<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR726087_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Integrale laadvisie gemeente Hof van Twente</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:type scheme="overheidop:Rubriek">beleidsregel</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:creator><dcterms:modified>2024-04-09</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-458885">gmb-2024-458885</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Integrale laadvisie gemeente Hof van Twente</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">N.v.t.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2024-04-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2024-04-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-07-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Integrale laadvisie gemeente Hof van Twente</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:externeBijlage resourceIdentifier="exb-2024-41436">Integrale laadvisie gemeente Hof van Twente 2024</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Integrale laadvisie gemeente Hof van Twente</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al/><al>Burgemeester en wethouder van de gemeente Hof van Twente;</al><al/><al>besluiten;</al><al>1. de actualisatie van de Integrale Laadvisie Hof van Twente vast te stellen;</al><al>2. de actualisatie van het Plaatsingsbeleid Hof van Twente vast te stellen;</al><al/><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders</al><al>van de gemeente Hof van Twente d.d. 9 april 2024</al><al/><al>Burgemeester en wethouders van Hof van Twente,</al><al>de secretaris, de burgemeester,</al><al>drs. D. Lacroix drs. H.A.M.Nauta-van Moorsel MPM</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><vet>INTEGRALE LAADVISIE</vet></al><al/><al/><al/><al><vet>Hof van Twente</vet></al><al><vet>Versie: Maart 2024</vet></al><al/><al>Samenvatting</al><al>Deze Integrale laadvisie bepaalt de strategie van de gemeente Hof van Twente om tijdig</al><al>een toegankelijke, betaalbare, betrouwbare en veilige laadinfrastructuur voor elektrische</al><al>voertuigen te realiseren. Dit in navolging van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur</al><al>(NAL), een bijlage van het Klimaatakkoord. Deze laadvisie richt zich op de volgende</al><al>gebruikersgroepen: personenververvoer, lichte logistieke voertuigen (bestelwagens),</al><al>doelgroepenvervoer en openbaar vervoer.</al><al>Om de druk op de openbare ruimte beperkt te houden is ons eerste uitgangspunt dat EVrijders zoveel mogelijk laden op privaat terrein. EV-rijders die geen toegang hebben tot</al><al>een privaat laadpunt moeten kunnen uitwijken naar semipublieke en publieke</al><al>laadpunten. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid om te zorgen voor een</al><al>basisnetwerk van publieke laadpunten.</al><al/><al>Momenteel zijn er 78 publieke laadpunten en naar schatting 68 semi-publieke laadpalen</al><al>in de gemeente Hof van Twente. Om in 2025 in de laadbehoefte van elektrische</al><al>personenauto’s te voorzien zijn volgens de prognose ongeveer 393 laadpunten nodig. In</al><al>2030 en 2035 zijn volgens de prognoses respectievelijk ongeveer 815 en 1.476</al><al>laadpunten nodig voor deze gebruikersgroep. Hierbij moet gemeld worden dat de</al><al>prognoses een bandbreedte hebben, waardoor dit kan afwijken. Dit geeft enkel een beeld</al><al>van de forse stijging die gaat komen, maar hoe groot deze stijging exact wordt is nog niet</al><al>concreet te bepalen.</al><al/><al>Er is gekozen voor uitvoering via het concessiemodel wat wil zeggen dat een of meerdere</al><al>Charge Point Operator (CPO’s) het exclusieve plaatsingsrecht krijgen voor publieke</al><al>laadpunten. In de uitrol kiezen we voor vraaggestuurde, proactieve en strategische</al><al>plaatsing. We vinden het belangrijk dat inwoners goed geïnformeerd zijn over ontwikkelingen in hun omgeving. Inwoners krijgen een informerende en raadplegende rol bij de realisatie van</al><al>publieke laadpunten in en nabij woonwijken.</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>Inhoud</al><al/><al/><al/><al/><al>1. Inleiding 5</al><al>1.1 Aanleiding 5</al><al>1.2 Opgave 5</al><al>1.3 Doel en scope integrale laadvisie 5</al><al>1.4 Uitgangspunten voor de uitrol 6</al><al>1.5 Leeswijzer 6</al><al>2. Kenmerken laadinfrastructuur 7</al><al>2.1 Typen laadinfrastructuur 7</al><al>2.2 Soorten laadpunten 8</al><al>3. Ontwikkelingen 9</al><al>3.1 Elektrische voertuigen en laadpaalgebruik 9</al><al>3.1.1 Slim laden 9</al><al>3.1.2 Wet- &amp; regelgeving 9</al><al>3.2 Energietransitie 9</al><al>3.3 Gemeentelijke kaders en aanpalend beleid 10</al><al>4. Opgave 11</al><al>4.1 Inleiding 11</al><al>4.2 Prognose benodigde laadpunten 11</al><al>5. Strategische keuzes 12</al><al>5.1 Type laadinfrastructuur: privaat, semipubliek en publiek laden 12</al><al>5.2 Soorten laadpunten 13</al><al>5.3 Uitvoeringsmodel 13</al><al>5.4 Plaatsingsstrategie: mate van proactieve uitrol 13</al><al>5.5 Participatie 14</al><al>6. Gebruikersgroepen 15</al><al>6.1 Personenvervoer 15</al><al>6.2 De logistieke sector 15</al><al>6.3 Overige gebruikersgroepen 16</al><al>7. Uitvoering en organisatie 17</al><al>7.1 Gemeentelijke organisatie 17</al><al>7.2 Samenwerking en afstemming 17</al><al>7.3 Monitoring 17</al><al>7.4 Financiële kaders 17</al><al>BIJLAGE I Begrippenlijst 18</al><al>BIJLAGE II Overzicht gebruikersgroepen 19</al><al/><al/><lijst><li nr="1."><al>Inleiding</al></li><li nr=""><al/><lijst><li nr="1."><al>Aanleiding</al></li></lijst></li><li nr=""><al/></li></lijst><al>Het aantal elektrische voertuigen neemt sterk toe, ook in Hof van Twente. Dat is ook</al><al>noodzakelijk om de klimaatdoelen te halen. In gemeente Hof van Twente zetten we in op</al><al>een energieneutrale gemeente in 2035. Wij stimuleren en faciliteren elektrisch vervoer</al><al>als onderdeel van een breder pakket maatregelen om mobiliteit te verduurzamen.</al><al>Vanaf 2030 zijn alle nieuwe auto’s emissieloos </al><al>, voor een belangrijk deel zullen dat batterij-elektrische auto’s zijn. Die kunnen alleen rijden als de laadinfrastructuur op orde</al><al>is. Om te zorgen dat er tijdig voldoende laadpunten zijn, is de Nationale Agenda</al><al>Laadinfrastructuur (NAL) opgesteld, een bijlage van het nationale Klimaatakkoord.</al><al>Een van de afspraken is dat gemeenten zorgen voor een integrale laadvisie en</al><al>plaatsingsbeleid. Voor gemeente Hof van Twente geeft deze integrale laadvisie de</al><al>komende jaren richting aan de ontwikkeling van een dekkend, toegankelijk, betaalbaar</al><al>en veilig netwerk van laadinfrastructuur voor alle elektrische voertuigen. Deze visie dient</al><al>daarmee als basis om de plannen rondom de uitvoering en uitrol van laadinfra mee op te</al><al>kunnen stellen.</al><al/><al>1.2 Opgave</al><al/><al>Met ongeveer 78 publieke laadpunten en naar schatting 68 semi-publieke laadpalen in</al><al>gemeente Hof van Twente zijn de eerste stappen gezet. Maar we staan pas aan het begin</al><al>van de transitie naar elektrisch vervoer. De verwachting is dat het aantal elektrische</al><al>voertuigen op de weg de komende jaren fors gaat groeien, mede doordat er steeds meer</al><al>betaalbare modellen beschikbaar zijn. Dit geldt voor personenauto’s én voor commerciële</al><al>voertuigen, zoals bestelwagens.</al><al>De groei in het aantal laadpunten heeft een grote impact op het elektriciteitsnet en het</al><al>beslag op de openbare ruimte. Belangrijk is dat de laadpunten zorgvuldig en tijdig</al><al>worden ingepast. Ook moeten we keuzes maken in het type laadpunten dat we gaan</al><al>plaatsen. Er zijn namelijk verschillende manieren om de laadbehoefte van EV-rijders op te</al><al>lossen: bijvoorbeeld door reguliere laadpalen te plaatsen, door laadpleinen te realiseren</al><al>of door snelladers een plek te geven. Deze laadoplossingen krijgen voor een deel een</al><al>plek in de publieke ruimte, bijvoorbeeld voor inwoners die geen eigen oprit hebben of</al><al>voor bezoekers aan onze gemeente. Een ander deel van de laadpunten krijgt plek in de</al><al>private ruimte, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen. Ook het mobiliteitsgebruik verandert</al><al>de komende jaren. We zien een transitie van autobezit naar (gedeeld) autogebruik.</al><al/><al>1.3 Doel en scope integrale laadvisie</al><al/><al>Het doel van deze integrale laadvisie is om een strategie te bepalen waarmee tijdig een</al><al>passende laadinfrastructuur voor alle elektrische voertuigen wordt gerealiseerd. Dit is</al><al>belangrijk om de mobiliteit te verduurzamen en de CO2-uitstoot te verminderen.</al><al>We willen met deze laadvisie in de toenemende laadvraag kunnen voorzien en richting</al><al>geven aan de transitie naar elektrisch vervoer. De visie heeft een zichttermijn van tien tot</al><al>vijftien jaar.</al><al>Met de laadvisie nemen we regie op het plaatsen en opschalen van de laadoplossingen</al><al>die nodig zijn. Op die manier zorgen we voor een goede inpassing in de openbare ruimte</al><al>en het elektriciteitsnet en willen we onze inwoners, bezoekers en bedrijven vertrouwen</al><al>geven om de stap naar elektrisch vervoer te maken.</al><al>Deze laadvisie richt zich op de volgende gebruikersgroepen: personenververvoer, lichte</al><al>logistieke voertuigen (bestelwagens), zware logistieke voertuigen, doelgroepenvervoer en</al><al>openbaar vervoer. We laten vooralsnog buiten beschouwing: taxi’s, mobiele werktuigen</al><al>en vaartuigen.</al><al>De overstap naar elektrisch rijden verloopt niet voor alle gebruikersgroepen en typen</al><al>voertuigen in hetzelfde tempo. Voor personenvervoer is de overstap al volop gaande en</al><al>hebben we redelijk zicht op wat er nodig is. Voor bijvoorbeeld zwaar vrachtvervoer is nog</al><al>onzeker in hoeverre elektrisch rijden uitkomst biedt en zo ja, wat de behoefte is aan</al><al>laadinfrastructuur. We volgen de ontwikkelingen op het gebied van zwaar vrachtvervoer</al><al>en indien nodig passen we de laadvisie hierop aan. We herijken onze visie elke twee jaar,</al><al>zodat we nieuwe inzichten en ontwikkelingen tijdig kunnen meenemen en op elk moment</al><al>een passende laadinfrastructuur hebben.</al><al>We verwachten dat ook bestelvoertuigen, buurtbussen en voertuigen voor het</al><al>doelgroepenvervoer steeds meer overstappen naar elektrisch. Een deel van die</al><al>voertuigen gaan 's avonds mee naar huis en laadt in de wijk. De laadbehoefte van deze</al><al>voertuigen in de wijk nemen we ook mee in deze laadvisie. De gebruikers van deze</al><al>voertuigen kunnen in de huidige concessie een aanvraag indienen voor een laadpaal.</al><al>Hierbij is het uitgangspunt dat het laden in eerste instantie op eigen terrein van de</al><al>marktpartij gefaciliteerd moet worden.</al><al>Naast elektrische voertuigen zet zowel Nederland als Europa in op waterstof als</al><al>energiedrager en ‘brandstof’ voor met name zware emissievrije voertuigen. De</al><al>ontwikkeling van waterstof is nog niet zo ver als batterij-elektrisch. Het aanbod</al><al>vulpunten, betaalbare voertuigen en groene waterstof is nog heel beperkt en erg duur.</al><al>We volgen de ontwikkelingen.</al><al/><al/><al/><al>1.4 Uitgangspunten voor de uitrol</al><al/><al>Deze visie biedt de komende jaren houvast bij de realisatie van laadinfrastructuur. Om te</al><al>zorgen dat laadinfrastructuur geen belemmering vormt voor de groei van elektrisch</al><al>vervoer werken we aan een dekkend, toegankelijk, betaalbaar, en veilig netwerk van</al><al>laadinfrastructuur:</al><al>• Dekkend: We willen dat EV-rijders nooit lang hoeven te zoeken, voor ze een</al><al>laadpaal tegenkomen.</al><al>• Toegankelijk: Laadpunten moeten voor iedereen eenvoudig te gebruiken zijn.</al><al>Daarom streven we ernaar dat de werkwijze en het gebruik van de</al><al>laadinfrastructuur zoveel mogelijk is gestandaardiseerd.</al><al>• Betaalbaar: We zorgen ervoor dat laadsessies betaalbaar blijven.</al><al>• Veilig: Iedereen moet zijn of haar elektrische voertuig veilig kunnen laden en</al><al>gebruiken. Dit betreft zowel fysieke veiligheid als digitale veiligheid oftewel cyber</al><al>security.</al><al>We kunnen deze doelen alleen behalen in samenwerking met de netbeheerder en</al><al>uitvoerende marktpartijen, maar houden zelf de regie.</al><al/><al>1.5 Leeswijzer</al><al/><al>In de volgende hoofdstukken bespreken we de integrale laadvisie in meer detail. In</al><al>hoofdstuk 2 beschrijven we allereerst de uitgangssituatie: hoe ziet de laadinfrastructuur</al><al>in gemeente Hof van Twente er nu uit? Welke ontwikkelingen en trends spelen en met</al><al>welke kaders en welk aanpalend gemeentelijk beleid hebben we te maken? Hoofdstuk 3</al><al>beschrijft de prognoses voor de komende jaren, waarna we in hoofdstuk 4 onze</al><al>strategische keuzes toelichten. In hoofdstuk 5 gaan we in op de gebruikersgroep waar de</al><al>laadvisie zich op richt, namelijk personenvervoer, lichte logistieke voertuigen</al><al>(bestelwagens), zware logistieke voertuigen, doelgroepenvervoer en openbaar vervoer.</al><al>Tot slot beschrijft hoofdstuk 6 hoe we de uitvoering van deze visie organiseren. In de</al><al>bijlagen geven we een begrippenlijst (Bijlage I) en een overzicht van de relevante</al><al>gebruikersgroepen (Bijlage II).</al><al/><al/><al>2. Kenmerken laadinfrastructuur</al><al/><al>We onderscheiden laadinfrastructuur naar twee kenmerken: op welke grond een laadpunt</al><al>zich bevindt en op welk vermogen geladen kan worden.</al><al/><al>2.1 Typen laadinfrastructuur</al><al/><al>Het laadnetwerk bestaat uit laadpunten in de publieke, semipublieke en private ruimte.</al><al>Waar de paal staat, bepaalt mede de toegankelijkheid. Als gebruikers geen toegang</al><al>hebben tot laadpunten op privaat terrein moeten ze kunnen uitwijken naar semipublieke</al><al>of publieke laadpunten. De gemeente heeft een belangrijke rol in de realisatie van</al><al>voldoende publieke laadinfrastructuur.</al><al/><al>• Publiek laadpunt: Een laadpunt dat 24/7 openbaar toegankelijk is, zonder</al><al>barrières zoals slagbomen of poorten;</al><al>• Semipubliek laadpunt: Een privaat laadpunt dat is opengesteld voor publiek.</al><al>Denk aan parkeergarages, tankstations of horeca-locaties. Er kunnen beperkte</al><al>toegangstijden zijn;</al><al>• Privaat laadpunt: Een laadpunt op eigen terrein, aan huis of bij een bedrijf.</al><al/><al>Sinds een aantal jaar werken we aan de uitrol van publieke laadinfrastructuur om te</al><al>voorzien in de toenemende behoefte. Daarnaast mag iedereen een laadpunt realiseren</al><al>op eigen terrein en deze op een parkeerplek op eigen terrein beschikbaar stellen voor</al><al>derden.</al><al/><al>Onderstaande kaart, vastgesteld in februari 2024, geeft een actuele indicatie hoe het</al><al>(semi)publieke laadnetwerk in gemeente Hof van Twente eruitziet. Een actuele kaart is te</al><al>vinden op www.oplaadpalen.nl </al><al/><al/><al/><al/><al/><al>2.2 Soorten laadpunten</al><al/><al>Laadpunten kunnen op verschillende vermogens elektriciteit leveren:</al><al>1. Regulier laden: laadpunt met een vermogen tot 22 kilowatt (kW). Het opladen</al><al>tot de maximale batterijcapaciteit duurt meerdere uren. Reguliere laadpunten</al><al>kunnen individueel worden geplaatst, of geclusterd worden op een laadplein.</al><al>2. Snelladen: laadpunt met een vermogen van meer dan 22 kW, waarmee</al><al>elektrische voertuigen in kortere tijd kunnen opladen. Snelladen gebeurt op</al><al>gelijkstroom en is volop in ontwikkeling. We onderscheiden drie subcategorieën:</al><al>a. Kortparkeerladen of semi-snelladen</al><al>Laadpunt met een vermogen tussen 22 en 125 kW, deze worden steeds meer</al><al>geplaatst bij onder andere supermarkten, hotels en vergaderlocaties.</al><al>b. Ultrasnelladen voor personenvervoer</al><al>Laadpunt met een vermogen tussen 125 en 350 kW. Het grootste deel van de</al><al>huidige beschikbare elektrische voertuigen is technisch geschikt om te laden met</al><al>een snelheid van maximaal 50 kW. De nieuwere modellen en modellen in het</al><al>hogere segment zijn geschikt voor de hogere vermogens. De laadvermogens</al><al>tussen 125 kW en 350 kW worden tegenwoordig bij snellaadstations langs</al><al>hoofdwegen geplaatst, bijvoorbeeld bij pompstations en wegrestaurants.</al><al>c. Ultrasnelladen voor openbaar vervoer en logistiek</al><al>Laadpunt met een vermogen hoger dan 350 kW, bijvoorbeeld een pantograaf. De</al><al>laadpunten zijn geschikt om grote voertuigen zoals vrachtwagens en bussen in</al><al>korte tijd te laden.</al><al/><al>Snelladen is duurder dan regulier laden. Snelladers zijn daarom vooral gewenst op</al><al>plaatsen waar een korte verblijfsduur gepaard gaat met een grote laadbehoefte en men</al><al>bereid is daar meer voor te betalen. Denk bijvoorbeeld aan taxistandplaatsen of</al><al>verzorgingsplaatsen langs de snelweg.</al><al/><al/><al/><al/><al/><al>3. Ontwikkelingen</al><al>3.1 Elektrische voertuigen en laadpaalgebruik</al><al/><al>We verwachten dat in de toekomst laden steeds efficiënter verloopt. In de toekomst kan</al><al>eenzelfde aantal laadpunten meer EV-rijders bedienen dan nu het geval is. Die</al><al>verwachting is gebaseerd op een aantal ontwikkelingen:</al><al/><al>- Efficiëntere voertuigen: Volledig elektrische voertuigen krijgen een steeds</al><al>grotere actieradius. Nieuwe modellen hebben een betere accucapaciteit en zijn</al><al>steeds vaker technisch geschikt om op hogere vermogens te laden.</al><al>- Efficiëntere laadpunten: Het aantal snelladers neemt toe, vooral langs</al><al>snelwegen, maar ook binnen gemeentegrenzen.</al><al>- Efficiënter laadpaalgebruik: Er zijn meerdere manieren om laadpaalkleven</al><al>tegen te gaan, zoals tarifering en social charging apps.</al><al/><al>3.1.1 Slim laden</al><al/><al>Slim laden is een brede term, die wordt gebruikt om aan te duiden dat slimme technieken</al><al>de laadtransactie op afstand kunnen aansturen. Een laadsessie kan bijvoorbeeld sneller</al><al>of langzamer verlopen. Minimaal betekent slim laden dat het opladen van elektrische</al><al>auto’s op het meest optimale moment gebeurt, wanneer de kosten laag zijn en het</al><al>aanbod van (duurzame) energie hoog. Slimme technieken kunnen ervoor zorgen dat het</al><al>elektriciteitsnet niet te zwaar wordt belast.</al><al>Een aspect van slim laden is bi-directioneel laden. Bij bi-directioneel laden kan het</al><al>elektrische voertuig stroom terugleveren aan bijvoorbeeld een gebouw of het</al><al>elektriciteitsnet. Hiermee kunnen pieken en dalen in het energieverbruik worden</al><al>gebalanceerd. Bi-directioneel laden staat nog in de kinderschoenen, maar binnen de</al><al>Proeftuin Slimme Laadpleinen wordt de techniek al volop getest.</al><al/><al>3.1.2 Wet- &amp; regelgeving</al><al/><al>Nederland en Europa bouwen aan wet- en regelgeving voor elektrisch laden. We vinden</al><al>het belangrijk om deze ontwikkelingen te volgen en zodra er wijzigingen zijn, passen we</al><al>onze werkwijze aan.</al><al>Onderwerpen waar Nederland aan werkt, zijn onder andere:</al><al/><al>• Brandveiligheid in parkeergarages;</al><al>• Digitale veiligheid;</al><al>• Prijstransparantie, zodat voor de gebruiker vooraf duidelijk is wat het laden kost.</al><al/><al>Nu al relevant zijn de Europese richtlijnen voor de energieprestatie van gebouwen: de</al><al>Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III3). Nederland heeft deze vastgelegd in</al><al>het Bouwbesluit. De richtlijn verplicht om laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen</al><al>aan te leggen bij nieuwbouw, bij ingrijpende renovaties of bij bestaande grotere</al><al>gebouwen, ook als deze niet worden verbouwd.</al><al/><al>3.2 Energietransitie</al><al/><al>De energietransitie heeft grote impact op het elektriciteitsnetwerk. Duurzame bronnen</al><al>als zon en wind geven piekmomenten in het aanbod, terwijl bijvoorbeeld aardgasvrije</al><al>wijken voor een grotere vraag zorgen. Binnen dit complexe plaatje neemt het groeiende</al><al>aantal elektrische voertuigen ook een plek in.</al><al/><al>Als door al deze veranderingen netproblemen ontstaan, kan dat tot hoge</al><al>maatschappelijke kosten leiden, de uitrol van laadinfrastructuur sterk vertragen en een</al><al>risico betekenen voor het halen van onze ambities in laadinfrastructuur en voor de brede</al><al>energietransitie. De netbeheerders staan voor de uitdaging ervoor te zorgen dat het net</al><al>deze verandering aankan. Het is daarom onze verantwoordelijkheid om tijdig, op basis</al><al>van prognoses, aan te geven welke laadinfrastructuur gewenst is voor de komende jaren.</al><al>De netbeheerder kan vervolgens inzicht geven over de haalbaarheid en eventueel</al><al>maatregelen treffen om te zorgen dat er voldoende ruimte op het net is.</al><al>Deze informatie nemen we ook mee in de Regionale Energiestrategie (RES) en de</al><al>netimpactberekening die in dat kader periodiek wordt uitgevoerd. In de RES staan de</al><al>regionale keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de</al><al>gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag- en energie-infrastructuur.</al><al>Ons uitgangspunt is dat de stroom op publieke laadinfrastructuur groen is, in Nederland</al><al>is opgewekt en als het even kan lokaal is opgewekt, bijvoorbeeld door de inzet van</al><al>zonopwekking. Bij het plaatsen van laadpalen streven we naar een koppeling met lokaal</al><al>opgewekte energie. Lokale opwekking en lokaal gebruik, indien mogelijk achter de meter</al><al>van gebouwen, kan netverzwaringen voorkomen. De laadpunten in de publieke ruimte</al><al>zijn ook geschikt voor slim laden, wat de piekvraag vermindert. We streven ernaar dat dit</al><al>goed wordt meegenomen in de uitvraag voor een regionale concessie, dan wel dat er</al><al>ruimte blijft om hier buiten de concessie invulling aan te geven. De mogelijkheden voor</al><al>slim laden zijn nog geen voldongen feit. Onderzoek en experimenten zijn de komende</al><al>jaren nodig om te bepalen hoe we slim laden het beste kunnen implementeren in onze</al><al>laadinfrastructuur. We volgen de ontwikkelingen en pilotprojecten op verschillende</al><al>plekken in Nederland.</al><al/><al>3.3 Gemeentelijke kaders en aanpalend beleid</al><al/><al>Deze laadvisie raakt verschillende bestaande beleidskaders waarmee we in de uitwerking</al><al>rekening houden. De volgende beleidskaders zijn van belang:</al><al>1. Gemeentelijk mobiliteitsplan</al><al>Hierin staat het parkeerbeleid en een toelichting over duurzame mobiliteit</al><al>2. RES Twente 1.0 (2021-2023);</al><al>Ook duurzame mobiliteit is meegenomen in de RES Twente.</al><al>3. Klimaatakkoord (2019);</al><al>De Nationale agenda laadinfrastructuur is voortgevloeid uit het klimaatakkoord.</al><al>4. Routekaart naar een energie neutraal Hof van Twente in 2035</al><al>Beschrijft hoe de doelstelling energie neutrale gemeente in 2035 behaalt moet</al><al>worden.</al><al/><al>4. Opgave</al><al>4.1 Inleiding</al><al/><al>Om inzicht te krijgen in hoeveel laadpunten er nodig zijn, hebben we gebruik gemaakt</al><al>van de prognoses van ElaadNL, de zogeheten Outlooks, van februari 2024. De prognoses</al><al>zetten we af tegen de huidige situatie. Zo maken we de opgave voor de komende periode</al><al>concreet. Het doel is daarbij niet om het aantal voorspelde laadpunten te realiseren,</al><al>maar om te zorgen dat de laadinfrastructuur in het juiste tempo meegroeit en om de</al><al>ontwikkeling van elektrisch vervoer niet te beperken.</al><al>De prognoses geven inzicht in het aantal benodigde publieke en private laadpunten en</al><al>het aantal benodigde reguliere en snellaadpunten, voor de periodes 2025, 2030 en 2035.</al><al>ElaadNL gebruikt voor de Outlooks veel openbare databestanden, zoals gegevens over</al><al>kavels (eigen oprit) en demografische en welvaartsgegevens (waar komen als eerste</al><al>elektrische auto’s). Prognoses voor semipublieke laadpunten, zoals bij hotels en</al><al>parkeergarages, zijn niet beschikbaar. Deze zijn opgenomen in de cijfers voor private</al><al>laadpunten. Op basis van deze gegevens heeft ElaadNL drie scenario’s ontwikkeld,</al><al>waarvan het midden-scenario als leidraad voor deze laadvisie dient. Omdat er</al><al>onzekerheden in de prognoses zitten en semipublieke laadpunten niet apart zijn</al><al>weergegeven, houden we de ontwikkelingen goed in de gaten en stellen als nodig onze</al><al>doelstellingen bij.</al><al/><al>4.2 Prognose benodigde laadpunten</al><al/><al>Momenteel zijn er ongeveer 78 openbare laadpunten in gemeente Hof van Twente. Om in</al><al>2025 in de laadbehoefte van elektrische personenauto’s te voorzien zijn ongeveer 393</al><al>openbare laadpunten nodig. In 2030 en 2035 zijn respectievelijk ongeveer 815 en 1.476</al><al>openbare laadpunten nodig voor deze gebruikersgroep.</al><al>Uit de bovenstaande prognoses blijkt dat we richting 2030 voor een grote opgave staan.</al><al>Om te voorzien in deze laadbehoefte is een forse toename van het totaal aantal</al><al>laadpunten en daarmee ook publieke laadpunten nodig. Wel is de verwachting dat er</al><al>verhoudingsgewijs minder laadpunten per elektrische auto nodig zijn dan in de huidige</al><al>situatie, zoals beschreven in 2.2.</al><al>In de Outlooks is rekening gehouden met deze ontwikkelingen.</al><al/><al>5. Strategische keuzes</al><al/><al>Elke gebruikersgroep heeft een andere laadbehoefte: waar wordt geladen, hoe vaak</al><al>wordt geladen en hoe hoog het gewenste laadvermogen is, verschilt. Wij richten ons op</al><al>de gebruikersgroep personenververvoer, lichte logistiek voertuigen (bestelwagens),</al><al>zware logistiek, doelgroepenvervoer en openbaar vervoer.</al><al>We bouwen onze strategie op aan de hand van de volgende onderwerpen:</al><al/><al>1. Type laadinfrastructuur: de verhouding private, semipublieke en/of publieke</al><al>laadpunten;</al><al>2. Soorten laadpunten: reguliere laadpalen, laadpleinen en snelladen;</al><al>3. Uitvoeringsmodel: de wijze van samenwerking met Charge Point Operators</al><al>(CPO) voor de uitrol van publieke laadpunten;</al><al>4. Plaatsingsstrategie: vraaggestuurd en/of meer proactief plaatsen;</al><al>5. Participatie: het verkrijgen van draagvlak voor laadvoorzieningen in of nabij</al><al>woonwijken.</al><al/><al>5.1 Type laadinfrastructuur: privaat, semipubliek en publiek laden</al><al/><al>Om de druk op de openbare ruimte beperkt te houden, is ons eerste vertrekpunt dat EVrijders zoveel mogelijk laden op privaat terrein. EV-rijders die geen toegang hebben tot</al><al>een privaat laadpunt moeten kunnen uitwijken naar semipublieke en publieke</al><al>laadpunten. Een verlengd privaat aansluitpunt (VPA) in de openbare ruimte of privaat</al><al>laden in de openbare ruimte is niet toegestaan. Dit is tevens vastgelegd in artikel 2:10</al><al>‘Voorwerpen op of aan een openbare plaats’ van de geldende Algemene Plaatselijke</al><al>Verordening (APV) Hof van Twente.</al><al/><al>We zien deze vormen van opladen op dit moment niet als robuuste en</al><al>toekomstbestendige oplossing, die onderdeel uit gaan maken van het netwerk van</al><al>laadinfrastructuur. Hieronder is een korte toelichting gegeven van de achtergrond van</al><al>deze keuze.</al><al/><al/><al>Verlengd privaat aansluitpunt</al><al>Dit is een laadpunt in de openbare ruimte die niet aangesloten is op het openbare</al><al>elektriciteitsnetwerk, maar op een private netaansluiting. Met het concessiemodel, die</al><al>toegelicht wordt in paragraaf 5.3, geven we exclusiviteit aan de concessiehouder voor het</al><al>plaatsen van laadpalen in de openbare ruimte. Het plaatsen van VPA’s is strijdig met</al><al>deze concessievoorwaarden. Daarnaast voldoen laadpalen in de openbare ruimte aan</al><al>eisen en afspraken op het gebied van veiligheid, aansprakelijkheid, eigendom,</al><al>verantwoordelijkheid en beheer. Bij VPA’s zijn deze eisen juridisch complex en lastig</al><al>handhaafbaar. Ook zorgt dit voor verrommeling van de openbare ruimte. Tevens zijn, op</al><al>grond van artikel 2:10 APV Hof van Twente, VPA’s in de openbare ruimte niet toegestaan.</al><al/><al>Privaat laden in de openbare ruimte</al><al>Dit betreft een laadpunt op privaat terrein met een kabel naar het, in de openbare ruimte</al><al>geparkeerde, voertuig. Dit kan met bijvoorbeeld een kabelgoot gerealiseerd worden. De</al><al>eisen op het gebied van veiligheid en aansprakelijkheid zijn bij privaat opladen in de</al><al>openbare ruimte nog complexer te realiseren dan bij VPA’s. Ook hier is er sprake van</al><al>verrommeling van de openbare ruimte. Tevens is het aanbrengen van voorwerpen in de</al><al>openbare ruimte in de gemeente Hof van Twente niet toegestaan. Dit is vastgelegd in</al><al>artikel 2:10 van het APV Hof van Twente.</al><al/><al>Ondanks dat dit niet strijdig is met de concessievoorwaarden, is dit echter wel zeer</al><al>nadelig voor de businesscase van openbaar laden. De voordelen van privaat laden in de</al><al>openbare ruimte wegen niet op tegen de nadelen.</al><al/><al>De gemeente neemt de verantwoordelijkheid om te zorgen voor een basisnetwerk van</al><al>publieke laadpunten voor de gebruikersgroepen bewoners, bezoekers en werknemers.</al><al>Daarbij houden we rekening met een goede spreiding van laadpunten over de gemeente.</al><al/><al>Hierbij wordt een reële loopafstand van 250 meter vanaf het adres van de aanvrager</al><al>gehanteerd bij het realiseren van vraaggestuurde laadpalen. Daarnaast wordt er zoveel</al><al>mogelijk rekening gehouden met de parkeerdruk. In het geval dit niet mogelijk is, achten</al><al>we het belang van een dekkend laadinfrastructuurnetwerk en de mogelijkheid om</al><al>voertuigen op te laden groter dan de parkeerdruk. Daarnaast verkennen we voor locaties</al><al>met een hoge parkeerdruk de mogelijkheden om private en semipublieke laadpunten</al><al>(marktpartijen) beter beschikbaar te maken voor derden.</al><al/><al>5.2 Soorten laadpunten</al><al/><al>Om de laadbehoefte van EV-rijders op te vangen, is minimaal een netwerk van reguliere</al><al>laadpunten nodig, eventueel aangevuld met snellaadpunten als aanvullende</al><al>laadoplossing voor bijvoorbeeld bezoekers of logistieke voertuigen.</al><al/><al>De gemeente heeft een verantwoordelijkheid in de uitrol van reguliere publieke</al><al>laadpunten, zoals aangegeven in paragraaf 4.1. Reguliere laadpalen kunnen los worden</al><al>geplaatst, of geclusterd in een laadplein. De realisatie van een laadplein is complexer en</al><al>over het algemeen duurder dan de realisatie van losse laadpalen. We kiezen daarom</al><al>voorlopig niet voor de realisatie van laadpleinen.</al><al/><al>Als gemeente willen we op dit moment geen actieve rol spelen in snelladen. De ruimte op</al><al>het elektriciteitsnet is beperkt. Snelladers hebben een zwaardere netaansluiting nodig</al><al>dan reguliere laadpunten. Op locaties waarvan bekend is dat de ruimte op het</al><al>elektriciteitsnet een knelpunt is, kiezen we ervoor: om ruimte te laten aan andere</al><al>ontwikkelingen die ruimte vragen op het net, zoals opwekking van hernieuwbare energie,</al><al>kiezen we ervoor om nu niet in te zetten op (extra) snelladers.</al><al/><al>5.3 Uitvoeringsmodel</al><al/><al>We geven de voorkeur aan de uitvoering met behulp van het concessiemodel. Wat wil</al><al>zeggen dat een of meerdere CPO’s het exclusieve plaatsingsrecht krijgen voor publieke</al><al>laadpunten. We sluiten aan bij de concessie van Gelderland-Overijssel. We kiezen voor</al><al>deze samenwerking omdat er relatief weinig ambtelijke capaciteit voor nodig is. Ook</al><al>verwachten we dat onze gemeente de komende jaren nog niet heel aantrekkelijk is voor</al><al>marktpartijen. Met een regionale concessie kunnen we meeliften op locaties die wel</al><al>aantrekkelijk zijn voor de markt.</al><al/><al>5.4 Plaatsingsstrategie: mate van proactieve uitrol</al><al/><al>Met de groei van het aantal elektrische voertuigen en de opkomst van de</al><al>tweedehandsmarkt is de verwachting dat vraaggestuurde plaatsing alleen niet langer</al><al>voldoet vanwege de lange doorlooptijden. De behoefte om (ook) proactief uit te rollen –</al><al>en daarmee voor de vraag uit te plaatsen – wordt steeds groter. Onze plaatsingsstrategie</al><al>voor publieke laadpunten gaat uit van een combinatie van vraaggestuurd, proactief en</al><al>strategisch:</al><al/><al>Vraaggestuurd</al><al>We kiezen voor vraaggestuurde plaatsing, waarbij bewoners en werknemers een</al><al>aanvraag kunnen indienen voor een publiek laadpunt. Daarna zoeken we een geschikte</al><al>locatie. We werken samen met marktpartijen die bereid zijn om op basis van aanvragen</al><al>te investeren in laadinfrastructuur. Daarbij accepteren we dat de doorlooptijden langer</al><al>zijn dan bij datagedreven plaatsing. We verwachten dat in sommige delen van de</al><al>gemeente nog geen aanvragen voor laadpunten binnenkomen en monitoren of dit</al><al>problemen oplevert voor bezoekers. Dit vullen we aan met proactieve en strategische</al><al>plaatsingen. Bij vraaggestuurde realisatie van laadpalen wordt een reële loopafstand van</al><al>250 meter gehanteerd vanaf het adres van de aanvrager. Hierbij wordt zoveel mogelijk</al><al>rekening gehouden met de parkeerdruk. In het geval dit niet mogelijk is, achten we het</al><al>belang van een dekkend laadinfrastructuurnetwerk en de mogelijkheid om voertuigen op</al><al>te laden groter dan de parkeerdruk.</al><al/><al>Proactieve plaatsing (op basis van een plankaart)</al><al>We gebruiken verschillende databronnen om de behoefte aan laadpunten te voorspellen.</al><al>Op basis daarvan gaan we laadpunten voor-de-vraag-uit plaatsen. Dit verkort de</al><al>doorlooptijd, zodat bewoners en forenzen niet onnodig lang op laadmogelijkheden hoeven</al><al>te wachten. Ook maakt dit de uitrol beter planbaar. In principe worden er 9 laadpalen per</al><al>jaar proactief geplaatst. Dit kan indien noodzakelijk aangevuld worden met strategische</al><al>plaatsing</al><al/><al>Strategisch</al><al>Naast de vraaggestuurde en proactieve plaatsing is het wellicht wenselijk meer laadpalen</al><al>proactief te plaatsen. We willen ook laadpunten kunnen realiseren op plekken waar</al><al>bewoners of forenzen geen aanvraag kunnen doen, zoals bij sportparken, bij de</al><al>ontwikkeling van nieuwbouwwijken, etc. Daarmee faciliteren we bezoekers van onze</al><al>gemeente. We verwachten dat voor deze strategische plaatsing een financiële bijdrage</al><al>van de gemeente Hof van Twente nodig is.</al><al/><al/><al/><al>5.5 Participatie</al><al/><al>Gemeente Hof van Twente vindt het belangrijk dat inwoners goed geïnformeerd zijn over</al><al>ontwikkelingen in hun omgeving. Inwoners informeren en raadplegen we bij de realisatie</al><al>van publieke laadpunten in en nabij woonwijken. Dit betekent dat we inwoners met goede</al><al>informatie op de hoogte houden van verkeersbesluiten die worden gepubliceerd.</al><al>Raadplegen betekent dat we luisteren naar de inbreng van inwoners over de</al><al>voorgenomen locaties voor laadpunten en dit meenemen in de verdere uitwerking.</al><al/><al>6. Gebruikersgroepen</al><al/><al>Hof van Twente kent verschillende gebruikersgroepen die (op termijn) overstappen naar</al><al>elektrisch rijden, met elk hun eigen kenmerken en behoeftes aan laadinfrastructuur. In dit</al><al>hoofdstuk beschrijven we voor de gebruikersgroepen personenvervoer, lichte logistieke</al><al>voertuigen, zware logistieke voertuigen, doelgroepenvervoer en openbaar vervoer op</al><al>welke laadoplossingen we inzetten. In bijlage II geven we een overzicht van de relevante</al><al>gebruikersgroepen. Voor de gebruikersgroepen die we nu niet meenemen in onze visie</al><al>geldt dat we de ontwikkelingen volgen en indien nodig onze visie en ons beleid</al><al>aanpassen.</al><al/><al>6.1 Personenvervoer</al><al/><al>Voor personenvervoer maken we onderscheid tussen inwoners en bezoekers, waarbij we</al><al>bezoekers verdelen in recreatief en werkgerelateerd bezoek.</al><al/><al>• Inwoners. De voornaamste laadoplossing voor bewoners met een eigen</al><al>parkeerplaats is privaat laden op eigen terrein. Voor inwoners die elektrisch rijden</al><al>en geen toegang hebben tot een privaat dan wel semipubliek laadpunt, zetten we</al><al>in op voldoende publieke laadpunten verspreid over de gemeente.</al><al>• Bezoekers recreatief. Hieronder valt bezoek aan vrienden en familie maar ook</al><al>bezoek aan toeristische locaties en het centrum van Hof van Twente. De eerste</al><al>groep maakt voornamelijk gebruik van publieke laadpunten in woonwijken.</al><al>Daarvoor zetten we in op een dekkend netwerk van publieke laadpunten verspreid</al><al>over de gemeente, zodat er binnen redelijke afstand een laadpunt beschikbaar is.</al><al>De laadbehoefte van bezoekers aan toeristische locaties en het centrumgebied</al><al>wordt waar mogelijk ingevuld door private en semipublieke laadpunten bij de</al><al>betreffende toeristische locatie. Op locaties waar daarvoor geen mogelijkheden</al><al>zijn, voorzien we in publieke laadpunten, bij voorkeur op parkeerterreinen.</al><al>• Bezoekers werk. De laadbehoefte van werkgerelateerd bezoek wordt waar</al><al>mogelijk ingevuld met private en semipublieke laadpunten bij onder andere</al><al>kantorencomplexen of op bedrijventerreinen. Voor bedrijven is dit in de meeste</al><al>gevallen ook de meest kosteneffectieve optie, omdat zij elektriciteit relatief</al><al>goedkoop kunnen inkopen.</al><al/><al>6.2 De logistieke sector</al><al/><al>Steeds meer bedrijven stappen over op elektrische voertuigen voor goederenvervoer. De</al><al>ontwikkeling van zero-emissiezones versnelt deze overstap. Ook financieel wordt het</al><al>steeds aantrekkelijker om de overstap te maken. De aanschafprijs is weliswaar nog hoger</al><al>maar de operationele kosten van een elektrische bestelwagen zijn lager, waardoor de</al><al>total cost of ownership (TCO) in sommige gevallen al voordeliger uitvalt voor elektrisch.</al><al>De verwachting is dat van de bestelwagens ongeveer de helft gaat laden bij het bedrijf,</al><al>via private laadinfrastructuur. De andere helft gaat thuis laden, op de eigen oprit of in de</al><al>openbare ruimte. Bestelwagens kunnen dezelfde laadinfrastructuur gebruiken als</al><al>personenauto’s, maar gebruiken deze veel intensiever. Onze gemeente heeft geen</al><al>plannen om een zero-emissiezone voor logistiek in te richten. We verwachten geen direct</al><al>effect van een grote laadvraag van bestelwagens in onze gemeente. Wel kunnen</al><al>gebruikers van bestelwagens een aanvraag voor een laadpaal indienen via het</al><al>concessiemodel. Verder monitoren we de ontwikkelingen en passen indien nodig onze</al><al>visie en ons beleid hierop aan.</al><al/><al>Voor zware logistieke voertuigen volgen we de ontwikkelingen en de verschillende</al><al>onderzoeken op het gebied van de verwachte laadbehoefte. Voor bedrijventerreinen zien</al><al>we op dit moment voornamelijk een belangrijke rol in de informatievoorziening.</al><al/><al/><al>6.3 Overige gebruikersgroepen</al><al/><al>Ook voor de gebruikersgroepen doelgroepenvervoer en openbaar vervoer ontwikkelen we</al><al>beleid:</al><al/><al>Doelgroepenvervoer</al><al>De verwachting is dat ook het doelgroepenvervoer emissievrij (batterij- of waterstofelektrisch) wordt. De voertuigen voor doelgroepenvervoer laden ’s nachts in de remise en</al><al>voor een deel worden ze thuis geladen, op de eigen oprit of in de publieke ruimte.</al><al>Gebruikers van doelgroepenvervoer kunnen een aanvraag indienen voor een openbare</al><al>laadpaal. Indien wenselijk faciliteren we publieke laadpunten in de wijk voor deze</al><al>gebruikersgroep.</al><al/><al>Openbaar vervoer</al><al>Het regionaal busvervoer moet in 2030 geheel emissievrij zijn. Bussen laden op de</al><al>remise. In eerste instantie gaan wij ervan uit dat als er snellaadpunten nodig zijn bij</al><al>transferia op publieke grond, de concessiehouder dit faciliteert. Wel kunnen gebruikers</al><al>van buurtbussen een openbare laadpaal aanvragen indien niet op eigen terrein geladen</al><al>kan worden. Indien wenselijk faciliteren we publieke laadpunten in de wijk voor de</al><al>buurtbusgebruikers.</al><al/><al>7. Uitvoering en organisatie</al><al>7.1 Gemeentelijke organisatie</al><al/><al>Wethouder Verkeer &amp; Vervoer is bestuurlijk opdrachtgever voor de realisatie van</al><al>openbare laadinfrastructuur. Voor de uitrol is het product Duurzaamheid van het team</al><al>Ruimte en Economie verantwoordelijk. Dit zal in samenwerking en in overleg met het</al><al>product Verkeer &amp; Vervoer uitgevoerd worden. Indien de laadvisie verder uitgebreid</al><al>wordt en hierbij de laadinfrastructuur opgeschaald wordt, dan vraagt dit om grotere</al><al>uitvoeringskracht en verdere professionalisering van het werkproces. Ook is het</al><al>belangrijk dat het onderwerp structureel aandacht krijgt bij meerdere gemeentelijke</al><al>afdelingen, die op de hoogte zijn van elkaars werk en visie, zoals</al><al>duurzaamheid, ruimtelijke ordening en openbare ruimte.</al><al>7.2 Samenwerking en afstemming</al><al/><al>Om de doelen uit onze laadvisie te behalen, werken we samen met verschillende</al><al>partners, zoals de NAL-samenwerkingsregio GO-RAL. Dit is een samenwerkingsverband</al><al>tussen provincies Gelderland, Overijssel en de inliggende netbeheerders. De</al><al>samenwerkingsregio ondersteunt gemeenten bij de uitrol van laadinfrastructuur, onder</al><al>andere door het delen van kennis en het organiseren van aanbestedingen voor</al><al>laadpunten in de publieke ruimte4</al><al>. Daarnaast zijn de bewoners, netbeheerder en de</al><al>(markt)partijen die de laadinfrastructuur plaatsen, belangrijke</al><al>partijen waar we mee samenwerken en afstemmen.</al><al/><al>7.3 Monitoring</al><al/><al>Monitoring levert waardevolle inzichten op over onder meer de groei van elektrisch</al><al>vervoer in onze gemeente, het gebruik van specifieke laadpunten en de</al><al>laadinfrastructuur als geheel en de belasting van het energienetwerk. Het is van belang</al><al>dat we als gemeente ten alle tijden inzicht hebben in de gebruiksdata van de laadpunten</al><al>in de publieke ruimte. Deze gebruiksdata benutten we om samen met NALsamenwerkingsregio GO-RAL de monitoring verder invulling te geven. Op deze manier</al><al>kunnen we de ontwikkeling van elektrisch vervoer en het laadnetwerk volgen en waar</al><al>nodig/wenselijk bijsturen.</al><al/><al>7.4 Financiële kaders</al><al/><al>Op basis van de huidige markt is de verwachting dat de plaatsing van reguliere</al><al>laadinfrastructuur kan worden uitgevoerd zonder financiële bijdrage van de gemeente.</al><al>Voor de plaatsing van de negen proactieve laadpalen is ook geen financiële bijdrage van</al><al>de gemeente noodzakelijk. Indien de gemeente dit wil aanvullen met strategische</al><al>laadpunten is naar verwachting wel budget nodig. Wel vraagt de uitrol van</al><al>laadinfrastructuur en de uitvoering van deze laadvisie ambtelijke capaciteit die op dit</al><al>moment geborgd is in de organisatie. Voor reguliere laadpalen die we op aanvraag</al><al>plaatsen, gaan we uit van een ambtelijke capaciteitsbijdrage van acht uur per laadpaal.</al><al>Dit is bestemd voor onder meer het nemen van het verkeersbesluit en het proces van</al><al>afstemming en plaatsing. Daarnaast verwachten we dat voor de plaatsing van</al><al>strategische laadpalen een gemeentelijke bijdrage nodig is van ca. € 1500,-, plus een</al><al>bijdrage van € 150,- tot € 300,- voor aanvullende werkzaamheden. Het aantal</al><al>strategische laadpalen zal naar schatting de komende jaren maximaal 10 laadpalen per</al><al>jaar bedragen. De kosten van maximaal €45.000 gedurende 3 jaar, vanaf 1 juli 2022, zijn</al><al>opgenomen in het budget voor de uitvoering van de Themanotitie Duurzaamheid. Binnen</al><al>de duur van de concessie is er geen aanvullend budget nodig voor professionalisering</al><al>van de organisatie en de structurele kosten voor plaatsing, beheer en onderhoud van</al><al>laadinfrastructuur.</al><al>BIJLAGE I Begrippenlijst</al><al>Laadpaal</al><al>Fysiek object met meestal één of twee</al><al>laadpunten.</al><al/><al>Laadpunt</al><al>De elektrische aansluiting op een laadpaal</al><al>waar de stekker wordt aangesloten.</al><al>Reguliere laadpalen beschikken meestal</al><al>over twee laadpunten. Een laadpunt kan</al><al>ook verwerkt zijn in bijvoorbeeld een</al><al>muurbox of lichtmast.</al><al/><al>Laadplein</al><al>Een laadplein bestaat uit meer dan twee</al><al>laadpunten voor elektrische voertuigen die</al><al>een gedeelde netaansluiting hebben (bij</al><al>publieke laadpalen) of die op een gedeelde</al><al>groep achter de meter zitten.</al><al/><al/><al>Laadpunt voor regulier laden</al><al>Laadpunt met een vermogen van</al><al>hoogstens 22kW.</al><al/><al>Laadpunt voor snel laden</al><al>Laadpunt met een vermogen hoger dan 22</al><al>kW.</al><al/><al>Kortparkeerladen</al><al>Snelladen aan het begin van de</al><al>snellaadrange wordt ‘kortparkeerladen’</al><al>genoemd. Deze laadpalen</al><al>worden vaak geplaatst op plekken waar de</al><al>EV-rijder het laden kan combineren met</al><al>een andere activiteit, zoals winkelen of</al><al>vergaderen.</al><al/><al>Ultrasnelladen</al><al>Snelladen aan de bovenkant van de range</al><al>wordt ook wel ultrasnelladen of ‘Ultra Fast</al><al>Charging’ (UFC) genoemd. Hierbij gaat het</al><al>om laadvermogens van meer dan 150kW.</al><al>Deze laadvermogens zijn gewenst voor</al><al>zwaardere voertuigen.</al><al/><al>Slim laden</al><al>Brede term, die wordt gebruikt om aan te</al><al>duiden dat slimme technieken de</al><al>laadtransactie op afstand kunnen</al><al>aansturen. Minimaal betekent dit dat het</al><al>opladen van elektrische auto’s op het</al><al>meest optimale moment gebeurt, wanneer</al><al>de kosten laag zijn en het aanbod van</al><al>(duurzame) energie hoog.</al><al/><al>Publiek toegankelijk laadpunt</al><al>Een laadpunt voor een elektrisch voertuig</al><al>dat 24/7 openbaar toegankelijk is, zonder</al><al>barrières zoals slagbomen of poorten.</al><al/><al>Semipubliek toegankelijk laadpunt</al><al>Een laadpunt dat is opengesteld voor</al><al>publiek op een private locatie. Bijvoorbeeld</al><al>bij parkeergarages of tankstations. Er</al><al>kunnen beperkte toegangstijden zijn.</al><al/><al>Privaat laadpunt</al><al>Een laadpunt op eigen terrein.</al><al>Laadpaalkleven</al><al>Het onnodig bezet houden van een</al><al>elektrisch laadpunt door een elektrische</al><al>auto.</al><al/><al>Social charging app</al><al>App waarbij EV-rijders het gebruik van</al><al>laadpunten in de buurt met elkaar</al><al>afstemmen. Deelnemers laten bijvoorbeeld</al><al>in de app weten hoe lang ze nog moeten</al><al>laden.</al><al/><al>Batterij elektrisch voertuig (BEV)</al><al>Volledig elektrisch voertuig, waarbij een</al><al>brandstofmotor ontbreekt. Dit in</al><al>tegenstelling tot een Plug-In Hybride</al><al>Elektrisch Voertuig (PHEV).</al><al/><al>Charge Point Operator (CPO)</al><al>De CPO is verantwoordelijk voor beheer,</al><al>onderhoud en exploitatie van laadpalen.</al><al/><al>NAL-regio’s</al><al>Zes samenwerkingsregio’s die zijn</al><al>voortgekomen uit de Nationale Agenda</al><al>Laadinfrastructuur (NAL). Gemeenten</al><al>werken binnen deze regio’s samen met de</al><al>provincie en met de netbeheerder.</al><al/><al>Zero-emissielogistiek (ZE-logistiek)</al><al>Zonder uitstoot van schadelijke stoffen</al><al>goederen verplaatsen voor bijvoorbeeld</al><al>bouw, retail, afval, horeca, en e-commerce.</al><al>Voertuigen rijden op elektriciteit of</al><al>waterstof.</al><al/><al>Zero-emissiezones (ZE-zones)</al><al>Zones waarbinnen geen logistieke</al><al>voertuigen mogen komen die emissies uitstoten</al><al/><al>BIJLAGE II Overzicht gebruikersgroepen</al><al>In onderstaande tabel staat een overzicht van de verschillende gebruikersgroepen en de verwachte laadoplossingen</al><table><tgroup cols="5"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="19*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="14*"/><colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="27*"/><colspec colnum="4" colname="col4" colwidth="24*"/><colspec colnum="5" colname="col5" colwidth="21*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Gebruikersgroep</al></entry><entry colname="col2"><al>Voertuigtype</al></entry><entry colname="col3"><al>Regulier laden </al><al>(&lt;22 kW)</al></entry><entry colname="col4"><al>Kortparkeerladen en/ of Ultrasnelladen voor personenvervoer (22-350 kW)</al></entry><entry colname="col5"><al>Ultrasnelladen voor zwaar transport zoals logistiek, busvervoer (&gt;350)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Personenvervoer particulier (woon-werk en bezoekers)</al></entry><entry colname="col2"><al>Personenauto</al></entry><entry colname="col3"><al>Privaat: thuis- en bedrijfsaansluiting.</al><al/><al>Semipubliek: parkeergarages, horeca, winkelcentra. </al><al/><al>Publiek: openbare ruimte.</al></entry><entry colname="col4"><al>Privaat: n.v.t. </al><al>Semipubliek: winkelcentra, supermarkten, tankstations, horeca. </al><al>Publiek: snel(bij)laden in openbare ruimte.</al></entry><entry colname="col5"><al>Voorlopig niet van toepassing.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Doelgroepenvervo er</al></entry><entry colname="col2"><al>Personenauto</al></entry><entry colname="col3"><al>Zie personenauto’s.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Personenbus</al></entry><entry colname="col3"><al>Zie bestelwagens.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Openbaar vervoer</al></entry><entry colname="col2"><al>Bus</al></entry><entry colname="col3"><al>n.v.t.</al></entry><entry colname="col4"><al>Privaat: remise concessiehouder en via opportunityladen (eigen laadinfra) bij eindhaltes buslijnen. </al><al>Semipubliek: n.v.t. </al><al>Publiek: n.v.t.</al></entry><entry colname="col5"><al>Privaat: remise concessiehouder en via opportunityladen (eigen laadinfra) bij eindhaltes buslijnen. </al><al>Semipubliek: n.v.t. </al><al>Publiek: n.v.t.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lichte logistieke voertuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestelwagens</al></entry><entry colname="col3"><al>Privaat: thuis- en bedrijfsaansluiting stallingdepot. </al><al>Semipubliek: parkeergarages, horeca en winkelcentra. </al><al>Publiek: openbare ruimte.</al></entry><entry colname="col4"><al>Privaat: snellader bedrijf. </al><al>Semipubliek: horeca, winkelcentra, tankstations, hubs. </al><al>Publiek: openbare ruimte.</al></entry><entry colname="col5"><al>Voorlopig niet van toepassing.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Zware logistieke voertuigen</al></entry><entry colname="col2"><al>Vrachtwagens</al></entry><entry colname="col3"><al>Privaat: bedrijf/depot.</al><al>Semipubliek: n.v.t. </al><al>Publiek: n.v.t</al></entry><entry colname="col4"><al>Privaat: bedrijf/depot. </al><al>Semipubliek: laad- en losplekken, tankstations, hubs. </al><al>Publiek: n.v.t..</al></entry><entry colname="col5"><al>Privaat: bedrijf/depot.</al><al>Semipubliek: laad- en losplekken, tankstations, hubs. </al><al/><al>Publiek: n.v.t.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al/></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>