<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72600_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling jaargesprekken gemeente Steenbergen 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-12-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Intranet 24-04-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling jaargesprekken gemeente Steenbergen 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">CAR/UWO-regeling gemeente Steenbergen 1997</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-03-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-04-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>0901900</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Wijziging vastgesteld op 28-11-2010</al><al>Bekendgemaakt op 02-11-2010</al><al>In werking getreden op 03-11-2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling jaargesprekken gemeente Steenbergen 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en wethouders van Steenbergen;</al><al>Overwegende dat het uit een oogpunt van goed personeelsbeleid wenselijk is
                        om nadere regels te stellen voor het op gestructureerde wijze houden van
                        gesprekken waarbij de nadruk dient te liggen op het stellen van doelen en
                        het verbeteren, motiveren, stimuleren en ontwikkelen van medewerkers;</al><al>Gelet op de verkregen instemming van de Ondernemingsraad d.d. 19 februari
                        2009 juncto 19 maart 2009;</al><al>Mede gelet op de <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">CAR/UWO-regeling gemeente Steenbergen 1997</extref>;</al><al>besluiten :</al><lijst><li nr="I."><al>in te trekken de “Regeling functioneringsgesprekken” vastgesteld bij
                                hun besluit van 23 november 1998, nr, 9808262, nadien gewijzigd, en
                                de regeling personeelsbeoordeling gemeente Steenbergen vastgesteld
                                bij hun besluit van 7 februari 2000, nr. 9907376;</al></li><li nr="II."><al>vast te stellen de navolgende “Regeling jaargesprekken gemeente
                                Steenbergen 2009” :</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>1. Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Ambtenaar: de ambtenaar als bedoeld in <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">artikel 1:1 van de CAR/UWO-regeling gemeente Steenbergen
                                    1997</extref>;</al></li><li nr="b."><al>Planningsgesprek: Het jaarlijks terugkerend gesprek tussen de
                                leidinggevende en de ambtenaar waarin de te leveren kwalitatieve en
                                kwantitatieve prestaties, alsmede de afspraken met betrekking tot de
                                persoonlijke ontwikkeling, schriftelijk vastgelegd worden in een
                                gespreksformulier,</al></li><li nr="c."><al>Voortgangsgesprek: Het gesprek tussen de leidinggevende en de
                                ambtenaar waarin de in het planningsgesprek gemaakte afspraken
                                worden besproken, zodat de ambtenaar tussentijds kan worden
                                bijgestuurd en ondersteund. Tevens kunnen afspraken tussentijds
                                worden bijgesteld of aangevuld;</al></li><li nr="d."><al>Resultaatgesprek: Jaarlijks terugkerend gesprek over de bereikte
                                resultaten. De afspraken die zijn vastgelegd tijdens het
                                planningsgesprek dienen als uitgangspunt. In dit gesprek wordt
                                tevens een oordeel gegeven over de invulling van de algemene
                                competenties en de specifieke functiegerichte competenties.
                                Daarnaast wordt een planning gemaakt voor het komende jaar;</al></li><li nr="e."><al>Leidinggevende: de hiërarchisch leidinggevende die de
                                personeelsbeheerstaak heeft met betrekking tot de ambtenaar, te
                                weten: </al><lijst><li nr=""><al>Als leidinggevende geldt het afdelingshoofd voor het onder
                                        zijn leiding ressorterende personeel, de clustercoördinator
                                        operationeel beheer voor de onder zijn leiding staande
                                        buitendienstmedewerkers en de directeur voor de
                                        afdelingshoofden.</al></li><li nr=""><al>Als direct leidinggevende voor de gemeentesecretaris geldt
                                        de burgemeester.</al></li><li nr=""><al>Als direct leidinggevende van de griffier geldt de
                                        voorzitter van de gemeenteraad.</al></li><li nr=""><al>Als direct leidinggevende voor het overige griffiepersoneel
                                        geldt de griffier;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>Directeur: de gemeentesecretaris tevens directeur;</al></li><li nr="g."><al>Informant: degene die inlichtingen van feitelijke aard omtrent de
                                functievervulling van de medewerker kan verstrekken;</al></li><li nr="h."><al>Functie: Het samenstel van werkzaamheden waarmee de ambtenaar door
                                of vanwege het bevoegde gezag gedurende het tijdvak waarover het
                                jaargesprek plaatsvindt is belast;</al></li><li nr="i."><al>Competenties: Vaardigheden en bekwaamheden, blijkende uit houding en
                                gedrag. Competenties zijn afhankelijk van de eisen die de functie
                                stelt en een voorwaarde om de functie succesvol te kunnen
                                uitoefenen; hiervoor dient een competentiewoordenboek te worden
                                vastgesteld;</al></li><li nr="j."><al>Persoonlijk Ontwikkelingsplan: het persoonlijk ontwikkelingsplan als
                                bedoeld in <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">artikel 17:1:1 van de CAR/UWO regeling gemeente Steenbergen
                                    1997</extref>;</al></li><li nr="k."><al>Functiebeschrijving:De organieke functiebeschrijving waarin de
                                (hoofd)taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn
                                beschreven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Planningsgesprek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leidinggevende voert eenmaal per 12 maanden een planningsgesprek
                                met alle individuele ambtenaren van zijn afdeling/cluster.</al></li><li nr="2."><al>De leidinggevende stelt in de maand januari van ieder kalenderjaar
                                een jaarprogramma op van alle te houden plannings-, voortgangs- en
                                resultaatgesprekken.</al></li><li nr="3."><al>Bij de ambtenaar in tijdelijke dienst bij wijze van proef wordt het
                                planningsgesprek in ieder geval gehouden binnen 4 weken na
                                indiensttreding.</al></li><li nr="4."><al>Het planningsgesprek wordt gevoerd aan de hand van de voor de
                                ambtenaar geldende functiebeschrijving c.q. het functieprofiel.</al></li><li nr="5."><al>De leidinggevende en de ambtenaar maken in het planningsgesprek voor
                                een periode van in de regel 12 maanden afspraken over de te leveren
                                kwalitatieve en kwantitatieve prestaties, de te bereiken resultaten,
                                de te houden voortgangsgesprekken alsmede over de vereiste
                                competenties, de persoonlijke ontwikkeling van de ambtenaar die
                                daarvoor nodig is en over de eventuele daartoe benodigde middelen en
                                faciliteiten.</al></li><li nr="6."><al>De leidinggevende en de ambtenaar kunnen in het planningsgesprek ook
                                andere afspraken maken aangaande de eisen en verwachtingen ten
                                aanzien van het functioneren.</al></li><li nr="7."><al>De in het vijfde en zesde lid bedoelde afspraken worden schriftelijk
                                vastgelegd en door de leidinggevende en de ambtenaar voor akkoord
                                ondertekend.</al></li><li nr="8."><al>Als de leidinggevende en de ambtenaar het niet eens worden over de
                                te maken afspraken beslist de leidinggevende en kan de ambtenaar
                                zijn zienswijze vermelden op het gespreksformulier. In dat geval
                                tekent de ambtenaar voor gezien.</al></li><li nr="9."><al>De leidinggevende is er verantwoordelijk voor dat het
                                planningsgesprek jaarlijks wordt opgemaakt.</al></li><li nr="10."><al>De in het planningsgesprek gemaakte afspraken kunnen dienen als
                                basis voor het opmaken van een Persoonlijk Ontwikkelingsplan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Voortgangsgesprek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-planningsgesprek">artikel 2, lid 5</extref>, voert de leidinggevende op verzoek
                                van de ambtenaar tenminste eenmaal per jaar een voortgangsgesprek.
                                Bij voorkeur vindt dit gesprek halverwege de afgesproken termijn van
                                12 maanden plaats doch niet later dan 7 maanden na de datum waarop
                                het planningsgesprek heeft plaatsgevonden.</al></li><li nr="2."><al>Bij de medewerker in tijdelijke dienst wordt in ieder geval een
                                voortgangsgesprek gehouden in de 6e maand na indiensttreding.</al></li><li nr="3."><al>Het voortgangsgesprek heeft tot doel de realisering van de in het
                                formulier planningsgesprek vastgelegde afspraken te volgen en te
                                ondersteunen. Zo nodig worden de afspraken nader ingevuld, aangevuld
                                dan wel bijgesteld. Afspraken over nadere invulling, aanvulling of
                                bijstelling worden schriftelijk vastgelegd.</al></li><li nr="4."><al><extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-planningsgesprek">Artikel 2, lid 7 en 8</extref>, is voor zoveel mogelijk van
                                overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Resultaatgesprek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Binnen een maand na afloop van de periode, bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-planningsgesprek">artikel 2, vijfde lid</extref>, voeren de leidinggevende en de
                                ambtenaar een resultaatgesprek. Zo nodig wordt dit gesprek, al dan
                                niet op aanvraag van de ambtenaar, eerder gevoerd of vinden extra
                                gesprekken plaats.</al></li><li nr="2."><al>Voor de ambtenaar in tijdelijke dienst bij wijze van proef zal het
                                resultaatgesprek tenminste 1 maand voor het verstrijken van de
                                tijdelijke aanstelling zijn gehouden.</al></li><li nr="3."><al>De leidinggevende en de ambtenaar kunnen afspreken, dat een
                                informant bij het resultaatgesprek aanwezig is.</al></li><li nr="4."><al>In het resultaatgesprek evalueren de leidinggevende en de ambtenaar
                                of en in welke mate de –in een voortgangsgesprek eventueel nader
                                ingevulde, aangevulde of bijgestelde- afspraken die in het
                                planningsgesprek zijn gemaakt, zijn gerealiseerd en welke bijzondere
                                omstandigheden daarbij een rol hebben gespeeld. Daarbij wordt
                                aandacht besteed aan de wijze van functioneren, het gedrag, de
                                vaardigheden, de persoonlijke ontwikkeling, de opleiding, de
                                loopbaanperspectieven, de werktijden, de beloning en de
                                arbeidsomstandigheden van de ambtenaar.</al></li><li nr="5."><al>In het resultaatgesprek wordt door de leidinggevende tevens een
                                oordeel uitgesproken over de geleverde prestaties en over de
                                invulling van de in het planningsgesprek aangegeven algemene en
                                specifieke functiegerichte competenties.</al></li><li nr="6."><al>De leidinggevende kan, al dan niet op aanvraag van de ambtenaar, ten
                                behoeve van het resultaatgesprek, inlichtingen van derden inwinnen.
                                Hij deelt de ambtenaar mede wie de informant(en) is (zijn) en welke
                                informatie hij van deze derden heeft ontvangen.</al></li><li nr="7."><al>Het resultaatgesprek zal voorts worden gebruikt voor een nieuw
                                planningsgesprek als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-planningsgesprek">artikel 2</extref> voor de volgende periode van 12
                                maanden.</al></li><li nr="8."><al>De in het vierde en zevende lid bedoelde afspraken worden
                                schriftelijk vastgelegd en door de leidinggevende en de ambtenaar
                                voor akkoord ondertekend.</al></li><li nr="9."><al>Als de leidinggevende en de ambtenaar het niet eens worden over de
                                te maken afspraken beslist de leidinggevende en kan de ambtenaar
                                zijn zienswijze vermelden op het gespreksformulier. In dat geval
                                tekent de ambtenaar voor gezien.</al></li><li nr="10."><al>Het op grond van lid 5 uitgebrachte oordeel wordt afzonderlijk
                                schriftelijk vastgelegd. De ambtenaar tekent dit formulier voor
                                gezien. Desgewenst kan hij binnen twee weken na het gehouden
                                resultaatgesprek eventuele bedenkingen omtrent het door zijn
                                leidinggevende uitgebrachte oordeel gemotiveerd kenbaar maken aan de
                                directeur.</al></li><li nr="11."><al>De directeur stelt namens het college de beoordeling als bedoeld in
                                lid 10 –al dan niet gewijzigd- definitief vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Afwijkende termijnen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De termijn waarbinnen het voortgangsgesprek ex <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-voortgangsgesprek">artikel 3</extref> en/of het resultaatgesprek ex <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4-resultaatgesprek">artikel 4</extref> gehouden wordt schuift per maand op voor
                                elke aaneengesloten periode van een maand dat de ambtenaar zijn
                                functie niet feitelijk vervuld heeft anders dan wegens opname
                                vakantieverlof.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op
                                de ambtenaar die wegens ziekte de werkzaamheden in zijn functie
                                slechts gedeeltelijk hervat heeft danwel -tijdelijk- belast is met
                                aangepaste werkzaamheden.</al></li><li nr="3."><al>In voorkomende gevallen kan de leidinggevende met de medewerker
                                afspreken dat een nieuw planningsgesprek wordt gehouden.</al></li><li nr="4."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet ten aanzien van het
                                resultaatgesprek voor de ambtenaar die is aangesteld in tijdelijke
                                dienst bij wijze van proef.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Persoonlijk Ontwikkelingsplan</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leidinggevende stelt tenminste één keer per drie jaar een
                                Persoonlijk Ontwikkelingsplan op in overleg met de ambtenaar. De
                                leidinggevende is verantwoordelijk voor een tijdige totstandkoming
                                van het Persoonlijk Ontwikkelingsplan.</al></li><li nr="2."><al>In het Persoonlijk Ontwikkelingsplan maken leidinggevende en
                                ambtenaar afspraken over het ontwikkelen van (potentiële)
                                kwaliteiten van de ambtenaar.</al></li><li nr="3."><al>De afspraken in het Persoonlijk Ontwikkelingsplan worden gemaakt
                                tegen de achtergrond van de individuele loopbaanontwikkeling van de
                                ambtenaar. De gesprekken en afspraken zoals bedoeld in de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-planningsgesprek">artikelen 2</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-voortgangsgesprek">3</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4-resultaatgesprek">4</extref> kunnen hierbij mede als basis dienen.</al></li><li nr="4."><al>De ontwikkelingsafspraken worden schriftelijk vastgelegd en door de
                                leidinggevende en medewerker ondertekend. Door ondertekening
                                verklaren beiden, dat de gemaakte afspraken redelijkerwijs kunnen
                                worden behaald.</al></li><li nr="5."><al>Als de leidinggevende en de ambtenaar het niet eens kunnen worden
                                over de te maken afspraken beslist de leidinggevende en kan de
                                ambtenaar zijn zienswijze vermelden op het formulier. In dat geval
                                tekent de ambtenaar voor gezien. Desgewenst kan de ambtenaar binnen
                                twee weken na het gehouden POP-gesprek eventuele bedenkingen
                                gemotiveerd kenbaar maken aan de directeur.</al></li><li nr="6."><al>De directeur stelt namens het college het Persoonlijk
                                Ontwikkelingsplan -al dan niet gewijzigd- definitief vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Vastlegging gesprekken.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De schriftelijke vastleggingen als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-planningsgesprek">artikel 2</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-voortgangsgesprek">3</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4-resultaatgesprek">4</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-6-persoonlijk-ontwikkelingsplan">6</extref> geschiedt in tweevoud: één exemplaar is bestemd voor
                                de leidinggevende en één exemplaar voor de medewerker.</al></li><li nr="2."><al>Een afschrift van het formulier als bedoeld in het eerste lid wordt
                                ter beschikking gesteld aan de afdeling Ondersteuning, taakveld
                                Personeel en Organisatie en opgenomen in het personeelsdossier.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In die gevallen waarin deze regeling niet, niet geheel of niet naar
                        billijkheid voorziet, danwel in waarin naar het oordeel van het college
                        redelijkerwijs afgeweken dient te worden van deze regeling, kan het college
                        een nadere voorziening treffen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling kan worden aangehaald als “Regeling jaargesprekken gemeente
                        Steenbergen 2009” en treedt in werking met ingang van de dag volgende op die
                        van haar bekendmaking.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Steenbergen, 30 maart 2009</ondertekening><ondertekening>Burgemeester en wethouders voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Artikelgewijze toelichting regeling jaargesprekken gemeente Steenbergen
                        2009</vet></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al><vet>Competentiewoordenboek</vet></al><al>(definities van competenties (Bron: Schouten &amp; Nelissen)</al><al><vet>Artisticiteit</vet></al><al>Talent tonen in een of enkele vormen van beeldende kunst en cultuur (zoals
                    tekenen, schilderen, ontwerpen (ambachtelijk) vormgeven, fotograferen of filmen,
                    muziek maken).</al><al><vet>Assertiviteit</vet></al><al>Op een niet kwetsende, tactvolle manier opkomen voor de eigen mening, behoeften
                    of belangen.</al><al><vet>Besluitvaardigheid</vet></al><al>Beslissingen durven nemen of acties ondernemen, ook bij niet volledige kennis
                    van de gevolgen van alle alternatieven, of bij sterk conflicterende
                    belangen.</al><al><vet>Coachen (ontwikkelen)</vet></al><al>Stimuleren van het bereiken van persoonlijke doelen door de ontwikkeling van
                    kennis, competenties en talenten.</al><al>Als leidinggevende: stimuleren van het bereiken van functiedoelen door...</al><al><vet>Conflicthantering</vet></al><al>Belangentegenstellingen met een grote emotionele lading op een tactvolle wijze
                    hanteren en oplossen.</al><al><vet>Confronteren (feedback geven)</vet></al><al>Op een directe manier het gedrag van de ander ter sprake brengen, zodat deze
                    bewust wordt van zijn gedrag en de effecten daarvan op anderen.</al><al><vet>Creativiteit/Vindingrijkheid</vet></al><al>Met originele oplossingen komen voor problemen die met de functie verband
                    houden. Door verbeeldingskracht nieuwe werkwijzen bedenken.</al><al><vet>Delegeren</vet></al><al>Toedelen van verantwoordelijkheden aan medewerkers daarbij gebruik makend van
                    aanwezige tijd, vaardigheden en potentieel van de medewerkers.</al><al><vet>Doelgerichtheid/Resultaatgerichtheid</vet></al><al>Zich ondanks problemen, tegenslag, tegenwerking of afleidingen blijven richten
                    op het bereiken van het doel.</al><al><vet>Doorzettingsvermogen/Volharding</vet></al><al>Zich gedurende langere tijd intensief met een taak bezig kunnen houden.
                    Vasthouden aan een opvatting of plan totdat het beoogde doel bereikt is.</al><al><vet>Durf (Risico durven nemen)</vet></al><al>Gecalculeerde risico’s durven aangaan om uiteindelijk een bepaald herkenbaar
                    voordeel te behalen.</al><al><vet>Flexibiliteit/Aanpassingsvermogen</vet></al><al>Zich gemakkelijk aan kunnen passen aan veranderende omgeving, werkwijzen,
                    werktijden, taken, verantwoordelijkheden, beleidswijzigingen en gedragingen van
                    anderen.</al><al><vet>Gespreksvaardigheid</vet></al><al>Het in gesprekken zodanig structureren, optreden en interveniëren dat het
                    beoogde resultaat op effectieve wijze wordt bereikt.</al><al><vet>Initiatief (Zelfstandigheid / Pro-actief handelen)</vet></al><al>Problemen of belemmeringen signaleren, en zo snel mogelijk oplossen. Alert zijn
                    op en anticiperen op kansen, nieuwe situaties of problemen, en er in een vroeg
                    stadium naar handelen.</al><al><vet>Innovatie / Vernieuwingsgerichtheid</vet></al><al>Zich met een onderzoekende en nieuwsgierige geest richten op toekomstige
                    vernieuwing van strategie, producten, diensten, markten.</al><al><vet>Integriteit</vet></al><al>Handhaven van algemene of professionele sociale en ethische normen en waarden,
                    ook bij druk van buitenaf om hiervan af te wijken.</al><al><vet>Klantgerichtheid (Klantvriendelijkheid)</vet></al><al>Een hoge prioriteit geven aan tevredenheid van klanten of interne medewerkers,
                    en aan het verlenen van service of hulp en daarnaar handelen.</al><al><vet>Leervermogen cognitief</vet></al><al>Nieuwe informatie en ideeën snel kunnen analyseren, verwerken en in zich op
                    kunnen nemen en deze effectief kunnen toepassen in de werksituatie.</al><al><vet>Leervermogen interactief</vet></al><al>Vermogen om te leren uit interactie, samenwerking en communicatie met anderen en
                    de leerpunten snel kunnen omzetten in effectiever interpersoonlijk gedrag.</al><al><vet>Loyaliteit</vet></al><al>Zich voegen naar het beleid, de normen, waarden, procedures en afspraken van de
                    organisatie en de eigen functie / rol.</al><al><vet>Luisteren</vet></al><al>Tonen van interesse en van het vermogen om belangrijke informatie op te pakken
                    uit mondelinge gesprekken.</al><al><vet>Mensgericht Leiderschap</vet></al><al>Op een stimulerende wijze richting en begeleiding geven aan medewerkers. Stijl
                    en methode van leiding geven aanpassen aan betrokken individuen. Samenwerking
                    stimuleren.</al><al><vet>Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid</vet></al><al>Ideeën, meningen, standpunten en besluiten in begrijpelijke taal aan anderen
                    duidelijk maken, afgestemd op de toehoorder.</al><al><vet>Omgevingsbewustzijn</vet></al><al>Goed geïnformeerd zijn over organisatorische, economische, maatschappelijke en
                    politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren.</al><al><vet>Onafhankelijkheid</vet></al><al>Zelfstandig een mening of oordeel vormen of actie ondernemen, zonder zich te
                    laten beïnvloeden door anderen. Een eigen koers varen.</al><al><vet>Onderhandelen</vet></al><al>Optimale resultaten boeken bij gesprekken met tegenstrijdige belangen, zowel op
                    inhoudelijk gebied als op het gebied van het goed houden van de relatie.</al><al><vet>Oordeelsvorming</vet></al><al>Gegevens en handelwijzen in het licht van relevante criteria tegen elkaar
                    afwegen en tot onderbouwde beoordelingen komen.</al><al><vet>Organisatiesensitiviteit</vet></al><al>Zich bewust tonen van de invloed en de gevolgen van beslissingen en gedragingen
                    van mensen in een organisatie.</al><al><vet>Overwicht (dominantie, impact)</vet></al><al>Van nature invloed uitoefenen op anderen en als autoriteit geaccepteerd
                    worden.</al><al><vet>Plannen en organiseren</vet></al><al>Op effectieve wijze doelen en prioriteiten bepalen en benodigde tijd, acties,
                    middelen en mensen aangeven en vervolgens doelmatig organiseren om deze doelen
                    te kunnen bereiken.</al><al><vet>Presenteren</vet></al><al>De eigen visie, ideeën of mening helder, duidelijk, en zonodig boeiend of
                    enthousiasmerend overbrengen op anderen.</al><al><vet>Probleemanalyse</vet></al><al>Komen tot een goed inzicht in problemen door het achterhalen en onderzoeken van
                    belangrijke gegevens, en door het leggen van verbanden om de oorzaak te
                    vinden.</al><al><vet>Samenwerken</vet></al><al>Bijdragen aan een gezamenlijk resultaat door een optimale afstemming tussen de
                    eigen kwaliteiten en belangen én die van de groep / de ander.</al><al><vet>Schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid</vet></al><al>Ideeën, meningen, standpunten en besluiten in begrijpelijke en correcte taal op
                    schrift stellen, afgestemd op de lezer.</al><al><vet>Stressbestendigheid</vet></al><al>Effectief blijven presteren onder tijdsdruk, druk van meerdere of moeilijke
                    taken, sociale druk, of bij tegenslag, teleurstelling, tegenspel of crises.</al><al><vet>Taakgericht leiderschap</vet></al><al>Op een resultaatgerichte en doelgerichte wijze richting en sturing geven aan
                    medewerkers. Afdelings- en functiedoelen formuleren, taken verdelen, instructies
                    geven, afspraken maken, de voortgang bewaken, corrigeren.</al><al><vet>Tact/Sensitief gedrag</vet></al><al>Zodanig inspelen op de gedachten / gevoelens / het standpunt / de situatie van
                    de ander dat onnodige irritaties voorkomen of weggenomen worden.</al><al><vet>Tactisch gedrag/Schakelen</vet></al><al>Indien zich problemen of kansen voordoen de eigen gedragsstijl / tactiek /
                    strategie veranderen om een gesteld doel te bereiken, improvisatie- en
                    omschakelvermogen.</al><al><vet>Visie</vet></al><al>Een inspirerend toekomstbeeld voor de organisatie / afdeling / producten /
                    diensten ontwikkelen en uitdragen, afstand nemend van de dagelijkse
                    praktijk.</al><al><vet>Voortgangsbewaking</vet></al><al>Anticiperen op en bewaken van de voortgang van gemaakte afspraken en
                    plannen.</al><al><vet>Zelfkennis</vet></al><al>Inzicht in eigen identiteit, waarden, overtuigingen, sterke en zwakke kanten,
                    kwaliteiten, competenties, interesses, ambities en gedragingen.</al><al><vet>Zelfontwikkeling</vet></al><al>Inzicht verwerven in eigen identiteit, waarden, sterke en zwakke kanten,
                    interessen en ambities en op basis hiervan acties ondernemen om zonodig
                    competenties verder te ontwikkelen.</al><al><vet>Zelfsturing (Zelfmanagement)</vet></al><al>Een eigen koers kiezen en weten te realiseren in en buiten de organisatie,
                    rekening houdend met de eigen sterke en zwakke kanten, interessen, waarden en
                    ambities.</al><al><vet>Zorgvuldigheid/Accuratesse</vet></al><al>Gerichtheid op detailinformatie, en hiermee accuraat en effectief omgaan.
                    Bewaken van de voortgang van afspraken.</al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>De nieuwe gesprekkencyclus is primair gericht op ontwikkeling,
                    prestatieafspraken en resultaatgerichtheid in relatie tot de doelstellingen van
                    de organisatie.</al><al>Met het eerste planningsgesprek vangt de jaarlijkse gesprekkencyclus aan.</al><al>Doel van het planningsgesprek is</al><lijst><li nr="-"><al>het maken en vastleggen van resultaatgerichte werkafspraken en te
                            verrichten taken voor het komende jaar, m.a.w. het bespreken van het
                            persoonlijk werkplan van een medewerker voor het komende jaar met daarin
                            de kwantitatieve en kwalitatieve prestatie-afspraken.</al></li><li nr="-"><al>bespreken van verwachtingen en wensen ten aanzien van de ontwikkeling en
                            loopbaan van de medewerker en de daaruit voortvloeiende wensen voor
                            opleiding en coaching voor het komende jaar.</al></li></lijst><al>In het vijfde lid is concreet aangegeven waaraan in het planningsgesprek in
                    ieder geval aandacht moet worden besteed.</al><al>De resultaatgerichte werkafspraken en te realiseren taken dienen te worden
                    afgezet tegen de missie/visie en doelstellingen van de organisatie, de
                    afdelingsplannen en de functiebeschrijving c.q. het functieprofiel van de
                    betreffende medewerker.</al><al>De afspraken dienen zoveel mogelijk te voldoen aan het SMART-principe, dat wil
                    zeggen dat ze specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden
                    moeten zijn.</al><lijst><li nr=""><al>Specifiek: de afspraken zijn op individueel niveau duidelijk omschreven
                            met daaraan gekoppelde norm (wat is het doel?);</al></li><li nr=""><al>Meetbaar: een norm is noodzakelijk om de afspraken meetbaar te kunnen
                            maken (hoe kan worden vastgesteld of het doel bereikt is?);</al></li><li nr=""><al>Acceptabel: belangrijk is dat de afspraken voor beide partijen
                            acceptabel zijn. Goede informatie en communicatie is hierbij van groot
                            belang;</al></li><li nr=""><al>Realistisch: afspraken over prestaties dienen door de medewerker
                            redelijk beïnvloedbaar te zijn. Normen dienen uitdagend maar haalbaar te
                            zijn binnen de gestelde tijd;</al></li><li nr=""><al>Tijdgebonden: de afspraken dienen dusdanig omschreven te zijn dat
                            daaraan inhoud kan worden gegeven binnen de aangegeven tijdsperiode
                            (duidelijk is wie wat wanneer gaat doen).</al></li></lijst><al>Ten behoeve van de persoonlijke ontwikkeling kunnen afspraken worden gemaakt
                    over bijv.vorming, training en opleiding mede in relatie tot ambities, loopbaan
                    en mobiliteit. Waar nodig worden ook afspraken gemaakt over middelen en
                    faciliteiten. Daarbij kan worden gedacht aan coaching van de leidinggevende,
                    ondersteuning van collega’s, toegang tot bepaalde informatie of overleggen,
                    secretariële ondersteuning, benodigde apparatuur e.d. Er kunnen ook andere
                    afspraken worden gemaakt bijv. over de werktijden, werkomstandigheden e.d.</al><al>Beide partijen dienen zich aan de gemaakte afspraken te houden. Zowel de
                    medewerker als de leidinggevende kunnen hierop worden aangesproken. Als een
                    leidinggevende niet zelf beslissingsbevoegd is om bepaalde afspraken te maken,
                    bijv. omdat hij niet zelfstandig over budgetten kan beschikken, zal hij vooraf
                    moeten inschatten wat mogelijk is (of mandaat moeten regelen).</al><al>Bij het tweede en volgende planningsgesprek komen als gespreksonderwerp ook de
                    afspraken van de vorige keer aan de orde.</al><al>Het planningsgesprek is een gesprek van de werknemer met zijn leidinggevende. Er
                    zijn geen anderen bij aanwezig tenzij zij samen anders afspreken. Uitgangspunt
                    is dat de medewerker en zijn leidinggevende met onderlinge overstemming
                    afspraken maken. Mocht dat onverhoopt niet mogelijk zijn dan voorziet het
                    achtste lid erin dat de visie van de leidinggevende bepalend is. De medewerker
                    kan in dat geval zijn afwijkende zienswijze vermelden.</al><al>Het planningsgesprek kan als een organisatorisch sturingsinstrument worden
                    aangemerkt en geldt alsdan niet als een voor bezwaar-/beroep vatbaar besluit.
                    Niettemin moet de leidinggevende er wel van bewust zijn dat hetgeen in het
                    planningsgesprek aan de orde gesteld is wel betrokken kan worden bij de toetsing
                    van het resultaatgesprek in een eventuele bezwaar-/beroepsprocedure.</al><al>Bij de begripsomschrijvingen in artikel 1 is vastgelegd wie als leidinggevende in de zin van deze
                    regeling moet worden beschouwd. Vanuit het AMO is nadrukkelijk te kennen gegeven
                    dat de clustercoördinatoren operationeel beheer de gesprekken dienen te voeren
                    met de onder hun leiding ressorterende buitendienstmedewerkers.</al><al>Het planningsgesprek heeft betrekking op een vooraf afgesproken periode. Als
                    regel betreft het een periode van 12 maanden. Voor de medewerkers in tijdelijke
                    dienst bij wijze van proef is voor een afwijkende termijn gekozen. Overigens is
                    die mogelijkheid ook aanwezig voor medewerkers in vaste dienst. Daarover kunnen
                    zo nodig afwijkende afspraken worden gemaakt. De regeling schrijft bewust niet
                    dwingend voor wanneer het planningsgesprek plaatsvindt. Met het oog op de
                    tijdsbesteding/werkdruk verdient het wellicht aanbeveling voor de leidinggevende
                    om de gesprekken per medewerker te spreiden en bijvoorbeeld de maand van
                    aanstelling van de betreffende medewerker als richtpunt te nemen om de
                    gesprekkencyclus aan te vangen. Ook zou voor wat betreft de aanvang van de
                    gesprekkencyclus een relatie gelegd kunnen worden met de invulling van de
                    werkprocessen c.q. de werkafspraken.</al><al>Wel is in de regeling vastgelegd dat de leidinggevende in januari een
                    jaarprogramma opstelt. Hij maakt dus een tijdsplanning van alle te houden
                    gesprekken (zie lid 2). Enerzijds dient dit jaarprogramma als waarborging van
                    een goede uitvoering van deze regeling, anderzijds biedt het een stuk
                    duidelijkheid voor de medewerkers. Zo weet de medewerker immers wanneer hij aan
                    de beurt is.</al><al>De medewerker heeft de gelegenheid om het planningsgesprek voor te bereiden door
                    voor zichzelf een werkplan op te stellen. Dit werkplan is dan de basis voor het
                    planningsgesprek. Vorm en inhoud kunnen afhankelijk van de functie sterk
                    uiteenlopen.</al><al>Het planningsgesprek kan worden gevoerd aan de hand van een formulier waarop ook
                    de afspraken worden vastgelegd.</al><al>Voor het welslagen van de gesprekkencyclus is het vanzelfsprekend dat ook de
                    leidinggevende zich goed voorbereidt:</al><lijst><li nr="-"><al>ken de functiebeschrijving c.q. het functieprofiel;</al></li><li nr="-"><al>ken de mogelijkheden van de medewerker én de (doorstroom)mogelijkheden
                            binnen de organisatie;</al></li><li nr="-"><al>ken het aanbod van faciliteiten zoals opleidingen, interne en externe
                            stages, budgetten;</al></li><li nr="-"><al>stel eigen agendapunten op in zo objectief en helder mogelijke
                            bewoordingen,</al></li><li nr="-"><al>spaar kritiek niet op tot de “formele” gespreksvoering.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>Het voortgangsgesprek is een gesprek tussen leidinggevende en medewerker met het
                    doel de voortgang van de in het planningsgesprek gemaakte resultaatgerichte
                    werkafspraken alsmede de persoonlijke ontwikkeling te bespreken en eventuele
                    bijstellingen te kunnen doen</al><al>Het spreekt voor zich, dat regelmatig wordt gekeken hoe het staat met de
                    uitvoering van de afspraken die zijn gemaakt in het planningsgesprek. Daarmee
                    kan de vinger aan de pols worden gehouden en kunnen zonodig tijdig zaken worden
                    bijgesteld. Ook kan er reden zijn om na verloop van tijd de afgesproken
                    doelstellingen -die naarmate zij verder in de toekomst liggen minder concreet
                    zijn -nader in te vullen. Hoe dit in de praktijk gebeurt is een zaak tussen
                    leidinggevende en medewerker.</al><al>Om redenen van praktische uitvoerbaarheid is het voortgangsgesprek niet als
                    automatisme in de regeling opgenomen. In het planningsgesprek maakt de
                    leidinggevende met de individuele medewerkers onder meer ook afspraken over
                    eventueel te houden vervolggesprekken c.q. voortgangsgesprekken. In beginsel is
                    de leidinggevende dus vrij om hieraan invulling te geven. Afhankelijk van de
                    aard en niveau functie (ontwikkelingstrajecten) en/of persoonlijke
                    omstandigheden medewerkers (“ik ga binnenkort toch met pensioen, voor mij hoeft
                    dit allemaal niet meer zo nodig …”) zal het houden van een voortgangsgesprek
                    meer of minder/niet noodzakelijk zijn. De leidinggevende is wel verplicht een
                    voortgangsgesprek te houden ingeval er sprake is van een proefaanstelling en/of
                    wanneer een medewerker nadrukkelijk de wens daartoe te kennen geeft.</al><al>Het voortgangsgesprek heeft zowel een terugkijkend als vooruitkijkend karakter
                    waarin ook stil gestaan wordt bij de wederzijdse rol en functioneren. Gestreefd
                    dient te worden naar een gezamenlijke tussentijdse conclusie over het
                    functioneren en de ontwikkeling van de medewerker en de vraag of en in hoeverre
                    bijsturing van de gemaakte prestatie-afspraken noodzakelijk is.</al><al>Het is belangrijk dat ook de afspraken over nadere invulling, aanvulling of
                    bijstelling van de in het planningsgesprek gemaakte afspraken schriftelijk
                    worden vastgelegd. Als leidinggevende en werknemer niet tot overeenstemming
                    kunnen komen over de nadere afspraken geldt hetzelfde als bij het
                    planningsgesprek, namelijk dat de visie van de leidinggevende bepalend is.
                    Evenals het planningsgesprek wordt het voortgangsgesprek niet als een voor
                    bezwaar/beroep vatbaar besluit gezien, maar als organisatorisch
                    sturingsinstrument. Niettemin moet de leidinggevende er wel van bewust zijn dat
                    hetgeen in het voortgangsgesprek aan de orde gesteld is wel betrokken kan worden
                    bij de toetsing van het resultaatgesprek in een eventuele
                    bezwaar-/beroepsprocedure.</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>Na afloop van de afgesproken periode bekijken de leidinggevende en de werknemer
                    gezamenlijk in hoeverre de afgesproken taken en werkresultaten zijn gehaald en –
                    zonodig – welke factoren een rol hebben gespeeld bij het wel of niet behalen van
                    de afgesproken resultaten. Ook wordt na afloop gezamenlijk bekeken of de andere
                    in het planningsgesprek gemaakte afspraken zijn nageleefd. Als de tussentijdse
                    voortgangsbewaking goed is geweest zullen er voor beide partijen weinig
                    verrassingen zijn.</al><al>Het resultaatgesprek heeft een tweeledig karakter: enerzijds wordt de realisatie
                    van de resultaatgerichte werkafspraken (geleverde prestaties) beoordeeld en
                    anderzijds worden nieuwe afspraken gemaakt omtrent de taken en werkafspraken
                    voor de komende periode.</al><al>Het resultaatgesprek impliceert dus dat een oordeel gevormd wordt over de
                    verrichte prestaties (of en in hoeverre zijn al de resultaatgerichte
                    werkafspraken al dan niet gehaald). Per definitie heeft het resultaatgesprek
                    alsdan zelfstandige rechtspositionele betekenis, m.a.w. moet worden opgevat als
                    een voor bezwaar-/beroep vatbaar besluit. Met de oordeelsvorming moet dan ook
                    zorgvuldig omgegaan worden. Het spreekt voor zich dat een medewerker vooraf, dus
                    tijdens het planningsgesprek moet weten wat er van hem het komende jaar verwacht
                    wordt, zowel qua taken en werkresultaten als vaardigheden en bekwaamheden.</al><al>Voor de afdelingshoofden kan het toetsingskader gehanteerd worden zoals dat in
                    2007 door de directeur is opgesteld en kenbaar gemaakt. Voorzover jaarlijks
                    bijstelling nodig is of andere accenten dienen te gelden, moet dat vooraf
                    duidelijk besproken zijn en kenbaar zijn aan de medewerker.</al><al>Voor de overige ambtenaren kan als mogelijk toetsingskader worden gehanteerd de
                    afgesproken taken en te bereiken werkresultaten, een vijftal algemene
                    competenties en een aantal (3 tot 5) specifieke functiegerichte competenties die
                    voor de functievervulling in het komende jaar belangrijk worden geacht. In het
                    planningsgesprek moet dit dan nadrukkelijk besproken worden.</al><al>Als algemene voor elke functie geldende competenties zouden bijvoorbeeld
                    aangemerkt kunnen worden: professioneel, flexibel, integer, loyaal, klant- en
                    servicegericht, kwaliteitsbewust en resultaatgericht.</al><al>Functiegebonden competenties zijn afhankelijk van aard en niveau van de functie
                    (leidinggevend, uitvoerend, beleidsmatig, meer/minder meetbare werkzaamheden).
                    Als voorbeelden van functiegerichte competenties kunnen worden genoemd:
                    creatief, pro-actief, durf, vindingrijk, onderhandelen, zelfstandigheid,
                    gespreksvaardigheid, uitdrukkingsvaardigheid, accuratesse, presenteren,
                    mensgericht leiderschap (zie competentiewoordenboek bij toelichting artikel 1).</al><al>Als je het oordeel gaat gebruiken voor prestatiegericht belonen ontkom je er
                    niet aan om te gaan werken met objectieve meetbare gradaties c.q. scores. Die
                    kun je uitdrukken in cijfers, letters of kwalificaties (bijv. van zeer slecht
                    tot uitmuntend). Een bepaalde score/gradatie is dan vervolgens gekoppeld aan een
                    beloningsvorm (kan ook negatief zijn). Een dergelijk systeem dient nog nader
                    uitgewerkt te worden.</al><al>De conclusies in het resultaatgesprek kunnen gebruikt worden om gelijktijdig
                    afspraken te maken voor de komende periode. Vandaar dat in lid 7 is opgenomen,
                    dat het resultaatgesprek tevens geldt als planningsgesprek voor de nieuwe
                    periode. Het resultaatgesprek dient er dus ook voor om de aansturing en verdere
                    ontwikkeling en het goed functioneren van de werknemer te bevorderen.</al><al>In de regeling is vastgelegd om het oordeel op een apart formulier vast te
                    leggen om te voorkomen dat de nieuwe resultaatgerichte werkafspraken eventueel
                    betrokken worden bij een meningsverschil c.q. bezwarenprocedure over de
                    “beoordeling” sec. Het planningsgesprek kan immers gezien worden als een
                    organisatorisch sturingsinstrument dat als zodanig niet als Awb-besluit wordt
                    aangemerkt.</al><al>Een Awb-besluit moet door een bevoegd bestuursorgaan vastgesteld worden. In de
                    regeling is dan ook vastgesteld dat vaststelling plaats vindt namens het
                    college. Omwille van de objectiviteit en bewaking van een organisatiebrede
                    eenduidige/evenwichtige toepassing is dit in handen gelegd van de
                    directeur.</al><al>Op de vaststelling zijn de algemene beginselen van behoorlijk bestuur
                    (zorgvuldige voorbereiding bijv. vooraf horen, belangenafweging) van toepassing
                    en voorts de bezwaar-/beroepsprocedure ingevolge de Awb. Het is dan ook niet
                    nodig om hiervoor een bepaling op te nemen in de onderhavige regeling. Met het
                    oog op de waarborging van de rechtsbescherming van de medewerker c.q. een
                    zorgvuldige voorbereiding van de besluitvorming is wel geregeld dat de
                    medewerker bedenkingen kan indienen bij de directeur indien hij het niet eens is
                    met het in het resultaatgesprek uitgebrachte oordeel.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Indien een medewerker gedurende een langere periode afwezig is of anderszins
                    zijn eigen functie welke als basis heeft gediend voor het (lopende) plannings-
                    c.q. voortgangsgesprek niet vervult, is het weinig zinvol om de in de regeling
                    opgenomen termijnplanning aan te houden. Daarom is als uitgangspunt opgenomen
                    dat de termijn voor het houden van een voortgangs- of resultaatgesprek een maand
                    opschuift voor elke maand dat de eigen functie niet vervuld is.</al><al>In voorkomende gevallen zal het wenselijk c.q. nodig zijn om een nieuw
                    planningsgesprek c.q. voortgangsgesprek te houden, bijvoorbeeld als de
                    afgesproken resultaatgerichte werkafspraken tijdens de afwezigheid van de
                    medewerker inmiddels op een andere manier zijn bewerkstelligd (bijvoorbeeld door
                    een collega, inhuurkracht, middels uitbesteding).</al><al>Ook bij functiewijziging, herplaatsing, overplaatsing e.d. zal het veelal
                    wenselijk zijn hernieuwde afspraken te maken.</al><al>Reïntegratie-afspraken in het kader van ziekteverzuim (<extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">CAR/UWO</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20verbetering%20poortwachter">Wet Poortwachter</extref>) prevaleren altijd boven de gemaakte afspraken in
                    het kader van de jaarlijkse gesprekkencyclus.</al><al>Ingeval er sprake is van een tijdelijke proefaanstelling dient wel tijdig een
                    oordeel te worden gevormd opdat zorgvuldige besluitvorming kan plaatsvinden
                    omtrent het al dan niet voortzetten van het dienstverband. Een dergelijk (voor
                    bezwaar/beroep vatbaar) besluit moet genomen zijn voordat de proeftijd expireert
                    op straffe van stilzwijgende verlenging c.q. omzetting in dienstverband voor
                    onbepaalde tijd. Als het besluit beëindiging of verlenging van het dienstverband
                    impliceert, moet het gedragen kunnen worden door haar motivering. Het is dus van
                    groot belang dat in deze gevallen tijdig een resultaatgesprek gehouden
                    wordt.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Bij een persoonlijk ontwikkelingsplan worden van de medewerker zijn sterke en
                    zwakke kanten in beeld gebracht. Op basis van de sterkte/zwakte analyse van de
                    competenties van de medewerker legt de leidinggevende vast welke acties passen
                    in de persoonlijke ontwikkeling van de medewerker. Van de medewerker wordt de
                    bereidheid tot leren en ontwikkelen verwacht. De leidinggevende is daarbij
                    aangewezen om als coach op te treden.</al><al>In de <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">CAR/UWO gemeente Steenbergen 1997 is in artikel 17:1</extref>: bepaald, dat
                    het college en de ambtenaar in een persoonlijk ontwikkelingsplan de afspraken
                    vast leggen over de loopbaanontwikkeling en de vereiste kennis en vaardigheden
                    van de ambtenaar, alsmede een in dat kader door hem te volgen opleiding en de te
                    ondernemen activiteiten. Het persoonlijk ontwikkelplan wordt ten minste een keer
                    per drie jaar opgesteld maar de frequentie kan anders zijn als hiertoe
                    aanleiding bestaat. Voor medewerkers die nadrukkelijk in een ontwikkeling zitten
                    kan het bijvoorbeeld van belang zijn dat er jaarlijks een POP-gesprek
                    plaatsvindt. Ook kunnen de leidinggevende en de medewerker in gezamenlijkheid
                    concluderen dat er in een bepaalde periode geen reden is voor bijzondere
                    inspanningen of afspraken. Bijv. voor de oudere ”ambtenaar” die voornemens is
                    binnen afzienbare tijd met (vervroegd) pensioen te gaan.</al><al>Omdat de afspraken die gemaakt zijn in het planningsgesprek, voortgangsgesprek
                    en resultaatgesprek goed kunnen dienen als basis voor het opstellen van een
                    Persoonlijk Ontwikkelplan, is dit expliciet ook nog eens opgenomen in de
                    regeling jaargesprekken.</al><al>Vanwege de organisatie zal zorg gedragen moeten worden voor de benodigde
                    coaching en het beschikbaar stellen van faciliteiten.</al><al>Overigens is sedert 1 april 2008 ook in de <extref doc="http://www.car-uwo.nl/smartsite.dws?id=73940&amp;ch=CAU">CAR/UWO</extref> opgenomen dat een ambtenaar eens in de 5 jaar recht heeft
                    op een loopbaanadvies. Het college dient hiervoor een interne of externe
                    deskundige aan te wijzen.</al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Gezien de rechtspositionele consequenties die uit de gesprekken kunnen
                    voortvloeien is het van belang een en ander goed schriftelijk vast te leggen.
                    Het resultaatgesprek waarin onder meer een oordeel wordt uitgesproken over de
                    prestaties van de medewerker en de wijze van functievervulling is per definitie
                    een voor bezwaar/beroep vatbaar besluit dat volgens de Awb schriftelijk
                    vastgelegd moet worden. Hetzelfde geldt voor de POP.</al><al><vet>Artikel 8 en 9</vet></al><al>Deze artikelen spreken voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>