<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72092_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afstemmingsverordening gemeente Steenbergen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Steenbergse Courant, 16-01-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afstemmingsverordening gemeente Steenbergen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Grondwet">Grondwet </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht">Algemene wet bestuursrecht </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>7c</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Afstemmingsverordening gemeente Steenbergen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Steenbergen;</al><al>n behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders dd 18
                        november 2003;</al><al>gehoord de commissie Inwonerszaken;</al><al>Gelet op de Grondwet, de Algemene wet bestuursrecht en de Wet werk en
                        bijstand (Staatsblad, 9 oktober 2003, nummer 375);</al><al>besluit:</al><al>Vast te stellen de Afstemmingsverordening gemeente Steenbergen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college:</al></li><li nr=""><al>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                    Steenbergen;</al></li><li nr="b."><al>bijstand:</al></li><li nr=""><al>algemene en bijzondere bijstand zoals genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=5">artikel 5 onder a, van de Wet werk en
                                    bijstand</extref>;</al></li><li nr="c."><al>algemene bijstand:</al></li><li nr=""><al>de bijstand ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten
                                    van het bestaan;</al></li><li nr="d."><al>bijzondere bijstand:</al></li><li nr=""><al>de bijstand, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=35">artikel 35 eerste lid van de Wet werk en
                                    bijstand</extref>;</al></li><li nr="g."><al>bijstandsnorm:</al></li><li nr=""><al>de norm zoals gedefinieerd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=36">artikel 36 van de Wet werk en bijstand</extref>;</al></li><li nr="h."><al>zeer ernstig misdragen:</al></li><li nr=""><al>het door de belanghebbende op een dusdanige wijze benaderen van
                                    het college, dan wel onder haar ressorterende personen die, op
                                    grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=10%3A1">hoofdstuk 10 van de Algemene wet bestuursrecht</extref>,
                                    belast zijn met de uitvoering van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref>, dat dezen zich (fysiek en/of
                                    psychisch) bedreigd voelen;</al></li><li nr="i."><al>plicht tot arbeidsinschakeling:</al></li><li nr=""><al>de verplichtingen genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=9">artikel 9 lid 1 onder a en b van de Wet werk en
                                        bijstand</extref>;</al></li><li nr="j."><al>tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de
                                    voorziening in het bestaan:</al></li><li nr=""><al>het verrichten van handelingen door belanghebbende dan wel het
                                    nalaten daarvan waardoor onnodig een beroep op de bijstand wordt
                                    gedaan;</al></li><li nr="k."><al>inlichtingenplicht:</al></li><li nr=""><al>de verplichtingen genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=17">artikel 17 lid 1, 2 en 4 van de Wet werk en
                                        bijstand</extref> en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20structuur%20uitvoeringsorganisatie%20werk%20en%20inkomen">artikelen 28 lid 2 en 29 lid 1 van de Wet structuur
                                        uitvoeringsorganisatie werk en inkomen</extref>;</al></li><li nr="l."><al>aanvullende verplichtingen:</al></li><li nr=""><al>de, overige, aan de bijstand verbonden verplichtingen gebaseerd
                                    op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=55">artikelen 55, 56 lid 1 en 57 onder a van de Wet werk en
                                        bijstand</extref>, alsmede de individueel opgelegde
                                    verplichtingen welke in de beschikking en het door de gemeente
                                    en belanghebbende ondertekende trajectplan zijn opgenomen;</al></li><li nr="m."><al>verlaging:</al></li><li nr=""><al>het gedurende een bepaalde periode, geheel dan wel gedeeltelijk,
                                    weigeren van de bijstand of langdurigheidstoeslag;</al></li><li nr="n."><al>verordening voor de bestrijding van misbruik van bijstand
                                    gemeente Steenbergen:</al></li><li nr=""><al>de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Verordening-regels-voor-de-bestrijding-van-misbruik-van-bijstand-gemeente-Steenbergen/01-01-2004">verordening bevattende regels ter bestrijding van misbruik
                                        van bijstand</extref>;</al></li><li nr="o."><al>benadelingsbedrag:</al></li><li nr=""><al>het netto bedrag dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag is
                                    verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verlagen van de bijstand of de langdurigheidstoeslag
                                    geschiedt, met inachtneming van de bepalingen van deze
                                    verordening, door of namens het college.</al></li><li nr="2."><al>Van een verlaging, als bedoeld in lid 1, wordt afgezien indien
                                    geen sprake is van verwijtbaarheid, in welke vorm dan ook. Bij
                                    het bepalen van de mate of duur van enige verlaging waarvan in
                                    deze verordening sprake is, zal altijd het belang van eventueel
                                    tot het gezin behorende kinderen worden meegewogen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>De verlaging vindt bij voorkeur plaats op de algemene bijstand. Indien
                            het voorgaande niet mogelijk is wordt de bijzondere bijstand dan wel de
                            langdurigheidstoeslag verlaagd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 11 HET NIET NAKOMEN VAN VERPLICHTINGEN, DE VERLAGING EN
                            VORM VAN DE TE VERSTREKKEN BIJSTAND EN DE LANGDURIGHEIDSTOESLAG</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De periode van verlaging van de periodieke uitkering, algemene
                                    en bijzondere bijstand, is gekoppeld aan de periode gedurende
                                    welke de belanghebbende de aan hem opgelegde verplichtingen,
                                    verwijtbaar niet nakomt, doch bedraagt ten minste de termijn die
                                    vermeld staat in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5">artikel 5</extref> van deze verordening;</al></li><li nr="2."><al>Indien sprake is van het gelijktijdig niet nakomen van meerdere
                                    opgelegde verplichtingen wordt de verlaging van de uitkering
                                    vastgesteld op de hoogste verlaging die aan het niet nakomen van
                                    een afzonderlijke verplichting is verbonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Verplichtingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Maatregel</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Het zich niet als werkzoekende (bij het CWI) in
                                                laten schrijven dan wel de inschrijving niet of niet
                                                tijdig laten verlengen.</al></entry><entry colname="col2"><al>5% gedurende twee maanden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Het niet naar vermogen trachten algemeen
                                                geaccepteerde arbeid in loondienst te verkrijgen (te
                                                passieve opstelling).</al></entry><entry colname="col2"><al>10% gedurende twee maanden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Zich schuldig maken aan gedragingen, die de
                                                inschakeling in de arbeid belemmeren.</al></entry><entry colname="col2"><al>10% gedurende twee maanden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Het niet binnen de gestelde termijn verstrekken van
                                                informatie, die van belang is voor de verstrekking
                                                van bijstand of de voortzetting daarvan.</al></entry><entry colname="col2"><al>10% gedurende twee maanden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep
                                                om, in verband met de inschakeling in de arbeid, op
                                                een aangegeven plaats en tijd te verschijnen.</al></entry><entry colname="col2"><al>10% gedurende twee maanden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Het niet of niet in voldoende mate mee werken aan
                                                een voor de inschakeling in de arbeid noodzakelijk
                                                geachte scholing of opleiding, die de zelfstandige
                                                bestaansvoorziening bevorderen.</al></entry><entry colname="col2"><al>10% gedurende twee maanden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Het geen gebruik maken van een door het college
                                                aangeboden algemeen geaccepteerde voorziening,
                                                gericht op inschakeling in de arbeid.</al></entry><entry colname="col2"><al>10% gedurende twee maanden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde
                                                arbeid.</al></entry><entry colname="col2"><al>100% gedurende twee maanden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Indien belanghebbende door eigen toedoen zijn arbeid
                                                in dienstbetrekking niet heeft behouden.</al></entry><entry colname="col2"><al>100% gedurende twee maanden</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Conform de huidige jurisprudentie wordt in deze verordening
                                    onder tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de
                                    voorziening in het bestaan, verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>het niet verzekerd zijn tegen ziektekosten en/of
                                            calamiteiten;</al></li><li nr="b."><al>het geen gebruik maken van een voorliggende
                                            voorziening;</al></li><li nr="c."><al>het niet reserveren voor bepaalde uitgaven;</al></li><li nr="d."><al>op een onverantwoorde wijze besteden van vermogen;</al></li><li nr="e."><al>zich nodeloos in bijstandbehoevend omstandigheden
                                            brengen door het doen van bepaalde (onverantwoorde)
                                            uitgaven;</al></li><li nr="f."><al>niet melden van het verrichten van werkzaamheden zonder
                                            beloning, vrijwilligerswerk, of op vakantie te gaan
                                            zonder de uitkeringsinstantie daarvan in kennis te
                                            stellen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een beroep op bijstand wordt gedaan als gevolg van een
                                    tekortschietend besef van verantwoordelijkheid en er geen sprake
                                    is van een situatie, als bedoeld in de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-5">artikelen 5</extref> en <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7-nbsp-inlichtingenplicht">7</extref> of <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-8-nbsp-aanvullende-verplichtingen">8</extref> van deze verordening wordt de bijstand gedurende
                                    een periode van twee maanden verlaagd met 50%. Indien sprake is
                                    van een verzoek om incidentele bijzondere bijstand wordt het
                                    verzoek afgewezen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste lid kan, indien sprake is van
                                    dringende redenen, en / of de bijstand worden verstrekt in de
                                    vorm van een (renteloze) geldlening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Inlichtingenplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de belanghebbende de verplichting, als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-1">artikel 1</extref>, onder k, niet nakomt en als gevolg
                                    daarvan ten onrechte dan wel tot een te hoog bedrag bijstand is
                                    verstrekt, wordt het recht op bijstand dan wel de
                                    langdurigheidstoeslag opgeschort;</al></li><li nr="2."><al>Belanghebbende wordt in de gelegenheid gesteld het verzuim
                                    binnen 5 werkdagen te herstellen. Indien de verplichting binnen
                                    de gestelde periode niet is nagekomen, wordt de bijstand dan wel
                                    de langdurigheidstoeslag verlaagd met 10% van het
                                    benadelingsbedrag tot een maximum van € 500,--. De verlaging
                                    bedraagt minimaal € 100,--;</al></li><li nr="3."><al>Indien belanghebbende de verplichting, als bedoeld in <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-1">artikel 1</extref> onder k, niet nakomt, maar dit nalaten
                                    niet heeft geleid tot benadeling van de gemeente, zal de
                                    uitkering dan wel de langdurigheidstoeslag worden verlaagd met
                                    een bedrag van € 100,--;</al></li><li nr="4."><al>Terugvordering van de ten onrechte of tot een te hoog bedrag
                                    verstrekte bijstand, als bedoeld in lid 1, geschiedt met
                                    inachtneming van de bepalingen van de <extref doc="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Verordening-regels-voor-de-bestrijding-van-misbruik-van-bijstand-gemeente-Steenbergen/01-01-2004">Verordening voor de bestrijding van misbruik van bijstand
                                        gemeente Steenbergen</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Aanvullende verplichtingen</titel></kop><al>Indien de aanvullende verplichtingen niet worden nagekomen, wordt de
                            bijstand dan wel de langdurigheidstoeslag met 10% verlaagd tot het
                            moment dat de aanvullende verplichtingen door belanghebbende zijn
                            nagekomen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFSTUK III HET ZEER ERNSTIG MISDRAGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien, naar mening van het college, sprake is van het zich zeer
                                    ernstig misdragen door belanghebbende die algemene bijstand
                                    ontvangt, wordt de bijstand gedurende twee maanden met 100%
                                    verlaagd;</al></li><li nr="2."><al>Daarnaast kan in aanvulling op het gestelde in het eerste lid
                                    door, of namens het college, aangifte worden gedaan bij de
                                    politie dan wel de toegang tot de afdeling Sociale Zaken worden
                                    ontzegd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK IV RECEDIVE</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><al>Indien de belanghebbende, binnen een jaar na de besluitdatum wederom
                            zijn verplichtingen niet nakomt wordt de periode waarover de verlaging
                            met toepassing van artikel 5 is
                            opgelegd, verdubbeld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK V OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college,
                            dat tevens de bevoegdheid heeft om in dringende gevallen af te wijken
                            van het bepaalde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><al>Deze verordening wordt binnen 2 jaar na inwerkingtreding
                            geëvalueerd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2004.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Afstemmingsverordening
                            gemeente Steenbergen.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Steenbergen, 18 december 2003.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier,de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting Afstemmingsverordening gemeente Steenbergen.</vet></al><al>In de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand">Wet werk en bijstand</extref> staat het individualiseringsbeginsel
                    centraal. Dit beginsel stoelt op verschillende uitgangspunten, die op
                    verschillende plaatsen in de wet tot uitdrukking komen. De gemeenteraad dient
                    regels te formuleren ter zake de aanpassingen en/of verlagingen van de
                    uitkering, indien belanghebbende zijn verplichtingen verwijtbaar niet nakomt dan
                    wel door zijn gedragingen onnodig een beroep op bijstand (algemene of bijzondere
                    bijstand dan wel de langdurigheidstoeslag) moet doen. De verplichtingen hebben
                    betrekking op de arbeidsinschakeling, inlichtingenplicht, alsmede de aanvullende
                    verplichtingen die aan belanghebbende zijn opgelegd.</al><al>In <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=18">artikel 18, derde lid, WWB</extref>, is bepaald dat, wanneer het college de
                    bijstand, overeenkomstig de Afstemmingsverordening heeft verlaagd, het college
                    het besluit tot verlaging binnen een termijn van ten hoogste drie maanden,
                    heroverweegt. Met andere woorden het college is verplicht uiterlijk drie maanden
                    na de datum van de beschikking te beoordelen of de omstandigheden en het gedrag
                    van belanghebbende aanleiding geven de beslissing te herzien.</al><al>Bij het besluit tot het verlagen van de bijstand en bij de heroverweging vormen
                    de algemene beginselen van behoorlijk bestuur het kader waarop het besluit wordt
                    gebaseerd.</al><al>Gelet op het feit dat het in alle gevallen opleggen van een verlaging van drie
                    maanden (maximale termijn) niet wenselijk wordt geacht is er voor gekozen om de
                    periode van verlaging in alle gevallen, met uitzondering van de nader beschreven
                    situaties, te bepalen op twee maanden.</al><al>Indien belanghebbende de verwijtbare gedraging binnen 12 maanden herhaalt, wordt
                    de periode waarover de verlaging wordt vastgesteld, verdubbeld.</al><al>Een bijzondere situatie waarin sprake is van het niet nakomen van aan de
                    uitkering verbonden verplichtingen is, wanneer de belanghebbende zich ernstig
                    misdraagt jegens het college en/of hun ambtenaren. Onder de term 'zeer ernstig
                    misdragen' kunnen diverse vormen van agressie worden verstaan, zij het dat
                    sprake moet zijn van verwijtbaarheid en van gedrag dat in het normale menselijke
                    verkeer in alle gevallen onacceptabel kan worden beschouwd.</al><al>Het zich ernstig misdragen is nieuw opgenomen in deze wet en wordt in de
                    verordening nader uitgewerkt waarbij enkele sanctionerende bepalingen aan elkaar
                    kunnen worden gekoppeld.</al><al>Aangezien alle verplichtingen worden afgestemd op de persoonlijke situatie en
                    omstandigheden van belanghebbende en zijn eventuele gezin, is in deze
                    verordening geen artikel opgenomen dat bij het bepalen van de verlaging van de
                    uitkering en het effectueren hiervan, met deze omstandigheden rekening
                    houdt.</al><al>Indien sprake is van een dusdanige schrijnende situatie kan het college door
                    gebruik te maken van artikel 11 van deze
                    verordening afwijken van hetgeen in deze verordening is opgenomen.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>Dit artikel beschrijft de werkingssfeer van de verordening.</al><al>Het tweede lid geeft aan dat, indien de verwijtbaarheid ontbreekt, wordt
                    afgezien van het opleggen van een verlaging.</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>Om de verlagingen van de uitkeringen zo veel mogelijk te effectueren is bepaald
                    dat de verlaging allereerst plaatsvindt op de algemene daarna de bijzondere
                    bijstand en in het laatste geval de langdurigheidstoeslag.</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>De minimale periode waarover de verlaging wordt toegepast is vastgesteld op twee
                    maanden.</al><al>Bij het gelijktijdig optreden van 2 of meer verwijtbare gedragingen wordt de
                    verlaging van de uitkering gebaseerd op die gedraging die leidt tot de hoogste
                    verlaging.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Schematisch overzicht verlagingen.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Indien belanghebbende ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid heeft vertoond
                    waardoor onnodig een beroep op bijstand wordt gedaan, wordt de bijstand
                    gedurende twee maanden met 50% verlaagd. Dit artikel sluit de gedragingen die
                    betrekking hebben op de arbeidsinschakelings en inlichtingenverplichting alsmede
                    de aanvullende verplichtingen uit.</al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Het verwijtbaar niet nakomen van de inlichtingenplicht heeft, indien hierdoor
                    een benadelingsbedrag is ontstaan tot gevolg het verlagen van de uitkering met
                    10% van het benadelingsbedrag tot een maximum van € 500, = , alsmede
                    terugvordering van dit bedrag op grond van de Verordening regels voor de
                    bestrijding van misbruik van bijstand gemeente Steenbergen. De verlaging
                    bedraagt evenwel minimaal € 100, = .</al><al>Indien geen sprake is van benadeling (de zogenaamde 'nul-fraude'), wordt de
                    bijstand of langdurigheidstoeslag verlaagd met het minimumbedrag genoemd in het
                    derde lid.</al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Aan de bijstand kunnen naast de inlichtingenplicht en de plicht tot
                    arbeidsinschakeling nog andere, aanvullende, verplichtingen worden
                    verbonden.</al><al>Gelet op het karakter van deze op de persoon en zijn omstandigheden afgestemde
                    verplichtingen, is de hoogte van de verlaging beperkter vergeleken met de
                    overige verplichtingen.</al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>Indien sprake is van het zich zeer ernstig misdragen door de
                    uitkeringsgerechtigde wordt de bijstand verlaagd. Daarnaast kan het college
                    besluiten om aangifte te doen dan wel de belanghebbende de toegang tot de
                    afdeling Sociale Zaken te ontzeggen.</al><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>Dit artikel voorziet er in om de periode waarop de verlaging betrekking heeft,
                    te verdubbelen indien belanghebbende binnen 1 jaar, zijn verplichtingen weer
                    niet nakomt.</al><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>Dit artikel heeft betrekking op de hardheidsclausule en maakt het mogelijk om,
                    in voordeel van de cliënt, af te wijken van hetgeen in de verordening is
                    vastgelegd.</al><al>Dit artikel mandateert de bevoegdheid aan het college om een besluit te nemen in
                    gevallen waarin deze verordening niet voorziet.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>