<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR7258_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Uitvoeringsregeling voor heffing en invordering van gemeentelijke belastingen Leeuwarden 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leeuwarden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leeuwarden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis aan Huis; 15 januari 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen Leeuwarden 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene Wet inzake rijksbelastingen, art. 6, 7, 8, 13 en 14</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Invorderingswet 1990, art. 29 en 31</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 231, lid 2 en 3 onderdeel a en 237</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 160, lid 1, onderdeel b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Uitvoeringsregeling voor de heffing en de invordering van gemeentelijke belastingen Leeuwarden 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>de artikelen 6, 7, 8, 13 en 14 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</al></li><li nr="2."><al>de artikelen 31 van de Invorderingswet 1990 in verbinding met de artikelen 231, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, en 237 van de Gemeentewet</al></li><li nr="3."><al>artikel 160, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet</al></li><li nr="4."><al>artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede op het betreffende artikel van de in de gemeente Leeuwarden geldende belastingverordeningen, waarin aan het college de bevoegdheid is toegekend nadere regels te geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de onderscheiden gemeentelijke belastingen </al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling geeft uitvoering aan de      artikelen 6, 7, 8, 13 en 14 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,      de artikelen 31 van de Invorderingswet 1990, artikel 160, eerste lid,      onderdeel b, van de Gemeentewet, artikel 4:81 van de Algemene wet      bestuursrecht en de artikelen in de belastingverordeningen van de gemeente      Leeuwarden op grond waarvan het college van burgemeester en wethouders      nadere regels kan geven met betrekking tot de heffing en de invordering      van de onderscheiden gemeentelijke belastingen.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van deze regeling      worden rechten aangemerkt als gemeentelijke belastingen.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>De op andere wijze geheven gemeentelijke belastingen bedoeld in artikel 233 van de Gemeentewet, worden voor de toepassing van deze regeling aangemerkt als bij wege van aanslag geheven belastingen, met dien verstande dat wordt verstaan onder de aanslag of de voorlopige aanslag: het gevorderde, onderscheidenlijk het voorlopig gevorderde bedrag. Artikel 2 blijft bij de op andere wijze geheven gemeentelijke belastingen buiten toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aangifte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belastingplichtige voor de hondenbelasting aan wie niet binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar een aangiftebiljet is uitgereikt of een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen een maand na het verstrijken van die zes maanden bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om uitreiking van een aangiftebiljet.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht voor de hondenbelasting in de loop van het belastingjaar ontstaat dan wel het aantal honden dat door de belastingplichtige wordt gehouden wijziging ondergaat, moet de belastingplichtige binnen twee weken na het tijdstip waarop de belastingplicht is ontstaan of de wijziging van het aantal honden heeft plaatsgevonden, bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar schriftelijk verzoeken om uitreiking van een aangiftebiljet.</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>Als formulier van het aangiftebiljet      hondenbelasting wordt vastgesteld:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>Overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen dienen de in het aangiftebiljet gevraagde gegevens duidelijk, stellig en zonder voorbehoud te worden ingevuld. Het aangiftebiljet wordt ondertekend en met de daarbij gevraagde bescheiden ingeleverd of toegezonden.</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>voor het doen van aangifte van       honden, het formulier dat in overeenstemming is met de bijlage ‘Aangifte       hondenbelasting’;</al></li><li nr="4."><al>voor het doen afmelden van honden,       het formulier dat in overeenstemming is met de bijlage ‘Afmelden       hondenbelasting’.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorlopige aanslag</titel></kop><al>De in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar legt een voorlopige aanslag op, indien het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld, na verrekening van voorheffingen en reeds opgelegde voorlopige aanslagen, zulks naar zijn mening rechtvaardigt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Rente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het percentage van de      invorderingsrente is het percentage van de wettelijke rente dat ingevolge      artikel 29 van de Invorderingswet 1990 voor het betreffende      kalenderkwartaal bij algemene maatregel van bestuur is vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Bij de invordering van de      gemeentelijke belastingen vindt de ministeriële regeling bedoeld in      artikel 31 van de Invorderingswet 1990 overeenkomstige toepassing. </al></li><li nr="3."><al>In afwijking van de in het tweede lid      bedoelde regeling wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht indien      deze in totaal een bedrag van € 25 niet te boven gaat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5 Citeertitel</nr></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als 'Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen Leeuwarden 2014'.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De      Regeling gemeentelijke belastingen Leeuwarden 2008, vastgesteld bij      collegebesluit van 20 januari 2009 en de Regeling met betrekking tot de      heffing ende  invordering van de      gemeentelijke belastingen, vastgesteld door de Raad van Boarnsterhim op 29      april 1998, vervallen met ingang van de in het tweede lid genoemde datum,      met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten      die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze regeling treedt in werking met      ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking en werkt terug tot en      met 1 januari 2014.</al></li></lijst><al> </al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>