<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72736_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemeen Plaatselijke Verordening gemeente Hilvarenbeek 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hilvarenbeek</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hilvarenbeek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>APV 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">1. Gemeentewet, artikel 147 en 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">2. Wet Bibob, artikel 7</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">3. Besluit Bibob, artikel 4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BW 26 oktober 2010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemeen Plaatselijke Verordening gemeente Hilvarenbeek 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>a. openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder
                            begrepen de weg als bedoeld onder b;b. weg: weg, als bedoeld in artikel
                            1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;c. openbaar water:
                            wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk
                            zijn;d. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                            staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede
                            lid, van de Wegenwet;e. rechthebbende: degene die over een zaak
                            zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;f.
                            bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening van
                            de gemeente Hilvarenbeek;g. gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1,
                            eerste lid, onder c, van de Woningwet;h. handelsreclame: iedere openbare
                            aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een
                            commercieel belang te dienen;i. bevoegd gezag: bestuursorgaan als
                            bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen
                            omgevingsrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                    vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van
                                    ontvangst van de aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                    verlengen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist
                                    wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel
                                    2:11 of artikel 4:11.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                    ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                    aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                    bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></li><li nr="2."><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen,
                                    vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde
                                    termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en
                                    beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen
                                    strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen
                                    in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.</al></li><li nr="2."><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                    verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na
                                    te komen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>Elke vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of
                            krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de
                            vergunning zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:a.
                            indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                            verstrekt;b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden
                            of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning,
                            intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de
                            belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is
                            vereist;c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                            voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;d. indien van
                            de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin
                            gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn,
                            binnen een redelijke termijn;e. indien de houder dit verzoekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:a. de openbare orde;b.
                            de openbare veiligheid;c. de volksgezondheid;d. de bescherming van het
                            milieu</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de
                            volgende artikelen in deze verordening:- Artikel 2:9: Ontheffing van het
                            verbod optreden als straatartiest;- Artikel 5:23: Vergunning organisatie
                            snuffelmarkt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                            volgende artikelen in deze verordening:- Artikel: 2:25 Vergunning
                            evenementen;- Artikel 2:28 Exploitatievergunning horeca;- Artikel 2:39:
                            Exploitatievergunning speelgelegenheid;- Artikel 3:4: Vergunning
                            seksinrichting;- Artikel 4:18: Ontheffing van het verbod tot recreatief
                            nachtverblijf buiten kampeerterreinen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></li><li nr="2."><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                        waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of
                                        bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende
                                        gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te
                                        ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                        samenscholing, is verplicht op bevel van een ambtenaar van
                                        politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem
                                        aangewezen richting te verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                        plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in
                                        het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                        ongeregeldheden zijn afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                        betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel/></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                        betoging te houden, geeft daarvan voor de openbare
                                        aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt
                                        gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de
                                        betoging houdt;b. het doel van de betoging;c. de datum
                                        waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van
                                        aanvang en van beëindiging;d. de plaats en, voorzover van
                                        toepassing, de route en de plaats van beëindiging;e.
                                        voorzover van toepassing, de wijze van samenstelling;f.
                                        maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om
                                        een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li><li nr="3."><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                        waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></li><li nr="4."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt
                                        op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                        algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                        uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                        voorafgaande werkdag.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                        eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                        kennisgeving in behandeling nemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel/></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel/></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                        afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk
                                        aan te bieden op door het college aangewezen openbare
                                        plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of
                                        het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                        afbeeldingen.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel/></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel/></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                        straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te
                                        treden op door de burgemeester in het belang van de openbare
                                        orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het
                                        milieu aangewezen openbare plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie ervan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te
                                        gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan,
                                        als:a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                        gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                        doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering
                                        kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de
                                        weg;b. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                        verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                        orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten
                                        aanzien van terrassen en uitstallingen.</al></li><li nr="3."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
                                        in het eerste lid gestelde verbod.</al></li><li nr="4."><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor
                                        het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                        activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid,
                                        onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a. evenementen
                                        als bedoeld in artikel 2:24;b. standplaatsen als bedoeld in
                                        artikel 5:19.</al></li><li nr="6."><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet
                                        voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                        een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken,
                                        in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                        wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                                        brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning wordt verleenda. als omgevingsvergunning door
                                        het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij
                                        een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                        voorbereidingsbesluit;b. door het college in de overige
                                        gevallen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij
                                        het uitvoeren van hun publieke taak.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin
                                        geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
                                        Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het
                                        Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de
                                        Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                        Telecommunicatieverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of
                                        verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de
                                        weg:a. indien degene die voornemens is een uitweg te maken
                                        naar de weg of verandering te brengen in een bestaande
                                        uitweg naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft
                                        gedaan aan het college, onder indiening van een
                                        situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de
                                        bestaande situatie;b. indien het college het maken of
                                        veranderen van de uitweg heeft verboden.</al></li><li nr="2."><al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg:
                                        a. indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                        gebracht;b. indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van
                                        een openbare parkeerplaats;c. indien het openbaar groen
                                        daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;d. indien
                                        er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een
                                        andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede
                                        uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het
                                        openbaar groen.</al></li><li nr="3."><al>De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet
                                        binnen acht weken na ontvangst van de melding heeft beslist
                                        dat de gewenste uitweg wordt verboden.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                        Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het
                                        Provinciaal wegenreglement.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel/></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>1. De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                        beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                        winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de
                                        naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in
                                        de omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare
                                        plaats achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen
                                        of te doen verwijderen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daarvoor op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>1. Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg
                                        gelegen betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar
                                        voor de veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                        aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>1. Het is verboden te roken in bossen, op heide of
                                        veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand
                                        van dertig meter daarvan gedurende een door het college
                                        aangewezen periode.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel
                                        in duingebieden of binnen een afstand van honderd meter
                                        daarvan, voorzover het de open lucht betreft, brandende of
                                        smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te
                                        laten liggen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                        voorzover in her daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                        Strafrecht.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                        voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                        erven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten
                                        dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of
                                        voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare
                                        verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                        verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                        Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>1. Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan
                                        weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van
                                        bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand
                                        houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken
                                        als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                        bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                        objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>1. Het is verboden:a. voor het publiek toegankelijke
                                        ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren
                                        of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of
                                        in gevaar te brengen;b. bakens of andere voorwerpen ten
                                        behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde
                                        ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of
                                        op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of
                                        te belemmeren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of
                                        de Provinciale vaarwegenverordening.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                        publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met
                                        uitzondering van:a. bioscoopvoorstellingen;b. markten als
                                        bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                        Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;c.
                                        kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;d. het in
                                        een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet
                                        gelegenheid geven tot dansen;e. betogingen, samenkomsten en
                                        vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare
                                        manifestaties;f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en
                                        2:39 van deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan: a. een
                                        herdenkingsplechtigheid;b. een braderie;c. een optocht, niet
                                        zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze
                                        verordening, op de weg;d. een feest, muziekvoorstelling of
                                        wedstrijd op of aan de weg;e. een klein evenement.</al></li><li nr="3."><al>Onder klein evenement wordt verstaan een straatfeest of
                                        buurtbarbecue op een dag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        evenement te organiseren.</al></li><li nr="2."><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien
                                        aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. het aantal
                                        aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen;b. het
                                        evenement tussen 9.00 en 23.00 uur plaats vindt;c. geen
                                        muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00
                                        uur;d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                        (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een
                                        belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;e.
                                        slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte
                                        van minder dan 10 m² per object;f. er een organisator is;g.
                                        de organisator binnen 10 werkdagen voorafgaand aan het
                                        evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                        burgemeester.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de
                                        melding besluiten het organiseren van een evenement als
                                        bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de
                                        openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of
                                        het milieu in gevaar komt.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd
                                        op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp
                                        wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de
                                        Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:a. openbare inrichting: de
                                voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig
                                of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt
                                of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                                consumptie worden verstrekt of bereid. Onder een openbare inrichting
                                wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café,
                                cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder
                                openbare inrichting wordt tevens verstaan een bij deze inrichting
                                behorend terras en andere aanhorigheden;b. terras: een buiten de
                                besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar
                                sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
                                dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie
                                kunnen worden bereid of verstrekt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren
                                        zonder vergunning van de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie
                                        van de openbare inrichting in strijd is met het geldend
                                        bestemmingsplan.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester
                                        de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar
                                        zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                        leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de
                                        openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                                        beïnvloed.</al></li><li nr="4."><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting met
                                        een kleinschalig karakter die zich bevindt in a. een winkel
                                        als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover
                                        de activiteiten van de openbare inrichting een
                                        nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;b. een
                                        zorginstelling, mits ondergeschikt aan en enkel gericht op
                                        de gebruikers van de zorginstelling;c. een museum, mits
                                        ondergeschikt aan en enkel gericht op de gebruikers van het
                                        museum; ofd. een bedrijfskantine of – restaurant.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve
                                        vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan
                                        openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in
                                        artikel 1 van de Drank- en Horecawet, indien a. zich in de
                                        zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze
                                        bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast
                                        op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of
                                        bij de inrichting, dan welb. de inrichting zich nieuw in de
                                        gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen
                                        als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde
                                        lid.</al></li><li nr="6."><al>De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident
                                        heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Openbare inrichtingen zijn gesloten op:a. maandag tot en met
                                        vrijdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur;b. op zaterdag en
                                        zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur;c. kermisdagen met
                                        uitzondering van de laatste kermisdag tussen 02.00 uur en
                                        06.00 uur;d. maandag en dinsdag tijdens carnaval tussen
                                        02.00 uur en 06.00 uur.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers
                                        geopend te hebben of bezoekers in de inrichting te laten
                                        verblijven na sluitingstijd.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de
                                        sluitingstijd.</al></li><li nr="4."><al>Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28,
                                        vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor
                                        de winkel.</al></li><li nr="5."><al>Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing in die
                                        situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is
                                        voorzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                        veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                        bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare
                                        inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of
                                        tijdelijk sluiting bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties
                                        waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichtinga. de orde te verstoren;b.
                                zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de
                                inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens
                                het eerste lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar
                                        als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van
                                        bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het
                                        Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat
                                        een handelaar of een voor hem handelend persoon in dat
                                        bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere
                                        wijze overdraagt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28
                                tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><al>[gereserveerd]</al><al><vet>Paragraaf 8.1 Exploitatie growshops en smartshops</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:a. inrichting: een voor het
                                publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang
                                alsof zij bedrijfsmatig is of anders dan om niet, handelingen en
                                werkzaamheden worden verricht die verband houden met dan wel
                                inherent zijn aan het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk
                                verkeer wordt aangeduid als een smartshop of growshop; het gaat hier
                                zowel om groothandels- als om detailhandelszaken.b. exploitant: de
                                natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun
                                gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt
                                geëxploiteerd.c. leidinggevende: de exploitant alsmede andere
                                natuurlijke personen, die algemene of onmiddellijke leiding geeft
                                aan de exploitatie van de inrichting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>Exploitatie inrichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de exploitant verboden zonder vergunning van de
                                        burgemeester een inrichting te exploiteren.</al></li><li nr="2."><al>Voor de exploitatie wordt maximaal één vergunning verleend
                                        (maximumstelsel). </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34c</nr><titel>Gedragseisen</titel></kop><al>Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:34b
                                dienen leidinggevenden te voldoen aan de navolgende eisen:a. zij
                                staan niet onder curatele dan wel ontzet uit de ouderlijke macht of
                                voogdij; b. zij zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de
                                voogdij; c. zij hebben de leeftijd van 21 jaar bereikt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34d</nr><titel>Vergunningaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het verkrijgen van een vergunning moet een aanvraag bij
                                        de burgemeester worden ingediend aan de hand van een door de
                                        burgemeester vast te stellen formulier.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester beschikt binnen twaalf weken op een
                                        vergunningaanvraag. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34e</nr><titel>Weigering vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester weigert de vergunning, indien het in artikel
                                        2:34b bedoelde maximum voor growshops respectievelijk
                                        smartshops is bereikt.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester weigert de vergunning, indien de vestiging
                                        of exploitatie van de inrichting in strijd is met het
                                        geldende bestemmingsplan of een geldende
                                        Leefmilieuverordening.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan de vergunning weigeren, indien naar zijn
                                        oordeel moet worden aangenomen, dat de woon- en leefsituatie
                                        in de omgeving van de inrichting of de openbare orde op
                                        ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed of zal worden
                                        beïnvloed door de aanwezigheid van de inrichting. </al></li><li nr="4."><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de
                                        leidinggevenden niet voldoen aan de in artikel 2:34c
                                        opgenomen gedragseisen.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de aanvrager
                                        geen verklaring omtrent gedrag overlegt die uiterlijk drie
                                        maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is
                                        ingediend, is afgegeven.</al></li><li nr="6."><al>De burgemeester kan de vergunning eveneens weigeren, indien
                                        de exploitant van een inrichting na inwerkingtreding van dit
                                        artikel binnen drie jaar voor indiening van de
                                        vergunningaanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd of
                                        daar leiding aan heeft gegeven, die wegens het aantasten van
                                        de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat
                                        daaronder begrepen, dan wel op basis van artikel 13b
                                        Opiumwet gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning
                                        om die reden is ingetrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34f</nr><titel>Intrekking vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt een eenmaal
                                        verleende vergunning ingetrokken, indien niet langer voldaan
                                        wordt aan de in artikel 2:34c gestelde eisen.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan de vergunning ook intrekken, indien: a.
                                        aannemelijk is dat de exploitant of andere leidinggevenden
                                        betrokken zijn bij of ernstige nalatigheid kan worden
                                        verweten bij activiteiten als bedoeld in artikel 3
                                        Opiumwet.b. dit anderszins noodzakelijk is in het belang van
                                        de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat
                                        daaronder begrepen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34g</nr><titel>Aanwezigheid leidinggevende</titel></kop><al>Het is verboden een inrichting voor het publiek geopend te hebben
                                indien in de inrichting geen leidinggevende aanwezig is die vermeld
                                staat op de exploitatievergunning. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34h</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer er een verandering van omstandigheden optreedt,
                                        waardoor er een wijziging in de vergunning dient te komen,
                                        dient de exploitant onverwijld een wijzigingsaanvraag in te
                                        dienen.</al></li><li nr="2."><al>Indien de aanvraag niet is ingediend binnen een maand na de
                                        verandering van omstandigheden, kan de burgemeester de
                                        verleende vergunning intrekken.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel/></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                        publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                        geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                        inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
                                        verloren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                        verbod is niet van toepassing op: a. speelautomatenhallen
                                        waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van
                                        de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend;b.
                                        speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de
                                        Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;c.
                                        speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                        kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                        kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                        bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de
                                        handeling als bedoeld in artikel l, onder a, van de Wet op
                                        de kansspelen te verrichten.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning: a. indien naar zijn
                                        oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie
                                        in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde
                                        op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de
                                        exploitatie van de speelgelegenheid;b. indien de exploitatie
                                        van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend
                                        bestemmingsplan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:a. Wet: de Wet op de
                                        kansspelen;b. kansspelautomaat: automaat als bedoeld in
                                        artikel 30, onder c. van de Wet; c. hoogdrempelige
                                        inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d,
                                        van de Wet; d. laagdrempelige inrichting: inrichting als
                                        bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li><li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2
                                        kansspelautomaten toegestaan.</al></li><li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                        toegestaan.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de
                                        Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek
                                        toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                        behorend erf te betreden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                        gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk
                                        lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een
                                        voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal
                                        behorend erf te betreden.</al></li><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in
                                        de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                        is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te
                                        bekrassen of te bekladden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                        rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a. een
                                        aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding
                                        aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te
                                        brengen of te doen aanbrengen;b. met kalk, krijt, teer of
                                        een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of
                                        teken aan te brengen of te doen aanbrengen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden
                                        te gebruiken voor bet aanbrengen van handelsreclame.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking
                                        mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                        bekendmakingen.</al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                        toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                        diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of
                                        bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk,
                                        teer, kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde
                                        materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn
                                        bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen
                                        te vervoeren of bij zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                        gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                        niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                        handelingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente
                                in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen,
                                groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of
                                paden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                        rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de
                                        zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden
                                        redelijkerwijs wordt vereist.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.
                                    </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:a. op een openbare plaats te klimmen of zich
                                        te bevinden op een beeld, monument, overkapping,
                                        constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig,
                                        hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en
                                        daarvoor niet bestemd straatmeubilair;b. zich op een
                                        openbare plaats zodanig op te houden dat aan weggebruikers
                                        of bewoners van nabij de weg gelegen woningen onnodig
                                        overlast of hinder wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van
                                        het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt
                                        van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende
                                        drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en
                                        dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in liet eerste lid geldt niet voor: a. een
                                        terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in
                                        artikel 1 van de Drank- en Horecawet;b. de plaats niet
                                        zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een
                                        ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en
                                        Horecawet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:a. zich zonder redelijk doel in een portiek
                                        of poort op te houden;b. zonder redelijk doel in, op of
                                        tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten
                                        of te liggen.</al></li><li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van
                                        flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke
                                        meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek
                                        toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te
                                        bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde
                                        ruimte van zo'n gebouw.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:a. dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van
                                de gebruiker van dat gebouw of dat portiek;b. daardoor die ingang
                                versperd wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel
                                        een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de
                                        kennelijke bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit
                                        gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindende persoon,
                                        te bespieden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig
                                        ander optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen
                                        of woonschip bevindende persoon te bespieden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel/></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel/></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel/></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
                                        te laten verblijven of te laten lopen:a. binnen de bebouwde
                                        kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is;b. op een
                                        voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                        ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op
                                        een andere door het college aangewezen plaats;c. op de weg
                                        zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander
                                        identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet
                                        kennen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd
                                        in het eerste lid onder a niet geldt.</al></li><li nr="3."><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden
                                        niet voorzover de eigenaar of houder van een hond zich
                                        vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden
                                        of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar
                                        gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te
                                        zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:a. op
                                        een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor
                                        het verkeer van voetgangers;b. op een voor het publiek
                                        toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte
                                        kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;c. op een andere
                                        door het college aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd
                                        in het eerste lid, onder a niet geldt.</al></li><li nr="3."><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste
                                        lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of
                                        houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen
                                        onmiddellijk worden verwijderd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
                                        te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats
                                        of op het terrein van een ander:a. anders dan kort
                                        aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of de houder
                                        heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of
                                        hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het
                                        gedrag van die hond noodzakelijk vindt;b. anders dan kort
                                        aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat het college
                                        aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
                                        hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en
                                        muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond
                                        noodzakelijk vindt.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder
                                        c, geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat
                                        de hond voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet-
                                        verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of de
                                        buikwand.</al></li><li nr="3."><al>In het eerste lid wordt verstaan onder: a. muilkorf: een
                                        muilkorf als bedoeld in artikel l, onder d, van de Regeling
                                        agressieve dieren;b. kort aanlijnen: aanlijnen van een hond
                                        met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband,
                                        die niet langer is dan 1,50 meter.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve
                                        dieren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                        verboden is daarbij aangeduide dieren:a. aanwezig te hebben,
                                        ofb. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                        door hen gestelde regels, ofc. aanwezig te hebben tot een
                                        groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                        plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                        aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door
                                        het college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in
                                        een groter aantal dan door het college is aangegeven.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak
                                        gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen
                                        gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het
                                        tweede lid gestelde verbod.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel/></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat
                                        die duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00
                                        uur in een door het college te bepalen tijdvak dat ligt
                                        tussen 1 maart en 1 juni.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gesteld gebod.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        Provinciale ophokverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bijen te houden:a. binnen een afstand van
                                        dertig meter van woningen of andere gebouwen waar overdag
                                        mensen verblijven;b. binnen een afstand van dertig meter van
                                        de weg.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op
                                        een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of
                                        kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte
                                        of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en
                                        invliegen van de bijen te voorkomen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod
                                        geldt niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de
                                        woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod
                                        geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                        voorzien door het Provinciaal wegenreglement
                                        Noord-Brabant.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64a</nr><titel>Vernietiging van rupsen en rupsennesten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, hetzij bij openbare kennisgeving ten
                                        aanzien van het gehele gebied van de gemeente of van
                                        bepaalde delen daarvan, hetzij bij persoonlijke kennisgeving
                                        aan de rechthebbende van een of meer bepaalde percelen
                                        mededelen, dat zij het noodzakelijk acht, dat aldaar in
                                        bomen of ander houtgewas voorkomende rupsen en rupsennesten
                                        verwijderd en vernietigd worden vóór een bij die
                                        kennisgeving bepaalde datum.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende op percelen binnen het bij die openbare
                                        kennisgeving aangewezen gebied of van de in de persoonlijke
                                        kennisgeving aangeduide percelen is verplicht vóór de door
                                        het college bepaalde datum te zorgen, dat de in bomen of
                                        ander houtgewas op zijn perceel voorkomende rupsen en
                                        rupsennesten verwijderd en vernietigd zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om
                                geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                        gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op
                                        andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of
                                        namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin
                                        vermeldt hij onverwijld:a. het volgnummer van de aantekening
                                        met betrekking tot het goed;b. de datum van verkoop of
                                        overdracht van het goed;c. een omschrijving van het goed,
                                        daaronder begrepen - voorzover dat mogelijk is - soort, merk
                                        en nummer van het goed;d. de verkoopprijs of andere
                                        voorwaarden voor overdracht van het goed;e. de naam en het
                                        adres van degene die het goed heeft verkregen.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                        verplichtingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar af een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="1."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:a. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                        vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn
                                        onderneming behorende vestiging;b. van een verandering van
                                        de onder 1, sub a, bedoelde adressen;c. als hij het beroep
                                        van handelaar niet langer uitoefent;d. dat hij enig goed kan
                                        verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is
                                        of voor de rechthebbende verloren is gegaan;</al></li><li nr="2."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="3."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="4."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel/></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel/></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                het college van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden
                                gevestigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door
                                        het college in het belang van de voorkoming van gevaar,
                                        schade of overlast aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats
                                        te bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan
                                        veroorzaken.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                        voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                        Strafrecht.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:47, 2:48,
                                2:49, 2:50, 2:73 of 5:34 van deze verordening groepsgewijs niet
                                naleven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet
                                besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur
                                ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats. </al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:a. prostitutie: het zich
                                beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met
                                een ander tegen vergoeding;b. prostituee: degene die zich
                                beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met
                                een ander tegen vergoeding;c. seksinrichting: de voor het publiek
                                toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang
                                alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een
                                seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop,
                                seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een
                                prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;d.
                                escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan
                                in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;e. sekswinkel: de voor het
                                publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen
                                van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden
                                verkocht of verhuurd;f. exploitant: de natuurlijke persoon of
                                personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting
                                of escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde
                                natuurlijke persoon of personen;g. beheerder: de natuurlijke persoon
                                of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan
                                wel uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;h. bezoeker:
                                degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering
                                van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee; </al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2
                                        van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                        exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                        bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning worden in
                                        ieder geval vermeld: a. de persoonsgegevens van de
                                        exploitant;b. de persoonsgegevens van de beheerder; enc. de
                                        aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder:a. staat niet onder curatele
                                        en is niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;b.
                                        is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; enc. heeft
                                        de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li><li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant
                                        en de beheerder niet: a. met toepassing van de artikel 37
                                        van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch
                                        ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van
                                        het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;b. binnen
                                        de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                        onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer
                                        door de rechter in Nederland, Curaçao, Aruba of Sint
                                        Maarten, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf
                                        waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige
                                        hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek
                                        van Strafvordering is toegelaten;c. binnen de laatste vijf
                                        jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken
                                        onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                        geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf
                                        als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het
                                        Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens
                                        overtreding van: - bepalingen gesteld bij of krachtens de
                                        Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                        Wet arbeid vreemdelingen;- de artikelen 137c tot en met
                                        137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273f,
                                        300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453
                                        van het Wetboek van Strafrecht;- de artikelen 8 en 162,
                                        derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto
                                        artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;- de artikelen 1,
                                        onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de
                                        kansspelen;- de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                        weerkorpsen; - de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                        munitie.</al></li><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
                                        gelijk gesteld: a. vrijwillige betaling van een geldsom als
                                        bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek
                                        van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                        Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                        minder dan 375 euro bedraagt;b. een bevel tot
                                        tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.</al></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:
                                        a. bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                        de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;b.
                                        bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li><li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                        geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting
                                        of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het
                                        bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de
                                        vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is
                                        ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem terzake geen
                                        verwijt treft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                        hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                        verblijven:a. op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 en
                                        06.00 uur;b. op zaterdag en zondag tussen 02.00 en 06.00
                                        uur.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een
                                        voorschrift als bedoeld in artikel 1:4 voor een
                                        afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden
                                        vaststellen.</al></li><li nr="3."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin
                                        te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting
                                        krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens
                                        artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                        voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
                                        door de op de Wet milieubeheer gebaseerde
                                        voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
                                        belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in
                                        dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:a. tijdelijk
                                        andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid,
                                        geldende sluitingsuren vaststellen;b. van een afzonderlijke
                                        seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of
                                        algehele sluiting bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene
                                        wet bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in
                                        het eerste lid bedoelde besluit bekend overeenkomstig
                                        artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                        hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                        vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting
                                        aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat
                                        in de seksinrichting: a. geen strafbare feiten plaatsvinden,
                                        waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV
                                        (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de
                                        persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal)
                                        en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                        Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie;
                                        enb. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                        strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                        of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of
                                        op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit
                                        te nodigen dan wel aan te lokken:a. op of aan andere dan
                                        door het college aangewezen wegen of gebieden;b. gedurende
                                        andere dan door het college vastgestelde tijden.</al></li><li nr="2."><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid
                                        gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden
                                        gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                        verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
                                        belangen kan door politieambtenaren aan personen die zich
                                        bevinden op de wegen en gedurende de tijden bedoeld in het
                                        eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in
                                        een bepaalde richting te verwijderen.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13,
                                        tweede lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste
                                        eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid
                                        hij besluit verbieden zich gedurende bepaalde termijn,
                                        anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden
                                        op of aan de wegen en op de tijden bedoeld in het eerste
                                        lid.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde
                                        verbod indien dat in verband met de persoonlijke
                                        omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.</al></li><li nr="6."><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                        burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde
                                        lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden
                                        daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen,
                                        gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                        erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen,
                                        aan te bieden of aan te brengen:a. indien het bevoegd
                                        bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat
                                        de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen
                                        daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in
                                        gevaar brengt;b. anders dan overeenkomstig de door het
                                        bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of
                                        de woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                        opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken
                                        dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van
                                        gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                        van de Grondwet.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn: weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag
                                        om vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen
                                        twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                        twaalf weken verdagen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                        geweigerd indien:a. de exploitant of de beheerder niet
                                        voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen;b. de vestiging
                                        of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf
                                        in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                        stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;c. er
                                        aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                        escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                        strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of
                                        met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                        Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in
                                        artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of
                                        vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden
                                        geweigerd in het belang van: a. de openbare orde;b. het
                                        voorkomen of beperken van overlast;c. het voorkomen of
                                        beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;d. de
                                        veiligheid van personen of goederen;e. de verkeersvrijheid
                                        of -veiligheid;f. de gezondheid of zedelijkheid;g. de
                                        arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                        vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                        seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                        beëindigd.</al></li><li nr="2."><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de
                                        exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis
                                        aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g,
                                        het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                        feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan
                                        binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer
                                        schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                        indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de
                                        exploitant heeft besloten de verleende vergunning
                                        overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het
                                        bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is
                                        van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan
                                        het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder
                                        zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede
                                        lid heeft ingediend, totdat op de aanvraag is besloten.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:a. Besluit: het Besluit
                                algemene regels voor inrichtingen milieubeheer;b. inrichting:
                                inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit;c. houder van
                                een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder
                                of anderszins een inrichting drijft;d. collectieve festiviteit:
                                festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal
                                inrichtingen is verbonden;e. incidentele festiviteit: festiviteit of
                                activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal
                                inrichtingen;f. geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die
                                op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende
                                bij de betreffende inrichting;g. geluidsgevoelige terreinen:
                                terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden
                                aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van
                                terreinen behorende bij de betreffende inrichting;h. onversterkte
                                muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en
                                        2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening
                                        gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te
                                        wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te
                                        wijzen dagen of dagdelen.</al></li><li nr="2."><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve
                                        van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel
                                        4.113, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het
                                        college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                        festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                        dagdelen.</al></li><li nr="3."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid,
                                        kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in
                                        een of meer van de volgende delen: Baarschot,
                                        Biest-Houtakker, Diessen, Esbeek, Haghorst en
                                        Hilvarenbeek.</al></li><li nr="4."><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor
                                        het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                        redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit
                                        terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het
                                        eerste lid aanwijzen.</al></li><li nr="6."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                        inrichting, bedraagt niet meer dan 50 dB(A), gemeten op de
                                        gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5
                                        meter.</al></li><li nr="7."><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                        onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                        muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie
                                        buiten beschouwing gelaten.</al></li><li nr="8."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten
                                        gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm
                                        als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en2.20 van het
                                        Besluit en artikel 4:5 van deze verordening- uiterlijk om
                                        2.00 uur te worden beëindigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 8 incidentele
                                        festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                        geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                        van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                        toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                        twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                        daarvan in kennis heeft gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 8
                                        incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting
                                        langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten
                                        waarbij artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit niet van
                                        toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste
                                        tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het
                                        college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                        kennisgeving.</al></li><li nr="4."><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                        formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                        ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></li><li nr="5."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer
                                        het college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                        incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                        was, terstond toestaat.</al></li><li nr="6."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                        inrichting bedraagt niet meer dan 50 dB(A), gemeten op de
                                        gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5
                                        meter.</al></li><li nr="7."><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                        onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                        muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie
                                        buiten beschouwen gelaten.</al></li><li nr="8."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten
                                        gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm
                                        als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het
                                        Besluit en artikel 4:5 van deze verordening – op maandag tot
                                        en met vrijdag uiterlijk om 1.00 uur en op zaterdag en
                                        zondag uiterlijk om 2.00 uur beëindigd.</al></li><li nr="9."><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                        bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                        buitenruimte.</al></li><li nr="10."><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                        deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten
                                        van personen of goederen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel/></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                        bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid
                                        van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen
                                        tabel van toepassing, met dien verstande dat:a. de in de
                                        tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige
                                        gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige
                                        gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid
                                        uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;b. de in de
                                        tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                        gevoelige terreinen op de grens van het terrein;c. de
                                        waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover
                                        het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en
                                        verblijfsruimten;d. bij het bepalen van de geluidsniveaus
                                        zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt
                                        toegepast.e. Tabel e </al></li><li nr="2."><al>Voor de duur van 10 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met
                                        onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd
                                        als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3
                                        van deze verordening van toepassing is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten
                                        in werking te hebben of handelingen te verrichten op een
                                        zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                        geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                        Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het
                                        Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening
                                        Noord-Brabant.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6a</nr><titel>Mosquito</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een
                                        apparaat dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke
                                        hoge pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg
                                        te houden van plaatsen waar zij overlast veroorzaken.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de
                                        burgemeester in het belang van de openbare orde besluiten op
                                        een openbare plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken
                                        ernstige overlast door jongeren op die plaats.</al></li><li nr="3."><al>De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar
                                        gemaakt op de plaats waar deze is aangebracht.</al></li><li nr="4."><al>Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat
                                        overlast redelijkerwijs valt te verwachten.</al></li><li nr="5."><al>Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten
                                        hoogste 6 maanden. De burgemeester kan die periode telkens
                                        met een periode van ten hoogste 2 maanden verlengen.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: a. boom: een houtachtig,
                                opgaand gewas, zowel levend als afgestorven, met een dwarsdoorsnede
                                van de stam van minimaal 20 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het
                                maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste
                                stam. In afwijking van het hiervoor gestelde kan de dwarsdoorsnede
                                kleiner zijn dan 20 cm op 1,3 meter boven het maaiveld, indien
                                sprake is van een houtopstand in het kader van een herplant of
                                instandhoudingsplicht als bedoeld in artikel 14:11f; b. houtopstand:
                                één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen,
                                mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere
                                (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van
                                bosplantsoen, een struweel of een heg, met de onder sub a genoemde
                                minimale dwarsdoorsnede;c. hakhout: een of meer bomen die na te zijn
                                geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;d. vellen: rooien; kappen;
                                verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het
                                wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van
                                handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige
                                beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge
                                kunnen hebben;e. rooien: het geheel verwijderen van het boven- en
                                ondergrondse deel van de houtopstand;f. kappen: het geheel of
                                grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de
                                houtopstand;g. kandelaberen: het terugsnoeien van de kroon tot een
                                hoofdstam met takstompen. Met als richtlijn dat de lengte van de
                                takstomp 8-maal de doorsnede van de tak moet zijn en dat de takken
                                ongeveer op dezelfde lengte vanaf de stam afgezet worden;h. dunning:
                                velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand;i.
                                bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge
                                artikel 1, vijfde lid, van de Boswet;j. landbouwgrond: grond waarop
                                een vorm van de volgende cultuur bedreven wordt: akkerbouw,
                                veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw - daaronder begrepen
                                fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen - teelt
                                van griendhout en elke andere vorm van bodemcultuur hier te lande
                                met uitzondering van bosbouw;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel/></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11a</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                        houtopstand te vellen of te doen vellen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:a.
                                        gemeentelijke en particuliere houtopstanden met een
                                        dwarsdoorsnede kleiner dan 20 cm op 1,3 meter boven het
                                        maaiveld met uitzondering van bomen en houtopstanden welke
                                        zijn geplant in het kader van de in artikelen 4.11f van deze
                                        afdeling bedoelde herplant;b. houtopstanden op private
                                        percelen met een totaaloppervlakte kleiner dan 250m2
                                        grondoppervlakte inclusief bebouwing binnen de bebouwde
                                        kom;c. wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs
                                        landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren
                                        of wilgen, tenzij deze zijn geknot;d. kweekgoed;e. het
                                        periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                        reguliere onderhoud;f. het periodiek knotten of kandelaberen
                                        als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen,
                                        gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van regulier
                                        onderhoud, met uitzondering van de eerste maal voor het
                                        kandalaberen van een of meerdere specifieke bomen;g.
                                        windschermen om boomgaarden;h. fruit- en vruchtbomen welke
                                        aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden gekweekt ten
                                        behoeve van fruit- en vruchtteelt;i. fijnsparren of andere
                                        coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen
                                        als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder
                                        bestemde terreinen;j. houtopstand die deel uitmaakt van als
                                        zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen
                                        en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand
                                        een zelfstandige eenheid vormt die- ofwel geen grotere
                                        oppervlakte beslaat dan 10 are;- ofwel bestaat uit
                                        rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het
                                        totale aantal rijen;k. houtopstand die moet worden geveld
                                        krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving
                                        of last van het bevoegd gezag, zulks onverminderd het
                                        bepaalde in artikel 4:11e en 4:11f.</al></li><li nr="3."><al>Indien voor het vellen van houtopstand reeds een
                                        aanlegvergunning wordt vereist op grond van een
                                        rechtsgeldigheid bestemmingsplan wordt bij verle¬ning van
                                        deze aanlegvergunning de vergunning als bedoeld in het
                                        eerste lid geacht te zijn verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11b</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel
                                        met toestem¬ming van degene die krachtens zakelijk recht of
                                        door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid
                                        gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning moet schriftelijk en gemotiveerd, onder
                                        bijvoeging van een situatieschets, worden aangevraagd door
                                        middel van een door het bevoegd gezagcollege vastgesteld
                                        aanvraagformulier.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11c</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning om te vellen weigeren
                                        dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen op grond
                                        van:a. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;b. de
                                        vitaliteit van de houtopstand;c. de cultuurhistorische
                                        waarde van de houtopstand;d. de landschappelijke waarde van
                                        de houtopstand;e. bijzondere natuur- en/of milieuwaarde van
                                        de houtopstand;f. de waarde van de houtopstand voor
                                        dorpsschoon;g. de waarde voor de leefbaarheid van de
                                        houtopstand.</al></li><li nr="2."><al>De onder het eerste lid genoemde waarde worden getoetst door
                                        middel van een cultuurtechnische beoordeling. De waarde van
                                        de houtopstand wordt gezet tegen de mate van overlast. Er
                                        wordt vervolgens beoordeeld of er een kapvergunning verleend
                                        wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11d</nr><titel>Beperking geldigheidsduur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning tot vellen als bedoeld in deze verordening
                                        vervalt indien daarvan niet binnen één jaar na het
                                        onherroepelijk zijn van de vergunning gebruik is
                                        gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>In het geval het een vergunning voor het vellen van meer dan
                                        één boom betreft, is de vergunning voor alle bomen slechts
                                        één jaar geldig, ook als in fasen geveld wordt of één boom
                                        of enkele bomen al geveld zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11e</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan
                                        behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                        overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven
                                        aanwijzingen moet worden herplant.</al></li><li nr="2."><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven,
                                        dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn
                                        na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde
                                        beplanting moet worden vervangen.</al></li><li nr="3."><al>Tot aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften
                                        kan het voorschrift behoren dat pas tot vellen van
                                        houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of andere
                                        ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden
                                        overgegaan indien andere vergunningen, ontheffingen,
                                        toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures
                                        onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en financiële
                                        voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11f</nr><titel>Herplant /instandhoudingsplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld
                                        in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van
                                        het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet
                                        is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde
                                        van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan
                                        degene die uit anderen hoofde tot het treffen van
                                        voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
                                        herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven
                                        aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.</al></li><li nr="2."><al>De verplichtingen en voorschriften van dit artikel 4:11f
                                        kunnen gelden voor bomen kleiner dan de in artikel 1 van
                                        deze vordering genoemde minimummaat.</al></li><li nr="3."><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid
                                        opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke
                                        termijn na herplant en op welke wijze niet aangeslagen
                                        beplanting moet worden vervangen.</al></li><li nr="4."><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als van
                                        toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd,
                                        kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de
                                        grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene
                                        die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen
                                        bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de
                                        door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te
                                        stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                        bedreiging wordt weggenomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11g</nr><titel>Bestrijding van boomziekten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien zich op een terrein een of meer bomen bevinden die
                                        naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor
                                        verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de
                                        ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende,
                                        indien hij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven,
                                        verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen
                                        termijn:a. de houtopstand te vellen;b. conform richtlijnen
                                        van de gemeente de gevelde houtopstand direct zodanig te
                                        behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt
                                        voorkomen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                        gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te
                                        hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft die
                                        de desbetreffende boomziekte kan verspreiden. </al></li><li nr="3."><al>Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde
                                        aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van
                                        bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor
                                        risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens
                                        de gemeente kunnen worden verricht.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats
                                        buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in
                                        de openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                        uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de
                                        openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te
                                        slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:a. onbruikbare of
                                        aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of
                                        vaartuigen of onderdelen daarvan;b. bromfietsen en
                                        motorvoertuigen of onderdelen daarvan;c. kampeermiddelen als
                                        bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het
                                        plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop
                                        of verhuur of anderszins voor een commercieel doel;d.
                                        mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil,
                                        een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                        landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats
                                        een bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te
                                        plaatsen of aanwezig te hebben.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste
                                        en tweede lid nadere regels stellen.</al></li><li nr="4."><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        ruimtelijke ordening of de Provinciale Verordening
                                        Noord-Brabant.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel/></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                        kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten
                                        een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is
                                        bestemd of mede bestemd.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen
                                        voor eigen gebruik door de rechthebbende op een
                                        terrein.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                        bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                        worden geweigerd in het belang van: a. de bescherming van
                                        natuur en landschap;b. de bescherming van een
                                        stadsgezicht</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van
                                        artikel 4:18, eerste lid niet geldt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan daarbij nadert regels stellen in het belang
                                        van de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid. </al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:a. voertuigen: voertuigen als
                                bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en
                                verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals:
                                kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;b. parkeren: parkeren als
                                bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en
                                verkeerstekens ( RVV 1990). </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                        verstaan:a. het gebruiken van een voertuig voor het geven
                                        van lessen;b. het gebruiken van een voertuig voor het
                                        vervoeren van personen tegen betaling.</al></li><li nr="2."><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                        gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of
                                        onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet
                                        meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig
                                        is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;b. voertuigen
                                        voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde
                                        persoon.</al></li><li nr="3."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                        gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                        slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a. drie of
                                        meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op
                                        de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25
                                        meter met als middelpunt een van deze voertuigen;b. de weg
                                        als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Nieuw Artikel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                        voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan
                                        te bieden of te verhandelen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                        staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                        toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of
                                        anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt
                                        gebruikt:a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te
                                        plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen
                                        weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                                        op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk
                                        is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;b. op een door
                                        het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar
                                        zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                        gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover
                                        in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                        Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                        landschapsverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een
                                        aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het
                                        kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte
                                        van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college
                                        aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                        voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op
                                        een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar
                                        zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                        beschikbare parkeerruimte.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op
                                        werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van
                                        08.00 tot 18.00 uur.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                        verboden ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading,
                                        een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer
                                        dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning
                                        of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze
                                        dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit
                                        dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun
                                        anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                        gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor
                                        de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk
                                        is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel/></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te
                                        doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                        gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing: a. op de weg;b. op
                                        voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                        vanwege de overheid;c. op voertuigen, waarmee standplaats
                                        wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn
                                        bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de
                                daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                        daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                        verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook
                                        worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij
                                        het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                                        indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                                        gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
                                        liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten
                                        kring gehouden wordt.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                        uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden,
                                        verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een
                                        openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan
                                        huis;</al></li><li nr="2."><al>Onder venten wordt niet verstaan:a. het aan huis afleveren
                                        van goederen door of vanwege degene die dit doet ter
                                        exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                        Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of
                                        afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                        jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste
                                        lid, onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als
                                        bedoeld in artikel 5:22;c. het te koop aanbieden, verkopen
                                        of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten
                                        op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde,
                                        de openbare veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in
                                        gevaar komt.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m
                                        zaterdag tussen 18.00 en 09.00 uur.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor
                                        zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        artikel 5 van de Wegenverkeerswet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt
                                        niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin
                                        gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                        artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in
                                        het eerste lid beperken door een verbod in te stellen: a. op
                                        door het college aangewezen openbare plaatsen, ofb. voor
                                        bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                        bedoeld in het tweede lid.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
                                        een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen
                                        plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals
                                        een kraam, een wagen of een tafel.</al></li><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats
                                        op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste
                                        lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;b. een vaste
                                        plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        standplaats in te nemen of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een
                                        geldend bestemmingsplan</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                        worden geweigerd: a. indien de standplaats hetzij op
                                        zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan
                                        redelijke eisen van welstand;b. indien als gevolg van
                                        bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van
                                        de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het
                                        verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het
                                        verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de
                                        consument ter plaatse in gevaar komt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor
                                        zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of
                                        het Provinciaal wegenreglement.</al></li><li nr="2."><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a,
                                        geldt niet voor bouwwerken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel/></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een
                                        markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar
                                        hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden
                                        verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een
                                        standplaats.</al></li><li nr="2."><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of
                                        jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en
                                        onder h, van de Gemeentewet; b. een evenement als bedoeld in
                                        artikel 2:24.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        snuffelmarkt te organiseren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                        nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in
                                        de zin van de Winkeltijdenwet.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                        geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                        verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of
                                        boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te
                                        hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving,
                                        constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor
                                        de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
                                        doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering
                                        vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het
                                        openbaar water.</al></li><li nr="2."><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een
                                        ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven
                                        openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee
                                        weken tevoren een melding aan het college.</al></li><li nr="3."><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en
                                        contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de
                                        aard en omvang van het voorwerp.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in de
                                        daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek
                                        van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening,
                                        de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                        Telecommunicatieverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen
                                        of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig
                                        beschikbaar te stellen op door het college aangewezen
                                        gedeelten van openbaar water.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar
                                        stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op
                                        niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van
                                        openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van
                                        de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne
                                        en het aanzien van de gemeente;b. beperkingen stellen naar
                                        soort en aantal vaartuigen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                        Noord-Brabant of de Provinciale landschapsverordening
                                        Noord-Brabant.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                        bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een
                                        vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen,
                                        veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de
                                        openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne
                                        en het aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                        vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot
                                        het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                        volgen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet
                                        voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
                                        door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                        Noord-Brabant of de Provinciale landschapsverordening
                                        Noord-Brabant.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen
                                        aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer
                                        zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden,
                                        trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten,
                                        duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen,
                                        stootpalen, bakens of sluizen.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregeld
                                        onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht,
                                        het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        vaarwegenverordening Noord-Brabant.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                        openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen
                                        dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                        ondervinden.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        vaarwegenverordening Noord-Brabant.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan
                                        een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich
                                        daarop of daarin te begeven of te bevinden.</al></li><li nr="2."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                        vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                        maken.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                        motorvoertuig als bedoel in artikel 1, onderdeel z, en een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een
                                        wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een
                                        trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel
                                        daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een
                                        bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet
                                        van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het
                                        gebruik van deze terreinen: a. in het belang van het
                                        voorkomen of beperken van overlast;b. in het belang van de
                                        bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter
                                        bescherming van andere milieuwaarden;c. in het belang van de
                                        veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid
                                        bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                        verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit geluidproductie
                                        sportmotoren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                        natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief
                                        gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden
                                        met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z,
                                        Reglement Verkeersregels en verkeerstekens 1990, een
                                        bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement
                                        verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of
                                        een paard.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het
                                        eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan
                                        daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                        terreinen: a. in het belang van het voorkomen van
                                        overlast;b. in het belang van de bescherming van natuur- of
                                        milieuwaarden;c. in het belang van de veiligheid van het
                                        publiek.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerst lid geldt niet voor bestuurders van
                                        motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders
                                        van paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en
                                        geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel
                                        29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                        1990 door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                        hulpverleningsdiensten;b. die worden gebruikt in verband met
                                        beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het
                                        eerste lid bedoeld;c. die worden gebruikt in verband met
                                        werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
                                        uitgevoerd;d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en
                                        pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen
                                        als in het eerste lid bedoeld;e. voor het verkeer ten
                                        behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d
                                        bedoelde personen.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: a.
                                        op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van
                                        de Wegenverkeerswet 1994;b. binnen de bij of krachtens de
                                        Provinciale verordening 'Stiltegebieden' aangewezen
                                        stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of
                                        krachtens die verordening zijn aangewezen als
                                        'toestel'.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                        buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                        anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft: a. verlichting
                                        door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;b. sfeervuren
                                        zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen
                                        worden verbrand;c. vuur voor koken, bakken en braden,
                                        voorzover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de
                                        omgeving oplevert.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna,
                                        woon- en leefomgeving of in het belang van de openbare orde
                                        en veiligheid.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp
                                        wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van
                                        het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                                        milieuverordening.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:a. verharde delen
                                        van de weg;b. gemeentelijke begraafplaatsen en
                                        crematoriumterreinen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                        termijn wordt verboden dat op andere plaatsen en dan genoemd
                                        in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                        voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden
                                        ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid,
                                        behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en
                                        crematoriumterreinen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden. </al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en
                            de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen
                            wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete
                            van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                            openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening zijn belast de (buitengewone)
                                    opsporingsambtenaren aangesteld voor de Politieregio Midden- en
                                    West-Brabant.</al></li><li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij
                                    of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het
                                    college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente
                                    Hilvarenbeek 2006 wordt ingetrokken</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die
                                    waarop zij is bekendgemaakt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: APV 2010. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>