<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72761_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Sociaal Statuut gemeente Steenbergen 2001</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Personeel actueel 23-01-2001</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Sociaal Statuut gemeente Steenbergen 2001</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20ondernemingsraden/article=25">Wet op de ondernemingsraden, art. 25 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Collectieve-Arbeidsvoorwaardenregeling-CAR-en-de-uitwerkingsovereenkomst-UWO/00-00-0000">Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en de uitwerkingsovereenkomst (UWO)</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Organisatieverordening-gemeente-Steenbergen-1998/01-03-1998">Organisatieverordening gemeente Steenbergen, 1998</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2000-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-09-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>0006480</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Bekendmaking regeling 23-01-2001 in nieuwsbrief Personeel actueel</al><al>Bekendmaking wijziging 07-10-2002 in nieuwsbrief Personeel actueel</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Sociaal Statuut gemeente Steenbergen 2001</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Steenbergen;</al><al>in behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21
                        november 2000;</al><al>gelet op de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Organisatieverordening-gemeente-Steenbergen-1998/01-03-1998">Organisatieverordening van de gemeente Steenbergen 1998</extref>, de
                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Ondernemingsraden">Wet op de Ondernemingsraden</extref> (WOR), met name artikel 25, en de
                            <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en de
                            Uitwerkingsovereenkomst (UWO), met name de artikelen 8:4, 8:4:1, 12:1:5,
                            12:2 en 15:1:10</extref>;</al><al>gezien de bereikte overeenstemming in de commissie voor Georganiseerd
                        overleg d.d. 30 oktober 2000;</al><al>besluit :</al><al>vast te stellen het Sociaal Statuut gemeente Steenbergen 2001, luidende als
                        volgt:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1:1 Definities</titel></kop><al>In dit sociaal statuut wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="ambtenaar:"><al>de ambtenaar in de zin van de CAR, alsmede de werknemer met wie
                                    de werkgever een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht heeft
                                    afgesloten;</al></li><li nr="werkgever:"><al>de gemeente Steenbergen;</al></li><li nr="organisatiewijziging:"><al>een belangrijke inkrimping of wijziging van de werkzaamheden van
                                    de gemeente (of een onderdeel daarvan) of een belangrijke
                                    wijziging van de laatst vastgestelde organisatiestructuur van de
                                    gemeente (of een onderdeel daarvan), die niet van tijdelijke
                                    aard is en die personele gevolgen met zich meebrengt;</al></li><li nr="privatisering:"><al>organisatiewijziging die het gevolg is van de verzelfstandiging
                                    van een deel van de organisatie tot een nieuwe
                                    (privaatrechtelijke) rechtspersoon of de overdracht van een deel
                                    van de organisatie aan een derde (privaatrechtelijke)
                                    partij;</al></li><li nr="publiekrechtelijke"><al>taakoverheveling: organisatiewijziging die het gevolg is van de
                                    overheveling van een deel van de organisatie naar een ander
                                    publiekrechtelijk orgaan;</al></li><li nr="personele"><al>gevolgen: gevolgen voor de functie of de rechtspositie van de
                                    betrokken ambtenaren;</al></li><li nr="salaris:"><al>het voor de ambtenaar geldende bedrag van de aan de ambtenaar
                                    toegekende schaal als bedoeld in <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">artikel 3:1 van de CAR</extref>;</al></li><li nr="salarisperspectief:"><al>de opeenvolgende salarisperiodieken tot en met het hoogste
                                    bedrag van de functieschaal van de ambtenaar en eventueel
                                    schriftelijk vastgelegde extra individuele
                                    salarisafspraken;</al></li><li nr="bezoldiging:"><al>het salaris, vermeerderd met het bedrag van de aan de ambtenaar
                                    toegekende emolumenten en toelagen, niet zijnde
                                    onkostenvergoedingen;</al></li><li nr="toelage:"><al>de toelage waarmee het salaris wordt vermeerderd ingevolge de
                                        <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Bezoldigingsverordening-2001-gemeente-Steenbergen/01-01-2001">Bezoldigingsverordening van de gemeente
                                        Steenbergen</extref>;</al></li><li nr="functie:"><al>het geheel van werkzaamheden dat de ambtenaar volgens zijn
                                    functiebeschrijving verricht;</al></li><li nr="ongewijzigde"><al>functie: een functie die gelijk of nagenoeg gelijk is aan de
                                    functie die de ambtenaar voor de organisatiewijziging
                                    vervulde;</al></li><li nr="passende"><al>functie: een functie van gelijkwaardig werk- en denkniveau, die
                                    de ambtenaar redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid,
                                    omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten kan
                                    worden opgedragen. Een passende functie is doorgaans van
                                    hetzelfde functieniveau als de oude functie, maar kan ook van
                                    een hoger niveau of maximaal één niveau lager zijn dan de oude
                                    functie;</al></li><li nr="geschikte"><al>functie: een functie die niet valt onder het begrip passende
                                    functie, maar die de ambtenaar bereid is te vervullen;</al></li><li nr="CAR:"><al><extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling</extref> voor de
                                    sector gemeenten;</al></li><li nr="georganiseerd"><al>overleg: de commissie voor georganiseerd overleg zoals bedoeld
                                    in <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">artikel 12:1 van de CAR</extref>;</al></li><li nr="ondernemingsraad:"><al>de ondernemingsraad zoals bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20ondernemingsraden/article=2">artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden</extref>;</al></li><li nr="sociaal"><al>plan: nadere afspraken, gebaseerd op en aanvullend op dit
                                    sociaal statuut, met betrekking tot de personele gevolgen van
                                    een organisatiewijziging.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:2 Werkingssfeer</titel></kop><al>Dit sociaal statuut is van toepassing op alle organisatiewijzigingen in
                            de gemeentelijke organisatie, niet zijnde een organisatiewijziging als
                            gevolg van een gemeentelijke herindeling.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:3 Bevoegdheid tot het nemen van het besluit tot
                                organisatiewijziging</titel></kop><al>De gemeenteraad is bevoegd tot het nemen van besluiten over de wijziging
                            van de ambtelijke organisatie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:4 Bevoegdheid tot het nemen van besluiten betreffende
                                individuele ambtenaren</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het nemen van
                            besluiten over wijziging van de aanstelling, overplaatsing en ontslag
                            van ambtenaren, tenzij bij of krachtens wet of raadsbesluit anders is
                            bepaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2: Procedurele bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2:1 Onderzoek naar organisatiewijziging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als de werkgever voornemens is de mogelijkheid en wenselijkheid
                                    van een organisatiewijziging te onderzoeken, worden de
                                    ondernemingsraad en de betrokken ambtenaren hier in een vroeg
                                    stadium van op de hoogte gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Het tijdstip van kennisgeving is dusdanig, dat de
                                    ondernemingsraad zijn mening over het onderzoek kenbaar kan
                                    maken.</al></li><li nr="3."><al>De ambtenaren en de ondernemingsraad worden zo veel mogelijk
                                    betrokken bij de uitvoering van het onderzoek. Bovendien worden
                                    zij, indien mogelijk, tussentijds op de hoogte gehouden van de
                                    vorderingen van het onderzoek.</al></li><li nr="4."><al>De schriftelijke eindrapportage van het onderzoek wordt ter
                                    kennisneming toegezonden aan de ondernemingsraad en het
                                    georganiseerd overleg.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:2 Extern advies</titel></kop><al>Indien de werkgever voornemens is om over de wenselijkheid van de
                            organisatiewijziging extern advies te vragen, wordt de ondernemingsraad
                            om advies gevraagd over het verstrekken en formuleren van de
                            adviesopdracht, conform <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20ondernemingsraden/article=25">artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden</extref>.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:3 Overleg over de personele gevolgen en
                                maatregelen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aan zien van de
                                    organisatiewijziging, wordt in het georganiseerd overleg gevoerd
                                    over de personele gevolgen van het besluit en de naar aanleiding
                                    daarvan te nemen maatregelen.</al></li><li nr="2."><al>Als het georganiseerd overleg van mening is dat de
                                    organisatiewijziging zodanig ingrijpende personele gevolgen met
                                    zich meebrengt dat hierover aanvullende afspraken moeten worden
                                    gemaakt, wordt door de werkgever een sociaal plan opgesteld.
                                    Over dit sociaal plan moet in het georganiseerd overleg
                                    overeenstemming worden bereikt.</al></li><li nr="3."><al>De leden van het georganiseerd overleg kunnen tussentijds bijeen
                                    worden geroepen dan wel schriftelijk worden geraadpleegd,
                                    wanneer de omstandigheden een versnelde procedure vereisen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:4 Advies ondernemingsraad over
                                organisatiewijziging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van de
                                    organisatiewijziging, wordt de ondernemingsraad schriftelijk om
                                    advies gevraagd, conform artikel 25 van de Wet op de
                                    ondernemingsraden.</al></li><li nr="2."><al>De adviesaanvraag bevat een heldere omschrijving van het
                                    voorgenomen besluit, de beweegredenen van het besluit, de
                                    personele gevolgen van het besluit en de naar aanleiding daarvan
                                    te nemen personele maatregelen.</al></li><li nr="3."><al>Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het nog
                                    van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:5 Taakverdeling tussen ondernemingsraad en
                                georganiseerd overleg</titel></kop><al>Ten aanzien van de medezeggenschap van ambtenaren en vakcentrales geldt
                            het algemene uitgangspunt dat onderwerpen die gedurende het proces van
                            organisatiewijziging aan bod komen, primair door één orgaan worden
                            behandeld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:6 Kennisgeving en uitvoering besluit</titel></kop><al>1. Als er een definitief besluit is genomen tot wijziging van de
                            organisatie, wordt dit besluit zo spoedig mogelijk meegedeeld aan het
                            georganiseerd overleg, de ondernemingsraad en de betrokken ambtenaren.
                            Daarbij wordt tevens ingegaan op de personele gevolgen van het
                            besluit.</al><al>2. Als in het besluit wordt afgeweken van het advies van de
                            ondernemingsraad, zal deze afwijking duidelijk worden gemotiveerd. De
                            uitvoering van het besluit tot organisatiewijziging wordt in dit geval
                            uitgesteld tot op zijn vroegst een maand nadat de ondernemingsraad van
                            het besluit in kennis is gesteld, conform <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20ondernemingsraden/article=25">artikel 25, zesde lid, van de Wet op de
                            ondernemingsraden</extref>.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:7 Advies onderdeelscommissie over
                                organisatiewijziging</titel></kop><al>Wanneer de organisatiewijziging uitsluitend betrekking heeft op een
                            organisatieonderdeel waarvoor een onderdeelscommissie is ingesteld,
                            dient in de artikelen 2:1
                                tot en met 2:6 niet “ondernemingsraad” maar
                            “onderdeelscommissie” te worden gelezen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3: Algemene uitgangspunten voor sociaal beleid bij interne
                            organisatiewijziging</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3:1 Werkingssfeer hoofdstuk</titel></kop><al>Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op interne
                            organisatiewijzigingen, niet zijnde privatiseringen en
                            publiekrechtelijke taakoverhevelingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:2 Werkgelegenheid bij interne
                                organisatiewijziging</titel></kop><al>Uitgangspunt is dat ten gevolge van een interne organisatiewijziging
                            geen gedwongen ontslagen plaatsvinden, met uitzondering van het onder
                                artikel 3:6, lid 3 en artikel 5:2
                            gestelde.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:3 Voorkeursvolgorde bij herplaatsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De werkgever hanteert, bij het nemen van besluiten ten aanzien
                                    van de ambtenaren die betrokken zijn bij de
                                    organisatiewijziging, de volgende voorkeursvolgorde: </al><lijst><li nr="1."><al>de ambtenaar blijft zijn eigen, ongewijzigde functie
                                            vervullen;</al></li><li nr="2."><al>de ambtenaar wordt overgeplaatst naar een passende
                                            functie binnen de gemeentelijke organisatie;</al></li><li nr="3."><al>de ambtenaar wordt overgeplaatst naar een geschikte
                                            functie binnen de gemeentelijke organisatie.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Herplaatsingsbesluiten als bedoeld in het eerste lid onder 2 en
                                    3 worden genomen met inachtneming van de herplaatsingsprocedure,
                                    zoals beschreven in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#hoofdstuk-4-herplaatsingsprocedure">hoofdstuk 4</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:4 Uitgangspunten herplaatsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het nemen van besluiten als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-3-voorkeursvolgorde-bij-herplaatsing">artikel 3:3, eerste lid</extref>, wordt met de volgende
                                    gegevens rekening gehouden: </al><lijst><li nr="a."><al>de geschiktheid van de ambtenaar voor een functie, zoals
                                            die blijkt uit opleidings- en ervaringsgegevens,
                                            beoordelingsgesprekken en eventuele
                                            geschiktheidstesten;</al></li><li nr="b."><al>de voorkeur van de ambtenaar voor bepaalde
                                            functies;</al></li><li nr="c."><al>de diensttijd van de ambtenaar bij de gemeente
                                            Steenbergen;</al></li><li nr="d."><al>de leeftijd van de ambtenaar;</al></li><li nr="e."><al>het type dienstverband van de ambtenaar.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De ambtenaar is verplicht om mee te werken aan gesprekken en
                                    tests die nodig zijn voor het verzamelen van gegevens als
                                    genoemd in het eerste lid onder a. De kosten van eventuele tests
                                    zijn voor rekening van de werkgever.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:5 Belangstellingsregistratie</titel></kop><al>Voordat herplaatsingsbesluiten als bedoeld in artikel 3:3,
                                eerste lid onder 2 en 3, worden genomen, wordt de betrokken
                            ambtenaar in de gelegenheid gesteld zijn voorkeur voor maximaal drie
                            functies kenbaar te maken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:6 Geen passende of geschikte functie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de werkgever er niet in slaagt om de ambtenaar een
                                    passende dan wel geschikte functie aan te bieden binnen de
                                    gemeentelijke organisatie, zullen de werkgever en de ambtenaar
                                    zich inspannen om gezamenlijk een structurele oplossing te
                                    vinden. Onderdeel van deze oplossing kunnen zijn: </al><lijst><li nr="-"><al>bijscholing en omscholing;</al></li><li nr="-"><al>tijdelijke tewerkstelling binnen de gemeentelijke
                                            organisatie, al dan niet bovenformatief;</al></li><li nr="-"><al>een passende functie binnen de gemeentelijke
                                            organisatie, die na de herplaatsingsprocedure is
                                            ontstaan;</al></li><li nr="-"><al>tijdelijke detachering naar een externe
                                            organisatie;</al></li><li nr="-"><al>outplacementbegeleiding;</al></li><li nr="-"><al>een passende functie buiten de gemeentelijke
                                            organisatie;</al></li><li nr="-"><al>flankerende maatregelen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De kosten van bijscholing, omscholing en outplacementbegeleiding
                                    zijn voor rekening van de werkgever.</al></li><li nr="3."><al>Indien na 12 maanden en na zorgvuldig onderzoek is gebleken dat
                                    geen structurele oplossing als bedoeld in het eerste lid kan
                                    worden gevonden, kan de ambtenaar eervol ontslag wegens
                                    reorganisatie worden verleend, als bedoeld in <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">artikel 8:4 van de CAR</extref>.</al></li><li nr="De"><al>bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringsregeling van de <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">CAR, hoofdstuk 10a</extref>, is van toepassing, indien
                                    recht bestaat op een uitkering krachtens de WW.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:7 Verplichting ambtenaar</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar is verplicht, onverminderd het recht op bezwaar en
                                    beroep, een passende functie die hem met inachtneming van de
                                    herplaatsingsprocedure is toegewezen, te aanvaarden.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer de ambtenaar na herhaald en zorgvuldig overleg
                                    weigerachtig is ten aanzien van aanvaarding van een passende
                                    functie of niet meewerkt aan het vinden van een oplossing als
                                    bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-6-geen-passende-of-geschikte-functie">artikel 3:6, eerste lid</extref>, kan het college van
                                    burgemeester en wethouders overgaan tot ontslag. Daarbij kan het
                                    college van burgemeester en wethouders besluiten tot verval van
                                    het wachtgeld of de uitkering. Daarbij kan het college van
                                    burgemeester en wethouders melding maken bij de instelling die
                                    de Werkloosheidswet uitvoert, dat de betreffende ambtenaar
                                    weigert een passende functie te aanvaarden of niet meewerkt aan
                                    het vinden van een oplossing als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-6-geen-passende-of-geschikte-functie">artikel 3:6, lid 1</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:8 Salarisgarantie</titel></kop><al>De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de
                            gemeentelijke organisatie, behoudt recht op het salaris en het
                            salarisperspectief, zoals die voor hem golden in de oude functie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:9 Functiegebonden toelagen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere
                                    functie binnen de gemeentelijke organisatie vervallen de
                                    functiegebonden toelagen.</al></li><li nr="2."><al>Aan de ambtenaar, wiens bezoldiging als gevolg van het vervallen
                                    van de functiegebonden toelagen een blijvende verlaging
                                    ondergaat, wordt een aflopende compensatie toegekend indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de
                                            bezoldiging;</al></li><li nr="b."><al>de ambtenaar deze toelagen gedurende ten minste twee
                                            jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Deze compensatie kent het volgende verloop: </al><lijst><li nr="1."><al>het eerste halfjaar na de overplaatsing ontvangt de
                                            ambtenaar 100% van de daling van de bezoldiging, die het
                                            gevolg is van het vervallen van de toelagen;</al></li><li nr="2."><al>het tweede halfjaar na de overplaatsing ontvangt de
                                            ambtenaar 75% van de daling van de bezoldiging, die het
                                            gevolg is van het vervallen van de toelagen;</al></li><li nr="3."><al>het derde halfjaar na de overplaatsing ontvangt de
                                            ambtenaar 50% van de daling van de bezoldiging, die het
                                            gevolg is van het vervallen van de toelagen;</al></li><li nr="4."><al>het vierde halfjaar na de overplaatsing ontvangt de
                                            ambtenaar 25% van de daling van de bezoldiging, die het
                                            gevolg is van het vervallen van de toelagen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:10 Persoonsgebonden toelagen</titel></kop><al>De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de
                            gemeentelijke organisatie, behoudt recht op zijn persoonsgebonden
                            toelagen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:11 Studiefaciliteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie
                                    binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt de rechten die hem
                                    op grond van de studiefaciliteitenregeling zijn toegekend,
                                    indien hij de studie voortzet.</al></li><li nr="2."><al>De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie
                                    binnen de gemeentelijke organisatie en die in overleg met zijn
                                    nieuwe leidinggevende besluit te stoppen met zijn studie, wordt
                                    ontheven van terugbetalingsverplichtingen die voortvloeien uit
                                    de studiefaciliteitenregeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:12 Aanvullende scholing</titel></kop><al>De werkgever onderzoekt of het nodig is de ambtenaar, die is
                            overgeplaatst naar een passende of geschikte functie binnen de
                            gemeentelijke organisatie, bij of om te scholen voor het vervullen van
                            zijn nieuwe functie. De kosten van de scholing zijn voor rekening van de
                            gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:13 Functie buiten de gemeentelijke organisatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de ambtenaar, waarvoor in de herplaatsingsprocedure geen
                                    passende of geschikte functie is gevonden, een functie
                                    accepteert buiten de gemeentelijke organisatie, wordt hem eervol
                                    ontslag verleend.</al></li><li nr="2."><al>De ambtenaar die overeenkomstig het eerste lid ontslag wordt
                                    verleend, wordt ontheven van eventuele
                                    terugbetalingsverplichtingen die voortvloeien uit de
                                    studiefaciliteitenregeling, de verhuiskostenregeling en de
                                    regeling betaald ouderschapsverlof.</al></li><li nr="3."><al>Indien de ambtenaar als bedoeld in het eerste lid een functie
                                    van ten minste een gelijke betrekkingsomvang accepteert buiten
                                    de gemeentelijke organisatie, vult de werkgever het brutosalaris
                                    gedurende één jaar aan tot aan het niveau van het brutosalaris
                                    dat de ambtenaar genoot direct voorafgaand aan het ontslag. De
                                    ambtenaar die een functie accepteert met een kleinere
                                    betrekkingsomvang ontvangt gedurende één jaar een aanvulling van
                                    zijn brutosalaris naar rato.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4: Herplaatsingsprocedure</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4:1 Herplaatsingsprocedure</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een
                                    herplaatsingscommissie in het leven roepen, die als taak heeft
                                    om de benodigde gegevens te verzamelen en om het college van
                                    burgemeester en wethouders te adviseren over de te nemen
                                    herplaatsingsbesluiten.</al></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders beslist over de
                                    samenstelling van de herplaatsingscommissie, na overleg in het
                                    georganiseerd overleg.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:2 Advies over herplaatsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De herplaatsingscommissie verzamelt alle volgens haar benodigde
                                    gegevens en adviseert op basis van deze gegevens het college van
                                    burgemeester en wethouders over de herplaatsing van de betrokken
                                    ambtenaar.</al></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders informeert de
                                    ambtenaar schriftelijk over het advies van de
                                    herplaatsingscommissie over zijn herplaatsing, respectievelijk
                                    over het advies van de commissie om hem vooralsnog geen passende
                                    of geschikte functie aan te bieden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:3 Bedenkingen tegen voorstel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de ambtenaar bedenkingen heeft tegen het advies van de
                                    commissie over zijn herplaatsing, respectievelijk tegen het
                                    advies van de commissie om hem vooralsnog geen passende of
                                    geschikte functie aan te bieden, kan hij deze binnen 14 dagen
                                    schriftelijk indienen bij het college van burgemeester en
                                    wethouders.</al></li><li nr="2."><al>De ambtenaar kan verzoeken om mondeling te worden gehoord door
                                    (een vertegenwoordiging van) het college van burgemeester en
                                    wethouders. De ambtenaar die hiertoe een verzoek indient, zal
                                    binnen 14 dagen worden gehoord. Van de hoorzitting wordt
                                    schriftelijk verslag opgemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:4 Herplaatsingsbesluiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders neemt het besluit tot
                                    herplaatsing van de betrokken ambtenaar. De ambtenaar wordt zo
                                    spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte gesteld van dit
                                    besluit. In de motivering van het besluit wordt ingegaan op
                                    eventuele bedenkingen die door de ambtenaar zijn ingediend.</al></li><li nr="2."><al>De ambtenaar voor wie in de herplaatsingsprocedure geen passende
                                    of geschikte functie is gevonden, wordt zo spoedig mogelijk
                                    schriftelijk van dit besluit in kennis gesteld. In de motivering
                                    van het besluit wordt ingegaan op eventuele bedenkingen die door
                                    de ambtenaar zijn ingediend.</al></li><li nr="3."><al>De ambtenaar kan bezwaar en beroep aantekenen tegen de
                                    besluiten, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, conform de
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref>.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5: Privatisering en taakoverheveling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5:1 Werkingssfeer hoofdstuk</titel></kop><al>Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op privatiseringen en
                            publiekrechtelijke taakoverhevelingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5:2 Werkgelegenheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De werkgever zal zich tot het uiterste inspannen om ervoor te
                                    zorgen dat de werkgelegenheid van de bij de privatisering of
                                    overheveling van taken betrokken ambtenaren behouden
                                    blijft.</al></li><li nr="2."><al>De werkgever treedt met de betrokken privaatrechtelijke of
                                    publiekrechtelijke instantie in overleg over de overname van de
                                    ambtenaren van het desbetreffende organisatie- onderdeel.
                                    Gemaakte afspraken worden schriftelijk vastgelegd.</al></li><li nr="3."><al>Voordat de werkgever een besluit neemt over de overgang van een
                                    ambtenaar naar de betrokken privaatrechtelijke of
                                    publiekrechtelijke instantie, biedt hij de betrokkene de
                                    gelegenheid om zijn belangstelling kenbaar te maken voor
                                    passende functies die op dat moment vacant zijn of op korte
                                    termijn vacant worden in de gemeentelijke organisatie. De
                                    ambtenaar zal als interne kandidaat in de selectieprocedure
                                    worden betrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5:3 Geen passende of geschikte functie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de werkgever er niet in slaagt om de ambtenaar onder te
                                    brengen bij de nieuwe werkgever dan wel een passende functie aan
                                    te bieden binnen de gemeentelijke organisatie, zullen de
                                    werkgever en de ambtenaren zich inspannen om gezamenlijk een
                                    structurele oplossing te vinden. Onderdeel van deze oplossing
                                    kunnen zijn: </al><lijst><li nr="-"><al>bijscholing en omscholing;</al></li><li nr="-"><al>tijdelijke tewerkstelling binnen de gemeentelijke
                                            organisatie, al dan niet boven-formatief;</al></li><li nr="-"><al>een geschikte functie binnen de gemeentelijke
                                            organisatie;</al></li><li nr="-"><al>een na de plaatsingsprocedure vrijgekomen passende
                                            functie binnen de gemeentelijke organisatie;</al></li><li nr="-"><al>tijdelijke detachering naar een externe
                                            organisatie;</al></li><li nr="-"><al>outplacementbegeleiding;</al></li><li nr="-"><al>een passende functie buiten de gemeentelijke
                                            organisatie;</al></li><li nr="-"><al>flankerende maatregelen, die erop gericht zijn
                                            financiële nadelen voor betrokkene van een mogelijke
                                            oplossing weg te nemen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De kosten van bijscholing, omscholing en outplacementbegeleiding
                                    zijn voor rekening van de werkgever.</al></li><li nr="3."><al>Indien de werkgever na zorgvuldig onderzoek constateert dat geen
                                    structurele oplossing als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    gevonden, zal de ambtenaar eervol ontslag wegens reorganisatie
                                    worden verleend, als bedoeld in <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">artikel 8:4 van de CAR</extref>. De bovenwettelijke
                                    werkloosheidsuitkeringsregeling van de <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">CAR, hoofdstuk 10a</extref>, is van toepassing, indien
                                    recht bestaat op een uitkering krachtens de WW.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5:4 Sociaal plan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als het georganiseerd overleg van mening is dat de privatisering
                                    of taakoverheveling zodanig ingrijpende personele gevolgen met
                                    zich meebrengt dat hierover aanvullende afspraken moeten worden
                                    gemaakt, wordt door de werkgever een sociaal plan opgesteld. Dit
                                    plan regelt de overplaatsingsprocedure (inclusief de ontslag- en
                                    aanstellingsprocedure van het over te plaatsen personeel) en
                                    bevat rechtspositionele bepalingen. Over dit sociaal plan moet
                                    overeenstemming worden bereikt in het georganiseerd
                                    overleg.</al></li><li nr="2."><al>Er worden geen definitieve besluiten genomen ten aanzien van
                                    ambtenaren voordat er overeenstemming is over het sociaal
                                    plan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5:5 Rechtspositievergelijking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de betrokken ambtenaren overgaan naar een
                                    privaatrechtelijke of een andere publiekrechtelijke werkgever
                                    waarvoor een afwijkende rechtspositieregeling of CAO geldt,
                                    maakt de werkgever een vergelijking tussen de
                                    arbeidsvoorwaardenpakketten die van toepassing zijn op de
                                    gemeentelijke werkgever en de nieuwe werkgever.</al></li><li nr="2."><al>Indien uit de vergelijking blijkt dat het totaalpakket van
                                    arbeidsvoorwaarden (bestaande uit in ieder geval salaris,
                                    uitkeringen en toelagen, (pre)pensioen, vakantie,
                                    ziektekostenregeling en werkloosheidsuitkering) bij de nieuwe
                                    werkgever minder is dan het totaalpakket bij de gemeentelijke
                                    werkgever, worden in het sociaal plan nadere afspraken gemaakt
                                    over afbouw, behoud of compensatie van aanspraken.</al></li><li nr="3."><al>Het sociaal plan bevat in ieder geval de volgende garanties: </al><lijst><li nr="a."><al>netto-nettogarantie van het salaris en het
                                            salarisperspectief;</al></li><li nr="b."><al>ambtenaren die een vaste aanstelling hebben, krijgen bij
                                            de nieuwe werkgever een vaste aanstelling dan wel een
                                            arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zonder
                                            proeftijd.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6: Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6:1 Hardheidsclausule</titel></kop><lijst><li nr="I."><al>In gevallen waarin toepassing van het sociaal statuut zou leiden
                                    tot een onbillijke situatie voor een ambtenaar, kan het college
                                    van burgemeester en wethouders van het statuut afwijken in een
                                    voor de ambtenaar gunstige zin.</al></li><li nr="II."><al>In gevallen waarin het sociaal statuut niet voorziet, beslist
                                    het college van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:2 Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: “Sociaal statuut gemeente
                            Steenbergen 2001".</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:3 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit sociaal statuut treedt in werking met ingang van 1 januari
                            2001.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Steenbergen, 21 december 2000</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting:</vet></al><al>De toelichting op artikel
                        3:7 Verplichting ambtenaar wordt vervangen door de navolgende
                    tekst:</al><al>“Ïn het tweede lid wordt gesteld dat het college van burgemeester en wethouders
                    melding kan maken bij de instelling die de Werkloosheidswet uitvoert, van het
                    feit dat de betreffende ambtenaar weigert een passende functie te aanvaarden of
                    niet meewerkt aan het vinden van een oplossing als bedoeld in artikel 3:6, lid
                        1. Deze melding kan de instelling die de Werkloosheidswet uitvoert,
                    meenemen in het besluit tot het toekennen van een werkloosheidsuitkering. De
                    facto kan dit betekenen dat de betrokken ambtenaar zijn recht op een
                    WW-uitkering verliest en daardoor ook zijn recht op een uitkering krachtens
                        <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">hoofdstuk 10a van de CAR</extref>.”.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting op het Sociaal statuut gemeente Steenbergen
                        2001.</vet></al><al>Hieronder volgt een artikelsgewijze toelichting op het sociaal statuut,
                    voorzover de tekst van de artikelen niet voor zichzelf spreekt.</al><al><vet>Artikel 1:1 Definities</vet></al><al>Definitie ‘organisatiewijziging’</al><al>Voor de definitie van organisatiewijziging is aangesloten bij <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20ondernemingsraden/article=27">artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden</extref>. De toevoeging
                    ‘belangrijke’ in de definitie van organisatiewijziging kan tot discussie leiden.
                    Of een inkrimping, een wijziging van de werkzaamheden of een wijziging van de
                    organisatiestructuur ‘belangrijk’ is, kan worden afgemeten aan:</al><lijst><li nr="-"><al>de reikwijdte van de organisatiewijziging (hoeveel ambtenaren zijn erbij
                            betrokken);</al></li><li nr="-"><al>de ingrijpendheid van de organisatiewijziging (hoe ingrijpend zijn de
                            gevolgen voor de betrokken ambtenaren).</al></li></lijst><al>Definitie ‘publiekrechtelijke taakoverheveling’</al><al>Bij publiekrechtelijke taakoverheveling moet gedacht worden aan het plaatsen van
                    taken naar een gemeenschappelijke regeling, de provincie of een ander
                    publiekrechtelijk orgaan.</al><al><vet>Artikel 1:2 Werkingssfeer</vet></al><al>Herindelingsoperaties worden van de werkingssfeer van het sociaal statuut
                    uitgezonderd. Bij herindeling is immers sprake van een bijzondere situatie
                    waarin twee of meer gemeentelijke organisaties fuseren tot één nieuwe
                    organisatie. Voor een dergelijke complexe reorganisatie moet een apart sociaal
                    plan worden opgesteld in overleg met de andere werkgever(s) en de
                    vakorganisaties in het bijzonder georganiseerd overleg (BGO).</al><al><vet>Artikel 1:3 Bevoegdheid tot het nemen van het besluit tot
                        organisatiewijziging</vet></al><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">gemeentewet (artikel 159)</extref> verplicht gemeenten een
                    organisatieverordening vast te stellen, waarin de hoofdstructuur van de
                    ambtelijke organisatie wordt vastgelegd. Deze verordening wordt vastgesteld door
                    de gemeenteraad. Het nader invullen van de hoofdstructuur - de inrichting van de
                    onderdelen van de hoofdstructuur - is eveneens voorbehouden aan de gemeenteraad,
                    maar kan gedelegeerd worden aan het college van burgemeester en wethouders. Bij
                    een organisatieverandering zal bekeken moet worden of de organisatieverordening
                    moet worden aangepast aan de nieuwe structuur.</al><al>Krachtens het bepaalde in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Organisatieverordening-gemeente-Steenbergen-1998/01-03-1998#artikel-3-inrichting-van-sectoren">artikel 3, Organisatieverordening gemeente Steenbergen, 1998</extref>, is
                    de regeling c.q. wijziging van de organisatiestructuur van een sector
                    voorbehouden aan burgemeester en wethouders.</al><al><vet>Artikel 1:4 Bevoegdheid tot het nemen van besluiten betreffende individuele
                        ambtenaren</vet></al><al>Krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet</extref> wordt bijvoorbeeld de gemeentesecretaris door de raad
                    aangesteld.</al><al><vet>Artikel 2:5 Taakverdeling tussen ondernemingsraad en georganiseerd
                        overleg</vet></al><al>De kern van dit artikel is dat de onderwerpen die gedurende het
                    reorganisatietraject moeten worden besproken, óf primair door de
                    ondernemingsraad, óf primair in het georganiseerd overleg worden besproken. Dit
                    om te voorkomen dat bepaalde discussies over deelonderwerpen twee keer moeten
                    worden gevoerd, met mogelijk een ander eindresultaat. Over de taakverdeling
                    kunnen nadere afspraken worden gemaakt tussen de betrokken partijen (de
                    werkgever, de ondernemingsraad en de vakorganisaties).</al><al><vet>Artikel 3:1 Werkingssfeer hoofdstuk</vet></al><al>Een ‘interne’ organisatiewijziging is een organisatieverandering waar geen
                    andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke werkgevers bij betrokken
                    zijn.</al><al><vet>Artikel 3:2 Werkgelegenheid bij organisatiewijziging</vet></al><al>Dit artikel legt als uitgangspunt de werkgever een verplichting op, om ervoor te
                    zorgen dat in de reorganisatie niemand onvrijwillig werkloos raakt. Deze
                    inspanningsverplichting sluit niet uit dat voor betrokkenen een baan wordt
                    gezocht buiten de organisatie. Ook reorganisatieontslag wordt niet uitgesloten,
                    maar is pas een optie als alle mogelijke inspanningen nergens toe hebben
                    geleid.</al><al><vet>Artikel 3:3 Voorkeursvolgorde bij herplaatsing</vet></al><al>Deze voorkeursvolgorde moet als volgt worden geïnterpreteerd.</al><al>Indien mogelijk blijft de ambtenaar na de reorganisatie dezelfde (vrijwel
                    ongewijzigde) functie vervullen. Er zijn echter twee gevallen te noemen waarin
                    dit niet (voor alle ambtenaren) mogelijk blijkt te zijn.</al><lijst><li nr="I."><al>De functie die de ambtenaar bekleedde, bestaat niet meer in de nieuwe
                            organisatie. De ambtenaar wordt overgeplaatst naar een andere, passende
                            functie binnen de gemeentelijke organisatie.</al></li><li nr="II."><al>Voor de functie, die de ambtenaar bekleedde, zijn in de nieuwe
                            organisatie meer kandidaten dan formatieplaatsen (bijvoorbeeld als
                            gevolg van een inkrimping). De ambtenaar wordt óf geplaatst i zijn oude
                            functie, óf in een andere, passende functie.</al></li></lijst><al>Pas als na zorgvuldig onderzoek blijkt dat niet voor alle
                    herplaatsingskandidaten een passende functie kan worden gevonden, wordt het
                    onderzoek uitgebreid naar functies die niet passend, maar wel geschikt
                    zijn.</al><al><vet>Artikel 3:4 Uitgangspunten herplaatsing</vet></al><al>De manier waarop de gegevens als bedoeld in het eerste lid van dit artikel tegen
                    elkaar zullen worden afgewogen door de herplaatsingscommissie, zal bij elke zich
                    voordoende reorganisatie apart ingevuld moeten worden. Bij de ene reorganisatie
                    zal de geschiktheid in combinatie met de voorkeur van de ambtenaar het
                    doorslaggevende plaatsingscriterium moeten zijn, terwijl bij de andere
                    reorganisatie het criterium diensttijd beter op zijn plaats is. Bovendien is
                    denkbaar dat voor verschillende functiegroepen verschillende plaatsingscriteria
                    de doorslag zullen geven (bijvoorbeeld: ‘geschiktheid’ voor de leidinggevende
                    functies, ‘diensttijd’ voor de overige functies).</al><al><vet>Artikel 3:6 Geen passende of geschikte functie</vet></al><al>In het eerste lid wordt gesproken over ‘flankerende maatregelen’. Te denken valt
                    bijvoorbeeld aan mobiliteitsbevorderende maatregelen, zoals een
                    mobiliteitspremie of een vergoeding van de reiskosten woon-werkverkeer of
                    verhuiskosten voor iemand die een baan aanvaardt bij een andere werkgever.</al><al><vet>Artikel 3:7 Verplichting ambtenaar</vet></al><al>In het tweede lid wordt gesteld dat het college van burgemeester en wethouders
                    melding kan maken bij de instelling die de Werkloosheidswet uitvoert, van het
                    feit dat de betreffende ambtenaar weigert een passende functie te aanvaarden of
                    niet meewerkt aan het vinden van een oplossing als bedoeld in artikel 3:6, lid
                        1. Deze melding kan de instelling die de Werkloosheidswet uitvoert,
                    meenemen in het besluit tot toekennen van een werkloosheidsuitkering. De facto
                    kan dit betekenen dat de betrokken ambtenaar zijn recht op een WW-uitkering
                    verliest en daardoor ook zijn recht op een uitkering krachtens <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">hoofdstuk 10a
                        van de CAR</extref>.</al><al><vet>Artikel 3:9 Functiegebonden toelagen</vet></al><al>Functiegebonden toelagen (bijvoorbeeld de vergoeding voor onregelmatige
                    diensten, de calamiteitentoeslag of de consignatievergoeding) komen te vervallen
                    als de ambtenaar na herplaatsing een functie gaat vervullen, waaraan deze
                    toelagen niet zijn verbonden. Om een al te plotselinge inkomensachteruitgang te
                    voorkomen wordt hier een afbouwregeling voorgesteld. Vervallen toelagen worden
                    alleen afgebouwd, indien een voorzover het verdwijnen van de toelagen een
                    verlaging van de bezoldiging betekent. Het is immers denkbaar dat bij de
                    overgang van functie A naar B de ene toelage komt te vervallen, maar een andere
                    toelage daarvoor in de plaats komt. Alleen de daling van de totale bezoldiging
                    (salaris plus toelagen) wordt dan afgebouwd.</al><al><vet>Artikel 3:10 Persoonsgebonden toelage</vet></al><al>Een voorbeeld van een persoonsgebonden toelage is een toelage die de ambtenaar
                    in het verleden op grond van <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">artikel 3:7:8
                        van de UWO</extref> (buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver) is
                    toegekend.</al><al><vet>Artikel 4:3 Bedenkingen tegen voorstel</vet></al><al>Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=awb/article=4%3A8">artikel 4:8</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=awb/article=4%3A9">artikel 4:9 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> moet de ambtenaar de
                    mogelijkheid krijgen om - naar keuze schriftelijk of mondeling - zijn
                    bedenkingen te uiten voordat het definitieve besluit wordt genomen.</al><al><vet>Artikel 5:2 Werkgelegenheid</vet></al><al>De werkgever treedt met de betrokken privaatrechtelijke of publiekrechtelijke
                    instantie in overleg over de overname van de ambtenaren van het desbetreffende
                    organisatieonderdeel. In dit overleg zal in ieder geval aan de orde komen of het
                    personeel geheel of gedeeltelijk wordt overgenomen en de wijze van inpassing.
                    Bovendien zullen (de financiële aspecten van) de arbeidsvoorwaarden van het over
                    te nemen personeel aan bod komen.</al><al><extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">Artikel
                        8:4:1, eerste lid, van de UWO</extref> verplicht UWO-gemeenten om, voordat
                    tot ontslag wegens reorganisatie (hier: privatisering of taakoverheveling) kan
                    worden overgegaan, door middel van zorgvuldig onderzoek te bezien of het
                    mogelijk is de desbetreffende ambtenaar passende werkzaamheden binnen de
                    gemeente te laten verrichten.</al><al><vet>Artikel 5:5 Rechtspositievergelijking</vet></al><al>In het derde lid wordt gesteld dat in het sociaal plan een netto-netto garantie
                    moet worden opgenomen. Dit betekent dat het brutosalaris bij de nieuwe werkgever
                    zodanig moet zijn, dat het salaris na aftrek van belasting en premies minstens
                    even hoog moet zijn als het nettosalaris bij de gemeente vóór de overplaatsing.
                    Er is hier gekozen voor een netto-nettoconstructie, omdat het bruto-nettotraject
                    in de marktsector niet gelijk is aan het bruto-nettotraject in de
                    overheidssector.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>