<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR71832_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Inspraak Werk en Inkomen 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Delft op Zondag 19 december 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Inspraak Werk en Inkomen 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-05-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Inspraak Werk en Inkomen 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Delft;</al><al> gelezen het voorstel van het college van 4 maart 2008;</al><al> gelet op artikel 47 van de wet werk en bijstand en artikel 150 van de
                        Gemeentewet;</al><al> b e s l u i t :</al><al> vast te stellen de volgende Verordening Inspraak Werk en Inkomen 2008.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>begripsomschrijving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lijst><li nr="a."><al>Panel:een panel Werk en Inkomen waar de volgende mensen lid van kunnen
                                    worden:</al><lijst><li nr=""><al>mensen die actief zijn voor een bedrijf of organisatie op het gebied van
                                    werk en inkomen en aan het panel deelnemen als vertegenwoordiger van dat
                                    bedrijf of die organisatie;</al></li><li nr=""><al>maximaal 7 andere mensen, waarvan tenminste 1 jonger dan 27 jaar oud,
                                    die bij voorkeur zelf horen bij de groep waarvoor de gemeente Delft
                                    beleid bedenkt en deelnemen aan het panel als onafhankelijk lid. Het
                                    gaat dan om het beleid over de WWB, anti-armoedebeleid en/of
                                    minimabeleid en de Wet Investeren in Jongeren (WIJ).</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>College:het college van burgemeester en wethouders van
                                    Delft</al></li><li nr="c."><al>Raad: gemeenteraad van de gemeente Delft</al></li><li nr="d."><al>commissie: raadscommissie voor bestuur en Werk</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Het Panel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Het college bevordert het instellen, het in stand houden en het goed
                            functioneren van een Panel Werk en Inkomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doel</titel></kop><al>Het Panel heeft tot doel het bevorderen van een geïntegreerd
                            gemeentelijk beleid op het gebied van werk en inkomen, onder meer door
                            middel van:</al><lijst><li nr="-"><al>het geven van advies over het gemeentelijke beleid op deze
                                    terreinen;</al></li><li nr="-"><al>het geven van advies over uitvoeringszaken betreffende deze
                                    beleidsterreinen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Deelname</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Als organisaties daarom verzoeken en zij voldoen aan de criteria
                                zoals vastgesteld door het College in de nota “Instellingenpanels”
                                in Delft (00/008738), kunnen zij worden toegelaten tot het Panel. De
                                beslissing hiertoe berust bij het college. Het college kan dit
                                mandateren aan de verantwoordelijk wethouder. De door de
                                organisaties aan te wijzen vertegenwoordigers worden benoemd door
                                het College.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Deelnemende organisaties dragen zelf leden voor voor een benoeming
                                door het College.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Voor niet aan een organisatie verbonden leden, zoals bedoeld in
                                artikel 1 onder a, geldt dat zij na een selectieprocedure, op grond
                                van door het College, op advies van het Panel vastgestelde criteria,
                                worden voorgedragen voor een benoeming door het College.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Per deelnemende organisatie worden maximaal twee vertegenwoordigers
                                benoemd tot lid, en één vertegenwoordiger tot plaatsvervanger van
                                deze twee leden.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Daarnaast worden maximaal vijf leden benoemd die niet tot deze
                                organisaties behoren, doch wel behoren tot de doelgroep van het
                                betreffende beleidsterrein.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Voor alle leden, zoals bedoeld onder a en b geldt dat zij benoemd
                                worden voor een periode van 3 jaar. Na deze termijn kan op verzoek
                                de deelname aan het Panel met eenmaal 3 jaar worden verlengd.
                                Daarbij wordt gestreefd naar een zo breed mogelijke
                                vertegenwoordiging van de doelgroep door deze panelleden.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Voor alle panelleden geldt dat zij woonachtig zijn binnen
                                Delft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Overleg met de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Het Panel overlegt tenminste drie keer per jaar met de
                                verantwoordelijk wethouder en door deze wethouder uitgenodigde
                                ambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Dit overleg wordt voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter, te
                                benoemen door het College op voordracht van de leden van het Panel
                                en de in onderdeel a genoemde wethouder.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De werkwijze van het overleg zal, met inachtneming van de bepalingen
                                in deze verordening, worden vastgelegd in een huishoudelijk
                                reglement, vast te stellen door de daartoe gemachtigde wethouder en
                                het Panel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Advisering door het Panel</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Het Panel kan het College en de Raad gevraagd en ongevraagd een
                                advies geven over de beleidsterreinen werk en inkomen.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De adviezen van het Panel worden door de secretaris op schrift
                                gesteld en na een akkoord middels een ondertekening door de
                                voorzitter ter kennisname gebracht aan het College en de Raad.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Indien het besluit van het College afwijkt van het advies van het
                                Panel, dan stellen zij het Panel daarvan zo spoedig mogelijk
                                schriftelijk in kennis, voorzien van een motivering.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Het College voorziet, behoudens overmacht, overeenkomstig het
                                huishoudelijk reglement het Panel schriftelijk en tijdig van de
                                noodzakelijke informatie welke een adequate deelname aan het Panel
                                mogelijk maakt.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Bespreekpunten kunnen zowel door het College als het Panel voor de
                                agenda worden aangemeld. Bespreekpunten kunnen via de secretaris
                                worden aangemeld bij de agendacommissie van hert Panel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Faciliteiten</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Aan het Panel zal van gemeentewege een ambtelijk secretaris
                                beschikbaar worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De Raad stelt in de gemeentebegroting jaarlijks een budget ter
                                beschikking ten behoeve van de organisatie van het Panel en voor
                                ondersteuning. Het Panel maakt hiervoor een bestedingsvoorstel. Dit
                                voorstel wordt nadien door het College vastgesteld. Indien het Panel
                                geen overeenstemming kan bereiken over de panelbegroting, dan wordt
                                deze vastgesteld door het College.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De voorzitter, zoals genoemd in artikel 6 lid b van deze benoeming
                                wordt benoemd voor een periode van 4 jaar. Na het beëindigen van
                                deze termijn kan de voorzitter worden gevraagd nogmaals een termijn
                                als voorzitter te fungeren.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Het College kan op voordracht van het Panel, gedurende de
                                zittingsperiode besluiten de voorzitter uit diens functie te
                                ontheffen wanneer deze naar het oordeel van het Panel en het College
                                onvoldoende functioneert. Dit besluit vindt niet plaats dan nadat de
                                voorzitter is gehoord.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Uit het voor het Panel beschikbare budget wordt elke deelnemer van
                                het Panel, die dit wenst, ter bestrijding van gemeente en te maken
                                onkosten een vast passende vergoeding verstrekt, per vergadering
                                waar de betreffende vertegenwoordiger aan heeft deelgenomen. Dit
                                geldt niet voor vergaderingen van de agendacommissie of voor
                                vergaderingen die door panelleden zelf worden georganiseerd. Het
                                college is bevoegd dit bedrag aan te passen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            College.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de: Verordening Inspraak,
                                Werk en Inkomen 2008.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Op het moment dat deze verordening in werking treedt komt de huidige
                                verordening (de Verordening Inspraak Werk en Inkomen) te
                                vervallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2008.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 maart
                            2008.</ondertekening><ondertekening> mr. drs. G.A.A. Verkerk, burgemeester.</ondertekening><ondertekening> mw. C. van der Rest, plaatsvervangend griffier.</ondertekening><ondertekening> Bekendgemaakt: 30 maart 2008.</ondertekening><ondertekening>Gewijzigd bij raadsbesluit van 16 december 2010.</ondertekening><ondertekening>Bekendgemaakt: 19 december 2010.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting algemeen</label></kop><al>Algemeen</al><al>De wet werk en bijstand schrijft in artikel 47 voor dat cliëntenparticipatie
                    dient plaats te vinden en dat daartoe door de gemeente een verordening moet
                    worden vastgesteld.</al><al>Voor de invoering van de Wet Werk en Bijstand bestond binnen de gemeente Delft
                    reeds een Panel Werk en Inkomen. Onder de vorige wet, de Algemene bijstandswet
                    was cliëntenparticipatie reeds voorgeschreven. De gemeente Delft had dan ook al
                    haar verordening cliëntenparticipatie. Deze verordening werd in maart 2001
                    vastgesteld. Met de invoering van de WWB werd deze verordening op een aantal
                    punten aangepast.</al><al>Om de rol van het Panel te vergroten wordt gestreefd naar een grotere mate van
                    ervaringsdeskundigheid binnen het Panel. Dit beoogt de kwaliteit van de
                    uitgebrachte adviezen te verhogen. Daarom worden maximaal 5 individuele leden
                    aan het Panel toegevoegd die geen lid van de betreffende organisaties zijn maar
                    die behoren tot de doelgroep van het WWB-beleid (zoals omschreven in artikel 7
                    WWB), het anti-armoedebeleid en/of het minimabeleid.</al><al>Om ook de doorstroming in het Panel te vergroten, zodat regelmatig nieuwe leden
                    met andere ervaring en een andere visie in de advisering worden betrokken wordt
                    een benoemingstermijn gehanteerd van drie jaar. Dit kan eenmalig met nog eens
                    drie jaar worden verlengd.</al><al>In de verordening is tevens toegevoegd dat alle panelleden binnen Delft
                    woonachtig moeten zijn.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>Artikel 1</al><al>In artikel 1 worden een aantal begrippen gedefinieerd. Bij deze definiëring is
                    aangesloten bij de terminologie zoals deze ook binnen de Wet werk en bijstand
                    wordt gehanteerd.</al><al>Artikel 2</al><al>Het college hecht waarde aan de advisering door het Panel. Om die reden is
                    vastgelegd dat het College het instellen, het in stand houden en het goed
                    functioneren van het Panel Werk en Inkomen bevordert.</al><al>Artikel 3</al><al>In dit artikel wordt het doel beschreven van het Panel namelijk, door te
                    adviseren over het gemeentelijk beleid of de uitvoering op het gebied van werk
                    en inkomen, het bevorderen van een geïntegreerd gemeentelijk beleid op deze
                    beleidsterreinen.</al><al>Het Panel houdt zich dus niet bezig met zaken betreffende individuele klanten of
                    individuele medewerkers van de gemeente, tenzij het signalen betreffen met een
                    meer algemeen karakter.</al><al>Artikel 4</al><al>In de nota instellingenpanels (00/008738) is vastgelegd aan welke criteria de
                    verschillende organisaties moeten voldoen om deel te kennen nemen aan het Panel.
                    Als een organisatie verzoekt deel te nemen aan het Panel dan zal dit worden
                    getoetst op basis van deze nota. Als vastgesteld is dat zij aan de voorwaarden
                    voldoen kunnen zij worden toegelaten tot het Panel.</al><al> Zowel de leden die worden voorgedragen door de verschillende organisaties,
                    alsmede de onafhankelijke leden worden benoemd door het College.</al><al>Artikel 5</al><al>Per deelnemende organisatie kunnen maximaal 2 personen worden afgevaardigd
                    als vertegenwoordiger in het Panel. Een organisatie kan ook een plaatsvervanger
                    aanwijzen.</al><al> Naast de leden die benoemd worden als vertegenwoordiger van een organisatie
                    kunnen maximaal 5 individuele leden worden benoemd. Deze leden zijn niet
                    verbonden aan een al in het Panel deelnemende organisatie. Deze leden behoren
                    wel tot de doelgroep waarop het gemeentelijke WWB-beleid, het anti-armoedebeleid
                    en/of het minimabeleid zich richt. Zij hebben dan ook of een uitkering van de
                    gemeente, of een ander laag inkomen uit een uitkering of uit arbeid, of maken
                    gebruik van regelingen binnen de bijzondere bijstand, het anti-armoedebeleid of
                    het minimabeleid, of nemen deel aan een re-integratietraject.</al><al> Voor alle vertegenwoordigers, als ook voor de individuele leden geldt dat een
                    benoemingstermijn wordt gehanteerd van drie jaar. Op die wijze worden regelmatig
                    nieuwe leden in het Panel benoemd. Doordat deze met andere ervaringen en visie
                    hun advies uitbrengen wordt de kwaliteit van het advies verhoogd.</al><al> Alle leden van het Panel wonen in Delft.</al><al>Artikel 6</al><al>Het panel overlegt regelmatig met de gemeente. In de verordening is vastgelegd
                    dat dit ten minste 3 maal per jaar moet plaatsvinden in aanwezigheid van de
                    wethouder. De overleggen worden voorgezeten door een onafhankelijk
                    voorzitter.</al><al>Een verdere invulling van de werkwijze van het Panel wordt uitgewerkt in een
                    huishoudelijk reglement. Dit huishoudelijk reglement wordt vastgesteld door het
                    Panel en de wethouder.</al><al>Artikel 7</al><al>De gemeente vraagt een advies van het Panel over haar beleid betreffende werk en
                    inkomen. Zij doet dit aan de hand van stukken waarin de beleidsvoornemens worden
                    vermeld. Deze stukken worden tijdig toegezonden aan het Panel, zodat zij hiervan
                    kennis kunnen nemen.</al><al>De adviezen, zoals deze door het Panel in het overleg worden geformuleerd,
                    worden door de secretaris op schrift gesteld. Nadat de voorzitter heeft
                    vastgesteld dat het advies juist is geformuleerd, dan wordt dit advies door de
                    voorzitter ondertekend en ter kennis gebracht aan het College en de Raad.</al><al>Het Panel kan ook besluiten om ongevraagd een advies uit te brengen over het
                    gemeentelijk beleid en de uitvoering daarvan op het gebied van werk en inkomen.
                    Zij kunnen hiertoe besluiten door zelfstandig onderwerpen aan te geven voor de
                    agenda.</al><al>Indien het College besluit af te wijken van het advies van het Panel dan stellen
                    zij het Panel hiervan, zo spoedig mogelijk, gemotiveerd op de hoogte.</al><al>Artikel 8</al><al>Om het panel verder te faciliteren wordt een ambtenaar beschikbaar gesteld als
                    secretaris. Deze draagt zorg voor een tijdige verspreiding van de stukken, het
                    opstellen en het versturen van de agenda en het maken van de notulen, het op
                    schrift stellen van de adviezen en het versturen van deze adviezen naar het
                    College.</al><al>Tevens heeft het Panel de beschikking over een budget. De omvang van dit budget
                    wordt vastgesteld middels de gemeentebegroting. Het Panel stelt, voorafgaand aan
                    het begrotingsjaar vast hoe zij dit budget wenst te verdelen. Indien het Panel
                    hierover overeenstemming bereikt dan zal het College deze begroting definitief
                    vaststellen.</al><al>Indien het Panel niet tot overeenstemming komt dan stelt het college deze
                    begroting zelfstandig vast.</al><al>De onafhankelijk voorzitter wordt benoemd door het College voor een periode van
                    4 jaar. Na deze periode kan de voorzitter gevraagd worden om nog een termijn
                    deze functie te vervullen. Indien de voorzitter naar het oordeel van het Panel
                    en het College niet goed functioneert dan kan besloten worden de voorzitter uit
                    diens functie te ontheffen. Wel moet de voorzitter in een dergelijke situatie
                    gehoord worden.</al><al>Artikel 9, 10 en 11</al><al>Dit zijn de gebruikelijke slotbepalingen. De verordening wordt van kracht
                    op 1 januari 2008.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>