<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR71890_1</dcterms:identifier><dcterms:title>verordening, houdende regels omtrent de wijziging van de samenstelling van de woonruimtevoorraad (Huisvestingsverordening)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerenveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-05-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerenveen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerenveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heerenveense Courant (Crackstate Nijs), 22-12-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening 2005 van de gemeente Heerenveen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149 en 154</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Huisvestingswet, art. 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>uitwerking ogv art 28 wet arhi</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>verordening, houdende regels omtrent de wijziging van de samenstelling van de woonruimtevoorraad (Huisvestingsverordening)</intitule><regeling><aanhef><preambule><lijst><li nr="1."><al>In de galerieën op het tabblad Invoegen bevinden zich items die zodanig
                        zijn ontworpen dat deze bij het algemene uiterlijk van uw document
                        passen.</al><al/></li><li nr="a."><al>In de galerieën op het tabblad Invoegen bevinden zich items die zodanig
                        zijn ontworpen dat deze bij het algemene uiterlijk van uw document
                        passen.</al><al>De raad der gemeente Heerenveen;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders, d.d. 26 oktober
                        2004;</al><al>gelet op artikel 2 van de Huisvestingswet en artikel 149 en 154
                        Gemeentewet; </al><al>gezien het advies van de commissie Ruimtelijke Ordening en Milieu d.d. 29
                        november 2004; </al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening, houdende regels omtrent de
                        wijziging van de samenstelling</al><al>van de woonruimtevoorraad (Huisvestingsverordening). </al><al/></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: de Huisvestingswet;</al></li><li nr="b."><al>huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een
                        gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren;</al></li><li nr="c."><al>onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30, lid 1
                        onder a van de wet.</al></li><li nr="d."><al>bewoning: met bestemming tot bewoning wordt bedoeld dat men daar permanent
                        woont en daar zijn hoofdverblijf heeft, zoals bedoeld in de Wet
                        gemeentelijke basisadministratie (Wet GBA).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>Het bepaalde in deze verordening is van toepassing op alle woonruimten gelegen in
                  de gemeente Heerenveen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergunningsvereiste</titel></kop><al>Het is verboden om zonder onttrekkingsvergunning een woonruimte, aangewezen in
                  artikel 2 geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning te onttrekken.
                  Onder het onttrekken aan de bestemming tot bewoning wordt in deze verordening
                  verstaan het gebruiken van een woning voor een ander doel dan permanente bewoning
                  door een huishouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanvragen van een onttrekkingsvergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag voor een onttrekkingsvergunning wordt ingediend bij het
                        college.</al></li><li nr="2."><al>Op of bij de onttrekkingsvergunning vermeldt het college dat de vergunning
                        vervalt met ingang van de datum waarop de woning anders dan door vererving
                        of door overdracht aan bloed- en aanverwanten in de eerste en tweede graad,
                        van eigenaar verandert.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan een vergunning verlenen voor tijdelijke onttrekking voor
                        maximaal één jaar, indien de onttrekking voorziet in een tijdelijke behoefte
                        en de woonruimte daarna permanent zal worden bewoond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Criteria voor vergunningverlening</titel></kop><al>Het college verleent de onttrekkingsvergunning, indien naar het oordeel van het
                  college het met de onttrekking gediende belang groter is dan het belang van het
                  behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verzegeling</titel></kop><al>Indien sprake is van het gebruik van woonruimte zonder onttrekkingsvergunming
                  anders dan voor permanente bewoning, kan het college de woonruimte verzegelen.
                  Deze verzegeling wordt opgeheven op het moment dat de woonruimte in gebruik
                  genomen wordt voor bewoning, of dat de woonruimte door verhuur of verkoop opnieuw
                  voor bewoning wordt bestemd, of indien alsnog een onttrekkingsvergunning wordt
                  verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college is bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar
                  hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te
                  wijken van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Hij die handelt in strijd met het bepaalde in artikel 3 wordt gestraft met
                  hechtenis van ten hoogste vier maanden of geldboete van de derde categorie. De
                  genoemde strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Handhaving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening
                        bepaalde zijn belast de daartoe door het college aangewezen ambtenaren.</al></li><li nr="2."><al>Met de opsporing van de bij deze verordening strafbaar gestelde feiten
                        zijn, behalve de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering en de in
                        artikel 75 van de wet aangewezen ambtenaren, belast de in het eerste lid
                        genoemde ambtenaren, voor zover zij door de minister van justitie daartoe
                        zijn aangewezen.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid genoemde ambtenaren hebben de bevoegdheden als genoemd
                        in de artikelen 76, 77 en 78 van de wet aangewezen ambtenaren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Restbepaling</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college, waarbij
                  het college zich uitsluitend zal laten leiden door overwegingen betrekking
                  hebbende op de evenwichtige en rechtvaardige verdeling van schaarse
                  woonruimte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Huisvestingsverordening 2005 van de
                  gemeente Heerenveen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2005.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Vergunningen voor het gebruik van tweede woningen, afgegeven op grond van de
                  Algemene Plaatselijke Verordening, worden geacht vergunningen op grond van artikel 3 van
                  deze verordening te zijn.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 december 2004.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>