<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR720623_1</dcterms:identifier><dcterms:title>BELEIDSREGELS MINIMAVOORZIENINGEN EN BIJZONDERE BIJSTAND GEMEENTE DEN HAAG 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:type scheme="overheidop:Rubriek">beleidsregel</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">'s-Gravenhage</dcterms:creator><dcterms:modified>2024-06-03</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-239090">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels minimavoorzieningen en bijzondere bijstand gemeente Den Haag 2015 </dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0015703&amp;g=2019-07-01">Participatiewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/%27s-Gravenhage/478707/CVDR478707_1.html</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=108&amp;g=2019-01-01">artikel 108 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2024-05-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2024-06-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RIS318940 SZW/10738358</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Beleidsregels minimavoorzieningen en bijzondere bijstand gemeente Den Haag 2015 </overheidrg:onderwerp></cvdripm></meta><body><intitule>BELEIDSREGELS MINIMAVOORZIENINGEN EN BIJZONDERE BIJSTAND GEMEENTE DEN HAAG 2015 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS, </al><al/><al>Overwegende dat: </al><al>gelet op de artikelen 5,11,12,13,14,15,16,18,35,49 van de Participatiewet; </al><al>gelet op artikel 3.10 van de verordening maatschappelijke ondersteuning; </al><al>gelet op artikel 108 Gemeentewet; </al><al/><al>overwegende, dat zij de zorg hebben voor een doeltreffende voorlichting aangaande de verlening van minimavoorzieningen en bijzondere bijstand; </al><al/><al>Besluit: </al><al>vast te stellen de beleidsregels minimavoorzieningen en bijzondere bijstand Gemeente Den Haag 2015 dat dit besluit wordt gepubliceerd op de site www.denhaag.nl/bestuurlijkestukken, onder risnummer 280844. </al><al/><al/><al>Den Haag, 4 februari 2015 </al><al/><al>Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag , </al><al>namens deze </al><al/><al>mevrouw E.M. ten Hoorn Boer </al><al>De algemeen directeur van de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten gelet op hoofdstuk 1.6 artikel 1.2 (kenmerk BSW 2008/97) van de door Burgemeester en Wethouders vastgestelde mandaatregelingen. </al><al/><al><vet>Beleidsregels minimavoorzieningen en bijzondere bijstand Gemeente Den Haag 2015 </vet></al><al/><al><onderstreept>Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag; </onderstreept></al><al/><al>gelet op de artikelen 5,11,12,13,14,15,16,18,35,49 van de Participatiewet; </al><al>gelet op artikel 3.10 van de verordening maatschappelijke ondersteuning; </al><al>gelet op artikel 108 Gemeentewet; </al><al/><al>overwegende, dat zij de zorg hebben voor een doeltreffende voorlichting aangaande de verlening van minimavoorzieningen en bijzondere bijstand; </al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende beleidsregels: de beleidsregels minimavoorzieningen en bijzondere bijstand Gemeente Den Haag 2015 </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>minimavoorzieningen </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen </titel></kop><al>Ingetrokken</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Berekening inkomensgrens minimavoorzieningen </titel></kop><al>Ingetrokken </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inkomstenvrijlating voor minimavoorzieningen </titel></kop><al>Ingetrokken </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitsluitingen recht minimavoorzieningen </titel></kop><al>Ingetrokken </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Normen </titel></kop><al>Ingetrokken </al><al/></artikel><artikel><kop><label/><nr/><titel> Artikel 6 Ooievaarspas </titel></kop><al>Ingetrokken</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Gratis OV oudere minima </titel></kop><al>Ingetrokken </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Collectieve Zorgverzekering </titel></kop><al>Ingetrokken </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>WMO Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten </titel></kop><al>Ingetrokken </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Aanvraagprocedure </titel></kop><al>Ingetrokken </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verstrekking van de voorziening </titel></kop><al>Ingetrokken </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Terugvordering </titel></kop><al>Ingetrokken </al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Individuele bijzondere bijstand </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Algemeen </titel></kop><al>Lid 1.Individuele bijzondere bijstand is kan worden verstrekt als: </al><al>Volgorde: </al><lijst><li nr="1."><al>Er sprake is van noodzakelijke kosten door bijzondere individuele omstandigheden; </al></li><li nr="2."><al>Door bijzondere omstandigheden geen beroep kan worden gedaan op de eigen reserveringscapaciteit voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan; </al></li><li nr="3."><al>Een wettelijke voorliggende voorziening die gelet op haar aard en doel wordt geacht voor de belanghebbende passend en toereikend te zijn ontbreekt; </al></li><li nr="4."><al>Er onvoldoende draagkracht is om in het gevraagde te voorzien uit het inkomen of vermogen. Lid 2. Een geldlening van de gemeentelijke kredietbank en de individuele inkomenstoeslag worden als voorliggende voorzieningen beschouwd voor algemene gebruiksgoederen. </al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan </titel></kop><al>Lid 1. Voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan kan geen individuele bijzondere bijstand worden verstrekt. </al><al>Lid 2. Van lid 1 kan worden afgeweken als door bijzondere omstandigheden reservering achteraf en vooraf niet mogelijk is. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Bijzondere bijstand bij bijzondere omstandigheden </titel></kop><al/><al>In afwijking van het gestelde in artikel 14 van de “Beleidsregels minimavoorzieningen en bijzondere bijstand gemeente Den Haag 2015” kan bijzondere bijstand worden verleend als zich bij de belanghebbende een probleem of cumulatie van problemen voordoet die het maatschappelijk functioneren aantoonbaar ernstig bemoeilijkt of onmogelijk maakt. De bijzondere bijstand levert dan een bijdrage aan het oplossen of hanteerbaar maken van deze problemen. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Dringende Redenen </titel></kop><al>Indien er , naar het oordeel van het college, sprake is van zeer dringende redenen, als bedoeld in artikel 16 van de Participatiewet , kan individuele bijzondere bijstand worden verleend </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Draagkracht </titel></kop><al>Individuele bijzondere bijstand wordt verstrekt onder aftrek van eventueel aanwezige draagkracht. Voorafgaande aan verstrekking van bijzondere bijstand vindt er een draagkrachtberekening plaats. De draagkrachtsystematiek wordt beschreven in de leidraad. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Wijze van verstrekken </titel></kop><al>Lid 1. Individuele bijzondere bijstand voor bijzondere, noodzakelijke kosten wordt verstrekt in de vorm van een gift. </al><al>Lid 2. In afwijking van lid 1 wordt bijzondere bijstand verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht, indien: </al><lijst><li nr="•"><al>de kosten betrekking hebben algemeen noodzakelijke kosten; of </al></li><li nr="•"><al>redelijkerwijs aangenomen kan worden dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende </al></li><li nr=""><al>middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het </al></li><li nr=""><al>bestaan te voorzien; of </al></li><li nr="•"><al>de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van </al></li><li nr=""><al>verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan; of </al></li><li nr="•"><al>de aanvraag een door de belanghebbende te betalen waarborgsom betreft; of </al></li><li nr="•"><al>de bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast betreft. </al></li></lijst><al>Lid 3. Bijzondere bijstand wordt in afwijking van lid 2 verstrekt als gift als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is in het kader van schuldhulpverlening. </al><al>Lid 4. Het college kan het te verstrekken bedrag bijzondere bijstand voor algemeen noodzakelijke kosten bij verwijtbare gedragingen verlagen. </al><al>Lid 5. De geldlening wordt afgelost volgens het percentage van de bijstandsnorm zoals genoemd in de normenlijst. </al><al>Lid 6. Als de debiteur 48 maanden binnen een periode van maximaal 54 maanden, gerekend vanaf de eerste aflossing, aan zijn aflossingsverplichting heeft voldaan wordt het resterende bedrag aan bijzondere bijstand kwijtgescholden. </al><al>Lid 7. Bij verwijtbaar gedrag zal de geldlening in zijn geheel afgelost dienen te worden. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding </titel></kop><al>Lid 1. Deze beleidsregels werken terug tot en met 1 januari 2015. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeertitel </titel></kop><al>Lid 1. Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als de “Beleidsregels minimavoorzieningen en bijzondere bijstand gemeente Den Haag 2015”. </al><al>Lid 3. Aanvragen die zijn ontvangen voor 1 januari 2015 worden beoordeeld op basis van de beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Den Haag 2011 (BSW 2011.56). Aanvragen die zijn ontvangen op of na 1 januari 2015 worden beoordeeld op basis van het nieuwe recht zoals vastgelegd in deze beleidsregels. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Overgangsrecht bij periodieke bijstand </titel></kop><al>Lid 1. Op periodieke bijzondere bijstand is vanaf de inwerkingtreding van deze beleidsregels zoals vermeld in artikel 19 slechts het nieuwe recht van toepassing. </al><al>Lid 2. Op grond van oud recht verstrekte periodieke bijzondere bijstand loopt maximaal tot 1 juli 2015 door, in zoverre het oorspronkelijke toekenningsbesluit geen kortere termijn aanduidt. </al><al>Lid 3. Bij beëindiging van periodieke bijzondere bijstand toegekend bij een besluit waarbij de einddatum ontbreekt of de einddatum van later datum is dan vermeld in lid 2, zal een individuele toets plaatsvinden op grond van het nieuwe recht. </al><al/><al/><al>Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag op 4-2-2015 </al><al/><al>namens deze </al><al/><al>mw. drs. E.M. ten Hoorn Boer </al><al>De algemeen directeur van de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten gelet op hoofdstuk 1.6 artikel 1.2 (kenmerk BSW 2008/97) van de door Burgemeester en Wethouders vastgestelde mandaatregelingen, </al><al/><al/><al/><al/><al><cursief>Toelichting Beleidsregels minimavoorzieningen en bijzondere bijstand gemeente Den Haag 2015 </cursief></al><al/><al>Deze beleidsregels behandelen twee onderwerpen: de individuele bijzondere bijstand zoals bedoeld in artikel 35 lid 1 van de Participatiewet en de overige, inkomensgebonden, minimavoorzieningen van de gemeente Den Haag. </al><al/><al>Met de minimavoorzieningen investeert de gemeente Den Haag in de participatie en de gezondheid van de Haagse minima. Met de individuele bijzondere bijstand wordt voorkomen dat mensen met een laag inkomen door onverwachte, noodzakelijke kosten financieel in de knel komen. </al><al/><al>Hoofdstuk 2: Individuele Bijzondere Bijstand </al><al/><al>Ook mensen met een minimuminkomen moeten reserveren voor voorzienbare kosten, de afweging maken om te maken kosten uit te stellen totdat er voldoende gereserveerd is of de kosten te spreiden over meerdere jaren. Dit lukt echter niet altijd. Er kunnen zich situaties voordoen waarin de te maken noodzakelijke kosten niet uitstelbaar zijn en het inkomen en vermogen ontoereikend is om in deze kosten te voorzien. Voor deze kosten kan dan bijzondere bijstand worden aangevraagd. Uitgangspunt hierbij is maatwerk te bieden met oog voor de situatie waarin de aanvrager verkeert. Individuele Bijzondere Bijstand kan dan overwogen worden. </al><al/><al>Het gemeentelijk kader van de individuele bijzondere bijstand is te vinden in de beleidsregels. De nadere uitwerking is gepubliceerd in de daaruit afgeleide Leidraad. </al><al/><al>Welke kosten komen in aanmerking voor bijzondere bijstand </al><al/><al>Artikel 13 </al><al>Bijzondere bijstand wordt verstrekt als iemand zich geconfronteerd ziet met noodzakelijke, niet uitstelbare kosten die hij niet uit zijn eigen inkomen of vermogen kan betalen. Ook bij een uitkering op bijstandsniveau wordt men geacht te reserveren. De voorliggende vraag is of de kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, het vermogen, het inkomen of via een lening van de Gemeentelijke Kredietbank. </al><al/><al>Als er een andere passende en toereikende mogelijkheid is om in de kosten te voorzien is er geen bijzondere bijstand mogelijk. Dit heet een voorliggende voorziening. Of een voorziening gezien haar aard en doel passend en toereikend is, is afhankelijk van de omstandigheden en mogelijkheden van het individuele geval en wordt mede bepaald wat naar maatschappelijk inzicht aanvaardbaar wordt geacht. Bijstandsverlening is niet aan de orde wanneer binnen een voorliggende voorziening een bewuste beslissing is genomen over de noodzakelijkheid van een voorziening in het algemeen of in een specifieke situatie. Budgettaire overwegingen om bepaalde kosten niet in de voorliggende voorziening op te nemen of overwegingen ten aanzien van de vaststelling van de reikwijdte van de voorliggende voorziening vallen hier dus niet onder. </al><al/><al>Als er sprake is van medische kosten, dan moet een uitputtend beroep op de voorliggende voorzieningen worden gedaan. Tot de voorliggende voorzieningen behoren in ieder geval de AWBZ en de zorgverzekering (basis en aanvullend). Voor niet medische meerkosten ten gevolge van ziekte of handicap, zoals extra stookkosten of kleding, heeft de gemeente Den Haag de tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten. Als de meerkosten de voorliggende voorziening overschrijden kan bijzondere bijstand verstrekt worden. </al><al/><al>Wijze van verstrekken en invordering </al><al/><al>Artikel 14 </al><al>Bijzondere bijstand wordt als gift verstrekt als er sprake is van bijzondere noodzakelijke kosten zoals voor rechtshulp of bewind voering. Voor algemeen noodzakelijke kosten wordt de bijzondere bijstand als lening verstrekt. Dat is bijvoorbeeld het geval bij bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen. Als een aanvrager geen schulden mag maken omdat hij in een wettelijk of minnelijk schuldhulpverleningstraject zit wordt de verstrekking als gift gedaan. Het college kan op basis van de beleidsregels bijzondere bijstand bij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid de bijzondere bijstand voor algemene kosten verlagen. Dit zal wel individueel onderbouwd moeten worden. Het is belangrijk dat er een aannemelijke relatie (causaal verband) bestaat tussen de verwijtbare gedraging en de aanvraag bijzondere bijstand. </al><al/><al>Als tussen het tijdstip van de verwijtbare gedraging en de aanvraagdatum van de bijzondere bijstand meer dan vijf jaar verstreken is zal de uitkering niet worden verlaagd. Een nadere uitwerking en voorbeelden staan in de leidraad. Bij bijzondere bijstand die als lening wordt verstrekt, wordt aangesloten bij het algemene debiteurenbeleid van de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten. Als er geen sprake is van verwijtbaar gedrag wordt het restant van de lening na het aflossen van 48 termijnen van een maand binnen een periode van 54 maanden omgezet naar een gift. Als de aflossingsafspraken niet worden nagekomen en bij ander verwijtbaar gedrag (bijvoorbeeld als het gevraagde niet wordt aangeschaft, wordt het volledige bedrag afgelost. </al><al/><al>Artikel 15 </al><al>Bij indicatie voor verstrekking van bijzondere bijstand wordt op grond van de draagkrachtberekening bepaald welk bedrag de belanghebbende geacht wordt te kunnen reserveren. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de verstrekking bijzondere bijstand. In de leidraad staat de draagkrachtberekening verder toegelicht. </al><al/><al>Bijzondere omstandigheden en dringende redenen </al><al/><al>Bijzondere bijstand is een maatwerkvoorziening. Er kunnen zich bijzondere omstandigheden of dringende redenen voordoen die maken dat in afwijking van de bovenstaande algemene criteria er tóch bijzondere bijstand wordt verstrekt. </al><al/><al>Artikel 16 </al><al>Bij bijzondere omstandigheden, kan bijstand worden verstrekt voor algemeen noodzakelijke kosten als woninginrichting, leges en borg voor een woning. Denk hierbij aan bijvoorbeeld mensen die om medische of sociale redenen plots moeten verhuizen. In de leidraad is opgenomen in welke situaties er in ieder geval sprake is van bijzondere omstandigheden. </al><al/><al>Artikel 17 </al><al>Van bijzondere omstandigheden spreken we ook wanneer zich bij een persoon of huishouden een cumulatie van problemen voordoet die het maatschappelijke en sociale functioneren ernstig bemoeilijken, of zelfs onmogelijk maken. De afweging of er sprake is van een dergelijke situatie moet individueel worden gemaakt. In een aantal gevallen zal hier een Sociaal Casemanager bij betrokken zijn of worden. Het hebben van meervoudige, (on)geregelde schulden of de aanwezigheid van beslagleggingen kan hierbij een rol spelen. </al><al/><al>Artikel 18 </al><al>Zeer dringende redenen kunnen zich voordoen bij een acute noodsituatie. Te weten een situatie die levensbedreigend van aard is of blijvend letsel of invaliditeit tot gevolg kan hebben, waarbij deze situatie op geen enkele andere wijze te verhelpen is dan door het verlenen van bijstand. </al><al/><al>Inwerkingtreding </al><al/><al>Artikel 20 </al><al>Vanaf het moment dat de beleidsregels zijn vastgesteld wordt een aanvraag op basis van de nieuwe beleidsregels beoordeeld. Aanvragen die vóór deze datum zijn gedaan worden op het toen geldende beleid beoordeeld. </al><al/><al>Artikel 21 </al><al>Als er in het geval van periodieke bijzondere bijstand een beëindiging plaatsvindt op grond van deze nieuwe beleidsregels dan moet er met het volgende rekening gehouden worden: bij beëindiging van bijzondere bijstand zonder einddatum moet op grond van jurisprudentie (LJB BN 2674) steeds een individuele toets plaatsvinden. Volgens de aangehaalde uitspraak moet getoetst worden op hoogte van de bijzondere kosten, de noodzaak van deze kosten, op de vraag of deze kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, het vermogen of uit het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.</al><al><plaatje><illustratie naam="1i0d81dc54-8bf4-43f5-94f1-13bef19f7706.jpg" type="foto" breedte="15cm" id="i0d81dc54-8bf4-43f5-94f1-13bef19f7706" hoogte="10.58cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie naam="2i988b98bd-4386-4ff0-a2e7-3e6eb366031e.jpg" type="foto" breedte="15cm" id="i988b98bd-4386-4ff0-a2e7-3e6eb366031e" hoogte="8.14cm"/></plaatje></al></artikel></hoofdstuk><artikel><kop><label/></kop><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al/></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>