<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72262_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bouwverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 1998, 14</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bouwverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=108">Gemeentewet, art. 108 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">Gemeentewet, art. 147 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=8">Woningwet, art. 8 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>1998-01-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1998-03-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-07-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>9</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bouwverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Steenbergen;</al><al>in behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders dd 15
                        december 1997.</al><al>gelet op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=108">artikelen 108</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">147 van de Gemeentewet</extref>, alsmede <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=8">artikel 8 van de Woningwet</extref>;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de bouwverordening, overeenkomstig aangehecht en gewaarmerkt
                        ontwerp.</al><al>Steenbergen, 05 maart 2009</al><al>De raad voornoemd,</al><al>de secretaris,de voorzitter,</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>Asbest:</al></li><li nr=""><al>hetgeen daaronder wordt verstaan in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Asbestverwijderingsbesluit%202005/article=1">artikel 1, letter a, van het
                                                  Asbestverwijderingsbesluit 2005</extref>;</al></li><li nr="b."><al>Besluit indieningsvereisten:</al></li><li nr=""><al>het besluit indieningsvereisten aanvraag
                                                bouwvergunning als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=40a">artikel 40a, eerste lid</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=57">57, tweede en derde lid van de
                                                Woningwet</extref>;</al></li><li nr="c."><al>Besluit bouwwerken:</al></li><li nr=""><al>het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken">Besluit bouwvergunningvrije en
                                                  licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken</extref>
                                                als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=43">artikel 43, eerste lid onder c</extref> en
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=44">artikel 44, tweede lid van de
                                                Woningwet</extref>;</al></li><li nr="d."><al>bouwbesluit:</al></li><li nr=""><al>de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=2">artikel 2 van de Woningwet</extref>;</al></li><li nr="e."><al>bouwtoezicht:</al></li><li nr=""><al>degenen, die ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=100a">artikel 100a, eerste lid, Woningwet</extref>
                                                belast zijn met het bouw- en woningtoezicht;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk:</al></li><li nr=""><al>elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                                metaal of ander materiaal, die op de plaats van
                                                bestemming hetzij direct hetzij indirect met de
                                                grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun
                                                vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te
                                                functioneren;</al></li><li nr="g."><al>deskundig bedrijf als bedoeld in hoofdstuk 8:</al></li><li nr=""><al>hetgeen daaronder wordt verstaan in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Asbestverwijderingsbesluit%202005/article=6">artikel 6, eerste lid, van het
                                                  Asbestverwijderingsbesluit 2005</extref>;</al></li><li nr="h."><al>gebruiksoppervlakte:</al></li><li nr=""><al>de gebruiksoppervlakte als bedoeld in het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit">Bouwbesluit</extref>;</al></li><li nr="i."><al>hechtgebonden asbest:</al></li><li nr=""><al>hetgeen daaronder wordt verstaan in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Asbestverwijderingsbesluit%202005/article=1">artikel 1, letter e van het
                                                  Asbestverwijderingsbesluit 2005</extref>;</al></li><li nr="j."><al>NEN:</al></li><li nr=""><al>een door de Stichting Nederlands
                                                Normalisatie-Instituut uitgegeven norm;</al></li><li nr="k."><al>NVN:</al></li><li nr=""><al>een door de Stichting Nederlands
                                                Normalisatie-Instituut uitgegeven voornorm;</al></li><li nr="l."><al>straatpeil:</al></li><li nr=""><al>voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct
                                                aan de weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse
                                                van die hoofdtoegang.Voor een bouwwerk, waarvan de
                                                hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de hoogte
                                                van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij
                                                voltooiing van de bouw;</al></li><li nr="m."><al>weg:</al></li><li nr=""><al>alle voor het openbaar rij- of ander verkeer
                                                openstaande wegen of paden daaronder begrepen de
                                                daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen
                                                of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de
                                                aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide
                                                parkeerterreinen.</al></li></lijst></li><li nr="2.In"><al>deze verordening wordt mede verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>bouwwerk:</al></li><li nr=""><al>een gedeelte van een bouwwerk;</al></li><li nr="b."><al>gebouw:</al></li><li nr=""><al>een gedeelte van een gebouw.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 1.2 Termijnen</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 1.3 Indeling van het gebied van de gemeente</tussenkop><lijst><li nr="1.Voor"><al>de toepassing van deze verordening geldt als indeling
                                            van de gemeente: </al><lijst><li nr="a.het"><al>gebied binnen de bebouwde kom;</al></li><li nr="b.het"><al>gebied buiten de bebouwde kom.</al></li></lijst></li><li nr="2.Als"><al>gebied binnen de bebouwde kom geldt het gebied, dat op
                                            de bij deze verordening behorende kaart als zodanig is
                                            aangegeven.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 De aanvraag bouwvergunningen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Paragraaf 1 Gegevens en bescheiden</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 2.1.1 Aanvraag bouwvergunning</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 2.1.2 In de aanvraag op te nemen gegevens</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 2.1.3 Bij de aanvraag in te dienen bescheiden</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 2.1.4 Gegevens met betrekking tot het coördineren van
                                    vergunnningaanvragen</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 2.1.5 Bodemonderzoek</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als
                                            bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=8">artikel 8, vierde lid, van de Woningwet</extref>
                                            bestaat uit: </al><lijst><li nr="a."><al>de resultaten van een recent verkennend
                                                  onderzoek verricht volgens NEN 5740, bijlage B,
                                                  uitgave 1999, waarbij voor een terrein dat als
                                                  verdacht geldt het onderzoeksrapport daarnaast nog
                                                  bestaat uit de resultaten van een onderzoek
                                                  volgens het gecombineerde protocol Bodemonderzoek
                                                  milieuvergunningen en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwstoffenbesluit">BSB-</extref>(SDU, uitgave oktober 1993);</al></li><li nr="b."><al>de resultaten van het nader onderzoek, verricht
                                                  volgens het Protocol Nader Onderzoek deel 1 (SDU,
                                                  uitgave 1994) of de Richtlijn Nader Onderzoek deel
                                                  1 (SDU, uitgave 1995), in het geval dat de
                                                  resultaten van het verkennend onderzoek uitwijzen
                                                  dat sprake is van bodemverontreiniging en voor de
                                                  beoordeling van de ernst van deze verontreiniging
                                                  een nader onderzoek, als bedoeld in het Protocol
                                                  Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave 1994) of de
                                                  Richtlijn Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave
                                                  1995), onontkoombaar is.</al></li><li nr="c."><al>Indien op basis van het vooronderzoek aanleiding
                                                  bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder
                                                  mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of –stof, in
                                                  de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede
                                                  plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707,
                                                  uitgave 2003.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als
                                            bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20indieningsvereisten%20aanvraag%20bouwvergunning">paragraaf 1.2.5, onder e van de Bijlage bij het
                                                Besluit indieningsvereisten</extref> geldt niet
                                            indien het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat
                                            naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als
                                            genoemd in het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken">Besluit bouwwerken</extref>. Deze verwijzing geldt
                                            niet voor de hoogtebepalingen in het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken">Besluit bouwwerken</extref>.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders verlenen geheel of
                                            gedeeltelijk ontheffing van de plicht tot het indienen
                                            van een onderzoeksrapport als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20indieningsvereisten%20aanvraag%20bouwvergunning">paragraaf 1.2.5, onder e van de Bijlage bij het
                                                Besluit indieningsvereisten</extref>, indien voor de
                                            toepassing van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-4-1-verbod-tot-bouwen-op-verontreinigde-bodem">artikel 2.4.1</extref> bij de gemeente reeds
                                            bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar
                                            zijn.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen gedeeltelijk
                                            ontheffing verlenen van de plicht tot het indienen van
                                            een onderzoeksrapport als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20indieningsvereisten%20aanvraag%20bouwvergunning">paragraaf 1.2.5, onder e van de Bijlage van het
                                                Besluit indieningsvereisten</extref> voor een
                                            bouwwerk met een beperkte instandhoudingstermijn als
                                            bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=45">artikel 45, eerste lid, van de Woningwet</extref>,
                                            indien uit het in NVN 5725, uitgave 1999, bedoelde
                                            vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de
                                            bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is
                                            dan wel de gerezen verdenkingen een volledig
                                            veldonderzoek volgens NEN 5740, uitgave 1999 niet
                                            rechtvaardigen.</al></li><li nr="5."><al>Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de
                                            aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het
                                            bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en
                                            voordat met de bouw wordt begonnen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.1.6 Overige gegevens en bescheiden behorende bij de
                                    aanvraag om bouwvergunning</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 2.1.7 Bouwregistratie</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 2.1.8 Bijzondere bepalingen omtrent de aanvraag om
                                    bouwvergunning woonwagens en standplaatsen</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 2 Behandeling van de aanvraag om bouwvergunning</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 2.2.1 Ontvangst van de aanvraag</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 2.2.2 Samenloop met vrijstelling ruimtelijke
                                    ordening</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 2.2.3 Bekendmaking van termijnen</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 2.2.4 In behandeling nemen en fasering
                                    bouwvergunningverlening</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 2.2.5 In behandeling nemen en bodemonderzoek</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 2.2.6 Kennisgeving van rechtswege verleende
                                    bouwvergunning</tussenkop><al>In de schriftelijke kennisgeving over de van rechtswege
                                    verleende bouwvergunning als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=58">artikel 58 van de Woningwet</extref> wordt aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, de aard en het beoogde gebruik van het
                                            bouwwerk;</al></li><li nr="c."><al>de kadastrale aanduiding van het terrein, waarop gebouwd
                                            wordt;</al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop bezwaar kan worden gemaakt ingevolge de
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht</extref>.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 3 Welstandstoetsing</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 2.3.1 Welstandscriteria</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 4 Het tegengaan van bouwen op verontreinigde
                                grond</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 2.4.1 Verbod tot bouwen op verontreinigde
                                    bodem</tussenkop><al>Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar
                                    is te verwachten voor de gezondheid van gebruikers, mag niet
                                    worden gebouwd voorzover dat bouwen betrekking heeft op een
                                    bouwwerk;</al><lijst><li nr="a."><al>waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen
                                            verblijven;</al></li><li nr="b."><al>voor het bouwen waarvoor een reguliere bouwvergunning is
                                            vereist, met uitzondering van bouwwerken, die naar aard
                                            en omvang gelijk zijn aan een bouwwerk voor het bouwen
                                            waarvan op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=43">artikel 43</extref> geen bouwvergunning is vereist
                                            of een geval als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=44">artikel 44, tweede lid</extref> en</al></li><li nr="c."><al>die de grond raken of</al></li><li nr="d."><al>ten aanzien waarvan het bestaande niet wederrechtelijke
                                            gebruik wordt gehandhaafd.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.4.2 Voorwaarden bouwvergunning</tussenkop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het bepaalde in
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20indieningsvereisten%20aanvraag%20bouwvergunning/article=4">artikel 4 van het Besluit indieningsvereisten</extref> en
                                    letter e van paragraaf 1.2.5. van de bij dit besluit behorende
                                    bijlage, kunnen burgemeester en wethouders voorwaarden verbinden
                                    aan de bouwvergunning, in het geval zij op grond van het in het
                                    Besluit indieningsvereisten bedoelde onderzoeksrapport en/of
                                    andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van
                                    het overeenkomstig het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bodembescherming/article=39">tweede lid van artikel 39 van de Wet
                                        bodembescherming</extref> goedgekeurde saneringsplan bedoeld
                                    in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20bodembescherming/article=39">artikel 39, eerste lid van die wet</extref> van oordeel
                                    zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar
                                    door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden
                                    gemaakt.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 5 Voorschriften van stedenbouwkundige aard en
                                bereikbaarheidseisen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 2.5.1 Richtlijnen voor de verlening van vrijstelling
                                    van de stedenbouwkundige bepalingen</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 2.5.2 Anti-cumulatiebepaling</tussenkop><al>Terrein dat voor het verlenen van een bouwvergunning in
                                    aanmerking moet worden genomen mag niet nog eens bij de
                                    verlening van een bouwvergunning voor een ander bouwwerk in
                                    aanmerking worden genomen.</al><tussenkop> Artikel 2.5.3 Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer.
                                    Brandblusvoorzieningen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien de toegang tot een bouwwerk dat voor het verblijf
                                            van mensen is bestemd, meer dan 10 meter is verwijderd
                                            van een openbare weg, moet een verbindingsweg tussen die
                                            toegang en het openbare wegennet aanwezig zijn die
                                            geschikt is voor verhuisauto's, vuilnisauto's,
                                            ziekenauto's, brandweerauto's en het overige te
                                            verwachten verkeer.</al></li><li nr="2."><al>Een geschikte verbindingsweg in de zin van het eerste
                                            lid moet, tenzij de gemeenteraad voor de desbetreffende
                                            weg in een bestemmingsplan of in een verordening of
                                            anderszins voorschriften heeft vastgesteld: </al><lijst><li nr="a."><al>een breedte hebben van ten minste 4,5 m, over
                                                  een breedte van ten minste 3,25 m zijn verhard en
                                                  een vrije hoogte boven de kruin van de weg hebben
                                                  van ten minste 4,2 m;</al></li><li nr="b."><al>zijn verhard op een wijze die in geschikt is
                                                  voor motorvoertuigen met een massa van ten minste
                                                  14.600 kg en zijn voorzien van de nodige
                                                  kunstwerken; en</al></li><li nr="c."><al>op doeltreffende wijze kunnen afwateren.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
                                            een bijgebouw, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken/article=2">artikel 2, onder b, van het Besluit
                                                bouwwerken</extref>, voorzover dit bijgebouw niet
                                            tot bewoning bestemd is, maar wel tot een hoofdgebouw
                                            behoort dat op hetzelfde terrein is gelegen.</al></li><li nr="4."><al>Nabij ieder bouwwerk dat voor het verblijf van mensen is
                                            bestemd, moeten zodanige opstelplaatsen voor
                                            brandweerauto's aanwezig zijn, dat een doeltreffende
                                            verbinding tussen die auto's en de bluswatervoorziening
                                            kan worden gelegd.</al></li><li nr="5."><al>Bij afwezigheid van een toereikende openbare
                                            bluswatervoorziening moet worden zorg gedragen voor een
                                            doeltreffende niet-openbare bluswatervoorziening.</al></li><li nr="6."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van het bepaalde in het eerste en het vierde lid, indien
                                            de aard, de ligging en het gebruik van het bouwwerk zich
                                            daarvoor lenen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.3A Brandweeringang</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien een automatische doormelding van brand naar de
                                            alarmcentrale van de brandweer plaatsvindt, wordt,
                                            indien het gebouw over meerdere toegangen beschikt, in
                                            overleg met de brandweer ten minste één van de toegangen
                                            als brandweeringang aangewezen.</al></li><li nr="2."><al>Een brandweeringang moet automatisch opengaan bij een
                                            brandmelding of te openen zijn met behulp van een
                                            systeem dat in overleg met de brandweer is bepaald.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.4 Bereikbaarheid van gebouwen voor
                                    gehandicapten</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Tussen de toegang van enerzijds: </al><lijst><li nr="a."><al>een woning en een woongebouw, als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=4.3">artikel 4.3 van het Bouwbesluit</extref>;</al></li><li nr="b."><al>een gebouw met een al dan niet
                                                  gemeenschappelijke toegankelijkheidssector, als
                                                  bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=4.3">artikel 4.3 van het Bouwbesluit</extref>;en
                                                  anderzijds de openbare weg moet een mede voor
                                                  gehandicapten begaanbare weg of begaanbaar pad
                                                  aanwezig zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de in het eerste lid bedoelde wegen en paden geldt
                                            dat zij: </al><lijst><li nr="a."><al>ten minste 1,10 m breed moeten zijn;</al></li><li nr="b."><al>geen kleinere vrije doorgang mogen hebben dan
                                                  0,85 m; en</al></li><li nr="c."><al>ten hoogste een hoogteverschil mogen overbruggen
                                                  van 0,02 m, tenzij dit plaatsvindt door middel van
                                                  een hellingbaan die voldoet aan het bepaalde in de
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=2.39">artikelen 2.39</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=2.40">2.40 van het Bouwbesluit</extref>.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.5 Ligging van de voorgevelrooilijn</tussenkop><al>De voorgevelrooilijn is:</al><lijst><li nr="a."><al>langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg
                                            regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande
                                            bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen
                                            lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging
                                            van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel
                                            mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn
                                            overeenkomstig de richting van de weg geeft;</al></li><li nr="b."><al>langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a
                                            bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: </al><lijst><li nr="o"><al>bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de
                                                  lijn gelegen op 15 meter uit de as van de
                                                  weg;</al></li><li nr="o"><al>bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de
                                                  lijn gelegen op 10 meter uit de as van de
                                                  weg.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.6 Verbod tot bouwen met overschrijding van de
                                    voorgevelrooilijn</tussenkop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.7 is het verboden een
                                    bouwvergunningplichtig bouwwerk te bouwen met overschrijding van
                                    de voorgevelrooilijn.</al><tussenkop> Artikel 2.5.7 Toegelaten overschrijding van de
                                    voorgevelrooilijn</tussenkop><al>Het verbod tot bouwen met overschrijding van de
                                    voorgevelrooilijn is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk die
                                            bij het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten
                                            worden als het aanbrengen van veranderingen van
                                            niet-ingrijpende aard, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken/article=3">artikel 3, eerste lid, onder k, van het Besluit
                                                bouwwerken</extref>;</al></li><li nr="b."><al>andere onderdelen van een bouwvergunningplichtig
                                            bouwwerk, die bij het afzonderlijk realiseren niet
                                            vallen onder de werking van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken/article=3">artikel 3, eerste lid, onder k, van het Besluit
                                                bouwwerken</extref>, te weten: </al><lijst><li nr="1."><al>ondergrondse uitsteeksels, zoals
                                                  funderingsonderdelen, rioolleidingen en
                                                  rioolputten;</al></li><li nr="2."><al>stoepen, stoeptreden en toegangsbruggen, mits
                                                  zij de grens van de weg met niet meer dan 0,30 m
                                                  overschrijden.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.8 Ontheffing voor overschrijdingen van de
                                    voorgevelrooilijn</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen - met inachtneming van
                                            het bepaalde in het tweede lid - ontheffing verlenen van
                                            het verbod tot het bouwen met overschrijding van de
                                            voorgevelrooilijn voor: </al><lijst><li nr="a."><al>ondergrondse bouwwerken zoals kelders,
                                                  kelderkoekoeken en kelderingangen, mits de
                                                  bovenzijde daarvan niet hoger gelegen is dan het
                                                  straatpeil;</al></li><li nr="b."><al>bouwwerken geen gebouw zijnde, ten dienste van
                                                  het verkeer, de waterhuishouding, de
                                                  energievoorziening of het telecommunicatieverkeer,
                                                  alsmede straatmeubilair, anders dan bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken/article=3">artikel 3, eerste lid, onder a,b en e, van het
                                                  Besluit bouwwerken</extref>;</al></li><li nr="c."><al>laadperrons, stoepen en stoeptreden, die de
                                                  grens van de weg overschrijden;</al></li><li nr="d."><al>erkers, serres en andere uitbouwen, alsmede
                                                  balkons en galerijen, die de voorgevelrooilijn met
                                                  niet meer dan 1,50 m overschrijden;</al></li><li nr="e."><al>trappenhuizen, buitentrappen en liftschachten,
                                                  hijsinrichtingen en stortbuizen, alsmede andere
                                                  luifels, dakoverstekken, uitspringende
                                                  schoorsteenwanden, reclametoestellen en
                                                  draagconstructies voor reclames dan bedoeld zijn
                                                  in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-7-toegelaten-overschrijding-van-de-voorgevelrooilijn">artikel 2.5.7</extref>;</al></li><li nr="f."><al>overbouwingen ten dienste van de verbinding
                                                  tussen twee bouwwerken.</al></li><li nr="g."><al>bouwwerken aan of bij een monument - als bedoeld
                                                  in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Monumentenwet%201988">Monumentenwet 1988</extref> dan wel in de
                                                  provinciale of <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Monumentenverordening-Gemeente-Steenbergen-2006/06-01-2007">gemeentelijke monumentenverordening</extref> -
                                                  voor zover zulks niet bezwaarlijk is met het oog
                                                  op de in historisch-esthetisch opzicht gewenste
                                                  aansluiting bij het karakter van de bestaande
                                                  omgeving.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor het bouwen boven een weg kan alleen ontheffing
                                            worden verleend, indien niet lager gebouwd wordt dan: </al><lijst><li nr="o"><al>4,20 m boven de hoogte van de rijweg, met
                                                  inbegrip van een strook van 0,50 m breedte ter
                                                  weerszijden van die rijweg;</al></li><li nr="o"><al>2,20 m boven de hoogte van een ander deel van de
                                                  weg;</al></li></lijst></li><li nr="en"><al>dan nog voor zover de veiligheid van de gebruikers van
                                            de weg niet in gevaar komt.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.9 Bouwen op de weg</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                    verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn
                                    voor het bouwen op de weg van:</al><lijst><li nr="a."><al>gebouwen ten behoeve van op een openbaar net aangesloten
                                            nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het
                                            openbaar vervoer of het wegverkeer, anders dan bedoeld
                                            in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken/article=3">artikel 3, eerste lid, onder h van het Besluit
                                                bouwwerken</extref>;</al></li><li nr="b."><al>bouwwerken geen gebouw zijnde, ten dienste van het
                                            verkeer, de waterhuishouding, de energievoorziening of
                                            telecommunicatieverkeer, alsmede straatmeubilair, anders
                                            dan bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken/article=3">artikel 3, eerste lid, onder a, b en e van het
                                                Besluit bouwwerken</extref>;</al></li><li nr="c."><al>vrijstaande winkel- of reclamevitrines;</al></li><li nr="d."><al>reclametoestellen en draagconstructies voor
                                            reclame;</al></li><li nr="e."><al>andere bouwvergunningplichtige bouwwerken, die naar hun
                                            aard en bestemming op de weg toelaatbaar zijn.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.10 Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de
                                    voorgevelrooilijn. Afschuining van straathoeken</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Een naar de weg gekeerd gevelvlak van een gebouw moet in
                                            de voorgevelrooilijn zijn geplaatst.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing
                                            in: </al><lijst><li nr="a."><al>de gevallen genoemd in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-7-toegelaten-overschrijding-van-de-voorgevelrooilijn">artikel 2.5.7</extref> en in die waarin de
                                                  ontheffing genoemd in de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-8-ontheffing-voor-overschrijdingen-van-de-voorgevelrooilijn">artikelen 2.5.8</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-9-bouwen-op-de-weg">2.5.9</extref> is verleend;</al></li><li nr="b."><al>in de gevallen genoemd in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-13-toegelaten-overschrijding-van-de-achtergevelrooilijn">artikel 2.5.13</extref> en in die waarin de
                                                  ontheffing genoemd in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-14-ontheffing-voor-overschrijdingen-van-de-achtergevelrooilijn">artikel 2.5.14</extref> is verleend, voor zover
                                                  het bouwwerk geheel achter de achtergevelrooilijn
                                                  is geplaatst;</al></li><li nr="c."><al>in de gevallen, bedoeld in het derde lid.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien van wegen die elkaar kruisen of van een weg die
                                            een knik maakt van 90 graden of minder, de tegenover
                                            elkaar liggende voorgevelrooilijnen zich in beide wegen
                                            of zich vóór en na de knik op onderlinge tussenafstanden
                                            van minder dan 3 meter bevinden, moet de bebouwing op de
                                            hoeken - over een hoogte op een dergelijke hoek van niet
                                            meer dan 4,2 meter boven straatpeil - worden afgerond of
                                            afgeschuind, met dien verstande dat de daardoor
                                            onbebouwd blijvende oppervlakte niet groter dan 2 m2
                                            behoeft te zijn.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van het bepaalde in het eerste lid voor: </al><lijst><li nr="a."><al>gebouwen behorende tot een complex van
                                                  gebouwen;</al></li><li nr="b."><al>gebouwen op handels- en industrieterreinen;</al></li><li nr="c."><al>vrijstaande enkele of dubbele
                                                  eengezinshuizen;</al></li><li nr=""><al>d. bijgebouwen, anders dan de in artikel 2,
                                                  onder b, van het Besluit bouwwerken bedoelde
                                                  gebouwen.</al></li><li nr="e."><al>gebouwen ten dienste van bodemcultuur en
                                                  veeteelt, pluimveeteelt daaronder begrepen, en de
                                                  daarbijbehorende woningen;</al></li><li nr="f."><al>gedeelten van naar de weg gekeerde gevels;</al></li><li nr="g."><al>gevallen, waarin de welstand bij het verlenen
                                                  van de ontheffing is gebaat.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.11 Ligging van de achtergevelrooilijn</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De achtergevelrooilijn is evenwijdig aan de
                                            voorgevelrooilijn en bevindt zich: </al><lijst><li nr="a."><al>een aan alle zijden bebouwd of te bebouwen
                                                  driehoekig, vierhoekig of regelmatig veelhoekig
                                                  bouwblok op een afstand van de voorgevelrooilijn
                                                  gelijk aan de helft van de straal van de
                                                  ingeschreven cirkel binnen de voorgevelrooilijnen,
                                                  doch op geen grotere afstand van de
                                                  voorgevelrooilijn dan 15 meter. Indien meer dan
                                                  één ingeschreven cirkel binnen de
                                                  voorgevelrooilijnen kan worden beschreven, geldt
                                                  de grootste;</al></li><li nr="b."><al>in een aan alle zijden bebouwd of te bebouwen
                                                  bouwblok van een andere dan onder a genoemde vorm
                                                  op zodanige afstand van de voorgevelrooilijn,
                                                  bepaald op de wijze als onder a bepaald, na
                                                  herleiding van de vorm van het bouwblok tot een of
                                                  meer der onder a genoemde vormen, voor zover zij
                                                  op zich zelf of gezamenlijk de vorm van het
                                                  bouwblok het meest nabijkomen, doch op geen
                                                  grotere afstand van de voorgevelrooilijn dan 15
                                                  meter;</al></li><li nr="c."><al>in een slechts aan drie zijden bebouwd of te
                                                  bebouwen rechthoekig bouwblok, langs deze drie
                                                  zijden op een afstand van de voorgevelrooilijn
                                                  gelijk aan 1/4 van de afstand tussen de
                                                  voorgevelrooilijnen van de beide zich tegenover
                                                  elkaar bevindende bebouwde of te bebouwen zijden
                                                  van het bouwblok, doch op geen grotere afstand van
                                                  de voorgevelrooilijn dan 15 meter;</al></li><li nr="d."><al>in een slechts aan twee tegenover elkaar gelegen
                                                  zijden bebouwd of te bebouwen rechthoekig
                                                  bouwblok, langs deze twee zijden op een afstand
                                                  van de voorgevelrooilijn gelijk aan 1/4 van de
                                                  afstand tussen de voorgevelrooilijnen van de beide
                                                  zich tegenover elkaar bevindende bebouwde of te
                                                  bebouwen zijden van het bouwblok, doch op geen
                                                  grotere afstand van de voorgevelrooilijn dan 15
                                                  meter;</al></li><li nr="e."><al>in alle niet onder a tot en met d genoemde
                                                  gevallen op een afstand die wordt bepaald met
                                                  inachtneming van de beginselen, welke zijn
                                                  neergelegd in a tot en met d van dit lid, doch op
                                                  geen grotere afstand van de voorgevelrooilijn dan
                                                  15 meter.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien in een hoekbebouwing de elkaar snijdende
                                            achtergevelrooilijnen een scherpe hoek vormen moeten de
                                            achterzijden van die bebouwing - in het belang van de
                                            toetreding van daglicht - over een afstand van ten
                                            minste 5 meter ter weerszijden van bedoeld snijpunt ten
                                            minste 2 meter terugliggen ten opzichte van beide
                                            achtergevelrooilijnen.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van het bepaalde in het tweede lid, voor zover de aard,
                                            de indeling en het gebruik van de gebouwen in de
                                            hoekbebouwing dit toelaten.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.12 Verbod tot bouwen met overschrijding van de
                                    achtergevelrooilijn</tussenkop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.13 is het verboden
                                    bouwvergunningplichtige bouwwerken te bouwen met overschrijding
                                    van de achtergevelrooilijn.</al><tussenkop> Artikel 2.5.13 Toegelaten overschrijding van de
                                    achtergevelrooilijn</tussenkop><al>Het verbod tot bouwen met overschrijding van de
                                    achtergevelrooilijn is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>buiten de bebouwde kom gelegen kassen en bouwwerken,
                                            geen gebouwen zijnde, voor doeleinden van bodemcultuur
                                            en veeteelt, pluimveeteelt daaronder begrepen;</al></li><li nr="b."><al>buiten de bebouwde kom gelegen gebouwen, geen kassen
                                            zijnde, voor doeleinden van bodemcultuur en veeteelt,
                                            pluimveeteelt daaronder begrepen, indien de afstand tot
                                            de zijdelingse grens van het erf ten minste 20 meter
                                            bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk, die
                                            bij het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten
                                            worden als een aan- of uitbouw als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken/article=2">artikel 2, onder a, van het Besluit
                                                bouwwerken</extref>;</al></li><li nr="d."><al>onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk die
                                            bij het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten
                                            worden als het aanbrengen van veranderingen van
                                            niet-ingrijpende aard als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken/article=3">artikel 3, eerste lid onder k, van het Besluit
                                                bouwwerken</extref>;</al></li><li nr="e."><al>andere onderdelen van een bouwvergunningplichtig
                                            bouwwerk die bij het afzonderlijk realiseren niet vallen
                                            onder de werking van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken/article=3">artikel 3, eerste lid, onder k, van het Besluit
                                                bouwwerken</extref>, te weten: </al><lijst><li nr="1."><al>ondergrondse uitsteeksels, zoals
                                                  funderingsonderdelen, rioolleidingen en
                                                  rioolputten;</al></li><li nr="2."><al>terrassen, bordessen en bordestreden;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>antennes, anders dan bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken/article=3">artikel 3, eerste lid, onder e en f van het Besluit
                                                bouwwerken</extref>.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.14 Ontheffing voor overschrijdingen van de
                                    achtergevelrooilijn</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                    verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn
                                    voor:</al><lijst><li nr="a.buiten"><al>de bebouwde kom gelegen gebouwen, geen kassen zijnde,
                                            voor doeleinden van bodemcultuur en veeteelt,
                                            pluimveeteelt daaronder begrepen, waarvan de afstand tot
                                            de zijdelingse grens van het erf minder dan 20 meter
                                            bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom gelegen kassen;</al></li><li nr="c."><al>vrijstaande enkele of dubbele eengezinshuizen;</al></li><li nr="d."><al>gebouwen op een terrein waarvan twee tegenover elkaar
                                            liggende zijden grenzen aan wegen, aan een weg en een
                                            openbaar water, aan een weg en een spoorweg of aan een
                                            weg en een plantsoen en welk terrein slechts aan één van
                                            die zijden mag worden bebouwd;</al></li><li nr="e."><al>gebouwen op binnenterreinen, mits hiervan de
                                            bereikbaarheid, als bedoeld in de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-3-bereikbaarheid-van-bouwwerken-voor-wegverkeer-brandblusvoorzieningen">artikelen 2.5.3</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-4-bereikbaarheid-van-gebouwen-voor-gehandicapten">2.5.4</extref>, is verzekerd;</al></li><li nr="f."><al>bijgebouwen, anders dan de gebouwen, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken/article=2">artikel 2, onder b, van het Besluit
                                                bouwwerken</extref>;</al></li><li nr="g."><al>gebouwen in een bouwstrook of bouwblok, geheel of
                                            overwegend handels- of industrieterrein omvattend;</al></li><li nr="h."><al>bouwvergunningplichtige bouwwerken, geen gebouw
                                            zijnde;</al></li><li nr="i."><al>ondergrondse bouwwerken, zoals kelders, kelderkoekoeken
                                            en kelderingangen, mits de bovenzijde daarvan niet hoger
                                            is gelegen dan de hoogte van het terrein ter plaatse bij
                                            voltooiing van de bouw;</al></li><li nr="j."><al>erkers en overige uitbouwen, anders dan de uitbouwen
                                            bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken/article=2">artikel 2, onder a, van het Besluit
                                                bouwwerken</extref>;</al></li><li nr="k."><al>trappenhuizen, buitentrappen en liftschachten,
                                            hijsinrichtingen en stortbuizen, balkons en veranda's,
                                            alsmede andere luifels, afdaken, dakoverstekken,
                                            uitspringende schoorsteenwanden, terrassen en bordessen
                                            dan bedoeld zijn in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-13-toegelaten-overschrijding-van-de-achtergevelrooilijn">artikel 2.5.13</extref>;</al></li><li nr="l."><al>bouwwerken aan of bij een monument - als bedoeld in de
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Monumentenwet%201988">Monumentenwet 1988</extref> dan wel in de
                                            provinciale of <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Monumentenverordening-Gemeente-Steenbergen-2006/06-01-2007">gemeentelijke monumentenverordening</extref>- voor
                                            zover zulks niet bezwaarlijk is om de in
                                            historisch-esthetisch opzicht gewenste aansluiting te
                                            verkrijgen bij het karakter van de bestaande
                                            omgeving.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.15 Erf bij woningen en woongebouwen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Bij een woning of woongebouw moet een erf aanwezig zijn
                                            dat ten minste een strook grond omvat die: </al><lijst><li nr="a."><al>over de volle breedte van het gebouw aansluit
                                                  aan de achtergevel, en</al></li><li nr="b."><al>voor wat betreft het achter het gebouw gelegen
                                                  deel dat is begrepen tussen het verlengde van de
                                                  zijgevels, een diepte heeft van ten minste 5
                                                  meter.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De maat genoemd in het eerste lid, moet worden gemeten
                                            haaks op de achtergevelrooilijn en vanuit het verst
                                            achterwaarts gelegen deel van het gebouw. Daarbij moeten
                                            de onderdelen van dat gebouw, bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-13-toegelaten-overschrijding-van-de-achtergevelrooilijn">artikel 2.5.13</extref>, en de balkons en veranda's
                                            buiten beschouwing blijven.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van het bepaalde in: </al><lijst><li nr="a."><al>het eerste lid, wat de aanwezigheid van het erf
                                                  betreft, indien de gelijkstraats gelegen bouwlaag
                                                  niet tot bewoning bestemd is;</al></li><li nr="b."><al>het eerste lid, indien aan één van de volgende
                                                  voorwaarden wordt voldaan:</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>een gunstige, andere indeling van het erf is
                                                  aanwezig;</al></li><li nr="2."><al>het gebouw zal zijn gelegen op een terrein
                                                  waarvan twee tegenover elkaar liggende zijden
                                                  grenzen aan wegen, aan een weg en een openbaar
                                                  water, aan een weg en een spoorweg of aan een weg
                                                  en een plantsoen, mits dat terrein slechts aan één
                                                  van die zijden mag worden bebouwd en tevens een
                                                  erf van redelijke afmetingen tot stand wordt
                                                  gebracht;</al></li><li nr="3."><al>bij het vergroten van een gebouw dat niet aan de
                                                  bepalingen voor te bouwen woningen en woongebouwen
                                                  van het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit">Bouwbesluit</extref> voldoet, wordt de bestaande
                                                  toestand verbeterd.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.16 Erf bij overige gebouwen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Achter een gebouw, waarvan geen deel tot woning, anders
                                            dan als dienstwoning is bestemd, moet een bij het gebouw
                                            behorend erf aanwezig zijn ter diepte van ten minste 2
                                            meter achter het verst achterwaarts gelegen deel van het
                                            gebouw en over de volle breedte daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van het bepaalde in het eerste lid: </al><lijst><li nr="a."><al>indien ligging en bestemming van het gebouw
                                                  hiervoor geen beletsel vormen;</al></li><li nr="b."><al>indien, voor zover nodig, ontheffing is verleend
                                                  van het verbod tot overschrijding van de
                                                  achtergevelrooilijn.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.17 Ruimte tussen bouwwerken</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De zijdelingse begrenzing van een bouwwerk moet ten
                                            opzichte van de zijdelingse grens van het erf zodanig
                                            zijn gelegen dat tussen dat bouwwerk en de op het
                                            aangrenzende erf aanwezige bebouwing geen tussenruimten
                                            ontstaan die: </al><lijst><li nr="a."><al>vanaf de hoogte van het erf tot 2,2 meter
                                                  daarboven minder dan 1 meter breed zijn;</al></li><li nr="b."><al>niet toegankelijk zijn.</al></li></lijst></li><li nr="Bebouwing"><al>van ondergeschikte aard op het erf of op het
                                            aangrenzende erf wordt hierbij buiten beschouwing
                                            gelaten.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van het bepaalde in het eerste lid, indien voldoende
                                            mogelijkheid aanwezig is voor reiniging en onderhoud van
                                            de vrij te laten ruimte.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.18 Erf- en terreinafscheidingen</tussenkop><lijst><li nr="a."><al>Erf- en terreinafscheidingen, anders dan bedoeld in
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken/article=2">artikel 2, onder e, van het Besluit
                                                bouwwerken</extref>, zijn niet toegelaten.</al></li><li nr="b."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van het bepaalde in het eerste lid in het belang van het
                                            af te scheiden erf of terrein.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.19 Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen
                                    en ondergrondse hoofdtransportleidingen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van voor
                                            stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                            hoogspanningslijnen mogen zich geen delen bevinden van
                                            andere bouwvergunningplichtige bouwwerken dan die welke
                                            deel uitmaken van de hoogspanningslijn. Bij het bepalen
                                            van deze afstand moet rekening worden gehouden met het
                                            uitzwaaien van de draden ten gevolge van de wind. Onder
                                            hoogspanningslijn wordt in dit artikel verstaan een lijn
                                            met een nominale elektrische spanning van 1000 volt of
                                            meer.</al></li><li nr="2."><al>Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van een
                                            ondergrondse hoofdtransportleiding mogen geen
                                            bouwvergunningplichtige bouwwerken worden gebouwd.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van: </al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde in het eerste lid voor wat betreft
                                                  de afstand van 6 meter, indien de elektrische
                                                  spanning van de hoogspanningslijn daarvoor geen
                                                  bezwaar oplevert;</al></li><li nr="b."><al>het bepaalde in het tweede lid voor wat betreft
                                                  de afstand van 6 meter, indien daartegen met het
                                                  oog op de veilige en ongestoorde ligging van de
                                                  leiding geen bezwaar bestaat.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.20 Toegelaten hoogte in de
                                    voorgevelrooilijn</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-24-grootste-toegelaten-hoogte-van-bouwwerken">artikel 2.5.24</extref> bedraagt de maximale hoogte
                                            van een bouwvergunningplichtig bouwwerk in het vlak door
                                            de voorgevelrooilijn 1 meter, vermeerderd met: </al><lijst><li nr="a."><al>in de bebouwde kom éénmaal de afstand tussen de
                                                  voorgevelrooilijnen langs de desbetreffende
                                                  weg;</al></li><li nr="b."><al>buiten de bebouwde kom 0,75 maal de afstand
                                                  tussen de voorgevelrooilijnen langs de
                                                  desbetreffende weg.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
                                            hoekbebouwing aan wegen, waarvan de afstand tussen de
                                            voorgevelrooilijnen onderling verschilt, in welk geval
                                            aan de zijde van de smalle weg tot de hoogte welke aan
                                            de brede weg is toegelaten, mag worden gebouwd over een
                                            lengte van de hoek af gelijk aan de afstand tussen de
                                            voorgevelrooilijn van de smalle weg, doch over geen
                                            grotere lengte dan 15 meter.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid bedoelde afstand wordt gemeten
                                            haaks op de desbetreffende voorgevelrooilijn in het
                                            midden van de breedte van het bouwwerk of de projectie
                                            daarvan op de voorgevelrooilijn.</al></li><li nr="4."><al>Indien aan de overzijde van de weg een voorgevelrooilijn
                                            ontbreekt geldt ter bepaling van de grootste toegelaten
                                            hoogte, bedoeld in het eerste lid, de dichtstbij gelegen
                                            tegenoverliggende rooilijn. Indien de tegenoverliggende
                                            rooilijn plaatselijk is onderbroken geldt ter plaatse
                                            van die onderbreking de verstverwijderde van de beide
                                            ter weerszijden van de onderbreking voorkomende
                                            rooilijnen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.21 Toegelaten hoogte in de
                                    achtergevelrooilijn</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-24-grootste-toegelaten-hoogte-van-bouwwerken">artikel 2.5.24</extref> bedraagt de maximale hoogte
                                            van een bouwvergunningplichtig bouwwerk in het vlak door
                                            de achtergevelrooilijn 1 meter, vermeerderd met: </al><lijst><li nr="a."><al>in de bebouwde kom éénmaal de afstand tot de
                                                  tegenoverliggende achtergevelrooilijn in hetzelfde
                                                  bouwblok;</al></li><li nr="b."><al>buiten de bebouwde kom 0,75 maal de afstand tot
                                                  de tegenoverliggende achtergevelrooilijn in
                                                  hetzelfde bouwblok.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde afstand wordt gemeten
                                            haaks op de achtergevelrooilijn ter plaatse van het
                                            bouwwerk. Indien de te beschouwen achtergevelrooilijnen
                                            niet evenwijdig lopen, wordt voor elke 5 meter breedte
                                            van de achterzijde van het bouwwerk uitgegaan van de
                                            gemiddelde afstand tussen de achtergevelrooilijnen.
                                            Indien een tegenoverliggende achtergevelrooilijn
                                            ontbreekt, wordt gemeten tot de dichtstbijzijnde
                                            tegenover de achtergevelrooilijn gelegen
                                            voorgevelrooilijn.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag de
                                            maximale hoogte van een bouwwerk in het vlak door de
                                            achtergevelrooilijn niet meer bedragen dan de maximale
                                            hoogte in de aangrenzende 5 meter van een aanliggende
                                            achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok.</al></li><li nr="4."><al>Indien het terrein achter de achtergevelrooilijn lager
                                            dan straatpeil ligt, moet de in het eerste lid bedoelde
                                            hoogte worden verminderd met een maat, gelijk aan het
                                            verschil tussen het straatpeil en het peil van het
                                            onderhavige terrein ter plaatse van de achtertoegang bij
                                            voltooiing van de bouw.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.22 Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een
                                    achtergevelrooilijn</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien op een kruising van wegen de achtergevels van de
                                            bebouwing, gelegen aan de ene weg, doorgebouwd zijn tot
                                            aan de voorgevelrooilijn van de andere weg en bovendien
                                            in die achtergevels ramen aanwezig zijn, dan bedraagt -
                                            onverminderd het bepaalde in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-24-grootste-toegelaten-hoogte-van-bouwwerken">artikel 2.5.24</extref> - de maximale hoogte van de
                                            zijgevel van het eerste bouwwerk aan laatstgenoemde weg
                                            nabij de hoek ten hoogste 1,5 maal de afstand van deze
                                            zijgevel tot de achtergevelrooilijn die bij de
                                            eerstgenoemde weg behoort. Deze afstand moet op dezelfde
                                            wijze worden bepaald als beschreven is in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-21-toegelaten-hoogte-in-de-achtergevelrooilijn">artikel 2.5.21</extref>, tweede lid, voor de
                                            bepaling van de afstand tussen twee
                                            achtergevelrooilijnen.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van het bepaalde in het eerste lid, mits de zijgevel
                                            niet hoger is dan de voorgevel.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.23 Toegelaten hoogte tussen voor- en
                                    achtergevelrooilijnen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het bepaalde in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-24-grootste-toegelaten-hoogte-van-bouwwerken">artikel 2.5.24</extref> mag een
                                            bouwvergunningplichtig bouwwerk tussen de voor- en de
                                            achtergevelrooilijn niet hoger reiken dan tot de vlakken
                                            die de verticale vlakken door de voorgevelrooilijn en
                                            door de achtergevelrooilijn snijden op de - krachtens de
                                                <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-20-toegelaten-hoogte-in-de-voorgevelrooilijn">artikelen 2.5.20</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-21-toegelaten-hoogte-in-de-achtergevelrooilijn">2.5.21</extref> - maximale bouwhoogte en die met
                                            het horizontale vlak een hoek vormen van: </al><lijst><li nr="a."><al>45 graden in de bebouwde kom;</al></li><li nr="b."><al>37 graden buiten de bebouwde kom.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een bouwwerk nabij een kruising van wegen een
                                            zijgevel heeft die gelegen is tegenover een
                                            achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok, mag dit
                                            bouwwerk bovendien niet hoger reiken dan tot het vlak
                                            dat het verticale vlak door die zijgevel snijdt ter
                                            hoogte van de - krachtens <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-22-toegelaten-hoogte-van-zijgevels-tegenover-een-achtergevelrooilijn">artikel 2.5.22</extref> - maximale bouwhoogte en
                                            dat met het horizontale vlak een hoek vormt van 56
                                            graden.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.24 Grootste toegelaten hoogte van
                                    bouwwerken</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van een bouwvergunningplichtig bouwwerk mag
                                            niet meer bedragen dan 15 meter.</al></li><li nr="2."><al>Indien het bouwwerk aan meer dan een weg grenst en deze
                                            wegen op verschillende hoogten liggen, geldt de hoogte
                                            ten opzichte van de laagstgelegen weg.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.25 Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg
                                    grenzende terreinen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van een bouwwerk dat met een ingevolge <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-3-bereikbaarheid-van-bouwwerken-voor-wegverkeer-brandblusvoorzieningen">artikel 2.5.3</extref> of <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-14-ontheffing-voor-overschrijdingen-van-de-achtergevelrooilijn">artikel 2.5.14</extref> verleende ontheffing wordt
                                            opgericht op een niet aan een weg grenzend terrein, mag
                                            niet meer bedragen dan 2,70 meter met dien verstande dat
                                            - uitgaande van een goothoogte van genoemde maat -
                                            daarboven een zadeldak met hellingen van ten hoogste 45
                                            graden toegelaten is.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van het bepaalde in het eerste lid, indien de aard en de
                                            ligging van de omringende bebouwing hiervoor geen
                                            beletsel vormen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.26 Wijze van meten van de hoogte van
                                    bouwwerken</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van een bouwwerk of van een gevel of van een
                                            ander buitenvlak van een bouwwerk moet worden gemeten
                                            ten opzichte van straatpeil.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van gevels die geen horizontale beëindiging
                                            hebben, moet worden bepaald door de oppervlakte te delen
                                            door de breedte. Plaatselijke verhogingen, als bedoeld
                                            in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-27-toegelaten-afwijkingen-van-de-toegelaten-bouwhoogte">artikel 2.5.27, onder d</extref>, en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-28-ontheffing-voor-overschrijdingen-van-de-toegelaten-bouwhoogte">artikel 2.5.28, onder h, i, j en k</extref>, moeten
                                            - voor zover zij de maximale hoogte overschrijden -
                                            buiten beschouwing worden gelaten.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.27 Toegelaten afwijkingen van de toegelaten
                                    bouwhoogte</tussenkop><al>Het bepaalde in artikel 2.5.20, eerste lid, artikel 2.5.21, eerste en derde lid, artikel 2.5.22, eerste lid, artikel 2.5.23 en artikel 2.5.24 is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>onderdelen van een bouwvergunningplichtig bouwwerk, die
                                            bij het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten
                                            worden als het aanbrengen van veranderingen van
                                            niet-ingrijpende aard als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken/article=3">artikel 3, eerste lid, onder k, van het Besluit
                                                bouwwerken</extref>;</al></li><li nr="b."><al>het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen van
                                            bouwwerken, anders dan het aanbrengen van veranderingen
                                            van niet-ingrijpende aard, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken/article=3">artikel 3, eerste lid, onder k, van het Besluit
                                                bouwwerken</extref>;</al></li><li nr="c."><al>topgevels in het verticale vlak, gaande door de
                                            voorgevelrooilijn of de achtergevelrooilijn, mits zij
                                            niet breder zijn dan 6 meter en mits de
                                            geveloppervlakte, over de breedte van de topgevel
                                            gemeten, niet groter is dan het product van de breedte
                                            van de topgevel en de maximale bouwhoogte ter
                                            plaatse;</al></li><li nr="d."><al>plaatselijke verhogingen met geen grotere breedte dan
                                            0,60 meter.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.28 Ontheffing voor overschrijdingen van de
                                    toegelaten bouwhoogte</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                    bepaalde in artikel 2.5.20, eerste lid, artikel 2.5.21, eerste en derde lid, artikel 2.5.22, eerste lid, artikel 2.5.23 en artikel 2.5.24 ten behoeve van:</al><lijst><li nr="a."><al>gebouwen voor openbaar nut, scholen, kerken,
                                            schouwburgen en andere gebouwen bestemd voor het houden
                                            van bijeenkomsten en vergaderingen;</al></li><li nr="b."><al>gebouwen bestemd voor woon-, kantoor- of
                                            winkeldoeleinden, indien de welstand bij het verlenen
                                            van de ontheffing is gebaat;</al></li><li nr="c."><al>gebouwen bestemd voor het uitoefenen van een bedrijf op
                                            een handels- en industrieterrein;</al></li><li nr="d."><al>agrarische bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="e."><al>het geheel of gedeeltelijk veranderen of vergroten van
                                            een bouwwerk, anders dan bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken/article=3">artikel 3, eerste lid, onder c, van het Besluit
                                                bouwwerken</extref> en indien: </al><lijst><li nr="1."><al>de bestaande belendende gebouwen de maximale
                                                  bouwhoogte overschrijden en de welstand bij het
                                                  verlenen van de ontheffing is gebaat;</al></li><li nr="2."><al>bij het overschrijden van bestaande uitwendige
                                                  hoogte-afmetingen andere hoogte-afmetingen kleiner
                                                  worden dan de bestaande;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van het
                                            verkeer, de waterhuishouding, de energievoorziening of
                                            het telecommunicatieverkeer al dan niet van openbare
                                            aard, anders dan bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken/article=3">artikel 3, derde lid, van het Besluit
                                                bouwwerken</extref>;</al></li><li nr="g."><al>topgevels, breder dan 6 meter en gevelverhogingen van
                                            soortgelijke aard;</al></li><li nr="h."><al>plaatselijke verhogingen met een grotere breedte dan
                                            0,60 meter;</al></li><li nr="i."><al>dakvensters, mits buitenwerks gemeten de breedte niet
                                            meer dan 1,75 meter, de hoogte niet meer dan 1,5 meter,
                                            de onderlinge afstand niet minder dan 3 meter en de
                                            afstand tot de erfscheiding niet minder dan 1,5 meter
                                            bedraagt. Deze laatste voorwaarde geldt niet voor
                                            gekoppelde dakvensters, die tot verschillende gebouwen
                                            behoren;</al></li><li nr="j."><al>draagconstructies voor een reclame;</al></li><li nr="k."><al>vrijstaande schoorstenen;</al></li><li nr="l."><al>bouwwerken op een monument - als bedoeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Monumentenwet%201988">Monumentenwet 1988</extref> dan wel in de
                                            provinciale of <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Monumentenverordening-Gemeente-Steenbergen-2006/06-01-2007">gemeentelijke monumentenverordening</extref>- voor
                                            zover zulks niet bezwaarlijk is om de in
                                            historisch-esthetisch opzicht gewenste aansluiting te
                                            verkrijgen bij het karakter van de bestaande
                                            omgeving.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.29 Ontheffing voor overschrijding van de
                                    rooilijnen en van de toegelaten bouwhoogte in geval van
                                    voorbereiding van ruimtelijk beleid</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>In andere gevallen dan bedoeld in de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-8-ontheffing-voor-overschrijdingen-van-de-voorgevelrooilijn">artikelen 2.5.8</extref>, <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-14-ontheffing-voor-overschrijdingen-van-de-achtergevelrooilijn">2.5.14</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-28-ontheffing-voor-overschrijdingen-van-de-toegelaten-bouwhoogte">2.5.28</extref> kunnen burgemeester en wethouders
                                            ontheffing verlenen van de verboden tot bouwen met
                                            overschrijding van de voor- en van de
                                            achtergevelrooilijn, en van het verbod tot bouwen met
                                            overschrijding van de maximale bouwhoogte.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde ontheffing kan door
                                            burgemeester en wethouders worden verleend indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de desbetreffende bouwactiviteit voorkomt in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20ruimtelijke%20ordening/article=20">artikel 20 van het Besluit op de Ruimtelijke
                                                  Ordening</extref>;</al></li><li nr="b."><al>de desbetreffende bouwactiviteit valt onder het
                                                  beleid van de provincie inzake <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20ruimtelijke%20ordening">artikel 19, tweede lid, van de Wet op de
                                                  Ruimtelijke Ordening</extref>;</al></li><li nr="c."><al>het desbetreffende bouwplan in overeenstemming
                                                  is met in voorbereiding zijnde toekomstig
                                                  ruimtelijk beleid.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Op de voorbereiding van het besluit omtrent een
                                            ontheffing, als bedoeld in het eerste lid, is de in
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">afdeling 3.4 van de Algemene wet
                                                bestuursrecht</extref> geregelde procedure van
                                            toepassing, met dien verstande dat: </al><lijst><li nr="a."><al>gedurende de termijn van ter inzage legging
                                                  eenieder schriftelijk zijn zienswijze omtrent de
                                                  aanvraag kan inbrengen;</al></li><li nr="b."><al>indien er zienswijzen zijn ingebracht
                                                  burgemeester en wethouders de beslissing over de
                                                  aanvraag om reguliere bouwvergunning met ten
                                                  hoogste zes weken kunnen verdagen.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.5.30 Parkeergelegenheid en laad- en
                                    losmogelijkheden bij of in gebouwen</tussenkop><lijst><li nr="1.Indien"><al>de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe
                                            aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of
                                            stallen van auto's in voldoende mate ruimte zijn
                                            aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of
                                            onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.
                                            Deze ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het
                                            gebruik of de bewoning van het gebouw, waarbij rekening
                                            moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per
                                            openbaar vervoer.</al></li><li nr="2.De"><al>in het eerste lid bedoelde ruimte voor het parkeren van
                                            auto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op
                                            gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te
                                            zijn voldaan: </al><lijst><li nr="a.indien"><al>de desbetreffende afmetingen in overeenstemming
                                                  zijn met het bepaalde in NEN 2443, uitgave 1976;
                                                  of</al></li><li nr="b.indien"><al>de afmetingen van een gereserveerde
                                                  parkeerruimte voor een gehandicapte in
                                                  overeenstemming zijn met het bepaalde in NEN 2443,
                                                  uitgave 1976, met dien verstande dat de breedte
                                                  van een dergelijke parkeerruimte - voor zover die
                                                  ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir
                                                  grenst - moet zijn vermeerderd met 0,60 m.</al></li></lijst></li><li nr="3.Indien"><al>de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te
                                            verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen
                                            van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate
                                            zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of
                                            onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw
                                            behoort.</al></li><li nr="4.Burgemeester"><al>en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                            bepaalde in het eerste en het derde lid: </al><lijst><li nr="a.indien"><al>het voldoen aan de bepalingen door bijzondere
                                                  omstandigheden op overwegende bezwaren stuit;
                                                  of</al></li><li nr="b.voor"><al>zover op andere wijze in de nodige pakeer- of
                                                  stallingsruimte, dan wel laad- of losmogelijkheden
                                                  wordt voorzien.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 6 Voorschriften inzake brandveiligheidinstallaties en
                                vluchtroutes</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 2.6.1 Algemene eisen voor brandveiligheidinstallaties
                                    in gebouwen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige voorzieningen voor
                                            de ontdekking en melding van brand, dat een brand zo
                                            snel mogelijk kan worden ontdekt en gemeld.</al></li><li nr="2."><al>Voor zover een gebruiksfunctie in tabel 2.6.1. van bijlage 10 van de deze
                                            verordening voorschriften zijn aangewezen, wordt voor
                                            die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde
                                            eis voldaan door toepassing van de voorschriften.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van het bepaalde in het eerst en het tweede lid, indien
                                            de aard en de geringe omvang van de gebruiksfunctie
                                            daartoe aanleiding geeft.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.6.2 Aanwezigheid van
                                    brandveiligheidinstallaties</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Een gebruiksfunctie: </al><lijst><li nr="a."><al>waarvan de hoogste vloer van een verblijfsruimte
                                                  is gelegen op in tabel 2.6.1. van bijlage 10 van deze
                                                  verordening aangegeven waarde boven het meetniveau
                                                  als bedoeld in het Bouwbesluit;</al></li><li nr="b."><al>waarvan de totale gebruiksoppervlakte meer
                                                  bedraagt dan de in tabel 2.6.1. van bijlage 10 van deze
                                                  verordening aangewezen grenswaarden;</al></li><li nr="c."><al>waarvan het aantal verblijfsruimten bestemd voor
                                                  bezoekers meer bedraagt dan de in tabel 2.6.1. van bijlage 10 van deze
                                                  verordening aangegeven grenswaarden;</al></li><li nr="d."><al>die is gelegen in een bouwwerk dat bestaat uit
                                                  meer bouwlagen dan de in tabel 2.6.1. van bijlage 10 zijn
                                                  aangegeven, is voorzien van een
                                                  brandmeldinstallatie als bedoeld in NEN 2535,
                                                  uitgave 1996, en NEN 2535/A1, uitgave 2002.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In een gebruiksfunctie niet zijnde een woonfunctie of
                                            een woongebouw waar vanaf de toegang van een
                                            verblijfsruimte slechts in één richting kan worden
                                            gevlucht, dient de ruimte waardoor dient te worden
                                            gevlucht alsmede de ruimten van waaruit de betreffende
                                            vluchtroute bij brand zou kunnen worden geblokkeerd,
                                            voorzien te zijn van een brandmeldinstallatie met
                                            ruimtebewaking, indien er sprake is van één of meer van
                                            de volgende situaties: </al><lijst><li nr="a."><al>De loopafstand tussen de toegang van een
                                                  verblijfsruimte en een punt vanwaar in meerdere
                                                  richtingen kan worden gevlucht, bedraagt meer dan
                                                  10 meter;</al></li><li nr="b."><al>Het totale oppervlak van het gedeelte van de
                                                  ruimte waardoor slechts in één richting kan worden
                                                  gevlucht alsmede de op dit gedeelte aangewezen
                                                  verblijfsruimten is groter dan 200 m2;</al></li><li nr="c."><al>Het aantal verblijfsruimten dat is aangewezen op
                                                  de betreffende ruimte bedraagt meer dan 2.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.6.3 Omvang van de bewaking door
                                    brandmeldinstallaties</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De omvang van de bewaking van de brandmeldinstallatie
                                            als bedoeld in NEN 2535, uitgave 1996, en NEN 2535/A!,
                                            uitgave 2002, is uitgevoerd als: </al><lijst><li nr="a."><al>niet-automatische bewaking; of</al></li><li nr="b."><al>gedeeltelijke bewaking; of</al></li><li nr="c."><al>volledige bewaking;zoals aangeven in tabel 2.6.1. van bijlage 10 van de
                                                  verordening, of.</al></li><li nr="d."><al>Ruimte bewaking voor gedeeltelijk samenvallende
                                                  vluchtroutes en risicoruimten.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een op grond van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-6-2-aanwezigheid-van-brandveiligheidinstallaties">artikel 2.6.2., lid 1, a, b en c</extref>, in een
                                            bouwwerk aanwezige brandmeldinstallatie meldt
                                            rechtstreeks door naar de alarmcentrale van de
                                            brandweer, voor zover dit voor een gebruiksfunctie staat
                                            aangegeven in tabel 2.6.1. van bijlage 10 van deze
                                            verordening”.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.6.4 Kwaliteit van brandmeldinstallaties</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Een op grond van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-6-2-aanwezigheid-van-brandveiligheidinstallaties">artikel 2.6.2</extref>. in een bouwwerk aanwezige
                                            brandmeldinstallatie voldoet aan het gestelde in NEN
                                            2535, uitgave 1996, en NEN 2535/A1, uitgave 2002.</al></li><li nr="2."><al>Een op grond van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-6-2-aanwezigheid-van-brandveiligheidinstallaties">artikel 2.6.2</extref>. in een bouwwerk aanwezige
                                            brandmeldinstallatie is ontworpen en aangelegd
                                            overeenkomstig een door of namens burgemeester en
                                            wethouders aanvaard programma van eisen als bedoeld in
                                            de NEN 2535, uitgave 1996, en NEN 2535/A1, uitgave
                                            2002.</al></li><li nr="3."><al>Een op grond van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-6-2-aanwezigheid-van-brandveiligheidinstallaties">artikel 2.6.2</extref> in een bouwwerk aanwezige
                                            brandmeldinstallatie welke op grond van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-6-3-omvang-van-de-bewaking-door-brandmeldinstallaties">artikel 2.6.3, lid 2</extref> rechtstreeks is
                                            doorgemeld naar de alarmcentrale van de brandweer, is
                                            voorzien van een geldig certificaat als bedoeld in de
                                            Regeling Brandmeldinstallaties 2002 van het Centrum voor
                                            Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) in Den Haag,
                                            dan wel een certificaat waarvan een door burgemeester en
                                            wethouders erkende, ter zake kundige, onafhankelijke
                                            onderzoeksinstelling in een schriftelijke verklaring
                                            heeft aangetoond dat dit certificaat ten minste
                                            gelijkwaardig is aan het certificaat als bedoeld in
                                            vorengenoemde Regeling Brandmeldinstallaties 2002.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.6.5 Beginsel inzake ontruimingsinstallaties</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige voorzieningen voor
                                            alarmering dat gebruikers bij brand binnen een redelijke
                                            tijd uit het bouwwerk kunnen vluchten.</al></li><li nr="2."><al>Voor zover voor een gebruiksfunctie in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#bijlage-11-ontruimingsalarminstallaties">tabel 2.6.5 van bijlage 11</extref> van deze
                                            verordening voorschriften zijn aangewezen, wordt voor
                                            die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde
                                            eis voldaan door toepassing van die voorschriften.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.6.6 Aanwezigheid van
                                    ontruimingsinstallaties</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Een gebruiksfunctie die op grond van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-6-2-aanwezigheid-van-brandveiligheidinstallaties">artikel 2.6.2</extref> is voorzien van een
                                            brandmeldinstallatie, is voorzien van een
                                            ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in NEN 2575,
                                            uitgave 2004.</al></li><li nr="2."><al>In een gebruiksfunctie, waarop het gestelde in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-6-2-aanwezigheid-van-brandveiligheidinstallaties">artikel 2.6.2, tweede lid</extref>, van toepassing
                                            is, dienen de betreffende verblijfsruimten te zijn
                                            voorzien van een automatische
                                            ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in NEN 2575,
                                            uitgave 2004.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.6.7 Aanwezigheid van
                                    ontruimingsinstallaties</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Een opgrond van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-6-6-aanwezigheid-van-ontruimingsinstallaties">artikel 2.6.6.</extref> in een bouwwerk aanwezige
                                            ontruimingsalarminstallatie voldoet aan het gestelde in
                                            NEN 2575, uitgave 2004;</al></li><li nr="2."><al>Een op grond van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-6-6-aanwezigheid-van-ontruimingsinstallaties">artikel 2.6.6.</extref> in een bouwwerk aanwezige
                                            ontruimingsalarminstallatie is ontworpen en aangelegd
                                            overeenkomstig een door of namens burgemeester en
                                            wethouders aanvaard programma van eisen, als bedoeld in
                                            NEN 2575, uitgave 2004.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.6.8 Beginsel inzake vluchtrouteaanduidingen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige aanduiding van
                                            vluchtroutes dat gebruikers op veilige wijze uit het
                                            bouwwerk kunnen vluchten;</al></li><li nr="2."><al>Voor zover voor een gebruiksfunctie in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#bijlage-12-tabel-2-6-8-vluchtroute-aanduiding-">tabel 2.6.8 van bijlage 12</extref> van deze
                                            verordening voorschriften zijn aangewezen, wordt voor
                                            deze gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde
                                            eis voldaan door toepassing van die voorschriften.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.6.9 Aanwezigheid van vluchtroutes</tussenkop><al>Een gebruiksfunctie, genoemd in tabel
                                        2.6.8. van bijlage 12 van deze verordening, is
                                    voorzien van vluchtrouteaanduidingen, als bedoeld in NEN 6088
                                    uitgave 2002.</al><tussenkop> Artikel 2.6.10 kwaliteit van vluchtrouteaanduidingen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Een op grond van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-6-9-aanwezigheid-van-vluchtroutes">artikel 2.6.9.</extref> in een bouwwerk aanwezige
                                            vluchtrouteaanduiding voldoet aan het gestelde in NEN
                                            6088, uitgave 2002;</al></li><li nr="2."><al>Een vluchtrouteaanduiding is goed zichtbaar en voldoende
                                            herkenbaar aangebracht;</al></li><li nr="3."><al>De in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-6-9-aanwezigheid-van-vluchtroutes">artikel 2.6.9</extref> vermelde
                                            vluchtrouteaanduiding dient voor wat betreft de
                                            zichtbaarheidsaspecten te voldoen aan artikel 5.2 tot en
                                            met 5.6 van NEN-EN 1838, uitgave 1999.</al></li><li nr="4."><al>Indien in een gebruiksfunctie of een deel van een
                                            gebruiksfunctie geen noodverlichting aanwezig is, is in
                                            geval van netspanningonderbreking het gestelde in lid 3
                                            niet van toepassing.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.6.11 Gelijkwaardigheid</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Voor bouwwerken, waarin op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=1.5">artikel 1.5 van het Bouwbesluit</extref> als
                                            gelijkwaardige oplossing een brandmeldinstallatie wordt
                                            toegepast, is <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-6-4-kwaliteit-van-brandmeldinstallaties">artikel 2.6.4.</extref> van overeenkomstig van
                                            toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Voor bouwwerken waarin op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=1.5">artikel 1.5 van het Bouwbesluit</extref> als
                                            gelijkwaardige oplossing een ontruimingsinstallatie
                                            wordt toegepast, is <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-6-7-aanwezigheid-van-ontruimingsinstallaties">artikel 2.6.7</extref> van overeenkomstig van
                                            toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Voor bouwwerken waarin op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=1.5">artikel 1.5 van het Bouwbesluit</extref> als
                                            gelijkwaardige oplossing een vluchtrouteaanduiding
                                            aanwezig is, is <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-6-9-aanwezigheid-van-vluchtroutes">artikel 2.6.9, tweede lid</extref>, en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-6-10-kwaliteit-van-vluchtrouteaanduidingen">2.6.10</extref> van overeenkomstige
                                            toepassing.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.6.12 Communicatiesysteem voor publieke
                                    hulpverleningsdiensten</tussenkop><al>Indien het naar het oordeel van burgemeester en wethouders voor
                                    het goed kunnen functioneren van publieke hulpverleningsdiensten
                                    bij een calamiteit in dat bouwwerk noodzakelijk is, moet een
                                    voor het publiek toegankelijk bouwwerk zijn voorzien van een
                                    installatie die mobiele radiocommunicatie tussen hulpverleners
                                    binnen en buiten dat bouwwerk mogelijk maakt.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 7 Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 2.7.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding</tussenkop><al>De in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=bouwbesluit/article=3.119">artikel 3.119 van het Bouwbesluit</extref> bedoelde, in
                                    bouwwerken aan te brengen voorzieningen voor drinkwater moeten
                                    zijn aangesloten aan het distributienet van de openbare
                                    waterleiding:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 50 m afstand van de
                                            dichtst bij zijnde leiding van het distributienet is
                                            gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op een grotere afstand dan 50 m van
                                            de dichtst bij zijnde leiding van het distributienet is
                                            gelegen, maar de kosten van aansluiting voor het
                                            desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij een
                                            afstand van 50 m.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.7.2 Eis tot aansluiting aan het
                                    elektriciteitsnet</tussenkop><al>De in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=2.46">artikel 2.46 van het Bouwbesluit</extref> bedoelde, in
                                    bouwwerken aan te brengen elektriciteitsvoorziening moet zijn
                                    aangesloten aan het openbare-distributienet voor
                                    elektriciteit:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 100 m afstand van de
                                            dichtst bij zijnde leiding van dat distributienet is
                                            gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op grotere afstand is gelegen van de
                                            leiding van het elektriciteitsdistributienet dan onder a
                                            bedoeld, maar de kosten van aansluiting voor het
                                            desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij een
                                            afstand van 100 m.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.7.3 Eis tot aansluiting aan het aardgasnet</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=2.68">artikel 2.68 van het Bouwbesluit</extref> bedoelde,
                                            in bouwwerken aan te brengen gasvoorziening moet zijn
                                            aangesloten aan het openbare-distributienet voor
                                            aardgas: </al><lijst><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 40 m afstand
                                                  van de dichtst bij zijnde leiding van dat
                                                  distributienet is gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op grotere afstand is
                                                  gelegen van de leiding van het
                                                  aardgasdistributienet dan onder a bedoeld, maar de
                                                  kosten van aansluiting voor het desbetreffende
                                                  bouwwerk niet hoger zijn dan bij een afstand van
                                                  40 m.</al></li></lijst></li><li nr="Niet"><al>van toepassing is het bepaalde in dit lid op woningen
                                            voor bejaarden.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen
                                            van het bepaalde in het eerste lid: </al><lijst><li nr="a."><al>voor woningen met een gebruiksoppervlakte van
                                                  meer dan 500 m2;</al></li><li nr="b."><al>voor woningen die niet bestemd zijn om te worden
                                                  verhuurd;</al></li><li nr="c."><al>voor woningen met een aansluiting op een
                                                  gemeenschappelijke of publieke voorziening voor
                                                  verwarming, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=2.69">artikel 2.69 van het Bouwbesluit</extref>
                                                  (warmtedistributienet)”</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.7.4 Eis tot aansluiting aan de openbare
                                    riolering</tussenkop><al>Alternatief 1</al><al>&lt;vervallen&gt;</al><al>Alternatief 2</al><lijst><li nr="1."><al>De in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=3.31">artikel 3.31 van het Bouwbesluit</extref> bedoelde,
                                            in bouwwerken aan te brengen voorziening voor de afvoer
                                            van afvalwater en faecaliën moeten zijn aangesloten aan
                                            een openbaar riool. Niet van Toepassing is deze eis in
                                            delen van de gemeente waarin geen openbare riolering
                                            aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>Op aanwijzing van het bouwtoezicht wordt bepaald: </al><lijst><li nr="a."><al>op welke plaats, op welke hoogte en met welke
                                                  binnenmiddellijn de voor het maken van de
                                                  aansluiting noodzakelijke leiding of leidingen de
                                                  gevel van het gebouw dan wel de grens van het erf
                                                  of terrein moet of moeten kruisen;</al></li><li nr="b."><al>of er al dan niet voorzieningen in die
                                                  aansluitleiding moeten worden tussen geschakeld
                                                  ter voorkoming van het terugvloeien van afvalwater
                                                  en faecaliën, ingeval de leiding te laag gelegen
                                                  is om op natuurlijke wijze op het openbaar riool
                                                  te lozen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag krachtens wetmilieubeheer bepaalt of
                                            er al dan niet voorzieningen in de bedoelde
                                            aansluitleiding moeten worden tussen geschakeld ter
                                            verzekering van de goede staat van het openbaar riool,
                                            dan wel ter voorkoming van hinder voor andere
                                            aangeslotenen aan het openbaar riool, ingeval de
                                            hoeveelheid of de aard van de af te voeren stoffen
                                            daartoe aanleiding geeft.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van het bepaalde in het eerste lid, indien de afvoer op
                                            een andere wijze zonder verontreiniging van water, bodem
                                            en lucht mogelijk is: </al><lijst><li nr="a."><al>voor nieuwe bouwwerken die op een grotere
                                                  afstand dan 40 m uit de perceelsgrens ten opzichte
                                                  van een openbaar riool zijn gelegen en voor
                                                  bestaande woningen 40 meter vanaf een openbaar
                                                  riool ten opzichte van het pand;</al></li><li nr="b."><al>voor agrarische bedrijven;</al></li><li nr="c."><al>Ontheffing bij gelijkwaardige voorziening.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.7.5 Aansluiting anders dan aan de openbare
                                    riolering</tussenkop><al>Alternatief 1</al><al>&lt;vervallen&gt;</al><al>Alternatief 2</al><lijst><li nr="1."><al>Indien de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=3.31">artikel 3.31 van het Bouwbesluit</extref> bedoelde,
                                            in bouwwerken aan te brengen voorzieningen voor de
                                            afvoer van afvalwater en faecaliën niet aan een openbaar
                                            riool worden aangesloten, gelden de volgende bepalingen: </al><lijst><li nr="a."><al>leidingen voor faecaliën, afkomstig uit
                                                  toiletten met waterspoeling , moeten lozen op een
                                                  rottingsput met overstort;</al></li><li nr="b."><al>leidingen voor de faecaliën, afkomstig uit
                                                  toiletten zonder waterspoeling, moeten lozen op
                                                  een beerput zonder overstort, een gierput of een
                                                  rottingput met overstort;</al></li><li nr="c."><al>leidingen voor de afvoer van afvalwater zonder
                                                  faecaliën, alsmede overstorten van rottingsputten
                                                  moeten zodanig lozen dat geen verontreiniging van
                                                  water, bodem en lucht kan optreden;</al></li><li nr="d."><al>leidingen voor de afvoer van afvalwater zonder
                                                  faecaliën mogen niet lozen op een
                                                  rottingsput.</al></li><li nr="e."><al>bij lozing op het oppervlaktewater is een
                                                  vergunning vereist van het Hoogheemraadschap of
                                                  diens opvolger:</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=3.41">artikel 3.41 van het Bouwbesluit</extref> bedoelde
                                            aan of in bouwwerken aan te brengen voorzieningen voor
                                            afvoer van hemelwater moeten: </al><lijst><li nr="a."><al>zodanig lozen dat geen verontreiniging van
                                                  water, bodem en lucht kan optreden; en</al></li><li nr="b."><al>zijn aangesloten aan een in de grond
                                                  aangebrachte opvang- en bezinkingsvoorziening van
                                                  voldoende capaciteit, welke voorziening in verband
                                                  met de grootte van de capaciteit, welke
                                                  voorziening in verband met de grootte van de te
                                                  ontwateren oppervlakten en de bodemgesteldheid ter
                                                  plaatse moet zijn gelegen op voldoende afstand van
                                                  de perceelgrenzen en de bebouwing op het
                                                  perceel.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen: </al><lijst><li nr="a."><al>van het bepaalde in het eerste lid, indien de
                                                  afvoer op andere wijze zonder verontreiniging van
                                                  water, bodem en lucht mogelijk is;</al></li><li nr="b."><al>van het bepaalde in het tweede lid, indien de
                                                  bodemgesteldheid en de grondwaterafvoer ter
                                                  plaatse, dan wel de omvang van het perceel en
                                                  infiltratie van hemelwater niet toelaten en
                                                  bovendien de afvoervoorziening voor hemelwater
                                                  niet wordt aangesloten aan een rottingsput.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>lid 1 is niet van toepassing bij de voorziening als
                                            bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet">artikel 274, lid 4, punt c</extref>.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.7.6 Kwaliteit en dimensionering van de
                                    buitenriolering op erven en terreinen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Ondergrondse doorvoeringen van leidingen door uitwendige
                                            scheidingsconstructies van bouwwerken moeten zoveel
                                            mogelijk haaks plaatsvinden. De doorvoeringen moeten
                                            waterdicht zijn aangewerkt.</al></li><li nr="2."><al>De aansluiting van de in het eerste lid bedoelde
                                            leidingen aan leidingen van de buitenriolering moet
                                            zodanig zijn dat de dichtheid van de aansluiting
                                            gehandhaafd blijft bij enige zetting van het bouwwerk of
                                            de buitenriolering.</al></li><li nr="3."><al>In leidingen, gelegen tussen de gevel van een gebouw en
                                            de aansluiting aan een openbaar riool, mogen geen
                                            beerputten of rottingputten voorkomen.</al></li><li nr="4."><al>Leidingen van de buitenriolering op erven en terreinen
                                            mogen geen vernauwingen in de stroomrichting bevatten en
                                            moeten een vloeiend beloop hebben, alsmede een voldoende
                                            lucht- en waterdichtheid en een voldoende binnenwerkse
                                            middellijn. Aan beide laatstgenoemde eisen wordt geacht
                                            te zijn voldaan, indien wordt voldaan aan het bepaalde
                                            in NEN 3215, uitgave 1997.</al></li><li nr="5."><al>Onverminderd het bepaalde in het vierde lid, moet een
                                            leiding voor de afvoer van afvalwater, faecaliën en
                                            hemelwater ter plaatse waar zij de grens van de weg
                                            kruist, een binnenwerkse middellijn hebben van ten
                                            minste 125 mm.</al></li><li nr="6."><al>Het materiaal, de sterkte en de vorm van buizen en
                                            hulpstukken van leidingen van de buitenriolering op
                                            erven en terreinen moeten doeltreffend zijn. Aan deze
                                            eis wordt geacht te zijn voldaan, indien wordt voldaan
                                            aan het bepaalde in de NEN-normen die zijn opgenomen in
                                                <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#bijlage-7-kwaliteitseisen-voor-buizen-en-hulpstukken-van-de-buitenriolering-op-erven-en-terreinen">bijlage 7</extref>.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 2.7.7 Wijze van meten van de afstand tot de leidingen
                                    van het openbare net van de nutsvoorzieningen</tussenkop><al>De in de artikelen 2.7.1, 2.7.2, 2.7.3 en 2.7.4 bedoelde afstand moet worden gemeten langs
                                    de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan
                                    worden gemaakt en tot het deel van het bouwwerk dat zich het
                                    dichtst bij een leiding van het distributienet bevindt. Hierbij
                                    moeten bouwwerken die zich tezamen op één erf of terrein
                                    bevinden, als één bouwwerk worden beschouwd.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 De melding.</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 3.1 Wijze van melden</titel></kop><structuurtekst><al>Gereserveerd</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 3.2 Welstandscriteria</titel></kop><structuurtekst><al>Gereserveerd</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij
                            ingebruikneming van een bouwwerk</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 4.1 Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of
                                tussentijdse staking van bouwwerkzaamheden</titel></kop><structuurtekst><al>Burgemeester en wethouders kunnen op grond van het gestelde in
                                    <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=59">artikel 59 van de Woningwet</extref> de bouwvergunning geheel
                                of gedeeltelijk intrekken, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de
                                        bouwvergunning geen begin met de bouwwerkzaamheden is
                                        gemaakt;</al></li><li nr="b."><al>tussen het begin en het einde van de bouwwerkzaamheden deze
                                        werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26
                                        weken stilliggen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4.2 Op het bouwterrein verplicht aanwezige
                                    bescheiden</tussenkop><al>Op het bouwterrein moeten, voor zover van toepassing op het
                                    bouwwerk, aanwezig zijn en op verzoek aan het bouwtoezicht ter
                                    inzage worden gegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwvergunning;</al></li><li nr="b."><al>andere vergunningen en ontheffingen;</al></li><li nr="c."><al>het bouwveiligheidsplan;</al></li><li nr="d."><al>een besluit ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=13">artikel 13 Woningwet</extref>, dan wel een besluit
                                            tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een
                                            last onder dwangsom.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4.3 Wijzigingen in gegevens bouwregistratie</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 4.4 Het uitzetten van de bouw</tussenkop><al>Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor bouwvergunning is
                                    verleend mag - onverminderd het in de voorwaarden van de
                                    bouwvergunning bepaalde - niet worden begonnen alvorens door of
                                    namens burgemeester en wethouders voor zover nodig:</al><lijst><li nr="a."><al>het straatpeil is aangegeven;</al></li><li nr="b."><al>de rooilijnen en/of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein
                                            zijn uitgezet.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4.5 Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van
                                    (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het bouwtoezicht dient - voor zover het betreft
                                            bouwwerken waarvoor bouwvergunning is verleend en
                                            onverminderd het bepaalde in de voorwaarden van de
                                            bouwvergunning - ten minste twee dagen voor de aanvang
                                            van elk der hierna te noemen onderdelen van het
                                            bouwproces in kennis te worden gesteld: </al><lijst><li nr="a."><al>de aanvang der werkzaamheden,
                                                  ontgravingswerkzaamheden daaronder begrepen;</al></li><li nr="b."><al>de aanvang van het inbrengen van de
                                                  funderingspalen, het slaan van proefpalen
                                                  daaronder begrepen;</al></li><li nr="c."><al>de aanvang van de
                                                  grondverbeteringswerkzaamheden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bouwtoezicht dient ten minste één dag van tevoren in
                                            kennis te worden gesteld van het storten van beton.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid bedoelde kennisgevingen
                                            moeten, indien het bouwtoezicht dit verlangt,
                                            schriftelijk geschieden.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4.6 Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en
                                    onderzoekingen</tussenkop><al>Zolang de bouwwerkzaamheden niet zijn voltooid moeten alle
                                    opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoeken worden
                                    verricht, welke het bouwtoezicht in het kader van de controle op
                                    de naleving van deze verordening en van het<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=%20Bouwbesluit%20">Bouwbesluit</extref>nodig acht.</al><tussenkop> Artikel 4.7 Bemalen van bouwputten</tussenkop><al>Bij het bemalen van bouwputten, leidingsleuven en andere
                                    tijdelijke ontgravingen ten behoeve van bouwwerkzaamheden mag
                                    niet op een zodanige wijze water aan de bodem worden onttrokken,
                                    dat een verlaging van de grondwaterstand in de omgeving
                                    plaatsvindt, waardoor funderingen van naburige bouwwerken worden
                                    aangetast op een wijze die de veiligheid van die bouwwerken
                                    schaadt.</al><tussenkop> Artikel 4.8 Veiligheid op het bouwterrein</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het bouwen en het verrichten van alles wat daarmee in
                                            verband staat, moet geschieden op veilige wijze, onder
                                            meer zodanig dat de nodige veiligheidsmaatregelen zijn
                                            genomen ten behoeve van de weg en de in de weg gelegen
                                            werken en de weggebruikers en ten behoeve van naburige
                                            bouwwerken, open erven en terreinen en hun
                                            gebruikers.</al></li><li nr="2."><al>Op een terrein, waarop een bouw- of grondwerk wordt
                                            uitgevoerd moeten, wanneer er niet wordt gewerkt -
                                            rustpauzen tijdens de dagelijkse werktijd niet
                                            inbegrepen: </al><lijst><li nr="a."><al>de tijdelijke elektrische installaties ten
                                                  behoeve van de uitvoering van het bouw- en
                                                  grondwerk, in hun geheel op zodanige wijze zijn
                                                  uitgeschakeld, dat het weer in gebruik stellen van
                                                  de installaties door anderen dan daartoe bevoegde
                                                  personen niet zonder meer mogelijk is;</al></li><li nr="b."><al>machines en werktuigen worden achtergelaten in
                                                  een zodanige toestand, dat deze dan wel
                                                  mechanismen daarvan, niet zonder meer door anderen
                                                  dan de daartoe bevoegde personen in werking kunnen
                                                  worden gesteld;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het tweede lid is niet van toepassing op de voeding van
                                            een elektrische verlichtingsinstallatie of van één of
                                            meer elektrisch aangedreven bemalingspompen, indien de
                                            omstandigheden vereisen dat de voeding niet wordt
                                            onderbroken en de veiligheid voldoende is
                                            gewaarborgd.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden stempels, schoren, kruisen of zwiepingen
                                            weg te nemen of andere veiligheidsmaatregelen op te
                                            heffen zolang zij uit veiligheidsoogpunt nodig
                                            zijn.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4.9 Afscheiding van het bouwterrein</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het terrein waarop wordt gebouwd, grond wordt ontgraven
                                            of dergelijke werkzaamheden worden verricht, moet door
                                            een doeltreffende afscheiding van de weg en van het
                                            aangrenzende open erf of terrein zijn afgescheiden
                                            indien gevaar of hinder te duchten is.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde afscheiding moet zodanig
                                            zijn geplaatst en ingericht, dat het verkeer zo min
                                            mogelijk hinder ervan ondervindt en de toegang tot
                                            brandkranen en andere openbare voorzieningen, zoals
                                            leidingen, er niet door wordt belemmerd.</al></li><li nr="5."><al>Een terrein, waarop een bouw- of grondwerk wordt
                                            uitgevoerd en dat niet van de weg en van het
                                            aangrenzende open erf of terrein is afgescheiden, moet,
                                            wanneer er niet wordt gewerkt, worden bewaakt, tenzij
                                            het bouwtoezicht dit niet nodig acht.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4.10 Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van
                                    hinder</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Afscheidingen, steigers, ladders, heistellingen,
                                            transportinrichtingen en ander hulpmateriaal moeten, wat
                                            kwaliteit en samenstelling betreft, voldoen aan de eis
                                            van goed en veilig werk en in goede staat van onderhoud
                                            verkeren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden bij de uitvoering van een bouw of
                                            grondwerk een werktuig of een stof te gebruiken, indien
                                            daardoor gevaar voor de omgeving optreedt.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen het gebruik van een
                                            werktuig, dat schade of ernstige hinder voor de omgeving
                                            veroorzaakt of kan veroorzaken, verbieden.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen voorschrijven, dat
                                            voor een op een werk te gebruiken krachtwerktuig: </al><lijst><li nr="a."><al>uitsluitend een bepaalde brandstof wordt
                                                  gebezigd, en/of</al></li><li nr="b."><al>de aandrijving elektrisch geschiedt, en/of</al></li><li nr="c."><al>het werktuig gedurende bepaalde delen van een
                                                  etmaal niet mag worden gebruikt.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid is niet
                                            van toepassing indien en voor zover het betreft nadelige
                                            gevolgen voor het milieu waarop de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> of enige in deze wet
                                            genoemde milieuwet van toepassing is.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4.11 Bouwafval</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het bouwafval moet op de bouwplaats tenminste worden
                                            gescheiden in de navolgende fracties: </al><lijst><li nr="a."><al>de als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen van
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20Europese%20afvalstoffenlijst">hoofdstuk 17 van de afvalstoffenlijst</extref>
                                                  behorende bij de Regeling Europese
                                                  afvalstoffenlijst (UERAL; Stcr. 17 augustus 2001
                                                  nr. 158 blz 9);</al></li><li nr="b."><al>steenwol, mits dit meer dan 1 m3 per bouwproject
                                                  bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>glaswol, mits dit meer dan 1 m3 per bouwproject
                                                  bedraagt;</al></li><li nr="d."><al>overig afval.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Overig afval, zoals bedoeld in voorgaande lid onder d en
                                            de fracties, bedoeld in het voorgaande lid onder a,b, en
                                            c moeten op de bouwplaats gescheiden worden
                                            gehouden.</al></li><li nr="3."><al>Indien de totale hoeveelheid bouwafval die vrijkomt bij
                                            een bouwproject minder bedraagt dan de inhoud van één
                                            container van 10 m3, mag degene die bedrijfsmatig
                                            bouwwerkzaamheden verricht dit bouwafval meenemen naar
                                            zijn bedrijf voor tijdelijke opslag.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4.12 Gereedmelding van (onderdelen van) de
                                    bouwwerkzaamheden</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Van het gereedkomen: </al><lijst><li nr="a."><al>van putten en van grond- en
                                                  huisaansluitleidingen van de riolering, alsmede
                                                  van leidingdoorvoeren en mantelbuizen door wanden
                                                  en vloeren beneden straatpeil;</al></li><li nr="b."><al>van de thermische isolatie in de spouw van
                                                  wanden, alsmede van de thermische isolatie in
                                                  andere besloten constructies.</al></li></lijst></li><li nr="moet"><al>het bouwtoezicht onmiddellijk na de voltooiing van de
                                            onder a. en b. bedoelde werkzaamheden in kennis worden
                                            gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Onderdelen van het bouwwerk, waarop het eerste lid
                                            betrekking heeft, mogen niet zonder toestemming van het
                                            bouwtoezicht aan het oog worden onttrokken gedurende
                                            twee dagen na het tijdstip van kennisgeving.</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige
                                            toepassing op die onderdelen van het bouwwerk, waarvoor
                                            in de aan de bouwvergunning verbonden voorwaarden een
                                            plicht tot kennisgeving van voltooiing is bepaald.</al></li><li nr="4."><al>Uiterlijk op de dag van beëindiging van de
                                            werkzaamheden, waarop de bouwvergunning betrekking
                                            heeft, wordt het einde van die werkzaamheden bij het
                                            bouwtoezicht gemeld.</al></li><li nr="5."><al>De in dit artikel bedoelde kennisgevingen moeten, indien
                                            het bouwtoezicht dit verlangt, schriftelijk
                                            geschieden.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4.13 Melden van werken bij lage temperaturen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien bij temperaturen beneden 2 graden Celsius beton-,
                                            metsel- of buitenpleisterwerk wordt uitgevoerd, moet het
                                            bouwtoezicht ten minste twee dagen vóór het begin van
                                            het desbetreffende werk in kennis worden gesteld van de
                                            te treffen maatregelen ten behoeve van: </al><lijst><li nr="a."><al>het niet verwerken van bevroren materialen;</al></li><li nr="b."><al>het verkrijgen van een goede binding en
                                                  verharding;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het desbetreffende werk na de
                                                  voltooiing tegen vorstschade, zolang het nog
                                                  onvoldoende is verhard of de temperatuur nog
                                                  beneden 2 graden Celsius is.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde kennisgevingen moeten,
                                            indien het bouwtoezicht dit verlangt, schriftelijk
                                            plaatsvinden.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4.14 Verbod tot ingebruikneming</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Staat van open erven en terreinen,
                            brandveiligheidinstallaties, aansluiting op de nutsvoorzieningen en
                            weren van schadelijk en hinderlijk gedierte</titel></kop><afdeling><kop><titel>Paragraaf 1 Staat van open erven en terreinen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 5.1.1 Staat van onderhoud van open erven en
                                    terreinen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Open erven en terreinen moeten zich in een, in verband
                                            met hun bestemming, voldoende staat van onderhoud
                                            bevinden.</al></li><li nr="2."><al>Open erven en terreinen mogen geen gevaar kunnen
                                            opleveren voor de veiligheid, noch nadeel voor de
                                            gezondheid van of hinder voor de gebruikers of anderen,
                                            ten gevolge van: </al><lijst><li nr="a."><al>drassigheid;</al></li><li nr="b."><al>stank;</al></li><li nr="c."><al>verontreiniging;</al></li><li nr="d."><al>aanwezigheid van schadelijk of hinderlijk
                                                  gedierte;</al></li><li nr="e."><al>aanwezigheid van begroeiing.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 5.1.2 Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer.
                                    Brandblusvoorzieningen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien de toegang van een gebouw meer dan 10 meter is
                                            verwijderd van een openbare weg, moet een verbindingsweg
                                            tussen die toegang en het openbare wegennet aanwezig
                                            zijn die geschikt is voor verhuisauto's, vuilnisauto's,
                                            ziekenauto's, brandweerauto's en het overige te
                                            verwachten verkeer, tenzij de aard, de ligging en het
                                            gebruik van het gebouw zulks niet vereisen.</al></li><li nr="2."><al>Een geschikte verbindingsweg in de zin van het eerste
                                            lid moet, tenzij de gemeenteraad voor de desbetreffende
                                            weg in een bestemmingsplan of in een verordening of
                                            anderszins voorschriften heeft vastgesteld: </al><lijst><li nr="a."><al>een breedte hebben van ten minste 4,5 m, over
                                                  een breedte van ten minste 3,25 m zijn verhard en
                                                  een vrije hoogte boven de kruin van de weg hebben
                                                  van ten minste 4,2 m;</al></li><li nr="b."><al>zijn verhard op een wijze die in overeenstemming
                                                  is voor motorvoertuigen met een massa van ten
                                                  minste 14.600 kg en zijn voorzien van de benodige
                                                  kunstwerken; en</al></li><li nr="c."><al>op een doeltreffende wijze kunnen
                                                  afwateren.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
                                            een bijgebouw, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20bouwvergunningsvrije%20en%20licht-bouwvergunningplichtige%20bouwwerken/article=2">artikel 2, onder b, van het Besluit vergunningvrij
                                                en licht-bouwvergunningplichtige
                                            bouwwerken</extref>, voor zover dit niet voor bewoning
                                            is bestemd, maar wel tot een hoofdgebouw behoort, dat op
                                            hetzelfde terrein is gelegen.</al></li><li nr="4."><al>Nabij ieder gebouw moeten zodanige opstelplaatsen voor
                                            brandweerauto's aanwezig zijn, dat een doeltreffende
                                            verbinding tussen die auto's en de bluswatervoorziening
                                            kan worden gelegd, tenzij de aard, de ligging en het
                                            gebruik van het gebouw zulks niet vereisen.</al></li><li nr="5."><al>Bij afwezigheid van een toereikende openbare
                                            bluswatervoorziening moet worden zorg gedragen voor een
                                            doeltreffende niet openbare bluswatervoorziening.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5.1.3 Bereikbaarheid van gebouwen voor
                                    gehandicapten</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Tussen de toegang van enerzijds: </al><lijst><li nr="a."><al>een woning of een woongebouw, als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=4.3">artikel 4.3 van het Bouwbesluit</extref>;</al></li><li nr="b."><al>een gebouw met een al dan niet
                                                  gemeenschappelijke toegankelijkheidssector, als
                                                  bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=4.3">artikel 4.3 van het Bouwbesluit</extref>; en
                                                  anderzijds de openbare weg moet een mede voor
                                                  gehandicapten begaanbare weg of begaanbaar pad
                                                  aanwezig zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de in het eerste lid bedoelde wegen en paden geldt
                                            dat zij: </al><lijst><li nr="a."><al>ten minste 1,10 m breed moeten zijn; en</al></li><li nr="b."><al>geen kleinere vrije doorgang mogen hebben dan
                                                  0,85 m; en</al></li><li nr="c."><al>ten hoogste een hoogteverschil mogen overbruggen
                                                  van 0,02 m, tenzij dit plaatsvindt door middel van
                                                  een hellingbaan die voldoet aan het bepaalde in de
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=2.39">artikelen 2.39</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=2.40">2.40 van het Bouwbesluit</extref></al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 2 Staat van brandveiligheidinstallaties en
                                vluchtrouteaanduidingen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 5.2.1 Voorschriften inzake
                                    brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen</tussenkop><al>Voor bestaande bouwwerken zijn de artikelen 2.6.1 tot en met 2.6.12 van
                                    overeenkomstige toepassing.</al><tussenkop> Artikel 5.2.2 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in
                                    gebouwen niet zijnde woningen, woongebouwen, logiesverblijven,
                                    logiesgebouwen of kantoorgebouwen</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 5.2.3 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in
                                    woongebouwen van bijzondere aard</tussenkop><al>vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 5.2.4 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in
                                    logiesverblijven en logiesgebouwen</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 5.2.5 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in
                                    kantoorgebouwen</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 3 Aansluiting op de nutsvoorzieningen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 5.3.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding</tussenkop><al>De in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=3.123">artikelen 3.123</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=3.124">3.124 van het Bouwbesluit</extref> bedoelde, in bouwwerken
                                    aanwezige voorzieningen voor drinkwater moeten zijn aangesloten
                                    aan het distributienet van de openbare waterleiding:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 50 m afstand van de
                                            dichtst bij zijnde leiding van het distributienet is
                                            gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op een grotere afstand dan 50 m van
                                            de dichtst bij zijnde leiding van het distributienet is
                                            gelegen, maar de kosten van aansluiting voor het
                                            desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij een
                                            afstand van 50 m.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5.3.2 Eis tot aansluiting aan het
                                    elektriciteitsnet</tussenkop><al>De in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=2.52">artikel 2.52 van het Bouwbesluit</extref> bedoelde, in
                                    bouwwerken aanwezige elektriciteitsvoorziening moet zijn
                                    aangesloten aan het openbare-distributienet voor
                                    elektriciteit:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 100 m afstand van de
                                            dichtst bij zijnde leiding van dat distributienet is
                                            gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op grotere afstand is gelegen van de
                                            leiding van het elektriciteitsdistributienet dan onder a
                                            bedoeld, maar de kosten van aansluiting voor het
                                            desbetreffende bouwwerk niet hoger zijn dan bij een
                                            afstand van 100 m.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5.3.3 Eis tot aansluiting aan het aardgasnet</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=2.72">artikel 2.72 van het Bouwbesluit</extref> bedoelde,
                                            in bouwwerken aanwezige gasvoorziening moet zijn
                                            aangesloten aan het openbare distributienet voor
                                            aardgas: </al><lijst><li nr="a."><al>indien het bouwwerk op ten hoogste 40 m afstand
                                                  van de dichtst bij zijnde leiding van dat
                                                  distributienet is gelegen; of</al></li><li nr="b."><al>indien het bouwwerk op grotere afstand is
                                                  gelegen van de leiding van het
                                                  aardgasdistributienet dan onder a bedoeld, maar de
                                                  kosten van aansluiting voor het desbetreffende
                                                  bouwwerk niet hoger zijn dan bij een afstand van
                                                  40 m.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Niet van toepassing is voorgaande eis op: </al><lijst><li nr="a."><al>woningen voor bejaarden;</al></li><li nr="b."><al>woningen met een gebruiksoppervlakte van meer
                                                  dan 500 m2;</al></li><li nr="c."><al>woningen die niet worden verhuurd;</al></li><li nr="d."><al>woningen met een aansluiting op het
                                                  stadsverwarmingsnet.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 5.3.4 Eis tot aansluiting aan de openbare
                                    riolering</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=3.36">artikel 3.36 van het Bouwbesluit</extref> bedoelde,
                                            in bouwwerken aanwezige voorzieningen voor de afvoer van
                                            afvalwater en faecaliën, alsmede de eventueel in of aan
                                            bouwwerken aanwezige voorzieningen voor de afvoer van
                                            hemelwater moeten, onverminderd het bepaalde in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-3-6-kwaliteit-en-dimensionering-van-de-buitenriolering-op-erven-en-terreinen">artikel 5.3.6</extref> op een doeltreffende wijze
                                            zijn aangesloten aan een openbaar riool.</al></li><li nr="2."><al>Niet van toepassing is het gestelde in het eerste lid: </al><lijst><li nr="a."><al>in delen van de gemeente waarin geen openbare
                                                  riolering aanwezig is;</al></li><li nr="b."><al>op bouwwerken die op een grotere afstand dan 40
                                                  m van een openbaar riool zijn gelegen;</al></li><li nr="c."><al>voor zover uitsluitend hemelwater wordt
                                                  geloosd;</al></li><li nr="d."><al>op agrarische bedrijven waarin de faecaliën voor
                                                  bedrijfsdoeleinden worden gebruikt en een daartoe
                                                  voldoende ruime gier- of beerput aanwezig is.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 5.3.5 Aansluiting anders dan aan de openbare
                                    riolering</tussenkop><al>Indien het gestelde in artikel 5.3.4, tweede lid, van toepassing is,
                                    gelden de volgende bepalingen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor de opvang van faecaliën, afkomstig uit toiletten
                                            met waterspoeling, moet een doeltreffende rottingput met
                                            een doeltreffende aansluitleiding naar die toiletten
                                            aanwezig zijn, tenzij de faecaliën voor agrarische
                                            bedrijfsdoeleinden worden gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>voor de opvang van faecaliën, afkomstig uit toiletten
                                            zonder waterspoeling, moeten een doeltreffende beerput
                                            zonder overstort, een doeltreffende gierput of een
                                            doeltreffende rottingput met overstort aanwezig zijn,
                                            alsmede een doeltreffende aansluitleiding tussen die
                                            toiletten en de genoemde put, tenzij op andere zodanige
                                            wijze wordt geloosd dat geen verontreiniging van water,
                                            bodem of lucht kan optreden;</al></li><li nr="d."><al>leidingen voor de afvoer van hemelwater en voor de
                                            afvoer van afvalwater zonder faecaliën, alsmede
                                            overstorten van rottingputten moeten zodanig lozen dat
                                            geen verontreiniging van water, bodem of lucht kan
                                            optreden;</al></li><li nr="e."><al>leidingen voor de afvoer van hemelwater en voor de
                                            afvoer van afvalwater zonder faecaliën mogen niet lozen
                                            op een rottingput</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 5.3.6 Kwaliteit en dimensionering van de
                                    buitenriolering op erven en terreinen</tussenkop><al>Artikel 2.7.6 en de bijbehorende bijlage 7 zijn van overeenkomstige
                                    toepassing.</al><tussenkop> Artikel 5.3.7 Wijze van meten van de afstand tot de leidingen
                                    van het openbare net van de nutsvoorzieningen</tussenkop><al>De in de artikelen 5.3.1, 5.3.2, 5.3.3 en 5.3.4 bedoelde afstand moet worden gemeten langs
                                    de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan
                                    worden gemaakt en tot het deel van het bouwwerk dat zich het
                                    dichtst bij een leiding van het distributienet bevindt. Hierbij
                                    moeten bouwwerken die zich tezamen op één erf of terrein
                                    bevinden, als één bouwwerk worden beschouwd.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte.
                                Reinheid</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 5.4.1 Preventie</tussenkop><al>Het normale onderhoud van een bouwwerk dient zodanig te
                                    geschieden dat het bouwwerk zich in zindelijke staat
                                    bevindt.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6 Brandveilig gebruik</titel></kop><afdeling><kop><titel>Paragraaf 1 Gebruiksvergunning</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 6.1.1 Vergunning gebruik bouwwerk</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een
                                            gebruiksvergunning van burgemeester en wethouders een
                                            bouwwerk in gebruik te hebben of te houden, waarin: </al><lijst><li nr="a."><al>meer dan vijftig personen tegelijk aanwezig
                                                  zullen zijn, anders dan in een één- of
                                                  meergezinshuis;</al></li><li nr="b."><al>aan vijf of meer personen bedrijfsmatig of in
                                                  het kader van verzorging nachtverblijf zal worden
                                                  verschaft;</al></li><li nr="c."><al>aan tien of meer kinderen jonger dan twaalf
                                                  jaar, of aan meer dan tien lichamelijk en/of
                                                  verstandelijk gehandicapten dagverblijf zal worden
                                                  verschaft;</al></li><li nr="d.&lt;door"><al>tussentijdse hernummering niet ingevuld&gt;</al></li><li nr="e."><al>prostitutie wordt uitgeoefend, waarin vijf of
                                                  meer personen tegelijk aanwezig kunnen zijn;</al></li><li nr="f."><al>alle gebouwen op basis van het reken/beslismodel
                                                  beheersbaarheid van brand de compartimentgrootte
                                                  is bepaald oftewel brandcompartimenten groter zijn
                                                  dan 1000 m2 of op grond van gelijkwaardige
                                                  veiligheid (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=1.5">artikel 1.5 van het Bouwbesluit</extref>)
                                                  technische dan wel organisatorische voorzieningen
                                                  zijn toegepast.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de
                                            gebruiksvergunning slechts voorwaarden verbinden in het
                                            belang van het voorkomen, beperken en bestrijden van
                                            brand, het beperken van brandgevaar en het voorkomen en
                                            beperken van ongevallen bij brand.</al></li><li nr="3."><al>Indien het belang waarvoor de vergunning is verleend dit
                                            vereist op grond van een verandering van de inzichten
                                            en/of verandering van de omstandigheden gelegen buiten
                                            het bouwwerk, opgetreden na het verlenen van de
                                            vergunning, kunnen burgemeester en wethouders aan de
                                            vergunning nieuwe voorwaarden verbinden en gestelde
                                            voorwaarden wijzigen of intrekken.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 6.1.2 Aanvraag gebruiksvergunning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Bij de aanvraag moeten de gegevens en bescheiden worden
                                            overgelegd als genoemd het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet">Besluit indieningsvereisten</extref>.</al></li><li nr="2."><al>Bij het indienen van de aanvraag moet de aanvrager
                                            gebruik maken van de door of namens burgemeester en
                                            wethouders vastgestelde formulieren. De bij deze
                                            aanvraag behorende gegevens en bescheiden moeten voldoen
                                            aan de eisen van de in het eerste lid genoemde
                                            bijlage.</al></li><li nr="3."><al>De aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden moeten in
                                            drievoud worden ingediend.</al></li><li nr="4."><al>De aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden moeten in
                                            het Nederlands zijn gesteld.</al></li><li nr="5."><al>De aanvraag mag meer dan één bouwwerk betreffen, indien
                                            zij betrekking heeft op bouwwerken op hetzelfde terrein
                                            of op met elkaar samenhangende terreinen.</al></li><li nr="6."><al>De bij de aanvraag om gebruiksvergunning behorende
                                            bescheiden moeten door de aanvrager of diens gemachtigde
                                            worden ondertekend dan wel worden gewaarmerkt.</al></li><li nr="6."><al>Indien de aanvraag betrekking heeft op een wijziging van
                                            een bestaande situatie, moeten uit de aanvraag en de
                                            daarbijbehorende bescheiden de bestaande en de nieuwe
                                            toestand duidelijk blijken.</al></li><li nr="7."><al>De aanvrager krijgt door of namens burgemeester en
                                            wethouders een bewijs van ontvangst toegezonden of
                                            uitgereikt, waarin de datum van ontvangst is
                                            vermeld.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 6.1.3 In behandeling nemen</tussenkop><al>Bij het niet voldoen aan de bij of krachtens artikel
                                        6.1.2 gestelde eisen, alsmede aan de eisen die
                                    gelden ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A1">artikelen 4:1</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A2">4:2 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> stellen
                                    burgemeester en wethouders de aanvrager in de gelegenheid om de
                                    door hen aan te geven ontbrekende gegevens over te leggen.</al><tussenkop> Artikel 6.1.4 Termijn van beslissing</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag
                                            voor een gebruiksvergunning binnen twaalf weken na
                                            ontvangst van de aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing voor
                                            ten hoogste zes weken verdagen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede
                                            lid houden burgemeester en wethouders de beslissing aan
                                            indien: </al><lijst><li nr="a."><al>voor hetzelfde bouwwerk een bouwvergunning is
                                                  vereist en zij over die vergunning nog niet hebben
                                                  beslist;</al></li><li nr="b."><al>voor hetzelfde bouwwerk een besluit tot
                                                  toepassing van bestuursdwang of het opleggen van
                                                  een last onder dwangsom dan wel een besluit
                                                  ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=13">artikel 13 van de Woningwet</extref> is genomen
                                                  wegens strijd met de voorschriften van het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit">Bouwbesluit</extref>, als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=1b">artikel 1b van de Woningwet</extref> en deze
                                                  binnen de in het eerste lid vermelde termijn is
                                                  verzonden, doch aan dit besluit nog niet is
                                                  voldaan.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De in het derde lid bedoelde aanhouding eindigt zes
                                            weken nadat is beslist op een aanvraag om bouwvergunning
                                            als bedoeld onder letter a van het derde lid, dan wel
                                            nadat is voldaan aan het besluit als bedoeld onder
                                            letter b van het derde lid en burgemeester en wethouders
                                            hiervan in kennis zijn gesteld.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 6.1.5 Weigeren gebruiksvergunning</tussenkop><al>Een gebruiksvergunning moet worden geweigerd indien een van de
                                    volgende omstandigheden zich voordoet:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de aanvraag vermelde wijze van gebruik van het
                                            bouwwerk kan in relatie tot de beoogde gebruiksfunctie
                                            niet geacht worden een brandveilig gebruik te zijn en
                                            door het stellen van voorwaarden kan geen voldoende
                                            brandveilig gebruik worden bereikt;</al></li><li nr="b."><al>de bouwvergunning is geweigerd.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 6.1.6 Intrekken gebruiksvergunning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een gebruiksvergunning
                                            intrekken indien: </al><lijst><li nr="a."><al>blijkt, dat zij de vergunning ten gevolge van
                                                  onjuiste of onvolledige gegevens hebben
                                                  verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de houder van de vergunning niet
                                                  heeft voldaan aan een voorwaarde van de
                                                  vergunning;</al></li><li nr="c."><al>van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt
                                                  binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van
                                                  de vergunning;</al></li><li nr="d."><al>van de vergunning gedurende een periode van 26
                                                  weken of langer geen gebruik is gemaakt;</al></li><li nr="e."><al>het belang waarvoor de vergunning is verleend
                                                  dit vereist op grond van een verandering van de
                                                  inzichten en/of verandering van de omstandigheden
                                                  gelegen buiten het bouwwerk, opgetreden na het
                                                  verlenen van de vergunning, en het niet mogelijk
                                                  blijkt door het stellen of wijzigen van
                                                  voorwaarden dat belang voldoende te
                                                  beschermen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders gaan niet over tot intrekking
                                            dan nadat zij de houder van de vergunning hebben
                                            gehoord.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 6.1.7 Verplicht aanwezige bescheiden</tussenkop><al>In het bouwwerk waar de activiteiten plaatsvinden waarop de
                                    gebruiksvergunning betrekking heeft moet deze vergunning
                                    aanwezig zijn, en moet op verzoek van degene die is belast met
                                    de zorg voor de naleving van dit hoofdstuk, ter inzage worden
                                    gegeven.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 2 Het voorkomen van brand en het beperken van brand en
                                brandgevaar</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 6.2.1 Gebruikseisen voor bouwwerken</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een bouwwerk te gebruiken in strijd met
                                            de gebruikseisen zoals per onderwerp vermeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#bijlage-3-gebruikseisen-voor-bouwwerken">bijlage 3</extref> bij deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het gestelde in het eerste lid, is het
                                            verboden een bouwwerk met uitzondering van de
                                            niet-gemeenschappelijke ruimten in woonfuncties te
                                            gebruiken in strijd met de gebruikseisen zoals per
                                            onderwerp vermeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#bijlage-4-gebruikseisen-voor-bouwwerken-met-uitzondering-van-de-niet-gemeenschappelijke-ruimten-in-woonfuncties">bijlage 4</extref> bij deze verordening.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 6.2.2 Opslag brandgevaarlijke stoffen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>In, op of nabij een bouwwerk is geen in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#bijlage-5-opslag-brandgevaarlijke-stoffen">bijlage 5</extref> aangewezen brandgevaarlijke stof
                                            aanwezig.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#bijlage-5-opslag-brandgevaarlijke-stoffen">bijlage 5</extref> aangegeven maximum hoeveelheid
                                                  van de betreffende stoffen niet wordt
                                                  overschreden, met dien verstande dat de totale
                                                  toegestane hoeveelheid van de eerste zes rijen
                                                  honderd kilogram of liter is,</al></li><li nr="b."><al>de betreffende stof zodanig is verpakt </al><lijst><li nr="-"><al>dat de verpakking tegen normale behandeling
                                                  bestand is, en</al></li><li nr="-"><al>van de inhoud niets onvoorzien uit de
                                                  verpakking kan ontsnappen, en</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>de betreffende stof wordt gebruikt met
                                                  inachtneming van de op de verpakking aangegeven
                                                  gevaarsaanduiding (R- en S-zinnen).</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde is voorts niet van
                                            toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>de brandstof in het reservoir bij een
                                                  verbrandingsmotor;</al></li><li nr="b."><al>de brandstof in een verlichtings-, een
                                                  verwarmings- of een ander warmteontwikkelend
                                                  toestel;</al></li><li nr="c."><al>voor consumptie bestemde alcoholhoudende
                                                  dranken, en</al></li><li nr="d."><al>het aanwezig hebben van een grotere dan de in
                                                  bijlage 5 aangegeven maximum hoeveelheid van de
                                                  betreffende stof voor zover dat bij of krachtens
                                                  de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Milieubeheer">Wet Milieubeheer</extref> is toegestaan.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Bij het bepalen van de hoeveelheid als bedoeld in het
                                            tweede lid onder a, worden volledig meegerekend de
                                            inhoudsmaten van vaatwerk dat gedeeltelijk is gevuld met
                                            een vloeistof die in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#bijlage-5-opslag-brandgevaarlijke-stoffen">bijlage 5</extref> als brandgevaarlijk is
                                            aangemerkt.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 6.2.3 Opslag en verwerking stoffen</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 3 Het bestrijden van brand en het voorkomen van
                                ongevallen bij brand</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 6.3.1 Gebruiksgereed houden bluswater
                                    winplaatsen</tussenkop><al>Vervallen</al><tussenkop> Artikel 6.3.2 Gebruik middelen en voorzieningen</tussenkop><al>Het is verboden voorwerpen of stoffen op zodanige wijze te
                                    plaatsen of te hebben dat daardoor het onmiddellijk gebruik of
                                    de zichtbaarheid ervan wordt belemmerd van:</al><lijst><li nr="a."><al>middelen en voorzieningen tot melding van alarmering bij
                                            en bestrijding van brand.</al></li><li nr="b."><al>middelen en voorzieningen tot ontvluchting en redding
                                            van personen en dieren bij brand.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 4 Hinder in verband met de brandveiligheid</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 6.4.1 Hinder in verband met de
                                    brandveiligheid</tussenkop><al>Onverminderd het bepaalde in of krachtens de artikelen
                                        6.1.1 tot en met 6.3.2 is het verboden in, op, of
                                    aan een bouwwerk of op een open erf of terrein voorwerpen of
                                    stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te
                                    verrichten of na te laten of werktuigen te gebruiken,
                                    waardoor:</al><lijst><li nr="a."><al>op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze
                                            rook, roet, walm of stof wordt verspreid;</al></li><li nr="b."><al>brandgevaar wordt veroorzaakt;</al></li><li nr="c."><al>het vluchten wordt belemmerd.</al></li></lijst><al>Niet van toepassing is het vorenstaande, indien en voor zover
                                    het betreft hinder, terzake waarvan de Wet milieubeheer of enige
                                    in deze wet genoemde wet van toepassing is.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7 Overige gebruiksbepalingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Paragraaf 1 Overbevolking</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 7.1.1 Overbevolking van woningen</tussenkop><al>Het is verboden een woning te bewonen of toe te staan dat een
                                    woning wordt bewoond door meer dan één persoon per 12 m2
                                    gebruiksoppervlakte.</al><tussenkop> Artikel 7.1.2 Overbevolking van woonwagens en
                                    woonketen</tussenkop><al>Het is verboden een woonwagen, respectievelijk een woonkeet te
                                    bewonen met of toe te staan dat een woonwagen, respectievelijk
                                    een woonkeet wordt bewoond door meer dan één persoon per 6 m2
                                    gebruiksoppervlakte.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 2 Staken van het gebruik</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 7.2.1 Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid</tussenkop><al>Het is verboden een bouwwerk, een standplaats, een open erf of
                                    terrein te gebruiken of te doen gebruiken, indien door of namens
                                    burgemeester en wethouders is medegedeeld dat zulks gevaarlijk
                                    is in verband met:</al><lijst><li nr="a."><al>bouwvalligheid van het bouwwerk;</al></li><li nr="b."><al>bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen
                                            bouwwerk.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 7.2.2 Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid
                                    en gebrek aan hygiëne</tussenkop><al>Indien tengevolge van het niet functioneren – hieronder begrepen
                                    het afgesloten zijn – van de ingevolge het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit">Bouwbesluit</extref> verplicht aanwezige voorzieningen tot
                                    het kunnen afvoeren van faecaliën, het kunnen beschikken over
                                    drinkwater, het beschikken over gedistribueerd gas en het kunnen
                                    beschikken over gedistribueerde elektriciteit een onvoldoende
                                    veiligheid of een onvoldoende hygiëne aanwezig is, kunnen
                                    burgemeester en wethouders gelasten het gebruik van het bouwwerk
                                    te staken.</al><tussenkop> Artikel 7.2.3 Staken van gebruik van een woonwagen</tussenkop><al>Indien in een besluit op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=17/date=2005-01-01">artikel 17 van de Woningwet</extref> is bepaald dat het
                                    gebruik van een gebouw op of behorende bij een standplaats moet
                                    worden gestaakt en dientengevolge essentiële voorzieningen ten
                                    dienste van het bewonen van een woonwagen buiten gebruik zijn
                                    gesteld, kunnen burgemeester en wethouders gelasten het gebruik
                                    te staken gedurende de periode dat de bedoelde voorzieningen
                                    niet functioneren.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 3 Gebruik van bouwwerken, open erven en
                                terreinen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 7.3.1</tussenkop><al>(Vervallen)</al><tussenkop> Artikel 7.3.2 Hinder</tussenkop><al>Het is verboden in, op of aan een bouwwerk of op een open erf of
                                    terrein voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te
                                    hebben, handelingen te verrichten of na te laten of werktuigen
                                    te gebruiken, waardoor:</al><lijst><li nr="a."><al>overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de
                                            gebruikers van het bouwwerk, het open erf of
                                            terrein;</al></li><li nr="b."><al>op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze
                                            stank, stof of vocht of irriterend materiaal wordt
                                            verspreid of overlast wordt veroorzaakt door geluid en
                                            trilling, elektrische trilling daaronder begrepen, of
                                            door schadelijk of hinderlijk gedierte, dan wel door
                                            verontreiniging van het bouwwerk, open erf of
                                            terrein;</al></li><li nr="c."><al>instortings-, omval- of ander gevaar wordt
                                            veroorzaakt.</al></li></lijst><al>Niet van toepassing is het vorenstaande, indien en voor zover
                                    het betreft nadelige gevolgen voor het milieu waarop de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref> of enige in deze wet genoemde wet
                                    van toepassing is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte.
                                Reinheid</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 7.4.1 Preventie</tussenkop><al>Het normale onderhoud van een bouwwerk dient zodanig te
                                    geschieden dat het bouwwerk zich in een zindelijke staat
                                    bevindt.</al><al>Voorraden en afval dienen op een zodanige wijze en plaats te
                                    worden bewaard dat schadelijk of hinderlijk gedierte hierdoor
                                    niet wordt aangetrokken.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 5 Watergebruik</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 7.5.1 Verboden gebruik van water</tussenkop><al>Het is verboden drink- en werkwater, waarvan door burgemeester
                                    en wethouders schriftelijk is medegedeeld dat het ondeugdelijk
                                    wordt geacht, te gebruiken.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 6 Installaties</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 7.6.1 Gebruiksgereed houden van installaties</tussenkop><al>Installaties in of nabij een bouwwerk, waarvan het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit">Bouwbesluit</extref> en/of bouwverordening de aanwezigheid
                                    verplicht stelt, moeten in goede staat verkeren, zodat daarvan
                                    een onbelemmerd gebruik ken worden gemaakt.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 8 Slopen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Paragraaf 1 Sloopvergunning</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 8.1.1 Sloopvergunning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bouwwerken, standplaatsen en woonwagens
                                            daaronder begrepen, te slopen zonder of in afwijking van
                                            een vergunning van burgemeester en wethouders
                                            (sloopvergunning).</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde vergunning is niet vereist
                                            indien naar redelijke schatting de hoeveelheid
                                            sloopafval niet meer zal bedragen dan 10 m3, tenzij het
                                            slopen mede betreft het verwijderen van asbest. Voorts
                                            is geen vergunning vereist voor het slopen ingevolge een
                                            besluit op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=13">artikel 13 van de Woningwet</extref>, dan wel een
                                            besluit tot toepassing van bestuursdwang of oplegging
                                            van een last onder dwangsom. Burgemeester en wethouders
                                            kunnen aan hun besluit voorwaarden verbinden als bedoeld
                                            in het derde lid.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders verbinden aan de
                                            sloopvergunning slechts voorschriften over: </al><lijst><li nr="a."><al>de veiligheid tijdens het slopen;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van nabijgelegen bouwwerken;</al></li><li nr="c."><al>het scheiden en gescheiden afvoeren van het
                                                  sloopafval naar een daartoe bestemde
                                                  bewerkingsinrichting of verwerkingsinrichting die
                                                  over een vergunning beschikt ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20milieubeheer">Wet milieubeheer</extref>, ten minste inhoudende
                                                  een scheiding in een fractie asbest, een fractie
                                                  gevaarlijk afval en een fractie overig afval;</al></li><li nr="d."><al>het voor de aanvang van de sloopwerkzaamheden
                                                  overleggen van de gegevens als bedoeld in artikel
                                                  <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-8-1-2-aanvraag-sloopvergunning">8.1.2, tweede lid, letter c</extref>, voor zover
                                                  deze gegevens niet reeds zijn overgelegd.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De voorschriften over het sloopafval als bedoeld in het
                                            derde lid, onder letter c, kunnen eisen bevatten omtrent
                                            het selectief slopen, de fracties waarin wordt
                                            gescheiden, de tijdelijke opslag op het sloopterrein, de
                                            verpakking van het afval en het gescheiden afvoeren.
                                            Burgemeester en wethouders verbinden aan de
                                            sloopvergunning voorschriften over het afvoeren van
                                            asbest en de termijn waarbinnen dit moet
                                            plaatsvinden.</al></li><li nr="5."><al>De vergunningplicht als bedoeld in het eerste lid geldt
                                            niet indien in een tijdelijke bouwvergunning voor een
                                            seizoensgebonden bouwwerk voorschriften zijn gesteld
                                            over het slopen van het tijdelijke bouwwerk als bedoeld
                                            in het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=45">zesde lid van artikel 45 van de
                                            Woningwet</extref>.</al></li><li nr="6."><al>Bij het verlenen van een sloopvergunning voor panden
                                            gelegen op gronden, die als archeologisch waardevol zijn
                                            aangemerkt, kunnen aanvullende voorwaarden worden
                                            gesteld t.a.v. het behoud en de bescherming van de ter
                                            plaatse aanwezige indicatieve archeologische
                                            waarden.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 8.1.2 Aanvraag sloopvergunning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Bij het indienen van de aanvraag moet de aanvrager
                                            gebruik maken van een door of vanwege burgemeester en
                                            wethouders vastgesteld formulier.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag moet inhouden: </al><lijst><li nr="a."><al>correspondentieadres van de aanvrager in
                                                  Nederland;</al></li><li nr="b."><al>indien een gemachtigde is aangewezen, diens naam
                                                  en adres;</al></li><li nr="c."><al>naam en adres van degene, die met het slopen zal
                                                  worden belast;</al></li><li nr="d."><al>Indien de sloopwerkzaamheden bestaan uit
                                                  asbestverwijdering van meer dan één bouwwerk in
                                                  het kader van hetzelfde project, wordt een lijst
                                                  met bedoelde kadastrale aanduidingen en
                                                  huisnummers van de desbetreffende bouwwerken
                                                  bijgevoegd, welke lijst ingevolge het negende lid
                                                  is gewaarmerkt;</al></li><li nr="e."><al>een exacte aanduiding van het gedeelte van een
                                                  bouwwerk waarop de sloopwerkzaamheden betrekking
                                                  hebben, indien niet het gehele bouwwerk wordt
                                                  gesloopt;</al></li><li nr="f."><al>het doel, waarvoor het bouwwerk c.q. het te
                                                  slopen gedeelte van het bouwwerk laatstelijk is
                                                  gebezigd;</al></li><li nr="g."><al>mededeling of een bouwvergunning is of zal
                                                  worden aangevraagd voor een op het perceel van het
                                                  te slopen bouwwerk c.q. het te slopen gedeelte van
                                                  het bouwwerk op te richten of te veranderen of uit
                                                  te breiden bouwwerk;</al></li><li nr="h."><al>een beschrijving van de wijze waarop het slopen
                                                  zal plaatsvinden;</al></li><li nr="i."><al>&lt;vervallen&gt;</al></li><li nr="j."><al>het sloopveiligheidsplan.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In de aanvraag wordt gemotiveerd aangegeven of het te
                                            slopen bouwwerk asbest bevat. Asbest wordt niet vermoed
                                            aanwezig te zijn indien bij de aanvraag een van de
                                            volgende gegeven is overgelegd; </al><lijst><li nr="a."><al>een afschrift van het
                                                  asbestinventarisatierapport, uitgevoerd door een
                                                  deskundig asbestonderzoekbedrijf, waaruit blijkt
                                                  dat er zich geen asbest in het te slopen bouwwerk
                                                  bevindt;</al></li><li nr="b."><al>een asbestonderzoeksrapport opgesteld vóór de in
                                                  werkingtreding van de bouwverordening met inbegrip
                                                  van de vierde serie wijzigingen, dat voldoet aan
                                                  de eisen in BRL 5052, uitgave 1998, waaruit blijkt
                                                  dat er zich geen asbest in het te slopen bouwwerk
                                                  bevindt; indien het bedoelde
                                                  asbestonderzoeksrapport is opgesteld vóór 1 juli
                                                  1993, dient tevens een schriftelijke verklaring
                                                  van de aanvrager te worden overgelegd dat er geen
                                                  veranderingen van het te slopen bouwwerk hebben
                                                  plaatsgevonden, waarbij asbesthoudende materialen
                                                  zijn toegepast;</al></li><li nr="c."><al>een schriftelijk bewijsstuk dat het te slopen
                                                  bouwwerk is gebouwd na 1 januari 1994;</al></li><li nr="d."><al>bij woningen of naar bouwconstructie of
                                                  materiaaltoepassing vergelijkbare, niet tot
                                                  bewoning bestemde bouwwerken of bijgebouwen: een
                                                  schriftelijke verklaring van de bouwer van het te
                                                  slopen bouwwerk dat hij hierin geen asbest heeft
                                                  toegepast, alsmede een schriftelijke verklaring
                                                  van de aanvrager dat er sinds het tijdstip van de
                                                  bouw geen veranderingen hebben plaatsgevonden,
                                                  waarbij asbesthoudende materialen zijn
                                                  toegepast;</al></li><li nr="e."><al>bij sloop van bepaalde materialen: een
                                                  schriftelijke verklaring van de fabrikant of de
                                                  leverancier dat het te slopen materiaal geen
                                                  asbest bevat, alsmede een schriftelijke verklaring
                                                  van de aanvrager dat het materiaal van deze
                                                  fabrikant of leverancier afkomstig is;</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Indien, gelet op het derde lid, wordt vermoed dat het
                                            bouwwerk asbest bevat of de aanvrager weet of
                                            redelijkerwijs kan weten dat zich in het bouwwerk asbest
                                            bevindt wordt met een asbestinventarisatierapport van
                                            een deskundig bedrijf aangetoond of dit juist is, en zo
                                            ja, waar dit asbest zich bevindt. Indien geen
                                            asbestinventarisatierapport van een deskundig bedrijf
                                            wordt overgelegd, moeten bij de aanvraag andere gegevens
                                            worden overgelegd waaruit blijkt of asbest aanwezig is,
                                            en zo ja, waar dit asbest zich bevindt. Aan deze eis
                                            wordt geacht te zijn voldaan indien </al><lijst><li nr="-"><al>de aanvraag sloopvergunning uitsluitend
                                                  betrekking heeft op het verwijderen van asbest op
                                                  in de aanvraag aangeduide plaatsen, of</al></li><li nr="-"><al>een asbestonderzoeksrapport als bedoeld in lid
                                                  3, onder b bij de aanvraag is gevoegd.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Indien op grond van het historisch gebruik te verwachten
                                            valt dat een te slopen bouwwerk c.q. een te slopen
                                            gedeelte van een bouwwerk is verontreinigd met de als
                                            gevaarlijk aangeduide afvalstoffen van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20Europese%20afvalstoffenlijst">hoofdstuk 17 van de Afvalstoffenlijst behorende bij
                                                de Regeling Europese afvalstoffenlijst</extref>
                                            (URAL; Stcr. 17 augustus 2001, nr. 159, blz. 9), dient
                                            een onderzoek te worden ingesteld naar de vermoedelijke
                                            verontreiniging en moet het rapport met de uitslag van
                                            dit onderzoek bij de aanvraag om sloopvergunning worden
                                            gevoegd.</al></li><li nr="6."><al>De aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden moeten in
                                            drievoud worden ingediend.</al></li><li nr="7."><al>De aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden moeten in
                                            het Nederlands zijn gesteld.</al></li><li nr="8."><al>De aanvraag mag meer dan één bouwwerk betreffen, indien
                                            zij betrekking heeft op bouwwerken op hetzelfde terrein
                                            of op met elkaar samenhangende terreinen dan wel indien
                                            zij betrekking heeft op asbestverwijdering van meer dan
                                            één bouwwerk in het kader van hetzelfde project.</al></li><li nr="9."><al>De bij de aanvraag om sloopvergunning behorende
                                            bescheiden moeten door de aanvrager of diens gemachtigde
                                            ondertekend dan wel gewaarmerkt worden.</al></li><li nr="10."><al>Indien de aanvraag het gedeeltelijk slopen van een
                                            bouwwerk betreft, moeten uit de aanvraag en de
                                            daarbijbehorende bescheiden de bestaande en de nieuwe
                                            toestand duidelijk blijken.</al></li><li nr="11."><al>De aanvrager krijgt door of namens burgemeester en
                                            wethouders een bewijs van ontvangst toegezonden of
                                            uitgereikt, waarin de datum van ontvangst is
                                            vermeld.</al></li><li nr="12."><al>Een aanvraag om sloopvergunning geldt tevens als melding
                                            van het voornemen tot slopen voor zover dit slopen
                                            betrekking heeft op asbest.</al></li><li nr="13."><al>Een aanvraag om sloopvergunning voor werkzaamheden
                                            waarvoor geen sloopvergunning is vereist wordt, voor
                                            zover dit slopen betrekking heeft op asbest, aangemerkt
                                            als melding als bedoeld in artikel
                                                8.2.1.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 8.1.3 In behandeling nemen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien de aanvraag om een sloopvergunning niet voldoet
                                            aan de bij of krachtens <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-8-1-2-aanvraag-sloopvergunning">artikel 8.1.2.</extref> gestelde eisen, alsmede de
                                            eisen die gelden ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A1">artikel 4:1</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A2">4:2 van de Algemene wet bestuursrecht</extref>
                                            stellen burgemeester en wethouders de aanvrager in de
                                            gelegenheid de door hen aan te geven ontbrekende
                                            gegevens te overleggen binnen een door hen te stellen
                                            termijn. Zij doen dit eveneens indien de aanvraag geen
                                            gegevens bevat over het verwijderen van asbest en uit
                                            gegevens waarover de gemeente beschikt blijkt dat
                                            redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zich in het te
                                            slopen bouwwerk asbest bevindt.</al></li><li nr="2."><al>Het gestelde in het eerste lid geldt niet voor de
                                            gegevens als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-8-1-2-aanvraag-sloopvergunning">artikel 8.1.2, tweede lid, letter c</extref>.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 8.1.4 Termijn van beslissing</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders beslissen over een aanvraag
                                            om sloopvergunning binnen twaalf weken na ontvangst van
                                            de aanvraag. Zij kunnen hun beslissing eenmaal voor ten
                                            hoogste dertien weken verdagen. Een afschrift van hun
                                            besluit tot verdaging zenden zij zo spoedig mogelijk aan
                                            de aanvrager.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid
                                            beslissen burgemeester en wethouders over een aanvraag
                                            om sloopvergunning binnen vier weken na de dag waarop de
                                            aanvraag om een sloopvergunning is ingediend, indien het
                                            slopen uitsluitend is bedoeld om asbest of
                                            asbesthoudende producten uit een bouwwerk te
                                            verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede
                                            lid houden burgemeester en wethouders de beslissing aan
                                            indien een vergunning krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Monumentenwet%201988/article=11">artikel 11</extref> of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Monumentenwet%201988/article=37">artikel 37 van de Monumentenwet 1988</extref>, een
                                            provinciale of een <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Monumentenverordening-Gemeente-Steenbergen-2006/06-01-2007">gemeentelijke monumentenverordening</extref>, een
                                            leefmilieuverordening op grond van de Wet op de stads-
                                            en dorpsvernieuwing, of een aanlegvergunning voor het
                                            slopen is vereist en omtrent die vergunning(en) nog niet
                                            is beslist. De aanhouding eindigt zes weken na bedoelde
                                            beslissing. Bij samenloop van vergunningen wordt
                                            uitgegaan van de datum van de laatstgenomen
                                            beslissing.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 8.1.5 Samenloop van slopen en bouwen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien de aanvraag betrekking heeft op
                                            sloopwerkzaamheden in het kader van het vernieuwen, het
                                            veranderen of het vergroten van een bouwwerk waarvoor
                                            tevens een bouwvergunning is aangevraagd, kan bij de
                                            aanvraag om sloopvergunning - voor zover voor beide
                                            aanvragen dezelfde bescheiden en gegevens worden
                                            verlangd - worden verwezen naar die bescheiden en
                                            gegevens die zijn ingediend bij de aanvraag om
                                            bouwvergunning en behoeven dezelfde bescheiden niet
                                            nogmaals te worden ingediend.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-8-1-4-termijn-van-beslissing">artikel 8.1.4</extref> volgt de beslissing op de
                                            aanvraag om sloopvergunning de procedure van de
                                            beslissing op de aanvraag om bouwvergunning in het geval
                                            dat beide aanvragen gelijktijdig zijn ingediend.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 8.1.6 Weigeren sloopvergunning</tussenkop><al>Een sloopvergunning moet worden geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de veiligheid tijdens het slopen onvoldoende is
                                            gewaarborgd en ook door het stellen van voorschriften
                                            niet op een voldoende peil kan worden gewaarborgd;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van nabijgelegen bouwwerken in verband
                                            met het slopen onvoldoende is gewaarborgd en ook door
                                            het stellen van voorschriften niet op een voldoende peil
                                            kan worden gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>een vergunning ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Monumentenwet%201988">Monumentenwet 1988</extref> of een provinciale of
                                            een <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Monumentenverordening-Gemeente-Steenbergen-2006/06-01-2007">gemeentelijke monumentenverordening</extref> is
                                            vereist en deze niet is verleend;</al></li><li nr="d."><al>een vergunning ingevolge een leefmilieuverordening op
                                            grond van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing is
                                            vereist en deze niet is verleend;</al></li><li nr="e."><al>een aanlegvergunning op grond van het bestemmingsplan of
                                            op grond van een voorbereidingsbesluit is vereist en
                                            deze niet is verleend.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 8.1.7 Intrekking sloopvergunning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een sloopvergunning
                                            intrekken indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de vergunning is verleend tengevolge van
                                                  onjuiste of onvolledige opgave van gegevens;</al></li><li nr="b."><al>binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van
                                                  de sloopvergunning geen begin met de werkzaamheden
                                                  is gemaakt;</al></li><li nr="c."><al>tussen het begin en het einde van de
                                                  sloopwerkzaamheden deze werkzaamheden langer dan
                                                  een aaneengesloten periode van 26 weken
                                                  stilliggen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders gaan niet over tot intrekking
                                            dan nadat zij de houder van de vergunning hebben
                                            gehoord.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 2 Uitzonderingen op het vereiste van
                                sloopvergunning</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 8.2.1 Sloopmelding</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-8-1-1-sloopvergunning">artikel 8.1.1, eerste lid</extref>, is geen
                                            sloopvergunning vereist voor het anders dan in de
                                            uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel
                                            slopen van: </al><lijst><li nr="a."><al>geschroefde , asbesthoudende platen waarin de
                                                  asbestvezels hechtgebonden zijn, niet zijnde
                                                  dakleien, uit een woning of uit een op het erf van
                                                  die woning staand bijgebouw, voorzover de woning
                                                  of het bijgebouw niet in het kader van de
                                                  uitoefening van een beroep of bedrijf worden
                                                  gebruikt of bedoeld zijn voor gebruik in dat kader
                                                  en de oppervlakte van de te verwijderen
                                                  asbesthoudende platen maximaal vijfendertig
                                                  vierkante meter per kadastraal perceel
                                                  bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde,
                                                  asbesthoudende vloerbedekking uit een woning of
                                                  uit een op het erf van de woning staand bijgebouw,
                                                  voorzover de woning of het bijgebouw niet in het
                                                  kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf
                                                  worden gebruikt of bedoeld zijn voor gebruik in
                                                  dat kader en de oppervlakte van de te verwijderen
                                                  asbesthoudende vloerbedekking of vloertegels
                                                  maximaal vijfendertig vierkante meter per
                                                  kadastraal perceel bedraagt;</al></li><li nr="c."><al>mits het voornemen tot dit slopen is gemeld bij
                                                  burgemeester en wethouders en door burgemeester en
                                                  wethouders binnen acht dagen na de dag waarop dit
                                                  is gemeld is medegedeeld dat geen sloopvergunning
                                                  is vereist. Met een woning wordt gelijk gesteld
                                                  een woonkeet, woonwagen of logiesverblijf.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het voornemen tot slopen als bedoeld in het eerste lid
                                            moet worden gemeld met gebruikmaking van een door of
                                            namens burgemeester en wethouders vastgesteld
                                            formulier.</al></li><li nr="3."><al>De melding en de daarbij behorende bescheiden moeten in
                                            drievoud worden ingediend.</al></li><li nr="4."><al>De melding en de daarbij behorende bescheiden moeten in
                                            het Nederlands zijn gesteld.</al></li><li nr="5."><al>In de melding moeten zijn opgenomen de plaats, het
                                            adres, de aard en het gebruik van het bouwwerk.</al></li><li nr="6."><al>Degene, die de melding heeft gedaan, krijgt door of
                                            namens burgemeester en wethouders een bewijs van
                                            ontvangst toegezonden of uitgereikt, waarin de datum van
                                            ontvangst is vermeld.</al></li><li nr="7."><al>Indien burgemeester en wethouders de in het eerste lid
                                            bedoelde mededeling niet binnen de aldaar gestelde
                                            termijn hebben gedaan, is de mededeling van rechtswege
                                            gedaan.</al></li><li nr="8."><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een mededeling als
                                            bedoeld in het eerste lid voorschriften verbinden met
                                            betrekking tot de verwijdering, opslag en afvoer van
                                            asbest.</al></li><li nr="9."><al>De houder van een mededeling als bedoeld in het eerste
                                            of het tweede lid is verplicht het gestelde in een door
                                            de minister van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening
                                            en milieubeheer uitgegeven publicatie ter zake van het
                                            slopen van asbest bevattende vloerbedekking in acht te
                                            nemen. Voorts is de houder verplicht de voorschriften,
                                            bedoeld in het achtste lid alsmede de voorschriften die
                                            bij of krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Asbestverwijderingsbesluit%202005/article=7">artikelen 7</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Asbestverwijderingsbesluit%202005/article=8">8 van het Asbestverwijderingsbesluit 2005</extref>
                                            zijn gesteld, in acht te nemen.</al></li><li nr="10."><al>Het bewerken van het asbest ter plaatse waar dit asbest
                                            door sloop vrijkomt is niet toegestaan.</al></li><li nr="11."><al>Bij het niet voldoen aan de bij of krachtens de in het
                                            eerste tot en met het vijfde lid van dit artikel
                                            gestelde eisen, stellen burgemeester en wethouders
                                            degene die de melding heeft gedaan in de gelegenheid om
                                            binnen één week de door hen aan te geven ontbrekende
                                            gegevens over te leggen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 8.2.2 Overige uitzonderingen op het vereiste van
                                    sloopvergunning</tussenkop><al>In afwijking van artikel 8.1.1., eerste lid is voorts geen
                                    sloopvergunning vereist, indien het slopen, voorzover dat
                                    betrekking heeft op asbest, uitsluitend bestaat uit het in het
                                    kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf geheel of
                                    gedeeltelijk verwijderen van:</al><lijst><li nr="a."><al>geklemde vloerplaten onder verwarmingstoestellen;</al></li><li nr="b."><al>verwijderen van beglazingskit dat is verwerkt in de
                                            constructie van kassen;</al></li><li nr="c."><al>rem- frictiematerialen;</al></li><li nr="d."><al>pakkingen uit verbrandingsmotoren;</al></li><li nr="e."><al>pakkingen uit procesinstallaties onderscheidenlijk
                                            verwarmingstoestellen met een nominaal vermogen dat
                                            lager is dan 2250 kilowatt.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 3 Verplichtingen tijdens het slopen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 8.3.1 Veiligheid op sloopterrein</tussenkop><al>Het bepaalde in de artikelen
                                        4.8 tot en met 4.10 is van overeenkomstige
                                    toepassing op het slopen en het sloopterrein.</al><tussenkop> Artikel 8.3.2 Op het sloopterrein verplicht aanwezige
                                    bescheiden</tussenkop><al>Op het sloopterrein moet de sloopvergunning of een besluit tot
                                    toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder
                                    dwangsom tot het slopen aanwezig zijn en op verzoek aan het
                                    bouwtoezicht ter inzage worden gegeven.</al><tussenkop> Artikel 8.3.3 Plichten van de houder van de
                                    sloopvergunning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De houder van de sloopvergunning moet het slopen, voor
                                            zover dat betrekking heeft op asbest, opdragen aan een
                                            deskundig bedrijf.</al></li><li nr="2."><al>De houder van de sloopvergunning moet een afschrift van
                                            de vergunning ter hand stellen aan het deskundig bedrijf
                                            dat het slopen krachtens aanneming van werk zal
                                            uitvoeren.</al></li><li nr="3."><al>De houder van de sloopvergunning stelt ten minste één
                                            week voorafgaande aan de aanvang van het slopen,
                                            burgemeester en wethouders schriftelijk op de hoogte van
                                            de data en tijdstippen waarop het slopen, voorzover dat
                                            betrekking heeft op asbest, zal plaatsvinden.</al></li><li nr="4."><al>De houder van de sloopvergunning stuurt binnen twee
                                            weken na de uitvoering van de werkzaamheden burgemeester
                                            en wethouders een afschrift van de resultaten van de
                                            eindbeoordeling, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Asbestverwijderingsbesluit%202005/article=9">artikel 9, eerste lid van het
                                                Asbestverwijderingsbesluit 2005</extref>.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 8.3.4 Plichten van degene die sloopt</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien wordt gesloopt zonder dat een sloopvergunning is
                                            verleend voor het slopen van asbest en tijdens het
                                            slopen asbest wordt ontdekt, is degene die sloopt
                                            verplicht hiervan terstond melding te doen aan het bouw-
                                            en woningtoezicht.</al></li><li nr="2."><al>Aan het bouwtoezicht dienen tenminste twee dagen van
                                            tevoren de aanvang van de sloopwerkzaamheden te worden
                                            gemeld en uiterlijk op de dag van de beëindiging van de
                                            slopwerkzaamheden het einde van die werkzaamheden.
                                            Indien het bouwtoezicht dit verlangt, moeten genoemde
                                            wijzigingen schriftelijke geschieden.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 8.3.5 Wijze van slopen, verpakken en opslaan van
                                    asbest</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Voor zover redelijkerwijs uitvoerbaar moet eerst het in
                                            een bouwwerk aanwezige asbest worden verwijderd, voordat
                                            het bouwwerk wordt gesloopt.</al></li><li nr="2."><al>Bij de verwijdering van het asbest moeten de beste
                                            bestaande technieken worden toegepast om verontreiniging
                                            van het milieu met asbest te voorkomen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 4 Vrij slopen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 8.4.1 Sloopafval algemeen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Afval dat ontstaat door sloopwerkzaamheden waarvoor geen
                                            vergunning krachtens <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-8-1-1-sloopvergunning">artikel 8.1.1</extref>, noch een melding krachtens
                                                <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-8-2-1-sloopmelding">artikel 8.2.1</extref>, is vereist, dient ten
                                            minste te worden gescheiden in de navolgende fracties: </al><lijst><li nr="a."><al>de als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen van
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20Europese%20afvalstoffenlijst">hoofdstuk 17 van de Afvalstoffenlijst behorende
                                                  bij de Regeling Europese
                                                  afvalstoffenlijst</extref> (URAL; Stcr. 17
                                                  augustus 2001, nr. 159, blz. 9);</al></li><li nr="b."><al>steenachtig sloopafval, zonder inbegrip van
                                                  gips;</al></li><li nr="c."><al>bitumineuze en teerhoudende dakbedekking;</al></li><li nr="d."><al>met PAKS verontreinigde materialen;</al></li><li nr="e."><al>asfalt;</al></li><li nr="f."><al>dakgrind;</al></li><li nr="g."><al>overig afval.</al></li></lijst></li><li nr="2.Overig"><al>afval, zoals bedoeld in voorgaand lid onder g, en
                                            fracties bedoeld in het voorgaande lid onder a tot en
                                            met f, moeten op het sloopterrein gescheiden worden
                                            gehouden.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 9 Welstand</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 9.1 De advisering door de welstandscommissie</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De advisering over redelijke eisen van welstand is
                                        opgedragen aan de gemeenschappelijke regeling Welstandszorg
                                        Noord-Brabant, die uit haar midden personen voordraagt als
                                        lid van de welstandscommissie.</al></li><li nr="2."><al>De welstandscommissie adviseert over de welstandsaspecten
                                        van aanvragen voor regulier vergunningplichtige bouwwerken
                                        als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=44">artikel 44, eerste lid, onder d van de
                                            Woningwet</extref>. De welstandscommissie baseert haar
                                        advies op de in de welstandsnota genoemde
                                        welstandscriteria.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders beoordelen zonder advies van de
                                        welstandscommissie of licht-vergunningplichtige bouwwerken
                                        niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand,
                                        Burgemeester en wethouders baseren hun standpunt op de in de
                                        welstandsnota genoemde toetsingscriteria (sneltoets).</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 9.2 Samenstelling van de welstandscommissie</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie bestaat uit een regioarchitect,
                                            die fungeert als voorzitter en een lid die architect is.
                                            Zij zijn deskundig op het gebied van architectuur,
                                            ruimtelijke kwaliteit dan wel cultuurhistorie.</al></li><li nr="2."><al>Voor de leden worden plaatsvervangers aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>&lt;vervallen&gt;</al></li><li nr="4."><al>De leden van de commissie zijn onafhankelijk van het
                                            gemeentebestuur.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 9.3 Benoeming en zittingsduur</tussenkop><lijst><li nr="a."><al>De gemeenteraad mandateert het Algemeen Bestuur van
                                            Welstandszorg Noord-Brabant om de leden van de grote en
                                            kleine welstandscommissie te benoemen en te
                                            ontslaan;</al></li><li nr="b."><al>De voorzitter en overige leden van de adviescommissie en
                                            hun plaatsvervangers worden door het Algemeen Bestuur
                                            van de Gemeenschappelijke regeling benoemd en
                                            ontslagen;</al></li><li nr="c."><al>De leden van de welstandscommissie kunnen ten hoogste
                                            voor een termijn van drie jaar worden benoemd. Zij
                                            kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van
                                            ten hoogste drie jaar;</al></li><li nr="d."><al>Het reglement van orde van de welstandscommissie dat als
                                                <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#bijlage-9-reglement-van-orde-van-de-welstandscommissie">bijlage 9</extref> bij deze verordening is
                                            vastgesteld, bevat binnen het gestelde in de voorgaande
                                            leden, nadere benoemingsprocedures;</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 9.4 Jaarlijkse verantwoording</tussenkop><al>De welstandscommissie stelt jaarlijks een verslag op van haar
                                    werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin tenminste aan de orde
                                    komt:</al><lijst><li nr="-"><al>op welke wijze toepassing is gegeven aan de
                                            welstandscriteria uit de welstandsnota;</al></li><li nr="-"><al>de werkwijze van de welstandscommissie;</al></li><li nr="-"><al>op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid
                                            van vergaderen;</al></li><li nr="-"><al>de aard van de beoordeelde plannen;</al></li><li nr="-"><al>de bijzondere projecten.</al></li></lijst><al>De welstandscommissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen
                                    ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in
                                    het algemeen en de aanpassingen van de gemeentelijke
                                    kwaliteitsnota in het bijzonder.</al><tussenkop> Artikel 9.5 Jaarlijkse verantwoording</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie brengt het advies over een
                                            aanvraag om een lichte-bouwergunning uit binnen drie
                                            weken nadat door of namens burgemeester en wethouders
                                            daarom is verzocht.</al></li><li nr="2."><al>De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag
                                            om een reguliere bouwvergunning uit binnen zes weken
                                            nadat door of namens burgemeester eb wethouders daarom
                                            is verzocht.</al></li><li nr="3."><al>De welstandscommissie brengt het advies over een
                                            aanvraag om een reguliere vergunning eerste fase uit
                                            binnen drie weken nadat door of namens burgemeester en
                                            wethouders daarom is verzocht.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om
                                            advies de welstandscommissie een langere termijn dan
                                            genoemd in de bovengenoemde leden van dit artikel geven
                                            voor het uitbrengen van het welstandsadvies. Een langere
                                            termijn kan door burgemeester en wethouders worden
                                            gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag
                                            om: </al><lijst><li nr="a."><al>een lichte bouwvergunning langer is dan de in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=46">artikel 46, eerste lid, sub a, van de
                                                  Woningwet</extref> bedoelde termijn van zes
                                                  weken;</al></li><li nr="b."><al>een reguliere bouwvergunning langer is dan in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=woningwet/article=46">artikel 46, eerste lid, sub b, van de
                                                  Woningwet</extref> bedoelde termijn van twaalf
                                                  weken;</al></li><li nr="c."><al>een bouwvergunning eerste fase langer is dan de
                                                  in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=46">artikel 46, eerste lid, sub c, van de
                                                  Woningwet</extref> bedoelde termijn van zes
                                                  weken.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 9.6 Openbaarheid van vergaderen en mondelinge
                                    toelichting</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De behandeling van bouwplannen door de
                                            welstandscommissie is openbaar. De agenda voor de
                                            vergadering van de welstandscommissie wordt tijdig
                                            bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad
                                            of een dag-, nieuws-, of huis aan huisblad, dan wel op
                                            een andere geschikte wijze. Indien burgemeester en
                                            wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager –
                                            een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan
                                            dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende
                                            redenen op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20openbaarheid%20van%20bestuur/article=10">artikel 10 van de Wet openbaarheid van
                                                bestuur</extref> ten grondslag te leggen. De
                                            openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de
                                            boordeling als de adviezen.</al></li><li nr="2."><al>Indien de aanvrager van de bouwvergunning hierom bij het
                                            indienen van de aanvraag om bouwvergunning heeft
                                            verzocht, wordt deze door of namens de
                                            welstandscommissie in staat gesteld tot het geven van
                                            een toelichting op het bouwplan.</al></li><li nr="3."><al>In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de
                                            commissie wordt behandeld en een verzoek tot het geven
                                            van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de
                                            bouwvergunning een uitnodiging te ontvangen voor de
                                            vergadering van de commissie, waarin de aanvraag wordt
                                            behandeld.</al></li><li nr="4."><al>Belanghebbenden, anders dan de aanvragers hebben geen
                                            spreekrecht, tenzij het college van burgemeester en
                                            wethouders in een bijzonder geval aan die
                                            belanghebbenden in toelichtende zin spreekrecht is
                                            toegekend.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 9.7 Afdoening bij mandaat</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie kan de advisering over een
                                            aanvraag om advies voor regulier vergunningsplichtige
                                            bouwwerken als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=44">artikel 44, eerste lid, onder d, van de
                                                Woningwet</extref> mandateren aan een of meerdere
                                            daartoe aangewezen leden. De aangewezen leden
                                            (voorzitter en/of secretaris )adviseren over bouwplannen
                                            waarvan volgens hen het oordeel van de
                                            welstandscommissie als bekend mag worden
                                            voorgesteld.</al></li><li nr="2."><al>In elk geval van twijfel legt de gemandateerde het
                                            bouwplan als bedoeld in het vorige lid alsnog voor aan
                                            de welstandcommissie.</al></li><li nr="3."><al>Behandeling van bouwplannen onder mandaat is openbaar.
                                            Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op
                                            verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot
                                            niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en
                                            wethouders daaraan klemmende redenen op grond van
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20openbaarheid%20van%20bestuur/article=10">artikel 10 van de Wet openbaarheid van
                                                bestuur</extref> ten grondslag te leggen.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beoordelingen of
                                            een bouwplan voor een licht-vergunningplichtig bouwwerk
                                            niet in strijd met redelijke eisen van welstand
                                            mandateren aan een door hen aan te wijzen ambtenaar,
                                            indien de welstandsnota voor de verschillende
                                            categorieën lichtvergunningplichtige bouwwerken
                                            toetsingscriteria zijn opgenomen.</al></li><li nr="5."><al>In het geval het bouwplan als bedoeld in het vorige lid
                                            niet voldoet aan de betreffende welstandscriteria,
                                            leggen burgemeester en wethouders het bouwplan alsnog
                                            voor aan de welstandscommissie.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 9.8 Vorm waarin het advies wordt uitgebracht</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De welstandscommissie adviseert en motiveert haar advies
                                            schriftelijk.</al></li><li nr="2."><al>Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of
                                            namens burgemeester en wethouders gevoegd bij de
                                            aanvraag om een bouwvergunning.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 9.9 Uitsluiting van gebieden en categorieën
                                    bouwwerken of standplaatsen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien de raad op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=12">artikel 12 van de Woningwet</extref> het voornemen
                                            heeft een gebied van de gemeente of een categorie
                                            bouwwerken of standplaatsen uit te sluiten van het
                                            welstandstoezicht, neemt de raad het daartoe strekkende
                                            besluit niet dan nadat: </al><lijst><li nr="a."><al>op het voornemen inspraak is verleend;</al></li><li nr="b."><al>het advies van de welstandscommissie is
                                                  ingewonnen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De inspraak als bedoeld in het eerste lid vindt plaats
                                            op de wijze voorzien in de krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=150">artikel 150 Gemeentewet</extref> vastgestelde
                                            verordening.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 10 Overige administratieve bepalingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 10.1 De aanvraag om woonvergunning</titel></kop><structuurtekst><al>Bij de aanvraag om woonvergunning als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=60">artikel 60 van de Woningwet</extref> moeten worden vermeld de
                                plaats en de aard van het gebouw en het doel waarvoor het
                                laatstelijk is gebruikt.</al><tussenkop> Artikel 10.2 De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een
                                    ontruimde onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 10.3 Overdragen vergunningen</tussenkop><al>Door of namens burgemeester en wethouders wordt de
                                    bouwvergunning, de bouwvergunning eerste fase, de woonvergunning
                                    als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=60">artikel 60 van de Woningwet</extref>, de gebruiksvergunning
                                    als bedoeld in artikel
                                        6.1.1 dan wel de sloopvergunning als bedoeld in
                                        artikel
                                        8.1.1 op aanvraag van zijn rechtverkrijgende
                                    overgeschreven op naam van een ander dan degene op wiens naam de
                                    vergunning is gesteld.</al><tussenkop> Artikel 10.4 Overdragen mededeling</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 10.5 Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde
                                    woningen en woonwagens alsmede onbruikbaar verklaarde
                                    standplaatsen</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 10.6 Herziening en vervanging van aangewezen normen
                                    en andere voorschriften</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om rekening te houden
                                    met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen,
                                    praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in deze
                                    verordening - of in de bij deze verordening behorende bijlagen -
                                    wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de betrokken norm,
                                    voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien of
                                    vervangen en die herziening of vervanging heeft
                                    gepubliceerd.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Hoofdstuk 11 Handhaving</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 11.1 Stilleggen van de bouw</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 11.2 Overtreding van het verbod tot
                                    ingebruikneming</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 11.3 Stilleggen van het slopen</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Hoofdstuk 12 Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 12.1 Strafbare feiten</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 12.2 Overgangsbepaling bodemonderzoek</tussenkop><al>Indien ten behoeve van de bouw van een bouwvergunningplichtig
                                    bouwwerk in enig ander verband dan de aanvraag om bouwvergunning
                                    indicatief bodemonderzoek is verricht, geldt dit indicatieve
                                    bodemonderzoek is verricht, geldt dit indicatieve bodemonderzoek
                                    als het in artikel
                                        2.1.5 bedoelde verkennende bodemonderzoek, tenzij
                                    de burgemeester en wethouders van mening zijn dat het
                                    indicatieve bodemonderzoek niet meer als een recent onderzoek
                                    kan worden gezien.</al><tussenkop> Artikel 12.3 Overgangsbepaling met betrekking tot de staat
                                    van open erven en terreinen</tussenkop><al>Het bepaalde in de artikelen 5.1.2 en 5.1.3 inzake de bereikbaarheid van gebouwen is
                                    niet van toepassing op een gebouw, dat gebouwd is of wordt op
                                    basis van een bouwvergunning als bedoeld in artikel 47, eerste
                                    lid, van de Woningwet van 12 juli 1962, tenzij bij een latere
                                    vergunning op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Woningwet/article=40">artikel 40 van de Woningwet</extref> eisen aan de
                                    bereikbaarheid van dat gebouw zijn gesteld.</al><tussenkop> Artikel 12.4 Overgangsbepaling (aanvragen om)
                                    gebruiksvergunning</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Een gebruiksvergunning als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-1-1-aanvraag-bouwvergunning">artikel 2.1.1</extref> van de in lid 1 van dit
                                            artikel genoemde <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Verordening-brandveiligheid-en-hulpverlening/01-01-1999">brandbeveiligingsverordeningen</extref> geldt als
                                            gebruiksvergunning als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-6-1-1-vergunning-gebruik-bouwwerk">artikel 6.1.1</extref>.</al></li><li nr="2."><al>Een ontheffing, toestemming, voorschrift of beperking -
                                            hoe ook genaamd - verleend krachtens de in lid 1 van dit
                                            artikel genoemde brandbeveiligingsverordeningen blijft
                                            van kracht totdat de termijn waarvoor zij is verleend,
                                            is verstreken of totdat zij is ingetrokken.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 12.5 Overgangsbepaling sloopmelding</tussenkop><al>&lt;vervallen&gt;</al><tussenkop> Artikel 12.6 Slotbepaling</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na
                                            die waarop zij is afgekondigd.</al></li><li nr="2."><al>Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervallen: </al><lijst><li nr="a."><al>de bouwverordening, vastgesteld bij raadsbesluit
                                                  d.d. 25 maart 1993 door de gemeenteraad van
                                                  Steenbergen, vastgesteld bij raadsbesluit van 28
                                                  januari 1993 door de raad van de gemeente
                                                  Nieuw-Vossemeer en vastgesteld bij besluit van 27
                                                  april 1993 door de gemeenteraad van Dinteloord en
                                                  Prinsenland en alle in de genoemde verordening van
                                                  de voormalige gemeenten aangebrachte
                                                  wijzigingen;</al></li><li nr="b."><al>de brandbeveiligingsverordening, vastgesteld bij
                                                  raadsbesluit d.d. 25 maart 1993 door de raad van
                                                  de gemeente Steenbergen, vastgesteld bij
                                                  raadsbesluit d.d. 28 januari 1993 door de raad van
                                                  de gemeente Nieuw-Vossemeer en vastgesteld d.d. 26
                                                  januari 1993 door de raad van de gemeente
                                                  Nieuw-Vossemeer en alle in genoemde verordening
                                                  van de voormalige gemeenten aangebrachte
                                                  wijzigingen, voor zover deze
                                                  brandbeveiligingsverordening eisen aan het
                                                  brandveilig gebruik van bouwwerken stelt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als
                                            'bouwverordening'.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al><vet>Inhoud bijlagen</vet></al><al>BIJLAGE
                        1 GEGEVENS EN BESCHEIDEN AANVRAAG BOUWVERGUNNING</al><al>Artikel 1 De bij de aanvraag om bouwvergunning behorende bescheiden als
                        bedoeld in artikel 2.1.3 van de bouwverordening</al><al>Artikel 2 De bij de aanvraag om bouwvergunning behorende gegevens en
                        bescheiden als bedoeld in Artikel 2.1.6 van de bouwverordening</al><al>Artikel 3 Funderingsplan</al><al>Artikel 4
                        Constructieve en aanverwante gegevens</al><al>Artikel 5
                        Bouwveiligheidsplan</al><al>Artikel 6 Eisen ten
                        aanzien van tekeningen</al><al>Artikel 7 Eisen ten
                        aanzien van berekeningen</al><al>BIJLAGE 2 GEGEVENS EN BESCHEIDEN AANVRAAG GEBRUIKSVERGUNNING</al><al>Artikel 1</al><al>Artikel 2</al><al>Artikel 3</al><al>BIJLAGE 3 GEBRUIKSEISEN
                        VOOR BOUWWERKEN</al><al>Artikel 1 Vrijhouden
                        van terreingedeelten</al><al>Artikel 2
                        Elektrische installaties en toestellen</al><al>Artikel
                        3 Installaties voor verwarming en kookdoeleinden</al><al>Artikel 4
                        Voorzieningen voor de afvoer van rookgassen</al><al>Artikel 5 Verbod voor
                        roken en open vuur</al><al>Artikel 6 Blusleidingen en de bijbehorende pompinstallaties</al><al>Artikel 7 Brandweerlift</al><al>Artikel 8
                        Brandmeldinstallatie</al><al>Artikel 9
                        Ontruimingsalarminstallatie</al><al>Artikel 10
                        Automatische brandblusinstallatie</al><al>Artikel 11 Brandslanghaspels en de bijbehorende
                    pompinstallatie</al><al>Artikel 12 Automatisch
                        werkende deuren</al><al>Artikel 12 A Deuren
                        van overdruktrappehuizen</al><al>Artikel 13
                        Kwaliteit van vluchtrouteaanduiding</al><al>Artikel 14 Gasflessen</al><al>Artikel 15
                        Rookbeheersingssysteen</al><al>Artikel 16
                        Overdrukinstallatie</al><al>Artikel 17
                        Onderhoud van rook- en brandscheidingen</al><al>Artikel 18
                    Brandweeringang</al><al>Artikel 19 Logboek</al><al>Artikel 20 Werkzaamheden, niet behorend tot de normale
                        bedrijfsuitoefening</al><al>Artikel 21 Rookmelders in
                        woningen</al><al>Artikel 22 Roltrap</al><al>Artikel 23
                        Garantiecertificaat</al><al>Artikel
                        24 Opslag van goederen in rookvrije vluchtroutes</al><al>Artikel 25
                        Bluswaterwinplaats op eigen terrein</al><al>BIJLAGE 4 GEBRUIKSEISEN VOOR BOUWWERKEN MET UITZONDERING VAN DE
                        NIET-GEMEENSCHAPPELIJKE RUIMTEN IN WOONFUNCTIES</al><al>Artikel 1 Uitgangen en
                        vluchtroutes</al><al>Artikel 2 Bekleding,
                        stoffering en versiering</al><al>Artikel 3 Elektrische
                        verlichting</al><al>Artikel 4 Aanduiding van
                        blusmiddelen</al><al>Artikel 5
                        Toepassen van vuurwerk binnen een gebouw</al><al>Artikel 6 Opstelling van
                        inventaris</al><al>Artikel 7 Afval</al><al>Artikel 8 Periodieke
                        controle</al><al>Artikel 9
                        Brandvoortplantingsklasse van plaatmateriaal</al><al>Artikel 10 Glas</al><al>Artikel 11 Textiel
                        in horizontale toepassing</al><al>Artikel 12 Toepassing van kunststof foliemateriaal, behangpapier,
                        crêpepapier of fotopapier</al><al>BIJLAGE 5 OPSLAG
                        BRANDGEVAARLIJKE STOFFEN</al><al>Tabel 6.2.2 Opslag
                        brandgevaarlijke stoffen</al><al>BIJLAGE 6 OPSLAG
                        BRANDGEVAARLIJKE STOFFEN</al><al>BIJLAGE 7 Kwaliteitseisen voor buizen en hulpstukken van de buitenriolering
                        op erven en terreinen</al><al>BIJLAGE 8 KEUZETABEL VOOR DE VASTSTELLING VAN DEELSTROMEN BIJ
                        SLOOP</al><al>BIJLAGE 9
                        REGLEMENT VAN ORDE VAN DE WELSTANDSCOMMISSIE</al><al>BIJLAGE 10 TABEL 2.6.1 BEHORENDE BIJ ARTIKEL 2.6.1
                        (BRANDMELDINSTALLATIES)</al><al>Tabel 2.6.1 behorende bij
                        artikel 2.6.1</al><al>BIJLAGE 11
                        ONTRUIMINGSALARMINSTALLATIES</al><al>Tabel 2.6.5. behorende
                        bij artikel 2.6.5</al><al>BIJLAGE 12 TABEL
                        2.6.8 (VLUCHTROUTE AANDUIDING)</al><al><vet>Bijlage 1 Gegevens en bescheiden aanvraag bouwvergunning</vet></al><al>Bijlage als bedoeld in de artikelen 2.1.1 en 3.1</al><al><vet>Artikel 1 De bij de aanvraag om bouwvergunning behorende bescheiden als
                        bedoeld in artikel 2.1.3 van de bouwverordening</vet></al><al>&lt;vervallen&gt;</al><al><vet>Artikel 2 De bij de aanvraag om bouwvergunning behorende gegevens en
                        bescheiden als bedoeld in artikel 2.1.6 van de bouwverordening</vet></al><al>(vervallen)</al><al><vet>Artikel 3 Funderingsplan</vet></al><al>&lt;vervallen&gt;</al><al><vet>Artikel 4 Constructieve en aanverwante gegevens</vet></al><al>&lt;vervallen&gt;</al><al><vet>Artikel 5 Bouwveiligheidsplan</vet></al><al>&lt;vervallen&gt;</al><al><vet>Artikel 6 Eisen ten aanzien van tekeningen</vet></al><al>&lt;vervallen&gt;</al><al><vet>Artikel 7 Eisen ten aanzien van berekeningen</vet></al><al>&lt;vervallen&gt;</al><al><vet>Bijlage 2 Gegevens en bescheiden aanvraag gebruiksvergunning</vet></al><al>Bijlage behorende bij artikel 6.1.2</al><al>De aanvraag voor een gebruiksvergunning als bedoeld in artikel 6.1.1 moet
                    de volgende gegevens bevatten.</al><al><vet>Artikel 1</vet></al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het correspondentie-adres in Nederland van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>indien een gemachtigde is aangewezen, diens naam en
                            correspondentie-adres in Nederland, en een door de aanvrager
                            ondertekende machtiging;</al></li><li nr="c."><al>een duidelijke omschrijving van de plaats en de bestemming van het
                            bouwwerk of de bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>de wijze van verwarming van het bouwwerk, onder vermelding van de
                            energiebron;</al></li><li nr="e."><al>voor de in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-6-1-1-vergunning-gebruik-bouwwerk">artikel 6.1.1</extref>, bedoelde bouwwerken bovendien het maximum
                            aantal personen, dat gelijktijdig in het bouwwerk zal verblijven.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>De aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 6.1.1,
                    moet zijn voorzien van de volgende tekeningen en overige bescheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>een situatietekening, vermeldende de kadastrale aanduiding en zo
                            mogelijk de straatnaam en het huisnummer van het bouwwerk c.q. de
                            bouwwerken, op een schaal van 1:1000;</al></li><li nr="b."><al>een bouwkundige plattegrondtekening van het bouwwerk c.q. de bouwwerken
                            op een schaal van ten minste 1:100, aangevende de indeling, de
                            bestemming van de verschillende ruimten en de aan te brengen
                            brandveiligheidsvoorzieningen, waarop voor de in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-6-1-1-vergunning-gebruik-bouwwerk">artikel 6.1.1, eerste lid, onder c en d</extref>, bedoelde
                            bouwwerken tevens de opstelling van de bedden moet zijn aangegeven;</al></li><li nr="c."><al>voor een bouwwerk, als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-6-1-1-vergunning-gebruik-bouwwerk">artikel 6.1.1, eerste lid, onder a</extref>, daarenboven: een
                            plattegrond op een schaal van tenminste 1:100, aangevende de vrij te
                            houden gang- en looppaden en de overige voor het publiek beschikbare
                            vrije vloeroppervlakte;</al></li><li nr="d."><al>voor een bouwwerk, als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-6-1-1-vergunning-gebruik-bouwwerk">artikel 6.1.1, eerste lid, onder a</extref>, voor zover daarin ten
                            behoeve van de gebruikers zitplaatsen in rijen worden opgesteld,
                            daarenboven: een plattegrondtekening op een schaal van tenminste 1:100,
                            aangevende de opstelling van de zitplaatsen, de vrij te houden gang- en
                            looppaden en de overige voor het publiek beschikbare vrije
                            vloeroppervlakte.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>De tekeningen moeten duidelijk en zaakkundig zijn uitgevoerd, een en ander
                    overeenkomstig het gestelde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20indieningsvereisten%20aanvraag%20bouwvergunning/article=2">artikel 2.2 van de bijlage bij Besluit indieningsvereisten</extref>.</al><al><vet>Bijlage 3 Gebruikseisen voor bouwwerken</vet></al><al>Bijlage behorende bij artikel 6.2.1, eerste lid</al><al><vet>Artikel 1 Vrijhouden van terreingedeelten</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De bij het bouwwerk behorende brandkranen en andere bluswaterwinplaatsen
                            moeten voldoende worden vrijgehouden, en wel zodanig dat hiervan
                            onbelemmerd gebruik kan worden gemaakt</al></li><li nr="2."><al>De verbindingsweg, bedoeld in de artikelen <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-5-3-bereikbaarheid-van-bouwwerken-voor-wegverkeer-brandblusvoorzieningen">2.5.3, eerste en tweede lid</extref>, en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5-1-2-bereikbaarheid-van-gebouwen-voor-wegverkeer-brandblusvoorzieningen">5.1.2, eerste en tweede lid</extref>, en de bijbehorende
                            opstelplaatsen voor brandweervoertuigen moeten over de volle hoogte en
                            ter breedte van de verharding worden vrijgehouden. Hekwerken die deze
                            verbindingswegen en opstelplaatsen afsluiten, moeten snel en gemakkelijk
                            kunnen worden geopend.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2 Elektrische installaties en toestellen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een verlichtingsinstallatie of een verlichtingstoestel
                            te gebruiken, indien dat gebruik door de eigenschappen van die
                            installatie of dat toestel gevaar oplevert voor het ontstaan van
                            brand.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een verlichtingsinstallatie of een verlichtingstoestel
                            op zodanige wijze te gebruiken, dat het gebruik door de wijze waarop die
                            installatie of dat toestel is opgesteld of aangebracht, gevaar oplevert
                            voor het ontstaan van brand.</al></li><li nr="3."><al>De bij of krachtens enig wettelijk voorschrift vereiste
                            noodverlichtingsinstallatie wordt ten minste eenmaal per jaar door een
                            ter zake kundige gecontroleerd op de goede werking. Het nodige onderhoud
                            wordt verricht.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3 Installaties voor verwarming en kookdoeleinden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In de stookruimte mogen geen brandbare goederen worden
                            opgeslagen/opgesteld. Stooktoestellen die buiten een stookruimte zijn
                            opgesteld, dienen vrij te worden gehouden van brandbare goederen</al></li><li nr="2."><al>Een opening ten behoeve van de toevoer van verbrandingslucht, op grond
                            van enige regeling geëist, wordt niet afgesloten.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden een verwarmingsinstallatie of verwarmingstoestel te
                            gebruiken, indien dat gebruik door de eigenschappen van die installatie
                            of dat toestel zelf gevaar oplevert voor het ontstaan van brand. Het
                            bedoelde gevaar als gevolg van de eigenschappen wordt niet geacht
                            aanwezig te zijn bij het gebruik van: </al><lijst><li nr="-"><al>centraleverwarmingsinstallaties die voldoen aan de
                                    veiligheidseisen voor centraleverwarmingsinstallaties, opgenomen
                                    in NEN 3028, uitgave 2004;</al></li><li nr="-"><al>centraleverwarmingsinstallaties voor het stoken van gas dat
                                    wordt gedistribueerd door middel van pijpleidingen welke
                                    installaties bovendien voldoen aan de
                                    gasinstallatievoorschriften, opgenomen in NEN 1078, uitgave
                                    1999;</al></li><li nr="-"><al>niet op de centrale distributienetten aangesloten installaties
                                    voor het stoken met vloeibaar gas die voldoen aan de eisen in
                                    NEN 1078, uitgave 1999.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het is verboden een verwarmingsinstallatie of verwarmingstoestel te
                            gebruiken, indien dat gebruik door de wijze waarop die installatie of
                            dat toestel is opgesteld of aangebracht gevaar oplevert voor het
                            ontstaan van brand.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden een verwarmingstoestel dat bedoeld is te functioneren
                            met een rookgasafvoer te gebruiken zonder een doeltreffende voorziening
                            voor de afvoer van rook.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4 Voorzieningen voor de afvoer van rookgassen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voorziening voor afvoer van rook te gebruiken dat
                            niet doeltreffend is gereinigd.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een voorziening voor afvoer van rook uit te
                            branden.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden een voorziening voor afvoer van rook te gebruiken,
                            indien dit gebruik door de toestand waarin de voorziening voor afvoer
                            van rook zich bevindt dreigend gevaar oplevert voor de veiligheid van
                            personen.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden een voorziening voor afvoer van rook waarin brand heeft
                            gewoed te gebruiken voordat het is gereinigd en zonodig hersteld.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5 Verbod voor roken en open vuur</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te roken of vuur te hebben </al><lijst><li nr="-"><al>in een ruimte bestemd voor de opslag van een of meer der stoffen
                                    genoemd in de Regeling <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit">Bouwbesluit 2003;</extref></al></li><li nr="-"><al>bij het verrichten van werkzaamheden die het uitstromen van
                                    brandbare vloeistoffen en/of gassen kunnen veroorzaken;</al></li><li nr="-"><al>bij het vullen van een brandstofreservoir met een brandbare
                                    vloeistof of een brandbaar gas.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Niemand mag roken of vuur bij zich hebben op plaatsen waar een zodanig
                            verbod, ter voldoening aan hetgeen bij of krachtens wettelijk
                            voorschrift is gesteld, op een voor een ieder kenbare wijze is
                            aangegeven.</al></li><li nr="3."><al>Het rookverbod c.q. open vuur verbod wordt op opvallende plaatsen
                            duidelijk zichtbaar aangegeven door middel van het opschrift ‘VERBODEN
                            TE ROKEN’ of ‘VERBODEN VOOR OPEN VUUR’, dan wel door middel van een
                            gestandaardiseerd symbool overeenkomstig het gestelde in de norm NEN
                            3011, uitgave 2004.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 6 Blusleidingen en de bijbehorende pompinstallaties</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Ten minste eenmaal per jaar moet door een ter zake kundige het nodige
                            onderhoud worden verricht en een controle worden gehouden op de reinheid
                            en goede werking van blusleidingen en de eventueel bijbehorende
                            pompinstallaties.</al></li><li nr="2."><al>Bij oplevering van de installatie en daarna eenmaal per vijf jaar wordt
                            de droge blusleiding getest conform NEN 1594, uitgave 1991 en NEN
                            1594/A1, uitgave 1997.</al></li><li nr="3."><al>De pompinstallatie voor de blusleiding moet ten minste eenmaal per maand
                            worden gecontroleerd op een goede werking en zo nodig worden
                            gerepareerd.</al></li><li nr="4."><al>Ten minste eenmaal per jaar moet door een ter zake kundige het nodige
                            onderhoud worden verricht en een controle worden gehouden op de goede
                            werking van de blusleiding en de bijbehorende pompinstallatie.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 7 Brandweerlift</vet></al><al>Ten minste eenmaal per jaar moet door een ter zake kundige het nodige onderhoud
                    worden verricht en een controle worden gehouden op de reinheid, veiligheid en
                    goede werking van brandweerliften.</al><al><vet>Artikel 8 Brandmeldinstallatie</vet></al><al>Met betrekking tot het gebruik van de bij of krachtens hoofdstuk 2
                    vereiste brandmeldinstallatie met verplichte doormelding naar de brandweer moet
                    te allen tijde een geldig certificaat kunnen worden overgelegd, als bedoeld in
                    de Regeling Brandmeldinstallaties 2002 van het Centrum voor
                    Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) in Den Haag, dan wel een certificaat
                    waarvan een door burgemeester en wethouders erkende, ter zake kundige,
                    onafhankelijke onderzoeksinstelling in een schriftelijke verklaring heeft
                    aangetoond dat dit certificaat ten minste gelijkwaardig is aan een certificaat
                    als bedoeld in de vorengenoemde Regeling Brandmeldinstallaties 2002.</al><al><vet>Artikel 9 Ontruimingsalarminstallatie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ontruimingsalarminstallatie moet te allen tijde voor onmiddellijk
                            gebruik beschikbaar zijn. Het beheer, de controle en het onderhoud van
                            de ontruimingsalarminstallatie wordt geregeld conform NEN 2654-2,
                            uitgave 2004.</al></li><li nr="2."><al>De gebruiker van het bouwwerk waarin bij of krachtens enig wettelijk
                            voorschrift een ontruimingsalarminstallatie is geëist, stelt een
                            ontruimingsplan op ten behoeve van de in het bouwwerk aanwezige
                            personen. Het ontruimingsplan wordt opgesteld volgens de relevante delen
                            van de NTA 8112.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 10 Automatische brandblusinstallatie</vet></al><al>Met betrekking tot het gebruik van de automatische brandblusinstallatie moet te
                    allen tijde een geldig certificaat kunnen worden overgelegd, dat door
                    burgemeester en wethouders wordt aanvaard. Burgemeester en wethouders aanvaarden
                    altijd een geldig certificaat indien dit certificaat afkomstig is van een
                    certificeringsinstelling die terzake is erkend door de Raad voor
                    Accreditatie.</al><al><vet>Artikel 11 Brandslanghaspels en de bijbehorende pompinstallatie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De pompinstallatie van een bij of krachtens enig wettelijk voorschrift
                            aanwezige brandslanghaspel moet ten minste eenmaal per maand worden
                            gecontroleerd op een goede werking en zo nodig worden gerepareerd.</al></li><li nr="2."><al>Ten minste eenmaal per jaar moet door een ter zake kundige het nodige
                            onderhoud worden verricht en een controle worden gehouden op de reinheid
                            en goede werking van de brandslanghaspel en de daarbij behorende
                            pompinstallaties conform NEN-EN 671-3, uitgave 2000.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 12 Automatisch werkende deuren</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Automatisch werkende deuren in een vluchtroute mogen de ontvluchting
                            niet belemmeren.</al></li><li nr="2."><al>Bij aanwezigheid van een sluisconstructie worden voorzieningen
                            getroffen, zodat in geval van brand de sluiswerking teniet wordt
                            gedaan.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 12 A Deuren van overdruktrappehuizen</vet></al><al>De deuren die op de verdiepingen van gebouwen leiden naar een
                    overdruktrappenhuis, als bedoeld in NEN 6092, uitgave 1995, moeten op ooghoogte
                    zijn voorzien van een herkenbaar opschrift waaruit blijkt dat het een
                    overdruktrappenhuis is.</al><al><vet>Artikel 13 Kwaliteit van vluchtrouteaanduiding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vluchtrouteaanduiding, die bij of krachtens enig wettelijk
                            voorschrift is vereist, dient altijd goed zichtbaar te zijn.</al></li><li nr="2."><al>De vluchtrouteaanduiding die bij of krachtens enig wettelijk voorschrift
                            is vereist, wordt tenminste eenmaal per jaar gecontroleerd en zo nodig
                            gerepareerd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 14 Gasflessen</vet></al><al>&lt;vervallen&gt;</al><al><vet>Artikel 15 Rookbeheersingssysteen</vet></al><al>Met betrekking tot het gebruik, het onderhoud en de controle van het bij of
                    krachtens enig wettelijk voorschrift vereiste rookbeheersingssysteem moet te
                    allen tijde een geldig certificaat kunnen worden overgelegd, dat is verleend
                    door een door burgemeester en wethouders aanvaarde instelling.</al><al><vet>Artikel 16 Overdrukinstallatie</vet></al><al>&lt;vervallen&gt;</al><al><vet>Artikel 17 Onderhoud van rook- en brandscheidingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voorzieningen in doorvoeren door een wand waarvoor een
                            rookwerendheidseis en/of brandwerendheidseis geldt, worden ten minste
                            eenmaal per maand gecontroleerd op een goede werking en zo nodig
                            gerepareerd.</al></li><li nr="2."><al>Ten minste eenmaal per jaar wordt door een ter zake kundige het nodige
                            onderhoud verricht en een controle gehouden op de goede werking van de
                            voorzieningen in doorvoeren door een wand waarvoor een
                            rookwerendheidseis en/of een brandwerendheidseis geldt.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 18 Brandweeringang</vet></al><al>&lt;vervallen&gt;</al><al><vet>Artikel 19 Logboek</vet></al><al>1. De historie van de brandbeveiligingsvoorzieningen, de werkzaamheden en het
                    onderhoud bij of krachtens enig voorschrift uit deze verordening inclusief
                    bijlagen vereist, worden in een logboek vermeld.</al><al>2. Het logboek ligt in het bouwwerk ter inzage en wordt onmiddellijk aan de met
                    toezicht belaste personen getoond.</al><al><vet>Artikel 20 Werkzaamheden, niet behorend tot de normale
                        bedrijfsuitoefening</vet></al><al>Voordat er onderhouds-, herstellings-, wijzigings- of sloopwerkzaamheden worden
                    uitgevoerd, waarbij stoffen als bedoeld in de Regeling <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit">Bouwbesluit 2003</extref>, of gereedschappen worden gebruikt, in, op of aan
                    een bouwwerk of installatie van een bouwwerk dat vanwege zijn kunstwaarde,
                    wetenschappelijk of maatschappelijk belang bijzondere bescherming behoeft tegen
                    brandgevaar, wordt dit door de rechthebbende van dat bouwwerk aan burgemeester
                    en wethouders gemeld.</al><al><vet>Artikel 21 Rookmelders in woningen</vet></al><al>De op grond van artikel <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=2.146">2.146, lid 7, van het Bouwbesluit 2003</extref> aanwezige rookmelders
                    moeten adequaat functioneren volgens NEN 2555, uitgave 2002.</al><al><vet>Artikel 22 Roltrap</vet></al><al>Een terugloopruimte van een roltrap wordt ter voorkoming van brand vrijgehouden
                    van vuil en stof. Deze ruimte wordt daartoe overeenkomstig NEN-EN 13015, uitgave
                    2001, ten minste eenmaal per kwartaal onderhouden en gereinigd.</al><al><vet>Artikel 23 Garantiecertificaat</vet></al><al>Constructie-onderdelen die uitsluitend met aanvullende behandelingen de
                    benodigde prestaties kunnen garanderen, zijn voorzien van een geldig
                    certificaat. Het certificaat wordt opgenomen in het logboek.</al><al><vet>Artikel 24 Opslag van goederen in rookvrije vluchtroutes</vet></al><al>De opslag van goederen is niet toegestaan in:</al><lijst><li nr="a."><al>rookvrije vluchtroutes van slaapgebouwen (woonfunctie, logiesfunctie,
                            celfunctie, gezondheidszorgfunctie);</al></li><li nr="b."><al>brand- en rookvrije vluchtroutes van niet-slaapgebouwen
                            (bijeenkomstfunctie, industriefunctie, kantoorfunctie, onderwijsfunctie,
                            sportfunctie, winkelfunctie, overige gebruiksfunctie).</al></li></lijst><al><vet>Artikel 25 Bluswaterwinplaats op eigen terrein</vet></al><al>De rechthebbende op een bouwwerk, ten behoeve waarvan een bluswaterwinplaats
                    aanwezig is, is verplicht deze zodanig te onderhouden, dat daaruit te allen
                    tijde over voldoende bluswater kan worden beschikt.</al><al><vet>Bijlage 4 Gebruikseisen voor bouwwerken met uitzondering van de
                        niet-gemeenschappelijke ruimten in woonfuncties</vet></al><al>Bijlage behorende bij artikel 6.2.1, tweede lid</al><al><vet>Artikel 1 Uitgangen en vluchtroutes</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een deur in de vluchtroute wordt, bij aanwezigheid van personen in het
                            bouwwerk, zodanig gesloten, dat de deur in geval van calamiteit ten
                            behoeve van deze personen van binnen uit onmiddellijk over de minimaal
                            vereiste breedte kan worden geopend zonder dat hiertoe gebruik moet
                            worden gemaakt van een sleutel of een ander los voorwerp. Deze eis geldt
                            niet voor de toegangsdeur van een woonfunctie, een celfunctie of een
                            vergelijkbare gebruiksfunctie als de celfunctie.</al></li><li nr="2."><al>Deuren en luiken die een brandwerende en/of rookwerende functie hebben,
                            worden niet langer in geopende stand gehouden dan voor het verkeer van
                            personen of het vervoer van goederen noodzakelijk is, tenzij door middel
                            van automatische inrichtingen die de deuren, respectievelijk luiken,
                            loslaten zodra een toestand intreedt waarin deze als brandwering en/of
                            rookwering moeten dienen.</al></li><li nr="3."><al>Een deur die in een vluchtroute ligt van een ruimte waarin meer dan 100
                            personen zullen verblijven en een deur in een doorgang of uitgang
                            bestemd voor ontvluchting van meer dan 100 personen wordt niet anders
                            gesloten dan door middel van </al><lijst><li nr="a."><al>een sluiting, waarbij de deur opengaat door een lichte druk
                                    tegen de deur, in de vluchtrichting gezien,</al></li><li nr="b."><al>een sluiting waarvan de bedieningsinrichting bestaat uit een op
                                    de deur, in de vluchtrichting gezien, op minimaal één meter
                                    boven de vloer, over de volle breedte van de deur, aangebrachte
                                    voorziening, waarbij de deur opengaat door een lichte druk tegen
                                    deze voorziening (panieksluiting).</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Aan de tegen de vluchtrichting in gekeerde zijde van een nooddeur in een
                            uitwendige scheidingsconstructie wordt een opschrift aangebracht volgens
                            NEN 3011, uitgave 2004. Het opschrift luidt: “NOODDEUR VRIJHOUDEN”.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2 Bekleding, stoffering en versiering</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Stoffering en versiering worden vrijgehouden van spots en andere warm
                            wordende apparatuur. De temperatuur ter plaatse van de versiering is
                            niet hoger dan 90 °C.</al></li><li nr="2."><al>Tussen het vloeroppervlak van een ruimte en de aangebrachte versiering
                            blijft een vrije ruimte over van minimaal 2,5 meter.</al></li><li nr="3."><al>De versiering als bedoeld in het vorige lid is in geval van brand niet
                            gemakkelijk ontvlambaar, in geval van brand vindt geen druppelvorming
                            plaats.</al></li><li nr="4."><al>Met brandbaar gas gevulde ballonnen zijn binnen een bouwwerk niet
                            aanwezig.</al></li><li nr="5."><al>De toe te passen materialen en aankledingsproducten hebben in
                            vluchtroutes een navlamduur van ten hoogste 15 seconden en een
                            nagloeiduur van ten hoogste 60 seconden.</al></li><li nr="6."><al>De toegepaste bekleding, stoffering en versiering voldoen ten minste aan
                            de eisen ten aanzien van de brand- en rookklassen zoals gesteld in
                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=2.12">afdeling 2.12</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Bouwbesluit/article=2.15">2.15 van het Bouwbesluit 2003</extref> die op die locatie gelden
                            voor constructieonderdelen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3 Elektrische verlichting</vet></al><al>Indien een ruimte de mogelijkheid met zich meebrengt dat deze tijdens de
                    aanwezigheid van personen wordt verduisterd, is in die ruimte, indien er meer
                    dan vijftig personen gelijktijdig verblijven, elektrische verlichting aanwezig
                    van zodanige sterkte dat een redelijke oriëntering mogelijk is.</al><al><vet>Artikel 4 Aanduiding van blusmiddelen</vet></al><al>Een blusmiddel dat bij of krachtens enig wettelijk voorschrift aanwezig is, is
                    voldoende herkenbaar of zichtbaar aangegeven.</al><al><vet>Artikel 5 Toepassen van vuurwerk binnen een gebouw</vet></al><al>Voor het afsteken van vuurwerk in bouwwerken wordt veertien dagen van tevoren
                    een overzicht bij burgemeester en wethouders ingediend, waaruit blijkt dat die
                    activiteit op veilige wijze zal plaatsvinden.</al><al><vet>Artikel 6 Opstelling van inventaris</vet></al><al>1. Bij in rijen opgestelde zitplaatsen moet tussen de rijen een vrije ruimte
                    aanwezig zijn van ten minste 0.40 meter, gemeten tussen de loodlijnen door de
                    elkaar dichtst naderende gedeelten van de rijen. Indien in een rij tussen
                    zitplaatsen tafeltjes zijn geplaatst, moet de genoemde vrije ruimte ter plaatse
                    van de tafeltjes doorlopen.</al><al>2. In rijen opgestelde zitplaatsen, waarbij sprake is van</al><lijst><li nr="-"><al>meer dan 4 stoelen in een rij, en</al></li><li nr="-"><al>meer dan 4 rijen, en</al></li><li nr="-"><al>een ruimte waarin meer dan 100 stoelen aanwezig zullen zijn,</al></li></lijst><al>zijn zo gekoppeld dan wel aan de vloer bevestigd dat deze ten gevolge van
                    gedrang niet kunnen verschuiven of omvallen.</al><al>3. Een rij zitplaatsen, die slechts aan één einde op een gangpad of uitgang
                    uitkomt, mag niet meer dan 8 zitplaatsen bevatten.</al><al>4. Een rij zitplaatsen die aan beide einden op een gangpad of een uitgang
                    uitkomt, mag ten hoogste bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>16 zitplaatsen, indien de vrije ruimte tussen de rijen kleiner is dan
                            0,45 meter;</al></li><li nr="b."><al>32 zitplaatsen, indien de vrije ruimte tussen de rijen groter is dan
                            0,45 meter;</al></li><li nr="c."><al>50 zitplaatsen, indien de vrije ruimte tussen de rijen groter is dan
                            0,45 meter en er bovendien aan beide einden van de rijen per 4 rijen een
                            uitgang met een breedte van ten minste 1,10 meter aanwezig is.</al></li></lijst><al>5. De inrichting van een ruimte, met inbegrip van door personen bezette stoelen,
                    neemt tot een hoogte van 2,5 meter slechts zodanige oppervlakten in beslag
                    –gemeten in loodrechte projectie op de vloer- dat ten minste</al><lijst><li nr="-"><al>0,25 m2 vloeroppervlakte beschikbaar blijft voor iedere persoon waarvoor
                            geen zitplaats aanwezig is,</al></li><li nr="-"><al>0,30 m2 vloeroppervlakte beschikbaar blijft voor iedere persoon waarvoor
                            een zitplaats aanwezig is die zodanig is of is aangebracht dat deze ten
                            gevolge van gedrang niet kan verschuiven of omvallen,</al></li><li nr="-"><al>0,50 m2 vloeroppervlakte beschikbaar blijft voor iedere persoon waarvoor
                            een zitplaats aanwezig is die niet zodanig is of is aangebracht dat deze
                            ten gevolge van gedrang niet kan verschuiven of omvallen.</al></li></lijst><al>6. Inrichtingen in een ruimte waarin personen verblijven, zijn, indien de vrije
                    vloeroppervlakte minder dan 0,5 m2 per persoon bedraagt, zodanig aangebracht dat
                    zij ten gevolge van gedrang niet kunnen verschuiven of omvallen.</al><al><vet>Artikel 7 Afval</vet></al><al>&lt;vervallen&gt;</al><al><vet>Artikel 8 Periodieke controle</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Ten minste eenmaal per jaar moet door een ter zake kundige het nodige
                            onderhoud worden verricht en een controle worden gehouden op de reinheid
                            en de goede werking van en zo nodig gerepareerd, voor zover van
                            toepassing, onderstaande voorzieningen: </al><lijst><li nr="-"><al>brandhaspels;</al></li><li nr="-"><al>handbrandblusapparaten;</al></li><li nr="-"><al>telefooninstallaties;</al></li><li nr="-"><al>sluiting mechanisme van de brandwerende rolluiken;</al></li><li nr="-"><al>doorvoeringen en sluitingsmechanismen van afsluitingen in
                                    brandwerende scheidingen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De registratie van de controlewerkzaamheden dient te worden bijgehouden
                            in een speciaal daarvoor bestemd register.</al></li><li nr="3."><al>De met controle belaste functionarissen van de brandweer kunnen
                            tijdstippen bepalen en de wijze aangeven waarop een en ander wordt
                            beproefd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 9 Brandvoortplantingsklasse van plaatmateriaal</vet></al><al>Hout, hardboard, triplex, multiplex, spaanplaat en kunststof plaatmateriaal in
                    buitenwanden, scheidingswanden of plafonds van stands, podia, kramen etc. die in
                    gebouwen zijn gelegen, wordt uitsluitend toegepast onder de voorwaarden dat</al><lijst><li nr="a."><al>het materiaal ten minste 3,5 mm dik is en</al></li><li nr="b."><al>het materiaal kan worden ingedeeld in klasse 4 als bedoeld in NEN 6065,
                            uitgave 1991 en NEN 6065/A1, uitgave 1997.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 10 Glas</vet></al><al>Glas als versiering en/of bekleding aan plafonds en wanden dan wel in plafonds
                    van stands, podia, kramen etc. of in buitenwanden en scheidingswanden tussen
                    stands podia, kramen etc. wordt uitsluitend toegepast onder de voorwaarde dat
                    het glas als veiligheidsglas wordt aangemerkt of dat het glas is voorzien van
                    een ingegoten kruiswapening met een maximale maaswijdte van 16 mm.</al><al><vet>Artikel 11 Textiel in horizontale toepassing</vet></al><al>Textiel in horizontale toepassing bij stands, podia, kramen etc. wordt
                    uitsluitend toegepast onder de voorwaarden dat het textiel onderspannen is met
                    metaaldraad op een onderlinge afstand van ten hoogste 0,35 meter of dat het
                    textiel onderspannen is met metaaldraad in twee richtingen met een maaswijdte
                    van ten hoogste 0,70 meter.</al><al><vet>Artikel 12 Toepassing van kunststof foliemateriaal, behangpapier,
                        crêpepapier of fotopapier</vet></al><al>Kunststof foliemateriaal, behangpapier, crêpepapier en fotopapier in stands,
                    podia, kramen etc. wordt geplakt op een ondergrond van onbrandbaar materiaal,
                    board, triplex, multiplex, spaanplaat, hout of glas en verwerkt volgens het
                    gestelde in artikel 9 en
                        10 van bijlage 4 van de bouwverordening.</al><al><vet>Bijlage 5 Opslag brandgevaarlijke stoffen</vet></al><al>Bijlage behorend bij artikel
                    6.2.2</al><al><vet>Tabel 6.2.2 Opslag brandgevaarlijke stoffen</vet></al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>ADR-klasse</al></entry><entry colname="col2"><al>Omschrijving</al></entry><entry colname="col3"><al>Verpakkinggroep</al></entry><entry colname="col4"><al>max hoeveelh in kg of l¹</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>2, UN 1950 Spuitbussen &amp; UN 2037 Houders, klein,
                                        gas</al></entry><entry colname="col2"><al>gassen zoals propaan, zuurstof, stikstof, argon,
                                        kooldioxide, acyteleen, aerosolen (spuitbussen</al></entry><entry colname="col3"><al>n.v.t</al></entry><entry colname="col4"><al>50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en
                                        aceton</al></entry><entry colname="col3"><al>II</al></entry><entry colname="col4"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3, excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een
                                        vlampunt tussen 61°C en 100°C</al></entry><entry colname="col2"><al>brandbare vloeistoffen zoals terpetine en bepaalde
                                        inkten</al></entry><entry colname="col3"><al>III</al></entry><entry colname="col4"><al>50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.1, 4.2, 4.3</al></entry><entry colname="col2"><al>4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen
                                        en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand
                                        zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders 4.2: voor
                                        zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel)
                                        en diethylzink 4.3: stoffen die in contact met water
                                        brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium
                                        en calciumcarbonaat</al></entry><entry colname="col3"><al>II en III</al></entry><entry colname="col4"><al>50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.1</al></entry><entry colname="col2"><al>brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide</al></entry><entry colname="col3"><al>II en III</al></entry><entry colname="col4"><al>50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.2</al></entry><entry colname="col2"><al>organische peroxiden zoals dicymyl peroxide en di-propionyl
                                        peroxide</al></entry><entry colname="col3"><al>n.v.t.</al></entry><entry colname="col4"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2, gasflessen</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>n.v.t</al></entry><entry colname="col4"><al>115 liter waterinhoud</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3, dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt
                                        tussen 61°C en 100°C</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>III</al></entry><entry colname="col4"><al>1.000 liter</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>¹ Eenheid bepaald overeenkomstig het Inrichtingen- en vergunningenbesluit
                    milieubeheer.</al><al>Op grond van artikel 6.2.2 is het in beginsel verboden een stof die in bijlage 5 is
                    aangemerkt, aanwezig te hebben in, op of nabij een bouwwerk. Hierop worden
                    echter uitzonderingen gemaakt. De uitzonderingen maken het mogelijk om deze
                    stoffen in beperkte voorraad aanwezig te hebben. Hierbij moet gedacht worden aan
                    ‘huishoudelijk gebruik’. De grenzen die in bijlage 5 zijn
                    aangegeven zijn afgestemd op de ondergrenzen die in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Milieubeheer">Wet Milieubeheer</extref> worden gesteld.</al><al><vet>Bijlage 6 Opslag brandgevaarlijke stoffen</vet></al><al>&lt;vervallen&gt;</al><al><vet>Bijlage 7 Kwaliteitseisen voor buizen en hulpstukken van de buitenriolering
                        op erven en terreinen</vet></al><al>Bijlage als bedoeld in artikel 2.7.6</al><al>De NEN-normen, bedoeld in artikel 2.7.6, zesde lid, zijn de volgende:</al><lijst><li nr="a."><al>NEN 7002, uitgave 1968, 'Centrifugaal gegoten gietijzeren afvoerbuizen'
                            (met correctieblad d.d. december 1979);</al></li><li nr="b."><al>NEN 7003, uitgave 1968, 'Hulpstukken voor gietijzeren afvoerbuizen' (met
                            correctieblad d.d. december 1979);</al></li><li nr="c."><al>NEN 7013, uitgave 1980, 'Expansiestukken van PVC en ABS voor binnen- en
                            buitenrioleringen';</al></li><li nr="d."><al>NEN-En 1401-1, uitgave 1998, ‘Kunstofleidingsystemen voor vrij verval
                            buitenriolering – Ongeplastificeerd PVC (PVC-U) – deel 1. Eisen voor
                            buizen, hulpstukken en het systeem’ (Engelstalig; met correctieblad
                            NEN-EN 1401-1/C1, uitgave 1998, Nederlandstalig).</al></li><li nr="e."><al>NEN-EN 295-1, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede
                            buisverbindingen voor riolering onder vrij verval - Deel 1. Eisen
                            (Engelstalig)' met inbegrip van de aanvullingsbladen A1, uitgegeven
                            1996, A2, uitgegeven 1997, en A3, uitgegeven 1999;</al></li><li nr="f."><al>NEN-EN 295-2, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede
                            buisverbindingen voor riolering onder vrij verval - Deel 2.
                            Kwaliteitscontrole en monstername (Engelstalig) met inbegrip van
                            aanvullingsblad A1, uit gegeven 1999;</al></li><li nr="g."><al>NEN-EN 295-3, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede
                            buisverbindingen voor riolering onder vrij verval - Deel 3.
                            Beproevingsmethoden (Engelstalig).</al></li></lijst><al><vet>Bijlage 8 Keuzetabel voor de vaststelling van deelstromen bij
                    sloop</vet></al><al>&lt;vervallen&gt;</al><al><vet>Bijlage 9 Reglement van orde van de welstandscommissie</vet></al><al>In de praktijk blijken er grote verschillen in werkwijze tussen de (provinciale)
                    welstandsorganisaties, waardoor het vrijwel onmogelijk is om een universeel
                    toepasbare tekst voor een reglement van orde op te nemen in de
                    modelbouwverordening. De verschillen hebben onder meer betrekking op het al dan
                    niet werken met een rayonarchitecten, het al dan niet gebruik van subcommissies
                    en het al dan niet samenwerken met een monumentencommissie. Een reglement van
                    orde afgestemd op de eigen werkwijze, stellen gemeenten in het algemeen op in
                    samenwerking met de provinciale welstandorganisatie waarbij zij zijn
                    aangesloten.</al><al><vet>Bijlage 10 Tabel 2.6.1 behorende bij artikel 2.6.1
                        (brandmeldinstallaties)</vet></al><al><vet>Tabel 2.6.1 behorende bij artikel 2.6.1</vet></al><table><tgroup cols="13"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="7*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="7*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="7*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="7*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="7*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="7*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="7*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="7*"/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="7*"/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth="7*"/><colspec colname="col11" colnum="11" colwidth="7*"/><colspec colname="col12" colnum="12" colwidth="7*"/><colspec colname="col13" colnum="13" colwidth="7*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col5" namest="col3"><al>Leden van Toepassing</al></entry><entry colname="col6" nameend="col9" namest="col6"><al>Grenswaarden</al></entry><entry colname="col10" nameend="col13" namest="col10"><al>Omvang van bewaking</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Aanwezigheid</al></entry><entry colname="col4"><al>Omvang van de bewaking</al></entry><entry colname="col5"><al>Kwaliteit</al></entry><entry colname="col6"><al>Hoogte hoogste vloer (m)</al></entry><entry colname="col7"><al>Gebruiksoppervlakte (m2)</al></entry><entry colname="col8"><al>Aantal verblijfsruimten bestemd voor bezoekers</al></entry><entry colname="col9"><al>Aantal bouwlagen</al></entry><entry colname="col10"><al>Niet automatisch</al></entry><entry colname="col11"><al>Gedeeltelijk</al></entry><entry colname="col12"><al>Volledig</al></entry><entry colname="col13"><al>Doormelding</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Artikel</al></entry><entry colname="col3"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col4"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col5"><al>2.6.1</al></entry><entry colname="col6"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col7"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col8"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col9"><al>2.6.2</al></entry><entry colname="col10"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col11"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col12"><al>2.6.3</al></entry><entry colname="col13"><al>2.6.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Lid</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>1a</al></entry><entry colname="col7"><al>1b</al></entry><entry colname="col8"><al>1c</al></entry><entry colname="col9"><al>1d</al></entry><entry colname="col10"><al>1a</al></entry><entry colname="col11"><al>1b</al></entry><entry colname="col12"><al>1c</al></entry><entry colname="col13"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>Woonfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Woonfunctie niet van een woonwagen</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Woonfunctie bestemd voor minder zelfredzame personen in
                                        combinatie met permanent toezicht</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Woonfunctie bestemd voor minder zelfredzame personen zonder
                                        permanent toezicht</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Overig woonfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>Bijeenkomstfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Bijeenkomstfunctie voor het aanschouwen van sport</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al>Bijeenkomstfunctie voor de opvang van kinderen jonger dan 4
                                        jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>200</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>2,4</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="7"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="7"><al>Overige bijeenkomstfunctie</al></entry><entry colname="col3" morerows="7"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="7"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="7"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>250</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>1</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>5000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>5≤13</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>1</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>13≤50</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>50≤70</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>Celfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>Gezondheidszorgfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Gezondheidszorgfunctie voor aan bed gebonden patiënten</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="4"><al>Overige gezondheidszorgfunctie</al></entry><entry colname="col3" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>250</al></entry><entry colname="col8"><al>*</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>20≤50</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>50≤70</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>Industriefunctie</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Lichte industriefunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="3"><al>Overige industriefunctie</al></entry><entry colname="col3" morerows="3"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="3"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="3"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>20</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>6</al></entry><entry colname="col2" morerows="4"><al>Kantoorfunctie</al></entry><entry colname="col3" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>250</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>20≤50</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>50≤70</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>Logiesfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="2"><al>Logiesgebouw</al></entry><entry colname="col3" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>5</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>250</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Overige logiesfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>8</al></entry><entry colname="col2" morerows="4"><al>Onderwijsfunctie</al></entry><entry colname="col3" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>250</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>20≤50</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>50≤70</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4"><al>9</al></entry><entry colname="col2" morerows="4"><al>Sportfunctie</al></entry><entry colname="col3" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="4"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>20≤50</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>50≤70</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="8"><al>10</al></entry><entry colname="col2" morerows="8"><al>Winkelfunctie</al></entry><entry colname="col3" morerows="8"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="8"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="8"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al/></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>&lt;13</al></entry><entry colname="col7"><al>5000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>&lt;13</al></entry><entry colname="col7"><al>10000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>13&lt;50</al></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>13≤50</al></entry><entry colname="col7"><al>5000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>13≤50</al></entry><entry colname="col7"><al>10000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>50≤70</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al>Overige gebruiksfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="2"><al>Besloten overige gebruiksfunctie voor het stallen van
                                        motorvoertuigen</al></entry><entry colname="col3" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="2"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>2500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>-</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="3"><al>Overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer</al></entry><entry colname="col3" morerows="3"><al>*</al></entry><entry colname="col4" morerows="3"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="3"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>1000</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>-</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>--</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>2500</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col6"><al>13</al></entry><entry colname="col7"><al>-</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>-</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>-</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Andere overige gebruiksfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>F</al></entry><entry colname="col7"><al>F</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12</al></entry><entry colname="col2"><al>Bouwwerk geen gebouw zijnde</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>*</al></entry><entry colname="col6"><al>F</al></entry><entry colname="col7"><al>F</al></entry><entry colname="col8"><al>-</al></entry><entry colname="col9"><al>-</al></entry><entry colname="col10"><al>*</al></entry><entry colname="col11"><al>*</al></entry><entry colname="col12"><al>*</al></entry><entry colname="col13"><al>*</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor een nadere verklaring van de desbetreffende voorschriften zie de
                    toelichting op de artikelen 2.6.1 tot en met 2.6.4. Bij de toepassing van de in de
                    artikelen 2.6.1 tot en met 2.6.4 van dit hoofdstuk gegeven voorschriften wordt
                    in tabel 2.6.1 verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>: dit lid is niet van toepassing</al></li><li nr="*"><al>: het hele artikel is van toepassing</al></li><li nr="&gt;"><al>: alle waarden groter dan de achter dit teken aangegeven waarde</al></li><li nr="≤"><al>: alle waarden kleiner of gelijk aan de achter dit teken aangegeven
                            waarde</al></li><li nr="F"><al>: in dit geval is volstaan met het geven van de functionele eis in
                                <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-6-1-algemene-eisen-voor-brandveiligheidinstallaties-in-gebouwen">artikel 2.6.1, eerste lid</extref>, in afwachting van mogelijk nog
                            te ontwikkelen nadere criteria</al></li><li nr="a"><al>: zonder doormelding naar een brandweeralarmcentrale</al></li><li nr="1:"><al>indien in combinatie met een grenswaarde in m2: deze voorziening dient
                            altijd aanwezig te zijn, ongeacht de grootte van het vloeroppervlak</al></li></lijst><al>Wanneer in de tabel twee grenswaarden of prestatie-eisen in dezelfde rij van de
                    tabel worden gegeven, moet aan beide criteria worden voldaan.</al><al>Voorbeeld:</al><al>Bij de winkelfunctie komt in tabel 2.6.1 van bijlage 10 het meest duidelijk tot uitdrukking dat
                    aan het vereiste van twee criteria moet worden voldaan voordat een
                    brandmeldinstallatie nodig is. Bijeenkomstfunctie niet zijnde de
                    bijeenkomstfunctie voor het aanschouwen van sport – wanneer het
                    gebruiksoppervlak groter is dan 1.000 m2 en er meer dan 1 verblijfsruimte
                    bestemd voor bezoekers is, dan is gedeeltelijke bewaking en doormelding
                    noodzakelijk.</al><al>Wanneer in de tabel grenswaarden of prestatie-eisen in verschillende regels van
                    de tabel worden gegeven, moet aan één van de criteria worden voldaan.</al><al>Voorbeeld:</al><al>Bijeenkomstfunctie voor de opvang van kinderen jonger dan 4 jaar – wanneer het
                    gebruiksoppervlak groter is dan 200 m2 of er een vloer op een hoogte ligt van
                    meer dan 2,4 meter ten opzichte van het meetniveau, dan is volledige bewaking en
                    doormelding vereist.</al><al><vet>Bijlage 11 ontruimingsalarminstallaties</vet></al><al><vet>Tabel 2.6.5. behorende bij artikel 2.6.5</vet></al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Gebruiksfunctie</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Artikelen van toepassing</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Aanwezigheid</al></entry><entry colname="col4"><al>Kwaliteit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Artikel</al></entry><entry colname="col3"><al>2.6.6</al></entry><entry colname="col4"><al>2.6.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Lid</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>Woonfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Woonfunctie niet van een woonwagen bestemd voor minder
                                        zelfredzame personen</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>Bijeenkomstfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>Celfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>Gezondheidszorgfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>Industriefunctie</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Industriefunctie niet zijnde een lichte
                                        industriefunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>Kantoorfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>Logiesfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Logiesgebouw</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>Onderwijsfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>Sportfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al>Winkelfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al>Overige gebruiksfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Overige besloten gebruiksfunctie voor het stallen van
                                        motorvoertuigen</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>andere overige gebruiksfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12</al></entry><entry colname="col2"><al>Bouwwerg geen gebouw zijnde</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor een nadere verklaring van de desbetreffende voorschriften zie de
                    toelichting op de artikelen
                        2.6.6 en 2.6.7. Voor de toepassing van de in de artikelen 2.6.5 tot en
                        met 2.6.7 van dit hoofdstuk gegeven voorschriften wordt in tabel 2.6.5 verstaan
                    onder:</al><lijst><li nr="-:"><al>dit lid is niet van toepassing;</al></li><li nr="*:"><al>het hele artikel is van toepassing;</al></li></lijst><al><vet>Bijlage 12 Tabel 2.6.8 (vluchtroute aanduiding)</vet></al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Gebruiksfunctie</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Artikelen van toepassing</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Aanwezigheid</al></entry><entry colname="col4"><al>Kwaliteit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Artikel</al></entry><entry colname="col3"><al>2.6.9</al></entry><entry colname="col4"><al>2.6.10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Lid</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>Woonfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Woongebouw</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>Bijeenkomstfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>Celfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Cellengebouw</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>Gezondheidszorgfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>Industriefunctie</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Industriefunctie niet zijnde een lichte
                                        industriefunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>Kantoorfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>Logiesfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Logiesgebouw</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>Onderwijsfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>Sportfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al>Winkelfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al>Overige gebruiksfunctie</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12</al></entry><entry colname="col2"><al>Bouwwerk geen gebouw zijnde</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Tunnel of tunnelvorming bouwwerk voor verkeer</al></entry><entry colname="col3"><al>F</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ander bouwwerk geen gebouw zijnde</al></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor een nadere verklaring van de desbetreffende voorschriften zie de
                    toelichting op de artikelen 2.6.9 en 2.6.10. Voor de toepassing van de in de artikelen 2.6.8
                        tot en met 2.6.10 van dit hoofdstuk gegeven voorschriften wordt in
                        tabel
                        2.6.8 verstaan onder:</al><lijst><li nr="-:"><al>dit lid is niet van toepassing;</al></li><li nr="*:"><al>het hele artikel is van toepassing;</al></li><li nr="F:"><al>in dit geval is volstaan met het geven van de functionele eis in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-6-8-beginsel-inzake-vluchtrouteaanduidingen">artikel 2.6.8, eerste lid</extref>, in afwachting van mogelijk nog
                            te ontwikkelen nadere criteria.</al></li></lijst></bijlage></regeling></body></cvdr>