<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72500_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerenveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerenveen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerenveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitaal gemeenteblad Heerenveen, 10-01-2014 Heerenveense Courant (Crackstate Nijs), 22-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Heerenveen 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het primair onderwijs, art. 102</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de expertisecentra, art.100</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het voortgezet onderwijs, art. 76, lid m</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-01-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>GF13.20090 GF07.20128</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregel voor bekostiging gymnastiekruimte voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs gemeente Heerenveen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>In het kader van de gemeentelijke herindeling van de gemeente Boarnsterhim en de gemeente Heerenveen, als ook de toevoeging van het gebied van de grenscorrectie met de gemeente Skarsterlân per 1 januari 2014 wordt deze regeling geldend verklaard voor het gehele grondgebied van de gemeente Heerenveen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-36117</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-36118</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-36119</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-36120</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-36121</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-36122</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-36123</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-36124</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-36125</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-36126</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-36127</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-36128</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Heerenveen;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11
                        december 2007;</al><al/><al>gezien het gevoerde op overeenstemming gerichte overleg met de
                        vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen;</al><al/><al>gelet op artikel 102 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 100 van de
                        Wet op de expertisecentra, artikel 76m van de Wet op het voortgezet
                        onderwijs; </al><al/><al>overwegende dat het noodzakelijk is de toekenning van voorzieningen in de
                        huisvesting voor het basisonderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs en
                        het voortgezet onderwijs bij verordening te regelen;</al><al/><al/><al><vet>BESLUIT</vet>:</al><al/><al>vast te stellen de volgende <vet>Verordening voorzieningen huisvesting
                            onderwijs</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder</al><lijst><li nr="a."><al>minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en
                                    Wetenschappen</al></li><li nr="b."><al>bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het
                                    primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school,
                                    die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich
                                    bevindt op het grondgebied van de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>school: school voor basisonderwijs, school voor (voortgezet)
                                    speciaal onderwijs en school voor voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="d."><al>school voor basisonderwijs: een basisschool of een speciale
                                    school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet
                                    op het primair onderwijs; school voor (voortgezet) speciaal
                                    onderwijs: een school voor speciaal onderwijs of een school voor
                                    speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel
                                    1 van de Wet op de expertisecentra, een instelling voor speciaal
                                    en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de
                                    Wet op de expertisecentra en een school voor voortgezet speciaal
                                    onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                                    expertisecentra; school voor voortgezet onderwijs: school of
                                    scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk
                                    onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet
                                    onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijk
                                    onderwijs als bedoeld in artikel 1, 2 en 5 van de wet op het
                                    voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="e."><al>nevenvestiging: deel van een school dat door de minister
                                    ingevolge artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs,
                                    artikel 76a of artikel 76b van de wet op de expertisecentra of
                                    artikel 75 van de Wet op het voortgezet onderwijs voor
                                    bekostiging in aanmerking is gebracht;</al></li><li nr="f."><al>voorziening: een van de voorzieningen in de huisvesting als
                                    bedoeld in artikel 2 van deze verordening;</al></li><li nr="g."><al>programma: het programma als bedoeld in artikel 12 van deze
                                    verordening;</al></li><li nr="h."><al>overzicht: het overzicht van de niet in het kader van de
                                    vaststelling van het programma ingewilligde aanvragen als
                                    bedoeld in artikel 13 van deze verordening;</al></li><li nr="i."><al>aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag bekostiging van
                                    een voorziening of voor bekostiging van bouwvoorbereiding van
                                    een voorziening als bedoeld in artikel 25 van deze verordening
                                    heeft ingediend;</al></li><li nr="j."><al>aanvraag: verzoek om bekostiging van een voorziening of voor
                                    bekostiging van bouwvoorbereiding;</al></li><li nr="k."><al>voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening in de
                                    huisvesting die, volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld
                                    in bijlage II van deze verordening, 15 jaren of langer
                                    noodzakelijk is;</al></li><li nr="l."><al>voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening in de
                                    huisvesting die, volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld
                                    in bijlage II van deze verordening, niet langer dan 15 jaren
                                    noodzakelijk is;</al></li><li nr="m."><al>permanent gebouw: schoolgebouw dat door de keuze van het ontwerp
                                    en de aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaren
                                    als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan
                                    functioneren;</al></li><li nr="n."><al>noodlokaal: verplaatsbare ruimte die door de keuze van het
                                    ontwerp en de aard van de constructie en materialen ten minste
                                    15 jaren als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan
                                    functioneren;</al></li><li nr="o."><al>gymnastiekruimte: ruimte die geschikt is voor het onderwijs in
                                    lichamelijke oefening;</al></li><li nr="p."><al>advies Onderwijsraad: een advies van de Onderwijsraad over de
                                    vaststelling van het programma in relatie tot de vrijheid van
                                    richting en de vrijheid van inrichting, als bedoeld in artikel
                                    95 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 93 van de Wet op
                                    de expertisecentra, artikel 76f van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs;</al></li><li nr="q."><al>verhuur: het gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet
                                    zijnde onderwijsgebruik of gebruik ten behoeve van culturele,
                                    maatschappelijke of recreatieve doeleinden. </al></li><li nr="r."><al>gezamenlijke akte: de akte als bedoeld in artikel 110 van de Wet
                                    op het primair onderwijs, artikel 108 tweede lid van de Wet op
                                    de expertisecentra, artikel 76u van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs;</al></li><li nr="s."><al>beslissing gedeputeerde staten: de beslissing van gedeputeerde
                                    staten in een geschil als bedoeld in artikel 110, tweede lid van
                                    de Wet op het primair onderwijs, artikel 108 tweede lid van de
                                    Wet op de expertisecentra, artikel 76u tweede lid van de Wet op
                                    het voorgezet onderwijs;</al></li><li nr="t."><al>eigendomsoverdracht: de eigendomsoverdracht als bedoeld in
                                    artikel 110 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 108 van
                                    de Wet op de expertisecentra, artikel 76u van de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Omschrijving voorzieningen in de huisvesting</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening worden de volgende voorzieningen
                            onderscheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>de voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde
                                    voorzieningen bestaande uit:</al><lijst><li nr="1."><al>nieuwbouw voor een school die voor het eerst voor
                                            rijksbekostiging in aanmerking is gebracht, dan wel
                                            nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke vervanging van een
                                            gebouw waarin een school is gehuisvest, al dan niet op
                                            dezelfde locatie;</al></li><li nr="2."><al>uitbreiding van een gebouw waarin een school is
                                            gehuisvest;</al></li><li nr="3."><al>gehele of gedeeltelijke ingebruikneming van een bestaand
                                            gebouw ten behoeve van de huisvesting van een
                                            school;</al></li><li nr="4."><al>verplaatsing van een of meer bestaande noodlokalen ten
                                            behoeve van de huisvesting van een school;</al></li><li nr="5."><al>terrein voor zover benodigd voor de realisering van een
                                            onder a sub 1° tot en met 4° omschreven
                                            voorziening;</al></li><li nr="6."><al>inrichting met onderwijsleerpakket of met leer en
                                            hulpmiddelen voor zover deze nog niet eerder voor
                                            bekostiging van rijks- of gemeentewege in aanmerking is
                                            gebracht;</al></li><li nr="7."><al>inrichting met meubilair voor zover deze nog niet eerder
                                            voor bekostiging van rijks- of gemeentewege in
                                            aanmerking is gebracht;</al></li><li nr="8."><al>medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een
                                            gebouw dat al bij een andere school in gebruik is en
                                            medegebruik van een gymnastiekruimte; </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>aanpassingen aan gebouwen bestaande uit een of meer activiteiten
                                    zoals onderscheiden in bijlage I;</al></li><li nr="c."><al>onderhoud aan gebouwen van een school voor basisonderwijs en een
                                    school voor (voortgezet) speciaal onderwijs zoals onderscheiden
                                    in bijlage I;</al></li><li nr="d."><al>herstel van een constructiefout bestaande uit schade aan een
                                    gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, alsmede
                                    uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet manifest
                                    geworden materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit
                                    ontwerpfouten, uitvoeringsfouten of wanprestatie;</al></li><li nr="e."><al>herstel en vervanging in verband met schade aan een gebouw,
                                    onderwijsleerpakket of leer- en hulpmiddelen en meubilair
                                    ingeval van bijzondere omstandigheden;</al></li><li nr="f."><al>huur van een sportterrein, dat niet in eigendom is van een
                                    bevoegd gezag, voor een school voor voortgezet onderwijs ten
                                    behoeve van het onderwijs in lichamelijke oefening;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bouwvoorbereiding voorzieningen</titel></kop><al>Ten aanzien van voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder a1 ., a2
                            ., voor zover betrekking hebbend op een uitbreiding van minimaal 2
                            groepen en het daartoe benodigde terrein als bedoeld onder a 5 ., kan
                            een aanvraag worden ingediend voor bekostiging van bouwvoor-bereiding.
                            Hierbij is het bepaalde in hoofdstuk 4 van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vaststelling vergoeding voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij toekenning van een van de in artikel 2 genoemde
                                    voorzieningen, of bij toekenning van bekostiging van
                                    bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 3, wordt bij de wijze
                                    van vaststelling van de hoogte van de vergoeding een onderscheid
                                    gemaakt tussen vooraf genormeerde bedragen en bedragen gebaseerd
                                    op de feitelijk voorziene kosten per geval. </al></li><li nr="2."><al>De genormeerde vergoedingsbedragen worden vastgesteld met
                                    inachtneming van het bepaalde in bijlage IV, deel A. De
                                    vergoedingsbedragen die zijn gebaseerd op de feitelijke kosten
                                    worden vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in bijlage
                                    IV, deel B.</al></li><li nr="3."><al>Deel A van bijlage IV is van toepassing op de voorzieningen als
                                    bedoeld in artikel 2, onder a1 ., a2 ., a6 ., a7° en onder a8 .
                                    en onder f, alsmede op de vergoeding van de kosten van
                                    bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 3. Deel B van bijlage
                                    IV is van toepassing op de voorzieningen als bedoeld in artikel
                                    2, a3° a4 ., a5 . en onder b, c, d, en e.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag verstrekt aan het college gegevens die
                                    noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze
                                    verordening. </al></li><li nr="2."><al>Ter uitvoering hiervan kunnen door het college nadere
                                    aanwijzingen worden gegeven. </al></li><li nr="3."><al>Bij de gegevensverstrekking wordt gebruik gemaakt van een door
                                    het college vastgesteld formulier.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Programma en overzicht</titel></kop><structuurtekst><al/><al>Paragraaf 2.1 Aanvragen programma</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag voor opneming van een voorziening op het programma
                                    wordt voor 1 februari van het jaar van vaststelling van het
                                    betreffende programma door het bevoegd gezag ingediend bij het
                                    college. </al></li><li nr="2."><al>Indien de aanvraag niet voor 1 februari is ingediend, besluit
                                    het college de aanvraag niet te behandelen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet
                                behandelen onvolledige aanvraag</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De aanvraag vermeldt in ieder geval:</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="4*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="91*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>de dagtekening;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>de naam van de school en, voor zover van toepassing,
                                                het gebouw ten behoeve waarvan de voorziening is
                                                bestemd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>welke voorziening wordt aangevraagd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry colname="col3"><al>de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de
                                                gewenste voorziening; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>f.</al></entry><entry colname="col3"><al>de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de
                                                voorziening.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>In aanvulling op de in het eerste lid vermelde
                                                gegevens gaat de aanvraag vergezeld van:</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="4*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="91*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen
                                                van de school, die voldoet aan de in bijlage II
                                                omschreven vereisten, tenzij het een voorziening
                                                betreft als bedoeld in artikel 2, onder a onderdelen
                                                6 .tot en met 8 . en artikel 2, onder d e en f;
                                            </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>de aanduiding van de gewenste plaats waar de
                                                voorziening moet worden gerealiseerd, indien het een
                                                voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder
                                                a, onderdelen 1 . tot en met 4 .;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>een rapportage waaruit de bouwkundige noodzaak
                                                blijkt indien het een voorziening betreft bestaande
                                                uit nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke vervanging
                                                van een gebouw, uit onderhoud aan een gebouw van een
                                                school voor basisonderwijs of van een school voor
                                                (voortgezet) speciaal onderwijs of uit herstel van
                                                een constructiefout;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>een begroting van de kosten gemoeid met de
                                                uitvoering van de voorziening, indien de aanvraag
                                                betrekking heeft op een voorziening waarop het
                                                gestelde in artikel 4, derde lid, laatste volzin van
                                                toepassing is;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry colname="col3"><al>een voor aanbesteding gereed bouwplan en
                                                bouwbegroting, indien de aanvraag volgt op een
                                                toekenning van een vergoeding van de kosten van
                                                bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 27.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Bij de rapportage als bedoeld onder c wordt zo nodig
                                                gebruik gemaakt van het door het college
                                                vastgestelde formulier ‘Bouwkundige opname’.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij het ontbreken van een of meer gegevens als
                                                bedoeld in het eerste of tweede lid deelt het
                                                college dit voor 15 februari schriftelijk mee aan de
                                                aanvrager. Daarbij wordt de aanvrager in de
                                                gelegenheid gesteld voor 15 maart de ontbrekende
                                                gegevens aan te vullen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Indien de aanvrager de vereiste ontbrekende gegevens
                                                niet heeft verstrekt voor 15 maart, besluit het
                                                college de aanvraag niet te behandelen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien een door het college in behandeling genomen
                                                aanvraag betrekking heeft op een voorziening voor
                                                een school waarvan de beoordeling van de noodzaak
                                                mede is gebaseerd op het aantal leerlingen van de
                                                betrokken school op de wettelijke teldatum van 1
                                                oktober van het jaar waarin de datum genoemd in
                                                artikel 6 valt, dan zendt de aanvrager onverwijld
                                                aan het college een afschrift van de jaarlijkse
                                                opgave aan de minister van het aantal leerlingen dat
                                                op de wettelijk teldatum staat ingeschreven op de
                                                school, die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in
                                                een gebouw gelegen op het grondgebied van de
                                                gemeente. Indien het afschrift niet binnen een week
                                                na het tijdstip van de wettelijke teldatum is
                                                ontvangen, deelt het college dit schriftelijk mee
                                                aan de aanvrager. Daarbij wordt de aanvrager in de
                                                gelegenheid gesteld het afschrift van de opgave
                                                alsnog binnen drie dagen na de datum van ontvangst
                                                van de mededeling in te dienen. Indien het afschrift
                                                van de opgave niet binnen de termijn bedoeld in de
                                                vorige volzin is verstrekt, besluit het college de
                                                aanvraag niet te behandelen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Opgave ingediende aanvragen</titel></kop><al>Het college verstrekt informatie aan de bevoegde gezagsorganen een
                            opgave van de ingevolge artikel 6 en artikel 25 ingediende aanvragen.
                            Voor zover van toepassing geeft het college daarbij aan welke aanvraag
                            of aanvragen niet in behandeling worden genomen.</al><al>Paragraaf 2.2 Overleg voorafgaand aan vaststelling programma en
                            overzicht</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Toelichting aanvraag; overleg over ingediende begroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag kan op verzoek van de aanvrager of van het college
                                    nader worden toegelicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de aanvraag een voorziening betreft waarop het gestelde
                                    in artikel 4, derde lid, laatste volzin van toepassing is,
                                    treedt het college in overleg met de aanvrager indien zij van
                                    oordeel is dat de door de aanvrager overgelegde begroting van de
                                    kosten dient te worden aangepast. Wanneer in het overleg geen
                                    overeenstemming wordt bereikt over de hoogte van het geraamde
                                    bedrag dan geeft het college dat, onder vermelding van de
                                    redenen, aan in het voorstel tot vaststelling van het bedrag,
                                    het programma en het overzicht als bedoeld in paragraaf 2.3. Het
                                    college geeft in dit voorstel tevens de hoogte van het geraamde
                                    bedrag aan waarvan voor de aangevraagde voorziening wordt
                                    uitgegaan bij de toepassing van het gestelde in paragraaf
                                    2.3.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alvorens het college het programma en het overzicht vaststelt,
                                    worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg in de
                                    gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen inhoud
                                    van dat voorstel naar voren te brengen.</al></li><li nr="2."><al>Het overleg als bedoeld in het eerste lid vindt plaats voor 15
                                    september. De bevoegde gezagsorganen worden ten minste twee
                                    weken voor de door het college vastgestelde datum schriftelijk
                                    daarvan in kennis gesteld. Zij worden hierbij tevens in kennis
                                    gesteld van de voorgenomen inhoud van het voorstel. </al></li><li nr="3."><al>De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg als
                                    bedoeld in het eerste lid, kunnen vóór de in het tweede lid
                                    bedoelde datum hun zienswijze schriftelijk kenbaar maakt aan het
                                    college. Het college stelt de deelnemers aan het overleg hiervan
                                    in kennis. </al></li><li nr="4."><al>Van de in het overleg door de bevoegde gezagsorganen naar voren
                                    gebrachte zienswijzen, van de tijdig ingediende, schriftelijk
                                    kenbaar gemaakte zienswijzen en van de reactie van het college
                                    op deze zienswijzen, wordt door het college een verslag gemaakt.
                                    Het verslag wordt toegezonden aan alle bevoegde
                                    gezagsorganen.</al></li><li nr="5."><al>Indien een bevoegd gezag of het college een advies wenst van de
                                    Onderwijsraad over het voorstel met betrekking tot de
                                    voorgenomen inhoud van het programma in relatie tot de vrijheid
                                    van richting en de vrijheid van inrichting, dan wordt dit door
                                    het bevoegd gezag of het college tijdens het overleg als bedoeld
                                    in het eerste lid kenbaar gemaakt. Dit gebeurt aan de hand van
                                    een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van de onderwerpen
                                    waarover het advies van de Onderwijsraad wordt verwacht. Hierbij
                                    wordt tevens het verband aangegeven tussen deze onderwerpen en
                                    de vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting.</al></li><li nr="6."><al>De bevoegde gezagsorganen en het college worden in het overleg
                                    in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen naar voren te brengen
                                    over een verzoek om advies van de Onderwijsraad. Het
                                    schriftelijke verzoek om advies en de daarover naar voren
                                    gebrachte zienswijzen maken deel uit van het verslag van het
                                    overleg als bedoeld in het vierde lid.</al></li><li nr="7."><al>Het college is belast met de indiening van een verzoek om advies
                                    bij de Onderwijsraad. Daarbij zorgen zij ervoor dat de
                                    Onderwijsraad alle stukken, waaronder het schriftelijk verslag
                                    van het overleg met de daarin opgenomen zienswijzen, ontvangt
                                    die nodig zijn voor de beoordeling van het verzoek. </al></li><li nr="8."><al>Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies
                                    wordt zo spoedig mogelijk door het college toegezonden aan de
                                    bevoegde gezagsorganen. Indien het geheel of gedeeltelijk
                                    opvolgen van het advies van de Onderwijsraad zou leiden tot een
                                    of meer inhoudelijke bijstellingen van de voorgenomen inhoud van
                                    het programma, dan worden de bevoegde gezagsorganen door het
                                    college bij de toezending van het afschrift van het advies
                                    uitgenodigd voor een nader overleg. In alle andere gevallen
                                    beoordeelt het college of nader bestuurlijk overleg over het
                                    advies van de Onderwijsraad noodzakelijk is. Het college geeft
                                    dit aan bij de toezending van het afschrift van het advies van
                                    de Onderwijsraad. </al></li><li nr="9."><al>Het nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt binnen
                                    twee weken plaats na toezending van het advies van de
                                    Onderwijsraad aan de bevoegde gezagsorganen. Het college maakt
                                    van dit overleg een verslag en voegt dit toe aan het verslag als
                                    bedoeld in het vierde lid.</al><al/><al>Paragraaf 2.3 Vaststelling bekostigingsplafond, programma en
                                    overzicht</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Tijdstip vaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt het bekostigingsplafond vast dat beschikbaar
                                    is voor de vergoeding van de aangevraagde voorzieningen. Dit
                                    bekostigingsplafond kan worden gesplist in afzonderlijke
                                    bedragen per onderwijssoort en/of per voorziening.</al></li><li nr="2."><al>Het programma en overzicht worden vastgesteld uiterlijk op 31
                                    december van het jaar waarin de datum genoemd in artikel 6
                                    valt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inhoud programma</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aangevraagde voorzieningen waarmee in het jaar volgend op het
                                    jaar van vaststelling van het programma een aanvang kan worden
                                    gemaakt, komen, voor zover het college heeft vastgesteld dat
                                    geen van de in de Wet op het primair onderwijs, Wet op de
                                    expertisecentra en Wet op het voortgezet onderwijs opgenomen
                                    weigeringsgronden van toepassing is, in aanmerking voor
                                    plaatsing op het programma. Daarbij past het college de regels
                                    toe met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage I;</al></li><li nr="b."><al>de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II;</al></li><li nr="c."><al>de oppervlakte en indeling van schoolgebouwen als
                                            bedoeld in bijlage III.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Van de voor plaatsing op het programma in aanmerking komende
                                    voorzieningen neemt het college, aan de hand van de
                                    urgentiecriteria als bedoeld in bijlage V, uitsluitend
                                    voorzieningen op in het programma voor zover het bedrag of de
                                    deelbedragen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, toereikend
                                    zijn.</al></li><li nr="3."><al>Op voorstel van het overleg als bedoeld in artikel 10, kan het
                                    college de raad verzoeken bij de vaststelling van het programma
                                    te mogen afwijken van de urgentiecriteria als bedoeld in bijlage
                                    V. </al></li><li nr="4."><al>Ten aanzien van de in het programma opgenomen voorzieningen
                                    wordt, voor zover van toepassing, door het college
                                    aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het genormeerde bedrag dat ingevolge bijlage IV, deel A
                                            voor de betreffende voorziening beschikbaar wordt
                                            gesteld;</al></li><li nr="b."><al>het geraamde bedrag gemoeid met de uitvoering van de
                                            voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste
                                            volzin;</al></li><li nr="c."><al>de voorwaarden betreffende ingebruikneming of
                                            buitengebruikstelling van gebouwen of lokalen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inhoud overzicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het overzicht bevat de aangevraagde voorzieningen die, gelet op
                                    het bepaalde in artikel 12, eerste lid, niet in het programma
                                    zijn opgenomen.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van elk van de in het overzicht opgenomen
                                    voorzieningen wordt aangegeven waarom deze niet in het programma
                                    zijn opgenomen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Bekendmaking besluiten vaststelling bekostigingsplafond,
                                programma en overzicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bekendmaking van de besluiten tot vaststelling van het
                                    bekostigingsplafond, het programma en het overzicht geschiedt
                                    binnen twee weken na de datum van vaststelling door toezending
                                    door het college van de besluiten aan de aanvragers.
                                    Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van de besluiten door
                                    het college schriftelijk mededeling gedaan aan de overige
                                    bevoegde gezagsorganen.</al></li><li nr="2."><al>De besluiten als bedoeld in het eerste lid worden tegelijkertijd
                                    met de bekendmaking ter inzage gelegd.</al><al/><al>Paragraaf 2.4 Uitvoering programma</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overleg wijze van uitvoering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Binnen vier weken na de datum van vaststelling van het programma
                                    treedt het college in overleg met de aanvrager over de wijze van
                                    uitvoering van de op het programma geplaatste voorziening. In
                                    dit overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor de
                                    uitvoering van de voorziening. Daarbij worden, voor zover van
                                    toepassing, afspraken gemaakt over:</al><lijst><li nr="a."><al>het bouwheerschap als bedoeld in de wet;</al></li><li nr="b."><al>het tijdstip van indiening van het bouwplan en de
                                            begroting door de aanvrager;</al></li><li nr="c."><al>een andere wijze van uitvoering van het besluit met
                                            inachtneming van het beschikbaar te stellen bedrag;
                                        </al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop door het college toepassing wordt
                                            gegeven aan de toetsing van het bouwplan en de
                                            begroting, alsmede aan de toetsing in verband met
                                            wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en
                                            omstandigheden als bedoeld in artikel 16;</al></li><li nr="e."><al>de controle op en het afleggen van verantwoording over
                                            de besteding van de beschikbaar te stellen
                                            middelen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien het overleg betrekking heeft op de uitvoering van een
                                    voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin,
                                    dan geeft de aanvrager aan op welke wijze de aanbesteding van de
                                    uitvoering zal plaatsvinden. Daarbij worden, voor zover van
                                    toepassing gezien de aard van de voorziening, de gestelde
                                    richtlijnen als bedoeld in bijlage IV, deel B in acht genomen.
                                </al></li><li nr="3."><al>De inhoud van de afspraken of de constatering dat het overleg
                                    niet tot overeenstemming heeft geleid, wordt door het college
                                    schriftelijk vastgelegd in een verslag van het overleg en binnen
                                    vier weken na afloop van het overleg ter kennis gebracht van de
                                    aanvrager. Indien de aanvrager schriftelijk instemt met het
                                    verslag of binnen twee weken na ontvangst nog niet schriftelijk
                                    heeft gereageerd, wordt, afhankelijk van de inhoud van het
                                    vastgestelde verslag, geacht dat er overeenstemming of geen
                                    overeenstemming is bereikt.</al></li><li nr="4."><al>Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 16,
                                    vierde lid, neemt het college binnen vier weken nadat de
                                    overeenstemming als bedoeld in het derde lid is bereikt, een
                                    beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang
                                    kan nemen. Het bepaalde in artikel 17 is daarbij van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="5."><al>Indien in het overleg geen overeenstemming als bedoeld in het
                                    derde lid is bereikt, deelt het college binnen vier weken nadat
                                    het verslag is vastgesteld, dit schriftelijk mee aan de
                                    aanvrager. Daarbij wordt aangegeven dat de bekostiging van de
                                    uitvoering van de voorziening geen aanvang zal nemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Instemming bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang
                                bekostiging; toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en
                                omstandigheden; overlegging offertes</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Nadat de overeenstemming als bedoeld in artikel 15, derde lid is
                                    bereikt en voorafgaand aan het verlenen van een bouwopdracht,
                                    dient de aanvrager met inachtneming van de hierover gemaakte
                                    afspraken, de bouwplannen, de desbetreffende begroting en een
                                    aanduiding van het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang
                                    dient te nemen, ter instemming in bij het college.</al></li><li nr="2."><al>Binnen zes weken na ontvangst beslist het college over de
                                    instemming met de bouwplannen en de desbetreffende begroting en
                                    over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan nemen.
                                    Het college kan, onder mededeling daarvan aan de aanvrager, deze
                                    termijn verlengen met drie weken. Indien niet binnen deze
                                    termijn is besloten, wordt geacht instemming te zijn verleend
                                    met de bouwplannen en de begroting en vangt de bekostiging aan
                                    op het door de aanvrager aangegeven tijdstip. Binnen twee weken
                                    na de datum van de beslissing over het bouwplan, de
                                    desbetreffende begroting en het tijdstip waarop de bekostiging
                                    een aanvang neemt, deelt het college de beslissing schriftelijk
                                    mee aan de aanvrager.</al></li><li nr="3."><al>Bij de beslissing als bedoeld in het tweede lid stelt het
                                    college eveneens vast of de feiten en omstandigheden waarin de
                                    school verkeert ten opzichte van de feiten en omstandigheden ten
                                    tijde van de vaststelling van het programma, al dan niet
                                    ingrijpend zijn gewijzigd. Bij een naar oordeel van het college
                                    ingrijpende wijziging van de feiten en omstandigheden komt de
                                    voorziening alsnog niet voor bekostiging in aanmerking.</al></li><li nr="4."><al>De instemming met de bouwplannen, de instemming met de
                                    begroting, de toetsing of voldaan wordt aan de bij of krachtens
                                    de wet gestelde voorschriften en de toetsing of er sprake is van
                                    nieuwe feiten en omstandigheden kunnen achterwege blijven, als
                                    naar het oordeel van het college, dat niet noodzakelijk is
                                    gezien de inhoud van de in het programma opgenomen voorziening.
                                    Het college doet hiervan mededeling aan de aanvrager in het
                                    overleg als bedoeld in artikel 15.</al></li><li nr="5."><al>De indiening van de in het eerste en het tweede lid bedoelde
                                    begroting blijft achterwege indien het de uitvoering betreft van
                                    een voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste
                                    volzin. De beslissing van het college als bedoeld in het tweede
                                    lid betreft dan uitsluitend de beoordeling van het bouwplan.
                                    Daarbij zijn de genoemde termijnen in het tweede lid van
                                    overeenkomstige toepassing. </al></li><li nr="6."><al>Nadat het college het bouwplan van een voorziening als bedoeld
                                    in artikel 4, derde lid, laatste volzin heeft ingestemd,
                                    overlegt de aanvrager met inachtneming van de hierover gemaakte
                                    afspraken als bedoeld in artikel 15, tweede lid, aan het college
                                    de aan de aanvrager uitgebrachte offertes voor de uitvoering van
                                    de voorziening. Het college beslist binnen vier weken na
                                    ontvangst van de offertes over het bedrag dat definitief
                                    beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van de voorziening
                                    en over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan
                                    nemen. De aanvrager wordt binnen twee weken na de datum van deze
                                    beslissing hiervan schriftelijk in kennis gesteld. Voor de
                                    vaststelling van het definitieve bedrag is de offerte met de
                                    laagste prijsstelling bepalend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Aanvang bekostiging</titel></kop><al>Het college kan bij de beslissing als bedoeld in artikel 16, tweede lid
                            of artikel 16, zesde lid, over het tijdstip waarop de bekostiging een
                            aanvang kan nemen, bepalen dat de beschikbaarstelling van de gelden in
                            termijnen plaatsvindt. De beschikbaarstelling van de gelden geschiedt
                            dan telkens op een zodanig tijdstip dat de aanvrager kan voldoen aan de
                            financiële verplichtingen voortkomend uit de realisering van de op het
                            programma geplaatste voorziening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Vervallen aanspraak op bekostiging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt, indien
                                    niet door de aanvrager vóór 1 oktober van het jaar volgend op de
                                    vaststelling van het programma een bouwopdracht is verleend dan
                                    wel een koop, huur of erfpachtovereenkomst is gesloten en een
                                    afschrift hiervan niet voor 15 oktober daaropvolgend aan het
                                    college is gezonden. De in de eerste volzin bedoelde
                                    bouwopdracht is onherroepelijk en vermeldt de aanvangsdatum van
                                    het werk en de termijn, uitgedrukt in het aantal werkbare dagen,
                                    binnen welke het werk wordt opgeleverd. De in de eerste volzin
                                    bedoelde overeenkomsten zijn onherroepelijk. In geval van een
                                    huur of erfpachtovereenkomst wordt daarin de datum van
                                    inwerkingtreding vermeld, alsmede de duur van de overeenkomst.
                                    In geval van een koopovereenkomst wordt daarin de datum van
                                    aankoop vermeld.</al></li><li nr="2."><al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de
                                    overschrijding van de termijn als bedoeld in het eerste lid
                                    veroorzaakt wordt door bijzondere omstandigheden die niet aan de
                                    aanvrager zijn toe te rekenen en de aanvrager voor 1 september
                                    een schriftelijk gemotiveerd verzoek heeft ingediend bij het
                                    college tot verlenging van de termijn als bedoeld in het eerste
                                    lid. </al></li><li nr="3."><al>Het college beslist voor 15 september over het verzoek tot
                                    verlenging van de termijn. Indien het verzoek wordt ingewilligd,
                                    wordt in het besluit aangegeven tot welke datum de termijn als
                                    bedoeld in het eerste lid wordt verlengd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Aanvragen met spoedeisend karakter</titel></kop><structuurtekst><al/><al>Paragraaf 3.1 Aanvraag</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag om bekostiging van een voorziening in de huisvesting die
                            gelet op de voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden, kan
                            worden ingediend bij het college. Hierbij wordt zo nodig gebruik gemaakt
                            van een door het college vastgesteld aanvraagformulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inhoud aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag bevat in ieder geval de gegevens zoals vermeld in
                                    artikel 7, eerste lid. In aanvulling daarop dient de aanvrager
                                    de volgende gegevens te verstrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>een nadere aanduiding van de omstandigheden die de
                                            voorziening in de huisvesting spoedeisend maken;</al></li><li nr="b."><al>de reden waarom de voorziening in de huisvesting niet
                                            kon worden aangevraagd in het kader van een nog vast te
                                            stellen programma;</al></li><li nr="c."><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van
                                            de school, die voldoet aan de in bijlage II omschreven
                                            vereisten, tenzij het een voorziening betreft als
                                            bedoeld in artikel 2 onder a, onderdelen 6 . tot en met
                                            8 . en artikel 2 onder d, e en f;</al></li><li nr="d."><al>een begroting van de kosten gemoeid met de uitvoering
                                            indien het een voorziening betreft als bedoeld in
                                            artikel 4, derde lid, laatste volzin.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien naar het oordeel van het college een of meer gegevens als
                                    bedoeld in het eerste lid ontbreken, wordt dit binnen twee weken
                                    na datum van indiening van de aanvraag schriftelijk medegedeeld
                                    aan de aanvrager. De aanvrager heeft de gelegenheid de
                                    ontbrekende gegevens binnen twee weken na ontvangst van de
                                    mededeling in te dienen bij het college. Indien de aanvrager de
                                    vereiste ontbrekende gegevens niet binnen de in de vorige volzin
                                    bedoelde termijn heeft verstrekt, besluit het college de
                                    aanvraag niet te behandelen.</al><al/><al>Paragraaf 3.2 Beoordeling aanvraag; uitvoering besluit</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Tijdstip beslissing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van de
                                    aanvraag of binnen vier weken nadat de aanvullende gegevens zijn
                                    verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt. Binnen twee weken na
                                    de datum van de beslissing wordt de aanvrager hiervan
                                    schriftelijk in kennis gesteld door het college. </al></li><li nr="2."><al>Indien een beschikking niet binnen vier weken kan worden
                                    gegeven, stelt het college de aanvrager daarvan in kennis en
                                    noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking
                                    wel tegemoet kan worden gezien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inhoud beslissing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aangevraagde voorziening wordt toegewezen, indien het college
                                    heeft vastgesteld dat het treffen van de voorziening, gelet op
                                    de voortgang van het onderwijs, geen uitstel kan lijden en geen
                                    van de in de Wet op het primair onderwijs opgenomen
                                    weigeringsgronden van toepassing is. Bij deze vaststelling past
                                    het colleg de regels toe met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage I;</al></li><li nr="b."><al>de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II;</al></li><li nr="c."><al>de oppervlakte en indeling van gebouwen als bedoeld in
                                            bijlage III.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De beslissing van het college kan een gedeelte van de gewenste
                                    voorziening dan wel een andere dan de gevraagde voorziening
                                    omvatten. </al></li><li nr="3."><al>Indien de aanvraag wordt toegewezen, vermeldt het college welk
                                    genormeerd bedrag ingevolge het bepaalde in bijlage IV, deel A
                                    voor de toegewezen voorziening beschikbaar wordt gesteld, dan
                                    wel wat het geraamde bedrag is indien het een voorziening
                                    betreft als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin. Bij
                                    beschikking stelt het college vast voor welke datum een
                                    bouwopdracht moet zijn verleend, dan wel een koop-, huur- of
                                    erfpachtovereenkomst moet zijn gesloten, en voor welke datum een
                                    afschrift daarvan aan de raad moet zijn toegezonden. Binnen vier
                                    maanden na de datum van de beschikking door het college moet een
                                    bouwopdracht zijn verleend, dan wel een koop-, huur-, of
                                    erfpachtovereenkomst zijn gesloten. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Uitvoering beslissing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Na bekendmaking van de beslissing als bedoeld in artikel 21,
                                    eerste lid, waarbij een vergoeding is toegewezen, treedt het
                                    college zo spoedig mogelijk in overleg met de aanvrager over de
                                    wijze van uitvoering. Het bepaalde in de artikelen 15, 16 en 17
                                    is daarbij overeenkomstig van toepassing, met uitzondering van
                                    de in tweede lid van artikel 16 genoemde termijn van ‘zes
                                    weken’. Hiervoor moet worden gelezen ‘drie weken’.</al></li><li nr="2."><al>In het overleg wordt vastgesteld voor welke datum een
                                    bouwopdracht moet zijn verleend, dan wel een koop-, huur- of
                                    erfpachtovereenkomst moet zijn gesloten, en voor welke datum een
                                    afschrift daarvan aan het college moet zijn gezonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Vervallen aanspraak bekostiging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien niet voor de in artikel 22, derde lid bedoelde
                                    tijdstippen een bouwopdracht is verleend, dan wel een koop-,
                                    huur- of erfpachtovereenkomst is gesloten en een afschrift
                                    daarvan is gezonden aan het college, vervalt de aanspraak op
                                    bekostiging. Ten aanzien van de inhoud van een bouwopdracht, dan
                                    wel koop , huur of erfpachtovereenkomst is het gestelde in
                                    artikel 18, eerste lid van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de
                                    overschrijding van de datum veroorzaakt wordt door bijzondere
                                    omstandigheden, die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen,
                                    en de aanvrager uiterlijk vier weken voor het verstrijken van
                                    deze datum een schriftelijk gemotiveerd verzoek heeft ingediend
                                    bij het college tot verlenging van de termijn.</al></li><li nr="3."><al>Dit verzoek schort het vervallen van de aanspraak op bekostiging
                                    op totdat het college op het verzoek heeft beslist. Indien het
                                    college het verzoek inwilligt, noemt het college een nieuwe
                                    datum waarop de aanspraak op bekostiging vervalt. Indien het
                                    college het verzoek afwijst, geldt de datum van beslissing op
                                    het verzoek al vervaldatum, met dien verstande dat deze datum
                                    niet voor de oorspronkelijke vervaldatum kan vallen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Bekostiging bouwvoorbereiding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag dat voornemens is een aanvraag in te dienen
                                    voor plaatsing op het programma van een voor blijvend gebruik
                                    bestemde voorziening als bedoeld in artikel 3, kan daaraan
                                    voorafgaand een aanvraag indienen bij het college voor een
                                    bekostiging van de kosten van de bouwvoorbereiding. Het betreft
                                    de voorbereiding voorafgaand aan het moment van aanbesteding van
                                    die voorziening. </al></li><li nr="2."><al>De aanvraag wordt gedaan voor 1 februari van het jaar
                                    voorafgaand aan het jaar waarin de bekostiging gewenst wordt.
                                    Hierbij wordt zo nodig gebruik gemaakt van een door het college
                                    vastgesteld aanvraagformulier.</al></li><li nr="3."><al>De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de school ten behoeve waarvan de bekostiging
                                            wordt gewenst;</al></li><li nr="d."><al>de reden, de gewenste omvang en de aanduiding van de
                                            gewenste locatie van de voorziening;</al></li><li nr="e."><al>het gewenste tijdstip van realisering van de
                                            voorziening;</al></li><li nr="f."><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van
                                            de school die voldoet aan de in bijlage II omschreven
                                            vereisten;</al></li><li nr="g."><al>indien het nieuwbouw betreft ter vervanging van een
                                            bestaand gebouw: een rapportage waaruit de bouwkundige
                                            noodzaak van de vervanging blijkt; </al></li><li nr="h."><al>een begroting van de kosten als bedoeld in het eerste
                                            lid, indien de bekostiging van bouwvoorbereiding is
                                            aangemerkt als een voorziening bedoeld in artikel 4,
                                            derde lid, laatste volzin.</al></li><li nr="i."><al>Bij de rapportage als bedoeld onder g wordt zo nodig
                                            gebruik gemaakt van het door het college vastgestelde
                                            formulier ‘Bouwkundige opname’.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Bij het ontbreken van een of meer gegevens als bedoeld in het
                                    derde lid, deelt het college dit voor 15 februari schriftelijk
                                    mee aan de aanvrager en stellen hem in de gelegenheid om voor 15
                                    maart de gegevens aan te vullen. Het gestelde in artikel 7,
                                    derde is daarbij van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Toelichting en overleg aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ten aanzien van het geven van een toelichting op de aanvraag of
                                    het overleg over de begroting is het gestelde in artikel 9 van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Voordat het college een besluit neemt over de aanvraag voor
                                    bekostiging van bouwvoorbereiding, treedt het college in overleg
                                    met de aanvrager. Dit overleg over de aanvraag vindt plaats
                                    tezamen met het overleg als bedoeld in artikel 10, eerste lid.
                                    De leden twee, drie en vier van artikel 10 zijn daarbij van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Beschikking op aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college neemt op het tijdstip als bedoeld in artikel 11 een
                                    beslissing over de aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag wordt toegewezen indien en voor zover:</al><lijst><li nr="a."><al>er voldoende middelen voor de vergoeding van de kosten
                                            van bouwvoorbereiding beschikbaar zijn;</al></li><li nr="b."><al>de noodzaak van de gewenste voorziening voldoende
                                            vaststaat;</al></li><li nr="c."><al>er een reële mogelijkheid is dat de voorziening in het
                                            gewenste jaar van uitvoering voor bekostiging in
                                            aanmerking kan worden gebracht. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien de aanvraag wordt toegewezen, wordt in de beschikking
                                    vermeld tot welk bedrag de kosten van bouwvoorbereiding worden
                                    vergoed. Het bedrag kan in termijnen aan de aanvrager
                                    beschikbaar worden gesteld, echter steeds op een zodanig
                                    tijdstip dat de aanvrager aan zijn financiële verplichtingen
                                    jegens derden die hij heeft ingeschakeld bij de
                                    bouwvoorbereiding, kan voldoen. Over de daadwerkelijke
                                    beschikbaarstelling van het bedrag worden afspraken gemaakt
                                    tussen aanvrager en het college. </al></li><li nr="4."><al>Aan een toewijzing als bedoeld in het tweede lid kunnen door de
                                    aanvrager geen rechten worden ontleend ten aanzien van de
                                    plaatsing van de voorziening op enig toekomstig programma. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Vervallen aanspraak bekostiging</titel></kop><al>De aanspraak die voortvloeit uit de beschikking tot toekenning van een
                            bekostiging van de kosten van bouwvoorbereiding vervalt, indien door de
                            aanvrager niet voor 15 september van het jaar dat volgt op het jaar
                            waarin de beschikking is genomen, daadwerkelijk gestart is met de
                            bouwvoorbereiding en niet voor 1 oktober daaropvolgend informatie is
                            verstrekt aan het college waaruit dit blijkt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>Medegebruik en verhuur</titel></kop><structuurtekst><al>Paragraaf 5.1 Medegebruik ten behoeve van onderwijs of educatie</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Aanduiding omstandigheden</titel></kop><al>Het college kan overgaan tot vordering van een gedeelte van een gebouw
                            of terrein, bestemd voor een school, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een
                                    school berekend volgens het gestelde in bijlage III, delen A en
                                    B en het bevoegd gezag van die school een aanvraag als bedoeld
                                    in artikel 6 of 19 voor medegebruik of uitbreiding heeft
                                    ingediend;</al></li><li nr="b."><al>het bevoegd gezag van een school een aanvraag voor een andere
                                    huisvestingsvoorziening heeft ingediend en door medegebruik aan
                                    de behoefte aan huisvesting kan worden voorzien;</al></li><li nr="c."><al>er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een
                                    andere school of een instelling als bedoeld in de Wet educatie
                                    en beroepsonderwijs, vastgesteld aan de hand van de voor die
                                    school of instelling gangbare berekeningswijze en </al></li><li nr="d."><al>er sprake is van leegstand in een lesgebouw van een school;</al></li><li nr="e."><al>er sprake is van leegstand in gymnastiekruimte van een
                                    school.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Omschrijving leegstand</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is sprake van leegstand in een lesgebouw:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer het betreft een gebouw van een school voor
                                            basisonderwijs of voor (voortgezet) speciaal onderwijs,
                                            indien uit de vergelijking van het aantal groepen zoals
                                            berekend op basis van bijlage III, deel B en de
                                            capaciteit van het gebouw zoals vastgesteld op basis van
                                            bijlage III, deel A blijkt dat er ten minste één
                                            leslokaal niet nodig is voor de daar gevestigde school
                                            of scholen;</al></li><li nr="b."><al>wanneer het betreft een gebouw van een school voor
                                            voortgezet onderwijs (met uitzondering van van een
                                            zelfstandige school voor praktijkonderwijs), indien uit
                                            de vergelijking van de ruimtebehoefte zoals berekend op
                                            basis van Bijlage III, deel B en de capaciteit van het
                                            gebouw zoals vastgesteld op basis van Bijlage III, deel
                                            A blijkt dat er een overschot is aan vierkante meters
                                            bruto vloeroppervlakte tenzij het bevoegd gezag op basis
                                            van het lesrooster of lesroosters voor het lopende of
                                            eerstkomende schooljaar aantoont dat er binnen het
                                            overschot aan vierkante meters bruto vloeroppervlakte
                                            geen sprake is van onderbenutting van de
                                            onderwijsruimten. Voor een zelfstandige school voor
                                            praktijkonderwijs (niet zijnde een afdeling voor
                                            praktijkonderwijs) is hetgeen bepaalde in lid a van dit
                                            artikel van toepassing.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Er is sprake van leegstand in een gymnastiekruimte:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer het betreft een gebouw dat gebruikt wordt door
                                            een of meer scholen voor basisonderwijs of voor
                                            (voortgezet) speciaal onderwijs, indien de som van het
                                            aantal klokuren gebruik dat door het college wordt
                                            vergoed minder is dan 40 klokuren;</al></li><li nr="b."><al>wanneer het betreft een gebouw van een school voor
                                            voortgezet onderwijs, indien uit de berekening op basis
                                            van Bijlage III, Deel B blijkt dat benutting van het
                                            gebouw lager is dan 40 lesuren, tenzij het bevoegd gezag
                                            op basis van het lesrooster of de lesroosters voor het
                                            lopende of eerstkomende schooljaar aantoont dat dit niet
                                            het geval is;</al></li><li nr="c."><al>wanneer het een gebouw betreft dat gebruikt wordt door
                                            een of meer scholen voor basisonderwijs, voor
                                            (voortgezet) speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs
                                            indien de som van de berekeningswijzen genoemd onder a
                                            en b een aantal klokuren lager dan 40 oplevert.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Nalaten vordering; volgorde van vorderen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college gaat niet over tot vordering ten behoeve van
                                    medegebruik indien het bevoegd gezag de leegstand van het gebouw
                                    waarin het beoogde medegebruik dient plaats te vinden in gebruik
                                    heeft gegeven aan een andere school of scholen ten behoeve van
                                    het onderwijs aan die school of scholen. </al></li><li nr="2."><al>Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing indien het
                                    gebruik van die andere school of scholen kan plaatsvinden in de
                                    aan die scholen reeds ter beschikking staande
                                    huisvestingscapaciteit. </al></li><li nr="3."><al>Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand voordoet
                                    wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>als eerste de leegstand gevorderd in het gebouw dat in
                                            gebruik is bij een school van hetzelfde bevoegd gezag,
                                            tenzij uit oogpunt van doelmatigheid het vorderen van
                                            leegstand in een ander gebouw een betere oplossing
                                            biedt;</al></li><li nr="b."><al>vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw waarin
                                            een school van dezelfde richting is gehuisvest en</al></li><li nr="c."><al>vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw dat het
                                            dichtst gelegen is bij het hoofdgebouw van de school ten
                                            behoeve waarvan de vordering plaatsvindt. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan, indien de bij de vordering betrokken bevoegde
                                    gezagsorganen daarmee instemmen, in een individueel geval van de
                                    in het derde lid opgenomen volgorde afwijken </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Overleg en mededeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het college voornemens is om over te gaan tot vordering
                                    van leegstand in een lesgebouw of gymnastiekruimte, voert het
                                    college daarover overleg met het bevoegd gezag waarvan de
                                    leegstand gevorderd wordt en met het bevoegd gezag waarvoor de
                                    huisvesting is bestemd. Dit overleg maakt deel uit van het
                                    overleg als bedoeld in artikel 10.</al></li><li nr="2."><al>Binnen vier weken na de vaststelling van het programma als
                                    bedoeld in artikel 11, doet het college schriftelijk mededeling
                                    van de vordering aan het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt.
                                    Van deze mededeling kan worden afgezien als dat bevoegd gezag in
                                    het overleg te kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen de
                                    vordering te hebben. </al></li><li nr="3."><al>Indien het college voornemens is om over te gaan tot vordering
                                    in het kader van een aanvraag als bedoeld in artikel 19, voert
                                    het college daarover zo spoedig mogelijk overleg met het bevoegd
                                    gezag waarvan gevorderd wordt en met het bevoegd gezag waarvoor
                                    de huisvesting is bestemd. </al></li><li nr="4."><al>Binnen een week na afloop van het overleg als bedoeld in het
                                    vorige lid, doet het college schriftelijk mededeling van de
                                    vordering aan het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt. Van
                                    deze mededeling kan worden afgezien als dat bevoegd gezag in het
                                    overleg te kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen de vordering
                                    te hebben.</al></li><li nr="5."><al>De schriftelijke mededeling van het college als bedoeld in de
                                    tweede en vierde lid, bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam van de school en het bevoegd gezag ten behoeve
                                            waarvan wordt gevorderd;</al></li><li nr="b."><al>een aanduiding van het aantal groepen of aantal
                                            leerlingen (VO) ten behoeve waarvan gevorderd wordt of,
                                            indien het betreft het onderwijs in lichamelijke
                                            oefening, het aantal klokuren dat gevorderd wordt;</al></li><li nr="c."><al>een aanduiding van het gebouw waarop de vordering
                                            betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>een aanduiding van het aantal en het type ruimten dat
                                            gevorderd wordt;</al></li><li nr="e."><al>de periode waarvoor gevorderd wordt en de ingangsdatum
                                            van het medegebruik. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Vergoeding</titel></kop><al>De bevoegde gezagsorganen die het betreft stellen in onderling overleg,
                            met inachtneming van de wettelijke bepalingen, een vergoeding voor het
                            medegebruik vast. Indien dit overleg niet tot overeenstemming leidt,
                            geldt het bepaalde in bijlage IV, deel C.</al><al>Paragraaf 5.2 Medegebruik ten behoeve van culturele, maatschappelijke of
                            recreatieve doeleinden</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Aanduiding omstandigheden</titel></kop><al>Het college kan overgaan tot vordering indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er sprake is van leegstand van een lesgebouw of een
                                    gymnastiekruimte zoals bepaald in artikel 30;</al></li><li nr="b."><al>er sprake is van onderbenutting van een sportveld van een school
                                    voor voortgezet onderwijs, blijken uit het lesrooster van de
                                    school of scholen die dat sportveld voor het onderwijs
                                    gebruiken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Overleg en mededeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alvorens over te gaan tot vordering voert het college overleg
                                    met het bevoegd gezag. </al></li><li nr="2."><al>In dat overleg komt in ieder geval aan de orde:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welke activiteit of activiteiten gevorderd
                                            wordt;</al></li><li nr="b."><al>of die activiteit of activiteiten zich verdragen met het
                                            onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school;</al></li><li nr="c."><al>welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn om te
                                            voorkomen dat het onderwijs aan de in het gebouw
                                            gevestigde school hinder van het medegebruik
                                            ondervindt;</al></li><li nr="d."><al>wat naar de mening van het college en het bevoegd gezag
                                            een redelijke vergoeding voor het medegebruik is;</al></li><li nr="e."><al>de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs een
                                            aanvang kan nemen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Binnen vier weken na afloop van het overleg doet het college
                                    schriftelijk mededeling van de vordering aan het bevoegd gezag.
                                    Indien het overleg zoals bedoeld in het eerste lid heeft geleid
                                    tot afspraken, bevat de mededeling in ieder geval die afspraken.
                                    Voorzover het overleg niet tot overeenstemming heeft geleid,
                                    bevat de mededeling de beslissing van het college over de punten
                                    waarover geen overeenstemming bestond. Indien het bevoegd gezag
                                    in het overleg te kennen heeft gegeven geen bezwaar te hebben
                                    tegen de vordering, kan van de schriftelijke mededeling als hier
                                    bedoeld worden afgezien.</al><al/><al>Paragraaf 5.3 Verhuur</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Toestemming college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alvorens een huurovereenkomst te sluiten, vraagt het bevoegd
                                    gezag toestemming voor de verhuur aan het college.</al></li><li nr="2."><al>Het verzoek om toestemming wordt schriftelijk gedaan en bevat
                                    een aanduiding van de huurder, alsmede van de bestemming van de
                                    te verhuren ruimte. </al></li><li nr="3."><al>Het college verleent de toestemming niet indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de bestemming van de te verhuren ruimte in strijd is met
                                            bepalingen daaromtrent uit de Wet op het primair
                                            onderwijs, Wet op de expertisecentra en Wet op het
                                            voortgezet onderwijs of regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de te verhuren ruimte onmiddellijk nodig is voor een
                                            school.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>Einde gebruik gebouwen en terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Tijdstip beëindiging gebruik; staat van onderhoud</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>Nadat een gebouw of terrein niet meer door het
                                                bevoegd gezag nodig is voor de huisvesting van een
                                                school wordt het gebruik van het gebouw of terrein
                                                zo spoedig mogelijk beëindigd, doch uiterlijk op de
                                                datum genoemd in de door het college en het bevoegd
                                                gezag ondertekende gezamenlijke akte of de datum
                                                zoals vastgesteld door gedeputeerde staten bij de
                                                beslissing inzake een geschil over de totstandkoming
                                                van een gezamenlijke akte. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien er, naar het oordeel van het college,
                                                mogelijk sprake is van achterstallig onderhoud aan
                                                het gebouw of terrein bedoeld in het eerste lid, dat
                                                tot de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag
                                                behoort, wordt, voordat de eigendomsoverdracht heeft
                                                plaatsgevonden, een staat van onderhoud opgemaakt.
                                            </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>De staat van onderhoud wordt opgemaakt in opdracht
                                                van het college na overleg met het bevoegd gezag.
                                            </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd
                                                met het bevoegd gezag. In dat overleg wordt, indien
                                                van toepassing, vastgesteld welk deel van het
                                                onderhoud alsnog door het bevoegd gezag wordt
                                                uitgevoerd of welk bedrag in plaats daarvan aan het
                                                college betaald wordt. Indien het overleg niet tot
                                                overeenstemming leidt, stellen partijen vast welke
                                                handelwijze gevolgd wordt. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>Het opmaken van een staat van onderhoud blijft
                                                achterwege indien dit naar het oordeel van het
                                                college niet nodig is.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>Gebruik gymnastiekruimte voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal
                            onderwijs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit;
                                inroostering gebruik</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs
                                                of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs
                                                verstrekt jaarlijks voor 1 april voorafgaande aan
                                                het volgende schooljaar een opgave van de voor dat
                                                schooljaar voor de school gewenste onderwijsgebruik
                                                van een gymnastiekruimte. Deze opgave bevat de
                                                volgende gegevens: </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="6*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="88*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>de gewenste omvang van het onderwijsgebruik
                                                uitgedrukt in een aantal klokuren; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>de aanduiding van de gymnastiekruimte of -ruimten
                                                waarin het gebruik wordt gewenst; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>de tijden waarop het onderwijsgebruik gedurende een
                                                schoolweek wordt gewenst. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De jaarlijkse opgave van het gewenste
                                                onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte als
                                                bedoeld in het eerste lid wordt beschouwd als een
                                                aanvraag in de zin van artikel 19, met dien
                                                verstande dat op de afhandeling van een dergelijke
                                                aanvraag het bepaalde in dit artikel van toepassing
                                                is. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college stelt jaarlijks voor 1 mei voorafgaande
                                                aan het daaropvolgende schooljaar op basis van de
                                                ingediende opgaven een voorstel tot inroostering
                                                vast van het onderwijsgebruik door scholen voor
                                                basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs
                                                van de op het grondgebied van de gemeente gelegen
                                                gymnastiekruimten. Hiertoe wordt het gewenste
                                                onderwijsgebruik afgezet tegen de beschikbare
                                                capaciteit van de gymnastiekruimten, waarbij wordt
                                                uitgegaan van een capaciteit van 26 klokuren per
                                                week per gymnastiekruimte. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college neemt bij de vaststelling van het
                                                voorstel tot inroostering het volgende in acht:
                                            </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="6*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="88*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>de afstanden in relatie tot de omvang van het
                                                onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte, zoals
                                                opgenomen in bijlage I, deel B; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in
                                                stand gehouden school dat eigenaar is van een
                                                gymnastiekruimte wordt voor de betreffende school
                                                het eerste ingeroosterd voor die gymnastiekruimte;
                                            </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel
                                                mogelijk ingeroosterd in één gymnastiekruimte. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het voorstel tot inroostering vermeldt per school
                                                voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal
                                                onderwijs de volgende gegevens: </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="6*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="88*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>het aantal klokuren waarvoor de school wordt
                                                ingeroosterd in een gymnastiekruimte; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de
                                                tijden gedurende welke het onderwijsgebruik
                                                plaatsvindt; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>een nadere onderverdeling van het aantal klokuren
                                                per gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan
                                                één gymnastiekruimte plaatsvindt; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>voor zover het gewenste aantal klokuren hoger is dan
                                                het aantal klokuren dat ingevolge de beleidsregel
                                                bekostiging gymnastiekruimte voor basisonderwijs en
                                                (voortgezet) speciaal onderwijs voor bekostiging
                                                door de gemeente in aanmerking komt, wordt vermeld
                                                hoeveel klokuren voor rekening komen van het bevoegd
                                                gezag van de school. </al><al>Het college neemt het aantal klokuren als bedoeld in
                                                dit lid onder d slechts op in het voorstel tot
                                                inroostering voor zover daarvoor nog capaciteit
                                                beschikbaar is, nadat rekening is gehouden met het
                                                totale klokuurgebruik dat voor bekostiging door de
                                                gemeente in aanmerking komt.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het voorstel tot inroostering wordt door het college
                                                binnen twee weken na vaststelling toegezonden aan de
                                                bevoegde gezagsorganen voor basisonderwijs en
                                                (voortgezet) speciaal onderwijs. De bevoegde
                                                gezagsorganen worden daarbij uitgenodigd voor een
                                                overleg over het voorstel. Dit overleg vindt plaats
                                                binnen twee weken na toezending van het voorstel. In
                                                het overleg worden de vertegenwoordigers van de
                                                bevoegde gezagsorganen in de gelegenheid gesteld te
                                                reageren op het voorstel tot inroostering. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.</al></entry><entry colname="col2"><al>Met inachtneming van de reacties van de bevoegde
                                                gezagsorganen stelt het college voor 15 juni volgend
                                                op de genoemde datum in het derde lid, de
                                                definitieve inroostering vast van het gebruik van de
                                                gymnastiekruimte voor het volgende schooljaar.
                                                Indien het college daarbij afwijkt van een of meer
                                                in het overleg als bedoeld in het zesde lid naar
                                                voren gebrachte reacties, dan wordt dit gemotiveerd.
                                            </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.</al></entry><entry colname="col2"><al>Binnen twee weken na vaststelling van de
                                                inroostering ontvangen de betreffende bevoegde
                                                gezagsorganen een schriftelijke mededeling van het
                                                college over de inroostering in de beschikbare
                                                gymnastiekruimten van de onder hun bevoegd gezag
                                                staande school of scholen voor het volgende
                                                schooljaar. Deze mededeling is te beschouwen als een
                                                beslissing in de zin van artikel 22 en, indien van
                                                toepassing, een beslissing in de zin van artikel 32,
                                                vierde lid. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Beslissing het college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college stelt jaarlijks vast de in het kader van deze verordening
                            gehanteerde normbedragen voor de vergoeding van voorzieningen bij op
                            basis van de in bijlage IV, deel A opgenomen prijsindexen en systematiek
                            van prijsbijstelling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Citeertitel; overgangsrecht; inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                                    voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Heerenveen
                                    2007.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking 8 dagen na bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>Op dat tijdstip wordt de verordening voorzieningen huisvesting
                                    onderwijs, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 5 februari
                                    2001 en sindsdien gewijzigd bij raadsbesluit van 10 november
                                    2003, ingetrokken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 januari
                        2008.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Heerenveen/i235133.pdf">Bijlage 2 Criteria voor opstelling en toetsing van leerlingprognoses.pdf</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Heerenveen/i235128.pdf">Bijlage 5 Criteria voor de urgentie van de aangevraagde voorzieningen.pdf</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Heerenveen/i235131.pdf">Bijlage 4 toelichting.pdf</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Heerenveen/i233507.pdf">Raadsvoorstel en -besluit verordeningen lokaal onderwijsbeleid</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Heerenveen/i233508.pdf">In het kader van de gemeentelijke herindeling van de gemeente Boarnsterhim en de gemeente Heerenveen, als ook de toevoeging van het gebied van de grenscorrectie met de gemeente Skarsterlân per 1 januari 2014 wordt deze regeling geldend verklaard voor het gehele grondgebied van de gemeente Heerenveen.</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Heerenveen/i235127.pdf">Bijlage 1 Criteria voor beoordeling van aangevraagde voorzieningen.pdf</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Heerenveen/i235132.pdf">Bijlage 1 toelichting .pdf</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Heerenveen/i235125.pdf">Bijlage 3 Criteria voor oppervlakte en indeling.pdf</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Heerenveen/i235129.pdf">Bijlage 6 beleidsmaatregel gymnastiekonderwijs Heerenveen.pdf</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Heerenveen/i235130.pdf">Bijlage 3 toelichting .pdf</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Heerenveen/i235134.pdf">Bijlage 5 toelichting.pdf</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Heerenveen/i235126.pdf">Bijlage 4 Financiële normering.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>