<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72137_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerlen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-07-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerlen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Parkstad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet in aanvulling op artikel 102 Wet op het Primair Onderwijs, artikel 100 Wet op de expertisecentra en artikel 76m Wet op het Voortgezet Onderwijs</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-11-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling (tevens intrekking Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs)</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/53346</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Kaders stellen voor de (toekenning van) onderwijshuisvesting</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2011
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;</al></li>
              <li nr="b."><al>bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de
                                        <onderstreept>Wet op het primair onderwijs</onderstreept>,
                                    de <onderstreept>Wet op de expertisecentra</onderstreept> en de
                                        <onderstreept>Wet op het voortgezet
                                        onde</onderstreept><onderstreept>r</onderstreept><onderstreept>wijs</onderstreept>
                                    bekostigde openbare of bijzondere school, die geheel of
                                    gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het
                                    grondgebied van de gemeente;</al></li>
              <li nr="c."><al>school: school voor basisonderwijs, school voor (voortgezet)
                                    speciaal onderwijs en school voor voortgezet onderwijs;</al></li>
              <li nr="d."><al>- school voor basisonderwijs: een basisschool of een speciale
                                    school voor basisonderwijs als bedoeld in <onderstreept>artikel
                                        1 van de Wet op het primair
                                        </onderstreept><onderstreept>
                                        onde</onderstreept><onderstreept>r</onderstreept><onderstreept>wijs</onderstreept>;</al><lijst>
                  <li nr="-"><al>school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: een school
                                            voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en
                                            voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 1 van de Wet op de
                                                expertisecentra</onderstreept>, een instelling voor
                                            speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in
                                            artikel 8 van de Wet op de expertisecentra en een school
                                            voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 1 van de Wet op de
                                                expertisece</onderstreept><onderstreept>n</onderstreept><onderstreept>tra</onderstreept>;</al></li>
                  <li nr="-"><al>school voor voortgezet onderwijs: een school of
                                            scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk
                                            onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet
                                            onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor
                                            praktijkonderwijs als bedoeld in <onderstreept>artikel
                                                1</onderstreept>, <onderstreept>2</onderstreept> en
                                                <onderstreept>5 van de Wet op het voortgezet
                                                onderwijs</onderstreept>;</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="e."><al>nevenvestiging: deel van een school dat door de minister
                                    ingevolge <onderstreept>artikel 85 van de Wet op het primair
                                        onderwijs</onderstreept>, <onderstreept>artikel
                                        76a</onderstreept> of <onderstreept>artikel 76b van de Wet
                                        op de expertisecentra</onderstreept> of
                                        <onderstreept>artikel 75 van de Wet op het voortgezet
                                        onderwijs</onderstreept> voor bekostiging in aanmerking is
                                    gebracht;</al></li>
              <li nr="f."><al>voorziening: een van de voorzieningen in de huisvesting als
                                    bedoeld in artikel 2 van deze verordening;</al></li>
              <li nr="g."><al>programma: het programma als bedoeld in artikel 12 van deze
                                    verordening;</al></li>
              <li nr="h."><al>overzicht: het overzicht van de niet in het kader van de
                                    vaststelling van het programma ingewilligde aanvragen als
                                    bedoeld in artikel 13 van deze verordening;</al></li>
              <li nr="i."><al>aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag voor bekostiging
                                    van een voorziening of voor bekostiging van bouwvoorbereiding
                                    van een voorziening als bedoeld in artikel 25 van deze
                                    verordening heeft ingediend;</al></li>
              <li nr="j."><al>aanvraag: verzoek om bekostiging van een voorziening of om
                                    bekostiging van bouwvoorbereiding;</al></li>
              <li nr="k."><al>voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening in de
                                    huisvesting die, volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld
                                    in bijlage II van deze verordening, 15 jaren of langer
                                    noodzakelijk is;</al></li>
              <li nr="l."><al>voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening in de
                                    huisvesting die, volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld
                                    in bijlage II van deze verordening, niet langer dan 15 jaren
                                    noodzakelijk is;</al></li>
              <li nr="m."><al>permanent gebouw: schoolgebouw dat door de keuze van het ontwerp
                                    en de aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaren
                                    als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan
                                    functioneren;</al></li>
              <li nr="n."><al>noodlokaal: verplaatsbare ruimte die door de keuze van het
                                    ontwerp en de aard van de constructie en materialen ten minste
                                    15 jaren als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan
                                    functioneren;</al></li>
              <li nr="o."><al>gymnastiekruimte: ruimte die geschikt is voor het onderwijs in
                                    lichamelijke oefening;</al></li>
              <li nr="p."><al>advies Onderwijsraad: een advies van de Onderwijsraad over de
                                    vaststelling van het programma in relatie tot de vrijheid van
                                    richting en de vrijheid van inrichting, als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 95 van de Wet op het primair
                                        onderwijs</onderstreept>, <onderstreept>artikel 93 van de
                                        Wet op de expertisecentra</onderstreept>,
                                        <onderstreept>artikel 76f van de Wet op het voortgezet
                                        onderwijs</onderstreept>;</al></li>
              <li nr="q."><al>verhuur: het gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet
                                    zijnde onderwijsgebruik of gebruik ten behoeve van culturele,
                                    maatschappelijke of recreatieve doeleinden;</al></li>
              <li nr="r."><al>gezamenlijke akte: de akte als bedoeld in <onderstreept>artikel
                                        110 van de Wet op het primair onderwijs</onderstreept>,
                                        <onderstreept>artikel 108 van de Wet op de
                                        expertisecentra</onderstreept>, <onderstreept>artikel 76u
                                        van de Wet op het voortgezet onderwijs</onderstreept>;</al></li>
              <li nr="s."><al>beslissing gedeputeerde staten: de beslissing van gedeputeerde
                                    staten in een geschil als bedoeld in <onderstreept>artikel 110,
                                        tweede lid van de Wet op het primair
                                        onderwijs</onderstreept>, <onderstreept>artikel 108, tweede
                                        lid van de Wet op de expertisecentra</onderstreept>,
                                        <onderstreept>artikel 76u, tweede lid van de Wet op het
                                        voortgezet onderwijs</onderstreept>;</al></li>
              <li nr="t."><al>eigendomsoverdracht: de eigendomsoverdracht als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 110 van de Wet op het primair
                                        onderwijs</onderstreept>, <onderstreept>artikel 108 van de
                                        Wet op de
                                        expertis</onderstreept><onderstreept>e</onderstreept><onderstreept>centra</onderstreept>,
                                        <onderstreept>artikel 76u van de Wet
                                        o</onderstreept><onderstreept>p</onderstreept><onderstreept>
                                        het voortgezet onderwijs</onderstreept>.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Omschrijving voorzieningen in de huisvesting</titel>
            </kop>
            <al>Bij de toepassing van deze verordening worden de volgende voorzieningen
                            onderscheiden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde
                                    voorzieningen bestaande uit:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>nieuwbouw voor een school die voor het eerst voor
                                            rijksbekostiging in aanmerking is gebracht, dan wel
                                            nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke vervanging van een
                                            gebouw waarin een school is gehuisvest, al dan niet op
                                            dezelfde locatie;</al></li>
                  <li nr="2."><al>uitbreiding van een gebouw waarin een school is
                                            gehuisvest;</al></li>
                  <li nr="3."><al>gehele of gedeeltelijke ingebruikneming van een bestaand
                                            gebouw ten behoeve van de huisvesting van een
                                            school;</al></li>
                  <li nr="4."><al>verplaatsing van een of meer bestaande noodlokalen ten
                                            behoeve van de huisvesting van een school;</al></li>
                  <li nr="5."><al>terrein voor zover nodig voor de realisering van een
                                            onder a sub 1 tot en met 4 omschreven voorziening;</al></li>
                  <li nr="6."><al>inrichting met onderwijsleerpakket (of met leer- en
                                            hulpmiddelen) voor zover deze nog niet eerder voor
                                            bekostiging van rijks- of gemeentewege in aanmerking is
                                            gebracht;</al></li>
                  <li nr="7."><al>inrichting met meubilair voor zover deze nog niet eerder
                                            voor bekostiging van rijks- of</al><al> gemeentewege in aanmerking is gebracht; </al></li>
                  <li nr="8."><al>medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een
                                            gebouw dat al bij een andere school in gebruik is en
                                            medegebruik van een gymnastiekruimte;</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="b."><al>aanpassingen aan gebouwen van een school voor basisonderwijs en
                                    een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs, bestaande uit
                                    een of meer activiteiten zoals onderscheiden in bijlage I onder
                                    1.9 en 2.9;</al></li>
              <li nr="c."><al>onderhoud aan gebouwen van een school voor basisonderwijs en een
                                    school voor (voortgezet) speciaal onderwijs, bestaande uit één
                                    of meer activiteiten zoals onderscheiden in bijlage I onder 1.10
                                    en 2.10;</al></li>
              <li nr="d."><al>herstel van een constructiefout bestaande uit schade aan een
                                    gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, evenals
                                    uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet zichtbare
                                    materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten,
                                    uitvoeringsfouten of wanprestatie;</al></li>
              <li nr="e."><al>herstel en vervanging in verband met schade aan een gebouw,
                                    onderwijsleerpakket (of leer- en hulpmiddelen) en meubilair
                                    ingeval van bijzondere omstandigheden;</al></li>
              <li nr="f."><al>huur van een sportterrein, dat niet in eigendom is van een
                                    bevoegd gezag, voor een school voor voortgezet onderwijs ten
                                    behoeve van het onderwijs in lichamelijke oefening.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Bouwvoorbereiding voorzieningen</titel>
            </kop>
            <al>Ten aanzien van voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder a,
                                    sub 1 en 2 en onder b kan een aanvraag worden ingediend voor
                                    bekostiging van bouwvoorbereiding. Hierop is het bepaalde in
                                    hoofdstuk 4 van toepassing.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Vaststelling bekostiging voorzieningen</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Bij toekenning van de in artikel 2 genoemde
                                            voorzieningen, of bij toekenning van bekostiging van
                                            bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 3, wordt bij de
                                            wijze van vaststelling van de hoogte van de bekostiging
                                            een onderscheid gemaakt tussen vooraf genormeerde
                                            bedragen en bedragen gebaseerd op de feitelijk voorziene
                                            kosten per geval.</al></li>
              <li nr="2."><al>De genormeerde bekostigingsbedragen worden vastgesteld
                                            met inachtneming van het bepaalde in bijlage IV deel A
                                            en is van toepassing op de voorzieningen als bedoeld in
                                            artikel 2, onder a, sub 1, 2, 6 en 7; dit geldt ook voor
                                            de bekostiging van de kosten van bouwvoorbereiding als
                                            bedoeld in artikel 3;</al></li>
              <li nr="3."><al>De bekostiging op basis van feitelijke kosten is van
                                            toepassing op de voorzieningen als bedoeld in artikel 2,
                                            onder a, sub 3, 4, 5 en 8 en onder b, c, d, e en f; dit
                                            geldt ook voor de bekostiging van de kosten van
                                            bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 3.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Informatieverstrekking</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bevoegd gezag verstrekt aan burgemeester en
                                            wethouders gegevens die noodzakelijk zijn voor de
                                            uitvoering van het bepaalde in deze verordening.</al></li>
              <li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen
                                            aan de gegevensverstrekking.</al></li>
              <li nr="3."><al>Bij de gegevensverstrekking wordt gebruik gemaakt van
                                            een door burgemeester en wethouders vastgesteld
                                            formulier.</al></li>
              <li nr="4."><al>De in het eerste lid bedoelde gegevens worden
                                            onderscheiden in:</al></li>
              <li nr="a."><al>basisgegevens, zijnde gegevens die eenmalig in hun
                                            geheel worden verstrekt en vervolgens alleen in geval
                                            van wijziging worden gemeld bij burgemeester en
                                            wethouders;</al></li>
              <li nr="b."><al>periodieke gegevens, zijnde gegevens die regelmatig door
                                            het bevoegd gezag dienen te worden verstrekt.</al></li>
              <li nr="5."><al>De in het vierde lid onder a genoemde basisgegevens
                                            omvatten:</al></li>
              <li nr="1."><al>gegevens over het bevoegd gezag, bestaande uit naam,
                                            adres, denominatie en vestigingsplaats, alsmede een
                                            opgave van een contactpersoon inzake aangelegenheden
                                            aangaande de huisvesting;</al></li>
              <li nr="2."><al>gegevens over de onder het beheer van het bevoegd gezag
                                            staande school of scholen, die geheel of gedeeltelijk
                                            gehuisvest zijn in een gebouw gelegen in de gemeente,
                                            bestaande uit het BRIN-nummer, naam, adres,
                                            onderwijssoort en eventuele onderwijsafdelingen en, voor
                                            zover van toepassing, de aanduiding of de school bestaat
                                            uit een hoofdvestiging met een of meer
                                            nevenvestigingen;</al></li>
              <li nr="3."><al>gegevens over de bij de school of nevenvestiging in
                                            gebruik zijnde gebouwen, gespecificeerd per gebouw,
                                            bestaande uit:</al></li>
              <li nr="-"><al>het adres;</al></li>
              <li nr="-"><al>de status van het gebouw zijnde hoofdgebouw of
                                            dislocatie;</al></li>
              <li nr="-"><al>de bouwaard zijnde permanent of noodlokaal;</al></li>
              <li nr="-"><al>het bouwjaar zijnde het oorspronkelijk bouwjaar of,
                                            ingeval het gebouw bestaat uit in verschillende jaren
                                            gebouwde delen, de bouwjaren onderscheiden naar
                                            gebouwdeel met de daarbij horende bruto
                                            vloeroppervlakte;</al></li>
              <li nr="-"><al>de bruto vloeroppervlakte van het gebouw uitgedrukt in
                                            m²;</al></li>
              <li nr="-"><al>de genormeerde en feitelijke capaciteit van het gebouw
                                            voor zover bestemd voor een school voor basisonderwijs
                                            of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs, te
                                            bepalen aan de hand van het gestelde in bijlage III,
                                            deel A en B;</al></li>
              <li nr="-"><al>de oppervlakte van het dak, uitgedrukt in m²;</al></li>
              <li nr="-"><al>het aantal bouwlagen van het gebouw;</al></li>
              <li nr="4."><al>gegevens over de omvang van het medegebruik uitgedrukt
                                            in het aantal in medegebruik genomen m², te verstrekken
                                            door de hoofdgebruiker van het gebouw, waarin het
                                            medegebruik plaatsvindt;</al></li>
              <li nr="5."><al>gegevens over het adres, het stichtingsjaar en de
                                            oppervlakte van de oefenzaal, indien een bevoegd gezag
                                            van een niet door de gemeente in stand gehouden school
                                            voor basisonderwijs, school voor (voortgezet) speciaal
                                            onderwijs of school voor voortgezet onderwijs eigenaar
                                            is van een gymnastiekruimte.</al></li>
              <li nr="6."><al>De in het vierde lid onder b genoemde periodieke
                                            gegevens omvatten:</al></li>
              <li nr="1."><al>een afschrift van de jaarlijkse opgave aan de minister
                                            van het aantal leerlingen, dat op de wettelijke teldatum
                                            staat ingeschreven op de school, die geheel of
                                            gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw, gelegen op het
                                            grondgebied van de gemeente;</al></li>
              <li nr="2."><al>een afschrift van een tussentijdse opgave aan de
                                            minister van het aantal leerlingen, dat staat
                                            ingeschreven op de school in verband met een groei van
                                            het aantal leerlingen;</al></li>
              <li nr="3."><al>indien de school gedeeltelijk is gehuisvest in een of
                                            meer locaties op het grondgebied van de gemeente, een
                                            opgave van het aantal leerlingen op de wettelijke
                                            teldatum per locatie.</al></li>
            </lijst>
            <al>De onder 1 en 2 vermelde gegevens worden door het bevoegd gezag
                                    tegelijkertijd met de opgave aan de minister verstrekt aan
                                    burgemeester en wethouders. De onder 3 vermelde gegevens worden
                                    door het bevoegd gezag gevoegd bij de jaarlijkse opgave als
                                    bedoeld onder 1.</al>
            <lijst>
              <li nr="7."><al>Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs of
                                            een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs
                                            verstrekt jaarlijks voor 1 mei voorafgaande aan het
                                            volgend schooljaar een opgave van het voor dat
                                            schooljaar voor de school gewenste onderwijsgebruik van
                                            een gymnastiekruimte. De opgave bevat de volgende
                                            gegevens:</al></li>
              <li nr="1."><al>de gewenste omvang van het onderwijsgebruik uitgedrukt
                                            in een aantal klokuren;</al></li>
              <li nr="2."><al>de aanduiding van de gymnastiekruimte of ruimten, waarin
                                            het gebruik wordt gewenst;</al></li>
              <li nr="3."><al>de tijden, waarop het onderwijsgebruik gedurende een
                                            schoolweek wordt gewenst.</al></li>
              <li nr="8."><al>In aanvulling op de in het eerste tot en met zevende lid
                                            bedoelde gegevens verstrekken de bevoegde gezagsorganen
                                            op verzoek van burgemeester en wethouders alle
                                            inlichtingen, die nodig zijn voor de uitvoering van deze
                                            verordening. Hieronder kunnen in ieder geval zijn
                                            begrepen:</al></li>
              <li nr="1."><al>een oordeel over de juistheid en volledigheid van door
                                            burgemeester en wethouders voorgelegde gegevens, die
                                            betrekking hebben op het bevoegd gezag;</al></li>
              <li nr="2."><al>inlichtingen, die noodzakelijk zijn voor het opmaken van
                                            de staat van onderhoud als bedoeld in artikel 37.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Programma en overzicht</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2.1</nr>
              <titel>Aanvragen programma</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6</nr>
                <titel>Indiening aanvraag</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Een aanvraag voor opname van een voorziening op het
                                            programma wordt voor 1 februari van het jaar van
                                            vaststelling van het betreffende programma door het
                                            bevoegd gezag ingediend bij burgemeester en wethouders.
                                            Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door burgemeester
                                            en wethouders vastgesteld aanvraagformulier.</al></li>
                <li nr="2."><al>Aanvragen ingediend na de datum als genoemd in het
                                            eerste lid, nemen burgemeester en wethouders niet in
                                            behandeling.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7</nr>
                <titel>Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet
                                    behandelen onvolledige aanvraag</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De aanvraag vermeldt in ieder geval:</al></li>
                <li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li>
                <li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li>
                <li nr="c."><al>de naam van de school en, voor zover van toepassing, het
                                            gebouw ten behoeve waarvan de voorziening is
                                            bestemd;</al></li>
                <li nr="d."><al>welke voorziening wordt aangevraagd;</al></li>
                <li nr="e."><al>de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de
                                            gewenste voorziening;</al></li>
                <li nr="f."><al>de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de
                                            voorziening.</al></li>
                <li nr="2."><al>In aanvulling op de in het eerste lid vermelde gegevens
                                            gaat de aanvraag vergezeld van:</al></li>
                <li nr="a."><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van
                                            de school, die voldoet aan de in bijlage II omschreven
                                            vereisten, tenzij het een voorziening betreft als
                                            bedoeld in artikel 2, onder a onderdelen 6 tot en met 8
                                            en artikel 2, onder d, e en f;</al></li>
                <li nr="b."><al>de aanduiding van de gewenste plaats waar de voorziening
                                            moet worden gerealiseerd, indien het een voorziening
                                            betreft als bedoeld in artikel 2, onder a, onderdelen 1
                                            tot en met 4;</al></li>
                <li nr="c."><al>een rapportage waaruit de bouwkundige noodzaak blijkt,
                                            indien het een voorziening betreft bestaande uit:</al></li>
                <li nr="1."><al>nieuwbouw voor de gehele of gedeeltelijke vervanging van
                                            een gebouw;</al></li>
                <li nr="2."><al>onderhoud aan een gebouw van een school voor
                                            basisonderwijs of van een school voor (voortgezet)
                                            speciaal onderwijs, of;</al></li>
                <li nr="3."><al>herstel van een constructiefout.</al></li>
              </lijst>
              <al>Bij de rapportage wordt gebruik gemaakt van het door
                                    burgemeester en wethouders vastgestelde formulier ‘Bouwkundige
                                    opname’. </al>
              <lijst>
                <li nr="d."><al>een duidelijk onderbouwde begroting van de kosten
                                            gemoeid met de uitvoering van de voorziening, indien de
                                            aanvraag betrekking heeft op een voorziening waarop het
                                            gestelde in artikel 4, derde lid, laatste volzin van
                                            toepassing is;</al></li>
                <li nr="e."><al>een voor aanbesteding gereed bouwplan en bouwbegroting,
                                            indien de aanvraag volgt op een toekenning van een
                                            bekostiging van de kosten van bouwvoorbereiding als
                                            bedoeld in artikel 27.</al></li>
                <li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders stellen de aanvrager voor 15
                                            februari schriftelijk op de hoogte van het ontbreken van
                                            gegevens, als bedoeld in het eerste of tweede lid. De
                                            aanvrager wordt tot 15 maart in de gelegenheid gesteld
                                            de ontbrekende gegevens aan te vullen. Indien de
                                            vereiste gegevens niet voor 15 maart zijn verstrekt,
                                            nemen burgemeester en wethouders de aanvraag niet in
                                            behandeling.</al></li>
                <li nr="4."><al>Indien een door burgemeester en wethouders in
                                            behandeling genomen aanvraag betrekking heeft op een
                                            voorziening voor een school, waarvan de beoordeling van
                                            de noodzaak mede is gebaseerd op het aantal leerlingen
                                            van de betrokken school op de wettelijke teldatum van 1
                                            oktober van het jaar waarin de datum genoemd in artikel
                                            6 valt, dan zendt de aanvrager burgemeester en
                                            wethouders onverwijld een afschrift van de jaarlijkse
                                            opgave aan de minister van het aantal leerlingen dat op
                                            de wettelijke teldatum staat ingeschreven op de
                                            betrokken school. Indien burgemeester en wethouders het
                                            afschrift niet binnen een week na de wettelijke teldatum
                                            hebben ontvangen, delen burgemeester en wethouders dit
                                            schriftelijk mee aan de aanvrager. Daarbij wordt de
                                            aanvrager in de gelegenheid gesteld het afschrift binnen
                                            drie dagen na ontvangst van de mededeling in te dienen
                                            bij burgemeester en wethouders. Indien het afschrift
                                            niet binnen de in de vorige volzin bedoelde termijn is
                                            verstrekt, besluiten burgemeester en wethouders de
                                            aanvraag niet te behandelen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8</nr>
                <titel>Opgave ingediende aanvragen</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders verstrekken aan de bevoegde
                                    gezagsorganen een opgave van de ingevolge artikel 6 en artikel
                                    25 ingediende aanvragen en geven daarbij aan welke aanvraag of
                                    aanvragen niet in behandeling worden genomen.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2.2</nr>
              <titel>Overleg voorafgaand aan vaststelling programma en overzicht</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9</nr>
                <titel>Toelichting aanvraag; overleg over ingediende begroting</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders of de aanvrager kunnen
                                            verzoeken de aanvraag nader toe te lichten voor 1 mei
                                            volgend op de datum als genoemd in artikel 6.</al></li>
                <li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders treden in overleg met de
                                            aanvrager, indien de aanvraag een voorziening betreft
                                            waarop het gestelde in artikel 4, derde lid, laatste
                                            volzin van toepassing is en burgemeester en wethouders
                                            van oordeel zijn dat de door de aanvrager overgelegde
                                            kostenbegroting dient te worden aangepast. Burgemeester
                                            en wethouders geven in het voorstel tot vaststelling van
                                            het bedrag, het programma en het overzicht als bedoeld
                                            in paragraaf 2.3, onder vermelding van de redenen, aan
                                            wanneer er in het overleg geen overeenstemming is
                                            bereikt over de hoogte van het geraamde bedrag.
                                            Burgemeester en wethouders geven in dit voorstel tevens
                                            de hoogte van het geraamde bedrag aan, waarvan voor de
                                            aangevraagde voorziening wordt uitgegaan bij de
                                            toepassing van het gestelde in paragraaf 2.3.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10</nr>
                <titel>Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Alvorens burgemeester en wethouders het programma en het
                                            overzicht vaststellen, worden de bevoegde gezagsorganen
                                            in een overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijze
                                            over de voorgenomen inhoud van dat voorstel naar voren
                                            te brengen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het overleg als bedoeld in het eerste lid vindt plaats
                                            voor 15 september. De bevoegde gezagsorganen worden ten
                                            minste twee weken voor de door burgemeester en
                                            wethouders vastgestelde datum schriftelijk in kennis
                                            gesteld van het tijdstip van het overleg en de
                                            voorgenomen inhoud van het voorstel.</al></li>
                <li nr="3."><al>De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het
                                            overleg als bedoeld in het eerste lid, kunnen vóór de in
                                            het tweede lid bedoelde datum hun zienswijze
                                            schriftelijk kenbaar maken aan burgemeester en
                                            wethouders. Burgemeester en wethouders stellen de
                                            deelnemers aan het overleg hiervan in kennis.</al></li>
                <li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders maken een verslag van de in
                                            het overleg door de bevoegde gezagsorganen naar voren
                                            gebrachte zienswijzen, van de tijdig ingediende,
                                            schriftelijk kenbaar gemaakte zienswijzen en van de
                                            reactie van burgemeester en wethouders op deze
                                            zienswijzen. Het verslag wordt toegezonden aan alle
                                            bevoegde gezagsorganen.</al></li>
                <li nr="5."><al>Een bevoegd gezag of burgemeester en wethouders welke
                                            advies wensen van de Onderwijsraad over het voorstel met
                                            betrekking tot de voorgenomen inhoud van het programma,
                                            in relatie tot de vrijheid van richting en de vrijheid
                                            van inrichting, maakt dit kenbaar tijdens het overleg
                                            als bedoeld in het eerste lid. Dit gebeurt aan de hand
                                            van een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van de
                                            onderwerpen waarover het advies van de Onderwijsraad
                                            wordt verwacht. Hierbij wordt tevens het verband
                                            aangegeven tussen deze onderwerpen en de vrijheid van
                                            richting en de vrijheid van inrichting.</al></li>
                <li nr="6."><al>De bevoegde gezagsorganen en burgemeester en wethouders
                                            worden tijdens het overleg in de gelegenheid gesteld hun
                                            zienswijzen naar voren te brengen over een verzoek om
                                            advies van de Onderwijsraad. Het schriftelijke verzoek
                                            om advies en de daarover naar voren gebrachte
                                            zienswijzen maken deel uit van het verslag van het
                                            overleg als bedoeld in het vierde lid.</al></li>
                <li nr="7."><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de indiening
                                            van een verzoek om advies bij de Onderwijsraad. Daarbij
                                            zorgen ze ervoor dat de Onderwijsraad alle stukken
                                            ontvangt die nodig zijn voor de beoordeling van het
                                            verzoek, waaronder het schriftelijk verslag van het
                                            overleg.</al></li>
                <li nr="8."><al>Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte
                                            advies wordt zo spoedig mogelijk door burgemeester en
                                            wethouders toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen.
                                            Indien het geheel of gedeeltelijk opvolgen van het
                                            advies van de Onderwijsraad zou leiden tot een of meer
                                            inhoudelijke bijstellingen van de voorgenomen inhoud van
                                            het programma, dan worden de bevoegde gezagsorganen door
                                            burgemeester en wethouders bij de toezending van het
                                            afschrift van het advies uitgenodigd voor een nader
                                            overleg.</al></li>
              </lijst>
              <al>In alle andere gevallen beoordelen burgemeester en wethouders of
                                    nader bestuurlijk overleg over het advies van de Onderwijsraad
                                    noodzakelijk is. Burgemeester en wethouders geven dit aan bij de
                                    toezending van het afschrift van het advies van de
                                    Onderwijsraad. </al>
              <al>9.Het nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt binnen
                                    twee weken plaats na toezending van het advies van de
                                    Onderwijsraad aan de bevoegde gezagsorganen. Burgemeester en
                                    wethouders maken van dit overleg een verslag en voegen dit toe
                                    aan het verslag als bedoeld in het vierde lid.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2.3</nr>
              <titel>Vaststelling bekostigingsplafond, programma en overzicht</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>11</nr>
                <titel>Tijdstip vaststelling</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen het
                                            bekostigingsplafond vast, dat beschikbaar is voor de
                                            vergoeding van de aangevraagde voorzieningen. Dit
                                            bekostigingsplafond kan worden gesplitst in
                                            afzonderlijke bedragen per onderwijssoort of per
                                            voorziening.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het programma en het overzicht worden vastgesteld op
                                            uiterlijk 31 december van het jaar waarin de datum
                                            genoemd in artikel 6 valt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>12</nr>
                <titel>Inhoud programma</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De aangevraagde voorzieningen waarmee in het jaar
                                            volgend op het jaar van vaststelling van het programma
                                            een aanvang kan worden gemaakt, komen, voor zover
                                            burgemeester en wethouders hebben vastgesteld dat geen
                                            van de in de Wet op het primair onderwijs, Wet op de
                                            expertisecentra en Wet op het voortgezet onderwijs
                                            opgenomen weigeringsgronden van toepassing zijn, in
                                            aanmerking voor plaatsing op het programma. Daarbij
                                            passen burgemeester en wethouders de regels toe met
                                            betrekking tot:</al></li>
                <li nr="a."><al>de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage I;</al></li>
                <li nr="b."><al>de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II;</al></li>
                <li nr="c."><al>de oppervlakte en indeling van schoolgebouwen als
                                            bedoeld in bijlage III.</al></li>
              </lijst>
              <al>Van de voor plaatsing op het programma in aanmerking komende
                                    voorzieningen nemen burgemeester en wethouders, aan de hand van
                                    de urgentiecriteria als bedoeld in bijlage V, uitsluitend
                                    voorzieningen op in het programma voor zover het bedrag of de
                                    deelbedragen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, toereikend
                                    zijn. </al>
              <lijst>
                <li nr="2."><al>Op voorstel van het overleg als bedoeld in artikel 10,
                                            kunnen burgemeester en wethouders de raad verzoeken bij
                                            de vaststelling van het programma af te mogen wijken van
                                            de urgentiecriteria als bedoeld in bijlage V.</al></li>
                <li nr="3."><al>Ten aanzien van de in het programma opgenomen
                                            voorzieningen worden, voor zover van toepassing, door
                                            burgemeester en wethouders aangegeven:</al></li>
                <li nr="a."><al>het genormeerde bedrag dat ingevolge bijlage IV, deel A
                                            voor de betreffende voorziening beschikbaar wordt
                                            gesteld;</al></li>
                <li nr="b."><al>het geraamde bedrag gemoeid met de uitvoering van de
                                            voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste
                                            volzin;</al></li>
                <li nr="c."><al>de voorwaarden betreffende ingebruikneming of
                                            buitengebruikstelling van gebouwen of lokalen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>13</nr>
                <titel>Inhoud overzicht</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het overzicht bevat de aangevraagde voorzieningen die,
                                            gelet op het bepaalde in artikel 12, eerste lid, niet in
                                            het programma zijn opgenomen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Ten aanzien van elk van de in het overzicht opgenomen
                                            voorzieningen wordt aangegeven waarom deze niet in het
                                            programma zijn opgenomen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>14</nr>
                <titel>Bekendmaking besluiten vaststelling bekostigingsplafond,
                                    programma en overzicht</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De bekendmaking van de besluiten tot vaststelling van
                                            het bedrag (bekostigingsplafond), het programma en het
                                            overzicht geschiedt binnen twee weken na de datum van
                                            vaststelling door toezending door burgemeester en
                                            wethouders van de besluiten aan de aanvragers.
                                            Tegelijkertijd met de bekendmaking doen burgemeester en
                                            wethouders schriftelijk mededeling over de besluiten aan
                                            de overige bevoegde gezagsorganen.</al></li>
                <li nr="2."><al>De besluiten als bedoeld in het eerste lid worden
                                            tegelijkertijd met de bekendmaking ter inzage
                                            gelegd.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2.4</nr>
              <titel>Uitvoering programma</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>15</nr>
                <titel>Overleg wijze van uitvoering</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Binnen vier weken na vaststelling van het programma
                                            treden burgemeester en wethouders in overleg met de
                                            aanvrager over de wijze van uitvoering van de op het
                                            programma geplaatste voorziening. In dit overleg wordt
                                            alle informatie verstrekt die nodig is voor de
                                            uitvoering van de voorziening. Daarbij worden, voor
                                            zover van toepassing, afspraken gemaakt over:</al></li>
                <li nr="a."><al>het bouwheerschap als bedoeld in de Wet op het primair
                                            onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het
                                            voortgezet onderwijs;</al></li>
                <li nr="b."><al>het tijdstip van indiening van het bouwplan en de
                                            begroting door de aanvrager;</al></li>
                <li nr="c."><al>een andere wijze van uitvoering van het besluit met
                                            inachtneming van het beschikbaar te stellen bedrag;</al></li>
                <li nr="d."><al>de wijze waarop burgemeester en wethouders toepassing
                                            geven aan de toetsing van het bouwplan en de begroting,
                                            alsmede aan de toetsing in verband met wettelijke
                                            voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden als
                                            bedoeld in artikel 16;</al></li>
                <li nr="e."><al>de controle op en het afleggen van verantwoording over
                                            de besteding van de beschikbaar te stellen
                                            middelen;</al></li>
                <li nr="f."><al>de wijze waarop de aanbesteding plaatsvindt met als
                                            uitgangspunt dat op opdrachten onder het Europese
                                            drempelbedrag de richtlijnen zoals vastgelegd in het
                                            Besluit overheidsaanbestedingen van toepassing
                                            zijn.</al></li>
                <li nr="2."><al>De inhoud van de afspraken of de constatering dat het
                                            overleg niet tot overeenstemming heeft geleid, leggen
                                            burgemeester en wethouders schriftelijk vast in een
                                            verslag, dat het binnen vier weken na afloop van het
                                            overleg ter kennis van de aanvrager brengt. Indien de
                                            aanvrager schriftelijk instemt met het verslag of binnen
                                            twee weken na ontvangst nog niet schriftelijk heeft
                                            gereageerd, wordt er, afhankelijk van de inhoud van het
                                            vastgestelde verslag, geacht overeenstemming of geen
                                            overeenstemming te zijn bereikt.</al></li>
                <li nr="3."><al>Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in
                                            artikel 16, vierde lid, nemen burgemeester en wethouders
                                            binnen vier weken nadat de overeenstemming als bedoeld
                                            in het derde lid is bereikt, een beslissing over het
                                            tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan nemen.
                                            Het bepaalde in artikel 17 is daarbij van
                                            overeenkomstige toepassing.</al></li>
                <li nr="4."><al>Indien in het overleg geen overeenstemming als bedoeld
                                            in het derde lid is bereikt, delen burgemeester en
                                            wethouders binnen vier weken nadat het verslag is
                                            vastgesteld, dit schriftelijk mee aan de aanvrager.
                                            Daarbij wordt aangegeven dat de bekostiging van de
                                            uitvoering van de voorziening geen aanvang zal
                                            nemen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>16</nr>
                <titel>Instemming bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang
                                    bekostiging; toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe feiten
                                    en omstandigheden; overlegging offertes</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Nadat de overeenstemming als bedoeld in artikel 15,
                                            derde lid, is bereikt en voorafgaand aan het verlenen
                                            van een bouwopdracht, dient de aanvrager met
                                            inachtneming van de hierover gemaakte afspraken, de
                                            bouwplannen, de desbetreffende begroting en een
                                            aanduiding van het tijdstip waarop de bekostiging een
                                            aanvang dient te nemen, ter instemming in bij
                                            burgemeester en wethouders.</al></li>
                <li nr="2."><al>Binnen zes weken na ontvangst van de stukken beslissen
                                            burgemeester en wethouders over de instemming met de
                                            bouwplannen, de desbetreffende begroting en het tijdstip
                                            waarop de bekostiging een aanvang neemt. Burgemeester en
                                            wethouders kunnen, onder mededeling daarvan aan de
                                            aanvrager, deze termijn verlengen met drie weken. Indien
                                            niet binnen deze termijn is besloten, wordt geacht
                                            instemming te zijn verleend met de bouwplannen en de
                                            begroting en vangt de bekostiging aan op het door de
                                            aanvrager aangegeven tijdstip.</al></li>
              </lijst>
              <al>Burgemeester en wethouders delen de beslissing over het
                                    bouwplan, de desbetreffende begroting en het tijdstip waarop de
                                    bekostiging een aanvang neemt, binnen twee weken na de datum van
                                    de beslissing schriftelijk mee aan de aanvrager. </al>
              <lijst>
                <li nr="3."><al>Bij de beslissing als bedoeld in het tweede lid stellen
                                            burgemeester en wethouders eveneens vast of de feiten en
                                            omstandigheden waarin de school verkeert ten opzichte
                                            van de feiten en omstandigheden ten tijde van de
                                            vaststelling van het programma, al dan niet ingrijpend
                                            zijn gewijzigd. Bij een naar het oordeel van
                                            burgemeester en wethouders ingrijpende wijziging van de
                                            feiten en omstandigheden komt de voorziening alsnog niet
                                            voor bekostiging in aanmerking.</al></li>
                <li nr="4."><al>De instemming met de bouwplannen, de instemming met de
                                            begroting, de toetsing of voldaan wordt aan de bij of
                                            krachtens de wet gestelde voorschriften, en de toetsing
                                            of er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden
                                            kunnen achterwege blijven als dat naar het oordeel van
                                            burgemeester en wethouders niet noodzakelijk is gezien
                                            de inhoud van de in het programma opgenomen voorziening.
                                            Burgemeester en wethouders doen hiervan mededeling aan
                                            de aanvrager in het overleg als bedoeld in artikel
                                            15.</al></li>
                <li nr="5."><al>De indiening van de in het eerste en het tweede lid
                                            bedoelde begroting blijft achterwege indien het de
                                            uitvoering betreft van een voorziening als bedoeld in
                                            artikel 4, derde lid, laatste volzin.</al></li>
              </lijst>
              <al>De beslissing van burgemeester en wethouders als bedoeld in het
                                    tweede lid betreft dan uitsluitend de beoordeling van het
                                    bouwplan. Daarbij zijn de genoemde termijnen in het tweede lid
                                    van overeenkomstige toepassing. </al>
              <al>6.Nadat burgemeester en wethouders met het bouwplan van een
                                    voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin,
                                    hebben ingestemd, overlegt de aanvrager met inachtneming van de
                                    hierover gemaakte afspraken als bedoeld in artikel 15, tweede
                                    lid, aan burgemeester en wethouders de aan de aanvrager
                                    uitgebrachte offertes voor de uitvoering van de voorziening.
                                    Burgemeester en wethouders beslissen binnen vier weken na
                                    ontvangst van de offertes over het bedrag dat definitief
                                    beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van de voorziening
                                    en over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan
                                    nemen. De aanvrager wordt binnen twee weken na de datum van deze
                                    beslissing hiervan schriftelijk in kennis gesteld. Voor de
                                    vaststelling van het definitieve bedrag is de offerte met de
                                    laagste prijsstelling bepalend.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>17</nr>
                <titel>Aanvang bekostiging</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen bij de beslissing als bedoeld
                                    in artikel 16, tweede lid of artikel 16, zesde lid, over het
                                    tijdstip waarop de bekostiging een aanvang neemt, bepalen dat de
                                    beschikbaarstelling van de gelden in termijnen plaatsvindt. De
                                    beschikbaarstelling van de gelden geschiedt dan telkens op een
                                    zodanig tijdstip dat de aanvrager kan voldoen aan de financiële
                                    verplichtingen voortkomend uit de realisering van de op het
                                    programma geplaatste voorziening.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>18</nr>
                <titel>Vervallen aanspraak op bekostiging</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt,
                                            indien niet door de aanvrager vóór 1 oktober van het
                                            jaar volgend op de vaststelling van het programma een
                                            bouwopdracht heeft verleend, dan wel een koop-, huur- of
                                            erfpachtovereenkomst heeft gesloten en een afschrift
                                            hiervan niet voor 15 oktober daaropvolgend aan
                                            burgemeester en wethouders is gezonden. De in de eerste
                                            volzin bedoelde bouwopdracht is onherroepelijk en
                                            vermeldt de aanvangsdatum van het werk en de termijn,
                                            uitgedrukt in het aantal werkbare dagen, waarbinnen het
                                            werk wordt opgeleverd. De in de eerste volzin bedoelde
                                            overeenkomsten zijn onherroepelijk. Een huur- of
                                            erfpachtovereenkomst vermeldt de datum van
                                            inwerkingtreding, alsmede de duur van de overeenkomst.
                                            Een koopovereenkomst vermeldt de datum van aankoop.</al></li>
                <li nr="2."><al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de
                                            overschrijding van de termijn als bedoeld in het eerste
                                            lid veroorzaakt wordt door bijzondere omstandigheden die
                                            niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen en de
                                            aanvrager voor 1 september een schriftelijk gemotiveerd
                                            verzoek tot verlenging van de termijn, als bedoeld in
                                            het eerste lid, bij burgemeester en wethouders heeft
                                            ingediend.</al></li>
                <li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders beslissen voor 15 september
                                            op het verzoek tot verlenging van de termijn. Indien het
                                            verzoek wordt ingewilligd, wordt in het besluit
                                            aangegeven tot welke datum de termijn als bedoeld in het
                                            eerste lid wordt verlengd.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Aanvragen met spoedeisend karakter</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>3.1</nr>
              <titel>Aanvraag</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>19</nr>
                <titel>Indiening aanvraag</titel>
              </kop>
              <al>Een aanvraag tot bekostiging van een voorziening in de
                                    huisvesting die gelet op de voortgang van het onderwijs geen
                                    uitstel kan lijden, wordt ingediend bij burgemeester en
                                    wethouders. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door
                                    burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>20</nr>
                <titel>Inhoud aanvraag</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De aanvraag vermeldt in ieder geval de gegevens zoals
                                            vermeld in artikel 7, eerste lid. In aanvulling daarop
                                            dient de aanvrager de volgende gegevens te
                                            verstrekken:</al></li>
                <li nr="a."><al>een nadere aanduiding van de omstandigheden die de
                                            voorziening in de huisvesting spoedeisend maken;</al></li>
                <li nr="b."><al>de reden waarom de voorziening in de huisvesting niet
                                            kon worden aangevraagd in het kader van een nog vast te
                                            stellen programma;</al></li>
                <li nr="c."><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van
                                            de school, die voldoet aan de in bijlage II omschreven
                                            vereisten, tenzij het een voorziening betreft als
                                            bedoeld in artikel 2 onder a, onderdelen 6 tot en met 8
                                            en artikel 2 onder d, e en f;</al></li>
                <li nr="d."><al>een begroting van de kosten gemoeid met de uitvoering
                                            indien het een voorziening betreft als bedoeld in
                                            artikel 4, derde lid, laatste volzin.</al></li>
                <li nr="2."><al>Indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders
                                            een of meer gegevens als bedoeld in het eerste lid
                                            ontbreken, delen burgemeester en wethouders dit binnen
                                            twee weken na datum van indiening van de aanvraag
                                            schriftelijk mee aan de aanvrager. Daarbij wordt de
                                            aanvrager in de gelegenheid gesteld de ontbrekende
                                            gegevens binnen twee weken na ontvangst van de
                                            mededeling in te dienen bij burgemeester en wethouders.
                                            Indien de vereiste ontbrekende gegevens niet binnen de
                                            in de vorige volzin bedoelde termijn is verstrekt,
                                            besluiten burgemeester en wethouders de aanvraag niet te
                                            behandelen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>3.2</nr>
              <titel>Beoordeling aanvraag; uitvoering besluit</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>21</nr>
                <titel>Tijdstip beslissing</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen zes weken na
                                            ontvangst van de aanvraag of binnen zes weken nadat de
                                            aanvullende gegevens zijn verstrekt of hadden moeten
                                            zijn verstrekt. Binnen twee weken na de datum van de
                                            beslissing wordt de aanvrager hiervan schriftelijk in
                                            kennis gesteld door burgemeester en wethouders.</al></li>
                <li nr="2."><al>Indien een beschikking niet binnen zes weken kan worden
                                            gegeven, stellen burgemeester en wethouders de aanvrager
                                            daarvan in kennis en noemen daarbij een redelijke
                                            termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan
                                            worden gezien.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>22</nr>
                <titel>Inhoud beslissing</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De aangevraagde voorziening wordt toegewezen, indien
                                            burgemeester en wethouders hebben vastgesteld dat het
                                            treffen van de voorziening, gelet op de voortgang van
                                            het onderwijs, geen uitstel kan lijden en geen van de in
                                            de Wet op het primair onderwijs, Wet op de
                                            expertisecentra en Wet op het voortgezet onderwijs
                                            opgenomen weigeringsgronden van toepassing is. Bij deze
                                            vaststelling passen burgemeester en wethouders de regels
                                            toe met betrekking tot:</al></li>
                <li nr="a."><al>de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage I;</al></li>
                <li nr="b."><al>de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II;</al></li>
                <li nr="c."><al>de oppervlakte en indeling van gebouwen als bedoeld in
                                            bijlage III.</al></li>
                <li nr="2."><al>De beslissing van burgemeester en wethouders kan een
                                            gedeelte van de gewenste voorziening dan wel een andere
                                            dan de gevraagde voorziening omvatten.</al></li>
                <li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders vermelden welk genormeerd
                                            bedrag ingevolge het bepaalde in bijlage IV, deel A voor
                                            de toegewezen voorziening beschikbaar wordt gesteld, dan
                                            wel wat het geraamde bedrag is indien het een
                                            voorziening betreft als bedoeld in artikel 4, derde lid,
                                            laatste volzin. Bij de beschikking stellen burgemeester
                                            en wethouders vast voor welke datum een bouwopdracht
                                            moet zijn verleend, dan wel een koop-, huur- of
                                            erfpachtovereenkomst moet zijn gesloten, en voor welke
                                            datum een afschrift daarvan aan burgemeester en
                                            wethouders moet zijn toegezonden. Binnen vier maanden na
                                            de datum van de beschikking door burgemeester en
                                            wethouders moet een bouwopdracht zijn verleend, dan wel
                                            een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst zijn
                                            gesloten.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>23</nr>
                <titel>Uitvoering beslissing</titel>
              </kop>
              <al>Na bekendmaking van de beslissing als bedoeld in artikel 21,
                                    eerste lid, waarbij een bekostiging is toegewezen, treden
                                    burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk in overleg met de
                                    aanvrager over de wijze van uitvoering.</al>
              <al>Het bepaalde in de artikelen 15, 16 en 17 is daarbij van
                                    overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van
                                    de termijn, genoemd in artikel 16, tweede lid, eerste volzin,
                                    een termijn van drie weken geldt.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>24</nr>
                <titel>Vervallen aanspraak bekostiging</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Indien niet voor de in artikel 22, derde lid bedoelde
                                            tijdstippen een bouwopdracht is verleend, dan wel een
                                            koop-, huur- of erfpachtovereenkomst is gesloten en een
                                            afschrift daarvan is gezonden aan burgemeester en
                                            wethouders, vervalt de aanspraak op bekostiging. Ten
                                            aanzien van de inhoud van een bouwopdracht, dan wel
                                            koop-, huur- of erfpachtovereenkomst is het bepaalde in
                                            artikel 18, eerste lid van overeenkomstige
                                            toepassing.</al></li>
                <li nr="2."><al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de
                                            overschrijding van de datum veroorzaakt wordt door
                                            bijzondere omstandigheden, die niet aan de aanvrager
                                            zijn toe te rekenen, en de aanvrager uiterlijk vier
                                            weken voor het verstrijken van deze datum een
                                            schriftelijk gemotiveerd verzoek heeft ingediend bij
                                            burgemeester en wethouders tot verlenging van de
                                            termijn.</al></li>
                <li nr="3."><al>Dit verzoek schort het vervallen van de aanspraak op
                                            bekostiging op totdat burgemeester en wethouders op het
                                            verzoek beslissen. Indien burgemeester en wethouders het
                                            verzoek inwilligen, noemen burgemeester en wethouders
                                            een nieuwe datum waarop de aanspraak op bekostiging
                                            vervalt. Indien burgemeester en wethouders het verzoek
                                            afwijzen, geldt de datum van beslissing op het verzoek
                                            als vervaldatum, met dien verstande dat deze datum niet
                                            voor de oorspronkelijke vervaldatum kan vallen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Bekostiging bouwvoorbereiding</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>25</nr>
              <titel>Aanvraag</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het bevoegd gezag dat voornemens is een aanvraag in te dienen
                                    voor plaatsing op het programma van een voor blijvend gebruik
                                    bestemde voorziening als bedoeld in artikel 3, kan daaraan
                                    voorafgaand een aanvraag voor bekostiging van de
                                    bouwvoorbereiding indienen bij burgemeester en wethouders. Het
                                    betreft de voorbereiding voorafgaand aan het moment van
                                    aanbesteding van die voorziening.</al></li>
              <li nr="2."><al>De aanvraag wordt voor 1 februari van het jaar voorafgaand aan
                                    het jaar waarin de bekostiging wordt gewenst ingediend. Hierbij
                                    wordt gebruik gemaakt van een door burgemeester en wethouders
                                    vastgesteld aanvraagformulier.</al></li>
              <li nr="3."><al>De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:</al></li>
              <li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li>
              <li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li>
              <li nr="c."><al>de naam van de school ten behoeve waarvan de bekostiging wordt
                                    gewenst;</al></li>
              <li nr="d."><al>de reden, de gewenste omvang en de aanduiding van de gewenste
                                    locatie van de voorziening;</al></li>
              <li nr="e."><al>het gewenste tijdstip van realisering van de voorziening;</al></li>
              <li nr="f."><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de
                                    school die voldoet aan de in bijlage II omschreven
                                    vereisten;</al></li>
              <li nr="g."><al>een rapportage waaruit de bouwkundige noodzaak van de vervanging
                                    blijkt, indien het nieuwbouw betreft ter vervanging van een
                                    bestaand gebouw. Bij de rapportage wordt gebruik gemaakt van het
                                    door burgemeester en wethouders vastgestelde formulier
                                    ‘Bouwkundige opname’;</al></li>
              <li nr="h."><al>een begroting van de kosten als bedoeld in het eerste lid,
                                    indien de bekostiging bouwvoorbereiding is aangemerkt als een
                                    voorziening bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste
                                    volzin.</al></li>
              <li nr="4."><al>Bij het ontbreken van een of meer gegevens als bedoeld in het
                                    derde lid, delen burgemeester en wethouders dit voor 15 februari
                                    schriftelijk mee aan de aanvrager en stellen hem in de
                                    gelegenheid om voor 15 maart de gegevens aan te vullen. Het
                                    gestelde in artikel 7, derde en vijfde lid is daarbij van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>26</nr>
              <titel>Toelichting en overleg aanvraag</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Ten aanzien van het geven van een toelichting op de aanvraag of
                                    het overleg over de begroting als bedoeld in het vorige artikel,
                                    is het bepaalde in artikel 9 van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li>
              <li nr="2."><al>Alvorens burgemeester en wethouders een besluit nemen over de
                                    aanvraag voor bekostiging van bouwvoorbereiding, treden
                                    burgemeester en wethouders in overleg met de aanvrager. Dit
                                    overleg vindt plaats tezamen met het overleg als bedoeld in
                                    artikel 10, eerste lid. Artikel 10, tweede, derde en vierde lid,
                                    zijn daarbij van overeenkomstige toepassing.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>27</nr>
              <titel>Beschikking op aanvraag</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders nemen voor het tijdstip, als bedoeld
                                    in artikel 11, tweede lid, een beslissing op de aanvraag.</al></li>
              <li nr="2."><al>De aanvraag wordt toegewezen indien en voor zover:</al></li>
              <li nr="a."><al>er voldoende middelen voor de bekostiging van de kosten van
                                    bouwvoorbereiding beschikbaar zijn;</al></li>
              <li nr="b."><al>de noodzaak van de gewenste voorziening voldoende
                                    vaststaat;</al></li>
              <li nr="c."><al>er een reële mogelijkheid is dat de voorziening in het gewenste
                                    jaar van uitvoering voor bekostiging in aanmerking kan worden
                                    gebracht.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de aanvraag wordt toegewezen, vermeldt de beschikking tot
                                    welk bedrag de kosten van bouwvoorbereiding worden vergoed. Het
                                    bedrag kan in termijnen aan de aanvrager beschikbaar worden
                                    gesteld, echter steeds op een zodanig tijdstip dat de aanvrager
                                    aan zijn financiële verplichtingen jegens derden die hij heeft
                                    ingeschakeld bij de bouwvoorbereiding, kan voldoen. De aanvrager
                                    en burgemeester en wethouders maken afspraken over de
                                    daadwerkelijke beschikbaarstelling van het bedrag.</al></li>
              <li nr="4."><al>Aan een toewijzing als bedoeld in het tweede lid kunnen door de
                                    aanvrager geen rechten worden ontleend ten aanzien van de
                                    plaatsing van de voorziening op enig toekomstig programma.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>28</nr>
              <titel>Vervallen aanspraak bekostiging</titel>
            </kop>
            <al>De aanspraak op bekostiging van bouwvoorbereiding vervalt, indien de
                            aanvrager niet voor 15 september van het jaar dat volgt op het jaar
                            waarin het besluit is genomen, daadwerkelijk is gestart met de
                            bouwvoorbereiding en niet voor 1 oktober daaropvolgend informatie heeft
                            verstrekt aan burgemeester en wethouders waaruit dit blijkt.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Medegebruik en verhuur</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>5.1</nr>
              <titel>Medegebruik ten behoeve van onderwijs of educatie</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>29</nr>
                <titel>Aanduiding omstandigheden</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen overgaan tot vordering van een
                            gedeelte van een gebouw of terrein, bestemd voor een school,
                            indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een
                                    school berekend volgens het gestelde in bijlage III, delen A en
                                    B en het bevoegd gezag van die school een aanvraag als bedoeld
                                    in artikel 6 of 19 voor medegebruik of uitbreiding heeft
                                    ingediend;</al></li>
                <li nr="b."><al>het bevoegd gezag van een school een aanvraag voor een andere
                                    huisvestingsvoorziening heeft ingediend en door medegebruik aan
                                    de behoefte aan huisvesting kan worden voorzien;</al></li>
                <li nr="c."><al>er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een
                                    andere school of een instelling als bedoeld in de Wet educatie
                                    en beroepsonderwijs, vastgesteld aan de hand van de voor die
                                    school of instelling gangbare berekeningswijze;</al></li>
                <li nr="d."><al>er sprake is van leegstand in een lesgebouw van een school;</al></li>
                <li nr="e."><al>er sprake is van leegstand in gymnastiekruimte van een
                                    school.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>30</nr>
                <titel>Omschrijving leegstand</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Er is sprake van leegstand in een lesgebouw:</al></li>
                <li nr="a."><al>wanneer het betreft een gebouw van een school voor
                                    basisonderwijs of voor (voortgezet) speciaal onderwijs, indien
                                    uit de vergelijking van het aantal vierkante meters bruto
                                    vloeroppervlakte zoals berekend op basis van bijlage III, deel B
                                    en de capaciteit van het gebouw in vierkante meters bruto
                                    vloeroppervlakte zoals vastgesteld op basis van bijlage III,
                                    deel A, blijkt dat er ten minste een aantal vierkante meters
                                    bruto vloeroppervlakte ter grootte van de in bijlage III, deel C
                                    genoemde drempelwaarde niet nodig is voor de daar gevestigde
                                    school of scholen;</al></li>
                <li nr="b."><al>wanneer het betreft een gebouw van een school voor voortgezet
                                    onderwijs, indien uit de vergelijking van de ruimtebehoefte
                                    zoals berekend op basis van bijlage III, deel B en de capaciteit
                                    van het gebouw zoals vastgesteld op basis van bijlage III, deel
                                    A blijkt dat er een overschot is aan vierkante meters bruto
                                    vloeroppervlakte tenzij het bevoegd gezag op basis van het
                                    lesrooster of de lesroosters voor het lopende of eerstkomende
                                    schooljaar aantoont dat er binnen het overschot aan vierkante
                                    meters bruto vloeroppervlakte geen sprake is van onderbenutting
                                    van de onderwijsruimten.</al></li>
                <li nr="2."><al>Er is sprake van leegstand in een gymnastiekruimte:</al></li>
                <li nr="a."><al>wanneer het een gebouw betreft dat wordt gebruikt door een of
                                    meer scholen voor basisonderwijs of voor (voortgezet) speciaal
                                    onderwijs, indien de som van het aantal klokuren gebruik dat
                                    door burgemeester en wethouders wordt vergoed minder is dan 40
                                    klokuren;</al></li>
                <li nr="b."><al>wanneer het betreft een gebouw van een school voor voortgezet
                                    onderwijs, indien uit de berekening op basis van bijlage III,
                                    deel B blijkt dat benutting van het gebouw lager is dan 40
                                    lesuren, tenzij het bevoegd gezag op basis van het lesrooster of
                                    de lesroosters voor het lopende of eerstkomende schooljaar
                                    aantoont dat dit niet het geval is;</al></li>
                <li nr="c."><al>wanneer het een gebouw betreft dat gebruikt wordt door een of
                                    meer scholen voor basisonderwijs, voor (voortgezet) speciaal
                                    onderwijs en voortgezet onderwijs, indien de som van de
                                    berekeningswijzen genoemd onder a en b een aantal klokuren lager
                                    dan 40 oplevert.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>31</nr>
                <titel>Nalaten vordering; volgorde van vorderen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders gaan niet over tot vordering ten
                                    behoeve van medegebruik indien het bevoegd gezag de leegstand
                                    van het gebouw waarin het beoogde medegebruik dient plaats te
                                    vinden in gebruik heeft gegeven aan een andere school of scholen
                                    ten behoeve van het onderwijs aan die school of scholen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing indien het
                                    gebruik van die andere school of scholen kan plaatsvinden in de
                                    aan die scholen reeds ter beschikking staande
                                    huisvestingscapaciteit.</al></li>
                <li nr="3."><al>Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand voordoet
                                    wordt:</al></li>
                <li nr="a."><al>als eerste de leegstand gevorderd in het gebouw dat in gebruik
                                    is bij een school van hetzelfde bevoegd gezag, tenzij uit
                                    oogpunt van doelmatigheid het vorderen van leegstand in een
                                    ander gebouw een betere oplossing biedt;</al></li>
                <li nr="b."><al>vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw waarin een
                                    school van dezelfde richting is gehuisvest en</al></li>
                <li nr="c."><al>vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw dat het dichtst
                                    gelegen is bij het hoofdgebouw van de school ten behoeve waarvan
                                    de vordering plaatsvindt.</al></li>
                <li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen, indien de bij de vordering
                                    betrokken bevoegde gezagsorganen daarmee instemmen, in een
                                    individueel geval van de in het derde lid opgenomen volgorde
                                    afwijken.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>32</nr>
                <titel>Overleg en mededeling</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om over te
                                    gaan tot vordering van leegstand in een lesgebouw of
                                    gymnastiekruimte, voeren burgemeester en wethouders daarover
                                    overleg met het bevoegd gezag waarvan de leegstand gevorderd
                                    wordt en met het bevoegd gezag waarvoor de huisvesting is
                                    bestemd. Dit overleg maakt deel uit van het overleg als bedoeld
                                    in artikel 10.</al></li>
                <li nr="2."><al>Binnen vier weken na de vaststelling van het programma als
                                    bedoeld in artikel 11, doen burgemeester en wethouders
                                    schriftelijk mededeling van de vordering aan het bevoegd gezag
                                    waarvan gevorderd wordt. Van deze mededeling kan worden afgezien
                                    als dat bevoegd gezag in het overleg te kennen geeft geen
                                    bezwaar tegen de vordering te hebben.</al></li>
                <li nr="3."><al>Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om over te
                                    gaan tot vordering in het kader van een aanvraag als bedoeld in
                                    artikel 19, voeren burgemeester en wethouders daarover zo
                                    spoedig mogelijk overleg met het bevoegd gezag waarvan gevorderd
                                    wordt en met het bevoegd gezag waarvoor de huisvesting is
                                    bestemd.</al></li>
                <li nr="4."><al>Binnen een week na het overleg als bedoeld in het vorige lid,
                                    doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling van de
                                    vordering aan het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt. Van
                                    deze mededeling kan worden afgezien als dat bevoegd gezag in het
                                    overleg te kennen geeft geen bezwaar tegen de vordering te
                                    hebben.</al></li>
                <li nr="5."><al>De schriftelijke mededeling van burgemeester en wethouders als
                                    bedoeld in het tweede en vierde lid, bevat in ieder geval:</al></li>
                <li nr="a."><al>de naam van de school en het bevoegd gezag ten behoeve waarvan
                                    wordt gevorderd;</al></li>
                <li nr="b."><al>een aanduiding van het aantal leerlingen ten behoeve waarvan
                                    gevorderd wordt of, indien het betreft het onderwijs in
                                    lichamelijke oefening, het aantal klokuren dat gevorderd
                                    wordt;</al></li>
                <li nr="c."><al>een aanduiding van het gebouw waarop de vordering betrekking
                                    heeft;</al></li>
                <li nr="d."><al>een aanduiding van het aantal en het type ruimten dat gevorderd
                                    wordt;</al></li>
                <li nr="e."><al>de periode waarvoor gevorderd wordt en de ingangsdatum van het
                                    medegebruik.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>33</nr>
                <titel>Bekostiging</titel>
              </kop>
              <al>De bevoegde gezagsorganen die het betreft stellen in onderling overleg
                            een bekostiging voor het medegebruik vast. Als het overleg niet tot
                            overeenstemming leidt wordt deze bekostiging gebaseerd op het bedrag dat
                            voor elke groep bij meer dan zes groepen door het ministerie van OCW
                            beschikbaar wordt gesteld binnen de groepsafhankelijke programma’s van
                            eisen, zoals jaarlijks gepubliceerd door het ministerie van OCW.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>5.2</nr>
              <titel>Medegebruik ten behoeve van culturele, maatschappelijke of recreatieve
                                    doeleinden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>34</nr>
                <titel>Aanduiding omstandigheden</titel>
              </kop>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen overgaan tot vordering indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>sprake is van leegstand van een lesgebouw of een
                                    gymnastiekruimte zoals bedoeld in artikel 30;</al></li>
                <li nr="b."><al>sprake is van onderbenutting van een sportveld van een school
                                    voor voortgezet onderwijs, blijkend uit het lesrooster van de
                                    school of scholen die dat sportveld voor het onderwijs
                                    gebruiken.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>35</nr>
                <titel>Overleg en mededeling</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Alvorens over te gaan tot vordering voeren burgemeester en
                                    wethouders overleg met het bevoegd gezag.</al></li>
                <li nr="2."><al>In dat overleg komt in ieder geval aan de orde:</al></li>
                <li nr="a."><al>voor welke activiteit of activiteiten gevorderd wordt;</al></li>
                <li nr="b."><al>of die activiteit of activiteiten zich verdragen met het
                                    onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school;</al></li>
                <li nr="c."><al>welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn om te voorkomen
                                    dat het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school hinder
                                    van het medegebruik ondervindt;</al></li>
                <li nr="d."><al>wat naar de mening van burgemeester en wethouders en het bevoegd
                                    gezag een redelijke bekostiging voor het medegebruik is;</al></li>
                <li nr="e."><al>de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs een aanvang kan
                                    nemen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Binnen vier weken na afloop van het overleg, als bedoeld in het
                                    eerste lid, doen burgemeester en wethouders schriftelijk
                                    mededeling van de vordering tot medegebruik aan het bevoegd
                                    gezag. Indien het overleg heeft geleid tot afspraken, bevat de
                                    mededeling in ieder geval die afspraken. Voorzover het overleg
                                    niet tot overeenstemming heeft geleid, bevat de mededeling de
                                    beslissing van burgemeester en wethouders over deze punten.
                                    Indien het bevoegd gezag in het overleg te kennen geeft geen
                                    bezwaar te hebben tegen de vordering, kan van de schriftelijke
                                    mededeling als hier bedoeld worden afgezien.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>5.3</nr>
              <titel>Verhuur</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>36</nr>
                <titel>Toestemming college</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Voordat het bevoegd gezag een huurovereenkomst sluit, vraagt het
                                    toestemming voor de verhuur aan burgemeester en wethouders.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verzoek om toestemming wordt schriftelijk gedaan en bevat
                                    een aanduiding van de huurder, en van de bestemming van de te
                                    verhuren ruimte.</al></li>
                <li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders verleent geen toestemming
                                    indien:</al></li>
                <li nr="a."><al>de bestemming van de te verhuren ruimte in strijd is met
                                    bepalingen daaromtrent uit de Wet op het primair onderwijs, Wet
                                    op de expertisecentra en Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li>
                <li nr="b."><al>de te verhuren ruimte onmiddellijk nodig is voor een
                                    school.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Einde gebruik gebouwen en terreinen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>37</nr>
              <titel>Tijdstip beëindiging gebruik; staat van onderhoud</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Nadat het bevoegd gezag een gebouw of terrein niet meer nodig
                                    heeft voor de huisvesting van een school, wordt het gebruik
                                    ervan zo spoedig mogelijk beëindigd, doch uiterlijk op de datum
                                    genoemd in de door burgemeester en wethouders en het bevoegd
                                    gezag ondertekende gezamenlijke akte of de datum zoals
                                    vastgesteld door gedeputeerde staten bij de beslissing inzake
                                    een geschil over de totstandkoming van een gezamenlijke
                                    akte.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien er, naar het oordeel van burgemeester en wethouders,
                                    mogelijk sprake is van achterstallig onderhoud aan het gebouw of
                                    terrein bedoeld in het eerste lid, dat tot de
                                    verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag behoort, wordt,
                                    voordat de eigendomsoverdracht heeft plaats vindt, een staat van
                                    onderhoud opgemaakt.</al></li>
              <li nr="3."><al>De staat van onderhoud wordt opgemaakt in opdracht van
                                    burgemeester en wethouders na overleg met het bevoegd
                                    gezag.</al></li>
              <li nr="4."><al>Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het
                                    bevoegd gezag. In dat overleg wordt, indien van toepassing,
                                    vastgesteld welk deel van het onderhoud alsnog door het bevoegd
                                    gezag wordt uitgevoerd of welk bedrag in plaats daarvan aan
                                    burgemeester en wethouders betaald wordt. Indien het overleg
                                    niet tot overeenstemming leidt, stellen partijen vast welke
                                    handelwijze gevolgd wordt.</al></li>
              <li nr="5."><al>Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege indien
                                    dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet nodig
                                    is.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Gebruik gymnastiekruimte voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal
                            onderwijs</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>38</nr>
              <titel>Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit; inroostering
                                gebruik</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs of een
                                    school voor (voortgezet) speciaal onderwijs verstrekt jaarlijks
                                    voor 1 april voorafgaande aan het volgende schooljaar een opgave
                                    van de voor dat schooljaar voor de school gewenste
                                    onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte. Deze opgave bevat de
                                    volgende gegevens:</al></li>
              <li nr="a."><al>de gewenste omvang van het onderwijsgebruik uitgedrukt in een
                                    aantal klokuren;</al></li>
              <li nr="b."><al>de aanduiding van de gymnastiekruimte of -ruimten waarin het
                                    gebruik wordt gewenst;</al></li>
              <li nr="c."><al>de tijden waarop het onderwijsgebruik gedurende een schoolweek
                                    wordt gewenst.</al></li>
              <li nr="2."><al>De jaarlijkse opgave van het gewenste onderwijsgebruik van een
                                    gymnastiekruimte als bedoeld in het eerste lid wordt beschouwd
                                    als een aanvraag in de zin van artikel 19, met dien verstande
                                    dat op de afhandeling van een dergelijke aanvraag het bepaalde
                                    in dit artikel van toepassing is.</al></li>
              <li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks voor 1 juni
                                    voorafgaande aan het daaropvolgende schooljaar op basis van de
                                    ingediende opgaven een voorstel tot inroostering vast van het
                                    onderwijsgebruik door scholen voor basisonderwijs en
                                    (voortgezet) speciaal onderwijs van de op het grondgebied van de
                                    gemeente gelegen gymnastiekruimten. Hiertoe wordt het gewenste
                                    onderwijsgebruik afgezet tegen de beschikbare capaciteit van de
                                    gymnastiekruimten, waarbij wordt uitgegaan van een capaciteit
                                    van 26 klokuren per week per gymnastiekruimte.</al></li>
              <li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders nemen bij de vaststelling van het
                                    voorstel tot inroostering het volgende in acht:</al></li>
              <li nr="a."><al>de afstanden in relatie tot de omvang van het onderwijsgebruik
                                    van een gymnastiekruimte, zoals opgenomen in bijlage I, deel
                                    B;</al></li>
              <li nr="b."><al>het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand
                                    gehouden school dat eigenaar is van een gymnastiekruimte wordt
                                    voor de betreffende school het eerste ingeroosterd voor die
                                    gymnastiekruimte;</al></li>
              <li nr="c."><al>het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk
                                    ingeroosterd in één gymnastiekruimte.</al></li>
              <li nr="5."><al>Het voorstel tot inroostering vermeldt per school voor
                                    basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs de volgende
                                    gegevens:</al></li>
              <li nr="a."><al>het aantal klokuren waarvoor de school wordt ingeroosterd in een
                                    gymnastiekruimte;</al></li>
              <li nr="b."><al>de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de tijden
                                    gedurende welke het onderwijsgebruik plaatsvindt;</al></li>
              <li nr="c."><al>een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per
                                    gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan één
                                    gymnastiekruimte plaatsvindt;</al></li>
              <li nr="d."><al>voor zover het gewenste aantal klokuren hoger is dan het aantal
                                    klokuren dat ingevolge de beleidsregel bekostiging
                                    gymnastiekruimte voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal
                                    onderwijs voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt,
                                    wordt vermeld hoeveel klokuren voor rekening komen van het
                                    bevoegd gezag van de school.</al></li>
            </lijst>
            <al>Burgemeester en wethouders nemen het aantal klokuren als bedoeld in dit
                            lid onder d slechts op in het voorstel tot inroostering voor zover
                            daarvoor nog capaciteit beschikbaar is, nadat rekening is gehouden met
                            het totale klokuurgebruik dat voor bekostiging door de gemeente in
                            aanmerking komt. </al>
            <lijst>
              <li nr="6."><al>Het voorstel tot inroostering wordt door burgemeester en
                                    wethouders binnen twee weken na vaststelling toegezonden aan de
                                    bevoegde gezagsorganen voor basisonderwijs en (voortgezet)
                                    speciaal onderwijs. De bevoegde gezagsorganen worden daarbij
                                    uitgenodigd voor een overleg over het voorstel. Dit overleg
                                    vindt plaats binnen twee weken na toezending van het voorstel.
                                    In het overleg worden de vertegenwoordigers van de bevoegde
                                    gezagsorganen in de gelegenheid gesteld te reageren op het
                                    voorstel tot inroostering.</al></li>
              <li nr="7."><al>Met inachtneming van de reacties van de bevoegde gezagsorganen
                                    stellen burgemeester en wethouders voor 15 juli volgend op de
                                    genoemde datum in het derde lid, de definitieve inroostering
                                    vast van het gebruik van de gymnastiekruimte voor het volgende
                                    schooljaar. Indien burgemeester en wethouders daarbij afwijken
                                    van een of meer in het overleg als bedoeld in het zesde lid naar
                                    voren gebrachte reacties, dan wordt dit gemotiveerd.</al></li>
              <li nr="8."><al>Binnen twee weken na vaststelling van de inroostering ontvangen
                                    de betreffende bevoegde gezagsorganen een schriftelijke
                                    mededeling van burgemeester en wethouders over de inroostering
                                    in de beschikbare gymnastiekruimten van de onder hun bevoegd
                                    gezag staande school of scholen voor het volgende schooljaar.
                                    Deze mededeling is te beschouwen als een beslissing in de zin
                                    van artikel 22 en, indien van toepassing, een beslissing in de
                                    zin van artikel 32, vierde lid.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>39</nr>
              <titel>Beslissingen burgemeester en wethouders in gevallen waarin de
                                verordening niet voorziet</titel>
            </kop>
            <al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>40</nr>
              <titel>Indexering</titel>
            </kop>
            <al>Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks de in het kader van deze
                            verordening gehanteerde normbedragen voor de bekostiging van
                            voorzieningen bij op basis van de in bijlage IV, deel A opgenomen
                            prijsindexen en systematiek van prijsbijstelling.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>41</nr>
              <titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De verordening kan worden aangehaald als: ‘Verordening
                                    voorzieningen huisvesting onderwijs 2011’.</al></li>
              <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2011.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus besloten tijdens de vergadering van de raad der gemeente Heerlen
                        van 7 december 2010.</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          griffier, voorzitter,
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Bijlage I Criteria voor beoordeling van aangevraagde
        voorzieningen</titel>
        </kop>
        <al>Per onderwijssector en per voorziening worden hieronder opgesomd de
                            nadere voorwaarden waaronder - behoudens de financiële toets - de
                            voorziening voor bekostiging in aanmerking komt. De criteria voor
                            beoordeling van aangevraagde voorzieningen vallen uiteen in twee
                            delen:</al>
        <al>DEEL A: Lesgebouwen; </al>
        <al>DEEL B: Voorzieningen voor lichamelijke oefening.</al>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>DEEL A Lesgebouwen</titel>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>1 School voor basisonderwijs</titel>
          </kop>
          <al>De voorzieningen genoemd onder 1.2, 1.3.1, 1.3.2, en 1.9c worden niet
                            noodzakelijk geacht voor dislocaties met een permanente bouwaard.
                            Slechts in bijzondere omstandigheden is dat wel het geval, zulks na
                            overleg met het bevoegd gezag en ter beoordeling van burgemeester en
                            wethouders.</al>
          <al>1.1 Nieuwbouw</al>
          <al>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school of
                                    nevenvestiging voor het eerst voor bekostiging in aanmerking
                                    brengt;</al></li>
            <li nr="b1."><al>het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen
                                    zijn en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening,
                                    de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                                    aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren deze leerlingen
                                    kunnen worden verwacht of</al></li>
            <li nr="b2."><al>het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen
                                    zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde
                                    voorziening, de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vier jaren deze
                                    leerlingen kunnen worden verwacht en</al></li>
            <li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of
                                    geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door
                                    medegebruik binnen 2000 meter hemelsbreed een passende
                                    huisvesting voor de school te realiseren.</al></li>
            <li nr="1."><al>2 Vervangende bouw</al></li>
          </lijst>
          <al>De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het in zo'n slechte/matige conditie zijn van voldoende en
                                    voldoende zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige
                                    opname als bedoeld in artikel 7, tweede lid onder c, zodat
                                    onderhoud en/of aanpassingen geen redelijk resultaat opleveren
                                    (in kosten ten opzichte van de levensduurverlenging);</al></li>
            <li nr="b1."><al>het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn (of
                                    zullen zijn) en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde
                                    voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren
                                    deze leerlingen kunnen worden verwacht of</al></li>
            <li nr="b2."><al>het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn en dat
                                    voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening, de
                                    prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont
                                    dat gedurende ten minste vier jaren deze leerlingen kunnen
                                    worden verwacht en</al></li>
            <li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of
                                    geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door
                                    medegebruik binnen 2000 meter hemelsbreed een passende
                                    huisvesting voor de school te realiseren.</al></li>
          </lijst>
          <al>Daarnaast kan sprake zijn van vervangende bouw als:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>vervanging per saldo geen meerkosten met zich meebrengt, zulks
                                    ter beoordeling van burgemeester en wethouders;</al></li>
            <li nr="b."><al>vervanging van een gebouw noodzakelijk is als gevolg van een
                                    herschikkingsoperatie;</al></li>
            <li nr="c."><al>vervanging in verband met ontwikkelingen in de ruimtelijke
                                    ordening noodzakelijk is.</al></li>
          </lijst>
          <al>Indien het voor de realisering van de vervangende bouw noodzakelijk is
                            dat het oude gebouw moet worden gesloopt, vindt toekenning van
                            sloopkosten plaats.</al>
          <al>1.3 Uitbreiding</al>
          <al>1.1.3.1 Uitbreiding algemeen</al>
          <al>1.De noodzaak voor uitbreiding blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het feit dat er ten minste zoveel te huisvesten leerlingen
                                    aanwezig zijn, dat de ruimtebehoefte, zoals vastgesteld op grond
                                    van bijlage III, deel B, de capaciteit van het gebouw als
                                    vastgesteld op grond van bijlage III, deel A, met tenminste de
                                    in bijlage III, deel C genoemde drempelwaarde overschrijdt,
                                    en</al></li>
            <li nr="b1."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien
                                    aaneengesloten jaren voor een voor blijvend gebruik bestemde
                                    uitbreiding deze leerlingen kunnen worden verwacht of</al></li>
            <li nr="b2."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vier
                                    aaneengesloten jaren voor een voor tijdelijk gebruik bestemde
                                    uitbreiding deze leerlingen kunnen worden verwacht of</al></li>
            <li nr="b3."><al>het feit dat de laatste teldatum voor het indienen van de
                                    aanvraag aantoont, dat er leerlingen aanwezig zijn die niet voor
                                    maximaal vier aaneengesloten jaren binnen het gebouw of de
                                    gebouwen kunnen worden gehuisvest en</al></li>
            <li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of
                                    geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door
                                    medegebruik binnen 2000 meter hemelsbreed een passende extra
                                    huisvesting voor de school te realiseren, terwijl</al></li>
            <li nr="d."><al>evenmin tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van
                                    burgemeester en wethouders, de mogelijkheid bestaat door
                                    gebruikmaking van een bestaand verschil in oppervlakte tussen de
                                    feitelijk aanwezige bruto oppervlakte en de genormeerde bruto
                                    oppervlakte, zoals is vastgesteld op grond van bijlage III, deel
                                    A, geheel of gedeeltelijk inpandig meer benodigde ruimte te
                                    maken.</al></li>
          </lijst>
          <al>1.1.3.2 Uitbreiding speciale school voor basisonderwijs met een
                            speellokaal</al>
          <al>1.De noodzaak voor uitbreiding met een speellokaal blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het feit dat tot de school minimaal 12 kinderen jonger dan zes
                                    jaar worden toegelaten;</al></li>
            <li nr="b."><al>het feit dat de school volgens de prognose die voldoet aan de
                                    vereisten uit bijlage II, aantoont dat de school ten minste
                                    vijftien jaren zal blijven bestaan en</al></li>
            <li nr="c."><al>het feit dat in het gebouw geen speellokaal aanwezig is,
                                    terwijl</al></li>
            <li nr="d."><al>medegebruik van een speellokaal of gymnastiekruimte binnen 300
                                    meter hemelsbreed niet mogelijk is en</al></li>
            <li nr="e."><al>evenmin tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van
                                    burgemeester en wethouders, de mogelijkheid bestaat door
                                    gebruikmaking van een bestaand verschil tussen de feitelijk
                                    aanwezige bruto oppervlakte en de genormeerde bruto oppervlakte,
                                    zoals is vastgesteld op grond van bijlage III, deel A, inpandig
                                    een speellokaal te maken.</al></li>
          </lijst>
          <al>1.4 Ingebruikneming van een bestaand gebouw</al>
          <al>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a1."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school of
                                    nevenvestiging voor het eerst voor bekostiging in aanmerking
                                    brengt of</al></li>
            <li nr="a2."><al>het feit dat het huidige gebouw voor vervanging of uitbreiding
                                    in aanmerking komt, terwijl</al></li>
            <li nr="b1."><al>de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat
                                    voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening de prognose,
                                    die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                                    gedurende ten minste vijftien jaren deze leerlingen kunnen
                                    worden verwacht of</al></li>
            <li nr="b2."><al>de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat
                                    voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening de
                                    prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont
                                    dat gedurende ten minste vier jaren deze leerlingen kunnen
                                    worden verwacht en</al></li>
            <li nr="c."><al>er binnen 2000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om door
                                    medegebruik een passende huisvesting voor de school te
                                    realiseren;</al></li>
            <li nr="d."><al>er geen ander, beter geschikt of beter geschikt te maken gebouw
                                    aanwezig is of op korte termijn beschikbaar komt en</al></li>
            <li nr="e."><al>de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in
                                    redelijke verhouding, zulks ter beoordeling van burgemeester en
                                    wethouders, staan ten opzichte van de kosten van vervangende
                                    bouw of uitbreiding.</al></li>
          </lijst>
          <al>1.5 Verplaatsing bestaande noodlokalen</al>
          <al>De noodzaak van verplaatsing van noodlokalen blijkt uit het feit
                            dat:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>er op basis van een prognose die voldoet aan de eisen uit
                                    bijlage II een tijdelijke behoefte aan huisvesting voor ten
                                    minste vier jaren is, waarin beschikbare lege of leegkomende
                                    noodlokalen op een afstand van meer dan 2000 meter hemelsbreed
                                    kunnen voorzien, terwijl</al></li>
            <li nr="b."><al>er binnen 2000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om door
                                    medegebruik een passende huisvesting voor de school te
                                    realiseren en</al></li>
            <li nr="c."><al>de kosten van verplaatsing redelijk zijn ten opzichte van de
                                    kosten voor een nieuwe tijdelijke voorziening voor hetzelfde
                                    aantal leerlingen en dezelfde tijdsduur, zulks ter beoordeling
                                    van burgemeester en wethouders.</al></li>
          </lijst>
          <al>1.6 Terrein</al>
          <al>De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein
                            blijkt uit het feit dat voor nieuwbouw, uitbreiding, ingebruikneming of
                            verplaatsing van noodlokalen toestemming wordt gegeven en verwerving of
                            uitbreiding van (een deel van) een terrein noodzakelijk is om deze
                            toestemming te effectueren, zodanig dat de oppervlakte van het terrein
                            voldoet aan de eisen gesteld in bijlage III, deel D.</al>
          <al>1.7 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair</al>
          <al>De noodzaak voor de eerste aanschaf van onderwijsleerpakket en meubilair
                            blijkt uit het feit dat er sprake is van toekenning van een voorziening
                            in de huisvesting en daarbij sprake is van uitbreiding van de totale
                            huisvestingscapaciteit van de school en voor zo’n uitbreiding voor 1
                            januari 2009 nog niet eerder bekostiging heeft plaatsgevonden.</al>
          <al>De noodzaak voor eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair
                            van een speellokaal blijkt uit het feit dat een school voor speciaal
                            basisonderwijs uitgebreid wordt met een speellokaal.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Bij fusie van scholen kan er alleen sprake zijn van extra inrichting
                            onderwijsleerpakket en meubilair, indien het aantal leerlingen na de
                            fusie groter is dan het totaal aantal leerlingen van de afzonderlijke
                            aan de fusie deelnemende scholen.</titel>
          </kop>
          <al>1.8 Medegebruik</al>
          <al>De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat er ten minste zoveel
                            leerlingen aanwezig zijn, dat de ruimtebehoefte, zoals vastgesteld op
                            grond van bijlage III, deel B, de capaciteit van het gebouw als
                            vastgesteld op grond van bijlage III, deel A, met tenminste de in
                            bijlage III, deel C genoemde drempelwaarde overschrijdt.</al>
          <al>1.9 Aanpassing</al>
          <al>De voorziening aanpassing bestaat uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw indien het gebouw
                                    anders niet geschikt is voor het basisonderwijs, gelet op de
                                    eisen gesteld in bijlage III, delen A en D;</al></li>
            <li nr="b."><al>een integratieverbouwing om een ander gebouw te kunnen afstoten
                                    of om, afgezien van een speellokaal, een gebouw van een speciale
                                    school voor basisonderwijs geschikt te maken voor kinderen
                                    jonger dan zes jaar;</al></li>
            <li nr="c."><al>creëren speellokaal binnen het gebouw van een school voor
                                    speciaal basisonderwijs;</al></li>
            <li nr="d."><al>voorzieningen in verband met eisen voortkomend uit de wet- en
                                    regelgeving;</al></li>
            <li nr="e."><al>ervangen van oliegestookte verwarmingsinstallaties; en</al></li>
            <li nr="f."><al>het terrein toegankelijk maken voor rolstoelgebruikers en/of het
                                    aanbrengen van een traplift bij meerlaagse schoolgebouwen.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>Ad a</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat ingebruikneming
                            van het desbetreffende gebouw op basis van de beoordelingscriteria,
                            zoals genoemd onder 1.4, noodzakelijk is, doch het gebouw niet voldoet
                            aan de huisvestingseisen voor een school voor basisonderwijs, terwijl
                            deze wel tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van burgemeester
                            en wethouders, te verwezenlijken zijn.</al>
          <al>
            <vet>Ad b</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor een integratieverbouwing teneinde een schoolgebouw te
                            kunnen afstoten blijkt uit het feit dat door terugloop van het aantal
                            leerlingen het gebruik van een gebouw kan of moet worden beëindigd omdat
                            binnen een of meer andere gebouwen in gebruik bij de school voldoende
                            ruimte aanwezig is, terwijl deze niet zijn ingericht voor het onderwijs
                            aan vier- en vijfjarigen of zes- tot twaalfjarigen.</al>
          <al>De noodzaak voor een integratieverbouwing in een gebouw van een speciale
                            school voor basisonderwijs blijkt uit het feit dat 12 kinderen jonger
                            dan zes jaar worden toegelaten tot de school, terwijl het gebouw niet
                            geschikt is voor het onderwijs aan leerlingen jonger dan zes jaar.</al>
          <al>
            <vet>Ad c</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat de speciale
                            school voor basisonderwijs niet beschikt over een speellokaal en er geen
                            ruimte groter dan 56 m2 aanwezig is en er bovendien geen medegebruik van
                            een speellokaal van een school binnen 300 meter mogelijk is. Daarnaast
                            is de noodzaak afhankelijk van het feit dat tot de school minimaal 12
                            kinderen jonger dan zes jaar worden toegelaten. Indien het inpandig
                            creëren van een speellokaal meer kost dan een uitbreiding, zulks ter
                            beoordeling van burgemeester en wethouders, op grond van bijlage IV,
                            deel A, wordt beslist alsof uitbreiding de gevraagde voorziening
                            is.</al>
          <al>
            <vet>Ad d</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het niet overeenkomen van
                            het gebouw met de geldende wet- en regelgeving, terwijl dat verschil op
                            korte termijn moet worden opgeheven.</al>
          <al>
            <vet>Ad e</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat de
                            oliegestookte verwarmingsinstallatie in een zo slechte conditie verkeert
                            dat vervanging noodzakelijk is.</al>
          <al>
            <vet>Ad f</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteiten blijkt uit de aanwezigheid van een
                            gehandicapte leerling of leraar waarvoor vanwege de handicap de
                            betreffende voorziening noodzakelijk is. Voorzover het betreft het
                            aanbrengen van een traplift, dient het tevens niet mogelijk te zijn om
                            zodanige organisatorische maatregelen te treffen dat het volledige
                            onderwijsproces op de begane grond kan worden gevolgd, respectievelijk
                            kan worden gegeven.</al>
          <al>Bovenstaande aanpassingen kunnen plaatsvinden indien zij noodzakelijk
                            zijn en indien de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren voldoende leerlingen om
                            de school in stand te kunnen houden, kunnen worden verwacht. Indien de
                            betreffende aanpassing absoluut noodzakelijk is voor de voortgang van
                            het onderwijs, terwijl volgens de prognose onvoldoende leerlingen worden
                            verwacht, wordt de aanpassing slechts goedgekeurd als er geen andere,
                            goedkopere, voorziening mogelijk is.</al>
          <al>1.10 Onderhoud</al>
          <al>De voorziening onderhoud bestaat uit de volgende activiteiten:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>Vervangen dakbedekking, hemelwaterafvoer, dakrand,
                                    daklichten</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen buitenberging c.q. dak buitenberging.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen rijwielstalling c.q. rijwielstaanders.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen brandtrap.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen erfscheiding.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen/herstellen riolering/bestrating schoolplein.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen binnenkozijnen en –deuren inclusief hang- en
                                    sluitwerk.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen buitenkozijnen en –deuren inclusief hang- en
                                    sluitwerk.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen radiatoren, convectoren, leidingen voor centrale
                                    verwarming.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen dakpannen inclusief houtwerk, dakrand en goten.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen boeiboorden.</al></li>
          </lijst>
          <al>De noodzaak van onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde
                            gebouwelement of een gedeelte daarvan ten minste in een matige conditie
                            verkeert volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7,
                            tweede lid, onder c, terwijl regulier onderhoud door het bevoegd gezag
                            niet langer volstaat. </al>
          <al>Noodzakelijk onderhoud aan:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>permanente gebouwen komt voor bekostiging in aanmerking indien
                                    op basis van een prognose, die voldoet aan de vereisten gesteld
                                    in bijlage II, het gebouw nog ten minste vier jaar voor de
                                    school nodig is en</al></li>
            <li nr="-"><al>noodlokalen komt voor bekostiging in aanmerking indien op basis
                                    van een prognose, die voldoet aan de vereisten gesteld in
                                    bijlage II, het gebouw nog ten minste vier jaar voor de school
                                    nodig is en voor de aanwezige leerlingen geen gebruik kan worden
                                    gemaakt van medegebruik binnen een straal van 2000 meter
                                    hemelsbreed.</al></li>
          </lijst>
          <al>Gehuurde gebouwen komen niet in aanmerking voor onderhoud.</al>
          <al>1.11 Herstel van constructiefouten</al>
          <al>De noodzaak van herstel van constructiefouten blijkt uit een bouwkundige
                            rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om (herstel van) een
                            constructiefout. Als de gemeente niet instemt met de constatering in de
                            bouwkundige rapportage wordt op nader te bepalen wijze een
                            onafhankelijke derde ingeschakeld voor een bindend advies.</al>
          <al>1.12 Vervanging of herstel van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en
                            meubilair in geval van bijzondere omstandigheden</al>
          <al>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door de
                            opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende
                            gebouw wordt gehinderd.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs</titel>
          </kop>
          <al>De voorzieningen genoemd onder 2.2, 2.3.1 en 2.3.2 worden niet
                            noodzakelijk geacht voor dislocaties met een permanente bouwaard. De
                            voorziening genoemd onder 2.3.2 wordt niet noodzakelijk geacht voor
                            nevenvestigingen. Slechts in bijzondere omstandigheden is dat wel het
                            geval, zulks na overleg met het bevoegd gezag en ter beoordeling van
                            burgemeester en wethouders.</al>
          <al>2.1 Nieuwbouw</al>
          <al>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school of
                                    nevenvestiging voor het eerst voor bekostiging in aanmerking
                                    brengt;</al></li>
            <li nr="b1."><al>het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen
                                    zijn en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening,
                                    de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                                    aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren deze leerlingen
                                    kunnen worden verwacht of</al></li>
            <li nr="b2."><al>het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen
                                    zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                                    de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                                    aantoont dat gedurende ten minste vier jaren deze leerlingen
                                    kunnen worden verwacht en</al></li>
            <li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of
                                    geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door
                                    medegebruik binnen 2000 meter hemelsbreed een passende
                                    huisvesting voor de school te realiseren.</al></li>
          </lijst>
          <al>2.2 Vervangende bouw</al>
          <al>De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het in zo'n slechte/matige conditie zijn van voldoende en
                                    voldoende zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige
                                    opname als bedoeld in artikel 7, tweede lid onder c, zodat
                                    onderhoud en/of aanpassingen geen redelijk resultaat opleveren
                                    (in kosten ten opzichte van de levensduurverlening);</al></li>
            <li nr="b1."><al>het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn (of
                                    zullen zijn) en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde
                                    voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren
                                    deze leerlingen kunnen worden verwacht of</al></li>
            <li nr="b2."><al>het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn en dat
                                    voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening de
                                    prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont
                                    dat gedurende ten minste vier jaren deze leerlingen kunnen
                                    worden verwacht en</al></li>
            <li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of
                                    geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door
                                    medegebruik binnen 2000 meter hemelsbreed een passende
                                    huisvesting voor de school te realiseren.</al></li>
          </lijst>
          <al>Daarnaast kan sprake zijn van vervangende bouw als:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>vervanging per saldo geen meerkosten met zich meebrengt, zulks
                                    ter beoordeling van burgemeester en wethouders;</al></li>
            <li nr="b."><al>vervanging van een gebouw noodzakelijk is als gevolg van een
                                    herschikkingsoperatie;</al></li>
            <li nr="c."><al>vervanging in verband met ontwikkelingen in de ruimtelijke
                                    ordening noodzakelijk is.</al></li>
          </lijst>
          <al>Indien het voor de realisering van de vervangende bouw noodzakelijk is
                            dat het oude gebouw moet worden gesloopt, vindt toekenning van
                            sloopkosten plaats.</al>
          <al>2.3 Uitbreiding</al>
          <al>2.2.3.1 Uitbreiding algemeen</al>
          <al>2.De noodzaak voor uitbreiding blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het feit dat er ten minste zoveel te huisvesten leerlingen
                                    aanwezig zijn, dat de ruimtebehoefte, zoals vastgesteld op grond
                                    van bijlage III, deel B, de capaciteit van het gebouw als
                                    vastgesteld op grond van bijlage III, deel A, met tenminste de
                                    in bijlage III, deel C genoemde drempelwaarde overschrijdt,
                                    en</al></li>
            <li nr="b1."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien
                                    aaneengesloten jaren voor een voor blijvend gebruik bestemde
                                    uitbreiding deze leerlingen kunnen worden verwacht of</al></li>
            <li nr="b2."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vier
                                    aaneengesloten jaren voor een voor tijdelijk gebruik bestemde
                                    uitbreiding deze leerlingen kunnen worden verwacht of</al></li>
            <li nr="b3."><al>het feit dat de laatste teldatum voor het indienen van de
                                    aanvraag aantoont dat er leerlingen aanwezig zijn die niet voor
                                    maximaal vier aaneengesloten jaren binnen het gebouw of de
                                    gebouwen kunnen worden gehuisvest en</al></li>
            <li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of
                                    geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door
                                    medegebruik binnen 2000 meter hemelsbreed een passende extra
                                    huisvesting voor de school te realiseren, terwijl</al></li>
            <li nr="d."><al>evenmin tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van
                                    burgemeester en wethouders, de mogelijkheid bestaat door
                                    gebruikmaking van een bestaand verschil in oppervlakte tussen de
                                    feitelijk aanwezige bruto oppervlakte en de genormeerde bruto
                                    oppervlakte, zoals is vastgesteld op grond van bijlage III, deel
                                    A, geheel of gedeeltelijk inpandig meer benodigde ruimte te
                                    maken.</al></li>
          </lijst>
          <al>2.2.3.2 Uitbreiding met een speellokaal</al>
          <al>2.De noodzaak van uitbreiding met een speellokaal blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het feit dat aan de school of afdeling kinderen jonger dan zes
                                    jaar worden toegelaten;</al></li>
            <li nr="b."><al>het feit dat de school volgens de prognose die voldoet aan de
                                    vereisten uit bijlage II, aantoont dat de school ten minste
                                    vijftien jaren zal blijven bestaan en</al></li>
            <li nr="c."><al>het feit dat in het gebouw geen speellokaal aanwezig is,
                                    terwijl</al></li>
            <li nr="d."><al>medegebruik van een speellokaal, gymnastiekruimte of lokaal voor
                                    motorische therapie binnen 300 meter hemelsbreed niet mogelijk
                                    is en,</al></li>
            <li nr="e."><al>evenmin tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van
                                    burgemeester en wethouders, de mogelijkheid bestaat door
                                    gebruikmaking van een bestaand verschil tussen de feitelijk
                                    aanwezige bruto oppervlakte en de genormeerde bruto oppervlakte,
                                    zoals is vastgesteld op grond van bijlage III, deel A, geheel of
                                    gedeeltelijk inpandig een speellokaal te maken.</al></li>
          </lijst>
          <al>2.4 Ingebruikneming van een bestaand gebouw</al>
          <al>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a1."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school of
                                    nevenvestiging voor het eerst voor bekostiging in aanmerking
                                    brengt of</al></li>
            <li nr="a2."><al>het feit dat het huidige gebouw voor vervanging of uitbreiding
                                    in aanmerking komt, terwijl</al></li>
            <li nr="b1."><al>de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat
                                    voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening de prognose,
                                    die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                                    gedurende ten minste vijftien jaren deze leerlingen kunnen
                                    worden verwacht of</al></li>
            <li nr="b2."><al>de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat
                                    voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening de
                                    prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont
                                    dat gedurende ten minste vier jaren deze leerlingen kunnen
                                    worden verwacht en</al></li>
            <li nr="c."><al>er binnen 2000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om door
                                    medegebruik een passende huisvesting voor de school te
                                    realiseren;</al></li>
            <li nr="d."><al>er geen ander, beter geschikt of beter geschikt te maken gebouw
                                    aanwezig is of op korte termijn beschikbaar komt en</al></li>
            <li nr="e."><al>de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in
                                    redelijke verhouding, zulks ter beoordeling van burgemeester en
                                    wethouders, staan ten opzichte van de kosten van vervangende
                                    bouw of uitbreiding.</al></li>
          </lijst>
          <al>2.5 Verplaatsing bestaande noodlokalen</al>
          <al>De noodzaak van verplaatsing van noodlokalen blijkt uit het feit
                            dat:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>er op basis van een prognose die voldoet aan de eisen uit
                                    bijlage II een tijdelijke behoefte aan huisvesting voor ten
                                    minste vier jaren is, waarin beschikbare lege of leegkomende
                                    noodlokalen op een afstand van meer dan 2000 meter hemelsbreed
                                    kunnen voorzien, terwijl</al></li>
            <li nr="b."><al>er binnen 2000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om door
                                    medegebruik een passende huisvesting voor de school te
                                    realiseren en</al></li>
            <li nr="c."><al>de kosten van verplaatsing redelijk zijn ten opzichte van de
                                    kosten voor een nieuwe tijdelijke voorziening voor hetzelfde
                                    aantal leerlingen en dezelfde tijdsduur, zulks ter beoordeling
                                    van burgemeester en wethouders.</al></li>
          </lijst>
          <al>2.6 Terrein</al>
          <al>De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein
                            blijkt uit het feit dat voor nieuwbouw, uitbreiding, ingebruikneming of
                            verplaatsing van noodlokalen toestemming wordt gegeven en verwerving of
                            uitbreiding van (een deel van) een terrein noodzakelijk is om deze
                            toestemming te effectueren, zodanig dat de oppervlakte van het terrein
                            voldoet aan de eisen gesteld in bijlage III, deel D.</al>
          <al>2.7 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair</al>
          <al>De noodzaak voor de eerste aanschaf van onderwijsleerpakket en meubilair
                            blijkt uit het feit dat er sprake is van toekenning van een voorziening
                            in de huisvesting en daarbij sprake is van uitbreiding van de totale
                            huisvestingscapaciteit van de school en voor zo’n uitbreiding voor 1
                            januari 2009 nog niet eerder bekostiging heeft plaatsgevonden.</al>
          <al>De noodzaak voor eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair
                            van een speellokaal blijkt uit het feit dat de school uitgebreid wordt
                            met een speellokaal. De noodzaak voor eerste inrichting van een gekozen
                            vak in het voortgezet speciaal onderwijs blijkt uit het feit, dat het
                            desbetreffende vak voor het eerst in de school wordt gegeven op basis
                            van een door de onderwijsinspecteur goedgekeurd schoolwerkplan. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Bij fusie van scholen kan er alleen sprake zijn van extra inrichting
                            onderwijsleerpakket en meubilair, indien het aantal leerlingen na de
                            fusie groter is dan het totaal aantal leerlingen van de afzonderlijke
                            aan de fusie deelnemende scholen.</titel>
          </kop>
          <al>2.8 Medegebruik</al>
          <al>De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat er ten minste zoveel
                            leerlingen aanwezig zijn, dat de ruimtebehoefte, zoals vastgesteld op
                            grond van bijlage III, deel B, de capaciteit van het gebouw als
                            vastgesteld op grond van bijlage III, deel A, met tenminste de in
                            bijlage III, deel C genoemde drempelwaarde overschrijdt.</al>
          <al>2.9 Aanpassing</al>
          <al>De voorziening aanpassing bestaat uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw indien het gebouw
                                    anders niet geschikt is voor het (voortgezet) speciaal onderwijs
                                    gelet op de eisen als gesteld in bijlage III, delen A en D;</al></li>
            <li nr="b."><al>verbouwing om een dislocatie te kunnen afstoten;</al></li>
            <li nr="c."><al>verbouwing van een dislocatie tot hoofdgebouw;</al></li>
            <li nr="d."><al>functieverandering van vaklokalen als gevolg van de keuze voor
                                    een ander vak (alleen voortgezet speciaal onderwijs);</al></li>
            <li nr="e."><al>voorzieningen in verband met eisen voortkomend uit de wet- en
                                    regelgeving;</al></li>
            <li nr="f."><al>vervangen van oliegestookte verwarmingsinstallatie; en</al></li>
            <li nr="g."><al>het terrein toegankelijk maken voor rolstoelgebruikers en/of het
                                    aanbrengen van een traplift bij meerlaagse schoolgebouwen.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>Ad a</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat ingebruikneming
                            van het desbetreffende gebouw op basis van de beoordelingscriteria,
                            zoals genoemd onder 2.4, noodzakelijk is, doch het gebouw niet voldoet
                            aan de huisvestingseisen voor het (voortgezet) speciaal onderwijs,
                            terwijl deze wel tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van
                            burgemeester en wethouders, te verwezenlijken zijn.</al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit kan ook aanwezig zijn indien een gebouw
                            in gebruik wordt genomen door een andere onderwijssoort. De
                            voorzieningen die dan noodzakelijk zijn, zijn de specifieke
                            voorzieningen voor die onderwijssoort, die nog niet in het gebouw
                            aanwezig zijn.</al>
          <al>
            <vet>Ad b</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat het aantal
                            leerlingen zodanig terugloopt dat het gebruik van een gebouw moet worden
                            beëindigd omdat binnen het (hoofd)gebouw voldoende ruimte aanwezig is,
                            terwijl dit gebouw niet is ingericht voor het desbetreffende
                            onderwijs.</al>
          <al>
            <vet>Ad c</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit de aanwezigheid van meer dan
                            60 leerlingen SO of meer dan 42 leerlingen VSO, terwijl volgens de
                            prognose als vereist volgens bijlage II deze leerlingen ten minste
                            vijftien jaren aanwezig zullen zijn en de dislocatie voor vijftien jaren
                            of meer - gelet op de bouwkundige staat - als hoofdgebouw kan
                            dienen.</al>
          <al>
            <vet>Ad d</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat de keuze voor
                            een ander vak op het schoolwerkplan door de onderwijsinspecteur is
                            goedgekeurd.</al>
          <al>
            <vet>Ad e</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het niet overeenkomen van
                            het gebouw met de geldende wet- en regelgeving, terwijl dat verschil op
                            korte termijn moet worden opgeheven.</al>
          <al>
            <vet>Ad f</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat de
                            oliegestookte verwarmingsinstallatie in een zo slechte conditie verkeert
                            dat vervanging noodzakelijk is.</al>
          <al>
            <vet>Ad g</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteiten blijkt uit de aanwezigheid van een
                            gehandicapte leerling of leraar waarvoor vanwege de handicap de
                            betreffende voorziening noodzakelijk is. Voorzover het betreft het
                            aanbrengen van een traplift, dient het tevens niet mogelijk te zijn om
                            zodanige organisatorische maatregelen te treffen dat het volledige
                            onderwijsproces op de begane grond kan worden gevolgd, respectievelijk
                            gegeven.</al>
          <al>Bovenstaande aanpassingen kunnen plaatsvinden indien zij noodzakelijk
                            zijn en indien de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren voldoende leerlingen om
                            de school in stand te kunnen houden, kunnen worden verwacht. Indien de
                            betreffende aanpassing absoluut noodzakelijk is voor de voortgang van
                            het onderwijs, terwijl volgens de prognose onvoldoende leerlingen worden
                            verwacht, wordt de aanpassing slechts goedgekeurd als er geen andere,
                            goedkopere, voorziening mogelijk is.</al>
          <al>2.10 Onderhoud</al>
          <al>De voorziening onderhoud bestaat uit de volgende activiteiten:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>Vervangen dakbedekking, hemelwaterafvoer, dakrand,
                                    daklichten</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen buitenberging c.q. dak buitenberging.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen rijwielstalling c.q. rijwielstaanders.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen brandtrap.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen erfscheiding.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen/herstellen riolering/bestrating schoolplein.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen binnenkozijnen en -deuren inclusief hang- en
                                    sluitwerk.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen buitenkozijnen en -deuren inclusief hang- en
                                    sluitwerk.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen radiatoren, convectoren, leidingen voor centrale
                                    verwarming.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen dakpannen inclusief houtwerk, dakrand en goten.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen boeiboorden.</al></li>
          </lijst>
          <al>De noodzaak van onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde
                            gebouwelement of een gedeelte daarvan ten minste in een matige conditie
                            verkeert volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7,
                            tweede lid, onder c, terwijl regulier onderhoud door het bevoegd gezag
                            niet langer volstaat. </al>
          <al>Noodzakelijk onderhoud aan:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>permanente gebouwen komt voor bekostiging in aanmerking indien
                                    op basis van een prognose, die voldoet aan de vereisten gesteld
                                    in bijlage II, het gebouw nog ten minste vier jaar voor de
                                    school nodig is en</al></li>
            <li nr="-"><al>noodlokalen komt voor bekostiging in aanmerking indien op basis
                                    van een prognose, die voldoet aan de vereisten gesteld in
                                    bijlage II, het gebouw nog ten minste vier jaar voor de school
                                    nodig is en voor de aanwezige leerlingen geen gebruik kan worden
                                    gemaakt van medegebruik binnen een straal van 2000 meter
                                    hemelsbreed.</al></li>
          </lijst>
          <al>Gehuurde gebouwen komen niet in aanmerking voor onderhoud.</al>
          <al>2.11 Herstel van constructiefouten</al>
          <al>De noodzaak van herstel van constructiefouten blijkt uit een bouwkundige
                            rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om (herstel van) een
                            constructiefout. Als de gemeente niet instemt met de constatering in de
                            bouwkundige rapportage wordt op nader te bepalen wijze een
                            onafhankelijke derde ingeschakeld voor een bindend advies.</al>
          <al>2.12 Vervanging of herstel van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en
                            meubilair in geval van bijzondere omstandigheden</al>
          <al>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door de
                            opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende
                            gebouw wordt gehinderd.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>3 School voor voortgezet onderwijs</titel>
          </kop>
          <al>De voorzieningen genoemd onder 3.2 en 3.3 worden niet noodzakelijk
                            geacht voor dislocaties met een permanente bouwaard. Slechts in
                            bijzondere omstandigheden is dat wel het geval, zulks na overleg met het
                            bevoegd gezag en ter beoordeling van burgemeester en wethouders.</al>
          <al>3.1 Nieuwbouw</al>
          <al>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school of
                                    nevenvestiging voor het eerst voor bekostiging in aanmerking
                                    brengt;</al></li>
            <li nr="b1."><al>het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen
                                    zijn en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening,
                                    de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                                    aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren deze leerlingen
                                    kunnen worden verwacht of</al></li>
            <li nr="b2."><al>het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen
                                    zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                                    de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                                    aantoont dat gedurende ten minste vier jaren deze leerlingen
                                    kunnen worden verwacht en</al></li>
            <li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of
                                    geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door
                                    medegebruik binnen 2000 meter hemelsbreed een passende
                                    huisvesting voor de school te realiseren.</al></li>
          </lijst>
          <al>3.2 Vervangende bouw</al>
          <al>De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het in zo'n slechte/matige conditie zijn van voldoende en
                                    voldoende zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige
                                    opname als bedoeld in artikel 7, tweede lid onder c, zodat
                                    onderhoud en/of aanpassingen geen redelijk resultaat opleveren
                                    (in kosten ten opzichte van de levensduurverlenging);</al></li>
            <li nr="b1."><al>de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat
                                    voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening de prognose,
                                    die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                                    gedurende ten minste vijftien jaren deze leerlingen kunnen
                                    worden verwacht of</al></li>
            <li nr="b2."><al>de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn en dat voor een voor
                                    tijdelijk gebruik bestemde voorziening de prognose, die voldoet
                                    aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten
                                    minste vier jaren deze leerlingen kunnen worden verwacht en</al></li>
            <li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of
                                    geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door
                                    medegebruik binnen 2000 meter hemelsbreed een passende
                                    huisvesting voor de school te realiseren.</al></li>
          </lijst>
          <al>Daarnaast kan sprake zijn van vervangende bouw als:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>vervanging per saldo geen meerkosten met zich meebrengt, zulks
                                    ter beoordeling van burgemeester en wethouders;</al></li>
            <li nr="b."><al>vervanging van een gebouw noodzakelijk is als gevolg van een
                                    herschikkingsoperatie;</al></li>
            <li nr="c."><al>vervanging in verband met ontwikkelingen in de ruimtelijke
                                    ordening noodzakelijk is.</al></li>
          </lijst>
          <al>Indien het voor de realisering van de vervangende bouw noodzakelijk is
                            dat het oude gebouw gesloopt wordt, vindt toekenning van sloopkosten
                            plaats.</al>
          <al>3.3 Uitbreiding</al>
          <al>De noodzaak voor uitbreiding blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het feit dat er meer te huisvesten leerlingen aanwezig zijn dan
                                    de met tien procent verhoogde capaciteit van het gebouw of de
                                    gebouwen, vastgesteld volgens de regels in bijlage III, deel A -
                                    voor de aanwezige capaciteit - en bijlage III, deel B - voor de
                                    ruimtebehoefte - aangeeft, en</al></li>
            <li nr="b1."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien
                                    aaneengesloten jaren voor een voor blijvend gebruik bestemde
                                    uitbreiding deze leerlingen kunnen worden verwacht of</al></li>
            <li nr="b2."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vier
                                    aaneengesloten jaren voor een voor tijdelijk gebruik bestemde
                                    uitbreiding deze leerlingen kunnen worden verwacht en</al></li>
            <li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of
                                    geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door
                                    medegebruik binnen 2000 meter hemelsbreed een passende extra
                                    huisvesting voor de school te realiseren, terwijl</al></li>
            <li nr="d."><al>evenmin tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van
                                    burgemeester en wethouders, de mogelijkheid bestaat door
                                    gebruikmaking van een bestaand verschil in oppervlakte tussen de
                                    feitelijk aanwezige bruto oppervlakte en de genormeerde bruto
                                    oppervlakte, zoals is vastgesteld op grond van bijlage III, deel
                                    A, geheel of gedeeltelijk inpandig meer benodigde ruimte te
                                    maken.</al></li>
          </lijst>
          <al>3.4 Ingebruikneming van een bestaand gebouw</al>
          <al>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a1."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school of
                                    nevenvestiging voor het eerst voor bekostiging in aanmerking
                                    brengt of</al></li>
            <li nr="a2."><al>het feit dat het huidige gebouw voor vervanging of uitbreiding
                                    in aanmerking komt, terwijl</al></li>
            <li nr="b1."><al>de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn
                                    en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening de
                                    prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont
                                    dat gedurende ten minste vijftien jaren deze groepen leerlingen
                                    kunnen worden verwacht of</al></li>
            <li nr="b2."><al>de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn
                                    en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening de
                                    prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont
                                    dat gedurende ten minste vier jaren deze groepen leerlingen
                                    kunnen worden verwacht en</al></li>
            <li nr="c."><al>er binnen 2000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om door
                                    medegebruik een passende huisvesting voor de school te
                                    realiseren;</al></li>
            <li nr="d."><al>er geen ander, beter geschikt of beter geschikt te maken gebouw
                                    aanwezig is of op korte termijn beschikbaar komt en</al></li>
            <li nr="e."><al>de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in
                                    redelijke verhouding, zulks ter beoordeling van burgemeester en
                                    wethouders, staan ten opzichte van de kosten van vervangende
                                    bouw of uitbreiding.</al></li>
          </lijst>
          <al>3.5 Verplaatsing bestaande noodlokalen</al>
          <al>De noodzaak van verplaatsing van noodlokalen blijkt uit het feit
                            dat:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>er op basis van een prognose die voldoet aan de eisen uit
                                    bijlage II een tijdelijke behoefte aan huisvesting van ten
                                    minste vier jaren is, waarin beschikbare lege of leegkomende
                                    noodlokalen op een afstand van meer dan 2000 meter hemelsbreed
                                    kunnen voorzien, terwijl</al></li>
            <li nr="b."><al>er binnen 2000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om door
                                    medegebruik een passende huisvesting voor de school te
                                    realiseren en</al></li>
            <li nr="c."><al>de kosten van verplaatsing redelijk zijn ten opzichte van de
                                    kosten voor een nieuwe tijdelijke voorziening voor hetzelfde
                                    aantal leerlingen en dezelfde tijdsduur, zulks ter beoordeling
                                    van burgemeester en wethouders.</al></li>
          </lijst>
          <al>3.6 Terrein</al>
          <al>De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein
                            blijkt uit het feit dat voor nieuwbouw, uitbreiding, ingebruikneming of
                            verplaatsing van noodlokalen toestemming wordt gegeven en verwerving of
                            uitbreiding van (een deel van) een terrein noodzakelijk is om deze
                            toestemming te effectueren, zodanig dat de oppervlakte van het terrein
                            voldoet aan de eisen gesteld in bijlage III, deel D.</al>
          <al>3.7 Eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair</al>
          <al>De noodzaak voor de eerste aanschaf van leer- en hulmiddelen en
                            meubilair blijkt uit het feit dat er sprake is van toekenning van een
                            voorziening in de huisvesting en daarbij sprake is van uitbreiding van
                            de totale huisvestingscapaciteit van de school en voor zo’n uitbreiding
                            nog niet eerder bekostiging heeft plaatsgevonden.</al>
          <al>Aanspraak op een tegemoetkoming in de eerste inrichting leer- en
                            hulpmiddelen en meubilair bestaat indien door middel van een inpandige
                            aanpassing een andere ruimtesoort wordt gecreëerd.</al>
          <al>Bij fusie van scholen kan er alleen sprake zijn van extra inrichting
                            leer- en hulpmiddelen en meubilair, indien het aantal leerlingen na de
                            fusie groter is dan het totaal aantal leerlingen van de afzonderlijke
                            aan de fusie deelnemende scholen.</al>
          <al>3.8 Medegebruik</al>
          <al>De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat de school een aantal
                            leerlingen heeft waarvoor binnen de bestaande huisvesting geen
                            capaciteit is. De capaciteit wordt bepaald op de wijze zoals beschreven
                            is bij 3.3.a.</al>
          <al>3.9 Herstel van constructiefouten</al>
          <al>De noodzaak van herstel van constructiefouten blijkt uit een bouwkundige
                            rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om (herstel van) een
                            constructiefout. Als de gemeente niet instemt met de constatering in de
                            bouwkundige rapportage wordt op nader te bepalen wijze een
                            onafhankelijke derde ingeschakeld voor een bindend advies.</al>
          <al>3.10 Vervanging of herstel van schade aan gebouw, leer- en hulpmiddelen
                            en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden</al>
          <al>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door de
                            opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende
                            gebouw wordt gehinderd.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>DEEL B Voorzieningen voor lichamelijke oefening</titel>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>1 School voor basisonderwijs</titel>
          </kop>
          <al>1.1 Nieuwbouw</al>
          <al>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school of
                                    nevenvestiging voor het eerst voor bekostiging in aanmerking
                                    brengt en</al></li>
            <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed
                                    bij noodzakelijk gebruik van ten minste 20 klokuren, 3,5 km
                                    hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 15 klokuren
                                    of 7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5
                                    klokuren gebruik te maken van één of meer gymnastiekruimten dan
                                    wel van binnen een redelijke termijn beschikbaar komende
                                    gymnastiekruimten en</al></li>
            <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de
                                    groepen leerlingen waarvoor het door burgemeester en wethouders
                                    vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk is aanwezig (zullen)
                                    zijn.</al></li>
          </lijst>
          <al>1.2 Vervangende bouw</al>
          <al>De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het in zo'n slechte/matige conditie zijn van voldoende en
                                    voldoende zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige
                                    opname zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid onder c, dat
                                    onderhoud en/of aanpassingen geen redelijk resultaat opleveren
                                    (in kosten en ten opzichte van de levensduurverlenging) en</al></li>
            <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed
                                    bij noodzakelijk gebruik van ten minste 20 klokuren, 3,5 km
                                    hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 15 klokuren
                                    of 7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5
                                    klokuren gebruik te maken van één of meer gymnastiekruimten dan
                                    wel van binnen een redelijke termijn beschikbaar komende
                                    gymnastiekruimten en</al></li>
            <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de
                                    groepen leerlingen waarvoor het door burgemeester en wethouders
                                    vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk is aanwezig (zullen)
                                    zijn.</al></li>
          </lijst>
          <al>1.3 Uitbreiding</al>
          <al>De noodzaak van uitbreiding blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het feit dat de oppervlakte van de zaal (oefenvloer) kleiner is
                                    dan 140 m² en het effectief gebruik van de gymnastiekruimte
                                    daardoor belemmerd wordt en</al></li>
            <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed
                                    bij noodzakelijk gebruik van ten minste 20 klokuren, 3,5 km
                                    hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 15 klokuren
                                    of 7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5
                                    klokuren gebruik te maken van één of meer gymnastiekruimten dan
                                    wel van binnen redelijke termijn beschikbaar komende
                                    gymnastiekruimten en</al></li>
            <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de
                                    groepen leerlingen waarvoor het door burgemeester en wethouders
                                    vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk is aanwezig (zullen)
                                    zijn.</al></li>
          </lijst>
          <al>1.4 Ingebruikneming van een gymnastiekruimte</al>
          <al>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a1."><al>het feit dat de minister de school of nevenvestiging voor het
                                    eerst voor bekostiging in aanmerking brengt of</al></li>
            <li nr="a2."><al>het feit dat het huidige gebouw voor vervanging, conform het
                                    gestelde bij 1.2 onder a, in aanmerking komt en</al></li>
            <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed
                                    bij noodzakelijk gebruik van ten minste 20 klokuren, 3,5 km
                                    hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 15 klokuren
                                    of 7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5
                                    klokuren gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan
                                    wel van binnen een redelijke termijn beschikbaar komende
                                    gymnastiekruimten en</al></li>
            <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren het
                                    door burgemeester en wethouders vastgestelde aantal klokuren
                                    aanwezig (zullen) zijn en</al></li>
            <li nr="d."><al>de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in
                                    redelijke verhouding, zulks ter beoordeling van burgemeester en
                                    wethouders, staan ten opzichte van de kosten van vervangende
                                    bouw.</al></li>
          </lijst>
          <al>1.5 Terrein</al>
          <al>De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein
                            blijkt uit het feit dat voor de realisering van de nieuwbouw of de
                            uitbreiding geen dan wel onvoldoende terrein aanwezig is.</al>
          <al>1.6 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair</al>
          <al>De noodzaak voor eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair
                            blijkt uit: </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het feit dat nieuwbouw van een gymnastiekruimte voor de
                                    desbetreffende school is of wordt goedgekeurd en</al></li>
            <li nr="b."><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet
                                    eerder eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair voor
                                    bewegingsonderwijs is verstrekt.</al></li>
          </lijst>
          <al>De noodzaak van aanvullende eerste inrichting meubilair blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het feit dat uitbreiding of ingebruikneming van een
                                    gymnastiekruimte voor de desbetreffende school is of wordt
                                    goedgekeurd en</al></li>
            <li nr="b."><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet
                                    eerder (een deel van) het noodzakelijke meubilair is
                                    verstrekt.</al></li>
          </lijst>
          <al>1.7 Medegebruik</al>
          <al>De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat het door
                            burgemeester en wethouders vastgestelde aantal klokuren gymnastiek
                            noodzakelijk is en waarvoor binnen de momenteel in gebruik zijnde
                            gymnastiekruimte(n) geen ruimte is.</al>
          <al>1.8 Aanpassing</al>
          <al>De aanpassingen bestaan uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>het maken van voldoende wasgelegenheid waar deze bij de
                                    gymnastiekruimte ontbreekt en dit belemmerend werkt op het
                                    effectief gebruik, dan wel de mogelijkheden tot medegebruik, van
                                    de gymnastiekruimte;</al></li>
            <li nr="2."><al>het maken van voldoende kleedgelegenheid waar deze bij de
                                    gymnastiekruimte ontbreekt en dit belemmerend werkt op het
                                    effectief gebruik, dan wel de mogelijkheden tot medegebruik, van
                                    de gymnastiekruimte;</al></li>
            <li nr="3."><al>wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw indien het gebouw
                                    anders niet geschikt is voor het primair onderwijs gelet op de
                                    eisen gesteld in bijlage III, delen A en D;</al></li>
            <li nr="4."><al>voorzieningen voor eisen voortkomend uit wet- en
                                    regelgeving;</al></li>
            <li nr="5."><al>vervangen van oliegestookte verwarmingsinstallaties.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>Ad 1</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat er geen twee
                            wasgelegenheden zijn.</al>
          <al>
            <vet>Ad 2</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat er geen twee
                            kleedruimten zijn.</al>
          <al>
            <vet>Ad 3</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat ingebruikneming
                            van het desbetreffende gebouw op basis van de beoordelingscriteria,
                            zoals genoemd onder 1.4, noodzakelijk is, doch het gebouw niet voldoet
                            aan de inrichtingseisen voor gymnastiekruimten voor het basisonderwijs,
                            terwijl deze wel tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van
                            burgemeester en wethouders, te verwezenlijken zijn.</al>
          <al>
            <vet>Ad 4</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het niet overeenkomen van
                            het gebouw met de geldende wet- en regelgeving, terwijl onontkoombaar is
                            dat dit verschil op korte termijn moet worden opgeheven.</al>
          <al>
            <vet>Ad 5</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat de
                            oliegestookte verwarmingsinstallatie in een zo slechte conditie verkeert
                            dat vervanging noodzakelijk is.</al>
          <al>Bovenstaande aanpassingen kunnen plaatsvinden indien zij noodzakelijk
                            zijn en indien de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren voldoende leerlingen om
                            de school in stand te kunnen houden, kunnen worden verwacht. Indien de
                            betreffende aanpassing absoluut noodzakelijk is voor de voortgang van
                            het onderwijs, terwijl volgens de prognose onvoldoende leerlingen worden
                            verwacht, wordt de aanpassing slechts goedgekeurd, als er geen andere,
                            goedkopere, voorziening mogelijk is.</al>
          <al>1.9 Onderhoud</al>
          <al>De voorziening onderhoud bestaat uit de volgende activiteiten:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>Vervangen dakbedekking, hemelwaterafvoer, dakrand,
                                    daklichten</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen buitenberging c.q. dak buitenberging.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen rijwielstalling c.q. rijwielstaanders.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen brandtrap.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen erfscheiding.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen/herstellen riolering/bestrating schoolplein.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen binnenkozijnen en -deuren inclusief hang- en
                                    sluitwerk.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen buitenkozijnen en -deuren inclusief hang- en
                                    sluitwerk.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen radiatoren, convectoren, leidingen voor centrale
                                    verwarming.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen dakpannen inclusief houtwerk, dakrand en goten.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen boeiboorden.</al></li>
          </lijst>
          <al>De noodzaak van onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde
                            gebouwelement of een gedeelte daarvan ten minste in een matige conditie
                            verkeert volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7,
                            tweede lid, onder c, terwijl regulier onderhoud door het bevoegd gezag
                            niet langer volstaat. </al>
          <al>Noodzakelijk onderhoud aan:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>permanente gebouwen komt voor bekostiging in aanmerking indien
                                    op basis van een prognose, die voldoet aan de vereisten gesteld
                                    in bijlage II, het gebouw nog ten minste vier jaar voor de
                                    school nodig is en</al></li>
            <li nr="-"><al>noodlokalen komt voor bekostiging in aanmerking indien op basis
                                    van een prognose, die voldoet aan de vereisten gesteld in
                                    bijlage II, het gebouw nog ten minste vier jaar voor de school
                                    nodig is en voor de aanwezige leerlingen geen gebruik kan worden
                                    gemaakt van medegebruik binnen een straal van 2000 meter
                                    hemelsbreed.</al></li>
          </lijst>
          <al>Gehuurde gebouwen komen niet in aanmerking voor onderhoud.</al>
          <al>1.10 Herstel constructiefouten</al>
          <al>De noodzaak van het herstel van constructiefouten blijkt uit een
                            bouwkundige rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om (herstel
                            van) een constructiefout. Als de gemeente niet instemt met de
                            constatering in de bouwkundige rapportage wordt op nader te bepalen
                            wijze een onafhankelijke derde ingeschakeld voor een bindend
                            advies.</al>
          <al>1.11 Herstel of vervanging van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en
                            meubilair in geval van bijzondere omstandigheden</al>
          <al>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door de
                            opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende
                            gebouw wordt gehinderd.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs</titel>
          </kop>
          <al>2.1 Nieuwbouw</al>
          <al>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school of
                                    nevenvestiging voor het eerst voor bekostiging in aanmerking
                                    brengt en</al></li>
            <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed
                                    bij noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen speciaal
                                    onderwijs, 2 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten
                                    minste 10 groepen voortgezet speciaal onderwijs, 3,5 km
                                    hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 6 groepen
                                    speciaal onderwijs of 7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk
                                    gebruik door ten minste 3 groepen speciaal onderwijs gebruik te
                                    maken van één of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een
                                    redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al></li>
            <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de
                                    groepen leerlingen waarvoor het door burgemeester en wethouders
                                    vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk is aanwezig (zullen)
                                    zijn.</al></li>
          </lijst>
          <al>2.2 Vervangende bouw</al>
          <al>De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het in zo'n slechte/matige conditie zijn van voldoende en
                                    voldoende zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige
                                    opname zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid onder c, dat
                                    onderhoud en/of aanpassingen geen redelijk resultaat opleveren
                                    (in kosten en ten opzichte van de levensduurverlenging) en</al></li>
            <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed
                                    bij noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen speciaal
                                    onderwijs, 2 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten
                                    minste 10 groepen voortgezet speciaal onderwijs, 3,5 km
                                    hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 6 groepen
                                    speciaal onderwijs of 7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk
                                    gebruik door ten minste 3 groepen speciaal onderwijs gebruik te
                                    maken van één of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een
                                    redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al></li>
            <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de
                                    groepen leerlingen waarvoor het door burgemeester en wethouders
                                    vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk is aanwezig (zullen)
                                    zijn.</al></li>
          </lijst>
          <al>2.3 Uitbreiding</al>
          <al>De noodzaak van uitbreiding blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het feit dat de oppervlakte van de zaal (oefenvloer) kleiner is
                                    dan 140 m² en daardoor het effectief gebruik van de
                                    gymnastiekruimte belemmerd wordt en</al></li>
            <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed
                                    bij noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen speciaal
                                    onderwijs, 2 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten
                                    minste 10 groepen voortgezet speciaal onderwijs, 3,5 km
                                    hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 6 groepen
                                    speciaal onderwijs of 7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk
                                    gebruik door ten minste 3 groepen speciaal onderwijs gebruik te
                                    maken van één of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een
                                    redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al></li>
            <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren de
                                    groepen leerlingen waarvoor het door burgemeester en wethouders
                                    vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk is aanwezig (zullen)
                                    zijn.</al></li>
          </lijst>
          <al>2.4 Ingebruikneming van een gymnastiekruimte</al>
          <al>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a1."><al>het feit dat de minister de school of nevenvestiging voor het
                                    eerst voor bekostiging in aanmerking brengt of</al></li>
            <li nr="a2."><al>het feit dat het huidige gebouw voor vervanging, conform het
                                    gestelde in 2.2 onder a, in aanmerking komt en</al></li>
            <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed
                                    bij noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen speciaal
                                    onderwijs, 2 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten
                                    minste 10 groepen voortgezet speciaal onderwijs, 3,5 km
                                    hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 6 groepen
                                    speciaal onderwijs of 7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk
                                    gebruik door ten minste 3 groepen speciaal onderwijs gebruik te
                                    maken van één of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een
                                    redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al></li>
            <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren het
                                    door burgemeester en wethouders vastgestelde aantal klokuren
                                    aanwezig (zullen) zijn en</al></li>
            <li nr="d."><al>de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in
                                    redelijke verhouding, zulks ter beoordeling van burgemeester en
                                    wethouders, staan ten opzichte van de kosten van vervangende
                                    bouw.</al></li>
          </lijst>
          <al>2.5 Terrein</al>
          <al>De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein
                            blijkt uit het feit dat voor de realisering van de nieuwbouw of de
                            uitbreiding geen dan wel onvoldoende terrein aanwezig is.</al>
          <al>2.6 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair</al>
          <al>De noodzaak voor eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair
                            blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het feit dat nieuwbouw van een gymnastiekruimte voor de
                                    desbetreffende school is of wordt goedgekeurd en</al></li>
            <li nr="b."><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet
                                    eerder eerste onderwijsleerpakket en meubilair is
                                    verstrekt.</al></li>
          </lijst>
          <al>De noodzaak van aanvullende eerste inrichting meubilair blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het feit dat uitbreiding of ingebruikneming van een
                                    gymnastiekruimte voor de desbetreffende school is of wordt
                                    goedgekeurd en</al></li>
            <li nr="b."><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet
                                    eerder (een deel van) het noodzakelijke meubilair is
                                    verstrekt.</al></li>
          </lijst>
          <al>2.7 Medegebruik</al>
          <al>De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat het door
                            burgemeester en wethouders getoetste aantal klokuren gymnastiek
                            noodzakelijk is en waarvoor momenteel in gebruik zijnde
                            gymnastiekruimte(s) geen ruimte is.</al>
          <al>2.8 Aanpassing</al>
          <al>De aanpassingen bestaan uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>het maken van voldoende wasgelegenheid waar deze bij de
                                    gymnastiekruimte ontbreekt en dit belemmerend werkt op het
                                    effectief gebruik, dan wel de mogelijkheden tot medegebruik, van
                                    de gymnastiekruimte;</al></li>
            <li nr="2."><al>het maken van voldoende kleedgelegenheid waar deze bij de
                                    gymnastiekruimte ontbreekt en dit belemmerend werkt op het
                                    effectief gebruik, dan wel de mogelijkheden tot medegebruik, van
                                    de gymnastiekruimte;</al></li>
            <li nr="3."><al>wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw indien het gebouw
                                    anders niet geschikt is voor het primair onderwijs gelet op de
                                    eisen gesteld in bijlage III, delen A en D;</al></li>
            <li nr="4."><al>voorzieningen voor eisen voortkomend uit wet- en
                                    regelgeving;</al></li>
            <li nr="5."><al>vervangen van oliegestookte verwarmingsinstallaties.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>Ad 1</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat er geen twee
                            wasgelegenheden zijn.</al>
          <al>
            <vet>Ad 2</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat er geen twee
                            kleedruimten zijn.</al>
          <al>
            <vet>Ad 3</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat ingebruikneming
                            van het desbetreffende gebouw op basis van de beoordelingscriteria,
                            zoals genoemd onder 2.4, noodzakelijk is, doch het gebouw niet voldoet
                            aan de inrichtingseisen voor gymnastiekruimten voor het (voortgezet)
                            speciaal onderwijs, terwijl deze wel tegen redelijke kosten, zulks ter
                            beoordeling van burgemeester en wethouders, te verwezenlijken zijn.</al>
          <al>
            <vet>Ad 4</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het niet overeenkomen van
                            het gebouw met de geldende wet- en regelgeving, terwijl onontkoombaar is
                            dat dit verschil op korte termijn moet worden opgeheven.</al>
          <al>
            <vet>Ad 5</vet>
          </al>
          <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat de
                            oliegestookte verwarmingsinstallatie in een zo slechte conditie verkeert
                            dat vervanging noodzakelijk is.</al>
          <al>Bovenstaande aanpassingen kunnen plaatsvinden indien zij noodzakelijk
                            zijn en indien de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren voldoende leerlingen om
                            de school in stand te kunnen houden, kunnen worden verwacht. Indien de
                            betreffende aanpassing absoluut noodzakelijk is voor de voortgang van
                            het onderwijs, terwijl volgens de prognose onvoldoende leerlingen worden
                            verwacht, wordt de aanpassing slechts goedgekeurd, als er geen andere,
                            goedkopere, voorziening mogelijk is.</al>
          <al>2.9 Onderhoud</al>
          <al>De voorziening onderhoud bestaat uit de volgende activiteiten:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>Vervangen dakbedekking, hemelwaterafvoer, dakrand,
                                    daklichten</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen buitenberging c.q. dak buitenberging.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen rijwielstalling c.q. rijwielstaanders.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen brandtrap.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen erfscheiding.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen/herstellen riolering/bestrating schoolplein.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen binnenkozijnen en -deuren inclusief hang- en
                                    sluitwerk.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen buitenkozijnen en -deuren inclusief hang- en
                                    sluitwerk.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen radiatoren, convectoren, leidingen voor centrale
                                    verwarming.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen dakpannen inclusief houtwerk, dakrand en goten.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vervangen boeiboorden.</al></li>
          </lijst>
          <al>De noodzaak van onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde
                            gebouwelement of een gedeelte daarvan ten minste in een matige conditie
                            verkeert volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7,
                            tweede lid, onder c, terwijl regulier onderhoud door het bevoegd gezag
                            niet langer volstaat. </al>
          <al>Noodzakelijk onderhoud aan:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>permanente gebouwen komt voor bekostiging in aanmerking indien
                                    op basis van een prognose, die voldoet aan de vereisten gesteld
                                    in bijlage II, het gebouw nog ten minste vier jaar voor de
                                    school nodig is en</al></li>
            <li nr="-"><al>noodlokalen komt voor bekostiging in aanmerking indien op basis
                                    van een prognose, die voldoet aan de vereisten gesteld in
                                    bijlage II, het gebouw nog ten minste vier jaar voor de school
                                    nodig is en voor de aanwezige leerlingen geen gebruik kan worden
                                    gemaakt van medegebruik binnen een straal van 2000 meter
                                    hemelsbreed.</al></li>
          </lijst>
          <al>Gehuurde gebouwen komen niet in aanmerking voor onderhoud.</al>
          <al>2.10 Herstel constructiefouten</al>
          <al>De noodzaak van het herstel van constructiefouten blijkt uit een
                            bouwkundige rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om (herstel
                            van) een constructiefout. Als de gemeente niet instemt met de
                            constatering in de bouwkundige rapportage wordt op nader te bepalen
                            wijze een onafhankelijke derde ingeschakeld voor een bindend
                            advies.</al>
          <al>2.11 Herstel of vervanging van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en
                            meubilair in geval</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>van bijzondere omstandigheden</titel>
          </kop>
          <al>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door de
                            opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende
                            gebouw wordt gehinderd.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>3 School voor voortgezet onderwijs</titel>
          </kop>
          <al>3.1 Nieuwbouw</al>
          <al>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school of
                                    nevenvestiging voor het eerst voor bekostiging in aanmerking
                                    brengt en</al></li>
            <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 2000 meter
                                    hemelsbreed gebruik te maken van één of meer gymnastiekruimten
                                    dan wel van binnen redelijke termijn beschikbaar komende
                                    gymnastiekruimten en</al></li>
            <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de
                                    leerlingen waarvoor het gymnastiekonderwijs noodzakelijk is,
                                    aanwezig (zullen) zijn.</al></li>
          </lijst>
          <al>3.2 Vervangende bouw</al>
          <al>De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het in zo'n slechte/matige conditie zijn van voldoende en
                                    voldoende zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige
                                    opname zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid onder c, dat
                                    onderhoud en/of aanpassingen geen redelijk resultaat opleveren
                                    (in kosten en ten opzichte van de levensduurverlenging) en</al></li>
            <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 2000 meter
                                    hemelsbreed gebruik te maken van één of meer gymnastiekruimten
                                    dan wel van binnen redelijke termijn beschikbaar komende
                                    gymnastiekruimten en</al></li>
            <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de
                                    leerlingen waarvoor het gymnastiekonderwijs noodzakelijk is,
                                    aanwezig (zullen) zijn.</al></li>
          </lijst>
          <al>3.3 Uitbreiding</al>
          <al>De noodzaak van uitbreiding blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het feit dat de oppervlakte van de zaal (oefenvloer) kleiner is
                                    dan 140 m² en het effectief gebruik van de gymnastiekruimte
                                    daardoor belemmerd wordt en</al></li>
            <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 2000 meter
                                    hemelsbreed gebruik te maken van één of meer gymnastiekruimten
                                    dan wel van binnen redelijke termijn beschikbaar komende
                                    gymnastiekruimten en</al></li>
            <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de
                                    leerlingen waarvoor het gymnastiekonderwijs noodzakelijk is,
                                    aanwezig zijn.</al></li>
          </lijst>
          <al>3.4 Ingebruikneming van een gymnastiekruimte</al>
          <al>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a1."><al>het feit dat de minister de school of nevenvestiging voor het
                                    eerst voor bekostiging in aanmerking brengt of</al></li>
            <li nr="a2."><al>het feit dat het huidige gebouw voor vervanging, conform het
                                    gestelde bij 3.2 onder a, in aanmerking komt en</al></li>
            <li nr="b."><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 2000 meter
                                    hemelsbreed gebruik te maken van één of meer gymnastiekruimten
                                    dan wel van binnen redelijke termijn beschikbaar komende
                                    gymnastiekruimten en</al></li>
            <li nr="c."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                    bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de
                                    leerlingen waarvoor het gymnastiekonderwijs noodzakelijk is,
                                    aanwezig (zullen) zijn en</al></li>
            <li nr="d."><al>de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in
                                    redelijke verhouding, zulks ter beoordeling van burgemeester en
                                    wethouders, staan ten opzichte van de kosten van vervangende
                                    bouw.</al></li>
          </lijst>
          <al>3.5 Terrein</al>
          <al>De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein
                            blijkt uit het feit dat voor de realisering van de nieuwbouw of de
                            uitbreiding geen dan wel onvoldoende terrein aanwezig is.</al>
          <al>3.6 Eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair</al>
          <al>De noodzaak voor eerste inrichting met leer- en hulpmiddelen en
                            meubilair blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het feit dat nieuwbouw van een gymnastiekruimte voor de
                                    desbetreffende school is of wordt goedgekeurd en</al></li>
            <li nr="b."><al>het feit dat voor de desbetreffende leerlingen nog niet eerder
                                    eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair is
                                    verstrekt.</al></li>
          </lijst>
          <al>3.7 Medegebruik</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>3.7.1 Medegebruik gymnastiekruimte</titel>
          </kop>
          <al>De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat het door
                            burgemeester en wethouders getoetste aantal klokuren gymnastiek
                            noodzakelijk is en waarvoor binnen de momenteel in gebruik zijnde
                            gymnastiekruimte(s) geen ruimte is.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>3.7.2 Huur van een sportterrein</titel>
          </kop>
          <al>De noodzaak van huur van een sportterrein blijkt uit:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het feit dat het lesrooster buitensport vermeldt, terwijl het
                                    bevoegd gezag niet beschikt over een eigen sportveld en</al></li>
            <li nr="b."><al>er geen mogelijkheden zijn tot gebruik van een sportveld van een
                                    ander bevoegd gezag.</al></li>
          </lijst>
          <al>3.8 Herstel constructiefouten</al>
          <al>De noodzaak van het herstel van constructiefouten blijkt uit een
                            bouwkundige rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om (herstel
                            van) een constructiefout. Als de gemeente niet instemt met de
                            constatering in de bouwkundige rapportage wordt op nader te bepalen
                            wijze een onafhankelijke derde ingeschakeld voor een bindend
                            advies.</al>
          <al>3.9 Herstel of vervanging van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en
                            meubilair in geval van bijzondere omstandigheden</al>
          <al>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door de
                            opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende
                            gebouw wordt gehinderd.</al>
          <al> Bijlage II Criteria voor opstelling en toetsing van
                            leerlingprognoses</al>
          <al>De prognose van het aantal te verwachten leerlingen van de school als
                            bedoeld in artikel 7, tweede lid onder a, artikel 20, eerste lid onder
                            c, en artikel 25, derde lid onder f, wordt gemaakt voor een periode van
                            ten minste vijftien jaren te starten met het gewenste jaar van
                            bekostiging.</al>
          <al>In bijlage I is voor de voorzieningen aanpassing en onderhoud aangegeven
                            van welke prognosetermijn moet worden uitgegaan. Leidraad hierbij is
                            geweest dat voor (meer) ingrijpende voorzieningen een lange
                            termijnprognose vereist is, terwijl voor voorzieningen met minder
                            financieel gevolg die noodzakelijk zijn om het gebouw te kunnen blijven
                            gebruiken, volstaan kan worden met een korte termijn prognose.</al>
          <al>De prognose geeft per jaar inzicht in het aantal te verwachten
                            leerlingen van de school of nevenvestiging door in elk geval rekening te
                            houden met:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het voedingsgebied of de voedingsgebieden;</al></li>
            <li nr="b."><al>de aanwezige bevolking, verdeeld in relevante
                                    leeftijdsgroepen;</al></li>
            <li nr="c."><al>de woningvoorraad en wijzigingen daarin inclusief een eventuele
                                    uitbreiding van het voedingsgebied;</al></li>
            <li nr="d."><al>de veranderingen in de onderscheiden leeftijdsgroepen van de
                                    bevolking als gevolg van migratie, sterfte en geboorte;</al></li>
            <li nr="e."><al>de veranderingen in de bevolking als gevolg van wijzigingen in
                                    de woningvoorraad;</al></li>
            <li nr="f."><al>de verdeling van de leerlingen als gevolg van de belangstelling
                                    voor de school en</al></li>
            <li nr="g."><al>het onderwijs dat wordt gegeven.</al></li>
          </lijst>
          <al>De prognose is niet meer dan twee jaar oud.</al>
          <al>De prognose omvat in elk geval de bovenstaande gegevens a t/m g voor een
                            periode van 6 jaar (de analyseperiode) met als laatste jaar het jaar
                            voorafgaand aan de indiening van de aanvraag.</al>
          <al>Het voedingsgebied van de school omvat het gebied waaruit het overgrote
                            deel van de leerlingen afkomstig is (of bij nieuwbouwwijken: zal zijn).
                            Voor een basisschool wordt bij de prognose in ieder geval een
                            beschrijving geleverd van het voedingsgebied op wijkniveau. Voor een
                            speciale school voor basisonderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs
                            en het voortgezet onderwijs kan, indien het voedingsgebied zich over de
                            gemeentegrens uitstrekt, worden volstaan met een opsomming van de
                            gemeenten die tot het voedingsgebied worden gerekend. Bij aanlevering
                            van een prognose dienen de relevante gegevens en berekeningen over de
                            analyse- en prognoseperiode op papier te zijn afgedrukt.</al>
          <al>Bij deze levering worden in elk geval de gebruikte programmatuur en de
                            aannames/assumpties met betrekking tot het gestelde onder d tot en met
                            g, waarop de prognose is gebaseerd, aangegeven en onderbouwd.</al>
          <al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd onderscheiden naar
                            onderwijssoort nadere regels te stellen betreffende de criteria waaraan
                            een prognose moet voldoen. Voorafgaand aan de vaststelling door
                            burgemeester en wethouders vormen de nadere regels onderwerp van overleg
                            aangaande het lokaal onderwijsbeleid, zoals vastgelegd bij besluit van
                            de raad van de gemeente Heerlen van 7 december 2010. </al>
          <al> Bijlage III Criteria voor oppervlakte en indeling</al>
          <al>De criteria voor oppervlakte en indeling vallen uiteen in vier
                            delen:</al>
          <al>DEEL A: De bepaling van de capaciteit; </al>
          <al>DEEL B: Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte; </al>
          <al>DEEL C: De bepaling van de omvang van de toekenning; </al>
          <al>DEEL D: Minimumnormen bij realisering van nieuwe voorzieningen. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>DEEL A De bepaling van de capaciteit</titel>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>1 School voor basisonderwijs </titel>
          </kop>
          <al>De capaciteit van de gebouwen voor het basisonderwijs wordt volgens
                            onderstaande methodiek vastgesteld. Burgemeester en wethouders kunnen in
                            overeenstemming met het bevoegd gezag van de school besluiten tot
                            vermindering van de met onderstaande methodiek vastgestelde capaciteit,
                            indien de hiertoe beschikbaar komende ruimten worden ingezet ten behoeve
                            van onderwijskundige, culturele, maatschappelijke (waaronder
                            kinderopvang) en recreatieve doeleinden.</al>
          <al>1.1 Gebouwen van hoofd- en nevenvestigingen (inclusief de T en
                            B-dislocaties) met een permanente of tijdelijke bouwaard</al>
          <al>De bruto vloeroppervlakte (verder aan te duiden als bvo) van een gebouw
                            is de bvo zoals bepaald aan de hand van het gestelde in III-1, de
                            'Meetinstructie voor het vaststellen van de bruto vloeroppervlakte van
                            de schoolgebouwen in het primair onderwijs'.</al>
          <al>
            <vet>Basisschool</vet>
          </al>
          <al>De capaciteit van een gebouw voor een basisschool wordt vastgelegd in
                            het bruto vloeroppervlakte van het gebouw. De capaciteit van het gebouw
                            met een permanente bouwaard en de capaciteit van de tijdelijke bouwaard
                            worden afzonderlijk vastgesteld.</al>
          <al>Indien een deel van een gebouw is gerealiseerd met andere dan
                            overheidsmiddelen en hiervoor geen (rijks)bekostiging wordt genoten,
                            wordt dit deel niet tot de capaciteit van het gebouw gerekend. Dit deel
                            wordt wel geregistreerd.</al>
          <al>Indien sprake is van een schoolgebouw met een bruto-netto-verhouding in
                            het oppervlak die sterk afwijkt van sinds 1 januari 1997 gerealiseerde
                            schoolgebouwen, kan het schoolbestuur een verzoek indienen tot
                            vaststelling van een fictief bruto vloeroppervlakte als grondslag voor
                            de capaciteitsbepaling.</al>
          <al>
            <vet>Speciale school voor basisonderwijs</vet>
          </al>
          <al>Voor een speciale school voor basisonderwijs geldt hetzelfde. Echter,
                            een eventueel aanwezig speellokaal wordt niet in de capaciteitsbepaling
                            meegenomen. Indien een speellokaal aanwezig is én de school voldoet aan
                            de voorwaarden zoals vermeld in bijlage I, deel A, paragraaf 1.3.2,
                            wordt op het bruto vloeroppervlakte 90 m² in mindering gebracht.</al>
          <al>1.2 Dislocaties, gebouwen met een permanente of tijdelijke bouwaard</al>
          <al>Voor het bepalen van de capaciteit van dislocaties voor basisscholen
                            geldt het gestelde onder 1.1.</al>
          <al>1.3 Rangorde hoofdgebouwen en dislocaties</al>
          <al>De vaststelling van de rangorde geschiedt om te kunnen bepalen van welk
                            gebouw als eerste het gebruik beëindigd wordt als er sprake is van een
                            daling van het aantal leerlingen. Dit is het gebouw met het hoogste
                            rangordenummer.</al>
          <al>Indien een voorziening in de huisvesting bestaat uit een hoofdgebouw
                            (van een school, een hoofdvestiging of een nevenvestiging) en een of
                            meer dislocaties, wordt de rangorde tussen deze gebouwen vastgesteld.
                            Dit is de rangorde zoals deze is vastgelegd in de gegevensadministratie
                            van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Indien de
                            rangorde opnieuw moet worden vastgesteld, doordat nieuwe gebouwen moeten
                            worden toegevoegd, wordt de rangorde als volgt vastgesteld. Het
                            hoofdgebouw is het gebouw dat qua oppervlakte, indeling en bouwkundige
                            staat het meest geschikt is om als het enige gebouw voor de school te
                            dienen. Dit is in de regel het grootste gebouw. Het hoofdgebouw krijgt
                            nummer 1, vervolgens vindt doornummering plaats voor de dislocaties met
                            een permanente bouwaard te beginnen met de dislocatie met de grootste
                            capaciteit en vervolgens de dislocaties met een tijdelijke bouwaard te
                            beginnen met de dislocatie met de grootste capaciteit.</al>
          <al>Bij een fusie van twee of meer scholen wordt het gebouw van de
                            overblijvende school het hoofdgebouw. Indien de overige gebouwen van de
                            bij de fusie betrokken scholen noodzakelijk zijn voor de huisvesting van
                            de gefuseerde scholen, gelet op de capaciteit van het hoofdgebouw, dan
                            krijgen zij als dislocatie een plaats in de rangorde zoals hiervoor
                            omschreven.</al>
          <al>De vaststelling van de rangorde vindt plaats conform het vorenstaande
                            tenzij na overleg tussen het bevoegd gezag van de school en burgemeester
                            en wethouders, burgemeester en wethouders anders beslissen.</al>
          <al>1.4 Terrein</al>
          <al>Onder terrein dient te worden verstaan het kadastraal perceel of de
                            kadastrale percelen waarop het schoolgebouw met toebehoren zich bevindt.
                            De terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de kadastrale
                            registratie van het Kadaster.</al>
          <al>Indien de kadastrale perceelgrenzen niet overeenkomen met de grenzen van
                            het schoolterrein, dan wordt het met overheidsmiddelen bekostigde deel
                            van de terreinoppervlakte vastgelegd.</al>
          <al>1.5 Inventaris</al>
          <al>Voor de inventaris is het uitgangspunt dat op 1 januari 2009 alle
                            scholen voor (speciaal) basisonderwijs in de gemeente zijn voorzien van
                            voldoende onderwijsleerpakket en meubilair. De bruto vloeroppervlakte
                            van de school is de basis voor de vaststelling van de omvang van de
                            aanwezige inventaris.</al>
          <al>1.6 Gymnastiekruimten</al>
          <al>
            <vet>1.6.1 Gymnastiekruimte</vet>
          </al>
          <al>De capaciteit van een gymnastiekruimte voor het basisonderwijs bedraagt
                            40 klokuren.</al>
          <al>
            <vet>1.6.2 Terrein</vet>
          </al>
          <al>De terreinoppervlakte is de oppervlakte zoals vastgelegd bij het
                            Kadaster. Slechts de terreinoppervlakte van de vrijstaande
                            gymnastiekruimten gelegen op eigen terrein, los van het terrein van het
                            lesgebouw, wordt geregistreerd.</al>
          <al>
            <vet>1.6.3 Inventaris</vet>
          </al>
          <al>De inventaris aanwezig op 1 januari 1997 wordt geacht voldoende te
                            zijn.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs</titel>
          </kop>
          <al>De capaciteit van de gebouwen voor een school voor (voortgezet) speciaal
                            onderwijs wordt volgens onderstaande methodiek vastgesteld. Burgemeester
                            en wethouders kunnen in overeenstemming met het bevoegd gezag van de
                            school besluiten tot vermindering van de met onderstaande methodiek
                            vastgestelde capaciteit, indien de hierdoor beschikbaar komende ruimten
                            worden ingezet ten behoeve van onderwijskundige, culturele,
                            maatschappelijke (waaronder kinderopvang) of recreatieve
                            doeleinden.</al>
          <al>2.1 Hoofdgebouwen met een permanente of tijdelijke bouwaard</al>
          <al>De bruto vloeroppervlakte (verder aan te duiden als bvo) van een gebouw
                            is de bvo zoals bepaald aan de hand van het gestelde in III-1, de
                            'Meetinstructie voor het vaststellen van de bruto vloeroppervlakte van
                            de schoolgebouwen in het primair onderwijs'.</al>
          <al>De capaciteit van een gebouw voor (voortgezet) speciaal onderwijs wordt
                            vastgelegd in de bruto vloeroppervlakte van het gebouw. De capaciteit
                            van het gebouw met een permanente bouwaard en de capaciteit van de
                            tijdelijke bouwaard worden afzonderlijk vastgesteld.</al>
          <al>Indien een speellokaal aanwezig is én de school voldoet aan de
                            voorwaarden zoals vermeld in bijlage I, deel A, paragraaf 2.3.2 sub a en
                            sub b, wordt op de bruto vloeroppervlakte 90 m² in mindering
                            gebracht.</al>
          <al>Indien een deel van een gebouw is gerealiseerd met andere dan
                            overheidsmiddelen en hiervoor geen (rijks)bekostiging wordt genoten,
                            wordt dit deel niet tot de capaciteit van het gebouw gerekend. Dit deel
                            wordt wel geregistreerd.</al>
          <al>Indien sprake is van een schoolgebouw met een bruto-netto-verhouding in
                            het oppervlak die sterk afwijkt van sinds 1 januari 1997 gerealiseerde
                            schoolgebouwen, kan het schoolbestuur een verzoek indienen tot
                            vaststelling van een fictief bruto vloeroppervlakte als grondslag voor
                            de capaciteitsbepaling.</al>
          <al>2.2 Dislocaties of nevenvestigingen, gebouwen met een permanente of een
                            tijdelijke bouwaard</al>
          <al>Voor het bepalen van de capaciteit van dislocaties voor scholen voor
                            (voortgezet) speciaal onderwijs geldt het gestelde onder 2.1.</al>
          <al>2.3 Rangorde hoofdgebouwen en dislocaties</al>
          <al>De vaststelling van de rangorde geschiedt om te kunnen bepalen van welk
                            gebouw als eerste het gebruik beëindigd wordt als er sprake is van een
                            daling van het aantal leerlingen. Dit is het gebouw met het hoogste
                            rangordenummer.</al>
          <al>Indien een voorziening in de huisvesting bestaat uit een hoofdgebouw en
                            een of meerdere dislocaties, wordt de rangorde tussen deze gebouwen
                            vastgesteld. Dit is de rangorde zoals deze is vastgelegd in de
                            gegevensadministratie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                            Wetenschap. Indien de rangorde opnieuw moet worden vastgesteld, omdat
                            nieuwe gebouwen moeten worden toegevoegd, wordt de rangorde als volgt
                            vastgesteld.</al>
          <al>Het hoofdgebouw krijgt nummer 1, vervolgens vindt doornummering plaats
                            voor de dislocaties met een permanente bouwaard te beginnen met de
                            dislocatie met de grootste capaciteit en vervolgens de dislocaties met
                            een tijdelijk bouwaard te beginnen met de dislocatie met de grootste
                            capaciteit.</al>
          <al>Het hoofdgebouw is het gebouw dat qua oppervlakte, indeling en
                            bouwkundige staat, het meest geschikt is om als het enige gebouw voor de
                            school te dienen. Dit is in de regel het grootste gebouw.</al>
          <al>De vaststelling van de rangorde vindt plaats conform het vorenstaande
                            tenzij na overleg tussen het bevoegd gezag van de school en burgemeester
                            en wethouders, burgemeester en wethouders anders beslissen.</al>
          <al>2.4 Terrein</al>
          <al>Onder terrein dient te worden verstaan het kadastraal perceel of de
                            kadastrale percelen waarop het schoolgebouw met toebehoren zich bevindt.
                            De terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de kadastrale
                            registratie van het Kadaster.</al>
          <al>Indien de kadastrale perceelgrenzen niet overeenkomen met de grenzen van
                            het schoolterrein, dan wordt het met overheidsmiddelen bekostigde deel
                            van de terreinoppervlakte vastgelegd.</al>
          <al>2.5 Inventaris</al>
          <al>Voor de inventaris is het uitgangspunt dat op 1 januari 2009 alle
                            scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs in de gemeente zijn
                            voorzien van voldoende onderwijsleerpakket en meubilair. De bruto
                            vloeroppervlakte van de school is de basis voor de vaststelling van de
                            omvang van de aanwezige inventaris.</al>
          <al>2.6 Gymnastiekruimten</al>
          <al>
            <vet>2.6.1 Gymnastiekruimte</vet>
          </al>
          <al>De capaciteit van een gymnastiekruimte voor het (voortgezet) speciaal
                            onderwijs bedraagt 40 klokuren.</al>
          <al>
            <vet>2.6.2 Terrein</vet>
          </al>
          <al>De terreinoppervlakte is de oppervlakte zoals vastgelegd bij het
                            Kadaster. Slechts de terreinoppervlakte van de vrijstaande
                            gymnastiekruimten gelegen op eigen terrein, los van het terrein van het
                            lesgebouw, wordt geregistreerd.</al>
          <al>
            <vet>2.6.3 Inventaris</vet>
          </al>
          <al>De inventaris aanwezig op 1 januari 1997 wordt geacht voldoende te
                            zijn.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>3 School voor voortgezet onderwijs</titel>
          </kop>
          <al>De capaciteit van de gebouwen voor een school voor voortgezet onderwijs
                            wordt vastgelegd in gegevens over:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al> de bruto vloeroppervlakte van gebouwen; </al></li>
            <li nr="-"><al> het aantal specifieke ruimten; </al></li>
            <li nr="-"><al> het aantal werkplaatsen; </al></li>
            <li nr="-"><al> het aantal gymnastieklokalen. </al></li>
          </lijst>
          <al>Burgemeester en wethouders kunnen in overeenstemming met het bevoegd
                            gezag van de school besluiten tot vermindering van de met onderstaande
                            methodiek vastgestelde capaciteit, indien de hierdoor beschikbaar
                            komende ruimten worden ingezet ten behoeve van culturele,
                            maatschappelijke of recreatieve doeleinden.</al>
          <al>3.1 Hoofdgebouwen, nevenvestigingen en dislocaties met een permanente of
                            een tijdelijke bouwaard</al>
          <al>De bruto vloeroppervlakte (verder aan te duiden als BVO) van een gebouw
                            is de BVO zoals bepaald aan de hand van het gestelde in III-2 de
                            'Meetinstructie voor het vaststellen van de BVO van de schoolgebouwen in
                            het voortgezet onderwijs'.</al>
          <al>Naast de bruto vloeroppervlakte zal het gegeven 'aantal
                            gymnastieklokalen' moeten worden vastgelegd, evenals het gegeven 'aantal
                            specifieke ruimten en werkplaatsen' indien en voorzover deze
                            noodzakelijk zijn in het kader van aanvragen betreffende uitbreiding dan
                            wel medegebruik. Bij het gegeven 'aantal specifieke ruimten en
                            werkplaatsen' moeten de ruimtesoorten worden onderscheiden zoals deze
                            binnen het ruimtebehoeftemodel zijn opgenomen. Indien een deel van een
                            gebouw is gerealiseerd met andere dan overheidsmiddelen, wordt dit deel
                            niet tot de capaciteit van het gebouw gerekend. Dit deel wordt wel
                            geregistreerd.</al>
          <al>3.2 Rangorde hoofdgebouwen en dislocaties</al>
          <al>De vaststelling van de rangorde geschiedt om te kunnen bepalen van welk
                            gebouw als eerste het gebruik beëindigd wordt als er sprake is van een
                            daling van het aantal leerlingen. Dit is het gebouw met het hoogste
                            rangordenummer. Indien een voorziening in de huisvesting bestaat uit een
                            hoofdgebouw (of nevenvestiging) en een of meer dislocaties, wordt de
                            rangorde tussen deze gebouwen vastgesteld. Dit is de rangorde zoals
                            vastgelegd in de Basisregistratie Huisvesting van het ministerie van
                            Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Indien de rangorde opnieuw moet worden
                            vastgesteld, doordat nieuwe gebouwen moeten worden toegevoegd, wordt de
                            rangorde als volgt vastgesteld. Het hoofdgebouw krijgt nummer 1,
                            vervolgens vindt doornummering plaats voor de dislocaties met een
                            permanente bouwaard te beginnen met de dislocatie met de grootste
                            capaciteit en vervolgens de dislocaties met een tijdelijke bouwaard te
                            beginnen met de dislocatie met de grootste capaciteit.</al>
          <al>De vaststelling van de rangorde vindt plaats conform het bovenstaande
                            tenzij na overleg tussen het bevoegd gezag van de school en burgemeester
                            en wethouders, burgemeester en wethouders anders beslissen.</al>
          <al>3.3 Terrein</al>
          <al>Onder terrein dient te worden verstaan het kadastraal perceel of de
                            kadastrale percelen waarop het schoolgebouw met toebehoren zich bevindt.
                            De terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de kadastrale
                            registratie van het Kadaster. Indien de kadastrale perceelgrenzen niet
                            overeenkomen met de grenzen van het schoolterrein, dan wordt het met
                            overheidsmiddelen bekostigde deel van de terreinoppervlakte
                            vastgelegd.</al>
          <al>3.4 Inventaris</al>
          <al>Voor de inventaris is het uitgangspunt dat op 1 januari 1997 alle
                            instellingen voor voortgezet onderwijs zijn voorzien van een inventaris.
                            De bruto vloeroppervlakte algemene ruimten en het aantal specifieke
                            ruimten en werkplaatsen als zodanig zijn de basis voor de vaststelling
                            van de omvang van de aanwezige inventaris.</al>
          <al>3.5 Gymnastiekruimten</al>
          <al>
            <vet>3.5.1 Gymnastiekruimte</vet>
          </al>
          <al>De capaciteit van een gymnastiekruimte voor het voortgezet onderwijs
                            bedraagt 40 klokuren.</al>
          <al>
            <vet>3.5.2 Terrein</vet>
          </al>
          <al>De terreinoppervlakte is de oppervlakte zoals vastgelegd bij het
                            Kadaster. Slechts de terreinoppervlakte van de vrijstaande
                            gymnastiekruimten gelegen op eigen terrein, los van het terrein van het
                            lesgebouw, wordt geregistreerd.</al>
          <al>
            <vet>3.5.3 Inventaris</vet>
          </al>
          <al>De inventaris aanwezig op 1 januari 1997 wordt geacht voldoende te
                            zijn.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>DEEL B Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte</titel>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>1 School voor basisonderwijs</titel>
          </kop>
          <al>1.1 Lesgebouwen</al>
          <al>
            <vet>Basisschool</vet>
          </al>
          <al>Voor een basisschool is het aantal leerlingen en de gewichtensom
                            bepalend voor de huisvestingsbehoefte. De berekening voor de
                            huisvestingsbehoefte wordt uitgevoerd voor elke school met een eigen
                            BRIN-nummer en voor elke nevenvestiging met een eigen vestigingsnummer.
                            Zo’n nevenvestiging wordt voor de ruimtebehoefteberekening beschouwd als
                            een afzonderlijke school.</al>
          <al>De ruimtebehoefte is opgebouwd uit een basisruimtebehoefte en een
                            toeslag in verband met de gewichtensom.</al>
          <al>De basisruimtebehoefte van een basisschool wordt berekend met de
                            formule:</al>
          <al>B = 200 + 5,03 * L, waarbij</al>
          <al>B = basisruimtebehoefte in m² bruto vloeroppervlakte, rekenkundig
                            afgerond op hele vierkante meters.</al>
          <al>, en</al>
          <al>L = het aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar
                            waarop de prognose betrekking heeft op de school zal zijn
                            ingeschreven.</al>
          <al>De toeslag wordt berekend met de formule:</al>
          <al>T = 1,40 * G, waarbij</al>
          <al>T = toeslag in m² bruto vloeroppervlakte, rekenkundig afgerond op hele
                            vierkante meters en </al>
          <al>G = gecorrigeerde gewichtensom.</al>
          <al>De gecorrigeerde gewichtensom wordt als volgt bepaald:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>bepaal de (ongecorrigeerde) gewichtensom (= de optelling van
                                    alle gewichten van alle ingeschreven leerlingen);</al></li>
            <li nr="-"><al>verminder de ongecorrigeerde gewichtensom met een bedrag ter
                                    grootte van 6,0% van het aantal ingeschreven leerlingen, waarbij
                                    de gewichtensom niet kleiner dan 0 mag worden. De uitkomst wordt
                                    rekenkundig afgerond op een geheel getal;</al></li>
            <li nr="-"><al>als de aldus verkregen gewichtensom meer bedraagt dan 80% van
                                    het aantal ingeschreven leerlingen, wordt de gewichtensom
                                    vastgesteld op 80% van het aantal ingeschreven leerlingen.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>Speciale school voor basisonderwijs</vet>
          </al>
          <al>Voor een speciale school voor basisonderwijs is het aantal leerlingen
                            bepalend voor de ruimtebehoefte. De berekening voor de
                            huisvestingsbehoefte wordt uitgevoerd voor elke school met een eigen
                            BRIN-nummer en voor elke nevenvestiging met een eigen vestigingsnummer.
                            Zo’n nevenvestiging wordt voor de ruimtebehoefteberekening beschouwd als
                            een afzonderlijke school.</al>
          <al>De ruimtebehoefte van een speciale school voor basisonderwijs wordt
                            berekend met de formule:</al>
          <al>R = 250+7,35*L, waarbij</al>
          <al>R = ruimtebehoefte in m² bruto vloeroppervlakte,rekenkundig afgerond op
                            hele vierkante meters, en</al>
          <al>L = het aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar
                            waarop de prognose betrekking heeft op de school zal zijn
                            ingeschreven.</al>
          <al>Een eventueel speellokaal leidt tot een additionele ruimtebehoefte van
                            90 m².</al>
          <al>1.2 Gymnastiekruimten</al>
          <al>
            <vet>Basisschool</vet>
          </al>
          <al>Voor een basisschool is het aantal gymgroepen bepalend voor het aantal
                            klokuren gymnastiek. Het aantal gymgroepen is afhankelijk van het aantal
                            formatieplaatsen, zoals bepaald in de modelbeleidsregel voor bekostiging
                            gymnastiekruimte voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.
                            Per gymgroep 6-12-jarigen wordt uitgegaan van maximaal 1,5 klokuur
                            gymnastiek.</al>
          <al>Voor de vaststelling van de structurele noodzaak van een nieuwe
                            accommodatie voor een basisschool, wordt het aantal gymgroepen bepaald
                            door het aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaand aan elk jaar
                            waarop de prognose, als bedoeld in bijlage II, betrekking heeft op de
                            school zal zijn ingeschreven.</al>
          <al>
            <vet>Speciale school voor basisonderwijs</vet>
          </al>
          <al>Voor een speciale school voor basisonderwijs is het aantal gymgroepen
                            bepalend voor het aantal klokuren gymnastiek. Per gymgroep met
                            leerlingen jonger dan 6 jaar wordt uitgegaan van maximaal 3,75 klokuur
                            gymnastiek indien de school niet de beschikking heeft over een
                            speellokaal. Per gymgroep met leerlingen van 6 jaar en ouder wordt
                            uitgegaan van maximaal 2,25 klokuur gymnastiek.</al>
          <al>Het aantal gymgroepen wordt bepaald door het aantal leerlingen te delen
                            door de 'N-factor'. De 'N-factor' is bepalend voor de groepsgrootte. De
                            N-factor voor een speciale school voor basisonderwijs is 15. Het
                            verkregen getal wordt alleen naar boven afgerond indien het cijfer
                            achter de komma groter is dan 5. In het andere geval wordt het getal
                            naar beneden afgerond.</al>
          <al>Voor de vaststelling van de structurele noodzaak van een nieuwe
                            gymaccommodatie voor een speciale school voor basisonderwijs, wordt het
                            aantal gymgroepen bepaald aan de hand van de prognose als bedoeld in
                            bijlage II.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs</titel>
          </kop>
          <al>2.1 Lesgebouwen</al>
          <al>Voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs
                            is de onderwijssoort, de categorie (speciaal of voortgezet speciaal),
                            het type vestiging en het aantal leerlingen bepalend voor de
                            huisvestingsbehoefte.</al>
          <al>De ruimtebehoefte van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs
                            wordt berekend met de formule:</al>
          <al>R = V+f*L, waarbij</al>
          <al>R = ruimtebehoefte in m² bruto vloeroppervlakte, rekenkundig afgerond op
                            hele vierkante meters, en</al>
          <al>V = vaste voet in m² bruto vloeroppervlakte. Voor hoofdvestigingen voor
                            alle onderwijssoorten 370 m² behalve voor VSO-ZMLK. Voor VSO-ZMLK is de
                            vaste voet 250 m². Voor nevenvestigingen is de vaste voet niet van
                            toepassing, en</al>
          <al>f = factor (m² bruto vloeroppervlakte per leerling) volgens onderstaande
                            tabel, en</al>
          <al>L = het aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar
                            waarop de prognose betrekking heeft op de school zal zijn
                            ingeschreven.</al>
          <al>De tabel geeft een overzicht van f (m² bruto vloeroppervlakte per
                            leerling), per onderwijssoort. </al>
          <al>
            <cursief>m² brutovloeroppervlakte per leerling</cursief>
          </al>
          <table>
            <tgroup cols="3">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="91*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="4*"/>
              <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="5*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>Onderwijssoort</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>
                      <vet> SO</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>
                      <vet>VSO </vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-Slechthorende kinderen (SH)/ Kinderen met ernstige
                                                spraakmoeilijkheden die niet tevens behoren tot dove
                                                of slechthorende kinderen (ES)</al>
                    <al>-Visueel gehandicapten (VISG)</al>
                    <al>-Langdurig zieke kinderen (LZ)</al>
                    <al>-Zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK)</al>
                    <al>-Kinderen in scholen verbonden aan pedologische
                                                instituten (PI)</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>8,8</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>12,2</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-Dove kinderen (DO)</al>
                    <al>-Lichamelijk gehandicapte kinderen (LG)</al>
                    <al>-Meervoudig gehandicapte kinderen (MG)*</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>13,8</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>15,5 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-Zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK)</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>8,8</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>9,2</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>
            <cursief>* tenzij bij beschikking van de minister van Onderwijs, Cultuur
                                en Wetenschappen de N-factor anders dan 7 is vastgesteld. Voor SO-MG
                                met N = 2 geldt 56,75, voor VSO-MG met N = 2 geldt 57,5, voor SO-MG
                                met N = 3 geldt 56,75 en voor VSO-MG met N = 3 geldt
                            57,5.</cursief>
          </al>
          <al>Voor een school met zowel SO als VSO binnen een onderwijssoort, is de
                            vaste voet slechts eenmaal van toepassing.</al>
          <al>Voor een school met meer onderwijssoorten is voor elk van de
                            schoolsoorten de vaste voet van toepassing.</al>
          <al>De bepaling van de ruimtebehoefte van een SOVSO-school of een SO-school
                            waaraan een of meer afdelingen zijn verbonden, vindt voor de
                            verschillende onderwijssoorten afzonderlijk plaats, waarna de
                            afzonderlijk vastgestelde ruimtebehoeften worden gesommeerd.</al>
          <al>Toekenning van een eventueel speellokaal geeft een additionele
                            ruimtebehoefte van 90 m².</al>
          <al>2.2 Gymnastiekruimten</al>
          <al>Het aantal gymgroepen is bepalend voor het aantal klokuren gymnastiek.
                            Het aantal gymgroepen wordt bepaald op basis van de modelbeleidsregel
                            voor bekostiging gymnastiekruimte voor basisonderwijs en (voortgezet)
                            speciaal onderwijs:</al>
          <al>Per gymgroep met leerlingen jonger dan 6 jaar wordt uitgegaan van
                            maximaal 3,75 klokuur gymnastiek indien de school of nevenvestiging niet
                            de beschikking heeft over een speellokaal. Per gymgroep met leerlingen
                            van 6 jaar en ouder wordt uitgegaan van maximaal 2,25 klokuur
                            gymnastiek.</al>
          <al>Voor de vaststelling van de structurele noodzaak van een nieuwe
                            accommodatie wordt het aantal gymgroepen bepaald aan de hand van de
                            prognose als bedoeld in bijlage II. De bepaling van het aantal groepen
                            van een SOVSO-school of een SO-school waaraan een of meer afdelingen
                            zijn verbonden, vindt voor de verschillende schooltypen afzonderlijk
                            plaats.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>3 School voor voortgezet onderwijs</titel>
          </kop>
          <al>3.1 Lesgebouwen</al>
          <al>Voor een school voor voortgezet onderwijs wordt met behulp van het
                            Ruimtebehoeftemodel (RBM) de ruimtebehoefte bepaald. Het totale
                            ruimtebeslag van een instelling voor voortgezet onderwijs is een
                            optelling van twee componenten, te weten:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>een leerlinggebonden component;</al></li>
            <li nr="2."><al>een vaste voet.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>Ad 1 Een leerlinggebonden component</vet>
          </al>
          <al>Deze wordt bepaald door aan de hand van in tabel 7.1.a ‘Berekening van
                            de leerlingafhankelijke ruimtebehoefte voortgezet onderwijs’, opgenomen
                            bruto vloeroppervlakten per leerling te vermenigvuldigen met het aantal
                            leerlingen. De leerlinggebonden component is afhankelijk van de soort
                            onderwijs, leerweg of sector die de leerling volgt.</al>
          <al>
            <vet>Ad 2 Een vaste voet</vet>
          </al>
          <al>De vaste voet wordt bepaald aan de hand van in tabel 7.1.b ‘Berekening
                            van de vaste voet per instelling ten behoeve van de ruimtebehoefte
                            voortgezet onderwijs’, opgenomen bruto vloeroppervlakten per instelling
                            of sector. De vaste voet is afhankelijk van de aard van de vestiging en
                            van het onderwijsaanbod binnen de beroepsgerichte leerweg.</al>
          <al>Vermenigvuldiging van het aantal leerlingen per onderwijssoort met de
                            bijbehorende normoppervlakten en verhoging met de vaste voet per
                            instelling en, indien van toepassing, een vaste voet per sector geeft,
                            uitgedrukt in bruto vierkante meters, de totale ruimtebehoefte van de
                            instelling.</al>
          <al>Het RBM voorziet in een normering voor praktijkonderwijs. Het RBM
                            voorziet niet in een afzonderlijke normering voor een orthopedagogisch
                            didactisch centrum (OPDC). Het OPDC levert diensten ter ondersteuning
                            van leerlingen op de scholen die het samenwerkingsverband zijn
                            aangegaan. De leerlingen die gebruikmaken van de diensten van het OPDC
                            zijn derhalve in alle gevallen ingeschreven bij reguliere scholen voor
                            voortgezet onderwijs.</al>
          <al>Voor een onderbouwing van de in tabel 7.1.a en 7.1.b opgenomen bruto
                            normoppervlakten wordt verwezen naar de toelichting van deze bijlage.
                            Indien noodzakelijk voor het bepalen van de omvang van de toekenning,
                            kan op basis van deze onderbouwing de leegstand in onderwijsruimten
                            binnen een gebouw voor voortgezet onderwijs worden bepaald.</al>
          <al>
            <cursief>Tabel 7.1.a. Berekening van de leerlingafhankelijke
                                ruimtebehoefte voortgezet onderwijs</cursief>
          </al>
          <table>
            <tgroup cols="4">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="41*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="27*"/>
              <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="15*"/>
              <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="17*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>Onderwijssoort</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>
                      <vet>Leerweg</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>
                      <vet>Ruimtetype</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>
                      <vet>BVO/leerling</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Onderbouw (leerjaar 1 en 2)</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>6,18</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Bovenbouw AVO/VWO</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>5,85</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Bovenbouw theoretische leerweg</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>TLW</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>6,41</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>LWOO</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>7,07</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Bovenbouw techniek</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>GLW</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>5,98</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Specifiek</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>5,47</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>BLW (basis- of kader-)</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>4,69</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Specifiek</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>8,99</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>LWOO</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>4,44</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Specifiek</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>12,72</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Bovenbouw economie</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>GLW</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>5,95</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Specifiek</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>0,89</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>BLW (basis- of kader-)</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>5,56</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Specifiek</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>2,25</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>LWOO</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>5,85</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Specifiek</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>3,06</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Bovenbouw zorg/welzijn</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>GLW</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>5,33</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Specifiek</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>2,10</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>BLW (basis- of kader-)</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>4,71</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Specifiek</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>4,22</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>LWOO</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>4,85</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Specifiek</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>5,53</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Bovenbouw landbouw</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>GLW</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>5,94</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Specifiek</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>0,78</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>BLW (basis- of kader-)</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>5,37</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Specifiek</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>2,34</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>LWOO</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>5,03</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Specifiek</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>4,69</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Praktijkonderwijs</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>4,41</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>Specifiek</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>7,72</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>
            <cursief>Legenda </cursief>
          </al>
          <al>TLW = theoretische leerweg</al>
          <al>LWOO= leerwegondersteunend onderwijs</al>
          <al>GLW = gemengde leerweg</al>
          <al>BLW = beroepsgerichte leerweg (basis- of kader-)</al>
          <al>
            <cursief>Tabel 7.1.b Berekening van de vaste voet per instelling ten
                                behoeve van de ruimtebehoefte voortgezet onderwijs</cursief>
          </al>
          <table>
            <tgroup cols="3">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="65*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="18*"/>
              <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="17*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>Onderwijssoort</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>
                      <vet>Ruimtetype</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>
                      <vet>Vaste voet</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Hoofdvestiging</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>980</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Nevenvestiging met spreidingsnoodzaak</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>550</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Nevenvestiging zonder spreidingsnoodzaak</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>0</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>VMBO-techniek BLW (basis- of kader-)</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Specifiek</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>299</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>VMBO-economie BLW (basis- of kader-)</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Specifiek</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>196</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>VMBO-zorg/welzijn BLW (basis- of kader-)</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Specifiek</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>168</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>VMBO-landbouw BLW (basis- of kader-)</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Specifiek</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>117</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Praktijkonderwijs</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>306</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>
            <cursief>Legenda</cursief>
          </al>
          <al>BLW = beroepsgerichte leerweg (basis- of kader-)</al>
          <al>De vaste voet per instelling is 980 m² bruto vloeroppervlakte (bvo)
                            welke wordt toegekend aan de hoofdvestiging van de instelling. Voor een
                            nevenvestiging die op grond van een ministeriële beschikking in
                            aanmerking komt voor aanvullende bekostiging in verband met
                            spreidingsnoodzaak, geldt een aanvullende vaste voet van 550 m² bvo.
                            Indien van toepassing worden vaste voeten behorende bij die sectoren
                            waar de beroepsgerichte leerweg wordt aangeboden toegekend op de
                            vestiging waar de beroepsgerichte leerweg(en) wordt aangeboden. Tevens
                            geldt een vaste voet voor die vestiging waar een afdeling voor
                            praktijkonderwijs aanwezig is.</al>
          <al>3.2 Gymnastiekruimten</al>
          <al>De in onderstaande tabel 7.2 'Berekening van de ruimtebehoefte
                            gymnastiekaccommodatie voortgezet onderwijs' vermelde bruto
                            vloeroppervlakten vormen de grondslag voor de bepaling van de omvang van
                            de voorzieningen in de huisvesting ten behoeve van
                            gymnastiekonderwijs.</al>
          <al>
            <cursief>Tabel 7.2 Berekening van de ruimtebehoefte
                                gymnastiekaccommodatie voortgezet onderwijs</cursief>
          </al>
          <table>
            <tgroup cols="3">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="47*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="32*"/>
              <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="21*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>Onderwijssoort</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>
                      <vet> Leerweg</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>
                      <vet> BVO/leerling</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Onderbouw (leerjaar 1 en 2)</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>1,66</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Bovenbouw AVO/VWO</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>0,78</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Bovenbouw theoretische leerweg</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>TLW</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>1,11</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>LWOO</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>1,26</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Bovenbouw techniek</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>GLW</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>1,11</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>BLW (basis- of kader-)</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>1,38</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>LWOO</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>1,57</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Bovenbouw economie</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>GLW</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>1,11</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>BLW (basis- of kader-)</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>1,38</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>LWOO</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>1,57</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Bovenbouw zorg/welzijn</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>GLW</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>1,11</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>BLW (basis- of kader-)</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>1,38</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>LWOO</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>1,57</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Bovenbouw landbouw</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>GLW</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>1,11</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>BLW (basis- of kader-)</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>1,38</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>LWOO</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>1,57</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Praktijkonderwijs</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>1,99</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>
            <cursief>Legenda</cursief>
          </al>
          <al>TLW = theoretische leerweg</al>
          <al>LWOO = leerwegondersteunend onderwijs</al>
          <al>GLW = gemengde leerweg</al>
          <al>BLW = beroepsgerichte leerweg (basis- of kader-)</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>DEEL C De bepaling van de omvang van de toekenning</titel>
          </kop>
          <al>De bepaling van de omvang van een inhoudelijk goedgekeurde voorziening
                            is noodzakelijk om op basis van bijlage IV, de financiële normering, de
                            financiële consequenties vast te stellen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>1 School voor basisonderwijs</titel>
          </kop>
          <al>1.1 Voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend of tijdelijk gebruik
                            bestemde voorziening:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>nieuwbouw, dan wel</al></li>
            <li nr="-"><al>vervangende nieuwbouw</al></li>
          </lijst>
          <al>wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen waarvoor huisvesting
                            noodzakelijk is. Het bijbehorend aantal vierkante meter bruto
                            vloeroppervlakte wordt bepaald zoals beschreven in deel B van deze
                            bijlage: ‘Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte’.</al>
          <al>Er is sprake van een voorziening voor blijvend gebruik als de hierboven
                            genoemde ruimtebehoefte gedurende tenminste vijftien jaar zal blijven
                            bestaan. Er is sprake van een voorziening voor tijdelijk gebruik als de
                            hierboven ruimtebehoefte tenminste vier jaar en korter dan vijftien jaar
                            zal blijven bestaan.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend of tijdelijk gebruik
                            bestemde voorziening:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>uitbreiding, dan wel</al></li>
            <li nr="-"><al>uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw, dan wel</al></li>
            <li nr="-"><al>ingebruikneming dan wel</al></li>
            <li nr="-"><al>medegebruik</al></li>
          </lijst>
          <al>wordt bepaald aan de hand van het verschil tussen de capaciteit, zoals
                            beschreven in deel A van deze bijlage en de ruimtebehoefte, zoals
                            beschreven in deel B van deze bijlage.</al>
          <al>Het verschil moet tenminste bedragen:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>55 m2 bruto vloeroppervlakte voor een voor blijvend gebruik
                                    bestemde voorziening basisonderwijs;</al></li>
            <li nr="-"><al>40 m2 bruto vloeroppervlakte voor een voor tijdelijk gebruik
                                    bestemde voorziening basisonderwijs;</al></li>
            <li nr="-"><al>50 m2 bruto vloeroppervlakte voor een voor blijvend of tijdelijk
                                    gebruik bestemde voorziening voor een school voor speciaal
                                    basisonderwijs.</al></li>
          </lijst>
          <al>Er is sprake van een voorziening voor blijvend gebruik als het hierboven
                            genoemde verschil gedurende tenminste vijftien jaar zal blijven bestaan.
                            Er is sprake van een voorziening voor tijdelijk gebruik als het
                            hierboven genoemde verschil tenminste vier jaar en korter dan vijftien
                            jaar zal blijven bestaan.</al>
          <al>Voor een school voor speciaal basisonderwijs bedraagt de bruto
                            vloeroppervlakte van een speellokaal 90 m² bvo.</al>
          <al>1.2 Overige voor blijvend gebruik dan wel voor tijdelijk gebruik
                            bestemde voorzieningen</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                            voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                            terrein, dan wel uitbreiding van het terrein, wordt bepaald door de
                            minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om het schoolgebouw te
                            realiseren met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde
                            eisen ten aanzien van de terreinoppervlakte en het gestelde in bijlage
                            III, deel D.</al>
          <al>Voor een basisschool wordt de omvang van de goedgekeurde voor blijvend
                            gebruik bestemde voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde
                            voorziening eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket, dan wel
                            uitbreiding van de eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket, en
                            meubilair wordt bepaald door de omvang in m² bruto vloeroppervlakte van
                            de goedgekeurde voorziening (vervangende) nieuwbouw of uitbreiding.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                            voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                            onderhoud wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk
                            zijn voor de voortgang van het onderwijs.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend, dan wel voor tijdelijk
                            gebruik bestemde voorziening herstel van constructiefouten en herstel
                            van schade aan het gebouw, onderwijsleerpakket, leer- en hulpmiddelen en
                            meubilair in geval van bijzondere omstandigheden wordt bepaald door de
                            activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het
                            onderwijs.</al>
          <al>1.3 Gymnastiekruimten</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw,
                            wordt bepaald door de minimumnormen bij de realisering zoals aangegeven
                            in onderdeel D van deze bijlage.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde uitbreiding van een gymnastiekruimte wordt
                            bepaald door de goedgekeurde onderdelen zoals aangegeven bij de criteria
                            voor de beoordeling van een voorziening in lichamelijke oefening, het
                            onderdeel uitbreiding (bijlage I).</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde aanpassing wordt bepaald door de
                            activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn om het gebouw geschikt te
                            maken voor het onderwijs, dan wel voor de voortgang van het
                            onderwijs.</al>
          <al>De omvang van het goedgekeurde terrein, dan wel uitbreiding van het
                            terrein, wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte
                            om de gymnastiekruimte, dan wel de uitbreiding van de gymnastiekruimte
                            te realiseren met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde
                            eisen met betrekking tot de terreinoppervlakte.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde aanvulling op de eerste aanschaf van het
                            meubilair, in geval van ingebruikneming of uitbreiding van de
                            gymnastiekruimte, wordt bepaald door de noodzakelijke eerste aanschaf
                            van het meubilair voor andere leerlingen dan waarvoor de
                            gymnastiekruimte oorspronkelijk is bedoeld.</al>
          <al>De omvang van het goedgekeurde onderhoud aan de gymnastiekruimte wordt
                            bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de
                            voortgang van het onderwijs.</al>
          <al>De omvang van het goedgekeurde herstel van constructiefouten en het
                            herstel van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in geval
                            van bijzondere omstandigheden, wordt bepaald door de activiteiten die
                            minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs</titel>
          </kop>
          <al>2.1 Voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend of tijdelijk gebruik
                            bestemde voorziening:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>nieuwbouw, dan wel</al></li>
            <li nr="-"><al>vervangende nieuwbouw</al></li>
          </lijst>
          <al>wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen waarvoor huisvesting
                            noodzakelijk is. Het bijbehorend aantal vierkante meter bruto
                            vloeroppervlakte wordt bepaald zoals beschreven in deel B van deze
                            bijlage: ‘Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte’.</al>
          <al>Er is sprake van een voorziening voor blijvend gebruik als de hierboven
                            genoemde ruimtebehoefte gedurende tenminste vijftien jaar zal blijven
                            bestaan. Er is sprake van een voorziening voor tijdelijk gebruik als de
                            hierboven ruimtebehoefte tenminste vier jaar en korter dan vijftien jaar
                            zal blijven bestaan.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend of tijdelijk gebruik
                            bestemde voorziening:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>uitbreiding, dan wel</al></li>
            <li nr="-"><al>uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw, dan wel</al></li>
            <li nr="-"><al>ingebruikneming dan wel</al></li>
            <li nr="-"><al>medegebruik</al></li>
          </lijst>
          <al>wordt bepaald aan de hand van het verschil tussen de capaciteit, zoals
                            beschreven in deel A van deze bijlage en de ruimtebehoefte, zoals
                            beschreven in deel B van deze bijlage. Het verschil moet tenminste 50 m²
                            bruto vloeroppervlakte bedragen.</al>
          <al>Er is sprake van een voorziening voor blijvend gebruik als het hierboven
                            genoemde verschil gedurende tenminste vijftien jaar zal blijven bestaan.
                            Er is sprake van een voorziening voor tijdelijk gebruik als het
                            hierboven genoemde verschil tenminste vier jaar en korter dan vijftien
                            jaar zal blijven bestaan.</al>
          <al>Voor een school voor speciaal onderwijs bedraagt de omvang van een
                            speellokaal 90 m² bvo.</al>
          <al>2.2 Overige voor blijvend gebruik dan wel voor tijdelijk gebruik
                            bestemde voorzieningen</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                            voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening,
                            terrein, dan wel uitbreiding van het terrein, wordt bepaald door de
                            minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om het schoolgebouw te
                            realiseren met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde
                            eisen zoals gesteld ten aanzien van de terreinoppervlakte en het
                            gestelde in bijlage III, deel D.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                            voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening, eerste
                            aanschaf van het onderwijsleerpakket en meubilair, dan wel uitbreiding
                            van de eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket en meubilair, wordt
                            bepaald door de omvang in m² bruto vloeroppervlakte van de goedgekeurde
                            voorziening (vervangende) nieuwbouw of uitbreiding.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                            voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                            aanpassing wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk
                            zijn om het gebouw geschikt te maken voor het onderwijs, dan wel
                            noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                            voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening,
                            onderhoud wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk
                            zijn voor de voortgang van het onderwijs.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend, dan wel voor tijdelijk
                            gebruik bestemde voorziening, herstel van constructiefouten en herstel
                            van schade aan het gebouw, onderwijsleerpakket, leer- en hulpmiddelen en
                            meubilair in geval van bijzondere omstandigheden wordt bepaald door de
                            activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het
                            onderwijs.</al>
          <al>2.3 Gymnastiekruimten</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw,
                            wordt bepaald door de minimumnormen bij realisering zoals aangegeven in
                            onderdeel D van deze bijlage.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde uitbreiding van een gymnastiekruimte wordt
                            bepaald door de goedgekeurde onderdelen zoals aangegeven bij de criteria
                            voor de beoordeling van een voorziening in lichamelijke oefening, het
                            onderdeel uitbreiding (bijlage I).</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde aanpassing wordt bepaald door de
                            activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn om het gebouw geschikt te
                            maken voor het onderwijs, dan wel voor de voortgang van het
                            onderwijs.</al>
          <al>De omvang van het goedgekeurde terrein, dan wel uitbreiding van het
                            terrein, wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte
                            om de gymnastiekruimte, dan wel de uitbreiding van de gymnastiekruimte
                            te realiseren met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde
                            eisen met betrekking tot de terreinoppervlakte.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde aanvulling op de eerste aanschaf van het
                            meubilair, in geval van ingebruikneming of uitbreiding van de
                            gymnastiekruimte, wordt bepaald door de noodzakelijke eerste aanschaf
                            van het meubilair voor andere leerlingen dan voor wie de
                            gymnastiekruimte oorspronkelijk is bedoeld.</al>
          <al>De omvang van het goedgekeurde onderhoud aan de gymnastiekruimte wordt
                            bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de
                            voortgang van het onderwijs.</al>
          <al>De omvang van het goedgekeurde herstel van constructiefouten en het
                            herstel van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in geval
                            van bijzondere omstandigheden, wordt bepaald door de activiteiten die
                            minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>3 School voor voortgezet onderwijs</titel>
          </kop>
          <al>3.1 Voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening
                            nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt bepaald aan de hand van
                            het aantal leerlingen, waarvoor huisvesting ten minste vijftien jaar
                            noodzakelijk is. De hieruit voortkomende ruimtebehoefte wordt bepaald
                            aan de hand van het ruimtebehoeftemodel, zoals beschreven in de
                            toelichting van deze bijlage.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening
                            uitbreiding, dan wel uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw
                            of uitbreiding door middel van ingebruikneming wordt bepaald door het
                            verschil tussen de ruimtebehoefte behorende bij het aantal leerlingen,
                            waarvoor huisvesting ten minste vijftien jaar noodzakelijk is en de
                            huisvesting die aanwezig is.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening
                            ingebruikneming wordt bepaald door de omvang van het gebouw of
                            gebouwgedeelte dat noodzakelijk is voor het aantal leerlingen, waarvoor
                            huisvesting ten minste vijftien jaar noodzakelijk is. De ruimtebehoefte
                            wordt bepaald met het ruimtebehoeftemodel, zoals beschreven in deel B
                            van deze bijlage: 'Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte'.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor permanent gebruik bestemde
                            voorziening in de huisvesting medegebruik wordt bepaald door het
                            verschil tussen de ruimtebehoefte behorende bij het aantal leerlingen
                            aanwezig op de laatst bekende teldatum voor het indienen van de aanvraag
                            en de met tien procent verhoogde capaciteit van de beschikbare ruimte.
                            Aan de hand van het feitelijke lesrooster kan vervolgens het overschot
                            aan beschikbare onderwijsruimte worden bepaald. Medegebruik wordt
                            gegeven in de vorm van in te roosteren lessen.</al>
          <al>3.2 Voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde
                            voorziening nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt bepaald door
                            het aantal leerlingen waarvoor huisvesting ten minste vier jaar doch
                            korter dan vijftien jaar noodzakelijk is. De ruimtebehoefte wordt
                            bepaald met behulp van het ruimtebehoeftemodel zoals beschreven in deel
                            B van deze bijlage: 'Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte'.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde
                            voorziening uitbreiding, dan wel uitbreiding ter vervanging van een
                            bestaand gebouw, wordt bepaald door het verschil tussen de
                            ruimtebehoefte behorende bij het aantal leerlingen waarvoor huisvesting
                            ten minste vier jaar doch korter dan vijftien jaar noodzakelijk is en de
                            met tien procent verhoogde capaciteit van de beschikbare huisvesting.
                            Het verschil is minimaal 100 m² bruto vloeroppervlakte. De
                            ruimtebehoefte wordt bepaald met behulp van het ruimtebehoeftemodel
                            zoals beschreven in deel B van deze bijlage: 'Wijze van bepalen van de
                            ruimtebehoefte'.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde
                            voorziening ingebruikneming wordt bepaald door de omvang van het gebouw
                            of gebouwgedeelte dat noodzakelijk is voor het aantal leerlingen,
                            waarvoor huisvesting ten minste vier jaar en korter dan vijftien jaar
                            noodzakelijk is en de met tien procent verhoogde capaciteit van de
                            beschikbare huisvesting. De ruimtebehoefte wordt bepaald met het
                            ruimtebehoeftemodel, zoals beschreven in deel B van deze bijlage: 'Wijze
                            van bepalen van de ruimtebehoefte'.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde
                            voorziening in de huisvesting medegebruik wordt bepaald door het
                            verschil tussen de ruimtebehoefte behorende bij het aantal leerlingen
                            aanwezig op de laatst bekende teldatum voor het indienen van de aanvraag
                            en de met tien procent verhoogde capaciteit van de beschikbare ruimte.
                            Aan de hand van het feitelijke lesrooster kan vervolgens het overschot
                            aan beschikbare onderwijsruimte worden bepaald. Medegebruik wordt
                            gegeven in de vorm van in te roosteren lessen.</al>
          <al>De omvang van de voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening in de
                            huisvesting verplaatsing van noodlokalen wordt bepaald door het aantal
                            leerlingen waarvoor huisvesting ten minste vier jaar doch korter dan
                            vijftien jaar noodzakelijk is en de met tien procent verhoogde
                            capaciteit van de beschikbare huisvesting. De ruimtebehoefte wordt
                            bepaald met behulp van het ruimtebehoeftemodel zoals beschreven in deel
                            B van deze bijlage: 'Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte'.</al>
          <al>3.3 Overige voor blijvend gebruik dan wel voor tijdelijk gebruik
                            bestemde voorzieningen</al>
          <al>De omvang van de voor blijvend, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde
                            voorziening terrein, dan wel uitbreiding van het terrein, wordt bepaald
                            door de minimaal noodzakelijk oppervlakte om het schoolgebouw te
                            realiseren met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde
                            eisen ten aanzien van de terreinoppervlakte.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                            voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening eerste
                            aanschaf van leer- en hulpmiddelen en meubilair, dan wel uitbreiding van
                            de eerste aanschaf van leer- en hulpmiddelen en meubilair, is gekoppeld
                            aan de omvang van de toegekende voorziening in de huisvesting.</al>
          <al>De omvang van de tegemoetkoming in eerste inrichting leer- en
                            hulpmiddelen en meubilair als er sprake is van een inpandige aanpassing
                            waarbij algemene of specifieke ruimte wordt omgezet in specifieke en/of
                            werkplaatsruimte bedraagt het verschil tussen de bekostiging voor eerste
                            inrichting van de bestaande ruimte en de bekostiging voor eerste
                            inrichting van de te creëren ruimte.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend, dan wel voor tijdelijk
                            gebruik bestemde voorziening herstel van constructiefouten en herstel
                            van schade aan het gebouw, onderwijsleerpakket, leer- en hulpmiddelen en
                            meubilair in geval van bijzondere omstandigheden wordt bepaald door de
                            activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het
                            onderwijs.</al>
          <al>3.4 Gymnastiekruimten</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw,
                            wordt bepaald aan de hand van het ruimtebehoeftemodel, zoals beschreven
                            in de toelichting bij deze bijlage.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde uitbreiding van een gymnastiekruimte wordt
                            bepaald door het verschil tussen de ruimtebehoefte behorende bij het
                            aantal leerlingen, waarvoor gymnastiekruimte langer dan vijftien jaar
                            noodzakelijk is (te bepalen met behulp van het ruimtebehoeftemodel) en
                            de gymnastiekruimte die aanwezig is.</al>
          <al>De omvang van het goedgekeurde terrein, dan wel uitbreiding van het
                            terrein, wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte
                            om de gymnastiekruimte, dan wel de uitbreiding van de gymnastiekruimte
                            te realiseren met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde
                            eisen met betrekking tot de terreinoppervlakte.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde aanvulling op de eerste aanschaf van het
                            meubilair, in geval van ingebruikneming of uitbreiding van de
                            gymnastiekruimte, wordt bepaald door de noodzakelijke eerste aanschaf
                            van het meubilair voor andere leerlingen dan waarvoor de
                            gymnastiekruimte oorspronkelijk is bedoeld.</al>
          <al>De omvang van het goedgekeurde herstel van constructiefouten en het
                            herstel van schade aan gebouw, leer- en hulpmiddelen en meubilair in
                            geval van bijzondere omstandigheden, wordt bepaald door de activiteiten
                            die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs.</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voorziening medegebruik gymnastiekruimte
                            wordt uitgedrukt in lestijden. Het aantal lestijden gymnastiek wordt
                            bepaald met behulp van het lesrooster met als maximum het met toepassing
                            van tabel 7.2 van het ruimtebehoeftemodel berekende aantal: (aantal
                            leerlingen x 32 x m² bvo gym) : 460. Voor het Lwoo en Praktijkonderwijs
                            wordt een aangepaste formule gehanteerd: (aantal leerlingen x 32 x m²
                            bvo gym) : 322.</al>
          <al>Hierop wordt het aantal in eigen accommodatie te verzorgen lessen in
                            mindering gebracht (zie Deel A, paragraaf 3.5.1).</al>
          <al>De omvang van de goedgekeurde voorziening huur sportterrein bedraagt ten
                            hoogste acht weken per kalenderjaar. Het aantal lestijden waarvoor
                            bekostiging wordt gegeven wordt bepaald aan de hand van het lesrooster
                            met als maximum het met toepassing van tabel 7.2 van het
                            ruimtebehoeftemodel berekende aantal: (aantal leerlingen x 32 x m² bvo
                            gym) / 460. Voor het Lwoo en Praktijkonderwijs wordt een aangepaste
                            formule gehanteerd: (aantal leerlingen x 32 x m² bvo gym) / 322.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>DEEL D Minimumnormen bij realisering van nieuwe voorzieningen</titel>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>1 School voor basisonderwijs</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>minimum terreinoppervlakte betrekking hebbende op het verharde
                                    gedeelte: 3 m²/ll met een minimum van 300 m² netto, vanaf 200
                                    leerlingen kan worden volstaan met 600 m² netto;</al></li>
            <li nr="-"><al>minimum oppervlakte van een onderwijsruimte: 8 m² netto;</al></li>
            <li nr="-"><al>voor het speciaal basisonderwijs geldt een minimum netto
                                    oppervlakte van 84m² voor een speellokaal.</al></li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>minimum terreinoppervlakte betrekking hebbende op het verharde
                                    gedeelte: 3 m²/ll met een minimum van 300 m² netto, vanaf 200
                                    leerlingen kan worden volstaan met 600 m² netto;</al></li>
            <li nr="-"><al>een speellokaal heeft een minimum netto oppervlakte van 84
                                    m²;</al></li>
            <li nr="-"><al>minimum oppervlakte van een onderwijsruimte: 8 m² netto.</al></li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>3 School voor voortgezet onderwijs</titel>
          </kop>
          <al>
            <cursief>Minimum afmetingen, uitgedrukt in netto m²:</cursief>
          </al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="79*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="21*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>theorielokaal:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al> 42 m²</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>theorievaklokaal:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al> 50 m²</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>vaklokaal natuurkunde:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al> 50 m²</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>vaklokaal biologie:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al> 50 m²</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>vaklokaal scheikunde:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al> 60 m²</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>vaklokaal handvaardigheid:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al> 60 m²</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>vaklokaal overig:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al> 80 m²</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>specifiek vaklokaal lassen:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al> 50 m²</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>specifiek vaklokaal meten:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al> 50 m²</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>werkplaats:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>115 m²</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>restaurant:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al> 80 m²</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>4 Gymnastiekruimten</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>De oefenruimte is minimaal 252 m² netto.</al></li>
            <li nr="-"><al>De hoogte van de oefenruimte is minimaal 5 m.</al></li>
          </lijst>
          <al>Het gymnastiekgebouw bevat ten minste 2 kleedruimten met een
                            was-/douchegelegenheid.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>III-1 Overzicht 'Meetinstructie voor het vaststellen van de bruto
                            vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het primair onderwijs'</titel>
          </kop>
          <al>De vaststelling van de bruto vloeroppervlakte van een schoolgebouw
                            geschiedt voor basisonderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs volgens
                            NEN 2580, met de volgende aantekeningen:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>de in- en aangebouwde fietsenstallingen en bergingen die
                                    uitsluitend van buitenaf bereikbaar zijn, worden niet tot de
                                    bruto vloeroppervlakte gerekend;</al></li>
            <li nr="-"><al>de oppervlakte van verbindende ruimten tussen in- of aanpandige
                                    gymnastieklokalen wordt toegerekend aan het lesgebouw;</al></li>
            <li nr="-"><al>bij scheidingswanden tussen het lesgebouw en in- of aanpandig
                                    gelegen gymnastieklokalen wordt de bruto vloeroppervlakte
                                    gerekend tot het hart van de scheidingsconstructie.</al></li>
            <li nr="-"><al>bij zolderruimten, kelders of souterrains in gebruik als
                                    onderwijsruimte of andere ruimte, wordt het bruto vloeroppervlak
                                    bepaald door de netto vloeroppervlakte van het deel van de
                                    ruimte met een vrije hoogte van ten minste 2,6 m te
                                    vermenigvuldigen met een factor 1,1;</al></li>
            <li nr="-"><al>voor zover een zolderruimte, kelder of souterrain wordt gebruikt
                                    als berging, keuken, reproruimte of werkkast telt deze niet mee
                                    voor de berekening van de bruto vloeroppervlakte.</al></li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>III-2 Overzicht 'Meetinstructie voor het vaststellen van de bruto
                            vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het voortgezet
                            onderwijs'</titel>
          </kop>
          <al>Deze meetinstructie is bedoeld voor nieuwe (gedeelten van) gebouwen of
                            voor situaties waar gekozen wordt voor het niet overnemen van gegevens
                            van het ministerie van OCenW.</al>
          <al>De bruto oppervlakte van een gebouw is de som van de bruto
                            vloeroppervlakte van alle tot het gebouw behorende 'beloopbare'
                            binnenruimten. De bruto vloeroppervlakte wordt gemeten op vloerniveau
                            langs de buitenomtrek van de opgaande buitenconstructies, die de ruimten
                            omhullen.</al>
          <al>Tot de bruto oppervlakte behoort eveneens:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>de oppervlakte van trapgaten, liftschachten, en leidingschachten
                                    op elk vloerniveau;</al></li>
            <li nr="-"><al>de oppervlakte van vrijstaande uitwendige kolommen, voor zover
                                    groter dan 0,5 m².</al></li>
          </lijst>
          <al>Uitzonderingen:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>De oppervlakten van overdekte niet door vaste buitenbegrenzingen
                                    omsloten ruimten worden niet tot de bruto vloeroppervlakte
                                    gerekend, ongeacht de vloerconstructie of wijze van verharding.
                                    Dit betreft luifels, dakoverstekken, de ruimte onder op kolommen
                                    staande verdiepingen, fietsenstallingen (al dan niet overdekt)
                                    en dergelijke.</al></li>
            <li nr="-"><al>Open brand- of vluchttrappen aan de buitenzijde van een gebouw
                                    worden bij de bepaling van de bruto oppervlakte niet
                                    meegerekend.</al></li>
            <li nr="-"><al>Niet beloopbare kelders en/of zolders worden niet
                                    meegerekend.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>Bijlage IV Financiële normering</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>DEEL A Vergoeding op basis van normbedragen</vet>
          </al>
          <al>In onderstaande normbedragen voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding
                            is tevens een bekostiging voor bouwvoorbereiding opgenomen. Deze
                            bekostiging omvat 8% (bij projecten tot een bruto vloeroppervlakte van
                            2500 m²) respectievelijk 5% (bij grotere projecten) van het aangegeven
                            normbedrag. Bij de uiteindelijke genormeerde bekostiging van een op het
                            programma geplaatste voorziening voor (vervangende) nieuwbouw en
                            uitbreiding wordt de toegekende genormeerde bekostiging voor de kosten
                            van de bouwvoorbereiding in mindering gebracht. Alle in deze bijlage
                            genoemde bedragen zijn incl. BTW.</al>
          <al>De in dit hoofdstuk opgenomen normbedragen voor het jaar 2010 zijn
                            aangepast conform de systematiek van prijsbijstelling en indexering die
                            is opgenomen in hoofdstuk 4, Indexering.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>1 School voor basisonderwijs</titel>
          </kop>
          <al>In dit hoofdstuk zijn genormeerde bedragen opgenomen voor:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>nieuwbouw (paragraaf 1.1);</al></li>
            <li nr="-"><al>uitbreiding (paragraaf 1.2);</al></li>
            <li nr="-"><al>tijdelijke voorziening (paragraaf 1.3);</al></li>
            <li nr="-"><al>eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair
                                    (paragraaf 1.4);</al></li>
            <li nr="-"><al>aanpassing (paragraaf 1.5) en</al></li>
            <li nr="-"><al>gymnastiek (paragraaf 1.6).</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>1.1 Nieuwbouw (permanente bouwaard)</vet>
          </al>
          <al>De financiële normering voor nieuwbouw valt uiteen in een viertal
                            kostencomponenten, te weten:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>kosten voor terrein;</al></li>
            <li nr="-"><al>bouwkosten;</al></li>
            <li nr="-"><al>toeslag voor het herstel van terrein en verhuiskosten bij
                                    vervangende bouw;</al></li>
            <li nr="-"><al>alleen voor speciale school voor basisonderwijs: toeslag voor
                                    een speellokaal.</al></li>
          </lijst>
          <al>In het geval van vervangende nieuwbouw waarbij sprake is van uitbreiding
                            van een gebouw ter vervanging van een ander gebouw, gelden de bedragen
                            zoals opgenomen in de financiële normering voor uitbreiding (permanente
                            bouwaard).</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Kosten voor terreinen</titel>
          </kop>
          <al>Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen, aangezien de
                            gemeente het bouwrijpe terrein om niet beschikbaar (eventueel na
                            aankoop) stelt en het juridisch eigendom overdraagt aan het
                            schoolbestuur. Indien een terrein dient te worden aangekocht, zullen de
                            kosten zichtbaar moeten worden gemaakt ten behoeve van het programma.
                            Ook bij het beschikbaar stellen van gemeentelijke terreinen kan het, ten
                            behoeve van de interne verrekening tussen de gemeentelijke diensten,
                            wenselijk zijn om de kosten van de terreinen zichtbaar te maken. Voor de
                            bepaling van de kosten voor het terrein wordt aangesloten bij de in de
                            gemeente gangbare wijze van waardevaststelling van terreinen. Voor de
                            minimaal benodigde oppervlakte van het terrein wordt verwezen naar
                            bijlage III, deel D. In geval van vervangende nieuwbouw (op dezelfde
                            plaats als het oude gebouw) behoren de kosten voor het slopen van het
                            oude gebouw tot de kosten voor terreinen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Bouwkosten</titel>
          </kop>
          <al>De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw, alsmede aanleg en
                            inrichting van het schoolterrein. De bekostiging bestaat uit een
                            startbedrag, waarin inbegrepen een aantel m² en een bedrag per m² voor
                            de overige m² bvo. Met deze bekostigingsbedragen kan en moet de in
                            bijlage III aangegeven bruto vloeroppervlakte worden gerealiseerd. De
                            bekostiging voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende
                            bedragen:</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="81*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="19*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Startbedrag, voor de realisatie van de eerste 350 m²
                                                bvo</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 789.640,53</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Elke volgende m² bvo</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 1.351,30</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>De bekostiging voor een speciale school voor basisonderwijs wordt
                            bepaald op basis van de volgende bedragen:</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="87*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="13*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Startbedrag, voor de realisatie van de eerste 670 m²
                                                bvo, waarin niet begrepen een eventueel
                                                speellokaal</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 1.279.455,29</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Elke volgende m² bvo, waarin niet begrepen een
                                                eventueel speellokaal</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 1.414,90</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Toeslag voor een eventueel speellokaal (90 m²
                                                bvo)</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 121.397,26</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Toeslag voor het herstel van terrein en verhuiskosten bij vervangende
                            bouw op dezelfde plaats</titel>
          </kop>
          <al>Indien vervangende nieuwbouw plaatsvindt op dezelfde plaats moet het
                            desbetreffende terrein daarna worden hersteld en dienen de leerlingen te
                            verhuizen naar een tijdelijke, vervangende locatie.</al>
          <al> De genormeerde bekostiging voor deze kosten, zoals hieronder opgenomen,
                            is gebaseerd op een vast bedrag per m² bvo, afhankelijk van het type
                            huisvesting dat gesloopt dient te worden.</al>
          <al> De bekostiging voor zowel een basisschool als een speciale school voor
                            basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="79*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="21*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Permanente bouw per m² bvo</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 54,78</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Tijdelijke bouw per m² bvo</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 37,59</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>
            <vet>1.2 Uitbreiding (permanente bouwaard)</vet>
          </al>
          <al>Voor uitbreiding van de huisvesting in permanente bouwaard tot 1035 m²
                            bruto vloeroppervlakte is onderstaand de financiële normering
                            weergegeven. Bij grotere uitbreidingen dient te worden uitgegaan van de
                            financiële normering voor nieuwbouw (permanente bouwaard) (paragraaf
                            1.1).</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Kosten voor terrein</titel>
          </kop>
          <al>Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen. Indien
                            uitbreiding van het terrein noodzakelijk is, wordt bij de bepaling van
                            de kosten voor het terrein dezelfde systematiek gevolgd als bij
                            nieuwbouw (paragraaf 1.1).</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Bouwkosten</titel>
          </kop>
          <al>De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw, alsmede extra
                            aanleg en inrichting van een deel van het schoolterrein. De bekostiging
                            bestaat uit een startbedrag en een bedrag per m² . Met deze
                            bekostigingsbedragen kan en moet de in bijlage III aangegeven bruto
                            vloeroppervlakte worden gerealiseerd.</al>
          <al>De bekostiging voor een basisschool wordt bepaald op basis van de
                            volgende bedragen:</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="80*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Startbedrag bij uitbreidingen van 115 m² bvo of
                                                groter</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 115.634,99</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Startbedrag bij uitbreidingen van 55 tot 115 m²
                                                bvo</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 77.089,99</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Naast het startbedrag voor elke m² bvo</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 1.540,38</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>De bekostiging voor een speciale school voor basisonderwijs wordt
                            bepaald op basis van de volgende bedragen:</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="88*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Startbedrag bij uitbreidingen van 105 m² bvo of
                                                groter</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 118.914,88</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Startbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 105 m²
                                                bvo</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 79.276,59</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Naast het startbedrag voor elke m² bvo, waarin niet
                                                begrepen een eventueel speellokaal</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 1.571,08</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Toeslag voor een eventueel afzonderlijk speellokaal
                                                (90 m² bvo) in combinatie met uitbreiding van de
                                                school</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 138.634,40</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Bekostiging voor een eventueel afzonderlijk
                                                speellokaal (90 m² bvo), zonder gelijktijdige
                                                uitbreiding van de school</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 254.887,70</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Toeslag voor het herstel van terrein en verhuiskosten bij vervangende
                            bouw op dezelfde plaats</titel>
          </kop>
          <al>Hiervoor gelden dezelfde bedragen als bij nieuwbouw (permanente
                            bouwaard).</al>
          <al>
            <vet>1.3 Tijdelijke voorziening</vet>
          </al>
          <al>De hierna genoemde bedragen zijn afgestemd op de investeringslasten ten
                            behoeve van voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Hierbij is
                            onderscheid gemaakt tussen enerzijds nieuwbouw als hoofdlocatie of
                            uitbreiding van een permanente locatie en anderzijds uitbreiding van een
                            bestaande tijdelijke voorziening. Daarnaast wordt ingegaan op
                            realisering van een tijdelijke voorziening door middel van huur van een
                            voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw. Wat betreft grondkosten wordt
                            ervan uitgegaan dat een tijdelijke voorziening in principe op het
                            aanwezige terrein kan worden gerealiseerd. Is dit niet het geval dan
                            geldt voor de beschikbaarstelling van terrein dezelfde procedure als bij
                            nieuwbouw (paragraaf 1.1).</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Nieuwbouw als hoofdlocatie/uitbreiding van permanente
                            hoofdlocatie</titel>
          </kop>
          <al>De bekostiging bestaat uit een startbedrag en een bedrag per m². In deze
                            bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de toeslag voor paalfundering, de
                            toeslag voor herstel en inrichting van terreinen alsmede eenmalige
                            aansluitkosten op nutsvoorzieningen.</al>
          <al>De bekostiging voor zowel een basisschool als een speciale school voor
                            basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="81*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="19*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m² bvo of
                                                groter</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 44.968,74</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m² bvo</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 29.979,16</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Naast het startbedrag voor elke m² bvo</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 1.105,09</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Uitbreiding van bestaande tijdelijke voorzieningen</titel>
          </kop>
          <al>De bekostiging bestaat uit een startbedrag en een bedrag per m². In deze
                            bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de toeslag voor paalfundering en
                            de toeslag voor herstel en inrichting van terreinen.</al>
          <al>De bekostiging voor zowel een basisschool als een speciale school voor
                            basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="81*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="19*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Startbedrag bij uitbreiding van 80 m² bvo of
                                                groter</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 25.277,29</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m²
                                                bvo</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 16.851,52</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Naast het startbedrag voor elke m² bvo</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 1.157,95</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Huur van voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen</titel>
          </kop>
          <al>Naast aankoop kan een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw ook worden
                            gehuurd.</al>
          <al>In principe zijn er twee typen huur mogelijk: huur van een noodlokaal en
                            huur van een bestaand gebouw. Beide soorten huur worden vergoed op basis
                            van werkelijke kosten (zie deel B: bekostiging op basis van feitelijke
                            kosten).</al>
          <al>
            <vet>1.4 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair</vet>
          </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Basisschool</titel>
          </kop>
          <al>Het bedrag voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair
                            tezamen bestaat uit een basisbedrag en een bedrag per m². De hierna
                            opgenomen bedragen zijn investeringsbedragen per school met een gegeven
                            aantal m². Bij uitbreiding wordt het uit te keren bedrag bepaald aan de
                            hand van het verschil tussen de investeringsbedragen van de school met
                            en zonder uitbreiding.</al>
          <al>De bekostiging voor een basisschool wordt bepaald op basis van de
                            volgende bedragen (in euro):</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="77*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="23*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Basisbedrag</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 35.221,62</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Naast het basisbedrag voor elke m² bvo</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 123,21</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Speciale school voor basisonderwijs</titel>
          </kop>
          <al>De bekostiging voor een speciale school voor basisonderwijs wordt
                            bepaald op basis van de volgende bedragen (in euro):</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="77*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="23*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Basisbedrag</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 74.727,64</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Naast het basisbedrag voor elke m² bvo</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 127,47</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>De bekostiging voor onderwijsleerpakket en meubilair voor de inrichting
                            van een speellokaal van een school voor speciaal basisonderwijs bedraagt
                            € 6.819,23.</al>
          <al>
            <vet>1.5 Aanpassing</vet>
          </al>
          <al>Alle aanpassingen worden vergoed op basis van werkelijke kosten (zie
                            deel B: bekostiging op basis van feitelijke kosten).</al>
          <al>
            <vet>1.6 Gymnastiek</vet>
          </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Bouwkosten nieuwbouw/uitbreiding</titel>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Nieuwbouw</titel>
          </kop>
          <al>De bekostiging van de bouwkosten voor nieuwbouw van een gymnastiekzaal
                            voor zowel een basisschool als een speciale school voor basisonderwijs
                            met een bruto vloeroppervlakte van 455 m² bedraagt € 830.111,76 (op het
                            schoolterrein) respectievelijk € 846.901,26 (op afzonderlijk terrein).
                            Deze bekostiging omvat tevens de kosten van fundering op staal, alsmede
                            de inrichting van het terrein. De grondkosten zijn hierin niet
                            begrepen.</al>
          <al> Indien paalfundering noodzakelijk is, wordt een toeslag gegeven
                            afhankelijk van de benodigde paallengte. </al>
          <al>De bekostiging wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="67*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte 1&lt;15 meter</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 16.696,78</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte 15&lt;20 meter</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 23.017,38</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte &gt;20 meter</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 32.326,90</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Uitbreiding</titel>
          </kop>
          <al>Bij uitbreiding van gymnastiekruimte wordt in eerste instantie
                            aangesloten bij de bekostiging voor nieuwbouw van een gymnastiekzaal met
                            een bruto vloeroppervlakte van 455 m².</al>
          <al>Bij kleine gymnastiekzalen, waarvan de oefenvloer een oppervlakte heeft
                            van 140 m² of minder, kan de oefenvloer worden uitgebreid tot een
                            oppervlakte van 252 m². Afhankelijk van de benodigde uitbreiding zien de
                            bedragen voor zowel een basisschool als een speciale school voor
                            basisonderwijs er als volgt uit:</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="70*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="30*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Uitbreiding met 112 t/m 120 m²</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 192.865,99</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Uitbreiding met 120 t/m 150 m²</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 234.455,09</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>Indien bij de uitbreiding van de oefenvloer paalfundering noodzakelijk
                            is, wordt een toeslag gegeven afhankelijk van de benodigde paallengte.
                            De bekostiging wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al>
          <table>
            <tgroup cols="3">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="42*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="29*"/>
              <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="29*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>
                      <vet>112-120 m²</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>
                      <vet>121-150 m²</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte 1&lt;15m</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 7.747,86 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 9.346,61 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte 15&lt;20m</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 12.946,88 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 16.179,43 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte &gt;=20m</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 21.166,73 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 26.458,41 </al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Onderwijsleerpakket en meubilair</titel>
          </kop>
          <al>De bekostiging voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket en
                            meubilair voor een gymnastiekzaal bedraagt voor zowel een basisschool
                            als een speciale school voor basisonderwijs € 47.186,03. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs</titel>
          </kop>
          <al>In dit hoofdstuk zijn genormeerde bedragen opgenomen voor:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>nieuwbouw (paragraaf 2.1);</al></li>
            <li nr="-"><al>uitbreiding (paragraaf 2.2);</al></li>
            <li nr="-"><al>tijdelijke voorziening (paragraaf 2.3);</al></li>
            <li nr="-"><al>eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair
                                    (paragraaf 2.4) en</al></li>
            <li nr="-"><al>gymnastiek (paragraaf 2.5).</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>2.1 Nieuwbouw (permanente bouwaard)</vet>
          </al>
          <al>De financiële normering valt uiteen in een vijftal kostencomponenten, te
                            weten:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>kosten voor terrein;</al></li>
            <li nr="-"><al>bouwkosten;</al></li>
            <li nr="-"><al>toeslag voor het realiseren van een afzonderlijk
                                    speellokaal;</al></li>
            <li nr="-"><al>toeslag voor het aanbrengen van een liftinstallatie;</al></li>
            <li nr="-"><al>toeslag voor het herstel van terreinen en verhuiskosten bij
                                    vervangende bouw.</al></li>
          </lijst>
          <al>In het geval van vervangende nieuwbouw waarbij sprake is van uitbreiding
                            van een gebouw ter vervanging van een ander gebouw en in het geval van
                            nieuwbouw van een nevenvestiging, gelden de bedragen zoals opgenomen in
                            de financiële normering voor uitbreiding (permanente bouwaard).</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Kosten voor terreinen</titel>
          </kop>
          <al>Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen, aangezien de
                            gemeente het terrein om niet beschikbaar (eventueel na aankoop) stelt en
                            het juridisch eigendom overdraagt aan het schoolbestuur. Indien een
                            terrein dient te worden aangekocht zullen de kosten zichtbaar moeten
                            worden gemaakt ten behoeve van het programma. Bij het beschikbaar
                            stellen van gemeentelijke terreinen kan het, ten behoeve van de interne
                            verrekening tussen de gemeentelijke diensten, wenselijk zijn om de
                            kosten van de terreinen zichtbaar te maken. Voor de bepaling van de
                            kosten voor het terrein wordt aangesloten bij de in de gemeente gangbare
                            wijze van waardevaststelling van terreinen. Voor de bepaling van de
                            minimale omvang van het terrein wordt verwezen naar bijlage III, deel D.
                            In geval van vervangende nieuwbouw (op dezelfde plaats als het oude
                            gebouw) behoren de kosten voor het slopen van het oude gebouw tot de
                            kosten voor terreinen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Bouwkosten</titel>
          </kop>
          <al>De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw, alsmede aanleg en
                            inrichting van het schoolterrein. De bekostiging bestaat uit een
                            startbedrag waarin inbegrepen een aantal m² en een bedrag per m² voor de
                            overige m² bvo. Met deze bekostigingsbedragen kan en moet de in bijlage
                            III aangegeven bruto vloeroppervlakte worden gerealiseerd.</al>
          <al>De bekostiging wordt bepaald op basis van de volgende bedragen (in
                            euro):</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="87*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="13*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Startbedrag, voor de realisatie van de eerste 677 m²
                                                bvo, waarin niet begrepen een eventueel
                                                speellokaal</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 1.231.268,82</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Elke volgende m² bvo, waarin niet begrepen een
                                                eventueel speellokaal</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 1.406,60</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Toeslag voor een eventueel speellokaal (90 m²
                                                bvo)</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 121.397,26</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Toeslag voor liftinstallatie</titel>
          </kop>
          <al>Indien bij nieuwbouw van een school een liftinstallatie wordt
                            aangebracht geldt het volgende bekostigingsbedrag:</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="68*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="32*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Lift, incl. aanbrengen schacht</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 119.320,88</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Toeslag voor het herstel van terrein en verhuiskosten bij vervangende
                            bouw op dezelfde plaats</titel>
          </kop>
          <al>Indien vervangende nieuwbouw plaatsvindt op dezelfde plaats moet het
                            desbetreffende terrein daarna worden hersteld en dienen de leerlingen te
                            verhuizen naar een tijdelijke, vervangende locatie.</al>
          <al>De genormeerde bekostiging voor deze kosten, zoals hieronder opgenomen,
                            is gebaseerd op een vast bedrag per m² bvo, afhankelijk van het type
                            huisvesting dat gesloopt dient te worden. </al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="79*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="21*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Permanente bouw per m² bvo</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 62,83</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Tijdelijke bouw per m² bvo</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 31,43</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>
            <vet>2.2 Uitbreiding (permanente bouwaard)</vet>
          </al>
          <al>Voor uitbreiding van de huisvesting in een permanente bouwaard tot 1000
                            m² bruto vloeroppervlakte is onderstaand de financiële normering
                            weergegeven. Bij grotere uitbreidingen dient te worden uitgegaan van de
                            financiële normering voor nieuwbouw (permanente bouwaard) (paragraaf
                            2.1). Dit geldt ook voor de nieuwbouw van een nevenvestiging.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Kosten voor terreinen</titel>
          </kop>
          <al>Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen. Indien
                            uitbreiding van het terrein noodzakelijk is, wordt bij de bepaling van
                            de kosten voor het terrein dezelfde systematiek gevolgd als bij
                            nieuwbouw (paragraaf 2.1).</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Bouwkosten</titel>
          </kop>
          <al>De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw, alsmede aanleg en
                            inrichting van een deel van het schoolterrein. De bekostiging bestaat
                            uit een startbedrag, een bedrag per m². Met deze bekostigingsbedragen
                            kan en moet de in bijlage III aangegeven bruto vloeroppervlakte worden
                            gerealiseerd. De bekostiging wordt bepaald op basis van de volgende
                            bedragen (in euro):</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="88*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Startbedrag bij uitbreidingen van 96 m² bvo of
                                                groter</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 107.701,61 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Startbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 96 m²
                                                bvo</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 71.801,07 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Naast het startbedrag voor elke m² bvo, waarin niet
                                                begrepen een eventueel speellokaal</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 1.574,19 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Toeslag voor een eventueel afzonderlijk speellokaal
                                                (90 m² bvo) in combinatie met uitbreiding van de
                                                school</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 121.397,26 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Bekostiging voor een eventueel afzonderlijk
                                                speellokaal (90 m² bvo), zonder gelijktijdige
                                                uitbreiding van de school</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 254.887,70 </al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Toeslag liftinstallatie</titel>
          </kop>
          <al>Indien bij uitbreiding van het gebouw tevens een liftinstallatie wordt
                            aangebracht kan aanspraak worden gemaakt op de volgende
                            bekostiging:</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="68*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="32*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Lift, incl. aanbrengen schacht</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 143.421,52</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Toeslag voor het herstel van terrein en verhuiskosten bij vervangende
                            bouw op dezelfde plaats</titel>
          </kop>
          <al>Voor deze toeslag gelden dezelfde voorwaarden en bedragen als bij
                            nieuwbouw (permanente bouwaard).</al>
          <al>
            <vet>2.3 Tijdelijke voorziening</vet>
          </al>
          <al>De hierna genoemde bedragen zijn afgestemd op de investeringslasten ten
                            behoeve van voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Hierbij is
                            onderscheid gemaakt tussen enerzijds nieuwbouw als hoofdlocatie of
                            uitbreiding van een permanente locatie en anderzijds uitbreiding van een
                            bestaande tijdelijke voorziening. Daarnaast wordt ingegaan op
                            realisering van een tijdelijke voorziening door middel van huur van een
                            voor tijdelijke gebruik bestemde voorziening. Wat betreft grondkosten
                            wordt ervan uitgegaan dat een tijdelijke voorziening in principe op het
                            aanwezige terrein kan worden gerealiseerd. Is dit niet het geval dan
                            geldt voor de beschikbaarstelling van terrein dezelfde procedure als bij
                            nieuwbouw (paragraaf 2.1).</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Nieuwbouw als hoofdlocatie/uitbreiding van permanente
                            hoofdlocatie</titel>
          </kop>
          <al>De bekostiging bestaat uit een startbedrag en een bedrag per m². In deze
                            bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de toeslag voor herstel en
                            inrichting van terreinen alsmede eenmalige aansluitkosten op
                            nutsvoorzieningen. De bekostiging voor een school voor (voortgezet)
                            speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="81*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="19*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m² bvo of
                                                groter</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 47.132,03</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m² bvo</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 31.849,93</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Naast het startbedrag voor elke m² bvo</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 1.082,74</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>Voor sloopkosten van het oude gebouw, herstel en inrichting van
                            terreinen alsmede voor tijdelijke verhuizing van de leerlingen kan een
                            aparte toeslag worden gegeven. Voor de bedragen wordt verwezen naar de
                            toeslag bij nieuwbouw (paragraaf 2.1).</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Uitbreiding van bestaande tijdelijke voorzieningen</titel>
          </kop>
          <al>De bekostiging bestaat uit een startbedrag en een bedrag per m². In deze
                            bedragen zijn begrepen de bouwkosten en de toeslag voor herstel en
                            inrichting van terreinen. De bekostiging wordt bepaald op basis van de
                            volgende bedragen (in euro):</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="81*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="19*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Startbedrag bij uitbreiding van 80 m² bvo of
                                                groter</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 25.630,15</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m²
                                                bvo</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 17.086,76</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Naast het startbedrag voor elke m² bvo</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 1.144,76</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>Voor sloopkosten van het oude gebouw, herstel en inrichting van
                            terreinen alsmede voor tijdelijke verhuizing van de leerlingen kan een
                            aparte toeslag worden gegeven. Voor de bedragen wordt verwezen naar de
                            toeslag bij nieuwbouw (paragraaf 2.1).</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Huur van voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen</titel>
          </kop>
          <al>Naast aankoop kan een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw ook worden
                            gehuurd. In principe zijn er twee typen huur mogelijk: huur van een
                            noodlokaal en huur van een bestaand gebouw. Beide soorten huur worden
                            vergoed op basis van werkelijke kosten (zie deel B: bekostiging op basis
                            van feitelijke kosten).</al>
          <al>
            <vet>2.4 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair</vet>
          </al>
          <al>Het bedrag voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair
                            tezamen bestaat uit een basisbedrag en een bedrag per m². De hierna
                            opgenomen bedragen zijn investeringsbedragen per school met een gegeven
                            aantal m². Bij uitbreiding wordt het uit te keren bedrag bepaald aan de
                            hand van het verschil tussen de investeringsbedragen van de school met
                            en zonder uitbreiding.</al>
          <table>
            <tgroup cols="3">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="21*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="19*"/>
              <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="60*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>
                      <vet>Basisbedrag</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>
                      <vet>Naast het basisbedrag voor elke m²
                                                bvo</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SO/VSO-doven</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 12.908,93 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 219,78 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SO/VSO-sh</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 114.378,23 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 284,84 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SO/VSO-esm</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 106.580,93 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 141,63 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SO/VSO-visg</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 151.259,56 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 270,33 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SO/VSO-lz</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 96.456,45 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 133,20 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SO/VSO-lg</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 113.556,39 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 259,67 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SO/VSO-zmlk</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 94.958,34 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 112,99 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SO/VSO-zmok</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 92.688,47 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 129,90 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SO/VSO-pi</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 93.507,82 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 141,06 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SO/VSO-mg</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 114.975,89 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 115,22 </al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>De bekostiging voor onderwijsleerpakket en meubilair voor de inrichting
                            van een speellokaal bedraagt € 6.819,23. </al>
          <al>
            <vet>2.5 Gymnastiek</vet>
          </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Bouwkosten nieuwbouw/uitbreiding</titel>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Nieuwbouw</titel>
          </kop>
          <al>De bekostiging van de bouwkosten voor nieuwbouw van een gymnastiekzaal
                            met een bruto vloeroppervlakte van 455 m² bedraagt € 830.111,76 (op het
                            schoolterrein) en € 846.901,26 (op afzonderlijk terrein). Deze
                            bekostiging omvat tevens de kosten van fundering op staal, alsmede de
                            inrichting van het terrein. De grondkosten zijn hierin niet
                            begrepen.</al>
          <al>Voor LG-scholen en MG-scholen met een LG- of MLK/ZMLK-component is er
                            een toeslag van 50 m² (grotere entree en kleed- en doucheruimten). Met
                            deze toeslag is een bedrag gemoeid van € 83.272,26. Indien paalfundering
                            noodzakelijk is, wordt een toeslag gegeven. Indien extra ruimte voor LG
                            en MG-scholen van 50 m² beschikbaar is gesteld, geldt een hogere toeslag
                            (tussen haakjes vermeld). De bekostiging wordt bepaald op basis van de
                            volgende bedragen:</al>
          <table>
            <tgroup cols="3">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="42*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="28*"/>
              <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="30*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte 1&lt;15m</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 16.696,78</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>(€ 21.052,26)</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte 15&lt;20m</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 23.017381</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>(€ 29.155,73)</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte &gt;=20m</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 32.326,90</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>(€ 41.960,00)</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Uitbreiding</titel>
          </kop>
          <al>Bij uitbreiding van gymnastiekruimte wordt in eerste instantie
                            aangesloten bij de bekostiging voor nieuwbouw van een gymnastiekzaal met
                            een bruto vloeroppervlakte van 455 m². Bij kleine gymnastiekzalen,
                            waarvan de oefenvloer een oppervlakte heeft van 140 m² of minder, kan de
                            oefenvloer worden uitgebreid tot een oppervlakte van 252 m². Afhankelijk
                            van de benodigde uitbreiding zien de bedragen er als volgt uit:</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="70*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="30*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Uitbreiding met 112 t/m 120 m²</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 192.865,99</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Uitbreiding met 120 t/m 150 m²</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 234.455,09</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>Indien bij de uitbreiding van de oefenvloer paalfundering noodzakelijk
                            is, wordt een toeslag gegeven afhankelijk van de benodigde paallengte.
                            De bekostiging wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al>
          <table>
            <tgroup cols="3">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="42*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="29*"/>
              <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="29*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>
                      <vet>112-120 m²</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>
                      <vet>121-150 m²</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte 1&lt;15m</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 7.747,86 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 9.346,61 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte 15&lt;20m</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 12.946,88 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 16.179,43 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte &gt;=20m</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 21.166,73 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 26.458,41 </al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Onderwijsleerpakket en meubilair</titel>
          </kop>
          <al>De bekostiging voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket en
                            meubilair voor een gymnastiekzaal voor (voortgezet) speciaal onderwijs
                            ziet er als volgt uit:</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="51*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>Schoolsoort</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>
                      <vet>Bedrag in euro</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SO-doven</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 37.628,01</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SO-sh/esm</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 37.407,27</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SO-visg</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 45.287,13</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SO-lg/mg</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 49.607,70</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SO-lz/pi</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 35.581,59</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SO-zmlk</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 35.581,59</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SO-zmok</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 35.508,37</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>VSO-doven</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 44.114,52</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>VSO-sh/esm</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 45.265,59</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>VSO-visg</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 53.851,29</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>VSO-lg/mg</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 55.246,25</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>VSO-lz/pi</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 43.477,06</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>VSO-zmlk</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 43.477,06</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>VSO-zmok</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 38.811,39</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SOVSO-doven</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 45.683,93</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SOVSO-sh/esm</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 48.972,40</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SOVSO-visg</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 55.883,70</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SOVSO-lg/mg</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 56.749,97</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SOVSO-lz/pi</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 47.182,79</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SOVSO-zmlk</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 47.182,79</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>SOVSO-zmok</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 39.251,79</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>3 School voor voortgezet onderwijs</al>
          <al>De financiële normering voor het voortgezet onderwijs is onderverdeeld
                            in:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>nieuwbouw/uitbreiding (paragraaf 3.1);</al></li>
            <li nr="-"><al>tijdelijke voorzieningen (paragraaf 3.2);</al></li>
            <li nr="-"><al>eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair (paragraaf
                                    3.3); en</al></li>
            <li nr="-"><al>gymnastiek (paragraaf 3.4).</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>3.1 Nieuwbouw en uitbreiding</vet>
          </al>
          <al>Er bestaat geen onderscheid in de normbedragen tussen nieuwbouw en
                            uitbreiding. Bij uitbreiding vindt veelal ook aanpassing van het
                            bestaande gebouw plaats (zie voor de vaststelling van het bedrag voor de
                            component 'aanpassing' deel B).</al>
          <al>De financiële normering voor nieuwbouw en uitbreiding valt uiteen in een
                            tweetal kostencomponenten:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>kosten van terreinen;</al></li>
            <li nr="-"><al>bouwkosten.</al></li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Kosten van terreinen</titel>
          </kop>
          <al>Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen, aangezien de
                            gemeente het terrein om niet beschikbaar (eventueel na aankoop) stelt en
                            het juridisch eigendom overdraagt aan het schoolbestuur. Indien een
                            terrein dient te worden aangekocht zullen de kosten zichtbaar moeten
                            worden gemaakt ten behoeve van het programma. Bij het beschikbaar
                            stellen van gemeentelijke terreinen kan het, ten behoeve van de interne
                            verrekening tussen de gemeentelijke diensten, wenselijk zijn om de
                            kosten van de terreinen zichtbaar te maken. Voor de bepaling van de
                            kosten voor het terrein wordt aangesloten bij de in de gemeente gangbare
                            wijze van waardevaststelling van terreinen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Bouwkosten</titel>
          </kop>
          <al>Bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw, inclusief fundering op
                            staal, alsmede de aanleg en inrichting van het schoolterrein. In het
                            bedrag voor de vaste normkosten wordt een tweetal bekostigingen
                            onderscheiden, te weten een bekostiging voor de ruimte-afhankelijke
                            kosten en een bekostiging voor de sectie-afhankelijke kosten. De
                            ruimte-afhankelijke kosten bestaan uit bedragen per m² bruto
                            vloeroppervlak voor de afzonderlijke ruimtesoorten van een schoolgebouw.
                            De indeling van deze bedragen geschiedt aan de hand van de hoofdindeling
                            van de ruimtelijke normering naar type ruimte zoals opgenomen in Bijlage
                            III, deel B.</al>
          <al> De sectie-afhankelijke kosten bestaan voor projecten vanaf 460 m² bruto
                            vloeroppervlak uit een vast bedrag per huisvestingsvoorziening, alsmede
                            een vast bedrag per sectie. Voor kleinere projecten worden geen
                            sectie-afhankelijke kosten per project toegekend. Deze kosten zijn
                            namelijk opgenomen in de bedragen voor de ruimte-afhankelijke kosten per
                            m² bruto vloeroppervlakte.</al>
          <al>De bedragen in de tabel omvatten vaste bedragen per m² bruto
                            vloeroppervlakte en vaste bedragen per voorziening. Voor de berekening
                            van de bekostiging voor de ruimte-afhankelijke kosten worden de
                            benodigde aantallen m² per type ruimte van de goedgekeurde
                            huisvestingsvoorziening, berekend op basis van Bijlage III, Deel C,
                            vermenigvuldigd met onderstaande bedragen per ruimtesoort. Berekening
                            van de bekostiging voor de sectie-afhankelijke kosten geschiedt door
                            optelling van de algemene vaste voet en de vaste voet voor de algemene
                            sectie of de werkplaatssectie, dan wel beide, afhankelijk van de secties
                            waaruit de op basis van Bijlage III goedgekeurde huisvestingsvoorziening
                            bestaat. De bekostiging voor de ruimte-afhankelijke kosten en de
                            bekostiging voor de sectie-afhankelijke kosten vormen tezamen de totale
                            bekostiging voor de vaste normkosten.</al>
          <al>
            <cursief>Bedragen voor ruimte-afhankelijke kosten per bruto m² (in
                                euro)</cursief>
          </al>
          <table>
            <tgroup cols="4">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="43*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="15*"/>
              <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="22*"/>
              <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>
                      <vet>&lt;460 m²</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>
                      <vet>460&lt;2500 m²</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>
                      <vet> &gt;=2500- m²</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Algemene en specifieke ruimte</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 2.114,11</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 1.254,66</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>€ 1.224,60</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Werkplaatsen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 2.094,88</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 1.670,32</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>€ 1.670,32</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Werkplaatsen consumptief</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 2.507,39</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 2.112,84</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>€ 2.112,84</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>Specifieke ruimte:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>(uiterlijke) verzorging/mode en commercie: huishoudkunde,
                                    gezondheidskunde, uiterlijke verzorging, mode en commercie;</al></li>
            <li nr="-"><al>handel/verkoop/administratie: verkooppraktijk, kantoorpraktijk,
                                    etaleren.</al></li>
          </lijst>
          <al>Werkplaatsen:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>techniek algemeen: bouwtechniek, machinale houtbewerking, meten,
                                    elektrotechniek, installatietechniek, lasserij, metaal,
                                    voertuigentechniek;</al></li>
            <li nr="-"><al>consumptief: werkplaats consumptieve techniek;</al></li>
            <li nr="-"><al>grafische techniek: werkplaats grafische techniek;</al></li>
            <li nr="-"><al>landbouw: groen-praktijk;</al></li>
          </lijst>
          <al>De overige ruimte is algemene ruimte.</al>
          <al>
            <cursief>Bedragen voor de sectie-afhankelijke kosten per voorziening (in
                                euro)</cursief>
          </al>
          <table>
            <tgroup cols="3">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="47*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="31*"/>
              <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="22*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>&lt; 460 m2</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>
                      <vet>&gt; 460 &lt; 2500 m²</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>
                      <vet>&gt;= 2500 m²</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Vaste voet algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 133.395,79 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 133.395,79 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Vaste voet algemene sectie</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 261.845,85 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 365.596,72 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Vaste voet werkplaatssectie</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 48.416,17 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 48.416,17 </al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>Tot de werkplaatssectie behoren de volgende werkplaatsen: bouwtechniek,
                            machinale houtbewerking, consumptieve techniek, meten, elektrotechniek,
                            grafische techniek, installatietechniek, lasserij, mechanische techniek
                            en motorvoertuigentechniek. De specifieke en algemene ruimten behoren
                            tot de algemene sectie. De overige theorie-, theorievak- en (specifieke)
                            vaklokalen en tevens de directie- en nevenruimten behoren tot de
                            categorie algemeen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Aanvullende normkosten</titel>
          </kop>
          <al>Bij de onderbouwing van het bedrag voor de vaste normkosten is uitgegaan
                            van een standaardlocatie. Echter, als gevolg van plaatselijke
                            omstandigheden kunnen extra kosten optreden. Voor een beperkt aantal
                            omstandigheden wordt een aanvullend bedrag beschikbaar gesteld. Dit
                            beperkt zich tot een tweetal aspecten, te weten fundering en
                            bemaling.</al>
          <al>In de hiervoor genoemde bekostigingsbedragen is uitgegaan van fundering
                            op staal. In veel gevallen zal echter paalfundering noodzakelijk zijn.
                            Het criterium voor toekenning van een bedrag voor (paal)fundering is het
                            op te stellen sonderingsrapport. De bekostiging is afhankelijk van de
                            benodigde paallengte en de omvang van de bouw in bruto vloeroppervlakte
                            (A). De bekostiging kan worden berekend aan de hand van de volgende
                            formules:</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Nieuwbouw en uitbreiding &lt; 1000 m2</titel>
          </kop>
          <table>
            <tgroup cols="3">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="61*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="23*"/>
              <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="16*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte 1 tot 15 meter</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 3.888,67</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 20,40</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte 15 tot 20 meter</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 4.139,98</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 34,51</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte 20 meter of langer</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 4.622,15</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 61,76</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Uitbreiding &gt;= 1000 m2</titel>
          </kop>
          <table>
            <tgroup cols="3">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="61*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="23*"/>
              <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="16*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte 1 tot 15 meter</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 4.748,76</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 7,15</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte 15 tot 20 meter</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 6.193,99</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 18,55</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte 20 meter of langer</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 9.406,08</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 37,49</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>Om in aanmerking te komen voor een aanvullende bedrag voor bemaling is
                            de grondwaterstand maatgevend. Indien deze grondwaterstand minder dan 1
                            meter onder het maaiveld ligt, is bemaling noodzakelijk en wordt een
                            bedrag per m² goedgekeurde terreinoppervlakte toegekend. De bekostiging
                            bedraagt € 13,25 per m² terrein.</al>
          <al>
            <vet>3.2 Tijdelijke voorziening</vet>
          </al>
          <al>Het bekostigingsbedrag voor een tijdelijke voorziening in het voortgezet
                            onderwijs is gebaseerd op een bekostigingsformule, afhankelijk van het
                            type voorziening. </al>
          <al>De volgende typen van tijdelijke voorzieningen worden
                            onderscheiden:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>nieuwbouw/uitbreiding tijdelijke lokalen;</al></li>
            <li nr="-"><al>huur van tijdelijke lokalen.</al></li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Nieuwbouw/uitbreiding tijdelijke lokalen</titel>
          </kop>
          <al>Het bedrag voor de huisvestingskosten van nieuwbouw en uitbreiding met
                            tijdelijke lokalen wordt vastgesteld aan de hand van de volgende
                            formule:</al>
          <al>€ 672,73* A + € 46.152,54 </al>
          <al>A = het toegekende aantal m² bruto vloeroppervlakte aan tijdelijke
                            huisvesting.</al>
          <al>Voor de berekening van A wordt verwezen naar bijlage III, deel C. Alle
                            directe en indirecte kosten gemoeid met de realisatie van de voorziening
                            moeten worden bestreden uit het ter beschikking gestelde bedrag. Tot die
                            kosten behoren onder meer het aansluiten van de tijdelijke
                            huisvestingsvoorziening op nutsvoorzieningen, de leges en het geschikt
                            maken van het terrein inclusief fundering voor de te plaatsen tijdelijke
                            huisvestingsvoorziening.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Huur van tijdelijke lokalen</titel>
          </kop>
          <al>Naast aankoop kan een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw ook worden
                            gehuurd. In principe zijn er twee typen huur mogelijk: huur van een
                            noodlokaal en huur van een bestaand gebouw. Beide soorten huur worden
                            vergoed op basis van werkelijke kosten (zie deel B: bekostiging op basis
                            van feitelijke kosten).</al>
          <al>
            <vet>3.3 Eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair</vet>
          </al>
          <al>De toekenning van een bekostiging voor eerste inrichting met inventaris
                            (leer- en hulpmiddelen en meubilair) is gekoppeld aan de
                            huisvestingsvoorzieningen nieuwbouw (niet zijnde vervangende nieuwbouw),
                            uitbreiding en ingebruikneming (niet zijnde ingebruikneming ter
                            vervanging van een bestaand gebouw) waarbij de eerste inrichting nog
                            niet eerder van overheidswege is bekostigd. Indien bij uitbreiding wordt
                            verwezen naar medegebruik is toekenning van inventaris slechts van
                            toepassing indien inventaris in de voor medegebruik aangewezen ruimte
                            ontbreekt dan wel niet geschikt is.</al>
          <al>De hoogte van de bekostiging is afhankelijk van het type ruimte dat
                            wordt gerealiseerd. Door het verschil te bepalen tussen de aanwezige
                            bruto vloeroppervlakte per ruimtetype en het te realiseren bruto
                            vloeroppervlakte per ruimtetype wordt de hoogte van de bekostiging
                            bepaald aan de hand van de in onderstaande tabel genoemde bedragen.</al>
          <al>
            <cursief>Normbedragen inventaris per ruimtetype (in euro)</cursief>
          </al>
          <table>
            <tgroup cols="3">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="24*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="60*"/>
              <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="16*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Algemene ruimte</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 145,36 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Specifieke ruimte</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>(Uiterlijke) verzorging/mode en commercie</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 339,72 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Handel/verkoop/administratie</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 207,82 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Praktijkonderwijs</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 279,03 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Werkplaatsen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Techniek algemeen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 356,42 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Consumptief</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 690,22 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Grafische techniek</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 1.319,59 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>Landbouw</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 0,00 </al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>Specifieke ruimte:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>(uiterlijke)verzorging/mode en commercie: huishoudkunde,
                                    gezondheidskunde, uiterlijke verzorging, mode en commercie;</al></li>
            <li nr="-"><al>handel/verkoop/administratie: verkooppraktijk, kantoorpraktijk,
                                    etaleren;</al></li>
            <li nr="-"><al>praktijkonderwijs: praktijkwerkplekken</al></li>
          </lijst>
          <al>Werkplaatsen:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>techniek algemeen: bouwtechniek, machinale houtbewerking, meten,
                                    elektrotechniek, installatietechniek, lasserij, metaal,
                                    voertuigentechniek;</al></li>
            <li nr="-"><al>consumptief: werkplaats consumptieve techniek;</al></li>
            <li nr="-"><al>grafische techniek: werkplaats grafische techniek;</al></li>
            <li nr="-"><al>landbouw: groen-praktijk;</al></li>
            <li nr="-"><al>praktijkonderwijs: praktijkwerkplekken.</al></li>
          </lijst>
          <al>De overige ruimte is algemene ruimte.</al>
          <al>
            <vet>3.4 Gymnastiek voortgezet onderwijs</vet>
          </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Bouwkosten nieuwbouw/uitbreiding</titel>
          </kop>
          <al>De bekostiging van de bouwkosten voor nieuwbouw van een gymnastiekzaal
                            met een bruto vloeroppervlakte van 455 m² bedraagt € 830.111,76 (op het
                            schoolterrein) respectievelijk € 846.901,26 (op afzonderlijk
                            terrein).</al>
          <al> De bekostiging voor de bouwkosten van een gymnastiekzaal omvat alle
                            schaal- en ruimteafhankelijke kosten, alsmede kosten voor de inrichting
                            van het terrein. De kosten voor de </al>
          <al>aankoop van grond zijn hierin niet begrepen. Indien paalfundering
                            noodzakelijk is, wordt een toeslag gegeven afhankelijk van de benodigde
                            paallengte. De bekostiging wordt bepaald op basis van de volgende
                            bedragen:</al>
          <table>
            <tgroup cols="2">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="67*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte 1&lt;15 meter:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 16.696,78 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte 15&lt;20 meter:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 23.017,38 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Paallengte &gt;=20 meter:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 32.326,90 </al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Medegebruik/huur van een niet-eigen lokaal</titel>
          </kop>
          <al>Naast gymnastiek in een eigen ruimte van de school is er tevens
                            gymnastiek mogelijk in een bestaande gymnastiekaccommodatie door middel
                            van medegebruik van een gymnastiekaccommodatie van een andere school, de
                            gemeente of een commerciële exploitant. Afhankelijk van de eigenaar van
                            de accommodatie is de school voor voortgezet onderwijs de volgende
                            bekostiging verschuldigd:</al>
          <al>a.Indien de gymnastiekruimte van een andere school voor voortgezet
                            onderwijs wordt gebruikt, wordt het variabele en het vaste deel van het
                            klokuurbedrag vergoed voor het aantal lesuren medegebruik. Voor de
                            hoogte van de bekostiging wordt aangesloten bij het vaste en variabele
                            deel van de klokuurbekostiging in het primair onderwijs.</al>
          <al>Indien de gymnastiekruimte van een school voor primair onderwijs wordt
                            gebruikt, wordt in ieder geval het variabele deel van het klokuurbedrag
                            vergoed voor het aantal lesuren medegebruik. Als de gebruiksduur van de
                            gymnastiekruimte vanwege het medegebruik door de VO-school boven de 26
                            klokuren uitkomt, dient de VO-school voor het aantal uren dat boven de
                            26 klokuren ligt ook het vaste deel van het klokuurbedrag te vergoeden. </al>
          <lijst>
            <li nr="b."><al>Indien een gymnastiekaccommodatie van de gemeente wordt
                                    gebruikt, is de school voor voortgezet onderwijs de gemeente een
                                    bedrag aan exploitatiekosten verschuldigd voor het aantal
                                    lesuren gebruik. Voor de hoogte van de bekostiging wordt
                                    aangesloten bij het vaste en variabele deel van de
                                    klokuurbekostiging in het primair onderwijs.</al></li>
            <li nr="c."><al>Indien een gymnastiekaccommodatie van een commerciële exploitant
                                    wordt gebruikt, betaalt de school voor voortgezet onderwijs de
                                    huurprijs (stichtingskosten en materiële instandhouding). De
                                    gemeente betaalt aan de school een stichtingskostenbekostiging
                                    als onderdeel van de huur. De hoogte van deze
                                    stichtingskostenbekostiging bedraagt het verschil tussen
                                    huurbedrag en het vaste en variabele deel van het klokuurbedrag
                                    voor het aantal uren gebruik. Voor de hoogte van het
                                    klokuurbedrag wordt aangesloten bij het vaste en variabele deel
                                    van de klokuurbekostiging in het primair onderwijs.</al></li>
          </lijst>
          <al>Voor de hoogte van het vaste deel van het klokuurbedrag onder a, b en c
                            wordt het vaste bedrag, zoals genoemd in de beleidsregel voor
                            bekostiging gymnastiekruimte voor basisonderwijs en (voortgezet)
                            speciaal onderwijs onderdeel 'Bekostiging per klokuur', gedeeld door 26.
                            Vermenigvuldiging van het op deze wijze verkregen bedrag met het aantal
                            uren resulteert in het totale vaste deel van de klokuurbekostiging dat
                            een school voor voortgezet onderwijs moet vergoeden. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Huur sportvelden</titel>
          </kop>
          <al>Gedurende maximaal 8 weken per jaar kan een school aanspraak maken op
                            een bekostiging van de huur van een sportveld. De bekostiging voor deze
                            kosten bedraagt € 19,26 per klokuur.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair</titel>
          </kop>
          <al>In geval van nieuwbouw (als eerste voorziening), uitbreiding en
                            ingebruikneming (niet zijnde ingebruikneming ter vervanging van een
                            bestaand gebouw) waarbij de eerste inrichting nog niet eerder van
                            overheidswege is bekostigd, bestaat aanspraak op bekostiging voor eerste
                            inrichting met leer- en hulpmiddelen en meubilair. Bij de voorzieningen
                            vervangende nieuwbouw en medegebruik bestaat geen aanspraak op eerste
                            inrichting met leer- en hulpmiddelen en meubilair. De bekostiging,
                            afhankelijk van het type toegekende gymnastiekaccommodatie wordt bepaald
                            op basis van de volgende bedragen (in euro):</al>
          <table>
            <tgroup cols="4">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="30*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/>
              <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/>
              <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>
                      <vet>Meubilair</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>
                      <vet>L.h.m</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>
                      <vet>Totaal</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Eerste lokaal</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 996,56 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 59.426,84 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>€ 60.423,40 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Tweede lokaal</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 996,56 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 46.357,45 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>€ 47.354,00 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Derde lokaal</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>€ 996,56 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 20.154,05 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>€ 21.150,61 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Oefenplaats 1</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 13.124,31 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>€ 13.124,31 </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>Oefenplaats 2</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>€ 1.515,02 </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>€ 1.515,02 </al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>4 Indexering</titel>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Werkelijke prijsontwikkeling</titel>
          </kop>
          <al>Jaarlijks worden de normbedragen aangepast aan de werkelijke
                            prijsontwikkeling tot 1 juli van het lopende jaar. Om te voorkomen dat
                            elk jaar alle tabellen aangepast zouden moeten worden, wordt jaarlijks
                            na 1 juli het prijsbijstellingscijfer bekendgemaakt. </al>
          <al>Voor de voorzieningen nieuwbouw en uitbreiding wordt als
                            prijsbijstellingscijfer aangehouden het verschil tussen het
                            CBS-indexcijfer 'Nieuwbouwwoningen; outputindex 2005 = 100 (inclusief
                            BTW)', gepubliceerd in de 'Maandstatistiek bouwnijverheid' van het CBS
                            over het tweede kwartaal van het lopende jaar en het tweede kwartaal van
                            het daaraan voorafgaande jaar.</al>
          <al>Voor de voorzieningen onderhoud, eerste inrichting leer- en hulpmiddelen
                            en meubilair en de klokuurbekostiging gymnastiek wordt als
                            prijsbijstellingscijfer aangehouden het verschil tussen het
                            CBS-indexcijfer 'Consumentenindex van alle huishoudens’ (NR-reeks),
                            gepubliceerd in de 'Maandstatistiek van de prijzen' van het CBS over de
                            maand juli van het lopende jaar en de maand juli van het daaraan
                            voorafgaande jaar.</al>
          <al>Indien de CBS-ondexcijfers ‘Nieuwbouwwoningen; outputindex 2005 = 100’
                            over het tweede kwartaal van het lopend jaar niet (tijdig) beschikbaar
                            zijn, worden de CBS-cijfers over het eerste kwartaal van het lopende én
                            het tweede kwartaal van het daaraan voorafgaande jaar gehanteerd.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Verwachte prijsontwikkeling ten behoeve van het programma</titel>
          </kop>
          <al>Naast de bijstelling van de prijzen tot 1 juli van het jaar waarin het
                            programma wordt vastgesteld is het noodzakelijk om een inschatting te
                            maken van het werkelijk prijsniveau in het jaar van uitvoering van het
                            programma. Dit is noodzakelijk om de hoogte van de bekostiging bij
                            vaststelling van het programma en het moment van bekostiging vast te
                            stellen. </al>
          <al>Voor de voorzieningen nieuwbouw en uitbreiding geldt als
                            prijsindexcijfer het MEV-cijfer (Macro-economische verkenningen) 'bruto
                            investeringen door bedrijven in woningen', zoals bekendgemaakt op de
                            derde dinsdag in september.</al>
          <al>Voor de voorzieningen onderhoud, eerste inrichting leer- en hulpmiddelen
                            en meubilair en de klokuurbekostiging gymnastiek geldt als
                            prijsindexcijfer het MEV-cijfer 'prijsmutatie van de netto-materiële
                            overheidsconsumptie', zoals bekendgemaakt op de derde dinsdag in
                            september.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>DEEL B Bekostiging op basis van feitelijke kosten</titel>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>In artikel 4 van deze verordening is aangegeven welke voorzieningen
                            worden vergoed op basis van normbedragen en welke voorzieningen worden
                            vergoed op basis van feitelijke kosten. Indien goedgekeurde
                            huisvestingsvoorzieningen, ingevolge artikel 4, derde lid laatste
                            volzin, worden vergoed op basis van feitelijke kosten, dient aan de in
                            dit deel van de bijlage opgenomen aanbestedingsregels te worden
                            voldaan.</titel>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>5 Europese aanbesteding</titel>
          </kop>
          <al>Voor opdrachten die vallen onder de Europese aanbesteding geldt de
                            richtlijn van de Europese Unie (2004/18/EG) met daarin de volgende
                            bedragen:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>€ 193.000 excl. BTW voor leveringen en diensten</al></li>
            <li nr="b."><al>€ 4.845.000 excl. BTW voor werken.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>DEEL C Bepaling medegebruikstarieven</vet>
          </al>
          <al>Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs, voor (voortgezet)
                            speciaal onderwijs en voor voortgezet onderwijs betaalt een bekostiging
                            voor het onderwijsgebruik. Deze bekostiging wordt gebaseerd op het
                            bedrag dat voor elke groep bij meer dan zes groepen door het ministerie
                            van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beschikbaar wordt gesteld binnen de
                            groepsafhankelijke programma’s van eisen, zoals jaarlijks gepubliceerd
                            door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. <vet>Bijlage V
                                Criteria voor de urgentie van de aangevraagde
                            voorzieningen</vet></al>
          <al>
            <vet>1 Volgorde van hoofdprioriteiten</vet>
          </al>
          <al>Huisvestingsvoorzieningen aangevraagd voor hetzelfde jaar die voldoen
                            aan de criteria, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdelen a, b
                            en c worden ter samenstelling van het programma en het overzicht
                            gerangschikt in volgorde van prioriteit.</al>
          <al>Ten eerste vindt de rangschikking plaats naar hoofdprioriteit:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>voorzieningen om capaciteitstekorten als bepaald op basis van
                                    bijlage III op te heffen;</al></li>
            <li nr="2."><al>voorzieningen noodzakelijk om een adequaat onderhoudsniveau te
                                    handhaven i.c. onderhoud van gebouwen voor primair
                                    onderwijs;</al></li>
            <li nr="3."><al>voorzieningen noodzakelijk om te voldoen aan bij of krachtens de
                                    wet gestelde verplichtingen bestaande uit aanpassingen voor
                                    zover deze geen capaciteitsuitbreiding inhouden;</al></li>
            <li nr="4."><al>voorzieningen die wenselijk zijn als gevolg van nieuwe
                                    onderwijskundige inzichten en/of gewenste bouwkundige
                                    aanpassingen om gebouwen aan te passen aan de eigentijdse eisen
                                    van het onderwijs.</al></li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Ad 1</titel>
          </kop>
          <al>Hieronder vallen nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting (los van
                            andere voorzieningen aangevraagd), verplaatsing noodlokalen, medegebruik
                            en het inpandig of deels inpandig creëren van lesruimten, inclusief
                            (voor zover van toepassing) het daarbij horende terrein en de eerste
                            inrichting. Ook vergroting van de capaciteit voor onderwijs in de
                            lichamelijke oefening bijvoorbeeld door nieuwbouw van een
                            gymnastiekruimte behoort tot deze hoofdprioriteit. Vervangende bouw en
                            ingebruikneming van een gebouw inclusief de noodzakelijke aanpassingen
                            vallen slechts in deze hoofdprioriteit, indien zij dienen om een tekort
                            aan capaciteit op te heffen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Ad 2</titel>
          </kop>
          <al>Vervangende bouw, ingebruikneming van een gebouw ter vervanging van een
                            ander gebouw inclusief de noodzakelijke aanpassingen, onderhoud in het
                            primair onderwijs, herstel van constructiefouten, herstel of vervanging
                            van schade in bijzondere omstandigheden en de aanpassing 'vervanging van
                            een oliegestookte verwarmingsinstallatie' in het primair onderwijs
                            vormen de tweede hoofdprioriteit.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Ad 3</titel>
          </kop>
          <al>Aanpassingen van gebouwen voor primair onderwijs met uitzondering van
                            het (deels) inpandig creëren van lesruimten en vervanging van een
                            oliegestookte verwarming vallen onder hoofdprioriteit 3.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Ad 4</titel>
          </kop>
          <al>Invulling van hoofdprioriteit 4 zal afhangen van de gevolgen van nieuwe
                            onderwijskundige inzichten voor gebouwen. Daarnaast vallen hieronder de
                            activiteiten van aanpassingen van meer algemene aard en herstel of
                            vervanging van schade in bijzondere omstandigheden voor zover dit niet
                            spoedeisend is.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>2 Nadere volgorde binnen de hoofdprioriteiten: de
                            subprioriteiten</titel>
          </kop>
          <al>Vervolgens wordt binnen elke hoofdprioriteit op basis van de
                            subprioriteit de nadere volgorde bepaald. Daarbij wordt voor enige
                            hoofdprioriteiten, namelijk de hoofdprioriteiten 2, 3 en 4, de
                            subprioriteit bepaald afhankelijk van de functie die een ruimte heeft.
                            Indien meerdere voorzieningen voor plaatsing op het programma in
                            aanmerking komen, worden de subprioriteiten steeds per voorziening
                            opnieuw toegepast.</al>
          <al>Onder lesruimten vallen: theorielokalen/leslokalen,
                            vaklokalen/speellokalen en gymnastiekruimten.</al>
          <al>Onder niet-lesruimten vallen: kabinetten, personeelsruimten en overige
                            nevenruimten binnen het gebouw.</al>
          <al>Onder het begrip overige ruimte vallen: bergingen, fietsenstallingen en
                            voorzieningen aan het terrein.</al>
          <al>
            <vet>2.1 Binnen de hoofdprioriteit 'voorzieningen om capaciteitstekorten
                                als bepaald op basis van bijlage III op te heffen' komt voor
                                plaatsing op het programma in aanmerking:</vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>als eerste die voorziening die relatief gezien een zo groot
                                    mogelijk kwantitatief tekort opheft in een situatie met
                                    herschikking van schoolgebouwen;</al></li>
            <li nr="b."><al>vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot
                                    mogelijk kwantitatief tekort opheft in een situatie zonder
                                    herschikking van schoolgebouwen en</al></li>
            <li nr="c."><al>vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot
                                    mogelijk kwantitatief tekort aan gymnastiekruimten opheft.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>2.2 Binnen de hoofdprioriteit 'voorzieningen noodzakelijk om een
                                adequaat onderhoudsniveau te handhaven' komt voor plaatsing op het
                                programma in aanmerking:</vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>als eerste die voorziening aan een gebouw waarbij volgens het
                                    bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c,
                                    de laagste score qua kwaliteit wordt toegekend;</al></li>
            <li nr="b."><al>vervolgens die voorziening aan een theorielokaal/leslokaal
                                    waarbij volgens het bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel
                                    7, lid 2 onder c, de laagste score qua kwaliteit wordt
                                    toegekend;</al></li>
            <li nr="c."><al>vervolgens die voorziening aan een
                                    vaklokaal/speellokaal/gymnastiekruimte waarbij volgens het
                                    bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c,
                                    de laagste score qua kwaliteit wordt toegekend;</al></li>
            <li nr="d."><al>vervolgens die voorziening aan een niet-lesruimte waarbij
                                    volgens het bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid
                                    2 onder c, de laagste score qua kwaliteit wordt toegekend;</al></li>
            <li nr="e."><al>vervolgens die voorziening aan een overige ruimte waarbij
                                    volgens het bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid
                                    2 onder c, de laagste score qua kwaliteit wordt toegekend.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>2.3 Binnen de hoofdprioriteit 'voorzieningen noodzakelijk om te
                                voldoen aan bij of krachtens de wet gestelde verplichtingen
                                waaronder aanpassingen voor zover deze geen
                                capaciteitsuitbre</vet>
            <vet>i</vet>
            <vet>ding betreffen' komt voor
                                plaatsing op het programma in aanmerking:</vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>als eerste de voorziening aan een gebouw dat niet voldoet aan de
                                    wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens
                                    het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste
                                    is;</al></li>
            <li nr="b."><al>vervolgens de voorziening aan een theorielokaal/leslokaal dat
                                    niet voldoet aan de wet- en regelgeving en waarbij de
                                    bouwkundige conditie volgens het rapport zoals bedoeld in
                                    artikel 7, lid 2 onder c, de minste is;</al></li>
            <li nr="c."><al>vervolgens de voorziening aan een
                                    vaklokaal/speellokaal/gymnastiekruimte dat niet voldoet aan de
                                    wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens
                                    het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste
                                    is;</al></li>
            <li nr="d."><al>vervolgens de voorziening aan een niet-lesruimte die niet
                                    voldoet aan de wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige
                                    conditie volgens het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2
                                    onder c, de minste is; en</al></li>
            <li nr="e."><al>vervolgens de voorziening aan een overige ruimte die niet
                                    voldoet aan de wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige
                                    conditie volgens het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2
                                    onder c, de minste is.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>2.4 Binnen de hoofdprioriteit 'voorzieningen die wenselijk zijn als
                                gevolg van nieuwe onderwijskundige inzichten en/of gewenste
                                bouwkundige aanpassingen om gebouwen aan te passen aan de
                                eigentijdse eisen van het onderwijs' komt voor plaatsing op het
                                programma in aanmerking:</vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>als eerste de voorziening aanpassing als gevolg van
                                    onderwijskundige vernieuwingen aan een gebouw dat aangepast
                                    wordt waarbij het aantal groepen leerlingen het hoogst is;</al></li>
            <li nr="b."><al>vervolgens de voorziening voor theorielokalen/leslokalen waarbij
                                    het percentage leerlingen waarvoor het nieuwe onderwijskundige
                                    beleid geldt het hoogst is;</al></li>
            <li nr="c."><al>vervolgens de voorziening voor
                                    vaklokalen/speellokalen/gymnastiekruimten waarbij het percentage
                                    leerlingen waarvoor het nieuwe onderwijskundige beleid geldt het
                                    hoogst is;</al></li>
            <li nr="d."><al>vervolgens de voorziening aan niet-lesruimte die als lesruimte
                                    in gebruik wordt genomen waarbij het percentage leerlingen
                                    waarvoor nieuw onderwijskundig beleid geldt het hoogst is;</al></li>
            <li nr="e."><al>vervolgens herstel of vervanging van schade in bijzondere
                                    omstandigheden, waarbij de ernst van de schade het hoogst is;
                                    en</al></li>
            <li nr="f."><al>vervolgens de activiteit ten behoeve van aanpassingen van meer
                                    algemene aard, waarbij de ouderdom van het niet-aangepaste
                                    gebouw het hoogst is.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet> Formulier voor aanvragen van voorzieningen in de
                                onderwijshuisvesting</vet>
          </al>
          <al>Per type aanvraag (programma, spoedeisende aanvraag of
                            bouwvoorbereiding) 1 formulier invullen</al>
          <al>
            <vet>1. </vet>
            <vet>Bestuursgegevens van het bevoegd gezag </vet>
          </al>
          <al>Naam:</al>
          <al>Adres:</al>
          <al>Postcode/Plaats:</al>
          <al>Contactpersoon huisvestingszaken: </al>
          <al>Telefoonnummer:</al>
          <al>Telefaxnummer:</al>
          <al>
            <vet>2. </vet>
            <vet>Type aanvraag </vet>
          </al>
          <al>De aanvraag betreft een: </al>
          <al>0 opneming in het programma </al>
          <al>0 aanvraag op basis van de spoedprocedure </al>
          <al>0 aanvraag bouwvoorbereiding </al>
          <al>Bij bouwvoorbereiding na invullen van 3a verder gaan met invullen van 5! </al>
          <al>
            <vet>3. </vet>
            <vet>Gegevens over de gewenste voorziening </vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>De aanvraag is bedoeld voor:</al><al> schoolnaam:</al><al> BRIN-nummer:</al><al> gebouwadres:</al><al> te gebouw(deel)nr.: </al><al> functie gebouw: </al><al> 0 hoofdgebouw van hoofdvestiging </al><al> 0 hoofdgebouw van nevenvestiging </al><al> 0 dislocatie van de hoofd-/nevenvestiging </al></li>
            <li nr="b."><al>Gevraagde voorziening</al><al> Te overleggen gegevens </al><al> 1 0 nieuwbouw A, B of C, E, F, J </al><al> 2 0 vervangende bouw B of C, D, E, F, J </al><al> 3 0 uitbreiding B of C, D (alleen invullen bij vervanging van
                                    gebouw), E, F, J </al><al> 4 0 ingebruikneming A (alleen bij nieuwe bekostiging), B of C,
                                    E/F, J </al><al> 5 0 verplaatsing noodlokalen C, E, J </al><al> 6 0 terrein ? </al><al> 7 0 eerste inrichting olp (PO) ? </al><al> 8A 0 eerste inrichting meubilair (PO) ? </al><al> 8B 0 toeslag meubilair als gevolg van de
                                    groepsgrootteverkleining (PO) </al><al> 9 0 eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair (VO) </al><al> 10 0 medegebruik G </al><al> 11 0 aanpassing B, D (enkel voor VO), E, F, J </al><al> 12 0 onderhoud (PO) C, D, E, J </al><al> 13 0 herstel van constructiefouten D, E </al><al> 14 0 herstel/vervanging van schade in geval van bijzondere
                                    omstandigheden E, H </al><al> 15 0 huur sportterrein VO I </al><al> Codering benodigde gegevens: </al></li>
            <li nr="a."><al>Beschikking van de minister inzake schikking van school of
                                    afdeling.</al></li>
            <li nr="b."><al>Prognose voor ten minste 15 jaren bij permanente bouwaard.</al></li>
            <li nr="c."><al>Prognose voor ten minste 4 jaren bij tijdelijke bouwaard.</al></li>
            <li nr="d."><al>Bouwkundige opname volgens het formulier 'bouwkundige
                                    opname'</al><al> a voor onderhoud en constructiefouten: desbetreffende
                                    element(en); </al><al> b voor vervangende bouw: alle gebouwelementen. </al></li>
            <li nr="e."><al>Alleen indien de feitelijke kostensystematiek van toepassing is:
                                    kostenraming.</al></li>
            <li nr="f."><al>(Eventueel) na bouwvoorbereiding: bouwplan en
                                    bouwbegroting.</al></li>
            <li nr="g."><al>Opgave van aantal groepen waarvoor medegebruik wordt gewenst en
                                    - indien bekend - gebouw waarin medegebruik wordt gewenst.</al></li>
            <li nr="h."><al>Aard van de schade, aard van de bijzondere omstandigheden en -
                                    bij inbraak - aangifte bij politie.</al></li>
            <li nr="i."><al>Opgave noodzaak en aantal lestijden gebruik.</al></li>
            <li nr="j."><al>Indien van toepassing: opgave (voorgenomen) beschikkingen
                                    (fusies/opheffingen/ verplaatsingen en dergelijke).</al></li>
            <li nr="c."><al>Gewenste omvang voorziening:</al><al> 0 bij voorziening 1/2/3/4/5/7/8A/8B/9/10/15: groepen/leerlingen </al><al> 0 bij voorziening 11/12/13/14 omschrijving werkzaamheden: </al></li>
            <li nr="d."><al>Gewenste bouwaard voorziening:</al><al> 0 permanent </al><al> 0 tijdelijk </al></li>
            <li nr="e."><al>Gewenste plaats voorziening (bij nieuwbouw/vervangende bouw
                                    ingebruikneming en verplaatsing noodlokalen):</al></li>
            <li nr="f."><al>Gewenste datum aanvang uitvoering</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>4. </vet>
            <vet>Spoedprocedure </vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Aanduiding omstandigheden spoedeisendheid:</al></li>
            <li nr="b."><al>Reden waarom voorziening niet kon worden aangevraagd in het
                                    kader van een nog vast te stellen programma:</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>5. </vet>
            <vet>Bouwvoorbereiding </vet>
          </al>
          <al>Te overleggen gegevens</al>
          <al>0 nieuwbouw A, B of C, E, J </al>
          <al>0 vervangende bouw B of C, D, E, J </al>
          <al>0 uitbreiding B of C, D (enkel bij vervanging van een gebouw), E, J </al>
          <al>Gewenste locatie van de voorziening:</al>
          <al>Gewenst tijdstip realisering:</al>
          <al>Bijlagen</al>
          <al>Aantal bijlagen bij dit formulier:</al>
          <al>Omschrijving bijlagen:</al>
          <al>1</al>
          <al>2</al>
          <al>3</al>
          <al>4</al>
          <al>5</al>
          <al>6</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Ondertekening</titel>
          </kop>
          <al>Ondergetekenden verklaren dat de aanvraag namens het bestuur van het
                            bevoegd gezag is ingediend.</al>
          <al>Plaats,</al>
          <al>Datum</al>
          <al>Voorzitter</al>
          <al>Secretaris</al>
          <al>Toelichting</al>
          <al>Het formulier is bedoeld om de werkzaamheden van de gemeente voor
                            onderwijshuisvesting zo effectief mogelijk gestalte te geven. Het
                            formulier ondersteunt de gemeente bij de verwerking en beoordeling van
                            aanvragen voor de huisvesting van het onderwijs. Essentiële gegevens
                            over de aanvraag, de gewenste voorziening en dergelijke kunnen op het
                            formulier worden ingevuld. Daarnaast zal een aantal gegevens worden
                            geleverd in rapporten, formulieren en dergelijke, die ook onderdeel
                            uitmaken van de onderbouwing van de noodzaak van de gewenste
                            voorziening.</al>
          <al>Aanvragen worden onderscheiden in aanvragen voor het programma, voor
                            spoedvoorzieningen en (eventueel afhankelijk van hetgeen opgenomen is in
                            de gemeentelijke verordening) voor bouwvoorbereiding. Per type aanvraag,
                            als hiervoor aangegeven, en per gebouw wordt gevraagd één formulier in
                            te dienen. Zo ontstaat voor de gemeente optimale duidelijkheid over
                            hetgeen het schoolbestuur in één bouwsituatie in of bij een gebouw wenst
                            te realiseren In het onderdeel 'gevraagde voorziening' kunnen
                            verschillende - met elkaar verband houdende - voorzieningen tegelijk
                            worden aangekruist.</al>
          <al>De formulieren maken het voor de gemeente mogelijk de aanvragen
                            eenvoudig te rubriceren voor de bekendmaking van ingediende aanvragen
                            aan alle schoolbesturen in de gemeente.</al>
          <al>Het gebouw(deel)nummer wordt gevraagd in de veronderstelling dat veel
                            gemeenten de nummers van OCenW/Cfi wensen te handhaven. Eventueel kan
                            daar een eigen nummer of in het geheel geen nummer ingevuld worden.</al>
          <al>Achter elke gevraagde voorziening (ook bij de aanvraag voor
                            bouwvoorbereiding) is door middel van een codering aangegeven welke
                            gegevens overgelegd moeten worden. In de verordening is de verplichting
                            de gegevens te leveren vastgelegd. Voor de prognose kan afhankelijk van
                            de bouwaard van de voorziening (permanent of tijdelijk) of de
                            prognosevereiste bij de voorziening met name bij aanpassing en onderhoud
                            worden gekozen voor een kortetermijnprognose of een
                            langetermijnprognose. Vanzelfsprekend dient de prognose te voldoen aan
                            het gestelde voor de desbetreffende onderwijssoort in bijlage II.</al>
          <al>Alleen indien de feitelijke kostensystematiek van toepassing is, moet de
                            begroting van de kosten worden ingediend. Indienen van een bouwplan en
                            bouwbegroting is slechts van toepassing bij een aanvraag nadat daaraan
                            voorafgaand bouwvoorbereiding heeft plaatsgevonden.</al>
          <al>Om een goed oordeel over de aanvraag mogelijk te maken, moeten alle
                            relevante factoren worden vermeld, dus ook eventuele herschikkingen die
                            het bevoegd gezag voornemens is uit te voeren.</al>
          <al>Indien de gemeente in de verordening bouwvoorbereiding voor andere
                            voorzieningen, zoals nieuwbouw en uitbreiding, mogelijk heeft gemaakt,
                            kan de gemeente bij bouwvoorbereiding het formulier uitbreiden met de
                            desbetreffende voorzieningen.</al>
          <al>
            <vet>Formulier voor het verstrekken van informatie over
                                lesgebouwen</vet>
          </al>
          <al>Per gebouw 1 formulier invullen. Dit formulier is bedoeld voor 'turn
                            around'-gebruik: eenmalig worden alle noodzakelijke gegevens verstrekt.
                            Daarna worden de wijzigingen doorgegeven.</al>
          <al>Datum ingang wijzigingen: (In te vullen door het bevoegd gezag)</al>
          <al>Datum vastlegging gegevens: (In te vullen door de gemeente)</al>
          <al>Basisgegevens</al>
          <al>Huidig gegeven</al>
          <al>Te wijzigen in:</al>
          <al>
            <vet>1. </vet>
            <vet>Bestuursgegevens van het bevoegd gezag </vet>
          </al>
          <al>Naam:</al>
          <al>Adres:</al>
          <al>Postcode/plaats:</al>
          <al>Bestuursnummer:</al>
          <al>Contactpersoon huisvestingszaken: </al>
          <al>Correspondentieadres:</al>
          <al>Telefoonnummer:</al>
          <al>Telefaxnummer:</al>
          <al>
            <vet>2. </vet>
            <vet>Gegevens van het instituut of de instelling
                            </vet>
          </al>
          <al>Schoolnaam:</al>
          <al>Denominatie(s):</al>
          <al>BRIN-nummer:</al>
          <al>Onderwijssoort en (eventueel) - afdelingen: </al>
          <al>0 Instituut bestaat enkel uit hoofdvestiging </al>
          <al>0 Instituut bestaat uit hoofd- en nevenvestiging Aantal
                            nevenvestigingen: waarvan in deze gemeente: </al>
          <al>
            <vet>3. </vet>
            <vet>Gegevens lesgebouw </vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Status gebouw:</al><al> 0 hoofdgebouw van de hoofdvestiging </al><al> 0 hoofdgebouw van de nevenvestiging </al><al> 0 dislocatie van de hoofd-/nevenvestiging </al></li>
            <li nr="b."><al>Gebouwgegevens:</al></li>
            <li nr="-"><al>Adres:</al></li>
            <li nr="-"><al>Bouwaard: permanent / noodbouw</al></li>
            <li nr="-"><al>Brutovloeroppervlakte (BVO) ---m² ---m²</al></li>
            <li nr="-"><al>Bouwjaar</al><al> Bij gebouw dat in verschillende bouwjaren gebouwd is: </al><al> 0 Bouwjaar deel 1 BVO deel 1 m² </al><al> 0 Bouwjaar deel 2 BVO deel 2 m² </al><al> 0 Bouwjaar deel 3 BVO deel 3 m² </al><al> Huidig gegeven </al><al> Te wijzigen in: </al></li>
          </lijst>
          <al>PO: capaciteit feitelijk: </al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>-- groepen --- groepen genormeerd:</al></li>
            <li nr="-"><al>-- groepen --- groepen</al></li>
            <li nr="a."><al>Additionele gegevens: ..............................</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>4. </vet>
            <vet>Gegevens over medegebruik </vet>
          </al>
          <al>(PO) aantal groepen medegebruik</al>
          <al>(VO) bruto vloeroppervlakte m² </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Ondertekening</titel>
          </kop>
          <al>Ondergetekenden verklaren namens het bevoegd gezag dat de doorgegeven
                            wijzigingen in de gemeentelijke administratie nodig zijn om een juiste
                            weergave van de gegevens van de vermelde school te continueren.</al>
          <al>Plaats, datum</al>
          <al>Voorzitter</al>
          <al>Secretaris</al>
          <al>Toelichting</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Algemeen</titel>
          </kop>
          <al>Dit formulier is bedoeld voor zogenaamd 'turn around'-gebruik, dat wil
                            zeggen na de eerste opgave behoeft het formulier slechts indien er
                            wijzigingen zijn te worden ingezonden. Alleen de te wijzigen gegevens
                            worden dan door het bevoegd gezag vermeld. Bij elektronische
                            uitwisseling van het formulier kunnen slechts de van toepassing zijnde
                            gegevens worden afgedrukt.</al>
          <al>Na verwerking zendt de gemeente een nieuw formulier met gegevens in de
                            kolom 'huidig gegeven' toe aan het bevoegd gezag. Dit maakt het mogelijk
                            voor het bevoegd gezag te controleren of verwerking van de wijzigingen
                            conform de opgave is geschied.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Basisgegevens</titel>
          </kop>
          <al>Nauwkeurig vastleggen en bijhouden van de gegevens voorkomt dat gemeente
                            en schoolbestuur uitgaan van verschillende huisvestingsgegevens.</al>
          <al>Er wordt gevraagd voor elk gebouw een formulier te verstrekken. Voor elk
                            gebouw wordt een aantal gegevens gevraagd. De meeste hiervan zijn al
                            bekend en liggen vast in de historische gegevens of BRHU voor het VO
                            zoals C¦i die heeft verstrekt.</al>
          <al>Het kan voorkomen dat een gebouw bestaat uit gedeelten die elk in een
                            verschillend jaar zijn gebouwd. In dat geval dient elk van de bouwjaren
                            apart te worden vermeld tezamen met de brutovloeroppervlakte van het
                            desbetreffende deel.</al>
          <al>Bij het verstrekken van de gegevens is in het formulier uitgegaan van de
                            beschrijving van de informatieverstrekking zoals opgenomen in de
                            verordening. Indien burgemeester en wethouders het noodzakelijk achten
                            om aanvullende gegevens te vervangen, dan kan in het formulier worden
                            voorzien in de mogelijkheid tot het verstrekken van deze informatie. Het
                            kan dan gaan om:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>gebouw(deel)nummer;</al></li>
            <li nr="-"><al>aantal bouwlagen;</al></li>
            <li nr="-"><al>kadastraal nummer;</al></li>
            <li nr="-"><al>oppervlakte terrein;</al></li>
            <li nr="-"><al>aanwezige lokalen, zo nodig te splitsen in:</al></li>
            <li nr="-"><al>groepslokalen (PO)/theorie(vak)lokalen (VO);</al></li>
            <li nr="-"><al>speellokaal (PO)/vaklokalen (VO);</al></li>
            <li nr="-"><al>werkplaatsen (VO); aanwezige overige ruimten/nevenruimten;</al></li>
            <li nr="-"><al>aanwezigheid van voorzieningen voor gehandicapten;</al></li>
            <li nr="-"><al>aanwezigheid van een rijwielberging.</al></li>
          </lijst>
          <al>Alvorens van deze mogelijkheid gebruik te maken, dient de gemeente wel
                            overleg te voeren met de schoolbesturen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Periodieke gegevens</titel>
          </kop>
          <al>Het is niet mogelijk om met dit formulier te voorzien in verstrekking
                            van periodieke gegevens aan burgemeester en wethouders. Levering van
                            periodieke gegevens vindt op basis van de verordening plaats door een
                            afschrift van het leerlingtelformulier inclusief een opgave van het
                            aantal leerlingen per locatie naar burgemeester en wethouders te
                            zenden.</al>
          <al>Om als gemeente goed inzicht te hebben in de benutting van de
                            onderwijshuisvesting is het nodig steeds inzicht te hebben in de actuele
                            situatie. Gevraagd wordt daarom wijzigingen steeds zo spoedig mogelijk
                            door te geven. Bij wijzigingen dient het bevoegd gezag ook de datum van
                            ingang van de wijzigingen op te geven.</al>
          <al>
            <vet>Formulier voor het verstrekken van informatie over eigen
                                gymnastiekrui</vet>
            <vet>m</vet>
            <vet>ten en jaarlijkse opgave gebruik
                                gymnastiekruimten</vet>
          </al>
          <al>Opgave eigen gymnastiekruimte eenmalig en bij wijzigingen verstrekken.
                            Opgave gewenst gebruik eerstvolgende schoollaar jaarlijks indienen per
                            instituut.</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Opgave gymnastiekruimte</al><al> Datum opgave: </al></li>
            <li nr="a."><al>Gebouwgegevens: Huidig gegeven Wijziging Adres: Bouwjaar:
                                    Oppervlakte oefenvloer: m²</al></li>
            <li nr="b."><al>Additionele gegevens: ..............</al></li>
            <li nr="b."><al>Opgave gewenst gebruik gymnastieklokaal voor het komend
                                    schooljaar</al><al> Gebruiker (instituut): </al><al> Aanduiding gymnastiekruimte waarvan het gebruik wordt gewenst: </al><al> Totaal aantal klokuren gewenst: </al><al> Opgave gewenste tijden: aantal klokuren </al><al> 0 maandagochtend maandagmiddag </al><al> 0 dinsdagochtend dinsdagmiddag </al><al> 0 woensdagochtend </al><al> 0 donderdagochtend donderdagmiddag </al><al> 0 vrijdagochtend vrijdagmiddag </al><al>Ondertekening</al><al>Ondergetekenden verklaren dat de opgave namens het bestuur van
                                    het bevoegd gezag is ingediend.</al><al>Plaats, datum</al><al>Voorzitter</al><al>Secretaris</al><al>Toelichting</al><al>Dit formulier ondersteunt de gemeente bij de planning van het
                                    gebruik van de gymnastieklokalen. Tevens biedt het formulier de
                                    mogelijkheid een (wijziging van een) opgave te doen van
                                    noodzakelijke gegevens van een gymnastiekruimte in eigendom van
                                    het schoolbestuur.</al></li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Gegevens over de gymnastiekruimte</titel>
          </kop>
          <al>Eenmalig, op basis van de situatie per 1 januari 1997, geeft het
                            schoolbestuur dat zelf eigenaar is van de gymnastiekruimte de gegevens
                            op. Bij wijzigingen in de gegevens - anders dan het gebruik - wordt
                            hernieuwd een opgave gedaan. Dit vorenstaande geldt zowel voor het
                            primair onderwijs als het voortgezet onderwijs.</al>
          <al>Het formulier beperkt zich tot de gebouwgegevens opgenomen in de
                            verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Eventueel gewenste
                            aanvullende gegevens (over brutovloeroppervlakte, over aanwezigheid van
                            was- en kleedgelegenheid bijvoorbeeld) kan de gemeente vragen opnemen in
                            het formulier. Voordat de gemeente daartoe overgaat, is wel overleg met
                            het bijzonder onderwijs nodig.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Opgave gewenst gebruik gymnastiekruimte</titel>
          </kop>
          <al>Voor het inroosteren van gymnastiekruimten doet het bevoegd gezag voor
                            elke school in het primair onderwijs jaarlijks voor het volgende
                            schooljaar een opgave van het aantal klokuren gewenst gebruik. Daarbij
                            geeft zij ook aan welke gymnastiekruimte zij wenst te gebruiken en
                            wanneer. Er is rekening gehouden met opgave van gewenste dagdelen
                            (ochtend en/of middag).</al>
          <al>Indien de gemeente ook het voortgezet onderwijs wenst te betrekken bij
                            het inroosteren van gymnastiekruimten, dan neemt de gemeente het op in
                            de verordening. Ook de instellingen voor voortgezet onderwijs geven dan
                            jaarlijks een opgave van het gewenst gebruik van gymnastiekruimten in
                            het volgende schooljaar.</al>
          <al>
            <vet>Berekeningsformulier Prognosemodel huisvesting voortgezet onderwijs
                                (VO)</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>Prognose voor huisvestingsvoorziening voor:</vet>
          </al>
          <al>behoort bij de aanvraag voor:</al>
          <al>met als datum en kenmerk: school:</al>
          <al>BRIN-nr.:</al>
          <al>vestiging:</al>
          <al>straat:</al>
          <al>status vestiging: hoofdvestiging/nevenvestiging</al>
          <al>status gebouw: hoofdgebouw/dislocatie</al>
          <al>Per gemeente onderstaande gegevens invullen/berekenen!</al>
          <al>Gegevens analyseperiode (zo mogelijk 6 jaar): </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Gegevens analyseperiode</titel>
          </kop>
          <table>
            <tgroup cols="8">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="42*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/>
              <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="5*"/>
              <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="5*"/>
              <colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="5*"/>
              <colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="5*"/>
              <colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="5*"/>
              <colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="26*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>
                      <vet>t-6</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>
                      <vet>t-5</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>
                      <vet>t-4</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al>
                      <vet>t-3</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al>
                      <vet>t-2</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al>
                      <vet>t-1</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al/>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>aantal 12-jarigen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al> = A</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>aantal 13-jarigen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al> = B</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>gemiddeld aantal</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al> (A + B) / 2 = C</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>1e leerjaar school</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al> = D</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>belangstellingspercentage:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al> SD/SX * 100 = E</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>schoolbevolking:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al> = F</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>vermenigvuldigingsfactor:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al> SF / SD = G</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>
            <cursief>(t is gewenst jaar start
                                bouw)</cursief>
            <cursief>Prognoseperiode</cursief>
          </al>
          <table>
            <tgroup cols="10">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="26*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/>
              <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="6*"/>
              <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="6*"/>
              <colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="6*"/>
              <colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="6*"/>
              <colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="16*"/>
              <colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="17*"/>
              <colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="5*"/>
              <colspec colname="col10" colnum="10" colwidth="5*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>PRIMOS-raming</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>
                      <vet>t</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>
                      <vet>t+1</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>
                      <vet>t+2</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al>
                      <vet>t+3</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al>
                      <vet>t+4</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al>
                      <vet>t+5</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al>
                      <vet>t+6</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col9">
                    <al>
                      <vet>t+7</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col10">
                    <al>
                      <vet>t+8</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>aantal 12-jarigen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col9">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col10">
                    <al/>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>aantal 13-jarigen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col9">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col10">
                    <al/>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>gemiddeld aantal</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col9">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col10">
                    <al/>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>belangstelling E</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col9">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col10">
                    <al/>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>vermenigvuldiging G</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col9">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col10">
                    <al/>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>schoolbevolking:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>t+9</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>t+10</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al>t+11</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al>t+12</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al>t+13</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al>t+14</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al>t+15</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col9">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col10">
                    <al/>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>aantal 12-jarigen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al>= H</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col9">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col10">
                    <al/>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>aantal 13-jarigen</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al>= I</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col9">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col10">
                    <al/>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>gemiddeld aantal</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al>(H + I) / 2 = J</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col9">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col10">
                    <al/>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>belangstelling E</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al>= K</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col9">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col10">
                    <al/>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>vermenigvuldiging G</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al>= L</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col9">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col10">
                    <al/>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>schoolbevolking:</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col4">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col5">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col6">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col7">
                    <al>J * K * L = M</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col8">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col9">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col10">
                    <al/>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
          <al>Toelichting</al>
          <al>In het voortgezet onderwijs bestaat er (nog) geen vastgesteld model dat
                            ook in de vorm van software beschikbaar is. Daarom zijn de rekenregels
                            zoals aangegeven in bijlage II onder 3 van de verordening voorzieningen
                            huisvesting onderwijs op dit formulier in schema gezet. Het is voor de
                            nauwkeurigheid van de prognose van belang dat het schema wordt ingevuld
                            voor alle gemeenten van waaruit leerlingen de vestiging waarvoor de
                            prognose wordt gemaakt bezoeken. Het uiteindelijke prognoseresultaat is
                            dan de som van de schoolbevolking (M) voor elk van de gemeenten in de
                            jaren t tot en met t+15.</al>
          <al>In de analyseperiode worden feitelijke gegevens gebruikt: het aantal 12
                            jarigen en het aantal 13-jarigen per 1 januari van de afgelopen zes jaar
                            (zo mogelijk) en het aantal leerlingen in het eerste leerjaar en in de
                            hele vestiging per 15 september/1 oktober daaraan voorafgaand. Bij
                            fusies gedurende de analyseperiode wordt gehandeld, alsof de fusie aan
                            het begin van die periode heeft plaatsgevonden.</al>
          <al>Door de leerlingen in het eerste leerjaar te sommeren (-D) en te delen
                            door de som van het </al>
          <al>gemiddelde aantal 12- en 13-jarigen (C) wordt het gemiddelde
                            belangstellingspercentage (E) berekend.</al>
          <al>De som van de schoolbevolking (F) gedeeld door de som van de leerlingen
                            in het eerste leerjaar levert de gemiddelde vermenigvuldigingsfactor G
                            op die in de prognoseperiode moet worden gebruikt. Bij veranderingen in
                            gedoceerd onderwijs wordt de vermenigvuldigingsfactor over de drie meest
                            recente jaren berekend.</al>
          <al>In de prognoseperiode wordt voor de 12- en 13-jarigen gebruikgemaakt van
                            de cijfers uit de meest recente PRIMOS-raming (die jaarlijks wordt
                            gemaakt).</al>
          <al>De te verwachten schoolbevolking in de prognoseperiode ontstaat door het
                            gemiddeld aantal 12- en13-jarigen te vermenigvuldigen met het
                            belangstellingspercentage en de vermenigvuldigingsfactor.</al>
          <al>NB: Mits gemeenten onderling niet te veel verschillen in toekomstige
                            ontwikkeling van de 12- en 13-jarigen, kunnen gemeenten van waaruit
                            slechts enkele leerlingen de vestiging bezoeken worden samengenomen
                            (hetgeen het rekenwerk enigszins beperkt).</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Formulier bouwkundige opname</titel>
          </kop>
          <al>Per voorziening en per gebouw (gedeelte) 1 formulier invullen</al>
          <al>1.School</al>
          <al>1. naam</al>
          <al>1. adres</al>
          <al>1. plaats</al>
          <al>1. BRIN-nummer</al>
          <al>1. gebouw (deel)nummer </al>
          <al>gebouw (-gedeelte) gehele
                            gebouw/theorielokaal;leslokaal/vaklokaal;speellokaal/niet
                            lesruimte/overige ruimte </al>
          <lijst>
            <li nr="2."><al>Opname</al><al> opnamedatum</al><al> opname door </al></li>
            <li nr="3."><al>Voorziening</al></li>
            <li nr="a."><al>(elementnummers, zoals aangegeven onder 4, vermelden)</al></li>
            <li nr="b."><al>0 noodzakelijk om een adequaat onderhoudsniveau te
                                    handhaven</al><al> 0 noodzakelijk om te voldoen aan bij of krachtens de wet
                                    gestelde eisen </al></li>
            <li nr="4."><al>Bouwkundige staat</al><al> element omschrijving gebouwonderdeel conditie (in %)</al><al> PO VO 1 2 3 4 5 6</al></li>
            <li nr="-"><al>buitenwanden</al><al> 17- - - vervangen/herstel buitenwanden </al><al> 18- - - herstel voegwerk </al><al> 20- - - vervangen buitenzonwering </al></li>
            <li nr="-"><al>binnenwanden</al><al> 9- - - vervangen binnenkozijnen buitenwandopeningen </al><al> 6- - - vervangen buitenkozijnen </al><al> 16- - - vervangen buitenkozijnen </al><al> 19- - - herstel entreepui </al></li>
            <li nr="-"><al>dakafwerkingen</al><al> 1- - - vervangen dakpannen, houtw. </al><al> 7- - - vervangen dakbedekking. HWA </al><al> 11- - - vervangen stenen dakbedekking </al></li>
            <li nr="-"><al>warmtedistributie</al><al> 101- - vervangen radiatoren, conv.</al></li>
            <li nr="-"><al>transport(-install)</al><al> 31- - - vervangen brandtrap </al><al> 13- - - vervangen buitentrap </al></li>
            <li nr="-"><al>terrein(-afwerking)</al><al> 21- - - vervangen rijwielstalling, st. </al><al> 41- - - vervangen erfafscheiding </al><al> 51- - - vervangen/herstel riol./bestr </al><al> 81- - - vervangen buitenberging </al><al> 12- - - vervangen rioolloods </al><al> 14- - - vervangen afrastering </al><al> 15- - - vervangen bestrating/riolering </al></li>
          </lijst>
          <al>Indien vervangende nieuwbouw wordt gevraagd, dienen naast de voorgaande
                            elementen ook de onderstaande elementen te worden ingevuld. Indien het
                            herstel van constructiefouten wordt gevraagd, wordt het element
                            aangevuld waarop de aanvraag betrekking heeft.</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>fundering</al></li>
            <li nr="-"><al>vloeren</al></li>
            <li nr="-"><al>dakconstructie</al></li>
            <li nr="-"><al>draagconstructie</al></li>
            <li nr="-"><al>vloerafwerkingen</al></li>
            <li nr="-"><al>plafondafwerkingen</al></li>
            <li nr="-"><al>warmteopwekking</al></li>
            <li nr="-"><al>waterleiding/ riolering</al></li>
            <li nr="-"><al>luchtbehandeling</al></li>
            <li nr="-"><al>elektrotechniek</al></li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Ondertekening</titel>
          </kop>
          <al>Ondergetekenden verklaren dat de opname van de bouwkundige staat van het
                            betreffende gebouw namens het bestuur van het bevoegd gezag van de
                            school is opgesteld,</al>
          <al>plaats, datum</al>
          <al>voorzitter secretaris</al>
          <al>Toelichting</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Algemeen</titel>
          </kop>
          <al>Voor de beoordeling van de bouwkundige staat van schoolgebouwen worden
                            in het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs vrijwel identieke
                            methoden gehanteerd. Het betreft een opnamemethodiek die is ontwikkeld
                            door de Rijksgebouwendienst (RGD).</al>
          <al>De beoordeling van de bouwkundige staat van schoolgebouwen wordt gemeten
                            aan de hand van de navolgende gobouwonderdelen:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>fundering</al></li>
            <li nr="-"><al>buitenwanden</al></li>
            <li nr="-"><al>binnenwanden</al></li>
            <li nr="-"><al>vloeren</al></li>
            <li nr="-"><al>dakconstructie</al></li>
            <li nr="-"><al>draagconstructie</al></li>
            <li nr="-"><al>buitenwandopeningen</al></li>
            <li nr="-"><al>vloerafwerkingen</al></li>
            <li nr="-"><al>plafondafwerkingen</al></li>
            <li nr="-"><al>dakafwerkingen</al></li>
            <li nr="-"><al>warmteopwekking</al></li>
            <li nr="-"><al>warmtedistributie</al></li>
            <li nr="-"><al>luchtbehandeling</al></li>
            <li nr="-"><al>elektrotechniek</al></li>
            <li nr="-"><al>transportinstallatie</al></li>
            <li nr="-"><al>terreinafwerkingen</al></li>
          </lijst>
          <al>In het primair onderwijs is ook het onderdeel 'waterleiding/riolering'
                            opgenomen.</al>
          <al>Op grond van de bij de Wet decentralisatie huisvestingsvoorzieningen
                            (Stb. 1996, 402) gevoegde 'kruisjeslijst', is het mogelijk de elementen
                            die zowel voor het primaire onderwijs (P0) als voor het voortgezet
                            onderwijs (VO) bij de gemeente kunnen worden aangevraagd, te selecteren.
                            De 'kruisjeslijst' is het overzicht met de elementen die voor rekening
                            van het bevoegd gezag dan wel de gemeente komen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Onderhoud primair onderwijs en aanpassing voortgezet
                            onderwijs</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Onderhoud dat kan worden aangevraagd bij de gemeente, PO</al></li>
            <li nr="1."><al>vervangen dakpannen, houtwerk, goten</al></li>
            <li nr="2."><al>vervangen rijwielstalling/-staanders</al></li>
            <li nr="3."><al>vervangen brandtrap</al></li>
            <li nr="4."><al>vervangen erfscheiding</al></li>
            <li nr="5."><al>vervangen/herstel riolering/bestrating</al></li>
            <li nr="6."><al>vervangen buitenkozijnen (inclusief hang- en sluitwerk)</al></li>
            <li nr="7."><al>vervangen dakbedekking (plat dak), hemelwaterafvoer</al></li>
            <li nr="8."><al>vervangen buitenberging</al></li>
            <li nr="9."><al>vervangen binnenkozijnen (inclusief hang- en sluitwerk)</al></li>
            <li nr="10."><al>vervangen radiatoren, convectors, leidingen</al></li>
            <li nr="b."><al>Aanpassing die kan worden aangevraagd bij de gemeente, VO</al></li>
            <li nr="1."><al>vervangen stenen dakbedekking, dakranden, dakvensters,
                                    lichtkoepels</al></li>
            <li nr="2."><al>vervangen rijwielloods</al></li>
            <li nr="3."><al>vervangen buitentrap</al></li>
            <li nr="4."><al>vervangen afrastering</al></li>
            <li nr="5."><al>vervangen bestrating/buitenriolering</al></li>
            <li nr="6."><al>vervangen buitenkozijnen</al></li>
            <li nr="7."><al>vervangen/herstel buitenwanden</al></li>
            <li nr="8."><al>herstel voegwerk</al></li>
            <li nr="9."><al>herstel entreepui</al></li>
            <li nr="10."><al>vervangen buitenzonwering</al></li>
          </lijst>
          <al>Opm.: Indien in een gemeente geen voortgezet onderwijs voorkomt, kunnen
                            de elementen 11 tot en met 20 worden geschrapt uit het formulier.</al>
          <al>Ten behoeve van een aanvraag voor onderhoud/aanpassing kan de noodzaak
                            worden vastgesteld met behulp van de beoordeling van de bouwkundige
                            staat. De elementen uit A en B zijn onder te brengen in de rubrieken van
                            het formulier dat wordt gehanteerd voor het vastleggen van de
                            bouwkundige staat. In het navolgend overzicht is aangegeven hoe de
                            elementen die bij de gemeente kunnen worden aangevraagd, zijn
                            ondergebracht bij de gebouwonderdelen van het formulier ter beoordeling
                            van de bouwkundige staat.</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>buitenwanden:</al><al> 17 vervangen/herstel buitenwanden </al><al> 18 herstel voegwerk </al><al> 20 vervangen buitenzonwering </al></li>
            <li nr="-"><al>binnenwanden:</al><al> 9 vervangen binnenkozijnen (incl. hang- en sluitwerk) </al></li>
            <li nr="-"><al>buitenwandopeningen:</al><al> 6 vervangen buitenkozijnen (incl. hang- en sluitwerk) (PO) </al><al> 16 vervangen buitenkozijnen (VO) </al><al> 19 herstel entreepui </al></li>
            <li nr="-"><al>dakafwerkingen:</al><al> 1 vervangen dakpannen. houtwerk, goten (PO) </al><al> 11 vervangen stenen dakbedekking, dakranden, dakvensters,
                                    lichtkoepels </al><al> 7 vervangen dakbedekking (plat dak), hemelwaterafvoer </al></li>
            <li nr="-"><al>warmtedistributie:</al><al> 1 vervangen radiatoren, convectors, leidingen </al></li>
            <li nr="-"><al>transport(-install.):</al><al> 3 vervangen brandtrap </al><al> 13 vervangen buitentrap </al></li>
            <li nr="-"><al>terrein(-afwerking):</al><al> 2 vervangen rijwielstalling (-staanders) (PO) </al><al> 4 vervangen erfscheiding (PO) </al><al> 5 vervangen/herstel riolering/bestrating (PO) </al><al> 12 vervangen rijwielloods (VO) </al><al> 14 vervangen afrastering (VO) </al><al> 15 vervangen bestrating/buitenriolering (VO) </al><al> 8 vervangen buitenberging (PO) </al></li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Vervangende nieuwbouw en herstel constructiefouten</titel>
          </kop>
          <al>De overige onderdelen (blad 2 van het formulier) behoeven alleen te
                            worden ingevuld indien de gevraagde voorziening de vervanging van het
                            gebouw of het herstel van constructiefouten betreft. Indien de
                            vervanging vanwege de bouwkundige staat van het gebouw noodzakelijk is,
                            moeten alle onderdelen worden ingevuld. Indien het herstel van
                            constructiefouten is gewenst, moet alleen het element worden ingevuld
                            waarop de constructiefout betrekking heeft. Het betreft de navolgende
                            gebouwonderdelen:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>fundering 5</al></li>
            <li nr="-"><al>buitenwanden 13</al></li>
            <li nr="-"><al>binnenwanden 7</al></li>
            <li nr="-"><al>vloeren 10</al></li>
            <li nr="-"><al>dakconstructie 12</al></li>
            <li nr="-"><al>draagconstructie 6</al></li>
            <li nr="-"><al>buitenwandopeningen 12</al></li>
            <li nr="-"><al>vloerafwerkingen 5</al></li>
            <li nr="-"><al>plafondafwerking 4</al></li>
            <li nr="-"><al>dakafwerking 8</al></li>
            <li nr="-"><al>warmteopwekking 4</al></li>
            <li nr="-"><al>warmtedistributie 4</al></li>
            <li nr="-"><al>luchtbehandeling 3</al></li>
            <li nr="-"><al>elektrotechniek 4</al></li>
            <li nr="-"><al>transport 1</al></li>
            <li nr="-"><al>terrein 2</al></li>
          </lijst>
          <al>De conditie van een gebouwonderdeel bepaalt de mate waarin het
                            wegingsgetal meetelt in de totale afweging, volgens de volgende
                            verdeling:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>conditie 1 0%</al></li>
            <li nr="-"><al>conditie 2 10%</al></li>
            <li nr="-"><al>conditie 3 20%</al></li>
            <li nr="-"><al>conditie 4 40%</al></li>
            <li nr="-"><al>conditie 5 80%</al></li>
            <li nr="-"><al>conditie 6 100%</al></li>
          </lijst>
          <al>Voorbeeld:</al>
          <al>buitenwandopeningen: 40% in conditie 3 en 60% in conditie 5</al>
          <al>40% * 20% + 60% * 80% = 56%</al>
          <al>de score is derhalve 56% van 12 = 6.72</al>
          <al>Op deze wijze kunnen de gebouwonderdelen in een onderlinge prioritering
                            worden gerangschikt. Indien de conditie van een gebouw ten opzichte van
                            een ander gebouw wordt afgewogen, bijvoorbeeld bij vervangende
                            nieuwbouw, bepaalt de som van de scores per gebouwonderdeel de totale
                            conditie van het gebouw ten opzichte van een ander gebouw.</al>
          <al>Toelichting specifiek</al>
          <al>Het formulier dient te zijn toegevoegd aan het formulier voor aanvragen
                            van voorzieningen in de onderwijshuisvesting indien bij de gevraagde
                            voorziening onder 'te overleggen gegevens' code D is vermeld. De
                            invulling van het formulier geschiedt door iemand met voldoende
                            bouwkundige expertise om de staat van de elementen van het gebouw te
                            relateren aan de omschrijving van de onderscheiden condities, zoals is
                            weergegeven onder 4 (bouwkundige staat).</al>
          <al>
            <vet>1. School</vet>
          </al>
          <al>Bij 'school' wordt, indien een gebouwnummer ontbreekt, de gebouwnaam
                            vermeld.</al>
          <al>Bij 'omvang' kan worden aangegeven of het formulier betrekking heeft op
                            het gehele gebouw of op een van de onderscheiden gebouwgedeelten. Voor
                            de bouwbepalingen wordt verwezen naar bijlage V, hoofdstuk 2.2, van de
                            verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Indien de voorziening
                            betrekking heeft op het gehele gebouw of één gebouwgedeelte
                            (bijvoorbeeld alleen het speellokaal) kan worden volstaan met het
                            formulier. Indien de voorziening betrekking heeft op meerdere
                            gebouwgedeelten moet voor ieder gebouwgedeelte een apart formulier
                            worden ingevuld. Dit is noodzakelijk om op basis van bijlage V van de
                            verordening voorzieningen huisvesting onderwijs, de prioriteiten te
                            kunnen stellen zoals deze zijn aangegeven in hoofdstuk 2.2 en 2.3.
                            Indien de gewenste voorziening noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan
                            bij of krachtens de wet gestelde eisen, bijlage V hoofdstuk 2.3, kan in
                            de meeste gevallen worden volstaan met een rapportage waaruit blijkt dat
                            de gewenste voorziening noodzakelijk is.</al>
          <al>
            <vet>3. Voorziening</vet>
          </al>
          <al>Bij 'voorziening' wordt, onder a, het elementnummer aangegeven dat
                            overeenkomt met de voorziening zoals deze op de aanvraag bij de gemeente
                            is ingediend. Het betreft de elementnummers zoals deze zijn aangegeven
                            onder punt 4 (bouwkundige staat) van het formulier.</al>
          <al>Tevens dient, onder b, te worden aangegeven of de gevraagde voorziening
                            noodzakelijk is om een adequaat onderhoudsniveau te handhaven (2.2) of
                            dat de voorziening noodzakelijk is om te voldoen aan bij of krachtens de
                            wet gestelde voorlichting (2.3). Het onderdeel dat niet van toepassing
                            is, kan worden doorgehaald.</al>
          <al>
            <vet>4. Bouwkundige staat</vet>
          </al>
          <al>Bij 'conditie' wordt aangegeven welk percentage van een gebouwonderdeel
                            in welke conditie verkeert. De invulling geschiedt zodanig dat het
                            totaal op 100% uitkomt. Om te kunnen voldoen aan het in bijlage I van de
                            huisvestingsverordening aangegeven noodzakelijkheidscriterium dient het
                            gehele bouwelement of het in ogenschouw genomen gedeelte van het
                            bouwelement ten minste in conditie 3, 4, 5 of 6 te verkeren. Het betreft
                            het percentage dat als ondergrens wordt gehanteerd om te bepalen of
                            bijvoorbeeld de buitenkozijnen voor vervanging in aanmerking komen. In
                            de eerste plaats wordt de conditie van een gebouwonderdeel bepaald door
                            de mate waarin de functies van het onderdeel zijn aangetast. In de
                            tweede plaats wordt de conditie van een onderdeel bepaald door de mate
                            van veroudering of aantasting. De condities zoals deze per
                            gebouwonderdeel worden aangetroffen, zijn als volgt gedefinieerd:</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Conditie 1</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>Algemeen: Nieuwbouwkwaliteit en/of met nieuwbouw vergelijkbare
                                    kwaliteit.</al></li>
            <li nr="-"><al>Functioneel: Functionele gebreken veroorzaakt door veroudering
                                    van materialen en constructies mogen niet voorkomen of
                                    voorgekomen zijn. Wel kunnen functionele gebreken voorgekomen
                                    zijn na bijvoorbeeld een calamiteit.</al></li>
            <li nr="-"><al>Veroudering: Tamelijk ernstige gebreken, ontstaan door
                                    veroudering, mogen niet voorkomen. Zeer incidenteel kunnen
                                    lichte mechanische beschadigingen voorkomen die niet bedreigend
                                    zijn voor het functioneren van (het deel van) het gebouw.</al></li>
            <li nr="-"><al>Basiskwaliteit: Het werk is onder meer als goed en degelijk te
                                    typeren. Zeer incidenteel kan een goed uitgevoerde en duurzame
                                    reparatie aangetroffen worden.</al></li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Conditie 2</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>Algemeen: Nieuwbouwkwaliteit met eerste tekenen van feitelijke
                                    veroudering.</al></li>
            <li nr="-"><al>Functioneel: Functionele gebreken kunnen zich incidenteel onder
                                    ongunstige omstandigheden voordoen. Functionele gebreken die
                                    onbruikbaarheid veroorzaken, mogen niet voorkomen.</al></li>
            <li nr="-"><al>Veroudering: Zeer incidenteel kan zich een ernstig gebrek in de
                                    vorm van bijvoorbeeld materiaalaantasting voordoen. Tamelijk
                                    ernstige gebreken, zoals duidelijke verweringsverschijnselen,
                                    kunnen zich incidenteel en plaatselijk voordoen.</al></li>
            <li nr="-"><al>Basiskwaliteit: Het werk is als redelijk tot goed te typeren.
                                    Plaatselijk kunnen goed uitgevoerde en duurzame reparaties
                                    worden aangetroffen.</al></li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Conditie 3</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>Algemeen: Het verouderingsproces is over de gehele linie
                                    duidelijk op gang gekomen.</al></li>
            <li nr="-"><al>Functioneel: Functionele gebreken kunnen zich incidenteel en
                                    plaatselijk onder normale omstandigheden voordoen. Functionele
                                    gebreken die onbruikbaarheid veroorzaken, mogen niet
                                    voorkomen.</al></li>
            <li nr="-"><al>Veroudering: Plaatselijk kunnen zich ernstige gebreken aan
                                    materialen en/of constructies voordoen zonder te resulteren in
                                    functionele gebreken. Tamelijk ernstige gebreken, zoals een
                                    duidelijke verwering, kunnen plaatselijk tot regelmatig
                                    voorkomen.</al></li>
            <li nr="-"><al>Basiskwaliteit: Het werk is als matig te typeren. Goed
                                    uitgevoerde en duurzame reparaties kunnen regelmatig voorkomen.
                                    Anderzijds kunnen ook plaatselijke reparaties worden
                                    aangetroffen die slecht zijn uitgevoerd en/of zijn uitgevoerd
                                    met minder geschikte materialen.</al></li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Conditie 4</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>Algemeen: Het verouderingsproces heeft het gebouwonderdeel
                                    duidelijk in zijn greep.</al></li>
            <li nr="-"><al>Functioneel: Functionele gebreken kunnen zich plaatselijk tot
                                    regelmatig voordoen onder normale omstandigheden. Functionele
                                    gebreken die onbruikbaarheid veroorzaken, kunnen zich in de
                                    afgelopen jaren incidenteel op beperkte schaal hebben voorgedaan
                                    naar aanleiding van veroudering van materialen en/of
                                    constructies.</al></li>
            <li nr="-"><al>Veroudering: Plaatselijk tot regelmatig kunnen zich ernstige
                                    gebreken aan materialen en/of constructies voordoen (incidenteel
                                    kunnen zich hierdoor functionele gebreken voordoen en/of hebben
                                    voorgedaan). Tamelijk ernstige gebreken, zoals een duidelijke
                                    verwering, kunnen algemeen voorkomen. Onderdelen die het directe
                                    functioneren van een deel van een gebouw niet bedreigen, kunnen
                                    vrijwel volledig zijn verdwenen.</al></li>
            <li nr="-"><al>Basiskwaliteit: Het werk is als zeer matig te typeren.</al></li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Conditie 5</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>Algemeen: Het verouderingsproces is min of meer onomkeerbaar
                                    geworden c.q. heeft het deel van een gebouw zeer duidelijk in
                                    zijn greep.</al></li>
            <li nr="-"><al>Functioneel: Functionele gebreken kunnen zich regelmatig
                                    voordoen. Functionele gebreken die de onbruikbaarheid
                                    veroorzaken, kunnen zich incidenteel plaatselijk voordoen en/of
                                    in de afgelopen jaren met duidelijke regelmaat op beperkte
                                    schaal hebben voorgedaan.</al></li>
            <li nr="-"><al>Veroudering: Regelmatig kunnen zich ernstige gebreken aan
                                    materialen en/of constructies voordoen (incidenteel kunnen zich
                                    hierdoor functionele gebreken voordoen en/of met enige regelmaat
                                    voorgedaan hebben). Tamelijk ernstige gebreken aan materialen
                                    en/of constructies kunnen tamelijk algemeen in duidelijk
                                    gevorderde stadia voorkomen. Onderdelen welke het directe
                                    functioneren (van het deel) van het gebouw bedreigen, kunnen
                                    duidelijke gebreken vertonen.</al></li>
            <li nr="-"><al>Basiskwaliteit: Het werk is als slecht te typeren.</al></li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Conditie 6</titel>
          </kop>
          <al>-Algemeen: Een zodanig slechte toestand dat dit niet meer te
                            classificeren is onder conditie 5.</al>
          <al>Omschrijving gebreken:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>ernstige gebreken:</al></li>
            <li nr="-"><al>functionele gebreken zoals lekkage, vochtdoorslag, vochtoptrek,
                                    niet beloopbaar zijn e.d.;</al></li>
            <li nr="-"><al>primaire constructieve gebreken: gebreken met betrekking tot
                                    verankering, oplegging, houtrot, corrosie, betonschade,
                                    delaminatie e.d.;</al></li>
            <li nr="-"><al>materiaalwezenlijke gebreken: houtrot, corrosie, betonschade,
                                    delaminatie e.d</al></li>
            <li nr="2."><al>tamelijk ernstige gebreken</al></li>
            <li nr="-"><al>materiaaloppervlakte-gebreken; verwering, erosie, afschilfering
                                    e.d.;</al></li>
            <li nr="-"><al>secundaire constructieve gebreken: doorbuiging, scheuren,
                                    vervorming e.d.;</al></li>
            <li nr="-"><al>gebreken aan beschermde afwerklagen.</al></li>
            <li nr="3."><al>geringe gebreken</al></li>
            <li nr="-"><al>esthetische gebreken, verkleuring, bekladding, vervuiling;</al></li>
            <li nr="-"><al>defecten aan kleine en/of ondergeschikte onderdelen.</al></li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Omschrijving gebouwonderdelen</titel>
          </kop>
          <al>De in het opnameformulier weergegeven gebouwonderdelen moeten vrij ruim
                            worden geïnterpreteerd. In principe moet het weergegeven onderdeel in
                            zijn algehele verschijningsvorm worden beoordeeld</al>
          <al>Bij de verschillende gebouwonderdelen is aangegeven welke elementen,
                            zoals deze kunnen worden aangevraagd bij de gemeente, behoren bij het
                            desbetreffende gebouwonderdeel. Indien een element wordt aangevraagd,
                            dient de conditie te worden ingevuld van het bijhorende deel van het
                            gebouw.</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>Buitenwanden: Zowel dragende als niet-dragende gevelwanden,
                                    inclusief isolatie en afwerking. maar zonder de
                                    buitenwandopeningen.</al><al> Elementen: 17 vervangen/herstel buitenwanden (VO) </al><al> 18 herstel voegwerk (VO) </al><al> 20 vervangen buitenzonwering (VO) </al></li>
            <li nr="-"><al>Binnenwanden: Zowel dragende als niet-dragende binnenwanden,
                                    inclusief binnenwandopeningen, afwerkingen etc.</al><al> Elementen: 9 vervangen binnenkozijnen (incl. hang- en
                                    sluitwerk) (PO)</al></li>
            <li nr="-"><al>Buitenwandopeningen: Alle openingen voor uitzicht, ventilatie en
                                    verkeer in een gevel.</al><al> Elementen: 6 vervangen buitenkozijnen (incl. hang- en
                                    sluitwerk) (PO) </al><al> 16 vervangen buitenkozijnen (VO) </al><al> 19 herstel entreepui (VO) </al></li>
            <li nr="-"><al>Dakafwerkingen: De waterdichte laag inclusief de direct onder of
                                    boven de laag aanwezige isolatie en inclusief eventuele
                                    goten.</al><al> Elementen: 1 vervangen dakpannen. houtwerk, goten (PO) </al><al> 11 vervangen stenen dakbedekking, dakranden. dakvensters,
                                    lichtkoepels (VO) </al><al> 7 vervangen dakbedekking (plat dak), hemelwaterafvoer (PO)
                                </al></li>
            <li nr="-"><al>Warmtedistributie: Verwarmingsleidingen. radiatoren/convectors
                                    etc., koud- en warmwaterleidingen.</al><al> Elementen: 10 vervangen radiatoren, convectors, leidingen
                                    (PO)</al></li>
            <li nr="-"><al>Transportinstallaties: Liftinstallaties, buitentrappen.</al><al> Elementen: 3 vervangen brandtrap (PO) </al><al> 13 vervangen buitentrap (VO) </al></li>
            <li nr="-"><al>Terrein(-afwerking): Alle afwerkingen van het terrein,
                                    bestrating en begroeiing. Buitenbergingen en
                                    erfafscheiding.</al><al> Elementen: 2 vervangen rijwielstalling (-staanders) (PO) </al><al> 4 vervangen erfscheiding (PO) </al><al> 5 vervangen/herstel riolering/bestrating (PO) </al><al> 12 vervangen rijwielloods (VO) </al><al> 14 vervangen afrastering (VO) </al><al> 15 vervangen bestrating/buitenriolering (VO) </al><al> 8 vervangen buitenberging (PO) </al></li>
          </lijst>
          <al>De navolgende gebouwonderdelen worden slechts geïnventariseerd indien de
                            totale vervanging van het gebouw wordt gewenst.</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>Fundering: Dit onderdeel heeft zowel betrekking op de eventuele
                                    dieptefundering (paalfundering), funderingsbalken, vloeren op
                                    grondslag, etc.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vloeren: Alle horizontale vloerdelen: op begane grond en
                                    verdiepingen, exclusief de afwerking.</al></li>
            <li nr="-"><al>Dakconstructie: De volledige opbouw van het dak, inclusief
                                    dakbalken, dakplaten, exclusief de dakafwerking.</al></li>
            <li nr="-"><al>Draagconstructie: Voornamelijk kolommen en balken.</al></li>
            <li nr="-"><al>Vloerafwerkingen: De toplaag van de vloer inclusief eventuele
                                    deklagen.</al></li>
            <li nr="-"><al>Plafondafwerkingen: Systeemplafonds, stuclagen, sauswerk,
                                    etc.</al></li>
            <li nr="-"><al>Warmteopwekking: Verwarmingsketels en warmwaterboilers, geisers,
                                    inclusief randapparatuur.</al></li>
            <li nr="-"><al>Waterleiding/sanitair: Warm- en koudwaterleidingen,
                                    toiletpotten, wastafels etc.</al></li>
            <li nr="-"><al>Luchtbehandeling: Mechanische ventilatie; afzuiging/toevoer
                                    luchtbehandelingskasten, randapparatuur,
                                    distributieleidingen.</al></li>
            <li nr="-"><al>Elektrotechniek: Alle elektrotechnische voorzieningen.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet> TOELICHTING</vet>
          </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>1 Algemene toelichting</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>1.1 Inleiding</vet>
          </al>
          <al>Sinds de decentralisatie van onderwijshuisvesting hebben gemeenten de
                            opdracht te voorzien in adequate huisvesting voor het primair en het
                            voortgezet onderwijs, op basis van een verordening. In deze algemene
                            toelichting wordt ingegaan op de totstandkoming van de Verordening
                            voorzieningen huisvesting onderwijs. Er wordt een kort overzicht gegeven
                            van de overwegingen die tot de decentralisatie van de
                            onderwijshuisvesting hebben geleid, van het belang ervan en van de wet.
                            Daarna wordt ingegaan op het belangrijkste instrument dat gemeenten
                            hebben om de nieuwe taak uit te voeren: de verordening. Een ander
                            belangrijk instrument voor het gemeentelijk beleid is het overleg met
                            het onderwijsveld. Op dat overleg, en op de functie van de verordening
                            daarin, wordt tot slot ingegaan.</al>
          <al>
            <vet>1.2 Het belang van de decentralisatie van de
                                onderwijshuisvesting</vet>
          </al>
          <al>De samenleving heeft belang bij goed onderwijs. Goed onderwijs is mede
                            afhankelijk van een goede infrastructuur, waaronder begrepen de
                            huisvesting van de scholen. Bij de realisatie van die huisvesting is het
                            van belang een situatie te creëren die zo goed mogelijk op de
                            omstandigheden van de school is toegesneden, tegen een zo laag mogelijke
                            prijs. Het gaat immers om de aanwending van gemeenschapsgelden. Deze
                            twee uitgangspunten, maatwerk en efficiency, vormden de belangrijkste
                            redenen voor decentralisatie van onderwijshuisvesting. Veel meer dan de
                            rijksoverheid is het immers voor gemeenten mogelijk bij het
                            huisvestingsbeleid rekening te houden met de omstandigheden van de
                            school en de overige lokale omstandigheden.</al>
          <al>De decentralisatie van de onderwijshuisvesting is dus op de eerste
                            plaats van belang voor scholen. Ook voor gemeenten, in hun rol van
                            overheid, is het echter van belang. Op tal van gemeentelijke
                            beleidsterreinen is immers sprake van huisvestingsbehoefte. Gemeenten
                            dienen de rol van beleidsbepalend coördinator en financier te vervullen
                            en zo een optimale afstemming tussen huisvestingsbehoefte, beschikbare
                            huisvestingscapaciteit en beschikbare middelen te bewerkstelligen. </al>
          <al>Enerzijds wordt hierdoor meer efficiency bereikt en anderzijds wordt de
                            inhoud van het lokale onderwijsbeleid via de huisvesting ondersteund.
                            Zou de gemeente bijvoorbeeld in het kader van het achterstandsbeleid
                            besluiten dat extra aandacht (en geld) wordt besteed aan een bepaalde
                            categorie leerlingen, dan kan daaraan gekoppeld worden dat daar ook in
                            de sfeer van de huisvesting een mogelijkheid voor wordt gecreëerd.</al>
          <al>Ook buiten de sfeer van het onderwijs heeft de nieuwe taak van gemeenten
                            inmiddels zijn vruchten afgeworpen. Zo worden nieuwe vormen van bouwen
                            gestimuleerd en heeft de groei van het aantal Brede Scholen een grote
                            vlucht genomen.</al>
          <al>Samenvattend kan gesteld worden dat niet alleen het onderwijs, maar ook
                            andere gemeentelijke beleidsterreinen kunnen profiteren van de
                            huisvestingsverantwoordelijkheid van gemeenten. Het spreekt voor zich
                            dat dit gebeurt in goed overleg met de betrokken schoolbesturen.</al>
          <al>
            <vet>1.3 De wet</vet>
          </al>
          <al>De verordening voorzieningen huisvesting onderwijs stoelt op de Wet op
                            het primair onderwijs (WPO), de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en
                            de Wet op de expertisecentra (WEC). De belangrijkste elementen uit de
                            wet zijn:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>de gemeenteraad heeft een zorgplicht voor alle
                                    huisvestingsvoorzieningen op het grondgebied van de
                                    gemeente;</al></li>
            <li nr="-"><al>de voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente
                                    verantwoordelijk zijn benoemd in de onderwijswetgeving;</al></li>
            <li nr="-"><al>de gemeenteraad heeft de plicht een verordening vast te stellen.
                                    In die verordening moet onder andere worden geregeld welke
                                    criteria de gemeente hanteert bij de beoordeling van verzoeken,
                                    hoe de bedragen voor de huisvestingsvoorzieningen worden
                                    vastgesteld, aan welke eisen schoolgebouwen moeten voldoen en
                                    welke procedures gelden voor aanvragen van schoolbesturen.
                                    Voordat de verordening wordt vastgesteld, wordt daarover overleg
                                    gevoerd met de schoolbesturen;</al></li>
            <li nr="-"><al>aan burgemeester en wethouders wordt opgedragen jaarlijks een
                                    bedrag vast te stellen. Dit bedrag is bestemd voor de
                                    bekostiging van huisvestingsvoorzieningen in het daaropvolgende
                                    jaar en moet zodanig worden vastgesteld dat daarmee
                                    redelijkerwijs kan worden voorzien in de
                                    huisvestingsbehoefte;</al></li>
            <li nr="-"><al>als de huisvestingsverzoeken zijn beoordeeld dient een zogenoemd
                                    programma te worden vastgesteld door de gemeenteraad. Dit
                                    programma bevat alle aangevraagde voorzieningen die het jaar
                                    daarop voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komen.
                                    Verzoeken die worden afgewezen komen op het zogenoemde overzicht
                                    te staan.</al></li>
          </lijst>
          <al>De afwijzingsgrond wordt daarbij vermeld;</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>de wet regelt ook de weigeringsgronden. Een voorziening wordt
                                    geweigerd indien:</al></li>
            <li nr="-"><al>niet aan de formele eisen voor indiening is voldaan;</al></li>
            <li nr="-"><al>de voorziening niet noodzakelijk is;</al></li>
            <li nr="-"><al>op een andere wijze in de behoefte kan worden voorzien,
                                    bijvoorbeeld door medegebruik. Om dat medegebruik te kunnen
                                    realiseren heeft de gemeente het recht leegstaande ruimte te
                                    vorderen van een schoolbestuur;</al></li>
            <li nr="-"><al>de voorziening noodzakelijk is als gevolg van verwijtbare
                                    nalatigheid van het schoolbestuur;</al></li>
            <li nr="-"><al>het door de gemeenteraad vastgestelde budget niet toereikend
                                    is;</al></li>
            <li nr="-"><al>in afwijking van hetgeen in de wet geregeld wordt, kan een
                                    gemeente met een schoolbestuur overeenkomen dat het
                                    schoolbestuur zelf verantwoordelijk is voor de
                                    huisvestingsvoorzieningen en daarvoor van de gemeente jaarlijks
                                    een bedrag ontvangt; de zogenaamde doordecentralisatie. Dit kan
                                    gaan om alle huisvestingsvoorzieningen, maar ook om een gedeelte
                                    daarvan. De gemeenteraad kan voorwaarden stellen aan de
                                    doordecentralisatie.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>1.4 Het overleg met het lokale onderwijsveld;
                            consensusmodel</vet>
          </al>
          <al>Alvorens in paragraaf 1.5 in te gaan op het formele instrument dat
                            gemeenten ter beschikking staat om de huisvestingstaak uit te voeren (de
                            verordening), wordt eerst ingegaan op het minstens zo belangrijke
                            instrument van het overleg.</al>
          <al>De wet schrijft een aantal malen overleg met bijzondere scholen of hun
                            vertegenwoordigers voor. Méér echter dan een wettelijke verplichting is
                            het overleg een instrument om lokaal onderwijs(huisvestings)beleid te
                            voeren. Het is niet alleen van belang om draagvlak te verkrijgen voor de
                            intenties van de gemeente, maar ook nuttig om inzicht te krijgen in de
                            wensen en mogelijkheden van schoolbesturen. Met name indien een gemeente
                            de onderwijshuisvesting wil inbedden in het bredere lokaal
                            onderwijsbeleid, is goed overleg onontbeerlijk.</al>
          <al>In paragraaf 1.5 wordt onder andere beschreven wat het programma, het
                            overzicht en de urgentiecriteria inhouden. De toepassing van deze
                            wettelijke instrumenten kàn ertoe leiden dat het huisvestingsbeleid niet
                            meer wordt dan het van jaar tot jaar toe- en afwijzen van ingediende
                            verzoeken. Op die wijze is het niet alleen onmogelijk om integraal
                            beleid te voeren; ook de ontwikkeling van een meerjarenperspectief is
                            dan niet aan de orde.</al>
          <al>Er kan echter, in overleg met het onderwijsveld, gekomen worden tot een
                            meerjarenplanning. Van de scholen wordt dan gevraagd inzicht te geven in
                            hun meerjarenplanning en de daaruit voortvloeiende huisvestingswensen.
                            De gemeente geeft aan wat, naar verwachting, de financiële mogelijkheden
                            zijn en of er ontwikkelingen op andere gemeentelijke beleidsterreinen
                            verwacht worden die mogelijk van invloed zijn op de
                            onderwijshuisvesting. Vervolgens wordt, in gezamenlijk overleg, een
                            planning voor de komende jaren vastgesteld. Op basis van deze (jaarlijks
                            te actualiseren) meerjarenplanning dienen de schoolbesturen hun
                            aanvragen in.</al>
          <al>Dit zogenaamde consensusmodel stelt eisen aan het overleg. Daarbij gaat
                            het zowel om de agenda als de deelnemers. Dit type overleg kan alleen
                            zinvol zijn als het niet wordt beperkt tot de 'techniek' van de
                            huisvesting, maar wordt verbreed tot de voornemens en wensen van alle
                            partijen op het brede onderwijsterrein. Dat stelt uiteraard ook eisen
                            aan de deelnemers. Overleg is alleen zinvol als men voldoende
                            deskundigheid, maar ook voldoende mandaat heeft. Bovendien geldt voor de
                            gemeente dat het noodzakelijk is een helder onderscheid aan te brengen
                            tussen de lokale overheidstaak en het bestuur van het openbaar
                            onderwijs. Dat betekent bij voorkeur dat aan het overleg een
                            representant van de gemeente en een representant van het openbaar
                            onderwijs deelnemen. Afhankelijk van de mate van verzelfstandiging van
                            het openbaar onderwijs en de keuze van de directiestructuur kan de
                            representant van het openbaar onderwijs een ambtenaar van de dienst
                            onderwijs of een lid van de (centrale) directie zijn. Het is uiteraard
                            van belang dat deze personen kunnen rekenen op een draagvlak binnen de
                            scholen die zij representeren. Om hiervan verzekerd te zijn kunnen
                            bijvoorbeeld de medezeggenschapsraden vooraf geconsulteerd worden. Als
                            het openbaar onderwijs is verzelfstandigd, neemt uiteraard het bevoegd
                            gezag deel aan het overleg. Voor het bijzonder onderwijs betekent dit
                            deelname door het schoolbestuur zelf, een representant daarvan met
                            bestuurlijk mandaat of een vertegenwoordiger van een aantal
                            schoolbesturen. Met name in gemeenten met veel schoolbesturen zal een
                            praktische keuze gemaakt moeten worden, om het overleg niet op een
                            'Poolse landdag' te laten uitlopen.</al>
          <al>Toepassing van het hiervoor beschreven consensusmodel betekent niet dat
                            er geen verordening behoeft te worden vastgesteld. Volgens de wet dient
                            iedere gemeente waar zich basis-, speciaal, of voortgezet onderwijs
                            bevindt een verordening te hebben. Ook al wordt die verordening niet
                            strikt toegepast, De uitkomsten van het consensusmodel zullen tot de
                            vaststelling van een programma (de beschikkingen) door de gemeenteraad
                            moeten leiden.</al>
          <al>Ook in het bovenbeschreven consensusmodel vormen de bepalingen in de
                            verordening de basis voor het onderwijshuisvestingsbeleid. Formeel
                            gezien kunnen er geen rechten ontleend worden aan de
                            meerjarenplanning.</al>
          <al>Om het consensusmodel een steviger juridische basis te geven kan worden
                            aangesloten bij de mogelijkheid die de onderwijswetten bieden om naast
                            de verordening afspraken te maken met een of meer schoolbesturen.</al>
          <al>
            <vet>1.5 De verordening</vet>
          </al>
          <al>De wet geeft gemeenten een belangrijk instrument om de huisvestingstaak
                            gestalte te geven: de verordening. De verordening dient de uitwerking te
                            vormen van een aantal wettelijke bepalingen. De belangrijkste daarvan is
                            dat de verordening zodanig moet worden opgezet dat kan worden 'voldaan
                            aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen
                            in de gemeente stelt'.</al>
          <al>In de VNG-modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs, die door
                            iedere gemeente op de gewenste lokale maat gesneden kan worden, is dat
                            principe uitgewerkt. Deze modelverordening is tot stand gekomen met
                            medewerking van een klankbordgroep, bestaande uit gemeentelijke
                            vertegenwoordigers, en na uitgebreid en constructief overleg met de
                            besturenorganisaties voor het bijzonder onderwijs.</al>
          <al>De verordening bestaat voor het belangrijkste deel uit bepalingen die
                            volgens de wet moeten worden opgenomen. Daarnaast is een aantal
                            facultatieve bepalingen opgenomen. Op het eerste gezicht lijkt de
                            verordening, en met name de bijlagen, vrij omvangrijk. De redenen
                            daarvoor zijn de volgende: alhoewel het sterk de voorkeur heeft om in
                            overleg met de schoolbesturen (zie hiervoor paragraaf 1.4) het
                            huisvestingsbeleid gestalte te geven, dient de verordening zodanig van
                            inhoud te zijn dat die in juridische zin voldoende waarborgen biedt om,
                            ook in beroep, de gemeentelijke beslissingen te kunnen dragen. Dat
                            gegeven leidt tot meer bepalingen dan op het eerste gezicht wenselijk
                            lijkt.</al>
          <al>Bovendien vervangt de modelverordening het grootste deel van het
                            omvangrijke scala aan rijksregelgeving en andere voorschriften.
                            Gemeenten hebben nu eenmaal niet dezelfde variëteit aan
                            regelgevingsmogelijkheden die het rijk heeft, dus alle regels moeten in
                            de vorm van een verordening worden gegoten.</al>
          <al>
            <vet>1.5.1 Uitgangspunten</vet>
          </al>
          <al>De modelverordening heeft de volgende uitgangspunten:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>Integraal gemeentelijk huisvestingsbeleid;</al></li>
            <li nr="-"><al>Efficiency;</al></li>
            <li nr="-"><al>Maatwerk;</al></li>
            <li nr="-"><al>Gelijke behandeling van openbaar en bijzonder onderwijs.</al></li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Integraal gemeentelijk beleid</titel>
          </kop>
          <al>In de modelverordening is uitgegaan van integraal gemeentelijk
                            huisvestingsbeleid. Dat betekent dat niet op voorhand een scheiding
                            wordt aangebracht tussen primair, speciaal en voortgezet onderwijs.
                            Hieruit vloeit niet alleen voort dat ervan uit wordt gegaan dat de
                            gemeenteraad één budget vaststelt voor alle mogelijke
                            huisvestingsvoorzieningen, maar ook dat bij het opstellen van de
                            beoordelingscriteria waar mogelijk wordt uitgegaan van één
                            systematiek.</al>
          <al>Om het mogelijk te maken dat het onderwijshuisvestingsbeleid zoveel
                            mogelijk wordt ingebed in het totale gemeentelijke beleid, wordt bij de
                            aanvraag- en toekenningsprocedure de gemeentelijke begrotingscyclus
                            gevolgd. Op die wijze wordt bewerkstelligd dat een brede lokale afweging
                            wordt gemaakt binnen het totaal aan beschikbare gemeentelijke middelen.
                            Het programma met daarop de huisvestingsvoorzieningen die door de
                            gemeente worden vergoed, wordt in principe dan ook gelijktijdig met de
                            begroting vastgesteld. Op die wijze zijn het bedrag op de begroting en
                            de toegekende voorzieningen altijd met elkaar in overeenstemming. Er is
                            dus geen sprake van een vooraf vastgesteld budget, waarna vervolgens
                            zoveel voorzieningen worden toegekend als het budget toelaat. Een
                            dergelijke handelwijze kan ertoe leiden dat niet voldaan wordt aan de
                            opdracht tot adequate huisvesting, omdat absoluut noodzakelijke
                            voorzieningen niet aan bod komen. Evenzeer is het denkbaar dat
                            voorzieningen die niet absoluut noodzakelijk zijn worden toegekend,
                            omdat er nu eenmaal budget is. Dat 'overtollige' budget kan wellicht
                            beter ingezet worden voor andere gemeentelijke beleidsterreinen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Efficiency</titel>
          </kop>
          <al>Het is belangrijk om zorgvuldig om te gaan met gemeenschapsgeld. Daarom
                            heeft dit item een groot accent gekregen in de verordening. De inzet is
                            het zoveel mogelijk gebruik maken van bestaande huisvestingscapaciteit.
                            Dat komt tot uitdrukking in de beoordelingscriteria die worden toegepast
                            bij verzoeken om nieuwe huisvestingsvoorzieningen, maar bijvoorbeeld ook
                            bij het toekennen van ruimte voor gymnastiekonderwijs. Bij dat laatste
                            wordt het uitgangspunt verlaten dat bij een bepaalde omvang van het
                            gebruik recht bestaat op een 'eigen' gymlokaal, en wordt uitgegaan van
                            gemeentelijke accommodaties die beschikbaar worden gesteld voor het
                            onderwijs.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Maatwerk</titel>
          </kop>
          <al>Het maatwerk komt onder andere tot uitdrukking in de mate van autonomie
                            die aan schoolbesturen wordt gegeven; er worden slechts minimale normen
                            voor huisvestigingsvoorzieningen vastgelegd. De modelverordening gaat
                            ook niet uit van een genormeerd systeem van periodieke toekenning van
                            bedragen voor groot onderhoud en renovatie. Als dergelijke voorzieningen
                            gewenst zijn, dan wordt de noodzaak ervan getoetst.</al>
          <al>Het maatwerk komt ook tot uitdrukking in de wijze waarop de bekostiging
                            van de kosten van bepaalde voorzieningen tot stand komt. De wet schrijft
                            voor dat de gemeenteraad daarvoor normen vastlegt. In de
                            modelverordening is ervoor gekozen de bekostiging voor alle
                            voorzieningen waarvoor dat mogelijk is, te normeren in de vorm van een
                            soort van programma van eisen. Voor de voorzieningen waarvoor dat niet
                            mogelijk is wordt uitgegaan van de offertelijn. Die houdt in dat een
                            schoolbestuur bij de aanvraag een begroting overlegt. Na eventuele
                            bijstelling daarvan wordt een voorlopig bekostigingsbedrag vastgesteld.
                            Als de voorziening door burgemeester en wethouders is goedgekeurd,
                            vraagt het schoolbestuur een aantal offertes op. Op basis daarvan wordt
                            vervolgens het definitieve bekostigingsbedrag bepaald. Op die wijze
                            ontstaat ook in de bekostiging van de voorzieningen het benodigde
                            maatwerk. In de artikelsgewijze toelichting is aangegeven dat ook de
                            bekostigingsbedragen die genormeerd zijn, kunnen worden vervangen door
                            de offertelijn.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Gelijkstelling onderwijs</titel>
          </kop>
          <al>Als laatste, maar zeker niet onbelangrijkste uitgangspunt, kan de
                            gelijke behandeling van openbaar en bijzonder onderwijs genoemd
                            worden.</al>
          <al>
            <vet>1.5.2 De structuur</vet>
          </al>
          <al>De modelverordening is opgesteld volgens het 'ladenkastprincipe'. Dit
                            houdt in dat de bepalingen voor de onderwijssoorten die in een gemeente
                            niet voorkomen, gemakkelijk verwijderd kunnen worden. Dat geldt ook voor
                            facultatieve bepalingen, zoals het toekennen van een bekostiging voor de
                            kosten van bouwvoorbereiding. Verder zijn alle bepalingen waar keuzen
                            gemaakt zijn op het gebied van termijnen duidelijk aangegeven. De
                            gekozen termijnen kunnen zodoende makkelijk vervangen worden.</al>
          <al>De modelverordening bevat een aanzienlijk aantal vrij technische
                            bepalingen. Dit geldt met name voor de bouwkundige en financiële
                            normering en de urgentie- en prognosecriteria. Omwille van de
                            inzichtelijkheid bestaat de modelverordening daarom uit een zgn.
                            rompverordening met bijlagen. In de romp staan bepalingen die in hun
                            algemeenheid voor iedere gemeente gelden, zoals de
                            begripsomschrijvingen, de aanvraagprocedure en de competentieverdeling
                            tussen raad en college van burgemeester en wethouders. Verder is een
                            aantal 'kapstokbepalingen' opgenomen. Deze maken het mogelijk dat een
                            nadere uitwerking plaatsvindt in de bijlagen. Romp en bijlagen vormen
                            overigens in juridische zin één geheel. De totstandkoming en wijziging
                            van de bijlagen zullen op dezelfde wijze dienen plaats te vinden als die
                            van de romp. Dat betekent overigens niet dat iedere wijziging tot een
                            nieuwe vaststelling door de gemeenteraad moet leiden. Wanneer het gaat
                            om zaken die jaarlijks bijgesteld moeten worden, zoals normbedragen, is
                            die bijstelling opgedragen aan burgemeester en wethouders.</al>
          <al>
            <vet>1.5.3 De procedures van aanvragen en afhandeling</vet>
          </al>
          <al>Wat de procedures betreft wordt aangesloten bij de gemeentelijke
                            begrotingscyclus. De totale cyclus, die start met vaststelling of
                            (indien noodzakelijk) wijziging van de verordening en eindigt met de
                            uitvoering van de huisvestingsvoorziening, vindt plaats in drie
                            kalenderjaren. In het schema op blz. 11 wordt geschetst welke
                            activiteiten in welk jaar moeten plaatsvinden, waarbij met jaar 't' het
                            jaar van uitvoering van de huisvestingsvoorziening door het
                            schoolbestuur is bedoeld. De aangegeven maanden zijn uiteraard
                            indicatief.</al>
          <al>Er is bij de aanvraagprocedures geen onderscheid gemaakt tussen voor
                            blijvend en voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Beide worden
                            op hetzelfde moment en voor hetzelfde programma aangevraagd. Indien zich
                            calamiteiten voordoen, waarbij de voortgang van het onderwijs belemmerd
                            wordt, kan een spoedprocedure gevolgd worden. Naar verwachting zal hier
                            weinig gebruik van hoeven te worden gemaakt.</al>
          <al>
            <vet>1.5.4 De normering</vet>
          </al>
          <al>De wet draagt gemeenten op om in de verordening bouwkundige en
                            financiële normen vast te leggen. Het vastleggen van financiële normen
                            is volledig overgelaten aan gemeenten. Deze vaststelling moet zodanig
                            plaatsvinden, dat een schoolbestuur vooraf weet waar het op kan
                            rekenen.</al>
          <al>Voor de bouwkundige normering is er wel sprake van centrale regelgeving.
                            Met name in het Bouwbesluit worden eisen aan gebouwen, waaronder
                            schoolgebouwen, gesteld. Ook zijn in het Uitvoeringsbesluit
                            voorzieningen in de huisvesting PO/VO (Stb. 1997, 125) minimale
                            oppervlaktenormen gegeven. Aanvullend daarop zijn in de modelverordening
                            enkele minimale eisen opgenomen.</al>
          <al>De bouwkundige normering dient twee doelen. Enerzijds wordt daarmee
                            bepaald aan welke eisen nieuwe voorzieningen moeten voldoen. Anderzijds
                            kan uit de bouwkundige normering informatie worden ontleend over de
                            capaciteit en de functionaliteit van een bestaand gebouw. Deze
                            informatie is belangrijk om te beoordelen of er een nieuwe voorziening
                            aan een gebouw getroffen moet worden.</al>
          <al>Ten aanzien van de financiële normering zijn er twee opties: een strikt
                            genormeerde lijn en een offertelijn (deze opties worden in 1.5.1 onder
                            maatwerk beschreven). Ook kan een combinatie van beide worden
                            gekozen.</al>
          <al>
            <vet>1.5.5 Beoordelings- en urgentiecriteria</vet>
          </al>
          <al>Beoordelingscriteria zijn onontbeerlijk voor de vaststelling of een
                            verzoek in principe voor bekostiging in aanmerking komt. Als voldaan is
                            aan de beoordelingscriteria, wordt aan de hand van de urgentiecriteria
                            en het beschikbare budget vastgesteld of een voorziening daadwerkelijk
                            bekostigd wordt. Omdat één budget voor alle schoolsoorten het
                            uitgangspunt is, gelden de urgentiecriteria ook voor alle schoolsoorten.
                            Dat betekent dat is gezocht naar een methode om verzoeken van
                            verschillende schoolsoorten onderling vergelijkbaar te maken.</al>
          <al>De urgentiecriteria worden onderscheiden in vier hoofdgroepen:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>voorzieningen die nodig zijn om een kwantitatief tekort op te
                                    heffen (te weinig ruimte);</al></li>
            <li nr="2."><al>voorzieningen die nodig zijn om een adequaat onderhoudsniveau te
                                    handhaven;</al></li>
            <li nr="3."><al>noodzakelijke aanpassingen aan gebouwen die voortkomen uit bij
                                    of krachtens de wet gestelde verplichtingen;</al></li>
            <li nr="4."><al>voorzieningen die wenselijk zijn om kwalitatieve tekorten op te
                                    heffen die het gevolg zijn van nieuwe onderwijskundige inzichten
                                    en/of gewenste bouwkundige aanpassingen (bijvoorbeeld andere
                                    indeling gebouw), doch die als zodanig niet verplicht zijn.</al></li>
          </lijst>
          <al>De vier hoofdgroepen moeten vervolgens weer onderscheiden worden in een
                            aantal subgroepen. Voorbeeld: er zijn in een bepaald jaar drie verzoeken
                            om uitbreiding. Deze verzoeken vallen in hoofdgroep 1. Binnen die
                            hoofdgroep moet worden vastgesteld welke uitbreiding het meest urgent
                            is. Dit kan bijvoorbeeld door te bepalen dat de school waar relatief de
                            grootste groei plaatsvindt, de hoogste prioriteit heeft.</al>
          <al>Alle binnengekomen verzoeken worden dus eerst beoordeeld aan de hand van
                            wettelijke voorschriften en de gemeentelijke beoordelingscriteria. De
                            voorzieningen die deze toets niet doorstaan, komen op het overzicht. De
                            voorzieningen die overblijven worden met behulp van de urgentiecriteria
                            in volgorde van prioriteit geplaatst. Vervolgens wordt aan de hand
                            hiervan bepaald welke voorzieningen het volgende jaar vergoed worden.
                            Deze komen op het programma te staan. Op grond van de bijbehorende
                            normbedragen of de bedragen die op basis van de offertelijn zijn
                            vastgesteld, wordt vervolgens het bedrag bepaald dat de gemeenteraad
                            voor deze voorzieningen op de begroting voor het volgende jaar opneemt.
                            De voorzieningen die 'onder de streep' belanden, worden wegens
                            ontoereikendheid van het budget op het overzicht geplaatst. Als er
                            voldoende budget is, komen alle aanvragen op het programma. Zodoende
                            worden op één moment het bedrag, het programma en het overzicht
                            vastgesteld. De voorzieningen die het volgende jaar door de gemeente
                            vergoed worden komen op het programma; alle afgewezen verzoeken komen op
                            het overzicht.</al>
          <al>
            <vet>1.5.6 Prognosecriteria</vet>
          </al>
          <al>In de modelverordening is vastgelegd dat voor de beoordeling van
                            aanvragen in de meeste gevallen een prognose van leerlingaantallen moet
                            worden overlegd. Prognoses gelden als één van de criteria voor bepaling
                            van de noodzaak van een aangevraagde voorziening. De verordening geeft
                            burgemeester en wethouders de bevoegdheid hiervoor nadere regels vast te
                            stellen.</al>
          <al>Als model hiertoe is in samenwerking met de besturenorganisaties voor
                            het openbaar en bijzonder onderwijs een uitgewerkt 'programma van eisen
                            voor leerlingprognoses' opgesteld. In dit programma van eisen is tot op
                            het niveau van de vereiste rekenregels uitgeschreven waaraan nieuwe
                            prognoseprogrammatuur moet voldoen. In het programma van eisen is een
                            beschrijving gegeven van definities, begrippen en formules die per
                            onderwijssoort leiden tot het hanteren van de juiste basisgeneraties en
                            daarmee tot een geprognosticeerd aantal leerlingen van de school.</al>
          <al>Maatwerk bij toepassing van de prognosemethodiek ligt voor de hand
                            wanneer de specifieke positie van enkele kleinere richtingen aan de orde
                            is. Het betreft hier met name gereformeerd-vrijgemaakte, reformatorische
                            en vrije scholen, waarbij de kerkelijke gebondenheid of het uitermate
                            grote voedingsgebied een wezenlijke rol spelen. Het maatwerk kan hier
                            getroffen worden door op onderdelen van de standaardsystematiek af te
                            wijken of door deze systematiek op een bepaalde manier toe te
                            passen.</al>
          <al>
            <vet>1.5.7 Vaststelling van de verordening</vet>
          </al>
          <al>Op de vaststelling van de verordening zijn in algemene zin de
                            betreffende bepalingen uit de Gemeentewet van toepassing. Daarnaast zijn
                            ook in de WPO, de WEC en de WVO enkele bepalingen hieromtrent
                            opgenomen.</al>
          <al>De grondslag voor de regelgevende bevoegdheid van gemeenten ligt vast in
                            de Grondwet. De gemeenteraad staat aan het hoofd van de gemeente, en
                            beschikt dientengevolge over de bevoegdheid alles te regelen in het
                            belang van de openbare orde, de zedelijkheid, de gezondheid en andere
                            zaken betreffende de huishouding van de gemeente (artikel 150
                            Gemeentewet). Daarnaast is de raad op grond van artikel 109, tweede lid
                            Gemeentewet, verplicht die regelingen te treffen die door hogere
                            regelingen worden gevorderd. Daarvan is in het geval van de Verordening
                            voorzieningen huisvesting onderwijs sprake.</al>
          <al>De onderwijswetten kennen ook een aantal bepalingen omtrent de
                            vaststelling van de huisvestingsverordening. Zo bepalen de artikelen 102
                            WPO, 100 WEC en 76m WVO dat de verordening niet vastgesteld of gewijzigd
                            wordt dan nadat daarover op overeenstemming gericht overleg is gevoerd
                            met vertegenwoordigers van de niet door de gemeente in stand gehouden
                            scholen. Voor dat overleg moet de gemeenteraad een procedure
                            vaststellen.</al>
          <al>
            <vet>1.6 Rechtsbescherming</vet>
          </al>
          <al>De Awb-bepalingen die gelden voor de procedure voor de totstandkoming
                            van besluiten van de gemeente, hebben grotendeels een vertaling in de
                            modelverordening gekregen. Over de rechtsbescherming die van toepassing
                            is nadat de gemeente een besluit op grond van de verordening heeft
                            genomen, wordt in de modelverordening zelf niets bepaald; hier gelden
                            onverkort de bepalingen van de Awb.</al>
          <al>Daarnaast kent de verordening een andere vorm van rechtsbescherming:
                            advies van de Onderwijsraad. Zowel de gemeente als een schoolbestuur kan
                            een dergelijk advies vragen. Het advies van de Onderwijsraad kan
                            gevraagd worden in het kader van de vaststelling of wijziging van de
                            verordening, en in het kader van de vaststelling van het jaarlijkse
                            huisvestingsprogramma. Het advies wordt binnen vier weken gegeven. Bij
                            het definitieve besluit houdt de gemeente rekening met het advies; een
                            eventuele afwijking daarvan moet gemotiveerd worden.</al>
          <al>
            <vet>1.7 Ten slotte</vet>
          </al>
          <al>Hiervoor is weergegeven hoe gemeenten kunnen handelen bij de uitvoering
                            van de wettelijke opdracht om te voorzien in adequate huisvesting. Met
                            name de verordening is daarbij een belangrijk instrument. In paragraaf
                            1.4 is verwoord dat er mogelijkheden zijn om, in afwijking van de
                            verordening, in overleg met de schoolbesturen het lokale
                            huisvestingsbeleid gestalte te geven. Daarbij kunnen dan aspecten van
                            het lokale onderwijsbeleid en andere gemeentelijke beleidsterreinen
                            betrokken worden.</al>
          <al>De modelverordening is geschreven voor alle Nederlandse gemeenten.
                            Daarbij kan onmogelijk volledig recht gedaan worden aan de verschillende
                            lokale omstandigheden. Het is daarom van groot belang de verordening te
                            beschouwen als een dynamisch beleidsinstrument, dat op de maat van de
                            individuele gemeente gesneden wordt en dat ook, waar nodig, regelmatig
                            aangepast wordt. Naast de modelverordening zijn er andere handreikingen
                            bieden om het huisvestingsbeleid gestalte te geve, zoals een handreiking
                            omtrent doordecentralisatie en het efficiënt omgaan met bestaande en
                            nieuwe gebouwen.</al>
          <al>
            <vet>2 Artikelsgewijze toelichting</vet>
          </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Considerans</titel>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Reikwijdte verordening</titel>
          </kop>
          <al>De verordening behoeft alleen maar bepalingen te bevatten over de
                            onderwijsvoorzieningen die zich op het grondgebied van de gemeente
                            bevinden. Zo kan bijvoorbeeld een gemeente met alleen maar
                            basisonderwijs volstaan met een verwijzing naar de WPO. Materieel
                            betekent dit dat deze gemeente - afgezien van de bepalingen en mogelijke
                            bijlagen waarvoor het onderscheid naar onderwijssoort niet relevant is -
                            met minder bepalingen/bijlagen kan volstaan dan een gemeente die
                            beschikt over voorzieningen voor zowel basisonderwijs, (voortgezet)
                            speciaal onderwijs als voortgezet onderwijs. Indachtig het
                            'ladenkast-principe' kunnen uit de tekst van de modelverordening en
                            bijlagen passages worden geschrapt wanneer in een gemeente een van de
                            genoemde onderwijssoorten niet aanwezig is. Wanneer deze situatie in de
                            loop der tijd wijzigt, kan een gemeente de verordening alsnog aanpassen
                            (uitbreiden, maar eventueel ook inkorten bij het verdwijnen van een
                            onderwijssoort). In tijd bezien behoeft dit geen probleem te zijn, omdat
                            dergelijke veranderingen in het voorzieningenpatroon zich niet van de
                            ene op andere dag voltrekken.</al>
          <al>De hiervoor geschetste benadering kan in juridische zin worden gebaseerd
                            op de wettelijke bepaling dat 'de verordening zodanig wordt vastgesteld
                            dat kan worden voldaan aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de
                            huisvesting van de scholen in de gemeente stelt'. Met andere woorden:
                            wanneer er geen scholen voor voortgezet onderwijs (inclusief
                            nevenvestigingen/dislocaties) in de gemeente aanwezig zijn, dan is er
                            ook geen sprake van de (juridische) noodzaak om te voldoen aan de
                            redelijke eisen van de onderwijshuisvesting van de 'niet-aanwezige
                            scholen'.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Overleg voorafgaande aan vaststelling (wijziging) verordening</titel>
          </kop>
          <al>Het wettelijk voorgeschreven 'op overeenstemming gericht' overleg tussen
                            de gemeente en de schoolbesturen dat voorafgaat aan de vaststelling van
                            de verordening, is van groot belang met het oog op het streven om een zo
                            breed mogelijk draagvlak voor de verordening te bereiken binnen de
                            onderwijssector. Om dit belang te benadrukken is dit overleg in de
                            considerans aangehaald.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <al>Een belangrijk in de wet verankerd uitgangspunt bij de uitvoering van de
                            aan de gemeente overgedragen huisvestingstaak is dat het openbaar en
                            bijzonder onderwijs op gelijke voet worden behandeld. Dit uitgangspunt
                            komt ook tot uiting in de modelverordening. Het gemeentebestuur past bij
                            de uiteindelijke beslissingen over de huisvesting voor alle
                            schoolbesturen dezelfde normen, criteria etc. toe. Ook in procedurele
                            zin is sprake van een volstrekt gelijke behandeling. Als concreet
                            voorbeeld kan genoemd worden dat de indieningsdatum voor aanvragen en de
                            voorwaarden waaraan deze moeten voldoen voor alle schoolbesturen
                            dezelfde zijn.</al>
          <al>Om de gelijke behandeling over de volle breedte te waarborgen is ervoor
                            gekozen om onder de begripsomschrijving van 'bevoegd gezag' en
                            'aanvrager' alle schoolbesturen te vatten die een volgens de wet
                            bekostigde onderwijsvoorziening in stand houden die geheel of
                            gedeeltelijk gehuisvest is op het grondgebied van de gemeente
                            (hoofdvestiging, nevenvestiging, dislocatie). Er is dus geen onderscheid
                            gemaakt tussen openbaar (in welke bestuursvorm dan ook) en bijzonder
                            onderwijs.</al>
          <al>De aanduiding ‘‘op het grondgebied van de gemeente’’ is overigens niet
                            bedoeld om scholen uit te sluiten die weliswaar voor een gemeente zijn
                            opgenomen op een plan van scholen, maar nog niet daadwerkelijk op het
                            grondgebied van die gemeente zijn gevestigd. Een dergelijke uitleg zou
                            er toe leiden dat de stichting van nieuwe scholen onmogelijk zou
                            worden.</al>
          <al>In het geval dat burgemeester en wethouders bestuur is van een openbare
                            school waarvoor een huisvestingsvoorziening wordt gewenst, betekent dit
                            dat burgemeester en wethouders dus gehouden is aan dezelfde procedures
                            en termijnen als een bestuur van een bijzondere school, een
                            bestuurscommissie ex artikel 82 van de Gemeentewet waaraan de
                            schoolbestuurlijke zorg voor de huisvesting is overgedragen of een
                            openbaar lichaam dat krachtens een gemeenschappelijke regeling een
                            openbare school in stand houdt.</al>
          <al>Dit kan tot de op het eerste gezicht wellicht wat wonderlijke situatie
                            leiden dat burgemeester en wethouders voor de in de verordening
                            opgenomen indieningsdatum 'bij zichzelf' een aanvraag indient. In de
                            gemeentelijke bestuurspraktijk is dit geen novum. Zo komt het
                            bijvoorbeeld geregeld voor dat burgemeester en wethouders bij zichzelf
                            een verzoek om een bouwvergunning voor een gemeentelijk project
                            indient.</al>
          <al>Dit alles vergt wel dat burgemeester en wethouders hiermee zorgvuldig
                            omgaan, in die zin dat men altijd aan anderen (de raad, besturen van
                            niet door de gemeente in stand gehouden scholen) moet kunnen aantonen
                            dat men de 'eigen' aanvragen ook daadwerkelijk in alle opzichten gelijk
                            behandelt ten opzichte van de andere aanvragen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Omschrijving voorzieningen in de huisvesting</titel>
          </kop>
          <al>De omschreven voorzieningen geven niet alleen aan wat kan worden
                            aangevraagd, maar ook wat er door de gemeente (anderszins) kan worden
                            toegewezen. Voorzieningen die worden gewenst, maar die niet onder de
                            omschrijving van dit artikel kunnen worden gebracht, vallen buiten het
                            bereik van deze verordening. Slechts op deze grond kan de gemeente een
                            dergelijke voorziening weigeren. Dit sluit ook aan op de in de wet
                            opgenomen weigeringsgrond dat een voorziening wordt geweigerd indien het
                            geen voorziening in de huisvesting is in de zin van de wet (zie
                            bijvoorbeeld artikel 100, eerste lid, onder a WPO).</al>
          <al>Voorbeeld: het buitenschilderwerk van een basisschool wordt volgens de
                            opsomming van de onderhoudsactiviteiten (zie bijlage I, overzicht
                            'Onderhoud PO') niet gerekend tot de huisvestingsvoorziening onderhoud
                            als bedoeld in artikel 2, onder c. Reden hiervoor is dat in deze bijlage
                            buitenschilderwerk niet als voorziening in de huisvesting is opgenomen.
                            (Een bekostiging voor het buitenschilderwerk vormt overigens een
                            onderdeel van de bekostiging voor de materiële instandhouding, welke een
                            schoolbestuur rechtstreeks van het rijk ontvangt.)</al>
          <al>De benoemde activiteiten die wel als zodanig zijn aangemerkt, hebben
                            daarmee een limitatief karakter. Uiteraard heeft iedere gemeente de
                            vrijheid tot verruiming van de opgesomde activiteiten over te gaan, maar
                            dus niet tot inperking.</al>
          <al>In artikel 2 zijn de in de wet globaal aangeduide voorzieningen in de
                            huisvesting (zie bijvoorbeeld artikel 92 WPO) nader gespecificeerd. Op
                            dit punt onderscheidt het zich van de in artikel 1 verklaarde
                            begrippen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Ad a</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het begrip nieuwbouw omvat tevens het begrip vervangende
                                    nieuwbouw.</al></li>
            <li nr="2."><al>Ingevolge het bepaalde in bijlage I gaat het bij uitbreiding in
                                    het primair onderwijs om een noodzakelijke uitbreiding voor de
                                    huisvesting van minimaal 55 m² brutovloeroppervlakte.</al></li>
            <li nr="3."><al>Ingebruikneming komt als term voor een voorziening in de
                                    huisvesting in de wet niet voor, maar wordt daar aangeduid met
                                    'bestaand gebouw of een gedeelte daarvan'. Het kan daarbij gaan
                                    om zowel een onderwijsgebouw dat geheel leegstaat als een
                                    niet-onderwijsgebouw. Bij ingebruikneming worden de gebouwen
                                    bestemd voor onderwijsdoeleinden. Bij gedeeltelijke leegstand in
                                    schoolgebouw waarvan een andere school gebruikt maakt is er
                                    sprake van medegebruik.</al></li>
            <li nr="4."><al>Vanwege de aard van een gebouw is verplaatsing beperkt tot
                                    noodlokalen (men kan zich in de praktijk weinig voorstellen bij
                                    een verplaatsing van een permanent gebouw, dan is er sprake van
                                    vervangende nieuwbouw).</al></li>
            <li nr="5."><al>Toekenning van terrein voor de realisering van de bouw of
                                    uitbreiding van een onderwijsgebouw is geen automatisme, zoals
                                    voor de decentralisatie in het primair onderwijs het geval was.
                                    Een toekenning van terrein vindt nu alleen nog maar plaats
                                    wanneer de grond nodig is voor de feitelijke realisering van de
                                    huisvestingsvoorziening.</al></li>
            <li nr="6."><al>De handelwijze om bij fusies uit te gaan van de inbreng van het
                                    bestaande meubilair en</al></li>
          </lijst>
          <al>onderwijsleerpakket in de gefuseerde school betekent een verscherping
                            ten opzichte van het huidige toekenningsbeleid, maar is in het kader van
                            het bereiken van efficiency en het leveren van maatwerk op lokaal niveau
                            te rechtvaardigen. De afwijkende terminologie voor het voortgezet
                            onderwijs (leer- en hulpmiddelen) vloeit voort uit de wet. </al>
          <al>7.Medegebruik beperkt zich in principe tot schoolgebouwen die reeds in
                            gebruik zijn bij primair en voortgezet onderwijs. Onder medegebruik valt
                            tevens het gebruik van een gymnastiekaccommodatie die niet in eigendom
                            is van een school (bijvoorbeeld medegebruik in een gemeentelijke
                            accommodatie). De genoemde schoolsoorten in het (v)so betreffen de
                            volgende. Voor een bad voor bewegingstherapie: een school voor
                            lichamelijk gehandicapte kinderen of meervoudig gehandicapte kinderen
                            met een lichamelijke handicap. Voor een bad voor watergewenning: een
                            school voor zeer moeilijk lerende kinderen of meervoudig gehandicapte
                            kinderen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Ad b en c</titel>
          </kop>
          <al>In bijlage I van de modelverordening is ter verduidelijking het
                            overzicht, dat ook onderdeel vormt van de toelichting op de wet,
                            overgenomen. In dit overzicht is aangegeven welke onderhoudsactiviteiten
                            voor het primair onderwijs (overzicht I-1) in beginsel voor rekening van
                            de gemeente kunnen worden gebracht. Daarnaast is in bijlage I verder de
                            concrete inhoud van de begrippen aanpassing en onderhoud
                            aangegeven.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Ad d</titel>
          </kop>
          <al>Voor het begrip constructiefouten is een 'definitie' geformuleerd,
                            gebaseerd op hierover gevormde jurisprudentie. Als een constructiefout
                            een directe belemmering vormt voor de voortgang, kan het herstel van de
                            fout op grond van de spoedprocedure (artikel 19 e.v.) worden
                            aangevraagd. Kan het herstel van de fout wel uitstel dulden dan is de
                            mogelijkheid tot het aanvragen van plaatsing van een voorziening op het
                            programma de meeste geëigende procedure. In dat laatste geval zijn de
                            gewone urgentiecriteria alsmede de financiële weigeringsgrond van
                            toepassing.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Ad e</titel>
          </kop>
          <al>De bijzondere omstandigheden zoals genoemd in de wet zijn in de
                            verordening niet nader uitgewerkt, aangezien dergelijke omstandigheden
                            zich niet uitputtend laten beschrijven. Wel is in de wet bepaald dat de
                            gemeente een huisvestingsvoorziening kan weigeren indien de voorziening
                            nodig is voor herstel van schade die is veroorzaakt door schuld of
                            toedoen van het bevoegd gezag (zie bijvoorbeeld artikel 100, tweede lid
                            WPO).</al>
          <al>De aanduiding in de wet dat herstel en vervanging in verband met schade
                            aan een gebouw geldt als een huisvestingsvoorziening betekent dat de
                            beoordeling van deze voorziening dient te verlopen via de reguliere
                            procedure van het programma of via de spoedprocedure. De reguliere
                            procedure zal niet altijd geschikt zijn voor de afhandeling van
                            dergelijke aanvragen. Het herstel van schade is meestal spoedeisend.
                            Daarbij komt dat zeker voor de kleine schadegevallen (bijvoorbeeld
                            glasschade) de reguliere procedure te zwaar en te omslachtig is.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Ad f</titel>
          </kop>
          <al>Aan een schoolbestuur in het voortgezet onderwijs kan onder bepaalde
                            voorwaarden een bekostiging worden toegekend voor het huren van een
                            sportterrein voor buitensportactiviteiten gedurende een periode van
                            maximaal acht weken.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Bouwvoorbereiding voorzieningen</titel>
          </kop>
          <al>De wet biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om, naast de toewijzing en
                            bekostiging van de huisvestingsvoorziening zelf, aan een bevoegd gezag
                            dat daarom verzoekt een bekostiging toe te kennen voor de kosten gemoeid
                            met de voorbereiding (van de aanvraag) van de huisvestingsvoorziening.
                            Het betreft een facultatieve bepaling. Een gemeente is, met andere
                            woorden, niet verplicht daadwerkelijk deze mogelijkheid te bieden. Uit
                            oogpunt van 'kenbaar bestuur', waaronder het vooraf geven van
                            duidelijkheid over het gemeentelijk optreden, is ervoor gekozen om in de
                            modelverordening een bepaling op te nemen waarmee de lokale overheid
                            aangeeft of, en zo ja ten aanzien van welke soort van
                            huisvestingsvoorzieningen, de gemeente de mogelijkheid van een
                            bouwvoorbereidingskrediet opent.</al>
          <al>In artikel 3 wordt hiervoor de basis gelegd, waarbij het voor de hand
                            ligt dat een gemeente de mogelijkheid beperkt tot die
                            huisvestingsvoorzieningen die naar aard en (financiële) omvang
                            belangrijk zijn. Hierbij kan vooral worden gedacht aan voorzieningen
                            zoals (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding. Deze voorzieningen vergen
                            doorgaans de meeste voorbereidingstijd en kosten het meeste geld, in het
                            kader van de bouwplanontwikkeling.</al>
          <al>In hoofdstuk 4 van de modelverordening wordt de aanvraag- en
                            besluitvormingsprocedure voor de bouwvoorbereiding nader geregeld.
                            Hierbij is uitgegaan van een - ook in tijd bezien - gelijkschakeling met
                            de aanvraagprocedure voor opneming van een huisvestingsvoorziening in
                            het programma. Formeel is het evenwel een gescheiden traject, omdat de
                            bekostiging voor de kosten van bouwvoorbereiding in de zin van de wet
                            géén voorziening in de huisvesting is en derhalve ook geen onderdeel van
                            het huisvestingsprogramma kan zijn.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Vaststelling bekostiging voorzieningen</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel vormt de 'kapstok' op basis waarvan de bekostiging wordt
                            vastgesteld voor de door de gemeente voor bekostiging in aanmerking
                            gebrachte huisvestingsvoorzieningen in het kader van de
                            programmavaststelling, de spoedprocedure, de bouwvoorbereiding of het
                            overgangsrecht. Ten aanzien van de in de artikelen 2 en 3 onderscheiden
                            voorzieningen wordt hier de grondslag van de bekostiging gelegd. Hierbij
                            zijn twee benaderingen denkbaar: een normatieve en een feitelijke
                            bepaling van de kosten die vergoed worden. Ook hier is uit oogpunt van
                            'kenbaar bestuur' ervoor gekozen om voorafgaande aan de indiening van en
                            besluitvorming over aanvragen, duidelijk per voorziening aan te geven
                            welke benadering ten aanzien van de bekostiging geldt. Bij de
                            vaststelling van de verordening dient per voorziening de afweging te
                            worden gemaakt welke benadering van toepassing is. Deze afweging dient
                            niet alleen te worden gemaakt ten aanzien van de voorzieningen in de
                            huisvesting, maar voor de bekostiging van de kosten van
                            bouwvoorbereiding. Dit vloeit ook voort uit het eerste lid van artikel 4
                            en uit artikel 25, derde lid, onder h van de modelverordening. Bij de te
                            maken afweging ligt het voor de hand om in ieder geval voor niet of
                            nauwelijks vooraf te normeren kosten van bepaalde voorzieningen te
                            kiezen voor een bekostigingswijze die gebaseerd is op een individuele
                            beoordeling van de feitelijke kosten (de zgn. offertelijn).</al>
          <al>Uitgaande van de voorzieningen waarvoor in bijlage IV, deel A, van de
                            modelverordening gezien de aard van de voorziening geen normbekostiging
                            is bepaald, is de offertelijn in ieder geval goed denkbaar bij de
                            volgende voorzieningen:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>verplaatsing van een of meer bestaande noodlokalen;</al></li>
            <li nr="-"><al>herstel van constructiefouten;</al></li>
            <li nr="-"><al>herstel en vervanging in verband met schade;</al></li>
            <li nr="-"><al>aanpassingen aan gebouwen;</al></li>
            <li nr="-"><al>gehele of gedeeltelijke ingebruikneming van een bestaand
                                    gebouw;</al></li>
            <li nr="-"><al>aankoop van terreinen ten behoeve van de realisering van een
                                    huisvestingsvoorziening;</al></li>
            <li nr="-"><al>huur van bestaande andere, niet-onderwijsgebouwen</al></li>
            <li nr="-"><al>kosten van bouwvoorbereiding;</al></li>
            <li nr="-"><al>medegebruik of nieuwbouw van een bad voor watergewenning of
                                    bewegingstherapie in het (v)so.</al></li>
          </lijst>
          <al>Uiteraard kan op basis van de afweging op lokaal niveau een andere keuze
                            worden gemaakt, die verankerd dient te worden in artikel 4 opdat de
                            potentiële aanvragers vooraf op de hoogte zijn van welke lijn van
                            toepassing is op een voorziening (de genormeerde of feitelijke
                            kostenlijn).</al>
          <al>Het onderbrengen van een van de hiervoor genoemde voorzieningen in een
                            genormeerde benadering brengt met zich mee dat daarvoor door de gemeente
                            in bijlage IV, deel A, een genormeerde bekostiging moet worden
                            vastgesteld.</al>
          <al>Anders dan bij de vooraf genormeerde bekostiging het geval is, begint de
                            offertelijn met een door de aanvrager bij de aanvraag van de gewenste
                            huisvestingsvoorziening over te leggen raming van de kosten. De gemeente
                            toetst deze raming en stelt deze zo nodig bij. Het bedrag van de al dan
                            niet bijgestelde raming is vervolgens een gegeven in het kader van de
                            vaststelling van het huisvestingsbudget en het programma. Bij een
                            eventuele uitvoering van de voorziening, die voortkomt uit een plaatsing
                            op het programma, kan de raming op basis van over te leggen offertes
                            worden omgezet in een definitieve vaststelling van de bekostiging die de
                            gemeente ter beschikking stelt van de aanvrager.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Informatieverstrekking</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel is de concrete uitwerking van de informatiebepaling uit de
                            wet. Deze bepaalt dat een bevoegd gezag aan de gemeente alle
                            inlichtingen dient te verschaffen die de gemeente noodzakelijk acht voor
                            een adequate uitvoering van de bevoegdheden terzake van de
                            onderwijshuisvesting (zie bijvoorbeeld artikel 112 WPO).</al>
          <al>In artikel 5 staat beschreven hoe en welke informatie door het
                            schoolbestuur aan burgemeester en wethouders moet worden verstrekt. Er
                            is voor gekozen om dit artikel een algemene invulling te geven:
                            afhankelijk van het moment en de situatie kan burgemeester en wethouders
                            het schoolbestuur verzoeken de benodigde informatie te verstrekken. Het
                            informatieverkeer dient gekenmerkt te worden door een zekere
                            terughoudendheid bij de lokale overheid, in die zin dat de te
                            verstrekken informatie ook een aantoonbare functie vervult in het licht
                            van de gemeentelijke zorg voor de huisvesting. Het opvragen van
                            informatie waarbij een dergelijke functie niet kan worden aangetoond,
                            dient achterwege te blijven omdat het anders onnodige administratieve
                            lasten veroorzaakt .</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Indiening aanvraag</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>(Indienings)termijnen</vet>
          </al>
          <al>In de algemene toelichting op de verordening is in paragraaf 1.5.3 de
                            procedure (koppeling aan gemeentelijke begrotingscyclus en het daaraan
                            ontleende tijdpad) uitgebreid beschreven. De in de verordening vermelde
                            data zijn zodanig gekozen, dat de gemeente voldoende voorbereidingstijd
                            heeft om te komen tot een zorgvuldige vaststelling van het programma.
                            Dit sluit niet uit dat naar gelang de lokale situatie (zoals de omvang
                            van de gebouwenvoorraad en de hiermee samenhangende omvang van het te
                            verwachten aantal aanvragen, de mogelijke aanwezigheid van een
                            meerjarige planning en hieraan gekoppelde afspraken over de huisvesting
                            en de inrichting van de eigen organisatie) de voorbereidingstijd wordt
                            bekort en dus van een later tijdstip van indiening wordt uitgegaan (1
                            maart of 1 april).</al>
          <al>Een verlenging van deze periode door het vervroegen van de
                            indieningsdatum ligt minder voor de hand. Het tijdstip tussen indiening
                            van de aanvraag en de beslissing daarop wordt dan aan de lange
                            kant.</al>
          <al>In de modelverordening is een sanctie verbonden aan een te late
                            indiening van de aanvraag: deze aanvraag neemt burgemeester en
                            wethouders niet in behandeling. Het buiten behandeling laten van de
                            aanvraag betekent dat burgemeester en wethouders de aanvraag niet verder
                            betrekt bij de voorbereiding van het programma en het overzicht en dus
                            ook niet bij het uiteindelijke voorstel daarover aan de raad.</al>
          <al>In artikel 6 is de mogelijkheid van indiening van aanvragen beperkt tot
                            die voor het programma. De reden hiervan is dat de wetgeving slechts van
                            deze mogelijkheid uitgaat. De wetgever heeft niet voorzien in een
                            mogelijkheid van indiening van een aanvraag voor het overzicht. Dit
                            hangt samen met de functie die de wetgever aan het overzicht toekent
                            (zie bijvoorbeeld artikel 96 WPO). Bij de parlementaire behandeling is
                            daarover het volgende opgemerkt: <cursief>'Het overzicht [...] bevat
                                slechts een verzameling van afgewezen aanvragen van niet door de
                                gemeente in stand gehouden scholen en gewenste
                                huisvestingsvoorzieningen van door de gemeente in stand gehouden
                                scholen die niet in het eerste jaar kunnen worden gerealiseerd. De
                                plaatsing op het overzicht kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het
                                feit dat het voor nieuwe voorzieningen vastgestelde budget niet
                                toereikend is dan wel dat de aangevraagde voorziening geen
                                huisvestingsvoorziening in de zin van de wet en/of gemeentelijke
                                verordening is. De enige reden dat bedoeld overzicht dient te worden
                                gepubliceerd, is
                                informatieverstre</cursief><cursief>k</cursief><cursief>king van
                                scholen om te kunnen inschatten of een aanvraag in een volgend jaar
                                een kans van slagen heeft. Het is derhalve niet bedoeld als
                                huisvestingsplan.' (TK 1995-1996, 24 455, nr.7)</cursief>.</al>
          <al>Geconstateerd kan worden dat de wetgever geen kaders heeft willen
                            stellen of instrumenten in de wet heeft opgenomen waarmee een gemeente
                            schoolbesturen kan 'dwingen' om ten aanzien van de huisvesting te
                            handelen in het licht van een meerjarig perspectief. Met dit laatste
                            wordt bedoeld dat op lokaal niveau sprake is van een voortschrijdende
                            meerjarige planning van huisvestingsvoorzieningen, waarbij een koppeling
                            is gelegd met de gemeentelijke meerjarenbegroting. Zo'n meerjarige
                            planning kan gebaseerd zijn op:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>een inventarisatie van de wensen ten aanzien de huisvesting (op
                                    basis van prognoses; woningbouwplanning; verschuiving in
                                    leerlingstromen en voedingsgebieden; meerjarige
                                    onderhoudsplannen e.d.);</al></li>
            <li nr="-"><al>een aangebrachte prioritering in de wensen, tot uitdrukking
                                    komend in het vermoedelijke tijdstip van daadwerkelijke
                                    bekostiging;</al></li>
            <li nr="-"><al>een koppeling met de financiële mogelijkheden in het kader van
                                    de meerjarenbegroting.</al></li>
          </lijst>
          <al>Tegelijkertijd kan geconstateerd worden dat zeker in het primair
                            onderwijs een dergelijk meerjarige aanpak op lokaal niveau steeds meer
                            ingang vindt, in de vorm van 'integrale huisvestingsplannen' en plannen
                            voor het meerjarig onderhoud. Niet verwonderlijk omdat:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>het een efficiënte aanwending van de gebouwenvoorraad bevordert
                                    (saneren van zowel voor gemeente als schoolbesturen kostbare
                                    leegstand; capaciteit creëren of in stand houden op die locaties
                                    waar de behoefte aanwezig is);</al></li>
            <li nr="-"><al>gemeente en schoolbestuur meer houvast wordt gegeven over de
                                    richting van het huisvestingsbeleid. Behoudens onvoorziene
                                    omstandigheden vormt het programma het (jaarlijkse) formele
                                    sluitstuk van de bekostiging van voorzieningen die op zich reeds
                                    enige tijd werden voorzien en waarmee rekening was
                                    gehouden.</al></li>
          </lijst>
          <al>Zoals gezegd kan een dergelijke benadering ingevolge de wet niet worden
                            afgedwongen.</al>
          <al>Er is van af gezien om in de modelverordening (facultatieve) bepalingen
                            op te nemen in het geval op lokaal niveau een planmatige aanpak wordt
                            overeengekomen. Dit is gedaan vanuit de notie dat wanneer men
                            overeenstemming weet te bereiken over een dergelijke aanpak, inclusief
                            afspraken over de effectuering in het kader van de vaststelling van het
                            programma, men ook zelf invulling geeft aan de vormgeving van deze
                            afspraken. Gezien het tweezijdige karakter van deze afspraken is het
                            opnemen van bepalingen in de verordening daarvoor niet de aangewezen
                            weg. Daarbij kan sterk getwijfeld worden aan de rechtskracht van
                            dergelijke bepalingen, indien (onverhoopt) een van de partijen af wil
                            van de op vrijwillige basis gemaakte afspraken en zich daarbij beroept
                            op de formele wettelijke kaders.</al>
          <al>Zoals gezegd bieden de onderwijswetten wel een aangrijpingspunt om de
                            verordening (op onderdelen) te passeren. Daarbij gaat het om het
                            zogenoemde doordecentralisatieartikel. Dat maakt het voor gemeente en
                            schoolbestuur mogelijk om, op basis van meerjarenbeleid, afspraken te
                            maken die ook wettelijk bindend zijn.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Aanvraagformulier</titel>
          </kop>
          <al>Zeker in grotere gemeenten kan een gestandaardiseerde wijze van
                            indiening van aanvragen zijn nut hebben. Zo kan het bijvoorbeeld de
                            onderlinge vergelijkbaarheid van aanvragen verbeteren, hetgeen van
                            belang kan zijn wanneer men vanwege een ontoereikend budget moet
                            overgaan tot prioritering.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet
                                behandelen onvolledige aanvraag</titel>
          </kop>
          <al/>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 1</titel>
          </kop>
          <al>Dit lid bevat een opsomming van enkele basisgegevens die bij elke
                            aanvraag moeten worden vermeld. Wanneer gewerkt wordt met een
                            aanvraagformulier, worden deze en de onder lid 2 opgenomen gegevens
                            standaard opgenomen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 2</titel>
          </kop>
          <al>In dit lid is een aantal specifieke aanvullende gegevens opgenomen dat,
                            afhankelijk van de voorziening die wordt aangevraagd, moet worden
                            overgelegd.</al>
          <al>Allereerst betreft het de leerlingprognose, die vrijwel bij iedere
                            aangevraagde voorziening moet worden ingediend. Hierop zijn enkele
                            uitzonderingen van toepassing. Het betreft de aanvragen 'sec' voor de
                            eerste aanschaf van onderwijsleerpakket en meubilair, dat wil zeggen
                            zonder dat er noodzaak is om de capaciteit van de bestaande huisvesting
                            uit te breiden, aanvragen voor herstel van constructiefouten en herstel
                            van schade wegens bijzondere omstandigheden en aanvraag voor de huur van
                            een sportterrein voor een school voor voortgezet onderwijs.</al>
          <al>In de praktijk is het echter goed denkbaar dat in bepaalde situaties de
                            prognose-eis te zwaar is of geen reëel doel dient. Gedacht kan
                            bijvoorbeeld worden aan de aanvraag voor vervanging van de dakbedekking
                            van een (getalsmatig) gezonde, levensvatbare basisschool. Overwogen kan
                            worden hiervoor een aanvullende bepaling op te nemen in de verordening
                            waarbij burgemeester en wethouders de mogelijkheid hebben om op verzoek
                            van het schoolbestuur de prognose-eis te laten vallen, indien de aard
                            van de gevraagde voorziening daartoe aanleiding geeft. Aan de andere
                            kant is het ook denkbaar dat de gemeente in de verordening wel een
                            prognose-eis verbindt aan een voorziening die hiervan nu is
                            uitgezonderd. Hierbij kan worden gedacht aan de herbouw van een
                            afgebrand schoolgebouw (onderdeel van de voorziening herstel en
                            vervanging in verband met schade). Een prognose kan daarbij uitwijzen in
                            hoeverre het noodzakelijk is de school in haar oorspronkelijke omvang te
                            herbouwen.</al>
          <al>Overigens is het ook mogelijk de prognose-eis in zijn geheel te
                            schrappen uit het model, wanneer op lokaal niveau overeenstemming
                            bestaat over de toepassing en het resultaat (inclusief de jaarlijkse
                            bijstelling) van een prognosemethodiek. Eén instantie, bijvoorbeeld het
                            onderdeel van het gemeentelijk apparaat dat belast is met
                            bevolkingsprognoses, is dan belast met de operationalisering van de
                            methodiek.</al>
          <al>Naast de prognose is de bouwkundige rapportage een in het oog springend,
                            aanvullend gegeven.</al>
          <al>Een bouwkundige opname is aan de orde wanneer het relevant is om bij de
                            beoordeling van een huisvestingsverzoek vast te stellen of het gewenste
                            onderhoud aan een gebouw inderdaad noodzakelijk is. De bouwkundige
                            rapportage dient een tweeledig doel:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>vaststelling van de noodzaak voor dat onderhoud;</al></li>
            <li nr="b."><al>vaststelling van de mate van urgentie.</al></li>
          </lijst>
          <al>De bouwkundige rapportage kan geschieden aan de hand van de invulling
                            van het door burgemeester en wethouders vast te stellen formulier
                            'Bouwkundige opname'. Bij de opzet van dit formulier is aangesloten bij
                            een reeds door de Rijksgebouwendienst ontwikkelde schouwmethode voor
                            schoolgebouwen, zoals deze voor de decentralisatie zowel in het primair
                            als voortgezet onderwijs werd toegepast.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 3-4</titel>
          </kop>
          <al>Met de in deze leden geformuleerde bepalingen wordt nader invulling
                            gegeven aan het bepaalde in artikel 4:5 Awb. De geboden mogelijkheid om
                            aanvullend gegevens aan te leveren gaat vooraf aan de in de Awb
                            opgenomen mogelijkheid om als bestuursorgaan (in casu burgemeester en
                            wethouders) een aanvraag buiten behandeling te laten in verband met
                            onvoldoende verstrekte gegevens en bescheiden.</al>
          <al>De Awb kent nadere bepalingen die het bestuursorgaan daarbij in acht
                            moet nemen. In de modelverordening is er voor gekozen om de concrete
                            uitwerking van de Awb in de verordening op te nemen, door de duur van
                            termijnen die burgemeester en wethouders kan hanteren in de verordening
                            is vastgelegd.</al>
          <al>De bevoegdheid die burgemeester en wethouders wordt toegekend om
                            incomplete aanvragen niet te behandelen, heeft als praktisch voordeel
                            dat dergelijke aanvragen in een eerder stadium kunnen worden
                            afgehandeld. De gemeenteraad hoeft zich in het kader van de vaststelling
                            van het programma alleen te buigen over de inhoud van volledige
                            aanvragen en zich niet met vormfouten rond incomplete aanvragen bezig te
                            houden.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Géén hardheidsclausule</titel>
          </kop>
          <al>In de modelverordening is er van afgezien hier een hardheidsclausule op
                            te nemen, die het mogelijk maakt om in geval van overmacht aan de zijde
                            van de aanvrager af te wijken van de termijnen. Een gemeente kan zelf de
                            afweging maken of men een dergelijke clausule, die een zekere mate van
                            vrijheid toestaat bij het afwijken van de algemene regels, wenselijk
                            vindt. Het gevaar van een hardheidsclausule is dat er (relatief) vaak
                            een beroep op wordt gedaan. De behandeling vergroot de uitvoeringslast
                            van het bestuursorgaan en bekort bij toewijzing de beschikbare tijd voor
                            de (voorbereiding van de) besluitvorming. Daarnaast lijkt een
                            hardheidsclausule te veel van het goede tegen de achtergrond van de
                            mogelijkheid om in klemmende situaties een aanvraag met een spoedeisend
                            karakter in te dienen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 4</titel>
          </kop>
          <al>In enkele specifieke gevallen is het noodzakelijk om het resultaat van
                            de wettelijke teldatum van 1 oktober 'onverwijld' door te geven aan de
                            gemeente. Dit omdat het resultaat - en de daarmee samenhangende behoefte
                            aan huisvesting(scapaciteit) - van direct belang is voor de beoordeling
                            van de noodzaak van een aangevraagde voorziening en daarmee van het al
                            dan niet opnemen van de voorziening op het programma.</al>
          <al>In concreto betreft het hier aanvragen voor tijdelijke voorzieningen in
                            de huisvesting in het (school)jaar dat volgt op de
                            programmavaststelling. Zo zal bijvoorbeeld de noodzaak van een extra
                            noodlokaal aan het begin van het schooljaar doorgaans bepaald worden
                            door het leerlingaantal en het daarmee samenhangende 'ruimtebeslag' op
                            de teldatum van 1 oktober daarvoor. De noodzaak van de tijdelijke
                            voorziening is daarmee afhankelijk van het resultaat op de teldatum.
                            Aangezien dit essentieel is voor de uiteindelijke beoordeling door
                            burgemeester en wethouders, is de bepaling in het vierde lid opgenomen.
                            Evenals het geval is bij andere in de modelverordening opgenomen
                            termijnen is ook hier gekozen voor het werken met een fatale
                            termijn.</al>
          <al>Er is nog een andere mogelijkheid denkbaar, namelijk dat achteraf wordt
                            geconstateerd dat uitvoering van de op het programma geplaatste
                            voorziening wegens gewijzigde omstandigheden (in casu een tegenvallend
                            resultaat van de leerlingtelling) geen doorgang vindt (zie bijvoorbeeld
                            artikel 16, derde lid). Met deze mogelijkheid moet men bij voorkeur
                            terughoudend omgaan, zeker wanneer de gewijzigde omstandigheid zich nog
                            aan de vooravond van de programmavaststelling manifesteert en er in
                            procedureel opzicht rekening kan gehouden met deze mogelijkheid.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Opgave ingediende aanvragen</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel is een direct uitvloeisel van het wettelijk uitgangspunt om
                            ook in procedureel opzicht het openbaar en bijzonder onderwijs op
                            gelijke voet te behandelen. De opgave van de ingediende aanvragen geeft
                            alle bevoegde gezagsorganen inzicht in wat er aan aanvragen ligt, zowel
                            vanuit het bijzonder als vanuit het openbaar onderwijs. Er kunnen
                            daarmee niet naderhand nog aanvragen worden toegevoegd.</al>
          <al>Bij het vooroverleg over de vaststelling van de verordening kan met de
                            schoolbesturen worden afgesproken om deze informatieverstrekking per
                            onderwijssector (primair, speciaal en voortgezet onderwijs) te regelen.
                            Zo zal een bestuur voor voortgezet onderwijs niet altijd geïnteresseerd
                            zijn in welke huisvestingswensen er precies leven in het primair
                            onderwijs.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Toelichting aanvraag; overleg over ingediende begroting</titel>
          </kop>
          <al/>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 1</titel>
          </kop>
          <al>Deze bepaling is met name opgenomen om de tijdsbesteding voor de
                            behandeling van de aanvragen te beperken. Dit gebeurt met het oog op een
                            effectief verloop van de verdere procedure op weg naar de vaststelling
                            van het programma.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 2</titel>
          </kop>
          <al>Ten aanzien van een voorziening waarvan de uiteindelijke bekostiging
                            ingevolge artikel 4, derde lid, laatste volzin, gebaseerd wordt op de
                            werkelijke kosten zal in eerste instantie worden gewerkt met een raming
                            van de kosten. De bepaling in dit lid regelt dat er overleg plaatsvindt
                            tussen de aanvrager en burgemeester en wethouders indien de gemeente
                            daartoe aanleiding ziet in de door de aanvrager overgelegde begroting.
                            Burgemeester en wethouders kan na toetsing van deze raming van oordeel
                            zijn dat de begroting op een of meer onderdelen bijstelling
                            behoeft.</al>
          <al>Uiteindelijk bepaalt burgemeester en wethouders de hoogte van de
                            geraamde kosten zoals deze, al dan niet bijgesteld, wordt voorgesteld in
                            het kader van de vaststelling van het gemeentelijk huisvestingsbudget en
                            het daaruit voortkomende programma.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad</titel>
          </kop>
          <al/>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 1-4</titel>
          </kop>
          <al>De wet schrijft voor dat de gemeente slechts na overleg met het
                            onderwijsveld overgaat tot de vaststelling van een
                            huisvestingsprogramma. Met deze leden wordt de in de wet opgenomen
                            verplichting ingevuld.</al>
          <al>Het overleg bevat tevens de hoorplicht van de aanvragers, in de zin van
                            de Awb. De aanvrager bepaalt hoe hij gehoord wil worden, daarom moet
                            gelegenheid worden gegeven om de standpunten ook schriftelijk kenbaar te
                            maken. Gezien het karakter van het overleg (met alle bevoegde
                            gezagsorganen) moeten degenen die aan het overleg deelnemen weten wat de
                            schriftelijke standpunten inhouden, zodat ze daar eventueel op kunnen
                            reageren.</al>
          <al>Overigens verdient het aanbeveling om in het overleg, dat voorafgaat aan
                            de vaststelling van de verordening, na te gaan hoe dit overleg praktisch
                            het best kan worden ingericht. Zo is het bijvoorbeeld denkbaar om voor
                            gemeenten die beschikken over een breed spectrum van onderwijssoorten,
                            het overleg per sector in te richten (primair en voortgezet onderwijs).
                            Daarnaast kan worden vastgesteld of het hier bedoelde overleg over de
                            onderwijshuisvesting ingebed wordt in een mogelijk breder
                            gestructureerde overlegvorm in het kader van het lokaal
                            onderwijsbeleid.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 5-9</titel>
          </kop>
          <al>De wet bepaalt dat de Onderwijsraad om advies wordt verzocht wanneer een
                            bevoegd gezag de gemeente daarom vraagt, dan wel wanneer de gemeente uit
                            eigen beweging hiertoe overgaat (zie bijvoorbeeld artikel 102, lid 6
                            WPO). De Onderwijsraad brengt binnen vier weken zijn advies uit. Het
                            advies wordt tegelijkertijd met het programma bekend gemaakt. Op de
                            advisering door de Onderwijsraad is van toepassing hetgeen in algemene
                            zin over advisering is geregeld in de Awb. In dit verband is met name
                            het bepaalde in artikel 3:6, tweede lid, artikel 3:7 en artikel 3:50 van
                            belang. Zo kan op grond van artikel 3:6, tweede lid de gemeenteraad het
                            programma vaststellen indien de Onderwijsraad het advies niet binnen
                            vier weken uitbrengt. Op grond van artikel 3:7 is de gemeente gehouden,
                            al dan niet op verzoek, de gegevens beschikbaar te stellen die de
                            Onderwijsraad nodig heeft voor het uitbrengen van advies. Wanneer de
                            raad afwijkt van het advies van de Onderwijsraad worden ingevolge
                            artikel 3:50 Awb de redenen daarvan vermeld in de motivering.</al>
          <al>In de leden 5 t/m 9 is in procedurele zin aangegeven op welke wijze de
                            Onderwijsraad kan worden ingeschakeld voor het inwinnen van advies over
                            de vaststelling van het huisvestingsprogramma in relatie tot de aspecten
                            van de vrijheid van richting en vrijheid van inrichting. Hierbij is
                            aangesloten op de procedurele lijn zoals die van toepassing is op de
                            inschakeling van de Onderwijsraad bij de vaststelling of wijziging van
                            de huisvestingsverordening (zie artikel 7).</al>
          <al>In lid 6 is bepaald dat alle deelnemers aan het overleg in de
                            gelegenheid worden gesteld hun zienswijze te geven over de inhoud van
                            een (voorgenomen) verzoek om advies aan de Onderwijsraad. Dit tegen de
                            achtergrond dat iedereen erbij gebaat is dat duidelijkheid bestaat over
                            de beweegredenen bij een, meer of alle partijen om zich tot de
                            Onderwijsraad te wenden. Deze gedachtewisseling laat uiteraard het recht
                            van een individueel schoolbestuur of van de gemeente om de Onderwijsraad
                            in te schakelen, ook wanneer de andere overlegpartners daaraan geen
                            behoefte hebben, onverlet. De zienswijzen van de schoolbesturen dienen
                            schriftelijk te worden vastgelegd omdat de Onderwijsraad bij zijn
                            oordeelsvorming over een verzoek om advies ook afwijkende meningen zal
                            willen betrekken.</al>
          <al>Ingevolge de wettekst is het de gemeenteraad die in alle gevallen de
                            Onderwijsraad verzoekt om advies. In lid 7 wordt tot uiting gebracht dat
                            de raad - in navolging van het bepaalde in lid 5 - dit overdraagt aan
                            burgemeester en wethouders.</al>
          <al>Het is van belang dat het door burgemeester en wethouders ingediende
                            verzoek om advies goed gedocumenteerd is en vergezeld gaat van alle
                            stukken die relevant (kunnen) zijn voor de adviseur (artikel 3:9 Awb).
                            De Onderwijsraad stelt zich namelijk op het standpunt dat de
                            adviestermijn van vier weken een aanvang neemt vanaf het moment waarop
                            de Onderwijsraad beschikt over de stukken die hij relevant acht voor de
                            advisering.</al>
          <al>Bij een eventuele inschakeling van de Onderwijsraad is het van belang
                            dat de gemeente goed in de gaten houdt dat hierdoor de besluitvorming
                            geen ernstige vertraging oploopt. Dit geldt zeker wanneer het overleg
                            waarin kenbaar werd gemaakt dat een of meer van de overlegpartners een
                            advies van de Onderwijsraad wenste, na de zomer plaatshad. Met het oog
                            op het bepaalde in artikel 11, lid 4 verdient het dan nadrukkelijk
                            aanbeveling om zo spoedig mogelijk tot de indiening van het advies over
                            te gaan. Minstens zo belangrijk is dat, zoals hiervoor is opgemerkt,
                            hierbij de Onderwijsraad de beschikking krijgt over alle relevante
                            stukken.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 1-4</titel>
          </kop>
          <al>Met deze leden wordt de in de wet opgenomen verplichting ingevuld dat de
                            gemeente niet dan na overleg met het onderwijsveld overgaat tot de
                            vaststelling van een huisvestingsprogramma.</al>
          <al>Onder het overleg is ook vervat de hoorplicht ingevolge de Awb van de
                            aanvragers. Omdat de aanvrager bepaalt hoe hij gehoord wil worden, moet
                            gelegenheid worden gegeven om de standpunten ook schriftelijk kenbaar te
                            maken. Gezien het karakter van het overleg (met alle bevoegde
                            gezagsorganen) moeten degenen die wel aan het overleg deelnemen weten
                            wat de schriftelijke standpunten inhouden, zodat ze daar eventueel op
                            kunnen reageren.</al>
          <al>Overigens verdient het aanbeveling om in het overleg dat voorafgaat aan
                            de vaststelling van de verordening na te gaan hoe dit overleg praktisch
                            het best kan worden ingericht. Zo is het bijvoorbeeld denkbaar om voor
                            gemeenten die beschikken over een breed spectrum van onderwijssoorten,
                            het overleg per sector in te richten (primair en voortgezet onderwijs).
                            Daarnaast kan worden vastgesteld of het hier bedoelde overleg over de
                            onderwijshuisvesting ingebed wordt in een mogelijk breder
                            gestructureerde overlegvorm in het kader van het lokaal
                            onderwijsbeleid.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 5-9</titel>
          </kop>
          <al>De wet bepaalt dat de Onderwijsraad om advies wordt verzocht wanneer een
                            bevoegd gezag de gemeente daarom vraagt, dan wel wanneer de gemeente uit
                            eigen beweging hiertoe overgaat (zie bijvoorbeeld artikel 102, lid 6
                            WPO). De Onderwijsraad brengt binnen vier weken zijn advies uit. Het
                            advies wordt tegelijkertijd met het programma bekend gemaakt. Op de
                            advisering door de Onderwijsraad is van toepassing hetgeen in algemene
                            zin over advisering is geregeld in de Awb. In dit verband is met name
                            het bepaalde in artikel 3:6, tweede lid, artikel 3:7 en artikel 3:50 van
                            belang. Zo kan op grond van artikel 3:6, tweede lid de gemeenteraad het
                            programma vaststellen indien de Onderwijsraad het advies niet binnen
                            vier weken uitbrengt. Op grond van artikel 3:7 is de gemeente gehouden,
                            al dan niet op verzoek, de gegevens beschikbaar te stellen die de
                            Onderwijsraad nodig heeft voor het uitbrengen van advies. Wanneer de
                            raad afwijkt van het advies van de Onderwijsraad worden ingevolge
                            artikel 3:50 Awb de redenen daarvan vermeld in de motivering.</al>
          <al>In de leden 5 t/m 9 is in procedurele zin aangegeven op welke wijze de
                            Onderwijsraad kan worden ingeschakeld voor het inwinnen van advies over
                            de vaststelling van het huisvestingsprogramma in relatie tot de aspecten
                            van de vrijheid van richting en vrijheid van inrichting. Hierbij is
                            aangesloten op de procedurele lijn zoals die van toepassing is op de
                            inschakeling van de Onderwijsraad bij de vaststelling of wijziging van
                            de huisvestingsverordening (zie artikel 7 met de daarbij behorende
                            toelichting van de VNG-modelverordening procedure overleg
                            huisvesting).</al>
          <al>Volgens de wet is het de gemeenteraad die tijdens het overleg over het
                            programma kan besluiten 'uit eigen beweging' een verzoek om advies in te
                            dienen bij de Onderwijsraad. Op grond van het vijfde en het zevende lid
                            delegeert de raad dit aan burgemeester en wethouders. Dit sluit ook aan
                            op de (voor de hand liggende) keuze om ook het voeren van het overleg
                            over het programma over te laten aan burgemeester en wethouders.</al>
          <al>In lid 6 is bepaald dat alle deelnemers aan het overleg in de
                            gelegenheid worden gesteld hun zienswijze te geven over de inhoud van
                            een (voorgenomen) verzoek om advies aan de Onderwijsraad. Dit tegen de
                            achtergrond dat iedereen erbij gebaat is dat duidelijkheid bestaat over
                            de beweegredenen bij een, meer of alle partijen om zich tot de
                            Onderwijsraad te wenden. Deze gedachtewisseling laat uiteraard het recht
                            van een individueel schoolbestuur of van de gemeente om de Onderwijsraad
                            in te schakelen, ook wanneer de andere overlegpartners daaraan geen
                            behoefte hebben, onverlet. De zienswijzen van de schoolbesturen dienen
                            schriftelijk te worden vastgelegd omdat de Onderwijsraad bij zijn
                            oordeelsvorming over een verzoek om advies ook afwijkende meningen zal
                            willen betrekken.</al>
          <al>Ingevolge de wettekst is het de gemeenteraad die in alle gevallen de
                            Onderwijsraad verzoekt om advies. In lid 7 wordt tot uiting gebracht dat
                            de raad - in navolging van het bepaalde in lid 5 - dit overdraagt aan
                            burgemeester en wethouders.</al>
          <al>Het is van belang dat het door burgemeester en wethouders ingediende
                            verzoek om advies goed gedocumenteerd is en vergezeld gaat van alle
                            stukken die relevant (kunnen) zijn voor de adviseur (artikel 3:9 Awb).
                            De Onderwijsraad stelt zich namelijk op het standpunt dat de
                            adviestermijn van vier weken een aanvang neemt vanaf het moment waarop
                            de Onderwijsraad beschikt over de stukken die hij relevant acht voor de
                            advisering.</al>
          <al>Bij een eventuele inschakeling van de Onderwijsraad is het van belang
                            dat de gemeente goed in de gaten houdt dat hierdoor de besluitvorming
                            geen ernstige vertraging oploopt. Dit geldt zeker wanneer het overleg
                            waarin kenbaar werd gemaakt dat een of meer van de overlegpartners een
                            advies van de Onderwijsraad wenste, na de zomer plaatshad. Met het oog
                            op het bepaalde in artikel 11, lid 4 verdient het dan nadrukkelijk
                            aanbeveling om zo spoedig mogelijk tot de indiening van het advies over
                            te gaan. Minstens zo belangrijk is dat, zoals hiervoor is opgemerkt,
                            hierbij de Onderwijsraad de beschikking krijgt over alle relevante
                            stukken.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Tijdstip vaststelling</titel>
          </kop>
          <al/>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 1</titel>
          </kop>
          <al>Het vaststellen van de begroting is een verantwoordelijkheid van de
                            gemeenteraad. De enkele vaststelling van het voor bekostiging
                            beschikbare budget in het kader van de begrotingsbehandeling is niet aan
                            te merken als een besluit, bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht,
                            waartegen bezwaar openstaat.</al>
          <al>Het vaststellen van het programma, het overzicht en een eventueel
                            budgetplafond is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. het
                            besluit een bekostigingsplafond in te stellen is aan te merken is als
                            een besluit van algemene strekking, niet zijnde een wettelijk
                            voorschrift. Tegen zo’n beslissing kan wel bezwaar en beroep worden
                            gemaakt.</al>
          <al>Hoe de twee verantwoordelijkheden (of eigenlijk de resultaten ervan)
                            worden ‘gekoppeld’, is een intern gemeentelijke (organisatorische) zaak
                            die niet hoeft te worden vastgelegd in een verordening.</al>
          <al>Het ligt voor de hand dat burgemeester en wethouders de voor uitvoering
                            van een programma benodigde gelden of een bekostigingsplafond voor een
                            van de onderdelen van dat programma laat vallen binnen het budget dat de
                            gemeenteraad daarvoor beschikbaar heeft gesteld.</al>
          <al>Als vooraf duidelijk is dat de aanvragen blijven binnen het door de raad
                            begrote bedrag, kunnen programma en –overzicht eerder worden vastgesteld
                            en weten alle partijen eerder waar ze aan toe zijn.</al>
          <al>Verder wordt hier de mogelijkheid geopend om desgewenst afzonderlijke
                            bedragen vast te stellen voor specifiek gemeentelijk beleid. Hierbij kan
                            gedacht worden aan het treffen van bepaalde huisvestingsvoorzieningen om
                            bepaalde onderwijsinhoudelijke ontwikkelingen te stimuleren, zoals
                            bijvoorbeeld de integratie tussen het basisonderwijs en delen van het
                            speciaal onderwijs. Tevens kan een deel van het budget worden geoormerkt
                            voor de gerichte aanwending van middelen voor de uitvoering van een
                            meerjarige onderhoudsplanning van schoolgebouwen, die op lokaal niveau
                            is overeengekomen.</al>
          <al>Het afsplitsen van een bedrag voor een specifieke categorie van
                            voorzieningen kan een belangrijk instrument voor de gemeente zijn om
                            bepaalde accenten te leggen in de uitvoering van haar zorgplicht voor
                            een adequate onderwijshuisvesting. Teneinde dit instrument effectief te
                            kunnen inzetten is het wel noodzakelijk om voorafgaande aan het moment
                            van de indiening van huisvestingsverzoeken hierover aan alle
                            schoolbesturen duidelijkheid te bieden. Dit kan door bijvoorbeeld in de
                            meerjarenbegroting voor bepaalde huisvestingsvoorzieningen een apart
                            budget op te nemen en daarbij te waarborgen dat dit bedrag ook
                            beschikbaar komt ten tijde van de vaststelling van het programma. Een
                            dergelijk deelbudget dient in combinatie met de volgorde van de hoofd-
                            en subprioriteiten zoals opgenomen in bijlage V te worden bezien.
                            Afhankelijk van de aard van de prioriteit kan een wijziging in deze
                            volgorde nodig zijn om te bewerkstelligen dat het deelbudget ook
                            daadwerkelijk kan worden aangewend voor de beoogde prioriteit in het
                            huisvestingsbeleid. Wordt de volgorde van de prioriteiten namelijk niet
                            aangepast aan de gewenste intensivering van bepaalde onderdelen van het
                            beleid, dan bestaat de kans dat de beschikbare middelen ingevolge de
                            niet-aangepaste volgorde van urgentiecriteria moeten worden aangewend
                            voor andere voorzieningen.</al>
          <al>Het is evident dat eventuele accenten binnen het toekenningsbeleid
                            altijd in het verlengde dienen te liggen van de gemeentelijke zorgplicht
                            voor een adequate huisvesting. Dergelijke accenten mogen met andere
                            woorden de reguliere noodzakelijke voorzieningen zoals uitbreidingen en
                            onderhoud niet onmogelijk maken. Voorts zullen de beleidsaccenten en de
                            daaruit voortvloeiende deelbudgetten in relatie tot een bijstelling van
                            de prioriteiten altijd in en na overleg met de schoolbesturen moeten
                            worden aangebracht. Zo is bijvoorbeeld een voorgenomen wijziging in de
                            urgentiecriteria (bijlage V) aan te merken als een wijziging van de
                            verordening, waaraan op overeenstemming gericht overleg vooraf moet gaan
                            met de schoolbesturen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 2</titel>
          </kop>
          <al>Uitgangspunt van de modelverordening is de koppeling aan de
                            begrotingscyclus. Dat leidt ertoe dat gelijktijdig met de begroting ook
                            het programma en het daaruit voortvloeiende overzicht worden
                            vastgesteld. Ter bescherming van de aanvragers wordt een uiterste datum
                            binnen het lopende kalenderjaar gesteld.</al>
          <al>Het spreekt voor zich dat burgemeester en wethouders geen programma
                            hoeft vast te stellen, indien geen voorziening in de huisvesting nodig
                            is noch een aanvraag is ingediend. Dit is in de wet zelf geregeld (zie
                            bijvoorbeeld artikel 97 WPO). Hetzelfde geldt voor het overzicht, met
                            dien verstande dat de vaststelling van een overzicht achterwege kan
                            blijven wanneer alle aanvragen worden geplaatst op het programma of
                            wanneer er geen aanvragen zijn ingediend - en er dus ook geen kunnen
                            worden afgewezen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Inhoud programma</titel>
          </kop>
          <al/>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 1</titel>
          </kop>
          <al>In dit lid, dat een belangrijk onderdeel van de verordening betreft,
                            namelijk de inhoud van het huisvestingsprogramma, komt voor alle
                            duidelijkheid tot uitdrukking dat burgemeester en wethouders het
                            programma vaststelt als resultante van de toetsing aan de in de wet
                            limitatief omschreven weigeringsgronden (zie bijvoorbeeld artikel 95,
                            derde lid WPO). Een deel van deze weigeringsgronden wordt voor wat
                            betreft hun feitelijke toepassing geoperationaliseerd via de nadere
                            regels die burgemeester en wethouders stelt op de onderdelen, genoemd in
                            de tweede volzin.</al>
          <al>Zo zijn de 'beoordelingscriteria' een nadere invulling van de toets of
                            de aangevraagde voorziening noodzakelijk is en of de aanvraag een
                            voorziening betreft als genoemd in artikel 2 van de verordening.</al>
          <al>De criteria voor de prognose operationaliseren de wettelijke
                            weigeringsgrond 'dat de gewenste voorziening niet gerechtvaardigd is op
                            grond van de te verwachten ontwikkeling van het aantal leerlingen
                            ...'</al>
          <al>De regels over de oppervlakte en indeling van schoolgebouwen doen
                            ditzelfde ten aanzien van de weigeringsgrond '... dat de gewenste
                            voorziening niet gerechtvaardigd is op grond van de aard en omvang van
                            de voorzieningen waarover de school reeds beschikt'.</al>
          <al>De concrete invulling van deze regels wordt niet in de romp van de
                            modelverordening uitgeschreven, maar in de in artikel 12 genoemde
                            bijlagen. Artikel 12 vormt daarmee, zoals ook bij andere bepalingen uit
                            de romp het geval is, de kapstok voor de gedetailleerde uitwerkingen van
                            bepaalde elementen in de bijlagen.</al>
          <al>De urgentiecriteria zijn apart gepositioneerd, omdat deze - in
                            tegenstelling tot de andere regels in het eerste lid - niet noodzakelijk
                            bij de programmavaststelling behoeven te worden toegepast. De
                            urgentiecriteria komen pas in beeld wanneer er meer aanvragen liggen dan
                            waarvoor er budget beschikbaar is.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 2</titel>
          </kop>
          <al>Burgemeester en wethouders en schoolbesturen kunnen het wenselijk vinden
                            om voorzieningen op het programma op te nemen die volgens de criteria
                            over de urgentie (bijlage V) daar strikt genomen niet voor in aanmerking
                            zouden komen. Indien daarover consensus bestaat (uiteindelijk blijkend
                            uit het bestuurlijk overleg over het concept-programma als bedoeld in
                            artikel 10, eerste lid van de verordening), kan burgemeester en
                            wethouders aan de raad verzoeken om af te mogen wijken van de criteria
                            zoals geformuleerd in bijlage V.</al>
          <al>Hoewel het bestuurlijk overleg over het concept-programma geen 'op
                            overeenstemming gericht overleg' betreft, is de praktijk binnen veel
                            gemeenten dat het overleg wel als zodanig wordt gevoerd en beleefd. Er
                            is van afgezien om een regeling te treffen voor het stemmen over een
                            alternatieve urgentievolgorde. Beoogd wordt te komen tot een gezamenlijk
                            gedragen voorstel. Finale besluitvorming over de daadwerkelijke
                            urgentievolgorde vindt niet plaats tijdens het overleg. Uiteindelijk
                            beslist de raad of hij wel of niet wenst af te wijken van de systematiek
                            en criteria van bijlage V.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 3</titel>
          </kop>
          <al>De zinsnede 'voor zover van toepassing' kan ook op de bekostiging
                            betrekking hebben. Zo zijn er voorzieningen denkbaar waarvoor het niet
                            nodig is om een bedrag beschikbaar te stellen. Hierbij kan worden
                            gedacht aan medegebruik in een (onderwijs)gebouw dat geschikt is en
                            waaraan dus geen aanpassingen hoeven plaats te vinden.</al>
          <al>Een aanvrager die een voorziening geplaatst ziet op het programma, kan
                            daaruit niet alleen afleiden dat de voorziening voor bekostiging in
                            aanmerking komt, maar ook welke eventuele nadere voorwaarden er gelden
                            rond ingebruikneming of buitengebruikstelling. Bijvoorbeeld: de
                            uitbreiding van een hoofdgebouw gaat gepaard met het afstoten van een
                            dislocatie.</al>
          <al>Wanneer de bekostiging van een op het programma geplaatste voorziening
                            op normatieve wijze is vastgesteld dan kan de aanvrager ook rechtstreeks
                            uit de opneming op het programma afleiden voor welk bedrag de
                            voorziening dient te worden gerealiseerd.</al>
          <al>Indien het gaat om een voorziening waarvan de uiteindelijk bekostiging
                            gebaseerd is op de feitelijke kosten, dan vermeldt het programma van
                            welke raming is uitgegaan. Deze raming zal vervolgens als leidraad
                            worden gehanteerd bij de vaststelling van het definitief
                            bekostigingsbedrag aan de hand van door de aanvrager in het kader van de
                            uitvoering te overleggen offertes.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Inhoud overzicht</titel>
          </kop>
          <al/>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 1</titel>
          </kop>
          <al>Een verwijzing naar artikel 12, eerste lid volstaat, omdat uit de
                            toepassing van de daar genoemde criteria blijkt of een aangevraagde
                            voorziening op het programma dan wel op het overzicht terechtkomt. Ook
                            aangevraagde voorzieningen die geen voorzieningen zijn in de zin van
                            artikel 2 van de verordening komen op het overzicht te staan.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 2</titel>
          </kop>
          <al>Deze bepaling is een direct uitvloeisel van het
                            motiveringsbeginsel.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Bekendmaking besluiten vaststelling bedrag, programma en
                                overzicht</titel>
          </kop>
          <al/>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 1</titel>
          </kop>
          <al>Volgens de toelichting op de wet moeten het programma en het overzicht
                            worden opgevat als een bundel van beschikkingen. Deze beschikkingen
                            moeten uiteraard ter kennis van de aanvragers worden gebracht. De
                            termijn van twee weken is gekozen, omdat de wet bepaalt dat binnen vier
                            weken na vaststelling van het programma overleg over de uitvoering
                            plaatsvindt met burgemeester en wethouders. Ingevolge artikel 3:43 Awb
                            dient de gemeente van het besluit mededeling toe doen aan degenen die
                            bij de voorbereiding ervan hun zienswijze naar voren hebben gebracht.
                            Gelet op het overleg met het totale scholenveld voorafgaande aan de
                            vaststelling van het programma is er echter voor gekozen het besluit aan
                            alle schoolbesturen toe te sturen. Hierbij doet dus niet terzake of het
                            betrokken schoolbestuur in een eerder stadium een zienswijze naar voren
                            heeft gebracht.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 2</titel>
          </kop>
          <al>De wet bepaalt alleen iets over de terinzagelegging van het overzicht.
                            Vanwege de samenhang tussen bedrag, programma en overzicht ligt het voor
                            de hand het totaal ter inzage te leggen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15</nr>
            <titel>Overleg wijze van uitvoering</titel>
          </kop>
          <al/>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 1</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel geeft een nadere invulling aan het wettelijk voorgeschreven
                            overleg over de wijze van uitvoering. Met deze invulling wordt beoogd
                            dat de aanvrager en burgemeester en wethouders een aantal praktische
                            afspraken maken over aspecten die samenhangen met de realisering van de
                            toegekende voorziening. Met dergelijke afspraken kunnen onduidelijkheden
                            en misverstanden in het verdere uitvoeringstraject worden voorkomen. In
                            ieder geval zal hierbij volstrekt duidelijk moeten zijn wie als bouwheer
                            optreedt. De wet (artikel 103 WPO, artikel 101 WEC en artikel 76n WVO)
                            gaat er weliswaar vanuit dat het bevoegd gezag optreedt als bouwheer,
                            maar biedt de mogelijkheid dat het bevoegd gezag en burgemeester en
                            wethouders overeenkomen dat de gemeente de voorziening tot stand brengt.
                            Het moet duidelijk vaststaan of al dan niet gebruik wordt gemaakt van
                            deze mogelijkheid.</al>
          <al>De termijn van vier weken waarbinnen burgemeester en wethouders met het
                            betrokken schoolbestuur in overleg treedt over de uitvoering vloeit
                            direct voort uit de wetgeving (artikel 95, lid 8 WPO; artikel 93, lid 8
                            WEC en artikelen 76, lid 8 WVO).</al>
          <al>De passage 'voor zover van toepassing' is opgenomen om niet alle
                            voorkomende varianten op het bouwheerschap en de eigendomssituatie te
                            hoeven beschrijven. Daarnaast is het bijvoorbeeld denkbaar dat geen
                            nadere afspraken behoeven te worden gemaakt over het tijdstip van
                            indiening van het bouwplan en de desbetreffende begroting, eenvoudigweg
                            omdat burgemeester en wethouders in het kader van artikel 16, vierde lid
                            heeft besloten dat dit achterwege kan blijven. Hetzelfde kan gelden voor
                            de uitvoering van de toets of zich nieuwe feiten en omstandigheden
                            voordoen.</al>
          <al>In het kader van de controle en het afleggen van verantwoording over de
                            besteding van de middelen kunnen nadere afspraken worden gemaakt over de
                            wijze en momenten waarop burgemeester en wethouders geïnformeerd wordt
                            over de voortgang van de uitvoering van de voorziening, alsmede over de
                            wijze waarop de finale verantwoording wordt afgelegd. Daarbij kan -
                            zeker bij omvangrijke projecten - ook aan de orde zijn dat dit gepaard
                            gaat met een accountantsverklaring.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 2</titel>
          </kop>
          <al>Wanneer de bekostiging van de uitvoering van de voorziening gebaseerd is
                            op de feitelijke kosten wordt in aanvulling op de afspraken die
                            voortvloeien uit het bepaalde in lid 1, ook expliciet in het overleg aan
                            de orde gesteld op welke wijze de aanvrager het werk wil gaan
                            aanbesteden en wanneer de gemeente zicht krijgt op de offertes die op de
                            aanbesteding worden uitgebracht (zie ook toelichting bij artikel 4). Bij
                            de aanbesteding van het werk dient de aanvrager, voor zo ver dit gezien
                            de aard van de voorziening nodig is, ingevolge het bepaalde in bijlage
                            IV, deel B richtlijnen in acht te nemen. Overigens kan de aanvrager
                            eerst tot aanbesteding overgaan wanneer burgemeester en wethouders heeft
                            ingestemd met het bouwplan, tenzij een dergelijk plan naar het oordeel
                            van burgemeester en wethouders eveneens gezien de aard van de
                            voorziening niet vereist is (zie ook artikel 16, lid 4).</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 3</titel>
          </kop>
          <al>Om te voorkomen dat in een later stadium misverstanden rijzen over de
                            afspraken over de uitvoering is bepaald dat deze schriftelijk worden
                            vastgelegd en ter instemming aan de aanvrager worden voorgelegd. Indien
                            de aanvrager zijn instemming schriftelijk heeft verleend, dan is daarmee
                            direct vastgelegd dat er overeenstemming bestaat over de wijze van
                            uitvoering. Mocht de aanvrager niet instemmen met het verslag, dan zal
                            in de praktijk meestal nader overleg plaatsvinden om alsnog
                            overeenstemming te bereiken. Blijken partijen het niet eens te kunnen
                            worden over de uitvoering van de voorziening dat wordt dit ook
                            schriftelijk vastgelegd en van beide zijde geconstateerd.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 4</titel>
          </kop>
          <al>Hierin is bepaald dat burgemeester en wethouders de aanvrager
                            uitsluitsel geeft wanneer de bekostiging start, binnen vier weken nadat
                            het overleg tot overeenstemming heeft geleid, in geval in het overleg is
                            medegedeeld dat de indiening van een bouwplan en begroting achterwege
                            kan blijven en/of er geen nadere toetsing aan wettelijke voorschriften
                            of gewijzigde omstandigheden hoeft plaats te vinden (zie artikel 16,
                            vierde lid). Het zal daarbij in de regel voorzieningen betreffen
                            waarvoor in een eerder stadium al een offerte is overgelegd, die weinig
                            of geen voorbereidingstijd meer vergen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden
                            gedacht aan de vervanging van de dakbedekking van een basisschool
                            (onderdeel van de huisvestingsvoorziening onderhoud).</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 5</titel>
          </kop>
          <al>Wanneer uit het ingevolge het derde lid vastgestelde verslag blijkt dat
                            het overleg over de wijze van uitvoering uiteindelijk niet uitmondt in
                            overeenstemming tussen aanvrager en burgemeester en wethouders, dan is
                            burgemeester en wethouders als bestuursorgaan de instantie die dit
                            constateert en meedeelt aan het schoolbestuur. Hierbij deelt
                            burgemeester en wethouders mee wat de overwegingen zijn om niet in te
                            stemmen met de door de aanvrager gewenste uitvoering. Deze mededeling is
                            een besluit in de zin van de Awb, waartegen dan ook voor aanvrager de
                            mogelijkheid van bezwaar en beroep openstaat.</al>
          <al>Artikel 16 Goedkeuring bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang
                            bekostiging; toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en
                            omstandigheden; overlegging offertes</al>
          <al>Dit artikel is voor een belangrijk deel een nadere uitwerking van de
                            wettelijke bepaling, waarbij een schoolbestuur dat aanspraak heeft op
                            een bekostiging van een voorziening en bij de uitvoering van de
                            voorziening als bouwheer optreedt, een bouwplan en de daarbij behorende
                            begroting ter goedkeuring moet indienen bij burgemeester en wethouders
                            (zie bijvoorbeeld artikel 103 WPO). Tevens geeft de aanvrager daarbij
                            aan op welk moment de bekostiging een aanvang dient te nemen.</al>
          <al>Indien in het overleg over de uitvoering (zie artikel 15) in afwijking
                            van het uitgangspunt dat de aanvrager optreedt als bouwheer, wordt
                            afgesproken dat de gemeente het bouwheerschap op zich neemt, dan is het
                            gestelde in het eerste lid uiteraard niet van toepassing.</al>
          <al>De aanvrager moet alleen een begroting bij het bouwplan in te dienen
                            wanneer het een voorziening betreft waarvoor de bekostiging op basis van
                            de genormeerde benadering (bijlage IV, deel A) is vastgesteld. Deze
                            begroting zal marginaal getoetst worden zolang de geraamde kosten de
                            genormeerde bekostiging niet overschrijden.</al>
          <al>Met het oog op een goede voortgang van de uitvoering en de duidelijkheid
                            richting aanvrager is in het tweede lid voorzien in een fatale termijn
                            (maximaal beslaat deze termijn negen weken) waarbinnen de gemeente het
                            bouwplan en de begroting moet hebben goedgekeurd. Bij goedkeuring van
                            het bouwplan en begroting stelt burgemeester en wethouders ook het
                            tijdstip vast waarop de bekostiging een aanvang neemt. Hiermee wordt
                            uitvoering gegeven aan de wettelijke opdracht om een dergelijk tijdstip
                            vast te stellen (zie bijvoorbeeld artikel 99, eerste lid WPO). Wanneer
                            de fatale termijn door burgemeester en wethouders wordt overschreden dan
                            wordt het bouwplan en de begroting geacht te zijn goedgekeurd en dient
                            de bekostiging aan te vangen op het tijdstip zoals door de aanvrager is
                            aangegeven.</al>
          <al>Het bepaalde in het derde lid markeert in de procedure rond de
                            uitvoering van het programma het moment waarop wordt bezien of er zich
                            na vaststelling van het programma nieuwe omstandigheden hebben
                            aangediend, die het rechtvaardigen om de aanspraak op bekostiging te
                            herzien. Het betreft hier een nadere invulling van wederom een
                            wettelijke bepaling (zie bijvoorbeeld artikel 101 WPO in samenhang met
                            artikel 99, eerste lid WPO). Het moment is zodanig gekozen dat door de
                            aanvrager nog geen onomkeerbare stappen zijn gezet, zoals bijvoorbeeld
                            het verlenen van een bouwopdracht.</al>
          <al>De leden 5 en 6 zien op de besluitvorming over de uitvoering van
                            aanvragen waarvoor de offertelijn geldt, of anders gezegd, waarbij de
                            feitelijke kosten bepalend zijn voor de uiteindelijke bekostiging.
                            Hierbij is geen sprake van een begroting, dus ook niet van een toets
                            daarvan. De begroting is namelijk al bij de indiening van de aanvraag
                            overgelegd en heeft toen alleen de functie gehad om te komen tot een
                            bedrag ten behoeve van de vaststelling van het programma. Bij de
                            uitvoering van een voorziening die volgens de offertelijn wordt
                            gerealiseerd, nemen de offertes de rol over van de begroting.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>17</nr>
            <titel>Aanvang bekostiging</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel is de uitwerking van de wettelijke opdracht zoals neergelegd
                            in bijvoorbeeld artikel 102, vierde lid WPO. Er is gekozen voor een
                            globale regeling waarin ruimte is voor variatie naargelang de concrete
                            omstandigheden. Door de bepaling op te nemen dat de aanvrager altijd aan
                            zijn financiële verplichtingen moet kunnen voldoen, is de bescherming
                            van de aanvrager gewaarborgd.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>18</nr>
            <titel>Vervallen aanspraak op bekostiging</titel>
          </kop>
          <al/>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 1</titel>
          </kop>
          <al>De data van 1 en 15 oktober zijn gekozen met het oog op de vaststelling
                            van de volgende gemeentebegroting. Het is van belang om op dat moment te
                            weten of een toegekende voorziening eventueel in een volgend
                            begrotingsjaar betaald moet worden. De bepaling over de toezending van
                            onder meer de bouwopdracht binnen twee weken berust niet op de wet. Het
                            is echter van belang om een dergelijke bepaling op te nemen, omdat de
                            gemeente daarna actie in de richting van de aanvrager kan ondernemen. De
                            term 'door de aanvrager' is opgenomen om duidelijk te maken dat, indien
                            de gemeente optreedt als bouwheer en de termijn wordt overschreden, er
                            geen sprake is van het vervallen van het recht op een bekostiging. De
                            aanvrager heeft dan immers recht op een voorziening.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 2</titel>
          </kop>
          <al>Deze hardheidsclausule is, in aanvulling op de wet, opgenomen, omdat het
                            denkbaar is dat, bijvoorbeeld door ruimtelijke ordeningprocedures, de
                            termijn buiten de schuld van de aanvrager wordt overschreden.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 3</titel>
          </kop>
          <al>De datum van 15 september is gekozen opdat de aanvrager bij afwijzing
                            van het verzoek kan proberen voor 1 oktober alsnog een bouwopdracht etc.
                            te geven.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikelen 19-24 Spoedprocedure</titel>
          </kop>
          <al>In dit hoofdstuk van de modelverordening zijn nadere regels opgenomen
                            over de indiening en beoordeling van aanvragen met een spoedeisend
                            karakter. Deze aanvragen doorlopen niet de procedure die geldt voor het
                            programma en zijn daarom niet gebonden aan een bepaalde indieningsdatum.
                            De aanvragen kunnen dus het gehele jaar door worden ingediend. Het zou
                            een misvatting zijn op grond hiervan te veronderstellen dat de
                            spoedprocedure als een soort 'ontsnappingsroute' kan worden gebruikt.
                            Een ontsnappingsroute die zou kunnen worden gevolgd wanneer een bevoegd
                            gezag verzuimd tijdig - op grond van artikel 6 van de modelverordening -
                            een aanvraag in te dienen voor het programma of wanneer een aanvraag
                            niet op het programma is geplaatst wegens toepassing van de financiële
                            weigeringsgrond. In dit laatste geval kan een bevoegd gezag in de
                            verleiding komen de aanvraag opnieuw in te dienen via de spoedprocedure,
                            omdat de financiële weigeringsgrond bij deze procedure niet kan worden
                            gehanteerd door de gemeente.</al>
          <al>Een andere optie is dat een bevoegd gezag op 'twee paarden wedt',
                            namelijk: voor dezelfde voorziening een aanvraag indient voor de
                            opneming in het programma én een aanvraag indient in het kader van de
                            spoedprocedure.</al>
          <al>Al deze procedurele opties lopen echter bij toepassing van de
                            modelverordening spaak, omdat het uiteindelijk gaat om de inhoud van de
                            aanvraag. Er moet onomstotelijk blijken dat het bij een aanvraag met een
                            spoedeisend karakter gaat om een daadwerkelijke calamiteit in : een
                            calamiteit die onvoorzienbaar was en volgens de wetgever zodanig moet
                            zijn dat het treffen van een voorziening geen uitstel kan lijden, omdat
                            anders het onderwijsproces geen doorgang meer kan vinden. Het meest voor
                            de hand liggende voorbeeld daarbij is het afbranden van een
                            schoolgebouw, waardoor het onderwijsproces (tijdelijk) in een andere
                            accommodatie moet doorgaan.</al>
          <al>Toepassing van de modelverordening leidt er toe dat het moment tussen
                            indiening van een reguliere aanvraag en de beoordeling in het kader van
                            het programma, aanzienlijk wordt bekort. Dit betekent dat het overgrote
                            deel van de aanvragen voor huisvestingsvoorzieningen via deze procedure
                            op adequate wijze kan worden afgehandeld. Ook de aanvragen die wellicht
                            hoog zouden scoren bij de toepassing van de urgentiesystematiek, maar
                            waarvan op moment van indiening en op het moment van
                            programmavaststelling (nog) niet kan worden gesproken over de noodzaak
                            om onverwijld de voorziening te treffen omdat anders het onderwijsproces
                            stokt. Dit betekent ook dat mag worden verwacht dat de aanvragen die in
                            het kader van de spoedprocedure worden ingediend ook écht spoedeisend
                            zijn. Normaliter zal dit betekenen dat de toepassing, maar zeker ook de
                            toewijzing in het kader van de spoedprocedure, eerder uitzondering dan
                            regel zal zijn.</al>
          <al>In de bepalingen over de procedure rondom aanvragen met een spoedeisend
                            karakter wordt aangesloten bij de bepalingen in de Algemene wet
                            bestuursrecht (Awb). Dit komt erop neer dat een aanvraag bij
                            burgemeester en wethouders van burgemeester en wethouders kan worden
                            ingediend (artikel 19) en dat zij binnen een redelijke termijn (artikel
                            4:13 Awb) een beschikking dient af te geven. Indien een beschikking niet
                            binnen een redelijke termijn kan worden gegeven, stelt burgemeester en
                            wethouders de aanvrager daarvan in kennis en wordt een redelijke termijn
                            genoemd waarbinnen hij de beschikking wel tegemoet kan zien (art. 4:14
                            Awb).</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>19</nr>
            <titel>Indiening aanvraag</titel>
          </kop>
          <al>Burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor de ontvangst,
                            beoordeling, besluitvorming en uitvoering van een aanvraag met een
                            spoedeisend karakter. Artikel 4:4 van de Awb bepaalt dat het orgaan dat
                            beslissingsbevoegd is een formulier kan vaststellen. Deze taak ligt
                            derhalve eveneens bij burgemeester en wethouders.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>20</nr>
            <titel>Inhoud aanvraag</titel>
          </kop>
          <al/>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 1</titel>
          </kop>
          <al>In aanvulling op de basisgegevens die moeten worden overgelegd als het
                            om een reguliere aanvraag zou gaan, dient in de aanvraag ook duidelijk
                            het spoedeisende karakter (de calamiteit waardoor het onderwijsproces
                            geen voortgang kan vinden) te worden toegelicht.</al>
          <al>Evenals bij een aanvraag voor het programma het geval is, kan ook bij de
                            aanvragen voor spoedeisende voorzieningen een keuze worden gemaakt ten
                            aanzien van welke gewenste voorzieningen in de huisvesting een prognose
                            wel of niet vereist is. Harmonisatie met de in dit verband in artikel 7,
                            tweede lid, onder a van de modelverordening gemaakte keuze ten aanzien
                            van de prognoses is daarbij vanzelfsprekend.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 2</titel>
          </kop>
          <al>De termijnen voor het aanleveren van aanvullende gegevens zijn bewust
                            kort gehouden. Dit is gerechtvaardigd, omdat het gaat om het treffen van
                            een voorziening die eigenlijk geen uitstel kan dulden. Iedereen, en
                            zeker de school, is gebaat bij een snelle, maar zorgvuldige
                            besluitvorming.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>21</nr>
            <titel>Tijdstip beslissingen</titel>
          </kop>
          <al>De procedure sluit aan op de bepalingen in artikel 4:13 en 4:14 van de
                            Awb. In beginsel beslist burgemeester en wethouders binnen vier weken op
                            een aanvraag. Het tweede lid geeft de mogelijkheid om op een later
                            tijdstip te beslissen indien het niet mogelijk is binnen vier weken te
                            beslissen. Burgemeester en wethouders niet in de dient de aanvrager
                            hiervan op de hoogte te stellen en daarbij een redelijke termijn te
                            noemen waarbinnen wel een beschikking tegemoet kan worden gezien.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>22</nr>
            <titel>- 24 Inhoud en uitvoering beschikking; vervallen aanspraak
                                bekostiging</titel>
          </kop>
          <al>Bij de besluitvorming en de uitvoering daarvan ten aanzien van aanvragen
                            met een spoedeisend karakter is, afgezien van de afwijkende termijnen,
                            de lijn gevolgd die ook van toepassing is ten aanzien van de
                            vaststelling van programma en overzicht.</al>
          <al>Dit betekent dat met inachtneming van de in de wet opgenomen
                            weigeringsgronden (zie bij voorbeeld artikel 100 WPO), de
                            toetsingscriteria worden toegepast overeenkomstig de bijlagen van de
                            verordening. Extra dimensie die ten opzichte van de 'reguliere lijn' aan
                            deze toetsing wordt toegevoegd is het element van de spoedeisendheid:
                            het treffen van de voorziening kan geen uitstel lijden in verband met de
                            voortgang van het onderwijs. Tevens komt in de modelverordening tot
                            uiting dat burgemeester en wethouders niet de financiële weigeringsgrond
                            kan hanteren. Dit komt tot uiting doordat de urgentiecriteria zoals
                            opgenomen in bijlage V buiten beschouwing blijven.</al>
          <al>Burgemeester en wethouders geeft bij de beschikking aan voor welke datum
                            een bouwopdracht moet zijn verleend, dan wel een koop-, huur- of
                            erfpachtovereenkomst moet zijn gesloten, dit is geen onderwerp meer van
                            het gesprek dat zij voert over de uitvoering van de toegekende
                            aanvraag.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikelen 25-28 Bekostiging kosten bouwvoorbereiding</titel>
          </kop>
          <al>Gemeenten die geen mogelijkheid willen bieden voor het aanvragen en
                            daarmee toekennen van bekostigingen voor de kosten van de
                            bouwvoorbereiding, kunnen bij de vaststelling van de verordening de
                            artikelen 3 en 25 t/m 28 achterwege laten. Met nadruk zij opgemerkt dat
                            de aanvraag om een bekostiging van de kosten van bouwvoorbereiding van
                            een andere orde is dan een aanvraag voor plaatsing op het programma.
                            Eerstbedoelde aanvraag is bedoeld om de weg te plaveien naar de
                            indiening van een aanvraag voor het programma. Het zal daarbij in de
                            regel gaan om huisvestingsvoorzieningen die als omvangrijk moeten worden
                            gekwalificeerd en die zich al enkele jaren van tevoren aankondigen (de
                            nieuwbouw van een school is daarbij het meest voor de hand liggende
                            voorbeeld). Met behulp van een bouwvoorbereidingskrediet kunnen de
                            aanvragen voor het programma goed worden voorbereid. Dit heeft als
                            voordeel dat wanneer dergelijke goed gedocumenteerde aanvragen
                            verschijnen op het programma, de uitvoering vrij snel na vaststelling
                            van het programma ter hand kan worden genomen. De gemeente heeft dan de
                            zekerheid dat in het jaar waarvoor de middelen beschikbaar worden
                            gesteld, ook de besteding zal plaatsvinden.</al>
          <al>Een bouwvoorbereidingskrediet is bedoeld voor de bestrijding van
                            salariskosten, die zijn gemoeid met de voorbereiding van een
                            bouwproject. Onder voorbereiding worden de werkzaamheden verstaan tot
                            aan het moment van aanbesteding. Het kan daarbij gaan om kosten
                            van:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>architect;</al></li>
            <li nr="-"><al>adviseur constructie;</al></li>
            <li nr="-"><al>adviseur werktuigbouwkundige installatie;</al></li>
            <li nr="-"><al>adviseur elektrotechnische installatie.</al></li>
          </lijst>
          <al>In bepaalde situaties kan het bovendien nuttig zijn adviseurs in te
                            schakelen voor bijvoorbeeld het programma van eisen, het
                            projectmanagement, de kostenbeheersing of de bouwfysica.Inschakeling van
                            laatstgenoemde adviseurs kan een beperking inhouden van de werkzaamheden
                            van de architect en de eerstgenoemde overige adviseurs.</al>
          <al>De bouwvoorbereiding is niet aangemerkt als een voorziening in de
                            huisvesting, omdat het dat volgens de wet niet is. De toekenning van een
                            bekostiging voor bouwvoorbereiding dient daardoor buiten het programma
                            te blijven. Het bedrag voor het programma is immers bestemd voor
                            huisvestingsvoorzieningen zoals bedoeld in de wet. Als een zodanige
                            voorziening niet wordt toegekend omdat het bedrag niet voldoende is, en
                            er wordt wel in dat kader bouwvoorbereiding toegekend (het kan daarbij
                            om aanmerkelijke bedragen gaan), dan heeft de aanvrager die wordt
                            afgewezen in beroep een gerede kans op succes. Het bedrag voor
                            bouwvoorbereiding dient dus als apart bedrag te worden opgenomen.</al>
          <al>Er is wel alles voor te zeggen om, gezien de budgettaire gevolgen voor
                            de gemeentebegroting in het algemeen en voor de onderwijshuisvesting in
                            het bijzonder, de beoordeling en afhandeling van verzoeken om
                            bouwvoorbereiding in procedure gelijk te schakelen met die voor het
                            programma. Voor deze benadering is dan ook gekozen in hoofdstuk 4 van de
                            modelverordening. Dit betekent ook dat burgemeester en wethouders het
                            orgaan is dat beslist over het inwilligen van dergelijke verzoeken.</al>
          <al>Toekenning van een bekostiging voor bouwvoorbereiding van een
                            voorziening betekent niet dat de voorziening die met behulp van deze
                            bekostiging wordt voorbereid, per saldo meer kost dan een soortgelijke
                            voorziening, die zonder een dergelijke bekostiging geplaatst wordt op
                            het programma. In feite komt de toekenning van een bekostiging er op
                            neer dat een deel van de kosten gemoeid met de huisvestingsvoorziening
                            naar voren worden gehaald. Dit betekent ook dat wanneer een genormeerde
                            bekostiging wordt toegekend ter realisering van de
                            huisvestingsvoorziening zelf, de bouwvoorbereidingsbekostiging dan op de
                            genormeerde bekostiging in mindering wordt gebracht. Dit gebeurt omdat
                            in de normatieve bekostigingsbedragen voor bouwactiviteiten zoals
                            opgenomen in bijlage IV, deel A, de kosten van voorbereiding zijn
                            inbegrepen.</al>
          <al>De mogelijkheid om een bouwvoorbereidingskrediet aan te vragen is een
                            nadere concretisering van de in de wet opgenomen mogelijkheid inhoudende
                            dat burgemeester en wethouders een bekostiging voor bouwvoorbereiding
                            kan toekennen. Bij de bepalingen inzake de beslissing op dergelijke
                            verzoeken zijn de toetsingscriteria aangeduid, omwille van kenbaar
                            bestuur en gelijke behandeling (zie artikel 27). Daarbij is voorzien in
                            een financiële weigeringsgrond. Voorts spreekt het voor zich dat de
                            noodzaak van de voorziening waarvoor de bouwvoorbereiding is bestemd
                            aanwezig moet zijn. Daarnaast zal ook, uit oogpunt van een gerichte en
                            effectieve besteding van eventueel toe te kennen gelden voor de
                            bouwvoorbereiding, een duidelijk perspectief aanwezig moeten zijn:
                            wanneer de plannen zijn uitgewerkt, moet er ook binnen afzienbare
                            termijn daadwerkelijk een aanvang mee worden gemaakt.</al>
          <al>Dit is niet alleen afhankelijk van de vraag of het bevoegd gezag in het
                            beoogde jaar de opdracht tot uitvoering kan verlenen, maar ook van een
                            reële inschatting door de gemeente of het beoogde project voor dat jaar
                            op een nog vast te stellen programma kan worden geplaatst. Het
                            verstrekken van een bouwvoorbereidingskrediet geeft hierop weliswaar
                            geen recht, maar het is weinig zinvol een dergelijk krediet toe te
                            kennen en vervolgens bij de daarop volgende - met behulp van het krediet
                            voorbereide - aanvraag voor plaatsing op het programma te moeten
                            constateren dat de financiële ruimte niet aanwezig is voor de
                            realisering van de voorziening. Iets dat zich natuurlijk altijd kan
                            voordoen in geval van onvoorziene tegenvallers op de
                            gemeentebegroting.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikelen 29-36 Medegebruik en verhuur</titel>
          </kop>
          <al>De artikelen 102 WPO, 100 WEC, 76m WVO geven de opdracht aan de
                            gemeenteraad om in de huisvestingsverordening een procedure voor het
                            medegebruik en de verhuur van onderwijsgebouwen op te nemen. Wat het
                            medegebruik betreft houdt de opdracht in feite in het vastleggen van de
                            wijze waarop burgemeester en wethouders met het recht tot het vorderen
                            van leegstaande ruimten omgaat. Dit vorderingsrecht kan betrekking
                            hebben op medegebruik ten behoeve van onderwijs en educatie, maar ook
                            ten behoeve van culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden.
                            Met nadruk zij gemeld dat het gaat om delen van gebouwen die leegstaan.
                            Indien het gaat om een gebouw dat in zijn geheel leeg is of komt, is
                            artikel 37(Tijdstip beëindiging gebruik gebouwen) van toepassing.</al>
          <al>Het vorderingsrecht met betrekking tot gebouwen kan betrekking hebben op
                            zowel het gebruik tijdens als na de schooltijden. Dit geldt ook voor
                            sportterreinen die in eigendom zijn van een schoolbestuur voor
                            voortgezet onderwijs. Het vorderingsrecht beperkt zich dan tot het
                            vorderen ten behoeve van ander gebruik dan onderwijsgebruik
                            (bijvoorbeeld voor sportverenigingen). Het recht van de gemeente om
                            leegstand te bestemmen voor ander gebruik strekt zich uit over de wel en
                            de niet door de gemeente in stand gehouden scholen. Het sluitstuk van de
                            procedure - het vorderen - vindt echter niet plaats als het leegstand
                            betreft in een gebouw van een school die de gemeente zelf in stand
                            houdt. Dat neemt niet weg dat de criteria die in deze artikelen worden
                            geformuleerd uiteraard ook gelden voor gebouwen van scholen die door de
                            gemeente in stand worden gehouden.</al>
          <al>Er is gekozen voor een iets verschillende benadering van medegebruik ten
                            behoeve van onderwijs en medegebruik ten behoeve van andere
                            activiteiten. Voor medegebruik ten behoeve van andere activiteiten mag
                            van burgemeester en wethouders worden verlangd dat in het overleg met
                            het bevoegd gezag expliciet, en ten aanzien van met name aangeduide
                            onderwerpen, de gelegenheid wordt geboden om eventuele wensen aangaande
                            het medegebruik te uiten, mede gelet op de vrijheid van richting en
                            inrichting. Uiteraard bestaat die gelegenheid ook in het overleg over
                            het onderwijsmedegebruik. Aangezien het dan echter altijd gaat om
                            gebruik dat overeenkomt met de bestemming van het gebouw, zal het
                            overleg daarover meer een praktisch dan een principieel karakter kunnen
                            hebben.</al>
          <al>De artikelen 29 t/m 33 worden toegepast als er een aanvraag van een
                            bevoegd gezag voor plaatsing op het programma of voor de spoedprocedure
                            is gedaan. Dat kan een aanvraag om medegebruik zijn, maar het kan ook
                            een andere aanvraag zijn die wordt afgewezen en waarin door middel van
                            medegebruik wordt voorzien.</al>
          <al>Voorbeeld: er komt een aanvraag binnen om de uitbreiding van een
                            basisschool op het programma te plaatsen. De bepalingen van artikel 12
                            (regels voor de vaststelling van het programma) zijn van toepassing op
                            die aanvraag. In artikel 12 wordt onder meer verwezen naar bijlage I. In
                            die bijlage is gesteld dat de uitbreiding niet wordt bekostigd als er
                            binnen 2.000 meter hemelsbreed sprake is van leegstand waar medegebruik
                            kan plaatsvinden. Binnen die afstand blijkt geschikte leegstand aanwezig
                            te zijn, hetgeen wordt geconstateerd aan de hand van artikel 30
                            (omschrijving leegstand). Tevens wordt geconstateerd dat de situatie als
                            bedoeld in artikel 31, lid 1 (de leegstand is al door het bevoegd gezag
                            in medegebruik gegeven aan een andere school) zich niet voordoet. Die
                            constatering kan plaatsvinden aan de hand van de gemeentelijke
                            gegevensadministratie; op grond van artikel 5 moet een bevoegd gezag
                            immers melden dat er sprake is van medegebruik. Burgemeester en
                            wethouders deelt in het overleg als bedoeld in artikel 10 (het overleg
                            over het programma) mede dat zij voornemens zijn om de wettelijke
                            weigeringsgrond genoemd in artikel 100, lid 1d WPO toe te passen (de
                            aanvraag wordt geweigerd als er door middel van medegebruik in de
                            huisvestingsbehoefte kan worden voorzien). Over dat voornemen wordt op
                            grond van artikel 32 overleg gevoerd met het bevoegd gezag dat de
                            aanvraag heeft ingediend en met het bevoegd gezag waarvan leegstand
                            gevorderd zal worden. Dat overleg maakt deel uit van het overleg over
                            het programma als bedoeld in artikel 10. Er wordt voorzien in de
                            aanvraag door toepassing te geven aan artikel 31 (volgorde van vorderen)
                            en 32 (overleg en mededeling). De beschikking voor het bevoegd gezag dat
                            de uitbreiding heeft aangevraagd (onderdeel van het programma) luidt als
                            volgt: de aanvraag wordt afgewezen en in plaats daarvan wordt
                            medegebruik in gebouw [.....] toegekend. Het bevoegd gezag waarvan
                            gevorderd wordt krijgt op grond van artikel 32 een
                            vorderingsbeschikking, tenzij in het overleg is aangegeven dat er tegen
                            de vordering geen bezwaar bestaat.</al>
          <al>Wat de verhuur betreft kan de regeling in de verordening beperkt zijn;
                            de wet regelt immers uitputtend wanneer wel en niet sprake kan zijn van
                            verhuur.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>29</nr>
            <titel>Aanduiding omstandigheden</titel>
          </kop>
          <al>In dit artikel is aangegeven dat er, alvorens burgemeester en wethouders
                            kan overgaan tot vordering, eerst sprake moet zijn van een aanvraag (op
                            grond van artikel 6 of 19) om een huisvestingsvoorziening voor een
                            school, en dat er bij die school ook een aantoonbaar tekort aan
                            huisvesting is. Lid 1b ziet op de situatie dat er bijvoorbeeld sprake is
                            van een omvangrijke onderhouds- of aanpassingsbehoefte, terwijl
                            medegebruik daarvoor een alternatief vormt. De leden 1d en e regelen dat
                            er sprake dient te zijn van leegstand.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>30</nr>
            <titel>Omschrijving leegstand</titel>
          </kop>
          <al/>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 1a</titel>
          </kop>
          <al>Door de capaciteit van het gebouw (als bepaald volgens bijlage III, deel
                            A) te relateren aan de behoefte volgens het ruimtebehoeftemodel
                            ingevolge bijlage III, deel B wordt bezien of er een overschot aan
                            ruimte is</al>
          <al>Er word uitgegaan van een genormeerde benadering: als het aantal
                            vierkante meters van een gebouw de drempelwaarde overschrijdt is er
                            sprake van genormeerde leegstand..</al>
          <al>Bij de capaciteitsbepaling worden ruimten die een bevoegd gezag
                            eventueel voor eigen rekening heeft gerealiseerd en waar geen
                            (rijks)bekostiging voor wordt verstrekt wel geregistreerd, maar niet als
                            beschikbare capaciteit. Het vorderingsrecht strekt zich derhalve niet
                            tot dergelijke ruimten uit. Voor de goede orde: de zogenaamde eigendoms-
                            en huurscholen vallen dus wel onder het vorderingsrecht. Hiervoor wordt
                            immers wel een (rijks)bekostiging verstrekt.</al>
          <al>In tegenstelling tot de volledig voor eigen rekening gefinancierde
                            ruimten, strekt het vorderingsrecht zich wel uit tot leegstaande ruimten
                            waaraan een bevoegd gezag een andere bestemming (bijvoorbeeld
                            mediatheek, overblijflokaal) heeft gegeven. Deze handelwijze kan worden
                            afgeleid uit de jurisprudentie onder de oude wetgeving waarin is
                            vastgelegd dat, indien er sprake is van genormeerde leegstand waaraan
                            een bevoegd gezag een andere bestemming heeft gegeven, deze bestemming
                            moet wijken voor noodzakelijk onderwijsgebruik.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 1b</titel>
          </kop>
          <al>Voor het voortgezet onderwijs kan niet van een zelfde, strikt
                            genormeerde, benadering worden uitgegaan als bij het primair onderwijs.
                            Het vertrekpunt is wel hetzelfde: door de capaciteit van het gebouw (als
                            bepaald volgens bijlage III, deel A) te relateren aan de behoefte
                            volgens het ruimtebehoeftemodel ingevolge bijlage III, deel B wordt
                            bezien of er een overschot aan vierkante meters is. Als dat overschot
                            geconstateerd wordt, behoeft dat niet automatisch te betekenen dat er
                            dan ook een deel van het gebouwvrij is op de gewenste tijd. Een bevoegd
                            gezag van een school voor voortgezet onderwijs heeft namelijk het recht,
                            binnen de rijksbekostiging, om meer of minder uren aan bepaalde vakken
                            toe te delen. Deze keuzen hebben consequenties voor het lesrooster en de
                            omvang van de groepen, en daarmee voor de beschikbaarheid van het
                            gebouw. Daarom wordt bij een school voor voortgezet onderwijs vervolgens
                            aan de hand van het lesrooster bekeken of er daadwerkelijk sprake is van
                            leegstand. De verantwoordelijkheid om op basis van lesroosters eventueel
                            aan te tonen dat er geen sprake is van leegstand, ligt bij het
                            schoolbestuur. Achtergrond hiervan is dat gemeenten geen zicht hebben op
                            de lesroosters van scholen.</al>
          <al>Het gaat hier met nadruk om de vrijheid binnen de rijksbekostiging.
                            Indien een bevoegd gezag extra middelen aanwendt en daarmee beslag op
                            leegstand legt, is er sprake van eigen beleid dat dient te wijken voor
                            noodzakelijk onderwijsgebruik.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 2a</titel>
          </kop>
          <al>Voor de beoordeling of er leegstand is in een gymlokaal dat gebruikt
                            wordt door het primair onderwijs wordt het aantal klokuren dat voor dat
                            lokaal in gebruik is en waarvoor de gemeente goedkeuring heeft verleend,
                            bij elkaar opgeteld. De capaciteit van het gebouw, verminderd met dit
                            aantal, levert de leegstand op. Voor de capaciteit van het gebouw wordt
                            uitgegaan van het maximum aantal uren dat een gebouw per week voor het
                            onderwijs gebruikt kan worden. Het aantal van 40 is dan reëel, gelet op
                            de schooltijden voor het voortgezet onderwijs die de maximumgrens
                            vormen. Het getal van 40 betekent uiteraard niet dat scholen voor
                            primair onderwijs buiten hun reguliere schooltijden verwezen kunnen
                            worden naar een gymnastiekruimte die nog geen 40 klokuren in gebruik is.
                            Verwijzing kan alleen maar plaatsvinden binnen de voor de betreffende
                            schoolsoort geldende reële schooltijden.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 2b</titel>
          </kop>
          <al>De reden van de controle aan de hand van het lesrooster is dezelfde als
                            bij lid 1b.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>31</nr>
            <titel>Nalaten vordering; volgorde van vorderen</titel>
          </kop>
          <al/>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 1</titel>
          </kop>
          <al>Door opneming van deze bepaling wordt recht gedaan aan de autonomie van
                            scholen. Indien bevoegde gezagsorganen onderling medegebruik
                            overeenkomen, is er geen reden voor de gemeente om dat te doorkruisen.
                            Deze bepaling kan er mogelijk toe leiden dat in een enkel geval alsnog
                            bijvoorbeeld een uitbreiding moet worden toegestaan omdat door de
                            bevoegde gezagsorganen niet de meest optimale situatie is gecreëerd.
                            Aangezien deze situatie waarschijnlijk alleen bij hoge uitzondering zal
                            voorkomen, is dit geen reden om af te zien van deze bepaling.</al>
          <al>Overigens kan deze bepaling uitgebreid worden naargelang de gemeente in
                            het (brede) huisvestingsbeleid bepaalde accenten wil leggen. Als
                            voorbeeld kan genoemd worden het niet vorderen van leegstand indien deze
                            wordt benut als peuterspeelzaal.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 2</titel>
          </kop>
          <al>Hierin is bepaald dat het onderling overeengekomen medegebruik alleen
                            dan een reden is om niet tot vordering over te gaan, indien de eigen
                            gebouwen van de school die medegebruikt, onvoldoende capaciteit hebben.
                            Uiteraard wordt ook hier uitgegaan van de bepaling van de capaciteit en
                            van het aantal groepen zoals bedoeld in bijlage III. Ook hier geldt dat
                            eigen beleid van bevoegde gezagsorganen, bijvoorbeeld het verkleinen van
                            groepen zodanig dat dit leidt tot een extra huisvestingsbehoefte, moet
                            wijken voor noodzakelijk ander onderwijsgebruik.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 3</titel>
          </kop>
          <al>De keuze voor deze volgorde van vorderen kan uiteraard gewijzigd worden.
                            Het verdient echter aanbeveling om deze keuze wel vast te leggen. Indien
                            er meerdere opties zijn moet immers gemotiveerd kunnen worden hoe
                            burgemeester en wethouders tot een bepaalde keuze is gekomen. Het
                            gestelde in dit lid zijn bij uitstek aangelegenheden die met de bevoegde
                            gezagsorganen besproken moeten worden, alvorens ze vast te leggen. Dat
                            geldt uiteraard ook voor a, zoals dat voor de hele verordening geldt.
                            Uitgangspunt bij de vordering is dat een schoolbestuur dat ruimtegebrek
                            heeft bij een van zijn scholen, eerst gaat kijken naar eventueel
                            beschikbare ruimte binnen een van de onder zijn beheer staande gebouwen.
                            Indien deze aanwezig is, zal het in de regel nog geen eens komen tot een
                            aanvraag voor medegebruik bij de gemeente. Mocht dit wel zo zijn dan is
                            de kans groot dat ingevolge lid 3a de gemeente het bestuur verwijst naar
                            een van zijn eigen gebouwen. Voor a geldt echter ook dat het financiële
                            consequenties kan hebben om niet als eerste optie van de - qua
                            oppervlakte en indeling - geschiktste ruimte uit te gaan. Vandaar dat
                            uit hoofde van een doelmatiger oplossing kan worden voorbijgegaan aan
                            aanwezige leegstand in een van de gebouwen van het betrokken
                            schoolbestuur. Het gestelde onder b is minder relevant als het gaat om
                            gymnastiekruimten. Om redenen van eenvoud is er echter voor gekozen geen
                            aparte volgorde voor gymnastiekruimten op te nemen. Bij de toepassing
                            van lid 3c dient het openbaar onderwijs in dit verband ook als een
                            richting te worden aangemerkt.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 4</titel>
          </kop>
          <al>Deze bepaling voorkomt dat de volgorde zoals opgenomen in het derde lid
                            te rigide gaat werken. Wanneer op lokaal niveau alle bij de vordering
                            betrokken partijen het eens zijn over een oplossing die niet direct
                            voortvloeit uit het derde lid, dan kan van de daarin neergelegde
                            volgorde worden afgeweken.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>32</nr>
            <titel>Overleg en mededeling</titel>
          </kop>
          <al/>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 1</titel>
          </kop>
          <al>Het voeren van overleg is wettelijk verplicht. Om praktische redenen is
                            ervoor gekozen dit te koppelen aan het overleg over het programma. In
                            het kader van de vaststelling van het programma zal immers in de regel
                            geconstateerd worden of er van medegebruik sprake kan zijn.</al>
          <al>Ten aanzien van het voorgenomen besluit in het kader van het programma
                            (dat is niet het besluit tot vordering maar het besluit om medegebruik
                            toe te staan) is er voor beide bevoegde gezagsorganen de mogelijkheid
                            een advies van de Onderwijsraad te vragen. Ook hebben zij beiden de
                            mogelijkheid om bezwaar en beroep tegen de vaststelling van het
                            programma in te stellen. Dit heeft geen opschortende werking.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 2</titel>
          </kop>
          <al>De termijn van vier weken is uiteraard facultatief. Om een bevoegd gezag
                            waarvan gevorderd gaat worden de gelegenheid te geven desgewenst tijdig
                            (organisatorische) maatregelen te nemen, verdient het aanbeveling de
                            termijn zo kort mogelijk te houden. Het bevoegd gezag is overigens op
                            grond van het overleg ook al in de gelegenheid om zich voor te bereiden
                            op het medegebruik. De mededeling dient schriftelijk plaats te vinden.
                            Er is sprake van een beschikking waarop de rechtsbescherming van de Awb
                            van toepassing is. Het instellen van bezwaar en/of beroep heeft geen
                            opschortende werking.</al>
          <al>De laatste volzin is toegevoegd om geen overbodige administratieve
                            handelingen te hoeven uitvoeren indien er in het overleg is komen vast
                            te staan dat er overeenstemming over de vordering bestaat.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Leden 3 en 4</titel>
          </kop>
          <al>In geval van een spoedprocedure is het niet goed mogelijk om termijnen
                            op te nemen voor het overleg. De aard van de aanvragen kan namelijk met
                            zich meebrengen dat een en ander op zeer korte termijn geregeld moet
                            worden. Uiteraard geldt ook hier dat het 'ontvangende' bevoegde gezag
                            redelijkerwijs de gelegenheid moet hebben om de nodige maatregelen te
                            treffen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 5e</titel>
          </kop>
          <al>De vordering geschiedt voor een bepaalde periode, zodat het bevoegd
                            gezag waarvan gevorderd wordt weet waar het aan toe is. Het ligt voor de
                            hand de periode te baseren op de uitkomst van de prognose. De periode
                            van vordering kan verlengd worden indien dat noodzakelijk is.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>33</nr>
            <titel>Bekostiging</titel>
          </kop>
          <al>Voor het primair onderwijs is in de wet bepaald dat een bevoegd gezag
                            dat gebruik maakt van een gebouw van een andere bevoegd gezag, de
                            daarvoor ontvangen bekostiging doorbetaalt. Aangezien 'de ontvangen'
                            bekostiging niet eenduidig te definiëren valt - de bekostiging is
                            namelijk mede afhankelijk van de omvang van de school - dient daarover
                            overleg tussen de bevoegde gezagsorganen plaats te vinden. Voor het
                            voortgezet onderwijs geldt niet een dergelijke wettelijke bepaling, daar
                            is overleg dus ook de aangewezen weg.</al>
          <al>Omdat de belangen uiteenlopen, kan het voorkomen dat het overleg niet
                            tot overeenstemming leidt. Omdat er dan geen wettelijk geregelde
                            rechtsbescherming geldt, lijkt het verstandig om in de verordening een
                            bepaling ten aanzien van de bekostigingen op te nemen voor het geval men
                            er onverhoopt niet uitkomt. Een systematiek hiervoor is opgenomen in
                            bijlage IV, deel C, en is afgeleid van de rijksbekostiging voor de
                            materiële instandhouding voor de huisvesting van groepen in het
                            basisonderwijs. Uiteraard kunnen andere bedragen worden opgenomen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>34</nr>
            <titel>Aanduiding omstandigheden</titel>
          </kop>
          <al/>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Onderdeel a</titel>
          </kop>
          <al>Zie de toelichting bij artikel 30.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Onderdeel b</titel>
          </kop>
          <al>De sportvelden zijn hier opgenomen vanwege de bepaling in artikel 76r
                            WVO dat het vorderingsrecht zich ook daartoe uitstrekt.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>35</nr>
            <titel>Overleg en mededeling</titel>
          </kop>
          <al/>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 2</titel>
          </kop>
          <al>De reden dat hier expliciet is aangegeven wat in ieder geval in het
                            overleg aan de orde dient te komen is gelegen in het feit dat het gaat
                            om gebruik van een gebouw of terrein waarvoor het gebouw of terrein niet
                            in eerste instantie is bedoeld. Dat betekent dat de positie van het
                            bevoegd gezag met nog meer waarborgen omkleed moet worden dan wanneer
                            het om onderwijsmedegebruik gaat. Het bevoegd gezag moet in de
                            gelegenheid gesteld worden zich in het overleg een oordeel te vormen
                            over de aard van de activiteit en de invloed van die activiteit op het
                            onderwijsproces. Als gevolg daarvan kan ook afgesproken worden dat
                            bepaalde maatregelen van de zijde van de gemeente of de medegebruiker
                            genomen worden om hinder te voorkomen. Omdat het om verschillende vormen
                            van medegebruik kan gaan is niet eenduidig vast te stellen welke
                            bekostiging daartegenover dient te staan. Wel is het mogelijk om hierbij
                            aan te sluiten op een bekostigingsbedrag in het kader van de programma's
                            van eisen materiële instandhouding basisonderwijs door middel van een
                            verwijzing naar bijlage IV, deel C. Deze bekostiging dekt de variabele
                            kosten en zal in het algemeen voldoende zijn; het gaat immers niet om
                            huur.</al>
          <al>Er is van afgezien de beoogde gebruiker in het overleg te betrekken. Er
                            wordt van uitgegaan dat deze door burgemeester en wethouders
                            vertegenwoordigd wordt. Desgewenst kan de beoogde gebruiker natuurlijk
                            wel in het overleg betrokken worden. Het verdient in ieder geval
                            aanbeveling dat het bevoegd gezag en de medegebruiker, voor de aanvang
                            van het medegebruik, schriftelijk een aantal (praktische) afspraken
                            vastleggen. Het kader voor die afspraken wordt gevormd door het besluit
                            tot vordering door burgemeester en wethouders.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 3</titel>
          </kop>
          <al>Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, neemt burgemeester en
                            wethouders een beslissing inzake de openstaande punten. Voor deze
                            formulering is gekozen om te voorkomen dat door een verschil van mening
                            het vorderingsrecht niet geëffectueerd kan worden. De beslissing van
                            burgemeester en wethouders is een beschikking, waarop de
                            rechtsbescherming van de Awb van toepassing is.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>36</nr>
            <titel>Toestemming college</titel>
          </kop>
          <al/>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Leden 2 en 3</titel>
          </kop>
          <al>De aanduiding van de bestemming van de te verhuren ruimte is van belang
                            voor de toetsing door burgemeester en wethouders aan de wet- en
                            regelgeving die bepaalde bestemmingen niet toelaat. Zo is het
                            bijvoorbeeld op grond van de onderwijswetgeving niet toegestaan om een
                            onderwijsgebouw of -terrein te verhuren als woon- of bedrijfsruimte. Ook
                            een bestemming die zich niet verdraagt met het onderwijs aan de school
                            is in de onderwijswetgeving uitgesloten. Er is echter voor gekozen die
                            afweging aan het bevoegd gezag te laten. Burgemeester en wethouders
                            maakt wel de afweging of er een andere school is die ruimte voor het
                            onderwijs nodig heeft, op basis van eventueel binnengekomen verzoeken.
                            In dat verband is gekozen voor een onmiddellijke noodzaak. Indien die
                            noodzaak over enige tijd ontstaat, is dat geen reden voor weigering. Het
                            verdient wel aanbeveling, indien burgemeester en wethouders een
                            indicatie heeft dat de beoogde ruimte op korte termijn nodig zal zijn
                            voor het onderwijs, dat zij dit aan het bevoegd gezag mededeelt. Dat
                            geldt evenzeer als burgemeester en wethouders voornemens is de ruimte te
                            vorderen voor ander gebruik. Het bevoegd gezag kan dan een verantwoorde
                            afweging maken of het wil overgaan tot verhuur. De risico's voor verhuur
                            en de eventuele schadeplicht die ontstaat bij voortijdige opzegging van
                            het contract omdat burgemeester en wethouders gebruik maakt van haar
                            vorderingsrecht ligt ingevolge de wet bij het bevoegd gezag.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>37</nr>
            <titel>Tijdstip beëindiging gebruik; staat van onderhoud</titel>
          </kop>
          <al>Het eindigen van het recht op het gebruik van hoofdgebouwen is in de wet
                            gekoppeld aan de beëindiging van de bekostiging van de school, zie
                            bijvoorbeeld artikel 110 en 163 WPO. De WVO kent weliswaar niet zo'n
                            bepaling, maar het spreekt voor zich en het kan ook worden afgeleid uit
                            artikel 76u en 110a WVO jo artikel 24 Bekostigingsbesluit W.V.O. dat het
                            recht op het gebruik van een gebouw eindigt wanneer de school die het
                            gebouw gebruikt wordt opgeheven.</al>
          <al>De artikelen 102 WPO, 100 WEC en 76m WVO geven aan de gemeente opdracht
                            om in de verordening een termijn op te nemen gedurende welke een gebouw
                            nog ten hoogste kan worden gebruikt nadat, bij een gezamenlijke akte of
                            door gedeputeerde staten, is bepaald dat de school heeft opgehouden of
                            zal ophouden het gebouw te gebruiken. Tevens moet de gemeente een
                            procedure vaststellen voor een eventueel op te maken staat van onderhoud
                            ingeval van beëindiging van het gebruik.</al>
          <al>Artikel 37 van de modelverordening voorziet in deze wettelijke opdracht.
                            In het artikel wordt geen onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen en
                            dislocaties. Dat onderscheid is in dit kader ook niet relevant; ten
                            aanzien van alle gebouwen moet duidelijk zijn op welk moment het gebruik
                            uiterlijk beëindigd moet worden.</al>
          <al>Het opmaken van de staat van onderhoud is gekoppeld aan de beëindiging
                            van het gebruik van een gebouw. De wettelijke bepalingen over de
                            beëindiging van het gebruik hebben alleen betrekking op niet door de
                            gemeente in stand gehouden scholen. In formele zin zijn de bepalingen
                            over het achterstallig onderhoud dus niet van toepassing op de scholen
                            die door de gemeente in stand worden gehouden. Vanuit het oogpunt van
                            gelijke behandeling is dit uiteraard in materiële zin wel het geval. Het
                            volgen van eenzelfde handelwijze ligt dan ook voor de hand.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 1</titel>
          </kop>
          <al>De datum van de beëindiging van het gebruik ligt in formele zin altijd
                            na de datum waarop toepassing is gegeven aan artikel 110 WPO, 108 WEC,
                            of 76u WVO. Aan die artikelen wordt toepassing gegeven doordat
                            burgemeester en wethouders en het bevoegd gezag in een gezamenlijke akte
                            verklaren dat het gebruik van het gebouw beëindigd wordt of, ingeval van
                            een geschil daarover, indien gedeputeerde staten daar een beslissing
                            over nemen op verzoek van een van de partijen. In materiële zin kan
                            uiteraard sprake zijn van een beëindiging van het gebruik op een
                            tijdstip dat ligt voor toepassing van eerder genoemde artikelen. Van
                            belang is dan echter wel dat de eigendomsoverdracht dan nog niet heeft
                            plaatsgevonden en dat het bevoegd gezag als eigenaar nog steeds
                            verantwoordelijk is voor het gebouw.</al>
          <al>Als datum is gekozen de datum die in de akte, die bevoegd gezag en
                            gemeente opstellen, wordt genoemd. Als er een geschil over de akte
                            ontstaat zullen gedeputeerde staten een beslissing nemen. In de meeste
                            gevallen zal de datum aan het einde van het schooljaar liggen.</al>
          <al>Om een en ander inderdaad aan het einde van het schooljaar te kunnen
                            realiseren, is het nodig dat burgemeester en wethouders in een
                            vroegtijdig stadium constateert dat een gebouw mogelijk niet meer nodig
                            is voor een school. Die constatering kan in de regel plaatsvinden aan de
                            hand van de leerlingtelling van 1 oktober. Als er sprake is van een
                            voorgenomen fusie of opheffing, moet een bevoegd gezag daarvan
                            mededeling doen aan de gemeente ingevolge artikel 5 van de
                            modelverordening. Direct na de telling van 1 oktober, of na de
                            mededeling van het bevoegd gezag, kan de procedure voor de vaststelling
                            van een gezamenlijke akte over het einde van het gebruik in gang worden
                            gezet. Mocht daarover een geschil ontstaan, dan kan gedeputeerde staten
                            om een beslissing worden verzocht. De beslissing van gedeputeerde staten
                            is een beschikking, waarop de rechtsbescherming van de Awb van
                            toepassing is. Of het instellen van beroep in dit geval opschortende
                            werking heeft, is niet eenduidig aan te geven. In het algemeen geldt dat
                            het instellen van beroep geen opschortende werking heeft, tenzij de wet
                            anders bepaalt. De wet bepaalt dat de eigendomsoverdracht, die pas kan
                            plaatsvinden nadat is komen vast te staan dat de school het gebouw
                            blijvend niet meer nodig heeft, niet eerder kan plaatsvinden dan nadat
                            de beslissing van gedeputeerde staten onherroepelijk is geworden of
                            nadat door de rechter in beroep is beslist. Ten aanzien van de
                            eigendomsoverdracht heeft het instellen van beroep dus opschortende
                            werking. Ten aanzien van de beslissing of een school heeft opgehouden
                            het gebouw te gebruiken sec, bepaalt de wet niets. Ten aanzien van een
                            mogelijk beroep tegen die beslissing zou dus gesteld kunnen worden dat
                            het geen opschortende werking heeft. Mocht blijken dat dat wel zo is,
                            dan kan overwogen worden een voorlopige voorziening bij de president van
                            de rechtbank te vragen indien er sprake is van spoedeisende
                            omstandigheden.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 2</titel>
          </kop>
          <al>Met achterstallig onderhoud wordt in dit verband bedoeld het onderhoud
                            dat, met het oog op de onderhoudsplicht van een bevoegd gezag, al
                            uitgevoerd had moeten zijn. Het gaat er dus niet om dat een gebouw nog
                            een extra opknapbeurt moet krijgen alvorens het buiten gebruik wordt
                            gesteld. Als bijvoorbeeld de meerjarenonderhoudsplanning aangeeft dat er
                            een schilderbeurt gepland is over één jaar, en uit de schouwing van het
                            gebouw blijkt niet dat dit schilderwerk eigenlijk al had moeten
                            plaatsvinden, dan is er geen sprake van achterstallig onderhoud.</al>
          <al>Het is van belang de staat van het onderhoud op te maken, voordat de
                            eigendomsoverdracht heeft plaatsgevonden. Alleen voor die tijd kan nog
                            eenduidig worden vastgesteld aan wie het eventueel achterstallig
                            onderhoud is toe te rekenen. Het spreekt voor zich dat het opmaken van
                            de staat van onderhoud achterwege kan blijven indien er geen enkele
                            aanleiding is om te veronderstellen dat er sprake is van achterstallig
                            onderhoud dat tot de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag
                            behoort.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 3</titel>
          </kop>
          <al>De staat van onderhoud wordt opgemaakt in opdracht van burgemeester en
                            wethouders. Hiervoor kan burgemeester en wethouders een ambtenaar met
                            deskundigheid van bouwzaken aanwijzen of een derde, zoals een bouwkundig
                            adviesbureau. Over de inhoud van de opdracht en over de persoon of
                            instantie die dit uitvoert, heeft burgemeester en wethouders eerst
                            overleg met het betrokken bevoegd gezag. Hiermee wordt voorkomen dat
                            achteraf onnodige discussie c.q. meningsverschillen ontstaan over de
                            inhoud van de opdracht en over de keuze van de uitvoerder. De positie
                            van burgemeester en wethouders is in dit kader vergelijkbaar met die van
                            de verhuurder, die bij de opzegging van de huur een inventarisatie maakt
                            van datgene wat voor rekening van de huurder hersteld moet worden. Op
                            grond van artikel 5 kunnen bepaalde inlichtingen van het bevoegd gezag
                            gevraagd worden. Deze inlichtingen kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben
                            op een meerjarenonderhoudsplanning (indien aanwezig) of uit
                            bewijsstukken dat er geregeld onderhoud is uitgevoerd. Het spreekt voor
                            zich dat bij het opmaken van de staat van onderhoud overleg plaatsvindt
                            over het tijdstip waarop de schouwing plaatsvindt.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 4</titel>
          </kop>
          <al>Burgemeester en wethouders voert overleg met het bevoegd gezag over de
                            uitkomsten van de staat van onderhoud. Het bevoegd gezag kan dan
                            aangeven of men het daar wel of niet mee eens is. Als er achterstallig
                            onderhoud is geconstateerd, geeft het bevoegd gezag in het overleg aan
                            of het bereid is dit alsnog uit te voeren. Er kan ook overeengekomen
                            worden dat het bedrag dat gemoeid is met het achterstallig onderhoud
                            wordt betaald aan de gemeente. Indien partijen geen overeenstemming
                            bereiken, bespreken ze hoe de vervolgprocedure zal zijn. Er kan
                            bijvoorbeeld arbitrage overeengekomen worden, waarbij beide partijen
                            afspreken zich te zullen neerleggen bij de uitkomst daarvan.
                            Burgemeester en wethouders kan zich ook wenden tot de burgerlijke
                            rechter, op grond van het feit dat het bevoegd gezag een onrechtmatige
                            daad heeft gepleegd door zich niet te houden aan de wettelijke opdracht
                            om een gebouw behoorlijk te gebruiken of te onderhouden. Gelet op de
                            kosten en de moeite die dergelijke procedures voor beide partijen met
                            zich meebrengen, verdient het veruit de voorkeur in gezamenlijk overleg
                            een oplossing te bereiken.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Lid 5</titel>
          </kop>
          <al>Deze bepaling is opgenomen voor de situatie dat er weliswaar een
                            vermoeden over achterstallig onderhoud bestaat, maar er geen reden is om
                            dit nog te laten uitvoeren. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als het
                            gebouw gesloopt wordt.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>38</nr>
            <titel>Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit;
                                inroostering gebruik</titel>
          </kop>
          <al>In artikelen 38 is het gebruik van gymnastiekruimten voor het primair
                            onderwijs nader geregeld. Burgemeester en wethouders is bevoegd tot het
                            vaststellen van het aantal klokuur gymnastiek en de bekostiging
                            daarvoor. Voor de dualisering was het aan de raad om dergelijke regels
                            te bepalen. Omdat het aantal klokuur gymnastiek echter van direct belang
                            is voor de beopaling van de noodzaak voor nieuwbouw/ uitbreiding en
                            medegebruik van gymnastiekzalen (zaken waarover de raad moet beslissen)
                            is er voor gekozen om de tekstgedeelten uit de verordening die van
                            toepassing waren op het vaststellen van het aantal en de hoogte van de
                            klokuurbekostiging uit de modelverordening te halen en deze in een
                            aparte, door burgemeester en wethouders vast te stellen beleidsregel te
                            plaatsen.</al>
          <al>Het gebruik door het primair onderwijs van gymnastiekruimten vindt
                            meestal plaats in gemeentelijke accommodaties. Formeel beschouwd gaat
                            het daarbij doorgaans om situaties van medegebruik en daarmee om een
                            voorziening in de huisvesting als bedoeld in artikel 2 van de
                            verordening.</al>
          <al>Aangezien de omvang van dit medegebruik, uitgedrukt in het aantal
                            klokuren, jaarlijks kan fluctueren door de veranderingen in het aantal
                            leerlingen van een school, zou dat jaarlijks kunnen leiden tot aanvragen
                            in het kader van het programma, dan wel spoedprocedure. Beide procedures
                            zijn te zwaar en te omslachtig om jaarlijkse mutaties in het gebruik van
                            gymnastiekaccommodaties aan te vragen. Dit geldt voor die mutaties die
                            binnen de bestaande capaciteit kunnen worden opgevangen en dus niet
                            leiden tot een uitbreiding of nieuwbouw van gymnastiekruimten. Zeker
                            wanneer daarbij wordt bedacht dat de gemeente ingevolge de wet en de
                            eerder genoemde modelbeleidsregel gehouden is tot bekostiging van het
                            genormeerde gymnastiekgebruik.</al>
          <al>Tegen deze achtergrond is in artikel 38 voor een benadering gekozen
                            waarbij de huisvestingsprocedures worden ontlast van aanvragen die
                            samenhangen met mutaties in klokuren, voor zover deze mutaties binnen de
                            voorhanden zijnde capaciteit kunnen worden ondergebracht. Formeel worden
                            de jaarlijkse opgaven van schoolbesturen van het gewenste gebruik van de
                            gymnastiekruimten weliswaar beschouwd als een aanvraag in het kader van
                            de spoedprocedure, materieel worden zij echter buiten deze procedure om
                            afgewikkeld. Hiervoor in de plaats komt de benadering uit artikel 38,
                            die in essentie op het volgende neerkomt.</al>
          <al>De gemeente heeft als lokale overheid zicht op het onderwijsgebruik van
                            de sportaccommodaties (welke school geeft gymnastiekonderwijs in welk
                            gebouw, wanneer en voor hoeveel uren, en wat is de capaciteit van het
                            gebouw?).</al>
          <al>Op basis van dit inzicht maakt de gemeente jaarlijks een voorstel tot
                            inroostering van het onderwijsgebruik, waarbij indien nodig ook wordt
                            bezien in hoeverre gebruik boven de norm kan plaatsvinden, gegeven de
                            beschikbare capaciteit. Dit voorstel wordt na overleg met de betrokken
                            schoolbesturen vastgesteld.</al>
          <al>De opgaven van het gewenste gebruik, het voorstel tot en het vaststellen
                            van de inroostering vinden relatief kort voor het nieuwe schooljaar
                            plaats. Dit omdat de meeste schoolbesturen over de exacte omvang van het
                            gymnastiekgebruik pas uitspraken kunnen doen wanneer zicht bestaat op de
                            omvang en inzet van de personeelsformatie voor het komende
                            schooljaar.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>40</nr>
            <titel>Indexering</titel>
          </kop>
          <al>Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat de verordening jaarlijks
                            door de raad moet worden gewijzigd, alleen om de in artikel 4
                            gehanteerde genormeerde bekostigingen aan de prijsontwikkeling aan te
                            passen. Bijlage IV, deel A, waar deze normen hun basis hebben, vormt
                            namelijk - net als de overige bijlagen - onderdeel van de verordening.
                            Door de prijsbijstelling te delegeren aan burgemeester en wethouders
                            wordt een dergelijke relatief zware procedure via de raad overbodig. Het
                            wettelijk verplichte overleg met het onderwijsveld dat voorafgaat aan
                            wijzigingen van de verordening, kan plaatsvinden door toezending van de
                            voorgenomen prijsbijstellingen en het bieden van de mogelijkheid om
                            hierop te reageren.</al>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>TOELICHTING Bijlage I</titel>
        </kop>
        <tussenkop>Algemeen</tussenkop>
        <al>De wet geeft in artikel 100 WPO, 98 WEC en 76k WVO expliciet aan op grond
                    waarvan een voorziening kan worden geweigerd. Voor toepassing van de
                    weigeringsgronden dienen deze artikelen nog nader te worden uitgewerkt. Dat
                    gebeurt in deze bijlage door per voorziening de beoordelingscriteria te
                    beschrijven. Ze hebben betrekking op de aanwezigheid van leerlingen, prognoses,
                    oppervlakten/capaciteit van gebouwen, bouwkundige staat van een gebouw
                    enzovoort. De noodzaak van de aangevraagde voorziening(en) - of van mogelijke
                    alternatieve voorzieningen - voor de desbetreffende school wordt vastgesteld op
                    basis van de beoordelingscriteria. Na toepassing van de beoordelingscriteria kan
                    er antwoord worden gegeven op de vraag: 'Is de voorziening noodzakelijk?'</al>
        <al>De noodzaak van een voorziening zal in het algemeen afhangen van:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>de capaciteit van het gebouw of de gebouwen die door de school worden
                            gebruikt;</al></li>
          <li nr="-"><al>de (onderhouds)staat van het gebouw of de gebouwen;</al></li>
          <li nr="-"><al>het leerlingaantal nu en op korte en/of lange termijn;</al></li>
          <li nr="-"><al>de mogelijkheid via andere en eenvoudiger voorzieningen adequaat de
                            noodzaak van de gevraagde voorziening op te heffen.</al></li>
        </lijst>
        <al>Veel voorzieningen vragen een forse investering. Een gebruik gedurende ten
                    minste een bepaalde periode voorkomt dat de investering als desinvestering gaat
                    gelden. De minimaal gewenste termijn van zekerheid over het aantal leerlingen en
                    daarmee het gebruik van de voorziening, is evenredig met de zwaarte van de
                    voorziening in financiële zin. De prognose die wordt gevraagd, dient ertoe het
                    verwachte aantal leerlingen voor een aantal jaren zo nauwkeurig mogelijk te
                    voorspellen.</al>
        <al>Toekenning van huisvestingsvoorzieningen - behalve bij medegebruik, bij
                    constructiefouten en bij vervanging of herstel van schade in geval van
                    bijzondere omstandigheden - kan plaatsvinden, indien volgens de prognose, die
                    voldoet aan de prognosecriteria (in bijlage II), voldoende duidelijkheid bestaat
                    over het voortbestaan van het instituut of de nevenvestiging voor een termijn
                    van minimaal vier jaren.</al>
        <al>Indien de gevraagde voorziening een voor blijvend gebruik bestemde voorziening
                    (nieuwbouw, uitbreiding, ingebruikneming of aanpassing) betreft, is de termijn
                    voor de prognose in elk geval vijftien jaren te rekenen vanaf het gewenste jaar
                    van bekostiging.</al>
        <al>Voor nieuwbouw en voor uitbreiding kan de voorziening - afhankelijk van de
                    verwachte duur van het gebruik en de mogelijkheden van medegebruik of
                    ingebruikname van een bestaand gebouw - in tijdelijke vorm (noodbouw en
                    dergelijke) of in permanente vorm worden gerealiseerd. Nieuwbouw is slechts aan
                    de orde indien het gaat om een nieuw instituut of om een nieuwe afdeling. In
                    alle andere gevallen gaat het om vervangende bouw, voor het hele instituut of
                    voor een deel daarvan, of om uitbreiding, bijvoorbeeld ter vervanging van een
                    bouwkundig slecht gebouw.</al>
        <al>Indien het huidige leerlingaantal niet kan worden ondergebracht in de school
                    (eventueel gehuisvest in meerdere gebouwen), ontstaat er in principe aanspraak
                    op een voorziening waarmee het tekort aan huisvestingscapaciteit kan worden
                    opgeheven.</al>
        <al>In welke vorm de extra capaciteit voor het desbetreffende instituut ter
                    beschikking komt, hangt af van de mogelijkheden van burgemeester en wethouders
                    om gebruik te maken van beschikbare capaciteit bij andere scholen. Dit beperkt
                    zich in principe tot de gebouwen in gebruik bij het primair onderwijs en het
                    voortgezet onderwijs. Bij medegebruik is geen langetermijnprognose nodig. Voor
                    inzicht in de periode van medegebruik is wel een indicatie van de duur nodig
                    alsmede inzicht in de eventuele ontwikkeling van de leegstand in het gebouw van
                    de hoofdgebruiker.</al>
        <al>Bij medegebruik van leegstand elders verdient het de voorkeur zoveel mogelijk de
                    leerlingen naar één ander gebouw te verwijzen om te voorkomen dat de school over
                    (te) veel locaties wordt verspreid. Overigens wordt het aantal locaties
                    vrijgelaten.</al>
        <al>De mogelijkheden voor benutting van de beschikbare capaciteit hangen af van de
                    ligging en de geschiktheid van de feitelijke leegstand.</al>
        <al>De verwijsafstand - die de ligging ten opzichte van andere gebouwen aangeeft -
                    is hier vastgelegd door te werken met een vaste straal (een maximale hemelsbrede
                    afstand). Daar waar het verkeer geen verwijzing toelaat, is het aan het
                    aanvragende schoolbestuur daarvoor de argumenten op tafel te leggen.</al>
        <al>De andere mogelijkheid om met de ligging van andere gebouwen rekening te houden,
                    is die van vaststelling van verwijsgebieden. Verwijsgebieden kunnen worden
                    bepaald door te letten op de wijkgebondenheid van scholen. De grenzen van het
                    verwijsgebied moeten - om gemakkelijk een prognose te kunnen maken - samenvallen
                    met de sociaal geografische grenzen. Eventueel kan dit per onderwijssector.
                    Binnen de gebieden kan wel worden verwezen, maar daarbuiten niet.</al>
        <al>Bij het bepalen of leegstand geschikt is kan als uitgangspunt dienen dat
                    onderwijsruimte die niet gedurende de gehele werkweek in gebruik zijn bij de
                    school die (hoofd)gebruiker van het gebouw is, kunnen worden gebruikt door
                    scholen die onvoldoende ruimte hebben in hun eigen huisvesting.</al>
        <al>Voor het primair onderwijs is leegstand binnen het primair onderwijs per
                    definitie geschikt. Voor het voortgezet onderwijs is het moeilijker leegstand
                    vast te stellen. Voor zover ruimte niet is, kunnen zij worden gebruikt door
                    andere scholen.</al>
        <al>Ruimte die een bevoegd gezag volledig met eigen middelen heeft gerealiseerd en
                    waarvoor geen (rijks)bekostiging wordt genoten telt niet mee voor de
                    mogelijkheden van medegebruik.. Hieronder vallen dus niet de zogenaamde
                    eigendoms- en huurscholen.</al>
        <al>Medegebruik is voor gemeenten een belangrijk instrument als het gaat om het
                    realiseren van de benodigde doelmatigheid.</al>
        <al>Indien binnen redelijke termijn een ander geschikt gebouw vrijkomt, kan worden
                    bezien of gebruik maken van het vrijkomende gebouw een goede oplossing biedt
                    voor het huisvestingsprobleem. Ervan uitgaande dat door toepassing van een
                    meerjarenplanning samen met de schoolbesturen er optimaal zicht bestaat op het
                    vrijkomen van (onderwijs)gebouwen, kan hergebruik voor andere scholen worden
                    gekoppeld aan de meerjarenplanning. Overigens kan de gemeente in het kader van
                    ander beleid beslissen dat een vrijkomend schoolgebouw niet opnieuw voor
                    onderwijs wordt gebruikt, maar bijvoorbeeld voor kinderopvang gaat dienen of
                    wordt afgebroken opdat aan die plaats een andere bestemming kan worden
                    gegeven.</al>
        <al>De minimaal benodigde gebruiksduur om in aanmerking te kunnen komen voor (extra)
                    huisvesting is in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs hetzelfde. Voor
                    een voor blijvend gebruik bestemde huisvesting is die periode vijftien jaren.
                    Voor tijdelijke huisvesting is deze periode vier jaren of meer. Voor gebruik van
                    minder dan vier jaren wordt uitgegaan van opvang binnen het bestaande gebouw,
                    bijvoorbeeld in de gemeenschapsruimte. Slechts indien dit onmogelijk is, wordt
                    een andere voorziening goedgekeurd. Daartoe is onder uitbreiding in het
                    basisonderwijs en in het (voortgezet) speciaal onderwijs een
                    beoordelingscriterium opgenomen.</al>
        <tussenkop>DEEL A Lesgebouwen</tussenkop>
        <tussenkop>(Vervangende) Nieuwbouw</tussenkop>
        <al>Vervangende bouw komt in het algemeen voort uit de slechte conditie van een
                    gebouw. Om uitspraken te kunnen doen over de (slechte) bouwkundige staat en om
                    verschillen in de bouwkundige toestand van verschillende gebouwen in een
                    volgorde te kunnen plaatsen, is het noodzakelijk één techniek van schouwing voor
                    alle gebouwen te hebben, waaruit subjectieve factoren zo veel mogelijk zijn
                    geëlimineerd. Deze techniek, kan worden vastgesteld door burgemeester en
                    wethouders.</al>
        <al>Vervangende bouw om andere dan bouwkundige redenen kan betrekking hebben op een
                    budgettair neutrale oplossing, een herschikkingsoperatie of verband houden met
                    ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening.</al>
        <al>Budgettair neutrale vervanging van een gebouw betekent dat daarvoor geen extra
                    kosten worden gemaakt. De kosten voor de gemeente mogen niet hoger zijn dan de
                    huidige kosten. Daarnaast kunnen - in overeenstemming met het aanvragende
                    schoolbestuur - eventuele gelden voor exploitatie, aanpassingen (VO) en
                    onderhoud (VO) van het schoolbestuur worden ingezet.</al>
        <al>Fusies kunnen aanleiding geven tot een herschikkingsoperatie, maar ook
                    bijvoorbeeld een flink overschot aan gymnastiekruimten. Doel van een
                    herschikkingsplan is in elk geval het realiseren van een optimale
                    huisvestingssituatie en een grotere doelmatigheid.</al>
        <al>Bij de ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening valt bijvoorbeeld te denken aan
                    stadsvernieuwing en het realiseren van een centrumplan, waarvoor het
                    noodzakelijk is dat het gebouw vervangen wordt.</al>
        <tussenkop>Uitbreiding</tussenkop>
        <al>In het voortgezet onderwijs bestaat pas de noodzaak de capaciteit uit te
                    breiden, als ook met een 10% hogere gebruiksduur van de bestaande capaciteit er
                    onvoldoende capaciteit voor de school aanwezig is. De wijze waarop de
                    voorziening - na goedkeuring - wordt gerealiseerd, hangt af van de normering die
                    in bijlage III, deel C, is uitgewerkt.</al>
        <al>Het speellokaal is voor het primair onderwijs als aparte voorziening verdwenen.
                    Wel is in de oppervlaktenormering rekening gehouden met deze vierkante meters
                    brutovloeroppervlakte. Het is aan het schoolbestuur om ervoor te kiezen deze
                    vierkante meters ook in te zetten als speellokaal. Daarbij zal het schoolbestuur
                    zich moeten realiseren dat er voor de leerlingen in deze leeftijdsgroep geen
                    automatische aanspraak bestaat op ruimte in een gymnastiekzaal.</al>
        <al>De mogelijkheid om een speciale school voor basisonderwijs uit te breiden met
                    een speellokaal is het gevolg van de invoering van de WPO. De schoolsoorten
                    so-lom en so-mlk zijn hierdoor opgegaan in de speciale scholen voor
                    basisonderwijs (sbo). Dit geldt ook voor een groot deel van de voormalige
                    afdelingen voor onderwijs aan in hun ontwikkeling bedreigde kleuters (iobk).
                    Circa 80% van deze afdelingen was verbonden aan een lom- of mlk-school. Aan lom-
                    of mlk-scholen zonder een dergelijke afdeling konden onder de ISOVSO alleen
                    kinderen vanaf zes jaar worden toegelaten. Onder de WPO is dit veranderd.
                    Evenals het geval is bij reguliere basisscholen kunnen tot een sbo kinderen
                    vanaf vier jaar worden toegelaten; dit voorzover de binnen het desbetreffende
                    samenwerkingsverband primair onderwijs werkzame 'permanente commissie
                    leerlingenzorg' heeft vastgesteld dat plaatsing van het jonge kind op een sbo
                    noodzakelijk is. Onder de WPO kan het dan ook voorkomen dat kinderen jonger dan
                    zes jaar worden geplaatst op een sbo die bouwkundig niet is berekend op
                    onderwijs aan de jongste kinderen. Het gaat hierbij om het ontbreken van een
                    speellokaal, maar ook om het realiseren van bouwkundige integratievoorzieningen
                    (het vervangen van hoge toiletpotten door kleine; het maken van een zgn. natte
                    hoek in de ruimten bestemd voor de jongste kinderen.).</al>
        <al>Aangezien het om relatief dure voorzieningen gaat, dient uit oogpunt van een
                    verantwoorde besteding van de middelen een drempel te worden gesteld. Dit om te
                    voorkomen dat de voorzieningen moeten worden getroffen voor een zeer gering
                    aantal leerlingen. Deze drempel bestaat uit twee elementen:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>De sbo moet bezocht worden door minimaal 12 kinderen jonger dan zes
                            jaar. Dit aantal leerlingen is afgeleid van de groepsgrootte zoals die
                            gold voor iobk-leerlingen.</al></li>
          <li nr="-"><al>Aan de hand van een prognose moet aannemelijk worden gemaakt dat de sbo
                            waarvoor de voorziening wordt getroffen, voor minimaal 15 jaar
                            levensvatbaar is.</al></li>
        </lijst>
        <al>De gemeente kan bij de toetsing van een aanvraag van een sbo ook nadrukkelijk
                    kijken naar de bepalingen over de opvang van de jonge risico leerlingen in het
                    zorgplan van het samenwerkingsverband wsns. De samenwerkingsverbanden hebben in
                    hun zorgplan namelijk opgenomen waar welke zorg noodzakelijk wordt geacht. In
                    aanvulling hierop kan gemeente over de gebouwlijke consequenties van de WPO
                    afstemming zoeken met de schoolbesturen uit het samenwerkingsverband.</al>
        <tussenkop>Ingebruikneming</tussenkop>
        <al>Bij mogelijke ingebruikneming van een bestaand gebouw of een gedeelte daarvan
                    spelen bij de toekenning, naast de ligging, ook de omvang en de kwaliteit een
                    belangrijke rol. Voor de ligging zij verwezen naar hetgeen hiervoor is gesteld.
                    De omvang maakt een nauwkeurige beoordeling van de noodzakelijke aanpassingen
                    nodig (tenzij het een gebouw betreft dat reeds voor onderwijs geschikt is).
                    Indien de kosten samen met de (eventuele) verwervingskosten te hoog zijn (het
                    ministerie van OCenW hield daarvoor 70 procent van de kosten van nieuwbouw aan),
                    is de vraag gerechtvaardigd of vervangende bouw niet een betere optie is.
                    Natuurlijk staat het de gemeente vrij hiertoe te besluiten (en daarmee af te
                    wijken van dit percentage), bijvoorbeeld in verband met de locatie, het
                    (monumentale) gebouw of het ontbreken van alternatieve mogelijkheden voor
                    huisvesting binnen de wijk. Ook ontstaat hier - evenals bijvoorbeeld bij het
                    bijbouwen van noodlokalen - een onderhandelingssituatie, waarbij alternatieven
                    worden bezien en gewaardeerd.</al>
        <al>Ingebruikneming is ook mogelijk bij de situaties waarbij vervanging van een
                    bestaand gebouw aan de orde is, namelijk als:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>dit per saldo geen meerkosten met zich meebrengt;</al></li>
          <li nr="-"><al>er sprake is van een herschikkingsoperatie;</al></li>
          <li nr="-"><al>dit noodzakelijk is in verband met ontwikkelingen in de ruimtelijke
                            ordening.</al></li>
        </lijst>
        <al>Daarnaast is een ingebruikneming mogelijk als er uitbreiding van het huidige
                    schoolgebouw aan de orde is.</al>
        <al>Indien terrein noodzakelijk is, wordt daar bij de eventuele toestemming voor een
                    andere huisvestingsvoorziening rekening mee gehouden.</al>
        <al>In de systematiek van de modelverordening is voor de huisvestingsvoorziening
                    'ingebruikneming' op basis van artikel 7, tweede lid, onder a, een prognose
                    vereist. De toetsing van een prognose komt dan ook tot uiting in de criteria
                    voor de beoordeling van aangevraagde voorziening tot ingebruikneming van een
                    bestaand lesgebouw (zie bijvoorbeeld b1 en b2 van paragraaf 1.4).</al>
        <tussenkop>Eerste inrichting</tussenkop>
        <al>De aanspraak op eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair in het
                    primair en voortgezet onderwijs is gekoppeld aan de toekenning van een
                    voorziening in de huisvesting met dien verstande dat die voorziening een
                    uitbreiding van de totale huisvestingscapaciteit van de school tot gevolg moet
                    hebben. Daarnaast geldt dat er niet eerder (voor de betreffende vierkante
                    meters) een bekostiging is gegeven voor deze voorziening. Indien artikel 7,
                    vierde lid, van de verordening ook van toepassing is verklaard op eerste
                    inrichting onderwijsleerpakket en meubilair, dan is de passage 'de laatste
                    teldatum voorafgaande aan de indiening van de aanvraag' vervangen door: 'de
                    meest recente teldatum'.</al>
        <tussenkop>Aanpassingen</tussenkop>
        <al>Aanpassingen komen voort uit gewijzigde eisen of wensen. In elk geval zullen
                    aanpassingen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan (nieuwe) wettelijke
                    vereisten (bijvoorbeeld volgend uit het Bouwbesluit of uit de regelgeving op het
                    gebied van de arbeidsomstandigheden) tot toekenningen leiden, voor zover niet in
                    overgangsbepalingen bij dergelijke regelingen een (tijdelijke) vrijstelling is
                    verleend.</al>
        <al>Voor het primair onderwijs zijn de aanpassingen uitgezonderd waarvoor een
                    schoolbestuur rechtstreeks van het rijk een bekostiging ontvangt. Het betreft
                    onder andere het aanbrengen van een gehandicaptentoilet en het geschikt maken
                    van het gebouw voor gehandicapten.</al>
        <al>Onder aanpassing kunnen wel enkele benoemde voorzieningen worden aangevraagd om
                    het gebouw en/of het terrein toegankelijk te maken voor in hun bewegingen
                    beperkte gehandicapten. Het gaat hierbij om het terrein toegankelijk maken tot
                    en met de entree (met name het realiseren van een hellingbaan) en het aanbrengen
                    van een traplift bij een meerlaags schoolgebouw.</al>
        <al>Aanpassingen om een gebouw (vaak de dislocatie) te kunnen afstoten, bestaan uit
                    het aanbrengen van die voorzieningen in het gebouw die niet aanwezig zijn, maar
                    wel aanwezig waren in de dislocatie en die noodzakelijk zijn om het onderwijs
                    aan de leerlingen uit het af te stoten gebouw te kunnen geven. Een
                    integratieverbouwing kan dan bijvoorbeeld bestaan uit:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>samenvoegen van twee lokalen of één lokaal en een aangrenzende ruimte
                            tot speellokaal inclusief berging;</al></li>
          <li nr="-"><al>veranderen van leslokalen in werklokalen;</al></li>
          <li nr="-"><al>plaatsen van kleutertoiletten en maken toezichtraam;</al></li>
          <li nr="-"><al>maken zandbak en buitenberging;</al></li>
          <li nr="-"><al>aanpassing deel van de buitenspeelplaats.</al></li>
        </lijst>
        <al>In het primair onderwijs is geen specifieke aanpassing opgenomen die het
                    mogelijk moet maken eenmaal in de levenscyclus van een permanent gebouw voor
                    primair onderwijs te besluiten de inrichting te optimaliseren. Ten eerste is
                    moeilijk een sluitende lijst van activiteiten hiervoor aan te geven en ten
                    tweede bieden de aanpassingen om te voldoen aan eisen voortkomend uit wet- en
                    regelgeving een kapstok om de noodzakelijke aanpassingen te kunnen
                    beoordelen.</al>
        <al>Het kan voorkomen dat kinderen jonger dan zes jaar worden geplaatst op een
                    speciale school voor basisonderwijs (sbo) die bouwkundig niet is berekend op
                    onderwijs aan de jongste kinderen. Het gaat hierbij om het ontbreken van een
                    speellokaal, maar ook om het realiseren van bouwkundige integratievoorzieningen.
                    Onder 1.3.2 wordt de mogelijkheid geboden om een sbo uit te breiden met een
                    speellokaal. Met deze wijziging wordt voorzien in de mogelijkheid om het gebouw
                    geschikt te maken voor kinderen jonger dan 6 jaar. Het gaat hierbij om de
                    volgende aanpassingen: het vervangen van hoge toiletpotten door kleine, het
                    maken van een zgn. natte hoek in de ruimten bestemd voor de jongste kinderen. In
                    het voorkomende geval dient het gebouw hierop te worden aangepast. De hoogte van
                    de noodzakelijke investering is sterk afhankelijk van het gebouw en de
                    noodzakelijke aanpassingen. Gezien de verscheidenheid aan mogelijke aanpassingen
                    is een normbekostiging niet aan te geven; deze aanpassing wordt (net als de
                    overige soorten aanpassingen) bekostigd op basis van de feitelijke kosten.</al>
        <al>Ook hier dient uit oogpunt van een verantwoorde besteding van de middelen een
                    drempel te worden gesteld. Dit om te voorkomen dat de voorzieningen moeten
                    worden getroffen voor een zeer gering aantal leerlingen. De gestelde drempel is
                    vergelijkbaar met de drempel voor het toekennen van een speellokaal aan een
                    sbo.</al>
        <tussenkop>Onderhoud</tussenkop>
        <al>Onderhoud is conform de wet enkel een voorziening in het primair onderwijs. Ook
                    hier geldt dat door het bevoegd gezag moet worden aangetoond dat het onderhoud
                    noodzakelijk is en dat regulier onderhoud, waarvoor het bevoegd gezag in de
                    materiële instandhouding een bekostiging ontvangt, niet langer volstaat.</al>
        <al>Voordat onderhoud aan noodlokalen of permanente gebouwen wordt toegekend, zal
                    worden nagegaan of de desbetreffende noodlokalen of gebouwen nog noodzakelijk
                    zijn voor in elk geval meer dan vier jaar. Indien de groepen uit de noodlokalen
                    elders in medegebruik kunnen worden ondergebracht, zal voor die optie worden
                    gekozen.</al>
        <tussenkop>Herstel van constructiefout</tussenkop>
        <al>Bij herstel van constructiefouten is het van (groot) belang daadwerkelijk vast
                    te stellen dat het gaat om een constructiefout. Voor het begrip constructiefout
                    is een 'definitie' geformuleerd, gebaseerd op hierover gevormde jurisprudentie.
                    Uit artikel 2 van de verordening blijkt dat onder constructiefout wordt
                    verstaan: schade aan een gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf en
                    kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet zichtbare materiële schade
                    onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten, uitvoeringsfouten of
                    wanprestatie</al>
        <tussenkop>Vervanging of herstel van schade in geval van bijzondere
                    omstandigheden</tussenkop>
        <al>Bij bepaling van de omvang van de vervanging of het herstel van schade in geval
                    van bijzondere omstandigheden kan rekening worden gehouden met de situatie van
                    de school. Bij vervanging na brand kan bijvoorbeeld een totaal afgebrande school
                    met acht lokalen worden vervangen door een kleiner gebouw met zes lokalen, omdat
                    de school zes groepen leerlingen telt, terwijl uit de prognose blijkt dat het
                    onwaarschijnlijk is dat de school de eerste vijftien jaren meer dan zes groepen
                    zal krijgen. Indien de schade is verzekerd, doet de gemeente er verstandig aan
                    eerst na te gaan op welke basis de verzekeraar tot uitkering overgaat.</al>
        <tussenkop>DEEL B</tussenkop>
        <tussenkop>Gymnastiekruimten</tussenkop>
        <al>Bij de voorzieningen voor de lichamelijke oefening is steeds sprake van
                    gymnastiekruimte. De definitie van gymnastiekruimte omvat niet enkel het
                    traditionele gymnastieklokaal bij het schoolgebouw maar ook het gebruik van de
                    (gemeentelijke) sporthal. De verwijzing strekt zich niet enkel uit over de
                    aanwezige ruimten, maar ook over de ruimten die binnenkort worden gerealiseerd.
                    Zo kan bijvoorbeeld in een nieuwbouwwijk het aanvragende schoolbestuur voor het
                    bewegingsonderwijs worden verwezen naar de sporthal die de gemeente daar op
                    korte termijn gaat bouwen. Op deze wijze kan optimaal gebruik worden gemaakt van
                    de aanwezige ruimte. In feite wordt voorafgaand aan elke beslissing - nieuwbouw,
                    uitbreiding en ingebruikneming - bezien of niet door medegebruik de gevraagde
                    voorziening overbodig is. Overigens laat de praktijk zien dat - zeker in de
                    plattelandsgemeenten - eventueel vervoer naar een verder weg gelegen
                    gymnastiekruimte een goed alternatief kan zijn. Uiteraard is hiervoor overleg
                    met het bevoegd gezag noodzakelijk.</al>
        <al>Voor het (voortgezet) speciaal onderwijs wordt met gymnastiekruimte tevens
                    bedoeld een lokaal voor motorische therapie en een schoolbad (watergewenningsbad
                    of hydrotherapiebad). Vanzelfsprekend deze laatste twee enkel voor de
                    onderwijssoorten waarvoor een dergelijke ruimte verplicht is.</al>
        <al>Een hydrotherapiebad is noodzakelijk voor een school voor (voortgezet) speciaal
                    onderwijs ten behoeve van lichamelijk gehandicapte kinderen en voor een school
                    voor (voortgezet) speciaal onderwijs ten behoeve van meervoudig gehandicapte
                    kinderen met een lichamelijke handicap.</al>
        <al>Een watergewenningsbad is noodzakelijk voor een school voor (voortgezet)
                    speciaal onderwijs ten behoeve van zeer moeilijk lerende kinderen en een school
                    voor (voortgezet) speciaal onderwijs ten behoeve van meervoudig gehandicapten
                    met zeer moeilijk lerende kinderen.</al>
        <al>Bij andere vormen van (voortgezet) speciaal onderwijs worden deze baden niet
                    noodzakelijk geacht en komen ze niet voor.</al>
        <al>Om vast te stellen of er daadwerkelijk medegebruik mogelijk is, wordt gekeken
                    naar de klokuurnorm zoals burgemeester en wethouders die voor het primair
                    onderwijs heeft vastgesteld en naar het rooster. Voor het voortgezet onderwijs
                    is enkel het rooster van belang.</al>
        <al>Het maken van was- en kleedgelegenheden in gymnastiekruimten wordt niet als
                    uitbreiding gezien maar als aanpassing. Dit ondanks het feit dat het maken van
                    deze ruimtes fysiek meestal een uitbreiding van het gebouw tot gevolg
                    heeft.</al>
        <al>Het maken van douches in plaats van wasbakken in gymnastiekruimten behoort ook
                    tot de aanpassingen, met name tot het voldoen aan wet- en regelgeving (eisen met
                    betrekking tot hygiëne).</al>
        <al>Aanvullend meubilair voor het bewegingsonderwijs kan als eerste inrichting
                    worden verstrekt, wanneer men gaat van een kleine zaal (oefenvloer) naar een
                    grote en wanneer nog niet eerder het complete meubilair is verstrekt.</al>
        <tussenkop>TOELICHTING Bijlage II</tussenkop>
        <al>In veel gevallen moet voor de beoordeling van een aanvraag voor een
                    huisvestingsvoorziening een prognose van leerlingenaantallen te worden overlegd.
                    Prognoses gelden als één van de criteria voor bepaling van de noodzaak van een
                    aangevraagde voorziening. De verordening geeft burgemeester en wethouders de
                    bevoegdheid nadere regels vast te stellen. Als model is hiertoe in samenwerking
                    met de besturenorganisaties voor het openbaar en bijzonder onderwijs een
                    uitgewerkt Programma van eisen voor leerlingprognoses opgesteld. In dit
                    programma van eisen is tot op het niveau van de vereiste rekenregels
                    uitgeschreven waaraan nieuwe prognoseprogrammatuur moet voldoen. In het
                    programma van eisen is een beschrijving gegeven van definities, begrippen en
                    formules die per onderwijssoort leiden tot het hanteren van de juiste
                    basisgeneraties en daarmee tot een geprognosticeerd aantal leerlingen van de
                    school.</al>
        <al>Het Programma van eisen voor leerlingprognoses dat in samenwerking met de
                    besturenorganisaties voor het openbaar en bijzonder onderwijs is opgesteld, is
                    aan gemeenten gezonden als bijlage bij ledenbrief 99/136. Door het vaststellen
                    van dit programma van eisen geeft burgemeester en wethouders invulling aan de
                    bepaling dat het nadere regels kan stellen. Het programma van eisen dient
                    onderwerp te zijn van het op overeenstemming gericht overleg.</al>
        <al>Door geen prognoseprogrammatuur maar rekenregels vast te stellen, wordt aan de
                    markt overgelaten elke programmatuur in de praktijk voor het prognosticeren van
                    leerlingenaantallen wordt gebruikt.</al>
        <tussenkop>TOELICHTING Bijlage III</tussenkop>
        <tussenkop>DEEL A De bepaling van de capaciteit</tussenkop>
        <tussenkop>1 School voor basisonderwijs</tussenkop>
        <tussenkop>Capaciteit van de gebouwen</tussenkop>
        <al>De vaststelling van de capaciteit van de gebouwen, ten behoeve van de nulmeting
                    en later, is van belang om aanvragen voor uitbreiding te kunnen beoordelen maar
                    ook om de leegstand te kunnen bepalen ten behoeve van mogelijk medegebruik. De
                    capaciteit van de gebouwen wordt vastgelegd in vierkante meters
                    brutovloeroppervlakte. De eerste keer geschiedt dit in de nulmeting.</al>
        <al>De BVO is een gegeven dat wordt bepaald aan de hand van III-I, de
                    'Meetinstructie voor het vaststellen van de bruto vloeroppervlakte van de
                    schoolgebouwen in het primair onderwijs'.</al>
        <al>Door de bepaling dat burgemeester en wethouders in overeenstemming met het
                    bevoegd gezag van de school kan bepalen dat de capaciteit van het gebouw of de
                    gebouwen naar beneden wordt bijgesteld, is het mogelijk om op eenvoudige wijze
                    lokalen/ruimten in te zetten binnen het bredere gemeentelijke (onderwijs)beleid.
                    Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan brede schoolfaciliteiten, verhuur
                    aan een kinderopvangorganisatie, ICT-ruimten, een peuterspeelzaal, een
                    uitleenpost van de openbare bibliotheek, of zelfs een politiepost. Een
                    dergelijke vermindering van de capaciteit en de inzet van de hierdoor
                    beschikbaar komende ruimten kan alleen in overeenstemming met het schoolbestuur
                    worden doorgevoerd. Schoolbesturen zijn immers - over het algemeen - juridisch
                    eigenaar van het schoolgebouw en bepalen zelf op welke wijze hun leegstaande
                    lokalen worden ingezet.</al>
        <al>Met de bepaling wordt op een eenvoudige wijze ondervangen dat de algemene regel
                    'eigen gebruik voor medegebruik' veroorzaakt dat het - vaak al geruime tijd
                    optredende - medegebruik wordt beëindigd bij groei van de school (of
                    ingebruikname als gevolg van de grotere ruimtebehoefte door de
                    groepsgrootteverkleining). Overigens betekent een verlaging van de capaciteit
                    wel dat de school eerder in aanmerking kan komen voor een uitbreiding bij
                    eventuele groei van het aantal leerlingen, of te maken krijgt met een eventuele
                    verwijzing naar leegstaande lokalen elders.</al>
        <tussenkop>Rangordebepaling</tussenkop>
        <al>Indien de school beschikt over meerdere gebouwen, een hoofdgebouw en
                    dislocaties, wordt een rangorde vastgesteld voor het geval dat het
                    leerlingaantal terugloopt, en als gevolg daarvan moet worden bepaald of en zo
                    ja, welke gebouwen kunnen worden afgestoten. Het hoofdgebouw heeft
                    vanzelfsprekend het laagste nummer: wordt dus als laatste afgestoten. De
                    dislocaties die een permanente bouwaard hebben worden later afgestoten dan
                    dislocaties met een tijdelijke bouwaard. Vervolgens hebben de kleinste gebouwen
                    het hoogste rangnummer omdat deze gebouwen eerder zullen kunnen worden
                    afgestoten dan grotere gebouwen. Er zijn redenen denkbaar om voor een andere
                    rangorde te kiezen. Bijvoorbeeld een kleinere dislocatie kan structureel
                    voldoende huisvesting bieden en door de rangorde aan te passen kan de grotere
                    dislocatie worden afgestoten. In een dergelijk geval stelt burgemeester en
                    wethouders, na overleg met het bevoegd gezag, een andere volgorde van de
                    dislocaties vast.</al>
        <tussenkop>Terrein</tussenkop>
        <al>De terreinoppervlakte in het basisonderwijs wordt voor de eerste keer
                    geregistreerd. De terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de kadastrale
                    registratie van het Kadaster. Indien de kadastrale perceelgrenzen niet
                    overeenkomen met de grenzen van het schoolterrein, of wat soms bij het openbaar
                    onderwijs het geval is als de terreinoppervlakte van het openbaar groen en
                    andere openbare gebouwen tezamen met het schoolterrein als een geheel is
                    geregistreerd, dan wordt het met overheidsmiddelen bekostigde deel van de
                    terreinoppervlakte vastgelegd.</al>
        <tussenkop>Inventaris</tussenkop>
        <al>De hoeveelheid inventaris die is verstrekt is van belang voor het moment dat
                    uitbreiding hiervan wordt gevraagd. Ten aanzien van de inventaris is bepaald dat
                    deze op 1-1-2009 wordt geacht voldoende te zijn. Dit impliceert dat slechts voor
                    nieuw te realiseren ruimte een aanvraag voor eerste aanschaf van het
                    onderwijsleerpakket en meubilair kan worden toegekend.. Als in het verleden voor
                    meer vierkante meters bvo eerste inrichting is toegekend wordt dat
                    vastgelegd.</al>
        <tussenkop>Gymnastiekruimten</tussenkop>
        <al>De vaststelling van de capaciteit van de gymnastiekruimten is van belang vanwege
                    aanvragen voor uitbreiding van het aantal klokuren dat gebruik wordt gemaakt van
                    een gymnastiekruimte maar ook vanwege de bepaling van leegstand ten behoeve van
                    mogelijk medegebruik. De capaciteit van de gymnastiekruimten wordt vastgelegd in
                    een aantal klokuren. Een gymnastiekruimte behorende tot een school voor
                    basisonderwijs kan 40 klokuren worden gebruikt. Een school voor het
                    basisonderwijs kan gezien de schooltijden van de school echter niet meer dan 26
                    klokuren gebruik maken van de gymnastiekruimte. Indien een school aanspraak
                    maakt (kan maken) op klokuren gebruik van een andere gymnastiekruimte dan
                    behorende bij de school dan is de capaciteit van deze gymnastiekruimte ten
                    behoeve van de betreffende school bepaald door het aantal uren dat deze
                    gymnastiekruimte beschikbaar is gedurende de schooltijden van de school waarvoor
                    de klokuren noodzakelijk zijn. Het betreft een gymnastiekruimte behorend bij een
                    andere school in het primair of voortgezet onderwijs, een sportaccommodatie van
                    de gemeente of een sportaccommodatie beheerd door derden.</al>
        <al>De terreinoppervlakte van een gymnastiekruimte is de oppervlakte zoals deze is
                    geregistreerd bij het Kadaster. In veel gevallen zal de gymnastiekruimte gelegen
                    zijn op het terrein van de school en als zodanig opgenomen zijn in de
                    terreinoppervlakte van het lesgebouw. In dat geval heeft het geen zin de
                    terreinoppervlakte voor de gymnastiekruimte afzonderlijk te registreren omdat
                    bij een eventuele aanvraag voor uitbreiding van het terrein van de
                    gymnastiekruimte, bijvoorbeeld omdat het gebouw wordt uitgebreid met een
                    kleedruimte, de totale terreinoppervlakte van het lesgebouw en de
                    gymnastiekruimte wordt bekeken ter beoordeling van een noodzakelijke uitbreiding
                    van het terrein. In het enkele geval dat de gymnastiekruimte op een afzonderlijk
                    terrein is gelegen, los van het terrein van het lesgebouw, wordt de
                    terreinoppervlakte geregistreerd.</al>
        <al>Ten aanzien van de inventaris van de gymnastiekruimten is bepaald dat deze wordt
                    geacht voldoende te zijn. Dit impliceert dat slechts voor nieuw te realiseren
                    gymnastiekruimten een aanvraag voor eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket
                    en meubilair kan worden gesanctioneerd. In het enkele geval dat voor de
                    invulling van het noodzakelijke aantal klokuren gymnastiek wordt verwezen naar
                    medegebruik van een beschikbare gymnastiekruimte kan, indien vaststaat dat het
                    meubilair niet geschikt is voor de groep leerlingen die de gymnastiekruimte in
                    gebruik gaat nemen, aanvullend meubilair worden verstrekt.</al>
        <tussenkop>2 (Voortgezet) speciaal onderwijs</tussenkop>
        <tussenkop>Capaciteit van de gebouwen</tussenkop>
        <al>De vaststelling van de capaciteit van de gebouwen is van belang om aanvragen
                    voor uitbreiding te kunnen beoordelen maar ook om de leegstand te kunnen bepalen
                    ten behoeve van mogelijk medegebruik. De capaciteit van de gebouwen wordt
                    bepaald aan de hand van het aantal vierkante meter brutovloeroppervlakte (bvo).
                    De eerste keer geschiedt dit in de nulmeting. De BVO is een gegeven dat wordt
                    bepaald aan de hand van III-I, de 'Meetinstructie voor het vaststellen van de
                    bruto vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het primair onderwijs'.’</al>
        <al>Door de bepaling dat burgemeester en wethouders in overeenstemming met het
                    bevoegd gezag van de school kan bepalen dat de capaciteit van het gebouw of de
                    gebouwen naar beneden wordt bijgesteld, is het mogelijk om op eenvoudige wijze
                    lokalen/ruimten in te zetten binnen het bredere gemeentelijke (onderwijs)beleid.
                    Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan brede schoolfaciliteiten, verhuur
                    aan een kinderopvangorganisatie, ICT-ruimten, een peuterspeelzaal, een
                    uitleenpost van de openbare bibliotheek, of zelfs een politiepost. Een
                    dergelijke vermindering van de capaciteit en de inzet van de hierdoor
                    beschikbaar komende ruimten kan alleen in overeenstemming met het schoolbestuur
                    worden doorgevoerd. Schoolbesturen zijn immers - over het algemeen - juridisch
                    eigenaar van het schoolgebouw en bepalen zelf op welke wijze hun leegstaande
                    lokalen worden ingezet.</al>
        <al>Met de bepaling wordt op een eenvoudige wijze ondervangen dat de algemene regel
                    'eigen gebruik voor medegebruik' veroorzaakt dat het - vaak al geruime tijd
                    optredende - medegebruik wordt beëindigd bij groei van de school. Overigens
                    betekent een verlaging van de capaciteit wel dat de school eerder in aanmerking
                    kan komen voor een uitbreiding bij eventuele groei van het aantal leerlingen, of
                    te maken krijgt met een eventuele verwijzing naar leegstaande lokalen
                    elders.</al>
        <tussenkop>Rangordebepaling</tussenkop>
        <al>Indien de school beschikt over meerdere gebouwen, een hoofdgebouw en
                    dislocaties, wordt een rangorde vastgesteld voor het geval dat het
                    leerlingaantal terugloopt, en als gevolg daarvan moet worden bepaald of en zo
                    ja, welke gebouwen kunnen worden afgestoten. Het hoofdgebouw heeft
                    vanzelfsprekend het laagste nummer: wordt dus als laatste afgestoten. De
                    dislocaties die een permanente bouwaard hebben worden later afgestoten dan
                    dislocaties met een tijdelijke bouwaard. Vervolgens hebben de kleinste gebouwen
                    het hoogste rangnummer omdat deze gebouwen eerder zullen kunnen worden
                    afgestoten dan grotere gebouwen. Er zijn redenen denkbaar om voor een andere
                    rangorde te kiezen. Bijvoorbeeld: kan een kleinere dislocatie structureel
                    voldoende huisvesting bieden en kan door de rangorde aan te passen de grotere
                    dislocatie worden afgestoten? In een dergelijk geval stelt burgemeester en
                    wethouders, na overleg met het bevoegd gezag, een andere volgorde van de
                    dislocaties vast.</al>
        <tussenkop>Terrein</tussenkop>
        <al>De terreinoppervlakte in het (voortgezet) speciaal onderwijs wordt voor de
                    eerste keer geregistreerd. De terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de
                    kadastrale registratie van het Kadaster. Indien de kadastrale perceelgrenzen
                    niet overeenkomen met de grenzen van het schoolterrein, of wat soms bij het
                    openbaar onderwijs het geval is als de terreinoppervlakte van het openbaar groen
                    en andere openbare gebouwen tezamen met het schoolterrein als een geheel is
                    geregistreerd, dan wordt het met overheidsmiddelen bekostigde deel van de
                    terreinoppervlakte vastgelegd.</al>
        <tussenkop>Inventaris</tussenkop>
        <al>De hoeveelheid inventaris die is verstrekt is van belang voor het moment dat
                    uitbreiding hiervan wordt gevraagd. Ten aanzien van de inventaris is bepaald dat
                    deze op 1-1-2009 wordt geacht voldoende te zijn. Dit impliceert dat slechts voor
                    nieuw te realiseren ruimte een aanvraag voor eerste aanschaf van het
                    onderwijsleerpakket en meubilair kan worden toegekend.. Als in het verleden voor
                    meer vierkante meters bvo eerste inrichting is toegekend wordt dat
                    vastgelegd.</al>
        <tussenkop>Gymnastiekruimten</tussenkop>
        <al>Het is van belang de capaciteit van de gymnastiekruimten vast te stellen vanwege
                    aanvragen voor uitbreiding van het aantal klokuren gebruik van een
                    gymnastiekruimte maar ook vanwege de bepaling van leegstand ten behoeve van
                    mogelijk medegebruik. De capaciteit van de gymnastiekruimten wordt vastgelegd in
                    een aantal klokuren. Een gymnastiekruimte behorende tot een school voor
                    (voortgezet) speciaal onderwijs kan 40 klokuren worden gebruikt. Een school voor
                    het (voortgezet) speciaal onderwijs kan gezien de schooltijden van de school
                    echter niet meer dan 26 klokuren gebruik maken van de gymnastiekruimte. Indien
                    een school aanspraak maakt (kan maken) op klokuren gebruik van een andere
                    gymnastiekruimte dan behorende bij de school wordt de capaciteit van deze
                    gymnastiekruimte ten behoeve van de desbetreffende school bepaald door het
                    aantal uren dat deze gymnastiekruimte beschikbaar is gedurende de schooltijden
                    van de school waarvoor de klokuren noodzakelijk zijn. Het betreft een
                    gymnastiekruimte behorend bij een andere school in het primair of voortgezet
                    onderwijs, een sportaccommodatie van de gemeente of een accommodatie beheerd
                    door derden.</al>
        <al>De terreinoppervlakte van een gymnastiekruimte betreft de oppervlakte zoals deze
                    is geregistreerd bij het Kadaster. In veel gevallen zal de gymnastiekruimte
                    gelegen zijn op het terrein van de school en als zodanig opgenomen zijn in de
                    terreinoppervlakte van het lesgebouw. In dat geval heeft het geen zin de
                    terreinoppervlakte voor de gymnastiekruimte afzonderlijk te registreren omdat
                    bij een eventuele aanvraag voor uitbreiding van het terrein van de
                    gymnastiekruimte, bijvoorbeeld omdat het gebouw wordt uitgebreid met een
                    kleedruimte, de totale terreinoppervlakte van het lesgebouw en de
                    gymnastiekruimte wordt bekeken. In het enkele geval dat de gymnastiekruimte op
                    een afzonderlijk terrein is gelegen, los van het terrein van het lesgebouw,
                    wordt de terreinoppervlakte geregistreerd.</al>
        <al>Ten aanzien van de inventaris van de gymnastiekruimten is bepaald dat deze wordt
                    geacht voldoende te zijn. Dit impliceert dat slechts voor nieuw te realiseren
                    gymnastiekruimten een aanvraag voor eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket
                    en meubilair kan worden gesanctioneerd. In het enkele geval dat voor de
                    invulling van het noodzakelijke aantal klokuren gymnastiek wordt verwezen naar
                    medegebruik van een beschikbare gymnastiekruimte kan, indien vaststaat dat het
                    meubilair niet geschikt is voor de groep leerlingen die de gymnastiekruimte in
                    gebruik gaat nemen, aanvullend meubilair worden verstrekt.</al>
        <tussenkop>3 Voortgezet onderwijs</tussenkop>
        <al>De bruto vloeroppervlakte van een schoolgebouw voor het voortgezet onderwijs
                    wordt bepaald aan de hand van III-2, de 'Meetinstructie voor het vaststellen van
                    de bruto vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het voortgezet onderwijs'.
                    Door de bepaling dat burgemeester en wethouders in overeenstemming met het
                    bevoegd gezag van de school kunnen bepalen dat de capaciteit van het gebouw of
                    de gebouwen naar beneden wordt bijgesteld, is het mogelijk om op eenvoudige
                    wijze lokalen/ruimten in te zetten binnen het bredere gemeentelijke
                    (onderwijs)beleid. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan brede
                    schoolfaciliteiten, ICT-ruimten, een studiehuis-ruimte, een uitleenpost van de
                    openbare bibliotheek, of zelfs een politiepost. Een dergelijke vermindering van
                    de capaciteit en de inzet van de hierdoor beschikbaar komende ruimten kan alleen
                    in overeenstemming met het schoolbestuur worden doorgevoerd. Schoolbesturen zijn
                    immers - over het algemeen - juridisch eigenaar van het schoolgebouw en bepalen
                    zelf op welke wijze hun leegstaande lokalen worden ingezet.</al>
        <al>Met de bepaling wordt op een eenvoudige wijze ondervangen dat de algemene regel
                    'eigen gebruik voor medegebruik' veroorzaakt dat het - vaak al geruime tijd
                    optredende - medegebruik wordt beëindigd bij groei van de school. Overigens
                    betekent een verlaging van de capaciteit wel dat de school eerder in aanmerking
                    kan komen voor een uitbreiding bij eventuele groei van het aantal leerlingen, of
                    te maken krijgt met een eventuele verwijzing naar leegstaande lokalen
                    elders.</al>
        <tussenkop>Terrein</tussenkop>
        <al>De terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de registratie in de
                    kadastrale registratie van het Kadaster. Indien de kadastrale perceelgrenzen
                    niet overeenkomen met de grenzen van het schoolterrein, of wat soms bij het
                    openbaar onderwijs het geval is als de terreinoppervlakte van het openbaar groen
                    en andere openbare gebouwen tezamen met het schoolterrein als een geheel is
                    geregistreerd, dan wordt het met overheidsmiddelen bekostigde deel van de
                    terreinoppervlakte vastgelegd.</al>
        <tussenkop>Inventaris</tussenkop>
        <al>De toekenning van inventaris is in het voortgezet onderwijs vanaf de
                    invoeringsdatum van de decentralisatie gekoppeld aan de toekenning van een
                    voorziening in de huisvesting.</al>
        <al>Bij de start van de nieuwe systematiek wordt ervan uitgegaan, dat alle scholen
                    voor voortgezet onderwijs zijn voorzien van inventaris.</al>
        <tussenkop>Gymnastieklokalen</tussenkop>
        <al>Het gegeven 'aantal gymnastieklokalen in eigendom' heeft de gemeente nodig om
                    bij een aanvraag voor toewijzing van klokuren gymnastiek door een VO-instelling
                    te kunnen beoordelen hoeveel uren de school in de eigen huisvesting kan
                    verzorgen.</al>
        <al>De vaststelling van de capaciteit van de gymnastiekruimten is van belang vanwege
                    aanvragen voor uitbreiding van het aantal klokuren dat gebruik wordt gemaakt van
                    een gymnastiekruimte maar ook vanwege de bepaling van leegstand ten behoeve van
                    mogelijk medegebruik. De capaciteit van de gymnastiekruimten wordt vastgelegd in
                    een aantal lesuren. Een gymnastiekruimte behorende tot een school voor
                    voortgezet onderwijs kan 40 lesuren worden gebruikt. Indien een school aanspraak
                    maakt (kan maken) gedurende een aantal lesuren op het gebruik van een andere
                    gymnastiekruimte dan behorende bij de school dan is de capaciteit van deze
                    gymnastiekruimte het aantal uren dat deze gymnastiekruimte beschikbaar is
                    gedurende de schooltijden van de school waarvoor de lesuren noodzakelijk zijn.
                    Het betreft een gymnastiekruimte behorend bij een andere school in het primair
                    of voortgezet onderwijs, een sportaccommodatie van de gemeente of een
                    sportaccommodatie beheerd door derden.</al>
        <al>De terreinoppervlakte van een gymnastiekruimte is de oppervlakte zoals deze is
                    geregistreerd bij het Kadaster. In veel gevallen zal de gymnastiekruimte gelegen
                    zijn op het terrein van de school en als zodanig opgenomen zijn in de
                    terreinoppervlakte van het lesgebouw. In dat geval heeft het geen zin de
                    terreinoppervlakte voor de gymnastiekruimte afzonderlijk te registreren omdat
                    bij een eventuele aanvraag voor uitbreiding van het terrein van de
                    gymnastiekruimte, bijvoorbeeld omdat het gebouw wordt uitgebreid met een
                    kleedruimte, de totale terreinoppervlakte van het lesgebouw en de
                    gymnastiekruimte wordt bekeken ter beoordeling van een noodzakelijke uitbreiding
                    van het terrein. In het enkele geval dat de gymnastiekruimte op een afzonderlijk
                    terrein is gelegen, los van het terrein van het lesgebouw, wordt de
                    terreinoppervlakte geregistreerd.</al>
        <al>Ten aanzien van de inventaris van de gymnastiekruimten is bepaald dat deze wordt
                    geacht voldoende te zijn. Dit impliceert dat slechts voor nieuw te realiseren
                    gymnastiekruimten een aanvraag voor eerste aanschaf van leer- en hulpmiddelen en
                    meubilair kan worden gesanctioneerd. In het enkele geval dat voor de invulling
                    van het noodzakelijke aantal lesuren gymnastiek wordt verwezen naar medegebruik
                    van een beschikbare gymnastiekruimte kan, indien vaststaat dat het meubilair
                    niet geschikt is voor de groep leerlingen die de gymnastiekruimte in gebruik
                    gaat nemen, aanvullend meubilair worden verstrekt.</al>
        <tussenkop>DEEL B Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte</tussenkop>
        <tussenkop>1 School voor basisonderwijs</tussenkop>
        <al>Het bepalen van de ruimtebehoefte van een basisschool houdt in dat wordt bezien
                    hoe groot de capaciteitsbehoefte van de desbetreffende school is in relatie tot
                    de eventueel reeds aanwezige capaciteit. De omvang van de noodzakelijke
                    capaciteit of uitbreiding van de capaciteit wordt uitgedrukt in vierkante meter
                    brutovloeroppervlakte.</al>
        <al>Voor de scholen in het basisonderwijs gelden in de nieuwe situatie de volgende
                    waarden: een vaste voet van 200 m2 bvo en een bvo per leerling van 5,03 m2.
                    Daarnaast geldt een toeslag als een school (voldoende) ‘gewichtenleerlingen’
                    heeft.</al>
        <al>De huisvestingscomponent van gewichtenkinderen wordt toegekend in de vorm van
                    een toeslag bovenop de m² bvo per leerling die hoort bij reguliere
                    leerlingen.</al>
        <al>Voor de bepaling van de toeslag worden in de nieuwe situatie de volgende stappen
                    doorlopen:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>De gewichtensom van de school wordt bepaald;</al></li>
          <li nr="2."><al>Deze gewichtensom wordt verminderd met 6,0 % van het totaal aantal
                            ongewogen leerlingen;</al></li>
          <li nr="3."><al>De gewichtensom wordt gemaximeerd op 80 % van het aantal ongewogen
                            leerlingen.</al></li>
        </lijst>
        <al>De toeslag op de ruimtebehoefte bedraagt 1,40 m2 bvo * (gecorrigeerde)
                    gewichtensom. Er wordt geen additionele vaste voet toegekend.</al>
        <al>De aparte normen in de verordening voor het realiseren van een (eerste of
                    tweede) speellokaal in het reguliere basisonderwijs zijn komen te vervallen.
                    Hiermee sluit de verordening (weer) aan op het gewijzigde Bouwbesluit 2003.</al>
        <al>De vierkante meters brutovloeroppervlakte (bvo) zijn echter niet verdwenen. In
                    de waarde van 5,03 m2 bvo per leerling zijn de vierkante meters voor het eerste
                    en tweede speellokaal verwerkt. Op deze manier wordt het schoolbesturen mogelijk
                    gemaakt om de hen ter beschikking staande vierkante meters bvo al dan niet in te
                    zetten als speellokaal.</al>
        <al>De vaste voet staat in de nieuwe methodiek voor voorzieningen die minder of niet
                    afhankelijk zijn van het leerlingenaantal. Voorbeelden hiervan zijn de staf- en
                    dienstruimten, directieruimte, administratie, teamkamer en spreekkamer. Verder
                    de facilitaire ruimten als reprografie, entree en bergingen.</al>
        <al>Voor de scholen voor het speciaal basisonderwijs (SBO) gelden in de nieuwe
                    situatie de volgende waarden: een vaste voet van 250 m2 bvo en een bvo per
                    leerling van 7,35 m2. In de 7,35 m2 bvo per leerling is de (voormalige) extra
                    ruimte bij de 12e groep verwerkt door te lineariseren.</al>
        <al>De ruimte voor een eventueel speellokaal is (in tegenstelling tot het reguliere
                    basisonderwijs) niet meegenomen omdat er voor gekozen is om de
                    ruimtebehoeftesystematiek voor het sbo (en het so) voor wat betreft het
                    speellokaal ongewijzigd te laten (zie paragraaf 2.2.5.6).</al>
        <al>Dat betekent dat indien sprake is van een speellokaal voor een school voor
                    speciaal basisonderwijs, daarvoor als ruimtebehoefte steeds 90 m2 bvo wordt
                    aangehouden.</al>
        <tussenkop>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs</tussenkop>
        <al>Het bepalen van de ruimtebehoefte van een school voor (voortgezet) speciaal
                    onderwijs houdt in dat wordt bezien hoe groot de capaciteitsbehoefte van de
                    desbetreffende school is in relatie tot de eventueel reeds aanwezige capaciteit.
                    De omvang van de noodzakelijke capaciteit of uitbreiding van de capaciteit wordt
                    uitgedrukt in vierkante meter brutovloeroppervlakte.</al>
        <al>Bij de normoppervlakte wordt onderscheid gemaakt tussen:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>De zwaarte van de handicap(s) van de kinderen (onderwijssoort), tot
                            uitdrukking gekomen in een grotere of kleinere ruimtebehoefte;</al></li>
          <li nr="-"><al>Onderscheid oudere en jongere kinderen, tot uitdrukking komend in het
                            verschil tussen SO en VSO.</al></li>
        </lijst>
        <al>Er is geen één op één verband tussen de oppervlaktenormen voor het (V)SO en de
                    bestaande clusterindeling in clusters 1-4 ten behoeve van de indicatiestelling
                    van de kinderen.</al>
        <al>Per onderwijssoort worden de volgende aantallen vierkante meter bvo per leerling
                    gebruikt:</al>
        <tussenkop>Leerlingafhankelijke ruimtenormering (V)SO</tussenkop>
        <table>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="45*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="28*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="28*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>
                    <vet>schoolsoort</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>
                    <vet>SO jong</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>
                    <vet>VSO oud</vet>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>sh/esm, visg, lz, zmok, pi</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>8,7 m2 bvo/lln</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>12,2 m2 bvo/lln</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>zmlk</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>8,7 m2 bvo/lln</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>9,2 m2 bvo/lln</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>doven, lg, mg</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>13,8 m2 bvo/lln</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>15,5 m2 bvo/lln</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>Eind 2005 is door het Kabinet een motie aangenomen om de groepsgrootte in het
                    voortgezet speciaal onderwijs voor zeer moeilijk lerende kinderen (vso-zmlk) te
                    verkleinen van twaalf naar zeven leerlingen.</al>
        <al>Vso-zmlk scholen krijgen vanaf 1 januari 2006 extra formatie van het Rijk om de
                    groepsgrootteverkleining mogelijk te maken. Hiermee kunnen scholen meer
                    personeel in dienst nemen. Daartoe is het Besluit bekostiging WEC aangepast (KB
                    van 9 mei 2006, Stb.2006, 283).</al>
        <al>Schoolbesturen hebben hierdoor meer geld voor personeel gekregen. Gemeenten
                    hebben, na agendering van dit onderwerp door de VNG een (kleine) toevoeging in
                    het gemeentefonds gekregen om die kleinere groepen te huisvesten. Volledige
                    doorvoering in de huisvesting van de groepsgrootteverkleining vergt extra geld.
                    Daarom is voor dit type speciaal onderwijs uitgegaan van de beschikbare middelen
                    en is de groepsgrootteverkleining (noodgedwongen) niet geheel doorgevoerd.</al>
        <al>De bvo/leerling-norm blijft daarmee afwijkend van de andere normen, zodat hier
                    sprake blijft van een status aparte voor VSO-zmlk.</al>
        <al>Daarnaast geldt een vaste voet.</al>
        <al>Deze is voor alle onderwijssoorten binnen SO en VSO bepaald op 370 m2 bvo (met
                    uitzondering van VSO-zmlk, waarvoor een vaste voet van 250 m2 geldt). Het gaat
                    hierbij overigens om een vaste voet zonder onderwijsruimten zoals
                    groepslokalen.</al>
        <al>De vaste voet staat in de nieuwe methodiek voor voorzieningen die minder of niet
                    afhankelijk zijn van het leerlingenaantal en van de specifieke schoolsoort.
                    Voorbeelden hiervan zijn de staf- en dienstruimten, directieruimte,
                    administratie, teamkamer, spreekkamer, behandelkamers, rustruimten. Verder de
                    facilitaire ruimten als reprografie, entree en bergingen.</al>
        <al>De vaste voet voor een school met zowel SO als VSO binnen hetzelfde schooltype
                    is slechts eenmaal van toepassing. Om dezelfde reden is voor een
                    scholengemeenschap met meer schooltypen de vaste voet voor elk afzonderlijk
                    schooltype van toepassing.</al>
        <al>Evenals in de oude situatie geldt dat de vaste voet alleen voor een
                    hoofdvestiging van toepassing is en niet voor een nevenvestiging.</al>
        <al>Bij de berekeningen voor (V)SO zijn speellokalen niet meegenomen. In de
                    bvo/lln-getallen zijn de extra ruimten (ER) bij de 12e of 13e groep verwerkt
                    door te lineariseren. Indien sprake is van een speellokaal, wordt daarvoor als
                    ruimtebehoefte steeds 90 m2 bvo aangehouden.</al>
        <al>Voor SO-mg en VSO-mg kunnen bij ministeriële beschikking kleinere n-factoren dan
                    7 worden vastgesteld. Voor instellingen waarvoor dit van toepassing is, wordt
                    een vaste voet en een omvang bvo/lln berekend op dezelfde wijze als is toegepast
                    voor de andere n-factoren. (Toevoegen bedrag m2).</al>
        <al>Voor het (V)SO-mg met n-factor kleiner dan 7 geldt onderstaande.</al>
        <tussenkop>Leerlingafhankelijke ruimtenormering (V)SO-mg N-factor &lt; 7
                    leerlingen</tussenkop>
        <table>
          <tgroup cols="4">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="46*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="19*"/>
            <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="14*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>
                    <vet>schoolsoort</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>
                    <vet>SO jong</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>
                    <vet>VSO oud</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>
                    <vet>vaste voet</vet>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>mg doven en visg, n=2</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>56,75 m² bvo/lln</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>57,5 m² bvo/lln</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>370 m² bvo</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>mg doven en zmlk, n=3</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>56,75 m² bvo/lln</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>57,5 m² bvo/lln</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>370 m² bvo</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>mg visg en een andere handicap, n=3</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>56,75 m² bvo/lln</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>57,5 m² bvo/lln</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>370 m² bvo</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <tussenkop>3 School voor voortgezet onderwijs</tussenkop>
        <al>Het bepalen van de ruimtebehoefte in het voortgezet onderwijs gaat aan de hand
                    van het ruimtebehoeftemodel. In dit model wordt op basis van een tweetal
                    componenten de ruimtebehoefte bepaald. De ruimtebehoefte is enerzijds
                    afhankelijk van het aantal leerlingen dat de school bezoekt en anderzijds
                    afhankelijk van kenmerken van de school (zoals de aard van de vestiging en het
                    onderwijsaanbod).</al>
        <al>Met behulp van tabel 7.1.a kan op basis van het aantal leerlingen per
                    onderwijssoort de zogenaamde leerlinggebonden component worden bepaald.</al>
        <tussenkop>Een voorbeeld: Het Lokale Lyceum</tussenkop>
        <table>
          <tgroup cols="6">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="21*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="15*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="27*"/>
            <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/>
            <colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="15*"/>
            <colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="9*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>
                    <vet>Ruimtesoort</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>
                    <vet>Leerweg</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>
                    <vet>Ruimtetype</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>
                    <vet>BVO/II</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>
                    <vet>aantal II</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col6">
                  <al>
                    <vet>BVO</vet>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>onderbouw</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Algemene ruimte</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>6,18</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>100</al>
                </entry>
                <entry colname="col6">
                  <al>618</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>avo/vwo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Algemene ruimte</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>5,85</al>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>200</al>
                </entry>
                <entry colname="col6">
                  <al>1170</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>totaal</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>Algemene ruimte</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col5">
                  <al>300</al>
                </entry>
                <entry colname="col6">
                  <al>1788</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>Daarna wordt de vaste voet van de instelling berekend aan de hand van tabel
                    7.1.b.</al>
        <al>De school uit het voorbeeld, Het Lokale Lyceum is een hoofdvestiging en heeft
                    geen afdeling waarin de beroepsgerichte leerweg wordt aangeboden. De vaste voet
                    van Het Lokale Lyceum bedraagt dus 980 vierkante meter Algemene Ruimte. Het
                    totale ruimtebeslag van Het Lokale Lyceum komt dus op 2768 m² bruto
                    vloeroppervlakte Algemene Ruimte.</al>
        <al>Een school komt in aanmerking voor een vaste voet per afdeling als op deze
                    school de beroepsgerichte leerweg voor deze afdeling wordt aangeboden.
                    Uitgangspunt daarbij is dat de vestiging waar de beroepsgerichte leerweg wordt
                    aangeboden zo veel mogelijk wordt gefaciliteerd ten behoeve van het
                    beroepsgericht onderwijs. Pas als op de instelling de beroepsgerichte leerweg
                    van een bepaalde afdeling of sector wordt aangeboden, mag voor die afdeling of
                    sector ook de leerwegondersteunende of de gemengde leerweg worden
                    aangeboden.</al>
        <tussenkop>DEEL C De bepaling van de omvang van de toekenning</tussenkop>
        <tussenkop>1 School voor basisonderwijs</tussenkop>
        <tussenkop>Voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen</tussenkop>
        <al>De omvang van (vervangende) nieuwbouw of uitbreiding is afhankelijk van het
                    aantal vierkante meter zoals vastgesteld volgens de berekeningswijze voor
                    permanente voorzieningen. In het geval van uitbreiding is de reeds beschikbare
                    huisvesting van belang voor het bepalen van de omvang van de
                    capaciteitsvermeerdering.</al>
        <al>De omvang van de ingebruikneming is eveneens afhankelijk van het aantal
                    vierkante meter bvo zoals vastgesteld volgens de berekeningswijze voor
                    permanente voorzieningen. Afhankelijk van de benodigde capaciteit kan een gebouw
                    volledig dan wel gedeeltelijk in gebruik worden gegeven.</al>
        <al>De omvang van medegebruik wordt bepaald door het aantal vierkante meter bvo
                    waarvoor huisvesting noodzakelijk is en het aantal vierkante meter bvo waarvoor
                    huisvesting aanwezig is.</al>
        <al>Zowel voor uitbreiding, ingebruikneming als medegebruik geldt in het primair
                    onderwijs een drempelwaarde van 55 m² bvo. Pas wanneer deze drempel overschreden
                    is, ontstaat aanspraak op een van de bovengenoemde voorzieningen.</al>
        <al>Voor het speciaal basisonderwijs geldt in de bovengenoemde gevallen een
                    drempelwaarde van 50 m² bvo.</al>
        <tussenkop>Voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen</tussenkop>
        <al>De omvang van (vervangende) nieuwbouw of uitbreiding is afhankelijk van het
                    aantal vierkante meter bvo zoals vastgesteld volgens de berekeningswijze voor
                    tijdelijke voorzieningen. In het geval van uitbreiding is de reeds beschikbare
                    huisvesting van belang voor het bepalen van de omvang van de
                    capaciteitsvermeerdering.</al>
        <al>De omvang van medegebruik wordt bepaald door het aantal vierkante meterbvo
                    waarvoor huisvesting noodzakelijk is en het aantal vierkante meter bvo waarvoor
                    huisvesting aanwezig is.</al>
        <al>De omvang van de verplaatsing van noodlokalen wordt bepaald door het aantal
                    vierkante meter bvo waarvoor de huisvesting noodzakelijk is en de kosten in
                    verhouding tot de verwachte gebruiksduur van de lokalen. Indien mogelijkheden
                    van medegebruik aanwezig zijn, zal in eerste instantie hiernaar worden
                    verwezen.</al>
        <al>Zowel voor uitbreiding, ingebruikneming als medegebruik van voor tijdelijk
                    gebruik bestemde voorzieningen geldt in het primair onderwijs een drempelwaarde
                    van 40 m² bvo. Pas wanneer deze drempel overschreden is, ontstaat aanspraak op
                    een van de bovengenoemde voorzieningen.</al>
        <al>Voor het speciaal basisonderwijs geldt in de bovengenoemde gevallen een
                    drempelwaarde van 40 m² bvo.</al>
        <tussenkop>Overige voor blijvend dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde
                    voorzieningen</tussenkop>
        <al>De omvang van (de uitbreiding van) het terrein wordt bepaald door de minimaal
                    noodzakelijke oppervlakte op grond van de daartoe in bijlage III, deel D,
                    gestelde eisen met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde eisen.
                    De situatie op zich zal ook van invloed zijn op de omvang van de
                    terreinoppervlakte ten behoeve van het schoolgebouw.</al>
        <al>De voorziening eerste aanschaf van leer- en hulpmiddelen en meubilair is
                    rechtstreeks gekoppeld aan de toekenning van voorzieningen in de huisvesting,
                    die een vergroting van de totale capaciteit tot gevolg hebben.</al>
        <al>De omvang van de aanpassing wordt bepaald door de activiteiten die strikt
                    noodzakelijk zijn om het gebouw geschikt te maken voor het geven van onderwijs.
                    Dit houdt in dat slechts die activiteiten voor bekostiging in aanmerking komen
                    die de normale eisen te stellen aan het gebouw voor het geven van onderwijs niet
                    overschrijden. De aanpassing kan noodzakelijk zijn omdat een gebouw in gebruik
                    wordt genomen. of omdat de capaciteit van het gebouw van een school voor
                    speciaal basisonderwijs moet worden vergroot voor het creëren van een extra
                    speellokaal. Activiteiten die noodzakelijk zijn als gevolg van specifieke wet-
                    en regelgeving kunnen eveneens voor bekostiging in aanmerking komen. Als een
                    oliegestookte verwarmingsinstallatie moet worden vervangen door een gasgestookte
                    installatie komen de meerkosten ten opzichte van het vervangen van een
                    gasgestookte installatie door een gasgestookte installatie voor bekostiging in
                    aanmerking. De meerkosten zullen in de meeste gevallen betrekking hebben op de
                    noodzakelijke verplaatsing van de installatie.</al>
        <al>De omvang van het onderhoud wordt bepaald door de activiteiten die noodzakelijk
                    zijn aan de buitenzijde van het gebouw zoals deze zijn omschreven in het
                    overzicht 'onderhoud primair onderwijs', door de vervanging van de
                    binnenkozijnen en binnendeuren of door de vervanging van radiatoren, convectoren
                    en leidingen voor de centrale verwarming of door het totaal van verschillende
                    van deze activiteiten.</al>
        <tussenkop>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs</tussenkop>
        <tussenkop>Voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen</tussenkop>
        <al>De omvang van (vervangende) nieuwbouw of uitbreiding is afhankelijk van het
                    aantal vierkante meter zoals vastgesteld volgens de berekeningswijze voor
                    permanente voorzieningen. In het geval van uitbreiding is de reeds beschikbare
                    huisvesting van belang voor het bepalen van de omvang van de
                    capaciteitsvermeerdering.</al>
        <al>De omvang van de ingebruikneming is eveneens afhankelijk van het aantal groepen
                    zoals vastgesteld volgens de berekeningswijze voor permanente voorzieningen.
                    Afhankelijk van de benodigde capaciteit kan een gebouw volledig dan wel
                    gedeeltelijk in gebruik worden gegeven.</al>
        <al>De omvang van medegebruik wordt bepaald door het aantal groepen waarvoor
                    huisvesting noodzakelijk is en het aantal groepen waarvoor huisvesting aanwezig
                    is.</al>
        <tussenkop>Voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen</tussenkop>
        <al>De omvang van (vervangende) nieuwbouw of uitbreiding is afhankelijk van het
                    aantal vierkante meter bvo zoals vastgesteld volgens de berekeningswijze voor
                    tijdelijke voorzieningen. In het geval van uitbreiding is de reeds beschikbare
                    huisvesting van belang voor het bepalen van de omvang van de
                    capaciteitsvermeerdering.</al>
        <al>De omvang van medegebruik wordt bepaald door het aantal groepen waarvoor
                    huisvesting noodzakelijk is en het aantal groepen waarvoor huisvesting aanwezig
                    is.</al>
        <al>De omvang van de verplaatsing van noodlokalen wordt bepaald door het aantal
                    groepen waarvoor de huisvesting noodzakelijk is en de kosten in verhouding tot
                    de verwachte gebruiksduur van de lokalen. Indien mogelijkheden van medegebruik
                    aanwezig zijn, zal in eerste instantie hiernaar worden verwezen.</al>
        <al>Overige voor blijvend dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen</al>
        <al>De omvang van (de uitbreiding van) het terrein wordt bepaald door de minimaal
                    noodzakelijke oppervlakte op grond van de daartoe in bijlage III, deel D,
                    gestelde eisen met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde eisen.
                    De situatie op zich zal ook van invloed zijn op de omvang van de
                    terreinoppervlakte ten behoeve van het schoolgebouw.</al>
        <al>De voorziening eerste aanschaf van leer- en hulpmiddelen en meubilair is
                    rechtstreeks gekoppeld aan de toekenning van voorzieningen in de huisvesting,
                    die een vergroting van de totale capaciteit tot gevolg hebben.</al>
        <al>De omvang van de aanpassing wordt bepaald door de activiteiten die strikt
                    noodzakelijk zijn om het gebouw geschikt te maken voor het geven van onderwijs.
                    Dit houdt in dat slechts die activiteiten voor bekostiging in aanmerking komen
                    die de normale eisen te stellen aan het gebouw voor het geven van onderwijs niet
                    overschrijden. De aanpassing kan noodzakelijk zijn omdat een gebouw in gebruik
                    wordt genomen. De aanpassing kan ook noodzakelijk zijn omdat een dislocatie
                    wordt afgestoten en specifieke voorzieningen die in de dislocatie aanwezig waren
                    in het hoofdgebouw moeten worden gerealiseerd. Ook kan het zijn dat een
                    dislocatie, als gevolg van een stijging van het aantal leerlingen, de status
                    hoofdgebouw krijgt en als gevolg hiervan moet worden aangepast. Indien de school
                    een ander vak opneemt in het schoolwerkplan en het schoolwerkplan wordt als
                    zodanig door de inspectie goedgekeurd, dan kan een noodzakelijke aanpassing van
                    een lokaal tot het desbetreffende vaklokaal worden goedgekeurd. Activiteiten die
                    noodzakelijk zijn als gevolg van specifieke wet- en regelgeving kunnen eveneens
                    voor bekostiging in aanmerking komen. In het geval dat een oliegestookte
                    verwarmingsinstallatie moet worden vervangen door een gasgestookte installatie
                    komen de meerkosten van het vervangen van de oliegestookte installatie ten
                    opzichte van het vervangen van een oliegestookte installatie door een
                    gasgestookte installatie voor bekostiging in aanmerking. De meerkosten zullen in
                    de meeste gevallen betrekking hebben op de noodzakelijke verplaatsing van de
                    installatie. De omvang van het onderhoud wordt bepaald door de activiteiten die
                    noodzakelijk zijn aan de buitenzijde van het gebouw zoals deze zijn omschreven
                    in het overzicht 'onderhoud primair onderwijs', door de vervanging van de
                    binnenkozijnen en binnendeuren of door de vervanging van radiatoren, convectoren
                    en leidingen voor de centrale verwarming of door het totaal van verschillende
                    van deze activiteiten.</al>
        <tussenkop>3 School voor voortgezet onderwijs</tussenkop>
        <tussenkop>Voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen</tussenkop>
        <al>De ruimtebehoefte voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald met
                    behulp van het Ruimtebehoeftemodel, dat staat beschreven in deel B van deze
                    bijlage en het bijbehorende gedeelte van de toelichting.</al>
        <al>In de toekenningscriteria (Bijlage I) is bepaald, dat voor de beoordeling of een
                    instelling voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening in aanmerking
                    komt de beschikbare capaciteit met tien procent wordt verhoogd. Vervolgens wordt
                    bezien of de ruimtebehoefte op basis van de leerlingprognose voor langer dan
                    vijftien jaar deze verhoogde capaciteit overschrijdt.</al>
        <al>Indien zulks het geval is wordt de omvang van de voorziening bepaald door
                    vaststelling van het verschil tussen de werkelijk beschikbare capaciteit (100%)
                    en de uitkomst van het ruimtebehoeftemodel (tabellen 7.1.a en 7.1.b).</al>
        <al>Met behulp van het RBM kan geen normatief lokalenplan worden opgesteld. Om te
                    bepalen wat de leegstand binnen de onderwijsruimten is, zal een toets moeten
                    plaatsvinden of er binnen het huidige lesrooster sprake is van onderbezetting.
                    In geval van medegebruik door een andere school voor voortgezet onderwijs moet
                    bekeken worden of de lesroosters van de scholen zo op elkaar kunnen worden
                    afgestemd dat overschotten en tekorten elkaar opheffen. In geval van medegebruik
                    door een school voor primair onderwijs zal gekeken moeten worden of binnen het
                    lesrooster een of meer lokalen leeggeroosterd kunnen worden.</al>
        <al>Het lesrooster en het feitelijke lokalenplan zijn bepalend bij de bepaling van
                    de leegstand. Het is nu van belang om enerzijds te toetsen of het lesrooster
                    redelijk is. Is het aantal ingeroosterde lessen bijvoorbeeld niet hoog in
                    verhouding tot het aantal leerlingen? Aan de hand van een aantal criteria kan
                    het lesrooster getoetst worden, bijvoorbeeld dat het gemiddeld aantal lessen in
                    de week niet boven de 29 uur uitkomt en dat een theorielokaal minimaal voor 32
                    uur in de week ingeroosterd kan worden. Aan de hand van het lokalenplan (bij
                    voorkeur een plattegrond van de school) kan bepaald worden of alle lokalen wel
                    ingeroosterd zijn of waarom in bepaalde lokalen de bezetting maximaal 16 is in
                    plaats van 26 leerlingen.</al>
        <al>Om nu te bezien of het feitelijk lesrooster redelijk is, in verhouding tot de
                    bepaling van de ruimtebehoefte van de instelling, wordt het aan de hand van de
                    volgende criteria getoetst:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>aantal lessen per week komt niet boven de 29 lesuur per week (excl.
                            gym);</al></li>
          <li nr="-"><al>het aantal lessen lichamelijke oefening komt niet boven de 3 lesuur per
                            week;</al></li>
          <li nr="-"><al>de gemiddelde groepsgrootte is 26 leerlingen. Uitzondering vormen het
                            praktijkonderwijs (14 leerlingen en het leerwegondersteunend onderwijs
                            16 leerlingen);</al></li>
          <li nr="-"><al>het normatieve gebruik per week ligt voor algemene ruimten op 32 uur per
                            week. Voor specifieke lokalen en werkplaatsen ligt het normatieve
                            gebruik op 24 uur per week;</al></li>
          <li nr="-"><al>gemiddeld past een hele groep (klas) in een onderwijsruimte. Alleen
                            ruimten voor machinale houtbewerking en de lasserij zijn geschikt voor
                            maximaal 8 leerlingen;</al></li>
          <li nr="-"><al>een lesuur duurt 50 minuten. Wordt uitgegaan van lesuren van 45 minuten
                            dan wordt het aantal lessen per week naar rato verhoogd.</al></li>
        </lijst>
        <al>Voor de bepaling van de omvang van de voor blijvend gebruik bestemde voorziening
                    ingebruikneming, medegebruik en verplaatsing van noodlokalen wordt de
                    beschikbare capaciteit verhoogd met tien procent.</al>
        <tussenkop>Voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen</tussenkop>
        <al>Met behulp van het Ruimtebehoeftemodel (tabel 7.1) wordt op basis van het
                    leerlingenaantal, dat voortvloeit uit de leerlingprognose voor een periode
                    langer dan vier jaar en korter dan vijftien jaar de ruimtebehoefte bepaald.
                    Vergelijking van deze ruimtebehoefte met de met tien procent verhoogde
                    beschikbare capaciteit geeft als resultaat de omvang van de goedgekeurde
                    tijdelijke voorziening, uitgedrukt in m² bruto vloeroppervlakte.</al>
        <al>Voor tijdelijke voorzieningen wordt deze oppervlakte niet naar lokaalsoort
                    toegedeeld. De toekenning vindt plaats op het niveau bruto m²'s lesruimte per
                    instelling. Als drempel voor toekenning wordt 1 lokaal gehanteerd, dat wil
                    zeggen dat het geconstateerde ruimtetekort minimaal 100 m² bruto moet bedragen
                    om voor toekenning van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening in
                    aanmerking te komen.</al>
        <al>Voor de bepaling van de voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                    ingebruikneming, medegebruik en verplaatsing van noodlokalen wordt de
                    beschikbare capaciteit verhoogd met tien procent.</al>
        <tussenkop>Overige voor blijvend gebruik dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde
                    voorzieningen</tussenkop>
        <al>De voorziening eerste aanschaf van leer- en hulpmiddelen is rechtstreeks
                    gekoppeld aan de toekenning van voorzieningen in de huisvesting, die een
                    vergroting van de totale capaciteit tot gevolg hebben (zie ook bijlage I,
                    paragraaf 3.7).</al>
        <tussenkop>Gymnastiekruimten</tussenkop>
        <al>De bepaling van de omvang van de verschillende voorzieningen in de huisvesting,
                    die gymnastiekruimte betreffen, verloopt, onder toepassing van het
                    Ruimtebehoeftemodel, analoog aan de bepaling van de omvang van toekenningen voor
                    lesgebouwen.</al>
        <al>Voor de bepaling van het aantal in medegebruik te geven lessen gymnastiek is het
                    lesrooster maatgevend. Het maximale aantal lestijden gymnastiek kan met de in
                    paragraaf 3.4 gegeven formule worden berekend.</al>
        <tussenkop>DEEL D Minimumnormen bij realisering van nieuwe voorzieningen</tussenkop>
        <al>De wet geeft de opdracht aan gemeenten om in de verordening bepalingen op te
                    nemen met betrekking tot de oppervlakte en de indeling van schoolgebouwen. In de
                    modelverordening is gekozen voor een beperkt aantal bepalingen. Enerzijds omdat
                    op die wijze de autonomie van een schoolbestuur zo groot mogelijk is, anderzijds
                    omdat het Bouwbesluit reeds een aantal centrale eisen aan schoolgebouwen gesteld
                    stelt.</al>
        <al>Ook de minister van OCenW heeft, door middel van een Algemene maatregel van
                    bestuur, enkele minimale oppervlakte-eisen gesteld. Deze betreffen echter niet
                    de specifieke ruimten, maar het totale gebouw, dan wel alle bij een school in
                    gebruik zijnde gebouwen. Deze normen zijn gepubliceerd in het Uitvoeringsbesluit
                    voorzieningen in de huisvesting PO/VO (Stb. 1997, 125).</al>
        <al>In aanvulling op de centrale eisen bepaalt de modelverordening alleen iets over
                    de oppervlakte en de indeling uit het oogpunt van functionaliteit van ruimten,
                    met name in verband met de mogelijkheden voor medegebruik.</al>
        <tussenkop>TOELICHTING BIJLAGE IV</tussenkop>
        <al>In deze bijlage is de systematiek opgenomen op basis waarvan toegekende
                    voorzieningen worden bekostigd. De bijlage valt uiteen in twee mogelijke
                    bekostigingsmethoden, namelijk:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>bekostiging op basis van normbedragen (deel A);</al></li>
          <li nr="-"><al>bekostiging op basis van feitelijke kosten (deel B).</al></li>
        </lijst>
        <al>In deel C is vervolgens de systematiek weergegeven op basis waarvan
                    medegebruikstarieven kunnen worden vastgesteld.</al>
        <al>De keuze tussen bekostiging op basis van normbedragen en bekostiging op basis
                    van feitelijke kosten dient vooraf te worden vastgelegd in artikel 4 van de
                    verordening. In deze modelverordening zijn zoveel mogelijk bekostigingen
                    genormeerd. Slechts indien normering niet mogelijk is, dan wel tot irreële
                    uitkomsten leidt, is afgezien van normering. Afhankelijk van de lokale situatie
                    kan de keuze tussen bekostiging op basis van normbedragen en bekostiging op
                    basis van feitelijke kosten een andere zijn.</al>
        <tussenkop>DEEL A Bekostiging op basis van normbedragen</tussenkop>
        <tussenkop>Procentuele normbekostiging voor bouwvoorbereiding</tussenkop>
        <al>In de artikelen 3, 4 en 25 t/m 28 van de modelverordening is een aantal regels
                    gegeven voor het toekennen van een bekostiging voor bouwvoorbereiding. In de
                    toelichting bij deze artikelen is aangegeven dat de bekostiging voor
                    bouwvoorbereiding is opgenomen in de genormeerde bedragen in Deel A van Bijlage
                    IV. Dit betekent dat, indien een genormeerde bekostiging voor bouwvoorbereiding
                    (uitgedrukt in een percentage van de bouwkosten) wordt verstrekt, deze
                    bekostiging in mindering moet worden gebracht op de genormeerde bekostiging voor
                    de uiteindelijke realisering van de voorziening. Het hiervoor genoemde
                    percentage is gebaseerd op de veronderstelling dat de aanvrager de bouw
                    voorbereidt tot aan het moment van aanbesteding (dus inclusief de opstelling van
                    het bestek, bouwvoorbereidingstekeningen en de begroting).</al>
        <tussenkop>1 School voor basisonderwijs</tussenkop>
        <al>In dit hoofdstuk zijn voor de voorzieningen nieuwbouw, uitbreiding, tijdelijke
                    voorziening, eerste inrichting met onderwijsleerpakket/meubilair, onderhoud en
                    gymnastiek genormeerde bedragen opgenomen.</al>
        <tussenkop>Nieuwbouw/uitbreiding</tussenkop>
        <al>Voor nieuwbouw en uitbreiding van een permanent gebouw is zoveel mogelijk
                    genormeerd op een startbedrag en een bedrag per vierkante meter. Hiernaast
                    kunnen, afhankelijk van de beoordeling, toeslagen worden gegeven voor de
                    inrichting van het terrein, het realiseren van een speellokaal (in het geval van
                    een school voor speciaal basisonderwijs) en verhuiskosten. Kosten voor de
                    verwerving van een terrein zijn niet opgenomen, aangezien deze kosten met de
                    ligging sterk kunnen variëren.</al>
        <tussenkop>Tijdelijke voorziening</tussenkop>
        <al>Een tijdelijke voorziening kan worden gerealiseerd in de vorm van nieuwbouw van
                    noodaccommodatie, uitbreiding van een bestaande noodaccommodatie dan wel door
                    middel van huur van een noodlokaal of bestaande huisvesting. Bij de afweging
                    tussen aankoop en huur van een noodlokaal kunnen aspecten als de verwachte
                    gebruiksduur, verwerving van eigendom en multifunctioneel gebruik een rol
                    spelen.</al>
        <al>Bij de verwerving van tijdelijke lokalen wordt onderscheid gemaakt tussen
                    tijdelijke lokalen als eerste voorziening (nieuwbouw), het uitbreiden van een
                    permanent hoofdgebouw door middel van tijdelijke lokalen en uitbreiding van een
                    bestaande noodaccommodatie. Bij tijdelijke lokalen als eerste voorziening is er
                    geen permanent hoofdgebouw aanwezig, zodat er extra kosten gemaakt moeten worden
                    voor het realiseren van voorzieningen als directieruimten, lerarenkamer,
                    conciërgeruimte en dergelijke . Indien tijdelijke voorziening voor een kortere
                    periode nodig is, kan het aantrekkelijk zijn om in plaats van een
                    investeringsbekostiging voor een noodlokaal een huurbekostiging te geven. Met de
                    huurbekostiging kan een schoolbestuur een noodlokaal huren dan wel ruimte in een
                    bestaand gebouw huren. Beide soorten huur worden op basis van de feitelijke
                    huurprijs vergoed (zie deel B: bekostiging op basis van feitelijke kosten).</al>
        <tussenkop>Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair</tussenkop>
        <al>Het bedrag voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair tezamen
                    bestaat uit een basisbedrag en een bedrag per m². Deze normbedragen zijn
                    investeringsbedragen per school met een gegeven aantal m². Bij uitbreiding wordt
                    het uit te keren bedrag bepaald aan de hand van het verschil tussen de
                    investeringsbedragen van de school met en zonder uitbreiding. Voor alle
                    duidelijkheid: het basisbedrag wordt dus niet bij elke uitbreiding
                    toegekend.</al>
        <tussenkop>Gymnastiek</tussenkop>
        <al>De bekostiging voor gymnastiek valt uiteen in bedragen voor nieuwbouw en
                    uitbreiding van een gymnastiekaccommodatie en eerste inrichting met
                    onderwijsleerpakket/meubilair. De bedragen voor de klokuurbekostiging (materiële
                    exploitatie), welke van toepassing zijn bij gebruik van een 'eigen'
                    gymnastiekzaal en bij medegebruik/huur van een gymnastiekaccommodatie zijn
                    opgenomen in de modelbeleidsregel bekostiging gymnastiekruimte.</al>
        <tussenkop>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs</tussenkop>
        <al>In dit hoofdstuk zijn voor de voorzieningen nieuwbouw, uitbreiding, tijdelijke
                    voorziening, eerste inrichting met onderwijsleerpakket/meubilair en gymnastiek
                    genormeerde bedragen opgenomen.</al>
        <tussenkop>Nieuwbouw/uitbreiding</tussenkop>
        <al>Voor nieuwbouw en uitbreiding van een permanent gebouw is zoveel mogelijk
                    genormeerd op een bedrag voor een vaste voet en een bedrag per groep. Hiernaast
                    kunnen, afhankelijk van de beoordeling, toeslagen worden gegeven voor de
                    inrichting van het terrein, het realiseren van een speellokaal, verhuiskosten en
                    een liftinstallatie. Kosten voor de verwerving van een terrein zijn niet
                    opgenomen, aangezien deze kosten met de ligging sterk kunnen variëren.</al>
        <tussenkop>Tijdelijke voorziening</tussenkop>
        <al>Tijdelijke voorziening kan worden gerealiseerd in de vorm van nieuwbouw van
                    noodaccommodatie, uitbreiding van een bestaande noodaccommodatie dan wel door
                    middel van huur van een noodlokaal of bestaande huisvesting. Bij de afweging
                    tussen aankoop en huur van een noodlokaal kunnen aspecten als de verwachte
                    gebruiksduur, verwerving van eigendom en multifunctioneel gebruik een rol
                    spelen.</al>
        <al>Bij de verwerving van tijdelijke lokalen wordt onderscheid gemaakt tussen
                    tijdelijke lokalen als eerste voorziening (nieuwbouw), het uitbreiden van een
                    permanent hoofdgebouw door middel van tijdelijke lokalen en uitbreiding van een
                    bestaande noodaccommodatie. Bij tijdelijke lokalen als eerste voorziening is er
                    geen permanent hoofdgebouw aanwezig, zodat er extra kosten gemaakt moeten worden
                    voor het realiseren van voorzieningen als directieruimten, lerarenkamer,
                    conciërgeruimte en dergelijke. Indien tijdelijke voorziening voor een kortere
                    periode nodig is, kan het aantrekkelijk zijn om in plaats van een
                    investeringsbekostiging voor een noodlokaal een huurbekostiging te geven. Met de
                    huurbekostiging kan een schoolbestuur een noodlokaal huren dan wel ruimte in een
                    bestaand gebouw huren. Beide soorten huur worden op basis van de feitelijke
                    huurprijs vergoed (zie deel B: bekostiging op basis van feitelijke kosten).</al>
        <tussenkop>Gymnastiek</tussenkop>
        <al>De bekostiging voor gymnastiek valt uiteen in bedragen voor nieuwbouw en
                    uitbreiding van een gymnastiekaccommodatie, eerste inrichting met
                    onderwijsleerpakket/meubilair en onderhoud. Voor LG- en MG-scholen is er een
                    extra toeslag voor het vergroten van de entree en de was- en kleedruimte. Bij de
                    voorziening 'bad voor watergewenning en bewegingstherapie' is slechts
                    medegebruik van toepassing. Indien nieuwbouw van een dergelijke voorziening
                    noodzakelijk is vindt bekostiging op basis van feitelijke kosten plaats (zie
                    deel B).</al>
        <al>De bedragen voor de klokuurbekostiging (materiële exploitatie), welke van
                    toepassing zijn bij gebruik van een 'eigen' gymnastiekzaal en bij
                    medegebruik/huur van een gymnastiekaccommodatie zijn opgenomen in de
                    modelbeleidsregel bekostiging gymnastiekruimte.</al>
        <tussenkop>3 Voortgezet onderwijs</tussenkop>
        <al>In dit hoofdstuk zijn voor de voorzieningen nieuwbouw, uitbreiding, tijdelijke
                    voorziening, eerste inrichting met leer- en hulpmiddelen/meubilair en gymnastiek
                    genormeerde bedragen opgenomen.</al>
        <tussenkop>Nieuwbouw/uitbreiding</tussenkop>
        <al>De kosten voor nieuwbouw en uitbreiding van een permanent gebouw zijn
                    genormeerd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ruimte-afhankelijke kosten
                    (lokaalspecifiek) en sectie-afhankelijke kosten (sectie-specifiek). Hiernaast
                    kan, afhankelijk van de beoordeling, een bekostiging voor aanvullende normkosten
                    (fundering en bemaling) worden gegeven. Kosten voor de verwerving van een
                    terrein zijn niet opgenomen, aangezien deze kosten met de ligging sterk kunnen
                    variëren.</al>
        <al>Om de normbekostiging van de investeringskosten te kunnen berekenen is het
                    noodzakelijk te weten met hoeveel vierkante meters BVO de verschillende
                    ruimtesoorten moeten worden uitgebreid of teruggebracht. Het huidige gebouw zal
                    daarom eerst moeten worden opgemeten. Dit kan in drie stappen gebeuren:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>Opmeten van de netto vierkante meters van de specifieke ruimten. Door
                            vermenigvuldiging van de netto vierkante meters van deze ruimten met de
                            bruto/netto factor van 1,67 wordt de BVO van deze ruimten
                            verkregen.</al></li>
          <li nr="2."><al>Opmeten van de netto vierkante meters van de werkplaatsen. Ter
                            verkrijging van de BVO van deze werkplaatsen kunnen deze netto vierkante
                            meters worden vermenigvuldigd met de bruto/netto factor van 1,38.</al></li>
          <li nr="3."><al>De vierkante meters BVO van de algemene ruimte zijn nu: BVO van het
                            gebouw minus BVO specifieke ruimten en BVO werkplaatsen. Oftewel:</al><al>BVO</al><table>
              <tgroup cols="2">
                <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="88*"/>
                <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/>
                <tbody>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>Bestaande BVO totaal</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>... m²</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>BVO specifieke ruimte (netto m² x 1,67)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>.. m²</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>BVO werkplaatsen consumptief (netto m² x 1,38)</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>... m²</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>= Algemene ruimte</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>... m²</al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table><al>Het tekort of overschot per ruimtesoort wordt daarop vermenigvuldigd met
                            het bedrag per vierkante meter BVO. Door sommering van deze positieve en
                            negatieve bedragen wordt het totaal bedrag aan normbekostiging voor
                            investeringskosten/inventaris verkregen. Dit bedrag per vierkante meter
                            BVO verschilt overigens per omvang van de goed te keuren uitbreiding of
                            nieuwbouw (zie deel A, 3.1 van bijlage IV).</al><al>Bij het in de vorige alinea berekende bedrag moeten vervolgens ook nog
                            de bekostigingen voor de sectie-afhankelijke en de aanvullende kosten
                            worden opgeteld.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>Tijdelijke voorziening</tussenkop>
        <al>Tijdelijke voorziening kan worden gerealiseerd in de vorm van nieuwbouw van
                    noodaccommodatie, uitbreiding van een bestaande noodaccommodatie dan wel door
                    middel van huur van een noodlokaal of bestaande huisvesting. Bij de afweging
                    tussen aankoop en huur van een noodlokaal kunnen aspecten als de verwachte
                    gebruiksduur, verwerving van eigendom en multifunctioneel gebruik een rol
                    spelen.</al>
        <al>Bij de verwerving van tijdelijke lokalen wordt geen onderscheid gemaakt tussen
                    nieuwbouw van tijdelijke lokalen als eerste voorziening en uitbreiding van een
                    bestaande noodaccommodatie. Met de op basis van bijlage III goedgekeurde
                    oppervlakte kan door middel van de formule het investeringsbedrag worden
                    berekend. Dit investeringsbedrag omvat tevens alle bijkomende kosten, zoals
                    eventuele kosten voor fundering, aansluitkosten, terreininrichting en
                    dergelijke.</al>
        <al>Indien een tijdelijke voorziening voor een kortere periode nodig is, kan het
                    aantrekkelijk zijn om in plaats van een investeringsbekostiging voor een
                    noodlokaal een huurbekostiging te geven. Met de huurbekostiging kan een
                    schoolbestuur een noodlokaal huren dan wel ruimte in een bestaand gebouw huren.
                    Beide soorten huur worden op basis van de feitelijke huurprijs vergoed (zie deel
                    B: bekostiging op basis van feitelijke kosten).</al>
        <tussenkop>Eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair</tussenkop>
        <al>De normbekostiging voor inventaris wordt berekend door het tekort of overschot
                    per ruimtesoort te vermenigvuldigen met het normatieve bedrag per m² wat voor
                    deze ruimten is opgenomen. Hierbij gaat de vergelijking echter iets verder:</al>
        <al>Bestaande bvo totaal ... m²</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>BVO specifieke ruimte Handel/verkoop administratie (netto m² x 1,67) ...
                            m²</al></li>
          <li nr="-"><al>BVO specifieke ruimte (uiterlijke) verzorging/mode en commercie ... m²
                            (netto m² x 1,67)</al></li>
          <li nr="-"><al>BVO werkplaatsen Techniek Algemeen (netto m² x 1,38) ... m²</al></li>
          <li nr="-"><al>BVO werkplaatsen Grafische Techniek (netto m² x 1,38) ... m²</al></li>
          <li nr="-"><al>BVO werkplaatsen Landbouw (netto m² x 1,38) ... m²</al></li>
          <li nr="-"><al>BVO werkplaatsen AMVB (netto m² x 1,67) ... m²</al></li>
          <li nr="-"><al>BVO werkplaatsen consumptief (netto m² x 1,38) ... m²</al></li>
        </lijst>
        <al>= Algemene ruimte ... m²</al>
        <al>Het bovenstaande betekent voor inventaris dat als een school goedkope ruimte
                    moet ombouwen voor dure ruimte, het verschil in inventariskosten wordt
                    gecompenseerd. Dit kan gebeuren als algemene ruimte verbouwd wordt tot
                    werkplaats of specifieke ruimte. Andersom kan ook voorkomen, dat de school
                    gekort wordt op het bedrag voor inventaris als werkplaatsen of specifieke ruimte
                    wordt verbouwd tot algemene ruimte. Bij dit laatste kan het in uitzonderlijke
                    gevallen voorkomen dat het totaalbedrag negatief wordt. In dit uitzonderlijke
                    geval wordt het bedrag voor inventaris op nul gezet.</al>
        <tussenkop>Gymnastiek</tussenkop>
        <al>Voor gymnastiek wordt een aparte vergelijking gemaakt tussen het aantal gymzalen
                    waar normatief recht op bestaat en het aantal aanwezige zalen. Bij uitbreiding
                    van een oefenvloer tot 252 m² kan het normbedrag aan
                    inventaris/investeringskosten worden berekend door:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>vermenigvuldiging van de netto m² met 1,3 tot BVO;</al></li>
          <li nr="-"><al>door vermenigvuldiging van deze BVO met het aantal normbedrag per
                            vierkante meter voor inventaris/investeringskosten.</al><al>4 Indexering</al><al>Op grond van artikel 102, derde lid WPO; artikel 100, derde lid WEC en
                            artikel 76m, derde lid WVO, is de gemeente verplicht normen vast te
                            stellen aan de hand waarvan bedragen kunnen worden vastgesteld voor de
                            toegekende voorzieningen in de huisvesting. Een aantal voorzieningen,
                            zoals aanpassing en onderhoud, zal worden bekostigd nadat een offerte is
                            uitgebracht en beoordeeld. Deze voorzieningen zijn gezien de enorme
                            verscheidenheid niet of nauwelijks zinvol te normeren. Voorzieningen als
                            nieuwbouw en uitbreiding kunnen op basis van normbedragen worden
                            bekostigd. De vastgestelde normbedragen zullen jaarlijks moeten worden
                            aangepast aan het geldende prijspeil.</al><al>Met het bijstellen aan de hand van een indexcijfer wordt het normbedrag
                            op een actueel prijspeil gebracht.</al><al>Ten behoeve van bijvoorbeeld de begrotingsvoorbereiding kan dan worden
                            uitgegaan van vaststaande cijfers in het volgende jaar door met behulp
                            van zogenaamde MEV-cijfers het prijspeil voor een volgend jaar te
                            prognosticeren. Door deze methodiek van toepassing te verklaren, liggen
                            de bekostigingen voor de voorzieningen vast.. Jaarlijks wordt het
                            prijsniveau gepubliceerd van het daaropvolgende jaar. Voor iedere
                            volgende prijsbijstelling zal het gepubliceerde prijsniveau eerst moeten
                            worden herleid naar het werkelijk prijspeil, dus een 'terugcorrectie'
                            met het MEV-cijfer.</al><al>De keuze van indexcijfer is vrij. Het is echter wel van belang deze
                            keuze in de verordening vast te leggen.</al><al>De vaststelling van de index is jaarlijks. De vaststelling kan
                            tegelijkertijd plaatsvinden met de vaststelling van het programma en het
                            overzicht. Gezien het tijdstip van vaststellen van het programma en het
                            overzicht kan zonder problemen ook het MEV-cijfer worden gehanteerd
                            omdat dit cijfer definitief bekend wordt gemaakt op de derde dinsdag in
                            september.</al><al>Een alternatief voor het hanteren van de MEV-cijfers is het gebruik
                            maken van een inflatiecomponent zoals deze wordt gehanteerd ten behoeve
                            van de gemeentebegroting; ook kan het percentage waarmee het
                            Gemeentefonds wordt aangepast van toepassing worden verklaard bij de
                            bijstelling van de normbedragen.</al><al>
              <vet>DEEL B Bekostiging op basis van feitelijke kosten</vet>
            </al><al>In deze modelverordening is getracht zoveel mogelijk bekostigingen te
                            normeren (deel A). Voor een beperkt aantal voorzieningen is echter geen
                            genormeerde bekostiging opgenomen. Deze voorzieningen dienen derhalve op
                            basis van feitelijke kosten te worden vergoed. Uiteraard kan op lokaal
                            niveau een andere scheiding tussen de genormeerde bekostiging en
                            bekostiging op basis van feitelijke kosten worden gemaakt. Deze keuze
                            dient echter wel vastgelegd te worden in artikel 4 van de
                            verordening.</al><al>In aanvulling op deel A is bekostiging op basis van feitelijke kosten,
                            volgens deze modelverordening, van toepassing op de volgende
                            voorzieningen:</al><lijst>
              <li nr="-"><al>verplaatsing van noodlokalen c.q. sloop van noodlokalen;</al></li>
              <li nr="-"><al>nieuwbouw van een bad voor watergewenning of bewegingstherapie
                                    (V)SO;</al></li>
              <li nr="-"><al>aanpassingen aan gebouwen (in het primair en speciaal
                                    onderwijs);</al></li>
              <li nr="-"><al>onderhoud aan gebouwen (in het primair en speciaal
                                    onderwijs);</al></li>
              <li nr="-"><al>herstel van constructiefouten;</al></li>
              <li nr="-"><al>herstel van schade;</al></li>
              <li nr="-"><al>kosten van bouwvoorbereiding; alsmede</al></li>
              <li nr="-"><al>gehele of gedeeltelijke ingebruikneming van een bestaand
                                    gebouw;</al></li>
              <li nr="-"><al>aankoop van terreinen;</al></li>
              <li nr="-"><al>huur van gymnastiekruimten van derden;</al></li>
              <li nr="-"><al>huur van bestaande gebouwen.</al></li>
            </lijst><al>Bij bekostiging op basis van feitelijke kosten zijn de
                            aanbestedingsregels, zoals vastgelegd in deze verordening, van
                            toepassing. Dit geldt uiteraard niet voor aankoop c.q. huur van gebouwen
                            en terreinen. Voor deze voorzieningen worden de overeengekomen aankoop-
                            of huurprijs vergoed.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>Procedure bekostiging op basis van feitelijke kosten</tussenkop>
        <al>Bekostiging op basis van feitelijke kosten betekent dat de hoogte van de
                    bekostiging wordt gebaseerd op de daadwerkelijke geoffreerde prijs van de uit te
                    voeren voorziening. Omdat offertes over het algemeen een beperkte
                    geldigheidsduur hebben moet in de procedure voor de vaststelling van het
                    programma worden gewerkt met een kostenraming. In eerste instantie dient de
                    aanvrager deze kostenraming bij de aanvraag te voegen. Ten behoeve van de
                    vaststelling van het bedrag en het programma wordt deze kostenraming beoordeeld
                    en zonodig door de gemeente bijgesteld c.q. geactualiseerd. Dit bedrag wordt na
                    vaststelling van het programma in de beschikking voor de aanvrager vermeld. Dit
                    bedrag is echter geen taakstellend budget (er kunnen derhalve geen rechten aan
                    worden ontleend). De daadwerkelijke hoogte van de bekostiging wordt bepaald aan
                    de hand van de laagste geoffreerde prijs. Dat kan derhalve leiden tot meer- of
                    minderkosten ten opzichte van de raming. Deze meer- of minderkosten hebben geen
                    invloed meer op de voorzieningen, die op het reeds vastgestelde programma en
                    overzicht zijn geplaatst.</al>
        <tussenkop>Aanbestedingsregels</tussenkop>
        <al>Het schoolbestuur is bij de realisering van de diverse
                    onderwijshuisvestingsvoorzieningen bouwheer, tenzij schoolbestuur en college
                    anders overeenkomen. Dit vloeit voort uit de diverse onderwijswetten (artikel
                    103 van de Wet op het Primair Onderwijs, artikel 101 van de Wet op de
                    Expertisecentra en artikel 76n. van de Wet op het Voortgezet Onderwijs).</al>
        <al>Hieruit vloeit voort dat als het schoolbestuur als bouwheer optreedt, het ook de
                    aanbesteding regelt en zich dient te houden aan de van toepassing zijnde
                    aanbestedingsregels.</al>
        <tussenkop>Type voorziening van belang bij aanbesteding</tussenkop>
        <al>Voor wat betreft de aanbesteding maakt de (model-) verordening voorzieningen
                    huisvesting onderwijs onderscheid tussen onderwijshuisvestingsvoorzieningen die
                    worden vergoed op basis van normbedragen en voorzieningen die worden vergoed op
                    basis van feitelijke kosten (artikel 4 van de (model-) verordening).</al>
        <tussenkop>Bekostiging op basis van feitelijke kosten</tussenkop>
        <al>Aangezien de daadwerkelijke hoogte van de bekostiging van dit type voorzieningen
                    wordt gebaseerd op de laagst geoffreerde prijs is het van belang dat het vragen
                    van offertes door middel van een aanbestedingsprocedure op zeer zorgvuldige
                    wijze gebeurt. Alhoewel het schoolbestuur in principe bouwheer is, mag de
                    gemeente, met het oog op de gewenste zorgvuldigheid en de prijsvorming, eisen
                    stellen aan de te volgen aanbestedingsprocedure. In het overleg tussen aanvrager
                    en gemeente ingevolge artikel 15 van de (model-) verordening worden nadere
                    afspraken gemaakt over de te volgen aanbestedingsprocedure.</al>
        <al>Als uitgangspunt hierbij geldt dat op basis van het vastgestelde gemeentelijk
                    beleid wordt bepaald op welke wijze een opdracht wordt aanbesteed, tenzij
                    burgemeester en wethouders na overleg anders beslist. Indien de omvang van een
                    opdracht of contract boven een bepaald drempelbedrag uitkomt, worden ingevolge
                    het Besluit overheidsaanbestedingen de richtlijnen van de Europese Unie
                    (2004/18/EG) toegepast.</al>
        <al>Op opdrachten onder het Europees drempelbedrag zijn de richtlijnen uit het
                    Besluit overheidsaanbestedingen, van toepassing.</al>
        <tussenkop>Bekostiging op basis van normbedragen</tussenkop>
        <al>Voor voorzieningen die op basis van een normbedrag worden vergoed, geldt het
                    gestelde in Bijlage IV, Deel B in mindere mate. De reden hiervoor is het feit
                    dat het normbedrag gezien moet worden als een voor het schoolbestuur
                    taakstellend budget, waarbinnen de voorziening moet worden gerealiseerd.
                    Daardoor is het financiële risico voor de gemeente beperkter.</al>
        <al>Desondanks is het schoolbestuur voor wat betreft de besteding van het normbedrag
                    ook voor dit type voorzieningen gebonden aan de bepalingen in het eerder
                    genoemde Besluit overheidsaanbestedingen. Een schoolbestuur wordt namelijk
                    aangemerkt als een ‘publiekrechtelijke instelling’. De reden hiervoor is dat het
                    gaat om de inzet van publieke middelen.</al>
        <al>Zowel voor voorzieningen die beschikbaar worden gesteld op basis van
                    normbedragen als voorzieningen op basis van feitelijke kosten gelden de van
                    toepassing zijnde aanbestedingsregelgeving. Voor de laatstgenoemde categorie
                    gaat de betrokkenheid van de gemeente verder omdat het financiële risico daar
                    groter is. Het is zaak om hierover in het uitvoeringsoverleg ingevolge artikel
                    15 van de modelverordening vooraf goede afspraken te maken.</al>
        <tussenkop>DEEL C Bepaling medegebruikstarieven</tussenkop>
        <al>Medegebruik is in eerste instantie de competentie van de schoolbesturen. Indien
                    medegebruik plaatsvindt maken de schoolbesturen onderling afspraken over een
                    aantal zaken, waaronder de bekostiging die de medegebruikende school aan de
                    eigenaar geeft. Mocht hierover geen overeenstemming ontstaan, kan de gemeente de
                    hoogte van de bekostiging bepalen.</al>
        <al>Het medegebruikstarief voorziet in een bekostiging voor de gebouwafhankelijke
                    kosten, zoals gas, water, licht en dergelijke. In het bekostigingsstelsel voor
                    de materiële instandhouding voor het basisonderwijs is dit bedrag vormgegeven in
                    het bedrag dat voor elke groep meer dan zes groepen ter beschikking wordt
                    gesteld. Dit bedrag is tevens van toepassing voor medegebruik in het
                    (voortgezet) speciaal onderwijs en het voortgezet onderwijs.</al>
        <al>Voor 2008 was de bekostiging € 4.285,- (zie PvE 2004, www.cfi.nl)</al>
        <tussenkop>TOELICHTING BIJLAGE V</tussenkop>
        <al>Voor de vaststelling van het programma moet in de situatie dat het beschikbaar
                    gestelde of beschikbaar te stellen budget onvoldoende is voor alle potentiële
                    toekenningen - alle aanvragen voor voorzieningen die voldoen aan de
                    beoordelingscriteria en die niet een spoedeisend zijn - een nadere en eenduidige
                    volgorde worden vastgesteld. De urgentiecriteria zijn dan nodig om te bepalen
                    welke voorzieningen achtereenvolgens als eerste in aanmerking komen voor
                    bekostiging. Indien het budget ruim genoeg is, behoeven de urgentiecriteria niet
                    te worden toegepast en volstaat het toepassen van de beoordelingscriteria en de
                    toekenning van een bedrag, dus de beschreven regels in de bijlagen I tot en met
                    IV.</al>
        <al>Indien het vast te stellen budget onvoldoende ruimte biedt, ontkomt burgemeester
                    en wethouders niet aan toepassing van de urgentiecriteria. Exacte en daarmee
                    correcte toepassing is zeer belangrijk, omdat de aandacht van burgemeester en
                    wethouders zeker zal uitgaan naar de voorzieningen waarvoor geen budget meer
                    is.</al>
        <al>Voor het staande houden van een budgettaire afwijzing in beroep is het nodig de
                    criteria die de volgorde bepalen, eenduidig vast te leggen en in de uitvoering
                    daaraan strikt de hand te houden. Met de hieronder gehanteerde indeling in
                    hoofd- en subprioriteiten is dit mogelijk.</al>
        <al>De zorg voor adequate huisvesting betekent concreet dat het vastgestelde bedrag
                    voor het programma minimaal zo groot dient te zijn dat:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>elke groep een dak boven het hoofd kan worden geboden (medegebruik/
                            nieuwbouw/uitbreiding; blijvend of tijdelijk);</al></li>
          <li nr="b."><al>vervanging en onderhoud/aanpassing (bouwkundige calamiteiten,
                            constructiefouten, herstel en vervanging van schade in verband met
                            bijzondere omstandigheden) absoluut noodzakelijk om de voortgang van het
                            onderwijs niet in gevaar te brengen, worden vergoed;</al></li>
          <li nr="c."><al>voor alle aanwezige leerlingen eerste aanschaf van
                            onderwijsleerpakket/leer- en hulpmiddelen en meubilair wordt
                            vergoed.</al></li>
        </lijst>
        <al>Deze voorzieningen zullen altijd moeten worden toegekend los van het feit of het
                    budget het op dat moment toelaat of niet. Dat kan invloed hebben op het budget
                    voor de volgende programma's en op de mogelijkheden andere, minder urgente
                    voorzieningen toe te kennen.</al>
        <al>Bij twee of meer aanvragen die in één categorie voor bekostiging in aanmerking
                    komen, dient in de hoofdprioriteit nadere invulling plaats te vinden om te
                    bepalen welke aanvraag steeds als eerste op het programma wordt geplaatst. De
                    volgorde van subprioriteit is bepalend voor de volgorde van de lijst van goed te
                    keuren voorzieningen.</al>
        <al>In de subprioriteiten is met enkelvoudige criteria gewerkt om de bewerkingen
                    niet nodeloos gecompliceerd te maken.</al>
        <al>De gemeente kan één integraal budget vaststellen voor alle drie de
                    onderwijssectoren tezamen. Dit zorgt voor een integrale afweging. Van die
                    systematiek is in de modelverordening uitgegaan. De gemeente kan ook
                    deelbudgetten vaststellen. Dat dient dan echter vóór de beoordeling van de
                    voorzieningen plaats te vinden.</al>
        <al>Indien een gemeente een bepaald beleid wil prioriteren, dan dient dit in de
                    systematiek van de modelverordening te geschieden door een wijziging van de
                    urgentiecriteria, en dus door een wijziging van de verordening.</al>
        <al>De voorzieningen die in het kader van dat beleid aan de orde zijn worden
                    opgenomen als hoofdprioriteit 1. Desgewenst kunnen daarbinnen nog
                    subprioriteiten worden onderscheiden.</al>
        <al>(Eerste) nieuwbouw, ingebruikneming, uitbreidingen en aanpassingen die
                    capaciteitstoevoegingen inhouden voor hetzelfde relatieve aandeel, worden
                    gelijkgeschakeld qua prioriteit ongeacht de onderwijssector, de benodigde
                    oppervlakte en de kosten. De prioriteit is hier dus hoger naarmate de
                    voorziening bestemd is voor een groter deel van de school (de prioriteit wordt
                    dus in een percentage uitgedrukt).</al>
        <al>Herschikking levert altijd een extra waarde op ten opzichte van de som van
                    individuele nieuwbouw en uitbreidingen. In de fase van de beoordeling moet
                    scherp gelet worden op de noodzakelijkheid van elk van de in de herschikking
                    gevraagde voorzieningen om te voorkomen dat er een sluiproute ontstaat voor
                    individuele aanvragen.</al>
        <al>De afweging van de volgorde bij de voorzieningen voor een adequaat
                    onderhoudsniveau wordt op basis van de conditie van het onderdeel of de
                    onderdelen gemaakt. Er wordt gewerkt met scores van het bouwkundig onderzoek en
                    de hoogte van de scores bepaalt de volgorde. De slechtste conditie wordt als
                    eerste gehonoreerd. In de subprioriteit bij de hoofdprioriteiten 2 en 3 is een
                    volgorde qua gewicht bepaald: eerst voorzieningen als het hele gebouw een zekere
                    mate van onderhoud/aanpassingen nodig heeft; vervolgens voorzieningen voor
                    (bepaalde) lesruimten en eindigend met overige ruimten/niet-lesgebouwen.</al>
        <al>De aanpassingen om te voldoen aan wettelijke verplichtingen vallen onder
                    hoofdprioriteit 3. Voor zover sancties dreigen, die leiden tot sluiting van het
                    schoolgebouw op korte termijn indien niet aan het vereiste wordt voldaan, is er
                    sprake van een voorziening die spoedeisend is. </al>
        <tussenkop>Samenvatting urgentiecriteria</tussenkop>
        <table>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="28*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="26*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="46*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>
                    <vet>Hoofdprioriteiten</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>
                    <vet>Subprioriteiten</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>
                    <vet>Rangorde bepaling door:</vet>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>1 capaciteitstekorten</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>a met herschikking</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>percentage capaciteitstekort</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al> -</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>b zonder herschikking</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>percentage capaciteitstekort</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al> -</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>c bij gymnastiekruimten</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>percentage capaciteitstekort</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>2 adequaat onderhoudsniveau</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>a gebouw</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>score bouwkundige kwaliteit</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al> -</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>b theorie-/leslokaal</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>score bouwkundige kwaliteit</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al> -</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>c vak-/speellokaal/ gymnastiekruimte</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>score bouwkundige kwaliteit</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al> -</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>d niet-lesruimte</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>score bouwkundige kwaliteit</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al> -</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>e overige ruimte</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>score bouwkundige kwaliteit</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>3 voldoen aan wettelijke verplichtingen</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>a gebouw</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>score bouwkundige kwaliteit</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al> -</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>b theorie-/leslokaal</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>score bouwkundige kwaliteit</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al> -</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>c vak-/speellokaal/ gymnastiekruimte</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>score bouwkundige kwaliteit</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al> -</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>d niet-lesruimte</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>score bouwkundige kwaliteit</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al> -</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>e overige ruimte</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>score bouwkundige kwaliteit</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>4 nieuwe onderwijskundige inzichten c.a.</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>a voor theorie-/leslokalen</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>percentage leerlingen waarvoor nieuw onderwijskundig beleid
                                        geldt</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>b voor vak-/speellokalen/ gymnastiekruimten</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>percentage leerlingen waarvoor nieuw onderwijskundig beleid
                                        geldt</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al> -</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>c overige (toekomstige) onderwijsruimten</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>percentage leerlingen waarvoor nieuw onderwijskundig beleid
                                        geldt</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al> -</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>d herstel/vervanging schade</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>in bijzondere omstandigheden,voor zover niet spoedeisend
                                        mate van ernst van de schade</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>e overige activiteiten</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>ouderdom van het gebouw</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>Voorbeeld:</al>
        <al>Na toepassing van de beoordelingscriteria blijken er in de gemeente X zeven
                    aanvragen te zijn, die potentieel voor goedkeuring in aanmerking komen. Het
                    totale bedrag, dat hiermee gemoeid is bedraagt € 730.000,-.</al>
        <al>Het gaat om de volgende aanvragen:</al>
        <tussenkop>Aanvragen gemeente X</tussenkop>
        <table>
          <tgroup cols="4">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="54*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="17*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/>
            <colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="17*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>
                    <vet>Onderwerp:</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>
                    <vet>Bedrag:</vet>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>a Aanpassingen t.b.v. studiehuis V.O.</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 220.000,-</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>b wettelijke aanpassing lokaal B.O.</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 10.000,-</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>c wettelijke aanpassing lokaal B.O.</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 40.000,-</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>d Uitbreiding 1 groep</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 50.000,-</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>e Uitbreiding oefenvloer</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 300.000,-</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>f Vervangen dak B.O.</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 30.000,-</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>g Vervangen erfscheiding V.S.O.</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 80.000,-</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>TOTAAL:</al>
                </entry>
                <entry colname="col4">
                  <al>€ 730.000,-</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>Deze zeven aanvragen worden allereerst ingedeeld in hoofd- en subprioriteiten,
                    vervolgens voorzien van de score en ten slotte in volgorde van de
                    urgentiecriteria gezet. Daar waar meerdere aanvragen in dezelfde hoofd- en
                    subprioriteit voorkomen komt als eerste de aanvraag met de hoogste score.</al>
        <al>De score wordt als volgt bepaald:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>Voor de aanvragen in hoofdprioriteit 1 door het relatieve tekort aan
                            capaciteit. Bij aanvraag d is het tekort bijvoorbeeld 1 groepsruimte op
                            een aanwezige capaciteit voor 8 groepen. De 55%-score bij aanvraag e
                            komt tot stand omdat de bestaande oefenvloer van 140 m² wordt uitgebreid
                            tot 252 m²;</al></li>
          <li nr="-"><al>Voor de aanvragen in de hoofdprioriteiten 2 en 3 door de uitkomst van de
                            bouwtechnische opname. Hoe hoger de score hoe meer noodzaak het probleem
                            aan te pakken;</al></li>
          <li nr="-"><al>Voor de aanvragen in hoofdprioriteit 4 door het relatieve gebruik van de
                            onderwijskundige vernieuwing.</al></li>
        </lijst>
        <al>Bij aanvraag a is de score bijvoorbeeld 33%, omdat de vernieuwing voor de
                    bovenste twee leerjaren van een zes leerjaren tellende opleiding is
                    bedoeld.</al>
        <tussenkop>TOELICHTING op de wijzigingen van de Modelverordening voorzieningen
                    huisvesting onderwijs</tussenkop>
        <tussenkop>1. Introductie</tussenkop>
        <al>In deze toelichting geven wij per aanpassing een toelichting op de wijziging van
                    de modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Daarbij wordt ingegaan
                    op de reden voor de wijziging, de gehanteerde uitgangspunten en welke elementen
                    de wijziging kent.</al>
        <tussenkop>2. Achtergrond aanpassingen</tussenkop>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>Met de wijziging van artikel 1 lid a wordt aangesloten bij de formele
                            tenaamstelling van de minister van Onderwijs, Cultuur en
                            Wetenschap.</al></li>
          <li nr="2."><al>In artikel 2 onder b wordt het begrip ‘gebouwen’ nader gedefinieerd door
                            op te nemen ‘gebouwen van een school voor basisonderwijs en een school
                            voor (voortgezet) speciaal onderwijs’. Met deze wijziging wordt
                            aangesloten bij de omschrijving in artikel 2 onder c.</al></li>
          <li nr="3."><al>In artikel 2 onder b en onder c wordt ‘zoals onderscheiden in bijlage I’
                            gewijzigd in ‘zoals onderscheiden in bijlage I onder 1.9 en 2.9’ resp.
                            ‘1.10 en 2.10’. Met deze wijziging kan vervallen ‘overzicht onderhoud
                            primair onderwijs’ onder de onderdelen 1.9 en 2.9. Zie ook de
                            toelichting onder punt 10.</al></li>
          <li nr="4."><al>De tekst in artikel 4 lid 2 tot en met 4 betekende dat ten onrechte de
                            veronderstelling is gewekt dat de procedure voor de Europese
                            aanbesteding alleen van toepassing was op investeringen op basis van de
                            feitelijke kosten. Met de nu gekozen redactie is de gemeente verplicht
                            per lid op te nemen welke voorzieningen huisvesting onderwijs worden
                            bekostigd op basis van de genormeerde kosten (lid 2) of de feitelijke
                            kosten (lid 3). Het staat de gemeenten vrij om lid 3 niet op te nemen op
                            het moment dat in lid 2 zijn opgenomen de voorzieningen huisvesting
                            onderwijs die op basis van de normbedragen worden bekostigd. Voor
                            voorzieningen huisvesting onderwijs die niet zijn opgenomen in lid 2
                            betekent dit impliciet dat deze voorzieningen worden bekostigd op basis
                            van de feitelijke kosten. Op het moment dat de gemeente kiest voor het
                            bekostigen van de voorzieningen huisvesting onderwijs uitsluitend op
                            basis van de feitelijke kosten kan artikel 4 als volgt worden
                            geredigeerd: ‘De voorzieningen die genoemd zijn in artikel 2 worden
                            vergoed op basis van de feitelijke kosten per geval’.</al></li>
          <li nr="5."><al>In artikel 15 lid 1 wordt toegevoegd het lid f, waarmede is bepaald dat
                            ook de wijze van aanbesteding onderdeel uitmaakt van het verplichte
                            overleg tussen burgemeester en wethouders en de schoolbesturen.
                            Gesproken moet worden de wijze van aanbesteding en de voorwaarden die
                            daarbij van toepassing zijn. De gemeente kan hierbij ook de voorwaarden
                            van het gemeentelijk aanbestedingsbeleid inbrengen. Daarnaast moet in
                            dit overleg duidelijk worden of voor de investeringen de voorwaarden van
                            de Europese aanbesteding van toepassing zijn. Met het toevoegen van dit
                            lid vervalt in artikel 15 lid 2 en worden in artikel 15 de leden 3 tot
                            en met 5 vernummerd tot 2 tot en met 4. Daarnaast vervalt in bijlage IV
                            deel B.</al></li>
          <li nr="6."><al>In lid 26 wordt verwezen naar het vorige ‘artikel’, terwijl in de tekst
                            staat opgenomen het vorige ‘lid’. De wijziging betreft zodoende een
                            tekstuele aanpassing zodat er een juiste verwijzing plaatsvindt.</al></li>
          <li nr="7."><al>In lid 28 moet in plaats van ‘de beschikking’ worden gelezen ‘het
                            besluit’. Het betreft zodoende een tekstuele aanpassing.</al></li>
          <li nr="8."><al>Uitgangspunt van de herziene redactie van artikel 33 is dat bij
                            medegebruik overleg plaatsvindt tussen de hoofdgebruiker en de
                            medegebruiker over de hoogte van de bekostiging die voor het medegebruik
                            wordt betaald. De hoogte van de bekostiging is daarbij afhankelijk van
                            de werkelijke kosten voor de hoofdgebruiker, maar ook van afspraken over
                            die kosten die voor rekening van de hoofdgebruiker komen en die kosten
                            die de medegebruiker voor zijn rekening neemt. Wordt geen
                            overeenstemming bereikt over de hoogte van de bekostiging medegebruik
                            dan bepaalt artikel 33 dat de over bekostiging die de medegebruiker moet
                            betalen aan de hoofdgebruiker wordt gebaseerd op de hoogte van de
                            bekostiging voor de materiële instandhouding die de school ontvangt van
                            het ministerie van OCW. De hoogte van deze bekostiging is onderdeel van
                            de lumpsumbekostiging aan het schoolbestuur. Met het opnemen van dit
                            laatste deel in de tekst van artikel 33 vervalt in bijlage IV deel
                            C.</al></li>
          <li nr="9."><al>Bij de vereenvoudiging van de verordening in 2008 is ‘het aantal
                            groepen’ vervangen door het aantal leerlingen. In bijlage I onder 1.5.
                            en 2.5. is ten onrechte ‘groepen’ blijven staan. Met deze wijziging
                            wordt de tekst in overeenstemming gebracht met de uitgangspunten van de
                            vereenvoudiging in 2008.</al></li>
          <li nr="10."><al>In de Ledenbrief van 18 april 2008 (08/052) is in de toelichting op
                            pagina 13 het volgende opgenomen: ‘de paragrafen over de aparte
                            voorziening en additionele middelen voor onderwijskundige vernieuwingen
                            zijn geschrapt. Wij gaan ervan uit dat deze middelen de afgelopen vijf
                            jaar zijn ingezet om bestaande gebouwen aan te passen. De
                            onderwijskundige vernieuwing is, zoals voorheen, verwerkt in de
                            vierkante meter norm en de daarop gebaseerde normbedragen’. De hieruit
                            voortvloeiende wijziging is in de genoemde Ledenbrief uitsluitend
                            verwerkt in bijlage IV. Om deze reden is de aanpassing van de tekst in
                            bijlage 1 deel A onder 1.9 noodzakelijk.</al></li>
          <li nr="11."><al>Met de nu aangebrachte aanpassing van bijlage I deel A onder 1.10 wordt
                            exact beschreven wat tot de voorziening onderhoud behoort. Gelijktijdig
                            kan in bijlage I vervallen het afzonderlijk opgenomen ‘overzicht
                            onderhoud primair onderwijs’.</al></li>
          <li nr="12."><al>Met de nu aangebrachte aanpassing van bijlage I deel A onder 2.10 wordt
                            exact beschreven wat tot de voorziening onderhoud behoort. Gelijktijdig
                            kan in bijlage I vervallen het afzonderlijk opgenomen ‘overzicht
                            onderhoud primair onderwijs’.</al></li>
          <li nr="13."><al>Met de nu aangebrachte aanpassing van bijlage I deel B onder 1.10 wordt
                            exact beschreven wat tot de voorziening onderhoud behoort. Gelijktijdig
                            kan in bijlage I vervallen het afzonderlijk opgenomen ‘overzicht
                            onderhoud primair onderwijs’.</al></li>
          <li nr="14."><al>Met de nu aangebrachte aanpassing van bijlage I deel B onder 2.10 wordt
                            exact beschreven wat tot de voorziening onderhoud behoort. Gelijktijdig
                            kan in bijlage I vervallen het afzonderlijk opgenomen ‘overzicht
                            onderhoud primair onderwijs’.</al></li>
          <li nr="15."><al>Bijlage is nu beperkt tot de normbekostigingen. Om deze reden begint
                            bijlage IV met de tekst ‘In onderstaande normbedragen …’. Daarnaast is
                            de tekst die betrekking heeft op de wijze waarop de normbekostigingen
                            worden vastgesteld aangepast en ondergebracht in het algemene
                            gedeelte.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>Jurisprudentie</tussenkop>
        <al>JG 07.0069</al>
        <al>JG 07.0070</al>
        <al>JG 07.0091</al>
        <al>JG 07.0092</al>
        <al>JG 07.0093</al>
        <al>Aankruisen/invullen hetgeen van toepassing is.</al>
        <al>Doorhalen hetgeen niet van toepassing is.</al>
        <al>Aankruisen (bij 0)/invullen hetgeen van toepassing is.</al>
        <al>Doorhalen hetgeen niet van toepassing is.</al>
        <al>Alleen verstrekken wanneer het betrokken schoolbestuur eigenaar is van de
                    gymnastiekruimte.</al>
        <al>Opgave van gewenste dagdelen is hier voldoende. Aankruisen/invullen hetgeen van
                    toepassing is.</al>
        <al>Doorhalen hetgeen niet van toepassing is.</al>
        <al>Doorhalen hetgeen niet van toepassing is (zie bijlage 5 van de modelverordening,
                    paragrafen 2.2 en 2.3).</al>
        <al>Aldus besloten tijdens de vergadering van de raad der gemeente Heerlen van 7
                    december 2010. </al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>