<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72575_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening gemeente Hilvarenbeek 2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hilvarenbeek</dcterms:creator><dcterms:modified>2003-06-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hilvarenbeek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hilverbode, 2003, 25</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente Hilvarenbeek 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Wet op Ruimtelijke Ordening, art. 42</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Gemeentewet, art. 222</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Algemene Wet Bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-04-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-06-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2008-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>25-03-2003</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Bekostigingsbesluit aanleg riolering buitengebied gemeente Hilvarenbeek 2003</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening gemeente Hilvarenbeek 2003</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Algemene begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:- afstand van de
                                    gronden aan de gemeente: eigendomsover­dracht van gronden aan de
                                    gemeente.- exploitant: de eigenaar, erfpach­ter of
                                    rechtheb­bende wiens in het ex­ploita­tie­gebied gelegen
                                    onroeren­de zaak in ex­ploi­tatie wordt ge­bracht;-
                                    exploitatiegebied: het als zodanig door de gemeenteraad
                                    aange­we­zen gebied, dat gebaat wordt door de te treffen
                                    voorzieningen van open­baar nut;- exploitatieopzet: een
                                    gedetailleerde, in eerste instantie voorcalculatorische, en
                                    lopende het exploitatieproces telkens bij te houden berekening
                                    van de baten en lasten in de grondexploitatie, op basis waarvan
                                    de begroting wordt vastgesteld die behoort bij het
                                    bekostigingsbesluit en op basis waarvan een exploitatiebijdrage
                                    wordt berekend;- exploitatieovereenkomst: de overeenkomst, onder
                                    welke naam dan ook gesloten, waarin de gemeente met de
                                    exploi­tant de voorwaar­den over­eenkomt waaronder zij
                                    onroerende zaken in het exploita­tiegebied in exploitatie brengt
                                    of daaraan medewerking ver­leent;- grondexploitatie: De door de
                                    gemeente vastgelegde en dynamisch bij te houden
                                    financieel-economische onderbouwing en verant­woording van de
                                    ontwikkeling en realisatie van het exploitatiegebied, waarin
                                    alle baten en lasten, investerin­gen en opbrengsten ten opzichte
                                    van elkaar worden verrekend en waaruit eerst voorcalculatorisch
                                    en uiteindelijk definitief een exploitatieresultaat kan worden
                                    berekend.- (medewerking verlenen aan) in exploitatie brengen:
                                    het (mede­wer­king verlenen aan het) tref­fen van voorzieningen
                                    van open­baar nut waar­door onroerende zaken die in het
                                    exploita­tiegebied liggen gebaat worden, dat wil zeggen geschikt
                                    of beter geschikt voor bebou­wing worden, dan wel anderszins in
                                    een voorde­liger positie komen te verke­ren;- (treffen van)
                                    voorzieningen van openbaar nut: (het ver­richten van) onder
                                    andere de in lid 2 vermelde werken en werkzaamheden binnen een
                                    exploitatiegebied, alsmede het verrichten daarvan buiten het
                                    exploitatiegebied voor zover deze werken direct dan wel indirect
                                    profijt opleve­ren voor de binnen het exploitatie­gebied
                                    liggende onroe­rende zaken. </al></li><li nr="b."><al>De volgende werken en werkzaamheden worden tenminste beschouwd
                                    als voorzienin­gen van openbaar nut in de zin van deze
                                    verordening:- het dempen van sloten en verrichten van grondwerk
                                    met inbe­grip van het egaliseren, ophogen en afgraven van
                                    percelen;- de aanleg, vernieuwing en wijziging van riolering,
                                    met inbegrip van het realiseren van de daarbij behorende werken,
                                    alsmede water­huis­houdkundige werken zoals draina­ge; - het
                                    realiseren van alle weg en waterbouwkundige werken, waar­onder
                                    wegen, parkeervoorzieningen, pleinen, trot­toirs, voet- en
                                    rijwiel­paden, straatmeubilair, alsmede waterpartijen,
                                    watergan­gen, draina­ges, bruggen, tunnels, viaducten en alle
                                    andere rechtstreeks met de aanleg daarvan verband houdende
                                    werken; - de aanleg van plantsoenen en andere
                                    groenvoorzieningen, waaron­der begrepen de aanleg en inrichting
                                    van openbare speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende
                                    elemen­ten welke rechtstreeks voort­vloeien uit een juiste
                                    uit­voering van een verzorgd bestem­mingsplan; - de plaatsing
                                    van openbare verlichting, verkeers- en andere borden,
                                    verkeersregelinstallaties en brandkranen met de nodige
                                    aansluitin­gen; - het verrichten van bodemonderzoek en -sanering
                                    van de onder­grond van openbare voorzieningen, voor zover die
                                    niet op andere wijze verhaald of gesubsidieerd kunnen worden; -
                                    het treffen van milieutechnisch en ecologisch noodzake­lijke
                                    maat­regelen en voorzieningen ter uitvoering van een
                                    bestem­mingsplan, waaronder geluidsvoorzieningen en
                                    nood­zakelijke verplaatsing van milieuhinderlijke bedrijven
                                    buiten het exploi­tatiegebied en groen-, bos-, of
                                    natuurcompensatie; - de verwerving van de ondergrond van
                                    openbare voorzienin­gen; - het slopen van opstallen op, in of
                                    boven de ondergrond van voor­zieningen van openbaar nut; - alle
                                    overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor een
                                    doel­tref­fende aanleg van voorzieningen van openbaar nut. </al></li><li nr="c."><al>Voorzieningen van openbaar nut worden door de gemeente
                                    aangelegd, tenzij de aanleg behoort tot de taken van een ander
                                    overheidslichaam, nutsbedrijven of het College uitdrukkelijk
                                    heeft ingestemd met gehele of gedeeltelijke aanleg door de
                                    exploitant. Het College neemt geen besluit om aanleg door de
                                    exploitant toe te staan dan nadat gebleken is, dat een
                                    kwalitatief goede uitvoering zowel feitelijk als financieel is
                                    gewaarborgd, daartoe voldoende garantie is gesteld, de door de
                                    gemeente noodzakelijk geachte regierol voldoende kan worden
                                    gevoerd en ook overigens geen zwaarwegende of beleidsma­tige
                                    belemme­ringen voor een zodanige werk­wijze bestaan. De gemeente
                                    kan besluiten om de openbare voorzieningen in samenwerking met
                                    een marktpartij te ontwikkelen en realiseren, in welk geval de
                                    gemeente kan besluiten de regierol in samenwerking met die
                                    marktpartij te voeren, of door die marktpartij te laten
                                    voeren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Kosten van exploitatie</titel></kop><al>Voor de berekening van kosten en de vaststelling van
                            exploitatiebijdra­gen, wordt onder kosten van in exploita­tie brengen
                            begre­pen:</al><lijst><li nr="a."><al>De inbrengwaarde van alle binnen het exploitatiegebied gelegen
                                    gron­den, bestaande uit:1. de waarde van de grond;2. de waarde
                                    van de opstallen die voor de verwezenlijking van de be­stemming
                                    niet gehandhaafd kunnen worden;3. de kosten van het vrijmaken
                                    van de gronden van opstallen;4. de kosten van verwijdering van
                                    zich in de grond bevin­dende funde­ringen, leidingen, kabels
                                    e.d.5. de kosten van planschade en overige schadevergoedingen en
                                    schadeloosstellingen en de kosten van het teniet doen gaan van
                                    persoonlij­ke en zakelijke rechten en lasten.In geval de
                                    exploitatie voorzieningen betreft die geen betrekking hebben op
                                    de gebiedsontwikkeling, zoals bijvoorbeeld de aanleg van
                                    riolering in het buitengebied, is de inbreng van de grondwaarde
                                    voor de berekening van kosten en de vaststelling van de
                                    exploitatiebijdragen niet van toepassing.</al></li><li nr="b."><al>De kosten van aanleg of uitvoering door de gemeente van de onder
                                    arti­kel 1, lid b omschreven voorzieningen van open­baar nut
                                    binnen het exploitatiegebied.</al></li><li nr="c."><al>De kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut buiten
                                    het exploitatiegebied inclusief de verwervingskosten voor de
                                    ondergrond, voor zover de binnen het exploitatiegebied liggende
                                    onroerende zaken door deze voorzieningen direct dan wel indirect
                                    ge­baat zijn, waaron­der voorzieningen zoals bedoeld in artikel
                                    1, lid b en arti­kel 2, sub a.</al></li><li nr="d."><al>Alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het
                                    verle­nen van medewerking aan het in exploitatie brengen van
                                    gron­den, in ieder ge­val:1. de kosten van planontwikkeling,
                                    planvoorbereiding, planbe­heer en plantoezicht; onder deze
                                    kosten wordt tenminste ver­staan: de in en externe kos­ten
                                    verband houdende met het opstellen of vervaardigen van
                                    struc­tuurplannen, bestemmingsplannen, plan­matige uitwerkin­gen
                                    of -wijzigingen, besluiten tot het verlenen van vrijstel­ling
                                    van een bestem­mings­plan alsmede van overige planolo­gische
                                    maatregelen voor zover deze nodig zijn voor het in exploitatie
                                    brengen;2. de in- en externe kosten verband houdende met
                                    onderzoeken, voorbereidin­gen en toezicht ten behoeve van de
                                    voorzieningen van open­baar nut voor zover deze verband houden
                                    met in exploi­tatie brengen van gronden binnen het
                                    exploitatiegebied, zoals de kosten van archeologisch onderzoek
                                    en onderzoek naar explosieven;3. de in- en externe kosten ter
                                    zake van het sluiten van exploitatieovereenkomsten, alsmede de
                                    overige kosten van het gemeente­lijk apparaat, voor zover die
                                    recht­streeks aan het in exploita­tie brengen van gronden kunnen
                                    worden toegere­kend;4. de rente van geïnvesteerde kapitalen en
                                    overige lasten, ver­min­derd met renteopbrengsten;5. de kosten
                                    van tijdelijk beheer van de ondergrond van openba­re
                                    voor­zieningen, zijnde de beheerkosten die ten gevolge van een
                                    noodza­kelijk actief verwervingsbeleid worden gemaakt en niet
                                    dan wel niet geheel door middel van huur- of pachtopbrengsten
                                    wor­den gedekt;6. overige kosten die in beginsel ten laste van
                                    de grondex­ploita­tie beho­ren te worden gebracht, waaronder de
                                    bij de gemeente bestendig gebruikelijke omslagfondsen voor zover
                                    deze aan het plangebied kunnen worden toegerekend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>IN EXPLOITATIE BRENGEN OP INITIATIEF VAN DE GE­MEENTE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vaststelling bekostigingsbesluit</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Voordat met het treffen van voorzieningen van openbaar nut in
                                    een exploitatiegebied wordt begonnen, stelt de Raad een
                                    bekosti­gings­besluit voor dat exploitatiegebied vast.</al></li><li nr="b."><al>Het bekostigingsbesluit bevat de volgende wettelijke
                                    onderdelen:1. een tekening van het gebied waarvoor het
                                    bekostigingsbesluit geldt, waarop is aangeduid welke onroerende
                                    zaken gebaat zijn door de aanleg van voor­zieningen van openbaar
                                    nut;2. een aanduiding van de mate waarin de kosten, verband
                                    houdende met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie
                                    brengen van gron­den, op de eigenaren, erfpachters of
                                    gerechtigden van of op van de in het vorige lid bedoelde
                                    onroerende zaken kunnen worden ver­haald;en wordt daarnaast
                                    aangevuld met:3. een omschrijving van de van gemeentewege uit te
                                    voeren voorzie­nin­gen van openbaar nut en daarmee verband
                                    houdende werkzaam­heden;4. een aankondiging dat de betrokken
                                    eigenaren binnen een genoemde ter­mijn een aanbod voor een
                                    exploitatieovereenkomst zullen kun­nen ontvangen;5. de bepaling
                                    dat, in geval met een exploitant niet tot overeen­stem­ming kan
                                    worden gekomen over een exploitatieovereenkomst, kosten­verhaal
                                    zal kunnen plaatsvinden door middel van heffing van
                                    baatbelasting of enige daarvoor in de plaats komende
                                    belas­ting;6. een op basis van de exploitatieopzet vervaardigde
                                    globale begroting van de ten laste en ten gunste van de
                                    onroerende zaken in het exploitatie­ge­bied komende kosten en
                                    baten in de grondexploitatie. De baten be­staan uit:a.
                                    subsidies;b. de verwachte verkoopopbrengsten van gronden;c.
                                    bijdragen in de kosten van aanleg van voor­zieningen van
                                    open­baar nut, hetzij via over­eenkomst hetzij via
                                    baatbe­lasting;d. overige bijdragen.Van deze begroting maakt
                                    eveneens deel uit van een bepaling waarin is opgenomen wanneer
                                    en op welke wijze de toere­kening zal worden vastgesteld van de
                                    totale kosten en opbrengsten aan de onroerende zaken in het
                                    exploitatiegebied. De toerekening zal zoveel mogelijk
                                    plaatsvinden naar de mate van het profijt dat de onroerende
                                    zaken hebben van het samen­hangend geheel van voorzie­ningen van
                                    openbaar nut.</al></li><li nr="c."><al>Voor de berekening van de in lid b. sub 6. bedoelde kosten wordt
                                    uitgegaan van de veronderstelling dat het exploitatiegebied in
                                    zijn geheel door de gemeente in exploitatie kan worden
                                    gebracht.</al></li><li nr="d."><al>In het bekostigingsbesluit kan worden bepaald dat de begroting
                                    later door de Raad wordt vastgesteld. De begroting kan
                                    perio­diek wor­den bijgesteld indien loon- of prijswijzigingen
                                    of andere optre­dende wijzigingen met betrekking tot het in
                                    exploita­tie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied
                                    daartoe aanlei­ding geven.</al></li><li nr="e."><al>Het bekostigingsbesluit wordt voor de start van de aanleg van de
                                    te bekostigen voorzieningen bekend gemaakt op de wijze zoals
                                    bedoeld in artikel 139 en verder van de Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Wijze van toerekening naar mate van profijt</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Voor de toerekening van het profijt wordt uitgegaan van de
                                    gemiddelde kosten per m² van het kadastrale oppervlak van het
                                    exploitatiegebied, te vermenigvuldigen met een factor voor
                                    ligging, een factor voor toe­komstige bestemming en een factor
                                    voor de objectieve gebruiksmoge­lijk­heid van de onroerende
                                    zaken waaraan het profijt wordt toegere­kend.</al></li><li nr="b."><al>Indien op deze wijze de verschillen in profijt van de van
                                    gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar nut niet
                                    voldoende tot uitdruk­king komen in de wijze van toerekening,
                                    geschiedt de toereke­ning op basis van een nader door het
                                    College te bepalen grond­slag die beter uitdrukking geeft aan de
                                    aanwezige verschillen in pro­fijt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>De bijdrage in de kosten van exploitatie die de exploitant
                                    betaalt bestaat uit:- het bedrag dat op basis van de
                                    exploitatieopzet, overeenkomstig de artikelen 1 tot en met 4 aan
                                    zijn onroerende zaak kan worden toegerekend,- rekening houdend
                                    met de noodzakelijke periodieke bijstellingen, - vermeerderd met
                                    de kosten van de afstand van de gronden bestemd voor de aanleg
                                    en/of aanpassing van voorzieningen van openbaar nut en de kosten
                                    van kadastrale uitmeting, - en verminderd met de inbrengwaarde
                                    van de bij de exploi­tant in eigendom zijnde en voor -
                                    exploitatie bedoelde gron­den, alsmede verminderd met de
                                    inbrengwaarde van de gronden die zijn bestemd voor het treffen
                                    van voorzie­ningen van open­baar nut en door exploitant aan de
                                    gemeente worden afgestaan.</al></li><li nr="b."><al>De waarde van de in lid a bedoelde, door de exploi­tant
                                    ingebrachte grond, wordt door de gemeente en de exploitant
                                    gezamen­lijk door middel van taxatie vastgesteld. Indien
                                    hierover geen over­een­stemming kan worden bereikt, wordt deze
                                    waarde vastgesteld door een commissie van drie deskundigen, van
                                    wie één aan te wijzen door de ge­meente, één door de exploitant
                                    en een derde door de beide reeds aange­wezen deskundigen of,
                                    indien zij het daarover niet eens kunnen worden, door de ter
                                    zake bevoegde kantonrechter.</al></li><li nr="c."><al>Indien de exploitant zelf conform artikel 6, lid c sub 5
                                    voor­zie­ningen van openbaar nut aanlegt, bestaat de
                                    exploitatiebijdra­ge uit de bijdrage, zoals deze op grond van
                                    lid a van dit artikel wordt bepaald, verminderd met de kosten
                                    van de door exploi­tant uit te voeren werkzaamheden, voor zover
                                    deze kosten corresponde­ren met de exploitatieopzet. In dit
                                    geval stelt de gemeente de exploitatieopzet bij het aangaan van
                                    de exploitatieovereenkomst aan de exploitant ter
                                    beschikking.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inhoud exploitatieovereenkomst</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Het verhaal van kosten van het in exploitatie bren­gen van
                                    gronden vindt plaats op basis van een exploitatieovereenkomst,
                                    vervaardigd met inachtneming van de voorgaande artikelen. Van de
                                    exploitatieovereenkomst wordt een akte opgemaakt die in ieder
                                    geval notarieel verleden wordt indien de exploitatieovereenkomst
                                    mede een grondtransactie initieert.</al></li><li nr="b."><al>Het College beslist pas tot het aangaan van een
                                    exploitatieovereenkomst nadat een bekostigingsbesluit is
                                    vastge­steld.</al></li><li nr="c."><al>De exploitatieovereenkomst bevat bepalingen over:1. de aard,
                                    omvang en kwaliteit van de door de gemeente of exploi­tant aan
                                    te leggen voorzieningen van openbaar nut, alsmede de mate waarin
                                    van duurzaam bouwen sprake zal zijn;2. het tijdvak waarbinnen
                                    deze voorzieningen worden uitgevoerd;3. de ten laste van de
                                    exploitant komende bijdrage alsmede een sluitende waar­borg voor
                                    tijdige betaling daarvan;4. in voorkomende gevallen de afstand
                                    van gronden aan de gemeen­te, voor zover die gronden zijn
                                    bestemd voor de aanleg of aanpas­sing van voorzieningen van
                                    openbaar nut, en in deze gevallen het ver­richten van onderzoek
                                    naar bodemverontreiniging op kosten van de ex­ploitant;5. in
                                    gevallen waarbij het College besluit de gehele of gedeelte­lijke
                                    uitvoering van de door de gemeente aan te leggen voorzienin­gen
                                    van openbaar nut aan de exploitant op te dragen: de opdracht of
                                    aanlegverplichting en sluitende waarborgen voor tijdige,
                                    kwali­tatief goede en duurzame uitvoe­ring en voor de nakoming
                                    van de financiële verplichtingen van de exploitant, zulks in
                                    overeenstemming met de exploitatieopzet;6. de wijze waarop de
                                    eventuele planschade drukkende op het exploitatiegebied wordt
                                    doorberekend;7. de wijze waarop door de gemeente desgewenst
                                    regie wordt gevoerd en de mate waarin door de exploitant grond
                                    beschikbaar wordt gesteld voor particulier opdrachtgeverschap;8.
                                    een betalingsregeling;9. in voorkomende gevallen een
                                    taakverdeling;10. in voorkomende gevallen een regeling voor
                                    gewijzigde omstandig­he­den, wanprestatie, aansprakelijkheid en
                                    faillissement;11. in voorkomende gevallen een verklaring als
                                    bedoeld in artikel 10.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>IN EXPLOITATIE BRENGEN OP AANVRAAG VAN EXPLOI­TANT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Indiening aanvraag voor medewerking</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Een belanghebbende kan bij het College een aanvraag indienen
                                    voor medewerking aan het in exploitatie brengen van
                                    gronden.</al></li><li nr="b."><al>Het College verleent slechts medewerking aan het op aanvraag van
                                    exploi­tant in bouwexploitatie brengen van gronden krach­tens
                                    een exploitatieovereenkomst.</al></li><li nr="c."><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:1. een
                                    nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te brengen
                                    on­roerende zaken;2. gegevens, waaruit afdoende blijkt dat de
                                    belanghebbende de eigendom van of het erfpachtrecht op de in
                                    exploitatie te brengen onroeren­de zaken onherroepelijk heeft
                                    verkregen of kan verkrijgen;3. gegevens omtrent de door
                                    belanghebbende te treffen (bouw)werk­zaam­heden;4. gegevens
                                    waaruit blijkt dat de belanghebbende financieel in staat is tot
                                    exploitatie over te gaan en de benodigde zekerhe­den te
                                    stellen.</al></li><li nr="d."><al>Ingeval door het College een aanvraag voor een bouwvergunning,
                                    eventueel in combinatie met een aanvraag voor vrij­stelling,
                                    wordt ontvangen, waarbij in geval van verlening van de
                                    vrij­stel­ling en/of bouwvergunning van gemeentewege
                                    voorzieningen van open­baar nut moeten worden getroffen, wordt
                                    hiervan zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval voor de
                                    beslissing op de aanvraag mededeling ge­daan aan de aanvrager.
                                    Daarbij zal een zo nauwkeurig mogelijke raming van de voor
                                    rekening van de exploitant komende kosten, verband hou­dende met
                                    het in exploitatie brengen van gronden, worden verstrekt. Tevens
                                    zal daarbij aan de aanvrager de gelegenheid worden gegeven tot
                                    het indienen van een aanvraag voor medewerking.</al></li><li nr="e."><al>Het College reageert op de aanvraag om medewer­king, hetzij met
                                    een weigering op grond van artikel 8, hetzij met een aanhouding
                                    op grond van artikel 9, hetzij met de aanbieding van een
                                    conceptovereenkomst, binnen 24 weken na de dag waarop de
                                    aanvraag is ont­vangen. De bepalingen in hoofdstuk 2 van deze
                                    verordening zijn van overeenkomstige toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Weigeringsgronden voor een exploitatieovereenkomst</titel></kop><al>De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft onder
                            meer niet te worden verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in exploitatie te brengen grond is gelegen in een gebied
                                    waar­voor geen bestemmingsplan geldt;</al></li><li nr="b."><al>de door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de
                                    daartoe benodigde voorzieningen van openbaar nut zouden leiden
                                    tot strijd met het bestemmingsplan, de Woningwet of strijd met
                                    andere wet- of regel­geving;</al></li><li nr="c."><al>het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
                                    be­stem­mingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen
                                    van een doeltreffende en duurzame uitbreiding van bebouwing of
                                    herinrichting;</al></li><li nr="d."><al>het in bouwexploitatie brengen van grond anderszins zou leiden
                                    tot ten laste van de gemeente blijvende kosten van voorzieningen
                                    van openbaar nut of tot bezwaren ten aanzien van het
                                    doeltreffend voor­zien in watervoorziening, openbare
                                    verlichting, riolering en andere voorzieningen van openbaar
                                    nut;</al></li><li nr="e."><al>de exploitant niet bereid of in staat is om sluitende waarborgen
                                    te stellen voor tijdige, kwali­tatief goede en duurzame
                                    uitvoe­ring c.q. nakoming van zijn feitelijke en de financi­ële
                                    verplichtingen;</al></li><li nr="f."><al>exploitant geen afstand wil doen van gronden ten behoeve van
                                    aan­leg van voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="g."><al>exploitant de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut niet
                                    wil onderzoeken op de aanwezigheid van bodemverontreiniging dan
                                    wel de bodem niet wil saneren wanneer dat noodzakelijk is;</al></li><li nr="h."><al>de exploitant niet bereid is de voorzieningen van openbaar nut
                                    door de gemeente te laten aanleggen;</al></li><li nr="i."><al>de door de gemeente noodzakelijk geachte regie niet kan worden
                                    gevoerd of de exploitant niet bereid is grond beschikbaar te
                                    stellen voor particulier opdrachtgeverschap. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Aanhouding aanvraag</titel></kop><al>De reactie op een aanvraag kan worden aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de procedure tot goedkeuring of herziening van het
                                    bestem­mingsplan dat van toepassing is nog niet is afgerond, tot
                                    vier weken na het onherroepelijk worden van dat be­stemmingsplan
                                    of de her­ziening daarvan;</al></li><li nr="b."><al>ingeval voorzienbaar is dat de in artikel 8 genoemde
                                    belemmeringen op korte termijn zullen kunnen worden weggenomen,
                                    tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn weggenomen. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>RELATIE GRONDUITGIFTE EN ANDERE KOSTENVER­HAALINSTRUMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><al>In een gebied waarvoor een bekostigingsbesluit is genomen, zal, indien
                            de exploitant een exploitatieovereenkomst aangaat, in de over­eenkomst
                            worden bepaald dat, met betrekking tot de uitvoering van de in deze
                            overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut, geen aanvullend
                            kostenverhaal op basis van baatbelas­ting ten laste van de betreffende
                            onroerende zaak zal plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Voorzieningen van ondergeschikt belang</titel></kop><al>De artikelen 3, 5 en 6 lid a en b van deze verordening zijn niet van
                            toepassing voor voorzieningen van openbaar nut van onderge­schikt
                            belang, zoals een uitweg op de openbare weg of een aansluiting op het
                            openbare riool, al dan niet in het buitengebied. In dergelijke gevallen
                            besluit het College onder welke voorwaar­den deze voorzieningen van
                            openbaar nut door of met mede­werking van de gemeente zullen worden
                            aangelegd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Ten aanzien van exploitatiegebieden waarvoor geldt dat op het moment van
                            inwerkingtreding van deze verordening een bekostigingsbesluit is
                            geno­men, een exploitatieovereenkomst is afgesloten of de voorzieningen
                            van open­baar nut reeds in uitvoering zijn, vinden de bepalingen van
                            deze ver­or­dening voor dat exploitatiegebied, voor zover nodig, op een
                            aan die situa­tie aangepaste wijze toepassing. In dat geval stelt de
                            Raad, indien zulks nog niet zou hebben plaatsgevonden, bij wijze van
                            nadere toelichting op het bestaande bekostigingsbesluit, een begroting
                            van kosten en opbrengsten als bedoeld in artikel 3, lid b sub 6, vast en
                            wordt deze begroting aan de exploitant ter beschikking gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag, vol­gende op de dag waarop
                            de bekendmaking van de verordening heeft plaatsgevonden. Op dat zelfde
                            tijdstip vervalt de ‘Exploitatieverordening gemeente Hilvarenbeek 1997’,
                            vastge­steld bij besluit van de Raad d.d. 30 januari 1997. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Exploitatieverordening
                            gemeente Hilvarenbeek 2003’. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label/><nr>1</nr><titel>Op de 'Exploitatieverordening gemeente Hilvarenbeek 2003'</titel></kop><al>Algemeen:In het kader van de gemeentelijke grondpolitiek zullen regels moeten
                    worden gesteld inzake het verhaal van kosten van de aanleg van voorzieningen van
                    openbaar nut. Het kostenverhaal van de aanleg van deze voorzieningen kan op drie
                    ver­schillende wijzen plaatsvinden.</al><al>Allereerst, en dat verdient de voorkeur, kan dat via de gronduitgifte. In dat
                    geval worden de kosten doorberekend in de uitgifteprijs. Er is dan sprake van
                    actieve grondpolitiek: de gemeente koopt grond, maakt deze bouwrijp en geeft
                    weer uit.</al><al>Het kan echter zijn dat de gemeente geen eigenaar is van de te exploiteren grond
                    en deze ook niet kan verwerven, bij voorbeeld omdat de eigenaar zelf bereid en
                    in staat is de toekomstige bestemming te realiseren. In dat geval is de tweede
                    mogelijkheid aan de orde, kostenverhaal via een exploitatie­bijdrage die wordt
                    vastge­legd in een exploitatieovereenkomst. Krachtens artikel 42 van de Wet op
                    de Ruimtelijke Ordening moet elke exploitatieovereenkomst in overeen­stemming
                    zijn met hetgeen daartoe is vastgelegd in de gemeentelijke
                    exploitatiever­ordening.</al><al>De derde mogelijkheid om kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut te
                    plegen is via baatbelasting op grond van artikel 222 van de Gemeentewet.</al><al>Met name met het oog op de tweede wijze van kostenverhaal, maar ook ziende op de
                    derde wijze, worden in de 'Exploitatieverordening gemeente Hilvarenbeek 2003’
                    regels gesteld. Deze verordening voldoet aan de eisen die door artikel 222
                    Gemeentewet, artikel 42 WRO en de AWB worden gesteld en ziet vooruit op het
                    instrumentarium dat door het Rijk op 31 januari 2001 in de grondbeleidsnota ‘Op
                    Grond van Beleid’ wordt geïnitieerd. Uit de jurisprudentie blijkt, dat een
                    exploitatieverordening moet worden gezien als een stelsel van algemene
                    voorwaarden behorende bij een exploitatieovereenkomst. In de verordening zijn
                    echter ook aanwijzingen opgenomen die noodzakelijk zijn om de mogelijkheid van
                    heffing van baatbelasting te waarborgen, met name gaat het daarbij om de vorm
                    van het bekostigingsbe­sluit.</al><al>In de exploitatieverordening zijn de volgende uitgangspunten verwerkt:</al><lijst><li nr="1."><al>Duidelijkheid omtrent de voorzieningen van openbaar nut waarvan de
                            kosten worden verhaald, waarbij met name met het milieuaspect reke­ning
                            is gehouden.</al></li><li nr="2."><al>Indien binnen een bestemmingsplan niet alle gronden door de gemeente
                            kunnen worden verworven, moet het verhaal van de kosten van aanleg van
                            voorzieningen van openbaar nut op andere wijze worden zeker gesteld.
                            Alle betrok­kenen hebben er recht op vooraf te weten op welke wijze de
                            gemeente dat zal doen. Daartoe wordt overeenkomstig het bepaalde in
                            artikel 222 van de Gemeente­wet, zoals dat sinds 1 januari geldt, een
                            bekosti­gingsbesluit genomen, voordat wordt gestart met de aanleg van de
                            te bekostigen voorzieningen. Indien niet tijdig een bekostigingsbesluit
                            is genomen, kan geen baatbelas­ting worden opge­legd. Het
                            kostenverhaalbesluit bevat naast de wettelijke eisen ook enkele
                            beleidsmatige elementen. Met name wordt daarin aangegeven hoe de relatie
                            ligt tussen kosten­verhaal op basis van de exploitatiever­ordening en op
                            basis van baatbelasting. In de verordening is daartoe de systematiek van
                            baattoerekening aangepast op en gerelateerd aan de fiscale
                            verhaals­methode.</al></li><li nr="3."><al>Een exploitatieovereenkomst kan, in tegenstelling tot hetgeen in de oude
                            verordening het geval was, nu ook op initiatief van de gemeente worden
                            gesloten. Vanwege het onder 2. genoemde beleidsmatige uit­gangspunt zal
                            het ook veelal de gemeente zijn die het initiatief neemt. Uiteraard kan
                            een exploitatieovereenkomst ook worden gesloten op aanvraag van de
                            exploitant.</al></li></lijst><al>De exploitatieverordening is opgebouwd uit 14 artikelen:</al><al>In artikel 1 worden allereerst de begripsbepalingen gegeven en wordt verder
                    aangegeven welke werken tenminste worden beschouwd als voorzienin­gen van
                    openbaar nut in de zin van deze verordening.De verordening is alleen van
                    toepassing, als medewerking wordt verleend aan het in exploitatie brengen van
                    gronden die niet in eigendom zijn van de gemeente. De daartoe opgenomen
                    definitie strookt met de terminologie die ook de wetgever hanteert in artikel
                    222 Gemeentewet. Onder deze definitie vallen ook gebouwde onroerende zaken.In
                    tegenstelling tot de oude verordening wordt de aanleg van
                    rioolwaterzui­veringsinstallatie niet meer beschouwd als een voorziening van
                    openbaar nut. Dat is uitdrukkelijk wel het geval met de milieutechnische en
                    ecologi­sche maatregelen die ten behoeve van het plan moeten worden genomen. De
                    kosten van rioolwater-zuiveringsinstallaties en maatregelen van het waterschap
                    in het kader van zijn oppervlaktewaterbeheer, plegen te worden betaald uit de
                    algemeen werkende zuiveringsheffingen van de waterkwaliteitsbeheerder. De
                    exploitatieverordening kan derhalve niet de basis vormen voor het verhaal van
                    deze kosten.</al><al>In principe legt de gemeente de openbare voorzieningen zelf aan. In het artikel
                    1 sub c is ook een garantie opgenomen voor de kwaliteit en de financiële borging
                    ingeval de exploitant zelf de openbare voorzieningen aanlegt. Overigens
                    ontbreekt dit laatste element in de modelverordening van de VNG, maar wordt dat
                    wel in andere modellen gehanteerd. In de praktijk is gebleken, dan deze bepaling
                    een goed bruikbaar extra instrument biedt.</al><al>In artikel 2 wordt aangegeven wat wordt begrepen onder de kosten van in
                    exploita­tie brengen. Dat betreft zowel de kosten van voorzieningen binnen als
                    van voorzieningen buiten het plan. De laatste worden wel aangeduid als kosten
                    van bovenwijkse voorzieningen. Indien dat wenselijk wordt geacht, kunnen de
                    kosten voor bovenwijkse voorzieningen worden doorberekend via een fondsopslag,
                    maar dat vereist wel een beleidsmatige onderbouwing daarvan, alsmede een
                    consequente toepassing van dat beleid. Dat houdt in dat de opslag ook wordt
                    toegepast binnen exploitaties van gebieden waarin alle grond in handen van de
                    gemeente is. De beleidsmatige onderbouwing kan plaatsvinden bij de vaststelling
                    van het structuurplan of op basis van een afzonderlijke beleidsnota, liefst
                    vastgesteld overeenkomstig de regels in de toekomstige derde tranche van de AWB,
                    dat wil zeggen algemeen kenbaar en goed onderbouwd. In principe legt de gemeente
                    de openbare voorzieningen zelf aan. In deze bepaling is ook een garantie
                    opgenomen voor de kwaliteit en de financiële borging ingeval de exploitant zelf
                    de openbare voorzieningen aanlegt. Overigens ontbreekt dit laatste element in de
                    modelverordening van de VNG, maar wordt dat wel in andere modellen gehanteerd.
                    In de praktijk is gebleken, dan deze bepaling een goed bruikbaar extra
                    instrument biedt. Ten opzichte van de modelverordening van de VNG is tevens een
                    bepaling toegevoegd inzake de kosten van planschade, overige schadevergoedingen
                    en schadeloosstellingen. Ook wordt in sub d in de leden 2 en 3 melding gemaakt
                    van de te maken interne en externe kosten. Bovenstaand onderscheid ontbreekt in
                    de modelverordening van de VNG. Dit ondanks de mogelijkheid die de huidige
                    jurisprudentie geeft tot het sluiten van een planschadeovereenkomst Het is dus
                    verstandig dit op deze manier op te nemen in de exploitatieverordening omdat nog
                    onduidelijk is wat ter zake het standpunt van de Hoge Raad is en de gemeente
                    overigens alle mogelijkheden wil voorbehouden.</al><al>In artikel 3 is bepaald dat de gemeente een bekostigingsbesluit zal vaststellen
                    voor het betreffende gebied. Dat is noodzakelijk, omdat pas in de loop van het
                    ontwikkelingsproces van een bestemmingsplan duidelijk wordt in hoeverre de grond
                    door de gemeente kan worden verworven en in hoeverre met particuliere eigenaren
                    tot overeen­stemming rond een exploitatieovereenkomst kan worden gekomen. Zonder
                    bekostigingsbesluit, genomen voordat de eerste feitelijke handelingen voor de
                    aanleg plaatsvinden, kan geen baatbelasting worden geheven volgens artikel 222
                    Gemeentewet.Het is van het uiterste belang dat binnen de grenzen van de
                    bijbehorende tekening alle in de toekomst gebate percelen zijn betrokken. Is het
                    gebied te groot, dan kan dat bij het maken van een baatbelastingverordening
                    worden gecorrigeerd. Het gebaat zijn wordt vastgesteld op de in een eventueel te
                    maken baatbelastingverordening vast te stellen peildatum.</al><al>Ter vergroting van de rechtszekerheid wordt het bekostigingsbesluit voorzien van
                    enkele elementen die niet door de wet worden geëist, zoals enkele
                    beleidsaanwijzingen, een aanduiding van de voorzieningen die zullen worden
                    getroffen en een kostenbegroting, die periodiek kan worden bijge­steld. De
                    toerekening van kosten aan gebate percelen vindt plaats overeen­komstig de
                    begroting van kosten en opbrengsten en naar mate van de baat die een perceel
                    geniet van de aan te leggen voorzieningen.</al><al>Verder wordt het beleid van de gemeente bij het nemen van het
                    bekostigings­besluit vastgelegd: allereerst trachten zelf te verwerven, in
                    gevallen waarin dat niet lukt, trachten exploitatieovereenkomsten tot stand te
                    brengen en tenslotte, als er percelen overblijven die wel gebaat zijn door de
                    voorzieningen, maar anders geen bijdrage zouden leveren in de kosten, het
                    opleggen van baatbelasting. In de loop van het ontwikkelingsproces van het plan
                    zal duidelijk worden of er na gereedkoming van de aanleg van de voorzieningen
                    van openbaar nut een baatbelastingverordening moet worden vastgesteld. Daarvoor
                    is twee jaar de tijd vanaf de datum van gereedkomen van de voorzieningen.</al><al>In artikel 4 is aangegeven met welke eenheid wordt gerekend om te komen tot een
                    verantwoorde omslag van de baat over de gebate percelen. Die rekeneen­heid is
                    een omslag naar m2, gecorrigeerd naar ligging, toekomstige bestem­ming en
                    objectieve gebruiksmogelijkheid. In geval er op deze wijze geen billijke omslag
                    kan worden vastgesteld biedt de bepaling de mogelijkheid om dat op andere wijze
                    te doen.</al><al>In artikel 5 is de berekeningswijze aangegeven van de exploitatiebijdrage die de
                    exploitant krachtens de exploitatieovereenkomst zal moeten betalen. In geval
                    strijd ontstaat over de toepassing van deze aanwijzing kan een commissie van
                    deskundigen uitkomst bieden. Een bijzondere regeling is van toepassing voor het
                    geval de exploitant zelf de voorzieningen aanlegt.</al><al>De in artikel 6 ten tonele gevoerde exploitatieovereenkomst berust uiteraard op
                    wilsovereenstemming. Noch de exploitant, noch de gemeente kan worden gedwongen
                    om een dergelijke overeenkomst te sluiten. Komt een overeenkomst tot stand, dan
                    dient die in overeenstemming te zijn met de exploitatieverordening en de daartoe
                    met name gegeven elementen te bevat­ten. In het door de HR in 1996 gewezen
                    Uden-arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat afwijkingen van de verordening,
                    behoudens afwijkingen van ondergeschikt belang, leiden tot onverbindendheid van
                    de exploitatieovereenkomst. Bovenstaand arrest is bekrachtigd door het arrest
                    d.d. 13 april 2001, Polyproject BV/Warmond.</al><al>Artikel 7 bevat de voorwaarden waaraan een exploitant moet voldoen die zelf een
                    aanvraag indient tot het sluiten van een exploitatieovereenkomst. De VNG
                    verordening bevat de uitdrukkelijke uitspraak dat er dan geen
                    bekostigingsbesluit noodzakelijk is. Toch hanteert de VNG-verordening dan wel de
                    daarbij behorende (maar niet vastgestelde) begroting. Met dit principe is in de
                    voorgelegde verordening gebroken. Er is niets tegen om ook in het geval een
                    exploitant uitdrukkelijk om een exploitatieovereenkomst verzoekt een
                    bekostigingsbesluit te nemen. In geval van calamiteit (bijvoorbeeld bij
                    faillissement van de exploitant) kan dat zijn nut nog bewijzen.</al><al>De weigeringsgronden staan in artikel 8, maar zijn niet uitputtend aangege­ven.
                    De rechtszekerheid vereist echter bij weigering een goede motivatie. De
                    weigeringsgronden moeten worden gezien als een ondersteuning bij die
                    motiveringseis, de gemeente mag ze hanteren maar hoeft dat niet. Als medewerking
                    aan het sluiten van een exploitatieovereenkomst wordt geweigerd, kan ook geen
                    medewerking worden verleend aan het treffen van voorzieningen van openbaar nut
                    binnen het eigendomsgebied van de exploitant. De elementen regie en particulier
                    opdrachtgeverschap uit de nota ‘Op Grond van Beleid’ zijn aan de
                    weigeringsgronden toegevoegd, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de nieuwe
                    Grondexploitatiewet.</al><al>Artikel 9 geeft nog twee mogelijkheidheden om de beslissing aan te houden.</al><al>In artikel 10 wordt voldaan aan de eis van de wet, dat geen baatbelasting mag
                    worden geheven, als er sprake is van kostenverhaal op andere wijze, via de
                    gronduitgifte of een exploitatieovereenkomst. Een betrokkene kan dus nooit twee
                    keer een bijdrage betalen.</al><al>In artikel 11 staat een afwijkingsmogelijkheid voor gevallen waarin sprake is
                    van de aanleg van voorzieningen van ondergeschikt belang.</al><al>De overgangs- en slotbepalingen spreken voor zich. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>