<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR724090_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Archeologiebeleid</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:type scheme="overheidop:Rubriek">beleidsregel</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-12-15</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-374976">gmb-2024-374976</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Archeologiebeleid "Een Archeologische inventarisatie, verwachtings- en beleidsadvieskaart" Hof van Twente</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">N.v.t.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-12-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-05-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Archeologiebeleid</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Archeologiebeleid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:externeBijlage resourceIdentifier="exb-2024-33877">Rapport een archeologische inventarisatie</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage resourceIdentifier="exb-2024-33878">Bijlage 2 AHN kaart</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage resourceIdentifier="exb-2024-33879">Bijlage 5a Kern Delden</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage resourceIdentifier="exb-2024-33880">Bijlage 5b Kern Diepenheim</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage resourceIdentifier="exb-2024-33881">Bijlage 5c Kern Goor</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage resourceIdentifier="exb-2024-33882">Bijlage 5e Waardenkaart</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage resourceIdentifier="exb-2024-33883">Bijlage 6 Archeolandschappelijke eenheidenkaart</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage resourceIdentifier="exb-2024-33884">Bijlage 5d Kern Markelo</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Archeologiebeleid</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al/><al>Rapport een archeologische inventarisatie, verwachtings- en beleidsadvieskaart</al><al>November 2009</al><al/><al>INHOUDSOPGAVE</al><al>ADMINISTRATIEVE GEGEVENS 1</al><al>SAMENVATTING 5</al><al>11 _ Aanleiding 7</al><al>1.2 _ Doelstelling 7</al><al>1.3 _ Ligging van het gebied 8</al><al>14 _ Leeswijzer 8</al><al>2 _ ONDERZOEKSOPZET 9</al><al>21 _ Inleiding 9</al><al>2.2 _ Landschappelijke inventarisatie 9</al><al>2.3 _ Archeologische inventarisatie 10</al><al>24 _ Veldinspectie 10</al><al>25 _ De archeolandschappelijke eenhedenkaart 10</al><al>26 _ De archeologische verwachtingskaart 11</al><al>27 _ De archeologische beleidsadvieskaart 12</al><al>3 _ LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING 13</al><al>31 _ Algemeen 13</al><al>32 _ Geologische en geomorfologische ontwikkeling 13</al><al>321 _ Pleistoceen 13</al><al>3.2.2 _ Holoceen 15</al><al>3.3 _ Landschap, bodem en de relatie met de archeologie 16</al><al>3.3.1 _ Inleiding 16</al><al>3.3.2 _ Zandgronden 16</al><al>333 _ Veengronden 18</al><al>4 __ BEWONINGS- EN ONTGINNINGSGESCHIEDENIS 2</al><al>41 _ Paleolithicum 2</al><al>42 _ Mesolithicum en neolithicum 23</al><al>43 _ Bronstijd 28</al><al>44 _ IJzertijd 32</al><al>45 _ Romeinse tijd 36</al><al>4.6 _ Vroege middeleeuwen 38</al><al>47 _ Historische ontwikkeling (late middeleeuwen - nieuwe tijd) 43</al><al>471 _ Inleiding 43</al><al>472 _ De belangrijkste kernen 43</al><al>Landweren 48</al><al>Kastelen en havezaten 49</al><al>Ontginning van het buitengebied 59 48 erstoringen 60</al><al>5 _ DE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART 61</al><al>51 _ Inleiding 61</al><al>5.2 _ Analyse van bekende archeologische waarden 61</al><al>5.3 _ Archeologisch verwachtingsmodel 66</al><al>54 _ Kaartopbouw 67</al><al>55 _ Beperkingen 69</al><al>6 BELEIDSKADER 71</al><al>61 _ Verdrag van Valletta en wetswijzigingen 71</al><al>6.1.1 _ Algemeen 71</al><al>6.1.2 _ De Monumentenwet 1988 en WAMZ 71</al><al>6.2 _ Archeologie en ruimtelijke ordening 72</al><al>63 _ Gemeentelijk archeologiebeleid 73</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>64 _ Beleidsadviezen</al><al>6.4.1 _ Inleiding</al><al>642 _ AMK-terreinen</al><al>6.43 _ Gemeentelijke archeologische monumenten</al><al>6.4.4 _ Zones met een zeer hoge archeologische verwachting voor de ate middeleeuwen en</al><al>nieuwe tijd</al><al>6.4.5 _ Zones met een hoge archeologische verwachting</al><al>6.4.6 _ Zones met een middelhoge archeologische verwachting</al><al>6.4.7 _ Zones met een lage archeologische verwachting</al><al>648 _ Toevalsvondsten</al><al>6.5 _ Het archeologische traject</al><al>GERAADPLEEGDE LITERATUUR EN KAARTEN</al><al>Websites</al><al>BIJLAGEN</al><al>Bijlage 1 — overzicht van geologische en archeologische tijdvakken</al><al>Bijlage 2 — hoogtekaart met bodemverstoringen</al><al>Bijlage 3 — verklarende woordenlijst</al><al>Bijlage 4 — catalogus</al><al>a — catalogus AMK-terreinen</al><al>b — catalogus waarnemingen</al><al>c — catalogus historische erven 1500</al><al>d — catalogus meldingen heemkundeverenigingen</al><al>e — catalogus onderzoeksmeldingen</al><al>Bijlage 5 — archeologische waardenkaart</al><al>a - detailkaart historische kern Delden</al><al>b — detailkaart historische kern Diepenheim</al><al>c - detailkaart historische kern Goor</al><al>d - detailkaart historische kern Markelo</al><al>e - Gemeente Hof van Twente</al><al>Bijlage 6 — archeolandschappelijke eenhedenkaart</al><al>Bijlage 7 — archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart</al><al>73</al><al>73</al><al>74</al><al>76</al><al>76</al><al>77</al><al>78</al><al>78</al><al>79</al><al>80</al><al>85</al><al>87</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Samenvatting</al><al>In opdracht van de gemeente Hof van Twente heeft BAAC bv voor het gehele</al><al>grondgebied van de gemeente een archeologische inventarisatie uitgevoerd en</al><al>vervolgens een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart opgesteld. Op de</al><al>verwachtingskaart staan naast de reeds bekende archeologische waarden ook de te</al><al>verwachte archeologische waarden in de vorm van zones met een bepaalde trefkans.</al><al>Hiermee wordt een beeld verkregen waar archeologische sporen en vondsten in de</al><al>bodem aanwezig kunnen zijn. Door aan de verwachtingskaart beleidsadviezen te</al><al>koppelen, ontstaat een kaart die gebruikt zal worden om een archeologisch beleid te</al><al>kunnen voeren.</al><al>De archeologische verwachtingszones in de gemeente zijn bepaald door de</al><al>landschapskenmerken en de bekende archeologische waarden te koppelen, waarna</al><al>vervolgens aan elke archeolandschappelijke eenheid een archeologische verwachting</al><al>kan worden toegekend. De aanwezigheid van een bepaald landschapstype zegt</al><al>immers veel over de oorspronkelijke hoogteligging, de hydrologische situatie en de</al><al>bodemvruchtbaarheid: de drie factoren die bij de locatiekeuze van nederzettingen en</al><al>akkers in het verleden een belangrijke rol speelden.</al><al>De bekende archeologische en historische waarden zijn op de verwachtingskaart</al><al>opgenomen, omdat in de directe omgeving ervan archeologische resten in de bodem</al><al>aanwezig kunnen zijn. In de tabellen in de bijlagen is daartoe tevens aangegeven hoe</al><al>nauwkeurig de ligging van de waarden kon worden bepaald. De informatie over de op</al><al>de verwachtingskaart opgenomen bodemverstoringen is afkomstig van de provincie en</al><al>van gedetailleerde bodemkaarten. Daarnaast zijn ontgrondingen te herkennen uit de</al><al>sterke reliëfverschillen op de gedetailleerde hoogtekaart van de gemeente. Omdat</al><al>slechts sporadisch bekend is tot op welke diepte de bodem is verstoord, is alleen het</al><al>type verstoring op de verwachtingskaart opgenomen. Zonder vervolgonderzoek is niet</al><al>uit te sluiten dat er ter plaats van gesignaleerde bodemverstoringen nog onverstoorde</al><al>archeologische resten in de bodem aanwezig kunnen zijn. Aan de verwachtingszones</al><al>is vervolgens een beleidsadvies gekoppeld, resulterend in een archeologische</al><al>beleidsadvieskaart.</al><al>De archeologische beleidsadvieskaart kan als instrument worden gebruikt om bij de</al><al>keuze van toekomstige bouwlocaties de archeologie zoveel mogelijk te ontzien. In een</al><al>oogopslag is zichtbaar waar de kans het hoogst is om archeologische resten in de</al><al>bodem aan te treffen. Verder kan worden bepaald welke gebieden archeologisch</al><al>dienen te worden onderzocht bij de aanvraag van vergunningen voor werkzaamheden</al><al>die kunnen leiden tot verstoring van de bodem. Bij een hogere verwachting is eerder</al><al>archeologisch onderzoek noodzakelijk. De gemeente haakt hierbij aan bij het</al><al>provinciale beleid, omdat dit beleid een praktische insteek heeft. Kleine bodemingrepen</al><al>zijn hierbij over het algemeen vrijgesteld van onderzoek.</al><al>Tot slot wordt kort ingegaan op de onderliggende wetgeving. Uitgangspunt van de Wet</al><al>op de Archeologische Monumentenzorg is behoud van archeologische resten op de</al><al>locatie waar ze in de bodem voorkomen (in situ). De gemeente heeft een belangrijke</al><al>rol bij het behoud en beheer van ondergrondse archeologische resten. Zo is de</al><al>gemeente verplicht bij bodemingrepen rekening te houden met en inzicht te</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>verschaffen in zowel de bekende archeologische waarden als de te verwachten</al><al>archeologische resten. In de praktijk gebeurt dit door toetsing van aanvragen voor</al><al>bouw-, sloop- en aanlegvergunningen in het kader van de Woningwet, bij nieuwe</al><al>planologische ontwikkelingen en bestemmingsplanprocedures (projectbesluiten).</al><al>Ook wordt ingegaan op het stappenplan en de kwaliteitseisen voor de uitvoering van</al><al>archeologisch onderzoek. Archeologisch onderzoek mag alleen worden uitgevoerd</al><al>door bedrijven die over een opgravingsvergunning beschikken. Tot slot dient te worden</al><al>vermeld dat er een meldingsplicht bestaat bij het (onverwacht) aantreffen van</al><al>archeologische vondsten (buiten archeologisch onderzoek).</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>1</al><al>11</al><al>1.2</al><al>Figuur 1.1</al><al>' SIKB 2007</al><al>Inleiding</al><al>Aanleiding</al><al>In opdracht van de gemeente Hof van Twente heeft BAAC bv (onderzoeks- en</al><al>adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuurhistorie en Cultuurhistorie)</al><al>een archeologische inventarisatie uitgevoerd, waarna een archeologische</al><al>verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de gemeente is opgesteld. Aanleiding is de</al><al>Wet op de Archeologische Monumentenzorg. Deze wet, die op 1 september 2007 van</al><al>kracht is geworden, geeft aan dat de gemeente inzicht dient te hebben in de (te</al><al>verwachten) archeologische waarden binnen haar grondgebied. Tevens is het voor de</al><al>gemeente gewenst om bij geplande bodemingrepen en wijzigingen in</al><al>bestemmingsplannen de archeologie al in een vroeg stadium bij de planvorming te</al><al>kunnen betrekken. Hiertoe is het hebben van een gemeentelijk archeologiebeleid</al><al>essentieel. Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door een subsidie van de</al><al>provincie Overijssel.</al><al>Doelstelling</al><al>Het doel van onderhavig onderzoek is inzicht te krijgen in de aanwezige</al><al>archeologische waarden én in de kans dat archeologische resten in de ondergrond</al><al>aanwezig zijn binnen de gemeentegrenzen van Hof van Twente om zo te kunnen</al><al>komen tot een goed onderbouwd gemeentelijk archeologiebeleid.</al><al>Waar van toepassing is het onderzoek uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm</al><al/><al>Nederlandse</al><al/><al>Archeologie (KNA), versie 3.1°.</al><al/><al/><al>E</al><al>_ Rijssen</al><al/><al>Holten</al><al/><al/><al>Hof van Twente</al><al/><al>E</al><al/><al/><al>Haaksbergen</al><al>4</al><al>_</al><al>Het grondgebied van de gemeente Hof van Twente (Hof van Twente, 2009)</al><al/><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>1.3</al><al>14</al><al>Ligging van het gebied</al><al>Het onderzoeksgebied betreft het gehele grondgebied van de gemeente Hof van</al><al>Twente en beslaat een oppervlakte van circa 21.850 ha. Figuur 1.1 geeft het</al><al>gemeentelijk grondgebied weer, inclusief de ligging van de verschillende kernen. De</al><al>belangrijkste kernen binnen de gemeente zijn Delden, Diepenheim, Goor en Markelo.</al><al>Daarnaast is sprake van een aantal kleinere kernen, waaronder Hengevelde en</al><al>Bentelo. De gemeente grenst aan de gemeenten Rijssen-Holten, Wierden, Almelo,</al><al>Borne, Hengelo, Haaksbergen, Berkelland en Lochem. De gemeenten Rijssen-Holten,</al><al>Almelo, Borne, Hengelo en Berkelland beschikken reeds over een gemeentelijke</al><al>archeologische verwachtingskaart.</al><al>Leeswijzer</al><al>In onderliggende rapportage staan de resultaten van het onderzoek beschreven. Na dit</al><al>inleidende hoofdstuk is een hoofdstuk gewijd aan de onderzoeksopzet. Vervolgens</al><al>wordt ingegaan op de inhoudelijke achtergrond van de landschappelijke ontwikkeling</al><al>van het gebied (hoofdstuk 3), de bewoningsgeschiedenis (hoofdstuk 4) en het</al><al>verwachtingsmodel in hoofdstuk 5 en het beleidskader in hoofdstuk 6. Ten slotte is er</al><al>een lijst met de geraadpleegde bronnen zoals literatuur, kaartmateriaal en websites.</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>2</al><al>21</al><al>22</al><al>Onderzoeksopzet</al><al>Inleiding</al><al>Om tot een gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart te</al><al>komen is het onderzoek opgesplitst in een aantal fasen.</al><al>In de eerste fase is een inventarisatie gemaakt van de landschappelijke opbouw.</al><al>Gelijktijdig met de landschappelijke inventarisatie zijn de bekende archeologische</al><al>waarden geïnventariseerd (fase 2). Hierbij is gekeken naar de huidige kennis en</al><al>kennislacunes van de verschillende archeologische perioden en de relatie met de</al><al>grotere (archeo-) regio. Op basis van deze inventariserende fasen is een</al><al>archeolandschappelijke eenhedenkaart vervaardigd. Vervolgens heeft een</al><al>veldinspectie plaatsgevonden (fase 3).</al><al>Op basis van de relatie tussen landschappelijke ligging en de locatie van</al><al>archeologische waarden, gecombineerd met locatiekeuzefactoren, is een</al><al>archeologische verwachtingskaart opgesteld (fase 4). Vervolgens is aan de</al><al>verschillende verwachtingseenheden een bepaald advies gekoppeld, waarmee een</al><al>archeologische beleidsadvieskaart is ontstaan (fase 5). In de navolgende paragrafen</al><al>wordt per fase een uitgebreide beschrijving van de werkwijze weergegeven.</al><al>Landschappelijke inventarisatie</al><al>In fase 1 is de ontwikkeling van het landschap door de tijd heen geanalyseerd. Immers,</al><al>tot aan de Middeleeuwen was het nederzettingspatroon en het landgebruik in de</al><al>omgeving voor een belangrijk deel gekoppeld aan de landschappelijke</al><al>omstandigheden.</al><al>Het landschap is geanalyseerd door gegevens van de bodemkaart?, geomorfologische</al><al>kaart? en een gedetailleerd hoogtemodel (AHN) te combineren. Verder is gebruik</al><al>gemaakt van gedetailleerde bodemkaarten van het gebied.</al><al>Voor gebieden die ten tijde van de bodemkartering bebouwd waren, zijn sommige</al><al>bodemgegevens niet voorhanden. Voor deze zones zijn de gegevens geëxtrapoleerd</al><al>en zo nodig aangevuld op basis van historische kaarten en het hoogtemodel.</al><al>Bij de inventarisatie van mogelijke bodemverstoringen binnen de gemeente is gebruik</al><al>gemaakt van een drietal bronnen.</al><al>e ontgrondingsvergunningen: De locaties met ontgrondingen zijn gebaseerd op</al><al>verleende ontgrondingsvergunningen van de provincie Overijssel. Een</al><al>dergelijke vergunning is in principe verplicht bij afgraving van minimaal 500 m</al><al>grond. Bij de ontgrondingsvergunningen is echter geen informatie voorhanden</al><al>of de ontgronding ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden of over de diepte</al><al>van ontgronding. Een ontgrondingsvergunning wordt veelal aangevraagd in het</al><al>kader van grootschalige ontzandingen, maar ook bij het diepploegen van</al><al>landbouwpercelen;</al><al>« bodemkaart / geomorfologische kaart: Op de diverse kaarten staan diverse</al><al>soorten bodemverstoringen aangegeven. Zo is aangegeven in welke gebieden</al><al>het veen is afgegraven ten behoeve van de turfwinning en welke percelen</al><al>vergraven zijn bij de ruilverkavelingen;</al><al>° Stiboka, 1983</al><al>° Alterra, 2008</al><al>* Ruilverkavelingsgebied Holten-Markelo: Van der Hurk, 1967; Landinrichtingsgebied Diepenheim: Van der Wertf 1997</al><al>9</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>23</al><al>24</al><al>25</al><al>e Actueel Hoogtebestand Nederland: Op het AHN zijn percelen met onnatuurlijke</al><al>lineaire of rechthoekige structuren zichtbaar die lager liggen dan omringende</al><al>percelen. Dit betekent dat de bodem in dergelijke percelen afgegraven of</al><al>geëgaliseerd is.</al><al>Archeologische inventarisatie</al><al>Op basis van de bekende gegevens is een overzicht gemaakt van bekende</al><al>archeologische vindplaatsen en vondstmeldingen. Hiervoor zijn diverse bronnen</al><al>geraadpleegd, waaronder het ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) van de</al><al>Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en gegevens uit de literatuur. Tevens is</al><al>er contact geweest met lokale amateurarcheologen, verenigd in diverse historische</al><al>verenigingen.° Bij aanvang van het project is een bijeenkomst georganiseerd met de</al><al>verenigingen. Aan de verenigingen zijn topografische kaarten verstrekt met het verzoek</al><al>gegevens aan te vullen. De aangeleverde gegevens zijn verwerkt in het rapport en op</al><al>de kaarten. Tevens is de verenigingen de mogelijkheid geboden commentaar te</al><al>leveren op het conceptrapport en kaartmateriaal.</al><al>Op basis van historische bronnen en historisch kaartmateriaal zijn de verwachte</al><al>archeologische vindplaatsen geïnventariseerd. Hierbij gaat het om prehistorische tot</al><al>middeleeuwse bewoningsporen en verder om laat- en post-middeleeuwse elementen</al><al>en gebouwen. Hieronder vallen ook eventuele oude dorpskernen in het buitengebied,</al><al>oude hoeven en erven, waterstaatkundige werken, kloosters, sluis- of damcomplexen,</al><al>versterkte huizen, et cetera. Oude kaarten en rapporten die gebruikt zijn:</al><al>« de digitale versie van de oudste kadastrale kaarten (‘kadastrale minuten’) uit de</al><al>periode 1817-1832, (Historisch Centrum Overijssel);</al><al>e oude topografische kaarten (voor zover beschikbaar en relevant);</al><al>e Bonnekaarten uit de periode 1860-1940;</al><al>e archeologische rapporten van BAAC en andere bedrijven.</al><al>Veldinspectie</al><al>Na vervaardiging van de archeolandschappelijke eenhedenkaart vond een</al><al>veldinspectie plaats, waarbij aan de hand van de kaart het gebied visueel (met name</al><al>steilranden, reliëf en natuurlijke grenzen) is gecontroleerd. Er zijn geen boringen</al><al>uitgevoerd, aangezien er geen grote onduidelijkheden waren.</al><al>De archeolandschappelijke eenhedenkaart</al><al>De verschillende landschappelijke eenheden zoals dekzandruggen, -vlakten en</al><al>beekdalen vormen de ondergrond van de archeolandschappelijke eenhedenkaart.</al><al>De archeologische en relevante cultuurhistorische gegevens zijn op deze ondergrond</al><al>geprojecteerd, waarbij elke archeologische vindplaats dan wel historisch relict</al><al>genummerd is. De gegevens zijn eveneens verzameld in een database. Op deze</al><al>manier ontstaat er een gedetailleerde kaart waarop de bekende archeologische</al><al>waarden, de daarmee samenhangende cultuurhistorische relicten en de reconstructie</al><al>van het oorspronkelijke landschap staan aangegeven. Vervolgens is de relictenkaart</al><al>aangevuld met tal van archeologische en cultuurhistorische gegevens, bestaande uit:</al><al>° De historische verenigingen: Stichting Historisch Goor, Vereniging Old Deep'n Diepenheim, Historisch</al><al>Centrum Hof van Twente, Stichting Heemkunde Markelo, Vereniging heemkunde Ambt Delden en Stichting</al><al>De Hofmarken</al><al>10</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>26</al><al>e Archeologische monumenten en terreinen met een bepaalde archeologische</al><al>waarde. Deze terreinen staan op de Archeologische Monumentenkaart (AMK);</al><al>e Archeologische vindplaatsen, achterhaald met behulp van ARCHIS (uit het</al><al>Centraal Archeologisch Archief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed);</al><al>e Bebouwingszones rond 1830, gebaseerd op de kadastrale kaart uit 1830 (Bron:</al><al>Historisch Centrum Overijssel);</al><al>e Cultuurhistorische relicten. Deze zijn gebaseerd op:</al><al>o Oude (topografische) kaarten. Er zijn vele oude kaarten van het gebied.</al><al>Naast de bovengenoemde kadastrale kaart uit omstreeks 1832 en de</al><al>topografische kaart uit 1850 zijn ook kaarten uit andere perioden</al><al>onderzocht;</al><al>o De Cultuurhistorische Atlas Overijssel (CHW). Op deze kaart staan</al><al>gegevens over cultuurhistorische relicten;</al><al>o Aangeleverde gegevens van de diverse historische verenigingen</al><al>o Literatuurstudie: een deel van de relicten is achterhaald door het</al><al>bestuderen van literatuur. Met behulp van (oude) topografische kaarten</al><al>worden zij vervolgens opgespoord.</al><al>De archeolandschappelijke eenhedenkaart is vervaardigd met een kaartschaal</al><al>1:10.000 en bestaat uit de volgende kaartlagen:</al><al>« archeologische monumenten (weergegeven met gebruikelijke kleuren);</al><al>e archeologische onderzoeksmeldingen;</al><al>e bekende archeologische locaties, weergegeven naar complextype (symbool) en</al><al>archeologische periode (kleur);</al><al>e historische elementen naar categorie (symbool) zijn allen weergegeven met</al><al>zwarte kleur;</al><al>e landschappelijke eenheden (stuwwal, grondmorenerug, dekzandrug, -vlakte,</al><al>etc.).</al><al>De archeologische verwachtingskaart</al><al>Archeologische vindplaatsen liggen niet willekeurig verspreid door het landschap, maar</al><al>blijken veelal te liggen in landschappelijke zones die in het verleden geschikt waren</al><al>voor bewoning. Hierdoor zijn gebieden aan te wijzen waar veel archeologische</al><al>vindplaatsen dicht bij elkaar liggen, terwijl in andere gebieden tot op heden nauwelijks</al><al>archeologische resten zijn gevonden.</al><al>Op basis van kennis over de relatie tussen het nederzettingspatroon en het landschap</al><al>in het verleden kunnen voorspellingen worden gedaan over de plaatsen waar</al><al>nederzettingen aangetroffen kunnen worden. Dergelijke voorspellingen zijn vooral</al><al>belangrijk voor de perioden tot de Late Middeleeuwen, waarvoor historische bronnen</al><al>(zeer) schaars zijn of ontbeken en cartografische bronnen geheel ontbreken. Dit heeft</al><al>geleid tot een archeologische verwachtingskaart met schaal 1:10.000 waarbij</al><al>vlakdekkend en op perceelniveau zichtbaar is welke archeologische verwachting er</al><al>geldt voor een bepaald terrein. Deze verwachting is een weergave van het</al><al>verwachtingsmodel dat op basis van de voorgaande fasen is opgesteld. Het verschil in</al><al>de verschillende verwachtingszones is een verschil in dichtheid aan te verwachten</al><al>archeologische vindplaatsen. In een zone met een hoge archeologische verwachting</al><al>is, op basis van de huidige kennis binnen de archeologische wetenschap, een grotere</al><al>dichtheid aan archeologische vindplaatsen te verwachten dan in zones met een lage</al><al>verwachting.</al><al>11</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>27</al><al>De verwachtingskaart bestaat uit de volgende kaartlagen:</al><al>1. Terreinen en puntlocaties waar archeologische resten al zijn vastgesteld;</al><al>2. Archeologische verwachtingslaag;</al><al>3. Terreinen waar de eventueel aanwezige archeologische resten mogelijk zijn</al><al>verstoord of opgeruimd door bodemingrepen in het verleden.</al><al>De archeologische beleidsadvieskaart</al><al>Aan zowel deze bekende archeologische waarden als de verwachtingszones (bv.</al><al>middelhoge verwachting) is in fase 5 een beleidsadvies gekoppeld, resulterend in een</al><al>beleidsadvieskaart.</al><al>De beleidsadviezen zijn gekoppeld aan de verschillende eenheden op de</al><al>archeologische verwachtingskaart, zodat een archeologische beleidsadvieskaart</al><al>ontstaat.</al><al>12</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>3</al><al>341</al><al>32</al><al>Landschappelijke ontwikkeling</al><al>Algemeen</al><al>De gemeente Hof van Twente ligt in het oostelijke dekzandgebied. Binnen het gebied</al><al>komen stuwwallen, hellingafzettingen, smeltwaterafzettingen, dalen, dekzand- en</al><al>stuifzandafzettingen voor’. Daarnaast komen in het gebied moerige tot venige gronden</al><al>voor’. De afzettingen die zich momenteel aan de oppervlakte bevinden, zijn gevormd</al><al>en afgezet in het Pleistoceen en het Holoceen (zie bijlage 1).</al><al>Geologische en geomorfologische ontwikkeling</al><al>3.2.1 Pleistoceen</al><al>In het Pleistoceen bereikte het landijs ons land gedurende de Saalien ijstijd (van circa</al><al>370.000 tot 130.000 v. Chr.). Aan de rand van de ijslobben werden oudere afzettingen</al><al>door de druk van het ijs opgestuwd tot stuwwallen. De ijslobben hadden een dikte van</al><al>minimaal 225 m.° Binnen de gemeente bevinden zich diverse stuwwallen, zoals in de</al><al>omgeving van Markelo de Markelose berg, Kattenberg, Herikerberg en de</al><al>Dingspelerberg, De Hulpe en de Hemmel. Ten westen van Elsen bevindt zich de</al><al>Friezenberg. Ook ten noordwesten van Delden bevindt zich een stuwwal. De</al><al>ijsuitbreiding in het Saalien gebeurde in fases. De gehele gemeente is bedekt geweest</al><al>met landijs. Door de verschillende ijsuitbreidingsfases zijn de stuwwallen plaatselijk</al><al>overreden.</al><al>Het landijs nam puin en grind met zich mee. Door het uitsmelten van puin uit het landijs</al><al>in combinatie met kleiig/siltig materiaal dat door het schuiven van het ijs over de</al><al>ondergrond ontstond, werd keileem gevormd. Keileem® is ook afgezet op de</al><al>stuwwallen (Formatie van Drenthe).'° Door verwering en erosie is deze echter ter</al><al>plaatse van de hoge stuwwallen grotendeels verdwenen.!! In de lagere terreindelen is</al><al>nog wel keileem aanwezig. Keileem is relatief ondoorlatend en heeft een grote invloed</al><al>op de grondwaterstanden. De stuwwallen bij Hengevelde en Delden bestaan</al><al>grotendeels uit overreden keileem. Rondom Markelo bestaan de stuwwallen uit</al><al>gestuwde onder-pleistocene, midden-pleistocene en tertiaire formaties, uit keileem en</al><al>uit fluvioglaciale afzettingen.’? Deze laatste betreffen afzettingen die zijn afgezet door</al><al>smeltwater.</al><al>Bij het afsmelten van het landijs ontstond ruimte tussen de ijsmassa zelf en de</al><al>stuwwal. Smeltwater en het sediment dat door het smeltwater werd getransporteerd</al><al>vulde deze ruimtes op, waardoor smeltwaterstromen aan de randen van de ijslob</al><al>ontstonden (zie afbeelding 3.1).'° Nadat het landijs volledig gesmolten was, bleef het</al><al>sediment dat door de smeltwaterstromen werd verplaatst in het landschap achter in de</al><al>vorm van smeltwaterterrassen, -heuvels en -glooïngen (Laagpakket van</al><al>Schaarsbergen van de Formatie van Drenthe).</al><al>© Alterra 2007, Van Dodewaard en Kiestra 1990, Van de Hurk 1967, Stiboka 1983</al><al>7 Van Dodewaard en Kiestra 1990, Van de Hurk 1967, Stiboka 1983</al><al>° Berendsen 1998</al><al>* Laagpakket van Gieten van de Formatie van Drenthe, De Mulder et al. 2003</al><al>'° De Mulder et al. 2003.</al><al>|! Stiboka 1983</al><al>'2 TNO 2000.</al><al>° Alterra 2007 en Van de Hurk 1967</al><al>13</al><al/><al/><al/><al/><al>BAAC bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Voorbeelden van smeltwaterheuvels zijn de Friezenberg en de Apenberg, terwijl de</al><al>Borkeld een voorbeeld is van een smeltwaterterras.</al><al>Hoogte in m</al><al>. E</al><al>1</al><al>'—\XL \ . ATïs 7DE05 2 Stognerendij</al><al>b Vorm ontstaan na afsmelten van het s</al><al>E Smeltwateratzetingen</al><al>Gestuwde atzettingen</al><al>Figuur3.1 _ Schematische voorsteliing van het ontstaan van een smeltwaterterras waarbij met E3 de momenteel nog</al><al>in het terrein aanwezige smeltwaterterassen, -heuvels en -glooiingen worden aangegeven!*</al><al>Tijdens de Weichselien ijstijd (van circa 115.000 tot 11.755 jaar geleden) bereikte het</al><al>landijs Nederland niet. Wel heersten er periglaciale condities. De ondergrond was</al><al>permanent bevroren en door het koude en droge klimaat was er weinig vegetatie.</al><al>Doordat de ondergrond bevroren was, moest sneeuwsmeltwater en regenwater</al><al>oppervlakkig afstromen. Hierdoor werden op de hellingen van de stuwwal</al><al>smeltwaterdalen gevormd. Veel van deze dalen hebben een asymmetrische vorm.</al><al>Deze vorm is ontstaan doordat de permafrost op de zuidelijke helling eerder ontdooide</al><al>dan de schaduwrijke noordelijke hellingen. De ontdooide bodem kon makkelijker</al><al>eroderen en afglijden dan de bevroren helling en hierdoor ontstond aan de zonkant een</al><al>flauwere en langere helling.'®</al><al>Onderaan de smeltwaterdalen werd het door het smeltwater geërodeerde materiaal in</al><al>een waaiervorm afgezet.'° Dergelijke puinwaaiers zijn aanwezig ten westen van</al><al>Markelo en Elsen en ten noorden van Delden ter hoogte van Elbertsbosch.</al><al>In het Midden-Weichselien ontstond door het oppervlakkig afstromende sneeuw- en</al><al>smeltwater tussen de stuwwallen een stelsel van beken en riviertjes. Door de beken en</al><al>riviertjes werden fluvioperiglaciale afzettingen afgezet die bestaan uit fijn tot grof zand,</al><al>grind, leemlagen en veenbandjes.'7</al><al>Door het koele en droge klimaat kon lokaal zand gemakkelijk door de wind worden</al><al>verplaatst. Dit zand werd als dekzand op de fluvioperiglaciale smeltwaterafzettingen en</al><al>tegen de randen van de stuwwal afgezet.'®</al><al>Binnen de gemeente is dekzand aanwezig in de vorm van dekzandruggen,</al><al>dekzandvlaktes en gordeldekzand. Gordeldekzand is dekzand dat als een gordel rond</al><al>lokale hoogtes zoals de stuwwalresten is afgezet. Gordeldekzand is aanwezig aan de</al><al>voet van onder andere de Friezenberg, Herikerberg, Markelerberg, de stuwwal van</al><al>Delden en ten zuiden van Bentelo.</al><al>1* tiboka/RGD 1977</al><al>'* Berendsen 1998</al><al>1$ Laagpakket van Schaarsbergen van de Formatie van Drenthe, De Mulder et al. 2003</al><al>17 Laagpakket van Singraven van de Formatie van Boxtel, De Mulder et al. 2003</al><al>18 Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel, De Mulder et al. 2003</al><al>14</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Dekzandvlaktes kunnen zijn ontstaan doordat het dekzand min of meer vlak is afgezet,</al><al>of doordat het dekzand is verspoeld. Deze verspoeling kan reeds in het Weichselien</al><al>hebben plaatsgevonden. Na de verspoeling kan weer enige verstuiving plaatsvinden.'°</al><al>Binnen het gebied kunnen de dekzandvlaktes ook zijn ontstaan doordat de lagere</al><al>terreindelen met veen bedekt zijn en de hogere delen afgegraven of geëgaliseerd. In</al><al>de dekzandafzettingen zijn duinvormen aanwezig. Indien deze afzonderlijk als rug te</al><al>onderscheiden zijn, dan zijn deze op de landschapseenhedenkaart opgenomen als</al><al>dekzandrug. Indien meerdere welvingen en hoogteverschillen voorkomen, dan is dit op</al><al>de kaart opgenomen onder de eenheden dekzandruggen en gordeldekzandwelvingen.</al><al>3.2.2 Holoceen</al><al>In het Holoceen (vanaf circa 8000 v. Chr.) verbeterde het klimaat. De permafrost</al><al>ontdooide en het regen- en smeltwater kon weer in de bodem trekken. De</al><al>smeltwaterdalen kwamen hierdoor droog te staan.</al><al>Doordat de in de ondergrond aanwezige keileem ondoorlatend is, wordt de waterafvoer</al><al>belemmerd. Ook dekzandruggen blokkeren plaatselijk de ontwatering. Plaatselijk</al><al>zorgen schijngrondwaterstanden en kwelwater voor vochtige omstandigheden.</al><al>Daarnaast steeg door het afsmelten van het landijs uit het Weichselien de zeespiegel</al><al>en daarmee de grondwaterspiegel. Reeds vanaf het begin van het Holoceen groeit er</al><al>veen in het dal van de Regge (De Mulder et al. 2003). Vanaf het Laat-Atlanticum (circa</al><al>5100 jaar BP) wordt door de vochtige lokale omstandigheden en slechte afwatering</al><al>ook elders veen gevormd binnen de gemeente zoals in het gebied ten westen van</al><al>Markelo en Stokkum, maar ook ter hoogte van Herikervlier, het dal van de Holtdijksche</al><al>beek en in het Elsener- en Deldenerbroek.</al><al>Het veen breidde zich vanuit depressies in het landschap uit naar de omliggende</al><al>gebieden. Het veen wordt gerekend tot het Laagpakket van Griendtsveen van de</al><al>Formatie van Nieuwkoop. Het veen is vanaf de 18° eeuw voornamelijk in</al><al>markeverband afgegraven voor turfwinning.2</al><al>Het gebied is in de loop der tijd ontwaterd door het graven en rechttrekken van</al><al>verschillende waterlopen zoals de Regge, Holtdijkssche beek, de Schipbeek,</al><al>Bolksbeek, Buurserbeek en Hagmolenbeek.?'</al><al>Tot het moment dat de mens zich met de waterafvoer ging bemoeien, werd door de</al><al>beken bij overstromingen in de lage terreindelen beekklei afgezet waarbij</al><al>leekeerdgronden zijn ontstaan.?2 Binnen de gemeente bevinden dergelijke gronden</al><al>zich alleen ter hoogte van Ziethoverhoek (ten westen van Delden).?° Het laaggelegen</al><al>gebied ten noordoosten van Goor lag in het verleden binnen het overstromingsbereik</al><al>van de Boven Regge en de Bolscherbeek.</al><al>Door verschraling van de grond kon in het dekzandgebied opnieuw verstuiving</al><al>plaatsvinden. Verschraling van de grond kan optreden door boskap, het steken van</al><al>heideplaggen en door overbeweiding. Secundaire verstuivingen van dekzand zijn</al><al>bekend vanaf de Bronstijd, maar vonden voornamelijk in de Middeleeuwen plaats. In</al><al>de secundair verstoven zanden (Laagpakket van Kootwijk van de Formatie van Boxtel)</al><al>zijn duinvormen en uitblazingslaagtes aanwezig. De secundair verstoven dekzanden</al><al>'° tiboka/RGD 1977</al><al>® Stiboka 1983</al><al>?! Stiboka 1979</al><al>? Laagpakket van Singraven van de Formatie van Boxtel, De Mulderet al. 2003</al><al>® Stiboka 1979</al><al>15</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>3.3</al><al>* Spek 2004</al><al>zijn op de landschapseenhedenkaart opgenomen als stuifduinen en komen plaatselijk</al><al>voor bij De Borkeld.</al><al>Landschap, bodem en de relatie met de archeologie</al><al>3.3.1 Inleiding</al><al>De bodemopbouw is sterk gerelateerd aan het landschap waar men zich bevindt. De</al><al>afzettingen waarin de bodem is gevormd (moedermateriaal) en de grondwaterstand</al><al>hebben grote invloed op de bodemvorming. De verspreiding van archeologische</al><al>vindplaatsen vertoont over het algemeen ook een duidelijke relatie met het landschap</al><al>en de bodemgesteldheid. Bewoning vindt voornamelijk plaats op de hoger gelegen en</al><al>daarmee drogere delen van het landschap. In de periode dat de mensen als jagers en</al><al>verzamelaars leefden (paleolithicum tot neolithicum, bijlage 1) vormden overgangen in</al><al>het landschap gunstige bewoningslocaties, vanwege de aanwezige biodiversiteit. In de</al><al>periode dat mensen als landbouwers leefden (neolithicum tot en met nieuwe tijd), was</al><al>naast de beschikbaarheid van water ook de natuurlijke bodemvruchtbaarheid belangrijk</al><al>voor locatiekeuze en de meer permanente vestiging van nederzettingen. Binnen het</al><al>gebied komen voornamelijk zandgronden voor. Plaatselijk zijn deze afgedekt met veen.</al><al/><al>3.3.2 Zandgronden</al><al>Podzolgronden</al><al>Op de grofzandige tot grindige smeltwaterafzettingen, de stuwwal, de</al><al>hellingafzettingen langs de stuwwal en de fijnere dekzandafzettingen komen van</al><al>nature podzolgronden voor. Podzolering is een proces waarbij zwakke humuszuren</al><al>uitgespoeld worden naar diepere lagen. Het ijzer dat in het zand aanwezig is, wordt</al><al>door deze zuren opgelost en naar een dieper niveau meegevoerd. Hierdoor ontstaat</al><al>een grijze uitspoelingslaag (E-horizont) en op een dieper niveau een (rood)bruine</al><al>inspoelingslaag (Bhs-horizont). Bij een intact bodemprofiel van een podzolbodem</al><al>worden eventuele archeologische resten verwacht binnen 50 cm beneden maaiveld.</al><al>Door de slechte afwatering en de daarmee samenhangende hoge grondwaterstanden</al><al>zijn ter plaatse van dekzandvlaktes en de voet van de stuwwallen veldpodzolbodems</al><al>aanwezig. Veldpodzolgronden hebben een lage bodemvruchtbaarheid en zijn relatief</al><al>natte bodems met een hoge grondwaterstand.%*</al><al>Ter plaatse van de stuwwal komen voornamelijk drogere haarpodzolgronden en</al><al>plaatselijk holtpodzolgronden voor. Haarpodzolgronden zijn droge, arme en daardoor</al><al>relatief onvruchtbare zandgronden. Holtpodzolgronden zijn lemiger dan haar- en</al><al>veldpodzolgronden en daardoor vruchtbaarder. Op de Herikerberg bevindt zich een</al><al>grote zone met holtpodzolgronden. In zones met holtpodzolgronden worden over het</al><al>algemeen meer nederzettingen aangetroffen dan op armere gronden</al><al>Enkeerdgronden en laarpozolgronden</al><al>In de Late Middeleeuwen ging men akkers bemesten met bosstrooisel of heideplaggen</al><al>die met potstalmest doordrenkt waren. Zo ontstond na verloop van tijd een</al><al>ophoogpakket (esdek) bestaande uit humeus zand. Indien dit ophoogpakket dikker is</al><al>dan 50 cm, dan is sprake van een enkeerdgrond. Onder het esdek kunnen de</al><al>oorspronkelijke podzolbodem of oude in cultuur gebrachte gronden nog begraven</al><al>aanwezig zijn.</al><al>16</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Aan de voet van de diverse stuwwallen zijn grote escomplexen aanwezig, zoals bij</al><al>Markelo, maar ook op de noordhelling van de Herikerberg, in de omgeving van Elsen</al><al>en op de stuwwal van Delden. In het dekzandgebied is bijna elke dekzandrug afgedekt</al><al>met een esdek.</al><al>Een esdek biedt bescherming aan eventuele archeologische resten uit de perioden</al><al>voor de late middeleeuwen die in de top van het originele dekzandprofiel aanwezig zijn.</al><al>Archeologische resten zijn te verwachten aan de basis van het esdek en in de top van</al><al>de mogelijk nog aanwezige onderliggende bodem of een cultuurlaag.</al><al/><al>Gronden waar een esdek aanwezig is met een dikte tussen de 30 en 50 centimeter</al><al>worden laarpodzolgronden genoemd als de van nature aanwezige bodem een</al><al>veldpodzolgrond is. Laarpodzolgronden zijn in het gebied aan te treffen op de top van</al><al>de Hemmel en de Hulpe, in de omgeving van Pothoek en tevens op de welvingen in</al><al>het dekzandgebied.</al><al>Beekeerdgronden</al><al>Ter plaatse van de lage delen van de dekzandvlakte ten westen van Markelo, rond</al><al>Diepenheim/Hengevelde, tussen het Elsenerbroek en Deldenerbroek en in het dal van</al><al>de diverse beeklopen is op de bodemkaart een beekeerdgrond aangegeven.</al><al>Beekeerdgronden zijn kenmerkend voor gebieden met een hoge grondwaterstand,</al><al>waardoor de organische stof in de humushoudende bovengrond minder snel wordt</al><al>afgebroken. Door de aanvoer van organische stof ontstaat na verloop van tijd een</al><al>bodem met een matig dik humeus dek (15-30 cm). De beekeerdgronden bevatten</al><al>roestvlekken tot in de bovengrond. De aanwezigheid van roestvlekken duidt op een</al><al>(zeer) slechte ontwateringstoestand van de ondergrond van deze bodem en dus op</al><al>periodieke wateroverlast. In de laagste delen van het landschap is de kans op de</al><al>aanwezigheid van archeologische nederzettingen daarom klein.</al><al>In beekdalen, zoals die van de Regge, zijn echter juist bijzondere resten te</al><al>verwachten?, met name in overgangszones waar direct naast het beekdal een</al><al>dekzandrug ligt. Hierbij moet gedacht worden aan bijvoorbeeld kortstondig gebruikte</al><al>kampementen van jagers en verzamelaars*®, voorden en bruggen, depotvondsten,</al><al>dumpplaatsen van nederzettingsafval en voorzieningen voor de visvangst. De vochtige</al><al>bodemgesteldheid zorgt er voor dat eventuele archeologische resten goed</al><al>geconserveerd blijven. Juist langs de Regge dient dus rekening te worden gehouden</al><al>met dergelijke archeologische resten.</al><al>Gooreerdgronden</al><al>Ter plaatse van de dekzandvlakte ter hoogte van het Markelosche Broek en enkele</al><al>versnipperde locaties zoals een zone ten oosten van Hengevelde komen</al><al>gooreerdgronden voor. Gooreerdgronden zijn net als de beekeerdgronden kenmerkend</al><al>voor gebieden met een hoge grondwaterstand. Gooreerdgronden verschillen met de</al><al>beekeerdgronden door de iets minder lage ligging in het landschap, waardoogr geen</al><al>roestvlekken in de bovengrond aanwezig zijn. Net als bij de beekeerdgronden is de</al><al>kans op de aanwezigheid van archeologische nederzettingen klein. De vochtige</al><al>bodemgesteldheid zorgt er voor dat eventueel aanwezige archeologische resten goed</al><al>geconserveerd blijven.</al><al>® Gerritsen en Rensink 2004</al><al>® Deeben e al, 2005</al><al>17</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Duin- en vlakvaaggronden Voor de stuifzanden in de omgeving van De Borkeld zijn op de bodemkaart?7 duin- en</al><al>vlakvaaggronden aangegeven. Duinvaaggronden zijn jonge bodems en hebben een</al><al>zeer dunne humushoudende bovengrond (A-horizont tot 10 cm) die op het nog weinig</al><al>door bodemvorming veranderde moedermateriaal ligt (het gele zand: C-horizont).</al><al>Vlakvaaggronden verschillen van de duinvaaggronden door de aanwezigheid van een</al><al>hoge grondwaterstand, zodat roest en grijze vlekken kunnen voorkomen.</al><al>Archeologische resten kunnen in zowel een duin- als vlakvaaggrond bij een intact</al><al>bodemprofiel in theorie worden verwacht op of binnen 30 cm beneden maaiveld.</al><al>Vanwege de jonge leeftijd van deze bodems is dat vaak niet het geval. Door de ligging</al><al>in een stuifzandgebied dient echter rekening te worden gehouden met verschillende</al><al>sedimentatiefasen, waarbij oudere bodems (en dus leefniveaus) kunnen zijn afgedekt</al><al>met jongere stuifzanden. Onder een vondstloze C-horizont van een duinvaaggrond</al><al>kunnen nog begraven bodems met bewoningssporen en/of oudere vondstniveaus</al><al>voorkomen. Indien archeologische resten overstoven zijn, dan biedt het stuifzanddek</al><al>bescherming tegen invloeden van bovenaf, wat de conservering van archeologische</al><al>resten ten goede komt.</al><al>3.3.3 Veengronden</al><al>Veengronden ontstaan in de laagste delen van het landschap met een permanent hoge</al><al>grondwaterstand. Ook in zones met een slechte afwatering kunnen veengronden</al><al>ontstaan. Afhankelijk van de dikte van het moerige materiaal is sprake van een</al><al>moerige grond?® of van een veengrond.?®</al><al>Binnen het plangebied komen veengronden voor ten noordwesten, noordoosten en</al><al>zuidoosten van de stuwwal bij Markelo. Ten noorden van Delden komt daarnaast veen</al><al>voor in een aantal beekdalen.</al><al>Daar waar het veen over hoger gelegen delen van het landschap is gegroeid, kan</al><al>onder het veen nog de voormalige podzolbodem aanwezig zijn. Indien dit binnen 120</al><al>cm beneden maaiveld is, is dit als zodanig in de bodemclassificatie weergegeven.</al><al>Tot aan de ontwatering en veenontginning waren de veengebieden vanwege de</al><al>natheid van het landschap niet tot weinig geschikt voor bewoning. De kans op de</al><al>aanwezigheid van archeologische resten van nederzettingen in het veengebied uit de</al><al>periode Neolithicum tot en met de Middeleeuwen en/of Nieuwe tijd is daardoor klein.</al><al>Dit betekent echter niet dat in het veengebied geen archeologische resten aanwezig</al><al>kunnen zijn. In het veengebied kunnen kuppelpaden, rituele deposities en losse</al><al>vondsten gerelateerd aan de jacht en houtkap aanwezig zijn. De bodemgesteldheid</al><al>zorgt ervoor dat eventuele archeologische resten goed geconserveerd blijven.</al><al>Daarnaast moet in het veengebied rekening gehouden worden met eventuele</al><al>archeologische resten uit de perioden van voor de veenvorming. Ter plaatse van de</al><al>onder het veen aanwezige podzolbodem zouden bewoningsresten uit de periode</al><al>Paleolithicum tot en met het Mesolithicum aanwezig kunnen zijn.</al><al>7 Van de Hurk 1967 en Stiboka 1983</al><al>28 Indien binnen 80 cm beneden maaiveld een laag van maximaal 40 cm materiaal met veel organische stof (moerig</al><al>materiaal) aanwezig is</al><al>® Indien binnen 80 cm beneden maaiveld een laag van tenminste 40 cm materiaal met veel organische stof (moerig</al><al>materiaal) aanwezig is</al><al>18</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Moerige gronden</al><al>Moerige gronden bevinden zich in het gebied van het Markelosche Broek, de</al><al>Herikervlier, het Elsenerveld en —veen en het Elsenerbroek. Moerige gronden beslaan</al><al>binnen de gemeenten een veel grotere oppervlakte dan de veengronden.</al><al>Het veenpakket is bij een moerige grond dunner dan ter plaatse van de veengronden.</al><al>De moerige bodems worden onderscheiden in moerige eerdgronden en moerige</al><al>podzolgronden. De moerige eerdgronden bevinden zich ter plaatse van de van</al><al>oorsprong lager gelegen terreindelen, terwijl de moerige podzolgronden juist op de van</al><al>oorsprong iets hoger gelegen terreindelen liggen. Ter plaatse van de moerige gronden</al><al>kunnen archeologische resten uit de periode vanaf de ontwatering en de</al><al>veenontginning aanwezig zijn. Daarnaast kunnen losse vondsten aanwezig zijn die te</al><al>relateren zijn aan de ontginning. Rituele deposities en losse vondsten uit de perioden</al><al>van voor de veenontginning kunnen aanwezig zijn, maar zijn waarschijnlijk reeds</al><al>tijdens de ontginning aangetroffen of verstoord.</al><al>Ter plaatse van de dekzandverhogingen onder het veen, ofwel de moerige</al><al>podzolgronden, kunnen bewoningsresten aanwezig zijn uit de perioden van voor de</al><al>veenvorming. Daar waar de onderliggende bodem nog door een veenlaag wordt</al><al>afgedekt, zullen eventueel aanwezige archeologische resten goed geconserveerd zijn.</al><al>Omdat de veendikte ter plaatse van de dekzandverhogingen geringer was dan in de</al><al>laagtes is het echter mogelijk dat de top van de dekzandkopjes, en daarmee het</al><al>archeologisch relevante niveau, reeds is verstoord tijdens de ontginning.</al><al>Veengronden</al><al>Binnen de gemeente zijn slechts enkele zones waar veengronden aanwezig zijn, zoals</al><al>in het gebied De Slagen ten westen van Markelo, het dal van de Holtdijksche beek en</al><al>de Herikervlier.</al><al>Het veen bevindt zich ter plaatse van natte en daarmee voor bewoning minder</al><al>geschikte terreindelen. Bewoningssporen van voor de ontginning worden daarom niet</al><al>in het veen verwacht. Eventueel aanwezige rituele deposities en losse vondsten uit de</al><al>periode van voor de veenontginning kunnen in dit veen wel aanwezig zijn.</al><al>Bewoningsresten uit de periode vanaf de ontwatering en de veenontginning kunnen</al><al>aanwezig zijn. Indien archeologische resten aanwezig zijn uit de ontginningsperiode,</al><al>dan zijn dit waarschijnlijk losse vondsten. Eventueel aanwezige archeologische resten</al><al>in de top van het dekzand onder het veen zullen naar verwachting intact zijn, omdat het</al><al>afdekkende veenpakket zorgt voor een goede conservering.</al><al>19</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>20</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>41</al><al>Figuur 4.1</al><al>Bewonings- en ontginningsgeschiedenis</al><al>Paleolithicum</al><al>Overijssel was voor eenzesde deel geschikt en aantrekkelijk voor bewoning tussen</al><al>14.000 v.Chr. en 1000 n.Chr. (late laat paleolithicum - vroege middeleeuwen).° In het</al><al>laat paleolithicum zwierven jagers door Twente die jacht maakten op rendieren.</al><al>Bovendien leefden zij ook van eetbare planten, bessen en zaden. Men gebruikte</al><al>(vuur)-stenen werktuigen die nog ruw en nauwelijks bewerkt waren. Vondsten uit het</al><al>vroege- en midden paleolithicum verschillen van die van jongere perioden. Deze oude</al><al>vondsten (sporen uit paleolithicum tot vroeg mesolithicum zijn nog niet bekend) kunnen</al><al>met name aangetroffen worden op stuwwallen, omdat deze oud genoeg zijn om</al><al>dergelijke vondsten te herbergen. Overige midden-paleolithische vondsten liggen te</al><al>diep onder het dekzand verborgen. In Twente zijn nog nauwelijks vondsten of</al><al>vindplaatsen uit het paleolithicum bekend. In de onderstaande tekst wordt melding</al><al>gemaakt van enkele paleolithische vondsten uit de gemeente Hof van Twente.</al><al>Vondstlocaties uit het paleolithicum (zie volgende pagina)</al><al>Vondstlocaties en waarnemingen</al><al>De oudste in ARCHIS geregistreerde vondst uit het noordelijke deel van de gemeente</al><al>is gevonden nabij Deldenerbroek. Het betreft een zogenaamde vuurstenen Mousterienspits die is aangetroffen in de wegverharding van de Zomerweg. De vondst zou te</al><al>dateren zijn in het midden Paleolithicum (CAA-nr. 2686). Deze vondst is echter</al><al>aangevoerd van elders en betreft dus geen in-situ vindplaats.</al><al>Rond natuurgebied De Borkeld, in een zone met grondmoreneruggen en —glooiingen,</al><al>zijn twee waarnemingen bekend uit het paleolithicum. Het betreft een vuurstenen kling</al><al>en een schrabber uit het laat Paleolithicum, alsmede (bewerkt) vuursteen uit globaal</al><al>het late paleolithicum tot de bronstijd (CAA-nr. 2630). In dezelfde omgeving zijn nog</al><al>een aantal vuurstenen vondsten aangetroffen in de vorm van geretoucheerde</al><al>werktuigen, afslagen, kernen en klingen uit het laat paleolithicum (CAA-nr. 4932). Deze</al><al>vondst is echter voorzien van administratieve coördinaten, hetgeen betekent dat de</al><al>exacte vindplaats niet bekend is</al><al>Ten zuiden van het Elsenerbroek is een vuurstenen schrabber uit het laat paleolithicum</al><al>gevonden (CAA-nr. 19302).</al><al>Rond Goor zijn enkele waarnemingen uit het paleolithicum gedaan. Tijdens een</al><al>booronderzoek voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein Zenkeldamshoek in Goor</al><al>zijn in het esdek twee vuurstenen afslagen en een vuurstenen kling aangetroffen (laat</al><al>paleolithicum-mesolithicum; CAA-nr. 59015).</al><al>Verder is ten westen van Goor een vuurstenen steker uit het laat paleolithicum</al><al>gevonden, een zogenaamde krombeksteker (CAA-nr. 4869). Tevens zijn vuurstenen</al><al>geretoucheerde klingen, kernen, stekers en stukken vuursteen uit het laat paleolithicum</al><al>tot mesolithicum gevonden. Net ten noorden van Goor zijn nog twee vuurstenen</al><al>afslagen aangetroffen uit deze periode (CAA-nr. 59017).</al><al>Tenslotte zijn ten noordwesten van Markelo twee vuurstenen klingen en een</al><al>geretoucheerde kling aangetroffen (laat paleolithicum; CAA-nr. 3054). In het</al><al>plangebied Domelaar I! te Markelo is tijdens een booronderzoek een vuurstenen</al><al>°% Rappol (red.) 1993, 169</al><al>21</al><al/><al>Uen JOHS2wamL awewe9 n&gt;auioared sonesonspuon &amp;Gmap pesnease &amp; vopayuoo oyfiaddeuwspue e o ) o</al><al/><al/><al/><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>42</al><al>Figuur 4.2</al><al>werktuig aangetroffen uit het paleolithicum.°! De afgeronde hoeken duiden op transport</al><al>door water, waarmee kan worden aangenomen dat het een vondst betreft die</al><al>afkomstig is van elders.</al><al>Mesolithicum en neolithicum</al><al>Na de ijstijd werd het landschap in het mesolithicum (8800 — 4900 v. Chr.) bedekt door</al><al>bossen afgewisseld met moerassen. De bewoning van Overijssel in het mesolithicum</al><al>en neolithicum was dan ook gecentreerd op dekzandruggen, stuwwallen, stuifzand en</al><al>smeltwaterafzettingen die in deze provincie als eilanden in het natte en lagere</al><al>landschap lagen. De bewoners van Twente waren jagers/verzamelaars die leefden van</al><al>de jacht, visvangst en eetbare planten. Hun werktuigen bestonden uit stenen bijlen,</al><al>speer- en pijlpunten. Deze voorwerpen waren fijner bewerkt en kleiner dan die uit het</al><al>paleolithicum. In het neolithicum (5300-2000 v.Chr) werd het jagen en verzamelen</al><al>steeds minder belangrijk. In deze periode nam akkerbouw en veeteelt een steeds</al><al>grotere plaats in. Het zwervend bestaan werd vervangen door plaatsvaste boerderijen.</al><al>Daarnaast werden nieuwe technieken voor het bewerken van steen gebruikt zoals</al><al>polijsten en slijpen. Ook werd begonnen met het bakken van aardewerk dat vaak met</al><al>geometrische lijnen versierd werd. In het neolithicum worden drie culturen</al><al>onderscheiden: Trechterbekercultuur (2500-1800 v.Chr.), de Standvoetbekercultuur</al><al>(2400-1900 v.Chr.) en de Klokbekercultuur (2000-1600 v.Chr.).</al><al>Vondsten en vondstlocaties</al><al>In de gemeente is een groot aantal vindplaatsen uit het mesolithicum en neolithicum</al><al>aanwezig. De meeste vindplaatsen uit deze periode kenmerken zich door de vondst</al><al>van vuurstenen artefacten. Binnen de gemeente zijn een vijftal zones aan te duiden</al><al>waar dergelijke vindplaatsen aanwezig zijn. Daarnaast zijn enkele geïsoleerde</al><al>vuursteenvindplaatsen aanwezig.</al><al>De zones waar op basis van de landschappelijke ligging een duidelijke concentratie</al><al>vuursteenvindplaatsen aanwezig is, zijn:</al><al>A: Stuwwal en sandrafzettingen: De Borkeld;</al><al>B: Zone met gordeldekzandwelvingen: stuwwal Herikerberg en omgeving;</al><al>C: Stuwwal Delden;</al><al>D: Bentelerheide;</al><al>E: Rond Elsenerbroek;</al><al>F: Het overige gebied (geïsoleerde vondstlocaties).</al><al>Per zone worden de vindplaatsen besproken evenals de relatie met de</al><al>landschappelijke ligging.</al><al>Vondstlocaties uit het mesolithieum en neolithicum (zie volgende pagina)</al><al>Zone A (De Borkeld)</al><al>In een groot gebied rond De Borkeld (tussen Lutteke Veld en Elsen) bevinden zich veel</al><al>vuursteenvindplaatsen. De vindplaatsen bevinden zich voornamelijk op de stuwwallen</al><al>en op de smeltwaterheuvels en —terrassen, maar er zijn ook vindplaatsen op de</al><al>grondmoreneruggen.</al><al>Het betreft enkele vuursteenvindplaatsen uit het Mesolithicum waarvan diverse</al><al>vondsten in de vorm van vuurstenen werktuigen, maar ook afslagen en kernen zijn</al><al>3 vondstmeldingsnummer 405944</al><al>23</al><al/><al>Uen JOHS2wamL awewe9 nDiyposow sone&gt;ospuon</al><al/><al/><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>aangetroffen.°? Er zijn echter meer vindplaatsen uit het neolithicum bekend.°° Zo zijn in</al><al>het noordelijke deel van het Elsenerveld vijf vuursteenconcentraties aangetroffen</al><al>(CAA-nr. 19311). De concentraties hebben afmetingen van maximaal 10 x 20 meter</al><al>waarmee de kleine omvang van dergelijke vindplaatsen nog eens is bevestigd.</al><al>Naast vele vindplaatsen die duiden op kampementen zijn ook diverse losse</al><al>vuursteenvondsten in het gebied aangetroffen. Enkele vindplaatsen uit het laatneolithicum bevatten naast vuursteen ook fragmenten aardewerk. Zo is op het</al><al>Elsenerveld een nederzetting aangetroffen waarbij een scherf aardewerk is</al><al>aangetroffen die is versierd met wikkeldraadstempels (CAA-nr. 19310). Op het</al><al>Groningeresch en —veld zijn 20 fragmenten Trechterbekeraardewerk gevonden (CAAnrs. 2616 en 13790). Andere vindplaatsen met dergelijk aardewerk zijn aangetroffen</al><al>ten noorden van Markelo (CAA-nr. 2637) en bij Elsen (CAA-nr. 2643). In Elsen is</al><al>tevens klokbekeraardewerk aangetroffen (CAA-nr. 2618) en een versierde rand van</al><al>een potbeker (CAA-nr. 2618).</al><al>Zone B (gordeldekzanden stuwwal Herikerberg)</al><al>Aan de voet van de stuwwal tussen Markelo en Goor (de Herikerberg) zijn in de zone</al><al>met gordeldekzandafzettingen diverse vuursteenvindplaatsen aanwezig.** Zo zijn in de</al><al>buurt van Stokkum een kern, enkele klingen, afslagen, een spits en werktuigen</al><al>aangetroffen uit het midden tot laat neolithicum (CAA-nr. 19324).</al><al>Ten westen van Goor, aan de zuidelijke voet van de Herikerberg, zijn meerdere</al><al>vindplaatsen bekend met diverse vuurstenen werktuigen (een sikkel, spitsen,</al><al>schrabbers) evenals halffabrikaten en afslagen. Drie vindplaatsen dateren uit het</al><al>mesolithicum (CAA-nrs. 4869, 13795 en 18841) en eveneens drie andere vindplaatsen</al><al>uit het neolithicum (CAA-nrs. 4870, 4871 en 21540). Bij twee van deze laatse</al><al>vindplaatsen zijn ook scherven aardewerk aangetroffen die kunnen worden</al><al>toegeschreven aan de Trechterbeker-cultuur (CAA_nrs. 4870 en 4871).</al><al>Zone C: stuwwal Delden</al><al>Van de stuwwal bij Delden zijn zes vuursteenvindplaatsen bekend, waarvan drie uit het</al><al>mesolithicum (CAA-nrs. 4722, 13702 en 32106) en twee uit het neolithicum (CAA-nrs.</al><al>4720 en 4723).</al><al>Zone D: Bentelerheide</al><al>In het zuidoosten van de gemeente, ten zuiden van Bentelo, bevindt zich een</al><al>grondmorenerug. In de zone met gordeldekzand om deze rug heen zijn op de</al><al>overgang naar een beekdal enkele vuursteenvindplaatsen bekend.°5 Ook hier betreft</al><al>het vindplaatsen uit zowel het mesolithicum (CAA-nrs. 4724, 4726, 13456 en 13703)</al><al>als het neolithicum (CAA-nrs. 4725 en 4727).</al><al>Zone E (Elsenerbroek)</al><al>De hiervoor beschreven vuursteenvindplaatsen liggen allen op de stuwwal, of juist op</al><al>de overgang van de stuwwal naar het lager liggende deel van het landschap. In het</al><al>Elsenerbroek bevindt zich een concentratie van vuursteenvindplaatsen die hiervan</al><al>°2 CAA-nrs. 2632, 13003, 19302; vondstmeldingen 405942, 405943, 405944 en 405945</al><al>3 CAA-nrs. 2520, 2527, 2560, 2564, 26186, 2818, 2629, 2631, 2635, 2637, 2638, 2843, 2844, 4932, 4936,</al><al>4941, 4958, 13469, 13726, 13772, 13773, 13790, 13791, 18017, 19309, 19310, 19311, 19321, 29300,</al><al>22214, 30627, 43946, 50652, 402651</al><al>* CAA-nrs. 4869, 4870, 4871, 13795, 18841, 19324 en 21540</al><al>3 CAA-nrs. 4724, 4725, 4726, 4727, 13458, 13703</al><al>25</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>afwijkt.°° Het landschap ter plaatse betreft het beekdal van de Boven-Regge waarlangs</al><al>een aantal kleine dekzandkopjes liggen. De vindplaatsen dateren allen uit het</al><al>mesolithicum. Slechts één vuurstenen werktuig is mogelijk in het neolithicum te</al><al>dateren. De vindplaatsen wijken hiermee af van de andere concentraties aan</al><al>vuursteenvindplaatsen in de gemeente waar zowel mesolithische als neolithische</al><al>vindplaatsen aanwezig zijn.</al><al>Naast de diverse vuurstenen afslagen, klingen en werktuigen is bij een van de</al><al>vindplaatsen een vermoedelijke haardplaats aangetroffen (CAA-nr. 19288), waarmee</al><al>duidelijk sprake is van een jachtkampement. Op een andere vindplaats zijn in totaal 60</al><al>vuurstenen artefacten aangetroffen tijdens een waarderend veldonderzoek in 2006</al><al>(CAA-nr. 21518). Er was sprake van twee dekzandkopjes die echter geëgaliseerd</al><al>bleken te zijn. 7</al><al>Zone F Geïsoleerde vuursteenvindplaatsen</al><al>Naast de genoemde concentraties aan vuursteenvindplaatsen zijn ook enkele</al><al>geïsoleerde locaties bekend waar bewerkt vuursteen is aangetroffen. Zo is in de</al><al>bebouwde kom van Goor (Kevelhammerhoek) een kampement uit het mesolithicum</al><al>aangetroffen op een dekzandkopje naast een beekdal (CAA-nr. 4896). Ook is een</al><al>vuursteenvindplaats aangetroffen op een rug naast een uitblazingslaagte, ten westen</al><al>van Diepenheim (CAA-nr. 21654) waarbij in een proefputje circa 40 vuurstenen</al><al>artefacten uit het mesolithicum zijn aangetroffen.</al><al>Ten zuidoosten van Diepenheim is bij De Horde een vuursteenvindplaats aangetroffen</al><al>op een dekzandrug langs de Diepenheimsche molenbeek (vondstmelding 403554). Het</al><al>betreft diverse vuurstenen artefacten in de vorm van afslagen, kernen, afvalstukken en</al><al>een kling. Een aantal vondsten zijn zeer globaal gedateerd (tussen Paleolithicum en</al><al>Bronstijd), terwijl andere vondsten niet gedateerd kon worden.</al><al>Ten slotte zijn ten zuidoosten van Azelo twee vuursteenvindplaatsen aangetroffen bij</al><al>de aanleg van een aardgastransportleiding. De ene vindplaats ligt op een noordoostzuidwest georiënteerde dekzandrug waar in totaal 4528 artefacten zijn verzameld</al><al>(vondstmelding 405817). De vondsten dateren globaal tussen het Mesolithicum en de</al><al>vroege bronstijd. Tevens zijn drie fragmenten verbrand bot gevonden. De andere</al><al>vindplaats bevindt zich iets zuidelijker waar enkele losse vondsten zijn aangetroffen in</al><al>de vorm van een vuurstenen kling en drie vuurstenen afslagen (vondstmelding</al><al>405829). Het aangetroffen vuursteen duidt op de aanwezigheid van kampementen van</al><al>jagers/verzamelaars in het gebied, met name op dekzandkoppen en -ruggen.°® De</al><al>verwachting is dat de sporen hiervan zich nog verder over het terrein uitstrekken.</al><al>Overige vondsten</al><al>Naast vuursteen en natuursteen werd in het mesolithicum ook bot bewerkt tot</al><al>werktuigen. Binnen de gemeente is maar een vondstlocatie bekend waar bewerkt bot</al><al>uit deze periode is aangetroffen. Het betreft een dissel van elandsgewei, te dateren in</al><al>het vroege mesolithicum tot vroege neolithicum die op de stuwwal van de Herikerberg</al><al>is aangetroffen.%</al><al>9 CAA-nrs. 13475, 13828, 19298, 13299, 21517, 21518, 21519, 21520, 402653, 402655</al><al>°7 Van den Berghe 2006.</al><al>* scholte Lubberink 20082, 60.</al><al>°9 CAA-nr. 4880</al><al>26</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Aardewerkvindplaatsen</al><al>In het neolithicum is men aardewerk gaan maken, Naast vindplaatsen waarbij zowel</al><al>vuurstenen werktuigen als aardewerk is aangetroffen, zijn ook enkele vondstlocaties</al><al>bekend waar alleen aardewerkvondsten uit het Neolithicum zijn aangetroffen. Het</al><al>betreft een locatie op de Noordachteres op de stuwwal net ten noorden van Markelo</al><al>(CAA-nr 55702) waarbij niet nader gespecificeerd aardewerk is aangetroffen. Ook is</al><al>een fragment aardewerk uit het laat-neolithicum aangetroffen op een locatie op een</al><al>grondmorenerug nabij Elsen (CAA-nr. 2641) ter plaatse van een nederzetting uit de</al><al>late bronstijd (zie paragraaf 4.3).</al><al>Een losse vondst betreft die van een standvoetbeker (zigzag-beker) uit het laatneolithicum op een dekzandrug bij Hengevelde (CAA-nr. 4867).</al><al>Grafheuvels</al><al>De oudst voorkomende grafheuvels in de gemeente dateren uit het neolithicum*°, en</al><al>met name uit het laatste deel van deze periode. De datering van de heuvels loopt</al><al>veelal door tot de bronstijd of ijzertijd. De ligging van de grafheuvels uit het neolithicum</al><al>beperkt zich tot het gebied van De Borkeld (Elsenerveld) in een zone met voornamelijk</al><al>gordeldekzandwelvingen en op de stuwwal van de Herikerberg (CAA-nrs. 4853 en</al><al>13814).</al><al>De heuvels variëren in diameter en hoogte. Zo heeft een grafheuvel op het Elsenerveld</al><al>(CAA-nr. 2599) een diameter van 12 meter en een hoogte van 60 centimeter, terwijl</al><al>een grafheuvel langs de Oude Rijssenseweg een diameter heeft van 15 meter en circa</al><al>75 centimeter hoog is.</al><al>Enkele grafheuvels zijn niet meer aanwezig in het landschap (CAA-nr. 2598), zijn zeer</al><al>verstoord (CAA-nrs. 4853, 2626 en 2627) of hebben een onduidelijke registratie in</al><al>ARCHIS (CAA-nr. 2593 en 2644).</al><al>Ook staan in ARCHIS enkele grafheuvels geregistreerd die oorspronkelijk een datering</al><al>in het neolithicum hadden, maar waarvan is gebleken dat het (hoogstwaarschijnlijk)</al><al>een natuurlijke heuvel betreft. Dit betreft een tweetal heuvels ten westen van Markelo</al><al>(CAA-nrs. 37201, 37830). Op de Herikerberg bevindt zich een heuvel die een</al><al>uitkijkheuvel of prieel blijkt te zijn (CAA-nr. 37202).</al><al>Volgens gegevens in ARCHIS zou op de zuidhelling van de Friezenberg een sterk</al><al>vervallen hunebed aanwezig moeten zijn (CAA-nr. 2579). In het jaar 1856 is</al><al>geconstateerd dat het hunebed erg beschadigd is, maar wel duidelijk herkenbaar. Op</al><al>dit moment is de bewuste locatie niet bekend en ook in literatuur is niet meer informatie</al><al>over dit mogelijke hunebed te vinden.</al><al>Depotvondsten en/of losse vondsten in de vorm van (vuur)stenen werktuigen</al><al>Van de 49 locaties waar vuurstenen of natuurstenen voorwerpen in de vorm van bijlen</al><al>of hamers zijn aangetroffen is van het merendeel (30 locaties) de exacte vondstlocatie</al><al>onbekend. Deze vondsten staan ook met administratieve coördinaten in ARCHIS.*!</al><al>Wel is duidelijk dat het overgrote deel van de administratief geplaatste bijlen</al><al>aangetroffen moeten zijn in de omgeving van de stuwwal tussen Markelo en de</al><al>Borkeld. Het betreft een aantal hamerbijlen (0.a. typen R/S hamerbijl en Breitkeil), twee</al><al>gerölikeule, een spitzhaue, en ruim twintig bijlen (type fels-rechteckbeilen, flintrechteckbeilen en fels-ovalbeilen) Een aantal vondsten is niet nader gespecificeerd in</al><al>ARCHIS.</al><al>“9 CAA-nrs. 2556, 2557, 2558, 2582, 2593, 2598, 2599, 2626, 2627, 4853 en 13814</al><al>%' CAA-nrs. 2606, 2710, 3057, 3058, 3675, 4655, 4728, 4863, 4865, 4874, 4876, 4877, 48T78, A879, 4883,</al><al>4884, 4885, 4886, 4887, 4888, 4889, 4893, 4895, 4913, 4914, 4933, 4937, 4942, 4943, 43959</al><al>27</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>43</al><al>Van negentien vondstlocaties van bijlen uit het mesolithicum en/of neolithicum is de</al><al>vondstlocatie redelijk tot goed bekend.‘2 Opvallend is dat deze bijlen juist in de lagere</al><al>delen van het landschap zijn gevonden, zoals het Deldenerbroek, het gebied tussen</al><al>Diepenheim en Hengevelde.</al><al>Uit het gebied ten noorden van Goor met kleine dekzandruggen in een relatief nat</al><al>landschap zijn 6 vondstlocaties bekend. Er zijn twee stenen hamerbijlen uit het laatneolithicum gevonden (CAA-nrs. 4860 en 13474). Uit deze periode stamt ook een FlintRechteckbeil (CAA-nr. 44862). Daarnaast staan in ARCHIS een stenen spitzhaue uit</al><al>het Mesolithicum- vroeg Neolithicum geregistreerd (CAA-nr. 2636), een gerölikeule</al><al>(midden-mesolithicum tot neolithicum; CAA-nr. 19312) en een stenen FelsRechteckbeil uit het midden-neolithicum tot bronstijd (CAA-nr. 711).</al><al>Uit het gebied in de driehoek Goor, Diepenheim en Hengevelde zijn vier vondstlocaties</al><al>bekend. Drie locaties betreft de vondst van een Fels-Rechteckbeil (midden-neolithicum</al><al>tot bronstijd): Langs het dal van de Boven-Regge ten zuiden van Goor (CAA-nr. 4861),</al><al>Ten noorden van Hengevelde (CAA-nr. 4866) en langs de Diepenheimsche molenbeek</al><al>ten zuidoosten van Diepenheim (CAA-nr. 4900). Op deze laatste locatie is ook een</al><al>zandstenen geröllkeule aangetroffen (CAA-nr. 4901). De vondst stamt uit de periode</al><al>midden-mesolithicum tot midden-neolithicum. Een kilometer noordoostwaarts, langs de</al><al>Poelsbeek is tot slot een stenen hamerbijl (zogenaamde P1-hamer) aangetroffen, te</al><al>dateren in het laat-neolithicum (waarneming 4912).</al><al>In de zone met gordeldekzandafzettingen ten noordwesten van Markelo zijn op vier</al><al>locaties bijlen aangetroffen. Drie locaties bevinden zich in de directe omgeving van</al><al>Domelaar (CAA-nrs. 3052, 3056 en 3339), terwijl de vierde vondst in de dorpskern van</al><al>Markelo is gedaan (CAA-nr. 4875). Van deze laatste locatie staan slechts summiere</al><al>gegevens in ARCHIS geregistreerd. Het is dan ook niet uit te sluiten dat het een</al><al>administratief geplaatste vondst betreft.</al><al>In het oostelijke deel van de gemeente, in de omgeving van Bentelo, zijn eveneens</al><al>twee vondstlocaties gesitueerd in de directe omgeving van beeklopen. Het betreft een</al><al>vuurstenen bijl langs het beekdal van de Diekkers strang ten zuidoosten van Bentelo</al><al>(CAA-nr. 13715) en een stenen hamerbijl Iang in het dal van de Nieuwlandsbeek</al><al>tussen Bentelo en Delden (CAA-nr. 4721).</al><al>In het zuidwestelijke deel van de gemeente, in de omgeving van de Bolksbeek en de</al><al>Schipbeek, zijn twee bijlen gevonden. Het betreft respectievelijk een Fels-Rechteck- en</al><al>een Flint-Ovalbeil (CAA-nrs. 4910 en 4911).</al><al>Bronstijd</al><al>De overgang van het neolithicum naar de bronstijd (2000-800 v.Chr.) was zeer</al><al>geleidelijk. Vuursteen blijft namelijk nog lange tijd een belangrijke grondstof naast</al><al>brons. Gedurende deze periode treedt er een sterke vernatting op van het gebied ten</al><al>gevolge van de stijging van het grondwaterniveau (als gevolg van de alsmaar stijgende</al><al>zeespiegel). Het geleidelijk vochtiger wordende karakter van met name het westelijke</al><al>en centrale deel van de gemeente, maakte deze zones vanaf de bronstijd steeds</al><al>minder aantrekkelijk voor permanente vestiging van bewoning.</al><al>42 CAA-nrs. 2636, 2702, 2711, 3052, 3056, 3339, 4721, 4860, 4861, 4866, 4875, 4900, 4901, 4910, 4911,</al><al>4912, 13474, 13715, 19312, 44862</al><al>28</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Figuur 4.3</al><al>In de periode veranderde het landschap door het kappen van bomen en de</al><al>intensivering van de landbouw. De kale plekken in het landschap herstelden zich weer</al><al>behalve daar waar het vee graasde. Ter plaatse ontstonden dan ook heidevelden. Zo</al><al>werden grafheuvels uit de bronstijd bedekt met heideplaggen. Grondstoffen voor</al><al>bronzen voorwerpen werden geïmporteerd, deze kwamen vanuit het oosten naar</al><al>Noord-Europa. Van het brons werden wapens gemaakt zoals bijlen, dolken en speren,</al><al>maar ook sierraden. Ook werd nog steeds gebruik gemaakt van (vuur-) stenen</al><al>voorwerpen, evenals been en gewei. De doden werden in deze periode begraven in</al><al>grafheuvels die vaak gegroepeerd bij elkaar lagen. In de late bronstijd werd</al><al>verbranding echter steeds meer in gebruik.</al><al>Binnen de gemeente is een groot aantal grafvelden uit de bronstijd bekend. Deze</al><al>grafvelden zijn herkenbaar aan verhogingen in het landschap. De hoogtes variëren van</al><al>0,50-2,50 m. De diameters liggen tussen 10 en 22 m. De terreinen waarop de</al><al>grafvelden liggen betreffen over het algemeen hoger gelegen terreinen. De percelen</al><al>met grafvelden hebben een hoge tot zeer hoge archeologische waarde. Zestien</al><al>grafvelden hebben een beschermde status. Veel grafheuvels zijn door zowel</al><al>menselijke als dierlijke ingravingen aangetast. Bovendien zijn sommige grafheuvels</al><al>door de aanleg van wegen, afgravingen en ploegen deels vernield. In de jaren ‘90 is</al><al>een groot deel van de heuvels gerestaureerd. Dit vond plaats door middel van</al><al>opvulling met zand van de ingravingen, het verwijderen van beplanting en het afdekken</al><al>van de grafheuvel door het opwerpen van plaggen.</al><al>Naast de grafvelden zijn nog talloze vondsten gedaan en vindplaatsen bekend.</al><al>Op basis van de landschappelijke opbouw is voor concentraties vindplaatsen uit de</al><al>bronstijd een indeling in drie zones gemaakt:</al><al>Zone A: stuwwal Markelo-De Borkeld</al><al>Zone B: stuwwal Delden en omliggend grondmorene-gebied</al><al>Zone C: dekzandgebied (overig gebied)</al><al>De vindplaatsen uit de bronstijd zullen per zone besproken worden.</al><al>Vondstlocaties uit de bronstijd (zie volgende pagina)</al><al>Zone A Stuwwal Markelo-De Borkeld</al><al>Binnen zoneA is een groot aantal grafvelden aangetroffen, met name in de kern Elsen</al><al>en Markelo. Rondom Elsen zijn in totaal 34 grafheuvels bekend met een datering van</al><al>het (laat) neolithicum-bronstijd. ‘° Hiervan bestaan vier vindplaatsen uit twee of meer</al><al>dan twee grafheuvels. De overige vindplaatsen bestaan uit geïsoleerde grafheuvels.</al><al>Rondom Markelo zijn verschillende groepen grafheuvels, evenals enkele geïsoleerde</al><al>heuvels aangetroffen.’* Ook deze heuvels dateren uit het (laat-) neolithicum-bronstijd.</al><al>Van één grafheuvel is de datering onbekend. Mogelijk dat het een heuvel uit de ijzertijd</al><al>betreft. Ook bij Herike bevinden zich drie groepen grafheuvels uit het laat neolithicumbronstijd.° Op de zuidhelling van de Herikerberg op camping Monte Bello liggen twee</al><al>grafheuvels. Op het terrein van bungalowpark Hessenheem bevinden zich twee</al><al>groepen grafheuvels bestaande uit respectievelijk twee en drie grafheuvels. Ten</al><al>noordwesten van Herike is een urn gevonden met crematieresten uit de late bronstijd</al><al>tot vroege ijzertijd. Het betreft hier een na-bijzetting in een oudere grafheuvel.</al><al>*3 CAA-nrs. 2514, 2549 tot en met 2555, 2561, 2583, 2585, 2588 tot en met 2592, 2594, 2595, 2596, 2597,</al><al>2608 tot en met 2615, 2624, 2625, 13267, 17976, 17977, 37197.</al><al>** CAA-nrs. 4839 tot en met 4844, 4846 tot en met 4850, 37203, 46321, 46322 en 402657;</al><al>monumentnummer 2573.</al><al>*S CAA-nrs. 4851, 4852, 4855 tot en met 4858.</al><al>29</al><al/><al>Uen JOHS2wamL awewe9 plaswoig nesospuonspronssp 7 gv Ydr &amp;Smeape o7 p vapauuas ayfjaddeuspuer e</al><al/><al/><al/><al/><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Naast de grafheuvels zijn vindplaatsen met vondstmateriaal en in een enkel geval</al><al>sporen bekend. Zo zijn op een terrein aan de Hochtweg te Elsen sporen en vondsten</al><al>uit de bronstijd blootgelegd (CAA-nr. 13726).‘® De sporen vormen mogelijk een</al><al>plattegrond van 10,5 x 6 m. Het aardewerk bestaat uit scherven handgevormd</al><al>aardewerk uit de late bronstijd.</al><al>In het noordwesten van de gemeente is een hoeveelheid aardewerk uit de late</al><al>bronstijd met meerdere soorten versieringen aangetroffen, die toegeschreven wordt</al><al>aan de Eems-cultuur (CAA-nr. 2641). Daarnaast is ook een paalkuil uit dezelfde</al><al>periode gevonden.</al><al>Op twee locaties is een depot gevonden met bronzen voorwerpen. Zo is een</al><al>bronsdepot van vijf bronzen armbanden uit de late bronstijd aangetroffen (CAA-nr.</al><al>2580) en een bronsdepot bestaande uit een kokerbijl (type Seddin) en twee kokerbijlen</al><al>van het type Hunze-Eems uit de late bronstijd. Ze worden toegeschreven aan de</al><al>Eems-cultuur (CAA-nr. 4935).</al><al>Daarnaast is een aantal losse vondsten aangetroffen in de vorm van bronzen bijlen,</al><al>zoals een vleugelbijl uit de midden tot late bronstijd (CAA-nr. 2623), een kokerbijl uit de</al><al>late bronstijd (CAA-nr. 4939) en een randbijl uit de midden bronstijd (CAA-nr. 4940).</al><al>In de buurt van Markelo zijn meerdere bronzen lanspunten uit de bronstijd gevonden</al><al>(CAA-nr. 4836 en 4862), evenals bij Herike (CAA-nr. 4838) en Stokkum (CAA-nr.</al><al>4837).</al><al>Bij een zandafgraving ten noordoosten van Markelo zijn diverse vondsten aangetroffen</al><al>waaronder houtskool, bewerkt vuursteen en aardewerk uit de vroege bronstijd (CAA-nr.</al><al>4818). CAA-nr. 19297 betreft in een maïskuil aangetroffen aardewerk, (bewerkt)</al><al>vuursteen en natuursteen uit de bronstijd.</al><al>Op diverse locaties in de omgeving van Markelo en de Herikerberg is</al><al>wikkeldraadaardewerk gevonden, daterend in de vroege bronstijd (CAA-nrs. 2637,</al><al>4871, 4881 en 18015). Ten slotte is ten noorden van Markelo aardewerk gevonden dat</al><al>wordt toegeschreven aan de Hilversum-cultuur uit de midden-bronstijd (CAA-nr.</al><al>21539).</al><al>Zone B Stuwwal Delden en omliggend grondmorene-gebied</al><al>In zone B, de stuwwal van Delden en het gebied met grondmorene-afzettingen,</al><al>bevinden zich grafheuvels, nederzettingssporen, en losse vondsten. Het betreft</al><al>voornamelijk aardewerk en daarnaast is bewerkt vuursteen aangetroffen.</al><al>Op het Koematenveld (Deldeneresch) bevindt zich een grafveld met 22 grafheuvels uit</al><al>de bronstijd dat als beschermd monument staat geregistreerd (CMA-nr. 75).°7 De</al><al>heuvels zijn gelegen op een gordeldekzandrug met een westzuidwest-oostnoordoost</al><al>oriëntatie. Vermoedelijk gaat het om een aantal midden-bronstijd grafheuvels</al><al>waartegen een aantal urnenveldheuvels (heuvels met een diameter kleiner dan 10 m)</al><al>is aangelegd.</al><al>Zoals reeds beschreven in de paragraaf over het neolithicum zijn tijdens de opgraving</al><al>op terrein De Haar te Buren 875 fragmenten Wikkeldraad-aardewerk aangetroffen</al><al>waarvan 25 scherven versierd zijn (vondstmelding 405817). Bovendien zijn onder de</al><al>vondstlaag vijf paalsporen blootgelegd van 20-30 cm diep.‘3 Aangenomen is dat deze</al><al>“* Monumentnummer 2809.</al><al>*7 CAA-nrs. 1290 en 2685.</al><al>*® scholte Lubberink 2008a, 58.</al><al>31</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>44</al><al>sporen uit de vroege bronstijd dateren en dat deze onderdeel zijn van een omvangrijke</al><al>nederzetting in het gebied.“?</al><al>Een losse vondst betreft onder andere een fragment handgevormd aardewerk uit de</al><al>late bronstijd tot vroege ijzertijd dat bij Delden is aangetroffen (CAA-nr. 2687). In de</al><al>omgeving van Azelo is ook dergelijk aardewerk aangetroffen (CAA-nr. 2703), en bij</al><al>Ziethover hoek ten westen van Delden is bewerkt vuursteen en een fragment</al><al>wikkeldraadaardewerk uit de vroege ijzertijd gevonden (CAA-nr. 4658).</al><al>Zone C Dekzandgebied</al><al>Zone C betreft het dekzandgebied binnen de gemeente. In deze zone zijn, naast de</al><al>bijlen die reeds bij het Neolithicum zijn besproken, slechts enkele losse vondsten</al><al>gedaan. In de omgeving van Goor zijn (op verschillende locaties) drie bronzen</al><al>lanspunten gevonden uit de midden — en/of late bronstijd (CAA-nrs. 2602, 4819 en</al><al>4894). Ook is net ten westen van Goor handgevormd aardewerk gevonden dat kan</al><al>worden toegeschreven aan de Wikkeldraad-cultuur (CAA-nr. 4870).</al><al>IJzertijd</al><al>Heel Nederland kan in de ijzertijd (800-12 v.Chr.) getypeerd worden als ‘een gebied</al><al>met een rijke schakering aan bewoonde landschappen’.°” Vanaf de vroege ijzertijd lijkt</al><al>elk landschapstype geschikt bevonden voor bewoning of exploitatie. Zelfs in de</al><al>laaggelegen, natte gebieden zijn nederzettingen te vinden. De aard van de</al><al>nederzettingen was meestal kleinschalig en ook de huizen waren, zeker vergeleken</al><al>met de bronstijdhuizen, vrij klein in omvang. Als gevolg van de fysieke omstandigheden</al><al>zoals wateroverlast, concentreerde de bewoning zich in groepen van huizen. Pas</al><al>tegen het eind van de ijzertijd, tegen het begin van de jaartelling, begint ook de</al><al>bewoning op de zandgronden enigszins samen te klonteren in gehuchten. De</al><al>bewoners op deze zandgronden hadden de eigenschap zich om de 20 tot 30 jaar (één</al><al>generatie) binnen een territorium van een aantal vierkante kilometers te verplaatsen.</al><al>Na enkele generaties keerde men weer terug op een eerder bewoonde locatie,</al><al>waardoor de nederzetting een zogenaamde ‘zwerfcyclus’ of ‘Yomgang’ had gemaakt. De</al><al>zwerfafstand van de nederzettingen lijkt gedurende de ijzertijd af te nemen naar mate</al><al>de agglomeratie van de bewoning begint toe te nemen. Het handgevormde aardewerk</al><al>in het eerste millennium v.Chr. kenmerkte zich met name van noord naar zuid in</al><al>stijlverschillen, waarbij Noord-Nederland vooral affiniteiten vertoonde met het Duitse</al><al>gebied en Zuid-Nederland aanvankelijk met westelijk Centraal-Europa</al><al>(urnenveldculturen), maar in de vijfde eeuw v.Chr. vooral met Noord-Frankrijk (imitatie</al><al>van Marne-aardewerk). Het rivierengebied van Midden-Nederland lijkt altijd een soort</al><al>overgangsgebied te zijn geweest. Vanaf de vierde eeuw v.Chr. ontwikkelen zich in</al><al>Nederland regionaal steeds meer stijlverschillen.*’</al><al>In de ijzertijd kwamen naast bronzen ook ijzeren voorwerpen voor. In Twente werd</al><al>ijzererts in moerrassen gewonnen. Met nieuwe technieken konden hogere</al><al>smelttemperaturen bereikt worden. Er zijn in Twente echter niet veel ijzeren objecten</al><al>teruggevonden vanwege het wegroesten van het ijzer in de grond. Gedurende de</al><al>ijzertijd heeft er ook een ontwikkeling plaatsgevonden in het grafbestel. De vroege</al><al>ijzertijd staat in de hogere delen van Nederland vooral bekend om de urnenvelden en</al><al>crematiegrafvelden met individuele grafmonumenten. Vanaf de midden-ijzertijd raken</al><al>*° scholte Lubberink 20082, 60.</al><al>°9 Van den Broeke, 2005b: 683.</al><al>°! Van den Broeke 2005a: 612.</al><al>32</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Figuur 4.4</al><al>©? ARCHIS</al><al>de urnenvelden in onbruik en ontstaan er nieuwe grafvelden, terwijl de archeologisch</al><al>waarneembare grafrituelen in grote lijnen gelijk blijven. Vaak in associatie met</al><al>grafvelden zijn cultusplaatsen teruggevonden. Dit kunnen offerplaatsen zijn in de vorm</al><al>van sloten of kuilen, maar ook monumentale structuren die een centrale plaats kunnen</al><al>innemen binnen een grafveld. In Twente worden de grafvelden aangetroffen op de</al><al>hoger gelegen delen van het landschap. Urnenvelden zijn onder andere bekend in</al><al>Delden, Elsen, Goor en Markelo.°?</al><al>Vondsten en vondstlocaties</al><al>Uit de ijzertijd zijn in Hof van Twente diverse urnenvelden bekend. Deze velden zijn te</al><al>herkennen aan kleine en lage heuveltjes in hoger gelegen delen van het landschap. In</al><al>enkele urnenvelden konden geen verhogingen meer vastgesteld worden. De</al><al>afmetingen van de heuvels zijn kleiner dan die van grafheuvels uit de bronstijd. De</al><al>diameter en hoogtes verschillen, maar liggen tussen 5 en 9,5 m respectievelijk tussen</al><al>0,25 en 0,70 m. Ook deze heuveltjes zijn, evenals die uit de bronstijd, aangetast door</al><al>onder andere ingravingen en in de jaren 80 en 90 van de twintigste eeuw</al><al>gerestaureerd. De percelen met urnenvelden hebben een hoge tot zeer hoge</al><al>archeologische waarde. Eén urmnenveld heeft een beschermde status (CAA-nr. 1291).</al><al>Naast de urnenvelden zijn nederzettingssporen en losse vondsten aangetroffen.</al><al>Op basis van de landschappelijke opbouw is voor concentraties vindplaatsen uit de</al><al>ijzertijd een indeling in drie zones gemaakt:</al><al>Zone A: Stuwwal Markelo-De Borkeld</al><al>Zone B: Stuwwal Delden en omliggend grondmorenegebied</al><al>Zone C: Dekzandgebied (overig gebied)</al><al>De vindplaatsen uit de ijzertijd zullen per zone besproken worden.</al><al>Vondstlocaties uit de ijzerlijd (zie volgende pagina).</al><al>Zone A Stuwwal Markelo-De Borkeld</al><al>Binnen de kernen Elsen en Markelo zijn tien op de stuwwal gelegen urnenvelden</al><al>bekend.° In en rondom Elsen bevindt zich een achttal urnenvelden uit de late</al><al>bronstijd-ijzertijd. Hieronder bevindt zich een veld met zes heuveltjes, een veld met drie</al><al>heuvels, een met 24 heuvelijes, een urnenveld met een kringgreppel en een vierkante</al><al>greppel en een veld met dertig kringgreppels. Bij een onderzoek in 1976/77 zijn deze</al><al>kringgreppels aangetroffen met bijbehorende begravingen van crematieresten in urnen,</al><al>bijzettingen en enkele brandkuilen. De overige twee urnenvelden hebben een</al><al>onbekend aantal begravingen. Volgens Archis I! zijn de urnenvelden gemeld, maar nu</al><al>verdwenen.</al><al>Ten noorden van Markelo bevindt zich waarschijnlijk een urnenveld uit de late</al><al>bronstijd-ijzertijd. In 1932 is hier handgevormd aardewerk van een dubbelconische urn</al><al>en crematieresten gevonden. Een tweede urnenveld bevindt zich in de buurt van</al><al>Markelo (CAA-nr. 1280). Het gaat om een urnenveld uit de late bronstijd-vroege ijzertijd</al><al>waar geen nadere informatie over beschikbaar is.</al><al>Op een terrein aan de Driebelterweg te Markelo bevindt zich een tweetal grafheuvels</al><al>waarvan één heuvel vermoedelijk uit de ijzertijd dateert (CMA-nr. 988 met beschermde</al><al>status).°* De datering van de heuvel is gebaseerd op de afmetingen. De diameter van</al><al>de grafheuvel is 9, de hoogte bedraagt 0,5 m.</al><al>° CAA-nrs. 1279, 1280, 1281, 1282, 2572, 2573, 2586, 2587, 2601, 13278, 13813, 17975, 43992 en 43996.</al><al>54 CAA-nr. 4843.</al><al>33</al><al/><al>uen JoH a2wamL z3ua2wa9 pluazh sanesopspuon $oo Bangee Gmseape © ov pe vapauuas ayfjaddeupspuer ostannpeeepei® 2 eumenaus 27 jeanegenee aaSnauateupsei temns oz 2aiseusune</al><al/><al/><al/><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Aan de Petersweg te Stokkum ligt een terrein met de restanten van een urnenveld uit</al><al>de vroege ijzertijd (CAA-nrs. 1284, 2368, 3287, 3507, 3598 en 4892).° Sinds 1922 zijn</al><al>begravingen ontdekt in de omgeving van boerderij Grevens. Deze bestonden uit urnen</al><al>met crematieresten, ook binnen een kringgreppel en bijpotjes.</al><al>Behalve urnenvelden is in Archis ook melding gemaakt van losse vondsten zoals</al><al>aardewerk en metaal en nederzettingssporen.</al><al>Zo zijn op diverse locaties fragmenten aardewerk aangetroffen, zoals bij Elsen (CAAnrs. 2584, 2633) , Herike (CAA-nrs. 18017, 19321), Markelo (CAA-nrs. 3053, 4890,</al><al>43959, 55702, 13791). Op de Noordachteres zijn naast aardewerk ook sporen in de</al><al>vorm van kuilen en paalkuilen aangetroffen (CAA-nrs. 43946, 43959 en 50652).</al><al>Bij Stokkum zijn een stenen hamerbijl van het type Baexem uit de late bronstijd tot</al><al>midden ijzertijd gevonden (CAA-nr. 98) evenals een ijzeren lanspunt die globaal kan</al><al>worden gedateerd in de ijzertijd tot vroege middeleeuwen.</al><al>Zone B Stuwwal Delden en omliggend grondmorenegebied</al><al>Op de stuwwal Delden zijn een urnenveld en twee vondstlocaties aangetroffen.</al><al>Het urnenveld dateert uit de late bronstijd-vroege ijzertijd en bestaat uit 13 grafheuvels</al><al>(CAA-nr. 1291).5 In 1999 zijn de heuvels gerestaureerd. Toch zijn de heuvels als</al><al>gevolg van achterstallig onderhoud vaak onherkenbaar. Over grafheuvel 1/1 loopt een</al><al>uitgesleten pad, op heuvels 1/3 en 1/4 zijn beschadigingen door dieren veroorzaakt</al><al>waargenomen en van heuvel 1/9 is de top afgeplat. Het is onbekend in welke staat de</al><al>grafheuvels verkeren.</al><al>Bij de opgraving Azeler Esch waar ook vondsten uit het neolithicum en bronstijd zijn</al><al>aangetroffen (zie paragrafen 4.2 en 4.3) zijn ook resten uit de ijzertijd blootgelegd</al><al>(vondstmelding 405824).°7 Er zijn diverse sporen als paalsporen en kuilen</al><al>aangetroffen die plaatselijk dichte clusters vormden. Daarnaast zijn tientallen</al><al>fragmenten van weefgewichten gevonden evenals 41 stuks handgevormd aardewerk.</al><al>In het zuidelijk deel van de Azeler Esch is een nederzetting uit de vroege-midden</al><al>ijzertijd aangetroffen. Deze bestaat uit diverse paalgaten en kuilen, en 200 fragmenten</al><al>handgevormd aardewerk waarvan circa 150 stuks uit één kuil afkomstig waren.</al><al>Op de stuwwal ten westen van Delden is een waterput aangetroffen uit vermoedelijk de</al><al>vroege tot midden ijzertijd (CAA-nr. 32106), evenals aardewerk uit dezelfde periode</al><al>(CAA-nr. 32106; 2695). Ook bij Azelo zijn tientallen fragmenten aardewerk uit de</al><al>ijzertijd gevonden (CAA-nr. 2684).</al><al>Zone C Dekzandgebied</al><al>ZoneC is het dekzandgebied binnen de gemeente. In deze zone wordt op basis van</al><al>een toponiem de ligging van een urnenveld vermoed. Tussen Hengevelde en Goor ligt</al><al>namelijk ‘Het Aschpotterveld' (CAA-nr. 4854). Er zijn nog geen concrete aanwijzingen</al><al>voor.</al><al>Andere vondstlocaties in het dekzandgebied betreffen vondsten die reeds in de</al><al>paragraaf van de bronstijd zijn besproken.</al><al>© Monumentnummer 2548.</al><al>° Monumentnummer 73 met beschermde status.</al><al>°7 |n het tracé van de gasleiding. Scholte Lubberink 2007, 5.</al><al>35</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>45</al><al>Figuur 4.5</al><al>Romeinse tijd</al><al>In de Romeinse tiĳd (circa 12 v. tot 450 na Christus) lag het grondgebied van Hof van</al><al>Twente ten noorden van de /imes en dus buiten de grenzen van het Romeinse rijk. Wel</al><al>moet er, gezien de “importvondsten” van onder andere aardewerk, in dit gebied handel</al><al>zijn gedreven met de Romeinen. De invloed van de Romeinen is dus wel voelbaar</al><al>aanwezig.</al><al>Tijdens de Romeinse tijd werd het huidige Twente bewoond door de stammen van de</al><al>Chamaven, Bructeren en Tubanten, ook wel Tuvanten geheten. Omstreeks het jaar</al><al>300 hebben de Tuvanten zich verenigd met andere vrije Germaanse stammen tot de</al><al>stam van de Salische Franken. Het is aannemelijk dat de naam Twente is afgeleid van</al><al>de naam Tubanten of Tuvanten.</al><al>Vondstlocaties en waarnemingen</al><al>Uit de Romeinse periode zijn binnen de gemeente Hof van Twente enkele vondsten</al><al>gedaan. De meeste vondsten stammen uit de westelijke helft van de gemeente, slechts</al><al>een paar liggen in het oosten. Bij Elsen is, ten westen van de Rijssenseweg, een</al><al>nederzettingsterrein uit de 4° — 5° eeuw gevonden, de overgangsperiode van de</al><al>Romeinse tijd naar de vroege middeleeuwen. Elders in Nederland zijn sporen uit deze</al><al>periode relatief zeldzaam en wordt vaak aangenomen dat het landschap ontvolkt</al><al>raakte. Deze nederzetting, met een grootte van mogelijk wel 2 hectare, is op de</al><al>archeologische monumentenkaart gewaardeerd als een terrein van zeer hoge</al><al>archeologische waarde (CMA-nr. 2808; CAA-nrs. 17980, 22188). Twee onderzoeken</al><al>die op het terrein hebben plaatsgevonden, hebben geleid tot veel archeologische</al><al>resten in de vorm van aardewerk, bronzen en ijzeren voorwerpen, botmateriaal maar</al><al>ook twee waterputten, greppels, paalkuilen en dergelijke.</al><al>Ten zuidwesten van deze nederzetting zijn in het Groningeresch en —veld 20</al><al>fragmenten handgevormd aardewerk uit de Romeinse tijd gevonden. Het gaat hier om</al><al>nederzettingsafval. De vondsten zijn gedaan ter plaatse van het AMK-terrein 13618</al><al>(terrein van hoge archeologische waarde), waarop ook vondsten uit andere perioden</al><al>zijn gedaan. Een andere nederzetting is aangetroffen bij een opgraving in het kader</al><al>van de aanleg van een cunet van een aardgastransportleiding ten zuiden van Azelo</al><al>(vondstmelding 405827).53 Hier bevindt zich een inheems-Romeinse nederzetting uit</al><al>de laat-Romeinse tijd. Naast diverse vondsten is onder andere een houten waterput</al><al>aangetroffen. Het hout is dendrochronologisch gedateerd op het jaar 272-273.</al><al>Vondstlocaties uit de Romeinse tjd (zie volgende pagina)</al><al>Daarnaast zijn binnen de gemeente Hof van Twente diverse losse vondsten</al><al>aangetroffen uit de Romeinse tijd, waaronder enkele Romeinse munten in Delden</al><al>(CAA-nrs. 18718 en 22181) en ten zuiden van Diepenheim (CAA-nr. 1060) en een</al><al>bronzen ring uit de omgeving van het Elsenerbroek (CAA-nr. 19308).</al><al>Twee waarnemingen in ARCHIS duiden mogelijk op een grafveld. Zo is op een niet</al><al>nader gespecificeerde locatie in de Entervenen handgevormd aardewerk gevonden</al><al>daterend uit de 3° eeuw, waaronder enkele urnen (CAA-nr. 2566). Ook ten zuiden van</al><al>Markelo staan in ARCHIS enkele administratief geplaatste waarnemingen</al><al>geregistreerd, waaronder een kannetje (CAA-nr. 4962), een olielampje (CAA-nr. 4963)</al><al>en handgevormd aardewerk (CAA-nr. 4822).</al><al>° scholte Lubberink 2007, 5.</al><al>36</al><al/><al/><al/><al>Vondstioaties Romeinse tijdHof vanGemeente Twene greteost Ae n&amp;</al><al>oreig A Landschappelijke eenheden emoo r weekeat Steetost e dkE S aprelekze eredeezendnelingen</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>46 Vroege middeleeuwen</al><al>Vanaf de vijfde eeuw kwamen Twente en Salland in toenemende mate onder de</al><al>invloed van de Saksen. Aan het eind van de achtste eeuw werd de streek echter</al><al>ingelijfd bij het Frankische rijk van de Karolingen, die er militaire vestigingen stichtten</al><al>(0.a. Oldenzaal). De Franken voerden een actieve kersteningspolitiek met tal van</al><al>kerkelijke en parochiale stichtingen. De komst van de Franken betekende een</al><al>duidelijke breuk in de bewoningsgeschiedenis van de regio: geen enkele</al><al>Merovingische of vroeg-Karolingische nederzetting in Oost-Nederland bleef</al><al>aantoonbaar bewoond tot in de Late Middeleeuwen. Dit is mogelijk het gevolg van de</al><al>nieuwe bezitsverhoudingen en herinrichting van het cultuurlandschap waardoor de</al><al>nederzettingen in de loop van de Middeleeuwen verplaatst werden*°.</al><al>Aan het einde van de 8° eeuw — begin van de 9° eeuw kwam het Twentse gebied</al><al>onder de macht te staan van het Frankische Rijk, waarvan Karel de Grote de meest</al><al>bekende keizer is. Deze Frankische overheersing ging samen met de kerstening van</al><al>het gebied. Christelijke missionarissen waarvan men vermoed dat ze in Twente</al><al>werkzaam waren, zijn Lebuïnus (of Liafwin), Marchelm (of Mercellinus) en Plechelmus.</al><al>Twente werd onder de Franken een gouw. Rond 804 werd de gouw Twente omgezet in</al><al>het graafschap Twente met aan het hoofd daarvan een graaf. Deze was de</al><al>representant van de Frankische keizer en zetelde nabij het huidige Goor. De</al><al>Frankische heersers stichtten hun eigen militaire vestigingen in het gebied.</al><al>De negende eeuw werd vooral gekenmerkt door invasies uit het noorden, die langs de</al><al>zee en de rivieren plaatsvonden. Tegen de Vikingen uit Zweden, Noorwegen en</al><al>Denemarken waren de Franken nauwelijks bestand. Grote delen van Europa werden</al><al>slachtoffer van plotselinge en snelle plunderingen en ontvoeringen ten behoeve van</al><al>slavernij, waartegen de Frankische koningen weinig bescherming konden bieden. In</al><al>834 zijn de Vikingen het Nederlandse rivierengebied opgevaren, waarbij onder andere</al><al>Deventer en Zutphen zijn geplunderd en platgebrand.</al><al>Vondsten uit de vroege middeleeuwen zijn binnen de gemeente Hof van Twente bijna</al><al>alleen gedaan in het westelijke deel van de gemeente (Fig. 4.6). Veruit de meeste</al><al>vondsten uit de vroege middeleeuwen hangen samen met grafvelden. Bij Elsen is ook</al><al>een nederzetting ontdekt uit de 4° — 5° eeuw (de overgang van de Romeinse tijd naar</al><al>de vroege middeleeuwen). Deze is reeds besproken in de paragraaf over de Romeinse</al><al>tijd. Vondsten uit de vroege middeleeuwen D en late middeleeuwen A worden in de</al><al>paragraaf over de late middeleeuwen en nieuwe tijd besproken.</al><al>Figuur4.6 _ Vondstlocaties uit de middeleeuwen (zie volgende pagina)</al><al>Vondstlocaties en waarnemingen</al><al>Binnen de gemeente zijn enkele vondstlocaties bekend die kunnen duiden op de</al><al>aanwezigheid van een nederzetting op die locatie of in de directe omgeving er van.</al><al>Zo is langs de Rijssenseweg ten zuiden van Elsen een fragment gedraaid aardewerk</al><al>gevonden dat waarschijnlijk uit de Merovingische tijd stamt (CAA-nr. 2629). De vondst</al><al>is gedaan in het slootprofiel.</al><al>° Van Beek, Groenewoudt et al. 2007: 28.</al><al>38</al><al/><al>Vondstlocaties middeleeuwen Hof vanGemeente Twene B aprelekze ootedekendeeigen (aoeelsezsndg andinen utang e&gt;</al><al/><al>gEToememegen ecndrtetngen ze</al><al/><al/><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Enkele kilometers westelijker, aan de rand van het natuurreservaat De Borkeld, is een</al><al>vroegmiddeleeuwse houten waterput gevonden (CAA-nr. 2563). Er wordt in Archis niet</al><al>vermeld of er ook andere vondsten zoals bijvoorbeeld aardewerk bij zijn gedaan.</al><al>Eveneens aan de rand van het natuurreservaat, maar iets meer noordoostwaarts</al><al>gelegen (ten zuidoosten van de Friezenberg) is in ARCHIS een tweede waarneming</al><al>geregistreerd. Het gaat hierbij om de vondst van een kom of schaal uit de vroege</al><al>middeleeuwen B tot C. Omdat de vondst is aangekocht is de vindplaats ervan niet</al><al>geheel zeker. Het is ook goed mogelijk dat de kom of schaal afkomstig is van de</al><al>Herikerberg (deze locatie bevindt zich meer zuidwaarts).</al><al>Ten zuidoosten van Azelo is tijdens een opgraving onder andere een fragment</al><al>Hessens-Schortens aardewerk uit de vroege middeleeuwen B en C gevonden</al><al>(vondstmelding 405831). Tot slot is in de omgeving van de Enter Venen</al><al>kogelpotaardewerk aangetroffen (CAA-nr. 2566). Uit de informatie in ARCHIS blijkt dat</al><al>het om een administratieve plaatsing gaat.</al><al>Ten zuidoosten van Diepenheim zijn op het terrein de Horde enkele fragmenten van</al><al>een bolpot uit de vroege middeleeuwen C aangetroffen tijdens een archeologische</al><al>veldkartering (vondstmelding 4035540</al><al>Binnen de gemeente zijn een aantal bijzondere grafvelden uit de vroege middeleeuwen</al><al>bekend. Zo is in de bebouwde kom van Markelo, ter hoogte van het Papenveld, een</al><al>Frankisch rijengrafveld ontdekt in 1950 (CAA-nr. 4817). Een deel ervan was al grondig</al><al>verstoord geraakt door het toedoen van arbeiders. De rest van de graven is</al><al>archeologisch onderzocht. In totaal was er sprake van 110 graven, die uiteenvallen in</al><al>drie groepen qua oriëntatie en ligging. De doden waren bijgezet in uitgeholde</al><al>boomstammen. Er waren geen grafgiften meegegeven. Er zijn üÜberhaupt geen</al><al>vondsten gedaan tijdens het onderzoek. Het grafveld stamt uit de periode vroege</al><al>middeleeuwen B en C en heeft zich vermoedellijk nog verder uitgestrekt.5!</al><al>Oostelijker, op de Herikerberg, zou een complete ijzeren Karolingische vleugellans uit</al><al>de vroege middeleeuwen C zijn gevonden (CAA-nr. 24147). De vondst is mogelijk</al><al>afkomstig uit een inhumatiegraf en heeft een lengte van 46 centimeter. Het is echter de</al><al>vraag of deze vondst wel van de Herikerberg afkomstig is, omdat het aan de lans</al><al>aangekoekte grind daartegen pleit.</al><al>Eveneens van de Herikerberg afkomstig is de vondst van het fragment van een spatha,</al><al>een soort lang tweesnijdend zwaard (CAA-nr. 22201). Mogelijk gaat het hier om een</al><al>grafvondst. Deze vondst is gedaan aan het einde van de 19° eeuw bij de bouw van een</al><al>toren op de top van de Herikerberg. De spatha stamt uit de vroege middeleeuwen C en</al><al>heeft een lengte van 93 centimeter. Tegelijkertijd is ook een niet complete (scrama)</al><al>sax of langsax uit dezelfde periode gevonden (CAA-nr. 22200).</al><al>Ook van de Herikerberg afkomstig is de waarneming van een grafveld uit de vroege</al><al>middeleeuwen B en C (waarneming 1054). Hier zijn rond 1909 een kom of schaal,</al><al>knikpot, scramasax (een aan één kant snijdend zwaard), twee miniatuur</al><al>knikwandpotten en een spatha (een lang zwaard) gevonden. °? Mogelijk hangen de</al><al>waarnemingen 22200 en 22201 die vlakbij zijn gelegen met dit grafveld samen.</al><al>Ten zuiden van de Herikerberg, in het Driebelter veld, is ook een waarneming van een</al><al>vroegmiddeleeuws (vroege middeleeuwen B) grafveld geregistreerd (waarneming</al><al>°9 schorn 2001.</al><al>® Informatie afkomstig uit Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek nummer</al><al>1950/3 en 1950/8.</al><al>®? Zie ook Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, jaargang 27, 1977,</al><al>pagina 80 (catalogusnummer 352).</al><al>40</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>4836). Als aanvullende informatie staat echter aangegeven dat de vondsten zijn</al><al>gedaan ten noorden van de weg van Markelo naar Goor. De locatie zoals</al><al>weergegeven in Archis kan dus niet correct zijn en moet meer noordelijker zijn</al><al>geweest, vlakbij waarneming 24127, 22201, 22200 en 1054. Het is goed mogelijk dat</al><al>ze deel uitmaken van hetzelfde grafveld. De vondsten bestaan uit twee ijzeren</al><al>zwaarden (typen: ‘scramasax’en ‘spatha’ ) en drie knikwandpotten.</al><al>Tenslotte zijn ook uit de omgeving van Diepenheim vondsten aangetroffen die</al><al>samenhangen met een grafveld uit de vroege middeleeuwen. In 1940 zijn ten</al><al>zuidoosten van Diepenheim twee kogelpotten en vier complete kommen of schalen uit</al><al>de vroege middeleeuwen B en C aangetroffen (CAA-nr. 1061).</al><al>41</al><al/><al>uen JoH a2wamL z3ua2wa9 anatn sanesonspuon a 4seen gCmm voeze 7 p go p&amp; vapauuas ayfjaddeuspuer e</al><al/><al/><al/><al/><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>47 Historische ontwikkeling (late middeleeuwen - nieuwe tijd)</al><al/><al>4.7.1 Inleiding</al><al>Vanaf de late middeleeuwen is een ommekeer zichtbaar. In de perioden voor de late</al><al>middeleeuwen was de mens vooral afhankelijk van het omringende landschap. Vanaf</al><al>de late middeleeuwen wordt steeds beter zichtbaar dat de mens de eigen</al><al>leefomgeving zelf begint aan te passen. Nederzettingen worden niet meer langs beken</al><al>en rivieren gesticht, maar juist ook op kruispunten van wegen. Daarnaast wordt</al><al>grootschalig in de natuur ingegrepen door aanleg van onder andere greppels en</al><al>landbouwpercelen. Vanaf deze periode zijn daarnaast steeds meer historische bronnen</al><al>en kaarten beschikbaar. Om een archeologische verwachtingsmodel voor de late</al><al>middeleeuwen en nieuwe tijd op te stellen, is daarom in mindere mate gekeken naar de</al><al>landschapsopbouw, maar zijn diverse historische bronnen geraadpleegd.</al><al/><al>In Overijssel nam het aantal nederzettingen vanaf de late middeleeuwen sterk toe. Er</al><al>ontstaan diverse dorpjes, veelal gelegen op de overgang van de hoger gelegen</al><al>akkergronden naar de lager gelegen natte graslanden. Enkele dorpjes groeiden uit tot</al><al>steden. Drie kernen krijgen in de loop van de late middeleeuwen stadsrechten, te</al><al>weten Goor (1263), Delden (1325) en Diepenheim (1422). De stadjes werden</al><al>omgracht en voorzien van bruggen en poorten. In de volgende paragrafen wordt de</al><al>historische ontwikkeling van deze kernen beschreven, maar ook die van het gebied</al><al>waarin diverse kastelen, havezaten en boerderijen hebben gestaan.</al><al>De belangrijkste vondstlocaties uit de nieuwe tijd zijn weergegeven in Figuur 4.7.</al><al>Figuur47 _ Vondstlocaties uit de nieuwe tijd (zie vorige pagina)</al><al>4.7.2 De belangrijkste kernen</al><al>Delden</al><al>De eerste schriftelijke vermelding van Delden dateert uit het jaar 1036. Uit een</al><al>goederenlijst is op te maken dat Bisschop Meinwerk van Paderborn goederen schonk</al><al>aan het klooster Busdorf bij Paderborn, dat door hemzelf werd opgericht.</al><al>In 1118 wordt voor het eerst melding gemaakt van een kerk in Delden. Delden moet in</al><al>die tijd niet meer geweest zijn dan een buurschap. In dit buurschap ontstond een</al><al>nederzetting van ambachts- en kooplieden.</al><al>De locatie van deze nederzetting is niet bekend. Er zijn meerdere zones waar het</al><al>‘oude' Delden wordt verwacht. Zo heeft archeologisch onderzoek plaatsgevonden ten</al><al>westen van Delden (CAA-nr. 32901) waarbij echter geen resten zijn aangetroffen</al><al>(waarneming 32106). Er werden slechts enkele losse vondsten (keramiek?) uit circa de</al><al>12° eeuw gedaan. De ligging van deze locatie op de stuwwal lijkt een minder logische</al><al>dan de zone ten zuiden van Delden ter plaatste van de kernen Vossenbrink en SintAnnabrink (aan de voet van de stuwwal, nabij een beek).</al><al>Uit militair-strategische overwegingen werd rond 1322 het oude Delden verplaatst naar</al><al>het Nije Delden (rondom de kerk), de locatie van het huidige Delden. In 1325 werd</al><al>door bisschop Frederik II van Sierck aan Delden stadsrechten verleend.6?</al><al>63 Stenvert, Kolman en Olde Meierink, 1998, p. 83</al><al>43</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Figuur 4.6</al><al>Het stadje werd omsloten door een cirkelvormige wal en gracht en had twee</al><al>stadspoorten: in het westen de Goorsepoort en in het oosten de Woolderpoort (figuur</al><al>4.6). Delden kreeg veel te verduren tijdens Het Nederlandse Opstand (begin van de</al><al>Tachtigjarige Oorlog). Het stadje werd in 1583 en 1584 ingenomen, geplunderd en in</al><al>brand gestoken door de Spaanse en Staatse troepen. Midden zeventiende eeuw</al><al>(1655) werd het stadje getroffen door een stadsbrand die een groot deel van de</al><al>bebouwing in de as legde. Meer dan 120 gebouwen waaronder het stadhuis, het</al><al>gasthuis en een armenhuis vielen ten prooi aan de vlammen. De Oude Kerk is thans</al><al>het enige gebouw dat deze brand overleefde.</al><al>In de jaren 1771-1775 kreeg Delden een economische stimulans nadat in opdracht van</al><al>Carel George de Twicklervaart werd gegraven, die het stadje met de rivier de Regge</al><al>verbond. Nadat de spoorlijn Zutphen-Enschede was aangelegd en Delden in 1866 een</al><al>station kreeg, begon het stadje zich te ontwikkelen als forensenplaats voor het nabij</al><al>gelegen Hengelo.</al><al>In 1886 werden boringen uitgevoerd naar drinkwater en stuitte men bij toeval op</al><al>zoutlagen, de eerste ontdekking van zout in Nederlandse bodem. Toen tijdens de</al><al>Eerste Wereldoorlog de zoutimport uit Duitsland stil kwam te liggen besloot men in</al><al>1918 om zelf zout te gaan winnen voor de Nederlandse markt. Dit leidde tot de</al><al>vestiging van de zoutindustrie in het nabij gelegen Boekelo.</al><al>Delden breidde zich in 1925 uit met een klein villapark dat ten oosten van de stadskern</al><al>tot stand kwam. Buiten het villapark breidde Delden zich in het zuidwesten ook uit met</al><al>een woningbouwwijk. Na de Tweede Wereldoorlog breidde Delden zich zuidelijk uit tot</al><al>aan het in 1934 aangelegde Twenthekanaal.</al><al/><al>Delden op de kaart van Jacob van Deventer (circa 1560 AD). Het noorden is boven.</al><al>44</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Figuur 4.7</al><al/><al>Archeologische vondstlocaties</al><al>Het stadscentrum van het huidige Delden is aangewezen als archeologisch monument,</al><al>te weten een terrein van acheologische waarde (CMA-nr. 13968). Tijdens onderzoek in</al><al>1988 aan de Langestraat en Kerkstraat werd een knuppelpad van elzen- en</al><al>berkenhout aangetroffen, dat kan worden gedateerd in de periode 1300-1380 (CAA-nr.</al><al>13835) en tevens een laatmiddeleeuwse schoen*. In 1989 werd door de toenmalige</al><al>ROB in samenwerking met de AWN een deel van de oude laatmiddeleeuwse</al><al>stadsgracht van Delden opgegraven, die gedempt is in 1864 (CAA-nr. 17999). Ook zijn</al><al>(boor)onderzoeken uitgevoerd naar de gracht ter hoogte van Noordwal 24 en ter</al><al>hoogte van Zuidwal 3.55</al><al>Diepenheim</al><al>Diepenheim ontstond in de heerlijkheid Diepenheim. De omgrachte nederzetting had in</al><al>1422 reeds stadsrechten.°® De kapel van het Huis Diepenheim werd in 1224 verheven</al><al>tot parochiekerk waardoor de scheiding met de parochie Markelo, waartoe Diepenheim</al><al>voordien had behoord, een feit werd. De kerk werd ingewijd aan de H. Johannes de</al><al>Evangelist. De industriële revolutie, die er mede voor zorgde dat steden als Enschede</al><al>en Oldenzaal steeds groter groeiden, ging aan Diepenheim voorbij waardoor het voor</al><al>wat betreft het aantal inwoners de kleinste stad van Twente is gebleven. Tot ver in de</al><al>twintigste eeuw was de agrarische sector de belangrijkste bron van inkomsten.</al><al>Diepenheim op de Hottingerkaart (1783). NB: de kaart is oost-georiënteerd; het noorden ís links!</al><al>+ Mededeling dhr. D. Lohuis</al><al>55 Mededeling dhr. D. Lohuis</al><al>©® stenvert, Kolman en Olde Meierink, 1998, p. 126</al><al>45</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Archeologische vondstlocaties</al><al>Het centrum van Diepenheim is een terrein van archeologische waarde (CMA-nr.</al><al>13974). In het westen ervan, op de locatie “kasteelbelt”, heeft zich een havezate</al><al>bevonden (CAA-nr. 4899). Tijdens een opgraving in 1974 ter plaatse van de NH kerk</al><al>zijn menselijke graven uit de nieuwe tijd en muurwerk uit de late middeleeuwen en</al><al>nieuwe tijd onderzocht (CAA-nr. 4906). Aan de noordelijke rand van het centrum is in</al><al>1983 keramiek uit de tweede helft van de late middeleeuwen B en nieuwe tijd</al><al>gevonden (CAA-nr. 13631). Ook is in het stadscentrum een benen glis uit de late</al><al>middeleeuwen gevonden (identieke CAA-nrs. 4907 en 4908). Deze had een lengte van</al><al>23 centimeter en was gemaakt uit het middenhandsbeen van een paard.</al><al>Goor</al><al>Goor ontstond op de plaats langs de belangrijke weg van Deventer naar Duitsland bij</al><al>een voorde door de Regge. Nabij deze plaats verrees ook de parochiekerk.</al><al>De oudste kern van Goor bestond uit een omgrachte lintbebouwing langs de</al><al>Kerkstraat. Aan het eind van de dertiende eeuw ontstond er een tweede kern, 't Schild</al><al>genaamd. Deze kern lag circa vijfhonderd meter naar het noorden, voor de poort van</al><al>de mogelijke twaalfde-eeuwse burcht Goor.°7 Door een planmatige ophoging ontstond</al><al>er een ovaal plateau dat wel een gracht, maar geen muur kende. In 1263 kreeg Goor</al><al>stadsrechten van bisschop Hendrik | van Vianden van Utrecht, de territoriale heerser</al><al>over het Oversticht (Overijssel).</al><al>Goor werd verscheidene malen ingenomen. Voor het eerst in 1498 door de Heer van</al><al>Wisch. Voor het laatst in 1597 toen prins Maurits de staatse overste IJsselstein wist te</al><al>ontzetten, die het stadje in 1581 had veroverd en daarbij veel schade aan gebouwen</al><al>had toegebracht. Nadien werden de versterkingen geslecht en ontstond een open</al><al>stadje.</al><al>In het midden van de negentiende eeuw bestond Goor uit 208 huizen die werden</al><al>bewoond door 1600 inwoners, die hun bestaan hoofdzakelijk vonden in de daar</al><al>aanwezige calicotsfabrieken en linnen- en pellenweverijen.°? De aanwezigheid van een</al><al>haven aan de rivier de Regge zorgde daarbij voor de aan- en afvoer van grondstoffen.</al><al>De textielindustrie, die vrijwel geheel in handen was van de familie Jannink, zou tot na</al><al>de Tweede Wereldoorlog bepalend zijn voor Goor. Ook andere zaken, zoals de aanleg</al><al>van de spoorlijn Zutphen-Enschede, de spoorlijn Hellendoorn-Neede en ook, zij het in</al><al>mindere mate, het graven van het Twenthekanaal, droegen bij aan de ontwikkeling van</al><al>Goor. Tot het begin van de twintigste eeuw bleef Goor een klein stadje met een</al><al>slingerende lintbebouwing en twee kernen (zie figuur 4.8). Vanaf die tijd breidde het</al><al>stadje zich voornamelijk in noordelijke en zuidelijke richting uit.</al><al>In de Tweede Wereldoorlog werd het centrum van Goor op 27 maart 1945</al><al>weggevaagd door geallieerde bommenwerpers die Duitse opslagplaatsen wilden</al><al>vernietigen. Deze werden niet getroffen, maar wel 82 burgers werden slachtoffers.</al><al>Eind jaren veertig van de vorige eeuw werd het centrum herbouwd, waarbij ruimte werd</al><al>geschapen voor de doorgang van onder meer vrachtverkeer.</al><al>°7 stenvert, Kolman en Olde Meierink, 1998, p. 151</al><al>68 Van der Aa, 1839-1851, p. 659</al><al>46</al><al/><al/><al>BAAC bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Figuur4.8 _ Goorop de kaart</al><al>J</al><al>van Jacob van Deventer (circa</al><al>… Merdis.</al><al>1560 AD). Het</al><al>e</al><al>noorden ligt boven.</al><al>Archeologische vondstlocaties</al><al>Het oude stadscentrum van Goor is een terrein van archeologische waarde (CMA-nr.</al><al>13972). In het historische centrum hebben diverse archeologische onderzoeken</al><al>plaatsgevonden. Zo is in 1983 een laat-middeleeuwse kloostermop gevonden aan de</al><al>Hengevelderstraat (CAA-nr. 13650). In datzelfde jaar 1983 vond een opgraving plaats</al><al>op de locatie van de laatmiddeleeuwse stadsgracht. In de ophogingslagen in de gracht</al><al>werden kogelpotaardewerk, protosteengoed en overig aardewerk uit de 14° tot 19°</al><al>eeuw gevonden (CAA-nr. 13713). Tijdens een opgraving aan de Grotestraat werden</al><al>17° eeuws aardewerk en de funderingsresten van een stadspoort opgegraven. Deze</al><al>poort is vóór circa 1560 gebouwd (CAA-nr. 13787).</al><al>Tijdens proefsleuvenonderzoek in 2008 (vondstmelding 409381) aan de Hengevelderstraat zijn resten gevonden uit de 14° en de 17° eeuw. Het betreft de resten van een</al><al>gebouw, dat aan de hand van het in de sporen aangetroffen aardewerk tussen 1325 en</al><al>1400 gedateerd wordt. De resten uit de 17° eeuw bestaan uit een oven, een poer en</al><al>een waterput. Van de oven is het echter niet geheel zeker dat deze uit de 17° eeuw</al><al>dateert. Het vondstmateriaal bestaat uit steengoed uit Siegburg en Langerwehe,</al><al>protosteengoed, wandtegels, kogelpotaardewerk en grijsbakkend aardewerk.</al><al>Ook staat in ARCHIS de vondst van vier (fragmenten van) ruitersporen en twee</al><al>lemmetten van een mes geregistreerd op de locatie “stadsgracht’”. De waarneming is</al><al>ten zuidwesten van Goor geplaatst, maar omdat het een administratieve plaatsing</al><al>betreft, zal de vondstlocatie gezien het toponiem “stadsgracht” eerder in het centrum</al><al>van Goor gezocht moeten worden. De vondsten dateren uit de late middeleeuwen tot</al><al>nieuwe tijd.</al><al>47</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Markelo</al><al>Oudtijds werd de nederzetting Marclo genoemd, dat volgens sommigen grensoord zou</al><al>betekenen.°° Markelo duidt dan op een bos ('lo’) dat een afscheiding of grens (‘mark’)</al><al>aangeeft. Op de Dingspelerberg bevond zich een belangrijke regionale dingplaats,</al><al>waar volgens Saksisch gewoonrecht vanaf de vroege middeleeuwen (ongeveer 350 na</al><al>Christus) tot zeker 1200 recht gesproken werd. Sinds de vijftiende eeuw maakt</al><al>Markelo deel uit van het richterambt Kedingen.</al><al>Archeologische vondstlocaties</al><al>Het oude centrum van Markelo (zie ook Bijlage 5d) is geen AMK-terrein. In het noorden</al><al>van Markelo heeft in 1999 archeologisch onderzoek plaatsgevonden, waarbij enkele</al><al>kuilen en twee spiekers met middeleeuws aardewerk werden gevonden (CAA-nr.</al><al>43959). Ook werden een palenrij en enkele greppels uit de vroege middeleeuwen D tot</al><al>late middeleeuwen A aangetroffen (CAA-nr. 43946). Iets ten westen daarvan is in</al><al>2003/2004 archeologisch onderzoek uitgevoerd (CAA-nr. 55702) waarbij onder andere</al><al>twee hutkommen, vijf huisplattegronden (waaronder viermaal van het type Gasselte),</al><al>een greppel, een fragment van een Pingsdorf tuitpot, veel kogelpotaardewerk, drie</al><al>waterputten, zeven spiekers en meerdere fragmenten proto-steengoed werden</al><al>gevonden. Deze vondsten stammen uit de vroege middeleeuwen C of D tot de late</al><al>middeleeuwen. Voor Markelo mag dus tenminste een middeleeuwse ouderdom en dus</al><al>een lange bewoningsgeschiedenis verondersteld worden.</al><al>4.7.3 Landweren</al><al>Binnen de gemeente bevinden zich op enkele plaatsen de resten van landweren (zie</al><al>ook Fig. 4.7), die hieronder besproken zullen worden:</al><al>Op het landgoed Twickel, ten noordoosten van Delden, bevindt zich een zandwal met</al><al>een breedte van 5 meter en een hoogte van 0,7 meter. Hij is gelegen tussen twee</al><al>smalle, steilwandige slootjes van circa 2 meter breed. Het is een fraaie, kaarsrechte</al><al>wal die vroeger lag op de grens van twee marken. Het resterende stuk op landgoed</al><al>Twickel is circa 800 meter lang. Hij stamt uit de late middeleeuwenB tot nieuwe tijd B.</al><al>De zandwal is aangeduid als terrein van hoge archeologische waarde (AMK-nr. 13809;</al><al>CAA-nr. 34007).</al><al>Een tweede landweer is gelegen ten noorden van deze landweer en ligt parallel aan de</al><al>(zuidzijde van de) Veldweg, op de grens met de gemeente Hengelo. Het zandlichaam</al><al>heeft een breedte van circa 4 meter bij een hoogte van 0,7 meter. Ook deze wal wordt</al><al>geflankeerd door twee greppels. De zandwal is eveneens aangeduid als terrein van</al><al>hoge archeologische waarde (AMK-nr. 13810; CAA-nr. 38606). Een analyse van het</al><al>AHN heeft geen aanwijzingen opgeleverd van nog onbekende landweren.</al><al>In het Elsenerveld in het westen van de gemeente bevindt zich een groot beschermd</al><al>terrein van zeer hoge archeologische waarde, waar zich onder andere meerdere</al><al>grafheuvels bevinden (AMK-nr. 975). Hier bevinden zich ook de resten van een</al><al>(mogelijke) driedubbele landweer uit de late middeleeuwen. Het noordoostelijke</al><al>gedeelte valt net buiten het beschermde terrein. De hoogte van de landweer bedraagt</al><al>circa 1 meter. Vanwege het feit dat flankerende greppels ontbreken, is het niet</al><al>69 Van der Aa, 1839-1851, p. 688</al><al>48</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>helemaal zeker dat het een landweer betreft. Er zijn op het terrein ook karrensporen uit</al><al>(hoofdzakelijk) de latere middeleeuwen aanwezig.</al><al>4.7.4 Kastelen en havezaten</al><al>In het buitengebied van de gemeente bevinden zich enkele kastelen en een groot</al><al>aantal havezaten. Een havezate is een versterkt huis, hofstede, hof of hoeve.</al><al>Oorspronkelijk was het een benaming voor een grote boerderij met land, later een</al><al>speciale term voor landelijke huizen waarvan de bewoners speciale rechten genoten.</al><al>Dit laatste meestal in verband met het lidmaatschap van de ridderschap. De</al><al>verschillende kastelen en havezaten worden hierna beschreven. De gebruikte</al><al>informatie is afkomstig uit Archis (waarnemingen, AMK terreinen en vondstmeldingen)</al><al>en de publicatie door Gevers &amp; Mensema over de havezaten in Twente.7%</al><al>Kastelen en havezaten rond Delden</al><al>Twickel</al><al>Net ten noorden van Delden bevindt zich kasteel Twickel of Twickelo (Fig. 4.9). Het</al><al>betreft een terrein met een hoge archeologische waarde (AMK-nr. 13800), tevens is in</al><al>Archis een waarneming geregistreerd (CAA-nr. 2683). De geschiedenis van kasteel</al><al>Twickel begint in 1347, het jaar waarin Herman van Twickelo het huis Eysink koopt,</al><al>waarbij ook een watermolen behoort. Waarschijnlijk wordt in het begin van de</al><al>zestiende eeuw een nieuw huis gebouwd dat in 1640 wordt uitgebreid met een</al><al>vernieuwde zuidvleugel. Tussen de jaren 1650 en 1670 werd de aanleg van een Uvormig voorplein met poort, bouwhuizen, stallen en een moestuin gerealiseerd. In deze</al><al>jaren komen ook de twee haaks op elkaar gerichte lanen tot stand: de Twickelerlaan en</al><al>de Kooidijk.</al><al>Omstreeks 1692 wordt het kasteel uitgebreid met de monumentale galerijvleugel, het</al><al>trappenhuis en twee hoekpaviljoens. Tevens worden de lanen verlengd en het</al><al>grondbezit uitgebreid. Tenslotte werd in de negentiende eeuw door de toenmalige</al><al>bewoners eerst het park en later het huis gerenoveerd. De resten van de havezate</al><al>bevinden zich op de achterplaats van het huidige kasteel. In augustus 1978 zijn deze</al><al>resten opgegraven.</al><al>79 Gevers &amp; Mensema 2004.</al><al>49</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Figuur4.9 _ Kasteel Twickel rond 1905</al><al>Het goed Warmtink</al><al>Ten westen van Delden bevindt zich de locatie van het goed Warmtink. Hoewel in</al><al>ARCHIS gesproken wordt over een havezate, wordt het volgens Gevers &amp; Mensema</al><al>(2004) niet tot de havezaten gerekend. Het betreft een terrein met een hoge</al><al>archeologische waarde (CMA-nr. 15495), tevens zijn in Archis twee waarnemingen</al><al>geregistreerd (CAA-nrs. 2682 en 21574). Warmtink, ook wel Wermerting genoemd,</al><al>werd in 1430 voor het eerst genoemd. Het goed werd in de 19° eeuw afgebroken. Ter</al><al>plaatse werd een nieuwe boerderij gebouwd. De resten van het oude gebouw liggen</al><al>onder en rond deze hoeve. Ook zou nog een gracht aanwezig zijn. Op het terrein zijn</al><al>fragmenten roodbakkend en grijsbakkend aardewerk gevonden, alsmede fragmenten</al><al>kacheltegels.</al><al>Havezate Hachmeule</al><al>Ten noorden van het dorp Bentelo bevindt zich een terrein met de restanten van de</al><al>havezate Hachmeule. Het betreft een terrein met een hoge archeologische waarde</al><al>(CMA-nr. 13855), tevens zijn in Archis twee waarnemingen geregistreerd (CAA-nrs.</al><al>4652 en 29745). De havezate ontleent zijn naam aan de watermolen De Hagmolen die</al><al>al in de 14° eeuw bestaan moet hebben. De eerste vermelding van het goed dateert uit</al><al>omstreeks 1335. In 1585-1586 bestond het uit een erve zonder boer en werd het niet</al><al>verpacht. In 1675 telde het nog vier vuursteden, maar zeven jaar later waren het er nog</al><al>maar twee. In 1864 werd de erve vermaakt als ‘boerenplaats de Hagmolen'’. In het</al><al>begin van de 19° eeuw, vóór 1820 is de havezate gesloopt. Tot in het midden van de</al><al>19° eeuw was de huisplaats nog herkenbaar in het landschap. Na 1866 (nadat de</al><al>Hagmolen was afgebrand) werden de gronden opnieuw verkaveld en een gedeelte van</al><al>de grachten werd gedempt. In augustus 1982 zijn een aantal proefputten haaks op de</al><al>hoofdburcht gegraven, waarbij houten funderingspalen werden aangetroffen.</al><al>Bovendien werd duidelijk dat vrijwel alle sporen van gebouwen door uitbraak waren</al><al>verdwenen. Slechts een klein fragment van de stenen fundering was nog aanwezig.</al><al>Wel werden een grote hoeveelheid aardewerk (veel grijsbakkend aardewerk en</al><al>50</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Siegburgs steengoed'’, houten borden, een tinnen lepel en veel leer (waaronder een</al><al>kinderschoentje) gevonden.</al><al>Havezate Backenhagen</al><al>De havezate Backenhagen is gelegen in de buurtschap Deldenerbroek. Het terrein</al><al>heeft een hoge archeologische waarde (CMA-nr. 13799), tevens is in Archis een</al><al>waarneming geregistreerd (CAA-nr. 2681). De havezate is genoemd naar Johan de</al><al>Baecke en zijn vrouw Anna Hagen die bij de al bestaande boerderij Rotgerinck een</al><al>edelmanshuis bouwden dat ze Backenhagen noemden. Een van de oudste</al><al>vermeldingen van het erf “Rotgerinck” dateert uit 1371. De Baecke kreeg in 1611 het</al><al>erf in bezit. In 1631 liet de familie een nieuw huis bouwen. In 1675 werd dit bij het</al><al>betalen voor belasting voor zeven vuursteden aangeslagen. In 1732 werd het huis</al><al>Baeckenhagen beschreven /getekend als een eenvoudig langwerpig huis, omgeven</al><al>door een gracht en met een vaste brug. Waarschijnlijk is het in 1631 verrezen huis</al><al>omstreeks 1730 aan beide kanten uitgebreid. Omstreeks 1826 werd het vervallen goed</al><al>hersteld en legde men een tuin aan in Engelse stijl. In 1848 werd het oude huis</al><al>afgebroken en er verrees een nieuw, meer oostelijk gelegen landhuis. De fundamenten</al><al>van de oude havezate zijn nog in de ondergrond aanwezig.</al><al>Havezate Dubbelink</al><al>Ten zuiden van het buurtschap Azelo bevindt zich de havezate Dubbelink. Het terrein</al><al>heeft een hoge archeologische waarde (CMA-nr. 13798), tevens is in Archis een</al><al>waarneming geregistreerd (CAA-nr. 2680). Dubbelink werd in 1475 voor het eerst</al><al>genoemd. In 1686 bestond het goed Dubbelink uit een huis, een bouwhuis en een stal.</al><al>In 1696 werd het nogmaals geïnspecteerd en hoewel het werd aangeslagen voor vier</al><al>vuursteden, moet het geheel onaanzienlijk zijn geweest en wellicht enigszins in verval.</al><al>Omstreeks 1752 is het gesloopt. In het begin van de 20° eeuw waren de grachten van</al><al>de havezate nog duidelijk zichtbaar, terwijl in 1974 er nog maar weinig van de</al><al>grachtrestanten te zien was. Binnen de gracht bevond zich een puinconcentratie. Voor</al><al>de rest zijn er geen vondsten gedaan. De huidige, nog aanwezige boerderij die in 1838</al><al>werd gebouwd staat buiten de gracht.</al><al>Het goed Graes</al><al>Ten zuidoosten van Azelo en vlak ten oosten van de havezate Dubbelink bevond zich</al><al>het huis Graes. Hoewel in ARCHIS gesproken wordt over een havezate, wordt het</al><al>volgens Gevers &amp; Mensema (2004) niet tot de havezaten gerekend. Van dit verdwenen</al><al>goed zijn alleen nog het restant van de gracht en enkele grondsporen bewaard</al><al>gebleven (CAA-nr. 2679).</al><al>Kastelen en havezaten rond Diepenheim</al><al>Het eerste Huis te Diepenheim</al><al>Ten zuidoosten van Diepenheim, ter hoogte van het erf De Horre of Horde, heeft zich</al><al>volgens overleveringen een kasteel bevonden (“het eerste huis te Diepenheim”, CAAnr. 4904). Dit kasteel zou de voorganger zijn van een kasteel dat gelegen was bij de</al><al>molen Den Haller ten zuidoosten van Diepenheim (CAA-nr. 4903) en dat ook wel “het</al><al>tweede huis te Diepenheim” wordt genoemd. Dit kasteel zou verwoest zijn in 1177.</al><al>Daarna zou in 1181 de havezate Diepenheim (ook wel genoemd Huize Diepenheim)</al><al>zijn gesticht ten westen van het huidige Diepenheim, ter plaatse van de “Kasteelbelt”</al><al>(zie havezate Diepenheim). Ter plaatse van het erf De Horde was in 1969 nog een</al><al>51</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>niet-watervoerende grachtachtige depressie zichtbaar.7! Andere verschijnselen die</al><al>kunnen wijzen op een kasteelterrein werden toen niet waargenomen.’? Ter plaatse van</al><al>“het tweede huis te Diepenheim” zijn bij een inspectie aan het oppervlak geen</al><al>aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een kasteelterrein.</al><al>In 2000 heeft BAAC op het terrein ‘De Horde’ een booronderzoek uitgevoerd</al><al>(onderzoeksmelding 11093).7° Dit booronderzoek heeft geen aanwijzingen voor een</al><al>locatie van een mogelijk kasteelterrein opgeleverd (vondstmelding 403554 en CAA-nr.</al><al>45677). Het booronderzoek heeft wel aangetoond dat er op het terrein een rechthoekig</al><al>slotenpatroon/grachtenstelsel aanwezig is. Dit patroon komt overeen met het patroon</al><al>dat op kadastrale kaarten uit 1832 en 1842 is aangegeven. Op grond van</al><al>mededelingen van kastelendeskundige Janssen zou het slootpatroon met de</al><al>vastgestelde slootbreedtes eerder bij een hoeve passen. De gemiddelde slootbreedte</al><al>is namelijk te smal voor een verdedigbare gracht, die toch een minimale breedte van 7</al><al>meter zou moeten hebben. De 16°-17e eeuwse datering van de boerderij aan de</al><al>Esweg op basis van bouwhistorisch onderzoek* en de vermoedelijke 17° eeuwse</al><al>datering van het begin van de huidige Molenbeek (leverancier van water voor</al><al>sloten/grachten) versterken de veronderstelling dat het slootpatroon mogelijk tot een</al><al>hoeve behoort en niet tot een kasteel. Op het terrein zelf werd vondstmateriaal</al><al>aangetroffen in de vorm van protosteengoed, steengoed, grijsbakkend aardewerk,</al><al>roodbakkend aardewerk, baksteen en houtskool.</al><al>Havezate Diepenheim</al><al>De havezate Diepenheim bevindt zich net ten westen van Diepenheim. Het betreft een</al><al>terrein met een hoge archeologische waarde (CMA-nr. 2545), tevens is in Archis een</al><al>waarneming geregistreerd (CAA-nr. 4834). Het huis ligt op de locatie van de in 1177</al><al>gestichte burcht Diepenheim, die van 1331 tot de sloop omstreeks 1545 een</al><al>bisschoppelijke grensversterking was.7° De fundamenten van dit kasteel zijn</al><al>geconserveerd onder het huidige landhuis dat in 1648 in opdracht van het echtpaar</al><al>Bentinck-Van Bloemendael in classicistische stijl werd gebouwd (figuur 4.10).</al><al>Vermoedelijk werden in het laatste kwart van de zeventiende eeuw twee lage</al><al>zijvleugels aangebouwd. In de voorgevel is het opschrift ‘in ’t jaer 1707 verandert’ te</al><al>lezen, waarmee waarschijnlijk wordt bedoeld dat de oorspronkelijke buitentrap naar de</al><al>huidige plaats in de hal werd verplaatst. Het huis werd in 1868 en 1886</al><al>gemoderniseerd waarbij onder meer een lichtkoepel werd aangebracht. In 1905 werd</al><al>het huis nogmaals verbouwd, waarbij rechtsachter een aanbouw met traptorentje</al><al>verrees. Vervolgens werd in 1925-1927 aan de achterzijde een verdieping opgetrokken</al><al>met een zaal en bibliotheek.</al><al>Een brug en een uit 1685 daterend poortgebouw, dat grotendeels uit zandsteen</al><al>bestaat, vormt de toegang tot het voorplein welke wordt geflankeerd door twee</al><al>bouwhuizen, waarschijnlijk daterend uit het laatste kwart van de zeventiende eeuw.</al><al>7* Mondelinge mededeling A.D. Verlinde zoals vermeld in Schorn 2001.</al><al>72 Volgens J. van der Veen, een lokale bewoner, zouden rond 1880 nog muurresten en resten van grote</al><al>grachten op het terrein ‘De Horde” zichtbaar zijn geweest. Er zou een grote gracht om de weide</al><al>“Possenhoek” zijn gedicht en bij graafwerkzaamheden zouden ijzeren kogels zijn gevonden. Een oudeigenaar van het terrein zou in diens jeugd hebben meegeholpen om een greppe! cq gracht met zand te</al><al>dempen (Schom 2001).</al><al>79 Schorn 2001.</al><al>7* Emmens &amp; Masselink 2001.</al><al>75 Stenvert, Kolman en Olde Meierink, 1998, p. 127</al><al>52</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Figuur 4.10 Huis Diepenheim rond 1905</al><al>Achter het huidige huis ligt een kasteelbelt waaronder zich nog de oude middeleeuwse</al><al>fundamenten van de havezate bevinden, zoals bleek uit onderzoek door Renaud in</al><al>1960. Op terrein Kasteelbelt zijn toen laatmiddeleeuws aardewerk, kloostermoppen en</al><al>puin aangetroffen (CAA-nr. 4899).</al><al>Huize „Diepenheim”,</al><al>Havezate Westerflier</al><al>Ten zuidwesten van Diepenheim, aan de Schipbeek, bevindt zich de havezate</al><al>Westerflier. Het betreft een terrein met een hoge archeologische waarde (CMA-nr.</al><al>2549), tevens zijn in Archis een waarneming (CAA-nr. 4909) en vondstmelding</al><al>(vondstmelding 407040) geregistreerd. De havezate Westerflier is gebouwd rond 1570</al><al>op de plaats waar voordien ‘noch ein unlandt’ (een woeste plek) was. Rond 1626 vond</al><al>een verbouwing van het huis plaats. In 1675 telde het huis vier vuursteden en zever</al><al>jaar later slechts twee (een gedeelte van het huis werd onbewoonbaar). Tussen 1721</al><al>en 1729 liet men het oude huis Westerflier afbreken en in 1729 werd het huidige huis</al><al>met de bouwhuizen gebouwd (figuur 4.11). Het grootste gedeelte van de gracht van de</al><al>oude havezate is nog aanwezig, evenals een koetshuis. Vermoedelijk zijn er op of</al><al>onder de locatie van het huidige gebouw uit 1729 nog resten van de havezate uit 1570</al><al>te vinden. Tijdens een archeologische begeleiding op het terrein werden diverse</al><al>vondsten uit voornamelijk de nieuwe tijd gedaan, bestaande uit geglazuurd aardewerk,</al><al>fragmenten baksteen, een spinklosje, stukken glas, runderbot en vloertegelfragmenten.</al><al>53</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Figuur 4.11 Havezate</al><al>Havezate</al><al>Iets ten zuiden</al><al>Westerflier</al><al>Warmelo</al><al>van</al><al>rond</al><al>Diepenheim</al><al>1910</al><al>ligt de havezate</al><al/><al>Warmelo. Het betreft een terrein met</al><al>een hoge archeologische waarde (CMA-nr. 13850), tevens is in Archis een</al><al>waarneming geregistreerd (CAA-nr. 4902). De oudste vermelding van Warmelo stamt</al><al>uit 1415. Het tegenwoordige herenhuis bestaat uit een rechthoekig gebouw uit de</al><al>eerste helft van de 17° eeuw, waartegen omstreeks 1875 een smallere aanbouw is</al><al>opgetrokken waarin fragmenten van ouder muurwerk zijn opgenomen. In de gracht van</al><al>de havezate is een complete spreeuwenpot van roodbakkend aardewerk gevonden.</al><al>Havezate Pekkedam</al><al>Net ten oosten van Diepenheim, gelegen tussen Nijenhuis en het stadje Diepenheim,</al><al>bevond zich de havezate Pekkedam. Het betreft een terrein met een hoge</al><al>archeologische waarde (CMA-nr. 13849), tevens is in Archis een waarneming</al><al>geregistreerd (CAA-nr. 4905). Van Huis Peckedam is niet veel meer bekend dan dat</al><al>het reeds in de twaalfde eeuw werd genoemd in een document. De oudste vermelding</al><al>van de erve stamt uit 1519. Omstreeks 1555 ‘werd den Peckedam getimmert’. In 1675</al><al>en 1682 werd het aangeslagen voor vier vuursteden en behoorde het dus tot de</al><al>kleinere huizen. Omstreeks 1826 werd het huis gesloopt, nadat in 1815 de allee van</al><al>het Nijenhuis over de huisplaats van Pekkedam was doorgetrokken. In 1969 waren er</al><al>nog delen van een 8 meter brede gracht aanwezig. Bij het weer uitgraven van de</al><al>grachten in april 1999 zijn 17° eeuwse scherven, bouwpunten en restanten van een</al><al>vleilaag aangetroffen.</al><al>Havezate Nijenhuis</al><al>De havezate Nijenhuis is gelegen ten oosten van Diepenheim. Het betreft een terrein</al><al>met een hoge archeologische waarde (CMA-nr. 13847), tevens is in Archis een</al><al>waarneming geregistreerd (CAA-nr. 4835). De oudste vermelding van het goed dateert</al><al>uit 1380. Omstreeks 1491 werd op de plaats van het boerenerf een edelmanswoning</al><al>54</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>gebouwd. In 1603 bestond het Nijenhuis uit een omgracht ’principael’ huis, een</al><al>poortgebouw en een bouwhuis. Het thans bestaande huis dateert uit 1662.</al><al>Kastelen en havezaten rond Goor</al><al/><al>Bisschoppelijk kasteel</al><al>In Goor bevinden zich in de ondergrond de restanten van een bisschoppelijk kasteel.</al><al>Het betreft een terrein van hoge archeologische waarde (CMA-nr. 13764), hierbij horen</al><al>ook de (vrijwel identieke) waarnemingen 4826 en 4821. Deze locatie wordt ook wel “De</al><al>Borg” genoemd. Dit kasteel werd gesticht in circa de 12° eeuw. Het werd weer verlaten</al><al>in de 15° eeuw. In 1969 waren de grachten van het kasteel nog net zichtbaar. Rond</al><al>1880 werd er reeds materiaal verzameld van dit terrein. In 1964 heeft er tevens een</al><al>opgraving plaatsgevonden. In een bouwput achter het pand aan de Molenstraat 2 trof</al><al>men Siegburgaardewerk aan in de zuidelijke gracht van het kasteelterrein. Men stelde</al><al>bovendien twee rijen zware beschoeiingen (eikenhout) vast en een menselijk skelet in</al><al>gestrekte houding.</al><al>Globaal gelegen tussen Goor en Delden bevindt zich de locatie van het vroegere Hof</al><al>te Wiene, een laatmiddeleeuws bisschoppelijk hof (CAA-nr. 4719). Op het terrein</al><al>bevindt zich nu een boerenerf.</al><al>Huis Hekeren</al><al>In het noordoosten van Goor bevindt zich de havezate Hekeren, ter plaatse van een</al><al>kloosterterrein. Hier bevinden zich nog resten van funderingen in de ondergrond. Het</al><al>betreft een terrein met een hoge archeologische waarde (CMA-nr. 13765), tevens zijn</al><al>twee waarnemingen geregistreerd (CAA-nr. 4828 en 45721). De oudste vermelding</al><al>van de havezate stamt uit omstreeks 1400, maar vermoedelijk is het huis ouder. De</al><al>havezate wordt ook wel Huis te Goor’ genoemd. De toenmalige eigenaar was Wolter</al><al>van Coevorden, wiens familie tot in het midden van de zestiende eeuw het kasteel in</al><al>eigendom had. In 1583 brandde het huis grotendeels af. In 1596 werd het huis weer</al><al>opgebouwd. Halverwege de 17de eeuw liet men de havezate verbouwen of vergroten.</al><al>Het huis Hekeren telde in 1675 maar liefst elf vuursteden en behoorde daarmee tot de</al><al>grotere huizen van Twente. De oude havezate is nog in sterk verbouwde vorm</al><al>aanwezig. Het muurwerk van de kelders is vermoedelijk nog middeleeuws. In 1999 is</al><al>ter plaatse van het koetshuis een booronderzoek uitgevoerd. Hierbij werd op een</al><al>zandkop een grote hoeveelheid baksteenpuin gevonden. Rondom de zandkop bevond</al><al>zich een gracht.</al><al>In Archis is waarneming 4827 geregistreerd ten westen van de havezate Hekeren. De</al><al>omschrijving hierbij is “Iaatmiddeleeuws borggoed van het huis Goor”. Het is</al><al>onduidelijk of deze waarneming verkeerd geplaatst is of dat het een andere havezate</al><al>betreft.</al><al>Havezate Wegdam</al><al>Ten zuiden van Goor bevindt zich de havezate Wegdam. Het betreft een terrein met</al><al>een hoge archeologische waarde (CMA-nr. 13848), tevens is er een waarneming</al><al>geregistreerd (CAA-nr. 4832). De oudste vermelding van het goed Wegdam stamt uit</al><al>1400. Rond 1550 bouwde men er een edelmanswoning. In 1619 werd het woonhuis</al><al>hersteld. Ook in 1684 en 1689 vonden er verbouwingen plaats. In 1675 werd het huis</al><al>Wegdam voor drie vuursteden aangeslagen. Het betrof een eenvoudig huis, in een L55</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Figuur 412 Weldam rond 1970</al><al>vorm gebouwd en omgeven door een gracht. Het gebouw werd omstreeks 1757</al><al>gesloopt waarna het nu nog bestaande huis in 1758 werd gebouwd.</al><al>Havezate Weldam</al><al>Eveneens ten zuiden van Goor gelegen is de havezate Weldam. Het betreft een terrein</al><al>met een hoge archeologische waarde (CMA-nr. 13846; CAA-nr. 4833). Het kasteel</al><al>werd voor het eerst genoemd in 1248. In 1568 en in de zeventiende eeuw werd het</al><al>verbouwd. De middenpartij is opgetrokken uit Bentheimer Zandsteen in Italiaanse</al><al>renaissance.</al><al>In 1732 werd de havezate beschreven als een deftig huis, omgeven door een gracht.</al><al>Daarna stond het lange tijd leeg en werd het pas weer in 1755 bewoond. In 1879 werd</al><al>het huis geheel verbouwd en in 1897 en 1899 bouwde men twee torens op beide</al><al>hoeken (figuur 4.12). Het oudste deel van het nu nog bestaande en bewoonde</al><al>woonhuis dateert uit de 17° eeuw.</al><al>* Het Kasteel „Weldam E</al><al>bij Goor (Overijsel)</al><al/><al>Havezate</al><al>In de huidige</al><al>Olidam</al><al>Kevelhammerhoek bevindt zich</al><al/><al>de locatie van de havezate Olidam. Het</al><al>betreft een terrein van zeer hoge archeologische waarde dat beschermd is (CMA-nr.</al><al>557; CAA- 4820 en 13632). De oudste vermelding van Olidam stamt uit 1385.</al><al>Vermoedelijk is de havezate vóór 1602 gesloopt. Van deze havezate is de ronde</al><al>aanleg nog zichtbaar en zijn de binnengrachten nog aanwezig. Tijdens het</al><al>archeologisch onderzoek bleek dat tussen de binnen en buitengracht aan de zuidzijde</al><al>en westzijde een zes meter brede wal was gelegen. Deze wal is in 2 fasen</al><al>opgeworpen. De wal gaat in zuidelijke richting over in een kunstmatig verhoogd terrein.</al><al>Het driehoekige voorterrein werd omgeven door grachten. In de 20° eeuw zijn de</al><al>grachten dichtgegooid met grond van het voorterrein. De afmetingen van de</al><al>woonheuvel bedragen circa 18 meter in doorsnede en 1,6 meter in hoogte. De breedte</al><al>van de binnengracht aan de oostzijde was 15 tot 20 meter en is later versmald tot 5</al><al>meter. Buiten de binnengracht liep een singel van 8 meter breed. Buiten de singel liep</al><al/><al>56</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>een steekgracht van 5 meter breed. Bij het archeologisch onderzoek zijn vrij dicht</al><al>onder het maaiveld de fundamenten van een klein rechthoekig woonhuis aangetroffen</al><al>(afmetingen van 10,5 bij 7 meter). Bij de bouw ervan zijn op de vier hoeken zware</al><al>zwerfstenen als fundering gebruikt. Het is onduidelijk wat de functie van het gebouw is</al><al>geweest. Mogelijk was het een borgmanswoning, maar het kan ook een grote</al><al>graanschuur zijn geweest. Het vondstmateriaal dat ter plaatse is gevonden bestaat uit</al><al>aardewerk, (gebrandschilderd) glas en ijzer dat gedateerd kan worden in de 15°-17°</al><al>eeuw.</al><al>In 2004 is met een prikstok op de woonheuvel en het voorterrein gezocht naar</al><al>muurwerk. Daarnaast is op het voorterrein een boring gezet met een Edelmanboor van</al><al>7 cm en een boring met een 3 cm guts. Op de woonheuvel bevindt zich muurwerk</al><al>direct onder de vegetatielaag. Op het voorterrein bevinden zich vanaf een diepte van</al><al>ca. 20 -mv puinbrokjes en houskoolpartikels in de ondergrond. Met de prikstok is op dit</al><al>deel van het monument geen muurwerk aangetroffen.</al><al>Havezate Scherpenzeel</al><al>Onder de huidige bebouwing van Goor ligt de locatie van de havezate Scherpenzeel.</al><al>Het betreft een terrein met een hoge archeologische waarde (CMA-nr. 13766; CAA-nr.</al><al>4830). De eerste vermelding van deze havezate dateert uit 1320. Aan het einde van de</al><al>16° eeuw is het tweemaal in brand gestoken. Het huis is vele malen verkocht totdat het</al><al>in zwaar verwaarloosde toestand in 1792 is afgebroken. Op het terrein zijn geen</al><al>zichtbare structuren en resten meer vanwege de bebouwing. Waarschijnlijk zijn de</al><al>restanten uitgegraven en zijn de depressies opgevuld met afval van een textielfabriek.</al><al>Havezate Stoevelaar</al><al>Havezate Stoevelaar bevindt zich ten westen van Goor, in het buurtschap Herike. Het</al><al>betreft een terrein van hoge archeologische waarde (CMA-nr. 2547; CAA-nr. 4829).</al><al>Stoevelaar behoorde tot de leengoederen van de bisschop van Utrecht en werd</al><al>omstreeks 1380 voor het eerst vermeld als 'Stuvelhof’. Halverwege de 17° eeuw telde</al><al>het huis acht vuursteden, een oven en een brouwketel. Het huis behoorde daarmee tot</al><al>de wat grotere huizen van Twente. In 1676 vond er nog een verbouwing plaats en</al><al>tussen 1700 en 1708 werd het huis na sloop opnieuw opgebouwd. Dit huis werd rond</al><al>1847 weer afgebroken en vervangen door een kleiner huis. Rond 1863 werd aan dit</al><al>bouwhuis een herenkamer toegevoegd, die rond 1980 werd gesloopt. Het bouwhuis</al><al>zelf is blijven bestaan. In 1952 werd het grootste deel van de gracht gedempt. Ook de</al><al>ruilverkavelingen in 1984 hebben veel schade toegebracht. Het grachtenstelsel is door</al><al>verkleuringen in de grond en door reliëfverschil nog te herleiden. Bij het koetshuis ligt</al><al>nog een deel van de 6 meter brede gracht open. Op het terrein zijn nog puinresten</al><al>aanwezig, met mogelijk nog een deel van de fundamenten.</al><al>Bij de havezate hoorden een aantal boerderijen. Ten zuidoosten lag boerderij</al><al>Stoevelman die in 1912 is gesloopt. Hier vlakbij lag het Hekhuis.</al><al>Ruim een halve kilometer zuidelijk van de havezate lag de boerderij Matena, ook wel</al><al>Mottena of Klein-Stoevelaar genoemd.</al><al>Ten noorden van de havezate lag boerderij de Swanenborgh. De boerderij wordt voor</al><al>het laatst genoemd in de registers van 1682 en is waarschijnlijk in de eerste helft van</al><al>de 18° eeuw gesloopt.</al><al>Op de locatie zijn bakstenen (waaronder kloostermoppen), stukken natuursteen,</al><al>steengoed uit Siegburg, spijkers, pijpjes en één of meerdere spinklosjes gevonden</al><al>57</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>(CAA-nr. 4845). De gracht is nog gedeeltelijk zichtbaar. Er wordt ook wel gedacht dat</al><al>de Swanenborgh een havezate was.</al><al>Havezate Elsen / Effinck</al><al>De havezate Elsen (Effinck) is gelegen langs de huidige Seinenweg te Elsen. Het</al><al>betreft een terrein met een hoge archeologische waarde (CMA-nr. 13621; CAA-nrs.</al><al>2576 en 4864). Deze havezate werd voor het eerst in het goederenregister van de</al><al>graaf van Dale genoemd, dat echter alleen uit een laat dertiende eeuws afschrift</al><al>bekend is. Het wordt dan genoemd als domus Effinc. In 1297 werden de tienden van</al><al>Effink genoemd. De havezate is nooit uitgegroeid tot een huis van enige allure maar is</al><al>beperkt gebleven tot een spieker. In 1675 telde het twee vuursteden. Waarschijnlijk</al><al>was het toen niet meer dan een jachthuis. Kort voor 1821 is het huis afgebrand. In</al><al>1828 werden de overige havezaatsgoederen geveild. Door een ruilverkaveling in 1984</al><al>zijn alle sporen van de havezate uitgewist. De ronde gracht ervan zou toen</al><al>geëgaliseerd zijn. Op de locatie van de havezate zijn steengoed, grijsbakkend</al><al>aardewerk, roodbakkend aardewerk, aangepunte houten palen en baksteen</al><al>(waaronder kloostermoppen) gevonden.</al><al>Havezate Kevelnam</al><al>De havezate Kevelham is gelegen ten zuiden van Goor. Het betreft een terrein met een</al><al>hoge archeologische waarde (CMA-nr. 13851; CAA-nr. 4831). De eerste vermelding</al><al>van de havezate Kevelham stamt uit omstreeks 1380. In 1582/1583 werd het huis</al><al>verwoest door rondtrekkende groepen soldaten, waarna het weer werd opgebouwd.</al><al>Omstreeks 1625 werd er een 'klein spiekercken’ gezet. In 1642 verzocht men om</al><al>vermindering van de belasting op de vuursteden, omdat Kevelham leeg had gestaan.</al><al>In april 1730 brandde het af, waarna het in 1734 werd herbouwd in de vorm van een</al><al>spieker of herenkamer met slechts één vuurstede. In de volksmond sprak men over het</al><al>‘Hooge Huys’. Dit gebouw is waarschijnlijk voor 1825 afgebroken. Op het terrein is de</al><al>voormalige havezate niet meer te herkennen.</al><al>Huis Thije</al><al>Onder de huidige bebouwing van Goor bevindt zich de ligging van de (vermoedelijke)</al><al>havezate Huis Thije. Deze havezate is verdwenen, hij is niet meer zichtbaar (CAA-nr.</al><al>4859).</al><al>Kastelen en havezaten rond Markelo</al><al>Kasteel Hulsbeecke</al><al>Onder de huidige bebouwing van Markelo zou zich de locatie van het</al><al>laatmiddeleeuwse kasteel Hulsbeecke of de Heest bevinden (CAA-nr. 4825).</al><al>Havezate Oldenhof</al><al>Ten westen van Markelo bevindt zich de locatie van de havezate Oldenhof. Het betreft</al><al>een terrein met een hoge archeologische waarde (CMA-nr. 2550; CAA-nr. 4824). De</al><al>havezate werd na 1554 gebouwd. In 1675 telde het huis één vuurstede, wat doet</al><al>vermoeden dat het huis toen zeer vervallen moet zijn geweest. Zeven jaar later telt</al><al>men twee vuursteden. De havezate bestond waarschijnlijk uit een spieker met een erf,</al><al>een situatie die bleef bestaan tot de afbraak in 1875. Vervolgens bouwde men een</al><al>nieuw erf op een andere locatie, in de nabijheid van de oude huisplaats, waarmee ook</al><al>de oude benaming 'Oldenhof verdween. Aan het einde van de jaren ‘60 van de</al><al>58</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>twintigste eeuw bevonden de fundamenten zich nog geheel of gedeeltelijk op het</al><al>terrein. De oprijlaan en een deel van de gracht waren nog zichtbaar. Het terrein zelf is</al><al>laaggelegen en ietwat drassig.</al><al>Huis Keppels</al><al>Ten westen van Markelo bevindt zich de locatie van het verdwenen Huis Keppels. Het</al><al>betreft een terrein met een hoge archeologische waarde (CMA-nr. 13852), tevens zijn</al><al>er twee (identieke) waarnemingen geregistreerd (CAA-nrs. 3047 en 4810).</al><al>Waarschijnlijk is Huis Keppels geen havezate geweest, maar het was wel een huis met</al><al>veel aanzien. Het is in de 19° eeuw afgebroken. Tijdens een veldverkenning in juni</al><al>1969 door de ROB werden puinresten en aardewerkscherven gevonden.</al><al>4.7.5 Ontginning van het buitengebied</al><al>Een van de belangrijke doorgaande handelswegen tussen Holland en Duitsland liep in</al><al>de late middeleeuwen door de huidige gemeente Hof van Twente. Het betreft een weg</al><al>van Deventer via Holten, Goor, Delden naar Oldenzaal. Verder maakte een route over</al><al>de voet van de stuwwallen een goede noord-zuidverbinding mogelijk.</al><al>Naast de bebouwing in de hiervoor beschreven kernen bevond zich ook in het</al><al>landelijke gebied verspreide bebouwing (figuur 4.13). Deze bebouwing toonde een</al><al>sterke relatie met het landschap en (kruispunten van) wegen. Zo bevond zich op de</al><al>hoge en droge stuwwal nauwelijks bewoning, evenals in de laaggelegen, natte</al><al>gebieden zoals het Markelerbroek, Stokkummerbroek, Elsenerbroek, Elsenerveen en</al><al>andere gebieden die eindigen op —veen of —broek.</al><al>Uit de diverse leenregisters is de locatie en naam van veel boerderijen uit de late</al><al>middeleeuwen te achterhalen.</al><al>In de loop van de tiĳd verschuift en concentreert de bewoning zich. Een van de</al><al>gunstige zones voor bewoning zijn de flanken van de stuwwallen (in de zone met</al><al>gordeldekzand), waar dan ook bewoningslinten ontstaan (bijvoorbeeld Elsen, Markelo,</al><al>Herike, Stokkum). Daarnaast zijn op basis van de kadastrale kaart uit 1832 enkele</al><al>concentraties van bebouwing zichtbaar in de vorm van gehuchten. Voorbeelden</al><al>hiervan zijn Deldeneresch en Bentelo. Bij al deze gehuchten is ook een escomplex</al><al>aanwezig (figuur 4.13).</al><al>59</al><al>BAAC</al><al/><al>bv</al><al/><al>Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Figuur 4.13 De</al><al/><al>verspreiding van escomplexen (oranje) met de bebouwing (rood) in 1832, voorzien van toponiemen.</al><al>BAACY) 48 Bodemverstoringen</al><al>In de loop van de tiĳd heeft de mens diverse ingrepen in het natuurlijke landschap</al><al>uitgevoerd. Deze ingrepen gaan veelal gepaard met bodemverstoringen, waardoor</al><al>eventuele archeologische resten verstoord raken. Dit geldt met name voor de</al><al>negentiende en twintigste eeuw waar bij de grootschalige ontginningen diepe</al><al>bodemverstoringen teweeg zijn gebracht. Ook de ruilverkavelingsprojecten in de</al><al>tweede helft van de twintigste eeuw hebben naar verwachting veel schade toegebracht</al><al>aan de archeologische resten vanwege de doorgevoerde cultuurtechnische</al><al>maatregelen (diepwoelen etc.).</al><al>Tot halverwege de twintigste eeuw was de bouw van woningen grotendeels handwerk.</al><al>Voor de funderingen werden smalle sleuven gegraven tot op het vaste zand. Hierbij</al><al>werden grootschalige bodemvergravingen vermeden. Vanaf de jaren '50 werd de</al><al>huizenbouw gemechaniseerd, waarbij steeds vaker met machines een bouwput werd</al><al>aangelegd voorafgaand aan het leggen van de funderingen. Hierbij is in veel gevallen</al><al>een eventueel aanwezig esdek en oude akkerlaag in zijn geheel verwijderd. Bovendien</al><al>werden woningen steeds vaker geheel onderkelderd en indien nodig werden de</al><al>bouwpercelen voorafgaand aan de bouw geëgaliseerd. In buurten / wijken met veel</al><al>bebouwing vanaf de jaren '50 is de kans groot dat ter plaatse van de bebouwing de</al><al>bodem verstoord is tot in of tot onder het archeologische niveau. Echter, ter plaatse</al><al>van tuinen, openbaar groen en de wegen zal de bodem niet tot nauwelijks verstoord</al><al>zijn.</al><al>De locaties met bodemverstoringen liggen verspreid door de gehele gemeente (bijlage</al><al>2). Hierbij moet worden opgemerkt dat voornamelijk in de lager gelegen zones in het</al><al>zuidwestelijke en het noordoostelijke deel van de gemeente relatief veel</al><al>bodemverstoringen aanwezig zijn. Grootschalige bodemverstoringen zijn ontstaan ter</al><al>plaatse van het Twentekanaal. Ook de aanleg van de zandwinningsput Domelaar heeft</al><al>geleid tot lokale diepe bodemverstoringen.</al><al>60</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>51</al><al>52</al><al>Figuur 5.1</al><al>De archeologische verwachtingskaart</al><al>Inleiding</al><al>De archeologische verwachtingskaart vormt een instrument voor het archeologiebeleid</al><al>ten aanzien van de planvorming binnen de gemeente. Om zo goed mogelijk inzicht te</al><al>krijgen in de spreiding van deze waarden is een archeologische waardenkaart</al><al>opgesteld. De waarden worden weergegeven op de verschillende geomorfologische</al><al>eenheden, zodat een archeolandschappelijke eenhedenkaart ontstaat. Op basis van</al><al>deze gegevens was het vervolgens mogelijk de archeologische verwachtingskaart op</al><al>te stellen.</al><al>Analyse van bekende archeologische waarden</al><al>In de archeologiebalans7® worden de kennis en kennislacunes van de verschillende</al><al>archeoregio's besproken Hieruit blijkt dat de archeologische kennis voor het</al><al>Overijssels-Gelders zandgebied modaal is ten opzichte van de gemiddelde kennis van</al><al>geheel Nederland. Ten opzichte van andere regio's is relatief veel bekend over de</al><al>laatste fase van de Midden-Steentijd (mesolithicum) tot eerste fase van de Late</al><al>Steentijd (neolithicum). Echter, als de kennis over de verschillende archeologische</al><al>periodes binnen de archeoregio wordt vergeleken, danblijkt juist dat alleen over de late</al><al>middeleeuwen en nieuwe tijd relatief veel bekend is, terwijl voor alle oudere periodes</al><al>nog veel kennislacunes aanwezig zijn.</al><al> nederzettingen grafvelden landgebruik economie en locatiekeuze sociaal-politieke organisatie</al><al/><al>Dpaleogeografie processen |</al><al>(redelijk) goed bekend</al><al>matig bekend</al><al>niet of nauwelijks bekend</al><al>Kennisniveau binnen de archeoregio Overijssels - Gelders zandgebied naar thema en periode. 77</al><al>De landelijk vervaardigde Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden’® laat op</al><al>basis van een statistische relatie de kans op het aantreffen van archeologische</al><al>waarden binnen een bepaalde bodemeenheid van de archeoregio zien. Voor het</al><al>grondgebied van de gemeente betekent dit dat een groot deel geclassificeerd is met</al><al>79 Lauwerier &amp; Lotte, 2002</al><al>77 Lauwerier &amp; Lotte, 2002</al><al>79 RACM, 2008; versie 3.0</al><al>61</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Tabel 5.1</al><al>een lage verwachtingswaarde (tabel 5.1). Zones met een hoge indicatieve waarde</al><al>bevinden zich voornamelijk op en langs de stuwwallen en de vele dekzandkopjes. De</al><al>bebouwde kommen van Delden, Diepenheim, Goor en Markelo, met een totale</al><al>oppervlakte van 876 ha (4% van de gemeentelijke oppervlakte), zijn echter niet</al><al>gekarteerd (tabel 5.1).</al><al>Oppervlakte</al><al/><al/><al>(ha) per IKAW-eenheid (fotaal 21543 ha)</al><al>EenheidIKAW | Hoge Middelhoge | Lage Niet Water trefkans trefkans trefkans gekarteerd Oppervlakte (ha) | 4254 3702 12503 876 208</al><al>Een nadeel van deze IKAW is dat deze gebaseerd is op de bodemkaart met een</al><al>schaal van 1:50.000. Dit betekent dat deze kaart op gemeentelijk niveau een te</al><al>generaliserend karakter heeft. Immers, op de bodemkaart zijn kleine</al><al>landschapelementen, zoals bijvoorbeeld eenmansessen, ofwel weggelaten op de kaart</al><al>ofwel</al><al/><al>met een aantal andere elementen gegroepeerd.</al><al>ndieateve waarden (KAW)</al><al>"4 Doge ndeative vaarde</al><al>… mildehoge ndeateve waarde</al><al>Isge ewaarde</al><al>dntomeg</al><al>water</al><al>Figuur5.2 _</al><al/><al>Uitsnede</al><al/><al/><al>van de IKAW voor de gemeente</al><al/><al>Hof van Twente</al><al/><al>BAAC? In de gemeente is een relatief groot aantal vondstlocaties bekend (tabel 5.3).7° Binnen</al><al>de gemeentegrens zijn 78 terreinen aanwezig met een vastgestelde archeologische</al><al>waarde, welke als zodanig op de archeologische monumentenkaart zijn weergegeven.</al><al>Een aantal van deze terreinen is een beschermd archeologisch rijksmonument (22</al><al>stuks). Een overzicht van de AMK-terreinen is weergegeven in bijlage 4a.</al><al>79 Gemiddeld 1,69 vindplaatsen per km?</al><al>62</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Tabel5.2a AMK-terreinen</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>in Hof van Twente®?</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>Status Aantal</al><al>Terrein van archeologische betekenis 0</al><al>Terrein van archeologische waarde 5</al><al>Terrein van hoge archeologische waarde 38</al><al>Terrein van zeer hoge archeologische waarde 13</al><al>Terrein van beschermd monument 22</al><al>Totaal aantal AMK-terreinen 78</al><al>Tabel5.2b _ Verdeling van AMK-terreinen naar complextype®!</al><al>Complextype Aantal</al><al>Borg/stins/versterkt huis 1</al><al>Grafheuvel 68</al><al>Havezate 19</al><al>Kasteel 1</al><al>Landweer 3</al><al>Nederzetting 29</al><al>Urnenveld 1</al><al>Tabel5.3 _ Vondstlocaties in Hof van Twente*?</al><al>Omschrijving Aantal Vondstiocaties ARCHIS 342</al><al>Vindplaatsen ARCHIS 364</al><al>Vindplaatsen heemkundeverenigingen 0 (alleen historische info)</al><al>Totaal aantal vindplaatsen 364</al><al>Vindplaatsen, zonder complextype (losse vondsten 155</al><al>of onbekend)</al><al>In</al><al/><al>de</al><al>Vindplaatsen,</al><al>archeologische</al><al>administratief</al><al>database</al><al>geplaatst</al><al>ARCHIS (peildatum</al><al/><al>1 december 2008)</al><al>E</al><al>staan</al><al> 342</al><al>locaties geregistreerd waar archeologische vondsten en/of waarnemingen zijn gedaan,</al><al>samen goed voor 364 vindplaatsen (sommige vondstlocaties omvatten meerdere</al><al>vindplaatsen; bijvoorbeeld een vindplaats uit de ijzertijd en een vindplaats uit de</al><al>nieuwe tijd).</al><al>Volgens de gegevens in ARCHIS zijn 65 archeologische onderzoeken</al><al>(bureauonderzoek, inventariserend veldonderzoek, archeologische begeleiding,</al><al>opgraving) binnen het gebied uitgevoerd. Het merendeel van de onderzoeken betreft</al><al>een eerste-fase onderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en/of een</al><al>booronderzoek (samen 46 onderzoeken).</al><al>© Peildatum: 1 december 2008</al><al>® Peildatum: 1 december 2008</al><al>©? Peildatum: 1 december 2008</al><al>63</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Tabel 5.4</al><al>Tabel 5.5</al><al>Tabel 5.6</al><al>Aantal</al><al/><al>in ARCHIS geregistreerde onderzoeken onderverdeeld naar type*?</al><al>Type onderzoek Aantal Bureauonderzoek 12 ‘Booronderzoek (al dan niet gecombineerd met 34 bureauondezoek)</al><al>Onderzoek in kader herziening AMK</al><al>Proefsleuvenonderzoek</al><al>Archeologische begeleiding</al><al>Definitieve opgraving</al><al>Onbekend (niet ingevuld in ARCHIS)</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al> |n|o|0o| |s</al><al>Van eenderde van het aantal archeologische vooronderzoeken (bureauonderzoek,</al><al>booronderzoek en proefsleuvenonderzoek) werd geen vervolgonderzoek noodzakelijk</al><al>geacht (tabellen 5.4 en 5.5) en voor een bijna even groot deel is wel een</al><al>vervolgonderzoek geadviseerd. Echter, van 17 onderzoeken staat geen advies</al><al>geregistreerd in ARCHIS. Wel dient te worden opgemerkt dat deze statistieken</al><al>enigszins subjectief zijn. Zo is het pas enkele jaren verplicht archeologische</al><al>booronderzoeken in ARCHIS aan te melden. Ook worden bureauonderzoeken in de</al><al>praktijk veelal niet aangemeld.</al><al>Type aanbevelingen van archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend</al><al>veldonderzoek</al><al/><al/><al/><al/><al>(boringen en proefsleuven)**</al><al/><al>Type onderzoek Aantal</al><al>Geen vervolgonderzoek noodzakelijk 17</al><al>Vervolgonderzoek (in geheel of deel van plangebied) 15</al><al/><al>‘Onbekend (niet ingevuld in ARCHIS) 17</al><al>Een weergave en vergelijking van vondstlocaties per periode (tabel 5.6) levert een</al><al>goed beeld op van de bewoningslocaties door de tijd heen. Hieruit blijkt dat relatief veel</al><al>vondstlocaties bekend zijn uit de Steentijd (ca. 13%) in relatie tot vondsten uit andere</al><al>periodes. Daarentegen zijn de ijzertijd en met name de Romeinse tijd</al><al>ondervertegenwoordigd. Mogelijk ligt de oorzaak in de vernatting van het gebied.</al><al>Vindplaatsen</al><al/><al/><al/><al>verdeeld naar archeologische periode. °*</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>EE Aantal Aantal ESES Vondstlocaties | Yondstlocaties | vondstlocaties met complex | Zonder totaal (N=520) complex Laat-Paleolithicum 2 2 4</al><al>Mesolithicum 16 3 47 Neolithicum 86 84 170 Bronstijd 97 51 148 IJzertijd E 15 56 Romeinse tijd 7 11 18</al><al>Middeleeuwen 59 19 78</al><al/><al>Nieuwe tijd 33 6 39</al><al>53 Het totaal aantal onderzoeksmeldingen in ARHIS bedraagt 65 stuks</al><al>% Deze selectie bevat geen onderzoeken in het kader van herziening AMK, begeleidingen en opgravingen</al><al>en onbekende onderzoekstypen, waarmee het aantal onderzoeken in de tabe! 49 stuks bedraagt.</al><al>° Een aantal vindplaatsen bestond in meerdere perioden. Hierdoor bedraagt het totaal aantal meer dan het</al><al>aantal vindplaats-locaties.</al><al>64</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Uit de verdeling van de vondstlocaties naar complextype blijkt dat het complextype</al><al>voor ruim de helft (33%) onbekend is. Binnen de gemeente komt een groot aantal</al><al>grafheuvels/grafvelden voor. Bijna eenderde deel van het totaal aantal vondstlocaties</al><al>blijkt een grafheuvel of graf-/urnenveld te zijn. Ongeveer 20% van de</al><al>vindplaatslocaties verwijst naar een nederzetting (58 stuks) en in vergelijking met</al><al>omliggende</al><al/><al/><al/><al/><al>gemeenten is ook het aantal havezaten hoog.</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>Tabel5.7 _ Vindplaatsen verdeeld naar complextype*®</al><al>Complextype Aantal vindplaatsen Grafheuvel / grafveld 97 Basiskamp 1</al><al>Depot Z</al><al>Kerk 2</al><al>Kasteel 6</al><al>Borg 7 versterkt huis 3</al><al>Havezate 24 Huisplaats (onverhoogd) 1</al><al>Nederzeting, stad, huisplaats 58</al><al>Overig (diversen) 5</al><al>'Onbekend / losse vondst 98</al><al>Tabel5.8 _ Vindplaatsen per landschappelijke eenheid®”</al><al>Aantal Vindplaatsen | Aantal Vindplaatse</al><al>e</al><al>Oppervlakte | vindplaatsen | per km? vindplaatsen |n per km? (na) inclusief |inclusief exclusief _ |exclusief</al><al>onbekend _|‘onbekend' _|‘onbekend' _|‘onbekend’</al><al>Beekdal 255 5 19 4 16</al><al>Dal 495 7 14 5 10</al><al>Beekoverstromingsvlakte 1364 11 08 7 051</al><al>Dekzandrug 1610 16 09 7 043</al><al>Dekzandrug middelhoog 1382 18 13 1 0,80</al><al>Dekzandwelving 1161 24 21 18 15</al><al>Dekzandvlakte 6946 23 0,33 10 014</al><al>Gordeldekzandrug 870 20 23 17 20</al><al>Gordeldekzandwelving 3243 43 13 22 068</al><al>Gordeldekzandvlakte 1388 12 0,86 8 0,58</al><al>Grondmorenerug 901 13 14 8 0,88</al><al>Sandr-afzettingen 53 6 11,3 4 75</al><al>Smeltwaterrug 278 26 94 19 68</al><al>Stuifzand 100 8 8 4 4</al><al>Stuwwal 1186 64 54 s4 46</al><al>° Zonder administratief geplaatste vindplaatsen. N = 297</al><al>°7 Exclusief administratief geplaatste vondstlocaties</al><al>65</al><al/><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>53</al><al>Uit een vergelijking van vindplaatsen per landschappelijke eenheid blijkt een sterk</al><al>positieve correlatie te bestaan tussen het aantal vindplaatsen per vierkante kilometer</al><al>en zowel de dekzandruggen als de relatief hoge delen van de beekdalen. Een</al><al>eveneens positieve correlatie geldt volgens de gegevens ook voor de sandrafzettingen, smeltwaterrug en het stuifzand. Deze laatste eenheden komen echter over</al><al>slechts een kleine oppervlakte binnen de gemeente voor, wat heeft geleid tot een</al><al>schijnnauwkeurigheid.</al><al>Een minder sterke correlatie bestaat voor vindplaatsen in een dekzandvlakte en</al><al>dekzandrug en in mindere mate voor gordeldekzandvlakten en —welvingen,</al><al>dekzandwelvingen en —kopjes, een beekoverstromingsvlakte en een dal.</al><al>Archeologisch verwachtingsmodel</al><al>De relatief grote hoeveelheid waarnemingen per landschappelijke eenheid laat het toe</al><al>een statistische relatie tussen de landschapseenheden en het aantal vindplaatsen op</al><al>te stellen. Deze relatie wordt bevestigd door verwachtingsmodellen van eerder</al><al>vervaardigde verwachtingskaarten van buurgemeenten® en door algemeen geldende</al><al>relaties tussen locatiekeuze en landschappelijke ligging te gebruiken.°9</al><al>Het blijkt dat met name de hogere delen van het landschap interessant waren voor</al><al>bewoning, maar ook bijvoorbeeld voor het oprichten van grafmonumenten. Dit geldt</al><al>voor de grondmoreneruggen, stuwwallen, gordeldekzandruggen, stuifzandgebieden en</al><al>ook de smeltwaterruggen en sandr-afzettingen. Deze delen van het landschap werden</al><al>gebruikt om te wonen en er zijn (doorgaande) wegen te vinden.</al><al>Grafmonumenten in de vorm van grafheuvels zijn in het gebied met name te vinden op</al><al>de stuwwallen.</al><al>Ook vormden de lagere delen van de stuwwallen en grondmoreneruggen (grofweg de</al><al>zones met gordeldekzandafzettingen) geschikte zones voor landbouw. In deze zones</al><al>zijn celtic fields (oude, raatvormige akkersystemen) uit de ijzertijd te verwachten en in</al><al>die zones werden ook de doorgaande wegen aangelegd. Vanaf latere periodes werden</al><al>deze zones steeds intensiever bewoond.</al><al>Daarnaast waren ook de delen van de beekdalen die grensden aan hogere</al><al>landschapselementen door de mens in gebruik. Zo werden deze delen van de</al><al>beekdalen gebruikt om te vissen, dienden als oversteekplaats (voorden, later in de</al><al>vorm van bruggetjes) en er zijn jachtkampementen te verwachten. Onderzoek®? heeft</al><al>aangetoond dat met name in deze delen van het beekdal veel archeologische resten te</al><al>verwachten zijn. Zoals reeds beschreven werden de gebieden rond het Elsenerbroek</al><al>en Deldenerbroek, met het dal van de Regge en diverse dekzandkopjes in met name</al><al>de steentijd bewoond.</al><al>In principe kunnen dergelijke sporen ook in de overige delen van de beekdalen worden</al><al>aangetroffen, maar de kans wordt hier klein geacht, aangezien de directe omgeving</al><al>veelal zeer nat was. Echter, vanwege de hoge grondwaterstand in de beekdalen zullen</al><al>eventuele organische archeologische resten (0.a. hout, leer en bot) veelal beter</al><al>geconserveerd zijn dan op een dekzandrug.</al><al>Tabel 5.9 laat per landschappelijke eenheid zien welke archeologische verwachting er</al><al>aan gekoppeld is. Met behulp van deze tabel is de landschappelijke eenhedenkaart</al><al>omgezet in een archeologische verwachtingskaart.</al><al>° Boshoven et al., 2005; Boshoven et al,, 2008; RAAP, 2008</al><al>°° Het verwachtingsmodel is hiermee een combinatie van een inductief en deductief verwachtingsmodel</al><al>° 0.a. Groenewoudt et al., 2007;</al><al>66</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Tabel 5.9</al><al>54</al><al>Koppeling</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>van een verwachtingwaarde aan de landschappelijke eenheden</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>Landschappelijke eenheid Archeologische verwachting</al><al>Beekdal (door dekzandvlakte) Lage verwachting</al><al>Beekdal (ter hoogte van dekzandrug) Middelhoge verwachting</al><al>Beekdal, relatief hoog gelegen Middelhoge verwachting Beekoverstromingsvlakte Middelhoge verwachting</al><al>Dekzandvlakte Lage verwachting</al><al>Dekzandwelving Middelhoge verwachting</al><al>Dekzandrug Hoge verwachting</al><al>Dekzandrug (zone van 50 m om rug heen) _ | Middelhoge verwachting Gordeldekzandvlakte Middelhoge verwachting Gordeldekzandwelving Middelhoge verwachting 'Gordeldekzandrug Hoge verwachting</al><al>'Grondmorenerug / stuwwal Middelhoge verwachting</al><al>Stuifzand Hoge verwachting</al><al>Laagte (min of meer cirkelvormig) Lage verwachting ‘Sandr-afzettingen Hoge verwachting ‘Smeltwaterrug Hoge verwachting</al><al>Lage stuwwal Middelhoge verwachting</al><al>Hoge stuwwal Hoge verwachting Water Water</al><al>Kaartopbouw</al><al>De archeologische verwachtingskaart vormt de vertaling van de gegevens uit de</al><al>archeolandschappelijke eenhedenkaart naar een archeologische verwachting. Deze</al><al>vertaling is gebaseerd op de relatie tussen landschap en het bewoningspatroon in het</al><al>verleden.</al><al>Op de kaart worden terreinen onderscheiden met een bekende archeologische waarde</al><al>(AMK-terreinen en vindplaatsen) en zones met een bepaalde archeologische</al><al>verwachting (op basis van de relatie tussen landschappelijke ligging en locatiekeuze).</al><al>Archeologische monumenten (AMK-terreinen)</al><al>De archeologische monumenten zijn terreinen met een vastgestelde archeologische</al><al>waarde en die staan aangegeven op de archeologische monumentenkaart (AMK).</al><al>Deze archeologische monumenten of AMK-terreinen zijn onder te verdelen in twee</al><al>groepen:</al><al>A: Rijksmonumenten (wettelijk beschermd). Binnen de gemeente zijn 22</al><al>archeologische monumenten met de status ‘terrein van zeer hoge archeologische</al><al>waarde’ én ‘beschermd archeologisch Rijksmonument aanwezig (peildatum 1</al><al/><al>december 2008).</al><al>B: Overige AMK-terreinen (geen Rijksbescherming). Binnen de gemeente zijn 56 AMKterreinen aanwezig die geen wettelijke bescherming hebben, maar waarvan op basis</al><al>van (archeologisch) onderzoek is vastgesteld dat deze terreinen een bepaalde</al><al>archeologische waarde bezitten. Van deze AMK-terreinen hebben vijf terreinen de</al><al>status ’van archeologische waarde’, 38 terreinen de status ‘van hoge archeologische</al><al>waarde’ en dertien terreinen de status ‘van zeer hoge archeologische waarde’ (niet</al><al>beschermd). Een overzicht van de terreinen is weergegeven in bijlage 4a.</al><al/><al>67</al><al>BAAC</al><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Archeologische verwachtingszones</al><al>De archeologische verwachtingszones zijn gebaseerd op het ontwikkelde</al><al>verwachtingsmodel (par. 5.3.1). In totaal zijn op basis van de landschappelijke ligging</al><al>vier zones te onderscheiden die samen een vlakdekkend kaartbeeld vormen:</al><al>- Zones met een zeer hoge archeologische verwachting voor de perioden</al><al>late middeleeuwen en nieuwe tijd;</al><al>- Zones met een hoge archeologische verwachting;</al><al>- Zones met een middelhoge archeologische verwachting;</al><al>- Zones met een lage archeologische verwachting;</al><al>- Zones met een onbekende archeologische verwachting;</al><al/><al>Zones met een zeer hoge archeologische verwachting voor de perioden late</al><al>middeleeuwen en nieuwe tijd. Het gaat hierbij om terreinen, waar op grond van</al><al>historische gegevens en een lange bewoningsgeschiedenis een zeer grote kans is op</al><al>het aantreffen van archeologische resten. Het betreft hierbij om de historische kern van</al><al/><al>Markelo.</al><al>Zones met een hoge archeologische verwachting. Het gaat hierbij om terreinen, waar</al><al>op grond van de landschappelijke ligging een grote kans is op het aantreffen van</al><al>archeologische resten. Het betreft:</al><al>- Dekzandruggen;</al><al>- Gordeldekzandruggen;</al><al>-Hoge stuwwallen;</al><al>-Stuifzandge bieden;</al><al>- Smeltwaterruggen;</al><al>- _ Sandrafzettingen;Delen van de beekdalen binnen een straal van 150 m</al><al>van dekzandruggen;</al><al>- Zones van 200 meter om historische elementen als hoeven,</al><al>watermolens, windmolens en dergelijke.</al><al/><al>Zones met een middelhoge archeologische verwachting. Het gaat hierbij om terreinen</al><al>waar op grond van de landschappelijke ligging een middelhoge kans is op het</al><al>aantreffen van archeologische resten. Het betreft:</al><al>- Zones van 50 m om de dekzandruggen;</al><al>- Dekzandwelvingen;</al><al>- Gordeldekzandwelvingen;</al><al>- Gordeldekzandvlakten;</al><al>- _ Grondmoreneruggen en stuwwallen;</al><al>- _ Relatief hooggelegen delen van de beekdalen;</al><al>- Beekoverstromingsvlakten;</al><al/><al>Zones met een lage archeologische verwachting. Het gaat hierbij om terreinen waar op</al><al>grond van de landschappelijke ligging een kleine kans is op het aantreffen van</al><al>archeologische resten. Het betreft:</al><al>-De dekzandvlakten;</al><al>- Overige delen van de beekdalen;</al><al>- Laagtes.</al><al/><al>68</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>5.5</al><al>Bodemverstoringen</al><al>Als aparte kaartlaag zijn tenslotte zones met bodemverstoringen weergegeven</al><al>waarvan niet kon worden vastgesteld of de bodemverstoringen dieper dan het</al><al>archeologische niveau reiken. Aangezien onduidelijk is tot hoe diep de</al><al>bodemverstoringen hebben plaatsgevonden, is niet bekend of hierdoor de eventueel</al><al>aanwezige archeologische laag verstoord is. Derhalve zijn de zones met</al><al>bodemverstoringen met een arcering over de verwachtingszones aangegeven.</al><al>Beperkingen</al><al>Hoewel de gegevens die gebruikt zijn voor het vervaardigen van de verschillende lagen</al><al>met de grootste nauwkeurigheid zijn verzameld en verwerkt, kunnen deze natuurlijk</al><al>nooit volledig zijn en zijn daarom zo nauwkeurig als de bronnen waar ze uit komen.</al><al>Daarom is het van belang te weten welke waarde er aan de op de kaart weergegeven</al><al>gegevens moet worden gehecht. Per laag zal hier kort op worden ingegaan.</al><al>Bij de vindplaatsen met losse vondsten of individuele waarnemingen is de omvang van</al><al>de sporen- of vondstverspreiding nog niet vastgesteld, dan wel niet vast te stellen.</al><al>Deze zijn daarom op de kaart als puntlocatie opgenomen. Het is echter mogelijk dat er</al><al>in de directe omgeving van sommige vondstmeldingen nog meer archeologische</al><al>resten in de ondergrond aanwezig zijn. Dit zal met name het geval zijn bij</al><al>nederzettingsterreinen. Bij losse vondsten (zoals vuurstenen bijlen) is de kans klein dat</al><al>ter plaatse nog meer archeologische waarden in de grond aanwezig zijn.</al><al>De puntlocaties kunnen daarnaast een onnauwkeurigheid bevatten omdat de exacte</al><al>vindplaats niet exact bekend is. Over het algemeen zijn de waarnemingen op circa 50</al><al>m nauwkeurig ingemeten. In het meest extreme geval is er voor gekozen om de</al><al>waarneming op administratieve coördinaten te plaatsen, hetgeen betekent dat de</al><al>exacte locatie dan niet meer te achterhalen was. Om dit zichtbaar te maken, zijn deze</al><al>waarnemingen op de kaart voorzien van een extra symbool.</al><al>De laag met de verwachtingswaarden is ontstaan door het samenvoegen van de</al><al>verwachtingswaarden op basis van de natuurlijke landschapsontwikkeling en die van</al><al>de door de mens beïnvloede landschapsontwikkeling. Dit heeft geleid tot een indeling</al><al>in zones met een lage, middelhoge en hoge trefkans (verwachting) op het voorkomen</al><al>van archeologische resten.</al><al/><al>Daarnaast is het schaalniveau van het gebruikte kaartmateriaal bepalend voor de</al><al>schaal van de uiteindelijke verwachtingskaart. De bodemkaarten en geomorfologische</al><al>kaarten die voor het gebied beschikbaar waren, zijn grotendeels vervaardigd met een</al><al>kaartschaal 1:50.000. Door het gebruik van gedetailleerde bodemkaarten met schaal</al><al>1:10.000 en het nog gedetailleerdere Actueel Hoogtebestand Nederland zijn de</al><al>grenzen tussen de kaarteenheden verfijnd tot een kaartschaal van 1:10.000. Dit is</al><al>gebaseerd op het feit dat de grens tussen landschappelijke eenheden veelal vergezeld</al><al>wordt van een duidelijk waarneembaar hoogteverschil of een knik in het reliëf.</al><al>Gedetailleerde bodemkaarten bleken echter slechts voor een deel van de gemeente</al><al>beschikbaar. Het betreft het noordwestelijke deel van de gemeente*!, en een gebied</al><al>rond Diepenheim®?.</al><al>®' Van der Hurk 1967</al><al>°? Van der Werff 1997</al><al>69</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Hoewel aan een terrein een bepaalde verwachting kan zijn toegekend, betekent het</al><al>geenszins dat de bodem ter plaatse intact is. Ontgrondingen, afgravingen,</al><al>ruilverkaveling en de aanleg van funderingen voor gebouwen, kabels en leidingen</al><al>hebben veelal geleid tot (lokale) bodemverstoringen. Dit is vaak gebleken bij de</al><al>verschillende archeologische vooronderzoeken die hebben plaatsgevonden binnen de</al><al>bebouwde kom. Het lokale karakter van dergelijke bodemverstoringen maakt het</al><al>echter onmogelijk al deze bodemverstoringen op de kaart aan te geven. Bij een</al><al>archeologisch vooronderzoek kan worden bepaald in hoeverre de bodemopbouw nog</al><al>intact is of niet.</al><al>Tevens dient te worden opgemerkt dat de verwachtingswaarde de kans weergeeft op</al><al>het aantreffen van archeologische waarden. Een grotere dichtheid aan archeologische</al><al>vindplaatsen brengt meestal een hogere trefkans met zich mee dan een lage trefkans.</al><al>Dit betekent dat het bij archeologisch onderzoek in een zone met een hoge</al><al>verwachting kan voorkomen dat geen archeologische resten worden aangetroffen,</al><al>terwijl in een zone met een lage verwachting de aanwezigheid van archeologische</al><al>resten niet volledig is uit te sluiten. De kans op het aantreffen van resten in een zone</al><al>met een lage verwachting is echter beduidend lager dan in een zone met een hoge</al><al>verwachting.</al><al>Beleidskader</al><al>Verdrag van Valletta en wetswijzigingen</al><al>6.1.1 Algemeen</al><al>Het Europese verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (beter</al><al>bekend als het Verdrag van Valletta of Malta, 1992) is in 1998 door de Tweede en</al><al>Eerste Kamer goedgekeurd. De daaropvolgende implementatie van het verdrag van</al><al>Malta in de Nederlandse wetgeving heeft geleid tot de Wet op de Archeologische</al><al>Monumentenzorg (WAMZ) die per 1 september 2007 kracht is geworden. Deze wet</al><al>geeft aan welke wetten gewijzigd dienen te worden, met als belangrijkste wet de</al><al>Monumentenwet 1988. De implementatie heeft daarnaast geleid tot aanpassing van</al><al>enkele andere wetten op aanpalende werkvelden die voor de archeologie relevant zijn,</al><al>zoals bijvoorbeeld de Ontgrondingenwet, de Woningwet en de Wet ruimtelijke ordening</al><al>(Wro). De nieuwe wetgeving beoogt dat zo goed en zo vroeg mogelijk rekening wordt</al><al>gehouden met de aanwezigheid óf mogelijke aanwezigheid van archeologische</al><al>waarden in de bodem. De WAMZ heeft twee belangrijke uitgangspunten:</al><al>Het streven naar behoud van archeologische resten in hun originele context in de</al><al>bodem (‘in situ”), of als dit niet mogelijk is door opgraving en documentatie (‘ex situ”).</al><al>Degene die nieuwe ontwikkelingen met mogelijk bodemverstorende ingrepen tot stand</al><al>brengt, is verantwoordelijk voor de inventarisatie en een verantwoord beheer van de</al><al>bekende en te verwachten archeologische resten in de ondergrond (‘de verstoorder</al><al>betaalt’).</al><al>De nieuwe wetgeving beoogt tevens een decentralisatie van taken van de landelijke en</al><al>provinciale overheden naar de lokale overheden en versterkt daarmee de rol van</al><al>bevoegde overheid voor gemeenten, die mede verantwoordelijk worden voor de</al><al>(mogelijk aanwezige) archeologische waarden op hun grondgebied.</al><al>De Monumentenwet 1988 en WAMZ</al><al>Voor het inwerking treden van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg</al><al>(WAMZ) was de bescherming van monumenten, waartoe ook archeologische</al><al>monumenten behoren, en stads- en dorpsgezichten geregeld via de Monumentenwet</al><al>1988. In de nieuwe WAMZ is vooral sprake van de bescherming van bekende en te</al><al>verwachten archeologische waarden. De uitgangspunten bij de Monumentenwet 1988</al><al>(na inwerkingtreding WAMZ) en de WAMZ zijn:</al><al>e Het is verboden een beschermd monument te beschadigen of te vernielen</al><al>(artikel 11 Monumentenwet 1988);</al><al>« Het aansluiten op de Wet ruimtelijke ordening door te stellen dat bij vaststelling</al><al>van een bestemmingsplan rekening gehouden dient te worden met archeologie</al><al>(art. 38 t/m 44 Monumentenwet 1988), waarbij een vrijstelling geldt voor</al><al>terreinen met een oppervlakte kleiner dan 100 m? (artikel 414 Monumentenwet</al><al>1988). In ditzelfde artikel staat echter vermeld dat de gemeenteraad</al><al>beargumenteerde een hiervan afwijkende andere oppervlakte kan vaststellen;</al><al>« Beleidsuitgangspunt dient behoud en bescherming van het archeologisch</al><al>erfgoed in situ te zijn door het treffen van technische maatregelen waardoor</al><al>archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. Indien dit niet</al><al>71</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>6.2</al><al>mogelijk is, dan dienen behoudenswaardige vindplaatsen te worden</al><al>opgegraven;</al><al>e Provincies krijgen de mogelijkheid om zogenoemde archeologische</al><al>attentiegebieden aan te wijzen. Dit betreft gebieden binnen het grondgebied</al><al>van de provincie die archeologisch waardevol zijn of naar verwachting</al><al>archeologisch waardevol zijn en die binnen geldende bestemmingsplannen</al><al>onvoldoende bescherming genieten. Voor die gebieden dient de desbetreffende</al><al>gemeente binnen een nader vast te stellen termijn een nieuw bestemmingsplan</al><al>op te stellen, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezige en/of</al><al>verwachte archeologische waarden (artikel 44 Monumentenwet 1988);</al><al>e Het verhalen van de maatschappelijke kosten verbonden aan het veiligstellen</al><al>van archeologische waarden op de initiatiefnemer van de geplande ruimtelijke</al><al>ingreep. Met andere woorden: de verstoorder betaalt;</al><al>e Introductie van marktwerking voor de uitvoering van archeologisch werk en</al><al>controle van de kwaliteit hiervan middels de introductie van een</al><al>kwaliteitssysteem;</al><al>e Er komt een uitgebreidere meldingsplicht m.b.t. archeologie en informatie over</al><al>het erfgoed dient toegankelijk te zijn;</al><al>e Publiek dient intensief bij het erfgoed betrokken te worden.</al><al>Archeologie en ruimtelijke ordening</al><al>Een vroegtijdige inventarisatie van archeologische waarden is in het belang van zowel</al><al>de initiatiefnemers van een project met bodemverstorende activiteiten als de</al><al>planontwikkeling. Bij vroegtijdige opsporing kunnen de archeologische waarden</al><al>immers nog ingepast worden, zodat de kosten voor bijvoorbeeld een opgraving</al><al>vermeden kunnen worden. Tevens kunnen archeologische waarden dan behouden</al><al>blijven voor toekomstige generaties. Een tijdige opsporing voorkomt dat de</al><al>daadwerkelijke ontwikkeling van te bebouwen of ontgraven gebieden vertraagd wordt.</al><al>Het behoud van archeologische waarden brengt bewoners en gebruikers meer</al><al>historisch besef over hun omgeving bij. Inpassing van bestaande archeologische</al><al>waarden in een plan kan een gebied cultuurhistorische identiteit verlenen en daarmee</al><al>kwaliteit toevoegen aan de openbare ruimte. Bij inpassing kan bijvoorbeeld gedacht</al><al>worden aan bescherming en behoud van archeologische waarden op een vindplaats</al><al>door er een plantsoen of speelweide overheen aan te leggen. Een eerder geplande</al><al>parkeergarage op diezelfde locatie zou bijvoorbeeld in een ander deel van het</al><al>plangebied gerealiseerd kunnen worden. Behoud kan ook worden gerealiseerd door</al><al>technische maatregelen te nemen die bodemverstorende ingrepen voorkomen (bv.</al><al>ophoging, funderen op staal).</al><al>De bodem wordt vaak verstoord in gebieden die planologisch (her)ontwikkeld gaan</al><al>worden en/of die een nieuwe bestemming krijgen, bijvoorbeeld van agrarisch</al><al>grondgebruik naar bedrijventerrein. Dat betekent dat archeologische waarden vooral</al><al>een grote rol zullen spelen in de procedures bij ruimtelijke ordening. Het betreft</al><al>bijvoorbeeld vergunningaanvragen voor infrastructurele werken, ontgrondingen en</al><al>allerhande klein- en grootschalige bouw- of natuurontwikkelingsprojecten die de bodem</al><al>dieper dan de normaal agrarisch bewerkte bovengrond zullen roeren. Ook</al><al>grootschalige verlagingen van het grondwaterpeil kunnen mogelijk bedreigend zijn voor</al><al>het archeologisch erfgoed, omdat door oxidatie van organisch materiaal in de bodem</al><al>grondsporen kunnen vervagen en kwetsbare materialen als hout, textiel, botresten en</al><al>leer sneller zullen vergaan. Daarmee verdwijnt informatie die van belang kan zijn voor</al><al>72</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>6.3</al><al>64</al><al>de interpretatie en reconstructie van archeologische vindplaatsen bij latere</al><al>opgravingen.</al><al>Gemeentelijk archeologiebeleid</al><al>In het nieuwe stelsel na wijziging van de Monumentenwet 1988 krijgen gemeenten een</al><al>belangrijke rol bij het behoud en het beheer van het ondergrondse cultureel erfgoed.</al><al>Gemeenten worden namelijk bij bodemingrepen van enige omvang verplicht rekening</al><al>te houden met en inzicht te verschaffen in zowel de bekende archeologische waarden</al><al>als de te verwachten archeologische resten. In de praktijk zal dit meestal gebeuren bij</al><al>de toetsing van vergunningsaanvragen in het kader van de Woningwet, nieuwe</al><al>planologische ontwikkelingen en bestemmingsplanprocedures. Het bestemmingsplan</al><al>moet dan voorzien in een archeologische paragraaf, waaruit de plaats van archeologie</al><al>in het bestemmingsplan blijkt. De gemeenten hebben een loketfunctie voor</al><al>initiatiefnemers en dienen als uitvloeisel van de gewijzigde Monumentenwet 1988</al><al>bijvoorbeeld aan te geven wanneer er een plicht tot archeologisch vooronderzoek</al><al>bestaat (bv. bij bestemmingsplanprocedures) of onder welke voorwaarden een</al><al>vergunning verleend kan worden (bv. bij sloop- of aanlegvergunningen).</al><al>ledere gemeente dient dus voldoende geïnformeerd te zijn over de archeologie op haar</al><al>eigen grondgebied, voordat bodemverstorende werkzaamheden al dan niet kunnen</al><al>worden toegestaan. De nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg stimuleert</al><al>gemeenten niet alleen om de bekende archeologische waarden, maar ook de te</al><al>verwachten archeologische waarden binnen hun gemeentelijke grenzen te</al><al>inventariseren. Bij onderhavig onderzoek is een dergelijke inventarisatie uitgevoerd.</al><al>Zodra bekend is wat er binnen de gemeentelijke grenzen aanwezig is en verwacht kan</al><al>worden, wordt het mogelijk een voor burgers en private partijen transparant beleid te</al><al>formuleren met betrekking tot de inventarisatie, de selectie van te behouden</al><al>archeologische waarden, het behoud en het beheer van archeologische waarden. Dit</al><al>beleid dient het uitgangspunt te zijn bij het nemen van weloverwogen beslissingen bij</al><al>de vergunningsprocedures.</al><al>Beleidsadviezen</al><al/><al>6.4.1 Inleiding</al><al>De archeologische beleidsadvieskaart laat terreinen zien waar archeologische waarden</al><al>al bekend zijn en waar archeologische waarden verwacht worden. Hieronder volgt per</al><al>kaartcategorie een advies hoe met deze archeologische waarden kan worden</al><al>omgegaan in het kader van goed gemeentelijk archeologisch beleid. In tabel 6.1 staat</al><al>het geheel bovendien kort samengevat. De gemeente Hof van Twente heeft hierbij</al><al>gekozen om aan te haken bij de provinciale eisen.</al><al>De provincie heeft bij haar archeologiebeleid een praktische insteek als uitgangspunt.</al><al>Het beleid is om kleine ingrepen, doorgaans particulieren initiatieven, te ontzien in de</al><al>noodzaak tot archeologisch onderzoek. Bovendien blijkt uit meerdere studies dat</al><al>archeologisch onderzoek op kleine oppervlakten weinig meerwaarde oplevert.°?</al><al>Voor gebieden met een hoge archeologische verwachting gaat de provincie dan ook uit</al><al>van een vrijstellingsgrens van 2500 m?. In gebieden met een middelhoge of lage</al><al>verwachting geldt een ruimere vrijstellingsgrens.</al><al/><al>93 Hazenberg et a/., 2007</al><al>73</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Aan elke categorie zijn bepaalde beleidsadviezen gekoppeld. De categorieën zijn:</al><al>e _ Terreinen waarvan de archeologische waarde reeds is vastgesteld:</al><al>« AMK-terreinen:</al><al>= Archeologische rijksmonumenten;</al><al>= Overige AMK-terreinen.</al><al>e Gemeentelijke archeologische monumenten (momenteel niet aanwezig).</al><al>« Archeologische verwachtingszones:</al><al>e Zones met een zeer hoge archeologische verwachting voor de late</al><al>middeleeuwen en nieuwe tijd;</al><al>e Zones met een hoge archeologische verwachting;</al><al>e Zones met een middelhoge archeologische verwachting;</al><al>e Zones met een lage archeologische verwachting.</al><al>* Toevalsvondsten.</al><al>6.4.2 AMK-terreinen</al><al>Archeologische rijksmonumenten</al><al>Status</al><al>Rjksmonumenten zijn terreinen waarbij eerder onderzoek heeft aangetoond dat zich</al><al>op die terreinen archeologische waarden bevinden. Deze terreinen staan op de</al><al>Archeologische Monumenten Kaart ingedeeld bij de categorie ‘Terreinen van zeer</al><al>hoge archeologische waarde’. Zij zijn tevens vanwege hun uitzonderlijke waarde door</al><al>het Riĳk aangewezen als wettelijk beschermd archeologisch monument op basis van de</al><al>Monumentenwet 1988.</al><al>Bij de aanwijzing van een locatie of terrein als nieuw (archeologisch) Rijksmonument</al><al>brengt de gemeente, en indien het monument buiten de bebouwde kom is gelegen ook</al><al>de provincie, een eigen advies uit aan de Riĳksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)</al><al>over de aanvraag. Vroeger was dat verplicht, maar nu is de provincie alleen nog</al><al>bevoegd om te adviseren (en hoeft dat dus niet te doen).</al><al>De terreinen</al><al>Binnen het gebied van de gemeente zijn op dit moment 22 archeologische</al><al>Rijksmonumenten bekend. In bijlage 4 worden deze Rijksmonumenten vermeld,</al><al>waarbij opgemerkt moet worden dat deze de situatie van januari 2009 weergeeft. De</al><al>landelijke AMK wordt regelmatig geactualiseerd. Via de RCE (www.archis.nl) of de</al><al>provincie is de meest recente versie op te vragen.</al><al>Advies</al><al>Het uitgangspunt voor de archeologische Rijksmonumenten is behoud van</al><al>archeologische waarden in originele context (behoud ‘in situ”). De archeologische</al><al>Rijksmonumenten worden hierbij beschermd via de Monumentenwet 1988.</al><al>De beschermde status van archeologische Rijksmonumenten betekent dat geen</al><al>enkele bodemverstorende activiteit (dus ook geen sloop beneden maaiveld) of</al><al>grootschalige dan wel langdurige grondwaterpeilverlaging is toegestaan, tenzij de</al><al>Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) daarvoor een vergunning heeft</al><al>afgegeven. ledere ontwikkeling op een archeologisch Rijksmonument dient daarom</al><al>voorafgegaan te worden door een vergunningaanvraag bij de RCE, die een rapport zal</al><al>verlangen waarin de archeologische waarden van het terrein afdoende zijn vastgesteld</al><al>en waarin de effecten van realisatie van de ontwikkeling op deze waarden worden</al><al>afgewogen. Omdat bodemverstorende ingrepen vermeden dienen te worden, zal dit</al><al>74</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>rapport meestal een uitgebreid bureauonderzoek betreffen en een evaluatie van de</al><al>verwachte effecten en te nemen maatregelen.</al><al>Indien behoud van archeologische waarden in originele context (ín situ) niet mogelijk is</al><al>en als de RCE daarvoor toestemming heeft afgegeven, dan dient de initiatiefnemer</al><al>zorg te dragen voor behoud van de archeologische waarden door opgraving en</al><al>documentatie (behoud ‘ex situ').</al><al>Overige AMK-terreinen</al><al>Status</al><al>De AMK-terreinen zijn terreinen waarbij onderzoek heeft aangetoond dat zich op die</al><al>terreinen archeologische waarden bevinden. Deze terreinen staan vermeld op de</al><al>landelijke Archeologische Monumenten Kaart (AMK). De archeologische waarden op</al><al>deze terreinen zijn op grond van criteria als gaafheid, zeldzaamheid,</al><al>conserveringsgraad en belevingswaarde gewaardeerd en op basis daarvan zijn de</al><al>terreinen in drie categorieën ingedeeld:</al><al>e ‘Terreinen van archeologische waarde’ (AW);</al><al>e ‘Terreinen van hoge archeologische waarde' (HAW);</al><al>e ‘Terreinen van zeer hoge archeologische waarde’ (ZHAW).</al><al>Hoewel de AMK-terreinen op de archeologische Monumentenkaart staan vermeld,</al><al>genieten deze terreinen geen wettelijke bescherming zoals de Rijksmonumenten deze</al><al>wel genieten (zie paragraaf 6.4.1 voor een deel van de ZHAW-terreinen).</al><al>De terreinen</al><al>Binnen het gebied van de gemeente zijn op dit moment 56 AMK-terreinen bekend: 13</al><al>terreinen ‘van zeer hoge archeologische waarde’, 38 terreinen van ‘hoge</al><al>archeologische waarde’ en 5 terreinen van ‘archeologische waarde’. In bijlage 4</al><al>worden de AMK-terreinen weergegeven, waarbij opgemerkt moet worden dat deze de</al><al>situatie van januari 2009 weergeeft. De landelijke AMK wordt regelmatig</al><al>geactualiseerd. Via de RCE (ARCHIS-II website) of de provincie is de meest recente</al><al>versie op te vragen.</al><al>Advies</al><al>Het uitgangspunt voor de AMK-terreinen is om behoud van archeologische waarden in</al><al>originele context (behoud ‘in situ’) na te streven en bodemverstoringen dieper dan 40</al><al>cm (inclusief sloopwerkzaamheden beneden maaiveld) te vermijden. De AMK-terreinen</al><al>dienen planologisch te worden beschermd door opname in het bestemmingsplan voor</al><al>het gebied waarin zij gelegen zijn. Bij ontwikkelingen op deze terreinen heeft inpassing</al><al>van archeologische waarden te allen tijde de voorkeur. Vanwege de monumentale</al><al>status van AMK-terreinen worden bodemverstorende activiteiten of grootschalige dan</al><al>wel langdurige grondwaterpeilverlagingen niet toegestaan, tenzij met behulp van een</al><al>archeologisch onderzoek kan worden aangetoond dat de archeologische resten niet</al><al>worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling. Plangebieden met een</al><al>verstoringsdiepte tot maximaal 40 cm beneden maaiveld of met een oppervlakte</al><al>kleiner dan 50 m? zijn vrijgesteld van onderzoek.</al><al>Indien behoud van archeologische waarden in originele context (ín sifu) niet mogelijk is,</al><al>dan dient de initiatiefnemer zorg te dragen voor behoud van de archeologische</al><al>waarden door opgraving en documentatie (behoud ‘ex situ').</al><al>75</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>6.4.3 Gemeentelijke archeologische monumenten</al><al>Status</al><al>Op dit moment zijn binnen de gemeente geen gemeentelijke archeologische</al><al>monumenten aanwezig. Het is echter mogelijk dat in de toekomst nog gemeentelijke</al><al>archeologische monumenten worden aangewezen. Het kan dan gaan om terreinen of</al><al>plekken waarvan de waarde op regionaal of lokaal niveau evident is. Het creëert ook</al><al>de mogelijkheid om (in uitzonderlijke) gevallen een terrein te beschermen. De RCE</al><al>heeft namelijk een zeer terughoudend beleid aangaande het aanwijzen van</al><al>beschermde Rijksmonumenten. Deze dienen namelijk van nationaal belang zijn en de</al><al>procedures voor aanwijzing zijn uitermate tijdrovend. Bij aanwijzing van een</al><al>gemeentelijk beschermd monument is de gemeente onafhankelijk van de RCE</al><al>betreffende het te voeren beleid omtrent of de wijziging van het monument.</al><al>Om terreinen aan te kunnen wijzen als gemeentelijk archeologisch monument dient de</al><al>archeologische waarde er van te zijn aangetoond middels een waarderend onderzoek.</al><al>Advies</al><al>Het uitgangspunt voor de gemeentelijke archeologische monumenten is om behoud</al><al>van archeologische waarden in originele context (behoud ‘in situ’) na te streven en elke</al><al>vorm van bodemverstoring (dus ook sloopwerkzaamheden beneden het maaiveld) te</al><al>vermijden. De gemeentelijke archeologische monumenten dienen planologisch te</al><al>worden beschermd door opname in een gemeentelijke verordening en in het</al><al>bestemmingsplan voor het gebied waarin zij gelegen zijn. Bij ontwikkelingen op deze</al><al>terreinen heeft inpassing van archeologische waarden te allen tijde de voorkeur.</al><al>Vanwege de gemeentelijke monumentale status worden bodemverstorende activiteiten</al><al>of grootschalige dan wel langdurige grondwaterpeilverlagingen niet toegestaan, tenzij</al><al>met behulp van een archeologisch onderzoek kan worden aangetoond dat de</al><al>archeologische resten niet worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling.</al><al>Bodemingrepen mogen pas plaatsvinden nadat de gemeente daar een vergunning</al><al>voor heeft afgegeven.</al><al>Indien behoud van archeologische waarden in originele context (in sítu) niet mogelijk is,</al><al>dan dient de initiatiefnemer zorg te dragen voor behoud van de archeologische</al><al>waarden door opgraving en documentatie (behoud ‘ex situ’).</al><al>6.4.4 Zones met een zeer hoge archeologische verwachting voor de late</al><al>middeleeuwen en nieuwe tijd</al><al>Status</al><al>De gemeentelijke beleidsadvieskaart geeft als enige zone met een zeer hoge</al><al>archeologische verwachting de historische kern van Markelo aan, omdat in dit gebied</al><al>een lange bewoningsgeschiedenis en om die reden een hoge dichtheid aan</al><al>archeologische sporen verwacht wordt.</al><al>De terreinen</al><al>De historische kern betreft die van Markelo, aangezien de overige historische kernen</al><al>reeds als AMK-terrein staan aangeduid.</al><al>Advies</al><al>Het uitgangspunt voor de historische kern van Markelo (die niet als AMK-terrein staat</al><al>aangeduid) is om behoud van archeologische waarden in originele context (behoud ‘in</al><al>76</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>situ’) na te streven en bodemverstoringen (inclusief sloopwerkzaamheden beneden het</al><al>maaiveld) dieper dan 40 cm te vermijden. Geadviseerd wordt om bodemverstorende</al><al>activiteiten en sloopwerkzaamheden beneden het maaiveld (bv. sloop van funderingen,</al><al>kelders, putten) niet toe te staan in plangebieden van 50 m? of groter, tenzij met behulp</al><al>van een archeologisch onderzoek kan worden aangetoond dat er geen archeologische</al><al>resten worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling. Plangebieden met een</al><al>verstoringsdiepte tot maximaal 40 cm beneden maaiveld of met een oppervlakte</al><al>kleiner dan 50 m? zijn vrijgesteld van onderzoek.</al><al>6.4.5 Zones met een hoge archeologische verwachting</al><al>Status</al><al>De gemeentelijke beleidsadvieskaart geeft zones aan op het gemeentelijk grondgebied</al><al>met een hoge archeologische verwachting. Op basis van landschappelijk,</al><al>cultuurhistorisch, bodemkundig en/of archeologisch onderzoek hebben deze gebieden</al><al>een grote kans op het aantreffen van archeologische waarden. De kaart geeft ook</al><al>cultuurhistorische elementen aan, zoals oude boerderijen of molens. In de ondergrond</al><al>en de directe omgeving van deze cultuurhistorische elementen is de kans op het</al><al>aantreffen van archeologische waarden groot. Van bijvoorbeeld oude hoeven en oude</al><al>erven is bekend dat deze vaak voorgangers hebben gehad die al kunnen dateren uit</al><al>de Middeleeuwen.</al><al>De gebieden</al><al>Deze gebieden zijn meestal onderscheiden op grond van het voorkomen van bekende</al><al>historische woonplaatsen, eerdere archeologische waarnemingen of een relatief hoge</al><al>dichtheid van bekende archeologische vindplaatsen op vergelijkbare bodem- of</al><al>landschappelijke eenheden. Daarnaast betreft het zones van 200 meter om locaties</al><al>van historische boerderijen of erven.</al><al>Het uitgangspunt voor zones met een hoge archeologische verwachting is om behoud</al><al>van archeologische waarden in originele context (behoud ‘in situ’) na te streven en</al><al>bodemverstoringen (inclusief sloopwerkzaamheden beneden het maaiveld) dieper dan</al><al>40 cm te vermijden. De zones met een hoge archeologische verwachting dienen</al><al>planologisch te worden beschermd door opname in het bestemmingsplan voor het</al><al>gebied waarin zij gelegen zijn. Er dient te worden gestreefd naar behoud van</al><al>archeologische waarden die na onderzoek zijn aangetoond. Het verdient aanbeveling</al><al>om cultuurhistorische elementen en de directe omgeving die vaak een relatie heeft met</al><al>het historische element (bijvoorbeeld een erf bij een oude hoeve of een molenbiotoop</al><al>bij een molen) in te passen in nieuwe ontwikkelingen.</al><al>Geadviseerd wordt om bodemverstorende activiteiten, grootschalige dan wel</al><al>langdurige grondwaterpeilverlagingen en sloopwerkzaamheden beneden het maaiveld</al><al>(bv. sloop van funderingen, kelders, putten) niet toe te staan in plangebieden van 2500</al><al>m? of groter, tenzij met behulp van een archeologisch onderzoek kan worden</al><al>aangetoond dat er geen archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen</al><al>ontwikkeling. Bodemverstorende activiteiten inclusief sloopwerkzaamheden beneden</al><al>het maaiveld (bv. sloop van funderingen, kelders, putten) of worden niet toegestaan,</al><al>tenzij met behulp van een archeologisch onderzoek kan worden aangetoond dat er</al><al>geen archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling.</al><al>Plangebieden met een verstoringsdiepte van maximaal 40 cm beneden maaiveld of</al><al>met een oppervlakte kleiner dan 2500 m? zijn vrijgesteld van onderzoek.</al><al>77</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Indien archeologische waarden worden aangetroffen en behoud van archeologische</al><al>waarden in originele context (ín situ) niet mogelijk is, dan dient de initiatiefnemer zorg</al><al>te dragen voor behoud van de archeologische waarden door opgraving en</al><al>documentatie (behoud ‘ex situ’).</al><al>6.4.6 Zones met een middelhoge archeologische verwachting</al><al>Status</al><al>De gemeentelijke beleidsadvieskaart geeft zones aan op het gemeentelijk grondgebied</al><al>met een middelhoge archeologische verwachting. Op basis van landschappelijk,</al><al>cultuurhistorisch, bodemkundig en archeologisch onderzoek hebben deze gebieden</al><al>een middelgrote kans op het aantreffen van archeologische waarden.</al><al>De terreinen</al><al>Zones met een middelhoge archeologische verwachting betreft gebieden waar</al><al>statistisch een geringer aantal vindplaatsen voorkomt. Ook vormen sommige zones</al><al>met een middelhoge verwachting een overgang tussen zones met een hoge</al><al>verwachting naar een lage verwachting.</al><al>Advies</al><al>Het uitgangspunt voor zones met een middelhoge archeologische verwachting is om</al><al>behoud van archeologische waarden in originele context (behoud ‘in situ’) na te</al><al>streven. De zones met een middelhoge archeologische verwachting dienen</al><al>planologisch te worden beschermd door opname in het bestemmingsplan voor het</al><al>gebied waarin zij gelegen zijn. Er dient te worden gestreefd naar behoud van</al><al>archeologische waarden die na onderzoek zijn aangetoond.</al><al>Bodemverstorende activiteiten of grootschalige dan wel langdurige</al><al>grondwaterpeilverlagingen worden niet toegestaan, tenzij met behulp van een</al><al>archeologisch onderzoek kan worden aangetoond dat er geen archeologische resten</al><al>worden aangetast door de voorgenomen ontwikkeling. Plangebieden met een</al><al>verstoringsdiepte van maximaal 40 cm beneden maaiveld of met een oppervlakte</al><al>kleiner dan 5000 m? zijn vrijgesteld van onderzoek.</al><al>Indien archeologische waarden worden aangetroffen en behoud van archeologische</al><al>waarden in originele context (in situ) niet mogelijk is, dan dient de initiatiefnemer zorg</al><al>te dragen voor behoud van de archeologische waarden door opgraving en</al><al>documentatie (behoud ‘ex situ').</al><al>6.4.7 Zones met een lage archeologische verwachting</al><al>Status</al><al>De gemeentelijke beleidsadvieskaart geeft zones aan op het gemeentelijk grondgebied</al><al>met een lage archeologische verwachting. Op basis van landschappelijk,</al><al>cultuurhistorisch, bodemkundig en archeologisch onderzoek hebben deze gebieden</al><al>een lage kans op het aantreffen van archeologische waarden.</al><al>78</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>De terreinen</al><al>Deze terreinen zijn meestal onderscheiden op grond van het ontbreken van</al><al>archeologische waarnemingen of archeologische vindplaatsen op vergelijkbare bodemof landschappelijke eenheden. Het betreft meestal terreinen die vanuit landschappelijk</al><al>oogpunt ongunstige vestigingscondities boden of die te nat of onvruchtbaar waren voor</al><al>landbouw. Ook kan het zones betreffen die oorspronkelijk een hoge of middelhoge</al><al>archeologische verwachting hadden, maar die nu vanwege bijvoorbeeld</al><al>bodemverstoringen door ontgronding of ruilverkaveling een lage kans hebben op het</al><al>aantreffen van intacte archeologische vindplaatsen.</al><al>Advies</al><al>Het uitgangspunt voor zones met een lage archeologische verwachting is om behoud</al><al>van archeologische waarden in originele context (behoud ‘in situ’) na te streven.</al><al>Vanwege de lage trefkans geldt voor zones met een lage verwachting alleen bij</al><al>grootschalige ingrepen een onderzoeksverplichting.</al><al>Plangebieden met een verstoringsdiepte van maximaal 40 cm beneden maaiveld of</al><al>met een oppervlakte kleiner dan 10 hectare zijn vrijgesteld van onderzoek.</al><al>Indien archeologische waarden worden aangetroffen en behoud van archeologische</al><al>waarden in originele context (in situ) niet mogelijk is, dan dient de initiatiefnemer zorg</al><al>te dragen voor behoud van de archeologische waarden door opgraving en</al><al>documentatie (behoud ‘ex situ').</al><al>6.4.8 Toevalsvondsten</al><al>Ook als geen (nader) archeologisch onderzoek noodzakelijk is, hetzij bij vrijstelling,</al><al>hetzij na vergunning verlening geldt dat de monumentenwet van kracht blijft. Volgens</al><al>de Monumentenwet 1988 bestaat een meldingsplicht indien waardevolle</al><al>archeologische resten worden aangetroffen. Artikel 53 lid 1, monumentenwet 1988:</al><al>“Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet</al><al>dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is, meldt die zaak zo</al><al>spoedig mogelijk bij Onze minister.”</al><al>In de praktijk betekent dit dat eventuele vondsten gemeld dienen te worden bij de</al><al>Riĳksdienst voor</al><al/><al>het Cultureel Erfgoed (RCE) of het provinciaal depot te Deventer.</al><al>De adresgegevens van het provinciaal archeologisch depot:</al><al>Provinciaal archeologisch depot Overijssel</al><al>Bergpoortsingel 193</al><al>7411 CV Deventer</al><al>Tel. 0570-644173</al><al/><al>archeologisch.depot@oversticht.nl</al><al>In tegenstelling tot vondsten die worden aangetroffen bij archeologisch onderzoek,</al><al>hoeven toevalsvondsten niet te worden gedeponeerd bij een provinciaal depot. Een</al><al>toevalsvondst komt in gelijke delen toe aan de vinder én de eigenaar van de roerende</al><al>of onroerende zaak waarin deze is aangetroffen**.</al><al>9 grtikel 13 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. In het Burgerlijk Wetboek wordt overigens niet van een monument, maar van een</al><al>schat gesproken. Het overigens nog de vraag in hoeverre metaaldetectorvondsten “toevalsvondsten” zijn, omdat deze met dat oogmerk</al><al>worden opgespoord. Het verdient daarom aanbeveling in de APV een metaaldetectieverbod op {e nemen voor terreinen met</al><al>archeologische waarden, teneinde aantasting van terreinen met archeologische resten te voorkomen</al><al>79</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>6.5 Het archeologische traject</al><al>Archeologisch onderzoek in Nederland dient te worden uitgevoerd conform de</al><al>Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Het archeologische traject opgesplitst</al><al>in een drietal stappen. In de regel worden deze stappen gevolgd. Elk door een</al><al>archeologisch gecertificeerde instelling uitgevoerde stap resulteert in een KNA-conform</al><al>onderzoeksrapport en bevat een selectieadvies waarin wordt toegelicht en onderbouwd</al><al>of een vervolgonderzoek (in de vorm van een volgende stap) al dan niet noodzakelijk</al><al>is.</al><al>In met name de kleinere onderzoekslocaties kunnen evenwel stap 1 en 2 worden</al><al>samengevoegd, met de resultaten van zowel het bureauonderzoek als het</al><al>inventariserend veldonderzoek in één onderzoeksrapport.</al><al>De bevoegde overheid, meestal de gemeente, dient het onderzoeksrapport te toetsen</al><al>en op basis van het selectieadvies een selectiebesluit te nemen waarmee een</al><al>vervolgonderzoek al dan niet dient te worden uitgevoerd.</al><al>De drie genoemde onderzoeksstappen zijn de volgende:</al><al>1 _ Bureauonderzoek.</al><al>Door middel van een bureaustudie, waarbij literatuur over landschappelijke</al><al>ontwikkeling, historische gegevens en bekende archeologische waarden worden</al><al>geraadpleegd, wordt een gespecificeerd verwachtingsmodel opgesteld.</al><al>2 _ Inventariserend Veldonderzoek</al><al>Bij het inventariserend veldonderzoek wordt een veldonderzoek uitgevoerd dat is</al><al>toegespitst op de kansrijke zones. Deze onderzoeksfase kan worden</al><al>onderverdeeld in een drietal substappen, te weten de verkennende, karterende</al><al>en waarderende fase.</al><al>Het doel van een verkennende fase is in veel gevallen het vaststellen van de</al><al>intactheid van de bodem. Een karterende fase gericht op de opsporing van</al><al>archeologische vindplaatsen. De waarderende fase heeft als doel het waarderen</al><al>van de opgespoorde vindplaatsen.</al><al>Afhankelijk van de fase binnen het inventariserende onderzoek, de locatie, de</al><al>bodemopbouw en de diepte van de te verwachten archeologische resten zijn</al><al>verschillende onderzoeksmethoden mogelijk. Het betreft een</al><al>oppervlaktekartering, geofysisch onderzoek, een booronderzoek of een</al><al>proefsleuvenonderzoek.</al><al>Indien op basis van de waardering van een vindplaats wordt besloten dat de vindplaats</al><al>behoudenswaardig is, dan zijn in stap 3 drie mogelijkheden:</al><al>3a__Behoud in situ</al><al>Bij behoud in situ wordt de vindplaats behouden door planaanpassing, zodat de</al><al>bodem niet verstoord wordt ter plaatse van de vindplaats dan wel tot op het</al><al>archeologisch relevante niveau.</al><al>3b _ Definitief opgraven (behoud ex situ)</al><al>Bij definitief opgraven worden de vindplaats opgegraven, waarbij alle sporen en</al><al>vondsten worden gedocumenteerd, ingetekend en gefotografeerd. Na de</al><al>opgraving is het terrein in principe archeologie-vrij en zijn er geen belemmeringen</al><al>meer voor bodemverstorende activiteiten. Voor de uitvoering van een opgraving is</al><al>een goedgekeurd PVE vereist.</al><al/><al>80</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>3c__Archeologische begeleiding</al><al>Alleen indien behoud in situ of definitief opgraven niet mogellijk zijn en indien</al><al>sprake is van een bijzondere situatie kan worden gekozen voor een</al><al>archeologische begeleiding met beperkte verstoring. Mogelijke aanleidingen voor</al><al>een begeleiding zijn:</al><al>e er waren fysieke belemmeringen om adequaat vooronderzoek te doen;</al><al>e als op grond van beschikbare informatie geconcludeerd is dat een</al><al>opgraving niet (meer) nodig is, kan een begeleiding als controle worden</al><al>uitgevoerd;</al><al>e Wanneer sprake is van bijzondere onderzoeksvragen bij</al><al>uitvoeringstrajecten.</al><al>Uitgangspunt bij de uitvoering van een begeleiding is een goedgekeurd PVE.</al><al>Een archeologische begeleiding kan worden uitgevoerd onder protocol</al><al>proefsleuven (indien nog onvoldoende informatie beschikbaar is voor een</al><al>waardestelling), of onder het protocol opgraven (indien er een sterk vermoeden</al><al>bestaat dat archeologische resten aanwezig zijn).</al><al>Afgezien van het bureauonderzoek kunnen en mogen archeologische werkzaamheden alleen</al><al>worden uitgevoerd door bedrijven die beschikken over een opgravingsvergunning van de RCE.</al><al>Vondstmateriaal dat tijdens archeologisch onderzoek wordt aangetroffen dient te worden</al><al>gedeponeerd bij het provinciaal depot (zie p. 79).</al><al>Een uitgebreide toelichting op de onderzoeksfasen en onderzoeksmethoden is te vinden op de</al><al>website van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; 20086).</al><al>81</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>82</al><al/><al/><al>Tabel 6.3 Over: ht van beleidsadviezen per categorie op de beleidsadvieskaart</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>Grondwerkzaamheden</al><al>waarbij archeologisch Categorie Soortterrein _/ Beschrijving van de terreinen onderzoek nodigis. _ | Toelichting Als wordt aangeloond dat de archeologische resten intact</al><al>en in oorspronkelijke staat behouden blijven, dan kan een</al><al>en di ii i vergunning worden verleend. Vergunningaanvraag via</al><al>Het gaat om terreinen die wetielijk riksbeschermd Zijn. | evorm van verstoring | Burgemeester en Wethouders naar RCE. Elke vorm van bodemingrepen (ook archeologisch Archeologische k is bij wet verboden, onderzoek) is vergunningsplichtig en dient door de Í tijksmonumenten tenzij de RCE Bij de sloop van bestaande bebouwing mag bovengronds</al><al>RCE te worden goedgekeurd Ï tijksbeschermd i : entwintig | Vergunning heeft gesloopt worden tot het maaiveld. Bij een voornemen tot</al><al>Op dit moment zijn binnen de gemeente tweeëntwintig !</al><al>(22) Rijksmonumenten 4 aanwezigÈ verleend ondergrondse sloop c (bv. funderingen, kelders, putten, ĳ vervangen riolering) onderzoek verrichten naar mogelijke</al><al>archeologische resten voorafgaand aan het verstrekken</al><al>van een sloopvergunning</al><al>— — Als bij bureauonderzoek en aanvullend booronderzoek</al><al>blijkt dat een archeologische vindplaats aanwezig is, dan</al><al>wordt deze bij voorkeur intact gelaten door planinpassing of</al><al>door civiel- of bouwtechnische maatregelen. Indien dit niet</al><al>Archeologische t | Het betreft archeologische monumenten die geen mogelik is, dient archeologisch onderzoek in de vormr van monumenten, niet Opperviakte groter dan _ | een proefsleuvenonderzoek of opgraving plaats te vinden.</al><al>rijksbescherming genieten. Op deze terreinen is op f ú</al><al>tiksbeschermd of geljk aan 50 m? en basis van vondsten of onderzoek reeds een K ĳ</al><al>(overige AMK- verstoringen dieper dan | Biĳ de sloop van bestaande bebouwing mag bovengronds</al><al>i archeologische waarde vastgesteld. terreinen’ 400m gesloopt worden tot het maaveld. Ondergrondse sloop (bv. funderingen, kelders, putten, vervangen riolering) zoveel</al><al>mogelijk vermijden of onderzoek verrichten naar mogelijke</al><al>archeologische resten voorafgaand aan het verstrekken</al><al>van een sloopvergunning</al><al>Vergunningverlening onder dezelfde condities als bij</al><al>Rijksmonumenten. De initatiefnemer zal door middel van</al><al>een inventariserend veldonderzoek inzichtelijk moeten</al><al>Terreinen met een zeer hoge archeologische waarde maken dat archeologische waarden niet worden aangetast</al><al>die nationaal, regionaal of locaal van zeer groot belang en/of aangeven wat de maatregelen zijn om aantasting te</al><al>" Elke vorm van verstoring Gemeentelijke Gemeentelijk |Wrden geacht __ voorkomen. Archeologische Gemeentelijk _ | 0p dit moment (peildatum: juli 2009) zijn binnen de HE monument ? vergunningis verleend |; Monumenten gemeente nog geen gemeentelijke monumenten Bij de sloop van bestaande bebouwing mag bovengronds aanwezig. De gemeente kan deze n de toekomst wel gesloopt worden tot het maaiveld. Ondergrondse sloop (bv.</al><al>aanwijzen. funderingen, kelders, putten, vervangen riolering) zoveel mogelijk vermijden of onderzoek verrichten naar mogeijke</al><al>archeologische resten voorafgaand aan het verstrekken</al><al>van een sloopvergunning.</al><al>Als bij bureauonderzoek en aanvulend booronderzoek</al><al>Het betreft de historische kern van het dorp Markelo. blijkt dat een archeologische vindplaats aanwezig is, dan</al><al>Zones met een eIeLSEn | De kernen van Deiden, Diepenheim en Goor zijn wordt deze intact gelaten door planinpassing of door civielzeerhoge immers al als AMK-terrein weergegeven. of bouwtechnische maatregelen. Indien dit niet mogelijk is, archeologische : Hier s in ieder geval vanaf de Late Middeleeuwen tot dient archeologisch vervolgonderzoek n de vorm van een</al><al>e</al><al>verwachting voor heden geconcentreerde bebouwing aanwezig geweest. | Oppervlakte groter dan _ | proefsleuvenonderzoek of opgraving plaats te vinden.</al><al>Verwachtingszones |middslesuwenen ! archeologische resten bevinden zich hierop geringe | of geijk aan 50 m en nieuwe tijd</al><al>(Historische kem</al><al>van Markelo)</al><al>diepte onder het huidige maaiveid. De meeste</al><al>archeologische resten zijn te verwachten langs de oude</al><al>straten, maar ook op achterterreinen kunnen deze</al><al>aanwezig zijn (bijvoorbeeld waterputten, beerputten,</al><al>sporen van bijgebouwen)</al><al>verstoringen dieper dan</al><al>40 cm</al><al>Bij de sloop van bestaande bebouwing mag bovengronds</al><al>gesloopt worden tot het maaiveld. Ondergrondse sloop (bv.</al><al>funderingen, kelders, putten, vervangen riolering) zoveel</al><al>mogelijk vermijden of onderzoek verrichten naar mogelijke</al><al>archeologische resten voorafgaand aan het verstrekken</al><al/><al>van een sloopvergunning</al><al>Zones met een</al><al>hoge</al><al>archeologische</al><al>verwachting</al><al>Deze gebieden waren in het verleden geschikte</al><al>locaties voor bewoning.</al><al>Vanaf de Late Middeleeuwen zijn veel van deze</al><al>terreinen vaak als akker gebruikt waarbij door</al><al>plaggenbemesting de gronden langzamerhand zijn</al><al>opgehoogd en een zogenaamd esdek is ontstaan. Dit</al><al>ophogingspakket heeft oudere bewoningssporen vaak</al><al>goed geconserveerd.</al><al>De kans op het aantreffen van intacte vindplaatsen en</al><al>goed geconserveerde archeologische resten is</al><al>derhalve vrij groot.</al><al>Oppervlakte groter dan</al><al>of gelijk aan 2500 m? en</al><al>verstoringen dieper dan</al><al>40 cm</al><al>Als eerste stap dient een bureauonderzoek te worden</al><al>uitgevoerd. Indien vervolgonderzoek noodzakelijk wordt</al><al>geacht, kan door middel van een verkennend of karterend</al><al>booronderzoek bepaald worden in hoeverre de ondergrond</al><al>nog intact is en of er aanwijzingen zijn voor een</al><al>archeologische vindplaats. Daaruit kan blijken of en zo ja,</al><al/><al>welke vorm van aanvullend onderzoek vereist is.</al><al>Zones met een</al><al>middelhoge</al><al>archeologische verwachting De gebieden met een middelhoge archeologische</al><al>verwachting waren in het verleden minder geschikt voor</al><al>bewoning of zijn in de loop van de tijd minder geschikt</al><al>geraakt als gevolg van bijvoorbeeld veengroei.</al><al>Door het ontbreken van een esdek bestaat de kans dat</al><al>sporen verploegd zijn. Hiermee is de conservering</al><al>matig.</al><al>De kans op het aantreffen van intacte vindplaatsen en</al><al>goed geconserveerde archeologische resten is</al><al>derhalve matig groot. Oppervlakte groter dan</al><al>of gelijk aan 5000 m? en</al><al>verstoringen dieper dan</al><al>40 cm Als eerste stap dient een bureauonderzoek te worden</al><al>uitgevoerd. Indien vervolgonderzoek noodzakelijk wordt</al><al>geacht, kan door middel van een verkennend of karterend</al><al>booronderzoek bepaald worden in hoeverre de ondergrond</al><al>nog intact is en of er aanwijzingen zijn voor een</al><al>archeologische vindplaats. Daaruit kan blijken of en zo ja,</al><al/><al>welke vorm van aanvullend onderzoek vereist i.</al><al/><al/><al>Zones met een</al><al>lage</al><al>archeologische</al><al>verwachting:</al><al>De kans op het aantreffen van archeologische resten Ís</al><al>relatief klein. Om die reden hebben dergelijke gebieden</al><al>een lage verwachting gekregen.</al><al>Door het lage aantal vondsten is erg weinig bekend</al><al>over het gebruik van deze (natte) gebieden.</al><al>Toevalsvondsten leveren hier dan ook vaak zeer veel</al><al>nieuwe informatie op.</al><al>Deze gebieden waren in het verleden minder</al><al>aantrekkelijk voor bewoning. Vaak waren ze relatief</al><al>vochtig of lagen ze relatief laag in het landschap. Toch</al><al>werden deze gebieden incidentee! wel gebruikt</al><al>Zo zijn in de beekdalen diverse sporen als visfuiken,</al><al>beschoeïingen e.d. te verwachten en zijn in het</al><al>veengebied losse vondsten te verwachten in de vorm</al><al>van (vuur)stenen artefacten of verstoorde</al><al>vuursteenvindplaatsen. Daarnaast zijn</al><al>ontginningsporen in de vorm van greppels aan te</al><al>treffen.</al><al>Oppervlakte groter dan</al><al>of gelijk aan 10 hectare</al><al>en verstoringen dieper</al><al>dan 40 cm</al><al>Bij zeer grootschalige bodemingrepen wordt de kans op het</al><al>verstoren van archeologische resten groot. Derhalve dient</al><al>archeologisch onderzoek plaats te vinden.</al><al>Als eerste stap dient een bureauonderzoek te worden</al><al>uitgevoerd. Indien vervolgonderzoek noodzakelijk wordt</al><al>geacht, kan door middel van een verkennend of karterend</al><al>booronderzoek bepaald worden in hoeverre de ondergrond</al><al>nog intact is en of er aanwijzingen zijn voor een</al><al>archeologische vindplaats. Op grond daarvan kan worden</al><al>bepaald of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek</al><al/><al>noodzakelijk is.</al><al>Tabel 6.3 Vervolg</al><al/><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Geraadpleegde literatuur en kaarten</al><al>218 x Overijssel. Van Aadorp tot Zwolle. Kampen, 2008.</al><al>Aa, van der A.J., Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden 1839-1851.</al><al>AHN, 2008. Actueel Hoogtebestand Nederland</al><al>Alterra, 2008. Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000. Geraadpleegd via</al><al>ARCHISII.</al><al>ANWB, 2004. Topografische Atlas Overijssel. Schaal 1:25.000, B. Bennis, Amsterdam.</al><al>Augusteijn, J., 2005. Historische plattegronden van Nederlandse steden, Overijssel,</al><al>deel 9.2 Alphen aan de Rijn.</al><al>Bakker de, H. en J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland,</al><al>de hogere niveaus. Centrum voor Landbouwpublicaties en Landbouw-documentatie,</al><al>Wageningen, 2e druk, 209p.</al><al>Berendsen, H.J.A., 1998, De vorming van het land, Van Gorcum, Assen.</al><al>Berghe, K.J., van den, 2006: Waarderend veldonderzoek terreinen van</al><al>archeologische betekenis t.b.v. archeologische monumentenkaart Overijssel, RAAPrapport 1250, Amsterdam.</al><al>Deeben, H., E. Drenth, M.F. van Oorsouw, L. Verhart, 2005. De steentijd van</al><al>Nederland</al><al>Emmens, K. &amp; S.R. Masselink, 2001: Diepenheim Boerderij ‘De Horde” Esweg 3. ‘sHertogenbosch (BAAC-rapport 00.095-2).</al><al>Engelbertink, H.J.A., D. Taat, A.M. Mank, 1991. Historische kaart van Twente ca</al><al>1500. Werkgroep historische kaart van Twente, Enschede.</al><al>Es, W.A. van &amp; A.D. Verlinde. 1977. Overijssel in Roman and Early Medieval Times.</al><al>In: Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, jaargang</al><al>27, 1977, pp32-42.</al><al>Gerritsen, F., E. Rensink, 2004. Beekdallandschappen in archeologisch perspectief.</al><al>Een kwestie van onderzoek en monumentenzorg. Nederlandse archeologische</al><al>Rapporten 28. Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, Amersfoort.</al><al>Gevers, A.J. &amp; A.J. Mensema, 2004 De havezaten in Twente en hun bewoners.</al><al>Zwolle.</al><al>Groenewoudt, B.J., R.M. van Heeringen &amp; G.H. Scheepstra, 2006. Het</al><al>zandeilandenrijk van Overijssel. Bundel verschenen ter gelegenheid van de</al><al>pensionering van A.D. Verlinde als archeoloog in, voor en van Overijssel.</al><al>Hagens, H., 1992. Boerderijen in Twente. Stichting Matrijs, Utrecht</al><al>Hazenberg, T. H.J. van Oort en A. Borsboom, 2007. Zorgen om (nJiets. Een</al><al>verkenning naar het toepassen van ondergrenzen ten behoeve van het</al><al>archeologisch ruimtelijk beleid van de provincie Utrecht. Hazenberg Archeologie,</al><al>Leiden</al><al>Hulshoff, A.L., 1965: Goor, BKNOB 1965, Voorburg, p144-p145.</al><al>85</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Hulshoff, A.L., 1966: Goor, BKNOB 1966, Voorburg, p99-p100.</al><al>Hurk, J.A. v.d., 1967. De bodemgesteldheid van het ruilverkavelingsgebied HoltenMarkelo. Stiboka, Wageningen.</al><al/><al>Kersbergen, R., 2006. Luchtfoto-atlas Overijssel. Uitgeverij 12 provinciën, Landsmeer</al><al>Kokhuis, G.J.I, 1982: De geschiedenis van Twente van prehistorie tot heden.</al><al>Hengelo.</al><al>Lauwerier, R.C.G.M. en R.M. Lotte, 2002. Archeologiebalans 2002, Rijksdienst voor</al><al>het Oudheidkundig Bodemonderzoek, Amersfoort.</al><al>Mulder de, E.F.J., M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003.</al><al>De ondergrond van Nederland, Wolters-Noordhoff bv, Houten.</al><al>Overijssel, 2008. kaart met ontgrondingsvergunningen.</al><al>Pater, B. de en Schoenmaker, B. 2005. Grote atlas van Nederland 1930-1950. 2005.</al><al>Putten, M.J., 2007a: Gemeente Hof van Twente. Domelaar I! te Markelo.</al><al>Inventariserend veldonderzoek, BAAC-rapport V-07.0300, Deventer.</al><al>Putten, M.J., 2007b: Gemeente Hof van Twente. DomelaarI! te Markelo.</al><al>Inventariserend veldonderzoek, BAAC-rapport V-07.0432, Deventer.</al><al>Rappol, M. (red.), 1993: In de bodem van Salland en Twente, Amsterdam.</al><al>Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed &amp; Provincie Overijssel, 2009.</al><al>Archeologische Monumentenkaart</al><al>Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2009. Indicatieve kaart van archeologische</al><al>waarden. IKAW, versie 3.0.</al><al>Scholte Lubberink, H.B.G., 2007: Aardgastransportleidingen Enschede-Bornerbroek</al><al>en Ommen-Hankate, RAAP-rapport 1573, Amsterdam.</al><al>Scholte Lubberink, H.B.G., 2008a: Hof van Twente, Buren-De Haar. In: Clevis, H. &amp;</al><al>S. Wentink (red.), Overijssels Erfgoed. Archeologische en Bouwhistorische Kroniek</al><al>2007, Zwolle, 57-61.</al><al>Scholte Lubberink, H.B.G., 2008b: Gewoon een kwestie van goed mikken: voltreffers</al><al>op Romeins brons en andere archeologische resten in een smalle sleuf op de Azeler</al><al>Esch te Azelo. In: Clevis, H. &amp; S. Wentink (red.), Overijssels Erfgoed. Archeologische</al><al>en Bouwhistorische Kroniek 2007, Zwolle, 141-184.</al><al>Schorn, E.A, 2001: De Horde. Archeologische prospectie te Diepenheim. Deventer</al><al>(BAAC project 00.095-1).</al><al>SIKB, 2006a. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 3.1. SIKB, Gouda</al><al>SIKB, 2006b. Leidraad inventariserend veldonderzoek. Deel: karterend</al><al>booronderzoek. SIKB, Gouda</al><al>Spek, T., 2004, Het Drentse esdorpenlandschap, een historisch-geografische studie,</al><al>proefschrift Wageningen Universiteit, Utrecht.</al><al>Stenvert, R. Chr. Kolman,.B. Olde Meierink, 1988. Monumenten in Nederland,</al><al>Overijssel. Zwolle.</al><al>Stiboka / Rijks Geologische Dienst, 1977. Toelichting op de legenda van de</al><al>geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000, Wageningen en Haarlem.</al><al>86</al><al>BAAC</al><al/><al>bv Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart Gemeente Hof van Twente</al><al>Stiboka, 1983. Bodemkaart van Nederland 1:50.000 en toelichting op de bodemkaart</al><al>blad 28 Almelo west, Wageningen.</al><al>Stiboka, 1979. Bodemkaart van Nederland 1:50.000 en toelichting op de bodemkaart</al><al>blad 34 Enschede west en oost en 35 Glanerbrug. Wageningen.</al><al>Versfelt, H.J. &amp; M. Schroor, 2005. De atlas van Huguenin. Militair-topografische</al><al>kaarten van Noord-Nederland 1819-1829. Heveskes uitgeverij, Veendam</al><al>Versfelt, H.J., 2003. De Hottinger-atlas van Noord- en Oost-Nederland 1773-1794,</al><al>Heveskes Uitgevers, Groningen.</al><al>Werff, M.M. van der, 1997. De bodemgesteldheid van het landinrichtingsgebied</al><al>Diepenheim. Resultaten van een bodemgeografisch onderzoek. SC-DLO, rapport</al><al>463.</al><al>Wieberdink, G.L., 1990. Historische Atlas Overijssel. Chromotopografische kaart des</al><al>Rijks 1:25.000. Uitgeverij Robas producties, Den Ilp</al><al>Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, 1998. Grote Provincie Atlas 1:25.000,</al><al>Overijssel. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, Groningen, 2e editie.</al><al>Websites</al><al>http://www.atlas-cultuurhistorie.nl/; cultuurhistorische atlas provincie Overijssel.</al><al>Hof van Twente, 2009. www.hofvantwente.nl</al><al>87</al><al>Bijlage 1</al><al>Overzicht van geologische en archeologische tijdvakken</al><al/><al/><al>Overzicht geologische en archeologische tijdvakken</al><al/><al>Ouderdom</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>n eren Chronostratigrafie MIs Lithostratigrafie</al><al>Formaties: Naaldwijk Holoceen 1 | (marien), Nieuwkoop 11785 (veen), Echteld (fluviatiel) ” Late Dryas</al><al>(koud) 12.745 Laat Allerod</al><al>Weichselien |__ (warm) 13675 (Laat- VroegeDryas | ,</al><al>14025 Giaciaal) (Koud) Boling 15.700 3 (warm) L &amp; Laat- $ z Pleniglaciaal 22000} |3| |z|Z| Midden- 3|2]|5 Weichselien PIM‘F‘?9"' leniglaciaal 1 3 Formatie van (Pleniglaciaal) c00 z Vroeg- 4 Kreftenheye Formatie van Pleniglaciaal Boxtel</al><al>75.000</al><al>&amp; 5a 5 Vroeg- Formatie S |5 Weichselien 5b ma 3/ |8 (Vroeg- 5c Beegden £ Glaciaal) -</al><al>115.000 3 _ z Eemien 5e Eem 190000 | (warme periode) Formatie</al><al>Formatie</al><al>Saalien (ijstijd) 6 van Drente</al><al>s0000! |&lt; |e Formatie 5| |5 Holsteinien a</al><al>“omel [E| | (warme periode) e _</al><al>Elsterien (ijstijd) Formatie 475000 van Peelo</al><al>Cromerien</al><al>(warme periode)</al><al>.9} [7] Formatie</al><al>o |o van</al><al>S|HE|S Pre-Cromerien Sterksel</al><al/><al>,600.000</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>Cal. jaren [14 ĳ Pollen Archeologische n Chr 'C jaren Chronostratigrafie zones Vegetatie perioden</al><al>5 7 e o2 Loofbos Nieuwe tijd eik en hazelaar Miedeleeuwen &amp; Subatlanticum e overheersen Laso É koeler haagbeuk Romeinse tijd Lo vochtiger veel cultuurplanten 12 rogge, boekweit, IJzertijd Va korenbloem</al><al>800 a 2650-| o Toofbos Bronstijd L 2000 Subboreaal e ZSA :r°fg'îí ‚va | beuk&gt;1% invoed s landbouw</al><al>3</al><al>375 soo-|E|g 23 (granen) Neolithieum</al><al>EE | as00 ä Loofbos</al><al>Atlanticum eik, els en hazelaar</al><al>wam u overheersen |5900 vochtig in zuiden speelt linde een grote rol</al><al>7o zo00 Boreaal ‘den overheerst Mesolithicum 1 | hazelaar, eik, iep, 3 warmer linde, e</al><al>c | |E eerst berk en later &gt; Preboreaal | og00 OTT den overheersend</al><al>m7ss| 10450 Late Dryas w | Parklandschap</al><al>12745/ _ 10800 7</al><al>Laat | Allered LWI | petkenboesen 19675| 800 Weichselien Laat- | Vroege Dryas open 14025) 12000 C‚Eamaz„ 9° DY parklandschap | Laat-Paleolthicum A LW | [open vegetatie met 3 Bolling kruiden en 1700| 1800$.2 berkenbomen 3/8 EE m den met een</al><al>|_ 35,000 [8|2 2/2| Midden- perio poolwoestijn\ en /S (;‘I’ír‘í;‘feî"';;“ , perioden met een 8E toendra</al><al>75.000</al><al>Vroeg- perioden met bos Weichselien en perioden met (Vroeg- een subarctisch Glaciaal) open landschap 115000} Midden-Paleolithicum Eemien \oofbos 130.000/ (warme periode)</al><al>5</al><al>3</al><al>2</al><al>ë</al><al>&amp; Saalien (istijd) | 300.000 H</al><al>3</al><al>B</al><al/><al>5 Vroeg-Paleolithicum</al><al>Chronostratigrafe voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder ef al.(2003). Lithostratigrafe</al><al>volgens De Muider ef a!. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot ef al (1994). Atmosterische data volgens Stuiver ef al.(1998),</al><al>Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen</al><al>Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB)</al><al>Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Polienzones volgensP. Vos&amp; P. Kiden (2005).</al><al/><al>Bijlage 2</al><al>Hoogtekaart met bodemverstoringen</al><al/><al>Hoogtekaart met bodemverstoringen</al><al>Gemeente Hof van Twente</al><al>Hoogte t.0.v. NAP in meter</al><al>DE oh 8115</al><al>e</al><al>ES ontgrondingen</al><al>‘bodemverstoringen</al><al>ED oonoeriogens</al><al/><al/><al>Bijlage 3</al><al>Verklarende woordenlijst</al><al/><al/><al>Begrippenlijst</al><al>Afkortingen</al><al>AHN</al><al>AMK</al><al>ARCHIS</al><al>CAA</al><al>CMA Centraal</al><al>IKAW</al><al>Ivo</al><al>KNA</al><al>NAP</al><al>NEN</al><al>PVE</al><al>RCE</al><al>-mv</al><al>Actueel hoogtebestand Nederland</al><al>archeologische monumentenkaart</al><al>ARCHeologisch Informatie Systeem</al><al>Centraal Archeologisch Archief</al><al>Monumentenarchief</al><al>Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden</al><al>Inventariserend veldonderzoek</al><al>Kwaliteitsnorm Nederlands Archeologie</al><al>Normaal Amsterdams Peil</al><al>Nederlandse Norm 5104: classificatie van onverharde grondmonsters</al><al>Programma van Eisen</al><al>Riĳksdienst voor het Cultureel Erfgoed</al><al/><al>beneden maaiveld</al><al>Verklarende woordenlijst</al><al>A-horizont</al><al>AC profiel</al><al>Administratief geplaatst</al><al>Afzetting</al><al>Antropogeen</al><al>Archeologie</al><al>archeologisch monument</al><al>B-horizont</al><al>Donkergekleurde bodemhorizont waarin humus door bodemdieren,</al><al>planten,schimmels en bacteriën is omgezet en gemengd met de</al><al>eventuele minerale delen</al><al>Bodemprofiel waarin een humusrijke A-horizont direct gelegen is op</al><al>het ongeroerde moedermateriaal (C-horizont).</al><al>Een vondst waarvan de exacte vondstlocatie niet bekend is. Omdat de</al><al>vondst wel iets kan zeggen over het gebied waar het ergens in is</al><al>gevonden wordt deze als administratieve vondst weergegeven. De</al><al>plaatsing van de vondst op de kaart gebeurt op het kilometergrid van</al><al>het Nederlandse coördinatenstelsel in de omgeving waarvan men</al><al>denkt dat de vondst is gedaan.</al><al>Neerslag of bezinking van materiaal.</al><al>Ten gevolge van menselijk handelen (door mensen</al><al>gemaakt/veroorzaakt).</al><al>Wetenschap die zich ten doel stelt om door middel van studie van de</al><al>materiële nalatenschap inzicht te verwerven in alle facetten van</al><al>menselijke samenlevingen in het verleden.</al><al>Aard, omvang en kwaliteit van deze vindplaatsen</al><al>rechtvaardigen blijvend behoud uit wetenschappelijke en/of</al><al>cultuurhistorische overwegingen. Al naar gelang de betekenis</al><al>die aan deze aspecten wordt toegekend, verdienen deze</al><al>vindplaatsen te worden geplaatst op het beschermingsprogramma</al><al>van Rijk, provincie of gemeente. Uit dien hoofde</al><al>dient daarom te worden gestreefd naar een ongestoord behoud</al><al>van de daarin aanwezige archeologische sporen.</al><al>Werkzaamheden gericht op het behoud zijn uiteraard</al><al>toegestaan.</al><al>Een minerale (s0ms moerige) horizont in een bodem, waarin een of</al><al>meer van de volgende kenmerken voorkomen:</al><al>- Inspoeling van kleimineralen, aluminium, ijzerof humus uit</al><al>hoger liggende horizonten, al dan niet in combinatie</al><al>- (bijna) volledige homogenisatie met bovendien zodanige</al><al>veranderingen dat</al><al>oNieuwvorming van kleimineralen is opgetreden en/of</al><al>oAluminium en ijzer(hydro)oxiden zijn vrijgekomen, of</al><al>oEen blokkige of prismatische structuur is ontstaan.</al><al>Booronderzoek</al><al>BP</al><al>C-horizont</al><al>Dekzand</al><al>Eenmanses</al><al>Enkeerdgronden</al><al>Erosie</al><al>Esdek</al><al>Formatie</al><al>Gehomogeniseerd</al><al>Holoceen</al><al>Horizont</al><al>Inventariserend</al><al>Veldonderzoek</al><al>Veldpodzol</al><al>Nederzetting(-sterrein)</al><al>Pleistoceen</al><al>Podzol</al><al>Proefsleuvenonderzoek</al><al>karteringsmethode bij veldinventarisatie, gebaseerd op het verrichten</al><al>van grondboringen, waarbij vooral gelet wordt op het voorkomen van</al><al>archeologische indicaties zoals aardewerkfragmenten, houtskool en</al><al>fosfaatconcentraties</al><al>Before Present, gebruikt voor ouderdomsbepalingen op grond van het</al><al>meten van de hoeveelheid radio-actieve koolstof in organisch</al><al>materiaal (de C14- of14C-methode) worden gewoonlijk opgegeven in</al><al>jaren voor heden (=1950); jaarringen-onderzoek heeft vastgesteld dat</al><al>deze dateringen af kunnen wijken van de werkelijke ouderdom.</al><al>Weinig (C1) of niet (C2) door bodemprocessen veranderd sediment of</al><al>eventueel verweerd vast gesteente volgend op vast gesteente. Om te</al><al>worden geclassificeerd als C-horizont dient het om soortgelijk</al><al>materiaal te gaan als hetgeen waarin de A- en B-horizonten zijn</al><al>ontwikkeld.</al><al>Fijnzandige afzettingen die onder koude omstandigheden</al><al>voornamelijk door windwerking ontstaan zijn; de dekzanden uit de</al><al>laatste ijstijd vormen in grote delen van Nederland een 'dek!</al><al>Aanduiding voor een kleine es die slechts door één of enkele boeren</al><al>wordt bewerkt; vaak ook aangeduid met de term kamp.</al><al>Dikke eerdgrond (= laag met donkere, min of meer rulle grond, met</al><al>organische en anorganische bestanddelen) ontwikkeld op zandgrond</al><al>onder invloed van de mens; worden ook wel essen genoemd.</al><al>Verzamelnaam voor processen die het aardoppervlak aantasten en</al><al>los materiaal afvoeren. Dit vindt voornamelijk plaats door wind, ijs en</al><al>stromend water</al><al>Oud verhoogd bouwland, ontstaan door ophoging ten gevolge van</al><al>bemesting. Voor de bemesting werden plaggen of met zand</al><al>vermengde potstalmest opgebracht. In geval van een es is de</al><al>opgebrachte laag ten minste 50 cm dik. De term e is gangbaar in</al><al>Noord- en Oost-Nederland. In Midden-Nederland wordt gesproken</al><al>van enk of eng en in Zuid-Nederland van akker of veld.</al><al>Een sedimentpakket dat qua herkomst en lithologische samenstelling</al><al>een eenheid vormt.</al><al>Volledig opgenomen zijn in de teeltlaag of bouwvoor.</al><al>jongste geologisch tijdvak (vanaf de laatste IJstijd: ca. 8800 jaar v</al><al>Chr. tot heden)</al><al>Een qua kleur, textuur en wordingsgeschiedenis homogene</al><al>bodemlaag met karakteristieke eigenschappen</al><al>Het verwerven van (extra) informatie over bekende of verwachte</al><al>archeologische waarden binnen een onderzoeksgebied, als</al><al>aanvulling op en toetsing van de archeologische verwachting,</al><al>gebaseerd op het bureauonderzoek middels waarnemingen in het</al><al>veld</al><al>Humuspodzolgronden met een humushoudende bovengrond dunner</al><al>dan 30 cm. Dergelijke gronden worden hoofdzakelijk aangetroffen in</al><al>jonge ontginningsgebieden.</al><al>Woonplaats; de aard en samenstelling van het in het veld</al><al>aangetroffen sporen en materiaal wordt geïnterpreteerd als resten van</al><al>bewoning in het verleden.</al><al>Geologisch tijdperk dat ca. 2,3 miljoen jaar geleden begon.</al><al>Gedurende deze periode waren er sterke klimaatswisselingen van</al><al>gematigd warm tot zeer koud. Na de laatste IJstijd begint het</al><al>Holoceen (ca. 8800 v. Chr.)</al><al>Bodem met een uitspoelingslaag (E-horizont) en een inspoelingslaag</al><al>(B-horizont). Het gehele proces van het uitlogen van de E-horizont en</al><al>de vorming van een B-horizont door inspoeling van humus en ijzer</al><al>heet podzolering.</al><al>opgraving van beperkte omvang op één of meerdere locaties binnen</al><al>een vindplaats dan wel in de vorm van één of meerdere sleuven om</al><al>nadere gegevens te verzamelen over aard, omvang, diepteligging,</al><al>Sediment</al><al>Stratigrafie</al><al>Veen</al><al>Verwachtingskaart</al><al>Vindplaats</al><al>Vondstlocatie</al><al>Waarneming</al><al>e.d. van grondsporen waarbij de grondsporen zo veel mogelijk intact</al><al>worden gelaten. Proefonderzoek kan noodzakelijk zijn in het kader</al><al>van een inventariserend veldonderzoek, maar dient met name ter</al><al>voorbereiding van de opgraving</al><al>Afzetting gevormd door accumulatie van losse gesteentefragmentjes</al><al>(zoals zand of klei) en eventueel delen van organismen.</al><al>Opeenvolging van lagen in de ondergrond (niet alleen in de bodem)</al><al>Geheel of grotendeels uit enigszins ingekoolde, maar nauwelijks</al><al>vergane plantenresten opgebouwde afzetting.</al><al>Kaart waarop gebieden staan aangegeven met een zekere</al><al>archeologische verwachting; deze verwachting is gebaseerd op een</al><al>wetenschappelijk mode! (gebaseerd op kennis over lokatiekeuze,</al><al>fysische geografie, statistische relaties, etc.).</al><al>Een ruimtelijk begrensd gebied, waarbinnen zich archeologische</al><al>informatie bevindt.</al><al>Een locatie waar een vondst dan wel vondsten zijn gedaan</al><al>Vondstlocaties in ARCHIS staan als waarneming geregistreerd</al><al/><al>Bijlage 4</al><al>Catalogus</al><al>a - catalogus AMK-terreinen</al><al>b - catalogus waarnemingen</al><al>c - catalogus historische erven 1500</al><al>d - catalogus meldingen historische verenigingen</al><al>e - catalogus onderzoeksmeldingen</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>aa PE EETa TTe{umenveid unened Bronstjg Bronsijg aamidaen [izerijd [izeridvoeg [Terein erreinvan van zoerhoge zeerhoge areheongehe archesiagsche waarde waarde. TET beschernd</al><al>557|Hevezahelenaa — [viedeieeuwen aa [Neume ijd Terrein van zeerhoge archediogische waarde, beschermd 91E|Gratreuve, 31E|Landueer ondepaeld _ [Neoftieum [uiddeleeuwen'aat aat _ Bronsijd [Mieleeuwenlaat _ [Tereim Ferrein van van zeerhoge zeer hoge archeoogische archeolog=che wearde wearde. vezcnernd beschermd 37 |Graineure em — [Neoitheum aa Bronsijd Fertein van zeerhoge archeooyische waarde,beschernd 91 fGrefneuvel ondepaeld _ [Neoithieum aa Bronsid [Terein van zeerhoge archeoiagsche waarde. beschernd 3|Graineuvel onnepaalc _ [Neoitheum aa Bronsid Ferein van zeerhoge archeoogische waarge,beschermd 31E|Grafreuvel ondepaeld _ [Neoftieum aat Bronsid Ferrein van zeerhoge archeoogische wearde beschermd 3TE|Graineuvel noepaeld — [Neoiticum aa Bronsid [Terein van zeerhoge archeoiagsche waarde. beschernd 3|Graineuvel onnepaale — [Neoitheum aa Bronstjd Fertein van zeerhoge archeooyische waarde, beschernd 91fGrefneuve 3TE|Umenveld nepaeld _ [Neofthieum Brorsijgaataa Bronsid Ezerid voeg [Terein [Terein van van zeerhoge zeer hoge archeoiagsche archeoiagische waarde. waarde. beschernd beschernd 918 3|Gratreuve |Graineuve orBepaaie nepaala _— [Neoftieum [Neoiticum aaaa Bronsid [Neolthem aa [Terein Ferrein van van zeerhoge zeerhoge archeoogische archeologsche wearde waarde. beschernd beschermd 316 [Nederzeting, ontepaa _ [Mesoithicum Mesoitheum Fertein van zeerhoge archeoogische waarde,beschernd 97 [Nederzeting onvepaad [Neoitheum midgen _ [Neoiftyoum micden __ [Terren van zeer hoge archeolog=che wearde. bescnernd 377 |Greinewve, nbepaeld — [Neoltieum aa Bronsid [Terein van zeer hoge archeoiagische waarde. beschernd 3Te|Grafreuvel orepaeld _ [Neoftieum aat Bronsid Ferrein van zeerhoge archeoogische wearde beschermd fGraineuvel noepaald — [Neoiticum aa Erorsid [Terein van zeerhoge archeoiagsche waarde. beschernd 0fGraineuvei nnepaale — [Neoitheum aa Bronstjd Fertein van zeerhoge archeooyische waarde, beschernd 38|Grafneuve nepaeld — [Neoitieum aa Bronsid [Terein van zeer hoge archeoiagsche waarde. beschernd fGraineuve noepaale _ [Neoitieum aa Eronsid [Terein van zeer hoge archeoiagische waarde. beschernd tfGrafreuvel orepaeld _ [Neoftieum aat Bronsid Ferrein van zeer hoge archeogische wearde beschermd tfGreineuve nepaeld — [Neoitieum aa Bronsid [Terein van zeerhoge archeoiagsche waarde. beschernd 84[Graineuvel gts[Umenveld nnepaald — [Neoitieum Brorsijg'ataa Bronstjd [zerid voeg [Terein Fertein van van zeerhoge zeerhoge archeoogische archeoiagsche waarde,beschermd waarde. beschernd 36 |Graineuvel ormepaale _ [Neoiticum aat Brorsid [Terein van zeer hoge archeoiagische waarde. beschernd 87|Grafreuvel onepaeld _ [Neoftieum aa Bronsid Ferrein van zeerhoge archeoogische wearde beschermd eT|Greineuve ndepaeld — [Neoitieum aa Bronsid [Terein van zeerhoge archeoiagsche waarde. beschernd 367|Graineuvei onnepaale — [Neoitieum aa Bronstjd Fertein van zeerhoge archeoogische waarde,beschermd e7|Grefneuvel |Graineuvel ondepaeld noepaale __ [Neoitieum [Neoitieum aaaa Bronsid Bronsid e [Terein [Terein van van zeer zeer hoge hoge archeoiagsche archeoiagische waarde. waarde. beschernd beschernd</al><al>tefGrafteuveonbepaeld _ |Uzerjd voeg [izerig midder Ferrein van zeer hoge archeoogische wearde beschermd tofGraineuve onepaeld — [Neoithieum aaT Bronsid [Terein van zeerhoge archeoiagsche waarde. beschernd 0ofGraineuvel onnepaale — [Neoitieum aa Bronstjd Fertein van zeerhoge archeoogische waarde,beschermd tofGrafreuve 3o0fGraineuvel onepaeld noepaale __ [Neoitieum [Neoitieum aaaa Bronsid Bronsid w [Terein [Terein van van zeerhoge zeer hoge archeoiagsche archeoiagische waarde. waarde. beschernd beschernd</al><al>o0fGrafteuvel orepaeld _ [Neoftieum aa Bronsirieden Ferrein van zeerhoge archeoogische wearde beschermd 02|Graîneuve epaeld — [Neoitieum aa Bronsid [Terein van zeerhoge archeoiagsche waarde. beschernd 307|Graineuvei onnepaalc — [Neoitieum aa Bronstjd Fertein van zeerhoge archeoogische waarse,beschermd 36afGrafreuve. orbepaeld _ [Neoftieum aa Bronsid Ferrein van zeerhoge archeoogische wearde beschermd 30afGraineuvel noepaale _ [Neoitieum aa Eronsid [Terein van zeerhoge archeoiogische waarde. beschernd o4|Grafteuvel orepaeld _ [Neoftieum aa Bronsid Ferrein van zeer hoge archeoogische wearde beschermd 3o4[Graîneuve repaeld _ [Neoitieum aa Bronsid [Terein van zeerhoge archeoiagsche waarde. beschernd 34[Graineuvel onnepaalc _ [Neoithieum aa Bronstjd Fertein van zeerhoge archeoogische waarse,beschermd T629|Gratnewel. onbepzaid _ [Neoihieumlaat Bronsid Ferrein van zeerhoge archeoogische wearde beschermd 1629Gratnewel. nbepaeld _ [Neoiihicumlaat Eronsid [Terein van zeerhoge archeoiogische waarde. beschernd 160Gratneuwel. onbepzald _ [Neoiihicumlaat Bronsid Ferrein van zeer hoge archeoogische wearde beschermd T60[Gratnewel. onbepaeid _ [Neoiihicumlaat Bronsid [Terein van zeerhoge archeoiagsche waarde. beschernd 1630|Graîneuvelnbemaad — [Neoitheum aa Bronstjd Fertein van zeerhoge archeoogische waarse,beschermd 160[Gratneuwel. onbepzaid _ [Neoihicumlaat Bronsid Ferrein van zeerhoge archeoogische wearde beschermd 1630[Gratnewel. nbepaeld _ [Neoiihicum laat Eronsid [Terein van zeerhoge archeoiogische waarde. beschernd 160Gratnewel. onbepzald _ [Neoiihicumlaat Bronsid Ferrein van zeer hoge archeoogische wearde beschermd T60[Gratnewel. onbepaeid _ [Neoiihicumlaat Bronsid [Terein van zeerhoge archeoiagsche waarde. beschernd 16s0|Graîneuvelnbemaad — [Neoitheum aa Bronstjd Fertein van zeerhoge archeoogische waarse,beschermd 2543|Grafnauvel onbepaeid _ [Neoftieum aa Bronsid Ferrein van zeerhoge archeongische wearde 2543|öralneuvel onepaald _ [Neoltnieum aa Eronsid [Terein van zeerhoge archeologsche waerde 2646fHavorateindderoitad _ [Middeteeuwen aa [Nieuwe E Ferren van hoge archediagiche waarde</al><al>2047|everatemddermofstad _ [Middeleeuweniaet _ [Neue d [Terein van hogs acheoogische waarde</al><al>2546]Umenveld Bronsijg aa [izerig voeg Ferren van hoge archediagiche waarde</al><al>269 Heverateikderoad _ [ideteewentaal _ [Neuwetjd Ferrein van hoge archedlogische waarde</al><al>25 50fHaveraieidderhoisied — [Middeleeuweniaai _ [Nieuweijd [Terein van hog archeoogische waarde 2673fGrîneuvel onemaad _ [Neoitheum aaî Bronsid Ferrein van zeerhoge archeongische waarde 25TfGraineuvel nbepaeld — [Neofticum aa Bronsid [Terein van zeerhoge archeologsche waarde 2573|Graîneuvelnbemaad — [Neoitheum aa Bronstjd Terrein van zeerhoge archeongische waarde 251]Grafnauvel 27G8|Umenveld onbepaeld _ [Neoftieum izerjd voegaa Bronsid zerid voeg [Terein Ferrein van van zeerhoge zeerhoge archeongische archeologsche wearde waerde z600|Graneuvel onepaat _ [Neoitheum zat Bronsid Terrein van zeerhoge archeoogische waarde 280i[Nederzeting. onbepaal — [Wescihicum Mesoithaam [Terein van zeerhoge archeologsche waarde 2601 [Nederzeting, onbepaad — [Neoitheum magen— [Neoitiyeum maden _ [ferein an zeer hoge archedogsche waarde</al><al>2802{Nederzeting. onbepaaid — [Neolficun Bronsijd voeg Ferrein van hogs archedlogiche waarde</al><al>2803fNederzeting, onbepaad — [Nedliicum Brorsidwoeg [Terein van zeerhoge archeologche waarte 2604[Nederzeting onbepaald — [Mesolhieurt Neoltveum Ferren van hoge archediagiche waarde Z808|Nederzeting. onbepaald _ [Romeinse infTaat Eomense HTEar [Termein van zeerhoge ardhoolgche aa 280o[Nedereting, onbepaad — [heolhieum Neoltneum [Terein van rage archeoogische waarde 2809fNederzeting onbepaald — [Brorsijg laat Bronsiidaat Ferrein van hoge archedlogiche waarde</al><al>26 1a{Nederreng onbepaard _ [MiddeleeuwenTaat _ [Mdeieeuwenlaat __ [Termreimvan Poge archeologeche waarde 281afNederzeting onbepaald — [Keoliheun Neoiteur Ferren van hoge archediagiche waarde 2816|Graneuwel onbepaeld — [Neofticum EaT [Neoltheum t [Terein van togs acheoogische waarde 13269|rafewvel onbepaald — [heofihum aat Bronsid [Terein van zeer oge acheologeche waarde 1520o{Umenveld Bronsijd'aat izerijd o Ferrein van zeerhoge archeoogische wearde 13267|Nederreing, onbepas — [Neoliheun. Neolteum [Terein van rogs archeoogische waarde 15267|Grafevvel orbepaald _ [heoltheumTaat ronsiid Ferrein van hoge archedlogische wearde 132Es|raeuvel onbenaald — [Keofihicum'aat Bronsid [Terein van togs archeoogische waarde Taz7ofUmenveld Bronsijg'aat zerid o [Terein van zeer hoge acheologecne waarde</al><al>1603fNederzeiing, SnDopzEN — [Keofticumtaat [Neoitheum at Ferrein van hogs archedlogiche waarde 1a0afNederzeiing, onbepaaid — [Mesoihicum [Meoitreum [Terein van hogs archeoogische waarde 1a6oafNederzeting, onbepaald — [Keofhcun Neoiteun Ferrein van rchesiogsche waerde 136 1a|Nederzeting. onbepaerd _ [Neoitheummidden _ [Neolieum misden __ [Feremvan hoge archeoiogiche waarde</al><al>13616|Nederzeiing, onbepaald — [Neolitum miëden _ [Neoihieum misden _ [Ferrein van hoge archedagische waarde</al><al>1368|Nederzeting onbepaald — [Romeise ijd [Romense tjs Ferrein van hoge archedlogische waarde</al><al>136Zijaveratemsdermoistad _ [Misdeieeswentaal __ [Neuwe t [Terein van togs archeobgische waarde</al><al>[Mesoiteem</al><al>Mesoitheum</al><al>Middeeeuwen E</al><al>[Middereeuwen aat</al><al>Mesoitreum</al><al>[Miaseeewen Eat</al><al>Middereeuwen aa</al><al>[Middereuwen aat</al><al>Midseeeuwen aa</al><al>[Misdereeuwen aa</al><al>[Midsereeuwen aa</al><al>Middereeuwen aa</al><al>[Middereuwen aat</al><al>Midseeeuwen aet</al><al>|Misdereeuwen aa</al><al>[Midsereeuwen aa</al><al>iddereeuwen aa</al><al>[Mesoitem</al><al>aa</al><al>[uisdereeuwen a</al><al>[Midsereeuwen aa</al><al>Middereeuwen aa</al><al>[Middereuwen aat</al><al>[Middereeuwen Bat E</al><al>‘aa</al><al>aa</al><al>aa</al><al>Neoitneum aa</al><al>Neoitheum aa</al><al>Neoitnem aat</al><al>Neoitheum aa</al><al>Neoithem aat</al><al>iaet</al><al>Neoitem aa</al><al>[Mesoiteum</al><al>Mesoiteum</al><al>[MidteleewenEat</al><al>Neue</al><al>Mesoitheum</al><al>Neuwe</al><al>Neuwe</al><al>em</al><al>Neuwe</al><al>Neuwe</al><al>Neuwe</al><al>Neuwe</al><al>em</al><al>Neuwe:</al><al>Neuwe</al><al>Neuwe</al><al>Neuwe</al><al>[Mezoitheum</al><al>[Neuwe</al><al>[Midceleewen a</al><al>[MidGeleeuwen aat</al><al>[MidGeleeuwen aa</al><al>[Neuwe 44C</al><al>[erenvan</al><al>Terenvan</al><al>erenvan</al><al>[Terenvan</al><al>[Terenvan</al><al>Terenvan</al><al>erenvan</al><al>[Terenvan</al><al>erenvan</al><al>[Terenvan</al><al>erenvan</al><al>erenvan</al><al>[Terenvan</al><al>erenvan</al><al>[Terenvan</al><al>erenvan</al><al>erenvan</al><al>[Terenvan</al><al>erenvan</al><al>[Terenvan</al><al>erenvan</al><al>erenvan</al><al>[Terenvan</al><al>erenvan</al><al>[Terrean van zeer</al><al>[Terean van zeerf</al><al>erren van zeerf</al><al>[Terea van zeerf</al><al>[Teren van zeerl</al><al>[Teren van zeerf</al><al>[Teren van zeerl</al><al>erren van zeerf</al><al>[Terean van zeerf</al><al>[Teren van zeerl [Teren van zeerf</al><al>bijlage</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>4b archeologische vondstlocaties</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>catalogusnr. |X Y_ Tcomplextype beginperiode [eindperiode [nauwkeurigheid</al><al>98 231700/ 470300 |onbekend BRONSL IJZM</al><al>1053 232000|476000|grafveld IVMEB IVMEC 1000] 1060 __[234320|467700|onbekend ROMMA ROMMA</al><al>1061 237300| 467800 |grafveld VMEB VMEC</al><al>1278 235420|472670|grafveld IBRONSL IJZV 1279 __[232400|477800|grafveld BRONSL IJZV</al><al>1280 231800|476800|grafveld IBRONSL IJZV 1281 231500/ 475400 |grafveld BRONSL IJZV</al><al>1282 __[231940|474080|grafveld BRONSL IJZV</al><al>1283 230300|471800|grafveld IBRONSL IJZV 1284 __ [232300|469600|grafveld BRONSL IJZV</al><al>1290 245300|478240|grafveld IBRONSM BRONSM 1291 242720| 476600 |grafveld BRONSL IJZV</al><al>2368 232170|469660/onbekend IBRONSL IJZV 2514 229900 476380|grafheuvel INEO BRONS 2520 _ [229900[475500|onbekend INEOL NEOL 2527 229840|475650|onbekend IMESO MESO 2549 __ |231800[476260|grafheuvel NEOLA NEOLA</al><al>2550 231830|476780|grafheuvel INEO BRONS 2551 231780 476660|grafheuvel INEO BRONS 2552 __ |231780[476720|grafheuvel INEO BRONS 2553 231730|476720|grafheuvel INEO BRONS 2554 __ |231820[476820|grafheuvel INEO BRONS 2555 231980|476840|grafheuvel INEO BRONS 2556 232080 477040|grafheuvel INEO BRONS 2557 __ |232240[477170|grafheuvel INEO BRONS 2558 232270|477200|grafheuvel INEO BRONS 2560 _ [231290[475160|onbekend INEO NEO 2561 232220|477240|grafheuvel INEOL BRONS 2563 __ |231300[475850|nederzetting VME VME 2564 __ [230730[476280|onbekend INEO NEO 2565 230720|476350|onbekend INEOMB NEOMB 2566 __ [235000[477000|onbekend ROM VME 1000|</al><al>2571 230000 476000|Celtic field/raatakker IJZ ROM 1000]</al><al>2572 __ |231840[477060|grafveld BRONSL IĲZ</al><al>2573 __|231700[475660|grafveld XxX x</al><al>2576 233708|475974|havezathe ILMEA NTA 2577 __ |239000[477000|onbekend MESO NEOV 1000|</al><al>2579 231800|476260/megalietgraf INEOL BRONS 2580 __ |233000[476000|depotvondst BRONSL BRONSL 1000|</al><al>2582 __ |231730[475420|grafheuvel NEOLB NEOLB</al><al>2583 231540|475360|grafheuvel INEOL BRONSV 2584 __ |231540[475360|onbekend IZ IZ</al><al>2585 230880 475380|grafheuvel INEO BRONS 2586 __ |232410[477840|grafheuvel IZ IZ</al><al>2587 232500|477600|grafveld IJZ IJZ</al><al>2588 231820|476170|grafheuvel INEO BRONS 2589 __ |232180[476000|grafheuvel BRONS IZ</al><al>2590 232280|476040|grafheuvel INEOL BRONS 2591 '232310/ 476060 |grafheuvel BRONSL IJZV</al><al>2592 232600|476180|grafheuvel INEOL BRONS 2593 232350|476360|grafheuvel INEO IJZ 2594 __ |231910[476330|grafheuvel INEOL BRONS 2595 231820|476660|grafheuvel INEO BRONS 2596 __|231800[476700|grafheuvel INEO BRONS</al><al> 2597 231890| 476680 |grafheuvel INEO BRONS</al><al>bijlage</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>4b archeologische vondstlocaties</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>catalogusnr. x Y _|complextype beginperiode |eindperiode [nauwkeurigheid 2598 231440|476280|grafheuvel INEOL BRONS 2599 230770/476340|grafheuvel INEO BRONS 2601 232500|477700|onbekend IBRONSL BRONSL 2602 235890]475580|onbekend IBRONSMA BRONSL 2606 230000|475000|onbekend INEOLA BRONSM 1000 2607 INEOM BRONS 1000| 2608 230190[476110[grafheuvel INEO BRONS 2609 230210|476130]|grafheuvel INEO BRONS 2610 230140|476110]|grafheuvel INEO BRONS 2611 230100/476120|grafheuvel INEO BRONS 2612 230130|476160]|grafheuvel INEO BRONS 2613 230140/476290[grafheuvel INEO BRONS 2614 230170|476050|grafheuvel INEO BRONS 2615 230150/476020[grafheuvel INEO BRONS 2616 231750/475470|onbekend INEOMB NEOMB 2617 231900|475400|nederzetting ROM ROM</al><al>2618 231400 475400[onbekend MESO BRONSMB</al><al>2623 231000]476000|onbekend IBRONSMB BRONSL 1000 2624 232020/475860[grafheuvel INEO BRONS 2625 231900/ 475800 |grafheuvel INEO BRONS 2626 232160|475260|grafheuvel INEO BRONS 2627 232040/ 475240 |grafheuvel INEO BRONS 2628 232540|475240|grafheuvel IBRONSL IJZV 2629 233110 475650[onbekend [VMEB LMEA 2630 230420/ 475300 |onbekend PALEOLB BRONS</al><al>2631 230420|475300|onbekend INEOL NEOL 2632 230590/ 475920|onbekend MESO MESO</al><al>2633 230590|475920|onbekend IZ IZ 2635 231430/475830[onbekend INEO NEO 2636 239320 477520|onbekend IMESO NEOV 2637 231000]475160|onbekend INEOMB BRONSV 2638 230530/ 475270 [nederzetting INEOLB BRONSV 2641 230540| 475440 |nederzetting IBRONSL BRONSL 2643 231350/475800[onbekend INEO BRONSM 2644 232560|476400|grafheuvel INEOL IZ 2679 246390|478780]|havezathe LMEB NT</al><al>2680 245620/478610[havezatne INT NT 2681 242090| 478540 |havezathe NT NT</al><al>2682 241700/476820[havezathe LMEB NTC</al><al>2683 245640|476210]|havezathe LMEB LMEB</al><al>2684 244800|478300 |onbekend IZ IZ</al><al>2685 245000/ 477000 [grafheuvel INEOL IZ 1000 2686 240800| 478760 |onbekend IPALEOM PALEOM 2687 244860/476310[onbekend BRONSL IJZV</al><al>2695 244860|476100 |onbekend IZ IZ 2702 244000/ 475000 [onbekend INEO NEO 1000 2703 245000/ 480000 [onbekend BRONSL IJZV 1000 2710 245000|475000 [onbekend IMESOM NEOM 1000 2711 240320/477540[onbekend INEOM BRONS 3047 229310|472550 |huisplaats INTA NTB 3052 227380/474380[onbekend INEOLA NEOLA 3053 228450/ 473840 [nederzetiing IZ IZ</al><al>3054 228450|473840 |nederzetting PALEOLB PALEOLB 3056 227700| 474600 [onbekend INEOM NEOL 3057 229000 472000 |onbekend INEOLA BRONSM 1000</al><al/><al>3058 229000/ 472000 [onbekend NEOM BRONS 1000</al><al>bijlage</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>4b archeologische vondstlocaties</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>catalogusnr. x Y _|complextype beginperiode |eindperiode [nauwkeurigheid 3287 232270|469620|grafveld IBRONSL IJZV 3339 228250 473780[onbekend NEOM BRONS</al><al>3507 232160]469670|onbekend IJZV IJZV 3670 231750|476670]|onbekend INEOM BRONS 3675 231000/ 472000 |onbekend INEOM NEOL 1000 4652 243500|472310]|havezathe LME NT</al><al>4655 243000 471000[onbekend MESO NEOV 1000</al><al>4656 244340|474250]|depotvondst LMEB LMEB 4657 241450|474980|onbekend IBRONSV BRONSV 4658 241450/ 474980|onbekend IZ IZ</al><al>4719 240900|474000|kasteel LME LME 4720 245800 474500[onbekend INEO NEO 4721 245100]472980|onbekend INEOLA BRONSM 4722 245800 474400[onbekend MESO MESO</al><al>4723 245800/ 474400 |onbekend INEO NEO 4724 244400|470600|onbekend IMESO MESO 4725 244400 470600[onbekend INEO NEO 4726 244000] 471000 |onbekend IMESO MESO 1000 4727 244000 471000|[onbekend INEO NEO 1000 4728 240000/ 468000 [onbekend MESOM NEOM 1000</al><al>4810 229310/472550|nederzetting LME NT</al><al>4817 230860/ 472050 [grafveld VMEB VMEC</al><al>4818 231810|473000 |nederzetting IBRONSV BRONSV 4819 235150/472050[onbekend BRONSL BRONSL</al><al>4820 236650/ 471650 [havezathe LMEB LMEB</al><al>4821 237030|472820 |borg/stins/versterkt huis _ |LMEB LMEB</al><al>4822 231000/ 472000 [onbekend ROM ROM 1000</al><al>4823 230120/471800|grafveld IBRONSL IZ 4824 230000/473160[havezathe LME NTB</al><al>4825 230890 |472360 |kasteel LME LME</al><al>4826 237110|472820 |borg/stins/versterkt huis _ |LME LME</al><al>4827 237000/ 473080 [borg/stins/versterkt huis _ [LME LME</al><al>4828 237460| 473090 [havezathe LME LME</al><al>4829 235210 473550 [havezathe LMEB NT</al><al>4830 236140| 472460 |kasteel LME LME</al><al>4831 23746047 1300 |havezathe LME NT</al><al>4832 237520/ 470740 [havezathe LME INT</al><al>4833 236710|470600 |havezathe LME NT</al><al>4834 234160/468780]|kasteel LME NT</al><al>4835 236160|469030 [havezathe LME INT</al><al>4836 233000|472000 |grafveld IVMEB IVMEB 1000 4836 233000 |472000 [onbekend IBRONS IBRONS 1000 4837 231000|470000onbekend IBRONS IBRONS 1000 4838 233000/474000[onbekend BRONSMA _ [BRONSL 1000</al><al>4839 23272047 1880 |grafheuvel INEOL IBRONS 4840 233130/ 472040 [grafheuvel INEOL BRONS 4841 233140/ 472040 |grafheuvel INEOL BRONS 4842 233170|472030 |grafheuvel INEOL IBRONS 4843 233090/471940[grafheuvel INEOL BRONS 4844 23314047 1930 |grafheuvel INEOL IBRONS 4845 234950/ 473960 [havezathe LMEB NT</al><al>4846 232690/ 472290 [grafheuvel BRONSMA _ [BRONSMA</al><al>4847 232730 472240 |grafheuvel INEOL IBRONS 4848 232740| 472180 |grafheuvel INEOL BRONS 4849 233140 472280 |grafheuvel INEOL IBRONS</al><al> 4850 233180/472310|grafheuvel INEOL BRONS</al><al>bijlage</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>4b archeologische vondstlocaties</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>catalogusnr. x Y _|complextype beginperiode |eindperiode [nauwkeurigheid 4851 233400|472650|grafheuvel INEOL BRONS 4852 233440/472630[grafheuvel INEOL BRONS 4853 233530|472790|grafheuvel INEOL BRONS 4854 238600/470100|grafveld IBRONS IZ 4855 232280/ 473340|grafheuvel INEOL BRONS 4856 232330|473390|grafheuvel INEOL BRONS 4857 232350/473390[grafheuvel INEOL BRONS 4858 232150|473320]|grafheuvel INEOL BRONS 4859 236630|472440|havezathe LME NT</al><al>4860 235400/ 474800 |onbekend INEOLA NEOLA 4881 235950|471350|onbekend INEOM BRONS 4862 233750/472600[onbekend BRONSMA _ [BRONSL</al><al>4863 239000|474000|onbekend INEOM BRONS 1000 4864 233705/475972[havezathe LME NT</al><al>4865 233000/ 470000 |onbekend INEOM BRONS 1000 4866 239760|471380|onbekend INEOM BRONS 4867 239800 469600[onbekend INEOLA NEOLA 4868 236700|471750]|onbekend LMEB NTA</al><al>4869 234900/472030[nederzetting MESO MESO 4870 234900/ 472030 [nederzetting INEO BRONSV 4871 234740|472000|nederzetting IMESO MESO 4872 234740| 472000 [nederzetting INEO NEO 4873 234730|472000|onbekend IBRONSV BRONSV 4874 235000/470000[onbekend INEOVB BRONS 1000 4875 230600/ 472500 [onbekend INEOM NEOL 4876 230000| 474000 [onbekend INEOM BRONS 1000 4877 231000/ 472000 [onbekend INEOM NEOLB 1000 4878 231000]472000 |onbekend INEOLA NEOLA 1000 4879 231000/472000[onbekend INEOM NEOL 1000 4880 233000 472000 [onbekend IMESOV NEOVB 1000 4881 233000 472000 |onbekend IBRONSV BRONSV 1000 4882 233000 |472000 [onbekend ROML ROML 1000</al><al>4883 233000 472000 [onbekend INEOM IBRONS 1000 4884 233000/472000[onbekend INEOM BRONS 1000 4885 233000 |472000 [onbekend INEOM INEOLB 1000 4886 231000|470000onbekend INEOM INEOL 1000 4887 231000/ 470000 [onbekend NEOM INEOL 1000 4888 231000|470000onbekend INEOM IBRONS 1000 4889 231000|470000|onbekend INEOVB BRONS 1000 4890 231000|470000 [onbekend IJZ VME 1000</al><al>4891 231000|470000|onbekend XXX XXX 1000 4892 232160|469660|grafveld IJZV IJZV</al><al>4893 236000|469000 [onbekend INEOVB INEOVB 1000 4894 235260|471800|onbekend BRONSL BRONSL</al><al>4895 233000 |474000 [onbekend INEOMA INEOMA 1000 4896 236900/471700|onbekend MESO MESO</al><al>4897 236000|472000|stad LME INT 1000 4898 235900|471800|landweer INEO INTB 4899 234320[468660/navezathe LME NT</al><al>4900 237200 |467150 |onbekend INEOM IBRONS 4901 237200|467150|onbekend MESOM INEOM</al><al>4902 234330|468230|navezathe NT INT</al><al>4903 236230|468110 |kasteel LME LME</al><al>4904 236860/467310|kasteel LME ILME</al><al>4905 235400 |468730 [havezathe LME LME</al><al/><al>4906 234310[468730]kerk LMEA INTE</al><al>bijlage</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>4b archeologische vondstlocaties</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>catalogusnr. x Y _|complextype beginperiode |eindperiode [nauwkeurigheid 4907 234600]468680|onbekend LME LME</al><al>4908 234620 468660[onbekend LME LME</al><al>4909 232830|467060|havezathe LME NT</al><al>4910 230700]466100|onbekend INEOM BRONS 4911 230380/ 468100 |onbekend INEOM NEOL 4912 238050]468050|onbekend INEOLA NEOLA 4913 232000/468700[onbekend NEOM NEOL</al><al>4914 234000|468000|onbekend INEOM NEOL 1000 4932 231000]476000|onbekend PALEOLB PALEOLB 1000</al><al>4933 230000/ 475000 [onbekend INEOLA NEOLA 1000 4934 231000]476000onbekend IBRONSL IJZV 1000 4935 231000/476000[onbekend BRONSL BRONSL 1000</al><al>4936 231000]476000 [onbekend INEOVB NEOLB 1000 4937 231000/476000[onbekend INEOM BRONS 1000 4939 233000/ 476000 [onbekend BRONSL BRONSL 1000</al><al>4940 233000|476000onbekend IBRONSMA BRONSM 1000 4941 233000/476000[onbekend [PALEOLB NEO 1000 4942 233000 |476000 [onbekend INEOVB NEOLB 1000 4943 233000/476000[onbekend INEOVB INEOVB 1000 4958 231760/ 475530 [nederzetiing INEOMB INEOMB 4962 231000 |472000 |grafheuvel ROMV IROMMA 1000 4963 231000 |472000 [grafheuvel ROMV IROMMA 1000 13003 231050|476200 |onbekend IMESO MESO 13278 231180[476180[grafveld IJZV IJZV</al><al>13456 243000 471000 |onbekend IMESO MESO 1000 13469 230000 476500 |onbekend IMESO NEO 13469 230000 |476500 [onbekend IMESO NEO 1000 13474 239500|475150|onbekend INEOLA NEOLA 13475 239500/475100|[onbekend MESO MESO</al><al>13476 239600 475100 |onbekend LME LME</al><al>13598 232300 |469600 |nederzetting IBRONSL IJZV 13631 234570| 468750 [nederzetting LMEB INTC</al><al>13632 236600 |471600 [havezathe LME ILME</al><al>13632 236600/ 471600 [havezathe LME NT</al><al>13650 237050|472710|onbekend LMEB ILMEB</al><al>13702 245700|474200 |onbekend IMESO IMESO 13703 244100/470750|onbekend MESO MESO</al><al>13713 236940|472780|stad LMEB INTC</al><al>13715 245020469740|onbekend NEOM INEOL</al><al>13726 230620 |475400 nederzetting IBRONSL IBRONSL 13726 230620|475400 |nederzetting INEO INEO 13772 229470/ 475350 [onbekend INEO INEO 13773 229400|475000 |onbekend INEO INEO 13787 236960/472650[stad LMEB INTA</al><al>13790 233100|475600 [onbekend ILMEA ILMEA 13790 233100/475600[onbekend LMEA LMEA</al><al>13790 233100/475600 [onbekend INEOL INEOL 13791 228400 |474000 |nederzetting INEO INEO 13791 228400/ 474000 [nederzetting IZ IZ</al><al>13795 235400 472700 |nederzetting IMESO IMESO 13813 230460/ 476540 [grafheuvel BRONS IZ 13814 232170/ 473370 |grafheuvel INEOL BRONS 13828 239500 |475200 |nederzetting IMESO INEOLB 13835 245400/ 475750 [veenweg/veenbrug LMEB LMEB</al><al>17970 228000 |475000 nederzetting INEOLB INEOLB 1000</al><al> 17975 230250[476120[grafveld [BRONSL IJZV</al><al>bijlage</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>4b archeologische vondstlocaties</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>catalogusnr. x Y _|complextype beginperiode |eindperiode [nauwkeurigheid 17976 231860|476630|grafheuvel INEOL BRONS 17977 230020/476490|grafheuvel INEOL BRONSV 17980 233220| 475940 |nederzetting ROML ROML</al><al>17999 245340|475780|stad LMEB NTC</al><al>18015 231800/ 473000 |onbekend BRONSV BRONSV</al><al>18017 233700|473880|nederzetting IMESO NEO 18017 233700/473880[nederzetting IZ IĲZ</al><al>18718 244750|476200|onbekend ROMMB ROMMB</al><al>18841 233250|471550]|nederzetting IMESOV MESOV 19297 233320/ 476500 [nederzetting BRONS BRONS 19298 238050|478400|nederzetting IMESO MESO 19299 237250/ 475400 [nederzetting MESO MESO</al><al>19300 233700|477450|nederzetting INEO NEO 19302 233980/475130[nederzetting MESO NEO</al><al>19302 233980/ 475130 [nederzetting PALEOLB PALEOLB 19308 236350|475500|onbekend IBRONS ROM 19309 230300/ 475900 [nederzetting INEO NEO 19310 230650|476050|nederzetting IBRONSV BRONSV 19311 230650/ 476500 [nederzetting MESO MESO</al><al>19312 239500/ 475200 |onbekend MESOM NEOM</al><al>19321 232420|474350|nederzetting IZ IZ 19321 232420/ 474350 [nederzetting INEO NEO 19322 233800 473800 |nederzetting ILMEA LMEA 19323 236500/472250[kerk LME LME</al><al>19324 231300/ 468400 [nederzetting INEOMA NEOMA 21517 238530|475100|nederzetting IMESO MESO 21518 237700| 475800 [nederzetting MESO MESO</al><al>21519 236800| 475850 |nederzetting IMESO MESO 21520 238900/ 475350 [nederzetting MESO MESO</al><al>21520 238900 475350 |nederzetting LMEB LMEB 21539 230200|473800|nederzetting IBRONSM BRONSM 21540 232700/ 471300 |onbekend INEOM NEOL 21564 233780| 469560 [nederzetting IMESO MESO 21574 241700/476820[nederzetting LMEB NTA</al><al>22181 244750|476200|onbekend ROMMB ROMMB</al><al>22188 233220|475940|nederzetting ROML IVMEA 22200 233700/ 472600/|innumatiegraf [VMEC VMEC 22201 233700|472600]inhumatiegraf VMEC IVMEC 22214 231580/ 475950 [nederzetting INEOL BRONSV 24147 234000|473000/inhumatiegraf VMEC IVMEC</al><al>29745 243500|472310]|havezathe LMEB LMEB</al><al>30627 231400/ 475800 |onbekend INEO BRONS 32106 244650|475850|onbekend IMESO MESO 32106 244650 475850[onbekend IJZV IJZM 32106 244650|475850|onbekend LMEB LMEB 32901 244650/ 475850 [nederzetting XXX LME 34007 246900/ 476300[landweer LMEB NTB 37197 232000/475870|grafheuvel INEO IZ 37201 229160/472220[grafheuvel INEO IĲZ 37202 234290|472670|grafheuvel INEO IZ 37203 232320/473470|grafheuvel INEO IĲZ 37830 229170/ 472220|grafheuvel INEO IZ 38606 247250|478125|landweer LMEB NTB 43946 230900|473040|onbekend IZ IZ</al><al>43946 230900|473040|onbekend VMED LMEA</al><al/><al>43946 230900 473040[onbekend NEOM NEOL</al><al>bijlage</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>4b archeologische vondstlocaties</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>catalogusnr. x Y _|complextype beginperiode |eindperiode [nauwkeurigheid 43959 231000|473000|nederzetting IZ IZ 43959 231000/ 473000 [nederzetting XME IXME 1000 43959 231000]473000|onbekend INEO NEO 1000 43966 237110|472820|nederzetting LME NT 43992 232400/ 477750|grafveld IJZV IJZV 43996 231370|476230|grafheuvel IZL IJZL 44660 236375/475525|onbekend XXX XXX 44862 238800|475700]|depotvondst INEOL NEOL 45677 236930]467100|onbekend LME LME</al><al>45677 236930/467100|onbekend PALEO BRONS</al><al>45677 236930]467100|onbekend INTA NTB 45677 236930[467100[onbekend [VMEC VMEC 45721 237380|473110|onbekend LME NT 46321 233150/472200[grafheuvel INEOL BRONS 50652 231000/473000|basiskamp IMESO IJZV 1000 55702 230700|472900|nederzetting VMEC LMEB 55702 230700/ 472900 [nederzetting INEO NEO 55702 230700| 472900 |nederzetting IZ IZ</al><al>56070 245900 475000[onbekend ROMVA NTC</al><al>59015 238000/ 473000 |onbekend PALEOLB MESO 1000</al><al>59015 238000|473000|onbekend LMEB NTA 1000|</al><al>59017 237600/ 473900 |onbekend PALEOLB MESO</al><al>402651 232160/475963|onbekend PALEOL NEO</al><al>402653 _ |237160/475360|kanaal PALEO NT</al><al>402655 _ |237225/475390|onbekend MESO NT</al><al>402657 232322 473487 |grafheuvel INEO BRONS 402659 _ |229910 475630|onbekend MESO NEO</al><al> 402659 229910|475630|onbekend INEO LME</al><al/><al>Bilage</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>4c historische elementen</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>[eatmummer Gemeente pe Naam Bijnaam BHoT [Markelo Bedelue BH0Z Diepenheim Bedehuis BHo3 [Goor Bedehuis BHO4 [Goor Bedehuis EHOS [Delgen Bedehuis BO007 _ [Markela Boerderi [Tbe Fokerang BO00z _ [Markelo Boerderi [Kerkemejer [De Wedeme B0003 _ [Markelo Boerderi [Sink Stcking B0004 _ [Markelo Boerderi [Leuverink Lovelding B0005 _ [Markelo Boerderi [Ovink [Oving B0006 _ [Markela Boerderi [Kuper Eoping B0007 _ [Markelo Boerderi [Bolink Boldng B0008 _ [Markelo Boerderi Koeting BO009 _ [Markelo Boerderi [De Scrver eking BO011 _ [Markelo Boerderi [Wissink [Wissing BO01z _ [Markelo Boerderi [Breukin Broking B0013 _ [Markelo Boerderi [Meenderink Menreding B0014 _ [Markelo Boerderi [De Kopren Smor Hidding BO015 _ [Markelo Boerderi [Rosink Rozing BO016 _ [Markelo Boerderi [Ekink Eleing BO017 _ [Markelo Boerderi [TerBoo Esking BO0T8 _ [Markelo Boerderi [Wymerng Boo1s _ [Markelo Boerderi Lambering 80020 _ |Stokkum Boerderi [Hulsbeke De Heest 80021 _ |Stokkum Boerderi [Wansink [Wersing 80022 |Stokkum Boerderi De Greve 80023 |Stokkum Boerderi Dyking 80024 — [Stokkum Boerderi [Groo Wannink [Waning 80025 _ |Stokkum Boerderi [Koenderink |Conrading 80026 _ |Stokkum Boerderi [Rensink Rensing 80027 — [Stokkum [Boerderi [Gheleking 80028 |Stokkum Boerderi Egensing 80029 _ |Stokkum Boerderi Ikkink eking 80030 _ |Stokkum Boerderi [De zgger [Syking 80031 _ |Stokkum Boerderi [Hoevivink [Hughing 80032 — [Stokkum [Boerderi Ridering 80033 |Stokkum Boerderi [Oolberink [Oedberting 80034 _ [Stokkum Boerderi [Roesink Wennekng 80035 _ |Stokkum Boerderi [Hoestink Huystede 80036 _ |Stokkum Boerderi [Letnk Leting 80037 — [Stokkum [Boerderi [Mensnink Mensing 80038 |Stokkum Boerderi [De Renger Rengering 80039 _ [Stokkum [Boerderi Ering 80040 _ |Stokkum Boerderi [Roetink Roewing 80041 _ |Stokkum Boerderi [wannink [Waning Cudeken g0042 — [Stokkum [Boerderi [Hesselink Hessing 80043 _ |Stokkum Boerderi [De Heuver De Hoff o Stochem 80044 _ [Stokkum [Boerderi |alng |adeling 80045 _ [Stokkum Boerderi [Luppink Lupping 80046 _ [Stokkum Boerderi [Leunk Luding 80047 — [Stokkum [Boerderi [Leetink Leeting 80048 _ [Stokkum Boerderi [Leterink Leffording 80049 _ [Stokkum Boerderi [Vruwink Fruwine 80050 _ [Stokkum Boerderi Mensing 80051 _ [Stokkum Boerderi [Wolberink Wolberting 80052 — [Stokkum Boerderi [Nipuis Nyenus 80053 _ [Stokkum Boerderi Hiberting 80054 — [Stokkum Boerderi [De nunger Hungering 80055 _ [Stokkum Boerderi Lutike Wennng B00ss _ [Herke Boerderi Lambering 80057 _ [Herke [Boerderi Lowyek B00ss _ [Herke Boerderi [Daaken Dalewyek Bo0ss _ [Herke [Boerderi [Wimerink [Wymering g0060 _ [Herke Boerderi [De Bekker Luttke Werse Bo0s1 _ [Herke Boerderi [De Werze [Grote Werse Bo06z [Herke [Boerderi mmink Ymyng 80063 _ [Herke Boerderi \veling Bo064 _ [Herke Boerderi [Eunk [Oding B00es _ [Herke Boerderi [Nihuis Nyehus Bo0ss _ [Herke Boerderi [De schote [Wichring g0067 _ [Herke [Boerderi [ijn Grote Pleeht Booss _ [Herke Boerderi [De plecnt Lutike plecht Bo0ss _ [Herke Boerderi Schuring 80070 _ [Herke Boerderi Wibers [Wibering B0071 _ [Herke Boerderi [Eerink Eering Boo7z [Herke [Boerderi Par 80073 _ |Herke Boerderi De Welle B0074 _ [Herke [Boerderi Vinkert Egberingman Bo07s [Herke [Boerderi [Wissink [Wissing B0076 _ [Herke Boerderi [Hekhuis Hechues g0077 _ [Herke [Boerderi wee Boerderijen stuvetnort 80078 _ |Herke Boerderi Mathena Bo07s _ |Elsen [Boerderi [Rotman Dat Rode Booso _ |Elsen [Boerderi [Wassink [Wassing Boosi _ |Elen Boerderi [klein Mensink Mensing Bo082 |Elsen Boerderi [Ribber Ribbert</al><al>B00s3 _ |Elsen Boerderi [Den Bioemert Blomendal</al><al>Bilage 4c</al><al>[eamummer</al><al>B008s</al><al>Bo0se</al><al>B0087</al><al>B00se</al><al>B00ss</al><al>80090</al><al>B00st</al><al>B00ez</al><al>B00ss</al><al>B0094</al><al>B00es</al><al>B00se</al><al>B0097</al><al>B00se</al><al>B00es</al><al>B010</al><al>g0100</al><al>BO101</al><al>B010z</al><al>0103</al><al>BO104</al><al>Bo105</al><al>0108</al><al>B0107</al><al>0108</al><al>Boros</al><al>Bo110</al><al>BO111</al><al>Bor1z</al><al>Bons</al><al>Bon4</al><al>Bors</al><al>Bote</al><al>BO117</al><al>Borg</al><al>Bone</al><al>Bo1zo</al><al>0121</al><al>Bo12z</al><al>Bo12s</al><al>BO124</al><al>Bo125</al><al>0126</al><al>B0127</al><al>Bo128</al><al>BO1ze</al><al>Bo1a0</al><al>0131</al><al>Bo13z</al><al>Bo1as</al><al>B0134</al><al>Bo13s</al><al>0136</al><al>B0137</al><al>g0138</al><al>Bo13e</al><al>Bo140</al><al>B0141</al><al>Bo14z</al><al>g0143</al><al>BO144</al><al>Bo14s</al><al>0146</al><al>B0147</al><al>Bo14g</al><al>0149</al><al>Bors0</al><al>0151</al><al>BO15z</al><al>Bo1ss</al><al>B0154</al><al>Botss</al><al>BO1se</al><al>B0157</al><al>Bo1sg</al><al>BO1se</al><al>Bor6o</al><al>161</al><al>BO16z</al><al>Bo1es</al><al>BO164</al><al>Bo1es</al><al>1</al><al>B0167</al><al>Bores</al><al>BO169</al><al>[Elsen</al><al>[Elsen</al><al>[Elsen</al><al>[Elsen</al><al>[Elsen</al><al>[Elsen</al><al>[Elsen</al><al>[Elsen</al><al>[Elsen</al><al>[Elsen</al><al>[Elsen</al><al>[Elsen</al><al>[Elsen</al><al>[Elsen</al><al>[Elsen</al><al>[Markelo</al><al>[Elsen</al><al>[Elsen</al><al>[Elsen</al><al>[Elsen</al><al>[Elsen</al><al>[Midder</al><al>M</al><al>i</al><al>[Mider</al><al>M</al><al>[Midder</al><al>M</al><al>i</al><al>[Markvelde</al><al>[Markvelde</al><al>[Markvelde</al><al>[Markvelde</al><al>[Markvelde</al><al>[Markvelde</al><al>historische elementen</al><al>[Wssink</al><al>|Assink</al><al>[OonkBaer</al><al>[Wilink</al><al>[Zwaatink</al><al>[Den lemker</al><al>[Eettink</al><al>[Lenters</al><al>:</al><al>[Roesink</al><al>[Megelnk</al><al>[Klein Niesink</al><al>|aattink</al><al>[Den Tumker</al><al>[Leunk</al><al>[Zendman</al><al>[Woters</al><al>[Lenk</al><al>[Morshuis</al><al>[Bekkedam</al><al>[Varenbrink</al><al>elink</al><al>[Wiedenbroek</al><al>[Gesink</al><al>[Nienor</al><al>[HerVenne</al><al>[Donkelman</al><al>[wezelman</al><al>[Swerink</al><al>[Denele</al><al>[De Schelver</al><al>Wigeman</al><al>[Wanink</al><al>[Roethorst</al><al>[Temmink</al><al>[Berendsen</al><al>[Schoman</al><al>[Ravenhorst</al><al>[Leusink</al><al>[Brummelman</al><al>[Relker</al><al>[Teutelnk</al><al>[De Klookenhuuze</al><al>[Reimelnk</al><al>[Boerman</al><al>Boterhuis</al><al>Blokhorst</al><al>[Bonkert</al><al>[Damme</al><al>[Henink</al><al>nk</al><al>[Schoten</al><al>|De boer van de Molen</al><al>[Botscher</al><al>[Koenderink</al><al>[Hannink</al><al>eler</al><al>[De futert</al><al>[Hetoonk</al><al>e</al><al>[Groot-Hedae</al><al>nk</al><al>[Senkeldam</al><al>[Geuzendam</al><al>[klein Bruggink</al><al>[aerinker</al><al>assi</al><al>Swaferink</al><al>|Abert</al><al>L</al><al>[Wenni</al><al>a</al><al>Tevenbrnek</al><al>Lud</al><al>Lodr</al><al>ISenderate</al><al>Lutike</al><al>Grote eti</al><al>De Haer</al><al>Ther Mat</al><al>Hachhuisz</al><al>Morshuis</al><al>Varenorinek</al><al>nck</al><al>Ensinek</al><al>Gesinck</al><al>INnoft</al><al>De Bomt</al><al>Dat Fenne</al><al>[Duncker</al><al>De Wesel</al><al>Swernck</al><al>Hemmetman</al><al>Scheve</al><al>Everinck</al><al>an</al><al>[Waninek</al><al>De Rethorst</al><al>Bematup de</al><al>[Coeerinck</al><al>asnek</al><al>LoBromelersinck</al><al>Relker</al><al>oteinck</al><al>De Kloeknuizen</al><al>nck</al><al>Burmen</al><al>Bat</al><al>Blockhorst</al><al>Bunekinek</al><al>Damme</al><al>Henninek</al><al>Schuten</al><al>De muinertho Marektelde</al><al>Mens</al><al>Hecker</al><al>Vutert</al><al>u</al><al>hereeff</al><al>Heddene</al><al>De Horst</al><al>|Averacker</al><al>eveskale</al><al>Bronnincreef</al><al>De Dam</al><al>Senkeldam</al><al>ET</al><al>Grote Merhem</al><al>Lutike Memem [Moirwinckel</al><al>Bilage</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>4c historische elementen</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>[eatmummer Gemeente pe [Naam Bijnaam 50170 _ [Kerspel Goor Boerder] [De Hele De helle 80171 [Kerspel Goor Boerderi [Boswinkel Bozewinckel BO172 _ [Kerspel Goor Boerderi [Snakeborg Krakenboren B0173 __ |Kerspel Goor Boerderi [Lutinkhenget Lutike Hengelo B0174 _ |Kerspel Goor Boerderi [Reet Harenteef 80175 _ |Kerspel Goor Boerderi [Groothenger Grote Hengels B0176 __ |Kerspel Goor Boerderi [Doeschot Duyschote 80177 _ [Kerspel Goor Boerderi [Spekenbrink Spekenbing BO178 __ [Kerspel Goor Boerderi [Honnedde Luttke Heddene B0179 _ |Beusbergen Boerderi [Meengs BO180 _ [Kerspel Goor Boerderi Broy BO181 _ |Kerspel Goor Boerderi Bromelham Bo182 _ [Kerspel Goor Boerderi Nyenus BO183 __ [Kerspel Goor Boerderi [Harrewes [Suchorst BO184 _ [Kerspel Goor Boerderi [Heiink Heyginek BO185 _ [Wiene-Zeldam Boerderi [Hagres Hachreyse BO185 __ [Wiene-Zeldam Boerderi [Spekreis [Specreyse Bo187 _ [Wiene-Zeldam Boerderi [Reeboer stokentreeft 80188 [Wiene-Zeldam Boerderi Seeldam BO189 _ [Wiene-Zeldam Boerderi [Spenk Spenekelng BO190 _ [Wiene-Zeldam Boerderi Volkerink Volkering BO191 __ [Wiene-Zeldam Boerderi [Assing Bo1sz _ [Wiene-Zeldam Boerderi Mentng 80193 _ [Wiene-Zeldam Boerderi [Warink [Waning BO164 _ [Wiene-Zeldam Boerderi [Koebrugge Kokenbrugge BO195 _ [Wiene-Zeldam Boerderi [Possenmaas Ruweler BO19s __ [Wiene-Zeldam Boerderi Vaarhorst [Vaerhorst Bo187 _ |Wiene-Zeldam Boerderi [Meijer De Meyer 80198 __ [Wiene-Zeldam Boerderi [Wanink [Wering BO1s9 _ [Wiene-Zeldam Boerderi [Het Gozelink [Ghozening 80200 — [Wiene-Zeldam [Boerderi [Leusink Loetzing BO201_ _ [Wiene-Zeldam Boerderi [Duis [Ter Dues 80202 _ |Wiene-Zeldam Boerderi [Het Gorsveld [Ghaersvelde 80203 _ [Wiene-Zeldam Boerderi [Het Hemvelder Herman Harbat B0204 _ [Wiene-Zeldam Boerderi [Heerbaard Bernt Hartbart 80205 — [Wiene-Zeldam [Boerderi [Tankink [Tanexing 80205 _ [Wiene-Zeldam Boerderi [Hoesstede Huestede B0207 _ [Wiene-Zeldam Boerderi [Lamtink Lmbering 80205 __ [Wiene-Zeldam Boerderi [TerBraak De Braeck B0209 _ [Wiene-Zeldam Boerderi [Schoneveld Schoneveldt 80210 — [Wiene-Zeldam [Boerderi [Eisterkotte [Eghesteren Katne BO211 __ [Wiene-Zeldam Boerderi [Horst De Horst Bo212 _ |Wiene-Zeldam [Boerderi Zuidhor syethort 80213 _ [Wiene-Zeldam Boerderi [Oosterhot |Oesterhoff BO214 _ [Wiene-Zeldam Boerderi [Tusschede [Tuesschede Boz15 [Benteo [Boerderi [Nihuis Nyenus BO216 _ |Beusbergen Boerderi [Greven Bo217 _ [Benteto [Boerderi Boemeamp BO218 _ |Benteto Boerderi [Ottenschot [Ottenschot Bo219 _ [Benteto Boerderi [Smeenk [Smeding Bo220 _ [Benteto Boerderi [Hiderink Hilerinck B0221 _ |Benteio Boerderi [Lenteink Lenteing B0222 _ [Benteto Boerderi [Hertgerink Henghering B0223 _ [Bentelo Boerderi [Lubberdink Lubbering B0224 _ [Bentero Boerderi [Bernink Bernding B0225 _ [Benteto Boerderi [Lokamp Lokamp B0226 _ |Benteto Boerderi [Hofmeier De Hoff B0227 _ [Benteto Boerderi [Groothuis [Grotnus B0228 _ [Bentelo Boerderi De Wender B0229 _ [Delden Boerderi [Rannink Randing 80230 _ [Delgenerbroek Boerderi [Spoolder spoider 80233 _ |Delgenerbroek Boerderi [Backennage Rotghering B0234 _ |Delgenerbroek Boerderi |aatink [ating 80235 _ |Delgenerbroek Boerderi [Rouweler [cuweler B0236 _ |Delgenerbroek Boerderi [welberg [Welbroch 80237 _ [Delgenerbroek Boerderi [Beunink Benniker 80238 _ |Delgenerbroek Boerderi [Lantink Lambering B0239 _ [Delgenerbroek Boerderi [De Horst De Horst 80240 _ |Delgenerbroek Boerderi [Het Hage Haghe B0241 _ [Deldenerbroek Boerderi [Hofboer De Reemort B0242 — [Markelo Boerderi [Bisschopslonink 80243 _ |Delgenerbroek Boerderi [Hazenkamp Hasencamp 80244 _ [Deldenerbroek Boerderi [Dreteler Dretleer 80245 _ |Deldenerbroek Boerderi nmink Vnyng B0246 _ [Deldenerbroek Boerderi [Seppenwoolde [Sepenwolt 80247 — [Deldenerbroek Boerderi |Kraaienveld kreyenveldt 80248 _ |Deldenerbroek Boerderi [Rikkerink Biekarding B0249 _ [Deldenerbroek Boerderi [Stemerink sinering 80250 — [Deldenerbroek Boerderi [Slag Sargherdng 80251 _ [Deldenerbroek Boerderi [Botink Rootting 80252 — [Deldenerbroek Boerderi [Scherphor Scharpenoft 80253 _ |Deldenerbroek Boerderi Siethof Syhoff B0254 _ [Deldenerbroek Boerderi |Argelo Ergelo 80255 — [Deldenerbroek Boerderi [Bepseler Pepsteer B0256 _ |Deldenerbroek Boerderi Langenhorst |80257 _ [Deidenerbroek Boerderi [De Bokker Boeke</al><al>[B0258 __ [Deldenerbroek Boerderi [Hotstede Hoftstede</al><al>Bilage</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>4c historische elementen</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>[eatmummer [Gemeente pe [Naam Bijnaam 50259 _ [Deldenerbroek Boerderl] [Bokdam Bocdam 80260 _ [Delgenerbroek Boerderi [Noordmolen INormole 80261 _ [Delgenerbroek Boerderi Erinkkotte Brchus B0262 _ |Deldenerbroek Boerderi [Otenhof [ortennor B0263 _ [Deldenerbroek Boerderi [Wengele [Wengelen 80264 _ [Deldenerbroek Boerderi Berghuis Berchues 80265 _ [Deldenerbroek Boerderi [Braker Wolbertherpraek 80266 _ |Delgenerbroek Boerderi [Wanink Waning B0267 _ |Deldenerbroek Boerderi [Hoboelink Hubbeidng B0268 _ [Delgenerbroek Boerderi [Joing BO269 _ |Deldenerbroek Boerderi [eusnk Luezing 80270 _ |Delgenerbroek Boerderi [Assink Assing 80271 _ |Delgenerbroek Boerderi [Kotot [Coldehort B0272 _ |Deldenerbroek Boerderi [Ebet Elberting 80273 _ |Deldenerbroek Boerderi [Wiegerink [Wicherding 80274 _ |Deldenerbroek Boerderi [Perik Peryek 80275 _ |Delgenerbroek Boerderi [Hege Hoghe 80276 _ |Delgenerbroek Boerderi Beling 80277 _ |Delgenerbroek Boerderi Oeding 80278 _ |Deldenerbroek Boerderi Rupering 80279 _ |Deldenerbroek Boerderi [averink [Overing B0280 _ [Herke [boerderi Stoevelman Boz81 _ [Herke Boerderi [De Swanensorgh [Zwanenburg BO282 HOT _ [Herke Herke Boerderi Havezate [Rikerdine [Stoevelaar Het Plasman Ho2 Elsen Havezate [Efink H3 Diepenteim Havezate [Huis Diepenneim Ho4 Diepenteim Havezate [Peckedam Hos Diepenheim Havezate [Nientus HOS Diepenheim Havezate [Warmelo HO7 [Goor Havezate [Scherpenzeer H IKerspel Goor Havezate [Heeckeren</al><al>Hog IKerspel Goor Havezate [oidam</al><al>H10 Kerspel Goor Havezate [Weldam</al><al>HT [Kerspel Goor Havezate [Wegdam 12 Delgenerbroek Havezate [Twickel 13 Delgenerbroek Havezate [Dubbelink 4 Dijkerhoek Havezate [oidennot EIB Deldenerbroek Havezate [Het Warmtnk [Wermbertng Hië [Bentelo Havezate [Hachmeule Hachmole HI7 |Azelo Havezate [Graes EI Diepentem Havezate [Eerste Fuis e Diepenheim g Diepenheim Havezate [Westerllier [Hzo [Goor Havezate [Huis Thije [H2r IKerspelGoor Havezate [Kevelnam Kevelham [ko [Markelo asteel [Keppels [Ko2 [Goor Kasteel |Bisschoppelijk kasteel [woT Elsen [Watermolen [woz Diepentem [Watermolen [woz [Middendorp [Watermolen [woa Markvelde [Watermolen [wos [Hengeveide [Watermolen [wos [Goor [Watermolen [wo7 IKerspel Goor [Watermolen [woe Bentelo [Watermolen [wos Bentelo [Watermolen [wio Deldenerbroek [Watermolen</al><al>Bijlage</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>4d locaties historische verenigingen</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>[Cat.nr. _ [Complextype Naam Locatie Toeliehting JAHT boerderij Erve De Reeze Diepenheim [AHZ boerderij Erve Luizebelt Diepenheim ARS boerderij Eve Vlooienbelt Diepenneim [AH4 boerderij De Lemmerije Diepenheim AS herberg [Oude sluis Diepenheim |oude haven en herberg [AHG molen Heeckerense molen? _ [Goor mogelijke locatie van molen [ART boerderi] [Sint Anna Delden AME boerderij [Schutterij Delden IAS boerderij Molink Delden [AHTO boerderij [Wimink Delden AHTT boerderij Meijer Delden [ART2 [genucht HetNieuwiand - Delden JAHT3 [Zuidmoien? E Delden [AHT4 molen (verdwenen] - Delden [AHTS [omgeving Boerderij Holtman |- Delden [AHT6 Morsegoor - Delden [ART2 Hof toe Goor - [Goor [AHT7 poort en brug - [Goor [AHTS borgpoort - [Goor [AHTS poort en brug B [Goor [AH20 poort en brug - [Goor</al><al> AR vestingwerk? - Delden</al><al/><al/><al/><al>Bijlage 5</al><al>Archeologische waardenkaart</al><al>a - detailkaart historische kern Delden</al><al>b - detailkaart historische kern Diepenheim</al><al>c - detailkaart historische kern Goor</al><al>d - detailkaart historische kern Markelo</al><al>e - gemeente Hof van Twente</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>Archeologische waardenkaart</al><al>Delden - historische kern</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>| Bijlage 5a</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>Historische elementen</al><al>M stratenpatroon (globaal)</al><al>EE water</al><al>B bebouwing in 1832</al><al>Versie 20-03-022010</al><al>Projeet V08.0417</al><al/><al> Opdrachtgever: Gemeente Hof van Twente</al><al/><al/><al>463000</al><al>466500</al><al>734000</al><al>4500</al><al>34500</al><al>468500</al><al/><al>Archeologische waardenkaart</al><al>Diepenheim - historische kern</al><al>Bijlage 5b</al><al>Historische elementen</al><al>M stratenpatroon (globaal}</al><al>Dm vater</al><al>B bebouwing in 1832</al><al>historisch element</al><al>(met nummer)</al><al>AMK-terreinen</al><al>hoge archeologische waarde</al><al>G van waarde(1)</al><al>Archeologie</al><al>1294</al><al>* archeologische waarneming</al><al>(met nummer)</al><al>archeologisch onderzoek</al><al>(met nummer)</al><al>Overig</al><al>T] topografie (beeldrecht:</al><al>Topografische Dienst)</al><al>Verie2.0-03:022010</al><al>Projeet V08.0417</al><al/><al> Opdrachtgever: Gemeente Hof van Twente</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>Archeologische waardenkaart</al><al>Goor - historische kern</al><al>Bijlage 5c</al><al>Historische elementen</al><al>M stratenpatroon (globaal)</al><al>z water</al><al>B bebouwing in 1832</al><al>EE historisch element</al><al>(met nummer)</al><al>AMK-terreinen</al><al>EE hoge archeologische waarde</al><al>G van waarde (1)</al><al>Archeologie</al><al>123 ĳ ĳ * _ archeologische waarneming</al><al>(met nummer)</al><al>archeologisch onderzoek</al><al>(met nummer)</al><al>Overig</al><al>T] topografie (beeldrecht:</al><al>Topografische Dienst)</al><al>Versie 20-03-022010</al><al>Projeet V08.0417</al><al/><al> Opdrachtgever: Gemeente Hof van Twente</al><al/><al/><al>ienst)</al><al>Archeologische waardenkaart</al><al>Markelo - historische kern</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al>Bijlage 6</al><al>Archeolandschappelijke eenhedenkaart</al><al/><al>Bijlage 7</al><al>Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie/><functie>De raad van de gemeente Hof van Twente; </functie><functie>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders tot het vaststellen van het archeologiebeleid zoals verwoord in “Een archeologische inventarisatie, verwachtings- en beleidsadvieskaart”; </functie><functie>besluit: </functie><functie>a.  Intestemmen met de zienswijzennotitie; </functie><functie>b.  Het archeologiebeleid zoals verwoord in “Archeologische inventarisatie, verwachtingsen beleidsadvieskaart” gedateerd november 2009 vast te stellen. </functie><functie/><functie>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hof van Twente d.d. 15 december 2009. </functie><functie/><functie>De raad van de gemeente Hof van Twente, </functie><functie>de griffier, de voorzitter,</functie><functie/><functie/><functie/><functie/><functie/><functie/><functie/></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>