<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR72009_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen raads- en commissieleden, wethouders en                raadsfracties</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerenveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerenveen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerenveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">22-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen raads- en commissieleden, wethouders en raadsfracties</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 44, 66, 95 t/m 99 en 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit wethouders</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-12-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2006-03-16</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>gewijzigde regeling toevoeging art. 3, lid 3 en art. 35, lid 3 per 29 maart 2007</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening werkt voor wat betreft de artikelen 1 tot en met 13 en 25 tot en met 27 terug tot en met 16 maart 2006 en voor wat betreft de artikelen 15 tot en met 24 ten aanzien van de op 24 april 2006 beëdigde wethouders terug tot en met de dag van hun beëdiging. Artikel 14 werkt terug tot en met 11 oktober 2006. De artikelen 35 tot en met 37 werken voor zover het de op 24 april 2006 beëdigde wethouders betreft terug tot en met de dag van hun beëdiging.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-36108</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-36109</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-36110</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>
      Verordening voorzieningen raads- en commissieleden, wethouders en
                raadsfracties
    </intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Inleiding</vet></al><al>De regeling van de rechtspositie van wethouders, raadsleden en leden van
                        gemeentelijke commissies vindt op drie of vier niveaus plaats, te weten bij
                        wet, AMvB, ministeriële regeling (alleen burgemeester en wethouders) en
                        gemeentelijke verordening. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere
                        invulling van de rechtspositie van wethouders, raads- en commissieleden moet
                        worden geregeld bij AMvB. Daartoe zijn tot stand gekomen het
                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en het Rechtspositiebesluit
                        wethouders. In deze wetten en nadere regelgeving zijn alle voor de
                        rechtspositie van belang zijnde onderwerpen geregeld. Een aantal
                        voorzieningen, zoals de hoogte van de bezoldiging en de verschillende
                        onkostenvergoedingen, zijn in de rechtspositiebesluiten overwegend dwingend
                        geregeld. Voor secundaire voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een regeling
                        voor de kinderopvang en de uitkering bij aftreden als raadslid, geldt dat de
                        gemeente de vrijheid heeft om deze voorzieningen te treffen en vast te
                        leggen in een verordening.</al><al/><al>Een uitgebreide toelichting op de arbeidsverhouding van wethouders en
                        raadsleden is opgenomen in de bijlage bij deze verordening.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="d."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van
                                    26 januari 2006 Stcrt. 24 als bedoeld in artikel 22 en 23 van
                                    het Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li><li nr="e."><al>Raadslid: lid van gemeenteraad;</al></li><li nr="f."><al>Verplaatsingskostenbesluit 1989: het Koninklijk Besluit van 6
                                    oktober 1989, Stb. 424; </al></li><li nr="g."><al>Raadsfractie: een lid of leden van de raad die zich hebben
                                    verenigd tot een groep.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend
                            die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 2, eerste lid van het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag
                            jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
                            wordt herzien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het raadslid wordt een onkostenvergoeding voor aan de
                                    uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten toegekend
                                    die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 2, derde lid
                                    van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit
                                    bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                    Koninkrijksrelaties wordt vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Aan een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel
                                    4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964
                                    voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt
                                    aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste lid een
                                    onkostenvergoeding toegekend die gelijk is aan het bedrag,
                                    vermeld in artikel 2, vierde lid van het Rechtspositiebesluit
                                    raads- en commissieleden, zoals dit bedrag jaarlijks door de
                                    minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt
                                    vastgesteld. </al></li><li nr="3."><al>Aan het raadslid wordt een bedrag toegekend als tegemoetkoming
                                    in de verzekering van ziektekosten zoals vastgelegd in artikel
                                    11 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is
                                    geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en
                                    3, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar
                                    raadslid is geweest.</al></li><li nr="2."><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                    geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met
                                    reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van
                                    een beslissing van het gemeentebestuur worden aan het raadslid
                                    vergoed.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                            (trein)taxi: een volledige vergoeding van de in
                                            redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets:
                                            een vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk
                                            gemaakte reiskosten overeenkomstig het bepaalde in
                                            artikel 4 van de Regeling rechtspositie wethouders. 4
                                        </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid
                            vergoed overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de
                            Regeling rechtspositie wethouders. 5</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Buitenlandse reizen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het raadslid in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                    Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijk
                                    reis- en verblijfkosten vergoed.</al></li><li nr="2."><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland is
                                    vooraf toestemming van de gemeenteraad vereist.</al></li><li nr="3."><al>De reis wordt in alle gevallen door of vanwege de gemeente
                                    georganiseerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen,
                                    congressen, seminars en symposia die in het gemeentebelang door
                                    of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor
                                    rekening van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                                    of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt
                                    aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag
                                    in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en
                                    een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de
                                    gemeente als deelname van belang is in verband met de vervulling
                                    van het raadslidmaatschap. 6 </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Computer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het raadslid wordt voor de uitoefening van het
                                    raadslidmaatschap op aanvraag een computer met bijbehorende
                                    randapparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld.
                                </al></li><li nr="2."><al>Het raadslid ondertekent voor de bruikleen een
                                    bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                    vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Spaarloonregeling</titel></kop><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en
                            onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van
                            die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, kan op aanvraag deelnemen
                            aan de voor het gemeentepersoneel geldende spaarloonregeling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>Op aanvraag verlaagt het college de vergoeding voor de werkzaamheden,
                            bedoeld in artikel 2, in het geval een raadslid een uitkering ontvangt
                            in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. 8 </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                    Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van
                                    die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                    uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in
                                    artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het
                                    raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de
                                    gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.</al></li><li nr="2."><al>In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het
                                    Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel ontvangt
                                    en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit
                                    ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het
                                    uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in
                                    artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het
                                    raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de
                                    gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                gemeenteraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer
                                    dan 30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de
                                    gemeenteraad waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag
                                    van 8% van de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de
                                    werkzaamheden over de tijd van de waarneming.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van
                                    de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vervanging raadsleden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid kan een verzoek indienen tijdelijk te worden
                                    ontslagen op grond van de volgende redenen:</al><lijst><li nr="a."><al>zwangerschap en bevalling, waarbij de ingangsdatum ligt
                                            tussen ten hoogste zes en ten minste vier weken voor de
                                            vermoedelijke datum van de bevalling;</al></li><li nr="b."><al>het wegens ziekte niet in staat zijn de uitoefening van
                                            het lidmaatschap binnen acht weken te hervatten.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verzoek dient ondersteund te worden door een verklaring van
                                    een arts of verloskundige.</al></li><li nr="3."><al>Het verzoek wordt niet gehonoreerd als het tijdstip waarop dit
                                    gedaan wordt ligt binnen een periode van zestien weken voor het
                                    einde van de zittingsduur.</al></li><li nr="4."><al>Het lidmaatschap herleeft van rechtswege met ingang van de dag
                                    waarop zestien weken zijn verstreken sinds de dag van ingang van
                                    het tijdelijk ontslag.</al></li><li nr="5."><al>Ten hoogste drie maal per zittingsperiode kan tijdelijk ontslag
                                    als bedoeld in het eerste lid worden verleend.</al></li><li nr="6."><al>Tijdens het tijdelijk ontslag behoudt het raadslid de
                                    raadsvergoeding en de helft van de onkostenvergoeding.</al></li><li nr="7."><al>De voorzitter van het centraal stembureau benoemt een vervanger
                                    voor de plaats die is opengevallen als gevolg van een tijdelijk
                                    ontslag. De hoofdstukken V en W van de Kieswet zijn van
                                    toepassing, waarbij de benoeming uiterlijk op de tiende dag na
                                    de dagtekening van de kennisgeving van benoeming wordt
                                    aangenomen. 12</al></li><li nr="8."><al>De vervanger ontvangt de volledige raadsvergoeding en de
                                    volledige onkostenvergoeding zoals in deze verordening is
                                    vastgelegd. Ook de overige voorzieningen zijn voor de vervanger
                                    van toepassing.</al></li><li nr="9."><al>De artikelen 9 en 10 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                    commissieleden zijn niet van toepassing op de vervanger. 13
                                </al></li><li nr="10."><al>Degene die als vervanger is benoemd, houdt op lid te zijn met
                                    ingang van de dag waarop zestien weken zijn verstreken sinds de
                                    dag van ingang van het tijdelijk ontslag, onverminderd de
                                    mogelijkheid dat het vervangende lidmaatschap op eerder tijdstip
                                    eindigt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de wethouder wordt een onkostenvergoeding toegekend voor
                                    overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten die
                                    gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 25, eerste lid, van
                                    het Rechtspositiebesluit wethouders, zoals dit bedrag jaarlijks
                                    door de minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties
                                    wordt herzien.</al></li><li nr="2."><al>Aan de wethouder van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel
                                    4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964
                                    voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt
                                    aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste lid een
                                    onkostenvergoeding toegekend die gelijk is aan het bedrag,
                                    vermeld in artikel 25, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit
                                    wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de wethouder wordt een vergoeding verleend voor gemaakte
                                    reiskosten ten behoeve van de gemeente. De vergoeding
                                    betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                            (trein)taxi: vergoeding van de in redelijkheid
                                            noodzakelijk gemaakte reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets: de
                                            vergoeding als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de
                                            Regeling rechtspositiebesluit wethouders. 14 </al></li><li nr="c."><al>een vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk
                                            gemaakte verblijfkosten.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Dienstauto</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan voor reizen ten behoeve van de gemeente gebruik
                                    maken van een dienstauto met of zonder chauffeur. Onder
                                    dienstauto wordt voor de toepassing van dit artikel ook verstaan
                                    een door de gemeente ingehuurde auto.</al></li><li nr="2."><al>De dienstauto met of zonder chauffeur kan door de wethouder ook
                                    worden gebruikt voor het reizen ten behoeve van nevenfuncties
                                    die de wethouder vervult uit hoofde van zijn ambt.</al></li><li nr="3."><al>Indien de wethouder voor reizen ten behoeve van het in het
                                    tweede lid bedoelde nevenfuncties gebruik maakt van de
                                    gemeentelijke dienstauto en daarvoor van een derde ook een
                                    vergoeding van reiskosten ontvangt wordt die vergoeding in de
                                    gemeentelijke kas gestort.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten
                                    Nederland maakt, worden de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte
                                    reis- en verblijfkosten vergoed. </al></li><li nr="2."><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, is
                                    vooraf toestemming van het college vereist. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen,
                                    congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang
                                    door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen
                                    voor rekening van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar
                                    of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt
                                    aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag
                                    in bij de gemeentesecretaris. De aanvraag gaat vergezeld van
                                    inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten
                                    komen voor rekening van de gemeente als deelname van belang is
                                    in verband met de uitoefening van het ambt van wethouder. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de wethouder wordt voor de uitoefening van zijn ambt op
                                    aanvraag een computer met bijbehorende randapparatuur en
                                    software in bruikleen ter beschikking gesteld.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met
                                    de gemeente.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                    vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de wethouder wordt voor de uitoefening van zijn ambt op
                                    aanvraag een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking
                                    gesteld.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met
                                    de gemeente.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                    vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het
                                    gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling of
                                    levensloopregeling.</al></li><li nr="2."><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de
                                    wethouder gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling als
                                    bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964,
                                    terwijl deelname aan de levensloopregeling niet mogelijk is als
                                    gebruik gemaakt worden van de spaarloonregeling.</al></li><li nr="3."><al>De wethouder kan jaarlijks voor 1 januari kiezen voor spaarloon-
                                    of levensloopregeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1
                                    van de ministeriële regeling als bedoeld in artikel 22, tweede
                                    lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de ministeriële
                                    regeling als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Kinderopvang</titel></kop><al>De wethouder ontvangt een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang
                            die in verband met de vervulling van het ambt van wethouder noodzakelijk
                            is, overeenkomstig de ter zake voor het gemeentelijk personeel geldende
                            kinderopvangregeling. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het lid van een raadscommissie ontvangt voor het bijwonen van de
                                    vergaderingen van een raadscommissie een vergoeding die gelijk
                                    is aan het bedrag, vermeld in artikel 14 van het
                                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag
                                    jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                    Koninkrijksrelaties wordt herzien.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene
                                    die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de
                                    werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet
                                    ontvangt.</al></li><li nr="3."><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
                                    commissie</al><lijst><li nr="a."><al>als raadslid of wethouder;</al></li><li nr="b."><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van
                                            een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van
                                            een functie bij een instelling die grotendeels van
                                            overheidswege wordt gesubsidieerd;</al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
                                            organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van
                                            de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk
                                            belang dient.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een
                                    hogere vergoeding vaststellen ten aanzien van:</al><lijst><li nr="a."><al>een lid van een commissie die op grond van zijn
                                            bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied
                                            van de commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is
                                            aangetrokken, en</al></li><li nr="b."><al>een lid van een commissie ten aanzien waarvan de
                                            vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke
                                            verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de
                                            omvang van de door hem te verrichten arbeid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan het lid van een commissie die geen raadslid of wethouder is
                                    en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de
                                    commissie is benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van
                                    de vergaderingen van de commissie vergoed. De vergoeding
                                    betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbaar vervoer: een volledige
                                            vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                            reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding
                                            van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                            overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b,
                                            van de Regeling rechtspositie wethouders. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in
                                    redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                                    reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente vergoed
                                    overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de
                                    Regeling rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad kan een commissie uit gemeenteraad toestemming
                                    verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. De
                                    gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of
                                    vanwege de gemeente georganiseerd.</al></li><li nr="3."><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                    rekening van de gemeente.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Voorzieningen voor raadsfracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Vergoedingen raadsfracties</titel></kop><al>Bij verordening kan aan de fracties in de raad, een vergoeding worden
                            toegekend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door </al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente; of
                                </al></li><li nr="c."><al>een gemeentelijke creditcard 18</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5 tot
                                    en met 7, 16 tot en met 18, 23, 26 en 27 wordt gebruik gemaakt
                                    van een declaratieformulier, waarvan het model door het college
                                    is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit
                                    zijn betaald.</al></li><li nr="2."><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend
                                    en binnen twee maanden onder bijvoeging van de originele
                                    bewijsstukken ingediend bij</al><lijst><li nr="•"><al>de gemeentesecretaris indien het een wethouder
                                            betreft;</al></li><li nr="•"><al>de griffier indien het een raadslid betreft.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 8, 16 tot en
                                    met 20, 23 en 28 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending
                                    van de door het raadslid of de wethouder, voor akkoord
                                    ondertekende factuur aan de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door
                                    accordering via het financiële systeem dat in de gemeentelijke
                                    organisatie wordt gebruikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Gebruik creditcard</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding van kosten als bedoeld in de artikelen 16, 18 en
                                    23 kan plaatsvinden door gebruikmaking van de gemeentelijke
                                    creditcard.</al></li><li nr="2."><al>Een gemeentelijke creditcard wordt de wethouder op aanvraag in
                                    bruikleen ter beschikking gesteld voor het doen van uitgaven die
                                    voor vergoeding of tegemoetkoming ten laste van de gemeente in
                                    aanmerking komen. Aan de verstrekking van de creditcard kunnen
                                    voorwaarden worden verbonden.</al></li><li nr="3."><al>De gemeentesecretaris draagt zorg voor de aanvraag, verstrekking
                                    en intrekking van gemeentelijke creditcards. Bij de aanvraag
                                    wordt aangegeven of een persoonlijke pincode voor het opnemen
                                    van contant geld gewenst wordt.</al></li><li nr="4."><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door
                                    factuur met creditcardbon, binnen twee maanden aan te leveren
                                    bij de gemeentesecretaris.</al></li><li nr="5."><al>Na accordering door de gemeentesecretaris wordt de factuur met
                                    creditcardbon verzonden naar de afdeling Interne
                                    Dienstverlening, Team Registratie.</al></li><li nr="6."><al>Bij beëindiging van het ambt van wethouder wordt de creditcard
                                    onverwijld ingeleverd.</al></li><li nr="7."><al>Verlies of diefstal van de creditcard wordt direct gemeld bij de
                                    betreffende creditcardmaatschappij en zo spoedig mogelijk ook
                                    bij de gemeente. Het eigen risico bij verlies en diefstal komt,
                                    mits voldaan is aan de daarvoor geldende regels, voor rekening
                                    van de gemeente.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>Met ingang van de datum bedoeld in artikel 35, lid 1 vervalt de
                            “Verordening voorzieningen Raadsleden, Wethouders, Commissieleden,
                            Burgemeester, Gemeentesecretaris, Raadsgriffier en Raadsfracties
                            2002.”</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening voorzieningen raads-
                            en commissieleden, wethouders en raadsfracties 2006.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na vaststelling
                                    door de raad.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening werkt voor wat betreft de artikelen 1 tot en
                                    met 13 en 25 tot en met 27 terug tot en met 16 maart 2006 en
                                    voor wat betreft de artikelen 15 tot en met 24 ten aanzien van
                                    de op 24 april 2006 beëdigde wethouders terug tot en met de dag
                                    van hun beëdiging. Artikel 14 werkt terug tot en met 11 oktober
                                    2006. De artikelen 35 tot en met 37 werken voor zover het de op
                                    24 april 2006 beëdigde wethouders betreft terug tot en met de
                                    dag van hun beëdiging.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening werkt voor wat betreft artikel 3, lid 3 terug
                                    tot en met 16 maart 2006.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 december 2006.</al></slotformulering><ondertekening>
          De griffier,
        </ondertekening><ondertekening>
          De voorzitter,
        </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label/><nr/><titel>Voetnoten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeente is vrij om de hoogte van de vergoeding te bepalen. Wel is in
                            het Rechtspositiebesluit een maximum bedrag opgenomen. In artikel 2 is
                            de hoogte van de vergoeding bepaald op het maximale bedrag.</al></li><li nr="2."><al>Ook de hoogte van de onkostenvergoeding is gesteld op het maximumbedrag.
                            De vergoeding is opgebouwd op basis van de volgende kostencomponenten:
                            representatie, vakliteratuur, contributies/lidmaatschappen,
                            telefoonkosten, bureaukosten/porti, zakelijke giften, bijdrage aan
                            fractiekosten, ontvangsten thuis, excursies. </al></li><li nr="3."><al>De vaste kostenvergoeding kan niet onbelast worden verstrekt. Om netto
                            het bedrag van de vaste kostenvergoeding gelijk te houden is deze
                            gebruteerd tegen het belastingtarief van 52%. Deze brutering heeft geen
                            betrekking op raadsleden die niet hebben geopteerd voor het
                            loonbelastingregime.</al></li><li nr="4."><al>In de verordening is aansluiting gezocht bij de vergoedingen uit de
                            Regeling rechtspositie wethouders. Tot 2004 werd verwezen naar de
                            Reisregeling Binnenland, maar sinds 1 januari 2004 zijn voor politieke
                            ambtsdragers specifieke regelingen opgesteld, waardoor de minister van
                            Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de mogelijkheid heeft meer op
                            het ambt toegespitste vergoedingen op te stellen. Om deze reden wordt
                            verwezen naar de Regeling rechtspositie wethouders. Voor raadsleden die
                            niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de verstrekte
                            vergoedingen bij de aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten
                            worden verantwoord. De reiskosten kunnen binnen de geldende
                            randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten kunnen worden opgevoerd.
                            Dit geldt voor alle vergoedingen die in principe belastingvrij vergoed
                            worden.</al></li><li nr="5."><al>De vergoeding van de reiskosten met het openbaar vervoer is onbelast. De
                            kilometervergoeding is onbelast tot het fiscaal bepaalde maximum en zijn
                            voor het hogere deel belast.</al></li><li nr="6."><al>Voor cursussen e.d. op eigen initiatief gelden aanvullende voorwaarden.
                            Hierbij kan de fractievoorzitter een rol spelen en aangeven dat hij de
                            aanvraag ondersteunt. De in dit artikel bedoelde cursussen en congressen
                            hebben een zakelijk karakter en zijn aan te merken als beroepskosten
                            waarvan de vergoeding c.q. verstrekking van loonbelasting is
                            vrijgesteld.</al></li><li nr="7."><al>Een computer kan alleen onbelast vergoed, verstrekt of ter beschikking
                            gesteld worden, indien deze geheel of nagenoeg geheel zakelijk wordt
                            gebruikt. Door de verstrekte laptops te vergrendelen (men kan geen eigen
                            software toevoegen of eigen apparaten aansluiten) kan de gemeente
                            richting belastingdienst aantonen dat deze uitsluitend zakelijk gebruikt
                            worden.</al></li><li nr="8."><al>In de WAO en de WIA geldt het algemene principe dat als iemand inkomen
                            uit arbeid ontvangt, dit in de regel zal leiden tot verlaging of
                            intrekking van de uitkering. Voor raads- en commissieleden kan dit ertoe
                            leiden dat een geringe verhoging van het inkomen door de vergoeding voor
                            de werkzaamheden een grote teruggang betekent voor de hoogte van de
                            uitkering als gevolg van de anticumulatieregeling. Door een lagere
                            vergoeding voor de werkzaamheden te geven kan dit voorkomen worden.</al></li><li nr="9."><al>Artikel 20 van de Werkloosheidswet komt erop neer dat wanneer iemand een
                            uitkering ontvangt op grond van die wet, deze wordt gekort met het
                            aantal uren dat in een eventuele nieuwe functie wordt gewerkt. De hoogte
                            van het inkomen uit de nieuwe betrekking is daarbij niet relevant. Als
                            de verlaging van de WW-uitkering groter is dan de vergoeding voor de
                            werkzaamheden zal er een negatief inkomenseffect optreden. Door middel
                            van artikel 12 wordt dit nadeel gecompenseerd.</al></li><li nr="10."><al>In artikel 77 van de Gemeentewet is geregeld dat het voorzitterschap van
                            de gemeenteraad bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester
                            wordt waargenomen door het langstzittende raadslid. De gemeenteraad kan
                            ook een ander raadslid met de waarneming van het voorzitterschap
                            belasten.</al></li><li nr="11."><al>Dit artikel is gebaseerd op de Regeling van de tijdelijke vervanging van
                            leden van de Tweede Kamer en Eerste Kamer der Staten-Generaal, de
                            provinciale staten en de gemeenteraden wegens zwangerschap en bevalling
                            of ziekte (Staatsblad 2006, 418) en het Besluit houdende vaststelling
                            van het tijdstip van inwerkingtreding (Staatsblad 2006, 449), zijnde 11
                            oktober 2006.</al></li><li nr="12."><al>Voor de te benoemen vervanger geldt een verkorte
                            geloofsbrievenprocedure. De procedure is opgenomen in de gewijzigde
                            artikelen X10, X11 en X12 van de Kieswet.</al></li><li nr="13."><al>In deze artikelen zijn de aanspraken op eventuele ontslaguitkeringen en
                            voorzieningen voor de opbouw van een ouderdomspensioen of een geldelijke
                            voorziening bij invaliditeit en overlijden geregeld.</al></li><li nr="14."><al>De vergoeding kan deels belast zijn.</al></li><li nr="15."><al>Een wethouder is een werknemer en kan daarom gebruik maken van de
                            spaarloonregeling dan wel de levensloopregeling. Wanneer de wethouder
                            gebruik maakt van de gemeentelijke levensloopregeling is het niet
                            toegestaan een levensloopbijdrage ten laste van de gemeente te
                            verstrekken. De opbouw van de levensloopvoorziening mag uitsluitend ten
                            laste van de wethouderswedde plaatsvinden. Aangezien wethouders geen
                            verlof kennen, is het slechts mogelijk dat de opgebouwde voorziening bij
                            de beëindiging van het wethouderschap wordt meegenomen naar een volgende
                            werkgever of dat uitbetaling ineens plaatsvindt.</al></li><li nr="16."><al>Sinds de dualisering van het gemeentebestuur kunnen personen van buiten
                            de gemeenteraad tot wethouder worden benoemd. Dat kunnen ook personen
                            zijn die niet in de gemeente zelf wonen. Die zijn op grond van de
                            Gemeentewet verplicht om te gaan wonen in de gemeente waar zij wethouder
                            zijn geworden. Bij verhuizing naar de gemeente komen zij in aanmerking
                            voor een verhuiskostenvergoeding en eventueel voor vergoeding van reis-
                            en pensionkosten in afwachting van de verhuizing. De vergoedingen zijn
                            onbelast. In de ministeriële regeling zijn maximumbedragen
                            opgenomen.</al></li><li nr="17."><al>Het is mogelijk dat als gevolg van het Belastingplan 2007 de
                            werkgeversbijdrage gelijktijdig met de rijksbijdrage via de
                            belastingdienst wordt vergoed. In dat geval vervalt de gemeentelijke
                            Regeling Kinderopvang en komt dit artikel te vervallen.</al></li><li nr="18."><al>De gemeentelijke creditcard kan alleen gebruikt worden door de
                            burgemeester, wethouders en gemeentesecretaris.</al></li><li nr="19."><al>Het gaat daarbij om vergoeding van de volgende kosten: reis- en
                            verblijfkosten van raadsleden, zakelijke reis- en verblijfkosten van
                            wethouders, reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen van
                            wethouders, reis- en pensionkosten en verhuiskosten, reis- en
                            verblijfkosten van leden van gemeentelijke commissies.</al></li><li nr="20."><al>Rekeningen kunnen rechtstreeks bij de gemeente in rekening worden
                            gebracht in de volgende gevallen: deelname aan cursussen, congressen,
                            seminars en symposia door raadsleden en wethouders, zakelijke reis- en
                            verblijfskosten van wethouders, reis- en pensionkosten en verhuiskosten,
                            reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen van
                            wethouders.</al></li><li nr="21."><al>Aan wethouders kan onder voorwaarden een creditcard beschikbaar gesteld
                            worden voor functionele uitgaven ten laste van de gemeente. Gebruik van
                            creditcards is mogelijk in de volgende gevallen: zakelijke reis- en
                            verblijfkosten van wethouders, reis- en verblijfkosten bij buitenlandse
                            dienstreizen van wethouders, reis- en pensionkosten en
                            verhuiskosten.</al></li></lijst></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Heerenveen/i205022.pdf">Verordening voorzieningen raads- en commissieleden etc 2006 toelichting.pdf</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Heerenveen/i205021.pdf">Raadsbesluit wijziging verordening 29 maart 2007.pdf</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Heerenveen/i205020.pdf">Verordening voorzieningen raads- en commissieleden etc 2006 raadsbesluit.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>