<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72752_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">SC 16-10-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=7">Wet werk en bijstand, art. 7 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=8">Wet werk en bijstand, art. 8 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">Gemeentewet, art. 147 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-09-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-04-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-03-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>7d</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Steenbergen;</al><al>in behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18
                        augustus 2009</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">artikel 147 van de Gemeentewet</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=8">artikel 8, lid 1,sub a</extref> juncto <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=7">artikel 7, lid 1, sub a</extref> van de Wet werk en bijstand;</al><al>besluit:</al><al>de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2009 vast te stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                                    niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref> (WWB), de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20werkloze%20werknemers">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers</extref> (loaw), de
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20gewezen%20zelfstandigen">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</extref> (loaz) en
                                    de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref> (Awb).</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders
                                            van de gemeente Steenbergen;</al></li><li nr="b."><al>ondersteuning: het geheel van activiteiten, al dan niet
                                            onderdeel uitmakend van een volledig traject en
                                            opgenomen in een door de gemeente opgesteld trajectplan,
                                            dat bijdraagt aan de inschakeling in de arbeid, met
                                            activiteiten wordt in dit verband hetzelfde als
                                            instrumenten bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>voorliggende voorziening: de voorziening als bedoeld in
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20Bijstand/article=5">artikel 5, sub f WWB</extref>;</al></li><li nr="d."><al>aanvrager: de personen in de leeftijd van 18 jaar of
                                            ouder doch jonger dan 65 jaar, genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20Bijstand/article=10">artikel 10, lid 1 en lid 2 WWB</extref>
                                            onderscheidenlijk <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Ioaw/article=5">artikel 5, lid 1 loaw</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Ioaz/article=5">artikel 5, lid 1 loaz</extref>;</al></li><li nr="e."><al>nugger: niet uitkeringsgerechtigde aanvrager zonder
                                            eigen inkomen dan wel met uitsluitend een inkomen uit de
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20nabestaandenwet">Algemene nabestaanden wet</extref> (ANW);</al></li><li nr="f."><al>duurzame uitstroom: gedurende een aaneengesloten periode
                                            van negen maanden verzekeringsplichtig reguliere arbeid
                                            verrichten waardoor wordt voldaan aan het gestelde in
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Werkloosheidswet/article=17">artikelen 17</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Werkloosheidswet/article=17a">17a</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Werkloosheidswet/article=17b">17b</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Werkloosheidswet/article=17c">17c</extref> van de Werkloosheidswet dan wel
                                            gedurende een dusdanige periode verrichten van
                                            gesubsidieerde arbeid indien perspectief op het
                                            verkrijgen van reguliere arbeid niet aanwezig is. Ook
                                            valt hieronder het verrichten van arbeid als
                                            zelfstandige in een rechtmatig gevestigd levensvatbaar
                                            beroep of bedrijf, mits gedurende een periode van 3 jaar
                                            geen beroep wordt gedaan op een uitkering voor
                                            levensonderhoud ingevolge het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bijstandverlening%20zelfstandigen%202004">Besluit bijstandverlening zelfstandigen
                                                2004</extref>;</al></li><li nr="g."><al>participatie: het actief deelnemen aan de maatschappij,
                                            met als doel het voorkomen dan wel opheffen van een
                                            sociaal isolement, waar mogelijk ter voorbereiding op
                                            betaalde arbeid;</al></li><li nr="h."><al>re-integratie: alle activiteiten die ingezet kunnen
                                            worden ten behoeve van een persoon met (gedeeltelijke)
                                            arbeidsverplichtingen met als doel uitstroom naar
                                            arbeid;</al></li><li nr="i."><al>sociaal minimum: voor gehuwden 100 % van het wettelijk
                                            minimumloon;</al></li><li nr="j."><al>wettelijk minimumloon: het bruto minimumloon exclusief
                                            vakantiegeld zoals bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20minimumloon%20en%20minimumvakantiebijslag/article=8">artikel 8 van de Wet op het minimumloon en
                                                minimumvakantiebijslag</extref>;</al></li><li nr="k."><al>arbeidsovereenkomst: een overeenkomst conform <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Burgerlijk%20Wetboek%20Boek%207/article=610">artikel 7: 610 Burgerlijk Wetboek</extref>;</al></li><li nr="l."><al>re-integratiebedrijf: een private onderneming die in het
                                            kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de
                                            arbeidsinschakeling van personen bevordert;</al></li><li nr="m."><al>met werkloosheid wordt gelijk gesteld: </al><lijst><li nr="1."><al>periode van detentie;</al></li><li nr="2."><al>periode van WWB uitkering;</al></li><li nr="3."><al>periode van volledig zorgdragen voor de opvang
                                                  van de kinderen;</al></li><li nr="4."><al>werk in loondienst voor zover dat per
                                                  kalenderjaar niet langer heeft geduurd dan 50
                                                  dagen of 400 uur.</al></li></lijst></li><li nr="n."><al>alleenstaande: de persoon als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=4">artikel 4, sub a WWB</extref>;</al></li><li nr="o."><al>alleenstaande ouder: de persoon als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=4">artikel 4, sub b WWB</extref>;</al></li><li nr="p."><al>gezin: de personen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=4">artikel 4, sub c WWB</extref>;</al></li><li nr="q."><al>bijstandsnorm: de norm als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=5">artikel 5 onder c WWB</extref>;</al></li><li nr="r."><al>grondslag: de bedragen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Ioaw/article=5">artikel 5, lid 3 loaw</extref> dan wel <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Ioaz/article=5">artikel 5, lid 5 loaz</extref>;</al></li><li nr="s."><al>startkwalificatie: een afgeronde opleiding op MBO
                                            2-niveau dan wel HAVO- of VWO-niveau;</al></li><li nr="t."><al>de wet: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20werkloze%20werknemers">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers</extref>
                                            alsmede de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20gewezen%20zelfstandigen">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte gewezen
                                            zelfstandigen</extref>.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>Het toekennen van de ondersteuning geschiedt met inachtneming van de
                            bepalingen van de wet en deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>Het college bevordert dat met betrekking tot het aanbieden van
                            ondersteuning, er sprake is van een gelijke aandacht voor de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=7">artikel 7, lid 1, sub a WWB</extref> genoemde groepen alsmede voor
                            een evenwichtige verdeling binnen de te onderscheiden doelgroepen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><al>Bij de re-integratie van nuggers gelden de volgende eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager dient zich voor minimaal 12 uur per week
                                    beschikbaar te stellen voor algemeen geaccepteerde arbeid;</al></li><li nr="b."><al>de noodzaak voor ondersteuning dient aanwezig te zijn;</al></li><li nr="c."><al>de ondersteuning dient te allen tijde gericht te zijn op
                                    duurzame uitstroom;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager is verplicht ingeschreven te staan als werkzoekende
                                    bij het Centrum voor werk en inkomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><al>Geen recht op ondersteuning bestaat voor de persoon als bedoeld in
                                artikel 4:</al><lijst><li nr="a."><al>indien sprake is van een voorliggende voorziening welke naar de
                                    mening van het college in voldoende mate bijdraagt aan de
                                    re-integratie van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>indien het bruto inkomen van het gezin hoger ligt dan 120% van
                                    het sociaal minimum;</al></li></lijst><al>De peildatum voor de toetsing van het inkomen als bedoeld onder b is de
                            maand voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2. De vorm van de ondersteuning</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het traject is afgestemd op de mogelijkheden van de aanvrager
                                    genoemd in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-1">artikel 1, lid 2, sub d</extref> en kan bestaan uit
                                    verschillende vormen van ondersteuning.</al></li><li nr="2."><al>Het traject moet leiden tot het aanvaarden van algemeen
                                    geaccepteerde arbeid, dan wel leiden tot participatie.</al></li><li nr="3."><al>Bij een nugger moet het traject altijd leiden tot het aanvaarden
                                    van algemeen geaccepteerde arbeid.</al></li><li nr="4."><al>De vorm van de ondersteuning dient bij te dragen aan een
                                    spoedige deelname aan dan wel terugkeer naar de arbeidsmarkt en
                                    gericht te zijn op duurzame uitstroom, dan wel aan participatie
                                    en kan bestaan uit alle beschikbare activiteiten die hierop zijn
                                    gericht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien vrijwilligerswerk is opgenomen als onderdeel van het
                                    traject, kan voor dit vrijwilligerswerk een vergoeding verstrekt
                                    worden tot het maximum van hetgeen in de fiscale wetgeving is
                                    opgenomen.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt hiertoe beleidsregels vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan personen die in aanmerking komen voor ondersteuning bij
                                    reintegratie en participatie en buiten de gemeente moeten reizen
                                    kan een reiskostenvergoeding worden verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>In de overige kosten kan een vergoeding worden verstrekt
                                    gedurende de looptijd van het traject, voor zover die direct
                                    gerelateerd zijn aan het gebruik maken van de voorzieningen en
                                    voor zover er geen aanspraak is op een voorliggende
                                    voorziening.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt hiertoe beleidsregels vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><al>Ten aanzien van het aanbieden van scholing en/of opleiding gelden de
                            volgende regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de scholing / opleiding moet noodzakelijk zijn voor het slagen
                                    van het traject;</al></li><li nr="b."><al>de scholing / opleiding kan alleen ingezet worden als dit de
                                    kortste weg is naar duurzame uitstroom;</al></li></lijst><al>Dit artikel is niet van toepassing op degene, die is aangewezen op het
                            behalen van een startkwalificatie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3. Subsidies</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan een werkgever kan een loonkostensubsidie worden verstrekt
                                    indien een uitkeringsgerechtigde een arbeidsovereenkomst wordt
                                    aangeboden, gericht op duurzame arbeid.</al></li><li nr="2."><al>De loonkostensubsidie kan alleen worden verstrekt indien de
                                    concurrentie verhoudingen niet worden aangetast, er geen
                                    verdringing van arbeid plaatsvindt en er geen onderscheid wordt
                                    gemaakt naar sector of onderneming.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening voldoet aan de bepalingen genoemd in de
                                    verzamelbrief van 7 april 2004 van het Ministerie van Sociale
                                    Zaken en Werkgelegenheid en hoeft derhalve niet gemeld te worden
                                    bij de Europese Unie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan een werkgever die een uitkeringsgerechtigde een
                                    dienstverband aanbiedt van minimaal 12 maanden, kan een
                                    loonkostensubsidie worden verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte en duur van de loonkostensubsidie is afhankelijk van
                                    de periode dat de uitkeringsgerechtigde, direct voorafgaande aan
                                    het dienstverband, werkloos is geweest.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt in beleidsregels de voorwaarden voor het recht
                                    op loonkostensubsidie, alsmede de hoogte en duur hiervan
                                    vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan een werkgever die een uitkeringsgerechtigde in dienst neemt,
                                    kan indien dit volgens de werkgever noodzakelijk is voor een
                                    goed functioneren binnen het dienstverband, een
                                    scholingssubsidie worden verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte hiervan is afhankelijk van de periode dat de
                                    uitkeringsgerechtigde, direct voorafgaand aan het dienstverband,
                                    werkloos is geweest.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt in beleidsregels de voorwaarden voor het recht
                                    op scholingssubsidie, alsmede de hoogte hiervan vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op verzoek van de werkgever kunnen de subsidies als bedoeld in
                                    de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-10">artikelen 10 t/m 12</extref> in de vorm van een voorschot
                                    worden verstrekt, waarna de subsidie na afloop van het kwartaal
                                    definitief wordt vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Indien het voorschot hoger uitvalt dan de definitief
                                    vastgestelde subsidie vindt verrekening plaats en zal de
                                    werkgever het te verrekenen subsidiebedrag dienen terug te
                                    betalen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De loonkosten / scholingssubsidie als bedoeld in de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-10">artikelen 10 t/m 12</extref> dient door de werkgever
                                    schriftelijk te worden aangevraagd binnen één maand na datum
                                    indienstneming van belanghebbende.</al></li><li nr="2."><al>De werkgever dient bij de aanvraag gebruik te maken van een
                                    hiertoe vastgesteld formulier en dient de volgende gegevens te
                                    overleggen: </al><lijst><li nr="a."><al>een kopie van de inschrijving in het Handelsregister bij
                                            de Kamer van Koophandel en Fabrieken;</al></li><li nr="b."><al>een kopie van de arbeidsovereenkomst.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15</titel></kop><al>Wanneer de in dienstneming van belanghebbende voortvloeit uit
                            bemiddeling door een re-integratiebedrijf waarmee de gemeente
                            Steenbergen een contract heeft gesloten, bestaat er geen recht op een
                            subsidie zoals beschreven in de artikelen 10
                                t/m 12, indien deze subsidie invloed heeft op een
                            overeengekomen resultaatfinanciering.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4. Verplichtingen aan het recht op ondersteuning</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16</titel></kop><al>Indien naar het oordeel van het college recht op ondersteuning bestaat,
                            verbindt het college hieraan nadere verplichtingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5. Terugvordering</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 17</titel></kop><al>Indien blijkt dat de aanvrager als bedoeld in artikel 1, lid 2, sub d de ondersteuning onderscheidenlijk
                            het traject verwijtbaar voortijdig doet beëindigen, kunnen de
                            ondersteuningskosten geheel of gedeeltelijk van hem worden
                            teruggevorderd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6. Premies</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 18</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan de
                                    arbeidsinschakeling kan aan de uitkeringsgerechtigde een premie
                                    worden verstrekt van maximaal het bedrag als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=31">artikel 31, lid 2, sub j WWB</extref>.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt in beleidsregels de voorwaarden voor het recht
                                    op een dergelijke premie vast alsmede de hoogte hiervan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7. Participatiebanen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 19</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan personen bedoeld onder <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-1">artikel 1, lid 2 onder d en e</extref> van de verordening
                                    tot 27 jaar een participatieplaats aanbieden als onderdeel van
                                    een traject gericht op arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="2."><al>Het doel van de participatieplaats is om uitkeringsgerechtigden
                                    en jongeren die door persoonlijke werkbelemmeringen niet
                                    bemiddelbaar zijn dichter bij de arbeidsmarkt te brengen.</al></li><li nr="3."><al>De participatieplaats duurt twee jaar inclusief de eventuele
                                    inzet van onbetaalde arbeid. Het college van burgemeester en
                                    wethouder kan gemotiveerd deze periode met maximaal 2 jaar
                                    verlengen.</al></li><li nr="4."><al>Drie maanden voor afloop van de termijn van twee jaar zal op
                                    basis van een evaluatie worden vastgesteld of een andere
                                    re-integratievoorziening meer adequaat is. Indien dit niet het
                                    geval is kan de participatieplaats met een jaar verlengd worden
                                    op voorwaarde dat in een andere omgeving andere additionele
                                    werkzaamheden worden verricht.</al></li><li nr="5."><al>Drie maanden voor afloop van het derde jaar zal op basis van een
                                    evaluatie worden vastgesteld of een andere
                                    re-integratievoorziening meer adequaat is. Indien dit niet het
                                    geval is kan de participatieplaats nogmaals voor de duur van een
                                    jaar verlengd worden.</al></li><li nr="6."><al>Aansluitend aan de participatieplaats kan een werkstage worden
                                    ingezet bij een werkgever die voornemens is de
                                    uitkeringsgerechtigde of jongere een dienstbetrekking aan te
                                    bieden.</al></li><li nr="7."><al>De werkzaamheden in een participatieplaats zijn additioneel van
                                    aard en gericht op re-integratie.</al></li><li nr="8."><al>De participatieplaats bestaat uit ten minste 50% van het aantal
                                    uren dat uitkeringsgerechtigden en jongeren in staat zijn om
                                    arbeid te verrichten met een minimum van 12 uur per week.</al></li><li nr="9."><al>Werkgevers zijn verplicht om deelnemers op een
                                    participatieplaats begeleiding en scholing aan te bieden. Dit
                                    wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst.</al></li><li nr="10."><al>De organisatie waar personen op een participatieplaats geplaatst
                                    worden draagt er zorg voor, dat de geplaatste personen gedurende
                                    hun werk verzekerd zijn tegen wettelijke aansprakelijkheid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verstrekt aan personen bedoeld onder <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-1">artikel 1, lid 2 onder d en e van de verordening</extref>,
                                    die onbetaalde additionele werkzaamheden verrichten zoals
                                    genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=10a">artikel 10a, zesde lid van de wet</extref> een premie van €
                                    300,= per half jaar.</al></li><li nr="2."><al>Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt
                                    telkens elke zes maanden beoordeeld.</al></li><li nr="3."><al>De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat
                                    de belanghebbende de aan de ongeloonde additionele werkzaamheden
                                    verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft
                                    geschonden.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het eerste lid komen ook personen bedoeld in
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand">artikel 7 derde lid van de wet</extref> voor een premie in
                                    aanmerking indien zij aan alle voorwaarden voldoen.</al></li><li nr="5."><al>Voor zover belanghebbende niet beschikt over een
                                    startkwalificatie, wordt binnen 6 maanden, na aanvang van de
                                    onbeloonde additionele werkzaamheden, door het college bekeken
                                    in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vercroting
                                    van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. Het college
                                    betrekt bij deze beoordeling het oordeel van degene in wiens
                                    opdracht de belanghebbende de additionele werkzaamheden
                                    verricht, de scholingswens van belanghebbende, de kansen op de
                                    arbeidsmarkt en mogelijke andere
                                    re-integratie-instrumenten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 8. Overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 21</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder dan wel het
                                    gezin een uitkering op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20bijstandswet">Algemene bijstandswet</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20werkloze%20werknemers">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers</extref> of de
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20gewezen%20zelfstandigen">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</extref> hebben
                                    ontvangen en zij voor de inwerkingtreding van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref>: </al><lijst><li nr="-"><al>zijn uitgestroomd naar een reguliere of gesubsidieerde
                                            baan;</al></li><li nr="-"><al>zijn geplaatst in het kader van sociale activering</al></li><li nr="-"><al>een scholing en/of opleiding zijn begonnen;</al></li></lijst></li><li nr="wordt"><al>de eventuele aanspraak op een uitstroom- of scholingspremie
                                    beoordeeld op basis van de Reïntegratie verordening gemeente
                                    Steenbergen.</al></li><li nr="2."><al>Ten behoeve van personen die voor de datum van inwerkingtreding
                                    van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref> werkzaam zijn op een
                                    gesubsidieerde arbeidsplaats op grond van de Wet inschakeling
                                    werkzoekenden dan wel het Besluit In- en Doorstroombanen, wordt
                                    deze gesubsidieerde arbeidsplaats tot 1 januari 2005 op grond
                                    van voornoemde wet- en regelgeving gecontinueerd en de aan de
                                    werkgever verleende subsidie gehandhaafd op het niveau van
                                    2003.</al></li><li nr="3."><al>De subsidie voor de ex-banenpoolers die in het kader van de Wet
                                    inschakeling werkzoekenden werkzaam zijn wordt voor onbepaalde
                                    tijd gecontinueerd.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van lid 2 vervalt de subsidiegarantie indien de
                                    geldende arbeidsovereenkomst of aanstelling rechtsgeldig wordt
                                    opgezegd dan wel door tussenkomst van de rechter wordt
                                    ontbonden.</al></li><li nr="5."><al>Met betrekking tot het gestelde in lid 2 worden de
                                    subsidiebedragen jaarlijks geïndexeerd op basis van de index van
                                    het CBS.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 9. Speciale doelgroepen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 22</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Uitkeringsgerechtigden die in verband met hun leeftijd recht
                                    hebben dan wel kunnen hebben op een tegemoetkoming op grond van
                                    de Wet Studiefinanciering en niet beschikken over een
                                    startkwalificatie, worden verplicht deze te behalen tenzij
                                    algemeen geaccepteerde arbeid voorhanden is.</al></li><li nr="2."><al>Uitkeringsgerechtigden waarvan is vastgesteld, dat zij door
                                    medische, sociale of psychische belemmeringen geen dan wel
                                    voorlopig geen realistisch perspectief hebben om arbeid in welke
                                    vorm dan ook te verrichten, dienen naar vermogen activiteiten in
                                    het kader van participatie te verrichten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 10. Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 23</titel></kop><al>Door of namens burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen ten
                            gunste van de persoon genoemd in artikel 1
                                onder d worden afgeweken van de bepalingen van deze
                            verordening, indien toepassing hiervan tot onbillijkheden van
                            overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25</titel></kop><al>Deze verordening wordt binnen 2 jaar na inwerkingtreding
                            geëvalueerd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Re-integratieverordening Wet
                            werk en bijstand 2009".</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober 2009, met
                            terugwerkende kracht vanaf 1 april 2009.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28</titel></kop><al>De "Reïntegratieverordening gemeente Steenbergen", met bijbehorende
                            beleidsuitgangspunten Reïntegratiebeleid, vastgesteld in de openbare
                            vergadering van 18 december 2003, vervalt op 1 oktober 2009.</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 24 september 2009.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Steenbergen, 24 september 2009</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier,de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>Gemeenten hebben de plicht een re-integratieverordening vast te stellen. In deze
                    verordening wordt vastgelegd hoe de cliënten worden ondersteund bij de
                    arbeidsparticipatie en hoe wordt omgegaan met het aanbieden van voorzieningen
                    gericht op arbeidsinschakeling. Voorbeelden van voorzieningen zijn: scholing en
                    stages, loonkostensubsidie en gesubsidieerde arbeid, sociale activering, premies
                    en kinderopvang.</al><al>In beginsel worden aan iedere cliënt de arbeidsverplichtingen opgelegd. De
                    algemene verplichting staat in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">wet</extref> genoemd. In de re-integratieverordening wordt aandacht
                    geschonken aan de voorzieningen die kunnen worden ingezet. De vertaling daarvan
                    vindt plaats in de individuele beschikking.</al><al>Met deze verordening wordt inhoudelijk invulling gegeven aan de uitgangspunten
                    "werk boven uitkering" en "maatwerk". De verordening regelt de aanspraak op het
                    aanbod van voorzieningen en activiteiten dat er op is gericht te komen tot
                    inschakeling in de arbeid. Het uiteindelijk doel is duurzame uitstroom naar
                    reguliere arbeid.</al><al>Verder is het zo dat geen enkele doelgroep bij voorbaat wordt uitgesloten van de
                    re-integratievoorzieningen. Het college bepaalt welke vorm van ondersteuning het
                    meest recht doet aan de mogelijkheden van de aanvrager ten einde inschakeling in
                    de arbeid binnen een redelijke termijn mogelijk te maken.</al><al>De verschillende vormen van ondersteuning maken deel uit van het
                    re-integratietraject dat met de aanvrager wordt afgesloten.</al><al>Voor personen waarmee de gemeente geen formele uitkeringsrelatie heeft, kan de
                    Maatregelenverordening niet worden toegepast. Immers de gemeente heeft geen
                    mogelijkheden om, indien door deze categorie van personen niet aan de opgelegde
                    voorwaarden wordt voldaan, een maatregel op te leggen.</al><al>Het overgangsrecht op het gebied van de gesubsidieerde arbeid (ID-banen en
                    Wiw¬dienstbetrekkingen) verdient nadrukkelijke aandacht. Gelet op de algemene
                    beginselen van behoorlijk bestuur zal de gemeente, indien zij van mening is dat
                    de,:middelen die met deze voorziening zijn gemoeid een te grote druk op het
                    budget leggen, niet abrupt de subsidie aan de verschillende werkgevers kunnen
                    beëindigen. De gemeente zal hiertoe dan ook een overgangsregeling moeten
                    opstellen waarin een redelijke termijn is opgenomen. In deze gevallen wordt 2
                    jaar als redelijke termijn genomen.</al><al>In deze verordening zijn tevens een aantal bepalingen opgenomen dat ook in geval
                    van participatie geen sprake mag / kan zijn van vrijblijvendheid van de zijde
                    van de klant.</al><al>Dit is dan ook gewaarborgd in de "Maatregelenverordening gemeente Steenbergen
                    2009". Hierin is immers glashelder opgenomen dat indien men niet voldoet aan de
                    aan de uitkering verbonden verplichtingen, een "maatregel" wordt opgelegd.</al><al>De hoogte van de premies voor (gedeeltelijke)uitstroom naar werk worden door het
                    college vastgesteld en vastgelegd in beleidsregels.</al><al>Met in achtneming van de bepalingen van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref> en de Europese richtlijnen voor
                    staatssteun is gekozen voor een aantal subsidies, te weten loonkostensubsidie en
                    een scholingssubsidie.</al><al>Er is sprake van een generieke subsidieregeling die in zijn uitwerking
                    non-discriminatoir is voor alle ondernemingen in alle sectoren van de economie
                    in heel Nederland. Er is geen sprake van met staatsmiddelen bekostigd voordeel
                    voor bepaalde ondernemingen waardoor de mededinging wordt vervalst en het
                    interstatelijke handelsverkeer ongunstig wordt beïnvloed. Verder wordt gehandeld
                    conform de bepalingen in de bijlage van de verzamelbrief d.d. 7 april 2004 van
                    het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid, waardoor deze
                    subsidieregeling niet hoeft te worden gemeld bij de Europese Unie.</al><al>Voor wat betreft de inzet van subsidie dient een onderscheid te worden gemaakt
                    op basis van de afstand tot de arbeidsmarkt, gemeten naar de periode van
                    werkloosheid. Hoe langer de werkloosheidsperiode, hoe hoger de investering voor
                    de werkgever en dus hoe hoger de werkgeverssubsidie.</al><al>Tenslotte is overleg over deze verordening gevoerd met de gemeenten Bergen op
                    Zoom en Woensdrecht om zoveel als mogelijk regionaal uniformiteit te hanteren,
                    zonder de lokale invulling daarmee uit te sluiten.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>Het college draagt zorg voor een evenwichtige aandacht voor de verschillende
                    doelgroepen.</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>Er moet sprake zijn van voldoende motivatie van de nugger aan het traject om
                    voor ondersteuning in aanmerking te komen.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Er is voor gekozen ten aanzien van de zogenaamde niet -uitkeringsgerechtigden
                    (nuggers) een ruimhartig beleid te voeren.</al><al>De grenzen met betrekking tot het inkomen van de nugger zijn aangegeven. Er is
                    bewust gekozen voor een eenvoudige inkomensbepaling. Dit geeft voor zowel de
                    klant als de uitvoering minder administratieve rompslomp.</al><al>Er bestaat geen recht op ondersteuning indien er sprake is van een voorliggende
                    voorziening welke voor belanghebbende in voldoende mate kan bijdragen aan de
                    inschakeling op de arbeidsmarkt.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Dit artikel geeft het kader aan waarlangs de inschakeling in de arbeid vorm
                    wordt gegeven. Uitgangspunt is hierbij dat de ondersteuning gericht moet zijn op
                    duurzame aanvaarding van algemeen geaccepteerde arbeid dan wel
                    participatie.</al><al>De voorzieningen die worden aangeboden zijn niet langer opgenomen in dit
                    artikel. Hier is bewust voor gekozen, omdat het uitgangspunt is dat er maatwerk
                    voor de klant geleverd moet kunnen worden. Dat wil zeggen, dat in beginsel geen
                    enkel instrument / activiteit uitgesloten moet worden zolang aan de voorwaarden
                    wordt voldaan. De voorkeur zal hierbij echter eerst uitgaan naar instrumenten /
                    activiteiten die contractueel zijn ingekocht.</al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>De klant kan een vergoeding in de reiskosten worden verleend, of andere
                    vergoedingen die bijdragen aan het welslagen van het traject. Hierbij kan
                    gedacht worden aan het volgen van een training, coaching, opdoen van
                    werkervaring en sollicitatiegesprekken.</al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>Zonodig kan scholing worden ingezet.</al><al>In dit artikel is geregeld aan welke voorwaarden de inzet van dit instrument
                    moet voldoen.</al><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>Er is sprake van een generieke subsidieregeling die in zijn uitwerking
                    non-discriminatoir is voor alle ondernemingen in alle sectoren van de economie
                    in heel Nederland. Er is geen sprake van met staatsmiddelen bekostigd voordeel
                    voor bepaalde ondernemingen waardoor de mededinging wordt vervalst en het
                    interstatelijke handelsverkeer ongunstig wordt beïnvloed. Verder wordt gehandeld
                    conform de bepalingen in de Bijlage van de verzamelbrief d.d. 7 april 2004 van
                    het Ministerie van SZW, waardoor deze subsidieregeling niet hoeft te worden
                    gemeld bij de Europese Unie.</al><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>De hoogte van de loonkostensubsidie is afhankelijk van de duur van de
                    werkloosheid. Deze periode wordt niet alleen bepaald door de periode dat iemand
                    als werkzoekende ingeschreven staat bij het UWV WERKbedrijf. Op basis van
                        artikel 1, lid 2 onder m worden ook de
                    perioden dat iemand vanwege detentie, opvoeding van kinderen of alleen een
                    bijstandsuitkering heeft ontvangen, meegenomen.</al><al>Met betrekking tot het verstrekken van loonkostensubsidie wordt er vanuit
                    gegaan, dat de uitkeringsgerechtigde die bij een werkgever wordt geplaatst,
                    beschikt over een dusdanige arbeidsproductiviteit / capaciteit dat de werkgever
                    daar direct al voordeel van heeft. Het verstrekken van een loonkostensubsidie,
                    die de volledige brutoloonkosten dekt is dan ook niet reëel. Tevens wordt
                    aangenomen dat, in de loop van de tijd, de productiviteit van de
                    uitkeringsgerechtigde zal toenemen en de loonkostensubsidie als gevolg daarvan
                    kan worden verlaagd.</al><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>Soms is het noodzakelijk dat de uitkeringsgerechtigde, om een bepaalde functie
                    uit te kunnen oefenen, een korte cursus gaat volgen. Om dit mogelijk te maken
                    kan de werkgever een scholingsubsidie aanvragen. De hoogte van de
                    scholingsubsidie is afhankelijk van de periode van werkloosheid.</al><al><vet>Artikel 13</vet></al><al>Voorschotverlening is mogelijk.</al><al><vet>Artikel 14</vet></al><al>Aangegeven is waarbinnen de aanvraag dient te worden ingediend. Hiermee wordt
                    voorkomen, dat er blijvend aanspraak op subsidie kan worden gemaakt.</al><al><vet>Artikel 15</vet></al><al>Dit artikel moet voorkomen, dat het slagingspercentage van
                    re-integratiebedrijven of andere bedrijven waarmee de gemeente een contract
                    heeft gesloten, positief beïnvloed wordt door de inzet van werkgeverssubsidies.
                    De gemeente maakt met verschillende partijen afspraken over de bemiddeling van
                    werkzoekenden naar reguliere arbeid. Deze afspraken worden gemaakt op basis van
                    no cure no pay. Indien het re-integratiebedrijf vervolgens gebruik zou kunnen
                    maken van de werkgeverssubsidies, betaalt de gemeente dubbel voor hetzelfde
                    resultaat.</al><al><vet>Artikel 16</vet></al><al>Het kan bij een uitkeringsgerechtigde klant noodzakelijk zijn om niet alleen de
                    (volledige) arbeidsverplichtingen zoals bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=9">artikel 9 van de WWB</extref> op teleggen, maar daarnaast ook nog gebruik
                    te maken van de mogelijkheden die <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=55">artikel 55 van de WWB</extref> biedt. Dit kan bijvoorbeeld zijn het
                    verplicht meewerken aan een traject van derden zoals GGZ, Kentron of het
                    Veiligheidshuis.</al><al><vet>Artikel 17</vet></al><al>Bij een nugger kan geen terugvordering plaatsvinden op basis van de WWB.
                    Terugvordering zal moeten gebeuren op basis van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref>.</al><al><vet>Artikel 18</vet></al><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid premies te verstrekken voor zover dit naar het
                    oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de
                    uitkeringsgerechtigde.</al><al>Het college stelt in beleidsregels de voorwaarden voor het recht op een
                    dergelijke premie vast alsmede de hoogte hiervan.</al><al><vet>Artikel 19</vet></al><al>Participatiebanen bevorderen een actieve deelname aan de maatschappij. Het doel
                    om een participatiebaan aan te beiden is het voorkomen van isolement hetgeen een
                    aanzet kan zijn tot betaal de arbeid. Een participatiebaan is één van de
                    mogelijkheden die leiden tot betaalde arbeid en is onderdeel van een
                    re-integratietraject. De duur is 2 jaar met een mogelijkheid tot verlenging van
                    maximaal 2 jaar, indien hierdoor de kans op inschakeling .in het arbeidsproces
                    van betrokkene aanmerkelijk verbetert.</al><al><vet>Artikel 20</vet></al><al>De wijziging van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Stimulering%20arbeidsparticipatie">artikel 8 van de Wet en de invoering van de Wet Stimulering
                        arbeidsparticipatie</extref> (Wet Stap) verlangt regels ten aanzien van de
                    hoogte van de premie, inzet van scholing of opleiding bij personen die
                    onbeloonde additionele arbeid verrichten.</al><al>Voor zover de belanghebbende niet over een startkwalificatie beschikt, wordt
                    door het college binnen 6 maanden na aanvang van de onbetaalde additionele
                    werkzaamheden, bekeken in hoeverre scholing of opleiding kan bijdrage aan
                    vergroting van de kansen op inschakeling in het arbeidsproces.</al><al>De Wet Stap kent geen overgangsrecht zodat op dit moment dat iemand die langer
                    dan 6 maanden additionele arbeid verricht ook recht kan doen gelden op een
                    premie en op een scholingsaanbod. De maximale termijn dat een participatieplaats
                    kan worden vervuld is wettelijk op 4 jaar gesteld. Het staat de gemeente vrij om
                    een kortere termijn te kiezen.</al><al>Iedere zes maanden zal beoordeeld moeten worden of verlenging van de premie kan
                    plaatsvinden.</al><al><vet>Artikel 21</vet></al><al>Dit artikel voorziet in een overgangsregeling voor personen die onder het regime
                    van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20bijstandswet">Algemene bijstandswet</extref> nog uitgestroomd zijn dan wel anderszins en
                    waarvan pas in 2004 kan worden vastgesteld of deze uitstroom een duurzaam
                    karakter kent waardoor recht ontstaat op een premie op grond van de
                    Wiw-subsidieverordening.</al><al>Met het beëindigen van de banenpool werden de hierin nog werkzame personen,
                    overgebracht naar de Wiw. Daarbij is hen een baangarantie gegeven zodat voor
                    deze groep ook na 1 januari 2004 de subsidie gecontinueerd wordt.</al><al>Het college stelt jaarlijks de hoogte van de indexering van deze
                    subsidiebedragen vast. Achterliggende gedachte hierbij, is dat de gevolgen van
                    een eventuele stijging van het wettelijk minimumloon (welke als basis voor de
                    hoogte van het salaris geldt) dan niet op de instellingen wordt
                    afgewenteld.</al><al>Voor de indexering wordt hierbij uitgegaan van de door het CBS gehanteerde
                    indexcijfer gerelateerd aan de contractuele loonkosten.</al><al><vet>Artikel 22</vet></al><al>Dit artikel sluit aan bij het uitgangspunt dat jongeren tot 27 jaar in principe
                    eerst een startkwalificatie moeten halen. Wel is het zo, dat het realistisch is
                    te veronderstellen dat dit niet voor iedereen is weggelegd en er dus
                    uitzonderingen mogelijk moeten blijven.</al><al><vet>Artikel 23</vet></al><al>Dit artikel heeft betrekking op de hardheidsclausule en maakt het mogelijk in
                    het voordeel van de cliënt af te wijken van hetgeen in de verordening is
                    vastgelegd.</al><al><vet>Artikel 24</vet></al><al>Het college beslist in gevallen waarin deze verordening onverhoop niet
                    voorziet.</al><al><vet>Artikel 25</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al><vet>Artikel 26</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al><vet>Artikel 27</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al><vet>Artikel 28</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>