<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72439_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Goirle</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-09-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Goirle</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Goirles Belang, 08-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>belasting</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt verordening rioolheffing 2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      
      Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2011
    
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening verstaat onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li>
            <li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li>
            <li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al></li>
            <li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Aard van de belasting</titel>
          </kop>
          <al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li>
            <li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting wordt geheven:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
                                    heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel
                                    dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke
                                    riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en</al></li>
              <li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of
                                    indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder
                                    te noemen: gebruikersdeel.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een
                            onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar
                            als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat
                            hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht is.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                            aangemerkt:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li>
              <li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat
                                    gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Zelfstandige gedeelten</titel>
          </kop>
          <al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water
                            dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                            meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van
                            het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is
                            toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan
                            een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door
                            herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een
                            gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voorzien van een:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                                    afgelezen, of</al></li>
              <li nr="b."><al>bedrijfs-urenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                    pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan
                                    worden afgelezen.De eerste volzin is niet van toepassing indien
                                    vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op
                                    grond van enige andere wettelijke bepaling.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                            opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is
                            afgevoerd.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Belastingtarieven</titel>
          </kop>
          <al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de
                        bij deze verordening behorende tarieventabel.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Belastingjaar</titel>
          </kop>
          <al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De belasting, zoals bedoeld in artikel 3 eerste lid, is verschuldigd bij
                            het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, zo dit later
                            is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                            belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                            aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            eigendom in gebruik neemt.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen
                            door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                            afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in twaalf gelijke
                            termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                            aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                            later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal
                            achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende
                            aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en
                            gelden de betalingstermijnen, zoals genoemd in het eerste lid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de in
                            voorgaande leden gestelde termijnen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Overgangsrecht</titel>
          </kop>
          <al>De 'Verordening rioolheffing 2010' van 15-12-2009, laatstelijk gewijzigd bij
                        raadsbesluit van 15-12-2009, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel
                        13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande
                        dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                        datum hebben voorgedaan.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing 2011'.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus besloten door de raad van de gemeente Goirle in zijn vergadering van
                        09-11-2010.</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
           , de voorzitter
        </ondertekening>
        <ondertekening>
           , de griffier
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>