop><al>Mogelijke risico’s kunnen zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>onvoldoende deelname aan de enquête door de
                                            doelgroepen</al></li><li nr="-"><al>te weinig respons door de specifieke doelgroepen
                                            waardoor geen specifieke analyses gemaakt kunnen
                                            worden</al></li><li nr="-"><al>onvoldoende ambtelijke capaciteit bij de gemeente.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.4 Sterke kernen in Meerssen: inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>In de visie van de gemeente Meerssen op wonen, welzijn en zorg staat
                                verwoord dat de kwetsbare mensen hun plek in de gemeenschap moeten
                                blijven houden. Inwoners van Meerssen met een beperking, kunnen
                                blijven wonen in de gemeenten. Ouderen hoeven ook niet per definitie
                                achter de geraniums van het zorgcentrum belanden. Het zorgcentrum in
                                zijn traditionele vorm is overbodig bij een juist wonen, welzijn en
                                zorg beleid. Mensen met een zorgbehoefte willen in hun eigen woning
                                blijven wonen. Het aanbod van zorg en welzijn zal daarom flexibel en
                                aan huis geleverd moeten worden. Zorg wordt niet langer aangeboden
                                in grootschalige instellingen, maar meer en meer op maat aan huis.
                                Het mag duidelijk zijn dat dit een andere vraag naar zorg, welzijn
                                en woningen met zich mee zal brengen. Als kwetsbare mensen langer
                                zelfstandig blijven wonen, gelden de volgende voorwaarden: geschikte
                                woningen, een levendig voorzieningenhart, zelfredzaamheid
                                (bijvoorbeeld met de ondersteuning van een ouderenadviseur: iemand
                                die de mensen helpt om te formuleren welke diensten ze werkelijk
                                nodig hebben en die, als dat nodig is, ook regelen dat die
                                ondersteuning er echt komt) en veiligheid (door onder andere
                                domotica, voldoende vervoersmogelijkheden zodat je weet dat je a la
                                minute opgehaald kunt worden om bijvoorbeeld een kopje koffie te
                                kunnen gaan drinken, zorg krijgen, etc).</al><al>Inspanningen zullen moeten worden verricht om adequate
                                infrastructuren te creëren van waaruit op een flexibele manier
                                (zowel planbare als onplanbare) zorg kan worden geleverd, evenals
                                woondiensten en welzijnsvoorzieningen. Op dit moment zijn er in
                                Nederland veel innovatieve projecten op het gebied van deze
                                infrastructuren gaande. Deze initiatieven kunnen in ‘grosso modo’
                                verdeeld worden in infrastructuren aan de ‘zachte’ kant,
                                woonzorg-arrangementen, en infrastructuren aan de ‘harde’ kant
                                (waarbij de nadruk ligt op het aanleggen van een fysieke
                                infrastructuur).</al><al>Om te komen tot een aanbod van voorzieningen op het vlak van wonen,
                                welzijn en zorg, kan gedacht worden aan Bouwen of transformatie van
                                een woonzorgcomplex, de realisatie van een wijkservicecentrum of een
                                andere vorm van een multifunctioneel steunpunt of groepswoningen
                                voor bijvoorbeeld dementerenden. In de praktijk slaan diverse
                                partijen de handen in één om gezamenlijk te werken aan de realisatie
                                van zogenoemde ‘woonservicegebieden’. In de praktijk komen we ook
                                andere benamingen tegen zoals ‘woonzorgzones’ of
                                ‘levensloopbestendige wijken’. Er zijn dus heel wat omschrijvingen
                                in omloop. De basisgedachte vormt het concept van ‘de
                                woonzorgzone’<sup>[17]</sup>.</al><al>Een woonzorgzone valt te omschrijven als: een (deel van een) wijk of
                                dorp waarin optimale condities zijn geschapen voor wonen met zorg en
                                welzijn tot en met niet-planbare 24 uurs zorg. Kenmerken zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>gewoon woongebied waarin de zorg beslist niet domineert</al></li><li nr="-"><al>met een aanbod van integrale zorg- en dienstverlening (dus
                                        ook een extramurale zorg- en welzijnsinfrastructuur gericht
                                        op het leveren van zorg aan huis, vaak georganiseerd in
                                        multifunctionele wijkcentra of vanuit bestaande aanwezige
                                        zorg- en welzijnsinfrastructuur, zoals in wijk aanwezige
                                        steunpunten, of intramurale woonzorgcentra</al></li><li nr="-"><al>en voldoende aanwezigheid van levensloopbestendige woningen
                                        en woonomgeving met een goed voorzieningenniveau.</al></li></lijst><al>In de literatuur zijn nog meer gedetailleerde criteria voor een
                                woonzorgzones of woonservicegebieden:</al><lijst><li nr="A."><al>Rond het wijkservicecentrum (nu zorgcentra) is een aantal
                                        groepswoningen geclusterd voor degenen die 24-uurs-zorg
                                        nodig hebben, maar ook een aantal zelfstandige zorgwoningen
                                        voor degenen die slechts service of intervalzorg
                                        behoeven.</al></li><li nr="B."><al>In een woonservicegebied dient een bovengemiddeld percentage
                                        van de woningvoorraad aanpasbaar te zijn. Dit betekent dat
                                        personen met veel voorkomende lichamelijke handicaps de
                                        woningen moeten kunnen bewonen en bezoeken.</al></li><li nr="C."><al>Zorg aanwezig binnen loopafstand: een 24 uur bezette
                                        zorgpost. Deze kan gelegen zijn in een wijkservicecentrum.
                                        De afstand kan verschillen (stedelijk: 200-300 meter,
                                        plattelandzones is de afstand groter). Naast de planbare
                                        zorg moet vanuit deze post ook zorg op afroep kunnen worden
                                        geboden. Alle woningen binnen de zone moeten door middel van
                                        een alarmsysteem potentieel kunnen aanleunen tegen deze
                                        zorgpost. De responstijd totdat een zorgverlener aan huis
                                        komt, mag conform de intramuraal geldende norm niet meer dan
                                        10 minuten bedragen. In plattelandsgemeenten is 10 minuten
                                        veelal niet haalbaar. In overleg met de cliënten en
                                        mantelzorg moet dan bepaald worden wat aanvaardbaar is.</al></li><li nr="D."><al>In een woonservicegebied dient een verhoogd niveau van
                                        diensten aan huis te worden aangeboden, dat tenminste omvat: </al><lijst><li nr="-"><al>Sociaal/medische alarmering met 24-uurs
                                                bereikbaarheid en indien nodig professionele
                                                alarmopvolging, ook zonder medische noodzaak
                                                verkrijgbaar op abonnementenbasis</al></li><li nr="-"><al>Inbraak- en brandalarm met gegarandeerde
                                                alarmopvolging</al></li><li nr="-"><al>Garantie op noodhulp met directe tijdelijke opname
                                                of tijdelijke aanvullende thuiszorg</al></li><li nr="-"><al>Boodschappen- en vervoersservice, maaltijdenservice
                                                en mogelijkheid tot deelname aan sociaal-culturele
                                                activiteiten</al></li><li nr="-"><al>Zorg-welzijn team: ouderenadviseur,
                                                zorgbemiddelaar.</al></li></lijst></li><li nr="E."><al>Veilige en barrièrevrije woonomgeving: iedere woning binnen
                                        een woonservicegebied dient aangesloten te zijn op een
                                        netwerk van hoogwaardige looproutes dat de woning verbindt
                                        met het wijkservicecentrum, de primaire winkels en haltes
                                        van stedelijk openbaar vervoer.</al></li></lijst><al>Het wijkservicecentrum wordt veelal als volgt beschreven:</al><lijst><li nr="-"><al>Is het resultaat van een samenwerkingsverband van ten minste
                                        twee organisaties op het gebied van wonen, zorg, welzijn,
                                        vrije tijd of onderwijs</al></li><li nr="-"><al>Heeft als doel: bevorderen van de zelfredzaamheid van de
                                        bewoners en stimuleren van ontmoeting</al></li><li nr="-"><al>Omvat <onderstreept>intramurale
                                            verzorgingshuisplaatsen</onderstreept></al></li><li nr="-"><al>Omvat i<onderstreept>ntramurale verpleeghuisbedden: somatiek
                                            en/of psychogeriatrie</onderstreept></al></li><li nr="-"><al>Voldoende <onderstreept>woningaanbod</onderstreept>:
                                        verspreid zelfstandig wonen, beschermd wonen en verzorgd
                                        wonen rondom het zorgcentrum</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>Een multifunctioneel
                                            ontmoetingsruimte</onderstreept>, met name functionerend
                                        als een ontmoetingsruimte en bij voorkeur buiten het
                                        wijkservicecentrum. Van belang is hierbij dat de
                                        activiteiten niet exclusief zijn voor ouderen en andere
                                        zorgbehoevenden, maar resulteren in een interactie tussen
                                        verschillende bevolkingsgroepen</al></li><li nr="-"><al>Een zogenaamd <onderstreept>servicepunt</onderstreept>: dit
                                        punt ontwikkelt een samenhangend en aanvullend pakket van
                                        woon-, welzijns- en zorgdiensten aan de zelfstandig wonende
                                        WWZ-doelgroep. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om:
                                        maaltijdservice, personenalarmering, noodopvang, hulp bij
                                        het huishouden, kapper- of wasservice en
                                        bibliotheekdiensten. De diensten van het servicepunt zijn zo
                                        laagdrempelig als mogelijk en het zal gaan om collectieve
                                        diensten en om individuele diensten.</al></li></lijst><al>Stichting Architektenonderzoek Gebouwen Gezondheidszorg (STAGG)
                                ontwikkelde een tweetal scenario’s voor het vormgeven van een
                                dergelijk woonzorgzone. Éen scenario voor het schaalniveau van ‘de
                                wijk’ in een stedelijk gebied en een ander scenario voor het
                                schaalniveau van een samenstel van kleine kernen/dorpen in een
                                plattelandsgebied. In het laatste geval spreekt men wel eens over
                                een ‘meer-kernig servicegebied’. Daarbij kan men dan uitgaan van een
                                gebied met ongeveer 10.000 inwoners, met als aanname dat zo’n 500
                                inwoners (5%) behoefte hebben aan wonen met zorg en welzijn. Naast
                                de aanwezigheid van voldoende geschikte woningen en kleinschalige
                                woonvormen, gaat het om de realisatie van een zorg- en
                                welzijnsinfrastructuur en het (op afroep) leveren van diensten op
                                het gebied van zorg en welzijn. Daarbij gaat het om de zogenaamde
                                ‘haal-‘ en ‘brengdiensten’, geleverd vanuit zogenaamde ‘steunpunten’
                                in de nabije omgeving. Voor de haalfuncties (zoals boodschappen,
                                activiteiten, ontmoetingsruimte) is nabijheid van deze voorzieningen
                                voor de doelgroep van belang. Voor de brengfuncties (zoals
                                zorgverlening, boodschappen- en/of maaltijdenservice, klussendienst
                                en alarmering) is een goede bereikbaarheid van de doelgroep voor de
                                aanbiedende organisaties van belang. Wat betreft deze zorg- en
                                welzijnsinfrastructuur zijn de kenmerken in dit STAGG-model:</al><lijst><li nr="-"><al>‘activiteitencentra’, voor bijvoorbeeld recreatieve
                                        functies, dagbesteding en sociale contacten</al></li><li nr="-"><al>‘zorgkruispunten’ van waaruit zorg- en welzijnsdiensten
                                        daadwerkelijk geleverd worden, soms gecombineerd met een
                                        eerstelijnszorgcentrum en of een tweedelijnsvoorziening met
                                        plaatsen voor bijvoorbeeld kortdurende verpleeghuisopname
                                        en</al></li><li nr="-"><al>‘coördinatiepunten’, bijvoorbeeld een centraal informatie-
                                        en adviesloket op het gebied van wonen, zorg en welzijn, dat
                                        fungeert als schakel tussen (potentiële) cliënten en
                                        aanbieders en van waaruit de levering van zorg- en
                                        welzijnsdiensten aan mensen wordt gecoördineerd.</al></li></lijst><al><onderstreept>Woonservicegebieden in Meerssen: kan
                                    dit?</onderstreept></al><al>Het idee van een woonservicegebied is een ruimtelijk
                                inrichtingsconcept, gebaseerd op een normatief uitgangspunt over de
                                huisvesting van mensen met een (intensieve) zorgbehoefte. Het ideaal
                                is zoveel en zo lang mogelijk zelfstandig wonen, geïntegreerd in een
                                normale woonomgeving. In navolging van verschillende auteurs, wil de
                                gemeente Meerssen het concept van een woonservicegebied niet zien
                                als een blauwdruk, maar vooral als een denkmodel om te bepalen onder
                                welke voorwaarden mensen die afhankelijk zijn van zorg, in gewone
                                kernen met anderen kunnen wonen. Het idee van de woonservicegebieden
                                moet zich als het ware nestelen binnen wijkontwikkelingsprocessen.
                                Het gebiedsgerichte ideaal komt dan op pragmatische wijze tot stand,
                                als een ‘groeimodel’.</al><al>In de ‘Toekomstvisie’ heeft de gemeente Meerssen al een aantal
                                uitspraken gedaan over hoe te komen tot goede leefbaarheid, juiste
                                sociale samenhang in de kernen. In de toekomstvisie wordt namelijk
                                onder andere het basisniveau beschreven per kern, in de directe en
                                nabije aanwezigheid van:</al><lijst><li nr="-"><al>dorpshuis</al></li><li nr="-"><al>sport- en gezelligheidsvereniging</al></li><li nr="-"><al>café</al></li><li nr="-"><al>kerk</al></li><li nr="-"><al>school</al></li><li nr="-"><al>pinautomaat</al></li><li nr="-"><al>bakker.</al></li></lijst><al>Dit houdt in dat andere belangrijke voorzieningen elders in de
                                gemeente Meerssen of in de regio moeten worden gevonden, zoals:</al><lijst><li nr="-"><al>huisarts</al></li><li nr="-"><al>zorginstelling</al></li><li nr="-"><al>ziekenhuis</al></li><li nr="-"><al>sportaccommodatie</al></li><li nr="-"><al>bank</al></li><li nr="-"><al>supermarkt</al></li><li nr="-"><al>winkels.</al></li></lijst><al>Het toepassen van het principe van woonservicegebieden moet op
                                ‘Meerssense maat’ gemaakt worden, wil het haalbaar zijn. Het
                                realiseren van woonservicegebieden hangt in de gemeente Meerssen
                                samen met het leefbaarheidsvraagstuk van de kernen. Andere
                                vraagstukken die samenhangen met de mate waarin woonservicegebieden
                                te realiseren zijn in Meerssen en in welke vorm en omvang:</al><lijst><li nr="-"><al>de benodigde minimale schaalgrootte voor het rendabel
                                        exploiteren van bepaalde voorzieningen (zo kan het zijn dat
                                        er gewerkt moet worden met de grootste kern (centrale kern)
                                        die de centrumfunctie zal vervullen door daar de
                                        brengdiensten te concentreren en het coördinatiepunt waar
                                        vanuit de brengdiensten worden verzorgd)</al></li><li nr="-"><al>de benodigde minimale omvang van de zorgaanbieders vanuit
                                        een bedrijfseconomisch oogpunt, om te komen tot een
                                        sluitende bedrijfsexploitatie (denk aan hoge logistieke
                                        kosten bij het verlenen van onplanbare en/of zwaardere zorg
                                        aan huis of het verlenen van zorg en ondersteuning in
                                        kleinschalige vormen van beschermd wonen</al></li><li nr="-"><al>bij het vorige punt hoort ook het toenemend tekort op de
                                        arbeidsmarkt wat betreft verzorgenden en verplegenden.</al></li></lijst><al>In de volgende subparagrafen wordt beschreven wat er moet gebeuren
                                om te komen tot een goed plan voor het realiseren van een goed
                                wonen-welzijn-zorg aanbod, en nogmaals, op de Meerssense maat. Het
                                gaat dan om gebiedsgericht samenwerken aan combinaties van wonen,
                                welzijn en zorg.</al><tussenkop> 3.4.1 Deelproject Meerssen / Rothem: (rondom) zorgcentrum
                                    Beukeloord</tussenkop><tussenkop> Korte beschrijving</tussenkop><al>In Meersen/Rothem bevindt zich momenteel:</al><al>zorgcentrum Beukeloord met 102 verzorgingshuisplaatsen, een
                                        verpleegunit voor mensen met psychogeriatrische
                                        aandoeningen: 22 plaatsen en de volgende voorzieningen:</al><lijst><li nr="-"><al>4 kortdurende opvang AWBZ</al></li><li nr="-"><al>120 seniorenwoningen, inclusief sociale
                                                personenalarmering (zonder professionele
                                                zorgopvolging)</al></li><li nr="-"><al>groepsverzorging voor de intramurale cliënten met
                                                psychogeriatrische aandoeningen</al></li><li nr="-"><al>dagverzorging voor mensen met somatische
                                                aandoeningen, psychosociale aandoeningen en/of
                                                eenzaamheidsproblematiek in boerderij Humcoven</al></li><li nr="-"><al>ontmoetingsruimte</al></li><li nr="-"><al>restaurant (eetpunt)</al></li><li nr="-"><al>bezinningsruimte</al></li><li nr="-"><al>een winkeltje</al></li><li nr="-"><al>een kapper</al></li><li nr="-"><al>ontspanning</al></li><li nr="-"><al>het gemeenschapshuis ‘De Stip’</al></li><li nr="-"><al>een seniorensteunpunt</al></li></lijst><al>momenteel zijn al verschillende woonvormen, met name voor
                                        ouderen en senioren gesitueerd in het gebied. De
                                        Woningstichting Meerssen overweegt een gedeelte van de
                                        aanwezige woonvoorraad te vervangen door nieuwbouw zodat
                                        mogelijk meer aanpasbare woningen kunnen worden
                                        gerealiseerd.</al><al>voorts is het gebied goed bereikbaar en in de directe
                                        nabijheid van winkel- en andere voorzieningen.</al><tussenkop> Doel / resultaat</tussenkop><al>Hoewel het doel is mensen zo lang als mogelijk thuis te laten
                                    wonen, is het een utopie dat elke vorm van zelfs zware zorg in
                                    alle omstandigheden aan elk huis kan worden gebracht. Je ontkomt
                                    er niet aan dat mensen met bepaalde zorgzorg- en/of
                                    welzijnsvragen toch zullen ‘moeten’ verhuizen. Dat betekent dat
                                    er een aanbod van geschikte huisvesting rondom
                                    voorzieningenconcentraties van haal- en brengdiensten moet
                                    komen. Zodoende gaan we uit van een twee sporen beleid:</al><lijst><li nr="-"><al>enerzijds faciliteren we de kwetsbare doelgroepen om zo
                                            lang mogelijk zelfstandig in de eigen kern te kunnen
                                            wonen</al></li><li nr="-"><al>anderzijds zal er een clustering van woonvormen voor
                                            zorgvragers bij voorzieningen gerealiseerd zijn.</al></li></lijst><al>We willen komen tot een plan van aanpak en starten met de
                                    voorbereidingen tot het realiseren van verpleeghuisbedden voor
                                    mensen met somatische aandoeningen. Op dit moment staat een
                                    uitbreiding van 34 verpleeghuisbedden gepland (somatiek en
                                    psychogeriatrie).</al><tussenkop> Beschikbare kwantitatieve en/of kwalitatieve informatie
                                        op dit moment om beleid op te kunnen maken</tussenkop><al>Belangrijke informatie, met name kwalitatief, staat in
                                        ‘Toekomstvisie plangebied Beukeloord en
                                        omgeving<sup>[18]</sup>’. Kwantitatieve gegevens staan met
                                        name het ‘Positionpaper, demografische ontwikkelingen
                                        Meerssen’ en in ‘Wonen in Meerssen, Trends en ontwikkelingen
                                        tot 2020’.</al><tussenkop> Tijdspad: fasering en planning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>In de eerste helft van 2009 worden alle betrokken
                                                organisaties bijeengeroepen en geïnformeerd over de
                                                WWZ nota.</al></li><li nr="2."><al>Vanaf juni 2009 wordt gestart met de definitiefase
                                                en pre- realisatiefase, op initiatief van de
                                                regiegroep WWZ-Wmo (bestaande uit: ambtenaar
                                                afdeling Inwonerszaken, ambtenaar afdeling Bouwen
                                                &amp; Milieu, vertegenwoordiging zorgaanbieders,
                                                vertegenwoordiger Woningstichting Meerssen) en
                                                worden de financiële mogelijkheden in kaart
                                                gebracht.</al></li><li nr="3."><al>begin 2010 wordt een conceptdraaiboek gepresenteerd,
                                                waarin onder andere beschreven zal worden op welke
                                                wijze en waarmee verpleeghuisbedden (somatiek en
                                                psychogeriatrie) in Meerssen gerealiseerd zullen
                                                worden.</al></li></lijst><tussenkop> Betrokken organisaties</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Woningbouw corporaties</al></entry><entry colname="col2"><al> Woningstichting Meerssen Woonpunt </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Zorgorganisaties</al></entry><entry colname="col2"><al> Cicero Vivre </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Dienstverlenende organisaties</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Mantelzorgorganisaties</al></entry><entry colname="col2"><al>Steunpunt Mantelzorg Rode Kruis Zuidelijk
                                                  Zuid-Limburg</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vrijwilligersorganisaties</al></entry><entry colname="col2"><al>Zonnebloem</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Welzijnsorganisaties</al></entry><entry colname="col2"><al>Stichting Trajekt</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gezondheidzorg</al></entry><entry colname="col2"><al>Huisartsen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Belangenorganisaties</al></entry><entry colname="col2"><al>Wmo-platform</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gemeentelijke diensten</al></entry><entry colname="col2"><al> Afdeling Bouwen &amp; Milieu Afdeling IWZ
                                                  </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>GGZ-instellingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Mee</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop> Verantwoordelijkheden</tussenkop><al>De gemeente neemt zowel de regierol op zich als de rol van
                                        belanghebbende. De gemeente zal de verschillende
                                        deelprojecten verbinden door de gebiedsgerichte aanpak
                                        voorzieningen wonen-welzijn-zorg.</al><tussenkop> Financiële onderbouwing</tussenkop><al>Benodigde ambtelijke capaciteit:</al><lijst><li nr=""><al>- 2009 tot en met 2015 (voorbereiding, uitvoering,
                                                evaluatie, inclusief deelprojecten 3.4.2 + 3.4.3) :
                                                100 uren per kalenderjaar<sup>[19]</sup></al></li></lijst><al>Financiële gevolgen (inclusief deelproject 3.4.2 + 3.4.3):
                                        wordt nog uitgewerkt.</al><tussenkop> Monitoring</tussenkop><al>De voortgang en de ontwikkelingen van het deelproject
                                        Meersen/Rothem worden in het Wmo-platform en de ambtelijke
                                        regiegroep WWZ-Wmo gevolgd. Het deelproject maakt deel uit
                                        van het totaalplan WWZ. Daarom moet alles in afstemming en
                                        samenhang met de rest van de deelprojecten ontwikkeld
                                        worden. In 2010 vindt de eerste kernpeiling plaats welke een
                                        nulmeting omvat naar verschillende onderdelen van
                                        leefbaarheid en sociale samenhang.</al><tussenkop> Evaluatie</tussenkop><al>In april 2010 vindt een evaluatie plaats waarin gekeken
                                        wordt naar haalbaarheid van de gestelde doelen. Ook wordt er
                                        gekeken naar deelnemers aan het deelproject, de
                                        onderzoeksresultaten en de betekenis hiervan voor de
                                        realisatie van gebiedsgerichte aanpak voorzieningen
                                        wonen-welzijn-zorg.</al><tussenkop> Risicoanalyse</tussenkop><lijst><li nr="-"><al>beperkte deelname door organisaties</al></li><li nr="-"><al>beperkte deelname door de doelgroepen</al></li><li nr="-"><al>niet voldoende toegankelijk voor brede
                                                doelgroep</al></li><li nr="-"><al>onvoldoende samenhang in diensten</al></li><li nr="-"><al>onvoldoende afstemming en samenwerking bij de
                                                organisaties</al></li><li nr="-"><al>tijdsdruk om te komen tot realisatie</al></li><li nr="-"><al>exploitatie niet toereikend</al></li><li nr="-"><al>onvoldoende capaciteit ambtelijk apparaat.</al></li></lijst><tussenkop> 3.4.2 Deelproject Bunde: (rondom) De Wilgenhof</tussenkop><tussenkop> Korte beschrijving</tussenkop><al>In Bunde bevindt zich momenteel:</al><lijst><li nr="•"><al>zorgcentrum De Wilgenhof met 50
                                                verzorgingshuisplaatsen en de volgende
                                                voorzieningen: </al><lijst><li nr="-"><al>een ontmoetingsruimte</al></li><li nr="-"><al>een restaurant (eetpunt)</al></li><li nr="-"><al>winkeltje</al></li><li nr="-"><al>kapper</al></li><li nr="-"><al>ontspanning</al></li><li nr="-"><al>13 inleunwoningen inclusief personenalarmering
                                                  (met professionele zorgopvolging)</al></li><li nr="-"><al>groepsverzorging voor de intramurale clienten
                                                  met psychogeriatrische aandoeningen</al></li><li nr="-"><al>dagverzorging voor mensen met somatische
                                                  aandoeningen, psychosociale aandoeningen en/of
                                                  eenzaamheidsproblematiek</al></li></lijst></li><li nr="•"><al>momenteel zijn al verschillende woonvormen, met name
                                                voor ouderen en senioren gesitueerd in Bunde. De
                                                Woningstichting Meerssen overweegt een gedeelte van
                                                de aanwezige woonvoorraad te vervangen door
                                                nieuwbouw zodat mogelijk meer aanpasbare woningen
                                                kunnen worden gerealiseerd.</al></li><li nr="•"><al>voorts is het gebied goed bereikbaar en in de
                                                directe nabijheid van winkel- en andere
                                                voorzieningen.</al></li></lijst><tussenkop> Doel / resultaat</tussenkop><al>Hoewel het doel is mensen zo lang als mogelijk thuis te
                                        laten wonen, is het een utopie dat elke vorm van zelfs zware
                                        zorg in alle omstandigheden aan elk huis kan worden
                                        gebracht. Je ontkomt er niet aan dat mensen met bepaalde
                                        zorgzorg- en/of welzijnsvragen toch zullen ‘moeten’
                                        verhuizen. Dat betekent dat er een aanbod van geschikte
                                        huisvesting rondom voorzieningenconcentraties van haal- en
                                        brengdiensten moet komen. Zodoende gaan we uit van een twee
                                        sporen beleid:</al><lijst><li nr="-"><al>enerzijds faciliteren we de kwetsbare doelgroepen om
                                                zo lang mogelijk zelfstandig in de eigen kern te
                                                kunnen wonen</al></li><li nr="-"><al>anderzijds zal er een clustering van woonvormen voor
                                                zorgvragers bij voorzieningen gerealiseerd
                                                zijn.</al></li></lijst><al>Op dit moment staat een uitbreiding van 45
                                        verpleeghuisbedden gepland (15 plaatsen somatiek en 30
                                        plaatsen psychogeriatrie).</al><tussenkop> Beschikbare kwantitatieve en/of kwalitatieve informatie
                                        op dit moment om beleid op te kunnen maken</tussenkop><al>Belangrijke informatie, met name kwalitatief, staat in
                                        ‘Locatieonderzoek verpleeghuis Bunde<sup>[20]</sup>’.
                                        Kwantitatieve gegevens staan met name het ‘Positionpaper,
                                        demografische ontwikkelingen Meerssen’ en in ‘Wonen in
                                        Meerssen, Trends en ontwikkelingen tot 2020’.</al><tussenkop> Tijdspad: fasering en planning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>In de eerste helft van 2009 worden alle betrokken
                                                organisaties bijeengeroepen en geïnformeerd over de
                                                WWZ nota.</al></li><li nr="2."><al>Vanaf juni 2009 wordt gestart met de definitiefase
                                                en pre- realisatiefase, op initiatief van de
                                                regiegroep WWZ-Wmo en worden de financiële
                                                mogelijkheden in kaart gebracht.</al></li><li nr="3."><al>Begin 2010 wordt een conceptdraaiboek gepresenteerd,
                                                waarin onder andere beschreven zal worden op welke
                                                wijze en waarmee verpleeghuisbedden somatiek in
                                                Meerssen gerealiseerd zullen worden.</al></li></lijst><tussenkop> Betrokken organisaties</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Woningbouw corporaties</al></entry><entry colname="col2"><al> Woningstichting Meerssen Woonpunt </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Zorgorganisaties</al></entry><entry colname="col2"><al> Cicero Vivre </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Dienstverlenende organisaties</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Mantelzorgorganisaties</al></entry><entry colname="col2"><al>Steunpunt Mantelzorg Rode Kruis Zuidelijk
                                                  Zuid-Limburg</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vrijwilligersorganisaties</al></entry><entry colname="col2"><al>Zonnebloem</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Welzijnsorganisaties</al></entry><entry colname="col2"><al>Stichting Trajekt</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gezondheidzorg</al></entry><entry colname="col2"><al>Huisartsen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Belangenorganisaties</al></entry><entry colname="col2"><al>Wmo-platform</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gemeentelijke diensten</al></entry><entry colname="col2"><al> Afdeling Bouwen &amp; Milieu Afdeling IWZ
                                                  </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>GGZ-instellingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Mee</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop> Verantwoordelijkheden</tussenkop><al>De gemeente neemt zowel de regierol op zich als de rol van
                                        belanghebbende. De gemeente zal de verschillende
                                        deelprojecten verbinden door de gebiedsgerichte aanpak
                                        voorzieningen wonen-welzijn-zorg.</al><tussenkop> Financiële onderbouwing</tussenkop><al>Benodigde ambtelijke capaciteit:</al><lijst><li nr=""><al>- 2009 tot en met 2015 (voorbereiding, uitvoering,
                                                evaluatie, inclusief deelprojecten 3.4.1 + 3.4.3) :
                                                100 uren per kalenderjaar<sup>[21]</sup></al></li></lijst><al>Financiële gevolgen (inclusief deelproject 3.4.1 + 3.4.3):
                                        wordt nog uitgewerkt.</al><tussenkop> Monitoring</tussenkop><al>De voortgang en de ontwikkelingen van het deelproject Bunde
                                        worden in het Wmo-platform en de ambtelijke regiegroep
                                        WWZ-Wmo gevolgd. Het deelproject maakt deel uit van het
                                        totaalplan WWZ. Daarom moet alles in afstemming en samenhang
                                        met de rest van de deelprojecten ontwikkeld worden. In 2010
                                        vindt de eerste kernpeiling plaats waardoor een nulmeting
                                        gedaan wordt naar verschillende onderdelen van leefbaarheid
                                        en sociale samenhang.</al><tussenkop> Evaluatie</tussenkop><al>In april 2010 vindt een evaluatie plaats waarin gekeken
                                        wordt naar haalbaarheid van de gestelde doelen. Ook wordt er
                                        gekeken naar deelnemers aan het deelproject, de
                                        onderzoeksresultaten en de betekenis hiervan voor de
                                        gebiedsgerichte aanpak voorzieningen
                                        wonen-welzijn-zorg.</al><tussenkop> Risicoanalyse</tussenkop><lijst><li nr="-"><al>beperkte deelname door organisaties</al></li><li nr="-"><al>beperkte deelname door de doelgroepen</al></li><li nr="-"><al>niet voldoende toegankelijk voor brede
                                                doelgroep</al></li><li nr="-"><al>onvoldoende samenhang in diensten</al></li><li nr="-"><al>onvoldoende afstemming en samenwerking bij de
                                                organisaties</al></li><li nr="-"><al>tijdsdruk om te komen tot realisatie</al></li><li nr="-"><al>exploitatie niet toereikend</al></li><li nr="-"><al>onvoldoende capaciteit ambtelijk apparaat.</al></li></lijst><tussenkop> 3.4.3 Deelproject Geulle en Ulestraten: (rondom) zorgcentrum
                                    Avé Maria</tussenkop><tussenkop> Korte beschrijving</tussenkop><al>In Geulle en/of Ulestraten bevindt zich momenteel:</al><lijst><li nr="•"><al>Zorgcentrum Avé Maria van zorgaanbieder Cicero met
                                                75 verzorgingshuisplaatsen waaronder 24
                                                verpleeghuisplaatsen (10 voor mensen met
                                                psychogeriatrische aandoeningen + 14
                                                verpleeghuisplaatsen voor mensen met somatische
                                                aandoeningen, uitbreiding met 2 plaatsen in 2009) en
                                                de volgende voorzieningen: </al><lijst><li nr="-"><al>2 plaatsen voor kortdurende opname</al></li><li nr="-"><al>7 plaatsen voor verstandelijk gehandicapten
                                                  van de stichting Pepijn en Paulus</al></li><li nr="-"><al>Aanvullende verzorgingshuiszorg voor cliënten
                                                  met psychogeriatrische aandoeningen</al></li><li nr="-"><al>aanvullende verzorgingshuiszorg voor cliënten
                                                  met ernstige somatische aandoeningen</al></li><li nr="-"><al>dagverzorging voor mensen met somatische
                                                  aandoeningen, psychosociale aandoeningen en/of
                                                  eenzaamheidsproblematiek</al></li><li nr="-"><al>een ontmoetingsruimte</al></li><li nr="-"><al>Multi ruimten</al></li><li nr="-"><al>een restaurant (eetpunt)</al></li><li nr="-"><al>Tafeltje dekje voor de omringende kernen</al></li><li nr="-"><al>winkeltje</al></li><li nr="-"><al>kapper</al></li><li nr="-"><al>ontspanning</al></li><li nr="-"><al>bibliotheek</al></li><li nr="-"><al>Heemkunde vereniging</al></li><li nr="-"><al>Spreekuur bank</al></li><li nr="-"><al>Spreekuur Huisarts</al></li><li nr="-"><al>36 aanleunwoningen, inclusief
                                                  personenalarmering (met professionele
                                                  zorgopvolging)</al></li></lijst></li><li nr="•"><al>extramurale zorg in de kernen Geulle en Ulestraten
                                                (en Houthem en Valkenburg aan de Geul)</al></li><li nr="•"><al>een seniorensteunpunt in Geulle</al></li><li nr="•"><al>momenteel zijn al verschillende woonvormen, met name
                                                voor ouderen en senioren gesitueerd in het gebied.
                                                De Woningstichting Meerssen overweegt een gedeelte
                                                van de aanwezige woonvoorraad te vervangen door
                                                nieuwbouw zodat mogelijk meer aanpasbare woningen
                                                kunnen worden gerealiseerd.</al></li><li nr="•"><al>voorts zijn Geulle en Ulestraten goed bereikbaar en
                                                in de directe nabijheid van winkel- en andere
                                                voorzieningen.</al></li></lijst><al>Recente ontwikkeling: momenteel is de Woningstichting
                                        Meerssen in overleg met zorgaanbieder Vivre om in Ulestraten
                                        intramurale plaatsen te realiseren.</al><tussenkop> Doel / resultaat</tussenkop><al>Hoewel het doel is mensen zo lang als mogelijk thuis te
                                        laten wonen, is het een utopie dat elke vorm van zelfs zware
                                        zorg in alle omstandigheden aan elk huis kan worden
                                        gebracht. Je ontkomt er niet aan dat mensen met bepaalde
                                        zorgzorg- en/of welzijnsvragen toch zullen ‘moeten’
                                        verhuizen. Dat betekent dat er een aanbod van geschikte
                                        huisvesting rondom voorzieningenconcentraties van haal- en
                                        brengdiensten moet komen. Zodoende gaan we uit van een twee
                                        sporen beleid:</al><lijst><li nr="-"><al>enerzijds faciliteren we de kwetsbare doelgroepen om
                                                zo lang mogelijk zelfstandig in de eigen kern te
                                                kunnen wonen</al></li><li nr="-"><al>anderzijds zal er een clustering van woonvormen voor
                                                zorgvragers bij voorzieningen gerealiseerd
                                                zijn.</al></li></lijst><al>In Geulle en Ulestraten is, ten opzichte van Meerssen en
                                        Bunde, de ontwikkeling van haal- en brengdiensten in een
                                        verder stadium, idem de extramurale zorgverlening
                                        (ongeplande zorg). Daarom zal in eerste instantie de stand
                                        van zaken met betrekking tot het twee sporen beleid in kaart
                                        worden gebracht en vervolgens een plan van aanpak geschreven
                                        worden met daarin de nog openstaande doelen.</al><tussenkop> Beschikbare kwantitatieve en/of kwalitatieve informatie
                                        op dit moment om beleid op te kunnen maken</tussenkop><al>Kwantitatieve gegevens staan in het ‘Positionpaper,
                                        demografische ontwikkelingen Meerssen’ en in ‘Wonen in
                                        Meerssen, Trends en ontwikkelingen tot 2020’.</al><tussenkop> Tijdspad: fasering en planning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>In de eerste helft van 2009 worden alle betrokken
                                                organisaties bijeengeroepen en geïnformeerd over de
                                                WWZ nota.</al></li><li nr="2."><al>Vanaf juni 2009 wordt gestart met de definitiefase
                                                en pre- realisatiefase, op initiatief van de
                                                regiegroep WWZ-Wmo en worden de financiële
                                                mogelijkheden in kaart gebracht.</al></li><li nr="3."><al>Begin 2010 wordt een conceptdraaiboek gepresenteerd,
                                                waarin onder andere beschreven zal worden op welke
                                                wijze en waarmee verpleeghuisbedden somatiek in
                                                Meerssen gerealiseerd zullen worden.</al></li></lijst><tussenkop> Betrokken organisaties</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Woningbouw corporaties</al></entry><entry colname="col2"><al> Woningstichting Meerssen Woonpunt </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Zorgorganisaties</al></entry><entry colname="col2"><al> Cicero Vivre </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Dienstverlenende organisaties</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Mantelzorgorganisaties</al></entry><entry colname="col2"><al>Steunpunt Mantelzorg Rode Kruis Zuidelijk
                                                  Zuid-Limburg</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vrijwilligersorganisaties</al></entry><entry colname="col2"><al>Zonnebloem</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Welzijnsorganisaties</al></entry><entry colname="col2"><al>Stichting Trajekt</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gezondheidzorg</al></entry><entry colname="col2"><al>Huisartsen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Belangenorganisaties</al></entry><entry colname="col2"><al>Wmo-platform</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gemeentelijke diensten</al></entry><entry colname="col2"><al> Afdeling Bouwen &amp; Milieu Afdeling IWZ
                                                  </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>GGZ-instellingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Mee</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop> Verantwoordelijkheden</tussenkop><al>De gemeente neemt zowel de regierol op zich als de rol van
                                        belanghebbende. De gemeente zal de verschillende
                                        deelprojecten verbinden door de ontwikkeling van
                                        gebiedsgerichte aanpak voorzieningen
                                        wonen-welzijn-zorg.</al><tussenkop> Financiële onderbouwing</tussenkop><al>Benodigde ambtelijke capaciteit:</al><lijst><li nr=""><al>- 2009 tot en met 2015 (voorbereiding, uitvoering,
                                                evaluatie, inclusief deelprojecten 3.4.1 + 3.4.2) :
                                                100 uren per kalenderjaar <sup>[22]</sup></al></li></lijst><al>Financiële gevolgen (inclusief deelproject 3.4.1 + 3.4.2):
                                        wordt nog uitgewerkt.</al><tussenkop> Monitoring</tussenkop><al>De voortgang en de ontwikkelingen van het deelproject
                                        woonservicegebied Geulle en Ulestraten worden in het
                                        Wmo-platform en de ambtelijke regiegroep WWZ-Wmo gevolgd.
                                        Het deelproject maakt deel uit van het totaalplan WWZ.
                                        Daarom moet alles in afstemming en samenhang met de rest van
                                        de deelprojecten ontwikkeld worden. In 2010 vindt de eerste
                                        kernpeiling plaats waardoor een nulmeting gedaan wordt naar
                                        verschillende onderdelen van leefbaarheid en sociale
                                        samenhang.</al><tussenkop> Evaluatie</tussenkop><al>In april 2010 vindt een evaluatie plaats waarin gekeken
                                        wordt naar haalbaarheid van de gestelde doelen. Ook wordt er
                                        gekeken naar deelnemers aan het deelproject, de
                                        onderzoeksresultaten en de betekenis hiervan voor de
                                        realisatie gebiedsgerichte aanpak voorzieningen
                                        wonen-welzijn-zorg.</al><tussenkop> Risicoanalyse</tussenkop><lijst><li nr="-"><al>beperkte deelname door organisaties</al></li><li nr="-"><al>beperkte deelname door de doelgroepen</al></li><li nr="-"><al>niet voldoende toegankelijk voor brede
                                                doelgroep</al></li><li nr="-"><al>onvoldoende samenhang in diensten</al></li><li nr="-"><al>onvoldoende afstemming en samenwerking bij de
                                                organisaties</al></li><li nr="-"><al>tijdsdruk om te komen tot realisatie</al></li><li nr="-"><al>exploitatie niet toereikend</al></li><li nr="-"><al>onvoldoende capaciteit ambtelijk apparaat.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.5 Deelproject Aanbod 24- uurszorg</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Korte beschrijving</tussenkop><al>Het zo lang als mogelijk zelfstandig kunnen wonen staat en valt
                                    met het kunnen ontvangen van 24-uurs zorg. In het kader van
                                    wwz-beleid is de gemeente voornemens mogelijkheden te
                                    onderzoeken om beleid te ontwikkelen ten aanzien van
                                    geïntegreerde 24-uurs zorg en dienstverlening op lokaal niveau
                                    in de hiervoor beschreven woonservicegebieden.</al><al>24-Uurs zorg dient op maat, in hoofdzaak thuis en op afroep
                                    geleverd te worden. De vraag naar zorg betreft een breed pakket
                                    aan diensten en er zullen nieuwe diensten ontwikkeld moeten
                                    worden.</al><al>Voor mensen die intensieve zorg of begeleiding nodig hebben tot
                                    en met niet planbare 24-uurszorg wil de gemeente samen met de
                                    uitvoerende organisaties, binnen het woonservicegebied,
                                    mogelijkheden ontwikkelen. 24-uurs bereikbaarheid van zorg dient
                                    ontwikkeld te worden in relatie tot dagbesteding en ontmoeting
                                    en als kernpunt gesitueerd in een wijkservicepunt. De noodzaak
                                    voor het ontwikkelen van extramurale 24-uurs zorg wordt
                                    ondersteund vanuit de wens van klanten en overheden.</al><al>Onder invloed van de toenemende vergrijzing zal de intensiteit
                                    van de gevraagde zorgverlening toenemen. Een geïntegreerd aanbod
                                    van 24-uurs zorg omvat een totaal pakket aan zorg, zonodig zeven
                                    dagen per week, 24 uur per dag waardoor het voor mensen mogelijk
                                    wordt om zo lang mogelijk in de eigen woonomgeving te blijven
                                    wonen en opname in een zorgcentrum of verpleeghuis wordt
                                    voorkomen/uitgesteld. Het betreft hier zowel geplande als
                                    ongeplande zorg, dienstverlening en calamiteitenzorg. Ook
                                    overbruggingszorg wordt in de ontwikkeling betrokken waarbij het
                                    gaat om het aanbieden van zorg ter voorbereiding op of in
                                    afwachting van opname in een instelling of in afwachting van
                                    deelname aan een voorziening zoals dagopvang of
                                    dagverzorging.</al><tussenkop> Doel / resultaat</tussenkop><al>Het doel is het handhaven en/of verbeteren van de kwaliteit van
                                    leven vanuit het uitgangspunt dat de inwoners van het
                                    woonservicegebied zelf de regie over het leven voeren en daarbij
                                    ondersteuning kunnen krijgen door de levering van 24-uurs
                                    bereikbaarheid, zorg en dienstverlening.</al><al>Voor de organisaties betekent de ontwikkeling een nieuwe vorm
                                    van samenwerking, waarbij het ontwikkelen van ambulante
                                    integrale zorgteams nader onderzocht dient te worden.</al><al>Ook de relatie met welzijnszorg en informele zorg moet in het
                                    onderzoek worden meegenomen.</al><tussenkop> Beschikbare kwantitatieve en/of kwalitatieve informatie op
                                    dit moment om beleid op te kunnen maken</tussenkop><al>De beschikbare cijfers over de inhoud en omvang van 24-uurs zorg
                                    moet opgevraagd worden, per woonservicegebied. Kwantitatieve
                                    gegevens staan met name in het ‘Positionpaper, demografische
                                    ontwikkelingen Meerssen’ en in ‘Wonen in Meerssen, Trends en
                                    ontwikkelingen tot 2020’.</al><tussenkop> Tijdspad: fasering en planning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>In de eerste helft van 2009 worden alle betrokken
                                            organisaties bijeengeroepen en geïnformeerd over de WWZ
                                            nota.</al></li><li nr="2."><al>Najaar 2009 zijn op initiatief van de regiegroep WWZ-Wmo
                                            de inhoudelijke en financiële mogelijkheden in kaart
                                            gebracht.</al></li></lijst><tussenkop> Betrokken organisaties</tussenkop><al>Organisaties en instellingen die bereid zijn om mee te denken en
                                    mee te ontwikkelen bij de totstandkoming van geïntegreerde
                                    24-uurs zorg en dienstverlening:</al><lijst><li nr="-"><al>Zorgmanagers van betrokken zorgaanbieders</al></li><li nr="-"><al>Organisatie(s) die 24-uurs bereikbaarheid kan/kunnen
                                            organiseren</al></li><li nr="-"><al>Organisatie(s) die aanvullende dienstverlening kunnen
                                            regelen.</al></li></lijst><tussenkop> Verantwoordelijkheden</tussenkop><al>De gemeente is als regisseur verantwoordelijk voor het
                                    ontwikkelen van een aanbod voor geïntegreerde 24-uurs zorg.</al><al>De verantwoordelijkheid voor de totale zorgketen ligt bij de
                                    deelnemende zorgaanbieders.</al><tussenkop> Financiële onderbouwing</tussenkop><al>Benodigde ambtelijke capaciteit:</al><lijst><li nr=""><al>- voorbereiding, uitvoering, evaluatie : 40 uren
                                            <sup>[23</sup>]</al></li></lijst><al>Financiële gevolgen: wordt nog uitgewerkt.</al><tussenkop> Monitoring</tussenkop><al>Ook dit wordt nog nader uitgewerkt.</al><tussenkop> Evaluatie</tussenkop><al>De evaluatie staat in het kader van inventarisatie van
                                    mogelijkheden om 24-uurs zorg en bereikbaarheid binnen woonzorg
                                    zones te realiseren.</al><tussenkop> Risicoanalyse</tussenkop><al>Financiële haalbaarheid: de benodigde minimale omvang van de
                                    zorgaanbieders vanuit een bedrijfseconomisch oogpunt, om te
                                    komen tot een sluitende bedrijfsexploitatie (denk aan hoge
                                    logistieke kosten bij het verlenen van onplanbare en/of
                                    zwaardere zorg aan huis of het verlenen van zorg en
                                    ondersteuning in kleinschalige vormen van beschermd wonen</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.6 Deelproject Sterk doorverwijzen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Korte beschrijving</tussenkop><al>Mensen met een zorgvraag lopen het risico dat ze ‘van het kastje
                                    naar de muur’ doorverwezen worden. Bij al die verschillende
                                    loketten moeten ze vaak opnieuw hetzelfde verhaal vertellen. De
                                    gemeente Meerssen heeft met de invoering van de Wet
                                    maatschappelijke ondersteuning, het bestaande loket direct
                                    verbreed naar een ZorgLoket waar men ook terecht kan bij vragen
                                    over Hulp bij het Huishouden. Integrale behandeling van
                                    zorgvragen (bijvoorbeeld bij een combinatie van aanvraag voor
                                    Hulp bij het Huishouden en een aanvraag voor verpleging) zijn
                                    door goede procedures en werkafspraken gewaarborgd.</al><al>Tot op heden subsidieert de gemeente Stichting Trajekt voor het
                                    product ouderenadviseur. De ouderenadviseur voert in de gemeente
                                    Meerssen preventieve huisbezoeken uit (75+).</al><al>Het loket kan in een groot aantal functies voorzien zoals het
                                    verstrekken van algemene informatie, persoonlijke informatie en
                                    advies, doorverwijzen naar deskundigen, bemiddelen, aanmelden,
                                    indiceren en het toekennen van diensten. Door ontwikkelingen als
                                    vergrijzing, AWBZ -pakket maatregelen en langer thuis willen
                                    wonen, is samenwerking met zorgaanbieders en organisaties op het
                                    gebied van welzijn steeds belangrijker aan het worden. De
                                    Zorgwijzer dient als digitale sociale kaart.</al><al>De gemeente wil het huidige ZorgLoket gaan versterken in de
                                    doorverwijsfunctie wat betreft de:</al><lijst><li nr="-"><al>Welzijnsdiensten</al></li><li nr="-"><al>Vrijwilligers(ondersteuning) en</al></li><li nr="-"><al>Mantelzorgondersteuning.</al></li></lijst><al>Tevens wil de gemeente onderzoeken of het ZorgLoket kan fungeren
                                    als lokaal meldpunt op het gebied van anti-discriminatie. De
                                    meldfunctie zou dan inhouden: het noteren van de naw-gegevens
                                    van de persoon die de melding maakt, het ZorgLoket geeft deze
                                    gegevens door aan het regionaal steunpunt en het overhandigen
                                    van een informatiefolder.</al><al>Op termijn kan geëvalueerd worden of ’meer’
                                    noodzakelijk/wenselijk is.</al><tussenkop> Doel / resultaat</tussenkop><al>In de gemeente willen we in een aantal stappen een informatie-
                                    en serviceloket vestigen dat op een integrale en vraaggerichte
                                    wijze werkt, waar alle burgers terecht kunnen voor informatie en
                                    advies, doorverwijzing (wat betreft de welzijnsdiensten,
                                    vrijwiligers-ondersteuning en mantelzorg-ondersteuning)
                                    indicatie, bemiddeling en hulp op het gebied van welzijn en
                                    zorg, waar de klanten geholpen worden bij het analyseren van
                                    complexe vragen en zonodig geholpen worden met het zoeken naar
                                    individuele oplossingen. Het moet een herkenbaar loket worden
                                    waar de bewoners op een vastgesteld tijdstip en 24 uur per dag
                                    via de elektronische dienstverlening terecht kunnen.</al><al>Er wordt een onderzoek gehouden naar de wensen van de kwetsbare
                                    groepen en de toegankelijkheid van de eerstelijns en tweedelijns
                                    voorzieningen (zie hiervoor). De uitkomsten zullen meegenomen
                                    worden met het ontwikkelen van ‘’één
                                    WWZ-Wmo-loketfunctie’’.</al><tussenkop> Beschikbare kwantitatieve en/of kwalitatieve informatie op
                                    dit moment om beleid op te kunnen maken</tussenkop><al>Door het klanttevredenheidsonderzoek Wmo heeft de gemeente
                                    Meerssen zicht op de wensen en behoeften van kwetsbare groepen
                                    in de toegankelijkheid van het loket. Zo hebben we door middel
                                    van een klanttevredenheidsonderzoek, kwantitatieve en
                                    kwalitatieve gegevens over onder andere: de bereikbaarheid van
                                    het ZorgLoket, de wijze waarop een aanvraag in behandeling wordt
                                    genomen, de termijnen tussen aanvraag en afgifte
                                    indicatiebesluit, en bejegening van de aanvrager door de
                                    loketmedewerkers<sup>[24]</sup>. Er ontbreekt echter nog
                                    informatie over onder andere: de wensen van de kwetsbare
                                    groepen, in hoeverre overbelasting bij mantelzorgers
                                    gesignaleerd wordt, wensen van mantelzorgers en toegankelijkheid
                                    van het ZorgLoket. De eerder genoemde kernpeiling zal gebruikt
                                    gaan worden om meer informatie te krijgen, evenals
                                    rondetafelgesprekken met mantelzorgers die in het voorjaar van
                                    2009 zullen plaatsvinden.</al><al>Kwantitatieve gegevens staan met name in het ‘Positionpaper,
                                    demografische ontwikkelingen Meerssen’ en in ‘Wonen in Meerssen,
                                    Trends en ontwikkelingen tot 2020’.</al><tussenkop> Tijdspad: fasering en planning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Eind 2009 is een plan van aanpak gereed (onder andere
                                            deskundigheidsbevordering bij Zorgloketmedewerkers,
                                            eventueel meegenomen meldpunt anti-discriminatie).</al></li><li nr="2."><al>In de eerste helft van 2010:</al></li><li nr=""><al>- Heeft het ZorgLoket een signalerende en
                                            doorverwijzende functie wat betreft de welzijnsdiensten,
                                            vrijwilligers-ondersteuning en
                                            mantelzorg-ondersteuning.</al></li></lijst><al>Denk hierbij onder andere aan:</al><lijst><li nr="-"><al>Inzichtelijk is gemaakt voor de Zorgloketmedewerkers het
                                            activiteitenaanbod van welzijnsorganisaties in verband
                                            met de doorverwijsfunctie</al></li><li nr="-"><al>Inzichtelijk is gemaakt voor de Zorgloketmedewerkers de
                                            gemaksdiensten als bijvoorbeeld: maaltijdvoorziening,
                                            alarmering, etc in verband met de
                                            doorverwijsfunctie</al></li><li nr="-"><al>Mogelijkheden van het maatschappelijk werk, dagopvang,
                                            dagverzorging, (zorg)woningen, in verband met de
                                            doorverwijsfunctie.</al></li></lijst><tussenkop> Betrokken organisaties</tussenkop><lijst><li nr="-"><al>Welzijnsaanbieders als Trajekt</al></li><li nr="-"><al>Steunpunt Mantelzorg Rode Kruis Zuidelijk
                                            Zuid-Limburg</al></li><li nr="-"><al>Mee</al></li><li nr="-"><al>Vrijwilligersorganisaties</al></li><li nr="-"><al>Zorgaanbieder van voorzieningen voor de kwetsbare
                                            doelgroepen (ouderen, gehandicapten (lichamelijk en/of
                                            verstandelijk) en (ex-) psychiatrische patiënten</al></li><li nr="-"><al>Regionaal steunpunt anti-disciminatie.</al></li></lijst><tussenkop> Verantwoordelijkheden</tussenkop><al>De gemeente vervult een regisserende rol bij de lokale
                                    beleidsontwikkeling rondom het ZorgLoket. De lokale en regionale
                                    aanbieders hebben een uitvoeringsverantwoordelijkheid op hun
                                    eigen vakgebied. Van het Wmo-platform, Seniorenplatform en
                                    Gehandicapten Organisatie Meerssen wordt verwacht dat zij de
                                    belangen vertegenwoordigen van hun doelgroep.</al><tussenkop> Financiële onderbouwing</tussenkop><al>Benodigde ambtelijke capaciteit:</al><lijst><li nr=""><al>- voorbereiding, uitvoering, evaluatie : 40 uren per
                                            kalenderjaar <sup>[25]</sup></al></li></lijst><al>Financiële gevolgen: wordt nog uitgewerkt.</al><tussenkop> Monitoring</tussenkop><al>De voortgang en de ontwikkelingen van het deelproject “Sterk
                                    doorverwijzen” worden in het Wmo-platform en de ambtelijke
                                    regiegroep WWZ-Wmo gevolgd. Het deelproject maakt deel uit van
                                    het totaalplan WWZ. Het moet daarom in afstemming en samenhang
                                    met de rest van de deelprojecten ontwikkeld worden.</al><tussenkop> Evaluatie</tussenkop><al>Iedere 6 maanden vindt een evaluatie plaats om de gestelde
                                    doelen en tijdsfasering te bewaken. Een koppeling wordt gelegd
                                    met de diverse deelprojecten die genoemd zijn bij de
                                    monitoring.</al><tussenkop> Risicoanalyse</tussenkop><al>Mogelijke risico’s kunnen zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>Stagnatie door externe factoren</al></li><li nr="-"><al>Onvoldoende deelname door organisaties</al></li><li nr="-"><al>Gevolgen van de AWBZ –pakketmaatregelen op de behoefte
                                            aan welzijnsdiensten zijn onvoldoende bekend</al></li><li nr="-"><al>Weinig gebruik maken van het loket door de
                                            doelgroepen</al></li><li nr="-"><al>Onvoldoende ambtelijke capaciteit bij de gemeente 3.7
                                            Deelproject Centrum voor Gezond Leven voor senioren</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.7 Deelproject Centrum voor gezond Leven voor Senioren</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Korte beschrijving</tussenkop><al>De gemeente is voornemens de haalbaarheid te onderzoeken tot het
                                    ontwikkelen van een consultatiefunctie voor senioren. De
                                    gemeente ziet bij deze ontwikkeling een duidelijke relatie met
                                    de ontwikkeling van het ‘een WWZ-Wmo-loket-functie’ en overige
                                    deelprojecten binnen de WWZ.</al><al>In het kader van het zo lang mogelijk zelfstandig leven is het
                                    belangrijk om senioren leeftijdsgericht te volgen. Preventie
                                    staat hierbij voorop. Een consultatiecentrum biedt de
                                    mogelijkheid om preventief bevolkingsonderzoek onder senioren
                                    aan te bieden. Dit onderzoek moet leeftijdsgericht plaatsvinden
                                    waardoor het mogelijk wordt om risico’s verbonden aan
                                    leeftijdsfases tijdig te signaleren. Het streven is om te
                                    starten met een eenvoudig spreekuur voor senioren waar in eerste
                                    instantie gekozen wordt voor een eenvoudige aanpak. Op basis van
                                    ervaringsgegevens kan de voorziening in de loop van de tijd
                                    uitgroeien tot een volwaardige consultatievoorziening welke
                                    gedragen wordt door meerdere partijen.</al><tussenkop> Doel / resultaat</tussenkop><al>Doel is senioren te informeren en te adviseren over zaken
                                    betreffende de gezondheid. Senioren de mogelijkheid te bieden om
                                    middels preventief onderzoek zodanig te ondersteunen om
                                    aandoeningen te voorkomen, lichamelijke en/of geestelijke schade
                                    ten gevolge van aandoeningen te voorkomen of verergering van de
                                    schade te voorkomen. Doel is tevens om met betrokken partners in
                                    zorg een gezamenlijke voorziening operationeel te maken. Het
                                    resultaat is een fysiek bureau waar senioren terecht kunnen voor
                                    preventief onderzoek. Gezien de prognoses over de vergrijzing
                                    ten aanzien van de groei van het aantal ouderen, zal een
                                    consultatiefunctie voor senioren een noodzakelijke voorziening
                                    worden.</al><tussenkop> Beschikbare kwantitatieve en/of kwalitatieve informatie op
                                    dit moment om beleid op te kunnen maken</tussenkop><al>Er is geen kwantitatieve en/of kwalitatieve informatie
                                    beschikbaar over bijvoorbeeld de effecten van preventieve
                                    consultatie bij senioren. Het is daarom belangrijk om voor de
                                    start van het centrum indicatoren te formuleren die het effect
                                    van preventief consulteren meten en deze gedurende een bepaalde
                                    periode te volgen.</al><al>Kwantitatieve gegevens staan met name in het ‘Positionpaper,
                                    demografische ontwikkelingen Meerssen’ en in ‘Wonen in Meerssen,
                                    Trends en ontwikkelingen tot 2020’.</al><tussenkop> Tijdspad: fasering en planning</tussenkop><lijst><li nr=""><al>- najaar 2009: oriënterende besprekingen omtrent
                                            haalbaarheid en mogelijkheden voor een fysiek punt,
                                            onderzoeken subsidieaanvraag bij de provincie</al></li></lijst><tussenkop> Betrokken organisaties</tussenkop><lijst><li nr="-"><al>Zorginstellingen</al></li><li nr="-"><al>Huisartsen</al></li><li nr="-"><al>Apothekers</al></li></lijst><tussenkop> Verantwoordelijkheden</tussenkop><al>De gemeente heeft in het kader van haar regisserende rol de
                                    verantwoordelijkheid voor het deelproject. De deelnemende
                                    organisaties zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het
                                    project.</al><tussenkop> Financiële onderbouwing</tussenkop><al>Benodigde ambtelijke capaciteit:</al><lijst><li nr=""><al>- voorbereiding, uitvoering, evaluatie : 20 uren in 2009
                                            <sup>[26]</sup></al></li></lijst><al>Financiële gevolgen: wordt nog uitgewerkt.</al><tussenkop> Monitoring</tussenkop><al>De voortgang en de ontwikkelingen van het deelproject ‘Centrum
                                    voor Gezond Leven voor senioren’ wordt in het Wmo-platform en
                                    ambtelijke regiegroep WWZ-Wmo gevolgd. Het deelproject maakt
                                    deel uit van het totaalplan WWZ. Dit deelproject moet daarom in
                                    afstemming en samenhang met de rest van de deelprojecten
                                    gemonitord worden. Speciale aandacht gaat uit naar de eventuele
                                    koppeling met het ‘een WWZ-Wmo-loket-functie’.</al><tussenkop> Evaluatie</tussenkop><al>De evaluatie is gericht op de haalbaarheid van een ‘Centrum voor
                                    Gezond Leven voor senioren’ in de gemeente Meerssen.</al><tussenkop> Risicoanalyse</tussenkop><al>Mogelijke risico’s kunnen zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>Onvoldoende draagvlak bij hulp- en zorgverleners</al></li><li nr="-"><al>Algemene preventie in plaats van doelgroep gerichte
                                            preventie. </al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.8 Delproject Ontwikkelen van een divers welzijnsaanbod</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Korte beschrijving</tussenkop><al>De gemeente Meerssen wil beleid ontwikkelen om te komen tot een
                                    samenhangend pakket van welzijnsvoorzieningen. Dit pakket is in
                                    eerste instantie gericht op zelfstandig wonende ouderen en zal
                                    ook toegankelijk worden voor andere doelgroepen met een zorg- en
                                    welzijnsvraag.</al><al>Instellingen krijgen steeds meer te maken met diversiteit. Het
                                    beleid van de instellingen moet qua aanpak een afspiegeling
                                    vormen van de samenleving waarin meer dan tot nu toe de
                                    doelgroepen van beleid zich herkend en erkend voelen. De oudere
                                    van 10 jaar geleden had andere eisen dan de gemiddelde oudere
                                    van nu en over 10 jaar is dat weer anders. De toegankelijkheid
                                    van de instellingen zal onderzocht worden waarbij het accent zal
                                    liggen op het aanpassen en vernieuwen van het aanbod van
                                    activiteiten en diensten, het aanpassen van de accommodaties aan
                                    de doelgroepen en het toegankelijk maken van de
                                    informatiebronnen.</al><al>Belangrijk is het om binnen dit project aandacht te hebben voor:
                                    eenzaamheid. Eenzaamheid komt ook in Meerssen voor, bij alle
                                    leeftijdsgroepen maar mogelijk vooral bij de WWZ-en
                                    Wmo-doelgroep. Zo neemt het aantal contacten af, naarmate men
                                    ouder wordt , omdat onder andere de werkomgeving verdwijnt.
                                    Verstandelijk gehandicapten leggen minder gemakkelijk contacten
                                    met andere, hebben hier meer ondersteuning bij nodig. (Ex-) GGZ-
                                    cliënten hebben veelal minder zelfvertrouwen en vereenzamen
                                    daardoor vaker. Eenzaamheid heeft te maken met het volgende: te
                                    weinig gebruik kunnen maken van een eigen netwerk en je alleen
                                    voelen.</al><al>De gemeente Meerssen wil mogelijkheden onderzoeken, om op een
                                    laagdrempelige manier de eenzaamheid te verminderen/wat
                                    draaglijker te maken. We schrijven bewust
                                    ‘verminderen/draaglijker maken’ en niet oplossen, want het is de
                                    vraag of praten met een relatief onbekend iemand het gevoel van
                                    eenzaamheid altijd of helemaal kan weghalen. Immers die persoon
                                    kan niet het contact met bijvoorbeeld een kind dat ver weg woont
                                    vervangen of het gemis van de overleden partner.</al><al>De koppeling met het project ‘Sterk doorverwijzen’ is daarbij
                                    van fundamenteel belang om zicht te krijgen en antwoord te
                                    kunnen geven op specifieke vragen vanuit de doelgroepen.</al><tussenkop> Doel / resultaat</tussenkop><lijst><li nr="-"><al>verbinding te leggen tussen aanbod van wonen,
                                                diensten, welzijn en zorg en het structureel
                                                toegankelijk maken van het aanbod van reguliere
                                                welzijnsorganisaties voor kwetsbare groepen. Deze
                                                verbinding moet het mogelijk maken om een gericht
                                                aanbod aan activiteiten en voorzieningen te
                                                ontwikkelen voor mensen met een zorgvraag. Mensen
                                                met een zorgvraag hebben vaak behoefte aan meer
                                                specifieke vormen van hulp en ondersteuning om
                                                maatschappelijk te kunnen participeren. Deze vraag
                                                omvat alle beleidsterreinen en varieert van een
                                                cursus internet, dagbesteding, betere
                                                toegankelijkheid van vervoersmogelijkheden tot
                                                informatie over woon-zorgdiensten.</al></li><li nr="-"><al>Inwoners van Meerssen bewust maken van de waarde van
                                                iemand met een beperking</al></li><li nr="-"><al>Het persoonlijk netwerk van mensen (uit de
                                                WWZ-doelgroep) versterken en vergroten.</al></li></lijst><tussenkop> Beschikbare kwantitatieve en/of kwalitatieve informatie op
                                    dit moment om beleid op te kunnen maken</tussenkop><al>In verband met het Regionale Uitvoeringsprogramma WWZ heeft
                                    Trajekt onderzoek gedaan om de welzijnsbehoefte van de WWZ
                                    –doelgroepen (ouderen, lichamelijk gehandicapten, verstandelijk
                                    gehandicapten en (ex-) GGZ-cliënten) in de regio Maastricht en
                                    Mergelland in kaart te brengen<sup>[27]</sup>. Dit onderzoek
                                    heeft geleid tot een kwalitatieve schets van de welzijnsbehoefte
                                    en een raming van de kwantitatieve schets van de
                                    welzijnsbehoefte. Uit het onderzoek blijkt dat de behoeften van
                                    de WWZ-doelgroepen (ouderen, (ex-)ggz-cliënten, verstandelijk
                                    gehandicapten en lichamelijk gehandicapten) aan maatschappelijke
                                    ondersteuning grotendeels overeenkomen. De verschillen tussen de
                                    diverse doelgroepen zijn vooral gelegen in de concrete invulling
                                    van de behoefte. Het is zinvol om de resultaten uit dit
                                    onderzoek te vertalen naar Meerssens niveau, bij de uitwerking
                                    van dit deelproject. Opgemerkt moet worden dat mensen unieke
                                    wezens zijn, ook in hun welzijnsbehoefte. Ook aspecten als
                                    woonomgeving (stad of platteland), de (mate van) gezondheid zijn
                                    eveneens van grote invloed op de welzijnsbehoefte. Dit noopt tot
                                    concretisering op gemeentelijk niveau.</al><al>Kwantitatieve gegevens staan met name in het ‘Positionpaper,
                                    demografische ontwikkelingen Meerssen’ en in ‘Wonen in Meerssen,
                                    Trends en ontwikkelingen tot 2020’.</al><al>Wat betreft eenzaamheid:</al><al>Er zijn verschillende onderzoeken gedaan naar eenzaamheid zoals
                                    in de Gezondheidsenquete van de GGD<sup>[28]</sup> en het eerder
                                    genoemde onderzoek door Trajekt naar de welzijnsbehoefte bij de
                                    WWZ-doelgroep. De resultaten zijn echter niet te vergelijken in
                                    verband met de verschillende definiëring en operationalisering
                                    van het begrip ‘eenzaamheid’. Elk onderzoek geeft toch zinvolle
                                    kwantitatieve en kwalitatieve informatie die vertaald kan worden
                                    naar Meerssens niveau.</al><tussenkop> Tijdspad: fasering en planning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>evaluatie van de huidig welzijnsinfrastructuur: tweede
                                            kwartaal van 2009</al></li><li nr="2."><al>tegelijk inventarisatie van functies, producten,
                                            leveranciers, financiers en plaats waar vraag en aanbod
                                            worden gekoppeld: tweede kwartaal van 2009</al></li><li nr="3."><al>vertaling naar beleid divers welzijnsaanbod met
                                            specifieke aandacht voor de WWZ-doelgroep: eerste helft
                                            van 2010.</al></li></lijst><tussenkop> Betrokken organisaties</tussenkop><lijst><li nr=""><al>- Betrokken organisaties die in de gemeente diensten
                                            aanbieden op het terrein van wonen, welzijn en zorg</al></li></lijst><tussenkop> Verantwoordelijkheden</tussenkop><al>De verantwoordelijkheid voor de organisatie en uitvoering binnen
                                    het deelproject ligt bij de gemeente. De deelnemende
                                    organisaties zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het
                                    nieuw te ontwikkelen beleid.</al><tussenkop> Financiële onderbouwing</tussenkop><al>Benodigde ambtelijke capaciteit:</al><lijst><li nr=""><al>- 2009 en 2010 (voorbereiding, uitvoering, evaluatie) :
                                            40 uren voor elk van deze 2 kalenderjaren
                                            <sup>[29]</sup></al></li></lijst><al>Financiële gevolgen: wordt nog uitgewerkt.</al><tussenkop> Monitoring</tussenkop><al>De voortgang en de ontwikkelingen van het deelproject ‘divers
                                    welzijnsaanbod’ worden in het Wmo-platform en de ambtelijke
                                    regiegroep WWZ-Wmo gevolgd. Het deelproject maakt deel uit van
                                    het totaalplan WWZ en moet daarom in afstemming en samenhang met
                                    de overige deelprojecten ontwikkeld worden.</al><tussenkop> Evaluatie</tussenkop><al>Na een jaar vindt evaluatie plaats op basis van gestelde
                                    doelen.</al><tussenkop> Risicoanalyse</tussenkop><lijst><li nr="-"><al>Welzijn wordt niet door andere organisaties als een
                                            volwaardig beleidsveld ten aanzien van WWZ gezien</al></li><li nr="-"><al>De welzijnsorganisaties zijn nog niet ingericht voor een
                                            veranderende rol</al></li><li nr="-"><al>De specifieke doelgroepen weten niet de weg te vinden
                                            naar welzijnsorganisaties</al></li><li nr="-"><al>Ambtelijke capaciteit bij de gemeente.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad:</ondertekening><ondertekening>23 april 2009</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Bronnen</vet></al><lijst><li nr="-"><al>Beckers Proces Management in opdracht van Vivre Maastricht,
                            Locatieonderzoek verpleeghuis Bunde, 16 april 2008.</al></li><li nr="-"><al>Beckers Proces Management in opdracht van Woningstichting Meerssen,
                            Toekomstvisie plangebied Beukeloord en omgeving, 10 juni 2008.</al></li><li nr="-"><al>BMC/EhV, Toekomstvisie van de gemeente Meerssen, Meerssen, 8 januari
                            2009, concept.</al></li><li nr="-"><al>Gemeente Edam-Volendam, Uitvoeringsprogramma provinciale pilot
                            Wonen,Welzijn en Zorg, april 200</al></li><li nr="-"><al>GGD-en Zuid Limburg, Limburgse Gezondheidsenquete 200</al></li><li nr="-"><al>Meerssen op Maat, Beleidsplan Wmo, Meerssen, december 2007.</al></li><li nr="-"><al>Meerssen kiest voor Gezond, Meerssen, december 2007</al></li><li nr="-"><al>PCkwadraat, gegevens kernen Meerssen, februari 2009.</al></li><li nr="-"><al>Provincie Limburg, Leven in Limburg: samen en gezond!, Kadernota
                            (wonen), welzijn en zorg 2008-2012, Maastricht, 4 juli 2008.</al></li><li nr="-"><al>Regionale Overlegtafel WWZ Maastricht en Mergelland WWZ,
                            Uitvoeringsprogramma WWZ Maastricht en Mergelland, Editie II: 2006-2010,
                            maart 2006.</al></li><li nr="-"><al>SGBO, Rapport tevredenheid cliënten Wmo, April 2008</al></li><li nr="-"><al>Sociale samenhang: mythe of must, Misvattingen, discussies en
                            beleidsimplicaties, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
                            2008</al></li><li nr="-"><al>STAGG, 2000.</al></li><li nr="-"><al>Stichting Beyaert Robuust Limburg, Vraag en aanbod eerstelijns
                            gezondheidszorg Provincie Limburg 2007-2011 &amp; Wensen en behoeften
                            startende en vertrekkende eerstelijns zorgverleners Provincie
                            Limburg.</al></li><li nr="-"><al>Trajekt, Onderzoek naar de welzijnsbehoefte in de regio Maastricht en
                            Mergelland, Maastricht, September 2005</al></li><li nr="-"><al>Trajekt, Welzijn op de kaart, vervolgtraject onderzoek welzijnsbehoefte
                            WWZ-doelgroep, Maastricht, Mei 2006</al></li><li nr="-"><al>Van der Linden, M. en F.J.J.H. van Hoorn, Wonen in Meerssen, Trends en
                            ontwikkelingen tot 2020, Nieuwegein, maart 2008.</al></li><li nr="-"><al>Wmo in de buurt, leefbaarheid en sociale samenhang, Ministerie van
                            Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2008.</al></li></lijst><al>Geraadpleegde websites</al><al><extref doc="http://www.kenniscentrumwonenzorg.nl">www.kenniscentrumwonenzorg.nl</extref></al><lijst><li nr="[1]"><al>Regionale Overlegtafel WWZ Maastricht en Mergelland WWZ,
                            Uitvoeringsprogramma WWZ Maastricht en Mergelland, Editie II: 2006-2010,
                            maart 2006.</al></li><li nr="[2]"><al>Meerssen op Maat, Beleidsplan Wmo, Meerssen, december 2007.</al></li><li nr="[3]"><al>Meerssen kiest voor Gezond, Meerssen, december 2007.</al></li><li nr="[4]"><al>BMC/EhV, Toekomstvisie van de gemeente Meerssen, Meerssen, 8 januari
                            2009, concept.</al></li><li nr="[5]"><al>Wonen in Meerssen, Trends en ontwikkelingen tot 2020, Nieuwegein, maart
                            2008.</al></li><li nr="[6]"><al>Een woonvisie is, in tegenstelling tot een visie op WWZ, breder van
                            karakter en gericht op alle bevolkingsgroepen.</al></li><li nr="[7]"><al>Van der Linden, M. en F.J.J.H. van Hoorn, Wonen in Meerssen, Trends en
                            ontwikkelingen tot 2020, Nieuwegein, maart 2008.</al></li><li nr="[8]"><al>Van der Linden, M. en F.J.J.H. van Hoorn, Wonen in Meerssen, Trends en
                            ontwikkelingen tot 2020, Nieuwegein, maart 2008.</al></li><li nr="[9]"><al>In de ‘Toekomstvisie’ wordt uitgegaan van 4 kernen, namelijk: Bunde,
                            Meerssen/Rothem, Geulle en Ulestraten. In de voorliggende nota wordt
                            uitgegaan van 3 kernen, waarbij Ulestraten als satelliet zal dienen van
                            hetzij Geulle, hetzij Meerssen.</al></li><li nr="[10]"><al>Bron: Van der Linden, M. en F.J.J.H. van Hoorn, Wonen in Meerssen,
                            Trends en ontwikkelingen tot 2020, Nieuwegein, maart 2008.</al></li><li nr="[11]"><al>BMC/EvH, Toekomstvisie van de gemeente Meerssen, Meerssen, 8 januari
                            2009, Concept.</al></li><li nr="[12]"><al>Wmo in de buurt, leefbaarheid en sociale samenhang, Ministerie van
                            Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2008 Sociale samenhang: mythe of
                            must, Misvattingen, discussies en beleidsimplicaties, Ministerie van
                            Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2008.</al></li><li nr="[13]"><al>Dautzenberg, M. en J. de Kleuver, Wmo-wijkaanpak: uit de startblokken,
                            tussenrapportage, DSP-groep, Amsterdam, 2007.</al></li><li nr="[14]"><al>Meegenomen in Individueel Werk Plan (IWP) van verantwoordelijke
                            ambtenaar.</al></li><li nr="[15]"><al>Meegenomen in Individueel Werk Plan (IWP) van verantwoordelijke
                            ambtenaar.</al></li><li nr="[16]"><al>Meegenomen in Individueel Werk Plan (IWP) van verantwoordelijke
                            ambtenaar.</al></li><li nr="[17]"><al>STAGG, 2000.</al></li><li nr="[18]"><al>Beckers Proces Management in opdracht van Woningstichting Meerssen,
                            Toekomstvisie plangebied Beukeloord en omgeving, 10 juni 2008.</al></li><li nr="[19]"><al>Meegenomen in Individueel Werk Plan (IWP) van verantwoordelijke
                            ambtenaar</al></li><li nr="[20]"><al>Beckers Proces Management in opdracht van Vivre Maastricht,
                            Locatieonderzoek verpleeghuis Bunde, 16 april 2008.</al></li><li nr="[21]"><al>Meegenomen in Individueel Werk Plan (IWP) van verantwoordelijke
                            ambtenaar.</al></li><li nr="[22]"><al>Meegenomen in Individueel Werk Plan (IWP) van verantwoordelijke
                            ambtenaar.</al></li><li nr="[23]"><al>Meegenomen in Individueel Werk Plan (IWP) van verantwoordelijke
                            ambtenaar.</al></li><li nr="[24]"><al>SGBO, Rapport tevredenheid cliënten Wmo, April 2008.</al></li><li nr="[25]"><al>Meegenomen in Individueel Werk Plan (IWP) van verantwoordelijke
                            ambtenaar.</al></li><li nr="[26]"><al>Meegenomen in Individueel Werk Plan (IWP) van verantwoordelijke
                            ambtenaar.</al></li><li nr="[27]"><al>Trajekt, Onderzoek naar de welzijnsbehoefte in de regio Maastricht en
                            Mergelland, Maastricht, September 2005 + Trajekt, Welzijn op de kaart,
                            vervolgtraject onderzoek welzijnsbehoefte WWZ-doelgroep, Maastricht, Mei
                            2006.</al></li><li nr="[28]"><al>GGD-en Zuid Limburg, Limburgse Gezondheidsenquete 2003.</al></li><li nr="[29]"><al>Meegenomen in Individueel Werk Plan (IWP) van verantwoordelijke
                            ambtenaar.</al></li></lijst></bijlage></regeling></body></cvdr>