<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72057_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nijmegen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-12-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nijmegen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2009/057</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet sociale werkvoorziening, artikel 7, lid 10</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gedelegeerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-06-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Wet sociale werkvoorziening Wsw persoonsgebonden budget begeleid werken gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap Nijmegen e.o. WNO &lt;BREED&gt;</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is op 26 juni 2008 vastgesteld door het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Nijmegen e.o. (Breed). De gemeenteraad van Nijmegen heeft de zienswijze over deze verordening bij besluit van 4 juni 2008 aanvaard.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale
                werkvoorziening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling
                        Werkvoorzieningsschap Nijmegen e.o.;</al><al>gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke
                        Regeling Werkvoorzieningsschap Nijmegen e.o.;</al><al>gelet op artikel 7, tiende lid, van de Wet sociale werkvoorziening;</al><al>overwegende dat het Algemeen Bestuur bij verordening nadere regels dient
                        vast te stellen met betrekking tot het beschikbaar stellen van
                        Persoonsgebonden budgetten begeleid werken.</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>VERORDENING PERSOONSGEBONDEN BUDGET BEGELEID WERKEN WET SOCIALE
                        WERKVOORZIENING</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke
                                regeling Werkvoorzieningsschap Nijmegen e.o.;</al></li><li nr="b."><al>Wsw: de Wet sociale werkvoorziening;</al></li><li nr="c."><al>de wet: de Wet sociale werkvoorziening;</al></li><li nr="d."><al>persoonsgebonden budget begeleid werken: het geheel van periodieke
                                subsidie en vergoedingen dat ten behoeve van de Wsw-geïndiceerde ter
                                beschikking wordt gesteld aan werkgever en een
                                begeleidingsorganisatie teneinde de Wsw-geïndiceerde werkzaamheden
                                te laten verrichten onder aangepaste omstandigheden;</al></li><li nr="e."><al>periodieke subsidie: de loonkostensubsidie en overige aan de
                                werkgever te verstrekken vergoedingen voor structurele kosten;</al></li><li nr="f."><al>alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet
                                sociale werkvoorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De hoogte van de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden
                            uitvoeringskosten</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar vóór 31 december de hoogte vast van de
                        rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten voor elk
                        persoonsgebonden budget begeleid werken dat ter beschikking wordt gesteld
                        voor het daarop volgende kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Invulling voorwaarden adequate arbeidsplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt ten behoeve van iedere Wsw-geïndiceerde die
                            daar overeenkomstig artikel 7 tweede lid recht op heeft, op aanvraag van
                            de Wsw-geïndiceerde een persoonsgebonden budget begeleid werken ter
                            beschikking van werkgever en begeleidingorganisatie, indien werkgever en
                            begeleidingsorganisatie er zorg voor dragen dat de arbeidsplaats voor de
                            Wsw-geïndiceerde adequaat wordt ingevuld en het bedrag van de subsidie
                            en de vergoeding omgerekend op jaarbasis niet meer bedraagt dan het in
                            artikel 7, tweede lid van de wet bedoelde bedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever voldoet aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al>Zijn onderneming staat ingeschreven bij de Kamer van
                                    Koophandel;</al></li><li nr="b."><al>De aangeboden arbeidsplaats en de omvang daarvan zijn, gelet op
                                    de indicatiestelling en mogelijkheden van de SW-geïndiceerde,
                                    als passend aan te merken;</al></li><li nr="c."><al>De duur van het dienstverband bedraagt tenminste 6 maanden, met
                                    een mogelijkheid tot verlenging;</al></li><li nr="d."><al>De werkplek en werkomstandigheden voldoen aan arbo-normen;</al></li><li nr="e."><al>Hij is niet in staat van faillissement en hem is geen surséance
                                    van betaling verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De begeleidingsorganisatie voldoet aan de volgende eisen:</al><lijst><li nr="a)"><al> Heeft aantoonbare kennis en ervaring in het werkveld en/of met
                                    de doelgroep;</al></li><li nr="b)"><al> Is gecertificeerd;</al></li><li nr="c)"><al> Is niet in staat van faillissement en er is geen surséance van
                                    betaling verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien niet voldaan wordt aan de eisen genoemd in dit artikel, wordt de
                            aanvraag afgewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De wijze van vaststelling van de periodieke subsidie aan de
                            werkgever</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur bepaalt op basis van de loonwaarde van de
                            Wsw-geïndiceerde de hoogte van de loonkostensubsidie die aan de
                            werkgever verleend wordt;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan desgewenst de loonwaarde laten vaststellen aan
                            de hand van een loonwaardeonderzoek. Daarbij kan een externe deskundige
                            worden ingeschakeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Herziening van de loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op verzoek van de werkgever kan een loonkostensubsidie worden herzien
                            als hier, gelet op de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit van de
                            werknemer, aanleiding voor is;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De loonkostensubsidie kan ambtshalve, of op advies van de
                            begeleidingsorganisatie, worden gewijzigd als hier gerede aanleiding toe
                            is;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De loonkostensubsidie wordt telkens voor een periode van maximaal 12
                            maanden verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De vergoeding aan de begeleidingsorganisatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en de omvang
                            van het aantal uren begeleiding, wordt door partijen in onderling
                            overleg vastgesteld. Tussentijdse aanpassingen hierin zijn mogelijk
                            indien partijen dit vooraf overeenkomen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De omvang van het aantal uren begeleiding bedraagt maximaal 15% van het
                            aantal te werken uren;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de Wsw-geïndiceerde overeenkomstig artikel 7 lid 4 van de wet
                            verzocht heeft om ondersteuning van een begeleidingsorganisatie bij het
                            zoeken van een begeleid werkenplaats, komen de kosten van een
                            begeleidingsorganisatie in verband hiermee alleen voor vergoeding in
                            aanmerking als dit leidt tot het totstandkomen van een
                            arbeidsovereenkomst;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Alleen de kosten die aantoonbaar daadwerkelijk zijn gemaakt, komen voor
                            vergoeding in aanmerking;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en de omvang van het aantal
                            uren begeleiding wordt door partijen in overleg in ieder geval 12
                            maanden na aanvang dienstverband opnieuw vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten van aanpasing van de
                            omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan een vergoeding verstrekken in de vorm van een
                            eenmalige subsidie, voor de eenmalige kosten van aanpassing van de
                            omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht als blijkt dat
                            aanpassingen op de werkplek noodzakelijk zijn, deze persoonsgerelateerd
                            zijn, en het niet redelijk is dat deze kosten door de werkgever worden
                            gedragen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten voor aanschaf van apparatuur, kosten voor de werkplek en kosten
                            voortvloeiend uit arbowetgeving die de werkgever uit hoofde van normaal
                            en goed werkgeverschap voor iedere werknemer zou moeten maken, komen
                            niet in aanmerking voor vergoeding door het Dagelijks Bestuur;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergoeding wordt alleen verstrekt indien er sprake is van een
                            dienstverband van minimaal 6 maanden;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan een maximumbedrag stellen aan de kosten van de
                            werkplekaanpassing. In het geval de kosten boven dit maximum bedrag
                            uitgaan, wordt de arbeidsplaats niet als passend in de zin van artikel
                            3, tweede lid sub b beschouwd;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur regelt de wijze van uitbetaling van de
                            vergoeding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Indienen van de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een persoonsgebonden budget wordt ingediend door middel
                            van een volledig ingevulde aanvraag. De aanvraag wordt mede-ondertekend
                            door werkgever en de begeleidingsorganisatie;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt ten behoeve van de aanvraag een
                            aanvraagformulier vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur besluit over de aanvraag binnen vier weken na
                            ontvangst van alle benodigde gegevens. Het besluit wordt zowel aan de
                            Wsw-geïndiceerde, de werkgever als de begeleidingsorganisatie
                            medegedeeld;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur kan dit besluit met ten hoogste vier weken
                            verdagen. Het Dagelijks Bestuur stelt de aanvrager hiervan schriftelijk
                            in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Het besluit tot verlenen van de periodieke subsidie</titel></kop><al>Het besluit tot verlening van een periodieke subsidie bevat in ieder
                        geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van de periodieke subsidie en de wijze waarop deze kan
                                worden aangepast;</al></li><li nr="b."><al>wijze van bevoorschotting van de subsidie;</al></li><li nr="c."><al>de verplichtingen van de werkgever.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Het vaststellen van de periodieke subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever verstrekt binnen vier weken na afloop van het kalenderjaar
                            aan het Dagelijks Bestuur een schriftelijke opgave van het door hem in
                            het voorgaande jaar betaalde bruto CAO-loon van de Wsw-geïndiceerde,
                            vermeerderd met alle werkgeverslasten;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Dagelijks Bestuur stelt de periodieke subsidie binnen acht weken na
                            ontvangst van deze opgave vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al>De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling binnen acht weken betaald,
                        onder verrekening van de betaalde voorschotten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verplichtingen van de werkgever</titel></kop><al>De werkgever doet onmiddellijk schriftelijke mededeling aan het Dagelijks
                        Bestuur van alle feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de
                        verstrekking van de subsidie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan nadere regels stellen omtrent het beschikbaar
                        stellen van het persoonsgebonden budget.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen
                        in deze verordening, indien toepassing daarvan tot onbillijkheden van
                        overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                        Dagelijks Bestuur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening persoonsgebonden
                                budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2008.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><al><vet>Algemene Toelichting</vet></al><al>De Wet sociale Werkvoorziening (Wsw), geldend vanaf 1 januari 2008, bepaalt
                        dat gemeenten de verplichting hebben in een verordering regels vast te
                        stellen voor het toekennen van zogenaamde Persoonsgebonden budgetten.
                        Daarbij gaat het om regels over de wijze waarop de hoogte van de periodieke
                        subsidie aan de werkgever dient te worden vastgesteld, over de hoogte van de
                        gemeentelijke uitvoeringskosten, over vergoeding voor de
                        werkplekaanpassingen en over de voorwaarden waaronder de gemeente een door
                        de Wsw-geïndiceerde zelf aangewezen begeleidingsorganisatie inschakelt. De
                        gemeenteraden dienen hiertoe regels vast te stellen.</al><al>De regiogemeenten Nijmegen, Beuningen, Druten, Groesbeek, Heumen, Millingen
                        aan de Rijn, Ubbergen, West Maas en Waal en Wijchen hebben hun bevoegdheden
                        in het kader van de Wsw overgedragen aan het Werkvoorzieningschap Nijmegen
                        e.o (Breed). Dat heeft tot gevolg dat het Algemeen Bestuur van het
                        Werkvoorzieningschap bevoegd is deze regels vast te stellen. Het Algemeen
                        Bestuur heeft, nadat de gemeenteraden van de aangesloten gemeenten om hun
                        zienswijze is gevraagd, deze verordening vastgesteld.</al><al>Het bijzondere aan dit Persoonsgebonden budget (PGB) is dat het bestemd is
                        voor de Wsw-geïndiceerde, maar dat het budget uitgekeerd wordt aan de
                        werkgever die de Wsw-geïndiceerde aangepaste arbeid biedt en aan de
                        begeleidingsorganisatie die de Wsw-geïndiceerde helpt bij het verkrijgen en
                        het behouden van deze arbeid.</al><al>De volgende Wsw-geïndiceerden komen in aanmerking voor een PGB: alle
                        geïndiceerden met een dienstverband bij Breed (dus ook de gedetacheerde
                        werknemers) en de Wsw-geïndiceerden die feitelijk aan de beurt zijn voor
                        plaatsing vanaf de wachtlijst (conform het fifo-principe).</al><al>Het PGB wordt door de Wsw-geïndiceerde samen met de begeleidingsorganisatie
                        en de werkgever aangevraagd. Er worden eisen gesteld aan de werkgever en aan
                        de begeleidingsorganisatie. Als niet aan de vereisten wordt voldaan, dan
                        wordt het PGB afgewezen.</al><al>Hieronder volgt een artikelgewijze toelichting van de verordening. Alleen de
                        artikelen die daadwerkelijk toelichting behoeven, worden toegelicht.</al><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In artikel 1 is een beperkt aantal begrippen opgenomen, omdat de wet
                        voldoende duidelijk is over gehanteerde termen en begrippen. Een
                        uitgebreide(re) begrippenlijst is derhalve overbodig. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Het Algemeen Bestuur bepaalt jaarlijks voor 31 december welke
                        uitvoeringskosten het toekennen van een PGB aan een Wsw-geïndiceerde met
                        zich meebrengt. De wet geeft niet aan wat precies onder uitvoeringskosten
                        moet worden verstaan. Het moet in ieder geval gaan om kosten die
                        rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden zijn (artikel 7, tweede lid,
                        onderdeel b, Wsw). Daarbij kan worden gedacht aan kosten in verband met de
                        volgende activiteiten:</al><lijst><li nr="-"><al>het beoordelen van aanvragen voor een PGB;</al></li><li nr="-"><al>de administratieve handelingen in verband met het verstrekken van
                                subsidies en vergoedingen in het kader van het PGB;</al></li><li nr="-"><al>het monitoren van het begeleid werken met een PGB; het tussentijds
                                bepalen van loonwaarde;</al></li><li nr="-"><al>het voeren van (tussentijdse) gesprekken met begeleidingsorganisatie
                                en werkgever.</al></li></lijst><al>De uitvoeringskosten worden afgetrokken van het bedrag dat de gemeente
                        (gemiddeld) per Wsw-geïndiceerde van het rijk ontvangt, waarbij ook rekening
                        wordt gehouden met de mate van arbeidshandicap. Het bedrag dat de gemeente
                        (gemiddeld) per Wsw-geïndiceerde van het rijk ontvangt minus de (gemiddelde)
                        uitvoeringskosten per Wsw-geïndiceerde levert het bedrag op dat het Algemeen
                        Bestuur in beginsel beschikbaar heeft voor een PGB. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Het PGB bestaat uit een subsidie voor loonkosten, een vergoeding voor
                        begeleidingskosten en een eventuele subsidie voor werkplekaanpassing. Het
                        PGB is ten behoeve van de Wsw-geïndiceerde maar wordt uitgekeerd aan de
                        werkgever en de begeleidingsorganisatie. Alleen de Wsw-geïndiceerde die
                        volgens de wachtlijstregels aan de beurt is voor plaatsing, komt voor een
                        PGB in aanmerking. Indien de Wsw-geïndiceerde nog niet aan de beurt is,
                        wordt de aanvraag afgewezen.</al><al>Het Dagelijks Bestuur zal bij elke aanvraag van een PGB moeten beoordelen of
                        de inpassing in de arbeid van betrokkene, met inbegrip van begeleiding op
                        zijn werkplek adequaat door de werkgever wordt verzorgd (artikel 7, eerste
                        lid, Wsw). In verband hiermee zijn er door het Algemeen Bestuur eisen
                        gesteld aan de werkgever, de door hem aangeboden werkplek en aan de
                        begeleidingsorganisatie. Wat betreft de werkplek is onder andere bepaald dat
                        het dienstverband voor de duur van minimaal 6 maanden moet worden aangegaan.
                        Bij het stellen van (kwaliteits)eisen aan begeleidingsorganisaties, is
                        rekening gehouden met de vrije keuze van de Wsw-geïndiceerde alsmede met het
                        feit dat de begeleidingorganisatie een bepaalde kwaliteit moet bieden.</al><al>In lid 1 van dit artikel is tevens bepaald dat het totale PGB niet hoger kan
                        zijn dat het bedrag dat het Rijk per geïndiceerde aan subsidie verleent
                        minus de uitvoeringskosten zoals bedoeld in artikel 2 van deze verordening.
                        Indien het bedrag dat aangevraagd wordt voor de loonkosten, de kosten voor
                        werkplekaanpassing en de begeleidingskosten hierboven uitkomt, wordt de
                        subsidie afgewezen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Het doel van de loonkostensubsidie is het verstrekken van een tegemoetkoming
                        in de loonkosten in verband met de geringere arbeidsproductiviteit van de
                        Wsw-geïndiceerde. Om te kunnen bepalen wat de hoogte van de
                        loonkostensubsidie moet zijn, is inzicht nodig in de verdiencapaciteit
                        (loonwaarde) van de betrokken Wsw-geïndiceerde. Inde praktijk kan de
                        hoogte van de loonkostensubsidie in onderling overleg worden bepaald.
                        Daarbij wordt in veel gevallen overigens gebruik gemaakt van bestaande
                        methodieken voor inschatting van de loonwaarde. Ook het functieprofiel van
                        de te vervullen functie en het daarbij behorende (CAO-)loon maken vaak deel
                        uit van dit proces.</al><al>Het verstrekken van subsidies aan werkgevers kan onder bepaalde
                        omstandigheden vallen onder staatssteun (die op grond van Europese
                        regelgeving verboden is). Voor het verstrekken van loonkostensubsidies aan
                        werkgevers die Wsw-geïndiceerden in dienst hebben is de Europese
                        Vrijstellingsverordening werkgelegenheidssteun van belang. Deze Europese
                        verordening staat toe dat maximaal 60% van de loonkosten wordt gesubsidieerd
                        zonder dat daaraan een individuele loonwaardebepaling ten grondslag
                        ligt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>De productiviteit van een Wsw-geïndiceerde kan wijzigen, als deze persoon
                        langer op een begeleid werkenplek werkzaam is. Als dat het geval is, kan de
                        loonkostensubsidie worden aangepast. De werkgever kan dan, als de
                        productiviteit c.q. verdiencapaciteit van de werknemer minder wordt, na
                        overleg en met instemming van de werknemer, een verzoek indienen om de
                        loonkostensubsidie te herzien. De werkgever moet zijn verzoek om herziening
                        met redenen omkleden. Ook de begeleidingsorganisatie kan aanleiding zien om
                        een herziening aan te vragen. Zij hebben immers niet hetzelfde belang als de
                        werkgever en stellen meer het belang van de geïndiceerde voorop.</al><al>Ook ambtshalve kan het Dagelijks Bestuur, als er een gerede aanleiding is
                        voor een (tussentijdse) aanpassing van de subsidie, een hernieuwde
                        beoordeling voor de hoogte van het subsidie doen. Dit zal zich overigens
                        alleen in uitzonderlijke gevallen voordoen, bijvoorbeeld als er sprake is
                        van kennelijke onredelijkheid bij handhaving van een bestaande situatie.
                        Zolang de productiviteit c.q. verdiencapaciteit van de Wsw-geïndiceerde niet
                        voldoet aan standaardnorm bij de werkgever, kan subsidie worden verleend.
                        Echter gezien het feit dat bekend is dat de productiviteit/verdiencapaciteit
                        na verloop van tijd kan toenemen, is in dit artikel vastgelegd dat de
                        loonkostensubsidie jaarlijks opnieuw moet worden beoordeeld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Omdat de vergoedingen aan begeleidingsorganisaties op basis van een
                        overeenkomst plaatsvinden en in feite de uitkomst is van overleg hierover,
                        is hierover niets naders in de verordening opgenomen. Het Dagelijks Bestuur
                        kan verdere voorwaarden opnemen in eigen richtlijnen of hierover
                        onderhandelen. In ieder geval is in het tweede lid van dit artikel opgenomen
                        dat het aantal uren begeleiding maximaal 15% van het aantal te werken uren
                        mag zijn. Op basis van ervaringsgegevens blijkt dat de omvang van het aantal
                        uren aan begeleiding in de tijd kan variëren, afhankelijk van de behoefte
                        hieraan en de aard van de handicap. Partijen (het Dagelijks Bestuur,
                        Wsw-geïndiceerde en begeleidingsorganisatie) moeten het hier uiteraard wel
                        over eens zijn en van tevoren met elkaar afspreken dat periodieke evaluaties
                        over aanpassingen in de omvang van het aantal begeleidingsuren plaats
                        vinden. In ieder geval dient er elke 12 maanden geëvalueerd te worden. Dit
                        gezien de verwachting dat de Wsw-geïndiceerde in de loop der tijd minder
                        begeleiding nodig heeft. Op die manier kan maatwerk in de begeleiding worden
                        geleverd.</al><al>In het tweede lid is opgenomen het zoeken naar een werkplek pas te honoreren
                        als dit ook daadwerkelijk leidt tot een arbeidsovereenkomst (no cure, no
                        pay). Het stelsel van de PGB gaat uit van de veronderstelling dat een
                        SW-geïndiceerde zelf met een werkgever aankomt. In de praktijk komt het
                        echter voor dat de begeleidingsorganisatie, c.q. het reïntegratiebedrijf,
                        eerst een werkplek moet gaan zoeken, omdat die op voorhand niet beschikbaar
                        is. Art. 7 lid 4 van de wet geeft dit ook aan. Lukt het zoeken van een
                        werkplek niet, of niet tijdig, en er zou toch voor die dienst moeten worden
                        betaald, dan kan dit vanuit financieel oogpunt ongewenst zijn. Vandaar de no
                        cure, no pay bepaling in lid 2.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>De verordening dient regels te bevatten die betrekking hebben op de
                        voorwaarden waaronder het Dagelijks Bestuur aan de werkgever een vergoeding
                        (subsidie) verstrekt voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing
                        van de omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht (artikel 7, tiende
                        lid, Wsw). Dit artikel vormt de uitwerking van deze verplichting.</al><al>Het eerste lid bepaalt dat een eenmalige vergoeding voor de
                        werkplekaanpassingen kan worden verstrekt. Het gaat hierbij niet persé om
                        aanpassingen van bouwkundige aard maar ook om (aangepaste) apparatuur die
                        een Wsw-geïndiceerde ook kan gebruiken bij een andere werkgever.</al><al>Het derde lid stelt een minimale duur aan het dienstverband dat de werkgever
                        met de betrokken Wsw-geïndiceerde moet aangaan alvorens tot investeringen
                        wordt overgegaan, namelijk 6 maanden. </al><al>Het Dagelijks Bestuur kan een maximum stellen aan de hoogte van de
                        werplekaanpassingen. Als de kosten van de werkplekaanpassing dit maximum
                        overschrijden, wordt het PGB afgewezen. Het vijfde lid bepaalt dat het
                        Dagelijks Bestuur de wijze van uitbetaling van de vergoeding regelt. Daarbij
                        kan worden gedacht aan de termijnen van betaling.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>De Wsw-geïndiceerde zal het PGB moeten aanvragen. Omdat begeleid werken met
                        een PGB leidt tot een subsidierelatie met de werkgever (in verband met het
                        verstrekken van een periodieke subsidie) en een contractrelatie met de
                        begeleidingsorganisatie (in verband met het verstrekken van een periodieke
                        vergoeding), zullen ook de werkgever en de begeleidingsorganisatie van de
                        Wsw-geïndiceerde de aanvraag moeten ondertekenen.</al><al>Op basis van de aanvraag beslist het Dagelijks Bestuur vervolgens of een
                        periodieke subsidie aan de werkgever en een periodieke vergoeding aan de
                        begeleidingsorganisatie worden verstrekt en voor welke bedragen. Vervolgens
                        vindt de verstrekking van de periodieke subsidie aan de werkgever plaats op
                        basis van een beschikking, en de verstrekking van een periodieke vergoeding
                        aan de begeleidingsorganisatie op basis van een overeenkomst.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Met het vaststellen van de subsidie wordt de subsidieverstrekking voor het
                        betreffende kalenderjaar afgerond. De hoogte van het subsidiebedrag voor dat
                        jaar wordt definitief vastgesteld. Om de subsidie te kunnen vaststellen,
                        dient de werkgever een schriftelijke opgave te doen van het door hem in het
                        voorgaande jaar betaalde bruto CAO-loon van de Wsw-geïndiceerde, vermeerderd
                        met alle werkgeverslasten.</al></divisie><al/><al/><al><cursief>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur van de
                        Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningsschap Nijmegen e.o. op 26 juni
                        2008,</cursief></al><al><cursief>De voorzitter, P.F.G. Depla</cursief></al><al><cursief>De secretaris, G.W.J. Hendriks (vice voorzitter)</cursief></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>