<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72180_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gedragscode voor leden van provinciale staten van de provincie Zuid-Holland (Gedragscode voor leden van provinciale staten van de provincie Zuid-Holland)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Zuid-Holland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Zuid-Holland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gedragscode voor leden van provinciale staten van de provincie Zuid-Holland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 15</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-04-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-04-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gedragscode voor leden van provinciale staten van de provincie Zuid-Holland (Gedragscode voor leden van provinciale staten van de provincie Zuid-Holland)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Besluit van Provinciale Staten van Zuid-Holland van 16 april 2003, nr. 4,
                        tot vaststelling van de Gedragscode voor leden van Provinciale Staten van de
                        provincie Zuid-Holland (voordracht 5294).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Deel II Gedragscode bestuurlijke integriteit</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Algemene bepalingen</titel></kop><al>1. Deze gedragscode verstaat onder: - statenlid: een lid van Provinciale
                            Staten; - statengriffier: de griffier bedoeld in artikel 97 van de
                            Provinciewet.2. De leden van Provinciale Staten ontvangen bij hun
                            aantreden een exemplaar van de code.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Belangenverstrengeling en aanbesteding</titel></kop><al>1. Een statenlid doet opgave van zijn directe belangen in ondernemingen
                            en organisaties aan de statengriffier.2. Bij publiek-private
                            samenwerkingsrelaties voorkomt het statenlid (de schijn van)
                            bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen.3. Een
                            statenlid die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins
                            persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de
                            provincie, onthoudt zich van deelname aan de discussie en besluitvorming
                            over de betreffende opdracht.4. Een statenlid neemt van een aanbieder
                            van diensten aan de provincie geen faciliteiten of diensten aan die zijn
                            onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kunnen
                            beïnvloeden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Nevenfuncties</titel></kop><al>1. Een statenlid vervult geen nevenfuncties waarbij strijdigheid is of
                            kan zijn met het belang van de provincie.2. Een statenlid maakt bij zijn
                            aantreden, en indien zich dat ook tussentijds voordoet, al zijn
                            nevenfuncties openbaar waarbij tevens wordt aangegeven of de functie wel
                            of niet bezoldigd is en doet daarvan mededeling aan Provinciale
                            Staten.3. De kosten die een statenlid maakt in verband met een
                            nevenfunctie uit hoofde van het ambt (q.q. nevenfunctie), worden in
                            beginsel vergoed door de instantie waar de nevenfunctie wordt
                            uitgeoefend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Informatie</titel></kop><al>1. Een statenlid gaat zorgvuldig om met informatie waarover hij uit
                            hoofde van zijn ambt beschikt. Hij verstrekt geen vertrouwelijke
                            informatie aan derden. 2. Een statenlid maakt niet ten eigen bate of van
                            zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het
                            ambt verkregen informatie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Aannemen van geschenken</titel></kop><al>1. Geschenken en giften die een statenlid uit hoofde van zijn functie
                            ontvangt zijn eigendom van de provincie. Er wordt een provinciale
                            bestemming voor gezocht.2. Indien een statenlid geschenken of giften
                            ontvangt die een waarde van minder dan € 50,00 vertegenwoordigen, kunnen
                            deze in afwijking van het eerste lid worden behouden.3. Alle geschenken
                            en giften dienen te worden gemeld bij de statengriffier. Van alle
                            meldingen wordt op de griffie een registratie bijgehouden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Bestuurlijke uitgaven</titel></kop><al>1. Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de
                            functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond.2. Ter bepaling van de
                            functionaliteit van bestuurlijke uitgaven worden de volgende criteria
                            gehanteerd: - met de uitgave is het belang van de provincie gediend en -
                            de uitgave vloeit voort uit de functie.3. Bij twijfel omtrent uitgaven
                            wordt dit ter beslissing voorgelegd aan het Presidium.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Declaraties</titel></kop><al>1. Een statenlid declareert geen kosten die reeds op een andere wijze
                            worden vergoed.2. Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe
                            vastgestelde administratieve procedure.3. Een declaratie wordt ingediend
                            door middel van een daartoe vastgesteld formulier. Bij het formulier
                            wordt een betalingsbewijs gevoegd en op het formulier wordt de
                            functionaliteit van de uitgave vermeld.4. Gemaakte kosten worden binnen
                            twee maanden gedeclareerd. Eventuele voorschotten worden voorzover
                            mogelijk binnen een maand afgerekend.5. De statengriffier is
                            verantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling en
                            registratie van declaraties. Declaraties van statenleden worden
                            administratief afgehandeld door een daartoe aangewezen ambtenaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Gebruik van provinciale voorzieningen</titel></kop><al>1. Aan een statenlid kunnen van provinciewege voorzieningen worden
                            verstrekt voor de uitoefening van het statenlidmaatschap overeenkomstige
                            het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden. 2. Gebruik van
                            provinciale eigendommen of voorzieningen voor privé-doeleinden is niet
                            toegestaan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Reizen buitenland</titel></kop><al>1. Een statenlid die op kosten van de provincie het voornemen heeft een
                            buitenlandse reis te maken, heeft toestemming nodig van het Presidium.
                            Provinciale Staten worden van het besluit op de hoogte gesteld.2. Een
                            statenlid die het voornemen van een reis meldt, verschaft informatie
                            over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de
                            samenstelling van het gezelschap en de geraamde kosten.3. Uitnodigingen
                            voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van derden worden
                            altijd besproken in het Presidium en onder meer getoetst op het risico
                            van belangenverstrengeling. Het provinciaal belang van de reis is
                            doorslaggevend voor de besluitvorming. 4. Van de reis wordt door het
                            statenlid een verslag opgesteld ten behoeve van Provinciale Staten. 5.
                            Het ten laste van de provincie meereizen van de partner van een
                            statenlid is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op uitnodiging
                            van de ontvangende partij en het belang van de provincie daarmee gediend
                            is. Het meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming van het
                            Presidium betrokken.6. Het anderszins meereizen van derden op kosten van
                            de provincie is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen
                            kosten is toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming van het
                            Presidium betrokken.7. Het verlengen van een buitenlandse dienstreis
                            voor privé-doeleinden is toegestaan, mits dit is betrokken bij de
                            besluitvorming van het Presidium. De extra reis- en verblijfskosten
                            komen voor rekening van het statenlid.8. De in verband met de
                            buitenlandse dienstreis gedane functionele uitgaven worden vergoed
                            conform de geldende regelingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet
                            eenduidig is, vindt besluitvorming plaats in het Presidium.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Den Haag, 16 april 2003</al><al>Provinciale Staten van Zuid-Holland,</al></slotformulering><ondertekening>L.M. LEEMHUIS-STOUT, voorzitter</ondertekening><ondertekening>A.J. KORFF, griffier</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>