<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72569_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de warenmarkten voor de gemeente Steenbergen 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentelijke website</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Marktverordening gemeente Steenbergen 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">Gemeentewet, art. 147 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">Gemeentewet, art. 149 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-01-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-12-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>11</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B1001612</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de warenmarkten voor de gemeente Steenbergen 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Steenbergen;</al><al>overwegende, dat het wenselijk is regels vast te stellen voor een ordelijk
                        verloop van de markten;</al><al>in behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 30
                        maart 2009</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">artikel 147, eerste lid</extref> alsmede <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">artikel 149 van de Gemeentewet</extref>;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende</al><al>VERORDENING OP DE WARENMARKTEN VOOR DE GEMEENTE STEENBERGEN 2009.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1. ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>markt: de door het college ingestelde warenmarkten;</al><al>standplaats: de ruimte die voor de duur van de markten is aangewezen
                            voor het uitoefenen van de markthandel;</al><al>vaste standplaats: de standplaats die voor een onbepaalde tijd ter
                            beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;</al><al>dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld
                            aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is
                            toegewezen dan wel wordt ingenomen;</al><al>vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend
                            voor het innemen van een standplaats;</al><al>marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Dag, tijd en plaats van de markten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De markt </al><lijst><li nr=""><al>- te Dinteloord vindt plaats op donderdag van 8.00 uur
                                            tot 12.00 uur op het Raadhuisplein</al></li><li nr=""><al>- te Steenbergen vindt plaats op woensdag van 13.00 uur
                                            tot 16.00 uur op de Markt;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan op grond van dringende redenen, in afwijking van
                                    het eerste lid, bepalen dat de markt te Dinteloord en/of
                                    Steenbergen tijdelijk zal plaatsvinden: </al><lijst><li nr="a."><al>op een andere dag;</al></li><li nr="b."><al>op een andere tijd;</al></li><li nr="c."><al>op een andere plaats.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college is bevoegd te bepalen, dat de markt tijdelijk zal
                                    plaatsvinden op een andere dag, indien de in het eerste lid
                                    bedoelde dag samenvalt met een van de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Winkeltijdenwet/article=2">artikel 2, eerste lid onder b van de
                                        Winkeltijdenwet</extref> genoemde dagen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Inrichting van de markt, branche-indeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college bepaalt, gehoord de marktcommissie, ten aanzien van
                                    de markt: </al><lijst><li nr="a."><al>het aantal vaste standplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>de afmeting van de standplaatsen;</al></li><li nr="c."><al>de opstelling en indeling van de markt;</al></li><li nr="d."><al>welke standplaatsen worden toegewezen als losse
                                            standplaats;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan, gehoord de marktcommissie, voor de markt
                                    vaststellen: </al><lijst><li nr="a."><al>een lijst met artikelen (branches);</al></li><li nr="b."><al>een maximum aantal standplaatsen per branche.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Nadere regels</titel></kop><al>Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde
                            in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een
                                    krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing,
                                    ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning
                                    of ontheffing is vereist.</al></li><li nr="b."><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                    ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                    voorschriften en beperkingen in acht te nemen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 DE MARKTCOMMISSIE</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6 De marktcommissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een commissie van advies en bijstand inzake
                                    marktaangelegenheden, genaamd ‘marktcommissie’</al></li><li nr="2."><al>Voorzitter van de commissie is een lid van het college.</al></li><li nr="3."><al>De samenstelling en het aantal leden van de commissie wordt
                                    bepaald door burgemeester en wethouders, zodanig dat in de
                                    commissie in ieder geval zijn vertegenwoordigd de
                                    standplaatshouders op de beide weekmarkten, de plaatselijke
                                    middenstand van de kernen Dinteloord en Steenbergen en een
                                    afgevaardigde van de Centrale Vereniging voor de Ambulante
                                    Handel.</al></li><li nr="4."><al>De leden van de commissie worden benoemd door burgemeester en
                                    wethouders, telkens voor een tijdvak samenvallende met de
                                    zittingsduur van de gemeenteraad. Zij kunnen bij aftreden
                                    opnieuw benoemd worden.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders wijzen voor de commissie een
                                    ambtenaar aan als secretaris van de commissie, alsmede een
                                    plaatsvervanger. De secretaris kan aan de besprekingen deelnemen
                                    en heeft in de vergaderingen een adviserende stem.</al></li><li nr="6."><al>De marktmeester woont de vergaderingen van de commissie bij en
                                    heeft daarin een adviserende stem.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Taak en bevoegdheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie dient het college van advies en staat het college
                                    bij in zaken betreffende het marktwezen;</al></li><li nr="2."><al>In ieder geval vragen burgemeester en wethouders, alvorens een
                                    beslissing te nemen of een voorstel aan de raad te doen advies
                                    aan de commissie over </al><lijst><li nr="a."><al>de instelling, wijziging of opheffing van de weekmarkt
                                            te Dinteloord of Steenbergen;</al></li><li nr="b."><al>de vaststelling, wijziging of intrekking van de
                                            marktverordening en de daaruit voortvloeiende
                                            regelingen;</al></li><li nr="c."><al>de vaststelling, wijziging of intrekking van de
                                            marktgeldverordening;</al></li><li nr="d."><al>het toewijzen van vaste standplaatsen op de markt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Openbare en besloten vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van de commissie worden in het openbaar
                                    gehouden;</al></li><li nr="2."><al>Het college kan echter, indien naar zijn oordeel het algemeen
                                    belang zich tegen openbare behandeling verzet, dan wel een
                                    bijzonder belang daardoor zou worden bevoordeeld of benadeeld,
                                    bepalen dat een onderwerp in besloten vergadering zal worden
                                    behandeld;</al></li><li nr="3."><al>Indien een commissie met meerderheid van stemmen van de leden
                                    bezwaar maakt tegen het besluit van het college om een onderwerp
                                    in besloten vergadering te behandelen, doen zij hiervan onder
                                    opgave van de reden(en) mededeling aan het college. Het college
                                    beslist daarna zo spoedig mogelijk of behandeling van het
                                    onderwerp in een openbare dan wel besloten vergadering zal
                                    plaatsvinden;</al></li><li nr="4."><al>De deuren van de vergadering worden gesloten, wanneer tenminste
                                    een/vijfde van de aanwezige leden dit vordert of de voorzitter
                                    dit nodig acht. De commissie beslist vervolgens of de
                                    behandeling van het onderwerp in een openbare dan wel een
                                    besloten vergadering zal plaatsvinden;</al></li><li nr="5."><al>De commissie kan omtrent het in besloten vergadering behandelde
                                    en omtrent de inhoud van stukken welke aan haar worden
                                    voorgelegd, de geheimhouding opleggen. Zij wordt zowel door de
                                    leden, die bij de behandeling aanwezig waren als door de leden
                                    die op een andere wijze van het behandelde en van de stukken
                                    kennis nemen in acht genomen totdat de commissie haar opheft. De
                                    verplichting tot geheimhouding geldt mede voor de secretaris en
                                    andere bij de vergadering aanwezige ambtenaren. De voorzitter
                                    kan omtrent de inhoud van de stukken, als bedoeld in het vorige
                                    lid, voorlopige geheimhouding opleggen. Hij/zij geeft hiervan
                                    terstond kennis aan de commissie. De voorlopige oplegging van de
                                    geheimhouding vervalt, zo niet aan de commissie in de eerst
                                    volgende vergadering, waarin meer dan de helft van het aantal
                                    leden aanwezig is, ter bekrachtiging wordt aangeboden. In geval
                                    van niet-bekrachtiging vervalt de voorlopige oplegging.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Besluitvorming en verslag vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle besluiten van de commissie worden bij meerderheid van de
                                    uitgebrachte stemmen genomen;</al></li><li nr="2."><al>Ieder lid heeft één stem. Over zaken wordt mondeling, over
                                    personen schriftelijk gestemd;</al></li><li nr="3."><al>De commissie zendt aan burgemeester en wethouders zo spoedig
                                    mogelijk na elke vergadering van de commissie een verslag van
                                    deze vergadering;</al></li><li nr="4."><al>Bij het uitbrengen van adviezen wordt indien gewenst het
                                    gevoelen van de minderheid in het advies vermeld;</al></li><li nr="5."><al>De leden van de commissie onthouden zich van stemmen over zaken,
                                    die hen persoonlijk aangaan of waarin zij als gelastigde zijn
                                    betrokken.</al></li><li nr="6."><al>De commissie kan. Indien zij dit wenst, zich laten bijstaan door
                                    deskundigen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 BEPALINGEN OVER VERGUNNINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10 Standplaatsvergunning</titel></kop><al>Het is verboden een standplaats op de markt in te nemen zonder
                            vergunning van het college.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Vereisten</titel></kop><al>Voor het toewijzen van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking
                            een handelingsbekwaam persoon, die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt
                            en een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het college en
                            die kan aantonen te voldoen aan alle publiekrechtelijke verplichtingen
                            op het gebied van bedrijfsuitvoering en bedrijfsorganisatie door het
                            overleggen van:</al><lijst><li nr="-"><al>een uitreksel uit het handelsregister van de Kamer van
                                    Koophandel</al></li><li nr="-"><al>een registratiekaart verstrekt door het Hoofdbedrijfschap voor
                                    de Detailhandel</al></li><li nr="-"><al>een bewijs waaruit blijkt dat men in het bezit is van een
                                    WA-verzekering.</al></li></lijst><al>Artikel 12 Intrekking vaste standplaatsvergunning</al><lijst><li nr="1"><al>Het college trekt een vaste standplaatsvergunning in: </al><lijst><li nr="a."><al>op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond
                                            van artikel 4 van het marktreglement van de gemeente
                                            Steenbergen de vergunning wordt overgeschreven;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan een vaste standplaatsvergunning intrekken: </al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel
                                            onvolledige gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in
                                                <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-11-vereisten">artikel 11</extref> genoemde vereisten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien degene op wie een vergunning ingevolge <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Marktreglement-gemeente-Steenbergen-2009/05-07-2009#artikel-4-overschrijving-vaste-standplaatsvergunning">artikel 4 van het marktreglement</extref> van de gemeente
                                    Steenbergen is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een
                                    andere vaste standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde
                                    vergunning ingetrokken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 13 Intrekking en schorsing vaste
                                standplaatsvergunning</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel
                                12 kan het college een vergunning voor een vaste
                            standplaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor
                            ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de
                            vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de
                                    voorschriften van de vergunning overtreedt.</al></li><li nr="b."><al>zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; of</al></li><li nr="c."><al>niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat
                                    wordt geheven op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=229">artikel 229 van de Gemeentewet</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Uitsluiting dagplaatshouder</titel></kop><al>Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats van de toewijzing
                            van een dagplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen, indien
                            deze:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;</al></li><li nr="c."><al>niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat
                                    wordt geheven op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=229">artikel 229 van de Gemeentewet</extref>;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Onmiddellijke verwijdering</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=125">artikel 125 van de Gemeentewet</extref> kan het college een
                            vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen
                            indien hij :</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de vergunning
                                    overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt
                            gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten
                            hoogste drie maanden en kan bovendien worden gestraft met de
                            openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de marktmeester en de bij besluit van het
                            college aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De verordening op de warenmarkten voor de gemeente Steenbergen 1999
                            vastgesteld op 1 juli 1999 en de wijzigingen hierop vastgesteld op 30
                            maart 2000 en 29 november 2001, de Instructie voor de Marktmeester
                            vastgesteld op 25 oktober 1984 en de wijziging vastgesteld op 29 mei
                            1997, alsmede het Reglement Marktcommissie, 1984 vastgesteld op 25
                            oktober 1984 worden ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19. Overgangsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De besluiten van het college genomen krachtens ‘de Verordening
                                    op de warenmarkten 1999 en hierna volgende wijzigingen’ gelden
                                    als besluiten krachtens deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening een aanvraag om vergunning op grond van de
                                    Verordening op de warenmarkten 1999 en de hierna volgende
                                    wijzigingen is ingediend en voor het tijdstip van
                                    inwerkingtreding van deze verordening nog niet definitief op de
                                    aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening
                                    toegepast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij
                            is bekend gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Marktverordening gemeente
                            Steenbergen 2009’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 1. begripsomschrijvingen</vet></al><al>In dit artikel wordt een aantal begrippen, dat in de verordening wordt
                    gehanteerd, gedefinieerd. Het begrip ‘vaste standplaats’ en ‘marktmeester’ zijn
                    duidelijker gedefinieerd.</al><al><vet>Artikel 3. Inrichting van de markt; branche-indeling</vet></al><al>Op grond van het eerste lid onder a. stelt het college het aantal standplaatsen
                    op de markt vast met onder meer als doel het aantrekkelijk maken van de markt
                    voor de consumenten. Het aantal branches is in principe onbeperkt, tenzij het
                    gaat om een gespecialiseerde markt. Bij de opstelling en indeling van de markt
                    als bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt rekening gehouden met de
                    verschillende branches. Voor de orde op de markt is het van belang te bepalen
                    welke materialen (kramen of andere verkoopmaterialen) worden toegelaten en waar
                    deze kunnen worden opgesteld. Naast de traditionele (huur)kraam kan ook gebruik
                    worden gemaakt van bijvoorbeeld een instantkraam, de verrijdbare kraam en
                    verkoopwagens. De onder b genoemde afmetingen van de standplaatsen kunnen
                    overigens ook een beperking geven voor bepaalde materialen. Het tweede lid is
                    facultatief bedoeld. Het schept de mogelijkheid een beperkt aantal kooplieden
                    per branche toe te laten. Hierdoor wordt bereikt, dat op de markt een zo groot
                    mogelijke verscheidenheid aan branches aanwezig is en wordt voorkomen dat teveel
                    kooplieden van één branche op de markt optreden. Hierdoor wordt de markt
                    aantrekkelijker voor de consument.</al><al><vet>Artikel 4. Nadere regels</vet></al><al>Gekozen is om een gedeelte van de in eerdere verordeningen vermelde bepalingen
                    over te hevelen naar een <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Marktreglement-gemeente-Steenbergen-2009/05-07-2009">marktreglement</extref>. In de praktijk kan het echter voorkomen dat het
                    toch nog gewenst is nadere regels te laten vaststellen door het college.</al><al><vet>Artikel 5. Voorschriften en beperkingen</vet></al><al>Door aan een vergunning of ontheffing voorschriften en beperkingen te verbinden,
                    kan een verfijning in de gewenste rechtstoestand worden aangebracht. De in het
                    eerste lid genoemde belangen in verband waarmee de ontheffing of ontheffing is
                    vereist, zijn de gemeentelijke belangen van openbare orde, zedelijkheid en
                    gezondheid, beperkingen van overlast, regulering van het woon- en leefklimaat en
                    de veiligheid binnen de gemeente. Niet-nakoming van voorschriften die aan een
                    vergunning/ontheffing verbonden zijn, kan grond opleveren voor intrekking van de
                    vergunning/ontheffing of voor toepassing van andere bestuursrechtelijke
                    sancties. De strafbepaling van artikel
                        16 is eveneens van toepassing.</al><al><vet>Hoofdstuk 2. De marktcommissie</vet></al><al>Reeds jaren is in onze gemeente een marktcommissie actief. De samenstelling,
                    bevoegdheden en taken en de wijze van vergaderen door de commissie zijn in de
                        artikelen 6 tot en met 9
                    geregeld</al><al><vet>Hoofdstuk 3. Bepalingen over vergunningen</vet></al><al><vet>Artikel 10. Standplaatsvergunning</vet></al><al>De vergunning geeft het recht om een standplaats op de markt in te nemen. De
                    vergunninghouder moet voldoen aan de voorschriften en beperkingen, die aan de
                    vergunning verbonden zijn (artikel 5). De vergunning is persoonlijk en niet overdraagbaar. De
                    verkoop van waren op een markt dient uitsluitend te geschieden door degenen aan
                    wie het college een vergunning daarvoor heeft verleend. Iedere andere wijze van
                    verkopen op markten is verboden. Een uitzondering op deze regel kan worden
                    gemaakt voor degenen, die de kooplieden van koffie, soepen en dergelijke
                    voorzien.</al><al><vet>Artikel 11. Vereisten</vet></al><al>Vanuit het oogpunt van lastenverlichting was het wenselijk de indieningvereisten
                    uit de modelmarktverordening 2003 eens nader onder de loep te nemen. In dat
                    kader zijn de voorheen geldende verplichtingen tot het overleggen van de
                    inschrijving in het handelsregister en de CRK-kaart (registratiekaart van het
                    Centraal Registratiekantoor &lt;CRK&gt;) bij het Hoofdbedrijfschap Detailhandel
                    (HBD) komen te vervallen. Deze vereisten veroorzaakten onnodig veel
                    administratieve lasten voor de aanvrager, terwijl het niet in verhouding stond
                    tot het te dienen doel. Daarnaast dienden deze inschrijvingen ook niet het doel,
                    waarmee wordt beoogd markten te houden. De inschrijvingen zien op economische
                    aspecten en dit valt buiten de huishouding van een gemeente. In plaats daarvan
                    is nu slechts het vereiste van een handelingsbekwaam natuurlijk persoon
                    opgenomen, die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Hiermee is dwingend
                    vastgelegd, dat alleen natuurlijke personen tot de markt worden toegelaten en
                    wordt voorkomen dat rechtspersonen een overheersende positie op de markt kunnen
                    innemen. Door de koppeling van de vergunning aan een natuurlijk persoon wordt
                    een zo eerlijk mogelijke verdeling van alle marktstandplaatsen in Nederland
                    bereikt. Uiteraard kan het wel zo zijn dat de natuurlijke persoon een
                    onderneming drijft in de vorm van een rechtspersoon. Ook dan wordt de
                    natuurlijke persoon (de bedrijfsleider) aangemerkt als vergunninghouder. Het is
                    echter niet mogelijk de vergunning op naam van een rechtspersoon te
                    stellen.</al><al><vet>Artikel 12. intrekking vaste standplaatsvergunning</vet></al><al>Als de in het eerste lid genoemde gronden zich voordoen, wordt altijd tot
                    intrekking van de vaste standplaatsvergunning overgegaan. In het tweede lid
                    worden intrekkingsbevoegdheden (‘kan’ betekent: is bevoegd, dat wil zeggen is
                    niet verplicht) genoemd ten aanzien van de vergunning. Bij dagplaatsen ligt
                    intrekking van de vergunning minder voor de hand. Daarom is deze bepaling
                    beperkt tot de vaste standplaatsvergunning. Ten aanzien van dagplaatsen zal
                    echter eerder worden overgegaan tot bestuursdwang of onmiddellijke verwijdering
                    op grond van artikel
                        15.</al><al><vet>Hoofdstuk 3. Straf-, overgangs- en slotbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 13. Intrekking en schorsing vaste standplaatsen</vet></al><al>In artikel 13 worden de gronden genoemd op basis waarvan een
                    vergunning voor een vaste standplaats kan worden ingetrokken of geschorst. De
                    zinsnede “Onverminderd het bepaalde in artikel
                    12” geeft aan dat ook intrekking op grond van artikel 12
                    een punitieve sanctie is. Het verdient aanbeveling een sanctiebeleid vast te
                    stellen waarin wordt aangegeven in welke gevallen de vergunning wordt geschorst
                    dan wel ingetrokken. Het artikel heeft een facultatief karakter. Het hangt van
                    de omstandigheden af of tot intrekking of schorsing wordt overgegaan. In
                    onderdeel c. wordt uitgegaan dat het niet betalen van marktgeld een grond kan
                    zijn voor intrekking of schorsing van een standplaatsvergunning voor de markt.
                    Deze intrekkings- en schorsingsgrond mag niet lichtvaardig worden gebruikt. Het
                    kan wel een oplossing zijn voor (notoire) ‘wanbetalers’.</al><al><vet>Artikel 14 Uitsluiting dagplaatshouder</vet></al><al>In artikel 13 is de intrekking of schorsing van een vergunning voor
                    een vaste standplaats geregeld. Intrekking of schorsing ligt uiteraard minder
                    voor de hand bij niet-vaste standplaatsen, maar in de praktijk is het van belang
                    gebleken om naast de bevoegdheid tot onmiddellijke verwijdering (artikel 15) ook een
                    vergunninghouder van een dagplaats.langduriger van de markt te kunnen
                    verwijderen. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen indien een vergunninghouder voor
                    een vaste standplaats op de vuist gaat met een dagplaatshouder. In dit artikel 14 is dan ook
                    de mogelijkheid opgenomen om in de daarin genoemde gevallen de vergunninghouder
                    voor maximaal vier marktdagen uit te sluiten van de toewijzing van een
                    dagplaats. In de beschikking tot uitsluiting moet worden aangegeven om hoeveel
                    dagen het gaat (maximaal vier) en om welke concrete dagen. Het in onderdeel c
                    genoemde kan worden opgenomen ter bestraffing van niet betalende
                    dagplaatshouders.</al><al><vet>Artikel 15 Onmiddellijke verwijdering</vet></al><al>In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=125">artikel 125 van de Gemeentewet</extref> is bepaald, dat ter uitvoering van
                    wetten, algemene maatregelen van bestuur en provinciale en gemeentelijke
                    verordeningen het gemeentebestuur de bevoegdheid heeft om bestuursdwang toe te
                    passen. Dit artikel bevat voor het college de bevoegdheidsgrondslag om
                    bestuursdwang toe te passen bij overtreding van de marktverordening en de daarop
                    gebaseerde voorschriften. In de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=5%3A21">artikelen 5.21 tot en met 5.36 van de Awb</extref> worden regels over de
                    besluitvorming omtrent en de toepassing van bestuursdwang (en dwangsom) gegeven.
                    De in artikel 10
                    geregelde onmiddellijke verwijdering is een vorm van bestuursdwang, waarbij de
                    spoedeisendheid in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=5%3A24">artikel 5.24, zesde lid van de Awb</extref> wordt verondersteld. Achteraf
                    dient dan het besluit tot het toepassen van bestuursdwang op papier te worden
                    gesteld. Van deze bevoegdheid dient uiteraard alleen in zeer spoedeisende
                    gevallen gebruik te worden gemaakt. Overigens is in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=5%3A23">artikel 5.23 van de Awb</extref> geregeld dat de bepalingen over
                    bestuursdwang niet van toepassing zijn, indien wordt opgetreden ter
                    onmiddellijke handhaving van de openbare orde. Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A8">artikel 4.8 van de Awb</extref> dienen belanghebbenden bij toepassing van
                        artikel 15 in
                    beginsel in de gelegenheid te worden gesteld hun zienswijze (mondeling dan wel
                    schriftelijk) kenbaar te maken. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A11">Artikel 4.11 van de Awb</extref> bepaalt, dat dit horen niet nodig is in
                    spoedeisende situaties.</al><al><vet>Artikel 16 Strafbepaling</vet></al><al>Ten aanzien van de in artikel
                        16 opgenomen strafbepaling geldt, dat van overtreding alleen sprake
                    kan zijn indien de verordening een ge- of verbodsnorm (een verplichtende norm)
                    inhoudt. Tegen overtreding van de in deze verordening opgenomen bepalingen,
                    alsmede tegen handelingen die de orde op de markt op enigerlei wijze kunnen
                    verstoren, verdient voor wat de organisatie betreft een administratieve
                    afhandeling de voorkeur.</al><al><vet>Artikel 17. Toezichthouders</vet></al><al>In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=5%3A11">artikel 5.11 van de Awb</extref> wordt aangegeven dat onder toezichthouder
                    wordt verstaan: een natuurlijk persoon, die bij of krachtens een wettelijk
                    voorschrift is belast met het houden van toezicht op de naleving van het
                    bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. Een persoon die aangewezen
                    is als toezichthouder beschikt in beginsel over alle in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">afdeling 5.2 van de Awb</extref> opgenomen bevoegdheden. Op grond van
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=5%3A14">artikel 5.14 van de Awb</extref> kunnen deze bevoegdheden bij verordening
                    of bij besluit van het college worden beperkt. In dit verband is tevens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=5%3A16">artikel 5.16a van de Awb</extref> van belang. Herin staat beschreven, dat
                    een toezichthouder bevoegd is van personen inzage te vorderen van een
                    identiteitsbewijs als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20identificatieplicht/article=1">artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht</extref>.</al><al>Het ligt voor de hand de marktmeester als toezichthouder aan te wijzen. Door
                    toevoeging van de marktmeester is verzekerd dat deze na beëdiging als
                    opsporingsambtenaar kan fungeren. Een bepaling over buitengewone
                    opsporingsambtenaren is overbodig en in strijd met Aanwijzing 92 van de
                    Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving. Immers, in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafvordering/article=142">artikel 142, eerste lid, aanhef onder c, van het Wetboek van
                        Strafvordering</extref>, is onder meer bepaald, dat met de opsporing van
                    strafbare feiten als buitengewoon ambtenaar zijn belast de personen die bij
                    verordening zijn belast met het toezicht op de naleving daarvan, een en ander
                    voor zover het die feiten betreft en de personen zijn beëdigd. Aangezien
                    buitengewone opsporingsambtenaren hun aanwijzing aan het Wetboek van
                    Strafvordering ontlenen, is een nadere regeling niet nodig. De aanwijzing als
                    toezichthouder op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafvordering">artikel 26</extref> is de grondslag voor de aanwijzing als buitengewoon
                    opsporingsambtenaar. De opsporingsbevoegdheid van de buitengewone
                    opsporingsambtenaren beperkt zich tot die zaken, waarvoor zij toezichthouder
                    zijn. Zij dienen op grond van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar aan
                    eisen van vakbekwaamheid en betrouwbaarheid te voldoen en te zijn beëdigd door
                    de procureur-generaal.</al><al><vet>Artikel 18 Intrekking oude regeling</vet></al><al>De datum waarop de oude regeling vervalt, is de datum waarop de verordening in
                    werking treedt.</al><al><vet>Artikel 19 Overgangsbepalingen</vet></al><al>Een overgangsbepaling als hier opgenomen, achten wij noodzakelijk voor de
                    rechtszekerheid van betrokkenen. Het is van belang oude rechten te
                    eerbiedigen.</al><al><vet>Artikel 20 Inwerkingtreding</vet></al><al>Op de inwerkingtreding van verordeningen is <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=142">artikel 142 van de Gemeentewet</extref> van toepassing. Deze bepaalt, dat
                    alle verordeningen in werking treden op de achtste dag na bekendmaking, tenzij
                    een ander tijdstip daarvoor is aangewezen.</al><al>De marktverordening is een besluit van het gemeentebestuur op overtreding
                    waarvan straf is gesteld. Een dergelijk besluit wordt op dezelfde wijze
                    bekendgemaakt als alle overige besluiten van het gemeentebestuur, die algemeen
                    verbindende voorschriften inhouden. (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=139">artikel 139 Gemeentewet</extref>). Wel is van belang dat de gemeente
                    gehouden is dit besluit mee te delen aan het parket van het arrondissement
                    waarin de gemeente is gelegen. (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=143">artikel 143 Gemeentewet</extref>). In verband met <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20Strafrecht/article=1">artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht</extref> is het uiteraard niet
                    mogelijk aan de bepalingen van een strafvordering terugwerkende kracht te
                    verlenen.</al><al><vet>Artikel 21 Citeertitel</vet></al><al>In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om de betrokken regeling te
                    onderscheiden van de voorgaande regeling. </al><al>Steenbergen, 28 mei 2009</al><al>De raad voornoemd,</al><al>de griffier, de voorzitter,</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>