<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72608_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling organieke functiewaardering 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Personeel actueel 22-05-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling organieke functiewaardering 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-06-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>0604420</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vastgesteld door burgemeester en wethouders d.d. 26 juni 2006, en gewijzigd bij besluit van 7 mei 2007, nr. 0703349</al><al>Datum bekendmaking vaststelling : 21-06-2006</al><al>Datum bekendmaking wijziging : 22-05-2007</al><al>Datum van bekendmaking regeling en toelichting: 21-6-06-2006 in Nieuwsbrief Personeel Actueel</al><al>Wijziging vastgesteld op 19-10-2010</al><al>Bekendgemaakt op 02-11-2010</al><al>In werking getreden op 03-11-2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling organieke functiewaardering 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en wethouders van Steenbergen</al><al>Overwegende, dat het in het kader van een goed personeelsbeleid aanbeveling
                        verdient om de regeling voor het waarderen van functies te herzien;</al><al>Gelet op het verhandelde in de vergadering van de commissie voor
                        Georganiseerd Overleg d.d. 21 juni 2006;</al><al>Gelet op verhandelde in de overlegvergadering van de Ondernemingsraad d.d.
                        15 juni 2006;</al><al>Gelet op <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">artikel
                            3:1 van de CAR/UWO gemeente Steenbergen 1997</extref>;</al><al>besluiten:</al><al>vast te stellen de navolgende Regeling organieke functiewaardering
                        2006.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1. Begripsbepaling</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ambtenaar: de ambtenaar zoals bedoeld in <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">artikel 1:1, lid 1 onder a van de CAR/UWO-regeling gemeente
                                    Steenbergen 1997</extref></al></li><li nr="b."><al>organieke functie: een taak of groep van taken, zoals die binnen het
                                raam van de voor de gemeente geldende regelingen door of namens het
                                college is vastgesteld om door een ambtenaar te worden vervuld;</al></li><li nr="c."><al>functiebeschrijving: de beschrijving van een organieke functie die
                                door één of meer ambtenaren kan worden vervuld;</al></li><li nr="d."><al>functiedeskundige: met de uitvoering van de Regeling organieke
                                functiewaardering belaste (externe) deskundige;</al></li><li nr="e."><al>waarderingscommissie: de commissie, bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-6-de-analyse-en-de-waardering">artikel 6, lid 1</extref>;</al></li><li nr="f."><al>bezwarencommissie: de commissie, bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7-mogelijkheid-tot-het-maken-van-bezwaar">artikel 7, lid 1</extref>;</al></li><li nr="g."><al>conversietabel: een tabel, die een koppeling legt tussen de
                                resultaten van de waardering en de salarisniveaus;</al></li><li nr="h."><al>afdelingshoofd: degene die hiërarchisch onder de algemeen directeur
                                is geplaatst;</al></li><li nr="i."><al>algemeen directeur: de gemeentesecretaris.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2. Omvang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het niveau van alle bij de gemeente voorkomende organieke functies
                                zal worden vastgelegd volgens de methode van functiewaardering, die
                                als bijlage bij deze regeling is gevoegd.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt slechts ten aanzien van
                                organieke functies waarvoor een bezoldiging van gemeentewege wordt
                                vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3. De functiebeschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op aanwijzingen van de algemeen directeur stelt het afdelingshoofd
                                een concept-functiebeschrijving op. Hij kan zich daarbij laten
                                bijstaan door een functiedeskundige.</al></li><li nr="2."><al>De concept-functiebeschrijving wordt besproken met de betreffende
                                ambtenaar.</al></li><li nr="3."><al>Naar aanleiding van deze gesprekken past het afdelingshoofd zo nodig
                                de concept-functiebeschrijving aan. Daarna levert het afdelingshoofd
                                het (definitieve) concept na ondertekening in bij de algemeen
                                directeur, tezamen met de eventuele schriftelijke opmerkingen van de
                                betrokken ambtena)r(en). Deze laatste(n) tekent (tekenen) het
                                concept voor ‘gezien’.</al></li><li nr="4."><al>Indien één of meer van de in artikel 3, lid 3 genoemde personen de
                                concept-functiebeschrijving niet juist en/of niet volledig acht,
                                wordt in overleg met betrokkene(n) getracht tot overeenstemming te
                                komen. Wordt deze overeenstemming niet bereikt, dan wordt de
                                concept-functiebeschrijving door het afdelingshoofd voorgelegd aan
                                de algemeen directeur met de zienswijze van betrokkene(n). De
                                algemeen directeur adviseert het college met betrekking tot de
                                taakinhoud.</al></li><li nr="5."><al>Indien de algemeen directeur instemt met de
                                concept-functiebeschrijving zoals die is opgesteld door het
                                afdelingshoofd, tekent hij voor akkoord.</al></li><li nr="6."><al>De algemeen directeur legt de concept-functiebeschrijving ter
                                vaststelling voor aan het college.</al></li><li nr="7."><al>Het college stelt de functiebeschrijving vast. Deze beslissing wordt
                                meegedeeld aan degene, die de functiebeschrijving in concept heeft
                                opgesteld, het afdelingshoofd, de betrokken ambtena(a)r(en) en de
                                functiedeskundige.</al></li><li nr="8."><al>Nadat de vastgestelde functiebeschrijving een onaantastbaar besluit
                                is geworden wordt aan de functiedeskundige de functiebeschrijving
                                voor een concept-waarderingsadvies voorgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Bezwaar tegen de vastgestelde functiebeschrijving</titel></kop><al>Tegen de beslissing bedoeld in artikel 3, lid 7 kan de
                        ambtenaar binnen zes weken bezwaar maken bij het college. Het college legt
                        het bezwaar voor aan de bezwarencommissie zoals bedoeld in artikel
                            7. De artikelen
                            7 en 8
                        zijn in dat geval zoveel als mogelijk van overeenkomstige toepassing. In dat
                        geval bestaat de taak van de bezwarencommissie uit:</al><lijst><li nr="a."><al>toetsen of de vastgestelde functiebeschrijving op een correcte wijze
                                tot stand is gekomen conform de procedures ingevolge de vastgestelde
                                regeling functiewaardering;</al></li><li nr="b."><al>toetsen van de vastgestelde functiebeschrijving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. Eerste functiebeschrijving en wijziging in de
                            functiebeschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Functiebeschrijvingen worden opgemaakt: </al><lijst><li nr="a."><al>voor nieuwe organieke functies welke duurzaam vervuld moeten
                                        worden;</al></li><li nr="b."><al>bij wijziging van het waarderingssysteem: voor die organieke
                                        functies waarvoor het college dit noodzakelijk acht;</al></li><li nr="c."><al>bij wijziging van de organisatie of wijziging van de
                                        taakinhoud van één of meer organieke functies: voor alle
                                        organieke functies die bij deze wijziging betrokken
                                        zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de behandeling van de in lid 1 bedoelde nieuwe of aangepaste
                                functiebeschrijvingen zijn alle bepalingen van deze regeling van
                                toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Een functiebeschrijving op grond van dit artikel wordt niet eerder
                                opgemaakt dan nadat de algemeen directeur daarvoor toestemming heeft
                                verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. De analyse en de waardering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een waarderingscommissie, bestaande uit: </al><lijst><li nr="a."><al>één externe vertegenwoordiger aan te wijzen door het
                                        college;</al></li><li nr="b."><al>één externe vertegenwoordiger aan te wijzen door de
                                        commissie voor georganiseerd overleg;</al></li><li nr="c."><al>een voorzitter aan te wijzen door de onder a en b genoemde
                                        leden;</al></li><li nr="d."><al>één adviserend lid, zonder stemrecht, de
                                        functiedeskundige;</al></li><li nr="e."><al>de algemeen directeur, zonder stemrecht, als adviseur;</al></li><li nr="f."><al>een ambtelijk secretaris, zonder stemrecht.</al></li></lijst></li><li nr="Voor"><al>ieder lid kan een plaatsvervangend lid worden aangewezen.</al></li><li nr="2."><al>De functiedeskundige vervaardigt aan de hand van de vastgestelde
                                functiebeschrijving een concept-waarderingsadvies voor de
                                waarderingscommissie.</al></li><li nr="3."><al>De vergaderingen van de waarderingscommissie zijn niet openbaar. De
                                leden zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hun uit de
                                stukken of de beraadslagingen bekend is geworden.</al></li><li nr="4."><al>De waarderingscommissie waardeert de functiebeschrijving in een
                                voltallige vergadering.</al></li><li nr="5."><al>De waarderingscommissie stelt, met als uitgangspunt de in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-de-functiebeschrijving">artikel 3</extref> bedoelde functiebeschrijving een gemotiveerd
                                waarderingsadvies op voor het college. Hierbij wordt het verslag van
                                de vergadering(en) van de waarderingscommissie gevoegd. Indien het
                                advies van de waarderingscommissie niet unaniem is, worden in het
                                verslag ook de minderheidsstandpunten verwoord.</al></li><li nr="6."><al>De waarderingscommissie adviseert desgewenst het college over de
                                conversietabel. Het college legt de conceptconversietabel ter
                                instemming voor aan de commissie voor Georganiseerd Overleg.
                                Vervolgens stelt het college de conversietabel vast.</al></li><li nr="7."><al>Het college stelt de functiewaardering vast, rekening houdend met
                                het advies de waarderingscommissie. Het college kan gemotiveerd van
                                het waarderingsadvies afwijken. Tevens stelt het college met behulp
                                van de conversietabel het daarbij behorende functieniveau vast</al></li><li nr="8."><al>De vastgestelde uitslag wordt aan de ambtenaar bekend gemaakt. Een
                                afschrift van de uitslag van de functiewaardering wordt aan het
                                afdelingshoofd toegezonden en de leden van de
                                waarderingscommissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7. Mogelijkheid tot het maken van bezwaar</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een bezwarencommissie, gebaseerd op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=7%3A13">artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht</extref>,
                                waarvan de leden door burgemeester en wethouders worden benoemd. De
                                bezwarencommissie is samengesteld uit: </al><lijst><li nr="a."><al>een extern lid, voorgedragen door het college;</al></li><li nr="b."><al>een extern lid, voorgedragen door de centrales van
                                        overheidspersoneel;</al></li><li nr="c."><al>een voorzitter aan te wijzen door de onder a en b genoemde
                                        leden;</al></li><li nr="d."><al>een functiedeskundige, niet zijnde de functiedeskundige,
                                        bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-6-de-analyse-en-de-waardering">artikel 6,lid 2</extref>, kan als adviseur zonder
                                        stemrecht worden toegevoegd;</al></li><li nr="Voor"><al>elk lid van de bezwarencommissie kan door de voordragende
                                        instantie een plaatsvervangend lid worden aangewezen.
                                        Het</al></li><li nr="lidmaatschap"><al>van de bezwarencommissie is onverenigbaar met het
                                        lidmaatschap van de waarderingscommissie. Het
                                        secretariaat</al></li><li nr="van"><al>de bezwarencommissie wordt vervuld door een ambtenaar van de
                                        afdeling Personeel en Organisatie.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De taak van de bezwarencommissie bestaat uit: </al><lijst><li nr="a."><al>toetsen of de vastgestelde functiewaardering op een correcte
                                        wijze tot stand is gekomen conform de procedures ingevolge
                                        de vastgestelde regeling functiewaardering;</al></li><li nr="b."><al>toetsen van de vastgestelde functiewaardering; De
                                        bezwarencommissie kan haar werkwijze vastleggen in een
                                        reglement.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien de ambtenaar die de functie vervult het niet eens is met de
                                vastgestelde functiewaarderingsuitslag, kan hij dat in een
                                bezwaarschrift kenbaar maken bij het college binnen zes weken na
                                schriftelijke bekendmaking van die uitslag.</al></li><li nr="4."><al>Het college legt het bezwaarschrift ter behandeling voor aan de
                                bezwarencommissie. Zij stelt de in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7-mogelijkheid-tot-het-maken-van-bezwaar">artikel 7, lid 8</extref> genoemde functionarissen van het
                                bezwaar op de hoogte.</al></li><li nr="5."><al>De bezwarencommissie behandelt een bezwaarschrift in voltallige
                                vergadering.</al></li><li nr="6."><al>Tenminste 10 dagen voor de behandeling van een bezwaarschrift worden
                                alle daarop betrekking hebbende stukken door de secretaris van de
                                bezwarencommissie aan de leden en eventueel de plaatsvervangende
                                leden toegezonden. De stukken worden tevens toegezonden aan de
                                indiener van het bezwaarschrift en op verzoek van de indiener aan
                                zijn raadsman. Voor de overige in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7-mogelijkheid-tot-het-maken-van-bezwaar">artikel 7,lid 8</extref> bedoelde functionarissen worden de
                                stukken ten minste één week voor het horen ter inzage gelegd, indien
                                zij door de bezwarencommissie voor de hoorzitting worden
                                uitgenodigd.</al></li><li nr="7."><al>De vergaderingen van de bezwarencommissie zijn niet openbaar. De
                                leden zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen uit de
                                stukken of de beraadslagingen bekend is geworden.</al></li><li nr="8."><al>De bezwarencommissie hoort niet alleen de indiener van het
                                bezwaarschrift en het bestuursorgaan, maar ook indien zij zulks
                                wenselijk acht en/of op verzoek: </al><lijst><li nr="a."><al>de andere ambtena(a)r(en) die de functie uitvoert/uitvoeren
                                        c.q. moet/moeten uitvoeren;</al></li><li nr="b."><al>het afdelingshoofd.</al></li></lijst></li><li nr="9."><al>De bezwarencommissie zal de functie in de volle omvang bezien; zij
                                zal zich niet beperken tot het gezichtspunt waartegen bezwaar is
                                ingediend. Indien wordt overwogen te adviseren de waardering voor
                                een niet-bestreden gezichtspunt te verlagen, stelt zij in elk geval
                                de indiener van het bezwaarschrift en het bestuursorgaan in de
                                gelegenheid hierover hun zienswijze naar voren te brengen. Tevens
                                stelt zij de indiener van het bezwaarschrift in de gelegenheid het
                                bezwaarschrift in te trekken.</al></li><li nr="10."><al>De bezwarencommissie draagt er zorg voor dat het advies zo tijdig
                                wordt vastgesteld en uitgebracht, dat het college kan beslissen
                                binnen de termijn als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=7%3A10">artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht</extref>. Zij
                                stelt haar advies bij meerderheid van stemmen vast. Indien het
                                advies niet unaniem is, wordt ook het minderheidsadvies
                                vermeld.</al></li><li nr="11."><al>Indien de bezwarencommissie van mening is, dat de bestreden
                                functiewaardering procedureel niet op een correcte wijze tot stand
                                gekomen is, heeft het advies voor het college een bindend karakter.
                                Indien de bezwarencommissie een inhoudelijk advies uitbrengt, kan
                                het college daarvan gemotiveerd afwijken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8. Vaststelling van de waardering na bezwaar</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Vaststelling van de waardering na bezwaar vindt plaats bij
                                afzonderlijk besluit van het college binnen tien weken na ontvangst
                                van het bezwaarschrift.</al></li><li nr="2."><al>De beslissing als bedoeld in lid 1 wordt aan de indiener van het
                                bezwaarschrift bekendgemaakt en aan de overige in lid 7, lid 8
                                genoemde personen medegedeeld, met overlegging van het uitgebrachte
                                advies van de bezwarencommissie. Eveneens wordt deze beslissing in
                                voorkomende gevallen bekend gemaakt aan de raadsman van de indiener
                                van het bezwaarschrift.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9. Slot- en overgangsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling kan worden aangehaald als de “Regeling organieke
                                functiewaardering 2006”.</al></li><li nr="2."><al>In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid
                                voorziet, beslist het college in de geest van deze regeling.</al></li><li nr="3."><al>Deze regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand
                                volgende op de dag van bekendmaking onder intrekking van de Regeling
                                Organieke Functiewaardering 1997, vastgesteld door het college op 6
                                januari 1998.</al></li><li nr="4."><al>Voor de in behandeling zijnde herwaarderingen blijft de regeling
                                gelden, die van toepassing was bij de aanvang van de procedure voor
                                herwaardering.</al></li><li nr="5."><al>De onder vigeur van de Regeling Organieke Functiewaardering 1997
                                d.d. 6 januari 1998 vastgestelde waarderingen blijven van kracht tot
                                zij zijn vervangen door waarderingen op basis van deze
                                regeling.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door</ondertekening><ondertekening>Burgemeester en wethouders van Steenbergen d.d. 26 juni 2006</ondertekening><ondertekening>De secretaris,de burgemeester,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Functiewaarderingssysteem, behorende bij de Regeling organieke
                        functiewaardering 2006</vet></al><al><vet>A. HET BEPALEN VAN HET FUNCTIENIVEAU</vet></al><al>Bij het waarderen van functies gaat het om, wat in de regeling functiewaardering
                    voor de betreffende organisatie onder het begrip functie wordt verstaan.</al><al>Er kunnen zich 2 mogelijkheden voordoen, te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>het samenstel van werkzaamheden door de ambtenaar verricht krachtens en
                            overeenkomstig hetgeen hem/haar door het daartoe bevoegde gezag is
                            opgedragen. Het gaat dus om de werkelijk verrichte taken, in opdracht
                            van het bevoegde gezag;</al></li><li nr="b."><al>wanneer dit uitdrukkelijk als zodanig is vermeld, kan er ook sprake zijn
                            van “te verrichten werkzaamheden”, d.w.z. datgene wat iemand zou moeten
                            doen, in opdracht van het bevoegde gezag. Veelal zal deze interpretatie
                            slechts gelden voor zeer grote organisaties, waar veel functies worden
                            aangetroffen, die door meerdere personen worden vervuld.</al></li></lijst><al>Uitgangspunt bij de bepaling van het functieniveau is de indeling van de
                    functies in een aantal hoofdgroepen. Met behulp van een vijftal criteria, de
                    secundaire factoren, wordt daarna binnen de onderscheiden hoofdgroepen de nodige
                    verfijning verkregen. Deze criteria worden onder C. nader omschreven.</al><al><vet>B. INDELING IN HOOFDGROEPEN</vet></al><al><vet>Algemene toelichting:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij het Gemeentelijk Functiewaarderingssysteem (G.F.S.) is de
                            hoofdgroepindeling gebaseerd op het denk- en werkniveau, d.w.z. het
                            niveau dat nodig is om de functie op normaal goede wijze te vervullen.
                            De begrippen werken en denken zijn uiteraard niet in tegenstellende zin
                            bedoeld. Het woord “werkniveau” alleen zou toereikend zijn geweest; de
                            toevoeging geeft slechts aan dat het niveau van het denken (in en ten
                            behoeve van het werk) een belangrijke rol speelt bij de
                            hoofdindeling.</al></li><li nr="2."><al>In de karakteristieken van de hoofdgroepen is het algemeen denk- en
                            werkniveau verwoord, waarin twee “soorten” van eisen zijn
                            verdisconteerd, namelijk: </al><lijst><li nr="a."><al>de voor de functie (in de desbetreffende hoofdgroep) vereiste
                                    opleiding, die een bepaald niveau van kennis, inzicht,
                                    bevattingsabstractievermogen e.d. veronderstelt, zonder welke de
                                    in die functie vereiste bekwaamheden in het algemeen niet kunnen
                                    worden verworven;</al></li><li nr="b."><al>de vereiste trainingvorming in de huidige en in de vroegere
                                    werksituatie.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het mag duidelijk zijn, dat het niet gaat om officiële kwalificaties van
                            de persoon, maar om de functie-eisen.</al></li><li nr="4."><al>De wijze waarop het onder beroepsvorming vermelde kennisniveau is
                            verkregen, bijvoorbeeld door opleiding, vorming, ervaring of anderszins,
                            is van geen belang.</al></li><li nr="5."><al>Bij het algemeen werk- en denkniveau gaat het om een ondeelbaar begrip.
                            Hierbij kan het “intellectuele” (opleidings)aspect wel eens te exclusief
                            aandacht krijgen. Vooropgesteld dat reële opleidingseisen een zeer
                            bruikbare indicatie verschaffen (zie ook punt 2 hierboven), dient bij
                            het bepalen van de hoofdgroep niet alleen naar de vereiste opleiding te
                            worden gekeken. Indien het gaat om bijvoorbeeld een chefsfunctie met een
                            aantal functies van hoofdgroep II, dan behoeft dit nog niet in te houden
                            dat deze chefsfunctie een trapje hoger moet worden ingedeeld. Dat hangt
                            namelijk van het gehalte van de chefsschap af. Wanneer deze chefsfunctie
                            een beroep doet op kwaliteiten als bijvoorbeeld het vermogen tot
                            organiseren, coördineren, meedenken en samenspelen in een breder verband
                            e.d., dan ligt indeling in hoofdgroep III voor de hand, ook al wordt
                            voor deze chefsfunctie geen MBO (bijvoorbeeld M.T.S./M.E.A.O.) als
                            selectie-eis gesteld. Kernvraag voor de indeling is: wat is het karakter
                            en het gehalte van betreffende functie.</al></li><li nr="6."><al>Hoofdgroep en functionele vorming zijn niet van elkaar te scheiden, en
                            ze geven het totale werk- en denkniveau weer; ze zijn onlosmakelijk met
                            elkaar verbonden.Ten zeerste onjuist is het wanneer de ene
                            functionaris/commissie de hoofdgroep bepaalt, terwijl een andere
                            functionaris/commissie de score voor functionele vorming bepaalt. Een en
                            ander houdt in, dat bij indienen van een bezwaarschrift tegen de score
                            voor functionele vorming en/of tegen de hoofdgroepindeling, zowel de
                            hoofdgroepindeling als de score voor het gezichtspunt functionele
                            vorming moeten worden vastgesteld Opmerking: zie ook handelingsvrijheid
                            en keuzemogelijkheden.</al></li><li nr="7."><al>Onder opleidingsniveau, voor zover betrekking hebbend op de
                            hoofdgroepindeling, wordt verstaan de totale theoretische opleiding plus
                            de tijd die nodig is om de opgedane kennis in praktijk toe te passen. De
                            tijd die nodig is om de kennis operationeel te maken, wordt bij de
                            bepaling van de score voor functionele vorming buiten beschouwing
                            gelaten. Om op het aangegeven niveau te kunnen functioneren, is als
                            regel de volgende, niet mee te tellen ervaring nodig: </al><lijst><li nr=""><al>Hoofdgroep I: 0 jaar</al></li><li nr=""><al>Hoofdgroep II: 1 jaar</al></li><li nr=""><al>Hoofdgroep III: 2 jaar</al></li><li nr=""><al>Hoofdgroep IV: 3 jaar</al></li><li nr=""><al>Hoofdgroep V: 4 jaar</al></li><li nr=""><al>Hoofdgroep VI: 5 jaar</al></li><li nr=""><al>Voorbeeld:</al></li><li nr=""><al>Na het behalen van bijvoorbeeld een HBO-diploma (bijvoorbeeld
                                    HTS/HEAO) heeft men in de regel nog 3 jaar nodig om het geleerde
                                    in de praktijk te leren toepassen. Bij parttime opleidingen is
                                    dit in de regel korter.</al></li></lijst></li><li nr="8."><al>Het aantal jaren dat men een functie vervult, voorzover niet betrekking
                            hebbend op opleiding, wordt bij functiewaardering buiten beschouwing
                            gelaten.</al></li><li nr="9."><al>Studie voor het op peil houden van vakkennis wordt bij functiewaardering
                            buiten beschouwing gelaten.</al></li><li nr="10."><al>Vervanging wordt alleen gewaardeerd, indien deze structureel meer dan
                            20% van de werktijd bedraagt (exclusief vervanging bij vakantie, ziekte
                            en verlof) en betrekking heeft op leiding geven aan meerdere personen.
                            uit de functiebeschrijving moet duidelijk naar voren komen wat deze
                            vervanging inhoudt.</al></li></lijst><al><vet>Niveau-indeling hoofdgroepen</vet></al><al><vet>Hoofdgroep I</vet></al><al>Werkzaamheden, die in het algemeen worden gevormd door op zichzelf staande, dan
                    wel in eenvoudige combinatie voorkomende, afzonderlijke handelingen en
                    gekenmerkt worden door een routinematig karakter en een belangrijke fysieke
                    component. De benodigde vaardigheid kan worden verkregen door routine, door
                    training of scholing in de werksituatie en/of een bedrijfsopleiding.</al><al><vet>Toelichting:</vet></al><al>Te denken valt aan:</al><lijst><li nr="-"><al>werkzaamheden waartoe de vaardigheid en bekwaamheid in het algemeen
                            slechts denkbaar zijn op basis van primair onderwijs
                            (basisonderwijs);</al></li><li nr="-"><al>assistent van vakman of vaklieden;</al></li><li nr="-"><al>werkzaamheden, waarvoor enige scholing of oefening is vereist</al></li><li nr="-"><al>administratieve werkzaamheden, waarvoor de eisen ten aanzien van lezen
                            en rekenen niet verder gaan dan eenvoudige notities en
                            berekeningen;</al></li><li nr="-"><al>werkzaamheden waarvoor in verband met vaardige bediening van 1 type
                            voertuig het groot rijbewijs (CD) voldoende is (medewerkers die niet als
                            all-round chauffeur worden ingezet).</al></li></lijst><al>Opmerking</al><al>Als basis voor een MBO-opleiding op niveau I geldt hoofdgroep I. Indien voor een
                    functie een MBO-opleiding op niveau I wordt geadviseerd, dan komt dit tot
                    uitdrukking in de score voor Functionele vorming.</al><al><vet>Hoofdgroep II</vet></al><al>Werkzaamheden die een vaardigheid en bekwaamheid vereisen, die in belangrijke
                    mate worden bepaald door routine in de toepassing van nauw bepaalde werkwijzen
                    en door ervaringskennis bij deze toepassing. In de functie treden eigen oordeel,
                    handelingskeuze of gedragsbepaling op ter realisering van gestelde taken.</al><al>De benodigde vaardigheid kan worden verkregen door onder meer een afgeronde
                    vaktechnische scholing op het hoogste VMBO-niveau en/of routine in de toepassing
                    van nauw bepaalde werkwijzen.</al><al><vet>Toelichting:</vet></al><al>Te denken valt aan werkzaamheden:</al><lijst><li nr="-"><al>waarvoor ambachtelijke kennis of vaardigheid is vereist;</al></li><li nr="-"><al>als all-round chauffeur die op een aantal typen voertuigen structureel
                            ingezet wordt ingezet(bijvoorbeeld huisvuilauto + veegauto +
                            kolkenzuiger + vrachtauto e.d.);</al></li><li nr="-"><al>van dagelijks toezicht op de uitvoering van (technische) werkzaamheden
                            (tot en met hoofdgroep II, bijvoorbeeld meewerkend voorman c.a.);</al></li><li nr="-"><al>waarvoor vakinhoudelijke kennis, dan wel gedegen kennis van de
                            Nederlandse taal is vereist.</al></li></lijst><al>Opmerking:</al><al>Indien voor een functie een HAVO-niveau wordt geadviseerd, dan komt het verschil
                    met VMBO-niveau tot uitdrukking in de score voor functionele vorming. Als basis
                    voor een HAVO-niveau geldt hoofdgroep II met 3 punten voor functionele vorming
                    (gebaseerd op 3,6 jaar aanvullende schoolopleiding, conform jurisprudentie – 2
                    jaar dagopleiding na VMBO en 1,6 jaar thuisstudie).</al><al>Een MBO-opleiding op niveau 2 wordt gelijkgesteld aan een VMBO-opleiding. Indien
                    voor een functie een MBO-opleiding op niveau 2 wordt geadviseerd, dan komt dit
                    tot uitdrukking door een indeling in hoofdgroep II. Als basis voor een
                    MBO-opleiding op niveau 3 geldt hoofdgroep II.</al><al>Indien voor een functie een MBO-opleiding op niveau 3 wordt geadviseerd, dan
                    komt dit tot uitdrukking in de score voor functionele vorming.</al><al><vet>Hoofdgroep III</vet></al><al>Werkzaamheden waarvoor een praktische vaardigheid is vereist, die mede berust op
                    theoretische kennis en op breder inzicht in de technische, organisatorische,
                    economische en/of maatschappelijke samenhang.</al><al>De werkzaamheden als zodanig zijn in het algemeen nog bepaald tot een vrij nauw
                    afgebakend werkgebied of takenpakket, maar vereisen eigen analyse,
                    interpretatie, conceptie en aanpak c.q. optreden en gedragsbepaling.</al><al>De benodigde bekwaamheid kan worden verkregen door een afgeronde middelbare
                    vaktechnische scholing (MBO niveau 4).</al><al>Als basis voor een MBO-opleiding op niveau 4 geldt hoofdgroep III. Indien voor
                    een functie een MBO-opleiding op niveau 4 wordt geadviseerd, dan komt dit tot
                    uitdrukking door een indeling in hoofdgroep III.</al><al>Zie verder het gezichtspunt functionele vorming.</al><al><vet>Toelichting:</vet></al><al>Te denken valt aan de werkzaamheden van:</al><lijst><li nr="-"><al>van dagelijks toezicht op de uitvoering van meer gecompliceerde
                            werkzaamheden (tot en met hoofdgroep III);</al></li><li nr="-"><al>van in het algemeen meer uitvoerend karakter, waartoe echter naast
                            praktische gerichte vakkennis ook een theoretische ondergrond aanwezig
                            moet zijn voor het opvangen van zich in de uitvoering voordoende
                            problemen, of voor het uitwerken van meer gecompliceerde
                            opdrachten.</al></li></lijst><al><vet>Hoofdgroep IV</vet></al><al>Werkzaamheden waarvoor praktisch inzicht en praktijkkennis is vereist van
                    theoretische grondslagen enerzijds en een oriëntatie buiten het eigen vakgebied
                    anderzijds. Het arbeidsveld of vakgebied als zodanig is meestal nog begrensd,
                    maar raakt aan andere terreinen en vakrichtingen waarop moet worden
                    ingespeeld.</al><al>Werkzaamheden waarbij veelal in direct samenspel met beleidsfunctionarissen
                    en/of uitgaande van globaal geformuleerde algemene beleidslijnen en/of
                    richtlijnen wordt deelgenomen aan de beleidsvoorbereiding, hooggekwalificeerde
                    uitvoerende en/of controlerende werkzaamheden op een afzonderlijk terrein van
                    overheidszorg, management of beheer dan wel wetenschap en techniek.</al><al>De benodigde bekwaamheid kan worden verkregen middels afronding van hogere
                    vaktechnische scholing (HBO Bachelorniveau).</al><al><vet>Toelichting:</vet></al><al>Te denken valt aan:</al><lijst><li nr="-"><al>het verrichten van therapeutische werkzaamheden in het begeleiden van
                            mensen bijvoorbeeld bij maatschappelijk werk (langdurige immateriële
                            begeleiding);</al></li><li nr="-"><al>werkzaamheden van hoofden van onderdelen, die als zodanig in een groter
                            organisatorisch verband een vrij afgeronde en zelfstandige functie
                            vervullen;</al></li><li nr="-"><al>dagelijks toezicht op omvangrijke en gecompliceerde technische
                            werkzaamheden (tot en met hoofdgroep IV);</al></li><li nr="-"><al>statische berekeningen van staal- en/of betonconstructies;</al></li><li nr="-"><al>handhaven van milieuvoorschriften bij de zwaardere categorie
                            bedrijven.</al></li></lijst><al>Opmerkingen</al><al>Als basis voor een HBO Bacheloropleiding geldt hoofdgroep IV. Indien voor een
                    functie een HBO Masteropleiding (voormalig Post-HBO) wordt geadviseerd, dan komt
                    dit tot uitdrukking in de score voor functionele vorming.</al><al>Het Universitair Bachelorniveau wordt in dit systeem niet als een volledige
                    wetenschappelijke studie gezien; de basis is derhalve hoofdgroep IV.Indien voor
                    een functie een Universitair Bacheloropleiding wordt geadviseerd, dan komt het
                    verschil met een HBO Bacheloropleiding tot uitdrukking in de score voor
                    functionele vorming.</al><al>N.B: Voor het begrip `beleid`verwijzen wij naar de toelichting bij het
                    gezichtspunt keuzemogelijkheden.</al><al><vet>Hoofdgroep V</vet></al><al>Werkzaamheden waarbij de vereiste bekwaamheid vooral de kwaliteit van
                    analystisch, synthetisch/methodisch denken betreft, alsmede creativiteit en
                    onafhankelijke oordeelsvorming.</al><al>De werkzaamheden omvatten onder andere het uitwerken van beleidsideeën
                    ¨(prognose, planning, onderzoek), het ontwikkelen van beleidslijnen op een breed
                    terrein en op lange termijn. Daarnaast betreft het standpuntbepaling en
                    belangenbehartiging in contacten met maatschappelijke groeperingen, in
                    commissies enz., ook in internationaal, in het (mede) geven van richting aan de
                    ontwikkeling van grote technische of maatschappelijke projecten.</al><al>Werkzaamheden in de sfeer van bestuur en beleid op onderscheiden terreinen van
                    overheidszorg-bedrijfsvoering-(toegepaste) wetenschapsbeoefening.</al><al>De benodigde bekwaamheid kan worden verkregen middels afronding van een
                    wetenschappelijke studie (Universitair Masterniveau).</al><al><vet>Toelichting:</vet></al><al>Te denken valt aan:</al><lijst><li nr="-"><al>hoofden van zeer grote afdelingen;</al></li><li nr="-"><al>hoofden van kleine tot middelgrote sectoren;</al></li><li nr="-"><al>directeuren van kleinere organisaties;</al></li><li nr="-"><al>concerncontrollers; concernadviseurs van grote organisaties;</al></li><li nr="-"><al>schoolartsen, bedrijfsartsen e.a.;</al></li></lijst><al><vet>Hoofdgroep VI</vet></al><al>Werkzaamheden waarbij de bekwaamheid deskundigheid betreft op een theoretisch,
                    fundamenteel gebied alsmede het hebben van diepgaand inzicht in
                    politiek-bestuurlijke, sociaal-maatschappelijke, wetenschappelijke of
                    bedrijfsstructuren.</al><al>De werkzaamheden betreffen (integraal, operationeel, sectoraal of
                    specialistisch) management ten aanzien van een afgerond terrein van (overheids)
                    bestuur, aansturing van een omvangrijke dienst/instelling/sector dan wel het
                    fungeren als intermediair tussen de politieke organisatie en de ambtelijke
                    organisatie.</al><al>De werkzaamheden hebben als doel het realiseren van een geheel van
                    (beleids)doelstellingen die op politiek-bestuurlijk, maatschappelijk en/of
                    wetenschappelijk-strategisch niveau zijn vastgesteld.</al><al>De wijze van uitvoering en de te bereiken resultaten hebben een duidelijke,
                    veelal duurzame invloed op het functioneren van de maatschappij, het
                    overheidsapparaat en/of op omvangrijke delen van de samenleving.</al><al>De benodigde bekwaamheid kan worden verkregen middels afronding van een
                    wetenschappelijke opleiding (Universitair Masterniveau), aangevuld met 7 jaar
                    aanvullende school-en/of praktijkopleiding (ruime managementervaring en/of
                    wetenschappelijke ervaring; voltooide tweede-fase-opleiding).</al><al><vet>Toelichting:</vet></al><al>Te denken valt aan werkzaamheden van:</al><lijst><li nr="-"><al>hoofden van zeer grote, zware beleids- en technische afdelingen;</al></li><li nr="-"><al>hoofden van grote tot zeer grote sectoren;</al></li><li nr="-"><al>directeuren van middelgrote tot grote organisaties;</al></li><li nr="-"><al>het leiden van zware beleids-en staforganen, wetenschappelijke
                            instituten of diensten.</al></li></lijst><al><vet>C. SECUNDAIRE FACTOREN</vet></al><al>Na de indeling in hoofdgroepen I t/m VI, kan met de zogenaamde secundaire
                    factoren (verfijningscriteria) tot de gewenste differentiatie worden
                    gekomen.</al><al>Als criteria worden gehanteerd:</al><lijst><li nr="-"><al>functionele vorming;</al></li><li nr="-"><al>handelingsvrijheid;</al></li><li nr="-"><al>keuzemogelijkheden;</al></li><li nr="-"><al>leiding geven;</al></li><li nr="-"><al>contact.</al></li></lijst><al>Voor elk van deze criteria kunnen 1, 2, 3 of 4 punten worden behaald met dien
                    verstande dat voor het criterium leiding geven ook een score 0 mogelijk is.</al><al>De som van de behaalde scores is bepalend voor de plaats binnen de hoofdgroep in
                    de conversietabel.</al><al><vet>a. Functionele vorming</vet></al><al>Functionele vorming omvat de minimale theoretische en praktische kennis die de
                    functie verlangt, uitgaande boven het werk- en denkniveau dat bepalend is
                    geweest voor de hoofdgroepindeling. Dit wordt ook wel functiegerichte
                    kennisvermeerdering genoemd.</al><al>De functionele vorming wordt binnen de hoofdgroepen I t/m V uitgedrukt in het
                    totaal benodigde aantal jaren school- en praktijkopleiding en omvat ook de
                    normaal te achten studie thuis.Ter benadering van de gradering kunnen fictieve
                    opleidingen worden geconstrueerd.</al><al>Uitdrukkelijk wordt hier nog eens herhaald dat in de hoofdgroepindeling
                    kennisvermeerdering (d.i. inwerkperiode) is opgenomen die bij functionele
                    vorming niet meetelt. Bij de inleiding tot het systeem is onder punt 7
                    weergegeven hoeveel net mee te tellen relevante werkervaring per hoofdgroep is
                    geïncorporeerd.</al><al>Bij de indeling in hoofdgroep VI is rekening gehouden met een voltooide
                    wetenschappelijke studie, aangevuld met meer dan 7 jaar aanvullende school-en
                    praktijkopleiding (zie hoofdgroep VI). De score voor functionele vorming wordt
                    bij hoofdgroep VI niet meer bepaald door kennis, maar door de nodige extra
                    ervaring die uitstijgt boven de genoemde voltooide wetenschappelijke studie plus
                    meer dan 7 jaar aanvullende school-en/of praktijkopleiding. De extra benodigde
                    ervaring is afhankelijk van:</al><lijst><li nr="-"><al>de mate waarin er sprake is van initiëren van en richting geven aan
                            nieuw beleid;</al></li><li nr="-"><al>het aantal beleidsvelden, de breedte en de diepgang daarvan, behorend
                            tot de betrokken functie;</al></li><li nr="-"><al>het aantal formatieplaatsen waaruit de organisatorische eenheid bestaat
                            en de zwaarte daarvan, bijvoorbeeld tot uitdrukking komend in het aantal
                            beleidsfuncties op academisch niveau.</al></li></lijst><al>De telling van de extra jaren benodigde ervaring loopt parallel aan de jaren
                    voor functionele vorming, die bij de scores is vermeld.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Score</al></entry><entry colname="col2"><al>Omschrijving</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>Na de beroepsopleiding (inclusief inwerkperiode) is maximaal
                                        1 jaar school-en/of praktijkopleiding nodig.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>Na de beroepsopleiding (inclusief inwerkperiode) is meer dan
                                        1 tot maximaal 2 jaar school-en/of praktijkopleiding
                                        nodig.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>Na de beroepsopleiding (inclusief inwerkperiode) is meer dan
                                        2 tot maximaal 4 jaar school-en/of praktijkopleiding
                                        nodig.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>Na de beroepsopleiding (inclusief inwerkperiode) is meer dan
                                        4 tot maximaal 7 jaar school-en/of praktijkopleiding
                                        nodig.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Indien de aanvullende kennis meer dan 7 à 8 jaar bedraagt, wordt de functie
                    ingedeeld in de naasthogere hoofdgroep met als regel een score 1 voor
                    functionele vorming.</al><al><vet>Toelichting</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij de functionele vorming mogen alleen die aspecten worden meegenomen,
                            waarvan mag worden verwacht dat deze in de beroepsopleiding (hoofdgroep)
                            niet of nauwelijks zijn behandeld en die door het volgen van een
                            aanvullende studie c.q. praktijkopleiding (praktijkervaring als
                            kennisvermeerdering) eigen gemaakt moeten worden.</al></li><li nr="2."><al>Bij de bepaling van de hoofdgroep en de score voor functionele vorming
                            wordt uitsluitend de kennisvermeerdering die nodig is voor de functie
                            gehonoreerd (functiegerichte kennisvermeerdering).</al></li><li nr="3."><al>Eén jaar schoolopleiding bij functionele vorming komt overeen met 40
                            studieweken. Bij de bepaling van de studieduur wordt uitgegaan van het
                            normaal geacht aantal les- en studie-uren (10-15 uur per week), tenzij
                            duidelijk kan worden aangetoond dat dit aantal hoger of lager ligt.</al></li><li nr="4."><al>Eén jaar praktijkopleiding komt overeen met 1 jaar aanvullende studie
                            als bij punt 3 gedefinieerd, tenzij duidelijk kan worden aangetoond dat
                            het aantal opleidingsuren hoger of lager is dan 10-15 uur per week.</al></li><li nr="5."><al>Bij de bepaling van het aantal jaren school- en/of praktijkopleiding
                            wordt in principe uitgegaan van de kortste weg die gegaan moet worden om
                            de kennis en/of ervaring te vergaren die benodigd is om de functie uit
                            te kunnen oefenen.</al></li><li nr="6."><al>Ook kennis die nodig is om leiding te kunnen geven of voor het kunnen
                            hebben van (ingewikkelde) contacten, dient bij dit gezichtspunt
                            gewaardeerd te worden.</al></li><li nr="7."><al>Bij zowel de hoofdgroepindeling als functionele vorming, worden
                            opleidingen gehanteerd die geen discussie opleveren over het niveau van
                            de opleiding en die passen binnen de structuur van het kennisaspect van
                            het functiewaarderingssysteem. Opleidingen waarover discussie kan
                            ontstaan en waarvoor algemeen gangbare en erkende alternatieve
                            opleidingen aanwezig zijn worden in principe niet gebruikt. De algemeen
                            gangbare en erkende opleiding wordt gehanteerd.</al></li><li nr="8."><al>Als basis voor een MBO-opleiding op niveau 2 of 3 geldt hoofdgroep II
                            met respectievelijk 1 en 3 punten voor functionele vorming gebaseerd op
                            de duur van de opleidingen.</al></li><li nr="9."><al>Als basis voor een HBO Bacheloropleiding geldt hoofdgroep IV. Indien
                            voor de functie een HBO Masteropleiding wordt geadviseerd, geldt als
                            basis hoofdgroep IV met 3 punten voor functionele vorming, gebaseerd op
                            60 studiepunten (1680 studie-uren).</al></li><li nr="10."><al>Als basis voor een Universitair Bachelorniveau geldt hoofdgroep IV met 1
                            punt voor functionele vorming, gebaseerd op de duur van een deficiëntie-
                            of schakelprogramma.</al></li></lijst><al><vet>b. Handelingsvrijheid (mate van vrijheid in de functie)</vet></al><al>Het gaat hierbij om de mogelijkheid die de functie biedt, beslissingen naar
                    eigen inzicht te nemen. Deze mogelijkheid wordt onder meer beperkt door
                    toezicht, controle, beoordeling door of namens de leiding, een en ander
                    afhankelijk van de aard van de werkzaamheden. Deze controle/toetsing/beoordeling
                    kan plaatsvinden door onder meer de direct leidinggevende, een hogere
                    leidinggevende, een namens de leiding met controle/toetsing/beoordeling belaste
                    functionaris, al dan niet in het kader van een bepaalde procedure of werkproces,
                    een in een procedure of werkproces ingebrachte zelfcontrole of
                    systeemcontrole.</al><al>De frequentie van deze controle/toetsing/beoordeling wordt mede als maatstaf
                    gehanteerd voor het bepalen van de score. Bij de bepaling van de score mogen
                    uitsluitend die werkzaamheden (functiebestanddelen) in aanmerking komen die van
                    overwegende invloed zijn geweest voor de bepaling van het totale werk- en
                    denkniveau (= hoofdgroep en functionele vorming).</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Score</al></entry><entry colname="col2"><al>Omschrijving</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>Gegeven de aard van de werkzaamheden mag worden verwacht dat
                                        het werk (resultaat) of de werksituatie aan een regelmatige
                                        dan wel gedetailleerde (systeem)
                                        controle/toetsing/beoordeling wordt onderworpen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>Gegeven de aard van de werkzaamheden mag worden verwacht dat
                                        het werk (resultaat) of de werksituatie steekproefsgewijs
                                        dan wel In grote lijnen wordt
                                        gecontroleerd/getoetst/beoordeeld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>Gegeven de aard van de werkzaamheden mag worden verwacht dat
                                        het werk (resultaat) of de werksituatie slechts aan een
                                        eindcontrole/toetsing/beoordeling kan worden
                                        onderworpen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>Gegeven de aard van de werkzaamheden kan
                                        beoordeling/toetsing van het werk (resultaat) slechts
                                        plaatsvinden op grond van de uitwerking in de praktijk.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Toelichting:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De mogelijkheid van methodische zelfcontrole en de in de
                            procedure/werkmethode ingebouwde (systeem) controle is van invloed bij
                            de bepaling van de score.</al></li><li nr="2."><al>Partiële verantwoordelijkheid leidt in de regel nooit tot de maximale
                            score.</al></li><li nr="3."><al>Een score 4 wordt gegeven indien de werkzaamheden zodanig van aard zijn
                            dat er sprake is van een groot aantal onzekere factoren, die door de
                            functionaris in de afweging moet worden betrokken, terwijl de inbreng in
                            de beleidsadvisering en/of besluitvorming doorslaggevend is. Onzekere
                            factoren zijn bijvoorbeeld het inschatten van ontwikkelingen op lange
                            termijn waarbij alleen de praktijk kan uitwijzen of de inschatting de
                            juiste is geweest. Dit zal veelal pas na verloop van jaren mogelijk
                            zijn.</al></li></lijst><al><vet>c. Keuzemogelijkheden</vet></al><al>Het gaat hierbij om de mate waarin de organisatie en de (aard van de)
                    werkzaamheden de functionaris de mogelijkheid bieden tot het ontwikkelen van
                    initiatieven, het bewandelen van andere wegen dan de gebruikelijke en het
                    oplossen van de zich voordoende problemen naar eigen inzicht. Deze keuzen kunnen
                    worden beperkt door wetgeving, jurisprudentie, voorschriften, richtlijnen
                    (bijvoorbeeld NEN-bladen, vakvoorschriften, overheidsvoorschriften en/of
                    richtlijnen, veiligheidsvoorschriften enz.), instructies, werkafspraken en
                    dergelijke. Bij de bepaling van de score mogen uitsluitend die werkzaamheden
                    (functiebestanddelen) in aanmerking worden genomen, die van overwegende invloed
                    zijn geweest voor de bepaling van het totale werk- en denkniveau (hoofdgroep en
                    functionele vorming).</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Score</al></entry><entry colname="col2"><al>Omschrijving</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>Door voorschriften en gedragsregels liggen werkmethoden
                                        en/of werkvolgorde vast; er wordt slechts vrijheid gelaten
                                        in tevoren bepaalde gevallen (details en
                                        routinebeslissingen).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>Werkmethoden en/of werkvolgorde liggen niet vast. Het werk
                                        of een onderdeel daarvan kan op meerdere, maar wel bekende
                                        manieren worden uitgevoerd. Afhankelijk van de
                                        omstandigheden dient een keuze te worden gemaakt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>Het werk omvat het ontwerpen en realiseren van nieuwe
                                        oplossingen voor problemen in de uitvoeringssfeer. In de
                                        regel zijn dit eenmalige oplossingen dan wel in het kader
                                        van beleidsuitvoering en/of beleidsadvisering binnen
                                        vastgestelde of aangegeven beleidslijnen en/of
                                        instructies.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>Het werk omvat het ontwerpen en realiseren van nieuwe
                                        oplossingen voor problemen in de sfeer van het beleid dan
                                        wel dat het gaat om structurele oplossingen die een
                                        fundamentele uitwerking zullen hebben in de organisatie.
                                        Hierbij is een vereiste dat beleidsontwikkeling in
                                        overwegende mate in de functie is opgenomen c.q. de
                                        functionaris eindverantwoordelijk is voor de
                                        beleidsontwikkeling binnen het betreffende
                                        organisatieonderdeel.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Toelichting</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij het honoreren van een bezwaarschrift tegen de hoofdgroepindeling
                            en/of score voor functionele vorming moet de score voor dit gezichtspunt
                            opnieuw worden bepaald (op grond van niveau bepalende
                            werkzaamheden).</al></li><li nr="2."><al>Keuzen die voor het eerst zijn/worden gemaakt, behoeven niet altijd
                            gerekend te worden tot nieuwe oplossingen. Keuzen bij werkzaamheden
                            waarvoor algemeen aanvaarde methoden gelden, hoewel nog niet toegepast
                            in de organisatie c.q. het werk worden gerekend tot de score 2.</al></li><li nr="3."><al>Onder nieuwe oplossingen/wegen dient te worden verstaan die
                            oplossingen/wegen die op grond van het werk- en denkniveau, zoals blijkt
                            uit de hoofdgroepindeling en de score voor functionele vorming van de
                            functie, niet bekend verondersteld mogen worden</al></li><li nr="4."><al>Onder beleid wordt verstaan: het formuleren van doelstellingen en de weg
                            die moet worden gegaan om de doelstellingen te bereiken. Kenmerken van
                            beleidsontwikkeling zijn: het ontwikkelen van een visie geldend voor de
                            langere termijn, op een breed terrein en grensoverschrijdend naar andere
                            vakdisciplines.</al></li><li nr="5."><al>Indien beleidsontwikkeling niet in overwegende mate in de functie is
                            opgenomen, met andere woorden geen substantieel onderdeel uitmaakt van
                            de functie, dan geldt voor keuzemogelijkheden een score van 3.</al></li></lijst><al><vet>d. Leiding geven</vet></al><al><vet>Echelonmodel</vet></al><al>Leiding geven is het richting geven aan de activiteiten van functionarissen, die
                    hiërarchisch direct of indirect ondergeschikt zijn -of zich in een situatie
                    bevinden die daarmee vergelijkbaar is - teneinde de gestelde doelen te bereiken.
                    Het leidinggeven kenmerkt zich in beginsel door de aanwezigheid van een
                    gezagssituatie waarbij de medewerkers zich (uiteindelijk) hebben te voegen naar
                    hetgeen de leidinggevende juist of noodzakelijk acht.</al><al>In het echelonmodel wordt de zwaarte van het gezichtspunt leidinggeven
                    voornamelijk bepaald door het hiërarchische niveau waarop de leidinggevende
                    functie is gepositioneerd. Binnen de gemeentelijke organisatie wordt onderscheid
                    gemaakt tussen:</al><al>1e echelon leidinggevenden: algemeen directeur;</al><al>2e echelon leidinggevenden: afdelingshoofden;</al><al>3e echelon leidinggevenden: clustercoördinatoren, teamcoaches en chefs zwembaden
                    die belast zijn met afgeleide leidinggevende taken</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Score</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Omschrijving echelon</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>1e echelon</al></entry><entry colname="col3"><al>Directeur/gemeentesecretaris</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>2e echelon</al></entry><entry colname="col3"><al>Afdelingshoofden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>3e echelon</al></entry><entry colname="col3"><al>Clustercoördinatoren,teamcoaches en chefs zwembaden</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Toelichting:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij het gezichtspunt leiding geven ligt de nadruk op de aanwezigheid van
                            een hiërarchische verhouding. Mentorschap, Kameroudste, eerste
                            medewerk(st)er e.d. worden bij dit gezichtspunt niet gewaardeerd. Het
                            samenwerken van een aantal medewerkers waarbij een van deze personen
                            optreedt als eerste man/vrouw (bijvoorbeeld vakman t.o.v. handlangers;
                            chauffeur t.o.v. bijrijders/ beladers, fitter t.o.v. grondwerkers) wordt
                            bij dit gezichtspunt niet gewaardeerd.</al></li><li nr="2."><al>Voor dit gezichtspunt kunnen alleen de clustercoördinatoren bij de
                            afdeling Ondersteuning en de afdeling Realisatie en Beheer, de
                            teamcoaches P&amp;O en I&amp;A bij de afdeling Ondersteuning alsmede de
                            chefs zwembaden bij de afdeling Eigendom Beheer in aanmerking komen voor
                            een score van twee punten. Deze functionarissen worden beschouwd als het
                            3e echelon. Het kan voorkomen dat andere functies in het functieboek de
                            benaming hebben van coördinator doch hier is geen sprake van
                            leidinggeven volgens het 3<inf>e</inf> echelon.</al></li></lijst><al><vet>e. Contact</vet></al><al>Hierbij komen tot uitdrukking de eisen, die aan de contactvaardigheid in de
                    functie worden gesteld met betrekking tot personen waarmee de functionaris in
                    een niet-hiërarchische verhouding staat.</al><al>Ervaringskennis op het terrein van de menselijke verhouding, kennen van
                    mentaliteit, levensgewoonten, sociale omstandigheden, levensbeschouwelijke
                    invloeden met betrekking tot bepaalde (groepen) personen e.d., worden als kennis
                    aan- gemerkt en derhalve gewaardeerd in de hoofdgroep en functionele
                    vorming.</al><al>Bezinning op de wijze waarop gerezen moeilijkheden in de contactverhoudingen
                    moeten worden aangepakt of voorkomen, alsmede overwegingen welke gedragslijn te
                    volgen, worden in het gezichtspunt “keuzemogelijkheden c.q. zelfstandigheid”
                    gewaardeerd.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Score</al></entry><entry colname="col2"><al>Omschrijving</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het gaat in de contacten om het signaleren en informeren:
                                        het overdragen of inwinnen van feitelijke informatie.
                                        Hierbij heeft de ander in het algemeen geen belang bij het
                                        achterhouden van Informatie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het contact is een essentieel onderdeel van de functie. Het
                                        gaat hierbij om het behulpzaam zijn en/of om het verkrijgen
                                        van begrip.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>Het gaat in de contacten om het verkrijgen van medewerking:
                                        er is sprake van een duidelijke belangentegenstelling,
                                        waarbij echter de beslissing vastligt, zodat het gaat om
                                        anderen ertoe over te brengen tot actie over te gaan dan wel
                                        dit juist niet te doen. Vaak is een machtsmiddel of
                                        terugkoppelingsmogelijkheid aanwezig.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>In de contacten is sprake van controversiële situaties,
                                        waarbij een zwaarwegende beslissing tot stand moet komen,
                                        hetzij door overtuigen, hetzij door onderhandelen. In
                                        principe is geen machtsmiddel of terug
                                        koppelingsmogelijkheid aanwezig</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Toelichting:</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien bij een contact de “beslissingsbevoegdheid” aan de kant van de
                            functionaris ligt, zal een dergelijk contact om die reden nimmer leiden
                            tot score 4.</al></li><li nr="2."><al>Score 4 voor dit gezichtspunt wordt bereikt indien naast het feit dat
                            geen machtsmiddel aanwezig is in een gesprek op dat moment een
                            zwaarwegende beslissing moet worden genomen, en er sprake is van
                            volledige zelfstandigheid (geen min of meer gelijkwaardige of eerder
                            aanspreekbare persoon aanwezig is), waarbij de functionaris
                            verantwoordelijk is voor een beslissing waarop niet kan worden
                            teruggekomen (of alleen met een ernstige afbreuk van het vertrouwen in
                            de gesprekspartner c.q. de organisatie, of met hoge kosten enz.).</al></li><li nr="3."><al>Indien een functionaris regelmatig in contact komt met agressieve
                            burgers/cliënten, dan geldt een score 3 voor dit gezichtspunt.</al></li></lijst><al><vet>Vaststelling van het functieniveau</vet></al><al>Aan de hand van de hoofdgroepindeling en de secundaire factoren wordt het
                    functieniveau bepaald. In het hierna opgenomen schema van de conversie tabel
                    zijn in de verticale kolommen de hoofdgroepen aangegeven. Aan de hand van het
                    totale -via secundaire factoren- behaalde score kan worden afgelezen welke
                    salarisschaal aan het functieniveau kan worden toegekend.</al><al><vet>CONVERSIETABEL</vet></al><al>(zoals vastgesteld door burgemeester en wethouders d.d. 31 oktober 2006, nr.
                    0607132)</al><table><tgroup cols="7"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="14*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="14*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="14*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="14*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="14*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="14*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="14*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>SN</al></entry><entry colname="col2"><al>Hfd.gr. I</al></entry><entry colname="col3"><al>Hfd.gr. II</al></entry><entry colname="col4"><al>Hfd.gr. III</al></entry><entry colname="col5"><al>Hfd.gr. IV</al></entry><entry colname="col6"><al>Hfd.gr. V</al></entry><entry colname="col7"><al>Hfd.gr. VI</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>4 en 5</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>6 t/m 8</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>9 en meer</al></entry><entry colname="col3"><al>4 t/m 6</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>7 t/m 8</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>9 t/m 11</al></entry><entry colname="col4"><al>4 t/m 5</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>12 en meer</al></entry><entry colname="col4"><al>6 t/m 8</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>9 t/m 10</al></entry><entry colname="col5"><al>4 t/m 5</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>11 t/m 13</al></entry><entry colname="col5"><al>6 t/m 8</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>14 en meer</al></entry><entry colname="col5"><al>9 t/m 10</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>11 en 12</al></entry><entry colname="col6"><al>4 t/m 7</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10a</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>13 en 14</al></entry><entry colname="col6"><al>8 en 9</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>15 en 16</al></entry><entry colname="col6"><al>10 t/m 12</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11a</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>17 en 18</al></entry><entry colname="col6"><al>13 en 14</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>19 en 20</al></entry><entry colname="col6"><al>15 en 16</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>17 en 18</al></entry><entry colname="col7"><al>4 t/m 12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>14</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>19 en 20</al></entry><entry colname="col7"><al>13 t/m 20</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><nota-toelichting><al><vet>TOELICHTING REGELING ORGANIEKE FUNCTIEWAARDERING</vet></al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Doel van de systematische functiebeschrijving is inzicht te verschaffen in
                    organisatie en taakverdeling, waarbij de nadruk ligt op taakverdeling. Doel van
                    de methodische functiewaardering is om op basis van dit inzicht en met behulp
                    van een functiewaarderingsmethodiek:</al><lijst><li nr="–"><al>de niveauverhoudingen binnen de organisatie te bepalen en</al></li><li nr="–"><al>dit vast te leggen in functieniveaus.</al></li></lijst><al><vet>Organieke functie</vet></al><al>Uit het bovenstaande komt naar voren dat bij deze vorm van beschrijving en
                    waardering niet wordt uitgegaan van afzonderlijke functies van individuele
                    ambtenaren, maar van een min of meer samenhangend geheel van functies zoals die
                    binnen een organisatorisch verband in relatie tot elkaar te onderkennen zijn.
                    Deze functies worden organieke functies genoemd. Dit wil echter nog niet zeggen
                    dat de individuele ambtenaar in de dagelijkse praktijk precies dat doet wat
                    volgens de organieke functie van hem verwacht wordt. De feitelijke werkzaamheden
                    van individuele ambtenaren kunnen in meer of mindere mate afwijken van de
                    organieke functie. Dit kan verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld:</al><lijst><li nr="–"><al>de ambtenaar heeft nog onvoldoende ervaring en (mogelijk) kennis om de
                            organieke functie volledig en in volle omvang te kunnen vervullen; hij
                            is bezig zich in te werken dan wel extra kennis te vergaren;</al></li><li nr="–"><al>de ambtenaar heeft zoveel ervaring en extra kennis opgedaan dat hij
                            regelmatig de moeilijkere problemen krijgt toegewezen;</al></li><li nr="–"><al>door duidelijk van elkaar verschillende inhoudelijke inbreng van enkele
                            ambtenaren is er een taakverdeling gegroeid, die afwijkt van de
                            oorspronkelijke organieke opzet en nu een duidelijk persoonsgebonden,
                            tijdelijk karakter draagt.</al></li></lijst><al>In voorkomende gevallen kan door middel van een personeelsbeoordeling en een
                    flexibel beloningsbeleid een adequate oplossing worden gevonden.</al><al>Organiek wil dus zeggen, dat de beschrijvingen niet als afgebakende
                    werkinstructies dienen: de inhoud van de functies wordt op hoofdlijnen
                    beschreven en gebaseerd op de door de organisatie gewenste situatie.</al><al><vet>Functiebeschrijving</vet></al><al>De concept-functiebeschrijving, die wordt opgesteld wordt voor akkoord getekend
                    door het afdelingshoofd. Het afdelingshoofd tekent om te onderschrijven dat de
                    functie past binnen de taakstelling van de afdeling dan wel de algehele
                    organisatie. De ambtenaar tekent de concept-beschrijving voor gezien. Indien een
                    van de betrokken functionarissen zich niet kan verenigen met de inhoud van de
                    concept-functiebeschrijving, kan dit bijvoorbeeld duiden op:</al><lijst><li nr="–"><al>bezwaren tegen de organiek opgedragen taken;dergelijk bezwaren kunnen
                            alleen behandeld worden in relatie tot de taken van het
                            organisatieonderdeel en in relatie tot de overige organieke functies
                            binnen dat onderdeel;</al></li><li nr="–"><al>bezwaren overwegend gebaseerd op een geconstateerd verschil tussen
                            organieke functies en het geheel van feitelijk verrichte werkzaamheden;
                            indien dit verschil niet terug te voeren is op een - organisatorisch
                            gezien - onjuiste situatie, zal bezien moeten worden in hoeverre voor
                            dit probleem een persoonsgebonden oplossing kan worden gevonden.</al></li></lijst><al>Het opstellen van een nieuwe functiebeschrijving kan alleen plaatsvinden na
                    toestemming van de algemeen directeur.</al><al><vet>Bezwaar en beroep tegen organieke functiebeschrijving</vet></al><al>Gelet op constante jurisprudentie sinds 1997 (TAR 1997, nr. 149 en 172) bestaat
                    tegen het besluit tot vaststelling van de organieke functiebeschrijving op grond
                    van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref> (Awb) beroep open bij de
                    arrondissementsrechtbank. Die wet schrijft voor dat alvorens beroep kan worden
                    ingesteld eerst bij het bestuursorgaan bezwaar moet zijn ingediend. In de
                    regeling is dan ook een formele bezwarenprocedure opgenomen. De
                    arrondissementsrechtbank te Zutphen stelt in de aangehaalde uitspraken dat de
                    herschrijving van een functie een besluit is in de zin van de Awb en dat de
                    functievervuller bij de beschrijving ervan een rechtstreeks belang heeft, omdat
                    de functiebeschrijving bepalend is voor de functiewaardering. De toetsing moet
                    wel terughoudend zijn en dient zich te beperken tot de vraag of de beschrijving
                    op voldoende gronden berust. De waardering van een functie daarentegen wordt
                    gezien als een besluit van algemene strekking, waartegen bezwaar en beroep
                    mogelijk is indien de ambtenaar rechtstreeks in zijn belang is getroffen, aldus
                    de Centrale Raad van Beroep (TAR 1996, 144). Alvorens tot waardering van de
                    functie wordt overgegaan, dient de functiebeschrijving onomstotelijk vast te
                    staan.</al><al><vet>Individuele inschaling</vet></al><al>De regeling regelt niet de inschaling van de individuele ambtenaar; zij heeft
                    uitsluitend betrekking op de functiebeschrijving en de waardering daarvan. Aldus
                    is echter wel een basis gelegd voor de individuele inschaling, maar deze is
                    hiermee nog niet volledig bepaald. Afhankelijk van onder andere de
                    functievervulling, leeftijd en dienstjaren zal voor iedere ambtenaar
                    afzonderlijk bekeken moeten worden hoe hij moet worden ingeschaald en bezoldigd.
                    Hulpmiddelen hierbij zijn functioneringsgesprekken, methodische
                    personeelsbeoordeling en eventuele richtlijnen beloningsbeleid. De
                    bezoldigingsverordening dient hiervoor openingen te bieden.</al><al><vet>Functiewaardering</vet></al><al>Over de waardering van een functiebeschrijving wordt door de
                    waarderingscommissie geadviseerd. De functiedeskundige stelt daartoe een
                    concept-waarderingsadvies op. Het college stelt de waardering aan de hand van
                    het uitgebrachte advies van de commissie vast en bepaalt het functieniveau van
                    de organieke functie alsmede het daarbij behorende salarisniveau.</al><al>Opgemerkt wordt dat wanneer de vakbonden zitting hebben in de
                    waarderingscommissie, deze tevens een procesbewakende rol kunnen hebben. De
                    acceptatiegraad van de waarderingen ligt hierdoor bij het personeel in het
                    algemeen hoger.</al><al><vet>Bezwaar tegen functiewaardering</vet></al><al>Gelet op de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep van 1996 (TAR 1996,
                    nr. 141 t/m 144) kan door de ambtenaar/functievervuller tegen het
                    functiewaarderingsbesluit over een organieke functie in beroep worden gegaan
                    nadat bij het bestuursorgaan bezwaar is gemaakt. Als formele adviesinstantie
                    voor het behandelen van bezwaren is een bezwarencommissie ingesteld <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">ex artikel 7:13 van de Awb</extref>. De regeling is aan de bepalingen van
                    de Awb aangepast. De bezwarencommissie heeft een tweeledige taak:</al><lijst><li nr="–"><al>Beoordeling of de bestreden waardering van de organieke functie conform
                            de procedure op rechtmatige wijze tot stand is gekomen (procedurele
                            toetsing)</al></li><li nr="–"><al>Inhoudelijke beoordeling van de bestreden waardering van de organieke
                            functie.</al></li></lijst><al>Indien de commissie in haar advies voor wat betreft het eerste aspect
                    opmerkingen maakt, zijn burgemeester en wethouders verplicht terzake een nieuw
                    besluit te nemen rekening houdende met die opmerkingen. Het advies van de
                    bezwarencommissie is dus voor wat betreft de procedurele toets als bindend te
                    beschouwen. Indien de gemeente in het kader van de Awb ook een algemene
                    bezwarencommissie heeft ingesteld, dient de relatieve competentie tussen beide
                    commissies geregeld te worden.</al><al><vet>Beroep bij de arrondissementsrechtbank, sector bestuursrecht tegen
                        functiewaarderingsbesluit</vet></al><al>Tegen een beslissing op een bezwaar betreffende organieke functiewaardering kan
                    sinds de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 1996 (TAR 1996, nr. 36,
                    141 t/m 144) binnen zes weken een beroep bij de arrondissementsrechtbank, sector
                    bestuursrecht worden ingesteld. De Raad is namelijk van mening dat een besluit
                    betreffende de waardering van een organieke functie een besluit is in de zin van
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=awb/article=7%3A1">artikel 7:1 Awb</extref> (voor beroep vatbaar) en dat een dergelijke
                    beslissing voldoet aan de definitie van het begrip 'besluit', zoals neergelegd
                    in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=awb/article=3%3A1">artikel 3:1 Awb</extref>, waartegen op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=awb">hoofdstuk 8
                        Awb</extref> beroep open staat. Vervolgens is de Raad van oordeel dat de
                    belangen van de appellant tegen een organieke functiewaardering rechtstreeks bij
                    het besluit zijn betrokken en dat appellant dientengevolge kan worden aangemerkt
                    als belanghebbende in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=awb/article=1%3A2">artikel 1:2, lid 1 van de Awb</extref>. Het gaat sinds deze uitspraken van
                    de Centrale Raad van Beroep dus niet meer om de mate van betrokkenheid van de
                    functievervuller bij de totstandkoming van de functiebeschrijving, maar om het
                    persoonlijke belang dat de functievervuller volgens de Raad heeft bij de
                    gevolgen van het organieke functiewaarderingsbesluit, nl. de individuele
                    salarisinpassing. De Raad stelt zich ten aanzien van de gronden voor een beroep
                    op het standpunt dat de rechterlijke toetsing van organieke
                    functiewaarderingsbesluiten terughoudend dient te zijn. Terughoudend in die zin
                    dat de rechter zicht naast de overige in aanmerking komende toetsing van het
                    besluit aan geschreven en ongeschreven recht, moet beperken tot de vraag of de
                    waardering op voldoende gronden berust (een marginale toetsing dus).</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>