<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR71863_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid gemeente Heerenveen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerenveen</dcterms:creator><dcterms:modified>1998-12-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerenveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitaal gemeenteblad Heerenveen, 10-01-2014 Heerenveense Courant (Crackstate Nijs), 14-01-1998</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid gemeente Heerenveen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het Basisonderwijs</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Interimwet op het speciaal onderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het voortgezet onderwijs</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>1998-01-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1998-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-08-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>GF13.20090 97.2001462</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>In het kader van de gemeentelijke herindeling van de gemeente Boarnsterhim en de gemeente Heerenveen, als ook de toevoeging van het gebied van de grenscorrectie met de gemeente Skarsterlân per 1 januari 2014 wordt deze regeling geldend verklaard voor het gehele grondgebied van de gemeente Heerenveen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage resourceIdentifier="exb-2016-36093">In het kader van de gemeentelijke herindeling van de gemeente Boarnsterhim en de gemeente Heerenveen, als ook de toevoeging van het gebied van de grenscorrectie met de gemeente Skarsterlân per 1-januari-2014</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage resourceIdentifier="exb-2016-36094">Raadsvoorstel en -besluit verordenignen lokaal onderwijsbeleid</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid gemeente Heerenveen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Heerenveen;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 december 1997,
                        preadviesnummer 97.2001462;</al><al/><al>gelet op de bepalingen over het op overeenstemming gericht overleg in de Wet
                        op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het
                        voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs;</al><al/><al>gezien het gevoerde overleg met de vertegenwoordigers van de
                        schoolbesturen;</al><al/><al>overwegende dat het noodzakelijk is een regeling vast te stellen voor het
                        overleg tussen de gemeente en de schoolbesturen over het lokaal
                        onderwijsbeleid;</al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende: </al><al>Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="7*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="35*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="57*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>schoolbestuur:</al></entry><entry colname="col3"><al>het bevoegd gezag van een volgens de Wet op het
                                                basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal
                                                onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de
                                                Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde openbare
                                                of bijzondere school voor basisonderwijs, voor
                                                speciaal onderwijs/voor voortgezet speciaal
                                                onderwijs/voor speciaal en voortgezet speciaal
                                                onderwijs/voor voorbereidend wetenschappelijk
                                                onderwijs/voor algemeen voortgezet onderwijs/voor
                                                voorbereidend beroepsonderwijs, die gelegen is op
                                                het grondgebied van de gemeente;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>advies:</al></entry><entry colname="col3"><al>het advies van de Onderwijsraad als bedoeld in de
                                                Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het
                                                speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal
                                                onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>burgemeester en wethouders:</al></entry><entry colname="col3"><al>het college van burgemeester en wethouders.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>OVERLEG</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Platform lokaal onderwijsbeleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Functie platform</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een platform lokaal onderwijsbeleid waarin
                                        burgemeester en wethouders met de vertegenwoordigers van
                                        alle schoolbesturen overleg voeren over de voorbereiding en
                                        uitvoering van het lokaal onderwijs-beleid.</al></li><li nr="2."><al>In het platform komen aan de orde:</al><lijst><li nr="a."><al>de onderwerpen waarop het op overeenstemming gericht
                                                overleg van toepassing is als bedoeld in de Wet op
                                                het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal
                                                onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de
                                                Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="b."><al>overige onderwerpen van overleg aangaande het lokaal
                                                onderwijsbeleid.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Op de onderwerpen, als genoemd in het tweede lid onder b, is
                                        artikel 9 niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling platform</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle bevoegde gezagsorganen kunnen zich laten
                                        vertegenwoordigen in het bestuurlijk overleg. Een bevoegd
                                        gezag wijst daartoe maximaal 2 vertegenwoordigers aan, die
                                        namens dit bevoegd gezag het bestuurlijk overleg
                                        voeren.</al></li><li nr="2."><al>Bevoegde gezagsorganen kunnen zich gezamenlijk laten
                                        vertegenwoordigen in het bestuurlijk overleg. Voor het
                                        bepalen van het aantal vertegenwoordigers is het gestelde in
                                        het eerste lid, tweede volzin, van overeenkomstige
                                        toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders worden in het overleg
                                        vertegenwoordigd door de portefeuillehouder lokaal
                                        onderwijsbeleid. De portefeuillehouder lokaal
                                        onderwijsbeleid fungeert als voorzitter van het bestuurlijk
                                        overleg.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Derden</titel></kop><al>Derden kunnen, indien de voorzitter van het platform of
                                vertegenwoordigers van schoolbesturen, genoemd in artikel 3, dit
                                wenst/ wensen, deelnemen aan een overleg.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Voorbereiding overleg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitnodiging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alvorens burgemeester en wethouders een voorstel aan de raad
                                        doen over een onderwerp, zenden zij de voorgenomen inhoud
                                        van dit voorstel met een toelichting daarop en de
                                        inventarisatie, als bedoeld in artikel 7, toe aan alle
                                        schoolbesturen.</al></li><li nr="2."><al>De toezending geschiedt onder bekendmaking van de plaats, de
                                        datum en het tijdstip waarop het overleg hierover zal
                                        aanvangen. Tussen de datum van de toezending van het
                                        voorstel en de datum van het overleg liggen ten minste twee
                                        weken.</al></li><li nr="3."><al>De schoolbesturen die niet deelnemen aan het overleg kunnen
                                        voor de datum van dit overleg hun zienswijzen schriftelijk
                                        kenbaar maken aan burgemeester en wethouders. Burgemeester
                                        en wethouders stellen de deelnemers aan dit overleg hiervan
                                        in kennis.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders voeren het secretariaat van het
                                overlegorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Voorbereiding</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een voorbereidend overleg tussen
                                vertegenwoordigers van de schoolbesturen en burgemeester en
                                wethouders instellen dat voorafgaat aan het overleg in het platform.
                                Dit voorbereidend overleg wordt afgerond met een inventarisatie van
                                de onderwerpen waarover al dan niet overeenstemming is bereikt. Per
                                onderwerp wordt aangegeven of het gaat om een onderwerp als bedoeld
                                in artikel 2, tweede lid onder a.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Agendaoverleg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een agendaoverleg met de
                                        schoolbesturen instellen. Hierin wordt nagegaan welke
                                        onderwerpen op welk tijdstip in het overlegorgaan aan de
                                        orde kunnen komen. Op grond hiervan stellen burgemeester en
                                        wethouders de agenda op.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Uitvoering overleg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Advies Onderwijsraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een of meer schoolbesturen of burgemeester en
                                        wethouders een advies wensen over een onderwerp waarop het
                                        op overeenstemming gericht overleg van toepassing is, maken
                                        ze dit uiterlijk kenbaar in het overleg waarin het onderwerp
                                        in finale zin aan de orde is. Dit gebeurt aan de hand van
                                        een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van het onderwerp
                                        waarover het advies wordt verwacht. Hierbij wordt tevens het
                                        verband aangegeven tussen het onderwerp en de vrijheid van
                                        richting en de vrijheid van inrichting van het
                                        onderwijs.</al></li><li nr="2."><al>Alle vertegenwoordigers krijgen in het overleg de
                                        gelegenheid hun zienswijzen naar voren te brengen over het
                                        verzoek om advies. </al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de indiening van
                                        een verzoek om advies. Zij doen dit uiterlijk twee weken na
                                        afloop van het overleg. Daarbij informeren zij tevens de
                                        Onderwijsraad over de in het tweede lid bedoelde
                                        zienswijzen.</al></li><li nr="4."><al>De wettelijke termijn voor het uitbrengen van het advies
                                        wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de
                                        Onderwijsraad burgemeester en wethouders uitnodigt het
                                        verzoek voor het uitbrengen van het advies aan te vullen met
                                        de gegevens die hij nodig heeft voor een goede vervulling
                                        van zijn taak, tot de dag waarop het verzoek is
                                        aangevuld.</al></li><li nr="5."><al>De raad neemt gedurende de termijn voor het uitbrengen van
                                        het advies geen besluit over het onderwerp waarover advies
                                        is gevraagd.</al></li><li nr="6."><al>Burgemeester en wethouders zenden zo spoedig mogelijk een
                                        afschrift van het uitgebrachte advies toe aan alle
                                        schoolbesturen. Indien het geheel of gedeeltelijk opvolgen
                                        van het advies zou leiden tot een of meer inhoudelijke
                                        bijstellingen van het voorstel over een onderwerp waarover
                                        advies is gevraagd, worden de schoolbesturen bij de
                                        toezending van het afschrift van het advies uitgenodigd voor
                                        nader overleg. In alle andere gevallen beoordelen
                                        burgemeester en wethouders of nader overleg over het advies
                                        wenselijk is. Zij geven dit aan bij de toezending van het
                                        afschrift van het advies.</al></li><li nr="7."><al>Het overleg, als bedoeld in het vorige lid, vindt binnen
                                        twee weken plaats nadat het advies is uitgebracht.
                                        Burgemeester en wethouders informeren de raad over dit
                                        overleg in de vorm van een aanvulling op het verslag als
                                        bedoeld in artikel 10.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verslaglegging; informeren raad</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>Burgemeester en wethouders maken een verslag van
                                                  het overleg. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het verslag bevat een overzicht van de besproken
                                                  onderwerpen, waarbij per onderwerp wordt
                                                  aangegeven:</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="4*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="91*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a</al></entry><entry colname="col3"><al>of het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onder
                                                  a of b van toepassing is;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b</al></entry><entry colname="col3"><al>of volledige, geen volledige of geen
                                                  overeenstemming is bereikt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c</al></entry><entry colname="col3"><al>de in het overleg door de deelnemers naar voren
                                                  gebrachte zienswijzen en - indien van toepassing -
                                                  de zienswijzen als bedoeld in artikel 5, derde
                                                  lid;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d</al></entry><entry colname="col3"><al>de door de portefeuillehouder lokaal
                                                  onderwijsbeleid in het overleg toegezegde
                                                  wijzigingen in het oorspronkelijke voorstel.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Indien artikel 9, eerste lid van toepassing is,
                                                  wordt hiervan eveneens een weergave opgenomen in
                                                  het verslag.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>Het platform stelt het verslag vast. In
                                                  afwijking hiervan kunnen burgemeester en
                                                  wethouders spoedheidshalve het verslag ter
                                                  commentaar toezenden aan de schoolbesturen. Binnen
                                                  10 dagen na de dag waarop het conceptverslag is
                                                  toegezonden, maken de schoolbesturen die deel
                                                  hebben genomen aan het overleg schriftelijk hun
                                                  opmerkingen over het concept van het verslag
                                                  kenbaar. Burgemeester en wethouders stellen het
                                                  verslag vast met inachtneming van de opmerkingen.
                                                  In het geval één of meer opmerkingen van zodanige
                                                  inhoudelijke aard zijn dat naar het oordeel van
                                                  burgemeester en wethouders nadere afweging daarvan
                                                  door de overige besturen gewenst is, wordt zo
                                                  mogelijk nog een extra plenaire vergadering van
                                                  het platform ingelast.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>Burgemeester en wethouders brengen het verslag
                                                  gelijktijdig met het voorstel over het onderwerp
                                                  ter kennis van de raad. Voorzover burgemeester en
                                                  wethouders afwijken van de tijdens het overleg
                                                  naar voren gebrachte zienswijzen, wordt dit gemeld
                                                  in het voorstel aan de raad. Daarbij geven zij de
                                                  redenen aan van het niet of niet geheel overnemen
                                                  van deze zienswijzen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Heropening overleg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien uit het oordeel van de betrokken raadscommissie over
                                        het voorgenomen voorstel aan de raad over een onderwerp
                                        blijkt dat de meerderheid van de raadscommissie of een deel
                                        van de raadscommissie dat volgens burgemeester en wethouders
                                        geacht wordt een meerderheid in de raad te
                                        vertegenwoordigen, van oordeel is dat het voorstel
                                        inhoudelijk bijstelling behoeft, dan kan een heropening van
                                        het overleg plaatsvinden. Burgemeester en wethouders
                                        beslissen daarover. Zij heropenen het overleg in ieder geval
                                        indien de inhoudelijke bijstelling betrekking heeft op een
                                        onderwerp als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a,
                                        waarover vereenstemming in het platform was bereikt.</al></li><li nr="2."><al>Indien burgemeester en wethouders het overleg heropenen, dan
                                        roepen zij het platform zo spoedig mogelijk bijeen, doch
                                        uiterlijk vóór het moment waarop de raad een definitief
                                        besluit neemt over het onderwerp. In dit overleg hebben de
                                        vertegenwoordigers de gelegenheid om hun zienswijze te geven
                                        op het oordeel van de raadscommissie. Burgemeester en
                                        wethouders informeren de raad over het resultaat van dit
                                        overleg in de vorm van een aanvulling op het verslag als
                                        bedoeld in artikel 10. De raad betrekt de in dit aanvullend
                                        verslag neergelegde zienswijzen bij zijn definitieve
                                        besluitvorming over het onderwerp.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Beslissing burgemeester en wethouders in gevallen waarin de
                                verordening niet voorziet</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen
                            burgemeester en wethouders, gehoord de vertegenwoordigers van de
                            schoolbesturen in het overleg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verordening kan worden aangehaald als: Verordening overleg
                                    lokaal onderwijsbeleid gemeente Heerenveen.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt, onder gelijktijdige intrekking van de
                                    verordening procedure overleg huisvesting onderwijs, in werking
                                    met ingang van de dag na de bekendmaking.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 januari
                        1998.</ondertekening><ondertekening>De secretaris,</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Heerenveen/i233517.pdf">In het kader van de gemeentelijke herindeling van de gemeente Boarnsterhim en de gemeente Heerenveen, als ook de toevoeging van het gebied van de grenscorrectie met de gemeente Skarsterlân per 1 januari 2014 wordt deze regeling geldend verklaard voor het gehele grondgebied van de gemeente Heerenveen.</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Heerenveen/i233518.pdf">Raadsvoorstel en -besluit verordenignen lokaal onderwijsbeleid</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>