<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72179_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gedragscode voor leden van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland (Gedragscode voor leden van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Zuid-Holland</dcterms:creator><dcterms:modified>2003-04-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Zuid-Holland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gedragscode voor leden van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 40c</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-04-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-04-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-02-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisatie, integriteit</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van inwerkingtreding is bij benadering ingevuld.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gedragscode voor leden van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland (Gedragscode voor leden van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Besluit van Provinciale Staten van Zuid-Holland van 16 april 2003, nr.
                            4, tot vaststelling van de Gedragscode voor leden van Gedeputeerde
                            Staten van de provincie Zuid-Holland (voordracht 5294)</vet></al><al><vet>Inleiding</vet></al><al>Het doel van deze gedragscode is gedeputeerden een houvast te bieden bij het
                        bepalen van normen omtrent de integriteit van het bestuur. De code bevat
                        regels zowel voor het bestuursorgaan in zijn geheel als voor gedeputeerden
                        afzonderlijk.</al><al>De code refereert aan algemene wettelijk geldende regels en bevat ook regels
                        die vooral bestuurlijke en politieke relevantie hebben. Gedeputeerden zijn
                        op de naleving van gedragscodes aanspreekbaar en wanneer zij zich er niet
                        aan houden, kan dat gevolgen hebben voor hun functioneren en voor hun
                        positie. Niet voor alle regels ligt een juridische verankering voor de hand.
                        Naast deze code bestaan er voorschriften die in een wet of elders geregeld
                        zijn, bijvoorbeeld over fiscaliteit, fraude en valsheid in geschrifte.
                        Dergelijke voorschriften zijn niet in deze code opgenomen.</al><al>De code bevat zowel normen over hoe in een bepaalde situatie te handelen als
                        regels over procedures die moeten worden gevolgd.</al><al>De code bestaat uit drie onderdelen. Deel I beschrijft een kader voor
                        bestuurlijke integriteit. Dit kader vormt als het ware de algemene
                        uitgangspunten voor de gedragscode. Deel II bevat de feitelijke
                        gedragsregels, waarbij een aantal thema’s wordt onderscheiden:</al><al>Deel III bevat een verwijzing naar de rechtspositieregeling voor
                        gedeputeerden.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Deel I Kader voor bestuurlijke integriteit</titel></kop><structuurtekst><al>Leden van Gedeputeerde Staten stellen bij hun handelen de kwaliteiten
                            van het openbaar bestuur centraal. Integriteit van het openbaar bestuur
                            is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de provincie, en
                            in het verlengde daarvan die van de burgers, zijn het primaire
                            richtsnoer.</al><al>Bestuurlijke integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de
                            functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is daarover
                            verantwoording af te leggen. Verantwoording wordt intern afgelegd aan
                            collega-gedeputeerden, Provinciale Staten, maar ook extern aan
                            organisaties en burgers voor wie gedeputeerden hun functie
                            vervullen.</al><al>Dit kader is daarbij leidend en plaatst bestuurlijke integriteit in een
                            breder perspectief.</al><al>Het handelen van een gedeputeerde is gericht op het belang van de
                            provincie en op de organisaties en burgers die daar onderdeel van
                            uitmaken.</al><al>Het handelen van een gedeputeerde heeft een herkenbaar verband met de
                            functie die hij vervult in het bestuur.</al><al> Een gedeputeerde draagt er zorg voor dat bij zijn handelingen iedere
                            vorm van belangenverstrengeling wordt vermeden.</al><al>Gegeven de democratische verhoudingen waarbinnen het openbaar bestuur
                            opereert en de verantwoordingsbereidheid die van een gedeputeerde wordt
                            verwacht, is openheid ten aanzien van handelingen en handelingsredenen
                            een noodzakelijke vereiste.</al><al>Kennis en informatie waarover een gedeputeerde uit hoofde van zijn
                            functie beschikt, worden door hem op zodanige wijze aangewend dat
                            daarbij geen belangen van de provincie of derden worden geschaad.</al><al>Het handelen van een gedeputeerde is zodanig dat alle organisaties en
                            burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen
                            van partijen op correcte wijze worden afgewogen.</al><al>Dit kader is de toetssteen voor de nu volgende gedragsafspraken.
                            Gedragingen moeten aan deze gedragscode getoetst kunnen worden.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Deel II Gedragscode bestuurlijke integriteit</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Algemene bepalingen</titel></kop><al>1. Deze gedragscode verstaat onder:</al><lijst><li nr=""><al>- gedeputeerde: een lid van Gedeputeerde Staten;</al></li><li nr=""><al>- college: Gedeputeerde Staten;</al></li><li nr=""><al>- de provinciesecretaris: secretaris in de zin van artikel 97
                                    van de Provinciewet.</al></li></lijst><al>2. De gedeputeerde ontvangt bij zijn aantreden een exemplaar van de
                            code.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Belangenverstrengeling en aanbesteding</titel></kop><al>1. Een gedeputeerde doet opgave van zijn directe belangen in
                            ondernemingen en organisaties aan de provinciesecretaris.2. Bij
                            publiek-private samenwerkingsrelaties voorkomt een gedeputeerde (de
                            schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke
                            concurrentieverhoudingen.3. Een gedeputeerde die familie- of
                            vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft
                            met een aanbieder van diensten aan de provincie, onthoudt zich van
                            deelnameaan de discussie en besluitvorming over de betreffende
                            opdracht.4. Een gedeputeerde neemt van een aanbieder van diensten aan de
                            provincie geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke
                            positie ten opzichte van de aanbieder kunnen beïnvloeden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Nevenfuncties</titel></kop><al>1. Een gedeputeerde vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening
                            ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn ambt als
                            gedeputeerde.2.Een gedeputeerde maakt bij zijn aantreden, en indien zich
                            dat voordoet ook tussentijds, al zijn nevenfuncties openbaar waarbij
                            tevens wordt aangegeven of de functie wel of niet bezoldigd is en doet
                            hiervan opgave aan Provinciale Staten.3. De kosten die een gedeputeerde
                            maakt in verband met een nevenfunctie uit hoofde van het ambt
                            (q.q.-nevenfunctie), worden in beginsel vergoed door de instantie waar
                            de nevenfunctie wordt uitgeoefend.4. Een gedeputeerde meldt zijn
                            voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan Provinciale Staten.
                            5. Een gedeputeerde geniet geen vergoedingen, in welke vorm dan ook,
                            voor (ad hoc) werkzaamheden verricht in nevenfuncties die hij vervult
                            uit hoofde van het ambt van gedeputeerde, ongeacht of die vergoedingen
                            ten laste van de provincie komen of niet. Indien deze vergoedingen
                            worden uitgekeerd, worden zij gestort in de provinciale kas.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Informatie</titel></kop><al>1. Een gedeputeerde gaat zorgvuldig om met informatie waarover hij uit
                            hoofde van zijn ambt beschikt. Hij verstrekt geen vertrouwelijke
                            informatie aan derden.2.Een gedeputeerde maakt niet ten eigen bate of
                            van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het
                            ambt verkregen informatie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Aannemen van geschenken</titel></kop><al>1. Geschenken en giften die een gedeputeerde uit hoofde van zijn functie
                            ontvangt zijn eigendom van de provincie. Er wordt een provinciale
                            bestemming voor gezocht.2. Indien een gedeputeerde geschenken of giften
                            ontvangt die een waarde van minder dan € 50,00 vertegenwoordigen, kunnen
                            deze in afwijking van het bovenstaande worden behouden. 3. Alle
                            geschenken en giften dienen te worden gemeld bij de provinciesecretaris.
                            Van alle meldingen wordt op de secretarie een registratie
                            bijgehouden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Bestuurlijke uitgaven</titel></kop><al>1. Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de
                            functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond.2. Ter bepaling van de
                            functionaliteit van bestuurlijke uitgaven worden de volgende criteria
                            gehanteerd:</al><lijst><li nr=""><al>- met de uitgave is het belang van de provincie gediend en</al></li><li nr=""><al>- de uitgave vloeit voort uit de functie.</al></li></lijst><al>3. Bij twijfel omtrent uitgaven wordt dit ter beslissing voorgelegd aan
                            het college.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Declaraties</titel></kop><al>1. Een gedeputeerde declareert geen kosten die reeds op andere wijze
                            worden vergoed.2. Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe
                            vastgestelde administratieve procedure.3. Een declaratie wordt ingediend
                            door middel van een daartoe vastgesteld formulier. Bij het formulier
                            wordt een betalingsbewijs gevoegd en op het formulier wordt de
                            functionaliteit van de uitgave vermeld.4. Gemaakte kosten worden binnen
                            twee maanden gedeclareerd. Eventuele voorschotten worden voorzover
                            mogelijk binnen een maand afgerekend.5. De provinciesecretaris is
                            verantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling en
                            registratie van declaraties. Declaraties van gedeputeerden worden
                            administratief afgehandeld door een daartoe aangewezen ambtenaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Creditcards</titel></kop><al>1. Het gebruik van de creditcard kan uitsluitend betrekking hebben op
                            uitgaven die volgens geldende regels voor rekening van de provincie
                            komen.2. De provinciesecretaris draagt zorg voor aanvragen, verstrekken
                            en intrekken van creditcards.3. Bij de afhandeling van betalingen
                            verricht met een creditcard wordt een daartoe vastgesteld formulier
                            ingediend. Bij het formulier wordt een betalingsbewijs gevoegd en op het
                            formulier wordt de functionaliteit van de uitgave vermeld.4. Indien met
                            de creditcard kosten zijn betaald die na controle voor rekening van de
                            gedeputeerde blijken te moeten komen, wordt aan de gedeputeerde een
                            factuur gezonden ter hoogte van het bedrag dat voor zijn rekening dient
                            te blijven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Gebruik van provinciale voorzieningen</titel></kop><al>1. Aan een gedeputeerde kunnen van provinciewege voorzieningen worden
                            verstrekt overeenkomstig het Rechtspositiebesluit gedeputeerden.2.
                            Gebruik van provinciale eigendommen of voorzieningen voor
                            privé-doeleinden is niet toegestaan.3. Een gedeputeerde kan voor zijn
                            woon-werkverkeer en voor het vervoer in verband met de uitoefening van
                            zijn ambt gebruikmaken van een dienstauto met chauffeur.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Reizen buitenland</titel></kop><al>1. Een gedeputeerde die op kosten van de provincie het voornemen heeft
                            een buitenlandse reis, uitgezonderd een bezoek aan het Huis der
                            provincies te Brussel, te maken, heeft toestemming nodig van het
                            college. Provinciale Staten worden van het besluit op de hoogte
                            gesteld.2. Een gedeputeerde die het voornemen van een reis meldt,
                            verschaft informatie over het doel van de reis, de bijbehorende
                            beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap en de geraamde
                            kosten.3. Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op
                            kosten van derden worden altijd besproken in het college en onder meer
                            getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het provinciaal
                            belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming. 4. Van de
                            reis wordt door de gedeputeerde een verslag opgesteld ten behoeve van
                            het college. 5. Het ten laste van de provincie meereizen van de partner
                            van een gedeputeerde is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op
                            uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de provincie
                            daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt bij de
                            besluitvorming van het college betrokken.6. Het anderszins meereizen van
                            derden op kosten van de provincie is niet toegestaan. Het meereizen van
                            derden op eigen kosten is toegestaan en wordt in dat geval bij de
                            besluitvorming van het college betrokken.7. Het verlengen van een
                            buitenlandse dienstreis voor privé-doeleinden is toegestaan, mits dit is
                            betrokken bij de besluitvorming van het college. De extra reis- en
                            verblijfskosten komen voor rekening van de gedeputeerde.8. De in verband
                            met de buitenlandse dienstreis gedane functionele uitgaven worden
                            vergoed conform de geldende regelingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet
                            eenduidig is, vindt besluitvorming plaats in het college.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Deel III Rechtspositie gedeputeerden</titel></kop><structuurtekst><al>Voortvloeiend uit de artikelen 43 en 51 van de Provinciewet, is de
                            materiële rechtspositie van de gedeputeerde neergelegd in het
                            Rechtspositiebesluit gedeputeerden, Staatsblad 1994, nr. 241 (en de
                            wijzigingen daarna).</al><al>Dit rechtspositiebesluit regelt onder meer de volgende zaken c.q.
                            vergoedingen:</al><lijst><li nr=""><al>- bezoldiging;</al></li><li nr=""><al>- vergoeding voor ambtskosten;</al></li><li nr=""><al>- tegemoetkoming in ziektekosten;</al></li><li nr=""><al>- reis- en verblijfskosten;</al></li><li nr=""><al>- tegemoetkoming in kosten voor kinderopvang;</al></li><li nr=""><al>- het beschikbaar stellen van computer- en
                                    communicatieapparatuur.</al></li></lijst><al>Waar nodig verwijst het rechtspositiebesluit naar de toepasselijke
                            nadere wet- en regelgeving.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Den Haag, 16 april 2003 Provinciale Staten van Zuid-Holland, J. FRANSSEN,
                        voorzitter H. ENGELS-VAN NEIJEN, griffier</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>