<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR71880_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Loon op Zand</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loon op Zand</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekjournaal</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 33 lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-03-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2007-04-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>besluit </vet></al><al>De raad van de gemeente Loon op Zand; </al><al>gelet op artikel 33, derde lid van de Gemeentewet; </al><al>gezien het voorstel van de werkgroep Griffier d.d. 27 februari 2003, nummer 2003/11; </al><al>gelet op het advies van de commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken en Burgerparticipatie
            d.d. 25 februari 2003; </al><al>besluit: </al><al>vast te stellen de volgende verordening: </al><al><vet>VERORDENING OP DE AMBTELIJKE BIJSTAND EN DE FRACTIEONDERSTEUNING </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1</nr><titel>-Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn;</al></li><li nr="c."><al>bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere
                    bijstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, geeft de griffier, een
                medewerker van de griffie of op verzoek van de griffier een ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op informatie
                bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de secretaris daarvan in
                kennis. De secretaris beslist.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, verleent de griffier of een
                medewerker van de griffie. Indien de griffier of een medewerker van de griffie de
                gevraagde bijstand niet kan verlenen, kan de griffier de secretaris verzoeken één of
                meer medewerkers aan te wijzen die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk
                verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een medewerker verleent op verzoek, van de griffier aan de secretaris, ambtelijke
                bijstand tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft
                    op de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li><li nr="c."><al>het bijstand, bedoeld in artikel 1, eerste lid onderdeel c, betreft en het
                    raadslid reeds volledig gebruik heeft gemaakt van het aantal uren ambtelijke
                    bijstand dat hem op grond van artikel 5, eerste lid beschikbaar is gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid wordt
                geweigerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd, deelt de
                secretaris dit gemotiveerd mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek
                heeft ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al> Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris wordt
              geweigerd, kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek voorleggen aan de
              burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over het verzoek. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over bijstand, verleend door een ambtenaar,
                meldt hij of de griffier dit aan de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een oplossing die voor beide
                partijen bevredigend is, leggen zij de zaak voor aan de burgemeester. De
                burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de zaak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk raadslid heeft voor 20 uur per jaar recht op ambtelijke bijstand als bedoeld
                in artikel 1, eerste lid, onderdeel c.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris houdt in een register bij hoeveel uren per jaar een raadslid gebruik
                maakt van ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1 , eerste lid, onderdeel c.
                Het register vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>welk raadslid om bijstand heeft verzocht;</al></li><li nr="b."><al>over welk onderwerp om bijstand is verzocht;
                    </al></li><li nr="c."><al>welke ambtenaar de bijstand
                    heeft verleend;</al></li><li nr="d."><al>hoeveel tijd het verlenen van de bijstand heeft gekost;</al></li><li nr="e."><al>de reden waarom een verzoek is geweigerd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al> De secretaris verstrekt de betreffende portefeuillehouder in het college -indien
              gewenst -een afschrift van het verzoek uit het register. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Vervallen</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2</nr><titel>-Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>-nog onderwerp van overleg commissie ABZVB</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De fracties, zoals bedoeld in artikel ...van het reglement van orde, ontvangen
                jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het
                functioneren van de fractie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze bijdrage bestaat uit een vast deel van € ... voor elke fractie. Daarnaast
                ontvangt elke fractie een bedrag van € .,. per raadszetel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en
                controlerende rol te versterken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage mag niet worden gebruikt ter bekostiging van:</al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige
                    regelingen;</al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden
                    instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van prestaties
                    (diensten of goederen) geleverd voor de fractie op basis van een
                    gespecificeerde, reële declaratie;</al></li><li nr="c."><al>giften;</al></li><li nr="d."><al>uitgaven welke dienen te worden betaald uit vergoedingen die de leden op basis
                    van het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden toekomen;</al></li><li nr="e."><al>opleidingen voor raads- en commissieleden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijdrage voor fractieondersteuning wordt, voor 31 januari van een kalenderjaar,
                als voorschot op dat kalenderjaar verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden, wordt het voorschot verstrekt voor
                de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. In de eerste
                maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad
                plaatsvindt, wordt het voorschot verstrekt voor de overige maanden van dat
                jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het voorschot wordt verrekend met teveel ontvangen voorschotten in jaren waarvoor
                de raad de bedragen heeft vastgesteld, bedoeld in artikel 15, derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het zeteltal van een fractie als gevolg van verkiezingen verandert, wijzigt
                de bijdrage</al><lijst><li nr="a."><al>bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van de maand na de maand
                    waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt.</al></li><li nr="b."><al>bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van de maand waarin de
                    eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie wordt de bijdrage voor de oorspronkelijke fractie
                -vastgesteld op grond van artikel 8, tweede lid -verdeeld over de betrokken fracties
                naar evenredigheid van het aantal leden dat bij de splitsing betrokken is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie wordt het voorschot, aan de oorspronkelijke fractie
                verstrekt, verrekend overeenkomstig de verdeling die volgt uit het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de bijdrage
                toekomend aan een fractie ter besteding door die fractie in volgende jaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de fractie in het voorgaande
                kalenderjaar toekwam ingevolge artikel 8.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve, komt tot uitdrukking in de
                afrekening als bedoeld in artikel 13 over dat jaar. Bevoorschotting vindt
                desgevraagd plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die onder dezelfde
                naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het oordeel van de raad als
                rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou worden dan aangegeven
                in het tweede lid, vervalt het recht op dat meerdere.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld over de betrokken
                fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden, voor
                zover deze reserve niet meer bedraagt dan 30% van de bijdrage die de oorspronkelijke
                fractie in het voorgaande kalenderjaar ontving.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van een kalenderjaar, aan de
                raad verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning
                onder overlegging van een verslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Controle van het verslag vindt plaats door de accountant, belast met de controle
                van de jaarrekening. De accountant breng advies uit aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt na ontvangst van het advies van de accountant de bedragen vast
                van:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitgaven van een fractie die in het vorige kalenderjaar uit de bijdrage
                    zijn bekostigd;</al></li><li nr="b."><al>de wijziging van de reserve;</al></li><li nr="c."><al>de resterende reserve;</al></li><li nr="d."><al>de verrekening tussen de in onderdeel a genoemde uitgaven en het ontvangen
                    voorschot en, voor zover nodig, de hoogte van de terugvordering van ontvangen
                    voorschotten.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>3</nr><titel>-Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 maart 2003, behoudens de
              artikelen 8 tot en met 13 van § 2. Deze laatstgenoemde artikelen treden eerst in
              werking nadat de raad daartoe een nader besluit heeft genomen. </al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon
            opZand van 13 maart 2003. </ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening>voorzitter, </ondertekening><ondertekening>secretaris, </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting </tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Dit artikel is door
          de Wet</al><al>dualisering gemeentebestuur ingrijpend gewijzigd. Het legt expliciet vast dat de raad en
          individuele</al><al>raadsleden een recht op ambtelijke bijstand hebben. Voor politieke groeperingen bestaat
          daarnaast een</al><al>recht op fractieondersteuning. </al><al><cursief>De uitwerking van deze rechten moet bij verordening worden
          geregeld.</cursief></al><al>De oude regeling ambtelijke bijstand is aangepast aan het nieuwe dualistische
          bestuursstelsel. Dit heeft geleid tot de nodige veranderingen. Het meest opvallend is de
          centrale rol van de griffier. Dit nieuwe instituut, dat bij uitstek bedoeld is voor het
          verlenen van hulp aan raadsleden, wordt het eerste aanspreekpunt als het gaat om
          ambtelijke bijstand. De griffier vervult ook de rol van schakel tussen de raadsleden en de
          reguliere ambtelijke organisatie. De burgemeester vervult ook een nieuwe rol in het
          proces. Indien er een conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de burgemeester
          een bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol kunnen spelen. De positie van de
          burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer en als degene
          die uiteindelijk het laatste woord heeft. De staatscommissie dualisme en lokale democratie
          had ook al geadviseerd tot een dergelijke rol van de burgemeester.</al><al>Gezien de nieuwe dualistische verhoudingen ligt het voor de hand dat er ook op het punt
          van de ambtelijke bijstand duidelijkere scheidslijnen worden getrokken tussen
          werkzaamheden voor de raad en voor het college. Dat komt tot uitdrukking in het feit dat
          een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijke bijstand en de inhoud van de
          verleende bijstand geheim moet worden gehouden. De ambtenaar mag niet onder druk komen te
          staan doordat hij werkzaamheden voor de raad verricht. </al><al>Daarom zal een collegelid dat toch informatie wenst over het verzoek om ambtelijke
          bijstand, zich moeten wenden tot het betrokken raadslid en niet tot de behandelend
          ambtenaar. </al><al>De verordening behandelt gedetailleerd de ambtelijke bijstand. Aangezien het de
          verhouding betreft tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie, is er
          behoefte aan duidelijke regels. Deze ambtenaren werken doorgaans namelijk voor het
          college. De wijziging van artikel 103 van de Gemeentewet laat dit scherp zien. Voor de
          invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur bepaalde dit artikel dat de secretaris
          (en daarmee de onder hem ressorterende ambtelijke organisatie) de raad en het college
          terzijde stond. In dualistische verhoudingen staat de secretaris het college terzijde en
          wordt de raad bijgestaan door de griffier. </al><al>Dat de raad nu beschikt over een griffier met griffie betekent niet dat er geen behoefte
          meer zou zijn aan ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke organisatie. De griffie
          zal, in vergelijking met de reguliere organisatie beperkt in omvang zijn. Voor
          specialistische hulp op het gebied van het maken van amendementen, moties en regelingen
          zal een beroep op deze organisatie dan ook nodig blijven. Dit geldt ook voor specifiek
          informatie die aalleen bij de reguliere ambtelijke organisatie beschikbaar is. De wetgever
          heeft dat onderkend en het recht op deze vorm van ambtelijke ondersteuning expliciet
          vastgelegd. Deze verordening vormt de uitwerking van dit recht. </al><al>De nieuwe formulering van artikel 33 van de gemeentewet laat buiten twijfel dat
          individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de raad, recht hebben
          op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle raadsleden een beroep worden
          gedaan. In de verordening is geen bepaling opgenomen voor die gevallen waarin de
          ambtenaar, die tot het verlenen van hulp is aangewezen, op grond van gewetensbezwaren
          daartoe niet bereid is. In een dergelijk geval is er sprake van een rechtspositioneel
          probleem dat binnen de ambtelijke organisatie tot een oplossing dient te worden gebracht. </al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting </tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het verlenen van
          bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om het verzoek om informatie
          van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift van openbare documenten, kan een
          raadslid contact opnemen met de griffier die het verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar
          uit de reguliere ambtelijke organisatie. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt
          in de betekenis die het in de Wet openbaarheid bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld
          openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Voor niet openbare documenten
          wordt een regeling gegeven in de artikel 25, 55 en 86 van de Gemeentewet. Deze rechten
          zijn veelal uitgewerkt in het reglement van orde voor de raad, het reglement van orde voor
          het college en de verordening op de raadscommissies. </al><al>Er is voor gekozen de griffier te noemen als centrale functionaris. Het bestaan van het
          instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de raad en het college, die bij
          de dualisering zijn beslag heeft gekregen, leidt ertoe dat de ambtelijke organisatie
          parallel wordt ontvlochten. Omdat de griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere
          ambtelijke organisatie wijst de secretaris de ambtenaar aan die de bijstand verleent. De
          ontvlechting van posities leidt in dit geval dus noodzakelijk tot een verdergaande
          formalisering van de regeling omtrent ambtelijke bij stand. </al><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de verordening
          hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen in aard en omvang van
          de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op toe dat er voortgang blijft in
          het proces. </al><al>In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen tussen
          ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren wordt gesproken, worden
          ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie bedoeld die onder gezag van het college
          staan en worden dus niet de eventueel nog te benoemen griffiemedewerkers bedoeld. Dit
          neemt niet weg dat ook medewerkers van de griffie ook ambtenaren in de zin van de
          Ambtenarenwet zijn. </al><al>Op grond van het derde lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris weggelegd. Deze
          zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b
          betreft. </al><tussenkop>Artikelen 2 en 3</tussenkop><al> Beoordeling of één van de in artikel 3 genoemde weigeringsgronden zich voordoet, vindt
          in eerste </al><al>instantie plaats door de gemeentesecretaris als hoofd van de reguliere ambtelijke
          organisatie. In artikel 4 is aangegeven dat de uiteindelijke beslissing over het niet
          verlenen van ambtelijke bijstand is voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede
          dat hij hierover overleg voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig ook het
          betrokken raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de
          burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artike1180 Gemeentewet). </al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al> Ook indien -naar de mening van het raadslid -op onvoldoende wijze aan zijn of haar
          verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere instantie worden
          voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige positie in het gemeentelijke
          bestuur de meest aangewezen instantie voor. Wel dient het betrokken raadslid of de
          griffier hierover eerst overleg te voeren met de secretaris. </al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Door aan ieder raadslid een vaste hoeveelheid uren recht op ambtelijke bijstand door de
          reguliere ambtelijke organisatie toe te kennen, wordt een extra garantie geboden dat dit
          recht ook kan worden geëffectueerd. Het biedt de ambtelijke organisatie bovendien de
          mogelijkheid enigszins grip te houden op de omvang van de werkzaamheden. Deze begrenzing
          geldt niet voor eenvoudige informatieverschaffing als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
          onderdeel a en b. Deze hulp kan onbeperkt verleend worden. Het register dat de secretaris
          bijhoudt, maakt het mogelijk na te gaan hoe vaak er al een beroep is gedaan op de
          ambtelijke organisatie en kan een belangrijke rol spelen bij het in kaart brengen van de
          behoefte van deze voorzieningen.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al> Dit artikel geeft aan dat het van belang is dat de betrokken portefeuillehouder op de
          hoogte is van het feit dat bijstand is verleend door ambtenaren die onder zijn
          verantwoordelijkheid functioneren. Gezien de vergroting van de afstand tussen raad en
          college die met de dualisering is gecreëerd, is het logisch dat desgewenst melding wordt
          gemaakt van het verschaffen van ambtelijke bijstand. Het college en de secretaris kunnen
          afspreken in welke gevallen hiervan melding wordt gemaakt. </al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Indien een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt, moet hij ervan uit kunnen gaan dat
          de ambtenaar bij het verrichten van die werkzaamheden onafhankelijk opereert van het
          college. Dit is een gevolg van de ontvlechting van posities die door de dualisering tot
          stand is gebracht. De mogelijkheid wordt dan ook geopend dat een raadslid aangeeft dat een
          verzoek om ambtelijke bijstand en de inhoud van de verleende bijstand geheim wordt
          gehouden. Om te verzekeren dat een ambtenaar niet door collegeleden onder druk wordt gezet
          om toch inlichtingen te verschaffen over het verzoek van een raadslid is in het tweede lid
          bepaald dat collegeleden zich voor informatie direct tot het betrokken raadslid wenden en
          niet tot de behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een extra waarborg voor de
          onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke bijstand. De ambtenaar die
          ambtelijke bijstand verleent, blijft echter wel onderdeel van de reguliere ambtelijke
          organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot de normale uitoefening van
          zijn taak. Indien hij dit gedeelte van zijn taak niet goed uitoefent, behoudt het college
          dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop aan te spreken. </al><tussenkop>Artikel 8 </tussenkop><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De hoogte van het
          budget voor fractieondersteuning zal in de gemeentebegroting moeten worden opgenomen en
          dus door de raad worden vastgesteld. De fractieondersteuning bestaat uit een vast en een
          variabel deel. Het vaste deel garandeert dat elke fractie de kans krijgt zich op
          gelijkwaardig niveau te laten ondersteunen. Omdat grote fracties meer lasten zullen hebben
          op facilitair gebied is het logisch dat zij voor dergelijke kosten een hogere vergoeding
          krijgen. </al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>De fracties wordt grotendeels de vrijheid gelaten wat betreft de inhoudelijke besteding
          van de fractieondersteuning. Minimumvoorwaarde is wel dat de bijdrage besteed wordt aan
          raadswerkzaamheden. Verder is een aantal doelen genoemd waarvoor de bijdrage niet gebruikt
          mag worden. Daarmee wordt onder andere voorkomen dat met de bijdrage verkiezingscampagnes
          worden gefinancierd en dat raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk (vastgelegd
          in het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat zijn grondslag vindt in de
          artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet) aanvullen met de bijdrage voor
          fractieondersteuning. Opleidingen voor raads- en commissieleden dienen bekostigd te worden
          uit het daarvoor beschikbare individuele budget en dientengevolge ook niet uit de bijdrage
          voor fractieondersteuning. Omdat het bij uitstek om politieke ondersteuning gaat, kan deze
          inhoudelijk niet te zeer gedetailleerd worden geregeld. Fractieondersteuning in de vorm
          van het beschikbaar stellen van gemeenteambtenaren voor de fracties wordt niet wenselijk
          geacht, aangezien het vaak politiek getinte ondersteuning betreft. Fracties moeten daarom
          vrij zijn in de keuze van de personen die de fracties eventueel ondersteunen. </al><al><cursief>Artikel 10</cursief></al><al>De bijdrage wordt als voorschot verstrekt. In een verkiezingsjaar wordt het voorschot in
          twee gedeelten </al><al>gesplitst. Het is logisch dat het aangepast wordt aan de nieuwe verhoudingen in de raad.
          Indien blijkt dat </al><al>het geld onrechtmatig is besteed, kan dit aan het eind van het jaar worden verrekend. </al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Het spreekt vanzelf dat de bijdrage aangepast wordt aan veranderde verhoudingen in de
          raad. De regeling heeft tot gevolg dat fracties die kleiner worden (of geheel verdwijnen)
          nog over de gehele maand waarin de nieuwe raad voor het eerst vergadert de bijdrage
          ontvangen. Voor fracties die groter worden (of nieuwe fracties), gaat de bijdrage per
          diezelfde maand in. Dat betekent dat de totale bijdrage voor fractieondersteuning in een
          verkiezingsjaar hoger uitvalt dan in andere jaren. Dit is niet te vermijden. Bij splitsing
          van een fractie wordt het al eerder verstrekte voorschot direct verrekend. Als dat niet
          zou gebeuren zou een deel van de oorspronkelijke fractie over een te groot voorschot
          beschikken en zou het andere deel juist helemaal geen voorschot krijgen. Na het
          kalenderjaar zou dan alsnog verrekend moeten worden. Het is billijker de verrekening in
          deze gevallen direct te laten plaatsvinden. </al><tussenkop>Artikel 12 </tussenkop><al>De reserve bestaat uit het overschot van voorgaande jaren. Dit bedrag zal niet eindeloos
          mogen groeien. De reserve is dan ook aan een maximum gebonden. Ook met betrekking tot de
          reserve is het van belang dat goed wordt omgegaan met de splitsing van een fractie. De
          regeling in het zesde lid regelt dat de reserve naar evenredigheid wordt verdeeld over de
          nieuw ontstane fracties. Indien een splitsing kort na de verkiezingen plaatsvindt, zou een
          conflict kunnen ontstaan over de verdeling van de reserve. De regeling laat er echter geen
          twijfel over dat ook in dat geval de reserve moet worden verdeeld. </al><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al> De controle van het verslag neemt de accountant mee met de controle op de jaarrekening.
          Uit het verslag en de accountantsverklaring kan naar voren komen dat er een verrekening
          dient plaats te vinden met het verstrekte voorschot. Indien niet verrekend kan worden,
          bijvoorbeeld omdat een fractie uit de raad verdwijnt, kan de raad het ten onrechte
          uitgekeerde voorschot terugvorderen. </al><tussenkop>Artikel 14</tussenkop><al>De raad heeft bij vaststelling van deze verordening nog geen behoefte aan
          fractieondersteuning. </al><al>Mogelijk wenst de raad in een later stadium alsnog de fractieondersteuning gestalte te
          geven. Leidraad </al><al>zijn dan de artikelen 8 tot en met 13 van deze verordening. Deze artikelen treden niet
          in werking anders dan dat de raad hiertoe een nader besluit heeft genomen. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>