<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR71901_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren West Maas en Waal</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Waalkanter, 29-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren West Maas en Waal</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet investeren in jongeren, art. 12, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet investeren in jongeren, art. 41</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-07-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-10-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren West Maas en Waal</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>– ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="9*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="6*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="22*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="63*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet</al></entry><entry colname="col4"><al>: de Wet investeren in jongeren (WIJ);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>WIJ-norm</al></entry><entry colname="col4"><al>: de op grond van hoofdstuk 4 van de wet op de
                                                jongere van</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd
                                                met de</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>op grond van dat hoofdstuk door het college
                                                vastgestelde</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>verhoging of verlaging;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>Maatregel</al></entry><entry colname="col4"><al>: de verlaging van de inkomensvoorziening op grond
                                                van</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>artikel 41, eerste lid WIJ;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>Benadelingsbedrag</al></entry><entry colname="col4"><al>: het bruto bedrag dat als gevolg van het niet of
                                                niet behoorlijk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>nakomen van een inlichtingenverplichting en onrechte
                                                is</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>verleend als inkomensvoorziening of werkleeraanbod
                                                op</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>grond van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry colname="col3"><al>College</al></entry><entry colname="col4"><al>: het college van burgemeester en wethouders van
                                                de</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>gemeente West Maas en Waal.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>2.In deze verordening wordt mede verstaan onder benadelingsbedrag: de
                            kosten van het werkleeraanbod. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Afstemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><onderstreept>Onverminderd artikel 42 van de wet,
                                </onderstreept>verlaagt het college, overeenkomstig
                                dezeverordening, het bedrag van de aan de jongere
                                toegekende inkomensvoorziening, indien de jongere naar het oordeel
                                van het college de op hem rustende verplichtingen, bedoeld in
                                hoofdstuk 5 van de wet, of de uit artikel 30c, tweede lid of derde
                                lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
                                voortvloeiende verplichtingen, niet of onvoldoende nakomt, dan wel
                                zich jegens het college zeer ernstig misdraagt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
                                van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de jongere en kan
                                daarom afwijken van de in deze verordening genormeerde maatregelen.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlaging kan niet meer bedragen dan de inkomensvoorziening
                                waarop de jongere recht zou hebben gehad gedurende de periode waarop
                                de verlaging betrekking heeft, indien er geen grond van verlaging
                                zou zijn geweest. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><al>De maatregel wordt toegepast op de voor de jongere van toepassing zijnde
                            WIJ-norm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Afzien van het opleggen van een maatregel</titel></kop><al>In het besluit tot opleggen van een maatregel worden in ieder geval
                            vermeld: de reden van de maatregel, de duur van de maatregel, het mate
                            waarin de inkomensvoorziening wordt verlaagd met het betreffende bedrag
                            daarvan en, indien van toepassing, de reden om af te wijken van een
                            standaardmaatregel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Afzien van het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 41, tweede lid, van de wet, ziet het college af
                                van het opleggen van een maatregel indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die
                                        gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de
                                        gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en
                                        als gevolg van die gedraging ten onrechte
                                        inkomensvoorziening is verleend, Een maatregel wegens
                                        schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na
                                        verloop van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft
                                        plaatsgevonden; </al></li><li nr="b."><al>er 3 maanden zijn verstreken nadat het college de gedraging
                                        van de jongere heeft geconstateerd zonder dat het onderzoek
                                        is gestart als voorbereiding van het besluit betreffende de
                                        geconstateerde gedraging. </al></li><li nr="c."><al>Het college dringende reden aanwezig acht. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot het afzien van een maatregel als bedoeld onder a, b of c wordt
                                niet besloten ingeval het verzuim of de verwijtbare gedraging
                                plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de
                                datum waarop eerder aan belanghebbende een schriftelijke mededeling
                                als bedoeld in het tweede lid is gegeven. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op
                                grond van dringende redenen, wordt de jongere daarvan schriftelijk
                                mededeling gedaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Ingangsdatum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatregel wordt opgelegd met ingang van de kalendermaand volgend
                                op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan
                                de jongere is bekend gemaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende
                                kracht worden opgelegd, voor zover de ingangsdatum daardoor niet
                                voor de datum van de gesanctioneerde gedraging komt te liggen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, wordt de maatregel met
                                terugwerkende kracht opgelegd door een herzieningsbesluit ingevolge
                                de inkomensvoorziening is beëindigd maar nog niet is uitbetaald. Is
                                de inkomensvoorziening uitbetaald, dan wordt de jongere schriftelijk
                                mededeling gedaan dat om die reden niet to een maatregel wordt
                                overgegaan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de maatregel, waartoe is besloten, niet kan worden opgelegd
                                door beëindiging van de inkomensvoorziening, kan deze maatregel
                                alleen alsnog worden opgelegd indien een hernieuwde aanvraag om WIJ
                                wordt gedaan met een aanvangsdatum welke ligt voor het eind van de
                                duur van de maatregel. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een maatregel wordt voor bepaalde tijd opgelegd. Een maatregel die
                                voor een periode van meer dan drie maanden wordt opgelegd, wordt
                                uiterlijk na drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd
                                heroverwogen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Samenloop</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien sprake is van een gedraging die schending oplevert van
                                meerdere in de wet genoemde verplichtingen, wordt één maatregel
                                opgelegd. Indien voor schending van die verplichtingen maatregelen
                                van verschillende hoogte gelden, wordt de hoogste maatregel
                                opgelegd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien sprake is van meerdere gedragingen die schendig opleveren van
                                één of meerdere in de wet genoemde verplichtingen, wordt voor iedere
                                gedraging een afzonderlijke maatregel opgelegd. Deze maatregelen
                                wordt gelijktijdig opgelegd, tenzij dit gelet op artikel 2, tweede
                                lid en derde lid niet verantwoord is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Recidive</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een
                                besluit waarbij een maatregel is opgelegd opnieuw schuldig maakt aan
                                een verwijtbare gedraging wordt de hoogte van de maatregel als
                                bedoeld in deze verordening verdubbeld. Bij een daar op volgende
                                nieuwe verwijtbare gedraging wordt de maatregel bepaald op 100%.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een
                                eerder besluit waarbij een maatregel is opgelegd schuldig maakt aan
                                een verwijtbare gedraging waarbij op basis van deze verordening een
                                maatregel volgt van 100% van de WIJ-norm wordt de duur van de
                                maatregel verdubbeld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt
                                gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zienop grond van artikel
                                5. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>– HET NIET NAKOMEN VAN DE VERPLICHTINGEN BEDOELD IN ARTIKEL 45 VAN DE
                            WET</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Indeling in categorieën</titel></kop><al>Gedragingen van de jongere inhoudende het niet of onvoldoende nakomen
                            van de verplichtingen bedoeld in artikel 45 van de wet, worden
                            onderscheiden in de volgende categorieën:</al><lijst><li nr="1."><al>Eerste categorie: </al><lijst><li nr="a."><al>het onvoldoende meewerken aan het opstellen van een plan
                                            met betrekking tot de arbeidsinschakeling, waaronder
                                            begrepen het onvoldoende meewerken aan een onderzoek
                                            naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; </al></li><li nr="b."><al>het zich niet onderwerpen aan een noodzakelijke
                                            behandeling van medische aard. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Tweede categorie: </al><lijst><li nr="a."><al>het stellen van onredelijke eisen in verband met door de
                                            jongere te verrichten algemeen geaccepteerde arbeid, die
                                            het aanvaarden of verkrijgen van algemeen geaccepteerde
                                            arbeid belemmeren; </al></li><li nr="b."><al>het onvoldoende meewerken aan het behoud of bevorderen
                                            van de arbeidsbekwaamheid; </al></li><li nr="c."><al>het onvoldoende meewerken aan activiteiten of
                                            werkzaamheden, gericht op de arbeidsinschakeling; </al></li><li nr="d."><al>het nalaten de opgedragen werkzaamheden of activiteiten
                                            naar beste vermogen te verrichten. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Derde categorie: </al><lijst><li nr="a."><al>gedragingen die de inschakeling in arbeid op directe
                                            wijze belemmeren of gedragingen waaruit ondubbelzinnig
                                            blijkt dat de jongere de verplichtingen in artikel 45
                                            van de wet niet wil nakomen; </al></li><li nr="b."><al>gedragingen waaruit blijkt dat de jongeren in het geheel
                                            niet wil voldoen aan het bepaalde in lid 2 onder a tot
                                            en met d. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Vierde categorie: </al><lijst><li nr="a."><al>het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid
                                            welke kan worden aangemerkt als aanbod als bedoeld in
                                            artikel 5 lid 1 van de wet; </al></li><li nr="b."><al>het door eigen toedoen niet behouden van algemeen
                                            geaccepteerde arbeid verkregen als werkleeraanbod zoals
                                            bedoeld in artikel 5 lid 1 van de wet. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>De hoogte en duur van de maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatregel wordt vastgesteld op: </al><lijst><li nr="a."><al>10 procent van de WIJ-norm bij gedraging van de eerste
                                        categorie; </al></li><li nr="b."><al>20 procent van de WIJ-norm bij gedraging van de tweede
                                        categorie; </al></li><li nr="c."><al>100 procent van de WIJ-norm bij gedraging van de derde
                                        categorie; </al></li><li nr="d."><al>100 procent van de WIJ-norm bij gedraging van de vierde
                                        categorie. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De duur van de maatregel bedoeld in het eerste lid onder a, b en c
                                wordt vastgesteld op een maand, de maatregel bedoeld onder d heeft
                                een duur van twee maanden. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>– NIET NAKOMEN VAN DE INLICHTINGENPLICHT BEDOELD IN ARTIKEL 44 VAN DE
                            WET</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Schending inlichtingenplicht zonder benadeling gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomen van de
                                inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet,
                                niet heeft geleid tot het ten onrechte toekennen of uitvoeren van
                                het werkleeraanbod of tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag
                                verlenen van de inkomensvoorziening, wordt een maatregel opgelegd
                                van 5 procent van de WIJ-norm, </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de duur van de maatregel bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld
                                op een maan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Schending inlichtingenplicht met benadeling gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de
                                inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet
                                heeft geleid tot het ten onrechte toekennen of uitvoeren van het
                                werkleeraanbod of tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag
                                verlenen van de inkomensvoorziening, wordt de maatregel afgestemd op
                                de hoogte van het benadelingsbedrag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De maatregel bedoeld in het eerste lid wordt op de volgende wijze
                                vastgesteld: </al><lijst><li nr="a."><al>bij een benadelingsbedrag tot € 3.000: 20 procent van de
                                        WIJ-norm; </al></li><li nr="b."><al>bij een benadelingsbedrag van € 3.000 tot € 10.000: 50
                                        procent van de WIJ-norm; </al></li><li nr="c."><al>bij een benadelingsbedrag van € 10.000 of meer: dat ziet het
                                        college af van het opleggen van een maatregel en wordt
                                        aangifte bij het Openbaar Ministerie gedaan. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van lid 2 sub c stelt het college toch een maatregel
                                van 60% van de WIJ-norm ingeval het Openbaar Ministerie op grond van
                                de aanwijzing sociale zekerheidsfraude niet primair verantwoordelijk
                                is. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De duur van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt
                                vastgesteld op een maand. In afwijking hiervan wordt de duur van de
                                maatregel bedoeld onder lid 3 vastgesteld op 2 maanden. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>– MISDRAGINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de jongere zich tegenover het college of zijn ambtenaren
                                    zeer ernstig misdraagt als bedoeld in artikel 41, eerste lid van
                                    de wet, wordt een maatregel opgelegd van 40% van de WIJ-norm.
                                </al></li><li nr="2."><al>De duur van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt
                                    vastgesteld op een maand. </al></li><li nr="3."><al>Van het opleggen van de maatregel bedoeld in het eerste lid kan,
                                    indien sprake is van verbaal geweld, worden afgezien en worden
                                    volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing,
                                    tenzij het verbale geweld plaatsvindt binnen een periode van
                                    twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de jongere
                                    een schriftelijke waarschuwing in verband met ernstige
                                    misdragingen is gegeven. </al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het eerste lid kan een maatregel worden
                                    opgelegd van 100 procent van de WIJ-norm, indien binnen twaalf
                                    maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregels
                                    als bedoeld in het eerste lid, is opgelegd, sprake is van
                                    eenzelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een
                                    besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld
                                    het besluit om af te zien van het opleggen van een maatregel.
                                </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOODSTUK</label><nr>5</nr><titel>– HANDHAVING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Het handhavingsbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt iedere 4 jaar een beleidsplan hoogwaardige
                                handhaving aan de gemeenteraad aan met daarin het te voeren beleid
                                op gebied van handhaving, bestrijding van misbruik en oneigenlijk
                                gebruik van de WIJ en de te verwachten resultaten en rapporteert
                                hierover jaarlijks aan de gemeenteraad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad wordt jaarlijks onder andere geïnformeerd over: </al><lijst><li nr="a."><al>Activiteiten uit de jaarschijven van het beleidsplan
                                        hoogwaardige handhaving; </al></li><li nr="b."><al>Aantal fraudeterugvorderingen en het daarmee gemoeide
                                        bedrag; </al></li><li nr="c."><al>Aantal fraudeterugvorderingen en het daarmee gemoeide
                                        bedrag; </al></li><li nr="d."><al>Aantal opgelegde maatregelen; </al></li><li nr="e."><al>Aantal opsporingen door de afdeling Sociale Recherche van de
                                        Regio Rivierenland; </al></li><li nr="f."><al>Aantal veroordelingen wegens geconstateerde fraude; </al></li><li nr="g."><al>Verslag uitvoering en resultaten Inlichtingenbureau; </al></li><li nr="h."><al>Verslag uitvoering van de overige handhavingsactiviteiten;
                                    </al></li><li nr="i."><al>Evaluatie van de beleidsprioriteiten van het afgelopen jaar;
                                    </al></li><li nr="j."><al>Toekomstige beleidsacties ter verbetering van de
                                        uitvoeringsorganisatie. </al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>– SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking
                            daarvan en werkt terug tot en met 1 oktober 2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: de Maatregelenverordening Wet
                            investeren in jongeren West Maas en Waal.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>