<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72602_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dinkelland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dinkelland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">DinkellandVisie 23 december 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 228a Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Dinkelland;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12
                        oktober 2010;</al><al/><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet ;</al><al/><al><vet><cursief>Besluit</cursief></vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING
                        2011</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>a. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                        daarvan;</al><al>b. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen
                        voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater,
                        hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de
                        gemeente;</al><al>c. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf
                        betrekking heeft;</al><al>d. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                        grondwater.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><al>a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                        bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater;
                        en</al><al>b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                        ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                        structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond
                        gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit
                            water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                            afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het eerste lid, wordt als gebruiker aangemerkt:</al><lijst><li nr="a)"><al>a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al
                                    dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr="b)"><al>b. ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat
                                    gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat
                            vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                            hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
                            wettelijke bepaling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                            meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van
                            het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is
                            toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan
                            een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door
                            herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een
                            gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al/><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><al>a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                            afgelezen, of</al><al>b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie
                            met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover de gegevens, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel
                            niet bekend zijn, wordt het waterverbruik van gemeentewege geschat met
                            dien verstande dat voor de berekening van het belasting als minimum
                            water afname wordt aangehouden een hoeveelheid van 300 kubieke
                            meter.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De op de voet van het tweede en vierde lid berekende hoeveelheid
                            toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water
                            die niet is afgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedraagt voor perceel met een waterverbruik van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>niet meer dan 300 m³ een bedrag van € 209,15;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>meer dan 300 m³ een bedrag van € 209,15 vermeerderd met een bedrag van €
                            17,00 voor elke 100 m³ of gedeelte daarvan, waarmee de hoeveelheid van
                            300 m³ wordt overschreden, met dien verstande dat de belasting niet meer
                            bedraagt dan € 3.290,00.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een perceel, waarin een agrarisch bedrijf is gevestigd, wordt voor
                            de berekening van het de belasting geen groter waterverbruik in
                            aanmerking genomen dan 500 m³ per jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van
                            het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel
                            twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde belasting als er
                            in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van
                            het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel
                            twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde belasting als er
                            in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            eigendom in gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in het geval het totaalbedrag van
                            de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, meer is dan € 100,--, doch
                            minder is dan € 2.500,--, en zolang de verschuldigde bedragen door
                            middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat
                            de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste
                            termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die
                            in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                            volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven van gebruikers van:</al><lijst><li nr="a."><al>percelen, welke in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst
                                of voor openbare bijeenkomsten van genootschappen op geestelijke
                                grondslag - andere dan kerkgenootschappen - die rechtspersoon met
                                volledige rechtsbevoegdheid zijn, voor het gezamenlijk beleven van
                                en zich bezinnen op de aan die genootschappen ten grondslag liggende
                                levensovertuiging;</al></li><li nr="b."><al>percelen, welke uitsluitend worden gebruikt voor de publieke dienst
                                van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De 'Verordening Rioolrechten 2010' van 3 november 2009, wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing
                            2011'.</al><al/><al/></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad van 9 november 2010.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Mr. O.J.R.J. Huitema. Mr. R.S. Cazemier.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>