<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72142_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Loon op Zand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Loon op Zand</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loon op Zand</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Duinkoerier</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Loon op Zand</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Loon op Zand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke
                        ondersteuning gemeente Loon op Zand 2011</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Algemeen</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt
                            verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning;</al></li><li nr="b."><al>Compensatiebeginsel: de algemene verplichting aan het college om
                                    personen met beperkingen door het treffen van voorzieningen een
                                    gelijkwaardige uitgangspositie te verschaffen zodat zij
                                    zelfredzaam zijn en in staat tot maatschappelijke
                                    participatie;</al></li><li nr="c."><al>Beperkingen: moeilijkheden die een persoon heeft met het
                                    uitvoeren van activiteiten;</al></li><li nr="d."><al>Persoon met beperkingen: een persoon die ten gevolge van ziekte
                                    of gebrek, inclusief chronische psychische en psychosociale
                                    problemen, aantoonbare beperkingen ondervindt bij de
                                    maatschappelijke participatie</al></li><li nr="e."><al>Mantelzorger: een persoon uit de directe omgeving van een
                                    hulpbehoevende, die niet in het kader van een hulpverlenend
                                    beroep langdurig hulp verleend, waarbij zorgverlening
                                    rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de
                                    gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt;</al></li><li nr="f."><al>Vrijwilliger: een persoon, die in enig georganiseerd verband,
                                    onverplicht en onbetaald werkzaamheden verricht, ten behoeve van
                                    andere mensen of de samenleving, zonder van deze werkzaamheden
                                    van zijn of haar levensonderhoud afhankelijk te zijn;</al></li><li nr="g."><al>Zelfredzaamheid: het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk of
                                    financiële vermogen om zelf voorzieningen te treffen die
                                    maatschappelijke participatie mogelijk maken;</al></li><li nr="h."><al>Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het
                                    maatschappelijke verkeer, te weten het voeren van een
                                    huishouden, het normale gebruik van de woning; het zich in en om
                                    de woning verplaatsen; het zich zodanig verplaatsen dat
                                    aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en
                                    landelijke vervoersystemen; het ontmoeten van andere mensen en
                                    het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die
                                    manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven;</al></li><li nr="i."><al>Algemene voorziening: een voorziening die wordt geleverd op
                                    basis van directe beschikbaarheid, een beperkte
                                    toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en adequate
                                    oplossing biedt voor de beperkingen die een persoon
                                    ondervindt;</al></li><li nr="j."><al>Individuele voorziening: een voorziening die individueel wordt
                                    aangeboden indien een algemene voorziening geen adequate
                                    oplossing biedt;</al></li><li nr="k."><al>Eigen bijdrage: een door het college van burgemeester en
                                    wethouders vast te stellen bijdrage, die bij de verstrekking van
                                    een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget betaald
                                    moet worden en waarop de regels van het Besluit maatschappelijke
                                    ondersteuning van toepassing zijn; </al></li><li nr="l."><al>Eigen aandeel in de kosten: het deel van een voorziening,
                                    waarvoor een financiële tegemoetkoming is verstrekt, dat niet
                                    voor tegemoetkoming in aanmerking komt.</al></li><li nr="m."><al>Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in
                                    bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke
                                    dienstverlening wordt verstrekt;</al></li><li nr="n."><al>Persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de aanvrager een
                                    of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven en
                                    waarop de in deze verordening en het Besluit maatschappelijke
                                    ondersteuning te stellen regels van toepassing zijn;</al></li><li nr="o."><al>Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot
                                    het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon
                                    als de aanvrager behorend;</al></li><li nr="p."><al>Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen
                                    voorziening, voorzover dit deel van de kosten uitgaat boven voor
                                    die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van
                                    een dergelijke voorziening;</al></li><li nr="q."><al>Huisgenoot: iedere meerderjarige met wie de aanvrager duurzaam
                                    gemeenschappelijk een woning bewoont;</al></li><li nr="r."><al>Budgethouder: een persoon aan wie ingevolge deze verordening een
                                    persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college
                                    verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget
                                    verschuldigd is.</al></li><li nr="s."><al>Financiële tegemoetkoming: Een tegemoetkoming in de kosten dat
                                    los van de werkelijke kosten van een voorziening wordt
                                    verstrekt, al dan niet met inachtneming van de
                                    inkomensgrens.</al></li><li nr="t."><al>Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke
                                    ondersteuning: het op grond van deze verordening vastgestelde
                                    overzicht, omvattende het geheel van verstrekkingen en bedragen
                                    welke het college in het kader van de Wmo kan verstrekken,
                                    verder te noemen Besluit. </al></li><li nr="u."><al>Inkomen: het netto inkomen van de aanvrager omgerekend naar een
                                    bedrag per kalenderjaar zoals aangegeven in het Besluit; of het
                                    gezamenlijk netto inkomen zoals aangegeven in het Besluit van de
                                    ouders of pleegouders van de aanvrager omgerekend naar een
                                    bedrag per kalenderjaar indien de aanvrager jonger is dan 18
                                    jaar en geen partner heeft in de zin van artikel 1, lid 2 van de
                                    wet of het gezamenlijk netto inkomen zoals aangegeven in het
                                    Besluit van de persoon met beperkingen en zijn partner
                                    omgerekend naar een bedrag per kalenderjaar indien de persoon
                                    met beperkingen een partner heeft in de zin van artikel 1, lid 2
                                    van de wet.</al></li><li nr="v."><al>Sociale woningbouw: woningbouw waarbij rekening wordt gehouden
                                    met inkomen van de huurder of koper.</al></li><li nr="w."><al>Woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een
                                    standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden
                                    verplaatst;</al></li><li nr="x."><al>Standplaats; een kavel, bestemd voor het plaatsen van een
                                    woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het
                                    leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of
                                    van gemeenten kunnen worden aangesloten</al></li><li nr="y."><al>Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor
                                    permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste
                                    woon- en verblijfplaats heeft en op welk adres de persoon met
                                    beperkingen in de gemeentelijke basisadministratie staat
                                    ingeschreven of zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijk
                                    woonadres indien de persoon met beperkingen met een briefadres
                                    is ingeschreven; </al></li><li nr="z."><al>Gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een woongebouw, niet
                                    behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk
                                    om de woning van de aanvrager vanaf de toegang tot het
                                    woongebouw te bereiken;</al></li><li nr="aa."><al>Rolstoelvoorziening: voorziening die de persoon met beperkingen
                                    in staat stelt zich in en om de woning te verplaatsen en waarvan
                                    het rijden de primaire functie is.</al></li><li nr="bb."><al>Woonvoorziening: voorziening die de persoon met beperkingen in
                                    staat stelt de woning normaal te gebruiken.</al></li><li nr="cc."><al>Vervoersvoorziening: voorziening die de persoon met beperkingen
                                    in staat stelt zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel</al></li><li nr="dd."><al>Directe woon/ en leefomgeving: Een straal van 5 openbaar
                                    vervoerszones gemeten vanaf het woonadres van de aanvrager</al></li><li nr="ee."><al>Topsport: sport op nationaal en/of internationaal hoogste
                                    prestatieniveaubinnen een erkend sportonderdeel</al></li><li nr="ff."><al>Aanvrager: de persoon met beperkingen, de mantelzorger of de
                                    persoon die gemachtigd is namens de persoon met beperkingen of
                                    mantelzorger een aanvraag in te dienen op grond van deze
                                    verordening </al></li><li nr="gg."><al>Vergoeding voor alfahulp: een verbijzondering van het
                                    persoonsgebonden budget. Met deze vergoeding kan hulp bij het
                                    huishouden uitgevoerd door een alfahulp worden ingekocht.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>De aanvraagprocedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag door een persoon met beperkingen of van een
                                mantelzorger om voorzieningen of ondersteuning ten behoeve van het
                                bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer wordt
                                gedaan door middel van een door het college beschikbaar gesteld
                                aanvraagformulier</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag dient te worden ingediend bij het Servicepunt Welzijn,
                                Wonen &amp; Zorg waar zowel aanvragen voor voorzieningen inzake de
                                wet alsook aanvragen zorg inzake de Algemene Wet Bijzondere
                                Ziektekosten (AWBZ) kunnen worden ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Persoonlijk contact</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een eerste aanvraag wordt gevolgd door een persoonlijk contact.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste persoonlijk contact vindt plaats bij de persoon met
                                beperkingen thuis tenzij de persoon met beperkingen hier bezwaren
                                tegen heeft of de hulpvraag daartoe geen aanleiding geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>De toegangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeente doet een integraal onderzoek om de hulpvraag duidelijk
                                te krijgen en in samenspraak met de persoon met beperkingen een
                                adequate oplossing te zoeken die samenhangend is afgestemd op de
                                situatie van de persoon met beperkingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan dit integrale onderzoek op moment van eerste
                                persoonlijk contact achterwege laten als de situatie hiertoe geen
                                aanleiding geeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college vraagt een externe deskundige om advies indien: </al><lijst><li nr="a."><al>overwogen wordt op medische gronden geen individuele
                                        voorziening te verstrekken, of;</al></li><li nr="b."><al>het college dat overigens gewenst vindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een aanvrager is verplicht aan het college of de door hen aangewezen
                                adviesinstantie die gegevens te verschaffen of te doen verschaffen
                                die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de toegangsbepaling.
                            </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Tijdens de toegangsbepaling wordt voor de inventarisatie van de
                                mogelijkheden en onmogelijkheden van de persoon met beperkingen
                                gebruik gemaakt van de ICF-classificatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Relatie met de voorliggende voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele voorziening is van toepassing als uit de hulpvraag
                                blijkt dat algemene voorzieningen geen adequate oplossing bieden op
                                het terrein van het zelfstandig voeren van een huishouden, zich
                                verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per
                                vervoersmiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan
                                sociale verbanden aan te gaan,of</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een individuele voorziening is van toepassing als uit de hulpvraag
                                blijkt dat de voorzieningen uit privaat rechtelijke dan wel
                                wettelijke regelingen geen adequate oplossing bieden op het terrein
                                van het zelfstandig voeren van een huishouden, zich verplaatsen in
                                en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoersmiddel en
                                medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te
                                gaan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als tijdens de hulpvraag blijkt dat (ook) AWBZ voorzieningen
                                noodzakelijk zijn, zal de gemeente deze specifieke aanvraag
                                doorleiden naar het indicatieorgaan van de AWBZ. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Voorwaarden toekennen van individuele voorzieningen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele voorziening kan slechts worden toegekend voor
                                zover:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>deze minimaal zes maanden noodzakelijk is om de beperkingen op het
                                gebied van het voeren van het huishouden, het verplaatsen in en om
                                de woning, het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en bij het
                                ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale verbanden
                                aangaan op te heffen of te verminderen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in uitzondering op hetgeen gesteld in het eerste lid, sub a kan een
                                voorziening voor kortdurende noodzaak worden toegekend als het gaat
                                om kortdurende hulp bij het huishouden dan wel spoedeisende
                                hulp;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate
                                voorziening kan worden aangemerkt;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>deze in overwegende mate op het individu is gericht;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen individuele voorziening wordt toegekend:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen
                                gebruikelijk is;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de aanvrager niet woonachtig is in de gemeente Loon op
                                Zand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de
                                woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte
                                materialen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de aanvrager
                                voorafgaand aan het moment van beschikken heeft gemaakt dan wel waar
                                vooraf geen toestemming voor is gegeven door het college van
                                burgemeester en wethouders;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft
                                reeds eerder krachtens deze verordening, dan wel krachtens de aan
                                deze verordening voorafgaande Verordening voorzieningen
                                gehandicapten, is verstrekt nog steeds als zijnde adequaat wordt
                                beschouwd en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog
                                niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of versterkte
                                voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die
                                niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van
                                aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand
                                aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt
                                aangevraagd;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>Voor zover de gevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger
                                niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college maakt geen gebruik van de bevoegdheid om de gevraagde
                                voorziening op grond van het bepaalde in lid 2 onderdeel d te
                                weigeren, indien zij uitdrukkelijk schriftelijk toestemming heeft
                                gegeven tot het maken van de kosten, dan wel indien het college de
                                noodzaak voor een individuele voorziening nog kan vaststellen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Vorm van te verstrekken individuele voorzieningen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.</nr><titel>Keuzevrijheid.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele voorziening wordt verstrekt in natura, als
                                    financiële tegemoetkoming, of als persoonsgebonden budget. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De persoon met beperkingen heeft de keuzemogelijkheid tussen het
                                    ontvangen van een voorziening in natura of een vergelijkbaar en
                                    toereikend persoonsgebonden budget, waaronder de vergoeding voor
                                    een alfahulp.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt vast in welke situaties de bij de wet
                                    verplichte keuze tussen een voorziening in natura of een
                                    persoonsgebonden budget niet wordt geboden aan de hand van de in
                                    het Besluit neergelegde criteria.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.</nr><titel>Voorziening in natura</titel></kop><al>Indien een voorziening in natura wordt verstrekt is de
                                bruikleenovereenkomst, huurovereenkomst of
                                dienstverleningsovereenkomst tussen de leverancier en de aanvrager
                                resp. de gemeente en de aanvrager van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.</nr><titel>Financiële tegemoetkoming.</titel></kop><al>Bij verstrekking van een financiële tegemoetkoming worden de
                                toepasselijke voorwaarden zoals genoemd in het Besluit in de
                                beschikking opgenomen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Persoonsgebonden budget.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6
                                        van de wet, zijn de volgende voorwaarden van
                                        toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt
                                                ten aanzien van individuele voorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>de omvang van het persoonsgebonden budget is de
                                                tegenwaarde van de in de betreffende situatie
                                                goedkoopst adequate te verstrekken voorziening in
                                                natura, indien nodig aangevuld met een
                                                persoonsgebonden budget voor instandhoudingskosten,
                                                zoals vastgelegd in het Besluit;</al></li><li nr="c."><al>de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt
                                                vastgesteld wordt door het college vastgelegd in het
                                                Besluit;</al></li><li nr="d."><al>Een voorziening aangeschaft met een persoonsgebonden
                                                budget kan, zodra deze voorziening niet meer
                                                gebruikt, op verzoek van de persoon met beperkingen
                                                of aanvrager worden opgehaald door het college.
                                            </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De toekenning van het te verstrekken persoonsgebonden
                                        budget, de omvang en de looptijd ervan worden bij
                                        beschikking vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>Bij de beschikking wordt een program van eisen verstrekt
                                        waarin aangegeven is aan welke vereisten de met het
                                        persoonsgebonden budget te verwerven voorziening dient te
                                        voldoen.</al></li><li nr="4."><al>Na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden
                                        budget ter beschikking gesteld door storting op de rekening
                                        van de aanvrager of door de aanvrager gemachtigde
                                        derde.</al></li><li nr="5."><al>Indien het om hulp bij het huishouden gaat, wordt het
                                        persoonsgebonden budget ter beschikking gesteld na
                                        overleggen van een ondertekende overeenkomst tussen
                                        aanvrager en zorgverlener.</al></li><li nr="6."><al>Na aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden
                                        budget verstrekt is, dan wel na afloop van de periode waarop
                                        het persoonsgebonden budget van toepassing is, kan het
                                        college aan de budgethouder om de volgende, voor zover van
                                        toepassing, gegevens verzoeken:</al><lijst><li nr="a."><al>de nota/factuur van de aangeschafte voorziening;
                                            </al></li><li nr="b."><al>een betalingsbewijs van de aangeschafte
                                                voorziening;</al></li><li nr="c."><al>een overzicht van de salarisadministratie;</al><al>volgens de voorschriften zoals door het college in
                                                het Besluit opgenomen.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Na ontvangst van de in het vorige lid genoemde bescheiden
                                        behoudt het college het recht om al dan niet over te gaan
                                        tot terugvordering of verrekening. </al></li><li nr="8."><al>Het college mag een pgb weigeren wanneer er sprake is van
                                        een financiele situatie waardoor de aanvrager niet over het
                                        pgb kan beschikken. Bijvoorbeeld bij schulden, beslag op
                                        tegoeden en dergelijke.</al></li><li nr="9."><al>Bij twijfel of de aanvrager het pgb kan beheren, mag het
                                        college het pgb weigeren en in plaats daarvan een natura
                                        voorziening verstrekken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Eigen bijdragen en eigen aandeel.</titel></kop><al>Bij het verstrekken van individuele voorzieningen op grond van de
                                wet is de aanvrager een eigen bijdrage verschuldigd of wordt de
                                financiële tegemoetkoming afgestemd op het inkomen als bedoeld in
                                artikel 4.2 Besluit maatschappelijke ondersteuning. Het college legt
                                in het Besluit de omvang van deze eigen bijdrage en het eigen
                                aandeel vast.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Individuele voorzieningen voor het voeren van een huishouden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Soorten individuele voorzieningen voor het voeren van een
                                huishouden</titel></kop><al>Individuele voorzieningen voor het voeren van een huishouden:</al><lijst><li nr="a."><al>Hulp bij het huishouden;</al></li><li nr="b."><al>Woonvoorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>Overige voorzieningen die het mogelijk maken een huishouden te
                                    voeren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>recht op hulp bij het huishouden</titel></kop><al>De persoon met beperkingen kan voor Hulp bij het huishouden als bedoeld
                            in artikel 4.1 sub a. in aanmerking komen indien het zelf uitvoeren van
                            één of meer huishoudelijke taken onmogelijk is door:</al><lijst><li nr="a."><al>aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek, inclusief
                                    een chronisch psychisch en/of psychosociaal probleem of</al></li><li nr="b."><al>problemen bij het uitvoeren van hulp bij het huishouden door de
                                    mantelzorger.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Gebruikelijke zorg.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in artikel 4.2 komt een persoon met
                                beperkingen of de mantelzorger niet in aanmerking voor hulp bij het
                                huishouden als tot de leefeenheid waar deze persoon deel van
                                uitmaakt een of meer huisgenoten behoren die wel in staat zijn het
                                huishoudelijk werk te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het vorige lid is niet van toepassing indien deze huisgenoten door
                                activiteiten met een verplichtend karakter regelmatig langere
                                perioden niet aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het vaststellen van de aanwezigheid van gebruikelijke zorg
                                wordt het Protocol ‘Gebruikelijke zorg bij hulp bij het huishouden’
                                gehanteerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Omvang van de hulp bij het huishouden.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De omvang van de hulp bij het huishouden wordt bepaald door de aard
                                van de beperkingen en de gezinssituatie van de aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De omvang van de voorziening huishoudelijke verzorging wordt
                                uitgedrukt in uren en minuten per week.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een indicatie hulp bij het huishouden is maximaal 5 jaar geldig of
                                tot wanneer de beperkingen zodanig veranderen dat een nieuwe
                                indicatie noodzakelijk is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Het persoonsgebonden budget.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvrager sluit een zorgovereenkomst af met een zorgaanbieder. Na
                                overleg van deze overeenkomst wordt het toegekende persoonsgebonden
                                budget overgemaakt aan aanvrager of aan de aanvrager gemachtigde
                                derde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van het persoonsgebonden budget is toereikend om tot een
                                met zorg in natura vergelijkbaar resultaat te komen. Hierbij wordt
                                onderscheidt gemaakt tussen formele zorg (geleverd door een
                                professionele aanbieder) en informele zorg (geleverd door een
                                niet-professionele zorgaanbieder zoals familie, vrienden, buren
                                ed).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van het pgb voor formele zorg is gebaseerd op een
                                uurtarief dat gangbaar is bij de door het college gecontracteerde
                                zorgaanbieders.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De hoogte van het pgb voor informele zorg is afgeleid van het
                                wettelijk minimumloon.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De bedragen die per uur in de vorm van een persoonsgebonden budget
                                worden verstrekt, worden jaarlijks door het college vastgesteld en
                                vastgelegd in het Besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Soorten woonvoorzieningen</titel></kop><al>Woonvoorzieningen kennen verschillende categorieën:</al><lijst><li nr="a."><al>hulpmiddelen in het kader van wonen</al></li><li nr="b."><al>verhuis en inrichtingskosten</al></li><li nr="c."><al>woningaanpassing</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>Recht op een woonvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De persoon met beperkingen kan voor een woonvoorziening als bedoeld
                                in artikel 4.6 sub a en b in aanmerking komen indien aantoonbare
                                beperkingen op grond van ziekte of gebrek, inclusief een chronisch
                                psychisch en/of psychosociaal probleem, het normale gebruik van de
                                woning belemmeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De persoon met beperkingen kan voor een woonvoorziening als bedoeld
                                in artikel 4.6 sub c. in aanmerking komen als;</al><lijst><li nr="a."><al>aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek,
                                        inclusief een chronisch psychisch en/of psychosociaal
                                        probleem, het normale gebruik van de woning belemmeren,
                                        en</al></li><li nr="b."><al>In samenspraak met de persoon met beperkingen blijkt dat de
                                        in artikel 4.6 sub b. genoemde woonvoorziening niet mogelijk
                                        is of niet de goedkoopst adequate voorziening </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van hetgeen gesteld in artikel 4.7 lid 2 kan een
                                woonvoorziening worden toegekend aan de eigenaar van de woning.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8</nr><titel>Randvoorwaarden voor woonvoorzieningen</titel></kop><al>De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt
                            geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is
                                    van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het
                                    normale gebruik van de woning ten gevolge van ziekte of gebrek
                                    geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden
                                    aanwezig was;</al></li><li nr="b."><al>de persoon met beperkingen niet verhuist of verhuisd is naar de
                                    voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest
                                    geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk
                                    toestemming is verleend door het college;</al></li><li nr="c."><al>de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis
                                    van levensfase, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was
                                    dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is
                                    van een onverwacht optredende noodzaak;</al></li><li nr="d."><al>De persoon met beperkingen verhuist naar een woonruimte die niet
                                    geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden </al></li><li nr="e."><al>De persoon met beperkingen verhuisd is naar een AWBZ-instelling
                                    of een andere instelling gericht op het verstrekken van
                                    zorg.</al></li><li nr="f."><al>De persoon met beperkingen onvoldoende meewerkt aan de
                                    goedkoopst adequate oplossing, waaronder het verhuizen naar een
                                    adequate woning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.9</nr><titel>Randvoorwaarden aan te passen woning</titel></kop><al>Een persoon met beperkingen komt niet in aanmerking voor een individuele
                            voorziening als bedoeld in artikel 4.1 sub b en c als het gaat om de
                            volgende situaties:</al><lijst><li nr="a."><al>Het treffen van voorzieningen aan een woning waarin de
                                    ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning
                                    voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte
                                    materialen;</al></li><li nr="b."><al>Het treffen van voorzieningen aan hotels/pensions,
                                    trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen,
                                    vakantiewoningen, recreatiewoningen en bij kamerverhuur;</al></li><li nr="c."><al>Het treffen van voorzieningen in specifiek op mensen met
                                    beperkingen gerichte woongebouwen voor wat betreft voorzieningen
                                    in gemeenschappelijke ruimten dan wel voorzieningen die bij
                                    nieuwbouw of renovatie zowel in gemeenschappelijke ruimten als
                                    in de wooneenheden zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen
                                    kunnen worden; </al></li><li nr="d."><al>In uitzondering op het gestelde in sub c wordt voor
                                    gemeenschappelijke ruimten wel voorzieningen getroffen voor het
                                    verbreden van toegangsdeuren, het aanbrengen van automatische
                                    deuropeners, hellingbanen, het aanleggen van drempelhulpen of
                                    vlonders, extra trapleuningen (bij een portiekwoning), een
                                    opstelplaats voor een rolstoel bij de toegangsdeur van het
                                    woongebouw.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.10</nr><titel>Randvoorwaarden met betrekking tot hoofdverblijf.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de persoon met
                                beperkingen zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte
                                waaraan de voorziening wordt getroffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een
                                woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar maken van één
                                woonruimte indien de persoon met beperkingen zijn hoofdverblijf
                                heeft in een AWBZ-instelling, mits de gemeente waar de persoon met
                                beperkingen zijn hoofdverblijf heeft, verklaart dat haar niet bekend
                                is dat ten behoeve van de persoon met beperkingen reeds eerder een
                                woning bezoekbaar is gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid kunnen twee woningen bezoekbaar en
                                logeerbaar gemaakt worden indien de persoon met beperkingen zijn
                                hoofdverblijf heeft in een AWBZ-instelling én diens ouders formeel
                                co-ouderschap voeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanvraag voor het bezoekbaar maken wordt ingediend in de gemeente
                                waar de aan te passen woning staat.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan het middels een
                                woonvoorziening bewerkstelligen dat de persoon met beperkingen de
                                woonruimte zelf en enkele essentiële ruimten daarin kan bereiken en
                                gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor het bezoekbaar maken van de woning wordt uitsluitend een
                                financiële tegemoetkoming verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11</nr><titel>Primaat van de losse woonunit.</titel></kop><al>Indien een woonvoorziening in de vorm van een woningaanpassing bestaat
                            uit een aanbouw aan of een aanzienlijke verbouwing van een woning die
                            niet het eigendom is van de aanvrager, en waarvan de verhuurder niet
                            bereid is de aangepaste woning blijvend ter beschikking te stellen van
                            personen die op basis van aantoonbare beperkingen ten gevolge van ziekte
                            of gebrek behoefte hebben aan een dergelijke woning, kan het college een
                            herplaatsbare losse woonunit verstrekken indien daartegen geen bezwaren
                            van overwegende aard bestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.12</nr><titel>Terugbetaling bij verkoop.</titel></kop><al>De eigenaar-bewoner, die krachtens deze verordening een woonvoorziening
                            heeft ontvangen die leidt tot waardestijging van de woning, dient bij
                            verkoop van deze woning binnen een periode van 10 jaar na gereedmelding
                            van de voorziening, deze verkoop van de woning onverwijld aan het
                            college te melden. Het college stelt nadere regels rondom de
                            terugbetaling bij verkoop en neemt dit op in het Besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.13</nr><titel>Voorwaarden financiële tegemoetkomingen aanpassingskosten
                                woning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële
                            tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een woonwagen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de technische levensduur van de woning nog minimaal 5 jaar
                                    is;</al></li><li nr="b."><al>de woning niet binnen vijf jaar voor sloop of opheffing
                                    woonfunctie in aanmerking komt;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.14</nr><titel>Maximale aanpassingskosten woning</titel></kop><al>In afwijking van artikel 4.13 geldt, dat indien de woning ten tijde van
                            indiening van de aanvraag binnen vijf jaar voor sloop of opheffing
                            woonfunctie in aanmerking komt, de aanpassingskosten gemaximeerd zijn
                            zoals opgenomen in het besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.15</nr><titel>Verantwoordelijkheid aanvrager</titel></kop><al>De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor een toereikende verzekering
                            nadat een financiële tegemoetkoming is verstrekt voor bijvoorbeeld een
                            bouwkundige of woontechnische woonvoorziening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.16</nr><titel>Recht op overige voorzieningen voor het voeren van een
                                huishouden</titel></kop><al>De aanvrager kan voor een overige individuele voorziening als bedoeld in
                            artikel 4.1 sub c. in aanmerkingen komen als:</al><lijst><li nr="a."><al>Als de gemeente in samenspraak met de persoon met beperkingen
                                    bepaalt dat de individuele voorzieningen als bedoeld in artikel
                                    4.1 sub a en b geen toereikende oplossing bieden voor de
                                    hulpvraag die de persoon met beperkingen heeft,en</al></li><li nr="b."><al>de alternatieve voorziening bijdraagt aan het voeren van een
                                    huishouden, en </al></li><li nr="c."><al>deze alternatieve oplossing (medisch) verantwoord is,en </al></li><li nr="d."><al>deze alternatieve oplossing geen onevenredig hoge kosten met
                                    zich meebrengt. </al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Individuele voorzieningen voor het zich lokaal verplaatsen per
                            vervoermiddel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Soorten individuele voorzieningen voor het zich lokaal
                                verplaatsen per vervoersmiddel</titel></kop><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het zich lokaal
                            verplaatsen te verstrekken voorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een algemene voorziening waaronder een collectieve
                                    vervoersvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>alternatieve individuele voorzieningen voor een
                                    vervoersvoorziening </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Het primaat van een algemene voorziening</titel></kop><al>Een persoon met beperkingen kan voor de in artikel 5.1 onder a. vermelde
                            voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen
                            op grond van ziekte of gebrek</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik van het openbaar vervoer of</al></li><li nr="b."><al>het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Het recht op individuele voorzieningen</titel></kop><al>Een persoon met beperkingen kan voor de in artikel 5.1, onder b.
                            vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer aantoonbare
                            beperkingen op grond van ziekte of gebrek het gebruik van een collectief
                            systeem als bedoeld in artikel 5.1, onder a., onmogelijk maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Algemeen gebruikelijke vervoersvoorzieningen</titel></kop><al>Het bezit van een personenauto of een met een auto vergelijkbare
                            voorziening wordt algemeen gebruikelijk geacht, indien het inkomen van
                            een persoon met beperkingen onder aftrek van de maximale eigen bijdrage,
                            meer bedraagt dan de bijstandsnorm. In dit geval komt een auto of een
                            met een auto vergelijkbare voorziening en de daarmee samenhangende
                            gebruiks- en onderhoudskosten niet in aanmerking voor verstrekking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5</nr><titel>Omvang in gebied</titel></kop><al>Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de
                            vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie
                            uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon-
                            en leefomgeving in het kader van het leven van alledag</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Individuele voorzieningen voor het verplaatsen in en rond de
                            woning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Soorten individuele voorzieningen voor het verplaatsen in en rond
                                de woning</titel></kop><al>Individuele voorzieningen voor het verplaatsen in en rond de woning
                            zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>een rolstoelvoorziening </al></li><li nr="b."><al>alternatieve individuele voorzieningen voor het verplaatsen in
                                    en rond de woning</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Het recht op een rolstoelvoorziening</titel></kop><al>De persoon met beperkingen kan voor een rolstoelvoorziening als bedoeld
                            in artikel 6.1 sub a in aanmerking komen als aantoonbare beperkingen op
                            grond van ziekte of gebrek, inclusief een chronisch psychisch en/of
                            psychosociaal probleem, incidenteel dan wel dagelijks zittend
                            verplaatsen in en rond de woning noodzakelijk maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Het recht op een alternatieve voorziening voor het verplaatsen in
                                en rond de woning</titel></kop><al>De persoon met beperkingen kan voor een alternatieve individuele
                            voorziening als bedoeld in artikel 6.1 sub b in aanmerking komen
                            als:</al><lijst><li nr="a."><al>de gemeente na samenspraak met de persoon met beperkingen
                                    bepaalt dat de individuele voorzieningen als bedoeld in artikel
                                    6.1 sub a geen toereikende oplossing bieden voor de hulpvraag
                                    die de persoon met beperkingen heeft, en</al></li><li nr="b."><al>de alternatieve voorziening bijdraagt aan het verplaatsen in en
                                    rond de woning, en</al></li><li nr="c."><al>deze alternatieve oplossing (medisch) verantwoord is, en</al></li><li nr="d."><al>deze alternatieve oplossing geen onevenredig hoge kosten met
                                    zich meebrengt. </al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Individuele voorzieningen voor het ontmoeten van medemensen en het
                            aangaan van sociale verbanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>Soorten individuele voorzieningen voor het
                                    ontmoeten van medemensen en het aangaan van sociale
                                    verbanden</titel></kop><al>Individuele voorzieningen voor het ontmoeten van medemensen en het
                                aangaan van sociale verbanden:</al><lijst><li nr="a."><al>individuele sportvoorziening</al></li><li nr="b."><al>individuele vervoersvoorzieningen voor boven regionaal
                                        gebruik</al></li><li nr="c."><al>alternatieve individuele voorzieningen voor het ontmoeten
                                        van medemensen en het aangaan van sociale verbanden</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Recht op een individuele
                                    sportvoorziening</titel></kop><al>De persoon met beperkingen kan voor de individuele sportvoorziening
                                als bedoeld in artikel 7.1 sub a. in aanmerking komen als
                                aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek inclusief een
                                chronisch psychisch en/of psychosociaal probleem sportbeoefening
                                zonder sporthulpmiddel onmogelijk maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr><titel>Randvoorwaarden individuele
                                    sportvoorziening</titel></kop><al>De in artikel 7.1 sub a genoemde sportvoorziening wordt alleen
                                verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>als de sportvoorziening (medisch) verantwoord is, en</al></li><li nr="b."><al>als er sprake is van een serieuze langdurige
                                        sportbeoefening, niet zijnde topsport, en </al></li><li nr="c."><al>in de vorm van een gemaximeerde financiële vergoeding.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.4</nr><titel>Recht op een individuele
                                    vervoersvoorziening voor boven regionaal gebruik</titel></kop><al>Persoon met beperkingen kan voor een vervoersvoorziening die verder
                                reikt dan het lokaal vervoer als bedoeld in artikel 7.1 sub b. in
                                aanmerking worden gebracht als:</al><lijst><li nr="a."><al>het gaat om een bovenregionaal contact, dat uitsluitend door
                                        de aanvrager zelf bezocht kan worden, terwijl het bezoek
                                        voor de aanvrager noodzakelijk is om dreigende vereenzaming
                                        te voorkomen (medemensen te ontmoeten en sociale verbanden
                                        aan te gaan), en</al></li><li nr="b."><al>het toekennen van de vervoersvoorzieningen zoals bedoeld in
                                        hoofdstuk 6 niet voldoende zijn om maatschappelijk te
                                        participeren </al></li><li nr="c."><al>bovenregionaal vervoerssysteem geen adequate oplossing
                                        is;</al></li><li nr="d."><al>aanvrager is niet in staat om zelf financieel te voorzien in
                                        de kosten van bovenregionaal vervoer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.5</nr><titel>Recht op alternatieve individuele
                                    voorzieningen voor het ontmoeten van medemensen en het aangaan
                                    van sociale verbanden</titel></kop><al>De persoon met beperkingen kan voor een alternatieve individuele
                                voorziening als bedoeld in artikel 7.1 sub c in aanmerking komen
                                als:</al><lijst><li nr="a."><al>de gemeente na samenspraak met de persoon met beperkingen
                                        bepaalt dat de individuele voorzieningen als bedoeld in
                                        artikel 7.1 sub a en sub b geen toereikende oplossing bieden
                                        voor de hulpvraag die de persoon met beperkingen heeft,
                                        en</al></li><li nr="b."><al>de alternatieve voorziening bijdraagt aan het ontmoeten van
                                        medemensen en het aangaan van sociale verbanden, en </al></li><li nr="c."><al>deze alternatieve oplossing (medisch) verantwoord is,
                                        en</al></li><li nr="d."><al>deze alternatieve oplossing geen onevenredig hoge kosten met
                                        zich meebrengt.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Procedures</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Het verkrijgen van voorzieningen en het motiveren van
                            besluiten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1</nr><titel>Motivering van de wijze van compenseren</titel></kop><al>In de beschikking staat vermeld op welke wijze dan wel hoe de
                            aangedragen oplossing, ongeacht of er daadwerkelijk individuele
                            voorzieningen worden ingezet, bijdraagt aan de oplossing van de
                            hulpvraag van de persoon met beperkingen. Deze wijze van compenseren of
                            de aangedragen oplossing draagt bij aan het behouden en bevorderen van
                            de zelfredzaamheid en de normale maatschappelijke participatie van de
                            persoon met beperkingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.2</nr><titel>Eigen bijdragen</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Bij het verstrekken van individuele voorzieningen op grond van de
                                wet is de persoon met beperkingen mogelijk een eigen bijdrage
                                verschuldigd,</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De eigen bijdrage zoals bedoeld in artikel 8.2 sub a wordt afgestemd
                                op het inkomen van de persoon met beperkingen. </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Het college legt in het Besluit vast voor welke individuele
                                voorzieningen zij een eigen bijdrage vraagt en hoe hoog deze eigen
                                bijdrage is</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3</nr><titel>Samenhangende afstemming.</titel></kop><al>Het college legt in het Besluit regels vast omtrent de wijze waarop de
                            verkrijging van individuele voorzieningen samenhangend wordt afgestemd
                            op de situatie van de aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.4</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><al>Het college kan aan het verstrekken van een voorziening voorwaarden
                            verbinden, die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde
                            voorziening. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Inlichtingen, intrekking en terugvordering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.1</nr><titel>Wijzigingen in de situatie.</titel></kop><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt,
                            is verplicht aan het college mededeling te doen van feiten en
                            omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van
                            invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.2</nr><titel>Intrekking van een beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een beschikking, genomen op grond van deze
                            verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze
                                    verordening;</al></li><li nr="b."><al>op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens
                                    zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend
                                    geweest, een andere beslissing zou zijn genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of
                                    een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt
                                    dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na
                                    uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het middel
                                    waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.</al></li><li nr="b."><al>In afwijking van het tweede lid onder a kan een besluit tot
                                    verlening van een financiële tegemoetkoming voor verhuis- en
                                    herinrichtingskosten worden ingetrokken, indien blijkt dat de
                                    persoon met beperkingen 12 maanden na de toekenning niet
                                    daadwerkelijk is verhuisd. </al></li><li nr="c."><al>In afwijking van het tweede lid onder a kan een besluit tot
                                    verlening van een financiële tegemoetkoming voor verhuis- en
                                    herinrichtingskosten worden ingetrokken, indien de persoon met
                                    beperkingen een aangeboden adequate woning weigert. Het college
                                    kan hieromtrent nadere regels stellen en opnemen in het
                                    Besluit.</al></li><li nr="3."><al>In de in de leden 1 en 2 onder a bedoelde gevallen dient de
                                    verstrekte voorziening te worden gerestitueerd binnen 6 weken
                                    nadat de intrekkingsbeslissing aan betrokkene is
                                    meegedeeld.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.3</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingeval een beschikking is ingetrokken op grond van artikel 9.2 kan
                                op basis daarvan reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of
                                persoonsgebonden budget worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
                                ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de
                                voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte
                                gegevens.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10</nr><titel>Slotbepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.1</nr><titel>Hardheidsclausule.</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager
                            afwijken van de bepalingen bij of krachtens deze verordening, indien
                            toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard
                            leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.2</nr><titel>Onvoorzien</titel></kop><al>In gevallen de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.3</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al>Het college kan nadere regels vaststellen inzake het
                            verstrekkingenbeleid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.4</nr><titel>Indexering.</titel></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze
                            verordening en het op deze verordening berustende Besluit geldende
                            bedragen verhogen of verlagen conform de ontwikkelingen van de
                            prijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.5</nr><titel>Evaluatie.</titel></kop><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per 4 jaar
                            geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt deze
                            verordening aangepast. Het college zendt hiertoe telkens na 1 jaar na de
                            inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over
                            de doeltreffendheid en de effectiviteit van de verordening in de
                            praktijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.6</nr><titel>Gevolgen van wetswijzigingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingeval van wijziging van de Wmo of een wijziging van een
                                rijksregeling als gevolg waarvan deze verordening moet worden
                                aangepast, zijn burgemeester en wethouders bevoegd om, vooruitlopend
                                op een door de gemeenteraad te nemen besluit, af te wijken van de
                                desbetreffende bepalingen van deze verordening en aanvragen te
                                beoordelen in overeenstemming met de door de minister gewijzigde
                                bepalingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien tot intrekking van de Wmo wordt besloten, blijft deze
                                verordening, vooruitlopend op een door de gemeenteraad te nemen
                                besluit, buiten toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.7</nr><titel>Intrekking en inwerkingtreding</titel></kop><al>.</al><al>De verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning treedt in
                            werking op 1 januari 2010, onder gelijktijdige intrekking van de
                            Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Loon
                            op Zand van 1 januari 2010. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.8</nr><titel>Citeertitel.</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele
                            voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Loon op Zand.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Loon op Zand, op 16 december 2010.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, </ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>