<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR725237_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Opsterland 2024</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:type scheme="overheidop:Rubriek">algemeen verbindend voorschrift (verordening)</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Opsterland</dcterms:creator><dcterms:modified>2025-11-07</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-477062">gmb-2025-477062</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Opsterland 2024</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005009&amp;artikel=35&amp;g=2022-01-01">artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=149&amp;g=2024-01-31">artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2025-09-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2025-11-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artikel 1</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>0086220486</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Opsterland 2024</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Opsterland;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 juli 2024, gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet</al><al/><al>besluit </al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening: </al><al/><al><vet>Beheersverordening</vet><vet> gemeentelijke begraafplaatsen Opsterland 2024</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>begraafplaatsen:</al><lijst><li nr="1."><al>begraafplaats aan de Gealeane te Beetsterzwaag;</al></li><li nr="2."><al>begraafplaats aan de Hegedyk te Gorredijk;</al></li><li nr="3."><al>begraafplaats aan de Leijen Kortezwaag te Gorredijk;</al></li><li nr="4."><al>begraafplaats aan de Domela Nieuwenhuisweg te Nij Beets;</al></li><li nr="5."><al>begraafplaats aan de Breewei te Tijnje;</al></li><li nr="6."><al>begraafplaats aan de Beetsterweg te Beetsterzwaag.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>graf: een zandgraf, keldergraf, urnengraf of kindergraf;</al></li><li nr="c."><al>beheerder: de uitvoerder die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem/haar vervangt;</al></li><li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland;</al></li><li nr="e."><al>particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="2."><al>het doen bijzetten of bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;</al></li><li nr="3."><al>het doen verstrooien van as. </al></li></lijst></li><li nr="f."><al>particulier kindergraf: een graf op een daartoe speciaal gereserveerd of aangewezen gedeelte van de begraafplaats, bestemd voor het begraven van doodgeborenen, als levenloos aangegeven kinderen en kinderen jonger dan 12 jaar;</al></li><li nr="g."><al>particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;</al></li><li nr="2."><al>het doen verstrooien van as. </al></li></lijst></li><li nr="h."><al>particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;</al></li><li nr="i."><al>particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om overledenen te gedenken;</al></li><li nr="j."><al>grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf of gedenkplaats;</al></li><li nr="k."><al>rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf of een particuliere gedenkplaats; </al></li><li nr="l."><al>urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen; </al></li><li nr="m."><al>asbus: een bus ter berging van as van een overledene; </al></li><li nr="n."><al>verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;</al></li><li nr="o."><al>grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere overledenen worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;</al></li><li nr="p."><al>ruimen: onder ruimen wordt verstaan het schudden van een graf.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Uitbreiding begrip particulier graf</titel></kop><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang</al><al>onder ‘particulier graf’ mede verstaan: particulier urnengraf, particuliere urnennis en particuliere</al><al>gedenkplaats. </al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openstelling, orde en rust op de begraafplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Openstelling begraafplaats(en)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaatsen zijn voor eenieder dagelijks toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Ordemaatregelen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats(en) te rijden:</al><lijst><li nr="a."><al>elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen. Motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen;</al></li><li nr="b."><al>sneller dan 10 km per uur. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef en onder a van het tweede lid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats(en) hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De beheerder kan personen die zich niet aan de in de in het vierde lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Verboden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de begraafplaatsen:</al><lijst><li nr="a."><al>goederen ter verkoop aan te bieden;</al></li><li nr="b."><al>op enige wijze reclame te maken voor handel of bedrijf;</al></li><li nr="c."><al>op graven te lopen of de begraafplaatsen te verontreinigen;</al></li><li nr="d."><al>de graven, de gedenktekens, de beplanting, de gebouwen en de paden te bekladden, te beschadigen of op enigerlei andere wijze te verontreinigen;</al></li><li nr="e."><al>zich met dieren te bevinden, met uitzondering van een hulp/assistentiehond;</al></li><li nr="f."><al>zich toegang tot de begraafplaatsen te verschaffen anders dan via de daarvoor bestemde ingangen;</al></li><li nr="g."><al>zich op hinderlijke wijze te gedragen;</al></li><li nr="h."><al>(brom)fietsen of rij- of voertuigen, met uitzondering van invaliden-, kinder- en wandelwagen, mee te nemen dan wel te rijden anders dan ter gelegenheid van een begrafenis, ter bezorging van as of tot het vervoeren van materialen bestemd voor op de begraafplaatsen te verrichten werkzaamheden door werknemers van de gemeente of een gerelateerd bedrijf;</al></li><li nr="i."><al>publieke evenementen te organiseren, zoals beschreven in de vigerende beleidsnotitie gemeentelijke begraafplaatsen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van de verboden zoals genoemd in lid 1;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beheerder is bevoegd personen die zich niet houden aan het bepaalde in lid 1 en 2 van dit artikel de toegang tot de begraafplaats te ontzeggen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Plechtigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaatsen kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste vijf werkdagen van tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden, worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Opgravingen en ruimen</titel></kop><al>Bij het opgraven van overledenen en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Voorschriften voor lijkbezorging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats of de door de gemeente aangewezen partij op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder of de door de gemeente aangewezen partij geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Over te leggen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tijd van begraven en het bezorgen van as is in zomertijd op maandag tot en met zaterdag van 09.00 uur tot 16.00 uur en in wintertijd van 09:00 uur tot 15:30 uur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken. In dat geval wordt de tijd van begraven aangemerkt als buitengewoon uur. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Binnen één uur na aanvang van een eerder geplande plechtigheid kan geen andere bezorging/verzorging plaats vinden.</al></lid><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Indeling en uitgifte van de graven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Indeling graven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>particuliere graven en particuliere urnengraven;</al></li><li nr="b."><al>particuliere urnennissen;</al></li><li nr="c."><al>particuliere gedenkplaatsen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college heeft in de vigerende regelgeving graven en asbezorging vastgesteld hoeveel overledenen en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven en hoeveel verstrooiingen van as er in de particuliere graven kunnen plaatshebben. Het college bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Volgorde van uitgifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Categorieën</titel></kop><al>Het college kan bij nader vast te stellen regels de particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Termijnen particuliere graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig of dertig jaar recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van tien jaren, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in de te dienen aanvraag, voor de tijd van vijf, tien of dertig jaar recht op een plaats in de urnengalerij. De termijn begint te lopen op de datum waarop de plaats in de urnengalerij is uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het derde lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van vijf jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een particulier grafrecht kan slechts aan één rechthebbende worden verleend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het uitsluitend recht op een particulier graf geeft de rechthebbende zeggenschap over wie in dat graf wordt begraven en begraven wordt gehouden, onder de voorwaarden en beperkingen van deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De rechthebbende is verplicht er zorg voor de dragen dat zijn actuele adres altijd bij de begraafplaatsenadministratie bekend is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Grafkelder</titel></kop><al>Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van één jaar, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een jaar kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd of al is uitgegeven aan een nieuwe rechthebbende.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Afstand doen van graven</titel></kop><al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Vervallen grafrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het grafrecht vervalt:</al><lijst><li nr="a."><al>door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is verleend;</al></li><li nr="b."><al>indien de rechthebbende schriftelijk afstand doet van het recht;</al></li><li nr="c."><al>indien de begraafplaats wordt opgeheven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan grafrechten vervallen verklaren:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de betaling van de grafrechten ten behoeve van de vestiging of een verlenging van het grafrecht, ondanks een aanmaning, niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn is geschied;</al></li><li nr="b."><al>indien de rechthebbende, ondanks een aanmaning, in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;</al></li><li nr="c."><al>indien de rechthebbende van een particulier graf is overleden en het recht niet binnen de in artikel 16 tweede lid gestelde termijn is overgeschreven. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Datum ingang vervallen grafrecht:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de graftermijn verlopen is en de rechthebbende doet afstand van het grafrecht vervallen de rechten op datum afloop grafrecht;</al></li><li nr="b."><al>indien de rechthebbende op verzoek, voortijdig, schriftelijk afstand doet van het grafrecht vervallen de rechten op datum van ondertekening van de schriftelijke verklaring. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de gevallen als bedoeld in dit artikel vindt geen terugbetaling plaats van (een deel van) de betaalde rechten.</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Grafbedekkingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Vergunning grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de vergunning weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid;</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al></li><li nr="d."><al>de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Grafbeplanting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Niet-blijvende beplanting op een graf dat in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen, beelden of andere losse voorwerpen op een graf die zijn verwelkt, afgestorven zijn of in een verwaarloosde staat verkeren kunnen door de beheerder worden verwijderd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Linten, siervazen, potten en overige voorwerpen worden na verwijdering gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of belanghebbende.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het aanbrengen van beplantingen buiten de afmetingen van het graf is niet toegestaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het college worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Rechthebbende kan voor het verstrijken van de graftermijn de grafbedekking (laten) verwijderen na melding hiervan te hebben gedaan aan de beheerder. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is. Na deze periode kunnen de rechthebbende of gebruikers geen aanspraak meer maken op deze voorwerpen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Onderhoud door rechthebbende of gebruiker</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of gebruiker. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. Hieronder valt ook het, na verzakking, opnieuw stellen van het gedenkteken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De gemeente is niet aansprakelijk voor schade en herstel aan grafbedekkingen ontstaan door vandalisme of natuurgeweld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Onderhoud door de gemeente</titel></kop><al>Het college voorziet in het onderhoud van het openbaar groen op de begraafplaats in overeenstemming met het kwaliteitsniveau dat door de gemeenteraad is vastgesteld. </al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Ruiming, bezorging van overblijfselen en as </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden dieper herbegraven in hetzelfde graf (zgn. opgeschud) en de as wordt verstrooid op een daartoe bestemd gedeelte van een begraafplaats. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rechthebbende op een particulier graf, kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan besluiten dat de termijn, waarna een graf kan worden geschud of geruimd, langer is dan de wettelijke grafrusttermijn wanneer verwacht wordt dat de ontbinding van stoffelijke overschotten niet volledig is voltooid binnen deze wettelijke grafrusttermijn. Het college geeft in dit besluit aan voor welke begraafplaats (of gedeelte daarvan) dit geldt en wat de termijn voor schudden en ruimen is. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De kosten die gemoeid zijn met de werkzaamheden genoemd onder lid 4 en 6 van dit artikel, komen voor rekening van de rechthebbende of belanghebbende van het betreffende graf. </al></lid><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>In stand houden historische graven en opvallende grafbedekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Lijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.</al></lid><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Beheer en registratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Beheer</titel></kop><al>Het beheer van de begraafplaatsen wordt gevoerd onder verantwoordelijkheid van het college. Onder toezicht van het college worden een of meer daartoe aangewezen personen belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>de administratie van de begraafplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen;</al></li><li nr="c."><al>het onderhoud van de begraafplaatsen</al></li><li nr="d."><al>het laten delven of openen en sluiten van graven, urnengraven en urnennissen;</al></li><li nr="e."><al>het naleven van de wettelijke voorschriften ten aanzien van het begraven van overledenen, het plaatsen van asbussen en de verstrooiing van asresten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Register en plaats registratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt een register bij van de begraven lijken en de bezorgde as. Voor iedere begraafplaats worden voor zover bekend, gegevens geregistreerd betreffende:</al><lijst><li nr="a."><al>de overledene;</al></li><li nr="b."><al>de exacte locatie van het graf;</al></li><li nr="c."><al>het grafnummer;</al></li><li nr="d."><al>de (urnen)graven en urnennissen</al></li><li nr="e."><al>(particuliere) urnennis of (particuliere) urnengedenkplaats;</al></li><li nr="f."><al>de naam en het adres van de rechthebbende op een (particulier) graf of (particulier) urnengraf;</al></li><li nr="g."><al>de datum van uitgifte van het graf en/of urnengraf, nis of gedenkplaats;</al></li><li nr="h."><al>de duur van het recht;</al></li><li nr="i."><al>plaatsing van een kelder;</al></li><li nr="j."><al>plaatsing van een grafmonument.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het register wordt bijgehouden onder verantwoordelijkheid van de teammanager dienstverlening. </al></lid><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Hij die handelt in strijd met de artikelen van deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de ingevolge artikel 30 ingetrokken verordening gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de krachtens artikel 30 ingetrokken verordening is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 9 oktober 2024 onder gelijktijdige intrekking van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Opsterland 2006.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Opsterland 2024.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de Gemeente Opsterland van 30 september 2024,</functie></ondertekening><ondertekening><functie/><functie>De griffier, </functie><functie>Laura Meijer </functie></ondertekening><ondertekening><functie/><functie>De voorzitter,</functie><functie>Andries Bouwman</functie></ondertekening><ondertekening><functie/></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>TOELICHTING</label><titel> BEHEERSVERORDENING BEGRAAFPLAATSEN</titel></kop><al><vet>A. ALGEMENE TOELICHTING</vet></al><al/><al><vet>INLEIDING</vet></al><al>De beheersverordening begraafplaatsen is voor het laatst herzien in 2006. </al><al>Nieuwe ontwikkelingen maken een volgende herziening noodzakelijk. Hier dient de wijziging van de Wet op de lijkbezorging van 12 juni 2009 te worden genoemd, naast andere nieuwe of gewijzigde wet- en regelgeving, zoals de Europese Dienstenrichtlijn. Ook om andere redenen was een herziening gewenst. Zo kwam uit de praktijk de behoefte de rechten en plichten van zowel beheerder als gebruikers van begraafplaatsen nauwkeuriger te omschrijven. Het taalgebruik en de formulering bleek in sommige artikelen enigszins verouderd.</al><al/><al><vet>1. De verordenende bevoegdheid</vet></al><al/><al><vet>1.1 Begraafplaats op grondgebied van de eigen gemeente</vet></al><al>In artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat gemeentelijke verordeningen</al><al>door de raad worden vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe niet bij de wet of door</al><al>de raad krachtens de wet aan het college of burgemeester is toegekend. Ingevolge artikel</al><al>149 van de Gemeentewet maakt de raad de verordening die de raad in het belang van de</al><al>gemeente nodig acht. Sinds de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur</al><al>op 7 maart 2002 zijn in de gemeente de bevoegdheden van de raad en het college ontvlecht.</al><al>In het kader hiervan zijn de bestuursbevoegdheden van de Gemeentewet geconcentreerd bij</al><al>het college en zijn de kaderstellende en controlerende bevoegdheden van de raad versterkt.</al><al>De grondslag voor de verordenende bevoegdheid voor begraafplaatsen berust op artikel 149</al><al>van de Gemeentewet. Daarnaast moet worden genoemd artikel 35 van de Wet op de</al><al>lijkbezorging dat een verordening eist voor de dagen en uren dat de gemeente gelegenheid</al><al>moet geven tot begraven.</al><al/><al><vet>2. Gemeentelijk begraafplaatsenbeleid</vet></al><al>De beheersverordening begraafplaatsen bevat verschillende regels die de gemeente</al><al>hanteert voor de instandhouding van en de dienstverlening op de gemeentelijke</al><al>begraafplaatsen. In dit hoofdstuk schenken wij aandacht aan enkele van deze regels.</al><al/><al>De burgers hebben vaak een emotionele betrokkenheid met de begraafplaatsen en alles wat</al><al>zich daarop afspeelt. Daarbij stelt de dienstverlening hen voor financiële lasten. Dit maakt</al><al>het nodig om de rechten en verplichtingen duidelijk vast te leggen. Er is naar gestreefd om</al><al>overbodige regelgeving te voorkomen en procedures kort te houden. De beheerder van de</al><al>begraafplaats kan worden aangewezen voor contacten met de burgers, bijvoorbeeld voor het</al><al>in ontvangst nemen van diverse aanvragen.</al><al/><al>De verantwoordelijkheid van de gemeente voor de begraafplaats kan worden vergeleken met</al><al>de verantwoordelijkheid die zij heeft bij de zorg voor andere collectieve voorzieningen zoals</al><al>wandelgebieden en fietspaden. De verschillende aspecten van de begraafplaatsen vragen in</al><al>bestuurlijk opzicht om een speciale aanpak. </al><al/><al>De waarde die aan de begraafplaatsen wordt toegekend maakt het nodig dat er een</al><al>inventarisatie wordt gemaakt van de historische en culturele waarden die op de</al><al>begraafplaats aanwezig zijn. De verordening voorziet in het opstellen van een lijst van gedenkwaardige graven en bijzondere gedenktekens die het waard zijn om zo lang mogelijk in stand te worden gehouden. Deze lijst geeft zo uitdrukking aan de waarden van de</al><al>begraafplaats als zodanig.</al><al/><al>Voor de dienstverlening op begraafplaatsen geeft de verordening een uitgebreid</al><al>voorzieningenpakket. Hiermee wordt voldaan aan datgene waar de samenleving om vraagt. In deze regeling is vastgelegd dat de gemeente in beginsel bereid is om de voorzieningen te treffen. Dat wil dus niet zeggen dat alle voorzieningen daadwerkelijk op iedere gemeentelijke begraafplaats aanwezig moeten zijn. </al><al/><al>Het is voor nabestaanden, maar ook voor uitvaartondernemers, hoveniers en steenhouwers</al><al>begrijpelijkerwijs gewenst dat de overboeking van een grafruimte of de goedkeuring voor een</al><al>grafbedekking snel verloopt. Daarom kunnen de aanvragen om grafuitgiften en vergunningen</al><al>voor grafbedekking volgens dit model het best worden ingediend bij de beheerder van de</al><al>begraafplaats. Door mandaat van de beslissingsbevoegdheid aan de beheerder kunnen de</al><al>verzoeken door hem worden behandeld en afgewikkeld onder verantwoordelijkheid van het</al><al>college.</al><al/><al><vet>3. Wijzigingen in wet- en regelgeving</vet></al><al/><al><vet>3.1. Wet op de lijkbezorging</vet></al><al>De Wet op de lijkbezorging is op 12 juni 2009 gewijzigd. De wijziging werd van kracht op 1</al><al>januari 2010. Deze wijziging heeft gevolgen voor de beheersverordening begraafplaatsen, zoals deze was opgesteld in 2006. De wijzigingen die aanpassing noodzakelijk maken betreffen de volgende wetsartikelen:</al><al/><al>Artikel 16: ‘Begraving of verbranding geschiedt niet eerder dan 36 uren na het overlijden en</al><al>uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden.’ De verlenging van deze termijn heeft gevolgen voor de termijn van aanmelding van herdenkingsbijeenkomsten e.d. op de begraafplaats, die doorgaans niet kunnen samenvallen met een begrafenis. Dit wordt geregeld in artikel 6 (‘Plechtigheden’) van de beheersverordening.</al><al/><al>Artikel 23, tweede lid: ‘Begraving geschiedt in een algemeen graf, waarbij de houder van de</al><al>begraafplaats bepaalt wie daarin wordt begraven, dan wel in een particulier graf, zijnde een</al><al>graf waarop een uitsluitend recht is gevestigd, waarbij de rechthebbende bepaalt wie daarin</al><al>wordt begraven.’</al><al/><al>De term ´algemeen graf´ kwam in de oude wetstekst niet voor, maar werd al wel gebruikt in</al><al>de beheersverordening uit 2006. In de nieuwe beheersverordening wordt de terminologie van de gewijzigde wet gevolgd.</al><al/><al>Artikel 27a. In dit nieuwe artikel wordt bepaald dat de houder van de begraafplaats ten</al><al>minste zes maanden en ten hoogste twaalf maanden voor het verstrijken van de termijn van</al><al>uitgifte van een algemeen graf schriftelijk mededeling daarvan doet aan de belanghebbende</al><al>bij het graf. Nu dit bij wet is geregeld is de noodzaak dit op te nemen in de modelbeheersverordening vervallen.</al><al/><al>Artikel 28. Het eerste lid van dit artikel is gewijzigd in die zin, dat de minimumtermijn voor</al><al>verlening van het uitsluitend recht op een graf van twintig jaar is teruggebracht tot tien jaar.</al><al>De laatste zin van dit lid betreft de verlenging en luidt: ‘Het voor bepaalde tijd verleende recht</al><al>wordt op verzoek, mits gedaan binnen twee jaar voor het verstrijken van de termijn, telkens</al><al>verlengd, met dien verstande dat de houder van de begraafplaats kan bepalen dat een</al><al>periode van verlenging niet korter is dan vijf jaar en niet langer is dan twintig jaar.’</al><al>Een en ander heeft gevolgen voor artikel 14 (‘Termijnen particuliere graven’) van de beheersverordening.</al><al/><al>Het vierde, vijfde, zesde en zevende lid van artikel 28 bevatten nieuwe bepalingen</al><al>betreffende kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een graf:</al><al>Lid 4: ‘In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf,</al><al>kan de houder van de begraafplaats, voor zover de plicht tot onderhoud niet bij hem</al><al>ligt, deze verwaarlozing vastleggen in een schriftelijke verklaring, die hij toezendt aan</al><al>de rechthebbende, die binnen één jaar na ontvangst in het onderhoud voorziet.’</al><al>Lid 5: ‘Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het vierde lid, niet bevestigd wordt,</al><al>maakt de houder van de begraafplaats de verklaring bekend bij het graf en bij de</al><al>ingang van de begraafplaats, gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in</al><al>die periode in het onderhoud is voorzien.’</al><al>Lid 6: ‘Indien toepassing is gegeven aan het vierde of vijfde lid en niet alsnog in het</al><al>onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het moment dat</al><al>de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in het vierde respectievelijk vijfde lid, is</al><al>verstreken.’</al><al>Lid 7: ‘Indien het recht op het graf nog geen twintig jaar is gevestigd op het moment dat de</al><al>periode, bedoeld in het vijfde lid is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat</al><al>de periode van twintig jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het</al><al>onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien,</al><al>vervalt het recht op het graf zodra de termijn van twintig jaar is verstreken.’</al><al>Deze bepalingen geven de houders van de begraafplaatsen de mogelijkheid de grafrechten</al><al>van verwaarloosde graven vijf jaar na constatering en bekendmaking te laten vervallen, met</al><al>dien verstande dat de minimale uitgiftetermijn (tien jaar) wordt gerespecteerd. Vóór de</al><al>wetswijziging kon het recht pas dertig jaar na de laatste begraving vervallen. Voor de beheersverordening heeft dit overigens geen directe gevolgen. Wel wordt de formulering van de wijze van bekendmaking steeds gevolgd.</al><al/><al>Artikel 32. Dit artikel gaf in de ongewijzigde wet de minister de mogelijkheid bij algemene</al><al>maatregel van bestuur regels te stellen omtrent de wijze van begraven, de inrichting van het</al><al>graf en de afstand van de graven onderling. Dit is uitgebreid met de mogelijkheid regels te</al><al>stellen omtrent het ruimen van de graven, het verwijderen van de grafmonumenten en de</al><al>teraardebestelling van de overblijfselen der lijken. Deze wijziging kwam tot stand nadat was</al><al>gebleken dat de samenleving behoefte had aan bepaalde richtlijnen voor met name het</al><al>ruimen en de teraardebestelling van de overblijfselen. Met het oog hierop is in de beheersverordening een lid toegevoegd aan het artikel betreffende de ruiming en de bezorging van overblijfselen (artikel 24). Volgens dit lid heeft de beheerder de plicht er zorg voor te dragen dat er altijd met respect en piëteit wordt omgegaan met menselijke resten.</al><al/><al>Artikel 32a. In dit nieuwe artikel wordt bepaald dat gedurende de periode dat een graf niet</al><al>geruimd mag worden het artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e en f, van Boek 5 van het</al><al>Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is op hetgeen op het graf is geplaatst. Dit artikel van</al><al>het Burgerlijk Wetboek betreft de natrekking. In 2002 heeft de Hoge Raad de uitspraak</al><al>gedaan dat graftekens (van graven met uitsluitend recht als bedoeld in artikel 28 Wet op de</al><al>lijkbezorging) middels natrekking in eigendom toebehoren aan de eigenaar van de grond. De</al><al>consequentie van deze uitspraak was dat de begraafplaats als eigenaar van</al><al>grafmonumenten aansprakelijk was voor de schade die het grafmonument aan een ander</al><al>grafmonument of aan een ander object, mens of dier aanbrengt (risicoaansprakelijkheid). Het</al><al>nieuwe wetsartikel legt de eigendom en daarmee ook de risicoaansprakelijkheid van de</al><al>graftekens bij de rechthebbende.</al><al/><al><vet>3.2. Vermindering administratieve lasten</vet></al><al>Vele zaken zijn in de beheersverordening geregeld door middel van een meldingsplicht, zoals het houden van plechtigheden (art. 6), het doen begraven en het doen bijzetten of doen verstrooien van as en het door de nabestaanden zelf openen en sluiten van een graf (art.8). Een melding genereert weinig administratieve lasten. Slechts in twee gevallen dient in het model een vergunning te worden aangevraagd, i.e. voor het aanbrengen van een grafkelder (art. 15) en voor het hebben van een grafbedekking (art. 19). De vergunningsplicht voor het hebben van een grafbedekking is in de nieuwe verordening gehandhaafd. Controle achteraf met als uiterste consequentie correctie is, juist bij grafbedekkingen, ongewenst. Het ontwerpen, de aanschaf en de plaatsing van een grafmonument gaat doorgaans met emoties gepaard. Wanneer achteraf blijkt dat het monument niet aan de eisen voldoet is het ondoenlijk om nabestaanden alsnog te vragen het gedenkteken aan te passen of te verwijderen. </al><al/><al>De toestemming van het college, zoals vereist voor steenhouwers, hoveniers etc. die</al><al>werkzaamheden op de begraafplaats willen verrichten heeft geen toegevoegde waarde. De beheerder heeft immers al de bevoegdheid tegen ongewenste praktijken op te treden.</al><al>Afschaffing van de toestemmingsvereiste leidt tot vermindering van administratieve</al><al>en bestuurlijke lasten.</al><al/><al><vet>3.3. Lex </vet><vet>silencio</vet><vet> positivo</vet></al><al>In een voorgestelde nieuwe wijziging van de Wet op de lijkbezorging wordt in artikel 29 voor</al><al>de vergunning tot opgraving een Lex silencio positivo (positieve fictieve beschikking bij niet</al><al>tijdig beslissen) opgenomen. Dat wil zeggen dat wanneer op een aanvraag tot opgraving niet</al><al>op tijd wordt beslist, de vergunning van rechtswege is verleend.</al><al/><al>Bij de beide vergunningen die deze beheersverordening regelt (i.e. voor het</al><al>grafmonument en voor de grafkelder) is niet voor een Lex silencio positivo gekozen. Op zich</al><al>is hier tegen een Lex silencio positivo weinig bezwaar. De vergunningen worden doorgaans</al><al>tijdig verleend of afgewezen. Daarbij kunnen ook van tevoren regels worden gesteld die voor</al><al>een vergunning van rechtswege gelden (bijvoorbeeld over maatvoering en materiaalgebruik).</al><al>Bij gemeenten bestaat echter veel zorg over het ontstaan van situaties waarbij toch niet aan</al><al>deze regels wordt voldaan, zoals hiervoor al is uiteengezet. Gemeenten wensen één situatie</al><al>te allen tijde te vermijden, namelijk dat nabestaanden worden geconfronteerd met een</al><al>handhavingactie waarbij een grafmonument (of kelder) weer moet worden verwijderd omdat</al><al>het niet aan de regels voldoet. Om die reden is in deze verordening afgezien van de Lex</al><al>silencio positivo.</al><al/><al><vet>3.4. Europese Dienstenrichtlijn</vet></al><al>De Europese Dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG) schrijft de Lex silencio positivo</al><al>dwingend voor bij vergunningsstelsels die onder de reikwijdte van deze richtlijn vallen. Dat is</al><al>bij de vergunningen die in deze verordening zijn opgenomen echter niet het geval. Het al dan</al><al>niet toepassen van de Lex silencio positivo is dus een autonome keuze van de gemeente.</al><al>De vorige verordening bevatte één bepaling die zich specifiek tot dienstverleners</al><al>richtte, namelijk tot steenhouwers, hoveniers en anderen die op de begraafplaats</al><al>werkzaamheden verrichten (art. 3, lid 1). Om te voorkomen dat de volle lasten van de</al><al>Dienstenrichtlijn op deze bepaling zouden komen te rusten (screening en notificatie) is</al><al>besloten de bepaling te schrappen. Bovendien is voor de ordelijke gang van zaken deze</al><al>bepaling niet noodzakelijk, zoals hierboven is uiteengezet.</al><al/><al><vet>3.5. Verouderde regels</vet></al><al>Artikel 30 van de verordening betreft de inwerkingtreding van de verordening. De beheersverordening begraafplaatsen behoorde tot de verordeningen waarover op grond van de Tijdelijke referendumwet (Trw) een referendum kon worden gehouden. De termijn van zes weken was voorgeschreven in art. 22 van de Trw. De Trw is echter per 1 januari 2005 vervallen. Vanaf dat tijdstip geldt artikel 142 van de Gemeentewet: Alle verordeningen treden in werking op de achtste dag na bekendmaking, tenzij daarvoor een ander tijdstip was aangewezen.</al><al/><al><vet>B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING </vet></al><al/><al><vet>Artikel 1. Begripsbepalingen</vet></al><al>In dit artikel worden de gebruikte begrippen gedefinieerd.</al><al>b en o. Grafkelders worden in de praktijk steeds vaker gebruikt. Deze constructies kunnen</al><al>ook bovengronds worden geplaatst, als onderdeel van een muur of wand.</al><al>Wanneer een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet in een</al><al>grafkelder, spreekt men van een keldergraf, in tegenstelling tot een zandgraf.</al><al>e. Een particulier graf werd in het oude model aangeduid als ‘eigen’ graf. Ook in het</al><al>algemeen spraakgebruik wordt de term ‘eigen graf’ nog altijd gebezigd. Het nieuwe model</al><al>volgt echter de terminologie van de Wet op de lijkbezorging.</al><al>g. en m. De mogelijkheid wordt geboden as te doen verstrooien in of op de particuliere</al><al>graven. Bij keldergraven, zeker wanneer deze onderdeel zijn van een muur of wand, is dit</al><al>niet goed mogelijk. Regels voor het verstrooien van as op particuliere graven kunnen</al><al>desgewenst worden opgenomen in artikel 11 (Indeling graven en asbezorging).</al><al>k. De term rechthebbende is nader gedefinieerd.</al><al/><al><vet>Artikel 2. Uitbreiding begrip particulier graf</vet></al><al>Voor een particulier graf, particulier urnengraf, particuliere urnennis en particuliere</al><al>gedenkplaats gelden vrijwel dezelfde rechten en plichten.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Openstelling begraafplaats(en)</vet></al><al>Dit artikel maakt het de beheerder tevens mogelijk de begraafplaats geheel of gedeeltelijk te</al><al>sluiten wanneer dit voor het ruimen van graven noodzakelijk is.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Ordemaatregelen</vet></al><al>Het model bevat gedragsvoorschriften voor hen die van de begraafplaats gebruik maken, in</al><al>het belang van orde, rust en netheid. Tegen overtreding van de voorschriften is straf</al><al>bedreigd. De politie kan als gevolg van de strafbedreiging tegen ordeverstoringen optreden</al><al>en zo nodig proces verbaal opmaken.</al><al>De in het oude model opgenomen bepaling dat personen die werkzaamheden aan</al><al>grafbedekkingen op de begraafplaats hebben te verrichten daarvoor toestemming van het</al><al>college dienen te vragen is geschrapt. De eis was gesteld in het kader van de openbare</al><al>orde: Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat hun</al><al>werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwenden en tijdens uitvaartplechtigheden. De</al><al>bevoegdheid van de beheerder om personen weg te sturen als zij zich niet aan zijn</al><al>aanwijzingen houden biedt echter, samen met de verbodsbepalingen, voldoende</al><al>mogelijkheden om tegen ongewenste activiteiten op te treden. Denkbaar is dat men ter</al><al>controle een bewijs moet kunnen overleggen dat men in opdracht van de rechthebbende van</al><al>het graf aan het werk is.</al><al>Aan een uitzondering op de regel als bedoeld in het derde lid onder a bestaat behoefte</al><al>omdat men soms dichtbij een graf moet kunnen komen met een motorrijtuig. Aangezien een</al><al>dergelijke handeling niet overeenstemt met het beeld van orde en rust dient met het verlenen</al><al>van de ontheffing uiterst terughoudend te worden omgegaan. De situatie kan uiteraard per</al><al>begraafplaats verschillen.</al><al/><al><vet>Artikel 5. Verboden</vet></al><al>De verboden zijn toegevoegd aan de verordening omdat het niet altijd duidelijk is voor personen die de begraafplaats betreden wat wel en niet wenselijk is op de begraafplaats. Ook is in lid 3 vastgelegd dat de beheerder in mag grijpen bij onwenselijk gedrag. </al><al/><al><vet>Artikel 6. Plechtigheden</vet></al><al>Met dit artikel wordt beoogd plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te eisen dat de</al><al>mededeling vijf werkdagen vooraf moet plaatshebben, kan worden voorkomen dat de</al><al>plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis dient volgens de wet uiterlijk op</al><al>de zesde werkdag na het overlijden te geschieden.</al><al>Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen het karakter</al><al>hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving worden gedaan</al><al>aan de burgemeester volgens de Wet openbare manifestaties van 1988 en mogelijk van</al><al>toepassing zijnde APV-bepalingen, zoals artikel 2.1 van de model-APV.</al><al/><al><vet>Artikel 7. Opgravingen en ruimen</vet></al><al>Uitdrukkelijk is gesteld dat bij opgraving van een lichaam of bij ruiming van een of meer</al><al>graven alleen de personen aanwezig mogen zijn die met de werkzaamheden zijn belast.</al><al/><al><vet>Artikel 8. Kennisgeving voor begraven en </vet><vet>asbezorging</vet><vet>, openen en sluiten van het graf</vet></al><al>Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat voor graf er</al><al>wordt gevraagd. De as kan volgens artikel 62 van de Wet op de lijkbezorging worden bijgezet in of op een graf dan wel op een afzonderlijke plaats, meestal een urnennis.</al><al>In de vorige VNG-verordening was de bepaling opgenomen dat het lijk bij aankomst op de</al><al>begraafplaats of in het crematorium voorzien diende te zijn van een identiteitskenmerk. Deze</al><al>bepaling is geschrapt, aangezien dit vereiste volgt uit artikel 8 van de Wet op de</al><al>lijkbezorging.</al><al>Indien de nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden zelf willen verrichten zijn, ook om</al><al>redenen van veiligheid, toch de aanwijzingen en de hulp van het personeel van de</al><al>begraafplaats nodig. Het gaat dan vooral om het openen en sluiten van het graf. De</al><al>werkzaamheden kunnen eventueel door de nabestaanden en het personeel van de</al><al>begraafplaats samen worden verricht. Zo kunnen de nabestaanden bijvoorbeeld een begin</al><al>maken. Vervolgens kan het personeel de handelingen verrichten waar ervaring voor nodig is</al><al>of die van de nabestaanden te zware lichamelijke inspanning vragen. Werkzaamheden als</al><al>het aanbrengen van de grafranden ter stutting van de grond om het geopende graf en het</al><al>verwijderen van die randen voor het sluiten van het graf zullen door het personeel moeten</al><al>worden verricht.</al><al/><al><vet>Artikel 9. Over te leggen stukken</vet></al><al>De Wet op de lijkbezorging schrijft voor dat de behandelende arts of de gemeentelijke</al><al>lijkschouwer een verklaring van overlijden afgeeft aan de ambtenaar van de burgerlijke stand</al><al>(artikel 12). Vervolgens geeft deze schriftelijk verlof tot begraven of cremeren (artikel 11). Dit</al><al>verlof dient te worden overlegd aan de beheerder. Door de medewerking aan de begrafenis</al><al>te weigeren wanneer dit verlof niet in zijn bezit is voldoet de beheerder aan de wettelijke</al><al>vereisten.</al><al>Vanuit het oogpunt van vermindering van administratieve lasten verdient het aanbeveling het</al><al>hierboven genoemde traject zo soepel mogelijk te doen verlopen. Sommige gemeenten</al><al>slaan één stap over: de ambtenaar van de burgerlijke stand is tevens de beheerder van de</al><al>begraafplaats. Een digitalisering van de genoemde processen en voorgeschreven</al><al>formulieren zal aanzienlijk bijdragen aan de reductie van administratieve lasten. Volgens de</al><al>memorie van antwoord aan de Eerste Kamer, ontvangen op 15 mei 2009 bij de behandeling</al><al>van de Wijziging van de Wet op de lijkbezorging, werkt de minister van Justitie aan een</al><al>wetsvoorstel elektronische burgerlijke stand dat hierin voorziet.</al><al>De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing.</al><al>Er mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de rechthebbende zelf in het</al><al>particuliere graf mag worden bijgezet. Het verzoek tot overschrijving van het recht</al><al>dient in dit geval wel vóór de bijzetting te worden gedaan.</al><al>De wettelijke minimum grafrusttermijn is de termijn dat een lijk volgens de wet ten</al><al>minste begraven moet blijven voordat het mag worden geruimd. Het is voorgekomen dat in</al><al>particuliere graven begravingen of bijzettingen betrekkelijk kort voor het aflopen van de</al><al>uitgiftetermijn plaatsvonden. Daarom is vastgelegd dat in dergelijke gevallen begraving of</al><al>bijzetting alleen kan plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn.</al><al/><al><vet>Artikel 10. Tijden van begraven en </vet><vet>asbezorging</vet></al><al>Artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging verplicht tot de mogelijkheid van begraven op</al><al>iedere dag gedurende een bij gemeentelijke verordening te bepalen tijd, met uitzondering</al><al>van zon- en feestdagen. Gemeenten zijn vrij te bepalen dat ook op zondag of een algemeen</al><al>erkende feestdag wordt begraven. Joodse begrafenissen vinden niet plaats op de sabbat</al><al>(i.e. zaterdag). Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap heeft er daarom belang bij dat</al><al>de begraafplaatsen op zondagen en niet-Joodse feestdagen voor een begrafenis kunnen</al><al>worden opengesteld. Daarnaast zijn er ook andere gevallen denkbaar waarin de</al><al>nabestaanden er een belang bij hebben om op een zon- of feestdag een begrafenis of</al><al>asbezorging te kunnen doen plaatshebben. In de praktijk is het mogelijk om de begraafplaats</al><al>alleen in bijzondere gevallen hiervoor open te stellen.</al><al>Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft gegeven om</al><al>een lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen om deze toestemming</al><al>om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn in geval van lijkvinding.</al><al/><al><vet>Artikel 11. Indeling van graven en </vet><vet>asbezorging</vet></al><al>Naast de particuliere graven noemt dit artikel de verschillende andere soorten van</al><al>voorzieningen op de begraafplaats. </al><al/><al><vet>Artikel 12. Volgorde van uitgifte</vet></al><al>Een graf zal alleen buiten de volgorde van ligging worden toegewezen als dit niet bezwaarlijk</al><al>is voor de situatie op de begraafplaats. Hierbij kan worden gedacht aan het aanzien van de</al><al>begraafplaats en de gesteldheid van de bodem.</al><al/><al><vet>Artikel 13. Categorieën</vet></al><al>Een indeling in categorieën is nodig als het college verschillende regels wil vaststellen voor</al><al>de grafbedekkingen op de graven die liggen op de verschillende delen (categorieën) van de</al><al>begraafplaats.</al><al/><al><vet>Artikel 14. Termijnen particuliere graven</vet></al><al>Volgens artikel 28, eerste lid van de Wet op de lijkbezorging kan het recht op een graf voor</al><al>ten minste tien jaar worden verleend. Voor de gemeente Opsterland is de periode van uitgifte van het recht op een particulier gesteld op twintig of dertig jaar. Voor de verlenging is de periode tien jaar.</al><al>Soms verkeren rechthebbenden in de onjuiste veronderstelling dat de uitgiftetermijn pas</al><al>begint te lopen op het moment van de eerste begraving of bijzetting. Daarom is de laatste zin</al><al>in het eerste lid van artikel 14, betreffende de aanvang van de termijn, opgenomen.</al><al>De Wet op de lijkbezorging bepaalt in artikel 28 dat vanaf twee jaar voor het verstrijken van</al><al>de lopende termijn verlenging van de termijn kan worden aangevraagd. Binnen een jaar na</al><al>het begin van deze periode moet, volgens het tweede lid van genoemd wetsartikel, het</al><al>college de rechthebbende op het graf mededelen dat de termijn gaat aflopen. Volgens het</al><al>oude wetsartikel diende deze mededeling schriftelijk te geschieden ‘aan de rechthebbende</al><al>wiens adres de houder van de begraafplaats bekend is of redelijkerwijs bekend kan zijn’. Het</al><al>laatste deel van de zin (‘of redelijkerwijs bekend kan zijn’) is bij de wijziging van de wet</al><al>geschrapt. In het kader van de vermindering van administratieve lasten komt de</al><al>verantwoordelijkheid voor het geven van het juiste adres nu uitdrukkelijk bij de</al><al>rechthebbende te liggen (lid 7). Van de houder van de begraafplaats wordt dan niet méér verlangd dan dat hij het adres uit zijn eigen administratie gebruikt. Tevens ontslaat dit de beheerder van de plicht het GBA-netwerk te (doen) raadplegen. Wanneer niet binnen drie maanden om verlenging van het recht is verzocht, dient de mededeling bekend te worden gemaakt bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats tot aan het einde van de periode dat de rechthebbende om verlenging van de termijn van uitgifte kan vragen.</al><al>Indien er ten tijde van de opheffing van de begraafplaats nog rechten op particuliere graven</al><al>bestaan, zal in overleg met de rechthebbenden moeten worden bezien welke beslissingen er</al><al>ten aanzien van die graven zullen worden genomen.</al><al/><al><vet>Artikel 15. Grafkelder</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 16. Overschrijving van verleende rechten</vet></al><al>Het recht op een particulier graf wordt verleend door een beschikking van het college. Hierin</al><al>wordt aan de aanvrager het uitsluitend recht gegeven om lijken in een bepaald graf te doen</al><al>begraven. In juridisch opzicht is een vergelijking mogelijk met de vergunning een standplaats</al><al>in te nemen op de openbare weg. De koopman mag op een bepaalde plaats staan. Net als</al><al>bij de standplaatsvergunning steunt het recht om lijken in een bepaald graf – vroeger</al><al>aangeduid als 'eigen graf' – te begraven op een persoonlijke beschikking. De eigenaar kan</al><al>zijn recht dus niet verkopen. Het recht kan op verzoek van de rechthebbende wel worden</al><al>overgeschreven op een ander.</al><al>In de vorige verordening was bepaald dat het recht op een graf slechts kon worden</al><al>overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner van de (overleden)</al><al>rechthebbende dan wel op naam van een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde</al><al>graad. Slechts wanneer er gewichtige redenen bestonden was overschrijving op naam van</al><al>een ander mogelijk. Uit de praktijk bleek dat deze beperking niet of lastig te handhaven is en</al><al>bovendien administratieve lasten veroorzaakt. Daarom is deze regel geschrapt. Wel wordt nu</al><al>de mogelijkheid geboden het recht over te schrijven op naam van een rechtspersoon.</al><al>Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe rechthebbende wordt</al><al>aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en de daaraan verbonden</al><al>kosten op zich neemt. De termijn, waarbinnen de aanvraag tot overschrijving kan worden</al><al>gedaan, is gesteld op een jaar na het overlijden van de rechthebbende. Er is geen</al><al>reden een langere termijn aan te houden.</al><al>Het vierde lid van dit artikel geeft het college de mogelijkheid zo nodig van de genoemde</al><al>termijn af te wijken.</al><al>In het geval dat de stoffelijke resten van de rechthebbende in het graf moeten worden</al><al>bijgezet dient het verzoek tot overschrijving vóór de bijzetting te worden gedaan. Doorgaans</al><al>worden, na een overlijden, door de nabestaanden meteen al de noodzakelijke regelingen</al><al>getroffen. Logischerwijs is dan het aanwijzen van een nieuwe rechthebbende daar één van.</al><al>Wanneer nabestaanden ontbreken is er de mogelijkheid de rechten over te schrijven op</al><al>naam van de notaris die de nalatenschap beheert, of op naam van de Stichting Grafzorg</al><al>Nederland.</al><al/><al><vet>Artikel 17. Afstand doen van graven</vet></al><al>Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende afstand van het</al><al>graf kan doen.</al><al/><al><vet>Artikel 18. Vervallen grafrecht</vet></al><al>In lid 1 wordt weergegeven onder welke omstandigheden grafrecht kan vervallen. Ook het college kan grafrechten vervallen verklaren op bepaalde gronden. Deze zijn in dit artikel uiteengezet. Bij het vervallen van grafrecht vindt er geen restitutie plaats van (een deel van) de betaling van de grafrechten. </al><al/><al><vet>Artikel 19. Vergunning grafbedekking</vet></al><al>Als elke regelgeving voor grafbedekkingen ontbreekt kan het aanzien van begraafplaatsen</al><al>chaotisch worden. Ook en vooral dienen de veiligheidsaspecten te worden genoemd. Het</al><al>andere uiterste, een strak keurslijf van bepalingen die elke persoonlijke of kunstzinnige uiting</al><al>aan banden legt of onmogelijk maakt, moet worden voorkomen. Dit model geeft de burgers</al><al>de nodige vrijheid; het beperkt zich tot het aangeven van minimumeisen voor de afmetingen,</al><al>constructie en materiaalkeuze waaraan de grafbedekking moet voldoen. Deze eisen zijn</al><al>uitgewerkt in de nadere regels van het college.</al><al>De vergunningseis geldt voor de grafbedekkingen op particuliere</al><al>graven, en omvat zowel het gedenkteken als de winterharde beplantingen.</al><al>De mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing van de vastgestelde nadere regels voor</al><al>de grafbedekking, zoals was opgenomen in art. 17 van de oude verordening, is overbodig. De bevoegdheid van het college om te beslissen op een vergunningsaanvraag die niet met de nadere regels strookt, is immers discretionair.</al><al>Als er geen grafbedekking wordt aangebracht zal wel moeten worden aangeduid dat er</al><al>iemand begraven ligt om te voorkomen dat bezoekers ongewild over het graf lopen. Uit een</al><al>aanduiding bij het graf en uit de administratie zal voorts moeten blijken wie daar begraven is.</al><al/><al><vet>Artikel 20. Grafbeplanting</vet></al><al>Dit titel is aangepast om ook meerjarige beplanting te vatten in dit artikel. </al><al>In de dagelijkse praktijk rijzen er nog wel eens problemen over verwijderde bloemen en</al><al>eenjarige planten zoals afrikanen en geraniums. Omdat de bloemen en planten eigendom</al><al>zijn van de rechthebbenden of de belanghebbenden is een waarschuwing vooraf op zijn</al><al>plaats. Het zou echter veel te omslachtig zijn genoemde personen steeds per brief te</al><al>waarschuwen dat de verwaarloosde planten of verwelkte bloemen zullen worden verwijderd.</al><al>Het verdient aanbeveling om het beleid ten aanzien van de planten en bloemen mee te delen</al><al>bij de afgifte van de vergunning voor het hebben van een grafbedekking en bekend te maken</al><al>op het mededelingenbord op de begraafplaats. Het is gewenst om verwelkte bloemen niet te</al><al>snel te verwijderen omdat gesteld mag worden dat zij passend zijn bij de sfeer van de</al><al>begraafplaats.</al><al/><al><vet>Artikel 21. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn</vet></al><al>De rechthebbende dient volgens artikel 28, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging ten</al><al>minste een jaar voor het verstrijken van de termijn van het recht op de hoogte te worden</al><al>gesteld van dit feit, en van de mogelijkheid verlenging van het recht te vragen. In veel</al><al>gevallen kan dan gelijktijdig de mededeling worden gedaan dat, wanneer niet om verlenging</al><al>wordt verzocht, het college opdracht zal geven de grafbedekking na het verstrijken van de</al><al>termijn te verwijderen en het graf te ruimen. Tevens kan worden medegedeeld dat de</al><al>grafbedekking dertien weken na verwijdering aan de gemeente vervalt.</al><al>Ook nabestaanden van overledenen die zijn begraven in een algemeen graf dienen, volgens</al><al>artikel 27a van de Wet op de lijkbezorging, op hoogte te worden gesteld van het verstrijken</al><al>van de termijn van uitgifte. Hierbij kan dan gelijktijdig de mededeling worden gedaan dat de mogelijk aanwezige grafbedekking zal worden verwijderd en dat het graf zal worden geruimd. </al><al>De bordjes bij de graven met een mededeling dienen alleen aan de bezoekers van die</al><al>graven op te vallen. Op enkele begraafplaatsen zijn goede ervaringen opgedaan met bordjes</al><al>van 15 x 10 cm in een onopvallende kleur.</al><al>De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht vervallen heeft</al><al>verklaard omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een nieuwe</al><al>rechthebbende is aangewezen of omdat het onderhoud van het graf is verwaarloosd (artikel 28, zesde lid van de Wet op de lijkbezorging). In dat geval geldt eveneens het vereiste van de voorafgaande mededeling per brief of door het plaatsen van een bordje bij het graf gedurende minstens een jaar.</al><al>In het vorige model was voor de recht- of belanghebbende de mogelijkheid opgenomen een</al><al>aanvraag in te dienen om de grafbedekking na verwijdering een bepaalde periode ter</al><al>beschikking te houden. Dit bracht veel administratieve lasten met zich; daarom is deze</al><al>mogelijkheid in de nieuwe verordening niet meer opgenomen. Voor relevante wetgeving omtrent eigendom van roerende zaken zie artikel 8, Burgerlijk Wetboek Boek 5 en artikel 5:30 Algemene wet bestuursrecht.</al><al/><al><vet>Artikel 22. Onderhoud door rechthebbende </vet></al><al>In dit artikel worden de rechten en de plichten van de rechthebbende ten aanzien van de grafbedekking omschreven. </al><al>De eigendom en daarmee ook de risicoaansprakelijkheid van hetgeen op het graf is</al><al>geplaatst ligt, volgens art. 32a van de Wet op lijkbezorging, bij de rechthebbende. Van</al><al>natrekking is geen sprake zolang het graf niet geruimd mag worden.</al><al>Hier wordt nogmaals gesteld dat het beleid dat burgemeester en</al><al>wethouders ten aanzien van het onderhoud voeren duidelijk dient te worden bekend</al><al>gemaakt: gemeente pleegt geen onderhoud aan de grafmonumenten zelf, maar draagt alleen zorg voor het groenonderhoud op de begraafplaatsen. De aard en de afmetingen van de grafbedekkingen op particuliere graven en de</al><al>termijn van uitgifte van deze graven met het recht om deze termijn steeds te verlengen,</al><al>maken dat bij deze grafbedekkingen zeker niet kan worden volstaan met het minimum aan</al><al>onderhoud door de gemeente. De plicht tot onderhoud ligt dan ook bij de rechthebbende. </al><al>Indien er sprake is van verwaarlozing van de grafbedekking kan de beheerder van de</al><al>begraafplaats de rechthebbende of de gebruiker aanspreken en sommeren tot het verrichten</al><al>van herstelwerkzaamheden aan de grafbedekking. De Wet op de lijkbezorging bepaalt in</al><al>artikel 28, het vierde tot en met het zevende lid, dat het recht op het graf vervalt wanneer vijf</al><al>jaar na constatering en bekendmaking van de verwaarlozing niet in het onderhoud is</al><al>voorzien. Hierbij wordt rekening gehouden met de termijn van grafrust en de uitgiftetermijn</al><al>van het graf. </al><al/><al><vet>Artikel 23. Onderhoud door de gemeente</vet></al><al>In dit artikel is duidelijk omschreven welke onderdelen van het onderhoud door de gemeente</al><al>worden verzorgd. Het onderhoud door de gemeente is een minimale zorg met de bedoeling</al><al>dat de begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien heeft. Op de graven kunnen winterharde beplantingen worden aangebracht, zoals rozen, coniferen en buxushagen. De zorg voor deze blijvende beplantingen kan omvatten het snoeien, het verwijderen van onkruid en het aanbrengen van nieuwe planten. Het verdient aanbeveling om het beleid dat burgemeester en wethouders ter uitvoering van dit artikel voeren mede te delen bij de afgifte van de vergunning voor het hebben van een grafbedekking en/of bekend te maken op het</al><al>mededelingenbord op de begraafplaats.</al><al/><al><vet>Artikel 24. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</vet></al><al>Volgens artikel 31, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging kan een particulier graf alleen</al><al>geruimd worden met toestemming van de rechthebbende. Het recht op een graf kan echter</al><al>vervallen na het verstrijken van de termijn, of omdat er na het overlijden van de</al><al>rechthebbende niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen. Ook kan het recht vervallen na verwaarlozing van het onderhoud, volgens artikel 28, zesde lid van de Wet op de lijkbezorging.</al><al>De mededeling dat het college voornemens is om de graven te ruimen wordt gedaan zowel</al><al>aan de rechthebbenden op particuliere graven als aan de nabestaanden van overledenen</al><al>die zijn begraven in een algemeen graf. </al><al>Eenieder kan van zijn zienswijze doen blijken, bijvoorbeeld omdat het graf van historische</al><al>betekenis is (zie artikel 25).</al><al>Volgens het derde lid van artikel 24 kan de rechthebbende vragen om de overblijfselen te</al><al>doen verzamelen om deze te cremeren, dan wel bij te zetten in een ander graf op dezelfde</al><al>begraafplaats of over te brengen naar een andere begraafplaats. Ook wordt de mogelijkheid</al><al>gegeven om de overblijfselen in dezelfde grafruimte te doen plaatsen (het zogenaamde</al><al>schudden). Het graf wordt dan extra diep uitgegraven, en de overblijfselen worden onderin</al><al>geplaatst. De rechthebbende kan dan vervolgens het graf bestemmen voor andere</al><al>overledenen. Op deze wijze kan het graf gedurende langere tijd in dezelfde familie blijven.</al><al>Met betrekking tot het ruimen is in het model gekozen voor een zorgplicht voor de gemeente,</al><al>als beheerder van de begraafplaats. Op de beheerder rust de plicht er zorg voor te dragen</al><al>dat met de menselijke resten welke bij de ruiming van een graf worden aangetroffen te allen</al><al>tijde respectvol wordt omgegaan. Er dienen bovendien maatregelen te worden getroffen</al><al>zodat bezoekers van de begraafplaats niet met de menselijke resten worden geconfronteerd.</al><al/><al><vet>Artikel 25. Lijst</vet></al><al>Het is voorgekomen dat graven die van bijzondere waarde zijn ondoordacht werden geruimd.</al><al>Een graf kan van betekenis zijn vanwege de persoon die er is begraven, maar ook uitsluitend</al><al>vanwege het gedenkteken. De overledene kan voor de plaatselijke gemeenschap van</al><al>betekenis zijn geweest. Het gedenkteken kan opvallen door zijn vormgeving en door het</al><al>gebruikte materiaal. Als voorbeeld kunnen gietijzeren gedenktekens worden genoemd, vaak</al><al>subtiel voorzien van symbolen van de dood. Het materiaal herinnert aan een reeds lang</al><al>verdwenen nijverheid en is alleen al daardoor van waarde. Er dienen maatregelen te worden</al><al>getroffen zodat graven van bekende overledenen niet meer ondoordacht worden geruimd en</al><al>zeldzame voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het verleden herinnert, behouden</al><al>blijven. Bij twijfel over de betekenis van het gedenkteken verdient het aanbeveling een</al><al>deskundige te raadplegen.</al><al/><al><vet>Artikel 26. Beheer</vet></al><al>Het beheer van begraafplaatsen wordt gevoerd onder verantwoordelijkheid van het college. Zijn kunnen andere personen belasten met diverse taken die te maken hebben met de begraafplaatsen, waaronder de administratie, het onderhoud en de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen. </al><al/><al><vet>Artikel 27. Register en plaats registratie</vet></al><al>Het is verplicht om een registratie van begraven lijken en as bij te houden. In dit artikel worden de eisen rondom de registratie vastgelegd. </al><al/><al><vet>Artikel 28. Strafbepaling</vet></al><al>De beheersverordening begraafplaatsen is een besluit van het gemeentebestuur op</al><al>overtreding waarvan straf is gesteld. Een dergelijk besluit wordt op dezelfde wijze</al><al>bekendgemaakt als alle overige besluiten van het gemeentebestuur die algemeen</al><al>verbindende voorschriften inhouden (zie artikel 139 van de Gemeentewet). Voorts is de</al><al>gemeente gehouden dit besluit mede te delen aan het parket van het arrondissement waarin</al><al>de gemeente is gelegen, volgens artikel 143 van de Gemeentewet.</al><al/><al><vet>Artikel 29. Overgangsbepaling.</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 30. Inwerkingtreding en citeertitel</vet></al><al>Hier geldt artikel 142 van de Gemeentewet: Alle verordeningen treden in werking op de</al><al>achtste dag na bekendmaking, tenzij daarvoor een ander tijdstip was aangewezen. Moment van intrekken vorige verordening valt samen met inwerkingtreding van de nieuwe verordening. In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om de betrokken regeling te onderscheiden van de voorgaande regeling.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>