<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72781_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening toeslagen en verlaging WIJ gemeente Steenbergen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">SC 19-03-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Toeslagenverordening WIJ</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">Gemeentewet, art. 147 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=12">Wet investeren in jongeren, art. 12 juncto</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=35">Wet investeren in jongeren, art. 35 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>7a</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening toeslagen en verlaging WIJ gemeente Steenbergen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Steenbergen;</al><al>in behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11
                        januari 2010</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">artikel 147 van de Gemeentewet</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=12">artikel 12, eerste lid sub e</extref> juncto <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=35">artikel 35 van de Wet investeren in jongeren</extref>;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de Verordening toeslagen en verlagingen WIJ gemeente
                        Steenbergen</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1, Bepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen, die in deze verordening worden gebruikt en die
                                    niet nader worden omschreven worden geacht dezelfde betekenis te
                                    hebben als in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren">Wet investeren in jongeren</extref> en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref>;</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren">Wet investeren in jongeren</extref>;</al></li><li nr="b."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van
                                            Steenbergen;</al></li><li nr="c."><al>inkomensvoorziening: de inkomensvoorziening, als bedoeld
                                            in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investering%20in%20jongeren/article=24">artikel 24 van de wet</extref>;</al></li><li nr="d."><al>zorgbehoevende:degene, die indien hij niet tezamen met
                                            een andere persoon de woning zou bewonen, zou zijn
                                            aangewezen op beroepsmatige hulp, zoals verzorging in
                                            een verzorgingstehuis of in een andere inrichting ter
                                            verpleging of verzorging;</al></li><li nr="e."><al>woning: een woning als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20huurtoeslag/article=1">artikel 1, onderdeel j, Wet op de
                                                huurtoeslag</extref>, alsmede een woonwagen of
                                            woonschip, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=3">artikel 3, zesde lid, Wet werk en
                                            bijstand</extref>;</al></li><li nr="f."><al>woonkosten: </al><lijst><li nr="-"><al>Indien een huurwoning wordt bewoond, (een
                                                  gedeelte) van de per maand geldende huurprijs,
                                                  bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20huurtoeslag/article=1">artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de
                                                  huurtoeslag</extref>;</al></li><li nr="-"><al>Indien een eigen woning wordt bewoond, (een
                                                  gedeelte) van de tot een bedrag per maand
                                                  omgerekende som van de verschuldigde
                                                  hypotheekrente en de in verband met het in
                                                  eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke
                                                  lasten en een naar omstandigheden vast te stellen
                                                  bedrag voor groot onderhoud;</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2. INDELING IN CATEGORIEEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2. Categorieën</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor belanghebbenden in de leeftijdscategorie van 21 jaar tot en
                                    met 26 jaar aan wie een inkomensvoorziening wordt verstrekt,
                                    geldt een categorieaanduiding.</al></li><li nr="2."><al>De categorieën worden aangeduid als: </al><lijst><li nr="a."><al>alleenstaande als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=4">artikel 4 van de wet</extref>;</al></li><li nr="b."><al>alleenstaande ouder als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=4">artikel 4 van de wet</extref>;</al></li><li nr="c."><al>gehuwden als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=3">artikel 3 van de wet</extref>.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij gehuwden geldt het leeftijdscriterium als bedoeld in het
                                    eerste lid 1 voor beiden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3. CRITERIA VOOR HET VERHOGEN VAN DE NORM</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3. Alleenwonende alleenstaande (ouder )</titel></kop><al>De norm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder met zijn ten
                            laste komende kinderen in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf
                            heeft en dientengevolge de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan
                            niet kan delen, wordt verhoogd met een toeslag, dat is bepaald op het in
                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=30">artikel 30, tweede lid van de wet</extref> genoemde maximumbedrag
                            behoudens het bepaalde in artikel 6, eerste lid , artikel 7 en
                                artikel 8 van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Niet alleenwonende al;leenstaande (ouder)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De norm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder met zijn
                                    ten laste komende kinderen in wiens woning een ander zijn
                                    hoofdverblijf heeft of die in de woning van een ander zijn
                                    hoofdverblijf heeft en die de algemene noodzakelijke kosten van
                                    het bestaan kan delen, wordt verhoogd met een toeslag die is
                                    bepaald op de helft van het in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=30">artikel 30, tweede lid van de wet</extref> genoemde
                                    maximumbedrag behoudens het bepaalde in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-6-nbsp-geen-woonkosten">artikel 6, eerste lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7-verlaging-schoolverlaters">artikel 7</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-8-alleenstaande-van-21-jaar-of-22-jaar">artikel 8</extref> van deze verordening;</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid wordt de norm voor de
                                    alleenstaande en de alleenstaande ouder verhoogd met een
                                    toeslag, die is bepaald op het in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=30">artikel 30, tweede lid van de wet</extref> genoemde
                                    maximumbedrag behoudens het bepaalde in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-6-nbsp-geen-woonkosten">artikel 6, eerste lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7-verlaging-schoolverlaters">artikel 7</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-8-alleenstaande-van-21-jaar-of-22-jaar">artikel 8</extref> van deze verordening, indien de woning
                                    wordt bewoond met een ander of die in de woning van een ander
                                    woont en die de algemene noodzakelijke kosten van het bestaan
                                    niet kan delen;</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid, wordt geen toeslag, als bedoeld
                                    in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=30">artikel 30, tweede lid van de wet</extref> verleend, indien
                                    een ander de niet rechthebbende echtgenoot of daarmee
                                    gelijkgestelde is en algemene bijstand op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref> ontvangt;</al></li><li nr="4."><al>Van het niet kunnen delen van de algemeen noodzakelijk kosten is
                                    in ieder geval sprake, indien de woning wordt bewoond met
                                    uitsluitend een bloedverwant in de eerste of tweede graad
                                    waarbij sprake is van zorgbehoefte tussen één van deze
                                    bloedverwanten en de alleenstaande of de alleenstaande
                                    ouder.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4. CRITERIA VOOR HET VERLAGEN VAN DE NORM OF
                            TOESLAG</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5. Niet alleenwonende gehuwden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De norm voor gehuwden in wiens woning een ander zijn
                                    hoofdverblijf heeft of die in de woning van een ander hun
                                    hoofdverblijf hebben en die de algemene noodzakelijke kosten van
                                    het bestaan kunnen delen, wordt verlaagd met de helft van het in
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=30">artikel 30, tweede lid van de wet</extref> genoemde
                                    maximumbedrag;</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid vindt geen verlaging plaats
                                    indien de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan niet
                                    kunnen worden gedeeld;</al></li><li nr="3."><al>Van het niet kunnen delen van de algemeen noodzakelijk kosten is
                                    in ieder geval sprake, indien de woning wordt bewoond met
                                    uitsluitend een bloedverwant in de eerste of tweede graad
                                    waarbij sprake is van zorgbehoefte tussen één van deze
                                    bloedverwanten en één van de gehuwden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. Geen woonkosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Geen toeslag wordt verstrekt aan de alleenstaande en de
                                    alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen als
                                    hij/zij geen woonkosten verschuldigd is;</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de alleenstaande en de
                                    alleenstaande ouder die inwonend is bij zijn ouder(s);</al></li><li nr="3."><al>De norm voor gehuwden wordt verlaagd met het in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=30">artikel 30, tweede lid van de wet</extref> genoemde
                                    maximumbedrag als zij geen woonkosten verschuldigd zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7. Verlaging Schoolverlaters</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Geen toeslag wordt verleend aan de schoolverlater gedurende een
                                    periode van een half jaar na beëindiging van het onderwijs of de
                                    beroepsopleiding waarbij aanspraak bestond op studiefinanciering
                                    op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20studiefinanciering%202000">Wet studiefinanciering 2000</extref> dan wel een
                                    tegemoetkoming op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20tegemoetkoming%20onderwijsbijdrage%20en%20schoolkosten">hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                        schoolkosten</extref>;</al></li><li nr="2."><al>Indien één van de gehuwden schoolverlater is, wordt de norm voor
                                    gehuwden verlaagd met de helft van het in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=30">artikel 30, tweede lid van de wet</extref> genoemde
                                    maximumbedrag gedurende een periode van een half jaar na
                                    beëindiging van het onderwijs of de beroepsopleiding waarbij
                                    aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20studiefinanciering%202000">Wet studiefinanciering 2000</extref> dan wel een
                                    tegemoetkoming op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20tegemoetkoming%20onderwijsbijdrage%20en%20schoolkosten">hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                        schoolkosten</extref>. Indien beide gehuwden tegelijkertijd
                                    schoolverlater zijn, wordt de norm voor gehuwden verlaagd met
                                    het in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=30">artikel 30, tweede lid van de wet</extref> genoemde maximum
                                    bedrag;</al></li><li nr="3."><al>Het tweede lid is niet van toepassing, indien één van de
                                    gehuwden geen recht op algemene bijstand heeft en de
                                    rechthebbende partner 21 of 22 jaar is en geen ten laste komende
                                    kinderen heeft;</al></li><li nr="4."><al>De periode als bedoeld in het eerste en tweede lid vangt aan met
                                    ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin geen
                                    aanspraak meer bestaat op studiefinanciering dan wel een
                                    tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8. Alleenstaande van 21 jaar of 22 jaar</titel></kop><al>Geen toeslag wordt verleend aan de alleenstaande van 21 jaar of 22
                            jaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9. Cumulatie van verlagingen</titel></kop><al>De maximale verlaging als bedoeld in dit hoofdstuk bedraagt voor
                            gehuwden het in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=30">artikel 30, tweede lid, van de wet</extref> genoemde
                            maximumbedrag.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 5. SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10. Hardheidsclausule</titel></kop><al>Door of namens het college van burgemeester en wethouders wordt in
                            bijzondere gevallen ten gunste van belanghebbende afgeweken van de
                            bepalingen van deze verordening, indien toepassing hiervan tot
                            onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Toeslagenverordening WIJ gemeente
                            Steenbergen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12. Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 februari 2010.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Steenbergen, 25 februari 2010</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>ALGEMENE TOELICHTING VERORDENING TOESLAGEN EN VERLAGINGEN WIJ GEMEENTE
                        STEENBERGEN.</vet></al><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren">Wet investeren in jongeren</extref> bepaalt, dat het door de gemeente
                    gevoerde beleid ten aanzien van de verhoging of verlaging van de norm alsmede de
                    voorwaarden waaronder, wordt vastgelegd in een verordening. Uit de verordening
                    moet blijken voor welke categorieën de norm wordt verhoogd of verlaagd en op
                    grond van welke criteria het bedrag van de verhoging of verlaging wordt
                    vastgesteld. Met een verordening wordt beoogd de rechtszekerheid van de burger
                    te vergroten.</al><al>Door middel van een gemeentelijke verordening wordt de bevoegdheid tot het maken
                    van keuzes over de verlening van een inkomensvoorziening versterkt, waarbij het
                    niet gaat om een technische uitwerking van details, maar om inhoudelijke
                    beleidskeuzes. De volgende uitgangspunten liggen hieraan ten grondslag:</al><lijst><li nr="-"><al>een zodanige vereenvoudiging van de normering dat ongewenste en
                            frauduleuze gedragseffecten tot een minimum worden beperkt;</al></li><li nr="-"><al>het bieden van voldoende rechtswaarborgen voor de belanghebbenden om in
                            de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien;</al></li><li nr="-"><al>het beginsel van ‘’werk boven uitkering’’ dient ook in de verordening
                            zijn weerklank te vinden;</al></li><li nr="-"><al>uitvoering van de verordening dient betaalbaar te zijn.</al></li></lijst><al>Verder schrijft de WIJ voor, dat de verhoging voor alleenstaanden en
                    alleenstaande ouders, die alleen wonen wordt gesteld op de maximale toeslag.
                    Reden hiervoor is dat deze categorieën van personen in een situatie verkeren
                    waarin zij, in het algemeen, de algemeen noodzakelijke bestaanskosten in het
                    geheel niet met een ander kunnen delen.</al><al>Voor schoolverlaters en alleenstaanden van 21 jaar of 22 jaar is verder
                    voorgeschreven dat in de verordening niet gelijktijdig van de in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=33">artikelen 33</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=34">34, lid 1 van de Wet investeren in jongeren</extref> gebruik gemaakt mag
                    worden.</al><al>Bij het opstellen van de verordening zijn de volgende onderdelen aan voormelde
                    uitgangspunten getoetst:</al><lijst><li nr="a."><al>forfaitaire toeslagen/verlagingen dan wel concrete
                            toeslagen/verlagingen;</al></li><li nr="b."><al>wel of geen nadere bepalingen bij specifieke woonsituaties;</al></li><li nr="c."><al>schoolverlaters wel of niet tijdelijk een lagere norm of toeslag;</al></li><li nr="d."><al>alleenstaanden van 21 jaar of 22 jaar wel of niet een lagere
                            toeslag;</al></li><li nr="e."><al>wel of geen gebruik maken van de wettelijke mogelijkheden voor
                            categoriale verlagingen bij uitkeringsgerechtigden van 18 jaar t/m 20
                            jaar;</al></li><li nr="f."><al>minimaliseren van ongewenste situaties.</al></li><li nr="a."><al>De schaalvoordelen concreet berekenen en toerekenen aan de hoogte van de
                            toeslag is uiterst arbeidsintensief, niet te handhaven en discutabel
                            aangezien ook de wettelijk vastgestelde uitkeringsnormen forfaitair zijn
                            vastgesteld. Gelet op de uitvoerbaarheid is gekozen voor de forfaitaire
                            variant. Eenvoudig en duidelijk voor belanghebbenden is een onderscheid
                            te maken tussen degene die alleen woont en degene die niet alleen woont.
                            Gelet op de forfaitaire normensystematiek van de wet zelf past een
                            percentage van 50% van de maximale toeslag of verlaging voor
                            belanghebbenden die niet alleen wonen. Dit vormt dan ook de basis voor
                            de verordening;</al></li><li nr="b."><al>In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=32">artikel 32 van de Wet investeren in jongeren</extref> is de
                            bevoegdheid neergelegd om de toeslag of norm lager vast te stellen bij
                            een specifieke woonsituatie waarbij belanghebbenden lagere algemene
                            bestaanskosten hebben. Dit kan het geval zijn bij krakers of personen
                            zonder vaste woon- en verblijfplaats. Om te voorkomen dat
                            belanghebbenden zonder woonkosten net zo veel of zelfs nog meer
                            ontvangen dan belanghebbenden die weliswaar de woon-kosten delen, maar
                            toch een substantieel deel zelf moeten voldoen, is het wenselijk van
                            deze bevoegdheid gebruik te maken. Het accent is in deze verordening
                            gelegd op een verifieerbare situatie om een toeslag te kunnen
                            verlenen;</al></li><li nr="c."><al>Studenten hebben in de regel een toelage ontvangen krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20studiefinanciering%202000">Wet studiefinanciering 2000</extref> dan wel een tegemoetkoming op
                            grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20tegemoetkoming%20onderwijsbijdrage%20en%20schoolkosten">hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                schoolkosten</extref>. Het is niet de bedoeling, dat schoolverlaters
                            hun carrière met een uitkering beginnen. Als dit onverhoopt toch het
                            geval is, dient de prikkel om arbeid te aanvaarden maximaal benut te
                            worden. Dit past in het uitgangspunt ‘’werk boven inkomen’’. De norm
                            voor een alleenstaande is al hoger dan de voordien verkregen toelage
                            studiefinanciering. Als dan ook nog een toeslag op de norm wordt
                            verleend, zal de prikkel om te werken verder afnemen;</al></li><li nr="d."><al>In het kader van de bijstandswetgeving wordt ook gebruik gemaakt van de
                            bevoegdheid om de toeslag voor alleenstaanden van 21 jaar of 22 jaar
                            lager vast te stellen om zo, gelet op de hoogte van de minimum
                            jeugdlonen, de arbeidsprikkel te handhaven;</al></li><li nr="e."><al>Geen gebruik wordt gemaakt van de wettelijke mogelijkheden voor
                            categoriale verlagingen bij uitkeringsgerechtigden van 18 jaar t/m 20
                            jaar. Deze uitkeringsgerechtigden hebben al een lagere jongerennorm,
                            omdat zij in principe een beroep kunnen doen op de ouderlijke
                            onderhoudsplicht. Een verdere verlaging van deze norm leidt tot
                            inadequate bijzondere bijstandsverlening en is daarom in de verordening
                            uitgesloten;</al></li><li nr="f."><al>Er zijn situaties denkbaar dat toepassing van de regeling kan leiden tot
                            onbillijkheden, zoals de inwoning bij iemand die zorgbehoevend is. Net
                            als bij de Wet werk en bijstand wordt de maximale toeslag verstrekt
                            ingeval van inwoning bij een zorgbehoevende. Er is sprake van een
                            onvrijwillige situatie en voor de maatschappij worden diverse kosten
                            bespaard doordat opname in een verzorgingstehuis achterwege blijft.</al></li></lijst></bijlage><bijlage><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING VERORDENING TOESLAGEN EN VERLAGINGEN WIJ
                        GEMEENTE STEENBERGEN.</vet></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Voor de gehanteerde begrippen wordt, tenzij anders is vermeld, verwezen naar de
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref> en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref>.</al><al>Artikel 2.</al><al>Dit artikel geeft aan op welke categorieën van personen met een
                    bijstandsuitkering de verordening van toepassing is. De indeling is gebaseerd op
                    de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref>. Uitsluitend in de leeftijdscategorie van 21
                    jaar tot 65 jaar kunnen verhogingen en verlagingen op grond van de verordening
                    worden vastgelegd. Voor gehuwden geldt, dat beiden ouder zijn dan 21 jaar maar
                    jonger dan 65 jaar. Dit betekent, dat de verordening uitsluitend van toepassing
                    is op de normen op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=21">artikel 21 van de Wet werk en bijstand</extref>. Geen gebruik wordt gemaakt
                    van de mogelijkheden in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">artikelen 26 t/m 28 van de Wet werk en bijstand</extref> voor categoriale
                    verlagingen bij uitkeringsgerechtigden van 18 jaar t/m 20 jaar. Indien dit leidt
                    tot onbillijkheden van overwegende aard, vindt toepassing van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=18">artikel 18, lid 1 van de Wet werk en bijstand</extref> plaats.</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>Alleenstaanden en alleenstaande ouders met hun ten laste komende kinderen die
                    alleen een woning bewonen hebben op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=30">artikel 30, lid 2, onder a van de Wet werk en bijstand</extref> recht op de
                    maximale toeslag. De alleenstaande ouder wordt geacht een alleenwonende ouder te
                    zijn, indien naast hem/haar slechts ten laste van hem/haar komende kinderen in
                    de woning verblijven, dat wil zeggen kinderen jonger dan 18 jaar, waarvoor
                    aanspraak op kinderbijslag kan worden gemaakt.</al><al>Indien in de woning naast de alleenstaande ouder ook een kind van 18 jaar of
                    ouder woonachtig is, is dit artikel op de alleenstaande ouder niet van
                    toepassing. In een dergelijk geval dient op grond van artikel 4 van de
                        verordening te worden bepaald welke toeslag voor deze alleenstaande
                    ouder geldt.</al><al>Onder verwijzing naar artikel 2
                    wordt voor alle duidelijkheid nog opgemerkt, dat de norm voor een alleenstaande
                    (ouder) in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar niet met een toeslag
                    kan worden verhoogd.</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>Bij de vaststelling van de norm voor alleenstaanden en alleenstaande ouders is
                    de wetgever ervan uitgegaan, dat belanghebbenden maximale schaalvoordelen
                    genieten door kosten van het bestaan met anderen te kunnen delen. Pas als dit
                    niet mogelijk is, wordt een aanvullende toeslag verleend. Het is onmogelijk om
                    schaalvoordelen exact en in elke situatie te berekenen. Als uitgangspunt is
                    gekozen voor een forfaitaire toeslag van de helft van de maximale toeslag in
                    situaties waarbij belanghebbenden kosten kunnen delen.</al><al>Bij belanghebbenden die als kostgever of (onder)verhuurder de woning bewonen met
                    een kostganger of een onderhuurder wordt aangenomen, dat de inkomsten hieruit
                    van voldoende omvang zijn om rekening mee te houden bij de vaststelling van de
                    toeslag. De kostgever of (onder)verhuurder wordt geacht de kosten te kunnen
                    delen.</al><al>Bijzonder is de situatie bij gehuwden of daarmee gelijkgestelden waarbij een van
                    de partners 27 jaar of ouder is en algemene bijstand ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand%20">Wet werk en bijstand</extref> (WWB) ontvangt. Sprake is dan van een
                    niet-rechthebbende partner. De jongere wordt in een dergelijk geval als
                    alleenstaande (ouder) aangemerkt. Dit geldt eveneens voor de andere partner in
                    het kader van de WWB. Voor de WWB is de jongere in dit geval de
                    niet-rechthebbende partner. De norm voor de jongere zou in een dergelijke
                    situatie gelijk zijn aan die voor een alleenstaande (ouder) die kosten kan delen
                    met een ander, is recht op een halve toeslag. Voor de bijstandsgerechtigde
                    partner geldt bij de WWB hetzelfde.</al><al>Onder inkomen verstaat <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20inkomen/article=7">artikel 7 van de wet inkomen</extref> als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand%20/article=32">artikel 32, lid 1 en lid 2 van de WWB</extref>. Algemene bijstand is
                    hieronder niet begrepen.</al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=28">Artikel 28, lid 4 van de wet</extref> is slechts van toepassing op gehuwden
                    met ten laste komende kinderen. Ter voorkoming van een gezamenlijk inkomen hoger
                    dan de reguliere norm voor gehuwden is het bepaalde in lid 3 opgenomen.</al><al>Bij belanghebbenden die als kostgever of (onder)verhuurder de woning bewonen met
                    een kostganger of een onderhuurder wordt aangenomen, dat de inkomsten hieruit
                    van voldoende omvang zijn om rekening mee te houden bij de vaststelling van de
                    toeslag. De kostgever of (onder)verhuurder wordt geacht de kosten te kunnen
                    delen. Bij twee kostgangers en/of onderhuurders worden de inkomsten van de
                    tweede kostganger of onderhuurder volledig op de uitkering in mindering gebracht
                    op basis van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren/article=7">artikel 7 van de Wet investeren in jongeren</extref> juncto <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=32">artikel 32, lid 1, sub a van de Wet werk en bijstand</extref>. Bij drie of
                    meer kostgangers en/of onderhuurders wordt de kostgever of (onder)verhuurder
                    geacht een bedrijf te exploiteren.</al><al>Om dan voor financiële ondersteuning in aanmerking te komen dient een beroep op
                    het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bijstand-verlening%20zelfstandigen%202004">Besluit bijstand-verlening zelfstandigen 2004</extref> te worden gedaan.
                    Indien verlening van bijstand als zelfstandige plaatsvindt, zijn op grond van
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=78">artikel 78f, lid 2 van de Wet werk en bijstand</extref> de normen van de
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren">Wet investeren in jongeren</extref> van toepassing.</al><al>Onderhuurders, kostgangers of kamerhuurders worden geacht kosten te kunnen
                    delen. Er treden op zijn minst schaalvoordelen op. Duurzame gebruiksgoederen
                    worden gezamenlijk gebruikt, kosten van verwarming en verlichting worden
                    gedeeld. Bepalend is of kosten kunnen worden gedeeld.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>De criteria voor het verlagen van de norm voor gehuwden zijn dezelfde als
                    vermeld in artikel 4 van de verordening bij het verhogen van de norm voor
                    alleenstaanden en alleenstaande ouders met een toeslag van de helft van het in
                    de wet genoemde maximumbedrag, in specifieke omstandigheden de maximale toeslag.
                    Gelet op de normensystematiek is dan een verlaging van de norm voor gehuwden van
                    toepassing met hetzelfde bedrag als in situaties waarvoor bij alleenstaanden en
                    alleenstaanden ouders een toeslag zou zijn verleend. Onder verwijzing naar
                        artikel 2 wordt voor alle
                    duidelijkheid nog opgemerkt, dat bij een verlaging van de norm voor gehuwden
                    vanwege het kunnen delen van woonkosten beide partners aan het
                    leeftijdscriterium van 21 jaar tot en met 26 jaar dienen te voldoen.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Naast het kunnen delen van de algemene bestaanskosten met een ander kunnen er
                    aanzienlijke lagere algemene bestaanskosten zijn als gevolg van het ontbreken
                    van bepaalde kosten. Bij de bijstandsverlening moet met deze lagere
                    bestaanskosten rekening kunnen worden gehouden. Hiertoe is een aparte bepaling
                    opgenomen, omdat de artikelen
                        4 en 5 van de
                        verordening uitsluitend toe zien op het kunnen delen van de kosten
                    met een ander.</al><al>Van lagere bestaanskosten als gevolg van de woonsituatie kan sprake zijn bij de
                    bewoning van een woning waaraan geen woonkosten zijn verbonden, bijvoorbeeld in
                    het geval van krakers. Hiervan is echter ook sprake ingeval een derde,
                    bijvoorbeeld een onderhoudsplichtige, de woonkosten betaalt van de woning. Er
                    wordt dan een woning bewoond waaraan voor de bijstandsgerechtigde geen
                    woonkosten zijn verbonden. Het financiële voordeel van het niet verschuldigd
                    zijn van woonkosten rechtvaardigt een lager bedrag aan algemene bijstand.
                    Doorslaggevend voor de toepassing van dit artikel is, dat bewoner(s) niet jegens
                    een derde woonkosten verschuldigd zijn. Dak- en thuislozen vallen ook onder deze
                    regeling. In de regel hebben zij geen kosten voor het aanhouden van
                    woonruimte.</al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Gesteld kan worden, dat schoolverlaters gedurende een reeks van jaren gewend
                    zijn aan een laag inkomensniveau. Het enkele feit van beëindiging van de studie
                    leidt niet tot een zodanige wijziging in hun omstandigheden, dat de
                    noodzakelijke bestaankosten daardoor in aanzienlijke mate hoger zouden moeten
                    worden gesteld dan ten tijde van de studie. Gelet hierop alsmede op de
                    stimulerende werking die het lagere inkomensniveau kan hebben op
                    werkaanvaarding, is het gerechtvaardigd gebruik te maken van de bevoegdheid de
                    uitkering voor schoolverlaters gedurende een half jaar te verlagen.</al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Als alleenstaanden van 21 of 22 jaar op de norm een maximale toeslag zouden
                    ontvangen, zou dit geen stimulans zijn om werk te aanvaarden. Voorts zou in een
                    groot aantal gevallen aanspraak op aanvullende bijstand kunnen worden gemaakt,
                    waaronder bij een dienstbetrekking op basis van 32 uur per week, hetgeen niet de
                    bedoeling van de wet is. Dit artikel is niet van toepassing op alleenstaande
                    ouders van 21 of 22 jaar en echtparen waarvan één of beide partners 21 of 22
                    jaar zijn.</al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>De anticumulatie bepaling is wettelijk verplicht. In bepaalde situaties zou het
                    mogelijk zijn, dat meerdere verlagingen voorkomen.</al><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>Op de jongere, die op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de Wet
                    investeren in jongeren algemene bijstand op grond van de WWB ontvangt, blijft de
                    WWB van toepassing tot het tijdstip waarop die jongere zijn recht op algemene
                    bijstand verliest. Met dien verstande dat die jongere in ieder geval op 1 juli
                    2010 het recht op algemene bijstand verliest. Gedurende genoemde periode dat de
                    jongere het recht op algemene bijstand op grond van de WWB behoudt is de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20investeren%20in%20jongeren">Wet investeren in jongeren</extref> geen voorliggende voorziening in het
                    kader van de uitvoering van de WWB.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>