<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR71767_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haaren</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-04-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haaren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Intranet (intern), 03 december 2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=33">Gemeentewet art. 33, lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-10-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-04-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsvoorstel 09 oktober 2003</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen B&amp;W voorstel aanwezig: rechtstreeks vanuit het presidium, interne regeling.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Haaren;in zijn vergadering van 9 oktober 2003;gezien
                        het voorstel van burgemeester en wethouders van n.v.t.;gelet op het advies
                        van de commissie Bestuurszaken van 17 september 2003;gelet op artikel 33,
                        derde lid, van de Gemeentewet.</al><al>BESLUIT: </al><lijst><li nr="1."><al>Vast te stellen de Verordening op de ambtelijke bijstand en
                                fractieondersteuning;</al></li><li nr="2."><al>Eén jaar na vaststelling van de Verordening op de ambtelijke
                                bijstand en fractieondersteuning het bedrag van € 250,-;</al></li><li nr="3."><al>Agenda's en stukken voor raads- en commissieleden op de website van
                                de gemeente te plaatsen en alleen op uitdrukkelijk verzoek van een
                                raads- of commissielid, per post te versturen.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid of commissielid wendt zich tot de griffier met een
                                    verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                            zijn;</al></li><li nr="c."><al>bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen
                                            en moties of andere bijstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, wordt
                                    door de griffier, een medewerker van de griffie of op verzoek
                                    van de griffier door een ambtenaar gegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                    informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt
                                    hij de secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt
                                    verleend door de griffier of een medewerker van de griffie.
                                    Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier of een
                                    medewerker van de griffie kan worden verleend kan de griffier de
                                    secretaris verzoeken, één of meer ambtenaren aan te wijzen, die
                                    de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de secretaris ambtelijke
                                    bijstand tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de
                                            bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de
                                            raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                                    eerste lid geweigerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd
                                    deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier
                                    en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                                wordt geweigerd, kan de griffier het verzoek voorleggen aan de
                                burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over het
                                verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar
                                    verleende bijstand, doet hij via de griffier hiervan mededeling
                                    aan de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                    partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                                    burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over
                                    de zaak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>De secretaris houdt een register van de verleende ambtelijke
                                bijstand als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c bij,
                                waarin per verzoek om bijstand aan de reguliere ambtelijke
                                organisatie wordt opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>welk raadslid om bijstand heeft verzocht;</al></li><li nr="b."><al>over welk onderwerp om bijstand is verzocht;</al></li><li nr="c."><al>welke ambtenaar de bijstand heeft verleend;</al></li><li nr="d."><al>hoeveel tijd het verlenen van de bijstand heeft gekost;</al></li><li nr="e."><al>de reden waarom een verzoek is geweigerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>De secretaris verstrekt de desbetreffende portefeuillehouder in het
                                college desgewenst een afschrift van het verzoek uit het
                                register.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijk bijstand
                                    of de inhoud van het gegeven advies geheim wordt gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college of leden van het college informatie wensen
                                    over een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het
                                    gegeven advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het
                                    betrokken raadslid.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De fracties, zoals bedoeld in artikel 5 van het reglement van
                                    orde, ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als
                                    tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de
                                    fractie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze bijdrage bestaat uit een vast deel van € 250,- voor elke
                                    fractie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                                    kaderstellende en controlerende rol te versterken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:</al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en
                                            overige regelingen;</al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke
                                            partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen
                                            anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of
                                            goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis
                                            van een gespecificeerde, reële declaratie;</al></li><li nr="c."><al>giften;</al></li><li nr="d."><al>uitgaven welke dienen bestreden te worden uit
                                            vergoedingen die de leden ingevolge het
                                            rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
                                            toekomen;</al></li><li nr="e."><al>opleidingen voor raads- en commissieleden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijdrage voor fractieondersteuning wordt, voor 31 januari van
                                    een kalenderjaar, als voorschot op dat kalenderjaar
                                    verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het voorschot
                                    verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de
                                    verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na de maand waarin
                                    de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt
                                    wordt het voorschot verstrekt voor de overige maanden van dat
                                    jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het voorschot wordt verrekend met teveel ontvangen voorschotten
                                    in jaren waarvoor de raad de bedragen heeft vastgesteld bedoeld
                                    in artikel 13.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het zeteltal van een fractie ten gevolge van verkiezingen
                                    verandert, wijzigt de bijdrage</al><lijst><li nr="a."><al>bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van
                                            de maand na de maand waarin de eerste vergadering van de
                                            nieuw gekozen raad plaatsvindt.</al></li><li nr="b."><al>bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van
                                            de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw
                                            gekozen raad plaatsvindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 8,
                                    tweede lid, vastgestelde bijdrage voor de oorspronkelijke
                                    fractie verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid
                                    van het aantal bij de splitsing betrokken leden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke
                                    fractie verstrekte voorschot verrekend overeenkomstig de
                                    verdeling die volgt uit het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van
                                    de bijdrage toekomend aan een fractie ter besteding door die
                                    fractie in volgende jaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de fractie
                                    in het voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge artikel 8.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve, komt tot
                                    uitdrukking in de afrekening als bedoeld in artikel 13 over dat
                                    jaar. Bevoorschotting vindt desgevraagd plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie
                                    die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die
                                    naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan
                                    worden beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou
                                    worden dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op
                                    dat meerdere.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld over de
                                    betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de
                                    splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve niet meer
                                    bedraagt dan 30% van de bijdrage die de oorspronkelijke fractie
                                    in het voorgaande kalenderjaar ontving.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van een
                                    kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de besteding
                                    van de bijdrage voor fractieondersteuning onder overlegging van
                                    een verslag aan de gemeenteraad.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2004.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>De raad van de gemeente Haaren,raadsgriffier, Voorzitter,Drs. S.H.G.A. van
                        der Schans-Jacobs. F.H.G.M. Ronnes.</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemeen</titel></kop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Dit artikel
                    is door de Wet dualisering gemeentebestuur ingrijpend gewijzigd. Het legt
                    expliciet vast dat de raad en individuele raadsleden een recht op ambtelijke
                    bijstand hebben. Voor politieke groeperingen bestaat daarnaast een recht op
                    fractieondersteuning. De uitwerking van deze rechten moet bij verordening worden
                    geregeld. De oude modelregeling ambtelijke bijstand is aangepast aan het nieuwe
                    dualistische bestuursstelsel. Dit heeft geleid tot de nodige veranderingen. Het
                    meest opvallend is de centrale rol van de griffier. Dit nieuwe instituut, dat
                    bij uitstek bedoeld is voor het verlenen van hulp aan raadsleden, wordt het
                    eerste aanspreekpunt als het gaat om ambtelijke bijstand. De griffier vervult
                    ook de rol van schakel tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke
                    organisatie.De burgemeester vervult ook een nieuwe rol in het proces. Indien er
                    een conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de burgemeester een
                    bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol kunnen spelen. De positie van de
                    burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer en
                    als degene die uiteindelijk het laatste woord heeft. De Staatscommissie dualisme
                    en lokale democratie had ook al geadviseerd tot een dergelijke rol van de
                    burgemeester.Gezien de nieuwe dualistische verhoudingen ligt het voor de hand
                    dat er ook op het punt van de ambtelijke bijstand duidelijkere scheidslijnen
                    worden getrokken tussen werkzaamheden voor de raad en voor het college. Dat komt
                    tot uitdrukking in het feit dat een raadslid kan aangeven dat een verzoek om
                    ambtelijke bijstand en de inhoud van de verleende bijstand geheim moet worden
                    gehouden. De ambtenaar mag niet onder druk komen te staan doordat hij
                    werkzaamheden voor de raad verricht. Daarom zal een collegelid dat toch
                    informatie wenst over het verzoek om ambtelijke bijstand wenst, zich moeten
                    wenden tot het betrokken raadslid en niet tot de behandelend ambtenaar.De
                    verordening behandelt gedetailleerd de ambtelijke bijstand. Aangezien het de
                    verhouding betreft tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie,
                    is behoefte aan duidelijke regels. Deze ambtenaren werken doorgaans namelijk
                    voor het college. De wijziging van artikel 103 van de Gemeentewet laat dit
                    scherp zien. Voor de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur bepaalde
                    dit artikel dat de secretaris (en daarmee de onder hem ressorterende ambtelijke
                    organisatie) de raad en het college terzijde stond. In dualistische verhoudingen
                    staat de secretaris het college terzijde en wordt de raad bijgestaan door de
                    griffier.Dat de raad nu beschikt over een griffier met griffie betekent niet dat
                    er geen behoefte meer zou zijn aan ambtelijke bijstand door de reguliere
                    ambtelijke organisatie. De griffie zal, in vergelijking met de reguliere
                    organisatie beperkt in omvang zijn. Voor specialistische hulp op het gebied van
                    het maken van amendementen, moties en regelingen zal een beroep op deze
                    organisatie dan ook nodig blijven. Dit geldt ook voor specifieke informatie die
                    alleen bij de reguliere ambtelijke organisatie beschikbaar is. De wetgever heeft
                    dat onderkend en het recht op deze vorm van ambtelijke ondersteuning expliciet
                    vastgelegd. Deze verordening vormt de uitwerking van dit recht.De nieuwe
                    formulering van artikel 33 van de Gemeentewet laat buiten twijfel dat
                    individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de raad,
                    recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle
                    raadsleden een beroep worden gedaan.In de verordening is geen bepaling opgenomen
                    voor die gevallen waarin de tot het verlenen van hulp aangewezen ambtenaar op
                    grond van gewetensbezwaren daartoe niet bereid is. In een dergelijk geval is er
                    sprake van een rechtspositioneel probleem dat binnen de ambtelijke organisatie
                    tot een oplossing dient te worden gebracht.</al><al/><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                    verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om het
                    verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift van
                    openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de griffier die het
                    verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke
                    organisatie. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in de betekenis
                    die het in de Wet openbaarheid bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld
                    openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Voor niet openbare
                    documenten wordt een regeling gegeven in de artikel 25, 55 en 86 van de
                    Gemeentewet. Deze rechten zijn uitgewerkt in het reglement van orde voor de
                    raad, het reglement van orde voor het college en de verordening op de
                    raadscommissies. Er is voor gekozen de griffier te noemen als centrale
                    functionaris. Het bestaan van het instituut griffie en de ontvlechting van de
                    posities van de raad en het college, die bij de dualisering zijn beslag heeft
                    gekregen, leidt ertoe dat de ambtelijke organisatie parallel ontvlochten wordt.
                    Omdat de griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke
                    organisatie zal de secretaris de ambtenaar die de bijstand verleent moeten
                    aanwijzen. De ontvlechting van posities leidt in dit geval dus noodzakelijk tot
                    een verdergaande formalisering van de regeling omtrent ambtelijke bijstand.De
                    bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                    verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen
                    in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op
                    toe dat er voortgang blijft in het proces.In de gehele verordening is er voor
                    gekozen een onderscheid aan te brengen tussen ambtenaren en medewerkers van de
                    griffie. Als er over ambtenaren gesproken wordt, worden ambtenaren van de
                    reguliere ambtelijke organisatie bedoeld die onder gezag van het college staan
                    en worden dus niet griffiemedewerkers bedoeld. Dit neemt niet weg dat ook
                    medewerkers van de griffie ook ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn.
                    Op grond van het derde lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris
                    weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het
                    eerste lid, onderdeel a en b betreft.</al><al/><al><vet>Artikelen 2 en 3</vet></al><al>Beoordeling of één van de in artikel 3 genoemde weigeringsgronden zich voordoet
                    vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als hoofd van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. In artikel 4 is aangegeven dat de
                    uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is
                    voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover overleg
                    voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig ook het betrokken
                    raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de
                    burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180
                    Gemeentewet).</al><al/><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>Ook indien - naar de mening van het raadslid - op onvoldoende wijze aan zijn of
                    haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere instantie
                    worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige positie in
                    het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen instantie voor. Wel dient het
                    betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te voeren met de
                    secretaris.</al><al/><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Het register dat door de secretaris kan worden bijgehouden maakt het mogelijk na
                    te gaan hoe vaak er al een beroep is gedaan op de ambtelijke organisatie en kan
                    een belangrijke rol spelen bij het in kaart brengen van de behoefte van deze
                    voorzieningen. De raad kan een keuze maken tussen de mogelijke regelingen die
                    zijn gecursiveerd.</al><al/><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>In dit artikel is aangegeven dat het van belang is dat de betrokken
                    portefeuillehouder op de hoogte is van het feit dat bijstand is verleend door
                    onder zijn verantwoordelijkheid functionerende ambtenaren. Gezien de vergroting
                    van de afstand tussen raad en college die met de dualisering is gecreëerd, is
                    het logisch dat desgewenst melding wordt gemaakt van het verschaffen van
                    ambtelijke bijstand. Het college en de secretaris kunnen afspreken in welke
                    gevallen hiervan melding wordt gemaakt.</al><al/><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Indien een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt, moet hij ervan uit
                    kunnen gaan dat de ambtenaar bij het verrichten van die werkzaamheden
                    onafhankelijk opereert van het college. Dit is een gevolg van de door de
                    dualisering tot stand gebrachte ontvlechting van posities. De mogelijkheid wordt
                    dan ook geopend dat een raadslid aangeeft dat een verzoek om ambtelijke bijstand
                    en de inhoud van de verleende bijstand geheim wordt gehouden. Om te verzekeren
                    dat een ambtenaar niet door collegeleden onder druk wordt gezet om toch
                    inlichtingen te verschaffen over het verzoek van een raadslid is in het tweede
                    lid bepaald dat collegeleden zich voor informatie direct tot het betrokken
                    raadslid wenden en niet tot de behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een
                    extra waarborg voor de onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke
                    bijstand.De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel
                    onderdeel van de reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke
                    bijstand hoort tot de normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit gedeelte
                    van zijn taak niet goed uitoefent behoudt het college dus de mogelijkheid om de
                    ambtenaar hierop aan te spreken.</al><al/><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De
                    hoogte van het budget voor fractieondersteuning zal in de gemeentebegroting
                    moeten worden opgenomen en dus door de raad worden vastgesteld. De
                    fractieondersteuning bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel
                    garandeert dat elke fractie de kans krijgt zich op gelijkwaardig niveau te laten
                    ondersteunen. Omdat grote fracties meer lasten zullen hebben op facilitair
                    gebied is het logisch dat zij voor dergelijke kosten een hogere vergoeding
                    krijgen.</al><al/><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>De fracties wordt grotendeels de vrijheid gelaten wat betreft de
                    inhoudelijke besteding van de fractieondersteuning. Minimumvoorwaarde is wel dat
                    de bijdrage besteed wordt aan raadswerkzaamheden. Verder is een aantal doelen
                    genoemd waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden. Daarmee wordt onder
                    andere voorkomen dat met de bijdrage verkiezingscampagnes worden gefinancierd en
                    dat raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk (vastgelegd in het
                    rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat zijn grondslag vindt in de
                    artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet) aanvullen met de bijdrage voor
                    fractieondersteuning. De bijdrage voor fractieondersteuning is bedoeld als
                    tegemoetkoming in de kosten van het functioneren van de fractie. Opleidingen
                    voor raads- en commissieleden dienen bekostigd te worden uit het daarvoor
                    beschikbare individuele budget en dientengevolge ook niet uit de bijdrage voor
                    fractieondersteuning.Omdat het bij uitstek om politieke ondersteuning gaat, kan
                    deze inhoudelijk niet te zeer gedetailleerd geregeld worden.
                    Fractieondersteuning in de vorm van het beschikbaar stellen van
                    gemeenteambtenaren voor de fracties wordt niet wenselijk geacht, aangezien het
                    vaak politiek getinte ondersteuning betreft. Fracties moeten daarom vrij zijn in
                    de keuze van de personen die de fracties eventueel ondersteunen.</al><al/><al><vet>Artikel 10 </vet></al><al>De bijdrage wordt als voorschot verstrekt. In een verkiezingsjaar wordt
                    het voorschot in twee gedeelten gesplitst. Het is logisch dat het aangepast
                    wordt aan de nieuwe verhoudingen in de raad. Indien blijkt dat het geld
                    onrechtmatig is besteed kan dit aan het eind van het jaar verrekend
                    worden.</al><al/><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>Het spreekt vanzelf dat de bijdrage aangepast zal moeten worden aan veranderde
                    verhoudingen in de raad. De regeling heeft tot gevolg dat fracties die kleiner
                    worden (of geheel verdwijnen) nog over de gehele maand waarin de nieuwe raad
                    voor het eerst vergaderd de bijdrage ontvangen. Voor fracties die groter worden
                    (of nieuwe fracties) gaat de bijdrage per diezelfde maand in. Dat betekent dat
                    de totale bijdrage voor fractieondersteuning in een verkiezingsjaar hoger
                    uitvalt dan in andere jaren. Dit is niet te vermijden. Bij splitsing van een
                    fractie zal het al eerder verstrekte voorschot direct verrekend moeten worden.
                    Als dat niet zou gebeuren zou een deel van de oorspronkelijke fractie over een
                    te groot voorschot beschikken en zou het andere deel juist helemaal geen
                    voorschot krijgen. Na het kalenderjaar zou dan alsnog verrekend moeten worden.
                    Het is billijker de verrekening in deze gevallen direct te laten
                    plaatsvinden.</al><al/><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>De reserve bestaat uit het overschot van voorgaande jaren. Dit bedrag zal niet
                    eindeloos mogen groeien. De reserve is dan ook aan een maximum gebonden. Ook met
                    betrekking tot de reserve is het van belang dat goed wordt omgegaan met de
                    splitsing van een fractie. De regeling in het zesde lid regelt dat de reserve
                    naar evenredigheid verdeelt wordt over de nieuw ontstane fracties. Indien een
                    splitsing kort na de verkiezingen plaatsvindt zou een conflict kunnen ontstaan
                    over de verdeling van de reserve. De regeling laat er echter geen twijfel over
                    dat ook in dat geval de reserve verdeelt moet worden.</al><al/><al><vet>Artikel 13</vet></al><al>Dit artikele behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 14</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>