<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72782_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Uitkerings- en Pensioenverordening wethouders 1998 gemeente Steenbergen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 1998, 21</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Uitkerings- en Pensioenverordening wethouders 1998 gemeente Steenbergen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Pensioenwet%20Politieke%20Ambtsdragers">Wet algemene regels herindeling </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Pensioenwet%20Politieke%20Ambtsdragers">Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1998-03-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1998-05-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>1966-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2001-08-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>13</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Uitkerings- en Pensioenverordening wethouders 1998 gemeente Steenbergen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Steenbergen;</al><al>overwegende, dat als gevolg van de gemeentelijke herindeling per 1 januari
                        1997 een nieuwe verordening regelende de uitkerings- en pensioenvoorziening
                        voor wethouders dient te worden vastgesteld;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 februari 1998:</al><al>gelet op de Wet algemene regels herindeling en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Pensioenwet%20Politieke%20Ambtsdragers%20">Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers</extref>(APPA):</al><al>besluit:</al><lijst><li nr="I."><al>vervallen te verklaren de door de voormalige gemeenten Dinteloord en
                                Prinsenland, Nieuw-Vossemeer en Steenbergen vastgestelde
                                verordeningen regelende de uitkerings- en pensioenvoorziening voor
                                wethouders, zulks met ingang van de datum van inwerkingtreding van
                                het hierna onder II bedoelde besluit;</al></li><li nr="II."><al>vast te stellen de navolgende 'Uitkerings- en Pensioenverordening
                                wethouders 1998 gemeente Steenbergen':</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>AFDELING 1 DE UITKERING</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 1 Het recht op uitkering</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Hij die ophoudt wethouder te zijn heeft, tenzij hij zonder
                                        onderbreking weer als zodanig optreedt, met ingang van de
                                        dag van aftreding, voor zover hij alsdan niet de leeftijd
                                        van 65 jaar heeft bereikt, recht op een uitkering op de voet
                                        van de volgende artikelen.</al></li><li nr="2."><al>De raad kan beslissen dat geen uitkering wordt toegekend aan
                                        een gewezen wethouder: </al><lijst><li nr="a."><al>die zich in vreemde krijgsdienst of in vreemde
                                                overheidsdienst heeft begeven en naar zijn oordeel
                                                zich daardoor uit Nederlands nationaal oogpunt
                                                beschouwd onwaardig heeft gedragen;</al></li><li nr="b."><al>die wegens enig strafbaar feit is veroordeeld
                                                waaruit naar zijn oordeel blijkt dat hij zich uit
                                                Nederlands nationaal oogpunt beschouwd onwaardig
                                                heeft gedragen;</al></li><li nr="c."><al>die overeenkomstig <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Kieswet/article=X%208">artikel X8 van de Kieswet</extref> van het
                                                lidmaatschap van de raad vervallen verklaard
                                                is;</al></li><li nr="d."><al>wiens ontslag voortvloeit uit het feit dat hij zich
                                                aan kennelijk wangedrag of grove verwaarlozing van
                                                zijn taak heeft schuldig gemaakt. Onder grove
                                                verwaarlozing van zijn taak wordt begrepen het
                                                zonder genoegzame grond weigeren de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=169">artikel 169 Gemeentewet</extref> bedoelde
                                                inlichtingen aan de raad te verstrekken;.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 2 Normale duur van de uitkering</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De uitkering wordt toegekend voor een duur gelijk aan de
                                        tijd waarin de belanghebbende wethouder is geweest, doch
                                        tenminste voor de duur van twee jaar en ten hoogste voor de
                                        duur van zes jaar. Indien de belanghebbende met een of meer
                                        onderbrakingen wethouder is geweest, wordt in aanmerking
                                        genomen de tijd gedurende welke hij wethouder is geweest in
                                        een tijdvak, laatstelijk voordat hij ophield wethouder te
                                        zijn, waarin zijn wethouderschap voor ten hoogste een zesde
                                        deel van dat tijdvak is onderbroken.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid wordt de uitkering toegekend
                                        voor de duur van ten hoogste zes maanden, indien de
                                        belanghebbende korter dan drie maanden wethouder is
                                        geweest.</al></li><li nr="3."><al>In geval van tussentijds eindigen van de uitkering krachtens
                                            <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7-nbsp-einde-van-de-uitkering">artikel 7</extref>,, onder c, wordt de volgende
                                        uitkering toegekend ten minste tot het tijdstip, waarop
                                        eerstgenoemde uitkering zou zijn geëigend ingeval <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7-nbsp-einde-van-de-uitkering">artikel 7</extref>,, onder c, buiten toepassing was
                                        gebleven.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 3 Voortzetting van de uitkering</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien belanghebbende ten tijde van zijn aftreden als
                                            wethouder de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt en hij
                                            in het tijdvak van twaalf jaren dat direct aan zijn
                                            aftreden voorafgaat ten minste tien jaren wethouder is
                                            geweest, wordt de uitkering voortgezet tot het tijdstip
                                            waarop hij de leeftijd van 65 jaar bereikt.</al></li><li nr="2."><al>In bijzondere gevallen kan de raad beslissen dat met
                                            inachtneming van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7-nbsp-einde-van-de-uitkering">artikel 7</extref>, onder b, de uitkering zal
                                            worden voortgezet voor een nader vast te stellen
                                            termijn, welke op dezelfde wijze kan worden
                                            verlengd.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 4 Bedrag van de uitkering</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De uitkering, bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-nbsp-normale-duur-van-de-uitkering-nbsp-">artikel 2</extref>, , bedraagt gedurende het eerste
                                        jaar 80 percent, en vervolgens 70 percent van de laatstelijk
                                        als wethouder genoten wedde, inclusief vakantie-uitkering en
                                        de eindejaarsuitkering.</al></li><li nr="2."><al>De uitkering, bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-nbsp-voortzetting-van-de-uitkering">artikel 3</extref>, lid 1, bedraagt 70 percent van de
                                        laatstelijk als wethouder genoten wedde, inclusief
                                        vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder 'laatstelijk
                                        genoten' verstaan: waarop aanspraak bestond of bij
                                        uitoefening van het ambt zou hebben bestaan op de dag,
                                        voorafgaande aan die waarop belanghebbende heeft opgehouden
                                        wethouder te zijn.</al></li><li nr="4."><al>Indien bij algemene maatregel van bestuur in de bezoldiging
                                        van het rijkspersoneel een wijziging wordt aangebracht,
                                        wordt de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde laatstelijk genoten
                                        wedde, inclusief vakantie-uitkering en de
                                        eindejaarsuitkering, voor de toepassing van die leden met
                                        ingang van het tijdstip van ingang van die
                                        bezoldigingswijziging overeenkomstig die wijziging
                                        aangepast.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 4a Voortzetting van de uitkering wegens
                                invaliditeit</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Indien de belanghebbende op de dag waarop de duur van de
                                        uitkering eindigt geheel of gedeeltelijk algemeen invalide
                                        is, wordt, met inachtneming van het gestelde in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7-nbsp-einde-van-de-uitkering">artikel 7</extref> de uitkering voor de duur van de
                                        invaliditeit voortgezet op de voet van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4-nbsp-bedrag-van-de-uitkering-nbsp-">artikel 4b</extref>.</al></li><li nr="2."><al>Algemeen invalide, geheel of gedeeltelijk, in de zin van
                                        deze verordening is hij die als rechtstreeks en objectief
                                        medisch vast te stellen gevolg van ziekten of gebreken
                                        geheel of gedeeltelijk niet in staat is om met arbeid te
                                        verdienen hetgeen gezonde personen met soortgelijke
                                        opleiding en ervaring, ter plaatse waar hij arbeid verricht
                                        of het laatst heeft verricht, of in de omgeving daarvan, met
                                        arbeid gewoonlijk verdienen. Onder de eerstgenoemde arbeid
                                        wordt verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de
                                        betrokkene met zijn krachten en bekwaamheden in staat is.
                                        Onder deze arbeid wordt niet begrepen arbeid in een
                                        dienstbetrekking krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wsw">Wet Sociale Werkvoorziening</extref>.</al></li><li nr="3."><al>Bij de vaststelling van de mate van algemene invaliditeit
                                        wordt buiten beschouwing gelaten of de betrokkene de arbeid
                                        feitelijk kan verkrijgen.</al></li><li nr="4."><al>Indien de betrokkene zonder redelijke grond weigert deel te
                                        nemen aan een voor hem gewenste opleiding of scholing of
                                        onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig
                                        resultaat ervan, wordt er bij de vaststelling van de mate
                                        van algemene invaliditeit van uitgegaan dat de opleiding of
                                        scholing is afgerond.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 4b</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De voortzetting van de uitkering vindt plaats als aangegeven
                                        in het tweede en derde lid en vervolgens als aangegeven in
                                        het vierde en vijfde lid van dit artikel.</al></li><li nr="2."><al>De uitkering bedraagt gedurende een periode als aangegeven
                                        in het derde lid 70 percent van de laatstelijk als wethouder
                                        genoten wedde, inclusief vakantie-uitkering en de
                                        eindejaarsuitkering, bij een algemene invaliditeit van
                                        80percent of meer; 60 percent van die wedde, inclusief
                                        vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, bij een
                                        algemene invaliditeit van 55 tot 80 percent, en 40 percent
                                        van die wedde, inclusief vakantie-uitkering en de
                                        eindejaarsuitkering, bij een algemene invaliditeit van 25
                                        tot 55 percent.</al></li><li nr="3."><al>De in het tweede lid bedoelde periode is ten hoogste voor de
                                        belanghebbende die op het tijdstip van voortzetting van de
                                        uitkering: </al><lijst><li nr="-"><al>58 jaar of ouder is: zes jaar;</al></li><li nr="-"><al>53 jaar of ouder is: drie jaar;</al></li><li nr="-"><al>48 jaar of ouder is: twee jaar;</al></li><li nr="-"><al>43 jaar of ouder is: anderhalf jaar;</al></li><li nr="-"><al>38 jaar of ouder is: een jaar;</al></li><li nr="-"><al>33 jaar of ouder is: een half jaar, en jonger is dan
                                                33 jaar: nihil.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De uitkering bedraagt na afloop van de volgens het derde lid
                                        bepaalde periode een percentage, volgens het tweede lid, van
                                        een bedrag gelijk aan het minimumloon verhoogd met een
                                        percentage van het verschil tussen de laatstelijk als
                                        wethouder genoten wedde, inclusief vakantie-uitkering en de
                                        eindejaarsuitkering, bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4-bedrag-van-de-uitkering">artikel 4</extref>, en het minimumloon.</al></li><li nr="5."><al>Voor de berekening van het in het vierde lid bedoelde bedrag
                                        geldt een percentage van twee maal het aantal verstreken
                                        jaren tussen het vijftiende jaar en de leeftijd van de
                                        betrokkene op het tijdstip van voortzetting van de
                                        uitkering.</al></li><li nr="6."><al>Het minimumloon, bedoeld in het vierde lid, is het tot een
                                        jaarbedrag herleide minimumloon per maand, bedoeld in
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20minimumloon%20en%20minimumvakantiebijslag/article=8">artikel 8, eerste lid, onderdeel a</extref>, van de
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20minimumloon%20en%20minimumvakantiebijslag">Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag</extref> of,
                                        indien het een betrokkene jonger dan 23 jaar betreft, het
                                        tot een jaarbedrag herleide voor zijn leeftijd geldende
                                        minimumloon per maand, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20minimumloon%20en%20minimumvakantiebijslag/article=7">artikel 7, derde lid</extref>, en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20minimumloon%20en%20minimumvakantiebijslag/article=8">artikel 8, derde lid</extref>, van de genoemde wet,
                                        beide vermeerderd met de daarover berekende vakantietoeslag,
                                        bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20minimumloon%20en%20minimumvakantiebijslag/article=15">artikel 15</extref> van de wet.</al></li><li nr="7."><al>De belanghebbende heeft recht op aanvulling van de
                                        uitkering, indien die uitkering minder bedraagt dan het
                                        volgens het tweede lid vastgestelde percentage van de
                                        laatstelijk als wethouder genoten wedde, inclusief
                                        vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.</al></li><li nr="8."><al>De aanvulling is gelijk aan het bedrag dat nodig is om de
                                        uitkering te verhogen tot het in het zevende lid bedoelde
                                        percentage van de laatstelijk als wethouder genoten wedde,
                                        inclusief vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.</al></li><li nr="9."><al>In afwijking van het achtste lid is de aanvulling gelijk aan
                                        het bedrag dat nodig is om de uitkering te verhogen tot het
                                        in het tiende lid aangegeven percentage van de laatstelijk
                                        als wethouder genoten wedde, inclusief vakantie-uitkering en
                                        de eindejaarsuitkering, indien de belanghebbende de keuze
                                        heeft gemaakt voor een verlaging van de inhouding ingevolge
                                            <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-59-inhoudingen">artikel 59, eerste lid</extref>.</al></li><li nr="10."><al>Het in het negende lid bedoelde percentage bedraagt bij een
                                        algemene invaliditeit van 80 percent of meer: 65 percent,
                                        bij een algemene invaliditeit van 55 tot 80 percent: 56
                                        percent en bij een algemene invaliditeit van 25 tot 55
                                        percent: 37 percent.</al></li><li nr="11."><al>Burgemeester en wethouders stellen regels met betrekking tot
                                        de wijze en het tijdstip waarop de wethouder of de gewezen
                                        wethouder de in het negende lid bedoelde keuze, die eenmalig
                                        is, kenbaar dient te maken.</al></li><li nr="12."><al>Indien de wegens algemene invaliditeit voortgezette
                                        uitkering te zamen met inkomsten, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20minimumloon%20en%20minimumvakantiebijslag/article=15">artikel 15</extref> , minder bedraagt dan het
                                        minimumloon wordt de uitkering verhoogd tot het minimumloon.
                                        De verhoging bedraagt niet meer dan het verschil tussen de
                                        uitkering en het bedrag waarvan deze is afgeleid en tevens
                                        niet meer dan 30 percent van het minimumloon.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 4c</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De voortzetting van de uitkering, bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4a-voortzetting-van-de-uitkering-wegens-invaliditeit">artikel 4a</extref>, geschiedt op aanvraag van de
                                        belanghebbende en voor de termijn van niet langer dan drie
                                        jaar, onverminderd het in deze verordening bepaalde over
                                        herziening of intrekking van de uitkering.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders stellen de belanghebbenden
                                        uiterlijk vier maanden voor het verstrijken van de in het
                                        eerste lid bedoelde termijn schriftelijk in kennis van de
                                        mogelijkheid tot het doen van een aanvraag tot voortzetting
                                        van de uitkering na afloop van die termijn.</al></li><li nr="3."><al>Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid wordt door de
                                        belanghebbende uiterlijk drie maanden voor het verstrijken
                                        van de in het eerste lid bedoelde termijn gedaan.</al></li><li nr="4."><al>Indien burgemeester en wethouders niet tijdig beslissen op
                                        een tijdig ingediende aanvraag als bedoeld in het derde lid,
                                        wordt de uitkering voortgezet tot het tijdstip van de
                                        beslissing op de aanvraag.</al></li><li nr="5."><al>Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid wordt geacht
                                        tijdig te zijn ingediend indien burgemeester en wethouders
                                        de kennisgeving bedoeld in het tweede lid niet hebben gedaan
                                        dan wel indien bij een latere kennisgeving als bedoeld in
                                        het tweede lid de aanvraag wordt ingediend binnen een maand
                                        nadat deze kennisgeving is ontvangen.</al></li><li nr="6."><al>Indien de uitkering na afloop van de in het eerste lid
                                        bedoelde termijn wordt voortgezet, wordt de uitkering
                                        berekend op de wijze die van toepassing zou zijn geweest
                                        indien die termijn niet zou zijn afgelopen.</al></li><li nr="7."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van bepaalde
                                        groepen algemeen invaliden bepalen dat in bepaalde situaties
                                        geen termijn geldt dan wel een termijn zal gelden dieafwijkt
                                        van de in het eerste lid genoemde termijn van drie
                                        jaar.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 4d</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Binnen een jaar na het tijdstip waarop de uitkering voor de
                                        eerste maal met toepassing van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4a-voortzetting-van-de-uitkering-wegens-invaliditeit">artikel 4a</extref> is voortgezet, doen burgemeester en
                                        wethouders een onderzoek instellen ten einde te doen bezien
                                        of er als gevolg van gronden die invloed hebben op de mate
                                        van algemene invaliditeit redenen aanwezig zijn voor
                                        herziening of intrekking van de uitkering.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van bepaalde
                                        groepen algemeen invaliden bepalen dat geen termijn geldt
                                        dan wel een termijn zal gelden die afwijkt van de in het
                                        eerste lid genoemde termijn.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders wijzigen ambtshalve of op
                                        aanvraag van de belanghebbende het bedrag van de uitkering
                                        bij wijziging van de mate van algemene invaliditeit.</al></li><li nr="4."><al>Een wijziging van het bedrag van de uitkering gaat in: </al><lijst><li nr="a."><al>indien daartoe een aanvraag is ingediend, met ingang
                                                van de eerste dag van de maand volgende op die
                                                waarin die aanvraag is ingekomen;</al></li><li nr="b."><al>indien de wijziging ambtshalve plaatsvindt, met
                                                ingang van de eerste dag van de maand volgende op
                                                die waarin de beslissing tot wijziging is
                                                genomen.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De toepassing van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4a-voortzetting-van-de-uitkering-wegens-invaliditeit">artikel 4a</extref> wordt ten aanzien van een
                                        belanghebbende gestaakt indien en zolang hij niet voldoet
                                        aan een uitnodiging van burgemeester en wethouders zich te
                                        onderwerpen aan een onderzoek door een of meer door hen
                                        aangewezen geneeskundigen ter beantwoording van de vraag, of
                                        er nog sprake is van algemene invaliditeit.</al></li><li nr="6."><al>Indien degene die recht heeft op een wegens algemene
                                        invaliditeit voortgezette uitkering inkomsten uit of in
                                        verband met arbeid geniet, zijn burgemeester en wethouders
                                        bevoegd, zolang niet vaststaat of deze arbeid als arbeid
                                        bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4a-voortzetting-van-de-uitkering-wegens-invaliditeit">artikel 4a, tweede lid</extref> kan worden aangemerkt,
                                        niet tot herziening of intrekking van de uitkering over te
                                        gaan. De toepassing van de eerste volzin vindt ten hoogste
                                        plaats over een aaneengesloten periode van drie jaren,
                                        aanvangende op de eerste dag waarover de inkomsten uit of in
                                        verband met arbeid bedoeld in de eerste volzin worden
                                        genoten. Deze periode wordt geacht niet te zijn onderbroken
                                        indien korter dan een maand geen inkomsten uit of in verband
                                        met arbeid worden genoten. Na afloop van de in de tweede
                                        volzin genoemde periode wordt de in de eerste volzin
                                        bedoelde arbeid aangemerkt als arbeid bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4a-voortzetting-van-de-uitkering-wegens-invaliditeit">artikel 4a, tweede lid</extref>.</al></li><li nr="7."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de tweede
                                        volzin van het zesde lid geen toepassing vindt ten aanzien
                                        van bepaalde groepen algemeen invaliden en met betrekking
                                        tot het zesde lid van dit artikel nadere en voor bijzondere
                                        gevallen zo nodig afwijkende regels stellen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 4e Onderzoek naar invaliditeit voor het aftreden</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Op verzoek van een wethouder doen burgemeester en wethouders
                                        een onderzoek instellen door een of meer door hen aangewezen
                                        geneeskundigen, ter beantwoording van de vraag of de
                                        wethouder die het verzoek deed algemeen invalide is als
                                        bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4a-voortzetting-van-de-uitkering-wegens-invaliditeit">artikel 4a, tweede lid</extref>.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders brengen de uitkomst van een
                                        onderzoek dat is ingesteld ingevolge het eerste lid ter
                                        kennis van de verzoeker.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 5 Korting wegens inkomsten</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De inkomsten, die de belanghebbende geniet, worden met de
                                        uitkering verrekend over de maand waarop deze inkomsten
                                        betrekking hebben of geacht kunnen worden betrekking te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid worden onder inkomsten
                                        verstaan het gezamenlijk bedrag dat de belanghebbende wegens
                                        het verrichten van activiteiten, ter hand genomen met ingang
                                        van of na de dag waarop hij heeft opgehouden wethouder te
                                        zijn, geniet als </al><lijst><li nr="a."><al>winst uit onderneming;</al></li><li nr="b."><al>zuivere inkomsten uit of in verband met arbeid.
                                                Onder inkomsten, bedoeld in de vorige volzin, wordt
                                                mede verstaan een arbeidsongeschiktheidsuitkering
                                                krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Arbeidsongeschiktheidswet">Algemene Arbeidsongeschiktheidswet</extref>.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste lid worden mede als
                                        inkomsten aangemerkt: </al><lijst><li nr="a."><al>de inkomsten wegens in het tweede lid bedoelde
                                                activiteiten ter hand genomen door de belanghebbende
                                                binnen één jaar, onmiddellijk voorafgaand aan het
                                                tijdstip van aftreden;</al></li><li nr="b."><al>de inkomsten die worden genoten uit een betrekking
                                                waarin hij gedurende zijn zittingstijd als wethouder
                                                op non-activiteit was gesteld;</al></li><li nr="c."><al>de vaste vergoeding die wordt genoten als
                                                raadslid.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Indien de belanghebbende op of na de dag bedoeld in het
                                        tweede lid inkomsten of hogere inkomsten, anders dan ten
                                        gevolge van algemene loonsverhogingen, verkrijgt uit in het
                                        tweede lid bedoelde activiteiten ter hand genomen voor de
                                        dag van aftreden, anders dan bedoeld in het derde lid, is
                                        ten aanzien van die inkomsten of hogere inkomsten het
                                        bepaalde in het eerste lid van toepassing.</al></li><li nr="5."><al>De in het eerste lid bedoelde verrekening geschiedt aldus
                                        dat de uitkering wordt verminderd met het bedrag waarmede de
                                        uitkering, vermeerderd met die inkomsten, de laatstelijk
                                        genoten wedde, inclusief vakantie-uitkering en de
                                        eindejaarsuitkering, waarvan de uitkering is afgeleid,
                                        overschrijdt.</al></li><li nr="6."><al>Onder inkomsten bedoeld in de voorgaande leden wordt niet
                                        verstaan kinderbijslag alsmede de compensatie voor de premie
                                        ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Ouderdomswet">Algemene Ouderdomswet</extref> en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Weduwen-%20en%20Wezenwet">Algemene Weduwen- en Wezenwet</extref>, welke in die
                                        inkomsten is of geacht kan worden te zijn begrepen. De
                                        vorige volzin is wat betreft de premiecompensatie slechts
                                        van toepassing voor zover de daar bedoelde inkomsten
                                        betrekking hebben of kunnen worden geacht betrekking te
                                        hebben op een tijdvak gelegen voor 1 juni 1985.</al></li><li nr="7."><al>Belanghebbende is verplicht van het ter hand nemen of weer
                                        ter hand nemen van enige arbeid of bedrijf, dan wel van het
                                        gaan genieten van inkomsten of hogere inkomsten als bedoeld
                                        in dit artikel, terstond mededeling te doen aan burgemeester
                                        en wethouders onder opgave, voor zover mogelijk, van de
                                        verwachte inkomsten, een en ander overeenkomstig de
                                        voorschriften, hem door burgemeester en wethouders gegeven.
                                        Zijn de inkomsten niet vooraf op te geven, dan doet hij
                                        tijdig voor het verschijnen van elke uitkeringstermijn
                                        opgave van de inkomsten die hij sinds het ter hand nemen van
                                        bedoelde werkzaamheden of sinds de vorige opgave heeft
                                        genoten. Brengt de aard van de activiteiten of de inkomsten
                                        mede dat de inkomsten over een langere termijn dan een maand
                                        moeten worden berekend, dan wordt op de uitkering een
                                        vermindering toegepast van een voorlopig vastgesteld bedrag
                                        onder voorbehoud van verrekening aan het einde van
                                        evenbedoelde termijn.</al></li><li nr="8."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij de vaststelling van
                                        het bedrag van de vermindering afwijken van de opgave van
                                        belanghebbende.</al></li><li nr="9."><al>Voor de toepassing van dit artikel ten aanzien van de
                                        voortgezette uitkeringen als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-voortzetting-van-de-uitkering">artikel 3, tweede lid</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4a-voortzetting-van-de-uitkering-wegens-invaliditeit">artikel 4a</extref>, kunnen burgemeester en wethouders
                                        andere inkomsten aanmerken als te zijn genoten wegens'
                                        activiteiten bedoeld in het tweede lid.</al></li><li nr="10."><al>Belanghebbende wordt door het aanvaarden van de uitkering
                                        geacht erin toe te stemmen, dat allen die daarvoor naar het
                                        oordeel van burgemeester en wethouders in aanmerking komen
                                        omtrent zijn omstandigheden alle inlichtingen geven, welke
                                        voor de uitvoering van deze afdeling nodig zijn.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 6 Betaling uitkering</titel></kop><structuurtekst><al>De uitkering wordt uitbetaald in maandelijkse termijnen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 7 Einde van de uitkering</titel></kop><structuurtekst><al>De uitkering eindigt</al><lijst><li nr="a."><al>met ingang van de dag, volgende op die waarop belanghebbende
                                        is overleden;</al></li><li nr="b."><al>met ingang van de dag, waarop belanghebbende de leeftijd van
                                        65 jaar bereikt;</al></li><li nr="c."><al>met ingang van de dag, waarop belanghebbende weer als
                                        wethouder in deze gemeente optreedt;</al></li><li nr="d."><al>met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die
                                        waarin burgemeester en wethouders ten aanzien van een
                                        uitkering als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4a-voortzetting-van-de-uitkering-wegens-invaliditeit">artikel 4a</extref>, eerste lid, hebben vastgesteld,
                                        dat de algemene invaliditeit minder dan 25 percent is
                                        geworden.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 8 Schorsing</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De betaling van de uitkering kan door burgemeester en
                                        wethouders worden geschorst indien en voor zolang
                                        belanghebbende niet de mededeling of opgave doet als bedoeld
                                        in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-korting-wegens-inkomsten">artikel 5, lid 7</extref>.</al></li><li nr="2."><al>Indien de in het vorige lid bedoelde verplichting alsnog
                                        wordt nagekomen, wordt de uitkering over de tijd van
                                        schorsing alsnog uitbetaald.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 9 Uitkering bij overlijden</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de gewezen
                                        wethouder wordt aan de nabestaande zoals bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-12">artikel 12</extref>, van wie de overledene niet
                                        duurzaam gescheiden leefde, een bedrag uitgekeerd, gelijk
                                        aan de uitkering over een tijdvak van drie maanden.</al></li><li nr="2."><al>Laat de overledene geen weduwe of weduwnaar na, van wie hij,
                                        onderscheidenlijk zij, niet duurzaam gescheiden leefde, dan
                                        wordt evenbedoeld bedrag uitgekeerd ten behoeve van de
                                        minderjarige wettige of natuurlijke kinderen van de
                                        overledene, of minderjarige kinderen waarover de overledene
                                        ten tijde van het overlijden de pleegouderlijke zorg droeg.
                                        Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het
                                        onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen
                                        kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van
                                        het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook
                                        zodanige kinderen, dan geschiedt de uitkering, indien de
                                        overledene kostwinner was van ouders, meerderjarige
                                        kinderen, broeders of zusters, ten behoeve van deze
                                        betrekkingen.</al></li><li nr="3."><al>Laat de overledene geen betrekkingen als bedoeld in het
                                        eerste en tweede lid na, dan kan het aldaar bedoelde bedrag
                                        geheel of ten dele worden uitgekeerd voor de betaling van de
                                        kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, indien
                                        zijn nalatenschap voor de betaling van die kosten
                                        ontoereikend is.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 10 Vervanging</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het bepaalde in deze afdeling is niet van overeenkomstige
                                        toepassing ten aanzien van hem die krachtens het gestelde in
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">artikel 51, eerste lid, van de Gemeentewet</extref>
                                        tijdelijk met de waarneming van het wethouderschap is belast
                                        geweest.</al></li><li nr="2."><al>Voor de berekening van het tijdvak, bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-normale-duur-van-de-uitkering">artikel 2, eerste lid</extref>, telt tevens mee de
                                        periode waarin de belanghebbende krachtens het gestelde in
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">artikel 51, eerste lid, van de Gemeentewet</extref>
                                        tijdelijk doch gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken
                                        met de tijdelijke waarneming van het wethouderschap is
                                        belast geweest, indien het tijdvak van die waarneming zonder
                                        onderbreking wordt gevolgd doer een tijdvak, waarin hij
                                        anders dan krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">artikel 51, eerste lid, van de Gemeentewet</extref> als
                                        wethouder is opgetreden.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>AFDELING II PENSIOENEN</titel></kop><afdeling><kop><titel>HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 11 Begrippen</titel></kop><structuurtekst><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening
                                bepaalde worden onder pensioen tevens begrepen de toeslagen bedoeld
                                in de artikelen 29, 33, 36 en
                                    37,
                                tenzij uit de desbetreffende bepalingen het tegendeel blijkt.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><structuurtekst><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>aanmelding: aanmelding als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-12a-aanmelding">artikel 12a</extref>;</al></li><li nr="b."><al>nabestaande: de man of vrouw met wie de overleden wethouder,
                                        gewezen of gepensioneerde wethouder op de dag van overlijden
                                        gehuwd was, dan wel de man of vrouw ten aanzien van wie door
                                        de overledene aanmelding had plaatsgevonden;</al></li><li nr="c."><al>deeltijdfactor: een breuk waarvan de teller wordt gevormd
                                        door de genoten wedde exclusief de vakantie-uitkering en de
                                        eindejaarsuitkering, en de noemer door het tot een
                                        jaarbedrag herleide bedrag waarvan de wedde is
                                        afgeleid.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 12a Aanmelding</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan bij burgemeester en wethouders één man of
                                        vrouw aanmelden, indien hij en deze man of vrouw: </al><lijst><li nr="a."><al>beiden als ingezetene met het zelfde woonadres in de
                                                gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
                                                zijn ingeschreven;</al></li><li nr="b."><al>zich bij een notarieel verleden samenlevingscontract
                                                tegenover elkaar hebben verplicht om wederkerig bij
                                                te dragen in de kosten van levensonderhoud;</al></li><li nr="c."><al>beiden ongehuwd zijn;</al></li><li nr="d."><al>beiden ten tijde van de aanmelding achttien jaar of
                                                ouder zijn en</al></li><li nr="e."><al>geen bloed- of aanverwanten in de rechte lijn
                                                zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voorts kunnen aanmelding doen als bedoeld in het eerste lid: </al><lijst><li nr="a."><al>de gewezen wethouder met recht op uitkering terzake
                                                van ontslag of aftreden, of</al></li><li nr="b."><al>de gewezen wethouder, indien hij al voor zijn
                                                ontslag of aftreden gehuwd was met de man of vrouw
                                                van wie aanmelding gewenst wordt, dan wel indien die
                                                man of vrouw al voor het ontslag of aftreden door de
                                                gewezen wethouder was aangemeld geweest als bedoeld
                                                in het eerste lid, mits de aanmelding wordt gedaan
                                                voordat degene die de aanmelding doet de leeftijd
                                                van 65 jaar heeft bereikt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Degene die een aanmelding doet, voegt daarbij een
                                        gewaarmerkt afschrift van de benodigde gegevens uit de
                                        gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens waaruit
                                        blijkt dat is voldaan aan de voorwaarde, gesteld in het
                                        eerste lid, onder a, alsmede een afschrift van het contract,
                                        bedoeld in het eerste lid, onder b, dan wel een uittreksel
                                        daaruit of een verklaring van de notaris dienaangaande,
                                        waaruit de wederzijdse onderhoudsplichtigheid blijkt.</al></li><li nr="4."><al>Indien aan de voorwaarden voor aanmelding, gesteld in het
                                        eerste lid, niet wordt voldaan, weigeren burgemeester en
                                        wethouders de aanmelding.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders kunnen regels stellen omtrent de
                                        aanmelding door degene die niet als ingezetene in de
                                        gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is
                                        ingeschreven.</al></li><li nr="6."><al>De aanmelding eindigt met het doorhalen ervan.</al></li><li nr="7."><al>Een aanmelding als bedoeld in het eerste lid wordt
                                        doorgehaald: </al><lijst><li nr="a."><al>op de dag waarop een aanvraag daartoe van degene die
                                                de aanmelding heeft gedaan, dan wel van de man of
                                                vrouw die is aangemeld, is ontvangen; op de dag van
                                                overlijden van de man of vrouw die is aangemeld dan
                                                wel van degene die de aanmelding heeft gedaan,
                                                of</al></li><li nr="b."><al>op de dag waarop degene die de aanmelding heeft
                                                gedaan, dan wel de man of vrouw die is aangemeld,
                                                hetzij in het huwelijk treedt, hetzij partij is bij
                                                een volgende aanmelding.</al></li></lijst></li><li nr="8."><al>Burgemeester en wethouders kunnen, indien daartoe aanleiding
                                        bestaat, bevestiging vragen of nog aan de voorwaarden voor
                                        aanmelding wordt voldaan. Degene die de aanmelding heeft
                                        gedaan legt alsdan een schriftelijke verklaring terzake over
                                        van hem en de aangemelde persoon gezamenlijk, alsmede een
                                        gewaarmerkt afschrift van de benodigde gegevens uit de
                                        gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens waaruit
                                        blijkt dat aan de voorwaarde, gesteld in het eerste lid,
                                        onder a, op het tijdstip van die verklaring wordt voldaan.
                                        Indien evenwel in de voorgaande periode het
                                        samenlevingscontract een wijziging heeft ondergaan die van
                                        belang kan zijn voor de aanmelding, wordt een afschrift van
                                        het gewijzigde contract overgelegd dan wel een uittreksel
                                        daaruit of een verklaring van een notaris dienaangaande,
                                        waaruit blijkt dat nog wordt voldaan aan de voorwaarde,
                                        bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.</al></li><li nr="9."><al>Indien de bevestiging niet binnen zes weken wordt gedaan
                                        herhalen burgemeester en wethouders hun in het achtste lid
                                        bedoeld aanvraag.</al></li><li nr="10."><al>Indien de bevestiging niet binnen drie weken na de herhaalde
                                        aanvraag wordt gegeven, kunnen burgemeester en wethouders de
                                        aanmelding op een door hen vast te stellen datum doorhalen.
                                        De bedoelde datum is niet gelegen voor de datum waarop de in
                                        het achtste lid bedoelde bevestiging is gevraagd.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 13 Bijzonder nabestaandenpensioen</titel></kop><structuurtekst><al>De bepalingen van deze verordening voor het nabestaandenpensioen
                                zijn van overeenkomstige toepassing op het bijzonder
                                nabestaandenpensioen, tenzij uit de desbetreffende bepalingen het
                                tegendeel blijkt.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 14 Tijdelijk pensioen</titel></kop><structuurtekst><al>De bepalingen van deze verordening voor het nabestaanden- en
                                wezenpensioen zijn van overeenkomstige toepassing op het tijdelijk
                                pensioen, tenzij uit de desbetreffende bepalingen het tegendeel
                                blijkt.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 15 Vervanging</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het bepaalde in deze afdeling is niet van overeenkomstige
                                        toepassing ten aanzien van hem die krachtens het gestelde in
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">artikel 51, eerste lid, van de Gemeentewet</extref>
                                        tijdelijk met de waarneming van het wethouderschap is belast
                                        geweest.</al></li><li nr="2."><al>Voor de berekening van het aantal dienstjaren, zoals bedoeld
                                        in deze afdeling, kan op verzoek van belanghebbende tevens
                                        meetellen de periode waarin hij krachtens het gestelde in
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">artikel 51, eerste lid, van de Gemeentewet</extref>
                                        tijdelijk doch gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken
                                        met de tijdelijk waarneming van het wethouderschap is belast
                                        geweest, indien het tijdvak van die waarneming zonder
                                        onderbreking wordt gevolgd door een tijdvak, waarin hij
                                        anders dan krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">artikel 51, eerste lid, van de Gemeentewet</extref> als
                                        wethouder is opgetreden.</al></li><li nr="3."><al>Het verzoek bedoeld in het vorige lid dient binnen dertig
                                        dagen na de datum waarop belanghebbende anders dan krachtens
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">artikel 51, eerste lid, van de Gemeentewet</extref>
                                        voor het eerst als wethouder is opgetreden bij burgemeester
                                        en wethouders te worden ingediend.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>HOOFDSTUK II HET EIGEN PENSIOEN</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 16 Het recht op eigen pensioen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Hij die ophoudt wethouder te zijn heeft, tenzij hij zonder
                                        onderbreking weer als zodanig optreedt, recht op pensioen
                                        indien hij op het tijdstip waarop hij ophoudt wethouder te
                                        zijn, de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.</al></li><li nr="2."><al>Hij die ophoudt wethouder te zijn vóór het bereiken van de
                                        leeftijd van 65 jaar, heeft recht op pensioen bij het
                                        bereiken van die leeftijd, tenzij hij op dat tijdstip weer
                                        als wethouder in deze gemeente optreedt.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 17 Diensttijd voor en vanaf 1 januari 1986</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het pensioen wordt berekend over de tijd doorgebracht als
                                        wethouder, volgens een of meer van de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-18-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-voor-1-januari-1986">artikelen 18</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">19</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19a-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-na-31-december-1994">19a</extref>, naar de laatstelijk als wethouder genoten
                                        wedde, inclusief vakantie-uitkering en de
                                        eindejaarsuitkering.</al></li><li nr="2."><al>Indien het pensioen wordt berekend volgens zowel <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-18-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-voor-1-januari-1986">artikel 18</extref> als <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">19</extref>, geldt voor de pensioenberekening over de
                                        tijd voor 1 januari 1986 als laatstelijk genoten wedde een
                                        bedrag gelijk aan 100/110 maal het bedrag van de eventueel
                                        volgens de regels, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=157">artikel 157, derde lid, van de Algemene pensioenwet
                                            politieke ambtsdragers</extref> aangepaste wedde voor de
                                        vaststelling van de pensioengrondslag voor de
                                        pensioenberekening over tijd tussen 31 december 1985 en 1
                                        januari 1995 met toepassing van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">artikel 19</extref>. De in de eerste volzin
                                        eerstbedoelde wedde bedraagt niet minder dan het bedrag van
                                        laatstbedoelde wedde verminderd met f 6.320,-. Het bedrag
                                        van f 6.320,- wordt telkens aangepast bij de ministeriële
                                        regeling, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=157">artikel 157, derde lid, van de Algemene pensioenwet
                                            politieke ambtsdragers</extref>, overeenkomstig de
                                        aanpassing van een bedrag dat op 1 januari 1985 f 63.200,-
                                        bedroeg.</al></li><li nr="3."><al>Indien het pensioen wordt berekend volgens zowel <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-18-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-voor-1-januari-1986">artikel 18</extref> als <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19a-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-na-31-december-1994">artikel 19a</extref>, geldt voor de pensioenberekening
                                        over tijd voor 1 januari 1986 als laatstelijk genoten wedde
                                        een bedrag gelijk aan 100/110 maal het bedrag, bedoeld in
                                        het vierde lid.</al></li><li nr="4."><al>Indien het pensioen wordt berekend volgens zowel <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">artikel 19</extref> als <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19a-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-na-31-december-1994">artikel 19a</extref> geldt voor de pensioenberekening
                                        over tijd tussen 31 december 1985 en 1 januari 1995 als
                                        laatstelijk genoten wedde een bedrag gelijk aan de eventueel
                                        naar de regelen, bedoeld in het tweede lid aangepaste wedde
                                        voor de vaststelling van de pensioengrondslag voor de
                                        pensioenberekening over tijd na 31 december 1994 met
                                        toepassing van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19a-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-na-31-december-1994">artikel 19a</extref>, vermeningvuldigd met een
                                        debruteringsfactor. Deze factor is de breuk, waarvan de
                                        teller honderd bedraagt en de noemer de som is van honderd
                                        en het percentage waarmee de wedde als wethouder per 1
                                        januari 1995 uitsluitend ter uitvoering van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=11">artikel II van de wet van 19 mei 1994, houdende
                                            wijziging van de Algemene pensioenwet politieke
                                            amtsdragers</extref> (onder andere ter zake van
                                        inhoudingen op het inkomen en gelijke franchise voor de
                                        pensioenberekening) (Stb. 418) is gewijzigd.</al></li><li nr="5."><al>Bij de berekening van een pensioen van een gewezen wethouder
                                        die voor 1 januari 1986 voor zijn bezoldiging geacht werd
                                        niet de volledige werkweek aan het wethouderschap te
                                        besteden, wordt de laastelijk genoten wedde, vastgesteld
                                        volgens het tweede of derde lid, vermenigvuldigd met de
                                        deeltijdfactor.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 18 Berekening van het eigen pensioen over tijd voor 1
                                januari 1986</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel is uitsluitend van toepassing op
                                        pensioenberekeningen over jaren gelegen voor 1 januari
                                        1986.</al></li><li nr="2."><al>Behoudens het bepaalde in lid 3 bedraagt het pensioen voor
                                        ieder van de eerste vier jaren als wethouder 3,5 percent en
                                        voor ieder overig jaar als wethouder 1,75 percent, in totaal
                                        tot een maximum van 70 percent, van de -in de zin van
                                            artikel
                                            4- laatstelijk als wethouder genoten wedde,
                                        inclusief de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering,
                                        aangepast volgens de regels als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=157">artikel 157, derde lid, van de Algemene pensioenwet
                                            politieke ambtsdragers</extref>.</al></li><li nr="3."><al>Indien recht bestaat op meer dan een pensioen krachtens of
                                        op voet van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers
                                        komen op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=139">artikel 139, lid 2</extref>, van deze wet voor de
                                        toepassing van de pensioenberekening naar 3,5 percent per
                                        dienstjaar in totaal ten hoogste vier dienstjaren in
                                        aanmerking en wordt die berekening voor zover mogelijk
                                        toegepast ten aanzien van het pensioen, waarbij die
                                        berekening het hoogste bedrag oplevert, en overigens ten
                                        aanzien van het anderá pensioen of de andere pensioenen in
                                        de volgorde van de hoogte van de wedden of de
                                        berekeningsgrondslag. Voor de vergelijking van deze wedden
                                        of berekeningsgrondslag worden deze zo nodig aangepast
                                        volgens de regels, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=157">artikel 157, derde lid</extref>, van evengenoemde
                                        wet.</al></li><li nr="4."><al>De tijd met recht op uitkering doorgebracht telt als
                                        diensttijd mee in die zin, dat het pensioen over deze tijd
                                        naar 0,875 percent per jaar wordt berekend, met dien
                                        verstande dat, wanneer het een uitkering betreft als bedoeld
                                        in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4a-voortzetting-van-de-uitkering-wegens-invaliditeit">artikel 4a</extref>, het pensioen over deze tijd naar
                                        1,75 percent per jaar wordt berekend, voor zover en voor
                                        zolang het percentage van de algemene invaliditeit 55 of
                                        meer bedroeg. Voor de toepassing van de vorige volzin worden
                                        uitkeringen als bedoeld in artikel
                                            2 en in artikel
                                            3, leden 1 en 2, aangemerkt als een uitkering
                                        als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4a-voortzetting-van-de-uitkering-wegens-invaliditeit">artikel 4a</extref>, indien en zolang belanghebbende
                                        tijdens de duur van eerstbedoelde uitkeringen voor 55
                                        percent of meer algemeen invalide was.</al></li><li nr="5."><al>In afwijking van het vierde lid wordt het pensioen over de
                                        in dat lid bedoelde tijd berekend naar de helft van het
                                        ingevolge dat lid toepasselijke percentage, over het
                                        gedeelte van die tijd waarin de uitkering is verminderd
                                        wegens het genieten van inkomsten als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-korting-wegens-inkomsten">artikel 5</extref>. Geen meetelling van diensttijd als
                                        bedoeld in het vierde lid vindt plaats: </al><lijst><li nr="a."><al>voor zover gedurende de in dat lid bedoelde tijd de
                                                uitkering wegens het genieten van inkomsten als
                                                bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-korting-wegens-inkomsten">artikel 5, eerste lid</extref>, tot nihil is
                                                verminderd;</al></li><li nr="b."><al>in zover belanghebbende die recht heeft op
                                                uitkering, maar die minder uitkering geniet dan de
                                                krachtens <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-59-inhoudingen">artikel 59</extref> berekende inhoudingen ter
                                                zake van ouderdom en overlijden, er geen zorg voor
                                                draagt dat het bedrag van deze inhoudingen, welk
                                                bedrag in dit geval als een op hen rustende schuld
                                                wordt beschouwd, bij het bereiken van de 65-jarige
                                                leeftijd is voldaan;</al></li><li nr="c."><al>indien de belanghebbende zulks verzoekt.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Voor de toepassing van het vijfde lid wordt de vergoeding
                                        voor de werkzaamheden als lid van de gemeenteraad niet
                                        beschouwd als daar bedoelde inkomsten.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 19 Berekening van het eigen pensioen over tijd tussen 31
                                december 1985 en 1 januari 1995</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel is uitsluitend van toepassing op
                                        pensioenberekeningen over jaren gelegen tussen 31 december
                                        1985 en 1 januari 1995.</al></li><li nr="2."><al>Het pensioen wordt berekend over de pensioengrondslag. De
                                        pensioengrondslag wordt gevormd door de laatstelijk als
                                        wethouder genoten wedde, inclusief vakantie-uitkering en de
                                        eindejaarsuitkering, te verminderen met het bedrag als
                                        omschreven in het vierde lid (de franchise).</al></li><li nr="3."><al>Ten aanzien van een wethouder die voor zijn bezoldiging
                                        geacht wordt niet de volledige werkweek aan het ambt te
                                        besteden, wordt onder wedde verstaan het tot een jaarbedrag
                                        herleide bedrag waarvan die wedde is afgeleid.</al></li><li nr="4."><al>De franchise bedoeld in het tweede lid is gelijk aan: </al><lijst><li nr="a."><al>voor de gepensioneerde wethouder die voor de
                                                toepassing van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Ouderdomswet">Algemene Ouderdomswet</extref> als gehuwd wordt
                                                aangemerkt twintig zevende maal het tot een
                                                jaarbedrag herleide bedrag waarop ingevolge die wet
                                                recht bestaat of zou hebben bestaan indien hij op
                                                grond van die wet verzekerd zou zijn geweest;</al></li><li nr="b."><al>voor de gepensioneerde wethouder die voor de
                                                toepassing van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Ouderdomswet">Algemene Ouderdomswet</extref> als ongehuwd wordt
                                                aangemerkt tien zevende maal het tot een jaarbedrag
                                                herleide bedrag waarop ingevolge die wet recht
                                                bestaat of zou hebben bestaan indien hij op grond
                                                van die wet verzekerd zou zijn geweest.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>In de in het vierde lid bedoelde bedragen is mede begrepen
                                        de bruto vakantie-uitkering waarop ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Ouderdomswet">Algemene Ouderdomswet</extref>.</al></li><li nr="6."><al>Wanneer de in het vierde lid bedoelde bedragen worden
                                        gewijzigd, wordt de pensioen-grondslag herberekend. Het
                                        herberekende pensioen gaat, onverminderd <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-22-verstrekken-van-inlichtingen">artikel 22, tweede lid</extref>, in op dezelfde dag als
                                        waarop bedoelde wijzigingen zich hebben voorgedaan.</al></li><li nr="7."><al>Behoudens het bepaalde in het achtste lid bedraagt het
                                        pensioen voor ieder van de eerste vier voor pensioen
                                        tellende jaren als wethouder 3,5 percent van de
                                        pensioengrondslag, en voor ieder overig jaar als wethouder
                                        1,75 percent van de pensioengrondslag, in totaal tot een
                                        maximum van 70 percent van de pensioengrondslag, aangepast
                                        volgens de regels, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=157">artikel 157, derde lid, van de Algemene pensioenwet
                                            politieke ambtsdragers</extref>.</al></li><li nr="8."><al>Indien recht bestaat op meer dan een pensioen, bedoeld in
                                        het zevende lid, dan wel daarnaast recht bestaat op een of
                                        meer pensioenen krachtens de tweede en derde afdeling van de
                                        Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, komen voor de
                                        toepassing van de pensioenberekening naar 3,5 percent per
                                        dienstjaar in totaal ten hoogste vier dienstjaren in
                                        aanmerking en wordt die berekening voor zover mogelijk
                                        toegepast ten aanzien van het pensioen, waarbij die
                                        berekening het hoogste bedrag oplevert en overigens ten
                                        aanzien van het andere pensioen of de andere pensioenen in
                                        de volgorde van de hoogte der wedden, berekeningsgrondslag
                                        of pensioengrondslagen. Voor vergelijking van deze wedden,
                                        berekeningsgrondslag of pensioengrondslagen worden deze zo
                                        nodig aangepast volgens de regels, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=157">artikel 157, derde lid, van de Algemene pensioenwet
                                            politieke ambtsdragers</extref>.</al></li><li nr="9."><al>Het <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-18-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-voor-1-januari-1986">vierde en vijfde en zesde lid van artikel 18</extref>
                                        zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="10."><al>Indien een pensioen wordt berekend zowel met toepassing van
                                            <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-18-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-voor-1-januari-1986">artikel 18</extref> als met toepassing van dit artikel,
                                        wordt in afwijking van het zevende of achtste lid het
                                        percentage van 70 verminderd met het percentage van het
                                        pensioen dat eerst is berekend met toepassing van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-18-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-voor-1-januari-1986">artikel 18</extref>.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 19a Berekening van het eigen pensioen over tijd na 31
                                december 1994</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel is uitsluitend van toepassing op
                                        pensioenberekeningen over tijd doorgebracht als wethouder na
                                        31 december 1994.</al></li><li nr="2."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">Artikel 19, tweede lid</extref>, is van toepassing, met
                                        dien verstande dat de in dat lid bedoelde franchise het
                                        bedrag is, dat op grond van een reglement, als bedoeld in
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20privatisering%20Abp/article=4">artikel 4, vijfde lid, van de Wet privatisering
                                            Abp</extref> als zodanig geldt voor de berekening van
                                        een ouderdomspensioen van een gepensioneerd
                                        overheidswerknemer in de zin van die wet.</al></li><li nr="3."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">Artikel 19, derde en zevende tot en met tiende
                                            lid</extref>, zijn van toepassing.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 20 Berekening van het eigen pensioen over tijd na 31
                                december 1985</titel></kop><structuurtekst><al>Tijd, doorgebracht als wethouder, gedurende welke de belanghebbende
                                voor zijn bezoldiging geacht werd niet de volledige werkweek aan
                                zijn ambt te besteden, telt voor de pensioenberekening met
                                toepassing van artikel 19 en 19a, dan wel met toepassing van beide artikelen, mee
                                met inachtneming van de voor die tijd toepasselijke deeltijdfactor
                                of deeltijdfactoren.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 21 Samenvallende diensttijden van echtgenoten tussen 31
                                december 1985 en 1 januari 1995</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De gepensioneerde wethouder heeft recht op een toeslag op
                                        zijn pensioen indien dat pensioen is berekend met toepassing
                                        van de franchise bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">artikel 19, vierde lid, onderdeel a</extref>, en indien
                                        de kalendertijd, waarin de voor de berekening van zijn
                                        pensioen meetellende diensttijd is gelegen, geheel of
                                        gedeeltelijk samenvalt met de kalendertijd, die in
                                        aanmerking is genomen bij de berekening van enig pensioen
                                        waarop zijn echtgenoot recht heeft , mits op laatstbedoeld
                                        pensioen een vermindering is toegepast uit hoofde van recht
                                        op ouderdomspensioen ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Ouderdomswet">Algemene Ouderdomswet</extref>.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt mede als echtgenoot
                                        aangemerkt degene die voor de toepassing van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Ouderdomswet">Algemene Ouderdomswet</extref> als echtgenoot van de
                                        gepensioneerde wethouder wordt aangemerkt.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt voor elk voor
                                        de berekening van het pensioen tellende jaar binnen de
                                        samenlopende kalendertijd 0,525 percent van de franchise
                                        bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">artikel 19, vierde lid</extref>.</al></li><li nr="4."><al>De toeslag wordt slechts toegekend op schriftelijk verzoek
                                        en gaat in op de dag waarop de in het eerste lid bedoelde
                                        omstandigheid is opgetreden, met dien verstande dat de
                                        toeslag niet vroeger ingaat dan een jaar voor de eerste dag
                                        van de maand waarin het verzoek is ingediend.</al></li><li nr="5."><al>Voor de toepassing van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=157">artikel 157 van de Algemene Pensioenwet politieke
                                            ambtsdragers</extref> en van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#hoofdstuk-iii-het-nabestaandenpensioen">hoofdstuk III</extref> van deze verordening wordt de
                                        toeslag ingevolge dit artikel niet onder pensioen
                                        begrepen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 22 Verstrekken van inlichtingen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Indien in het bedrag van het ouderdomspensioen, waaronder
                                        medebegrepen een eventuele toeslag en de vakantie-uitkering,
                                        ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Ouderdomswet">Algemene Ouderdomswet</extref> een wijziging wordt
                                        aangebracht op grond van persoonlijke omstandigheden, is
                                        degene aan wie een pensioen krachtens dit hoofdstuk is
                                        toegekend over diensttijd voor 1 januari 1995, gehouden
                                        daarvan onverwijld kennis te geven aan burgemeester en
                                        wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Indien de in het eerste lid bedoelde wijziging leidt tot
                                        verhoging van het pensioen krachtens dit hoofdstuk, gaat die
                                        verhoging niet vroeger in dan een jaar voor de eerste dag
                                        van de maand waarin de daarbedoelde kennisgeving werd gedaan
                                        of waarin die verhoging ambtshalve plaatsvond.</al></li><li nr="3."><al>In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders het
                                        tweede lid buiten toepassing laten.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>HOOFDSTUK III HET NABESTAANDENPENSIOEN</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 1 Het recht op pensioen</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 23 Paraplubepaling Anw</titel></kop><structuurtekst><al>Een regeling van nabestaanden- en wezenpensioen, vervat in deze
                                verordening, wordt voor de toepassing van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20nabestaandenwet/article=103">artikel 103 van de Algemene nabestaandenwet</extref> beschouwd
                                als een pensioenregeling als bedoeld in dat artikel.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 23a</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Voor recht op een nabestaanden- of wezenpensioen, ontstaan
                                        wegens overlijden tussen 30 juni 1996 en 1 januari 1998 van
                                        een wethouder, gewezen wethouder, of gepensioneerde
                                        wethouder, van een nabestaande of een wees die geen recht
                                        heeft op een uitkering ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20nabestaandenwet">Algemene nabestaandenwet</extref> maar wel recht op
                                        pensioen of tijdelijke uitkering ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wijzigingsbesluit%20betreffende%20intrekking%20Algemene%20Weduwen-%20en%20Wezenwet%20en%20inwerkingtreding%20Algemene%20nabestaandenwet">Algemene Weduwen- en Wezenwet</extref> zou hebben gehad
                                        indien die wet nog van kracht zou zijn geweest, geldt het
                                        volgende: </al><lijst><li nr="a."><al>voor de toepassing van de bepalingen inzake
                                                samenloop van pensioen en algemeen pensioen over
                                                tijd véér 1 januari 1986 (inbouwbepalingen) en de
                                                bepalingen inzake het recht op een toeslag wegens
                                                het ontbreken van recht op uitkeing ingevolge de
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20nabestaandenwet">Algemene nabestaandenwet</extref> heeft <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-23-paraplubepaling-anw">artikel 23</extref> geen werking;</al></li><li nr="b."><al>de onder a bedoelde toeslag wordt berekend
                                                overeenkomstig <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-29a-berekening-nabestaandenpensioen-tussen-31-december-1994-en-1-januari-1996">artikel 29a</extref> indien het een toeslag op
                                                een nabestaandenpensioen betreft en overeenkomstig
                                                  <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-33-berekening-wezenpensioen-na-31-december-1985">artikel 33</extref> indien het een toeslag op een
                                                wezenpensioen betreft;</al></li><li nr="c."><al>een toeslag op een nabestaandenpensioen wordt mede
                                                berekend over tijd na 31 december 1995, indien en
                                                voor zover in aanmerking genomen voor de berekening
                                                van het pensioen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het eerste lid, onder c, geldt mede voor een recht op
                                        nabestaandenpensioen, ontstaan wegens overlijden tussen 26
                                        juni 1996 en 1 juli 1996 van een wethouder, gewezen
                                        wethouder, of gepensioneerde wethouder, van een nabestaande
                                        die wegens dat overlijden recht heeft verkregen op een
                                        tijdleijke weduwenuitkering op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wijzigingsbesluit%20betreffende%20intrekking%20Algemene%20Weduwen-%20en%20Wezenwet%20en%20inwerkingtreding%20Algemene%20nabestaandenwet">Algemene Weduwen- en Wezenwet</extref>, na het
                                        verstrijken van de duur van die uitkering.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 24 Nabestaandenpensioen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De nabestaande van een wethouder of van een gewezen dan wel
                                        van een gepensioneerde wethouder heeft recht op
                                        nabestaandenpensioen.</al></li><li nr="2."><al>Geen recht op nabestaandenpensioen bestaat indien het
                                        huwelijk was gesloten nadat het aftreden van de echtgenoot
                                        was ingegaan, tenzij: </al><lijst><li nr="a."><al>de echtgenoot ten tijde van het sluiten van het
                                                huwelijk recht had op uitkering ter zake van zijn
                                                aftreden als wethouder, of</al></li><li nr="b."><al>de echtgenoten reeds voor het aftreden met elkaar
                                                gehuwd waren geweest dan wel de nabestaande door de
                                                echtgenoot aangemeld was geweest en mits het
                                                huwelijk was gesloten voordat deze de 65-jarige
                                                leeftijd had bereikt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het vorige lid wordt het aftreden
                                        geacht niet te hebben plaatsgevonden, indien zonder
                                        wezenlijke onderbreking een politiek ambt als bedoeld in de
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers">Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers</extref> is
                                        aanvaard. Een onderbreking van ten hoogste twee maanden
                                        wordt als niet-wezenlijk aangemerkt.</al></li><li nr="4."><al>De raad kan beslissen dat een onderbreking van meer dan twee
                                        maanden als niet-wezenlijk wordt aangemerkt.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 24a (Vervallen)</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 25 Bijzonder nabestaandenpensioen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De man of vrouw met wie een wethouder, gewezen of
                                        gepensioneerde wethouder gehuwd is geweest, heeft na dienst
                                        overlijden recht op bijzonder nabestaandenpensioen, mits: </al><lijst><li nr="a."><al>hij of zij recht op nabestaandenpensioen zou hebben
                                                gehad, indien de wethouder op de dag van het vonnis,
                                                waarbij de echtscheiding of de ontbinding van het
                                                huwelijk is uitgesproken, zou zijn overleden,
                                                en</al></li><li nr="b."><al>de onder a bedoelde dag ligt na 30 september 1971 en
                                                de echtscheiding of ontbinding van het huwelijk niet
                                                is uitgesproken met toepassing van het voor 1
                                                oktober 1971 geldende recht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien
                                        van de vrouw of man van wie de aanmelding is geëindigd, mits
                                        zij of hij recht op nabestaandenpensioen zou hebben gehad,
                                        indien de wethouder, de gewezen of gepensioneerde wethouder
                                        op de dag van eindigen van de aanmelding zou zijn
                                        overleden.</al></li></lijst><al>Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de
                                desbetreffende vrouw of man als gevolg van een huwelijk met, dan wel
                                een aanmelding door dezelfde wethouder ter zake van diens overlijden
                                recht op nabestaandenpensioen verkrijgt.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 26 Wezenpensioen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Recht op wezenpensioen hebben: </al><lijst><li nr="a."><al>de kinderen van hem die overlijdt als wethouder of
                                                als gewezen of gepensioneerde wethouder, die de
                                                leeftijd van eenentwintig jaren nog niet hebben
                                                bereikt en niet gehuwd zijn of gehuwd geweest zijn
                                                dan wel niet partij zijn of partij zijn geweest bij
                                                een aanmelding, mits zij zijn geboren of geadopteerd
                                                voor zijn aftreden is ingegaan of in de periode
                                                waarin hij recht heeft op uitkering ter zake van het
                                                aftreden.</al></li><li nr="b."><al>de kinderen ten opzichte van welke aan een
                                                mannelijke wethouder, gewezen of gepensioneerde
                                                wethouder ten tijde van zijn overlijden een
                                                onderhoudsplicht krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Burgerlijk%20Wetboek%20Boek%201/article=394">artikel 394 van Boek I van het Burgerlijk
                                                  Wetboek</extref> was opgelegd, dan wel door hem
                                                bij authentieke akte een dergelijke verplichting was
                                                erkend, onder dezlfde voorwaarden als genoemd in
                                                onderdeel a, en</al></li><li nr="c."><al>de kinderen voor welke de wethouder, gewezen of
                                                gepensioneerde wethouder ten tijde van zijn
                                                overlijden de pleegouderlijke zorg droeg, onder
                                                dezelfde voorwaarden als genoemd in onderdeel a, met
                                                dien verstande dat in plaats van het tijdstip van
                                                geboorte of adoptie het tijdstip van aanvang van de
                                                pleegouderlijke zorg in aanmerking wordt
                                                genomen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-24-nabestaandenpensioen">Artikel 24, derde en vierde lid</extref>, is van
                                        overeenkomstige toepassing ten aanzien van het gestelde
                                        onder a van het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Onder pleegouderlijke zorg bedoeld in het eerste lid, onder
                                        c, wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding
                                        van het kind, als was het een eigen kind, onafhankelijk van
                                        enige verplichting daartoe of van het genieten van een
                                        vergoeding daarvoor.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 27 Tijdelijk pensioen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Indien een wethouder of een gewezen dan wel een
                                        gepensioneerde wethouder naar het oordeel van burgemeester
                                        en wethouders is vermist, hebben degenen, die aan zijn
                                        overlijden op grond van de voorgaande artikelen van deze
                                        paragraaf recht op pensioen zouden ontlenen, recht op
                                        tijdelijk pensioen op dezelfde voorwaarden als in die
                                        artikelen ten aanzien van het recht op pensioen
                                        omschreven.</al></li><li nr="2."><al>Het tijdelijk pensioen gaat van rechtswege over in een
                                        pensioen zodra het overlijden van de vermiste
                                        vaststaat.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 2 Bedrag van het pensioen</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 28 Berekening van het nabestaandenpensioen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het nabestaandenpensioen bedraagt vijf zevende gedeelte van
                                        het pensioen, waarop de overledene als gewezen wethouder
                                        aanspraak zou hebben gehad, indien hij met ingang van de dag
                                        na die van zijn overlijden was afgetreden, of waarop de
                                        overledene als gewezen wethouder recht of uitzicht had.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het vorige lid bedraagt het pensioen van de
                                        nabestaande van hem die overlijdt: </al><lijst><li nr="a."><al>als wethouder voor het bereiken van de leeftijd van
                                                65 jaar: vijf zevende gedeelte van het pensioen
                                                waarop de wethouder aanspraak zou hebben kunnen
                                                maken, indien hij het wethouderschap tot het
                                                bereiken van evengenoemde leeftijd zou hebben
                                                bekleed;</al></li><li nr="b."><al>als gewezen wethouder in de periode waarin hij recht
                                                op uitkering heeft: vijf zevende gedeelte van het
                                                pensioen waarop de gewezen wethouder aanspraak zou
                                                hebben kunnen maken, indien hij tot het bereiken van
                                                de leeftijd van 65 jaar recht op uitkering zou
                                                hebben gehad, met dien verstande dat voor de
                                                berekening van het pensioen de diensttijd wordt
                                                doorgeteld naar de mate van meetelling van
                                                diensttijd op de dag van overlijden.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien wegens een zelfde sterfgeval voor een nabestaande
                                        recht ontstaat op meer dan een nabestaandenpensioen
                                        krachtens of op voet van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers">Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers</extref>
                                        wordt op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=145">artikel 145, lid 4</extref>, van deze wet tijd, die
                                        voor de berekening van meer dan een van die pensioenen
                                        meetelt en niet daadwerkelijk gelijktijdig in de
                                        verschillende ambten is doorgebracht, slechts meegeteld voor
                                        de berekening van het pensioen waarbij die tijd het hoogste
                                        bedrag oplevert.</al></li><li nr="4."><al>Bij de toepassing van de voorgaande leden wordt ten aanzien
                                        van het eigen pensioen voor zover <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">artikel 19, tweede, derde en vierde lid</extref>,
                                        daarop van toepassing is, in alle gevallen gerekend met de
                                        franchise bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">artikel 19, vierde lid, onder a</extref>.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 29 Berekening nabestaandenpensioen tussen 31 december
                                1985 en 1 januari 1995</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel is uitsluitend van toepassing op
                                        pensioenberekeningen over diensttijd tussen 31 december 1985
                                        en 1 januari 1995.</al></li><li nr="2."><al>De nabestaande die de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft
                                        bereikt en geen recht heeft op nabestaandenuitkering
                                        ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20nabestaandenwet">Algemene nabestaandenwet</extref>, heeft tot de eerste
                                        dag van de maand waarin hij die leeftijd bereikt recht op
                                        een toeslag op zijn volgens <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-28-berekening-van-het-nabestaandenpensioen">artikel 28</extref> berekende pensioen. Deze toeslag
                                        bedraagt jaarlijks voor elk voor de berekening van het
                                        nabestaandenpensioen tellend jaar twee en een half percent
                                        van het tot een jaarbedrag herleide bedrag van de
                                        nabestaandenuitkering ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20nabestaandenwet">Algemene nabestaandenwet</extref> vermeerderd met de
                                        daarover berekende vakantie-uitkering ingevolge die
                                        wet.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer betrokkene voldoet, onderscheidenlijk niet meer
                                        voldoet, aan de voorwaarden omschreven in het tweede lid,
                                        dient hij hiervan onverwijld kennis te geven aan
                                        burgemeester en wethouders. De daarbedoelde toeslag gaat
                                        niet eerder in dan een jaar voor de eerste dag van de maand
                                        waarin kennisgeving werd gedaan of waarin die toeslag
                                        ambtshalve is toegekend.</al></li><li nr="4."><al>Wanneer het bedrag van de nabestaandenuitkering ingevolge de
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20nabestaandenwet">Algemene nabestaandenwet</extref> vermeerderd met de
                                        daarover berekende vakantie-uitkering ingevolge die wet
                                        wordt gewijzigd, wordt de in het tweede lid bedoelde toeslag
                                        dienovereenkomstig gewijzigd met ingang van dezelfde dag als
                                        eerstbedoelde wijziging.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 29a Berekening nabestaandenpensioen tussen 31 december
                                1994 en 1 januari 1996</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel is uitsluitend van toepassing op
                                        pensioenberekeningen over diensttijd tussen 31 december 1994
                                        en 1 januari 1996.</al></li><li nr="2."><al>De nabestaande die de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft
                                        bereikt en geen recht heeft op nabestaandenuitkering
                                        ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20nabestaandenwet">Algemene nabestaandenwet</extref>, heeft tot de eerste
                                        dag van de maand waarin hij die leeftijd bereikt recht op
                                        een toeslag op zijn volgens de voorgaande artikelen
                                        berekende pensioen. Deze toeslag bedraagt jaarlijks voor elk
                                        voor de berekening van het nabestaandenpensioen tellend jaar
                                        1,25 percent van de franchise, bedoeld in het tweede lid van
                                            <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19a-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-na-31-december-1994">artikel 19a</extref>.</al></li><li nr="3."><al>Het <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-29-berekening-nabestaandenpensioen-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">derde en vierde lid van artikel 29</extref> zijn van
                                        overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 30 Bijzonder nabestaandenpensioen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het bijzonder nabestaandenpensioen wordt op dezelfde wijze
                                        berekend als een nabestaandenpensioen, met dien verstande
                                        dat slechts de diensttijd meetelt die gelegen is vóór de
                                        ontbinding van het huwelijk dan wel vóór het tijdstip waarop
                                        de aanmelding is geëindigd.</al></li><li nr="2."><al>Indien er recht bestaat op meer dan één bijzonder
                                        nabestaandenpensioen als bedoeld bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-25-bijzonder-nabestaandenpensioen">artikel 25, eerste of tweede lid</extref>, vindt het
                                        eerste lid overeenkomstige toepassing met dien verstande,
                                        dat voor de berekening van het bijzonder
                                        nabestaanden-pensioen ontleend aan elk huwelijk en elke
                                        aanmelding waaraan een eerder huwelijk dan wel een eerdere
                                        aanmelding voorafgaat slechts de diensttijd meetelt die
                                        samenloopt of geacht kan worden samen te lopen met de
                                        huwelijksduur dan wel de duur van de aanmelding.</al></li><li nr="3."><al>Indien er bij een overlijden recht bestaat op een of meer
                                        bijzondere nabestaanden-pensioenen, wordt het
                                        nabestaandenpensioen dat aan hetzelfde overlijden wordt
                                        ontleend, met het bedrag of de bedragen daarvan
                                        verminderd.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 31 Nabestaandenpensioen bij hertrouwen dan wel
                                aanmelding</titel></kop><structuurtekst><al>Indien een nabestaande hertrouwt dan wel partij is bij een
                                aanmelding, wordt zijn pensioen opnieuw vastgesteld met ingang van
                                de maand volgende op die waarin hij hertrouwt dan wel de aanmelding
                                geschiedt. Daarbij wordt uitsluitend de voor pensioen in aanmerking
                                komende diensttijd van de wethouder, gewezen of gepensioneerde
                                wethouder in aanmerking genomen, die gelegen is voor het tijdstip
                                van diens overlijden.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 32 Wezenpensioen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het wezenpensioen bedraagt: </al><lijst><li nr="a."><al>voor elk kind, wiens ouder aan het overlijden van de
                                                wethouder, gewezen of gepensioneerde wethouder recht
                                                op pensioen ontleent, een zevende gedeelte;</al></li><li nr="b."><al>voor elk ander kind, twee zevende gedeelte van het
                                                pensioen van de overledene, berekend overeenkomstig
                                                  <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-28-berekening-van-het-nabestaandenpensioen">artikel 28</extref>.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder ouder mede
                                        begrepen de nabestaande die op het tijdstip van zijn
                                        overlijden de pleegouderlijke zorg had voor het kind,
                                        bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-26-wezenpensioen">artikel 26</extref>.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 33 Berekening wezenpensioen na 31 december 1985</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel is uitsluitend van toepassing op
                                        pensioenberekeningen over de diensttijd na 31 december
                                        1985.</al></li><li nr="2."><al>De wees die geen recht heeft op wezenuitkering ingevolge de
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20nabestaandenwet">Algemene nabestaandenwet</extref> heeft recht op een
                                        toeslag op zijn volgens <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-32-wezenpensioen">artikel 32</extref> berekende pensioen, tenzij zijn
                                        ouder recht heeft op halfwezenuitkering ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20nabestaandenwet">Algemene nabestaandenwet</extref>. Deze toeslag
                                        bedraagt jaarlijks voor elk voor de berekening van het
                                        wezenpensioen tellend jaar: </al><lijst><li nr="a."><al>voor de wees, bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-32-wezenpensioen">artikel 32, eerste lid</extref>, onder a, 0,375
                                                percent van de tot een jaarbedrag herleide som van
                                                de nabestaandenuitkering en de halfwezenuitkering
                                                ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20nabestaandenwet">Algemene nabestaandenwet</extref>, vermeerderd de
                                                daarover berekende vakantie-uitkering ingevolge die
                                                wet;</al></li><li nr="b."><al>voor de wees bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-32-wezenpensioen">artikel 32, eerste lid, onder b</extref>, 0,75
                                                percent van het onder a bedoelde jaarbedrag.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het tweede lid is <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-29-berekening-nabestaandenpensioen-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">artikel 29, derde lid</extref>, van overeenkomstige
                                        toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Wanneer het bedrag van de nabestaandenuitkering ingevolge de
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20nabestaandenwet">Algemene nabestaandenwet</extref>, van de
                                        halfwezenuitkering ingevolge die wet of van de daarover
                                        berekende vakantie-uitkering ingevolge die wet wordt
                                        gewijzigd, wordt de in het tweede lid bedoelde toeslag
                                        dienovereenkomstig gewijzigd met ingang van dezelfde dag als
                                        eerstbedoelde wijziging.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 34 Herberekening wezenpensioen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het wezenpensioen wordt herberekend overeenkomstig de
                                            <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-32-wezenpensioen">artikelen 32</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-33-berekening-wezenpensioen-na-31-december-1985">33</extref>, wanneer het nabestaandenpensioen van de
                                        ouder wegens diens overlijden is geëindigd.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer het nabestaandenpensioen van de ouder krachtens
                                            <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-31-nabestaandenpensioen-bij-hertrouwen-dan-wel-aanmelding">artikel 31</extref> wegens hertrouwen dan wel een
                                        aanmelding opnieuw wordt vastgesteld, wordt het
                                        wezenpensioen bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-32-wezenpensioen">artikel 32, eerste lid, onder a</extref>, verhoogd met
                                        een bedrag dat zich verhoudt tot het bedrag van dat
                                        wezenpensioen, zoals het verschil tussen het
                                        nabestaandenpensioen bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-28-berekening-van-het-nabestaandenpensioen">artikel 28</extref> voor en na de toepassing van
                                            <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-31-nabestaandenpensioen-bij-hertrouwen-dan-wel-aanmelding">artikel 31</extref> zich verhoudt tot dat
                                        nabestaandenpensioen vóór die toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van dit artikel is <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-32-wezenpensioen">artikel 32, tweede lid</extref> van overeenkomstige
                                        toepassing.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 35 Beperking gezamenlijk bedrag nabestaanden- en
                                wezenpensioen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De gedeelten van de nabestaanden, bijzondere nabestaanden-
                                        en wezenpensioenen, onderscheidenlijk van de
                                        wezenpensioenen, bedoeld in de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-28-nbsp-berekening-van-het-nabestaandenpensioen">artikelen 28</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-30-nbsp-bijzonder-nabestaandenpensioen">30</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-31-nbsp-nabestaandenpensioen-bij-hertrouwen-dan-wel-aanmelding">31</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-32-nbsp-wezenpensioen">32</extref>, gaan tezamen het bedrag waarvan die
                                        pensioenen zijn afgeleid niet te boven.</al></li><li nr="2."><al>Indien wegens toepassing van het vorige lid de daarbedoelde
                                        pensioengedeelten een vermindering moeten ondergaan,
                                        geschiedt deze in evenredigheid van de onderscheidene
                                        bedragen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 36 Toeslag op nabestaandenpensioen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De nabestaande die de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft
                                        bereikt, heeft tot de eerste dag van de maand waarin hij die
                                        leeftijd bereikt recht op een toeslag op zijn volgens de
                                        voorgaande artikelen berekende pensioen ten bedrage van 15
                                        percent van dat pensioen, behoudens het bepaalde in het
                                        tweede en vierde lid.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een
                                        pensioen als daar bedoeld verstaan het pensioen nadat
                                        eventueel <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#hoofdstuk-v-samenloop">hoofdstuk V</extref> toepassing heeft gevonden.</al></li><li nr="3."><al>Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van degene
                                        die recht heeft op bijzonder nabestaandenpensioen, noch ten
                                        aanzien van degene wiens nabestaandenpensioen wegens
                                        hertrouwen dan wel een aanmelding opnieuw is
                                        vastgesteld.</al></li><li nr="4."><al>De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt ten hoogste
                                        vijftien percent van f 55.195,-.. Dit bedrag wordt telkens
                                        aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=157">artikel 157, derde lid, van de Algemene pensioenwet
                                            politieke ambtsdragers</extref>, overeenkomstig de
                                        aanpassing van een bedrag dat op 1 januari 1985 f 63.200,-
                                        bedroeg*.</al></li></lijst><al>* bedrag geldende op 1 januari 1985.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 37 Toeslag op wezenpensioen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De wees bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-32-wezenpensioen">artikel 32</extref> heeft vanaf de eerste dag van de
                                        maand waarin hij de leeftijd van vijftien jaar heeft
                                        bereikt, recht op een toeslag op zijn volgens de voorgaande
                                        artikelen berekende pensioen ten bedrage van vijftien
                                        percent van dat pensioen, behoudens het bepaalde in het
                                        tweede en derde lid.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een
                                        pensioen als daar bedoeld verstaan het pensioen nadat
                                        eventueel <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#hoofdstuk-v-samenloop">hoofdstuk V</extref> toepassing heeft gevonden.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt ten hoogsfe
                                        vijftien percent van f 55.195. Dit bedrag wordt telkens
                                        aangepast bij de ministeriële regeling, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=157">artikel 157, derde lid, van de Algemene pensioenwet
                                            politieke ambtsdragers</extref>, overeenkomstig de
                                        aanpassing van een bedrag dat op 1 januari 1985 f 63.200,--
                                        bedroeg*.</al></li></lijst><al>*Bedrag geldende op 1 januari 1985.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 38 Tijdelijk pensioen</titel></kop><structuurtekst><al>Het tijdelijk pensioen is gelijk aan het pensioen waarop recht zou
                                bestaan indien de vermiste op de dag van zijn vermissing was
                                overleden.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk IV Verval en vervallenverklaring</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 39 Vervallenverklaring van uitzicht of recht op
                                pensioen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De raad kan het uitzicht of het recht op pensioen geheel of
                                        gedeeltelijk vervallen verklaren indien: </al><lijst><li nr="a."><al>degene die dat uitzichtof recht heeft zich in
                                                vreemde krijgsdienst of in vreemde overheidsdienst
                                                heeft begeven en naar zijn oordeel zich daarvoor uit
                                                Nederlands nationaal oogpunt beschouwd onwaardig
                                                heeft gedragen;</al></li><li nr="b."><al>degene die dat uitzicht of recht heeft wegens enig
                                                strafbaar feit is veroordeeld waaruit naar zijn
                                                oordeel blijkt dat hij zich uit Nederlands nationaal
                                                oogpunt beschouwd onwaardig heeft gedragen;</al></li><li nr="c."><al>degene die dat uitzicht of recht heeft
                                                overeenkomstig <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Kieswet/article=X%208">artikel X8 van de Kieswet</extref> van het
                                                lidmaatschap van de raad vervallen verklaard
                                                is;</al></li><li nr="d."><al>het ontslag als wethouder die dat uitzicht of recht
                                                heeft, voortvloeit uit het feit dat hij zich aan
                                                kennelijk wangedrag of grove verwaarlozing van zijn
                                                taak heeft schuldig gemaakt. Ondert grove
                                                verwaarlozing van zijn taak wordt begrepen het
                                                zonder genoegzame grond weigeren de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=169">artikel 169 van de Gemeentewet</extref> bedoelde
                                                inlichtingen aan de raad te verstrekken.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In bijzondere gevallen kan de raad een door of als gevolg
                                        van de toepassing van het vorige lid vervallen uitzicht of
                                        recht op pensioen, geheel of gedeeltelijk herstellen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 40 Verval van recht op pensioen bij niet
                                invorderen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het recht op toegekend pensioen vervalt indien gedurende
                                        vijf achtereenvolgende jaren iedere invordering achterwege
                                        is gebleven.</al></li><li nr="2."><al>De raad kan een door of als gevolg van de toepassing van het
                                        vorige lid vervallen recht op pensioen herstellen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK V SAMENLOOP</titel></kop><afdeling><kop><titel>Paragraaf 1 Samenloop pensioenen krachtens deze verordening,
                                onderling en met andere pensioenen</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 41 Grensbedrag eigen pensioenen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt, voor zover een
                                        pensioen is onderworpen aan een samenloopregeling
                                        overeenkomstig <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#paragraaf-2-samenloop-van-pensioenen-en-algemeen-pensioen">paragraaf 2</extref> van dit hoofdstuk, onder pensioen
                                        verstaan het bedrag dat overblijft na vermindering van dat
                                        pensioen wegens recht op ouderdomspensioen krachtens de
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Ouderdomswet">Algemene Ouderdomswet</extref> of een naar aard en
                                        strekking daarmee overeenkomend pensioen of uitkering.</al></li><li nr="2."><al>Indien recht bestaat op een of meer eigen pensioenen
                                        krachtens of op de voet van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers">Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers</extref>,
                                        dan wel daarnaast recht bestaat op een of meer eigen
                                        pensioenen krachtens een andere regeling als bedoeld in het
                                        vijfde lid en het totaal van die pensioenen meer bedraagt
                                        dan het grensbedrag, omschreven in het derde lid, wordt op
                                        grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=9">artikel 154</extref><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=9">artikel .9,3</extref> van genoemde wet, elk eigen
                                        pensioen krachtens of op de voet van die wet beperkt tót een
                                        zodanig gedeelte (beperkingsbreuk) van bedoeld grensbedrag
                                        als evenredig is aan de verhouding, waarin elk van
                                        laatstbedoelde pensioenen staat tot het totaal van die
                                        pensioenen.</al></li><li nr="3."><al>Het grensbedrag is het pensioen dat met toepassing van
                                            <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">artikel 19</extref> tot het in het achtste lid van dat
                                        artikel genoemde maximum van 70 percent zou zijn toegekend
                                        naar een wedde overeenkomend met het hoogste bedrag in
                                        bijlage <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bezoldigingsbesluit%20Burgerlijke%20Rijksambtenaren%201984%20/bijlage=A">bijlage A van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke
                                            Rijksambtenaren 1984</extref> (Stb. 571) vermeerderd met
                                        het percentage van de vakantie-uitkering.</al></li><li nr="4."><al>Indien het bedrag van een of meer van de in het tweede lid
                                        bedoelde pensioenen bij berekening naar de maximaal in
                                        aanmerking komende diensttijd hoger is of zou zijn dan het
                                        grensbedrag bedoeld in het derde lid, treedt dat hogere
                                        bedrag of het hoogste van die bedragen voor de toepassing
                                        van het tweede lid in de plaats van het grensbedrag. Voor de
                                        in de eerste volzin bedoelde vergelijking worden de
                                        pensioenen aangepast overeenkomstig de regelen vastgesteld
                                        bij de algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=105">artikel 105 van de Algemene pensioenwet politieke
                                            ambtsdragers</extref> en daarmee overeenkomende
                                        artikelen in andere pensioenwetten.</al></li><li nr="5."><al>Onder een pensioen krachtens een andere regeling wordt in
                                        dit artikel verstaan een pensioen, een daarmee in aard
                                        overeenkomende uitkering, alsmede een onderstaand bij wijze
                                        van pensioen ten laste van het rijk, een provincie, gemeente
                                        of waterschap, van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds,
                                        van het Spoorwegpensioenfonds en van de Stichting
                                        administratie Indonesische pensioenen, dan wel ten laste van
                                        de Nederlandse Antillen of een publiekrechtelijk lichaam in
                                        dat land of een door het openbaar gezag in een van deze
                                        landen ingesteld fonds, met inbegrip van de daarop onder
                                        welke benaming ook verleende toeslagen en met uitzondering
                                        van een pensioen krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20buitengewoon%20pensioen%201940-1945">Wet buitengewoon pensioen 1940/1945</extref> (Stb.1947,
                                        H 313) en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20buitengewoon%20pensioen%20zeelieden-oorlogsslachtoffers">Wet buitengewoon pensioen zeeliedenoorlogsslachtoffers
                                            1940-1945</extref> (Stb. 1947, H 420), van een uitkering
                                        krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20uitkeringen%20vervolgingsslachtoffers%201940-1945">Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers
                                            1940-1945</extref>, van een invaliditeitspensioen met de
                                        daarop toegekende verhogingen krachtens een vroegere
                                        militaire pensioenwet in de zin van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wijzigingswet%20Algemene%20militaire%20pensioenwet%20(doorvertaling%20akkoord%20nabestaandenpensioen%20overheidspersoneel%20en%20enige%20andere%20wijzigingen)">Algemene militaire pensioenwet</extref>, van een
                                        invaliditeitspensioen, een invaliditeitsverhoging en een
                                        bijzondere invaliditeitsverhoging krachtens laatstgenoemde
                                        wet, alsmede van een uitkering krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Toekenning%20vacatiegeld%20Commissie%20Algemene%20Oorlogsongevallenregeling%20Indonesi%C3%AB">Algemene oorlogsongevallenregeling</extref>. Onder een
                                        pensioen krachtens een andere regeling wordt in dit artikel
                                        mede begrepen een ten laste van het rijk onder welke
                                        benaming ook verleende toeslag op een pensioen, een daarmee
                                        in aard overeenkomende uitkering of een onderstaand bij
                                        wijze van pensioen ten laste van Suriname of een
                                        publiekrechtelijk lichaam in dat land.</al></li><li nr="6."><al>Na beperking van een eigen pensioen volgens lid 1 of lid 2
                                        wordt de toegepaste beperkingsbreuk slechts gewijzigd,
                                        wanneer een pensioen als in dit artikel bedoeld, wordt
                                        toegekend of eindigt dan wel - anders dan wegens aanpassing
                                        naar de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=157">artikel 157 van de Algemene pensioenwet politieke
                                            ambtsdragers</extref> bedoelde regelen en daarmee
                                        overeenkomende regelen in andere pensioenwetten dan de in
                                        dit artikel genoemde - wordt herzien.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 42 Grensbedrag nabestaanden- en
                                    wezenpensioenen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-41-grensbedrag-eigen-pensioenen">Artikel 41</extref> is van overeenkomstige
                                            toepassing indien voor een nabestaande onderscheidenlijk
                                            een wees, naast recht op een of meer
                                            nabestaandenpensioenen onderscheidenlijk
                                            wezenpensioenen, krachtens of op de voet van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers">Algemene pensioenwet politieke
                                                ambtsdragers</extref> recht bestaat op een of meer
                                            nabestaandenpensioenen, onderscheidenlijk
                                            wezenpensioenen krachtens een andere regeling, met dien
                                            verstande dat voor het in het derde lid van dat artikel
                                            bedoelde grensbedrag en het in het vierde lid van dat
                                            artikel bedoelde hogere bedrag, met betrekking tot een
                                            nabestaandenpensioen vijf zevende gedeelte, met
                                            betrekking tot een wezenpensioen krachtens <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-32-wezenpensioen">artikel 32, eerste lid, onder a</extref>, een
                                            zevende gedeelte en met betrekking tot een wezenpensioen
                                            krachtens <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-32-wezenpensioen">artikel 32, eerste lid, onder b</extref>, twee
                                            zevende gedeelte van die bedragen in de plaats
                                            komt.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van dit artikel worden de toeslagen
                                            bedoeld in de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-29-berekening-nabestaandenpensioen-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">artikelen 29</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-33-berekening-wezenpensioen-na-31-december-1985">33</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-36-toeslag-op-nabestaandenpensioen">36</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-37-toeslag-op-wezenpensioen">37</extref> niet onder pensioen begrepen.</al></li><li nr="3."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-35-beperking-gezamenlijk-bedrag-nabestaanden-en-wezenpensioen">Artikel 35</extref> wordt overeenkomstig
                                            toegepast.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 43 Samenloop nabestaandenpensioen na hertrouwen of
                                aanmelding</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Indien een nabestaande aan wie reeds een
                                        nabestaandenpensioen is toegekend, hetzij krachtens deze
                                        verordening, hetzij krachtens een andere regeling, ter zake
                                        van een later huwelijk of een latere aanmelding eveneens
                                        recht op nabestaandenpensioen verkrijgt, hetzij krachtens
                                        deze verordening, hetzij krachtens een andere regeling,
                                        wordt de samenlopende diensttijd slechts medegeteld bij de
                                        berekening van het pensioen waarbij die tijd het hoogste
                                        bedrag oplevert.</al></li><li nr="2."><al>Onder pensioen krachtens een andere regeling als bedoeld in
                                        het vorige lid wordt verstaan een pensioen ten laste van de
                                        Nederlandse schatkist - anders dan ingevolge wettelijke
                                        garanties of ingevolge overneming van de verplichting tot
                                        betaling - ten laste van de Nederlandse Antillen, van een
                                        publiekrechtelijk lichaam in Nederland of in evengenoemd
                                        ander land, dan wel ten laste van een door het
                                        bestuursorgaan in een van die landen ingesteld fonds.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 44 Samenloop van wezenpensioenen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Indien een wees die reeds recht op een wezenpensioen heeft,
                                        hetzij krachtens deze verordening, hetzij krachtens een
                                        andere regeling, daarna eveneens recht op een ander
                                        wezenpensioen verkrijgt, hetzij krachtens deze verordening,
                                        hetzij krachtens een andere regeling wordt voor de
                                        berekening van de eigen pensioenen waarvan die
                                        wezenpensioenen zijn of geacht moeten worden te zijn
                                        afgeleid, samenlopende tijd slechts meegeteld bij de
                                        berekening van het pensioen, waarbij die tijd het hoogste
                                        bedrag oplevert.</al></li><li nr="2."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-43-samenloop-nabestaandenpensioen-na-hertrouwen-of-aanmelding">Artikel 43, lid 2</extref>, is van overeenkomstige
                                        toepassing.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 2 Samenloop van pensioenen en algemeen pensioen</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 45 Begripsomschrijvingen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>een pensioen: een pensioen of een gedeelte ven een
                                                pensioen voor zover berekend over de tijd voor 1
                                                januari 1986, dat is toegekend of geacht wordt te
                                                zijn toegekend krachtens deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>een algemeen pensioen: </al><lijst><li nr="1e"><al>een bruto-ouderdomspensioen als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Ouderdomswet/article=9">artikel 9 van de Algemene Ouderdomswet</extref>,
                                                  eventueel vermeerderd met een bruto-toeslag als
                                                  bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Ouderdomswet/article=10">artikel 10</extref> van die wet, benevens de
                                                  bruto-vakantie-uitkering, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Ouderdomswet/article=29">artikel 29</extref> van die wet, een en ander
                                                  voor zover niet uitbetaald krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Ouderdomswet/article=18">artikel 18</extref> van die wet;</al></li><li nr="2e"><al>een pensioen, een tijdelijke uitkering en
                                                  wezenpensioen als bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wijzigingsbesluit%20betreffende%20intrekking%20Algemene%20Weduwen-%20en%20Wezenwet%20en%20inwerkingtreding%20Algemene%20nabestaandenwet">Algemene Weduwen- en Wezenwet</extref>;</al></li><li nr="3e"><al>een pensioen of uitkering toegekend krachtens
                                                  een wettelijke regeling van de Nederlandse
                                                  Antillen of van een vreemde mogendheid en naar
                                                  aard en strekking overeenkomend met een algemeen
                                                  pensioen als omschreven onder 1e en 2e;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>een belanghebbende: degene die recht heeft op een
                                                pensioen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder het
                                        algemeen pensioen van de belanghebbende die de leeftijd van
                                        65 jaar heeft bereikt, mede begrepen het algemeen pensioen
                                        waarop zijn echtgenoot recht heeft, tenzij het echtpaar
                                        duurzaam gescheiden leeft. Voor de toepassing van de vorige
                                        volzin wordt mede als echtgenoot aangemerkt degene die voor
                                        de toepassing van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Ouderdomswet">Algemene Ouderdomswet</extref> als echtgenoot van de
                                        belanghebbende wordt aangemerkt.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van deze paragraaf wordt een pensioen als
                                        bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-51-vermindering-inbouwbedragen-bij-samenvallende-diensttijd">artikel 51, vijfde lid</extref>, dan wel enig ander
                                        pensioen als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-51-vermindering-inbouwbedragen-bij-samenvallende-diensttijd">artikel 51, eerste lid</extref>, voor zover dit
                                        pensioen of gedeelte daarvan is berekend over tijd voor 1
                                        januari 1986, in aanmerking genomen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 46 Volle-wezenpensioen</titel></kop><structuurtekst><al>Het pensioen waarop twee of meer volle wezen recht hebben, wordt,
                                indien het als een eenheid is toegekend, voor de toepassing van deze
                                paragraaf geacht aan ieder van genoemde wezen te zijn toegekend tot
                                een bedrag, gelijk aan dat pensioen gedeeld door hun aantal.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 47 Inbouwbedrag</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Voor een belanghebbende die tevens recht heeft op een
                                        algemeen pensioen wordt het deel daarvan, dat geacht kan
                                        worden betrekking te hebben op een tijd, overeenkomende met
                                        de diensttijd waarnaar zijn pensioen is of geacht wordt te
                                        zijn berekend, gerekend deel uit te maken van het bedrag van
                                        zijn pensioen, met dien verstande dat: </al><lijst><li nr="a."><al>voor zover diensttijd met 3,5 percent per jaar met
                                                pensioen wordt vergolden, deze diensttijd met 2
                                                wordt vermenigvuldigd;</al></li><li nr="b."><al>voor zover diensttijd met 0,875 percent per jaar met
                                                pensioen wordt vergolden, deze diensttijd met 0,5
                                                wordt vermenigvuldigd;</al></li><li nr="c."><al>maximaal een diensttijd van 40 jaar in aanmerking
                                                wordt genomen. Het in de vorige volzin omschreven
                                                deel wordt inbouwbedrag genoemd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Op een nabestaandenpensioen, niet zijnde een pensioen als
                                        bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-25-bijzonder-nabestaandenpensioen">artikel 25</extref>, dat is afgeleid van een pensioen
                                        waarop, in verband met het recht op een pensioen als bedoeld
                                        in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Ouderdomswet/article=9">artikel 9, tiende lid, onder a of b van de Algemene
                                            Ouderdomswet</extref>, lid 1 van toepassing was, vindt
                                        dat lid niet eerder toepassing dan met ingang van de eerste
                                        dag van de maand, volgende op die waarin dat pensioen
                                        krachtens het bepaalde in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-65-einde-pensioen">artikel 65, lid 1</extref>, is geëindigd.</al></li><li nr="3."><al>Het inbouwbedrag overschrijdt niet het bedrag van het
                                        algemeen pensioen, dat geacht kan worden betrekking te
                                        hebben op een tijdvak, liggende tussen de aanvang en het
                                        einde van de diensttijd, waarnaar het pensioen met
                                        inachtneming van lid 1 is of geacht wordt te zijn
                                        berekend.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 48 Mededelingsplicht</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Indien een belanghebbende een algemeen pensioen gaat
                                        genieten dan wel het genot van een algemeen pensioen of
                                        tijdelijke uitkering eindigt, of indien in het bedrag van
                                        het algemeen pensioen een wijziging wordt aangebracht op
                                        grond van persoonlijk omstandigheden van hemzelf, zijn
                                        echtgenoot of zijn kinderen, is hij gehouden hiervan
                                        onverwijld kennis te geven aan burgemeester en
                                        wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Indien een belanghebbende de in het vorige lid bedoelde
                                        kennisgeving niet onverwijld doet, gaat een verlaging van
                                        het inbouwbedrag niet vroeger in dan een jaar voor de eerste
                                        dag van de maand waarin de kennisgeving werd gedaan of
                                        waarin ambtshalve vermindering van het inbouwbedrag
                                        plaatsvond.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 49 Algemeen pensioen en diensttijd</titel></kop><structuurtekst><al>Voor de toepassing van artikel 47 geldt het volgende.</al><lijst><li nr="a."><al>Het algemeen pensioen wordt geacht betrekking te hebben op
                                        het tijdvak, liggende tussen de tijdstippen waarop
                                        belanghebbende de leeftijd van 15 jaar en die van 65 heeft
                                        bereikt met dien verstande dat, indien een belanghebbende
                                        recht heeft op nabestaanden- of wezenpensioen, het
                                        vorenstaande overeenkomstige toepassing vindt ten aanzien
                                        van de tijdstippen waarop de overledene de leeftijden van 15
                                        en 65 jaar heeft of zou hebben bereikt.</al></li><li nr="b."><al>Het recht op een algemeen pensioen, dat bestond op de dag
                                        waarop de rechthebbende is overleden of sedert welke hij is
                                        vermist, wordt geacht voort te duren tot het tijdstip waarop
                                        diens pensioen krachtens het bepaalde in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-65-einde-pensioen">artikel 65, lid 1</extref>, is geëindigd.</al></li><li nr="c."><al>Indien een nabestaande recht heeft op een pensioen op grond
                                        van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wijzigingsbesluit%20betreffende%20intrekking%20Algemene%20Weduwen-%20en%20Wezenwet%20en%20inwerkingtreding%20Algemene%20nabestaandenwet">artikel 8, eerste lid onder a, van de Algemene Weduwen-
                                            en Wezenwet</extref>, doch geen van de in evengenoemde
                                        bepaling bedoelde kinderen recht heeft op pensioen, wordt
                                        uitgegaan van het bedrag van het pensioen dat geldt voor
                                        degenen op wie <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wijzigingsbesluit%20betreffende%20intrekking%20Algemene%20Weduwen-%20en%20Wezenwet%20en%20inwerkingtreding%20Algemene%20nabestaandenwet">artikel 19</extref>, elfde lid onder a, van genoemde
                                        wet toepassing vindt.</al></li><li nr="d."><al>Als diensttijd wordt uitsluitend in aanmerking genomen de
                                        diensttijd, gelegen tussen de tijdstippen waarop de leeftijd
                                        van 15 jaar is en die van 65 jaar is of zal zijn
                                        bereikt.</al></li><li nr="e."><al>Een pensioen dat niet is berekend naar diensttijd wordt
                                        geacht te zijn berekend naar een diensttijd van 40
                                        jaren.</al></li><li nr="f."><al>Diensttijd waarnaar een pensioen is of geacht wordt te zijn
                                        berekend en die niet daadwerkelijk als wethouder is
                                        doorgebracht, wordt geacht aan te sluiten bij het einde van
                                        de ambtsvervulling waaraan het recht op pensioen is
                                        ontleend; voor zover dienten gevolge deze diensttijd zich
                                        uitstrekt na het tijdstip waarop de leeftijd van 65 jaar is
                                        of zou zijn bereikt, wordt die diensttijd, te rekenen van
                                        dat tijdstip, geacht te zijn doorgebracht, voor zover
                                        mogelijk gedurende tijdvakken van orgilerbreking van de
                                        daadwerkelijk als wethouder doorgebrachte tijd en voor het
                                        overige onmiddellijk voor de aanvang van de diensttijd
                                        waarnaar het pensioen is berekend.</al></li><li nr="g."><al>Van de diensttijd wordt buiten beschouwing gelaten de tijd
                                        waarop betrekking heeft of geacht kan worden betrekking te
                                        hebben het bedrag van het algemeen pensioen, waarop
                                        aanspraak is verkregen door vrijwillige premiebetaling
                                        krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Ouderdomswet">artikel 45 van de Algemene Ouderdomswet</extref> en
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wijzigingsbesluit%20betreffende%20intrekking%20Algemene%20Weduwen-%20en%20Wezenwet%20en%20inwerkingtreding%20Algemene%20nabestaandenwet">artikel 47 van de Algemene Weduwen- en
                                            Wezenwet</extref>.</al></li><li nr="h."><al>De vakantie-uitkeringen, bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Ouderdomswet">Algemene Ouderdomswet</extref> en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wijzigingsbesluit%20betreffende%20intrekking%20Algemene%20Weduwen-%20en%20Wezenwet%20en%20inwerkingtreding%20Algemene%20nabestaandenwet">Algemene Weduwen- en Wezenwet</extref>, worden geacht
                                        op overeenkomstige wijze als het algemeen pensioen in
                                        termijnen te worden uitbetaald.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 50 gehuwde vrouw met recht op pensioen</titel></kop><structuurtekst><al>Indien de belanghebbende een gehuwde vrouw is, wordt voor de
                                toepassing van artikel
                                    47 uitgegaan van het algemeen pensioen voor een
                                ongehuwde pensioengerechtigde.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 51 Vermindering inbouwbedragen bij samenvallende
                                diensttijd</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Indien aan een belanghebbende meer dan een pensioen is of
                                        geacht wordt te zijn toegekend krachtens of op de voet van
                                        de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers">Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers</extref>,
                                        dan wel naast een of meer zodanige pensioenen een pensioen
                                        krachtens een andere regeling als bedoeld in het vijfde lid
                                        is of geacht wordt te zijn toegekend, en de diensttijd
                                        waarnaar die pensioenen zijn of geacht worden te zijn
                                        berekend geheel of gedeeltelijk samenvalt, overschrijdt op
                                        grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=155">artikel 155</extref> juncto <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=101">artikel 101</extref> van voornoemde wet de som van de
                                        inbouwbedragen - voor zover deze geacht kunnen worden
                                        betrekking te hebben op een tijd, overeenkomende met de
                                        samenvallende diensttijd - niet het bedrag van het algemeen
                                        pensioen, dat geacht kan worden betrekking te hebben op een
                                        tijd, overeenkomende met bedoelde samenvallende
                                        diensttijd.</al></li><li nr="2."><al>Indien een overschrijding als bedoeld in het vorige lid
                                        plaats zou vinden, wordt het voor ieder krachtens deze
                                        verordening toegekend pensioen berekende inbouwbedrag, voor
                                        zover betrekking hebbende op samenvallende diensttijd als
                                        bedoeld in het vorige lid, verminderd tot een zodanig deel
                                        van het bedrag van het algemeen pensioen, bedoeld aan het
                                        slot van het vorige lid, als elk inbouwbedrag zich verhoudt
                                        tot de som van die bedragen.</al></li><li nr="3."><al>Indien de som van de inbouwbedragen, ook na toepassing van
                                        het vorige lid, een bedrag gelijk aan 80 percent van het
                                        algemeen pensioen overschrijdt, wordt deze overschrijding in
                                        mindering gebracht op elk inbouwbedrag in de verhouding,
                                        waarin elk van die bedragen staat tot de som daarvan.</al></li><li nr="4."><al>Voor de toepassing van de voorgaande leden op pensioenen,
                                        toegekend krachtens een militaire pensioenwet, geldt niet
                                        als diensttijd de diensttijd, die krachtens die wet met vier
                                        eermille van de pensioengrondslag is vergolden.</al></li><li nr="5."><al>Onder pensioen krachtens een andere regeling als bedoeld in
                                        het eerste lid wordt verstaan een pensioen ten laste van de
                                        Nederlandse schatkist - anders dan krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers">Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers</extref> en
                                        anders dan ingevolge wettelijke garanties of ingevolge
                                        overneming van de verplichting tot betaling - ten laste van
                                        de Nederlandse Antillen, van een publiekrechtelijk lichaam
                                        in Nederland of in evengenoemd ander land, dan wel ten laste
                                        van een door het bestuursorgaan in een van die landen
                                        ingesteld fonds.</al></li><li nr="6."><al>Op schriftelijk verzoek van de belanghebbende wordt dit
                                        artikel overeenkomstig toegepast, indien aan diens
                                        echtgenoot een of meer pensioenen zijn of geacht worden te
                                        zijn toegekend, hetzij krachtens of op de voet van de
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers">Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers</extref>,
                                        hetzij krachtens een andere regeling als bedoeld in het
                                        vijfde lid. <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-52-vermindering-inbouwbedragen-bij-korting-op-particulier-pensioen">Artikel 52, tweede lid</extref>, is daarbij van
                                        overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 52 Vermindering inbouwbedragen bij korting op particulier
                                pensioen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Op schriftelijk verzoek van degene die aantoont, dat
                                        uiblioofde van zijn recht op algemeen pensioen een
                                        vermindering plaatsvindt van enig ander pensioen dan bedoeld
                                        in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-51-vermindering-inbouwbedragen-bij-samenvallende-diensttijd">artikel 51, vijfde lid</extref>, wordt het bedrag van
                                        die vermindering voor zoveel mogelijk in mindering gebracht
                                        op het inbouwbedrag. De vorige volzin is slechts van
                                        toepassing voor zover bedoelde vermindering betrekking heeft
                                        op tijd die gelijktijdig in de betreffende betrekking is of
                                        geacht kan worden te zijn vervuld. Aan diensttijd die niet
                                        daadwerkelijk in dienstverhouding of als politiek
                                        ambtsdrager is doorgebracht wordt een plaats toegekend
                                        overeenkomstig het bepaalde bij <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-49-algemeen-pensioen-en-diensttijd">artikel 49, onder f</extref>.</al></li><li nr="2."><al>De vermindering van het inbouwbedrag bedoeld in het vorige
                                        lid gaat in met de dag waarop de in dat lid bedoelde
                                        omstandigheid is opgetreden, met dien verstande dat deze
                                        niet vroeger ingaat dan een jaar voor de eerste dag van de
                                        maand waarin het desbetreffende verzoek werd ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Bij toepassing van het eerste lid wordt, ingeval op meer dan
                                        één pensioen recht bestaat, het bedrag van de in dat lid
                                        bedoelde vermindering op de inbouwbedragen in mindering
                                        gebracht naar verhouding van evenbedoelde bedragen.</al></li><li nr="4."><al>Indien de som van het inbouwbedrag en de vermindering van
                                        het andere pensioen, ook na toepassing van de overige
                                        bepalingen van dit artikel, een bedrag gelijk aan 80 percent
                                        van het algemeen pensioen overschrijdt, wordt van deze
                                        overschrijding een deel in mindering gebracht op het
                                        inbouwbedrag, en wel in de verhouding waarin de diensttijd,
                                        waarnaar het pensioen waarop vorenbedoeld inbouwbedrag
                                        betrekking heeft, is of geacht wordt te zijn berekend, staat
                                        tot het totaal van de diensttijden.</al></li><li nr="5."><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing, indien een
                                        vermindering plaatsvindt van enig ander pensioen dan bedoeld
                                        in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-51-vermindering-inbouwbedragen-bij-samenvallende-diensttijd">artikel 51, vijfde lid</extref>, toegekend aan de
                                        echtgenoot van belanghebbende.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 53 Verlaging inbouwbedrag (vóór 1 januari 1986)</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel is uitsluitend van toepassing op
                                        pensioenberekeningen over jaren gelegen voor 1 januari
                                        1986.</al></li><li nr="2."><al>Indien het bedrag dat tot grondslag heeft gestrekt voor de
                                        berekening van het pensioen, nadat dat bedrag is aangepast
                                        aan de hand van de regels, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=157">artikel 157, derde lid, van de Algemene pensioenwet
                                            politieke ambtsdragers</extref>, op de dag met ingang
                                        waarvan de voorgaande artikelen van deze paragraaf voor de
                                        eerste maal ten aanzien van het pensioen toepassing vinden
                                        lager is dan f 26.508,-. wordt het met toepassing van de
                                        voorgaande artikelen van deze paragraaf berekende
                                        inbouwbedrag vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de
                                        teller is eerstbedoeld bedrag op bedoelde dag en waarvan de
                                        noemer is f 26.508/. De uitkomst van deze vermenigvuldiging
                                        vormt in dat geval het inbouwbedrag. Het in de vorige volzin
                                        genoemde bedrag wordt gewijzigd bij de ministeriële
                                        regeling, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=157">artikel 157, derde lid, van de Algemene pensioenwet
                                            politieke ambtsdragers</extref>.</al></li><li nr="3."><al>Indien het pensioen rechtstreeks of middellijk is afgeleid
                                        van een eigen pensioen, geldt voor de toepassing van het
                                        vorige lid als grondslag voor de berekening van het
                                        pensioen, het bedrag dat heeft gestrekt tot grondslag voor
                                        de berekening van het eigen pensioen.</al></li><li nr="4."><al>Indien het bedrag van het algemeen pensioen, dat gerekend
                                        wordt deel uit te maken van het pensioen, reeds is
                                        verminderd krachtens lid 1, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-52-vermindering-inbouwbedragen-bij-korting-op-particulier-pensioen">vindt artikel 52, eerste lid</extref>, slechts
                                        toepassing voor zover zulks nodig is om te voorkomen dat de
                                        som van evenbedoeld verminderd bedrag en het bedrag van de
                                        vermindering, bedoeld in het <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-52-vermindering-inbouwbedragen-bij-korting-op-particulier-pensioen">eerste lid van artikel 52</extref>, het bedrag zou
                                        overschrijden, dat zonder toepassing van lid 1, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-47-inbouwbedrag">krachtens artikel 47</extref> gerekend zou worden deel
                                        uit te maken van het bedrag van het pensioen. De vorige
                                        volzin is van overeenkomstige toepassing in het geval
                                        bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-52-vermindering-inbouwbedragen-bij-korting-op-particulier-pensioen">artikel 52, derde lid</extref>.</al></li></lijst><al>• Bedrag geldende op 1 januari 1991.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 54 Verrekening</titel></kop><structuurtekst><al>Indien een algemeen pensioen wordt toegekend of herzien ovér een
                                tijdvak waarover reeds pensioen werd betaald en dientengevolge te
                                veel pensioen is betaald, kunnen burgemeester en wethouders aan de
                                Sociale Verzekeringsbank die het algemeen pensioen heeft toegekend
                                of herzien, verzoeken het te veel betaalde pensioen ten behoeve van
                                de gemeente in te houden op het algemeen pensioen, voor zover
                                betrekking hebbende op evengenoemd tijdvak.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 55 Gemoedsbezwaren</titel></kop><structuurtekst><al>De bepalingen van deze paragraaf blijven buiten toepassing ten
                                aanzien van degenene die op grond van gemoedsbezwaren hun recht op
                                algemeen pensioen niet geldend maken, met dien verstande dat zij
                                zoveel mogelijk overeenkomstig toepassing vinden met betrekking tot
                                diegenen van evenbedoelden, die recht hebben op uitkering als
                                bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Ouderdomswet/article=48">artikel 48 van de Algemene Ouderdomswet</extref>.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>HOOFDSTUK VI BEPALINGEN VAN ADMINISTRATIEVE AARD</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 1 Tijdsberekening voor uitkering en pensioenen</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 56</titel></kop><structuurtekst><al>Voor zover de voor uitkering en pensioen in aanmerking komende tijd
                                kalenderjaren of kalendermaanden omvat, wordt deze tijd uitgedrukt
                                in jaren onderscheidenlijk maanden voor uitkering en pensioen in
                                aanmerking komende tijd. De overige tijd wordt uitgedrukt in
                                gedeelten van jaren onderscheidenlijk gedeelten van maanden, waarbij
                                het jaar op 12 maanden en de maand op 30 dagen wordt gesteld.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf la Financiële bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 57 Aanpassing pensioenen aan algemene
                                bezoldigingswijzigingen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De wedde, bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-18-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-voor-1-januari-1986">artikel 18</extref>, of de pensioengrondslag bedoeld in
                                        de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">artikelen 19</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19a-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-na-31-december-1994">19a</extref>, behorende bij een pensioen als bedoeld in
                                            <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-16-het-recht-op-eigen-pensioen">artikel 16</extref> of bij een uitzicht op een pensioen
                                        bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar, worden telkens
                                        gewijzigd overeenkomstig een algemene bezoldigingswijziging,
                                        ten einde een aan die algemene bezoldigingswijziging
                                        evenredige aanpassing van het pensioen te
                                        bewerkstelligen.</al></li><li nr="2."><al>Onder een algemene bezoldigingswijziging als bedoeld in het
                                        eerste lid wordt verstaan een zodanige wijziging van het
                                        pensioen van een gepensioneerde overheidswerknemer in de zin
                                        van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20privatisering%20ABP">Wet privatisering ABP</extref> die werkzaam is geweest
                                        in de sector Rijk.</al></li><li nr="3."><al>Indien aan een gepensioneerde overheidswerknemer, als
                                        bedoeld in het tweede lid, een eenmalige uitkering wordt
                                        toegekend, wordt aan degene die recht heeft op een pensioen,
                                        als bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig een eenmalige
                                        uitkering toegekend.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 58 Afronding van pensioenen</titel></kop><structuurtekst><al>Het pensioen wordt naar boven op een gulden afgerond.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 59 Inhoudingen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Op de wedde van de wethouder worden volgens bij of krachtens
                                        algemene maatregel van bestuur te stellen regelen bedragen
                                        ingehouden overeenkomstig de inhouding van bedragen op de
                                        bezoldiging van degene die behoort tot het
                                        overheidspersoneel, ter zake van aanspraken bij
                                        werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid, ouderdom en
                                        overlijden.</al></li><li nr="2."><al>Op de uitkering van de gewezen wethoudr worden volgens bij
                                        of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen
                                        regelen bedragen ingehouden overeenkomstig de inhouding van
                                        bedragen, terzake van aanspraken als bedoeld in het eerste
                                        lid, op een werkloosheids- of
                                        arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van een voor
                                        overheidspersoneel getroffen regeling.</al></li><li nr="3."><al>Geen inhouding van bedragen ter zake van aanspraken bij
                                        ouderdom en overlijden vindt plaats voor zover tijd niet
                                        meetelt als pensioendiensttijd en op uitkeringen bedoeld in
                                            <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4a-voortzetting-van-de-uitkering-wegens-invaliditeit">artikel 4a</extref>, alsmede in de gevallen bedoeld in
                                        de laatste bolzin van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-18-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-voor-1-januari-1986">artikel 18, vierde lid</extref>.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 2 Aanvraag en toekenning van uitkering en
                                pensioen</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 60 Toekenning uitkering en pensioen</titel></kop><structuurtekst><al>Burgemeester en wethouders beslissen over de toekenning van een
                                uitkering of een pensioen op schriftelijke aanvraag door of vanwege
                                de betrokkene, dan wel ambtshalve.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 61 Vrijdom van leges</titel></kop><structuurtekst><al>De stukken waarvan overlegging door burgemeester en wethouders nodig
                                wordt geoorloofd zijn ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=158">artikel 158</extref> juncto <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=111">artikel 111 van de Algemene pensioenwet politieke
                                    ambtsdragers</extref> vrij van leges.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 3 Ingang en einde van de pensioenen</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 62 Ingang eigen pensioen</titel></kop><structuurtekst><al>Het eigen pensioen gaat in met de dag waarop het recht daarop
                                ontstaat.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 63 Ingang nabestaanden- en wezenpensioen en tijdelijk
                                pensioen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het nabestaanden- en wezenpensioen gaat in met de dag,
                                        volgende op die van het overlijden van hem aan wie het wordt
                                        ontleend.</al></li><li nr="2."><al>Het tijdelijk pensioen gaat in met een door burgemeester en
                                        wethouders te bepalen dag.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 64 Ingang hersteld pensioen</titel></kop><structuurtekst><al>Wanneer een vervallen recht op pensioen geheel of gedeeltelijk wordt
                                hersteld, gaat het pensioen in met de eerste dag van de maand waarin
                                het herstel heeft plaatsgevonden.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 65 Einde pensioen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Elk pensioen eindigt met het einde van de maand waarin de
                                        rechthebbende is overleden. Ingeval van vermissing van de
                                        rechthebbende eindigt het pensioen met een door burgemeester
                                        en wethouders te bepalen dag.</al></li><li nr="2."><al>Het tijdelijk pensioen eindigt wanneer de vermiste in leven
                                        blijkt te zijn, met een door burgemeester en wethouders te
                                        bepalen dag.</al></li><li nr="3."><al>Een pensioen waarop het recht krachtens <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-39-vervallenverklaring-van-uitzicht-of-recht-op-pensioen">artikel 39</extref> vervallen is verklaard, eindigt met
                                        het einde van de maand waarin de beslissing inzake het
                                        vervallen verklaren is genomen.</al></li><li nr="4."><al>Het wezenpensioen eindigt voorts met het einde van de maand
                                        waarin: </al><lijst><li nr="a."><al>de rechthebbende de leeftijd van eenentwintig jaren
                                                heeft bereikt of, de leeftijd van eenentwintig jaren
                                                nog niet bereikt hebbende, in het huwelijk is
                                                getreden dan wel partij is bij een aanmelding,
                                                of</al></li><li nr="b."><al>ten opzichte van de rechthebbende ouderschap komt
                                                vast te staan van een ander dan degene aan wiens
                                                overlijden het recht op wezenpensioen wordt
                                                ontleend.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 66 Nabestaandenuitkering</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Zo spoedig mogelijk na het overlijden van een gepensioneerde
                                        wethouder wordt aan diens nabestaande, van wie hij niet
                                        duurzaam gescheiden leefde, een uitkering toege¬kend ten
                                        bedrage van zijn pensioen over een tijdvak van twee maanden
                                        (nabestaanden-uitkering). Bij ontstentenis van een
                                        nabestaande van wie de overledene niet duurzaam gescheiden
                                        leefde, geschiedt de uitkering ten behoeve van de
                                        minderjarige wettige of natuurlijke kinderen van de
                                        overledene, of minderjarige kinderen waarover de overledene
                                        de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg
                                        wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding
                                        van het kind, als was het een eigen kind, onafhankelijk van
                                        enige verplichting daartoe of van het genieten van een
                                        vergoeding daarvoor.</al></li><li nr="2."><al>Indien de overleden gepensioneerde geen betrekkingen ars
                                        bedoeld in het vorige lid nalaat, kan het daarbedoelde
                                        bedrag geheel of ten dele worden uitgekeerd voor de betaling
                                        van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging,
                                        indien de nalatenschap voor de betaling van die kosten
                                        ontoereikend is.</al></li><li nr="3."><al>Lid 1 is van overeenkomstige toepassing in geval van
                                        vermissing van een gepensioneerd wethouder.</al></li><li nr="4."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder pensioen
                                        verstaan het bedrag waarop de overledene recht had,
                                        eventueel na toepassing van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#hoofdstuk-v-samenloop">hoofdstuk V</extref>.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 67 Terugvordering</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Indien meer pensioen is betaald dan overeenstemt met <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-65-einde-pensioen">artikel 65</extref>, wordt het te veel betaalde
                                        teruggevorderd voor zover verrekening daarvan kan
                                        plaatsvinden met een uitkering krachtens <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-66-nabestaandenuitkering">artikel 66</extref>.</al></li><li nr="2."><al>Indien een vermiste in leven blijkt te zijn, kan hetgeen aan
                                        tijdelijk pensioen en aan uitkering, bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-66-nabestaandenuitkering">artikel 66</extref>, is betaald, worden
                                        teruggevorderd.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 4 Betaling van de pensioenen</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 68 Maandbetaling</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De'betaling van de pensioenen geschiedt in maandelijkse
                                        termijnen, tenzij burgemeester en wethouders anders
                                        bepalen.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen regelen stellen met
                                        betrekking tot de wijze van betaling van pensioenen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 69 Onderbreking genot pensioen</titel></kop><structuurtekst><al>Het pensioen van een gewezen wethouder wordt niet genoten, indien en
                                zolang hij na het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                weer als wethouder in deze gemeente optreedt.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 70 Pensioenbetaling zonder machtiging aan een ander dan
                                gepensioneerde</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Indien een gepensioneerde in een inrichting ter verpleging
                                        van geesteszieken of van zwakzinnigen is opgenomen of, niet
                                        opgenomen zijnde in een zodanige inrichting, op grond van
                                        geestelijke gestoordheid niet in staat is kwijting te
                                        verlenen voor de uitbetaling van pensioen, kan het pensioen
                                        uitbetaald worden aan een door burgemeester en wethouders
                                        aan te wijzen persoon of instelling. In andere door hen aan
                                        te wijzen bijzondere gevallen kan het pensioen in plaats van
                                        aan de gepensioneerde zonder diens machtiging uitbetaald
                                        worden aan een door burgemeester en wethouders aan te wijzen
                                        persoon of instelling.</al></li><li nr="2."><al>Indien een gepensioneerde ingevolge het bepaalde bij of
                                        krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bijzondere%20ziektekosten/article=6">artikelen 6</extref>, lid 2, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bijzondere%20ziektekosten/article=11">11</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bijzondere%20ziektekosten/article=12">12</extref> van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bijzondere%20ziektekosten">Algemene wet bijzondere ziektekosten</extref> een
                                        bijdrage verschuldigd is in de kosten van een verstrekking
                                        als bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bijzondere%20ziektekosten/article=6">artikelen 6</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bijzondere%20ziektekosten/article=11">11</extref> van die wet of een vergoeding als bedoeld
                                        in de artikelen 11 en 12 van die wet, kan het pensioen tot
                                        ten hoogste het bedrag van die bijdrage in plaats van aan de
                                        gepensioneerde zonder diens machtiging uitbetaald worden aan
                                        de Ziekenfondsraad.</al></li><li nr="3."><al>Indien het bepaalde in het vorige lid toepassing vindt,
                                        heeft de uitbetaling als bedoeld in lid 1 betrekking op het
                                        gedeelte van het pensioen, dat niet aan het lid 2 bedoelde
                                        orgaan wordt uitbetaald.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>AFDELING III ALGEMENE, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><afdeling><kop><titel>HOOFDSTUK 1 BEROEP EN HERZIENING</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 71 Beroep</titel></kop><structuurtekst><al>Van de beslissingen ter uitvoering van deze verordening staat
                                ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20pensioenwet%20politieke%20ambtsdragers/article=162">artikel 162 van de Algemene pensioenwet politieke
                                    ambtsdragers</extref> beroep open op de Centrale Raad van Beroep
                                overeenkomstig de bepalingen van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Beroepswet">Beroepswet</extref>. De voorgaande volzin is niet van
                                toepassing op beslissingen ingevolge artikel 70, lid 2.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 72 Herziening, wijziging en herstel</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders herzien een door hen ter
                                        uitvoering van deze verordening genomen beslissing, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>aan die beslissing een feitelijke onjuistheid ten
                                                grondslag ligt;</al></li><li nr="b."><al>na die beslissing blijkt dat aan die beslissing
                                                andere feiten ten grondslag dienen te worden
                                                gelegd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien na een beslissing van burgemeester en wethouders de
                                        feiten waarmede in die beslissing rekening is gehouden
                                        zodanig zijn gewijzigd, dat deze beslissing anders zou
                                        luiden als zij nog genomen zou moeten worden, wijzigen
                                        burgemeester en wethouders de beslissing, rekening houdende
                                        met de gewijzigde feiten.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders herstellen een door hen genomen
                                        beslissing omtrent toekenning -inbegrepen aanpassing op
                                        grond van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-57-aanpassing-pensioenen-aan-algemene-bezoldigingswijzigingen">artikel 57</extref>-, herziening, wijziging of
                                        betaalbaarstelling van een pensioen, indien daarin een
                                        onjuistheid, anders dan bedoeld in de vorige leden,
                                        voorkomt.</al></li><li nr="4."><al>Indien vijf jaren zijn verstreken na de dagtekening van een
                                        overeenkomstig de vorige leden voor herziening, wijziging of
                                        herstel vatbare beslissing, kunnen burgemeester en
                                        wethouders die leden buiten toepassing laten.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 73</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Een herzieningsbeslissing, een wijzigingsbeslissing en een
                                        herstelbeslissing vermelden de dag van de inwerkingtreding.
                                        Bij een herzieningsbeslissing is deze dag dezelfde als die
                                        waarop de herziene beslissing in werking is getreden, tenzij
                                        een latere dag wordt bepaald.</al></li><li nr="2."><al>Een herzieningsbeslissing leidt niet tot terugvordering of
                                        verrekening van reeds betaalde bedragen, tenzij de
                                        betrokkene redelijkerwijze had moeten begrijpen, dat hem te
                                        veel werd uitbetaald.</al></li><li nr="3."><al>Een wijzigingsbelissing leidt slechts tot terugvordering of
                                        verrekening van reeds betaalde bedragen indien de
                                        betrokkene, hoewel enige bepaling van deze verordening hem
                                        daartoe verplichtte of dit redelijkerwijs van hem mocht
                                        worden verwacht, heeft nagelaten aan burgemeester en
                                        wethouders mededeling te doen van een wijziging in de
                                        feiten.</al></li><li nr="In"><al>afwijking van de vorige twee leden en onverminderd <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-67-terugvordering">artikel 67</extref> zijn burgemeester en wethouders
                                        bevoegd tot terugvordering of verrekening van te veel
                                        betaalde bedragen, indien de herzieningsbeslissing,
                                        onderscheidenlijk de wijzigingsbeslissing is genomen binnen
                                        vier maanden na de dagtekening van de herziene beslissing,
                                        onderscheidenlijk binnen vier maanden nadat burgemeester en
                                        wethouders bericht hebben ontvangen van wijziging in de
                                        feiten.</al></li><li nr="5."><al>Herstel van een beslissing als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-72-herziening-wijziging-en-herstel">artikel 72, lid 3</extref>, binnen vier maanden na de
                                        dagtekening van de herstelde beslissing, leidt tot
                                        terugvordering of verrekening van te veel betaalde
                                        pensioenbedragen. Herstel van een beslissing, als bedoeld in
                                        de vorige volzin, na de daargenoemde termijn, leidt slechts
                                        tot terugvordering of verrekening van te veel betaalde
                                        pensioenbedragen, indien de betrokkene redelijkerwijze had
                                        moeten begrijpen, dat hem te veel werd uitbetaald.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>HOOFDSTUK II OVERGANGSBEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 74 Intrekking geldende verordeningen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Behoudens het in dit hoofdstuk verder bepaalde wordt met
                                        ingang van 1 januari 1966 ingetrokken de bij besluit van 26
                                        augustus 1970 door de raad van de toenmalige gemeente
                                        Steenbergen* vastgestelde "Uitkerings- en
                                        pensioenverordening wethouders, 1970".</al></li><li nr="2."><al>Artikel 3 van de in het eerste lid bedoelde verordening
                                        blijft van toepassing tot 1 januari 1969.</al></li><li nr="3."><al>Artikel 7 van de in het eerste lid bedoelde verordening
                                        blijft van toepassing tot 1 november 1994.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 74a</titel></kop><structuurtekst><al>Behoudens het in dit hoofdstuk verder bepaalde wordt met ingang van
                                1 juli 1977 ingetrokken de bij besluit van 29 mei 1962 door de raad
                                van de toenmalige gemeente NieuwVossemeer* vastgestelde
                                pensioenverordening.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 74b</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Behoudens het in dit hoofdstuk verder bepaalde wordt met
                                        ingang van 1 januari 1966 ingetrokken de bij besluit van 28
                                        december 1970 door de raad van de toenmalige gemeente
                                        Dinteloord en Prinsenland* vastgestelde "Uitkerings- en
                                        pensioenverordening wethouders van Dinteloord en
                                        Prinsenland", sedertdien gewijzigd.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 3 van de in het eerste lid bedoelde verordening
                                        blijft van toepassing tot 1 januari 1969;</al></li><li nr="3."><al>Artikel 13, onder a, van de in het vijfde lid bedoelde
                                        verordening blijft van toepassing tot 1 januari 1993.</al></li></lijst><al>* Deze gemeenten zijn bij de gemeentelijke herindeling per 1 januari
                                1997 samengevoegd tot de nieuwe gemeente Steenbergen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 75 (Vervallen)</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 76 Toepasselijkheid van deze verordening</titel></kop><structuurtekst><al>De met ingang van een datum, voorafgaande aan het tijdstip van
                                inwerkingtreding van deze verordening, aan gewezen wethouders en aan
                                nabestaanden en wezen toegekende uitkeringen en pensioenen worden
                                met ingang van dat tijdstip geacht krachtens deze verordening te
                                zijn toegekend.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 77 Rechten op basis van de oude verordening</titel></kop><structuurtekst><al>Zij die aan de in artikel
                                    74, eerste lid, en/of de in artikel 74a en/of in de in artikel 74b, eerste lid, genoemde verordening recht op
                                pensioen ontleenden met ingang van 1 januari 1966 of een later
                                tijdstip, ontlenen van dat tijdstip af een recht op pensioen aan
                                deze verordening.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 78 Samenloop van pensioen en algemeen pensioen (behoort
                                bij afdeling II, hoofdstuk V, paragraaf 2)</titel></kop><structuurtekst><al>In afwijking in zoverre van het bepaalde in artikel 47 vindt voor de
                                berekening van het inbouwbedrag geen vermenigvuldiging plaats van
                                tijd, gelegen voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening die voor de berekening van een pensioen als daarbedoeld
                                in aanmerking wordt genomen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 79 Overgangsbepaling I ten aanzien van het vervallen
                                artikel 49 (oud) (overgangsbepaling bij vijfde wijziging)</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel
                                    49, zoals dat als artikel 49 luidde op 31 mei 1985,
                                blijft toepassing vinden ter zake van betalingen na 31 mei 1985,
                                indien en voor zover die betalingen betrekking hebben op een voor 1
                                juni 1985 liggende periode, met dien verstande dat met ingang van 1
                                april 1985 in het vierde lid 'artikel
                                    36, eerste lid', wordt vervangen door 'artikel 47, eerste
                                lid'.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 80 Overgangsbepaling II ten aanzien van het vervallen
                                artikel 49 (oud) (overgangsbepaling bij vijfde wijziging)</titel></kop><structuurtekst><al>De verhoging met tien percent over ten hoogste f 63.200,-- per jaar
                                ingaande 1 juni 1985 van de wedde van de wethouder toegekend in
                                verband met het vervallen van artikel
                                    49, maakt voor de toepassing van de bepalingen van
                                    afdeling II, de
                                    hoofdstukken
                                    Il en III,
                                betreffende de pensioenberekening, geen deel uit van de wedde.</al><al>De voorgaande volzin is slechts van toepassing op de wedde, voor
                                zover die betrekking heeft op tijd gelegen vóór 1 januari 1986.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 81 Overgangsbepaling ten aanzien van artikel 41 (artikel
                                31 oud) (overgangsbepaling bij zesde wijziging)</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel
                                            41 zoals dat artikel ingevolge de Zesde
                                        wijziging* is komen te luiden, blijft ten aanzien van de in
                                        het tweede lid bedoelde personen van toepassing artikel
                                            41 zoals dat als artikel 31 luidde op de dag vóór 13 juli
                                        1988.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde personen zijn: </al><lijst><li nr="a."><al>degenen die vóór 1 januari 1986 recht op eigen
                                                pensioen hebben verkregen dan wel de leeftijd van
                                                zestig jaar hebben bereikt;</al></li><li nr="b."><al>nabestaande en wezen die recht op pensioen hebben
                                                ontleend aan het overlijden van een persoon die
                                                voldeed aan een voorwaarde gesteld onder a, dan wel
                                                recht op dat pensioen hebben verkregen vóór 1
                                                januari 1986.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Ten aanzien van de in het tweede lid bedoelde personen wordt
                                        niet onder pensioen begrepen de toeslag bedoeld in de
                                            artikelen 36 of 37.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 82 Overgangsbepaling ten aanzien van artikel 45 (artikel
                                35 oud) (overgangsbepaling bij zesde wijziging)</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-45-begripsomschrijvingen">Artikel 45, tweede lid</extref>, zoals bedoelde
                                        bepaling ingevolge de Zesde wijziging* is komen te luiden,
                                        is niet van toepassing indien de belanghebbende recht heeft
                                        op het ouderdomspensioen bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Ouderdomswet%20/article=9">artikel 9, vijfde lid, van de Algemene
                                            Ouderdomswet</extref> ingevolge het zevende lid van dat
                                        artikel, zoals dat luidde op 31 december 1985.</al></li><li nr="2."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-45-begripsomschrijvingen">Artikel 45, tweede lid</extref>, laatste volzin, zoals
                                        die volzin ingevolge de Zesde wijziging is komen te luiden,
                                        is niet van toepassing ten aanzien van de ongehuwde
                                        belanghebbende bedoeld in genoemde wet, op wie van
                                        toepassing is gebleven <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Ouderdomswet%20/article=1">artikel 1 van de Algemene Ouderdomswet</extref>, zoals
                                        dat artikel luidde op 31 december 1985.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 83 Overgangsbepaling ten aanzien van de artikelen 19 en
                                28 (artikelen 16a en 22 oud na vijfde wijziging)(overgangsbepaling
                                bij zesde wijziging)</titel></kop><structuurtekst><al>De artikelen 19, tweede lid, en 28, derde lid, zoals die artikelen ingevolge de Zesde
                                wijziging zijn komen te luiden, zijn niet van toepassing ten aanzien
                                van degene die:</al><lijst><li nr="a."><al>wethouder was vóór 13 juli 1988, voor zover betreffende de
                                        tijd is doorgebracht vóór dat tijdstip;</al></li><li nr="b."><al>wethouder is op of na 13 juli 1988, voor zover betreffende
                                        tijd zonder onderbreking is gevolgd op tijd als bedoeld
                                        onder a, en vervolgens zonder onderbreking is voortgezet.
                                        Een onderbreking van niet meer dan een jaar wordt voor de
                                        toepassing van deze bepaling geacht geen onderbreking te
                                        vormen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 84 Garantiebepaling (overgangsbepaling bij zesde
                                wijziging)</titel></kop><structuurtekst><al>De vanaf 1 januari 1986 toegekende pensioenen berekend op'basis van
                                de verordening zoals die tot die datum luidde, worden herberekend op
                                grond van deze verordening zoals die na de Zesde wijziging is komen
                                te luiden, met dien verstande dat de pensioenbedragen die in verband
                                met deze herberekening te veel blijken te zijn betaald, niet worden
                                teruggevorderd.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 85 Inwerkingtreding artikelen 19, tweede lid, 50 en 59,
                                tweede en derde lid (artikel 16a, tweede lid, 40 en 48, tweede en
                                derde lid (oud) na vijfde wijziging) (overgangsbepaling bij zesde
                                wijziging)</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 19, tweede lid, artikel
                                    50 en artikel
                                    59, tweede en derde lid, treden in werking op het
                                tijdstip bedoeld in artikel VIII, lid 4, van de Wet van 20 april
                                1988, Stb. 300.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>HOOFDSTUK III SLOTBEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 86 Inwerkingtreding zevende wijziging</titel></kop><structuurtekst><al>Deartikelen
                                    9,12,13,14,24, eerste en tweede lid, 24a,25,26, eerste en tweede lid, 28, eerste, tweede, derde en vierde lid, 29, tweede, en derde en vierde lid, 30,31,32,33, tweede en vierde lid, 34,35, eerste lid, 36,
                                eerste en derde lid, 42, eerste lid 43, eerste lid, 45, eerste lid,
                                    47, tweede lid,
                                    48, eerste
                                lid, 49 onderdeel a en c, 63, eerste lid, 66, eerste lid
                                met uitzondering van de invoering van het begrip minderjarigheid,
                                    76, 87, 88, 89 en 90 zoals bedoelde bepalingen na de zevende wijziging
                                zijn komen te luiden, werken terug tot 1 januari 1986.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 87 Overgangsbepaling ten aanzien van artikel 24
                                (overgangsbepaling bij de zevende wijziging)</titel></kop><structuurtekst><al>Alle pensioenen toegekend krachtens artikel 24a van deze
                                verordening zoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding
                                van de zevende wijziging*, worden, voor zover zij op dat tijdstip
                                worden genoten, met ingang van dat tijdstip geacht te zijn toegekend
                                krachtens artikel
                                    24.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 88 Overgangsbepaling met betrekking tot het recht op
                                nabestaandenpensioen (overgangsbepaling bij de zevende
                                wijziging)</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Er ontstaat geen recht op pensioen ingevolge de zevende
                                        wijziging*, indien op de datum van overlijden van de
                                        vrouwelijke wethouder, gewezen of gepensioneerde wethouder
                                        in een overeenkomstig geval geen recht op weduwenpensioen of
                                        bijzonder weduwenpensioen zou zijn ontstaan ingevolge het
                                        overlijden van een mannelijke wethouder, gewezen of
                                        gepensioneerde wethouder.</al></li><li nr="2."><al>Het pensioen waarop ingevolge de zevende wijziging* recht
                                        ontstaat in verband met een overlijden voor de datum van
                                        inwerkingtreding van deze wijziging* wordt berekend als ware
                                        het recht ontstaan op de datum van overlijden.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 89 Overgangsbepaling ten aanzien van artikel 40
                                (overgangsbepaling bij de zevende wijziging)</titel></kop><structuurtekst><al>Ten aanzien van de aanspraken op nabestaandenpensioen die ingevolge
                                de zevende wijziging* worden verkregen vangt de termijn van vijf
                                achtereenvolgende jaren zoals bedoeld in artikel 40 niet eerder aan dan op de datum van
                                inwerkingtreding van deze wijziging.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 90 Herberekening wezenpensioen (overgangsbepaling bij de
                                zevende wijziging)</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Indien ingevolge de zevende wijziging* een
                                        nabestaandenpensioen of een bijzonder nabestaandenpensioen
                                        wordt toegekend, terwijl aan hetzelfde overlijden recht op
                                        wezenpensioen is ontleend, wordt het wezenpensioen
                                        herberekend.</al></li><li nr="2."><al>Indien het nabestaandenpensioen of het bijzonder
                                        nabestaandenpensioen met terugwerkende kracht wordt
                                        toegekend en het wezenpensioen wordt herberekend, wordt het
                                        te veel betaalde wezenpensioen over de periode waarop
                                        de'terugwerkende kracht betrekking heeft niet
                                        teruggevorderd.</al></li><li nr=""><al><cursief>De datum van inwerkingtreding van de zevende
                                            wijziging is 18 december 1992.</cursief></al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 91 (Overgangsbepaling bij de achtste wijziging)</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Met ingang van 1 januari 1995 worden het inkomen van de
                                        wethouder als zodanig en de laatstelijk genoten wedde dan
                                        wel de berekeningsgrondslag, waarvan is afgeleid een
                                        uitkering ter zake van ontslag of aftreden als wethouder, en
                                        een wegens algemene invaliditeit voortgezette uitkering,
                                        aangepast overeenkomstig de aanpassing van de salarissen
                                        ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20financi%C3%ABle%20voorzieningen%20privatisering%20ABP/article=34">artikel 34 van de Wet financiële voorzieningen
                                            ABP</extref>.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde aanpassing is geen algemene
                                        bezoldigingswijziging als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-57-aanpassing-pensioenen-aan-algemene-bezoldigingswijzigingen">artikel 57</extref>.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 92 Overgangsbepaling ten aanzien van artikel 57
                                (overgangsbepaling bij de achtste wijziging)</titel></kop><structuurtekst><al>Artikel 57, zoals dat luidde op 31 december 1994,
                                blijft van toepassing ten aanzien van een wijziging in de
                                bezoldiging van het rijkspersoneel voor 1 januari 1995.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 93 Overgangsbepaling ten aanzien van de fictieve
                                diensttijd (overgangsbepaling bij de achtste wijziging)</titel></kop><structuurtekst><al>Ten aanzien van degenen die ingevolge deze verordening recht op
                                nabestaanden- of wezenpensioen hebben verkregen voor 1 januari 1995,
                                wordt de tijd waarnaar het pensioen is of geacht wordt te zijn
                                berekend en die niet daadwerkelijk als wethouder is doorgebracht,
                                voor zover nodig medebegrepen onder tijd gelegen voor die
                                datum.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 94 (Overgangsbepaling bij de achtste wijziging)</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20terugdringing%20beroep%20op%20de%20arbeidsongeschiktheidsregelingen/article=IX">artikelen IX tot en met XV</extref> van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20terugdringing%20beroep%20op%20de%20arbeidsongeschiktheidsregelingen">Wet terugdringing beroep op de
                                            arbeidsongeschiktheidsregelingen</extref> en de
                                        krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20terugdringing%20beroep%20op%20de%20arbeidsongeschiktheidsregelingen/article=XV">artikel XV</extref> van die wet gestelde regels zijn
                                        van overeenkomstige toepassing op degene op wie <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-95-overgangsbepaling-bij-de-achtste-wijziging-">artikel 95, eerste of derde lid</extref>, van deze
                                        verordening van toepassing is en die op 31 januari 1992 en
                                        sinds 1 januari 1990 recht heeft op uitkering als bedoeld in
                                        dat artikel.</al></li><li nr="2."><al>Als het orgaan bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20terugdringing%20beroep%20op%20de%20arbeidsongeschiktheidsregelingen/article=XI">artikel XI</extref> van de in het eerste lid genoemde
                                        wet wordt voor de in het eerste lid bedoelde overeenkomstige
                                        toepassing het college van burgemeester en wethouders
                                        beschouwd.</al></li><li nr="3."><al>De op grond van dit artikel toegekende uitkeringen komen ten
                                        laste van de gemeente.</al></li><li nr="4."><al>De <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-71-beroep">artikelen 71</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-72-herziening-wijziging-en-herstel">72</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-73">73</extref> zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 95 (Overgangsbepaling bij de achtste wijziging)</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De bij de achtste wijziging in de verordening ingevoerde
                                            <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4a-voortzetting-van-de-uitkering-wegens-invaliditeit">artikelen 4a, tweede lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4c">4c</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4d">4d</extref>, telkens het eerste en het tweede lid,
                                        vinden geen toepassing ten aanzien van degene die op 31
                                        december 1994 recht heeft op een wegens algemene
                                        invaliditeit voortgezette uitkering en op de dag van
                                        inwerkingtreding van deze wijziging vijftig jaar of ouder
                                        is.</al></li><li nr="2."><al>De bij de achtste wijziging vervallen tweede volzin van
                                            <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-voortzetting-van-de-uitkering">artikel 3, tweede lid</extref> (definitie begrip
                                        algemeen invalide) blijft van toepassing op degene bedoeld
                                        in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>De bij de achtste wijziging ingevoegde <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4a-voortzetting-van-de-uitkering-wegens-invaliditeit">artikelen 4a, tweede lid</extref>, en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4c">4c</extref> worden met ingang van een latere datum dan
                                        1 januari 1995 van toepassing op degene die op 31 december
                                        1994 recht had op een wegens algemene invaliditeit
                                        voortgezette uitkering en op 1 januari 1995 jonger is dan
                                        vijftig jaar. Tot die datum blijft de bij deze wijziging
                                        vervallen tweede volzin van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-voortzetting-van-de-uitkering">artikel 3, tweede lid</extref>, op hem van
                                        toepassing.</al></li><li nr="4."><al>De in het derde lid bedoelde latere datum wordt vastgesteld
                                        overeenkomstig de ministeriële regeling bedoeld in artikel
                                        vierde lid, van Staatsblad 417.</al></li><li nr="5."><al>Voor de toepassing van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4c">artikel 4c</extref> geldt als datum waarst) de
                                        uitkering van degene bedoeld in het derde lid van dit
                                        artikel wegens algemene invaliditeit is voortgezet de dag
                                        waarop de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4a-voortzetting-van-de-uitkering-wegens-invaliditeit">artikelen 4a, tweede lid</extref>, en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4c">4c</extref> op hem van toepassing worden.</al></li><li nr="6."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4d">Artikel 4d, eerste lid</extref>, vindt geen toepassing
                                        ten aanzien van degene wiens uitkering wegens algemene
                                        invaliditeit is voortgezet met ingang van een dag gelegen
                                        voor 1 januari 1995.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 96 (Overgangsbepaling bij de achtste wijziging)</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De bij de achtste wijziging vervallen eerste volzin van
                                            <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-voortzetting-van-de-uitkering">artikel 3, tweede lid</extref>, en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4-bedrag-van-de-uitkering">artikel 4, derde lid</extref>, blijven van toepassing
                                        op degene die: </al><lijst><li nr="a."><al>op 31 december 1994 recht had op wegens algemene
                                                invaliditeit voortgezette uitkering, of</al></li><li nr="b."><al>op 25 januari 1993 ziekten of gebreken had en wiens
                                                uitkering uiterlijk een jaar na die datum in verband
                                                met die ziekten of gebreken wegens algemene
                                                invaliditeit wordt voortgezet, dan wel wiens
                                                uitkering ingevolge <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-18-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-voor-1-januari-1986">artikel 18, vierde lid</extref> binnen een jaar
                                                na de genoemde datum in verband met die ziekten of
                                                gebreken wordt aangemerkt als een wegens algemene
                                                invaliditeit voortgezette uitkering.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het eerste lid van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4a-voortzetting-van-de-uitkering-wegens-invaliditeit">artikel 4a</extref>, en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4b">artikel 4b</extref> zijn niet van toepassing op degene
                                        bedoeld in het eerste lid.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 97 (Overgangsbepaling bij de achtste wijziging)</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De periode van toekenning van een wegens algemene
                                        invaliditeit voortgezette uitkering bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4c">artikel 4c</extref> wordt in afwijking van dat artikel
                                        tot een nader te bepalen tijdstip vastgesteld op vijf
                                        jaar.</al></li><li nr="2."><al>Wijziging van de termijn bedoeld in het eerste lid brengt
                                        geen wijziging in de termijnen zoals die gelden ter zake van
                                        wegens algemene invaliditeit voortgezette uitkeringen die
                                        zijn toegekend voor het tijdstip van wijziging van de
                                        termijn.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 98 (Overgangsbepaling bij de achtste wijziging)</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Indien vanaf 1 januari 1995 <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4d">artikel 4d, zesde lid</extref>, wordt toegepast ten
                                        aanzien van degene bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-95-overgangsbepaling-bij-de-achtste-wijziging-">artikel 95</extref>, wordt ten aanzien van degene onder
                                        de in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4a-voortzetting-van-de-uitkering-wegens-invaliditeit">artikel 4a, tweede lid</extref> bedoelde arbeid
                                        verstaan de arbeid, bedoeld in de per 1 januari 1995
                                        vervallen tweede volzin van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-voortzetting-van-de-uitkering">artikel 3, tweede lid</extref>.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid geldt voor degene bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-95-overgangsbepaling-bij-de-achtste-wijziging-">artikel 95, derde lid</extref>, tot aan het daar
                                        bedoelde tijdstip.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 99 Inwerkingtreding achtste wijziging</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het tweede lid van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">artikel 19</extref> zoals dat luidde voor de achtste
                                        wijziging, vervalt met terugwerkende kracht tot 1 mei 1994.
                                        De invoering van het opschrift en de vernummering van de
                                        leden 3 tot en met 11 tot 2 tot en met 10 werken terug tot
                                        diezelfde datum.</al></li><li nr="2."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4-bedrag-van-de-uitkering">Artikel 4, eerste en tweede lid</extref>, en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4b">artikel 4b, tweede en tiende lid</extref>, zoals die
                                        luiden na de achtste wijziging treden in werking met
                                        terugwerkende kracht tot 1 juli 1994.</al></li><li nr="3."><al>De <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4a-voortzetting-van-de-uitkering-wegens-invaliditeit">artikelen 4a</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4b">4b, eerste en derde tot en met negende en elfde en
                                            twaalfde lid</extref>, en de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4c">artikelen 4c</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4d">4d</extref> treden in werking per 1 januari 1995.
                                            <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4e-onderzoek-naar-invaliditeit-voor-het-aftreden">Artikel 4e</extref> treedt in werking op de datum dat
                                        de achtste wijziging in werking treedt.</al></li><li nr="4."><al>De <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-17-diensttijd-voor-en-vanaf-1-januari-1986">artikelen 17</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-18-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-voor-1-januari-1986">18</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">19, eerste lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19a-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-na-31-december-1994">19a</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-20-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-na-31-december-1985">20</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-21-samenvallende-diensttijden-van-echtgenoten-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">21</extref> (opschrift), <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-22-verstrekken-van-inlichtingen">22, eerste lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-29-berekening-nabestaandenpensioen-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">29, eerste lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-29a-berekening-nabestaandenpensioen-tussen-31-december-1994-en-1-januari-1996">29a</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-57-aanpassing-pensioenen-aan-algemene-bezoldigingswijzigingen">57</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-59-inhoudingen">59</extref> zoals bedoelde bepalingen na de achtste
                                        wijziging zijn ingevoerd of gewijzigd, getreden in werking
                                        met ingang van 1 januari 1995.</al></li><li nr="5."><al>Per 1 januari 1995: </al><lijst><li nr="-"><al>vervalt van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-voortzetting-van-de-uitkering">artikel 3</extref> het tweede en derde lid en
                                                wordt het vierde lid vernummerd;</al></li><li nr="-"><al>vervallen van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4-bedrag-van-de-uitkering">artikel 4</extref> het derde, dierde en vijfde
                                                lid en worden de leden zes en zeven van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4-bedrag-van-de-uitkering">artikel 4</extref> vernummerd;</al></li><li nr="-"><al>worden <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-korting-wegens-inkomsten">artikel 5, lid 9</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7-einde-van-de-uitkering">artikel 7 onder d</extref> gewijzigd en vervalt
                                                het vierde lid van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-72-herziening-wijziging-en-herstel">artikel 72</extref> onder vernummering van lid
                                                5.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-28-berekening-van-het-nabestaandenpensioen">Artikel 28, derde lid</extref> vervalt met
                                        terugwerkende kracht tdt 1 mei 1994. De vernumme-ring van de
                                        leden vier en vijf werkt terug tot dezelfde datum.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 100 (Overgangsbepaling bij de negende wijziging)</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-29a-berekening-nabestaandenpensioen-tussen-31-december-1994-en-1-januari-1996">Artikel 29a</extref>, zoals dat artikel luidde op de
                                        dag voor het tijdstip van de inwerkingtreding van de negende
                                        wijziging", blijft van toepassing op een
                                        nabestaandenpensioen waarop recht is ontstaan voor dat
                                        tijdstip.</al></li><li nr="2."><al>De bepalingen van deze verordening met betrekking tot het
                                        recht op wezenpensioen, zoals die bepalingen luidden op de
                                        dag voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze
                                        wijziging, blijven van toepassing op een wezenpensioen
                                        waarop recht is ontstaan voor dat tijdstip.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 101 (Overgangsbepaling bij de negende wijziging)</titel></kop><structuurtekst><al>Ten aanzien van een aanmelding als bedoeld in artikel 12a, die wordt
                                gedaan vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20gemeentelijke%20basisadministratie%20persoonsgegevens">Wet gemeentelijke basisadministratie
                                persoonsgegevens</extref><sup>2)</sup>, wordt de man of vrouw met
                                wie degene die de aanmelding deed op hetzelfde woonadres in het
                                persoonsregister is opgenomen, gelijk gesteld met de man of vrouw
                                die als ingezetene met hetzelfde woonadres in de gemeentelijke
                                basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven als bedoeld in
                                het evengenoemde artikel
                                    12a.</al><al>2) <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20gemeentelijke%20basisadministratie%20persoonsgegevens">De Wet gemeentelijke basisadministratie
                                    persoonsgegevens</extref> (Stb. 1994, 494) is op 1 oktober 1994
                                in werking getreden (Koninklijk Besluit Stb. 1994, 707).</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 102 (Overgangsbepaling bij de negende wijziging)</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Een overlijden van een wethouder, gewezen of gepensioneerde
                                        wethouder tussen 31 december 1993 en 1 juli 1994 valt te
                                        rekenen vanaf de datum van overlijden onder de werking van
                                        de bepalingen van deze verordening inzake het nabestaanden-
                                        en wezenpensioen zoals die bepalingen zijn komen te luiden
                                        na de inwerkingtreding van de negende wijziging".</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt degene van wie
                                        op 1 juli 1994 aanmelding in de zin van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-12">artikel 12, onderdeel a</extref>, mogelijk zou zijn
                                        geweest, op aanvraag aangemerkt als nabestaande vanaf de
                                        datum van het overlijden.</al></li><li nr="3."><al>Ter zake van een overlijden van een wethouder, gewezen of
                                        gepensioneerde wethouder tussen 30 juni 1994 en 1 januari
                                        1995 wordt op zijn aanvraag als nabestaande beschouwd degene
                                        van wie, hoewel niet aangemeld in de zin van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-12">artikel 12, onderdeel a</extref>, aanmelding als
                                        evenbedoeld op de dag voor die van het overlijden mogelijk
                                        was.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 103 Inwerkingtreding negende wijziging</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-12">artikelen 12</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-24-nabestaandenpensioen">24, tweede lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-25-bijzonder-nabestaandenpensioen">25</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-26-wezenpensioen">26</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-30-bijzonder-nabestaandenpensioen">30, eerste en tweede lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-31-nabestaandenpensioen-bij-hertrouwen-dan-wel-aanmelding">31</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-32-wezenpensioen">32, tweede lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-34-herberekening-wezenpensioen">34, tweede lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-36-toeslag-op-nabestaandenpensioen">36, derde lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-43-samenloop-nabestaandenpensioen-na-hertrouwen-of-aanmelding">43, eerste lid</extref>, en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-65-einde-pensioen">65, vierde lid</extref>, zoals bedoelde bepalingen na
                                        de negende wijziging zijn komen te luiden, alsmede het bij
                                        de negende wijziging ingevoegde <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-12a-aanmelding">artikel 12a</extref> werken terug tot en met 1 juli
                                        1994.</al></li><li nr="2."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-29a-berekening-nabestaandenpensioen-tussen-31-december-1994-en-1-januari-1996">Artikel 29a, eerste lid</extref>, treedt in werking op
                                        de datum dat de negende wijziging in werking treedt".</al></li><li nr="1)"><al>De datum van inwerkingtreding van de negende wijziging is 26
                                        juni 1996.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 104 Inwerkingtreding tiende wijziging</titel></kop><structuurtekst><al>De tiende wijziging treedt in werking met ingang van de dag 17
                                januari 1997, met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4-bedrag-van-de-uitkering">artikelen 4, eerste, tweede en vierde lid</extref>,
                                            <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4b">4b, tweede, vierde, zevende, achtste en negende
                                            lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-korting-wegens-inkomsten">5, vijfde lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-17-diensttijd-voor-en-vanaf-1-januari-1986">17, eerste lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-18-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-voor-1-januari-1986">18, tweede lid</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">19, tweede lid</extref> (inzake uitbreiding
                                        berekeningsgrondslag uitkering en pensioen met de
                                        eindejaarsuitkering) terugwerken tot en met 1 januari
                                        1993;</al></li><li nr="b."><al>de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">artikelen 19, tiende lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-21-samenvallende-diensttijden-van-echtgenoten-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">21, derde lid</extref>, en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-28-berekening-van-het-nabestaandenpensioen">28, vierde lid</extref>, terugwerken tot en met 1
                                        januari 1995;</al></li><li nr="c."><al>de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-17-diensttijd-voor-en-vanaf-1-januari-1986">artikelen 17, tweede lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-18-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-voor-1-januari-1986">18, tweede en derde lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">19, zevende en achtste lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19a-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-na-31-december-1994">19a, tweede lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-36-toeslag-op-nabestaandenpensioen">36, vierde lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-37-toeslag-op-wezenpensioen">37, derde lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-53-verlaging-inbouwbedrag-voor-1-januari-1986-">53, tweede lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-57-aanpassing-pensioenen-aan-algemene-bezoldigingswijzigingen">57, tweede en derde lid</extref>, terugwerken tot en
                                        met 1 januari 1996;</al></li><li nr="d."><al>de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-12">artikelen 12, onder c</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-19-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-tussen-31-december-1985-en-1-januari-1995">19, derde lid</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-20-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-na-31-december-1985">20</extref> werking hebben ten aanzien van voor een
                                        pensioenberekening in aanmerking te nemen tijd vanaf 1
                                        januari 1994;</al></li><li nr="e."><al>de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-normale-duur-van-de-uitkering">artikelen 2, eerste en tweede lid</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-voortzetting-van-de-uitkering">3, eerste lid</extref>, werking hebben ten aanzien van
                                        een recht op uitkering ter zake van een ontslag of aftreden
                                        ingaande 1 januari 1995 of later;</al></li><li nr="f."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-18-berekening-van-het-eigen-pensioen-over-tijd-voor-1-januari-1986">artikel 18, vijfde lid</extref>, werking heeft ten
                                        aanzien van voor een pensioenberekening in aanmerking te
                                        nemen uitkeringstijd waarin de belanghebbende inkomsten
                                        heeft uit een betrekking waaraan aanspraak op
                                        overheidspensioen wordt ontleend vanaf 1 januari 1995, en
                                        overigens eerst werking heeft ten aanzien van voor een
                                        pensioenberekening in aanmerking te nemen tijd waarin recht
                                        op uitkering bestaat uit hoofde van een ontslag of aftreden
                                        op of na de dag van inwerkingtreding van de tiende
                                        wijziging.</al></li><li nr="g."><al>de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-23-paraplubepaling-anw">artikelen 23</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-23a">23a</extref> werken terug tot en met 1 juli 1996.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 105 Citeertitel</titel></kop><structuurtekst><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Uitkerings- en
                                pensioenverordening wethouders 1998 gemeente Steenbergen".</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 106 Inwerkingtreding</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de
                                        maand volgend op die waarin de verordening door gedeputeerde
                                        staten is goedgekeurd.</al></li><li nr="2."><al>Zij werkt terug tot 1 januari 1966, behalve voor wat betreft </al><lijst><li nr="a."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4-bedrag-van-de-uitkering">artikel 4</extref>, dat terugwerkt tot 1 januari
                                                1969;</al></li><li nr="b."><al>de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-69-onderbreking-genot-pensioen">artikelen 69</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-76-toepasselijkheid-van-deze-verordening">76</extref>.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Waar in deze verordening sprake is van inwerkingtreding van
                                        deze verordening, wordt daarmede bedoeld het in het eerste
                                        lid bedoelde tijdstip.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het in het vorige lid gestelde, wordt met
                                        het tijdstip van inwerkingtreding in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-25-bijzonder-nabestaandenpensioen">artikel 25, onder b</extref>, bedoeld 1 januari
                                        1966.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Steenbergen, 26 maart 1998</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de secretaris,de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>