<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR720744_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Inkoop- en aanbestedingsbeleid 2024-2028</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:type scheme="overheidop:Rubriek">beleidsregel</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noardeast-Fryslân</dcterms:creator><dcterms:modified>2024-06-10</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-250768">gmb-2024-250768</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inkoop- en aanbestedingsbeleid 2024 -2028</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">N.v.t.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2024-04-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2024-06-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2024-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Inkoop- en aanbestedingsbeleid 2024 -2028</overheidrg:onderwerp></cvdripm></meta><body><intitule>Inkoop- en aanbestedingsbeleid 2024-2028 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al><vet>VOORWOORD</vet></al><al>Dit herziene Inkoop- en aanbestedingsbeleid 2024-2028 van de gemeente Noardeast-Fryslân is het </al><al>belangrijkste beleidsdocument op het gebied van inkoop en beschrijft de doelstellingen die de </al><al>gemeente heeft bij het professioneel verwerven van gemeentelijke inkopen voor de inwoners en de</al><al> eigen organisatie. Daarnaast beschrijft dit beleid de uitgangspunten die bij het realiseren van de</al><al>gemeentelijke doelstellingen relevant zijn.</al><al/><al>Professionaliseren van de gemeentelijke inkoopfunctie is een continu proces en heeft de volle </al><al>aandacht van alle bestuurders. Mede door de inrichting van de inkooporganisatie zetten we </al><al>belangrijke stappen die nodig zijn om de rechtmatigheid en de doelmatigheid van inkopen te </al><al>kunnen borgen.</al><al/><al>Het beleid is bedoeld voor het gemeentebestuur, gemeenteambtenaren en belanghebbenden die op</al><al> welke manier dan ook (beleidsmatig, beheersmatig, controlematig) te maken hebben met inkopen </al><al>en aanbesteden. Bovendien zorgt het in belangrijke mate ervoor dat derden op de hoogte zijn van de</al><al> eenduidige en transparante doelstellingen, uitgangspunten en procedures die de gemeente bij haar </al><al>inkopen hanteert. Verschillende, aan de gemeente gelieerde partijen, kunnen het Inkoop- en</al><al>aanbestedingsbeleid van de gemeente toepassen of deze als handreiking inzetten.</al><al/><al><vet>INHOUD</vet></al><al/><al>VOORWOORD </al><al>DEFINITIES </al><al>1 ALGEMENE UITGANGSPUNTEN </al><al>1.1 Doel inkoopbeleid </al><al>2. JURIDISCHE UITGANGSPUNTEN </al><al>2.1 Wettelijke kaders </al><al>2.2 Richtsnoer het ARW 2016 ( Aanbestedingsreglement voor Werken) </al><al>2.3 Grensoverschrijdend belang </al><al>2.4 Bepalen aanbestedingsprocedure </al><al>2.5 Mandatering </al><al>2.6 Afwijkingsbevoegdheid </al><al>2.7 Klachtenprocedure </al><al>2.8 Uitzonderingen </al><al>2.10 Gunningscriterium </al><al>2.11 Concessieovereenkomsten </al><al>2.12 Algemene (inkoop)voorwaarden </al><al>2.13 Gemeentelijke inkoopvoorwaarden bij ICT (GIBIT) </al><al>2.14 De Nieuwe Regeling (DNR) </al><al>2.15 Uniforme administratieve voorwaarden (UAV 2012 en UAV-GC 2005) </al><al>2.16 Wet Bibob </al><al>3. ECONOMISCHE UITGANGSPUNTEN </al><al>3.1 Marktconsultatie </al><al>3.2 Samenwerking </al><al>3.3 Clusteren </al><al>3.4 Regionale economie en MKB </al><al>3.5 Verlagen administratieve lasten </al><al>3.6 Vergoeding bij inschrijving </al><al>4. ETHISCHE EN IDEëLE UITGANGSPUNTEN </al><al>4.1 Integriteit </al><al>4.2 Maatschappelijke waarde </al><al>4.3 Innovatie </al><al>4.4 Uitnodigingsbeleid en leveranciersevaluatie (Better Performance) </al><al>4.5 Evaluatie </al><al>BIJLAGE </al><al>Drempelbedragen </al><al/><al/><al/><al/><al><vet>DEFINITIES</vet></al><al><vet>Aanbesteden</vet> De uitnodiging aan twee of meer ondernemers om deel te nemen aan een procedure,</al><al>met als doel het doen van een aanbod (offerte) voor de uitvoering van een opdracht.</al><al>Aanbesteden maakt dus onderdeel uit van het inkoopproces en heeft betrekking op de</al><al>wijze waarop de inkoper de (externe) markt benadert en tot een afspraak met een of</al><al>meerdere partijen komt.</al><al><vet>Contractant</vet> De in de overeenkomst genoemde wederpartij voor de gemeente.</al><al><vet>College</vet> College van burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân.</al><al><vet>Diensten</vet> Diensten zoals bedoeld in art. 1.1 Aanbestedingswet 2012.</al><al><vet>Gemeente</vet> De gemeente Noardeast-Fryslân.</al><al><vet>Inkoop</vet> (Rechts)handelingen van de gemeente gericht op de verwerving van Werken, Leveringen</al><al>of Diensten en die een of meerdere facturen van een Ondernemer met betrekking tot</al><al>bedoelde Werken, Leveringen of Diensten tot gevolg hebben.</al><al><vet>Leveringen</vet> Leveringen als bedoeld in artikel 1.1 Aanbestedingswet.</al><al><vet>MVI</vet> Maatschappelijk Verantwoord Inkopen.</al><al><vet>Dokwurk</vet> Werk-/Leerbedrijf Noardeast-Fryslân.</al><al><vet>Offerte</vet> Een aanbod in de zin van het Burgerlijk Wetboek.</al><al><vet>Offerteaanvraag</vet> Een enkelvoudige of meervoudige aanvraag van de gemeente voor te verrichten </al><al>prestaties of een (Europese) aanbesteding conform de Aanbestedingswet en de Europese</al><al>aanbestedingsrichtlijnen 2014/17/EU en 2014/18/EU.</al><al><vet>Ondernemer</vet> Een ‘aannemer’, een ‘leverancier’ of een ‘dienstverlener’.</al><al><vet>ONOF</vet> Ondernemersfederatie Noordoost Fryslân.</al><al><vet>Regionale ondernemer</vet> Een ondernemer die een vestiging heeft, zijnde geen postbus, binnen </al><al>de geografische grenzen van de gemeenten Noardeast-Fryslân, Dantumadiel, Tytsjerksteradiel en</al><al>Achtkarspelen (ANNO).</al><al><vet>Werken</vet> Werken als bedoeld in artikel 1.1 Aanbestedingswet.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>1. ALGEMENE UITGANGSPUNTEN</label></kop><al><vet>1.1 Doel Inkoopbeleid</vet></al><al>De inkoopdoelstellingen van de gemeente zijn af te leiden van de verschillende raads- of </al><al>organisatiedoelen. Ze zijn strategisch van karakter en zijn onder meer gericht op het verlagen van </al><al>de integrale inkoopkosten, het verminderen van toeleveringsrisico’s, het verhogen van product- en </al><al>leverancierskwaliteit, het verhogen van de effectiviteit en efficiency en het verhogen van het aantal</al><al> rechtmatige inkopen. Het Inkoopbeleid is gefundeerd op een vijftal ankers die elk vanuit een eigen </al><al>invalshoek inhoud en betekenis geven aan de uitvoering van het inkoopbeleid:</al><al/><al>1. Het creëren van waarde binnen de kaders van wet- en regelgeving.</al><al>2. Het bevorderen van (regionale) marktwerking.</al><al>3. Ontwikkelen van een optimale prijs/kwaliteit verhouding in aanbestedingen.</al><al>4. Toezien op een beheersbaar en verantwoord risicoportfolio.</al><al>5. Duurzaamheid.</al><al/><al>De gemeente wil met dit Inkoop- en aanbestedingsbeleid aldus de volgende doelstellingen realiseren:</al><al/><al><vet>Waardecreatie</vet></al><al>Met waarde creatie beoogt de afdeling Inkoop haar expertise maximaal aan te wenden binnen het </al><al>inkoopproces opdat recht- en doelmatigheid op evenwichtige wijze de doelstellingen van de aanbesteding</al><al> invult.</al><al/><al><vet>(Regionale) Marktwerking</vet></al><al>Voor Noardeast-Fryslân is de verankering en verbinding in en met de regio Noordoost Friesland van </al><al>levensbelang. Met als doel, waar mogelijk het versterken van lokale en regionale economie en </al><al>werkgelegenheid. Inkoop toetst of alle (Meervoudig Onderhandse) aanbestedingen gemotiveerd is </al><al>omschreven of en op welke wijze (Regionale) Marktwerking wordt nagestreefd.</al><al/><al><vet>Optimale prijs/kwaliteit verhouding</vet></al><al>Het leveren van ‘Value-for-Taxpayers-money’ is een van de grondbeginselen van het </al><al>Aanbestedingsrecht. Deze verplichting uit wet- en regelgeving wordt door Inkoop gemonitord op </al><al>basis van objectieve en transparante expertise. Met andere woorden: leiden de verschillende </al><al>(sub-) gunningscriteria ertoe dat aan de ene kant aanbestedingsdoelstellingen worden gerealiseerd</al><al> en anderzijds hiervoor een faire prijs wordt betaald.</al><al/><al><vet>Beheersbare risico’s</vet></al><al>De ambities uit het strategisch plan van Noardeast-Fryslân zullen in aanbestedingen telkens </al><al>vergezeld worden met een grondige risicoanalyse. Vanuit het perspectief van governance zal Inkoop</al><al> hierin objectief en transparant adviseren.</al><al/><al><vet>Duurzaamheid</vet></al><al>De gemeente benadrukt het belang van duurzame ontwikkeling en stellen daarom bij inkopen en </al><al>aanbestedingen duurzaamheidscriteria. Duurzaam inkopen levert een belangrijke bijdrage aan de </al><al>balans van de drie P’s: People, Planet en Profit. De gemeente wil zuinig omgaan met o.a. energie en</al><al> grondstoffen en minder afval produceren. Om dit te bereiken, zetten ze onder andere in op duurzaam</al><al> inkopen. De gemeente heeft de ambitie om in 2025 25% circulair in te kopen en in 2030 75%. </al><al>Sociale en milieuaspecten worden meegenomen in het inkoopproces door middel van </al><al>duurzaamheidscriteria.</al><al/><al>Om de gemeentelijke inkoopdoelstellingen te verwezenlijken zijn juridische, ethische en ideële, </al><al>economische uitgangspunten vastgelegd in dit Inkoop- en aanbestedingsbeleid. Deze </al><al>uitgangspunten zijn in de volgende hoofdstukken uitgewerkt.</al><al/><al/><al><vet>2. JURIDISCHE UITGANGSPUNTEN</vet></al><al>Met dit Inkoop- en aanbestedingsbeleid, heeft de gemeente een actueel beleid dat voldoet aan </al><al>alle huidige wet- en regelgeving. De gemeente neemt de Europese en Nationale aanbestedingswetgeving</al><al> en flankerend beleid met de daarbij behorende Richtlijnen, richtsnoeren en jurisprudentie in acht. </al><al>Daarbij wordt specifiek aandacht geschonken aan de algemene beginselen van Europees </al><al>Aanbestedingsrecht en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.</al><al>Deze basisbeginselen zijn:</al><al>• Gelijke behandeling/Niet discrimineren: De gemeente behandelt aanbieders op gelijke wijze.</al><al>• Transparantie: Het handelen van de gemeente moet navolgbaar zijn.</al><al>• Objectiviteit: De gemeente mag geen voorkeur hebben.</al><al>• Proportionaliteit: De last moet in verhouding zijn tot de/het gevraagde Dienst en-/of Levering of werk. </al><al> De gestelde eisen, voorwaarden en criteria aan ondernemers mogen niet onevenredig zijn in </al><al>verhouding tot het voorwerk van de opdracht. Eisen, voorwaarden en criteria worden toegepast met</al><al> in achtneming van de Gids Proportionaliteit.</al><al>• Wederzijdse erkenning: Het erkennen van elkaars normen en wet- en regelgeving.</al><al>• Fair-Play: De gemeente handelt zonder vooringenomenheid.</al><al>Het spreekt voor zich dat inkooptrajecten aan de eisen van rechtmatigheid moeten voldoen.</al><al/><al><vet>2.1 Wettelijke kaders</vet></al><al/><al>De gemeente leeft de relevante wet- en regelgeving na. Uitzonderingen op (Europese) wet- en regelgeving </al><al>wordt door de gemeente restrictief uitgelegd en toegepast om te voorkomen dat het toepassingsbereik</al><al> van deze wet- en regelgeving wordt uitgehold. De voor het Inkoop- en aanbestedingsbeleid van de </al><al>gemeente meest relevante wet- en regelgeving volgt uit:</al><al/><al>1. Aanbestedingswet 2012: dit wettelijk kader implementeert de Europese Richtlijnen. Deze wet biedt </al><al>één kader voor overheidsopdrachten boven en onder de drempelwaarden en de rechtsbescherming</al><al> bij aanbestedingen;</al><al>2. Europese wet- en regelgeving: wet- en regelgeving op het gebied van aanbesteden is afkomstig uit </al><al>de Europese Unie. De ‘Aanbestedingsrichtlijnen’ vormen momenteel de belangrijkste basis. De </al><al>interpretatie van deze Aanbestedingsrichtlijnen kan volgen uit Groenboeken, Interpretatieve </al><al>Mededelingen etc. van de Europese Commissie en uit jurisprudentie van het Europese Hof;</al><al>3. Burgerlijk Wetboek: het wettelijk kader voor overeenkomsten;</al><al>4. Gemeentewet: het wettelijk kader voor gemeenten;</al><al>5. Algemene Wet Bestuursrecht: onder andere de algemene beginselen van behoorlijk bestuur voor </al><al>zover deze gecodificeerd zijn;</al><al>6. Wet markt en overheid: regels om concurrentie door de</al><al>overheid op de markt tegen te gaan;</al><al>7. De algemene beginselen van Europees Aanbestedingsrecht en de algemene beginselen van behoorlijk</al><al>bestuur.</al><al>8. Gemeentelijke inkoopvoorwaarden bij IT (GIBIT): specifieke regelgeving voor IT-diensten.</al><al>9. Algemene inkoopvoorwaarden Leveringen &amp; Diensten.</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><vet>2.2 Richtsnoer het ARW 2016</vet></al><al><vet>(Aanbestedingsreglement voor Werken)</vet></al><al/><al>Bij het plaatsen van opdrachten voor Werken onder de Europese drempelwaarden moet de gemeente,</al><al> in beginsel, verplicht het ARW 2016 toepassen. Voor Werken boven de Europese drempelwaarden </al><al>staat het vrij om het ARW 2016 toe te passen. Ook kan het ARW worden toegepast op aan Werken </al><al>gerelateerde Diensten en Leveringen. Dit kunnen Europese- en Nationale aanbestedingen zijn.</al><al/><al><vet>2.3 Grensoverschrijdend belang</vet></al><al/><al>De gemeente neemt bij overheidsopdrachten en concessieopdrachten zowel boven de (Europese) </al><al>drempelbedragen alsook beneden de (Europese) drempelbedragen, met een duidelijk </al><al>grensoverschrijdend belang de algemene beginselen van gelijke behandeling, non-discriminatie, </al><al>transparantie, proportionaliteit en wederzijdse erkenning in acht.</al><al/><al><vet>2.4 Bepalen aanbestedingsprocedure</vet></al><al><vet/></al><al>Bij het bepalen van de inkoopprocedure hanteert de gemeente de volgende methode:</al><al/><al><vet><cursief>Stap 1: Werk, Levering of Dienst?</cursief></vet></al><al><cursief>Werk</cursief></al><al>De definitie van ‘Werken’ is: het product van bouw- dan wel water- of wegenbouwkundige Werken in</al><al> hun geheel en dat daartoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen. </al><al>Hieronder vallen alle bouwkundige en civieltechnische Werken zoals de bouw van een brug, een </al><al>kantoorgebouw of de aanleg van een weg. Onderhoudswerkzaamheden voor het in stand houden </al><al>van het werk en verbouwingswerkzaamheden vallen ook onder Werken. In bijlage II van de </al><al>Richtlijn 2014/24/EU staat een limitatieve lijst van werkzaamheden die onder Werken vallen.</al><al><cursief>Levering</cursief></al><al>De definitie van een ‘Levering’ is: alle opdrachten met betrekking tot de aankoop, leasing, huur of </al><al>huurkoop, met of zonder koopoptie, van producten. Het gaat in dit geval om een overheidsopdracht </al><al>die betrekking heeft op de levering van producten en in bijkomende orde op werkzaamheden voor het</al><al> aanbrengen en installeren van deze producten. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan de levering van </al><al>kantoorartikelen, warme drankenvoorzieningen en WMO hulpmiddelen.</al><al><cursief>Dienst</cursief></al><al>De definitie van een ‘Dienst’ is: alle opdrachten die niet als Levering of Werk kunnen worden aangemerkt.</al><al> Diensten zijn niet tastbaar. Voorbeelden van Diensten zijn schoonmaakdienstverlening,</al><al> accountantsdienstverlening, hulp bij het huishouden of ingenieursdiensten.</al><al><cursief>Combinatie</cursief></al><al>Het komt wel eens voor dat een overheidsopdracht onder meerdere regimes valt. Denk bijvoorbeeld </al><al>aan het leveren en plaatsen van openbare verlichting. In dat geval moet berekend worden wat de </al><al>hoogste waarde heeft, het werk, de Levering of de Dienst. Als de Levering de hoogste waarde heeft,</al><al> dan valt de opdracht onder Leveringen.</al><al/><al><vet>Stap 2</vet><vet>: Bepalen van de opdrachtwaarde</vet></al><al>De te volgen aanbestedingsprocedure vloeit voort uit de totale opdrachtwaarde, exclusief BTW maar</al><al> inclusief alle mogelijke opties en verlengingen. Alle gelijksoortige opdrachten binnen de gemeente </al><al>moet daarvoor bij elkaar opgeteld worden. Het ‘knippen’ in opdrachten om daarmee onder het </al><al>Europese drempelbedrag te komen, is verboden. Het is wel mogelijk om de opdracht in percelen te </al><al>verdelen of meerdere individuele Europese aanbestedingen te organiseren. Voor opdrachten die </al><al>over langere tijd plaatsvinden, zijn specifieke regelingen opgenomen voor het bepalen van de </al><al>opdrachtwaarde. Voor opdrachten met een vaste looptijd van maximaal 12 maanden (het betreft </al><al>hier geen opdrachten die jaarlijks verlengd worden met dezelfde leverancier) geldt de totale waarde</al><al> voor de gehele looptijd. Bedraagt de looptijd meer dan 12 maanden, dan betreft het de totale waarde</al><al> met inbegrip van de geraamde restwaarde. Ook kan het gaan om een opdracht voor onbepaalde duur</al><al> of waarvan de looptijd niet kan worden bepaald. Dan geldt als contractwaarde het maandelijks te </al><al>betalen bedrag vermenigvuldigd met 48. </al><al/><al>Bij een raamovereenkomst dient de gezamenlijke waarde van de onder de raamovereenkomst te </al><al>plaatsen opdrachten als uitgangspunt te worden genomen voor het bepalen van de opdrachtwaarde.</al><al> Bij de raming van de waarde van een overheidsopdracht voor Werken houdt de gemeente rekening</al><al> met de waarde van de Werken en met de geraamde totale waarde van de voor de uitvoering van </al><al>die Werken noodzakelijke Leveringen en Diensten die door de gemeente ter beschikking van de </al><al>aannemer wordt gesteld.</al><al/><al/><al/><al><vet>Stap 3: Drempelbedragen</vet></al><al>De gemeente verplicht zich bij toekomstige opdrachten voor Werken, Leveringen en Diensten de</al><al> aanbestedingsvormen en drempelbedragen te hanteren, zoals opgenomen in de tabel in bijlage 1.</al><al/><al><vet>Stap 4: Criteria voor bepalen inkoopprocedure</vet></al><al>De te volgen inkoopprocedure wordt tezamen met de inkoopadviseurs bepaald aan de hand van de </al><al>volgende criteria:</al><al>• Omvang van de opdracht;</al><al>• Transactiekosten voor de gemeente en</al><al>de inschrijvers;</al><al>• Aantal potentiële inschrijvers;</al><al>• Gewenst eindresultaat;</al><al>• Complexiteit van de opdracht;</al><al>• Type van de opdracht en het karakter van de markt.</al><al/><al>Hiernaast kan ervoor worden gekozen om voor zover de regelgeving dat toelaat, een bijzondere </al><al>procedure te volgen, zoals een prijsvraag, concurrentiegerichte dialoog, innovatie partnerschap, </al><al>dynamisch aankoopsysteem, prestatie-inkoop (Best Value Procurement) of een </al><al>onderhandelingsprocedure.</al><al/><al><vet>2.5 Mandatering</vet></al><al/><al>In dit Inkoop- en aanbestedingsbeleid zijn de kaders en uitgangspunten geformuleerd voor het handelen</al><al> van de gemeente ten aanzien van inkopen en aanbesteden. Echter, dit beleid gaat niet in op de vraag </al><al>wie er bevoegd is om de gemeente te binden aan overeenkomsten met een derde (bijvoorbeeld een </al><al>bedrijf, instelling of burger). Deze bevoegdheid wordt namelijk geregeld in de mandaatregeling. Wel</al><al> is het zo dat het proces van inkopen en aanbesteden en de vraag wie bevoegd is om de gemeente te</al><al> binden aan overeenkomsten, onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het aanbestedingsproces </al><al>wordt in de praktijk altijd gevolgd of afgesloten met een overeenkomst. Om bovenstaande reden </al><al>dienen voorafgaand aan het traject en bij het aangaan van (contractuele) verplichtingen de bepalingen</al><al> van de geldende mandaatregeling nageleefd te worden.</al><al/><al><vet>2.6 Afwijkingsbevoegdheid</vet></al><al/><al>Afwijkingen van dit Inkoop- en aanbestedingsbeleid zijn slechts mogelijk en toegestaan op basis van</al><al> een deugdelijk gemotiveerd besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente</al><al> en voor zover één en ander op basis van de geldende wet- en regelgeving mogelijk is. Het voorstel aan</al><al> het college van burgemeester en wethouders van de gemeente dient altijd te worden voorzien van een</al><al> advies van de inkoopadviseur. Volgens artikel 4:84 Awb dient een bestuursorgaan te handelen </al><al>overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben,</al><al> die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te </al><al>dienen doelen. In de praktijk en naar aanleiding van rechtspraak betekent dit het volgende. Ervan </al><al>uitgaande dat de beleidsregel rechtmatig is, is er alleen reden voor afwijken in een geval van </al><al>bijzondere omstandigheden.</al><al/><al><vet>2.7 Klachtenprocedure</vet></al><al/><al>Bij iedere aanbesteding wordt in het aanbestedingsdocument de klachtenprocedure opgenomen. De </al><al>gemeente vermeldt hierbij op welke wijze ondernemers hun klachten ten aanzien van de betreffende</al><al> aanbestedingsprocedures kunnen indienen en op welke wijze en op welke termijn de klachten </al><al>vervolgens zullen worden behandeld en zullen worden afgedaan. Klachten zullen nooit worden </al><al>behandeld door een ambtenaar die bij de betreffende aanbesteding betrokken was.</al><al/><al><vet>2.8 Uitzonderingen</vet></al><al/><al>Er zijn situaties waarvoor de aanbestedingsregels niet of slechts in beperkte mate gelden. De voor de</al><al> gemeente belangrijkste uitzonderingen liggen op het gebied van de publiek-publieke samenwerking,</al><al> alleenrechten, horizontale (zuiver inbesteden) en verticale samenwerking (quasi-inbesteden). Om </al><al>ervoor te zorgen dat de samenwerking niet leidt tot vervalsing van de mededinging ten opzichte van</al><al> ondernemers worden strikte voorwaarden gesteld aan gunning van een opdracht bij dergelijke </al><al>samenwerking. De gemeente kan de genoemde vormen toepassen als aan de geldende regelgeving</al><al> op deze onderwerpen is voldaan.</al><al/><al><vet>2.8.1 Sociale en andere specifieke diensten</vet></al><al/><al>Voor zogenoemde Sociale en andere specifieke Diensten geldt een vereenvoudigde procedure, gezien</al><al> de beperkte grensoverschrijdende dimensie van deze Diensten. Dit zijn bijvoorbeeld Diensten op het</al><al> gebied van onderwijs, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening, administratiediensten </al><al>voor onderwijs en enkele juridisch Diensten. Er wordt onderscheid gemaakt naar de volgende</al><al> drempelbedragen:</al><al>• Boven de drempel - €750.000</al><al>De specifieke voorschriften die gelden voor een sociale en andere specifieke Diensten staan genoemd</al><al> in de artikelen 2.38 en 2.39 van de Aanbestedingswet 2012. Deze artikelen zijn alleen van toepassing</al><al> indien de waarde van de opdracht de drempelwaarde van € 750.000 overschrijdt. Een aankondiging</al><al> (met eventueel een vooraankondiging) en een gunningsbericht zijn bij deze procedure verplicht. </al><al>In de aankondiging moeten onder meer de technische specificaties van de opdracht worden </al><al>opgenomen. Daarbij moeten de hoofdkenmerken van de gunningsprocedure worden toegelicht. </al><al>De gegunde opdracht moet verplicht gepubliceerd worden op TenderNed.</al><al>• Onder de drempel - €750.000</al><al>Bij Sociale en andere Specifieke Diensten onder de € 750.000 wordt een Nationale aanbesteding of een </al><al>(meervoudige) onderhandse procedure gebruikt, waarbij een proportioneel aantal offertes gevraagd </al><al>wordt. Indien er sprake is van een duidelijk grensoverschrijdend belang zal de opdracht moeten </al><al>worden aangekondigd.</al><al/><al><vet>2.10 Gunningscriterium</vet></al><al/><al>De gemeente moet bij aanbestedingen gunningscriteria opstellen. Op duidelijke, precieze en ondubbel-</al><al>zinnige wijze, moeten inhoudelijke criteria voor de keuze van de beste aanbieding worden opgesteld.</al><al> De gemeente kan kiezen tussen drie sub gunningscriteria:</al><al/><al>1. beste prijs-kwaliteitverhouding;</al><al>2. laagste kosten op basis van kosteneffectiviteit;</al><al>3. laagste prijs.</al><al/><al>Voor Europese aanbestedingen en aanbestedingen onder de drempel op grond van de aanbestedingswet</al><al> is het gebruik van de beste prijs-kwaliteitverhouding het uitgangspunt.</al><al/><al><vet>2.10.1 Beste prijs- kwaliteitverhouding (Beste PKV)</vet></al><al/><al>Bij beste prijs-kwaliteitverhouding (Beste PKV, voorheen EMVI) wegen naast prijs ook andere kwaliteits-</al><al>aspecten mee in de beoordeling van inschrijvingen.</al><al/><al><vet>2.10.2 Laagste kosten op basis van kosteneffectiviteit</vet></al><al/><al>Sinds 1 juli 2016 is het mogelijk om op basis van laagste kosten een opdracht te gunnen. Het gaat om</al><al> laagste kosten die berekend zijn op basis van kosteneffectiviteit zoals levenscycluskosten. De </al><al>levenscycluskosten hebben betrekking op de kosten gedurende de gehele levenscyclus van een dienst,</al><al> Levering of Werk zoals:</al><al/><al>• Kosten gedragen door de gemeente of andere gebruikers in verband met de verwerving, de interne</al><al> kosten (bijvoorbeeld voor benodigde research), de ontwikkeling, de productie, het vervoer, het </al><al>onderhoud, het verbruik en de verwijdering of het hergebruik.</al><al>• Kosten toegerekend aan externe milieueffecten, zoals verontreiniging veroorzaakt door de winning</al><al> van de in het product verwerkte grondstoffen, door het product zelf of bij de productie ervan, mits</al><al> deze in geld uitgedrukt en gecontroleerd kunnen worden.</al><al/><al><vet>2.10.3 Laagste prijs</vet></al><al/><al>Het laagste prijs criterium is het eenvoudigste criterium om te hanteren bij een gunning. Alleen de prijs</al><al> telt. Een inschrijving die niet aan de minimumkwaliteit voldoet wordt terzijde gelegd en een inschrijving</al><al> die uitgaat boven de minimumkwaliteit wordt niet extra gewaardeerd. Dit criterium wordt alleen </al><al>gebruikt als de gewenste kwaliteit vaststaat, zoals bij elektriciteit, of als het bestek de te leveren </al><al>prestatie zeer nauwkeurig omschrijft zoals vaak het geval is bij de aanbesteding van bouwwerken</al><al>/ infrastructuur (met name RAW (Rationalisatie en Automatisering Grond-, Water- en Wegenbouw)</al><al>-bestekken).</al><al/><al><vet>2.11 Concessieovereenkomsten</vet></al><al/><al>De gemeente kan bij opdrachtverlening ook te maken krijgen met concessieovereenkomsten voor</al><al> (openbare) Werken en voor Diensten. Bij concessieovereenkomsten geeft de gemeente opdracht</al><al> aan een concessiehouder, waarbij er een exclusief exploitatierecht op het te realiseren Werk of </al><al>Dienst aan laatstgenoemden wordt gegeven. Denk bijvoorbeeld aan de exploitatie van </al><al>parkeergarages, zwembaden, reclamemasten, afvalverwerking, cateringdiensten of bij</al><al> vervoersconcessies. Het verschil met een reguliere opdracht is dat de tegenprestatie voor de </al><al>uitvoering van het Werk of de Dienst niet bestaat uit betaling, maar uit het verlenen van een</al><al> exploitatierecht. Kenmerkend is dat het exploitatierisico ligt bij de exploitant. Als dit laatste niet</al><al> het geval is, dan is geen sprake van een concessie, maar van een gewone overheidsopdracht.</al><al/><al><vet>2.11.1 Concessie voor Diensten</vet></al><al/><al>Een concessie voor Diensten heeft over het algemeen dezelfde kenmerken als een normale overheids-</al><al>opdracht voor Diensten, met als verschil dat de tegenprestatie van de aanbestedende Dienst niet</al><al> bestaat uit een betaling, maar uit verlening van een exploitatierecht. De Europese commissie heeft </al><al>aangegeven dat er sprake is van een duidelijke indicatie van een concessie, indien het economische</al><al> risico van de exploitatie, van de aanbestedende Dienst aan de marktpartij wordt overgedragen. </al><al>Een voorbeeld is de verlening van een overheidsopdracht van een decentrale overheid aan een </al><al>andere partij, om een welzijnsdienst of reclamediensten uit te voeren en te exploiteren.</al><al/><al><vet>2.11.2 Concessie voor Werken</vet></al><al/><al>Een concessieovereenkomst voor Werken betreft een overeenkomst met dezelfde kenmerken als</al><al> overheidsopdrachten voor Werken. Alleen bestaat de tegenprestatie bij een concessie zoals </al><al>genoemd, hetzij uit uitsluitend het recht het Werk dat het voorwerp van de overeenkomst vormt,</al><al>te exploiteren, hetzij in dit recht en een betaling. Een voorbeeld van een concessie voor Werken is</al><al> een decentrale overheid die aan een andere partij een opdracht verleent om een parkeergarage te</al><al> bouwen en te exploiteren. De verlening van het recht om het Werk te exploiteren vormt een</al><al> tegenprestatie voor de bouw van de garage.</al><al/><al><vet>2.12 Algemene (inkoop)voorwaarden</vet></al><al>Bij inkopen en aanbestedingen voor Leveringen en Diensten van de gemeente wordt in principe de </al><al>algemene Inkoopvoorwaarden van de gemeentevan toepassing verklaard. De algemene leverings- </al><al>of verkoopvoorwaarden van de leverancier worden van de hand gewezen. Niet in alle gevallen </al><al>worden de algemene inkoopvoorwaarden door de marktpartijen geaccepteerd. Deze acceptatie </al><al>verschilt per branche en is afhankelijk van de grootte van de opdracht. Indien de verwachting is</al><al> dat algemene inkoopvoorwaarden niet geaccepteerd worden, is het mogelijk om de inkoopvoorwaarden</al><al> daarop aan te passen. Wanneer er contractmodellen of algemene voorwaarden bestaan die in </al><al>onderling overleg tussen belanghebbenden zijn opgesteld dan past de gemeentedeze integraal toe.</al><al/><al><vet>2.13 Gemeentelijke inkoopvoorwaarden bij ICT (GIBIT)</vet></al><al/><al>De VNG heeft in samenwerking met gemeente en leveranciers de Gemeentelijke inkoopvoorwaarden</al><al> bij IT (GIBIT) opgesteld met de bedoeling uniforme voorwaarden te maken voor gemeente en </al><al>gemeentelijke samenwerkingsverbanden. De gemeente past deze GIBIT voorwaarden toe bij het </al><al>inkopen van ICT.</al><al/><al><vet>2.14 De Nieuwe Regeling (DNR)</vet></al><al/><al>Voor projecten waarbij het gaat om ontwerpen, adviseren en organiseren in de gebouwde omgeving</al><al> (bv. door architecten, ingenieurs en andere (stedenbouwkundige) adviseurs) kan het handig zijn de</al><al> algemene branchevoorwaarden DNR te gebruiken. De gemeente kan, in de door henzelf aan te </al><al>wijzen situaties, gebruik maken van de DNR, wanneer zij dat voor een goed verloop van het </al><al>project aangewezen achten. </al><al/><al><vet>2.15 Uniforme administratieve voorwaarden (UAV 2012 en UAV-GC 2005)</vet></al><al/><al>In de grond-, weg- en waterbouwsector (GWW) hebben opdrachtgevers en opdrachtnemers gezamenlijk</al><al> algemene voorwaarden opgesteld: de Uniforme administratieve voorwaarden (UAV 2012) en de </al><al>Uniforme Administratieve Voorwaarden voor Geïntegreerde Contractvormen (UAVGC 2005). </al><al/><al>Bij traditionele bouworganisatievormen in de GWW worden vrijwel altijd de UAV 2012 toegepast. Het </al><al>gaat hierbij om aanbestedingen waarbij alleen de uitvoering van het werk wordt uitbesteed en de </al><al>andere taken door de eigen organisatie worden gedaan, of waarbij de directievoering in opdracht</al><al> door een derde partij wordt gedaan. Bij een geïntegreerde bouworganisatievorm, wordt de </al><al>UAV-GC 2005 toegepast. Bij deze bouworganisatievorm krijgt de opdrachtnemer meer taken en </al><al>meer verantwoordelijkheden. De gemeente past de UAV 2012 en/of de UAV-GC 2005 zo veel </al><al>mogelijk toe.</al><al/><al><vet>2.16 Wet Bibob</vet></al><al/><al>De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) is een middel</al><al> om de integriteit van de overheid te beschermen. Op grond van de Wet Bibob kan een </al><al>bestuursorgaan een diepgaand onderzoek doen naar de achtergrond van een persoon of </al><al>marktpartij indien het vermoeden bestaat dat de overheidsopdracht misbruikt wordt om</al><al> ‘criminele’ activiteiten te faciliteren. Op 1 augustus 2020 is de Wet Bibob gewijzigd. De wet is</al><al> van toepassing op alle overheidsopdrachten.</al><al/><al>De Aanbestedingswet 2012 biedt de mogelijkheid voor onderzoek door gebruik van minder vergaande</al><al> instrumenten in de vorm van het Uniforme Europees Aanbestedingsdocument, de Gedragsverklaring</al><al> Aanbesteden en het vragen van diverse bewijsmiddelen. Het Bibob-advies is verstrekkender dan de</al><al> informatie die de Gedragsverklaring Aanbesteden aantoont.</al><al/><al>Het Bibob-onderzoek is ook een zwaar middel dat een forse inbreuk maakt op de privacy van de </al><al>betrokkene en/of zijn zakelijke omgeving. Er wordt een zorgvuldige afweging gemaakt of </al><al>toepassing van het Bibob-instrumentarium proportioneel is.</al><al/><al/><al><vet>3. ECONOMISCHE UITGANGSPUNTEN</vet></al><al/><al><vet>3.1 Marktconsultatie</vet></al><al/><al>Een marktconsultatie is een, door de gemeente, georganiseerde informatie-uitwisseling met </al><al>belanghebbende partijen over een voorgenomen aanbesteding. Ondernemers zijn</al><al>als potentiele leverancier belanghebbende partijen, maar ook burgers (als afnemer van bepaalde </al><al>Diensten) en belangenorganisaties kunnen worden uitgenodigd. Aan de hand van de opgedane </al><al>informatie en inzichten stelt de gemeente de haalbaarheid en de randvoorwaarden van de opdracht</al><al> vast. Dit kunnen zeer concrete vragen zijn: welke selectie of gunningscriteria moeten worden </al><al>toegepast, en welke gewichten moeten worden verbonden aan de gunningscriteria in een ‘Beste</al><al> Prijs Kwaliteit verhouding‘ (Beste PKV) aanbesteding? Maar het kan juist ook gaan over het inzicht </al><al>krijgen in of zicht krijgen op mogelijke oplossingen voor een probleem. Ook kan de markt om </al><al>ideeën gevraagd worden. Bijvoorbeeld door het stellen van vragen aan de markt zoals: ‘Welke </al><al>vragen zou de gemeente moeten stellen, opdat u voor het geschetste probleem de meest ideale</al><al> oplossing kunt benoemen?’.</al><al/><al><vet>3.2 Samenwerking</vet></al><al/><al>De gemeente hanteert als uitgangspunt dat zij oog hebben voor samenwerking bij inkopen. Dit geldt</al><al> zowel voor samenwerkingen binnen de eigen organisaties als voor samenwerkingen met andere </al><al>gemeenten of aanbestedende diensten. Deze samenwerkingsverbanden kunnen bijvoorbeeld </al><al>betrekking hebben op inkoopsamenwerking, milieuactiviteiten, werkvoorzieningsschappen, </al><al>belastingen en sociale regelgeving. Daarbij dient wel rekening gehouden te worden met de </al><al>bepalingen ten aanzien van clusteren zoals omschreven in paragraaf 3.3.</al><al/><al>3<vet>.3 Clusteren</vet></al><al/><al>Het is niet toegestaan om opdrachten onnodig te clusteren c.q. samen te voegen. Bij het samenvoegen</al><al> van opdrachten houdt de gemeente rekening met de structuur en de concurrentie in de markt, de </al><al>organisatorische gevolgen en risico’s voor de gemeente en de ondernemer en de mate van </al><al>samenhang van de opdrachten. Het aantal potentiële inschrijvers dient dusdanig te zijn dat de </al><al>mededinging geborgd blijft en de concurrentie niet merkbaar c.q. verder dan noodzakelijk wordt </al><al>beperkt. Voordat opdrachten worden samengevoegd wordt in ieder geval acht geslagen op:</al><al/><al>• de samenstelling van de relevante markt en de invloed</al><al>van de samenvoeging op de toegang;</al><al>• tot de opdracht voor voldoende bedrijven uit het midden- en kleinbedrijf;</al><al>• de organisatorische gevolgen en risico’s van de samenvoeging van de opdrachten voor de gemeente</al><al> en de ondernemer;</al><al>• de mate van samenhang van de opdrachten.</al><al/><al>Indien de gemeente besluit om opdrachten samen te voegen, dan zal dit bij de bepaling van de </al><al>aanbestedingsstrategie en in het aanbestedingsdocument worden gemotiveerd en wordt de </al><al>opdracht verdeeld in percelen. Wanneer het verdelen in percelen niet als passend wordt geacht,</al><al> dan wordt dit ook gemotiveerd in het aanbestedingsdocument.</al><al/><al><vet>3.4 Regionale economie en MKB</vet></al><al/><al>De gemeente heeft het uitgangspunt om de regionale economie zoveel mogelijk te stimuleren, zonder </al><al>dat dit tot enigerlei vorm van ongelijke behandeling van ondernemers leidt. In gevallen waar een </al><al>enkelvoudig onderhandse uitnodiging en/of een meervoudig onderhandse aanbesteding is toegestaan,</al><al> wordt rekening gehouden met de regionale economie en regionale ondernemers. Dit doet de gemeente</al><al> door, indien mogelijk, bij iedere meervoudig onderhandse aanbesteding tenminste één leverancier uit </al><al>de regio uit te nodigen.</al><al/><al><cursief>Midden- en kleinbedrijf (MKB).</cursief></al><al>De gemeente heeft als doel om het midden- en kleinbedrijf (MKB) goede kansen te bieden bij inkopen</al><al> en aanbestedingen. Onder MKB wordt verstaan een bedrijf met max. 100 medewerkers. Uitgangspunt </al><al>is dat alle ondernemers gelijke kansen moeten krijgen. De gemeente houdt bij inkopen de </al><al>mogelijkheden voor het midden- en kleinbedrijf in het oog. Dit doen de gemeente door opdrachten </al><al>zinvol te verdelen in kleinere percelen bij aanbestedingen, het verminderen van de lasten en het </al><al>niet gebruiken van onnodig zware selectie- en gunningscriteria zodat bedrijven uit het MKB ook aan</al><al> “grotere” aanbestedingen deel kunnen nemen. De gemeente streeft er op deze manier naar zoveel</al><al> mogelijk opdrachten open te stellen voor het MKB (zie hiervoor verder paragraaf 4.4).</al><al/><al><vet>3.5 Verlagen administratieve lasten</vet></al><al/><al>De gemeente verlicht de administratieve lasten door zoveel mogelijk gebruik te maken van uniforme</al><al> documenten en werkwijzen, die eraan bijdragen dat ondernemers weten waar ze aan toe zijn en niet</al><al> steeds met verschillende soorten documenten en procedureregelingen worden geconfronteerd. Daar</al><al> waar nog niet digitaal wordt aanbesteed, wordt bijvoorbeeld gewerkt met model aanbestedings-</al><al>documenten. Voor de bewijslast zal het Uniforme Europese Aanbestedingsdocument worden gebruikt.</al><al> Ondernemers hoeven dan niet het volledige bewijsmateriaal bij de inschrijving aan te leveren maar </al><al>kunnen volstaan met dit document.</al><al/><al><vet>3.6 Vergoeding bij inschrijving</vet></al><al/><al>De gemeente geeft in beginsel geen vergoeding van inschrijfkosten. Alleen voor aanbestedingen</al><al> waarbij van de inschrijvers onevenredig veel werkzaamheid wordt gevraagd om tot een </al><al>inschrijving te komen, kan een tegemoetkoming in de kosten plaatsvinden. Dit kan zich </al><al>voordoen bij het vragen om een voorontwerp of bij een prijsvraag.</al><al/><al/><al><vet>4. ETHISCHE EN IDIëLE UITGANGSPUNTEN</vet></al><al/><al>De gemeente kan naast een doelmatige verhouding tussen prijs en kwaliteit ook andere belangen</al><al> hebben. Deze belangen worden verwoord in ethische en ideële uitgangspunten en voorzien in </al><al>aspecten waarmee bij inkopen en aanbesteden rekening gehouden moet worden.</al><al/><al><vet>4.1 Integriteit</vet></al><al/><al>De gemeente stelt bestuurlijke en ambtelijke integriteit voorop. De gemeente heeft hoog in het vaandel </al><al>dat haar bestuurders en ambtenaren integer handelen. De bestuurders en ambtenaren houden zich </al><al>aan de vastgestelde gedragscodes ten aanzien van integriteit. Zij handelen zakelijk en objectief, </al><al>waardoor belangenconflicten worden voorkomen.</al><al/><al>De gemeente zorgt ervoor dat er passende maatregelen worden genomen om belangenconflicten tijdens</al><al> de aanbestedingsprocedures doeltreffend te voorkomen, te onderkennen en op te lossen teneinde </al><al>vervalsing van mededinging te vermijden en gelijke behandeling van alle ondernemers te verzekeren.</al><al> Een belangenconflict betreft bijvoorbeeld de situatie waarbij ambtenaren of bestuurders die betrokken </al><al>zijn bij een aanbesteding financiële of andere persoonlijke belangen hebben bij de uitkomst van een </al><al>procedure.</al><al/><al>De gemeente beoogt enkel integere ondernemers te contracteren. De gemeente wil enkel zaken doen</al><al> met integere ondernemers die zich niet bezighouden met criminele of illegale praktijken. Een toetsing</al><al> van de integriteit van ondernemers is bij inkoop (en aanbesteding) in beginsel mogelijk, bijvoorbeeld </al><al>door het gebruik van het ‘Uniforme Europese Aanbestedingsdocument’ in combinatie met de</al><al> ‘Gedragsverklaring Aanbesteden’.</al><al/><al><vet>4.2 Maatschappelijke waarde</vet></al><al/><al>De gemeente draagt zorg voor het leveren van zo veel mogelijk maatschappelijke waarde voor de </al><al>publieke middelen bij het aangaan van een schriftelijke overeenkomst. De gemeente verstaat onder</al><al> maatschappelijke waarde: “Het (extra) voordeel dat een inkoopproces oplevert voor een </al><al>gemeenschap of voor de maatschappij.” De gemeente geeft in haar inkoopfunctie bewust en </al><al>structureel inhoud aan haar maatschappelijke rol, op een wijze die verder gaat dan de wet verplicht</al><al> en leidt tot toegevoegde waarde voor zowel de eigen organisatie als de maatschappij. Dit doet de</al><al> gemeente door maatregelen te nemen op het gebied van:</al><al/><al>• duurzaam inkopen;</al><al>• social return on investment;</al><al>• sociale werkvoorziening;</al><al>• innovatie.</al><al/><al><vet>4.2.1 Duurzaamheid</vet></al><al/><al>De gemeente benadrukt het belang van duurzame ontwikkeling en stelt daarom bij inkopen en </al><al>aanbestedingen duurzaamheidscriteria. Onder duurzame ontwikkeling verstaat de gemeente: een </al><al>ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder daarmee voor toekomstige</al><al> generaties de mogelijkheid in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Voor wat </al><al>betreft de concrete uitvoering van deze duurzaamheidsontwikkeling dient het volgende onderscheid</al><al> gemaakt te worden:</al><al/><al>• eisen aan de leveranciers (door middel van geschiktheidseisen);</al><al>• eisen aan de producten (door middel van materiële criteria);</al><al>• wensen aan de producten (door middel van gunningscriteria).</al><al/><al>Zowel voor de eisen aan de leveranciers als aan de in te kopen producten wordt aansluiting gezocht</al><al> bij de door de Rijksdienst Ondernemend Nederland ontwikkelde criteria voor duurzaam Inkopen. </al><al>Dit zijn criteria waaraan leveranciers en producten dienen te voldoen bij een inschrijving. De </al><al>gewijzigde wet biedt meer mogelijkheden voor dialoog met de markt en meer ruimte voor het </al><al>uitvragen van duurzame en innovatieve oplossingen. Een nieuwe aanbestedingsprocedure </al><al>hiervoor is het innovatiepartnerschap.</al><al/><al><vet>4.2.2 Sociale werkvoorziening NEF</vet></al><al><vet/></al><al>Bij aanbestedingen waarbij er mogelijkheden zijn om gebruik te maken van de inzet vanuit de sociale </al><al>werkvoorziening, zullen deze mogelijkheden binnen de wettelijke kaders, worden benut. De </al><al>gemeente maakt daarbij gebruik van het Werk- Leerbedrijf NoardEast Fryslân (Dokwurk). Het </al><al>werkvoorzieningsschap is een zelfstandige organisatie en maakt geen onderdeel uit van de gemeente.</al><al> Het betreft een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De gemeente</al><al> kan een opdracht aan een Sociale Werkvoorzieningsschap verlenen zonder toepassing van de (gehele)</al><al> Europese aanbestedingsrichtlijn, wanneer het voldoet aan de voorwaarden uit wet- en regelgeving en</al><al>jurisprudentie op dit gebied.</al><al/><al><vet>4.2.3 Social Return</vet></al><al>Social return is onderdeel van maatschappelijk verantwoord ondernemen. De gemeente hecht grote</al><al> waarde aan het verbeteren van de positie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De </al><al>gemeente heeft als doel haar eigen Inkoop- en aanbestedingsbeleid in te zetten voor:</al><al/><al>• het creëren van lokale arbeidsmogelijkheden: leerwerk- en werkervaringsplekken, stage;</al><al>• het stimuleren van sociaal ondernemen;</al><al>• het bereiken van andere doelen in het sociaal domein, zoals armoedebestrijding, onderwijs en zorg.</al><al/><al>De gemeente vraagt met SROI opdrachtnemers een bijdrage te leveren aan de versterking van de </al><al>sociale infrastructuur. Inkopen en aanbesteden zijn instrumenten die hier een wezenlijke bijdrage </al><al>aan kunnen leveren. Dit geldt zowel voor inkopen en aanbestedingen van Werken, Leveringen als</al><al> Diensten. Hiervoor verplicht de gemeente zich om vanaf € 100.000 voor Diensten en vanaf </al><al>€ 250.000 voor Werken een Social Return eis van 2% van de totale opdrachtsom exclusief BTW op te</al><al> nemen. Daarnaast kan een gunningscriterium worden toegevoegd tot 5% van de totale opdrachtsom</al><al> exclusief BTW. Het vaststellen van de definitieve SROI-component blijft maatwerk, dat wil zeggen dat</al><al> deze branche- en projectspecifiek is en proportioneel wordt toegepast. Dokwurk is specialist op het </al><al>gebied van Social Return in de regio. De gemeente heeft Dokwurk aangewend om samen met de </al><al>opdrachtnemer vorm te geven aan SROI. Voor opdrachtnemers die hun SROI verplichting moeilijk </al><al>binnen de opdracht kunnen invullen biedt Social Return ruimte, in overleg met Dokwurk voor een </al><al>eigen en creatieve invulling van Social Return.</al><al/><al><vet>4.2.4 Aanvaardbare omstandigheden</vet></al><al/><al>Bij alle inkopen van de gemeente geldt dat deze Leveringen, Diensten of Werken geweerd worden indien</al><al> zij niet onder aanvaardbare arbeidsomstandigheden (zoals kinderarbeid, dwangarbeid, discriminatie</al><al> van werknemers, niet betaling van leefbaar loon) tot stand komen of zijn gekomen. Ook discriminatie</al><al> bij werving en selectie van personeel en discriminatie van klanten kan een reden zijn voor het weren </al><al>van inkoop.</al><al/><al><vet>4.3 Innovatie</vet></al><al/><al>De gemeente is een groot voorstander van innovatie en kan met hun Inkoop- en aanbestedingsbeleid</al><al> impact hebben op bestaande, opkomende en nieuw (te ontwikkelen) markten. Het is daarbij belangrijk</al><al> een onderscheid te maken tussen innovatiegericht inkopen en innovatief inkopen. Innovatiegericht </al><al>inkopen gaat over de inkoop van verbeterde en vernieuwende producten ten behoeve van een betere</al><al> dienstverlening door de gemeente. Innovatiegericht inkopen heeft soms tot doel een oplossing, </al><al>product of dienst in te kopen die de gemeente nog niet kent, of die er nog niet is. In het laatste geval</al><al> dient de gemeente de betreffende oplossing, het betreffende product of dienst samen met de markt </al><al>te ontwikkelen. Innovatief inkopen gaat over vernieuwing in het proces van aanbesteden. Een </al><al>vernieuwing in het proces kan soms leiden tot een betere inkoop. De gemeente wil innovatiegericht</al><al> inkopen en innovatief inkopen koppelen aan hun behoefte aan slimme oplossingen voor regionale </al><al>uitdagingen, zoals mobiliteitsvraagstukken, de transitie naar een circulaire economie en een gezonder</al><al> klimaat. De gemeente wil dit bereiken door:</al><al/><al>• Maatschappelijke vraagstukken in de markt te zetten in plaats van oplossingen. Slimme oplossingen</al><al> bedenk je vaak samen met de markt. Deze manier van samenwerken vraagt om een andere benadering</al><al> ten aanzien van de inkooprelatie. De gemeente zoekt de ruimte in haar aanbestedingen door </al><al>oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken op een open manier uit te vragen. Daarbij wordt </al><al>zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de beschikbare innovatieve inkoopmethodes, zoals bijvoorbeeld,</al><al> Best Value Procurement, het innovatiepartnerschap en de prijsvraagmethode.</al><al>• Samen te werken met startende en sociale ondernemers. De gemeente werkt samen met (startende)</al><al> ondernemers om vernieuwende oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken te ontwikkelen. </al><al>Startups (waaronder sociale ondernemers) zijn vaak innovatieve ondernemers en dragen bij aan </al><al>economische groei en werkgelegenheid. De gemeente wil in het bijzonder startups een kans geven</al><al> door als overheid soms op te treden als (eerste) klant of investeerder in onderzoek en realisatie.</al><al/><al><vet>4.4. Uitnodigingsbeleid en leveranciersevaluatie (Better Performance)</vet></al><al/><al>De gemeente zal voor onderhandse opdrachten de selectie van Ondernemer(s) objectiveren volgens</al><al> de Aanbestedingswet 2012. Een belangrijk onderdeel van het uitnodigingsbeleid kan de </al><al>leveranciersevaluatie zijn. Leveranciersevaluatie is een onderdeel van de uitvoering van het </al><al>contractmanagement. De prestaties van gecontracteerde Ondernemers worden periodiek geëvalueerd.</al><al> Een frequentie en moment worden bepaald door de aard van de opdracht (looptijd van het contract, </al><al>financiële risico’s, is er sprake van een project, etc.). De methode van beoordeling is objectief en</al><al> transparant. De informatie uit de leveranciersevaluaties wordt gebruikt voor besluitvorming </al><al>betreffende contractverlenging en mogelijk uitnodigingen in nieuwe aanbestedingen. Slecht </al><al>presteren kan leiden tot (tijdelijke) uitsluiting van één of meer Ondernemers bij onderhandse </al><al>aanbestedingen.</al><al/><al><vet> BIJLAGE</vet></al><al/><table><tgroup cols="5"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><colspec colname="colE"/><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al>ENKELVOUDIG</al><al>onderhands</al><al/></entry><entry><al>MEERVOUDIG</al><al>onderhands</al><al/></entry><entry><al>NATIONAAL</al><al>(niet- openbaar of</al><al>openbaar)</al><al/></entry><entry><al>EUROPEES</al></entry></row><row><entry><al>Werken</al></entry><entry><al> Tot € 130.000</al></entry><entry><al> Tot € 1.500.000</al></entry><entry><al> Tot € 5.538.000</al></entry><entry><al> Vanaf € 5.538.000</al></entry></row><row><entry><al>Dienst/ Levering</al></entry><entry><al> Tot € 70.000</al></entry><entry><al> Tot € 221.000</al></entry><entry><al> n.v.t.</al></entry><entry><al> Vanaf € 221.000</al></entry></row><row><entry><al>Sociale en</al><al>andere specifieke</al><al>Diensten</al><al/></entry><entry><al>I.c.m. inkoop</al><al>bepalen</al><al/></entry><entry><al>I.c.m. inkoop</al><al>bepalen</al><al/></entry><entry><al>I.c.m. inkoop</al><al>bepalen</al><al/></entry><entry><al>Vanaf € 750.000</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De Europese Commissie stelt elke twee jaar de Europese drempelbedragen vast.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al/></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>