<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR71751_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van de baatbelasting revitalisering bedrijventerrein Heerenveen-Zuid</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerenveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-05-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerenveen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerenveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heerenveense Courant (Crackstate Nijs), 23-02-2002</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening baatbelasting revitalisering bedrijventerrein Heerenveen-Zuid</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-01-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-01-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>uitwerking ogv art 28 wet arhi</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van de baatbelasting revitalisering bedrijventerrein Heerenveen-Zuid</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Heerenveen; </vet></al><al/><al/><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18
                  december 2001;</al><al/><al>gelet op artikel 222 van de Gemeentewet en het “Aangevuld bekostigingsbesluit
                  revitalisering bedrijventerrein Heerenveen-Zuid” van 4 december 2000;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al>Verordening op de heffing en de invordering van baatbelasting revitalisering
                  bedrijventerrein Heerenveen-Zuid.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>een onroerende zaak:</al><lijst><li nr="1."><al>Een gebouwd eigendom, waaronder in ieder geval wordt verstaan een
                              gebouw met eventuele toebehoren en of grond ten aanzien waarvan een
                              splitsing in appartementsrechten heeft plaatsgevonden.</al></li><li nr="2."><al>Een ongebouwd eigendom.</al></li><li nr="3."><al>Een samenstel van:</al><lijst><li nr="a."><al>twee of meer aaneengebouwde of aangrenzende gebouwde
                                    eigendommen; of</al></li><li nr="b."><al>twee of meer aangrenzende ongebouwde eigendommen; of</al></li><li nr="c."><al>aangrenzende gebouwde en ongebouwde eigendommen; voorzover voor
                                    een hiervoor genoemd samenstel van eigendommen geen splitsing in
                                    appartementsrechten heeft plaatsgevonden en voorzover voor
                                    genoemde eigendommen eenzelfde genothebbende krachtens eigendom,
                                    bezit of beperkt recht kan worden aangewezen als
                                    belastingplichtige.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Een samenstel van:</al><lijst><li nr="a."><al>twee of meer aaneengebouwde of aangrenzende gebouwde
                                    eigendommen; of</al></li><li nr="b."><al>twee of meer aangrenzende ongebouwde eigendommen; of</al></li><li nr="c."><al>aangrenzende gebouwde en ongebouwde eigendommen; voorzover voor
                                    genoemd samenstel van eigendommen een splitsing in
                                    appartementsrechten heeft plaatsgevonden.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="b."><al>een eigendom: een kadastraal perceel grond</al></li><li nr="c."><al>het bestemmingsplan: </al><lijst><li nr="1."><al>het bestemmingsplan Heerenveen-Zuid, vastgesteld 26-10-1992,
                              goedgekeurd 03-03-1993 RO/1993-38665, nummer 15, danwel;</al></li><li nr="2."><al>het bestemmingsplan Industrieterrein Nieuweschoot, vastgesteld
                              26-04-1982, goedgekeurd 17-03-1983, nummer 12691.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam baatbelasting revitalisering bedrijventerrein
                        Heerenveen-Zuid wordt in de vorm van een heffing ineens een directe
                        belasting geheven ter zake van de onroerende zaken gelegen in de gemeente
                        binnen het groen omlijnde gebied op de bij deze verordening behorende en als
                        zodanig gewaarmerkte kaart, die op 1 mei 2001 zijn gebaat door de in het
                        tweede lid genoemde voorzieningen die tot stand zijn of worden gebracht door
                        of met medewerking van het gemeentebestuur.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde voorzieningen omvatten: </al><lijst><li nr="a."><al>het verwerven danwel het beschikbaar stellen van de ondergrond van de
                              aan te leggen c.q. te verbeteren voorzieningen van openbaar nut; </al></li><li nr="b."><al>de verbetering van de ontsluitingswegen met uitzondering van de
                              Heremaweg, de Rostergaastweg en de Industrieweg; c. de verbetering van
                              verlichting; d. de aanleg van bebording/bewegwijzering; e. de aanleg
                              van groenvoorzieningen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak als
                        bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft krachtens eigendom, bezit
                        of beperkt recht.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens
                        eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op het tijdstip van
                        ingang van de heffing dan wel, indien de belasting wordt geheven in de vorm
                        van een jaarlijkse belasting, bij de aanvang van het belastingjaar als
                        zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op
                        dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                        is. </al></li><li nr="3."><al>Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in artikel
                        2, tweede lid, ter zake van een onroerende zaak krachtens overeenkomst zijn
                        of worden voldaan, wordt de belasting ter zake van die onroerende zaak niet
                        geheven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De maatstaf van heffing is het aantal volle vierkante meters kadastrale
                        oppervlakte van de onroerende zaak voor zover die oppervlakte is gelegen
                        binnen het gebied zoals aangegeven in artikel 2, eerste lid, waarbij op hele
                        meters naar beneden wordt afgerond, en zover in de vigerende
                        bestemmingsplannen sprake is van een of meer van de volgende
                        gebruiksbestemmingen: bedrijfsdoeleinden, bedrijventerrein, doeleinden van
                        wonen en detailhandel, horecadoeleinden, openbare nutsdoeleinden,
                        industriële bedrijven met bijbehorende erven, agrarisch bedrijf met
                        bijbehorend erf en nutsbedrijf met bijbehorend erf, danwel op deze
                        bestemmingplannen verleende of in redelijkheid te verlenen vrijstellingen al
                        dan niet ex artikel 19 WRO ten behoeve van voornoemde vormen van gebruik..
                     </al></li><li nr="2."><al>Indien in de periode gelegen tussen de in artikel 2, eerste lid genoemde
                        datum en de datum van ingang van heffing van deze verordening het eigendom,
                        bezit of beperkt recht van een gedeelte van een op de in artikel 2, eerste
                        lid genoemde datum bestaande onroerende zaak is danwel wordt overgedragen,
                        wordt voor de vaststelling van de belastingschuld voor de op de datum van
                        ingang van heffing bestaande onroerende zaken uitgegaan van de maatstaf
                        zoals bedoeld in het eerste lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedraagt voor elke vierkante meter van de heffingsmaatstaf in
                        het gebied aangegeven in de:</al><lijst><li nr="a."><al>gele kleur € 0,66;</al></li><li nr="b."><al>blauwe kleur € 0,56 .</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid genoemde bedragen zijn inclusief omzetbelasting indien
                        deze verschuldigd is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
                                 belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een
                                 jaarlijkse belasting gedurende vijf jaren. Het verzoek genoemd in
                                 de eerste volzin dient binnen zes weken na de dagtekening van de
                                 aanslag schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel
                                 b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden
                                 ingediend.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het belastingjaar loopt van 1 februari tot en met 31 januari
                                 daaropvolgend.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
                                 verschuldigde, berekend op basis van een periode van vijf jaren en
                                 een rentevoet van 6,25 %.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>De belasting over de nog niet aangevangen belastingjaren kan elk
                                 jaar worden afgekocht. Hiertoe dient een schriftelijk verzoek te
                                 worden ingediend, voorafgaand aan het eerste belastingjaar van de
                                 periode waarop de afkoop betrekking heeft. De afkoopsom wordt
                                 bepaald op de contante waarde van de bij aanvang van het eerste
                                 belastingjaar waarop de afkoop betrekking heeft nog te verschijnen
                                 belastingbedragen, berekend naar een rentevoet van 6,25 %.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="6*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="88*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
                                 heffing en de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                 als bedoeld in het eerste lid eindigt of wijzigt als gevolg van het
                                 overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de nieuwe
                                 genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met
                                 ingang van het eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens
                                 opgelegd voor de resterende belastingjaren van het
                                 belastingtijdvak, berekend overeenkomstig het vierde lid van dit
                                 artikel.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek van
                                 de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse
                                 heffing overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd. Het verzoek
                                 daartoe dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag
                                 ingevolge onderdeel a, schriftelijk bij de in artikel 231, tweede
                                 lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te
                                 worden ingediend.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
                                 heffing en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het
                                 bezit of het beperkt recht van een gedeelte van de onroerende zaak
                                 wordt overgedragen, wordt, voor de verdeling van de resterende
                                 belastingschuld, de maatstaf van heffing als bedoeld in artikel 4
                                 voor de betreffende onroerende zaken opnieuw vastgesteld voor de
                                 nog niet aangevangen belastingjaren.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>De aanslagen moeten worden betaald binnen één maand na de dagtekening van het
                  aanslagbiljet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking
                  tot de heffing en invordering van de baatbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van
                        bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 februari 2002.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening baatbelasting
                        revitalisering bedrijventerrein Heerenveen-Zuid”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 januari 2002.</ondertekening><ondertekening>De secretaris,</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>(drs. C.H.J. Brugman)</ondertekening><ondertekening>(drs. P.M.M. de Jonge)</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>