<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72147_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene voorwaardenverordening inzake verloop en erfpacht 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Steenbergse Courant, 12-01-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene voorwaardenverordening inzake verloop en erfpacht 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">Gemeentewet, art. 147 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>8E</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene voorwaardenverordening inzake verloop en erfpacht 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Steenbergen;</al><al>in behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders dd 10
                        oktober 2006;</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">artikel 147 van de Gemeentewet</extref>;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende</al><al>'Algemene voorwaardenverordening inzake verkoop en erfpacht, 2006'</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 1 aanvraag, reservering en betalen waarborgsom</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>leder die een perceel bouwgrond ten behoeve van de bouw van een
                                    particuliere woning (met aanhorigheden) wenst te kopen cq in
                                    erfpacht wenst te verkrijgen, dient bij burgemeester en
                                    wethouders, volgens een vaststaand model, een aanvraagformulier
                                    tot reservering van een bouwkavel in.Het aanvraagformulier moet
                                    aangetekend worden ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Per aanvrager mag slechts één aanvraagformulier worden
                                    ingediend;</al></li><li nr="3."><al>Het aanvraagformulier wordt niet eerder in behandeling genomen
                                    alvorens een waarborgsom van € 1500,- is overgemaakt op het
                                    gemeentelijke bankrekeningnummer;</al></li><li nr="4."><al>leder, die bedrijfsgrond van de gemeente wenst te kopen cq in
                                    erfpacht wenst te verkrijgen dient bij burgemeester en
                                    wethouders een verzoek in op een daartoe te verstrekken
                                    aanvraagformulier;</al></li><li nr="5."><al>Het verzoek onder 4 wordt niet in behandeling genomen dan nadat
                                    bij de gemeente een waarborgsom is gestort ten bedrage van 10%
                                    van de koopsom of bij erfpacht 10% van de grondwaarde met een
                                    minimum van € 12,-.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 2 termijn om in aanmerking te komen voor reservering van
                            bouw- en bedrijfsgrond</titel></kop><structuurtekst><al>Om voor de reservering van een kavel bouw- of bedrijfsgrond in
                            aanmerking te komen, dient over een periode van 10 jaar, ingaande de
                            datum van eigendomsverkrijging van een bouwkavel, geen bouw- en
                            bedrijfsgrond aan een verzoeker te zijn verkocht en gelever</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 3 uitzetten perceel</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 4 terugbetalen waarborgsom</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De waarborgsom als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-1-aanvraag-reservering-en-betalen-waarborgsom">artikel 1, lid 3</extref> van deze voorwaardenverordening
                                    wordt geheel terug betaald indien alle beschikbare bouwkavels
                                    zijn gereserveerd en men niet is opgeroepen om deel te nemen aan
                                    een loting om een kavel bouwgrond te reserveren;</al></li><li nr="2."><al>Indien men wordt opgeroepen voor een loting en vervolgens geen
                                    kavel bouwgrond wenst te reserveren, wordt een bedrag van €
                                    1000,- terugbetaald;</al></li><li nr="3."><al>Indien een kavel grond is gereserveerd en de koop niet doorgaat,
                                    wordt de waarborgsom niet terugbetaald;</al></li><li nr="4."><al>Indien de koop van de kavel bouwgrond doorgaat, wordt de
                                    waarborgsom geheel terugbetaald cq verrekend met de koopsom</al></li><li nr="5."><al>Over het terugbetalen van (een gedeelte van) de waarborgsom
                                    wordt geen rentevergoeding betaald;</al></li><li nr="6."><al>Gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de waarborgsom vindt
                                    plaats in de hierna volgende gevallen: </al><lijst><li nr="a."><al>bij het verlijden van de notariële akte van levering of
                                            vestiging van het zakelijk recht van erfpacht 100%</al></li><li nr="b."><al>indien het verkoopbesluit cq erfpachtbesluit niet tot
                                            stand komt, doordat burgemeester en wethouders niet
                                            besluiten tot verkoop of erfpacht 100%</al></li><li nr="c."><al>indien op de datum van de ontvangst van de schriftelijke
                                            mededeling van de aanvrager, dat hij zijn
                                            aanvraag/reservering intrekt en door of namens
                                            burgemeester en wethouders het verkoop- of
                                            erfpachtbesluit nog niet is verzonden 50%</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek besluiten af te
                                    wijken van het bepaalde in dit artikel. Dit besluit wordt
                                    schriftelijk medegedeeld.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 5 betaling koopsom of erfpachtcanon</titel></kop><structuurtekst><al>De betaling van de koopsom cq erfpachtcanon voor het eerste jaar zal
                            geschieden vóór of bij het verlijden van de notariële akte van levering
                            of vestiging van het zakelijk recht van erfpacht</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 6 opmaken akte</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De akte van levering of vestiging van het zakelijk recht van
                                    erfpacht dient te worden verleden ten overstaan van een door
                                    burgemeester en wethouders aan te wijzen notaris, tenzij de
                                    koper of erfpachter te kennen geeft een andere notaris te
                                    wensen.</al></li><li nr="2."><al>De akte van levering of vestiging van het zakelijk recht moet
                                    worden verleden binnen acht weken na de dag waarop het verkoop-
                                    cq erfpachtbesluit is bekendgemaakt.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen, indien hiertoe bijzondere
                                    omstandigheden aanwezig zijn, de in lid 2 genoemde termijn
                                    verlengen. De koper cq erfpachter dient hiertoe binnen zes
                                    weken, na de ontvangst van het besluit tot verkoop of tot
                                    vestiging van het zakelijk recht, een verzoek in bij
                                    burgemeester en wethouders. Aan de verlenging van de termijn
                                    kunnen voorwaarden worden verbonden.</al></li><li nr="4."><al>Indien de koper cq de erfpachter niet meewerkt aan het verlijden
                                    van de akte binnen in de lid 2 en 3 van dit artikel vermelde
                                    termijn, is hij vanaf de datum van het passeren van de notariële
                                    akte een boete verschuldigd welke gelijk is aan de wettelijke
                                    rente over de verschuldigde koopsom cq de grondwaarde bij
                                    erfpacht. Bij de berekening van de boete wordt uitgegaan van
                                    volle maanden. De verschuldigde boete moet worden voldaan vóór
                                    of tijdens het verlijden van de notariële akte</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 7 kosten verkoop,zakelijke lasten en belastingen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Alle kosten en belastingen met betrekking tot de overeenkomst
                                    tot het in erfpacht geven/de vestiging van het zakelijk recht of
                                    tot koop en verkoop en vervolgens levering van grond inclusief
                                    de kosten van kadastrale inmeting zijn voor rekening van de
                                    erfpachter cq koper.</al></li><li nr="2."><al>Alle lasten en belastingen, als bedoeld onder 1, komen voor
                                    rekening van de erfpachter cq koper met ingang van 1 januari na
                                    de datum van passering van de notariële akte..</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 8 staat van overdracht</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De grond wordt overgedragen cq in erfpacht uitgegeven in de
                                    staat, waarin zij zich op het moment van eigendomsoverdracht cq
                                    de vestiging van het zakelijk recht dan wel van eerdere
                                    ingebruikneming bevindt, vrij van hypotheken, hypothecaire
                                    inschrijvingen, beslagen, huur of pacht, doch overigens met alle
                                    daaraan verbonden heersende en lijdende erfdienstbaarheden,
                                    lasten en belastingen.</al></li><li nr="2."><al>De gemeente geeft geen enkele garantie of vrijwaring behoudens
                                    die van uitwinning.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 9 milieu</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Naar de aanwezigheid van voor het milieu of de volksgezondheid
                                    gevaarlijke of niet aanvaardbare stoffen in de te veropen cq in
                                    erfpacht uit te geven grond, is een globaal onderzoek verricht.
                                    De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in een rapport
                                    bodemonderzoek, waarin de toestand van de grond wordt omschreven
                                    en waaruit blijkt dat er geen enkele reden is om aan te nemen
                                    dat zich in de grond stoffen bevinden, die naar de huidige
                                    maatstaven schadelijk zijn te achten voor het milieu of die
                                    anderszins onaanvaardbaar zijn. Evenmin heeft de gemeente gezien
                                    het voorafgaande gebruik van de grond en voor zover dat bij haar
                                    bekend is, reden om aan te nemen dat zich schadelijke stoffen in
                                    de grond zouden kunnen bevinden.</al></li><li nr="2."><al>Indien tijdens de voorbereidende werkzaamheden voor de bouw van
                                    het op de grond te realiseren bouwplan, doch vóór het moment van
                                    het ondertekenen van de notariële akte zou blijken van enige
                                    aanwezigheid van voor het milieu gevaarlijke of niet
                                    aanvaardbare stoffen, die van een zodanige concentratie en aard
                                    zijn dat van de koper cq de erfpachter in redelijkheid niet kan
                                    worden gevergd dat hij zonder tot sanering over te gaan, aan
                                    zijn bouwplicht kan voldoen, heeft de koper cq de erfpachter het
                                    recht eenzijdig deze overeenkomst te ontbinden en de grond ter
                                    vrije beschikking van de gemeente te stellen, voor zover
                                    mogelijk in de staat waarin deze zich bevond bij het aangaan van
                                    de overeenkomst. De gemeente is in dit geval op geen enkele
                                    wijze tot schadevergoeding verplicht.</al></li><li nr="3."><al>Onder voor het milieu gevaarlijke of niet aanvaardbare stoffen,
                                    zoals omschreven in lid 2, wordt niet verstaan:
                                    funderingsrestanten, puin of andere restanten van bouwkundige
                                    aard, noch stobben van bomen en struiken.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 10 gebruiksbepaling</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De koper cq de erfpachter verbindt zich op het door hem gekochte
                                    cq op de aan hem in erfpacht gegeven grond een door burgemeester
                                    en wethouders te bepalen aantal en soort gebouwen te stichten cq
                                    te doen stichten, in overeenstemming met het voor het gekochte
                                    of in erfpacht uitgegeven grond geldende bestemmingsplan.</al></li><li nr="2."><al>Zowel het verkochte of hetgeen in erfpacht is gegeven als de
                                    daarop gestichte bebouwing mag uitsluitend worden gebruikt
                                    overeenkomstig hetgeen in het door de koper ingediende en door
                                    de gemeente goedgekeurde inrichtingsvoorstel is aangegeven.</al></li><li nr="3."><al>Indien het gekochte of hetgeen in erfpacht is gekregen
                                    bouwgrond/bedrijventerrein betreft mag ten hoogste één
                                    bedrijfswoning worden gebouwd, voorzover het bestemmingsplan de
                                    bouw van een dergelijke woning toestaat. Bij splitsing van het
                                    perceel grond, zulks met inachtneming van bestemmingsbepalingen,
                                    mag geen extra bedrijfswoning worden gerealiseerd.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 11 bebouwing</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><lijst><li nr="a."><al>Binnen twee jaar na de datum van het passeren van de
                                            leveringsakte cq de akte van vestiging van het zakelijk
                                            recht van erfpacht moet de op de grond te stichten
                                            bebouwing voltooid en gebruiksklaar zijn. Op verzoek kan
                                            deze termijn door burgemeester en wethouders worden
                                            verlengd.</al></li><li nr="b."><al>De bouw dient binnen zes maanden na het verkrijgen van
                                            een bouwvergunning te zijn begonnen en behoort
                                            regelmatig te worden voortgezet. Op verzoek kan deze
                                            termijn door burgemeester en wethouders worden
                                            verlengd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Zolang niet is voldaan aan de in lid 1 vermelde verplichtingen
                                    mag de koper de grond niet zonder toestemming van burgemeester
                                    en wethouders vervreemden, met zakelijke rechten bezwaren,
                                    verhuren of verpachten. Aan de toestemming kunnen voorwaarden
                                    worden verbonden.</al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in lid 2 is niet van toepassing ingeval van
                                    executoriale verkoop door een hypotheekhouder ex. <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Burgerlijk%20Wetboek%20boek%203/article=268">artikel 3:268 van het Burgerlijk Wetboek</extref> of door
                                    een schuldeiser ingeval van verkoop op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Burgerlijk%20Wetboek%20boek%203/article=174">artikel 3:174 van het Burgerlijk Wetboek</extref>.</al></li><li nr="4."><al>De in lid 2 bedoelde toestemming wordt geacht te zijn verleend
                                    als de overdracht van de betreffende grond geschiedt ter
                                    uitvoering van een tussen de in de overeenkomst genoemde koper
                                    en diens wederpartijen gesloten koop/aannemingsovereenkomst,
                                    waarbij de koper zich tegenover de wederpartij verplicht
                                    uitvoering te geven aan het bepaalde in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-10-gebruiksbepaling">artikel 10</extref>.</al></li><li nr="5."><al>Het in lid 4 van dit artikel gestelde geldt uitsluitend voor de
                                    koper met wie een overeenkomst is gesloten en niet voor zijn
                                    rechtsopvolger(s);</al></li><li nr="6."><al>Voor het geval de bouw niet binnen de in de leden 1 a en 1b van
                                    dit artikel gestelde termijnen mocht zijn begonnen dan wel zijn
                                    voltooid, is de koper dan wel diens rechtsverkrijgende gehouden,
                                    voor zover de gemeente dit te kennen geeft, op een door
                                    burgemeester en wethouders te bepalen tijdstip zonder enig
                                    voorbehoud mee te werken aan het terug leveren van het verkochte
                                    aan de gemeente, een en ander tegen 90% van de oorspronkelijke
                                    koopprijs. De resterende 10% vervalt aan de gemeente als
                                    vergoeding voor gemaakte kosten en gederfde opbrengsten. De op
                                    de terug levering betrekking hebbende kosten komen in dit geval
                                    voor rekening van de overdragende partij. De overdragende partij
                                    zal geen aanspraak maken op enige rentevergoeding over de
                                    koopprijs.</al></li><li nr="7."><al>De koper dan wel diens rechtsverkrijgende dient het verkochte,
                                    voor zover dit niet wordt bebouwd in een goede staat te
                                    onderhouden.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 12 garantieregeling</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Voor het passeren van de akte van levering bij verkoop cq van de
                                    akte tot vestiging van het zakelijk recht van erfpacht, doch
                                    uiterlijk binnen acht weken na bekendmaking van het besluit tot
                                    verkoop of het besluit tot vestiging van het zakelijk recht
                                    dient degene, die tot de aankoop cq tot de aanvaarding van het
                                    zakelijk recht overgaat, met de bedoeling daarop voor derden
                                    woningen te bouwen met een bouwvergunning aan te tonen, dat voor
                                    de te bouwen woning een certificaat van het garantie-instituut
                                    woningbouw is verkregen.</al></li><li nr="2."><al>Van het bepaalde in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders op
                                    verzoek vrijstelling verlenen, indien naar hun oordeel op een
                                    andere wijze voldoende zekerheid ten aanzien van het bouwen van
                                    woningen is gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Bij het niet of niet tijdig voldoen aan het bepaalde in de leden
                                    1 en 2 van dit artikel is de gemeente bevoegd de overeenkomst te
                                    ontbinden zonder enige ingebrekestelling of rechterlijke
                                    tussenkomst. Alsdan bestaat geen recht op schadevergoeding of
                                    terugbetaling van een van de waarborgsommen als vermeld in
                                        <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-1-aanvraag-reservering-en-betalen-waarborgsom">artikel 1</extref>.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 13 afsluiting perceel</titel></kop><structuurtekst><al>De koper doet afstand van de bevoegdheid van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Burgerlijk%20Wetboek%20boek%205/article=49">artikel 5.49 van het Burgerlijk Wetboek</extref> voor zover de aan
                            het verkochte terrein grenzende grond eigendom van de gemeente is.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 14 vervallen overeenkomst bij faillissement e.d.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Indien de koper of de erfpachter voor het verlijden van de
                                    leveringsakte of de akte van vestiging van het zakelijk recht
                                    van erfpacht in staat van faillissement wordt verklaard of
                                    surséance van betaling heeft verkregen, alsmede wanneer er voor
                                    het verlijden van een van de vorenbedoelde akten executoriaal
                                    beslag op zijn roerende en/of onroerende zaken wordt gelegd, is
                                    de gemeente bevoegd de overeenkomst te ontbinden zonder dat
                                    enige ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst zal zijn
                                    vereist.</al></li><li nr="2."><al>Reeds betaalde gedeelten van de koopsom cq de erfpachtcanon
                                    zullen worden gerestitueerd voor zover zij het bedrag van de
                                    kosten en boeten ingevolge de koopovereenkomst of de
                                    overeenkomst tot vestiging van erfpacht te boven gaan.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 15 ingebruikneming</titel></kop><structuurtekst><al>De koper cq de erfpachter kan het gekochte cq het in erfpacht gekregene
                            in eigen gebruik en genot aanvaarden zodra de koopsom cq de
                            erfpachtcanon is betaald en de leveringsakte cq de akte van de vestiging
                            van het zakelijk recht van erfpacht is verleden.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 16 vervroegde ingebruikneming</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 15 kunnen
                                    burgemeester en wethouders de koper of de erfpachter toestemming
                                    verlenen het bouwterrein geheel of gedeeltelijk in gebruik te
                                    nemen voor het in artikel 15 genoemde tijdstip. In dit geval gaat
                                    het risico op de koper of de erfpachter over met ingang van de
                                    dag van vervroegde ingebruikname.</al></li><li nr="2."><al>Over het tijdvak van de datum van vervroegde ingebruikname tot
                                    de dag van betaling van de koopsom cq de erfpachtcanon is
                                    de'koper cq de erfpachter rente verschuldigd, welke wordt
                                    berekend naar een door burgemeester en wethouders voor de
                                    ingebruikname te bepalen rentepercentage per jaar over het
                                    bedrag van de koopsom.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 17 aansprakelijkheid koper cq erfpachter</titel></kop><structuurtekst><al>De ten laste van de koper cq de erfpachter en hun rechtverkrijgenden
                            komende verplichtingen zijn ondeelbaar. Indien die verplichtingen op
                            meer personen cq rechtspersonen berusten, zijn deze hoofdelijk
                            aansprakelijk voor het nakomen van de verplichtingen</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 18 boetebedingen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Voor iedere niet-nakoming van de verplichtingen in artikel 11, lid 1a en
                                        1b is de koper cq de erfpachter en zo meerdere
                                    personen samen gekocht hebben c.q in erfpacht hebben genomen
                                    door hen als hoofdelijke debiteuren, zonder dat enige
                                    ingebrekestelling zal zijn vereist, ten behoeve van de gemeente
                                    een dadelijk opeisbare boete verschuldigd zijn van 1% van de
                                    totale koopsom cq van de grondwaarde per dag, met een minimum
                                    van € 50,- per dag dat de tekortkoming voortduurt.</al></li><li nr="2."><al>De gemeente is gerechtigd om de wederpartij dan wel diens
                                    directe of indirecte rechtverkrijgende bij niet-nakoming of
                                    overtreding van de koop- of erfpachtovereenkomst, dan wel van
                                    één van de hierop van toepassing verklaarde bepalingen of van de
                                    hieruit voortvloeiende akten, een door burgemeester en
                                    wethouders nader te bepalen dadelijk opeisbare boete op te
                                    leggen tot een maximum van € 500.000 per overtreding of
                                    niet-nakoming, te verhogen met maximaal € 250,- per dag of een
                                    gedeelte van de dag dat de niet-nakoming of overtreding
                                    voortduurt. De boete is verschuldigd aan de gemeente
                                    onverminderd het recht om boven de boete nakoming en/of
                                    schadevergoeding te vorderen.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 19 waarborging recht van uitweg</titel></kop><structuurtekst><al>Bij verkoop van grond voor aaneengebouwde woningen in blokken van meer
                            dan twee eenheden kunnen bijzondere voorwaarden worden gesteld, waardoor
                            het recht van uitweg voor alle bouwers/bewoners onverkort gewaarborgd
                            wordt en gehandhaafd blijft.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 20 geen verrekening</titel></kop><structuurtekst><al>Verschil tussen de werkelijke grootte en de grootte zoals die in eerste
                            instantie door de gemeente is aangegeven zal, behoudens nadere bepaling
                            in de koop- of erfpachtovereenkomst, geen aanleiding geven tot enige
                            verrekening.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 21 kettingbeding</titel></kop><structuurtekst><al>Tenzij de gemeente schriftelijk heeft toegestaan dat daarvan wordt
                            afgeweken moeten de artikelen
                                10, 11,
                                12, 13, 18, lid 2, 19 en
                                21 bij elke gehele
                            of gedeeltelijke vervreemding van het verkochte of vestiging van enig
                            zakelijk recht daarop aan elke opvolger in eigendom of rechthebbende van
                            het zakelijk recht worden opgelegd onder verbeurte van een dadelijk
                            opeisbare boete ten behoeve van de gemeente van €50.000,</al><al>De boete is verschuldigd door het enkele feit van niet-nakoming of
                            overtreding van het bepaalde in dit artikel, zonder dat enige
                            ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst zal zijn vereist. De boete
                            moet worden betaald binnen acht dagen na een schriftelijke aanmaning van
                            burgemeester en wethouders.</al><al>De hiervoor vermelde artikelen inclusief dit artikel blijven tevens van
                            toepassing bij herbouw of herstel van het verkochte na het geheel of
                            gedeeltelijk tenietgaan van de alsdan bestaande bebouwing.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 22 anti-speculatiebeding</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Tenzij sprake is van projectontwikkeling waarmee de gemeente
                                    uitdrukkelijk heeft ingestemd zijn de leden 2 en 3 van dit
                                    artikel van toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van burgemeester
                                    en wethouders mag het verkochte perceel bouw- of bedrijfsgrond
                                    niet worden vervreemd alvorens een termijn van 5 jaar na de
                                    juridische levering is verstreken. De koper is dan verplicht op
                                    eerste vordering van de gemeente het perceel bouw- of
                                    bedrijfsgrond terug te leveren aan de gemeente tegen de
                                    oorspronkelijke koopsom vermeerderd met de kosten van
                                    eigendomsoverdracht.</al></li><li nr="3."><al>Indien voorzieningen, geen onderhoud zijnde, zijn aangebracht in
                                    of aan het verkochte worden de uit de voorziening voortvloeiende
                                    kosten geacht zijn begrepen in de oorspronkelijke koopsom.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 22 heiverbod</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen de gemeente heiwerkzaamheden te
                                    verrichten of te doen verrichten.</al></li><li nr="2."><al>Het heiverbod geldt zonder onderscheid naar de bij de
                                    werkzaamheden te gebruiken hulpmiddelen en materialen.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd van het heiverbod
                                    vrijstelling te verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Van de vrijstellingsbevoegdheid als bedoeld in lid 3 kan gebruik
                                    worden gemaakt indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de bebouwing binnen een straal van 75 meter rondom de
                                            plaats waar geheid moet worden niet op palen is
                                            gefundeerd, mits dit door of vanwege de opdrachtgever
                                            genoegzaam is aangetoond.</al></li><li nr="b."><al>De bebouwing binnen een straal van 75 meter rondom de
                                            plaats waar geheid moet worden niet op palen is
                                            gefundeerd en middels een trillingsonderzoek en
                                            risicoanalyse wordt aangetoond, dat heien verantwoord
                                            is.</al></li><li nr="c."><al>Indien binnen een straal van 75 meter slechts panden
                                            aanwezig zijn die aan de opdrachtgever in eigendom
                                            toebehoren en uitsluitend bij hem in gebruik zijn.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Voor zover burgemeester en wethouders overigens van hun
                                    vrijstellingsbevoegdheid gebruik maken geschiedt, dat enkel
                                    langs ontwikkelde en te ontwikkelen beleidslijnen.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 23 geschillenregeling</titel></kop><structuurtekst><al>Alle geschillen, die naar aanleiding van de koopovereenkomst of
                            erfpachtovereenkomst mochten ontstaan van welke aard en omvang ook,
                            daaronder mede begrepen die welke slechts door één van de partijen als
                            zodanig worden beschouwd, zullen worden voorgelegd aan de volgens de wet
                            bevoegde rechter, tenzij partijen ter zake van die geschillen arbitrage
                            bij het Nederlands Arbitrage Instituut overeenkomen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 24 slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die waarop zij is bekendgemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Met ingang van de dag vermeld in lid 1 treedt de verordening in
                                    de plaats van de algemene voorwaardenverordening inzake verkoop
                                    en erfpacht, 1997 en de wijziging dd 29 maart 2001 en 28
                                    september 2006.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Steenbergen, 21 december 2006,</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>