<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72312_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Steenbergse Courant, 30-05-1997</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatie-verordening gemeente Steenbergen 1997</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20ruimtelijke%20ordening/article=4.2">Wet ruimtelijke ordening </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">Gemeentewet, art. 222 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht">Algemene Wet Bestuursrecht </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>1997-03-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1997-06-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>23</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Steenbergen;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders dd 26 februari 1997;</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Ruimtelijke%20Ordening/article=4.2">artikel 42 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">artikel 222 Gemeentewet</extref> en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht">Algemene Wet Bestuursrecht</extref>;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende verordening houdende de voorwaarden waaronder de
                        gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van
                        gronden.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1: Algemene bepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder</al><lijst><li nr="a."><al>medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden: het door
                                    of met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van
                                    openbaar nut, waardoor de in het exploitatiegebied gelegen
                                    onroerende zaken gebaat worden;</al></li><li nr="b."><al>exploitatiegebied: een als zodanig door de gemeenteraad
                                    aangewezen gebied dat gebaat is door de aanleg van voorzieningen
                                    van openbaar nut;</al></li><li nr="c."><al>exploitant: de genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                                    beperkt recht van een in het exploitatiegebied gelegen
                                    onroerende zaak welke door het treffen van voorzieningen van
                                    openbaar nut gebaat is;</al></li><li nr="d."><al>exploitatie-overeenkomst: de overeenkomst, onder welke naam dan
                                    ook gesloten, waarin de gemeente met een exploitant de
                                    voorwaarden overeenkomt waaronder de gemeente voorzieningen van
                                    openbaar nut zal treffen of daaraan medewerking zal
                                    verlenen;</al></li><li nr="e."><al>aangevuld bekostigingsbesluit: een besluit van de gemeenteraad
                                    waarin niet alleen overeenkomstig <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=222">artikel 222 van de Gemeentewet</extref> wordt besloten in
                                    welke mate de aan de voorzieningen verbonden lasten zullen
                                    kunnen worden verhaald op een daarbij aangeduid gebied, maar
                                    waarin ook een omschrijving van de voorzieningen van openbaar
                                    nut en een begroting van kosten en opbrengsten is
                                    opgenomen;</al></li><li nr="f."><al>voorzieningen van openbaar nut, waardoor de in het
                                    exploitatiegebied gelegen onroerende zaken gebaat worden:</al></li><li nr=""><al>onder meer: </al><lijst><li nr="1°"><al>riolering, met inbegrip van bijbehorende werken</al></li><li nr="2°"><al>wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
                                            rijwielpaden, straatmeubilair, waterpartijen,
                                            watergangen, bruggen, tunnels en andere rechtstreeks met
                                            de aanleg en inrichting van deze voorzieningen en
                                            kunstwerken verband houdende werken;</al></li><li nr="3°"><al>plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder
                                            begrepen de aanleg en inrichting van openbare
                                            speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende
                                            elementen welke rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
                                            uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;</al></li><li nr="4°"><al>openbare verlichting en brandkranen met de nodige
                                            aansluitingen;</al></li><li nr="5°"><al>waterhuishoudkundige voorzieningen, met inbegrip van
                                            drainagevoorzieningen;</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>afstand van gronden aan de gemeente: eigendomsoverdracht van
                                    gronden aan de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2: Kosten van exploitatie</titel></kop><al>Voor de berekening ten behoeve van de begroting van kosten en ten
                            behoeve van de vaststelling van exploitatiebijdragen, wordt onder de
                            kosten, verband houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                            exploitatie brengen van grond begrepen:</al><lijst><li nr="1."><al>De inbrengwaarde van alle binnen het exploitatiegebied gelegen
                                    gronden zijnde: </al><lijst><li nr="a."><al>de waarde van de grond;</al></li><li nr="b."><al>de waarde van de opstallen, die voor de verwezenlijking
                                            van de bestemming niet gehandhaafd kunnen worden;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van het vrijmaken van de gronden van
                                            opstallen;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van vrijmaken van de grond van zich in de
                                            grond bevindende resten, zoals funderingen, leidingen en
                                            kabels, en van persoonlijke rechten en lasten, eigendom,
                                            bezit of beperkt recht, zakelijke lasten, alsmede de
                                            kosten van schadevergoedingen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De kosten van aanleg binnen een exploitatiegebied door de
                                    gemeente van de onder <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-1-algemene-bepalingen">artikel 1, onder f</extref> omschreven voorzieningen van
                                    openbaar nut.</al></li><li nr="3."><al>De kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut buiten
                                    het exploitatiegebied voor zover de binnen het exploitatiegebied
                                    liggende onroerende zaken door deze voorzieningen direct dan wel
                                    indirect gebaat zijn.</al></li><li nr="4."><al>De kosten van: </al><lijst><li nr="a."><al>het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken
                                            ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut met
                                            inbegrip van het egaliseren, ophogen en afgraven;</al></li><li nr="b."><al>het verrichten van bodemonderzoek en -sanering,
                                            voorzover het de ondergrond van voorzieningen van
                                            openbaar nut betreft en voorzover verhaal bij derden van
                                            de daarmee verband houdende kosten niet in de rede
                                            ligt;</al></li><li nr="c."><al>in verband met de milieuwetgeving of milieutechnische
                                            noodzakelijke maatregelen en voorzieningen ter
                                            uitvoering van een bestemmingsplan;</al></li><li nr="d."><al>de verwerving van de ondergrond van voorzieningen van
                                            openbaar nut buiten het exploitatiegebied;</al></li><li nr="e."><al>het slopen van opstallen op de ondergrond van
                                            voorzieningen van openbaar nut buiten het
                                            exploitatiegebied;</al></li><li nr="f."><al>alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor
                                            het verlenen van medewerking aan het in exploitatie
                                            brengen van gronden, in ieder geval: </al><lijst><li nr="1°"><al>de kosten van planontwikkeling,
                                                  planvoorbereiding en planbeheer en plantoezicht.
                                                  Onder deze kosten wordt ten minste verstaan: de
                                                  kosten verband houdende met het opstellen van
                                                  structuurplannen en bestemmingsplannen, het
                                                  opstellen van planmatige uitwerkingen of
                                                  wijzigingen, het vervaardigen van besluiten tot
                                                  het verlenen van vrijstelling van een
                                                  bestemmingsplan alsmede van overige planologische
                                                  maatregelen voorzover deze nodig zijn voor het in
                                                  exploitatie brengen van gronden binnen het
                                                  exploitatiegebied;</al></li><li nr="2°"><al>de kosten verband houdende met onderzoeken,
                                                  voorbereiding en toezicht ten behoeve van de
                                                  voorzieningen van openbaar nut voor zover deze
                                                  verband houden met het in exploitatie brengen van
                                                  gronden binnen het exploitatiegebied;</al></li><li nr="3°"><al>de kosten van het gemeentelijk apparaat,
                                                  voorzover die rechtstreeks aan het in exploitatie
                                                  brengen van gronden kunnen worden
                                                  toegerekend;</al></li><li nr="4°"><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige
                                                  lasten, verminderd met rente-opbrengsten;</al></li><li nr="5°"><al>de kosten van tijdelijk beheer van de ondergrond
                                                  van voorzieningen van openbaar nut, zijnde de
                                                  kosten die ten gevolge van een noodzakelijk actief
                                                  verwervingsbeleid worden gemaakt en niet dan wel
                                                  niet geheel door middel van tijdelijke verhuur
                                                  worden gedekt;</al></li><li nr="6°"><al>overige kosten, die in beginsel ten laste van de
                                                  grond-exploitatie behoren te worden gebracht.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2: IN EXPLOITATIE BRENGEN OP INITIATIEF VAN DE
                            GEMEENTE</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3: Vaststelling aangevuld bekostigingsbesluit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat op initiatief van de gemeente met het treffen van
                                    voorzieningen van openbaar nut in een exploitatiegebied wordt
                                    aangevangen, wordt door de gemeenteraad een aangevuld
                                    bekostigingsbesluit voor dat exploitatiegebied vastgesteld en
                                    bekendgemaakt op de wijze zoals bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=139">artikel 139 Gemeentewet</extref>.</al></li><li nr="2."><al>Het aangevuld bekostigingsbesluit bevat in ieder geval de
                                    volgende onderdelen: </al><lijst><li nr="a."><al>aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van
                                            de daarin gelegen onroerende zaken die gebaat zijn door
                                            de aanleg van voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="b."><al>aanduiding van de mate waarin de kosten, verband
                                            houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                                            exploitatie brengen van gronden, op de genothebbenden
                                            van de in het vorige lid bedoelde onroerende zaken
                                            kunnen worden verhaald;</al></li><li nr="c."><al>omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren
                                            voorzieningen van openbaar nut en daarmee verband
                                            houdende werkzaamheden;</al></li><li nr="d."><al>een aankondiging dat betrokken exploitanten binnen een
                                            genoemde termijn een aanbod voor een
                                            exploitatieovereenkomst zullen kunnen ontvangen;</al></li><li nr="e."><al>de bepaling dat, in geval met een exploitant niet tot
                                            overeenstemming kan worden gekomen over een
                                            exploitatieovereenkomst, kostenverhaal zal kunnen
                                            plaatsvinden door middel van heffing van
                                            baatbelasting;</al></li><li nr="f."><al>een begroting van de ten laste van de onroerende zaken
                                            in het exploitatiegebied komende kosten, verband
                                            houdende met het verlenen van medewerking aan het in
                                            exploitatie brengen van grond, en van de ten gunste van
                                            het in exploitatie nemen van gronden komende
                                            opbrengsten. De opbrengsten bestaan uit: </al><lijst><li nr="1°"><al>subsidies;</al></li><li nr="2°"><al>verkoop van gronden;</al></li><li nr="3°"><al>bijdragen in de kosten van aanleg van
                                                  voorzieningen van openbaar nut, hetzij via
                                                  overeenkomst, hetzij via baatbelasting;</al></li><li nr="4°"><al>overige bijdragen</al></li><li nr="Van"><al>deze begroting maakt eveneens deel uit de wijze
                                                  van toerekening van de totale kosten en
                                                  opbrengsten aan de onroerende zaken in het
                                                  exploitatiegebied, zoveel mogelijk naar de mate
                                                  van het profijt dat de onroerende zaken hebben van
                                                  het samenhangend geheel van voorzieningen van
                                                  openbaar nut.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="3."><al>In het aangevuld bekostigingsbesluit kan worden bepaald dat de
                                    begroting als bedoeld in het tweede lid onder f later door de
                                    gemeenteraad wordt vastgesteld. De begroting kan door de
                                    gemeenteraad periodiek worden herzien. De begroting wordt
                                    bekendgemaakt op de wijze als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=139">artikel 139 Gemeentewet</extref>.</al></li><li nr="4"><al>Voor de berekening van de in het tweede lid onder f bedoelde
                                    kosten wordt er van uitgegaan dat het exploitatiegebied in zijn
                                    geheel door de gemeente in exploitatie zal worden gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4: Wijze van toerekening naar mate van profijt</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de toerekening van het profijt wordt als rekeneenheid
                                    gebruikt het gemiddelde bedrag van de ten nutte van het
                                    exploitatiegebied gemaakte of te maken kosten per m2
                                    grondoppervlakte.</al></li><li nr="2."><al>Onder de grondoppervlakte wordt verstaan de kadastrale
                                    oppervlakte van de onroerende zaken, waar mogelijk ingedeeld
                                    naar de in een bestemmingsplan opgenomen geprojecteerde kavels
                                    (bouw)grond, vermenigvuldigd met factoren voor ligging en
                                    bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin het
                                    profijt van de van gemeentewege getroffen voorzieningen van
                                    openbaar nut tot uitdrukking komt.</al></li><li nr="3."><al>In geval de toerekening op basis van m2 grondoppervlakte geen
                                    geschikte grondslag blijkt te zijn, geschiedt de toerekening op
                                    basis van een nader door de gemeenteraad te bepalen grondslag,
                                    welke voorziet in de aanwezige verschillen in profijt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5: Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant betaalt als bijdrage in de kosten verband houdende
                                    met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen
                                    van gronden het bedrag dat volgens de in de begroting als
                                    bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-vaststelling-aangevuld-bekostigingsbesluit">artikel 3, tweede lid onder f</extref> uitgewerkte wijze
                                    aan zijn onroerende zaak wordt toegerekend, vermeerderd met de
                                    kosten op de afstand van de gronden bestemd voor de aanleg en/of
                                    aanpassing van voorzieningen van openbaar nut vallende en de
                                    kosten van kadastrale uitmeting, en verminderd met de
                                    inbrengwaarde van de bij de exploitant in eigendom zijnde en
                                    voor exploitatie bedoelde gronden en van de gronden welke zijn
                                    bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut en
                                    door exploitant aan de gemeente worden afgestaan.</al></li><li nr="2."><al>De waarde van de in het eerste lid bedoelde grond die door de
                                    exploitant is ingebracht wordt door de gemeente en de exploitant
                                    gezamenlijk door middel van taxatie vastgesteld. Indien hierover
                                    geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt deze waarde
                                    vastgesteld door een commissie van drie deskundigen, van wie één
                                    aan te wijzen door de gemeente, één door de exploitant en een
                                    derde door de beide reeds aangewezen deskundigen of indien zij
                                    het daarover niet eens kunnen worden, door de terzake bevoegde
                                    kantonrechter.</al></li><li nr="3."><al>Indien de exploitant zelf conform artikel 6,
                                        derde lid, onder e voorzieningen van openbaar nut
                                    aanlegt bestaat de exploitatiebijdrage uit de bijdrage, zoals
                                    deze op grond van het eerste lid van dit artikel wordt bepaald,
                                    verminderd met de kosten van de door exploitant uit te voeren
                                    werkzaamheden, voorzover deze kosten corresponderen met de
                                    begroting van kosten bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-vaststelling-aangevuld-bekostigingsbesluit">artikel 3, tweede lid, onder f</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6: Inhoud exploitatie-overeenkomst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verhaal van kosten verband houdende met het verlenen van
                                    medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden vindt
                                    plaats met inachtneming van de voorgaande artikelen. Van de
                                    exploitatie-overeenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien de
                                    exploitatie-overeenkomst mede een grondtransactie betreft, is
                                    dit een notariële akte.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders besluiten tot het aangaan van een
                                    exploitatie-overeenkomst op initiatief van de gemeente slechts
                                    nadat een aangevuld bekostigingsbesluit is vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>De exploitatie-overeenkomst bevat in ieder geval bepalingen
                                    over: </al><lijst><li nr="a."><al>de aard, omvang en kwaliteit van de door de gemeente of
                                            exploitant aan te leggen voorzieningen van openbaar
                                            nut;</al></li><li nr="b."><al>het tijdvak waarbinnen deze voorzieningen worden
                                            uitgevoerd; c. de ten laste van de exploitant komende
                                            bijdrage als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-vaststelling-exploitatiebijdrage">artikel 5, eerste lid</extref>;</al></li><li nr="d."><al>in voorkomende gevallen de afstand van gronden aan de
                                            gemeente, voorzover die gronden zijn bestemd voor de
                                            aanleg of aanpassing van voorzieningen van openbaar nut,
                                            en in deze gevallen het verrichten van onderzoek naar
                                            bodemverontreiniging op kosten van exploitant;</al></li><li nr="e."><al>(in gevallen waarbij burgemeester en wethouders
                                            besluiten de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de
                                            door de gemeente aan te leggen voorzieningen van
                                            openbaar nut aan de exploitant op te dragen) deze
                                            opdracht en de waarborging van een tijdige en
                                            kwalitatief goede uitvoering;</al></li><li nr="f."><al>een betalingsregeling;</al></li><li nr="g."><al>(in voorkomende gevallen) een taakverdeling;</al></li><li nr="h."><al>(in voorkomende gevallen) een regeling voor gewijzigde
                                            omstandigheden, wanprestatie, aansprakelijkheid en
                                            faillissement.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3: IN EXPLOITATIE BRENGEN OP VERZOEK VAN EXPLOITANT</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7: Indiening aanvraag voor medewerking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een belanghebbende kan bij burgemeester en wethouders een
                                    aanvraag indienen voor medewerking aan het in exploitatie
                                    brengen van gronden.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het
                                    op aanvraag van exploitant in exploitatie brengen van gronden
                                    krachtens een exploitatie-overeenkomst als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-6-inhoud-exploitatie-overeenkomst">artikel 6</extref>, met dien verstande dat <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-6-inhoud-exploitatie-overeenkomst">artikel 6, tweede lid</extref> in dat geval niet van
                                    toepassing is.</al></li><li nr="3."><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd: </al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
                                            brengen onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende,
                                            genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                                            van de in exploitatie te brengen onroerende zaken is of
                                            kan worden;</al></li><li nr="c."><al>gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                            (bouw)werkzaamheden.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>In geval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                    bouwvergunning, eventueel in combinatie met een aanvraag voor
                                    vrijstelling, wordt ontvangen, waarbij in geval van verlening
                                    van de vrijstelling en/of bouwvergunning van gemeentewege
                                    voorzieningen van openbaar nut moeten worden getroffen, wordt
                                    hiervan zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval voor de
                                    beslissing op de aanvraag mededeling gedaan aan de aanvrager.
                                    Daarbij zal een zo nauwkeurige mogelijke raming van de voor
                                    rekening van de exploitant komende kosten, verband houdende met
                                    het in exploitatie brengen van gronden, worden verstrekt. Tevens
                                    zal daarbij aan de aanvrager de gelegenheid worden gegeven tot
                                    het indienen van een aanvraag voor medewerking.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders reageren op de aanvraag om
                                    medewerking, hetzij met een weigering hetzij met de aanbieding
                                    van een conceptovereenkomst, binnen zes maanden na de dag waarop
                                    het verzoek is ontvangen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8: Aanhouding verzoek</titel></kop><al>De reactie op een aanvraag kan worden aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing
                                    zijnde bestemmingsplan of een herziening daarvan nog niet is
                                    afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden van (het
                                    betreffende deel van) het bestemmingsplan of de herziening
                                    daarvan;</al></li><li nr="b."><al>ingeval voorzienbaar is dat de in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-9-weigeringsgronden-voor-een-exploitatie-overeenkomst">artikel 9</extref> genoemde belemmeringen binnen afzienbare
                                    tijd zullen kunnen worden weggenomen, tot vier weken nadat deze
                                    belemmeringen zijn weggenomen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4: OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9: Weigeringsgronden voor een
                                exploitatie-overeenkomst</titel></kop><al>De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft niet
                            te worden verleend, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied
                                    waarvoor een bestemmingsplan geldt;</al></li><li nr="b."><al>de door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de
                                    daartoe benodigde voorzieningen van openbaar nut zouden leiden
                                    tot strijd met het bestemmingsplan of de Woningwet;</al></li><li nr="c."><al>het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
                                    bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen
                                    van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing of
                                    herinrichting;</al></li><li nr="d."><al>het in exploitatie brengen van grond anderszins zou leiden tot
                                    ten laste van de gemeente blijvende kosten van voorzieningen van
                                    openbaar nut of tot bezwaren ten aanzien van het doeltreffend
                                    voorzien in watervoorziening, openbare verlichting, riolering en
                                    andere voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="e."><al>exploitant geen afstand wil doen van gronden ten behoeve van
                                    aanleg van voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="f."><al>exploitant de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut niet
                                    wil onderzoeken op de aanwezigheid van bodemverontreiniging, dan
                                    wel de bodem niet wil saneren wanneer dat noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10: Relatie baatbelasting</titel></kop><al>In een gebied waarvoor een aangevuld bekostigingsbesluit is genomen,
                            zal, indien de exploitant een exploitatie-overeenkomst aangaat, in de
                            overeenkomst worden bepaald dat, met betrekking tot de uitvoering van de
                            in deze overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut, geen
                            aanvullend kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de
                            betreffende onroerende zaak zal plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11: Uitzonderingsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-kosten-van-exploitatie">artikelen 2, eerste lid</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-vaststelling-aangevuld-bekostigingsbesluit">3</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-vaststelling-exploitatiebijdrage">5</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-6-inhoud-exploitatie-overeenkomst">6, eerste en tweede lid</extref> van deze verordening zijn
                                    niet van toepassing voor voorzieningen van openbaar nut van
                                    ondergeschikt belang, zoals een uitweg op de openbare weg of een
                                    aansluiting op het openbare riool. In dergelijke gevallen
                                    besluiten burgemeester en wethouders onder welke voorwaarden
                                    deze voorzieningen van openbaar nut door of met medewerking van
                                    de gemeente zal worden aangelegd.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-kosten-van-exploitatie">artikel 2, eerste lid</extref>, voor zover geen betrekking
                                    hebbende op de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut, en
                                        <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-vaststelling-exploitatiebijdrage">artikel 5, eerste en tweede lid</extref> van deze
                                    verordening kan buiten toepassing blijven ten aanzien van </al><lijst><li nr="a."><al>een exploitatiegebied dat in de naaste toekomst niet of
                                            niet geheel voor bebouwing in aanmerking komt;</al></li><li nr="b."><al>de in een exploitatiegebied gelegen gronden die in de
                                            naaste toekomst niet voor bebouwing in aanmerking
                                            komen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 5: OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12: Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Ten aanzien van exploitatiegebieden waarvoor geldt dat voor het moment
                            van inwerkingtreding van deze verordening een bekostigingsbesluit is
                            genomen of de voorzieningen van openbaar nut reeds in uitvoering zijn,
                            vinden de bepalingen van deze verordening voor dat exploitatiegebied,
                            voor zover nodig op een aan die situatie aangepaste wijze toepassing. In
                            ieder geval stelt de gemeenteraad in die gevallen een begroting van
                            kosten en opbrengsten als bedoeld in artikel
                                3, tweede lid onder f, vast, en wordt deze begroting
                            bekendgemaakt op de wijze als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=139">artikel 139 Gemeentewet</extref>.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13: Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van bekendmaking op de wijze als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=139">artikel 139 Gemeentewet</extref>. De verordening wordt
                                    bekend gemaakt nadat Gedeputeerde Staten de verordening hebben
                                    goedgekeurd.</al></li><li nr="2."><al>Op hetzelfde tijdstip vervallen de Exploitatie-verordeningen van
                                    de gemeente Nieuw-Vossemeer zoals vastgesteld bij raadsbesluit
                                    van 30 mei 1996 en van de gemeente Steenbergen zoals vastgesteld
                                    bij raadsbesluit van 30 december 1970.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14: Citeertitel</titel></kop><al>Artikelsgewijze toelichting op de exploitatieverordening</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Steenbergen, 27 maart 1997</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting op de exploitatieverordening</vet></al><al><vet>Artikel 1: Begripsbepalingen</vet></al><al>De definitie van het (verlenen van medewerking aan het) in exploitatie brengen
                    van grond is ruimer dan in de verordening van 1970 en sluit aan op de voor de
                    baatbelasting gehanteerde definitie. Dit betekent dat alle eigenaren van
                    onroerende zaken in een door voorzieningen gebaat gebied, ook de eigenaren van
                    reeds bebouwde percelen, in aanmerking komen voor een exploitatie-overeenkomst.
                    De aanwijzing van exploitatiegebieden maakt daarmee toepassing mogelijk op
                    onroerende zaken in stads- en dorpsvernieuwingsgebieden.</al><al>De lijst van werken die als voorzieningen van openbaar nut kunnen worden
                    aangemerkt, is op één punt anders dan in de verordening van 1970.</al><al>Rioolwaterzuiveringsinstallaties en bemalingsinrichtingen komen op de lijst niet
                    meer voor; dit omdat de kosten van deze voorzieningen ten laste van de
                    waterkwaliteitsbeheerder komen.</al><al><vet>Artikel 2: Kosten van exploitatie</vet></al><al>De gemeente brengt de kosten in rekening verband houdende met het door of met
                    medewerking treffen van voorzieningen van openbaar nut. Dit is dus meer dan
                    alleen de directe kosten van de voorzieningen. Dit 'meerdere' is in dit artikel
                    gedefinieerd. Zo wordt duidelijk welke voorzieningen voor kostenverhaal in
                    aanmerking komen, en vervolgens welke daarmee samenhangende kosten.</al><al>Ten opzichte van de verordening van 1970 is een aantal extra kostencategorieën
                    expliciet opgenomen: voorbereiding, toezicht en onderzoek ten behoeve van het in
                    exploitatie brengen van gronden, tijdelijk beheer van gronden, bodemonderzoek en
                    -sanering, in verband met de milieuwetgeving noodzakelijke maatregelen en
                    voorzieningen op, en de verwerving van, de ondergrond van voorzieningen van
                    openbaar nut en het slopen van opstallen op die ondergrond.</al><al>Met nadruk zij vermeld dat als exploitatiegebied wordt aangemerkt het totale
                    gebied; dit gebied omvat niet alleen de voor nieuwbouw in aanmerking komende
                    gronden (zoals gebruikelijk bij veel puur gemeentelijke exploitatie-opzetten),
                    maar ook het overige gebate gebied.</al><al><vet>Artikel 3: Vaststelling aangevuld bekostigingsbesluit</vet></al><al>Het aangevuld bekostigingsbesluit bevat de krachtens de Gemeentewet verplichte
                    elementen van een bekostigingsbesluit (een aanduiding van het gebate gebied en
                    de mate waarin de aan de voorzieningen verbonden lasten worden verhaald), maar
                    daarnaast ook een aanduiding van de voorzieningen van openbaar nut en een
                    begroting van kosten en opbrengsten. Het aangevulde bekostigingsbesluit wordt,
                    met behulp van deze bepalingen, ook een kader voor het kostenverhaal door de
                    gemeente. Een aangevuld bekostigingsbesluit is een rechtsfiguur die alleen maar
                    bestaat dankzij de exploitatieverordening. Een dergelijk besluit heeft dezelfde
                    fiscaalrechtelijke status als een bekostigingsbesluit, maar vormt daarnaast de
                    basis voor het afsluiten van exploitatie-overeenkomsten. Er bestaat dus geen
                    aanleiding het bekostigingsbesluit te vermelden in het kader van deze
                    verordening. Een begroting van opbrengsten is opgenomen om de exploitant inzicht
                    te verschaffen in de op alle (dus ook gemeentelijke) gronden te verhalen kosten.
                    Dit inzicht kan ook de bereidheid van de exploitant tot betaling van een
                    bijdrage vergroten. De exploitant kan dan immers zelf de redelijkheid van het
                    hem of haar in rekening gebrachte inzien. De begroting speelt alleen een rol in
                    het privaatrechtelijk kostenverhaal. Derhalve hoeft deze pas te worden
                    vastgesteld voordat de eerste exploitatie-overeenkomst wordt gesloten. Dit in
                    tegenstelling tot het aangevuld bekostigingsbesluit, dat moet zijn vastgesteld
                    voordat met de aanleg van de voorzieningen een aanvang wordt genomen.</al><al>Uitgegaan wordt van de situatie dat de gemeente het gebied in zijn geheel tot
                    exploitatie brengt; de berekening is daarom gestoeld op de (fictieve) situatie
                    dat de gemeente alle benodigde gronden heeft verworven en alle kosten omslaat
                    over die gronden, gedifferentieerd naar objectief bepaalbare factoren als
                    ligging, bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid. Ook is het mogelijk
                    middels tariefsdifferentiatie bebouwde grond minder te belasten dan (nog) niet
                    bebouwde grond.</al><al><vet>Artikel 4: Wijze van toerekening naar de mate van profijt</vet></al><al>Het gebruik van m2 als rekeneenheid sluit aan op de bij de uitgifte van gronden
                    gehanteerde kostprijsberekening per m2. Anders dan in de verordening van 1970
                    voorziet lid 3 van dit artikel in de mogelijkheid dat (onverhoopt) de naar
                    ligging en dergelijke gedifferentieerde grondslag het profijt onvoldoende tot
                    uitdrukking brengt: in dat geval stelt de gemeenteraad een andere grondslag voor
                    toerekening vast.</al><al><vet>Artikel 5: Vaststelling exploitatiebijdrage</vet></al><al>De bij de berekening van de exploitatiebijdrage gehanteerde
                    inbrengwaardemethodiek biedt een goede maatstaf voor de baat die gronden hebben
                    bij openbare voorzieningen. Uitgangspunt is, zoals gezegd, dat de gemeente het
                    gehele gebied zelf in exploitatie brengt.</al><al>De werkwijze is dan als volgt:</al><lijst><li nr="1."><al>De waarden van alle gronden in het gebied wordt vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Alle kosten verbonden aan de exploitatie worden berekend.</al></li><li nr="3."><al>De op deze wijze berekende totale kosten worden gemiddeld per m2
                            (gebate, bebouwde of onbebouwde grond) grond (er kunnen ook andere
                            verdeelmaatstaven worden gehanteerd)</al></li><li nr="4."><al>De hieruit resulterende gemiddelde bruto-bijdrage per m2 wordt
                            vermenigvuldigd met het aantal m2 grond in eigendom bij exploitant (en
                            eventueel vermenigvuldigd met (een) factor(en) voor ligging, bestemming
                            en dergelijke).</al></li><li nr="5."><al>Op dit bedrag wordt in mindering gebracht de getaxeerde waarde van de
                            door exploitant in-gebrachte grond, zowel die ten behoeve van de
                            (bouw)exploitatie als die ten behoeve van de aanleg van voorzieningen
                            van openbaar nut.</al></li></lijst><al>De inbrengwaarde is daarmee van groot belang voor de vaststelling van zowel de
                    gemiddelde kostprijs per m2 (die stijgt als de inbrengwaarde stijgt) als de
                    exploitatiebijdrage (die daalt als de inbrengwaarde stijgt). Om die reden is een
                    regeling opgenomen voor de vaststelling van de inbrengwaarde van de gronden van
                    exploitant. Lid 3 van dit artikel regelt de berekening van de
                    exploitatiebijdrage in het geval dat de exploitant tot (gehele of gedeeltelijke)
                    realisatie van de voorzieningen van openbaar nut overgaat. Kort gezegd wordt op
                    de bijdrage dan nog extra in mindering gebracht het in eerste instantie in de
                    bijdrage opgenomen bedrag voor de voorzieningen van openbaar nut, voor zover die
                    voorzieningen voor rekening en risico van de exploitant komen.</al><al><vet>Artikel 6: Inhoud exploitatie-overeenkomst</vet></al><al>In dit artikel wordt uitgesproken dat de gemeente bij kostenverhaal van
                    voorzieningen van openbaar nut de voorkeur geeft aan het instrument van de
                    exploitatie-overeenkomst krachtens de exploitatieverordening. Hiermee wordt het
                    vrijwillige karakter van de overeenkomst bevestigd, zoals dat in de praktijk en
                    jurisprudentie blijkt. De verordening voorziet de overeenkomst nu ook van
                    kwaliteitseisen aan de voorzieningen, in voorkomende gevallen (namelijk wanneer
                    de gemeente een deel van de voorzieningen realiseert en een particuliere
                    eigenaar een deel) van een taakverdeling, van uitvoeringstermijn(en) en van een
                    regeling voor gewijzigde omstandigheden, wanprestatie, aansprakelijkheid en
                    faillissement.</al><al><vet>Artikel 7: Indiening verzoek om medewerking</vet></al><al>Wat betreft de bevoegdheid exploitatie-overeenkomsten te sluiten is gekozen voor
                    toedeling hiervan aan burgemeester en wethouders.</al><al>In beginsel neemt de gemeente het initiatief tot het in exploitatie brengen van
                    een gebied; het is echter ook mogelijk dat de exploitant het initiatief neemt.
                    Dat kan door middel van een bij burgemeester en wethouders ingediende
                    aanvraag.</al><al>Een exploitatie-overeenkomst op aanvraag van exploitant is gelijk te stellen aan
                    een exploitatie-overeenkomst op initiatief van de gemeente, met dien verstande
                    dat een aangevuld bekostigingsbesluit in dat geval niet vereist is. In de
                    verordening van 1970 werd er nog vanuit gegaan dat het altijd om realisatie van
                    opstallen zou gaan. In deze verordening vallen alle (bouw)werk-zaamheden in
                    beginsel onder vigeur van de verordening. Ten behoeve van de rechtszekerheid van
                    de burger en in verband met de informatieplicht van de gemeente wordt, in
                    voorkomende gevallen, een aanvrager van een bouwvergunning voor de beslissing op
                    die aanvraag gemeld dat van hem of haar een bijdrage wordt verwacht in verband
                    met de benodigde voorzieningen van openbaar nut. Dit maakt het de aanvrager ook
                    beter mogelijk de aan de (bouw)werken verbonden kosten af te wegen.</al><al><vet>Artikel 8: Aanhouding verzoek</vet></al><al>De gemeente bindt zich zelf met deze verordening. Het is echter niet nodig dat
                    de gemeente zich, in een concreet geval, bindt tegen haar wil en het belang van
                    de aanvrager in. Met deze bepaling wordt voorkomen dat de gemeente een aanvraag
                    moet afwijzen, terwijl zij er in beginsel positief tegenover staat.</al><al><vet>Artikel 9: Weigeringsgronden voor een overeenkomst</vet></al><al>Toegevoegd ten opzichte van de verordening van 1970 zijn de weigeringsgronden
                    met betrekking tot strijdigheid met het bestemmingsplan respectievelijk die met
                    betrekking tot de weigering ondergrond van te realiseren voorzieningen van
                    openbaar nut over te dragen. Met het laatste wordt ook invulling gegeven aan
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Ruimtelijke%20Ordening/article=4.2">artikel 42, tweede lid onder a</extref>:'(voorschriften omtrent:) de
                    gevallen waarin en de wijze waarop het treffen van voorzieningen van openbaar
                    nut afhankelijk wordt gesteld van de afstand van grond aan de gemeente'.</al><al><vet>Artikel 10: Relatie baatbelasting</vet></al><al>De exploitant sluit niet alleen een overeenkomst over een te betalen
                    exploitatiebijdrage, maar koopt met deze overeenkomst ook het risico van
                    baatbelasting af. De belasting wordt vaak verrekend op basis van reële kosten,
                    en niet, zoals het geval is bij de exploitatiebijdrage, op basis van
                    gecalculeerde kosten. De praktijk van grondexploitatie leert dat de daarmee
                    verbon¬den kosten geregeld hoger uitvallen dan berekend. Bovendien wordt de
                    exploitant duidelijk gemaakt dat de overeenkomst weliswaar vrijwillig wordt
                    aangegaan, maar dat weigering van een overeenkomst niet betekent dat de aan hem
                    of haar gepresenteerde rekening wordt 'vergeten'.</al><al><vet>Artikel 11: Voorzieningen van ondergeschikt belang</vet></al><al>De centrale regeling in de exploitatieverordening (vaststelling door de raad van
                    een aangevuld bekostigingsbesluit per exploitatiegebied en dergelijke) is
                    onnodig ingewikkeld om te komen tot een contractueel verhaal van kosten van
                    geïsoleerde, geen onderdeel van een complex werken uitmakende, voorzieningen van
                    (semi-) openbaar nut zoals het aanbrengen van een uitrit op de openbare weg of
                    het realiseren van een huisaansluiting tussen erfgrens en straatriool. Om die
                    reden wordt voor die voorzieningen een uitzondering gemaakt wat betreft de
                    procedure voorafgaand aan een exploitatie-overeenkomst.</al><al>Voor gronden die niet in de naaste toekomst voor bebouwing in aanmerking komen
                    (bestaande bebouwing) kan zo een eenvoudiger werkwijze worden gevolgd voor de
                    berekening van exploitatiebijdragen.</al><al>Het is immers mogelijk dat gronden worden gebaat door de aanleg van
                    voorzieningen van openbaar nut, zonder dat zij door deze aanleg 'in de naaste
                    toekomst voor bebouwing in aanmerking komen' (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Ruimtelijke%20Ordening">zie artikel 42 Wro</extref>). Voor deze gronden geldt dat de wettelijke
                    verplichting tot het hanteren van een exploitatieverordening als basis voor het
                    afsluiten van overeenkomsten strikt genomen niet van toepassing is.</al><al>Op grond van de ontstaansgeschiedenis van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Ruimtelijke%20Ordening">artikel 42 Wro</extref> moet worden aangenomen dat de wetgever met het
                    begrip "gronden die in naaste toekomst voor bebouwing in aanmerking komen"
                    doelde op gronden die deel uitmaken van de grondexploitatie, i.e. gronden die
                    door de aanleg van voorzieningen van openbaar nut technisch voor bebouwing
                    geschikt worden gemaakt (terwijl zij voor de aanleg van de voorzieningen niet
                    reeds technisch voor bebouwing geschikt waren).</al><al>Het is aan te raden de begrenzing van het exploitatiegebied in menggebieden
                    (deels wel, deels geen nieuwe bebouwing) 'ruim' te nemen, dus inclusief de
                    percelen die niet in de naaste toekomst voor bebouwing in aanmerking komen maar
                    wel gebaat zijn. Dit vindt vanzelf plaats doordat de exploitatieverordening de
                    vaststelling van exploitatiegebieden voorschrijft. Een exploitatiegebied omvat
                    immers de gronden die door de aanleg van voorzieningen van openbaar nut gebaat
                    zijn, ongeacht of de gronden wel of niet deel uitmaken van een
                    grondexploitatie.</al><al>Het bepaalde in artikel 11,
                        tweede lid, onder a is gericht op exploitatiegebieden die voor een
                    deel (in de praktijk meestal voor het grootste deel) bestaande bebouwing
                    bevatten. Het gaat dan bijvoorbeeld om de reconstructie van een winkelstraat of
                    de aanleg van riolering in het buitengebied.</al><al>Het bepaalde in artikel 11,
                        tweede lid, onder b is gericht op individuele gronden gelegen in
                    een exploitatiegebied dat grotendeels nog niet bebouwd is. Het betreft dan
                    gebieden waar daadwer-kelijke grondexploitatie plaatsvindt. De
                    baatbelastingheffing heeft betrekking op alle gronden die gebaat zijn, dus ook
                    (bijvoorbeeld) de percelen met bestaande bebouwing aan de rand van het gebied.
                    Voor deze individuele percelen kan op basis van de bedoelde nieuwe bepaling de
                    inbrengwaardemethodiek buiten toepassing blijven.</al><al>De keuze om voor bepaalde gronden of het exploitatiegebied in zijn geheel de
                    inbrengwaarde-methodiek buiten toepassing te laten blijkt in de begroting van
                    kosten en opbrengsten, waarop immers de inbrengwaarden wel of niet worden
                    vermeld, en waarin bovendien is opgenomen de wijze van toerekening van de kosten
                    aan de desbetreffende onroerende zaken.</al><al><vet>Artikel 13: Inwerkingtreding</vet></al><al>In,de Gemeentewet is een algemene regeling voor bekendmaking van besluiten,
                    inhoudende algemeen verbindend voorschriften, gegeven. De exploitatieverordening
                    kan uiteindelijk als algemeen verbinden voorschrift worden aangemerkt. In
                    verband met het bijzondere karakter van deze verordening, die voorwaarden bevat
                    waaronder de gemeente een overeenkomst zal sluiten, is het echter mogelijk dat
                    de rechter deze verordening toch niet als algemeen verbindend voorschrift
                    aanduidt.</al><al>Ten einde juridische risico's te beperken is het verstandig voor de
                    inwerkingtreding van deze verordening toch uit te gaan van de systematiek van de
                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet</extref>, inhoudende dat de verordening acht dagen na
                    bekendmaking in werking treedt, maar dit wel expliciet te regelen (wat op grond
                    van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet</extref> niet nodig is).</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>