<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR71736_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van de baatbelasting herinrichting centrum Heerenveen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerenveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-05-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerenveen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerenveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heerenveense Courant (Crackstate Nijs), 22-12-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening baatbelasting herinrichting centrum Heerenveen 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 222</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>uitwerking ogv art 28 wet arhi</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>GF04.20180</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van de baatbelasting herinrichting centrum Heerenveen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Heerenveen;</al><al/><al>gelet op het Aangevuld bekostigingsbesluit herinrichting centrum Heerenveen,
                        zoals dat is vastgesteld bij raadsbesluit van 1 maart 2001, en vervolgens is
                        gewijzigd bij raadsbesluiten van achtereenvolgens 31 januari 2002, 3
                        februari 2003 en 18 maart 2004;</al><al/><al>gelet op artikel 222 van de Gemeentewet</al><al/><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van de baatbelasting
                            herinrichting centrum Heerenveen</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>onroerende zaak:</al><lijst><li nr="1"><al>een gebouwd eigendom;</al></li><li nr="2"><al>een ongebouwd eigendom;</al></li><li nr="3"><al>een appartement, als zijnde een gedeelte van een
                                                onder 1 en/of 2bedoeld eigendom, terzake van welk
                                                eigendom een splitsing in appartementsrechten,al dan
                                                niet in combinatie met een ondersplitsing van een
                                                zodanig appartementsrecht, heeft
                                                plaatsgevonden;</al></li><li nr="4"><al>een samenstel van:</al><lijst><li nr="a."><al>twee of meer aaneengebouwde of aangrenzende
                                                  gebouwde eigendommen; of:</al></li><li nr="b."><al>twee of meer aangrenzende ongebouwde
                                                  eigendommen; of:</al></li><li nr="c."><al>aangrenzende gebouwde en ongebouwde
                                                  eigendommen;</al></li><li nr="d."><al>twee of meer aaneengebouwde of aangrenzende
                                                  appartementen; voorzover voor die eigendommen of
                                                  appartementen eenzelfde genothebbende krachtens
                                                  eigendom, bezit of beperkt recht, wordt aangemerkt
                                                  als belastingplichtige; zulks met uitzondering van
                                                  die delen van een onder 1 tot en met 4 van dit
                                                  onderdeel bedoeld eigendom of appartement, die
                                                  behoren tot de heringerichte openbare ruimte.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="b."><al>heringerichte openbare ruimte: het gebied in rode kleur
                                        aangeduid op de bij deze verordening behorende en
                                        gewaarmerkte kaart (kaart I), waarbinnen de voorzieningen
                                        zoals bedoeld in artikel 2.2, zijn gelegen;</al></li><li nr="c."><al>bestemmingsplan: het bestemmingsplan Heerenveen-Centrum,
                                        zoals vastgesteld door de gemeenteraad in de vergadering van
                                        25 juni 1990;</al></li><li nr="d."><al>bestemming: de bestemming zoals genoemd in het
                                        bestemmingsplan;</al></li><li nr="e."><al>publiekgerichte functie: gebruik ten behoeve van op het
                                        publiek gerichte bedrijfsmatige functies, zoals
                                        detailhandel, horeca, kantoren, dienstverlening, bedrijven,
                                        sociaal-medische doeleinden, sociaal-culturele doeleinden en
                                        recreatie;</al></li><li nr="f."><al>vrijstelling: een besluit zoals bedoeld in artikel 15, 17 of
                                        19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening;</al></li><li nr="g."><al>voorbereidingsbesluit: een besluit zoals bedoeld in artikel
                                        21 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening;</al></li><li nr="h."><al>een gebate onroerende zaak</al><lijst><li nr="1"><al>voorzover er geen sprake is van een appartement of
                                                samenstel van appartementen zoals bedoeld in lid
                                                1.a: een onroerende zaak die direct of indirect
                                                grenst aan de heringerichte openbare ruimte,
                                                voorzover:</al><lijst><li nr="a."><al>die onroerende zaak ingevolge het
                                                  bestemmingsplan op de in artikel 2.1 genoemde
                                                  peildatum geheel of gedeeltelijk is bestemd tot
                                                  Centrumdoeleinden, Gemengde Doeleinden I of
                                                  Gemengde Doeleinden II, en ingevolge die
                                                  bestemming geheel of gedeeltelijk gebruik voor
                                                  publiekgerichte functies mogelijk is; en/of:</al></li><li nr="b."><al>op grond van een op de in artikel 2.1 genoemde
                                                  peildatum geldende vrijstelling en/of
                                                  voorbereidingsbesluit, een en ander zoals
                                                  aangeduid op de bij deze verordening behorende en
                                                  als zodanig gewaarmerkte kaart (kaart II), terzake
                                                  die onroerende zaak geheel of gedeeltelijk gebruik
                                                  voor publiekgerichte functies mogelijk is;</al></li></lijst></li><li nr="2"><al>voorzover er sprake is van een appartement of
                                                samenstel van appartementen zoals bedoeld in lid
                                                1.a: een appartement of samenstel van appartementen
                                                dat direct of indirect grenst aan de heringerichte
                                                openbare ruimte, voorzover:</al><lijst><li nr="a."><al>dat appartement of samenstel van appartementen
                                                  ingevolge het bestemmingsplan op de in artikel 2.1
                                                  genoemde peildatum geheel of gedeeltelijk is
                                                  bestemd tot Centrumdoeleinden, Gemengde Doeleinden
                                                  I of Gemengde Doeleinden II, en ingevolge die
                                                  bestemming geheel of gedeeltelijk gebruik voor
                                                  publiekgerichte functies mogelijk is; en/of:</al></li><li nr="b."><al>op grond van een op de in artikel 2.1 genoemde
                                                  peildatum geldende vrijstelling en/of
                                                  voorbereidingsbesluit, een en ander zoals
                                                  aangeduid op de bij deze verordening behorende en
                                                  als zodanig gewaarmerkte kaart (kaart II), terzake
                                                  dat appartement of samenstel van appartementen
                                                  geheel of gedeeltelijk gebruik voor
                                                  publiekgerichte functies mogelijk is;</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="i."><al>gemeenschappelijke ruimte: die gedeelten van een eigendom
                                        zoals bedoeld onder sub a.1 en/of sub a.2, ter zake van welk
                                        eigendom een splitsing in appartementsrechten heeft
                                        plaatsgevonden en van welke splitsing de gebate onroerende
                                        zaak onderdeel uitmaakt, en waarvoor geldt dat zijingevolge
                                        de akte van splitsing niet zijn bestemd om als afzonderlijk
                                        geheel te worden gebruikt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien in deze verordening begrippen worden gehanteerd die ook
                                voorkomen in het bestemmingsplan, gelden de begripsvoorschriften
                                zoals opgenomen in de voorschriften van het bestemmingsplan, tenzij
                                in deze verordening anders is bepaald. Het bepaalde in de vorige
                                volzin is van overeenkomstige toepassing op begrippen die ook
                                voorkomen in een vrijstellings- of voorbereidingsbesluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2.</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam 'baatbelasting herinrichting centrum Heerenveen 2004'
                                wordt in de vorm van een heffing-ineens een directe belasting
                                geheven ter zake van de onroerende zaken gelegen in de gemeente
                                Heerenveen binnen het als zodanig in gele kleur aangegeven gebied
                                aangeduid op de bij deze verordening behorende en als zodanig
                                gewaarmerkte kaart (kaart I), die op 25 maart 2004 zijn gebaat door
                                de in lid 2 genoemde voorzieningen die tot stand zijn gebracht door
                                of met medewerking van het gemeentebestuur.</al></li><li nr="2."><al>De in lid 1 bedoelde voorzieningen zijn gelegen in de heringerichte
                                openbare ruimte en omvatten:</al><lijst><li nr="a."><al>het verbeteren en verfraaien van openbare
                                        (sier)bestrating;</al></li><li nr="b."><al>het verbeteren en verfraaien van openbare
                                        (sier)verlichting;</al></li><li nr="c."><al>het aanbrengen c.q. verbeteren van straatmeubilair, openbaar
                                        groen en fietsklemmen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van degene die van een gebate onroerende
                                zaak als bedoeld in artikel 2.1, het genot heeft krachtens eigendom,
                                bezit of beperkt recht.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van lid 1 wordt als genothebbende krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op het
                                tijdstip van ingang van de heffing dan wel, indien de belasting
                                wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting, bij de
                                aanvang van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale
                                registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></li><li nr="3."><al>Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in
                                artikel 2.2 ter zake van eenonroerende zaak krachtens overeenkomst
                                zijn of worden voldaan, wordt de belasting ter zake van die
                                onroerende zaak niet geheven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>4.</nr><titel>Maatstaf van de heffing</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De belasting wordt geheven naar de volgende twee
                                            maatstaven:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>zulks met inachtneming van het bepaalde in de navolgende
                                            artikelleden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor een gebate onroerende zaak, niet zijnde een
                                            appartement of samenstel van appartementen, zoals
                                            bedoeld in artikel 1.1.h.1, wordt verstaan onder:</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="4*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>oppervlakte: de oppervlakte van de gebate onroerende
                                            zaak volgens de kadastrale registratie, voorzover
                                            terzake die oppervlakte krachtens de bestemming
                                            Centrumdoeleinden, Gemengde Doeleinden I en/of Gemengde
                                            Doeleinden II danwel krachtens een vrijstellings- en/of
                                            voorbereidingsbesluit het gebruik voor publiekgerichte
                                            functies mogelijk is; een en ander op volle vierkante
                                            meters naar beneden afgerond;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>gecorrigeerde oppervlakte: de optelsom van het totaal
                                            van de delen van de oppervlakte van een gebate
                                            onroerende zaak, vermenigvuldigd met tot elk gedeelte
                                            van die oppervlakte behorende baatfactor;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>baatfactor: de voor een deel of de gehele oppervlakte
                                            geldende factor, gerelateerd aan de ten aanzien van die
                                            oppervlakte krachtens een bestemming en/of een
                                            vrijstellings- en/of voorbereidingsbesluit geldende
                                            publiekgerichte functie; een en ander volgens de tot
                                            deze verordening behorende en gewaarmerkte tabel I.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor een gebate onroerende zaak, zijnde een appartement
                                            of samenstel van appartementen zoals bedoeld in artikel
                                            1.1.h.2, wordt verstaan onder:</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="4*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>oppervlakte: de optelsom van:</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="4*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="4*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="85*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>1.</al></entry><entry colname="col4"><al>de oppervlakte van de bouwlagen van de gebate onroerende
                                            zaak, en:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>2.</al></entry><entry colname="col4"><al>het aan de gebate onroerende zaak toegerekende aandeel
                                            in de oppervlakte van de gemeenschappelijke ruimte;zulks
                                            voorzover terzake de onder 1 en 2 bedoelde oppervlakten
                                            krachtens de bestemming Centrumdoeleinden, Gemengde
                                            Doeleinden I en/of Gemengde Doeleinden II danwel
                                            krachtens een vrijstellings- en/of voorbereidingsbesluit
                                            het gebruik voor publiekgerichte functies mogelijk is.
                                            De oppervlakte wordt digitaal van de akte van splitsing
                                            gemeten en op volle vierkante meters naar beneden
                                            afgerond;</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="4*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al> het aan de gebate onroerende zaak toegerekende aandeel
                                            in de oppervlakte van de gemeenschappelijke ruimte: het
                                            op basis van de aandelenverhouding zoals bedoeld in
                                            artikel 5:113, eerste lid BW en zoals vastgelegd in de
                                            akte van splitsing, aan de gebate onroerende zaak toe te
                                            rekenen gedeelte van de oppervlakte van de
                                            gemeenschappelijke ruimten van die bouwlagen van het
                                            eigendom, waarop gebate onroerende zaken zijn
                                            gelegen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>bouwlaag: de begane grond, eerste verdieping en/of
                                            kelder van een in artikel 1.1.a bedoeld eigendom, ter
                                            zake van welk eigendom een splitsing in
                                            appartementsrechten heeft plaatsgevonden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d. </al></entry><entry colname="col3"><al>gecorrigeerde oppervlakte: de optelsom van het totaal
                                            van de delen van de oppervlakte van een gebate
                                            onroerende zaak, vermenigvuldigd met de tot elk gedeelte
                                            van die oppervlakte behorende baatfactor.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry colname="col3"><al>baatfactor: de voor een deel of de gehele oppervlakte
                                            voorzover betrekking hebbende op eenzelfde bouwlaag
                                            geldende factor, gerelateerd aan de voor die onroerende
                                            zaak ingevolge de bestemming en/of een vrijstellings-
                                            en/of voorbereidingsbesluit geldende publiekgerichte
                                            functie; een en ander volgens de tot deze verordening
                                            behorende en gewaarmerkte tabel II.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Ingeval in de periode gelegen tussen de in artikel 2.1
                                            genoemde datum en de datum van ingang van heffing van de
                                            verordening het eigendom, het bezit of het beperkt recht
                                            van een deel van een onroerende zaak is of wordt
                                            overgedragen, worden voor de verdeling van de
                                            belastingschuld over de na de overdracht op de datum van
                                            ingang van heffing bestaande onroerende zaken de
                                            maatstaven van heffing opnieuw vastgesteld als
                                            volgt:</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="4*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>De hernieuwde vaststelling van de gecorrigeerde
                                            oppervlakte vindt plaats met inachtneming van het
                                            bepaalde in lid 1 tot en met lid 3 van dit artikel.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>De hernieuwde vaststelling van het vast bedrag per
                                            gebate onroerende zaak vindt plaats door toepassing van
                                            de volgende formule: A/B x C x € 1,--.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Voor deze formule geldt:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>5.</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>De belasting bedraagt voor een gebate onroerende zaak:</al><lijst><li nr="a."><al>voor elke volle vierkante meter van de gecorrigeerde oppervlakte
                                zoals bedoeld in artikel 4.1.a, € 25,94 vermeerderd met:</al></li><li nr="b."><al>het vaste bedrag zoals bedoeld in artikel 4.1.b, zijnde €
                                982,36.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>6.</nr><titel>Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse
                            belasting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
                                belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een
                                jaarlijkse belasting gedurende 10 jaren. Het verzoek genoemd in de
                                eerste volzin dient binnen zes weken na de dagtekening van de
                                aanslag schriftelijk bij de ambtenaar als bedoeld in artikel 231,
                                tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet te worden ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Het belastingjaar vangt aan op 1 januari en eindigt op 31
                                december.</al></li><li nr="3."><al>De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
                                verschuldigde, berekend op basis van een periode van 10 jaren en een
                                rentevoet van 5% per jaar.</al></li><li nr="4."><al>De belasting over de nog niet aangevangen belastingjaren kan elk
                                jaar worden afgekocht. Hiertoe dient een schriftelijk verzoek te
                                worden ingediend bij de ambtenaar als bedoeld in artikel 231, tweede
                                lid, onderdeel b van de Gemeentewet, voorafgaand aan het eerste
                                belastingjaar van de periode waarop de afkoop betrekking heeft. De
                                afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van de op 1 januari
                                van het eerste belastingjaar van de periode waarop de afkoop
                                betrekking heeft, nog te verschijnen belastingbedragen berekend naar
                                een rentevoet van 5% per jaar.</al></li><li nr=""><al/><lijst><li nr="a."><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een
                                        jaarlijkse heffing en de belastingplicht in de loop van het
                                        belastingtijdvak als bedoeld in lid 1 eindigt of wijzigt als
                                        gevolg van het overdragen van eigendom, bezit of beperkt
                                        recht, wordt de nieuwe genothebbende krachtens eigendom,
                                        bezit of beperkt recht, met ingang van het eerstvolgende
                                        belastingjaar een aanslagineens opgelegd voor de resterende
                                        belastingjaren van het belastingtijdvak, berekend
                                        overeenkomstig lid 4 van dit artikel.</al></li><li nr="b."><al>In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op
                                        verzoek van de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige
                                        de jaarlijkse heffing overeenkomstig lid 1 gecontinueerd.
                                        Het verzoek daartoe dient binnen zes weken na de dagtekening
                                        van de aanslag ingevolge onderdeel a schriftelijk bij de
                                        ambtenaar als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel
                                        b, van de Gemeentewet te worden ingediend.</al></li></lijst></li><li nr=""><al/><lijst><li nr="a."><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een
                                        jaarlijkse heffing en de belastingplicht in de loop van het
                                        belastingtijdvak als bedoeld in lid 1 eindigt of wijzigt als
                                        gevolg van het overdragen van eigendom, bezit of beperkt
                                        recht van een gedeelte van de onroerende zaak, wordt voor de
                                        verdeling van de resterende belastingschuld de maatstaf van
                                        heffing als bedoeld in artikel 4, voor de betreffende
                                        onroerende zaken opnieuw vastgesteld voor de nog niet
                                        verstreken belastingjaren. De hernieuwde vaststelling zoals
                                        bedoeld in de vorige volzin geschiedt door overeenkomstige
                                        toepassing van het bepaalde in artikel 4.4. Alsdan wordt aan
                                        de nieuwe genothebbenden krachtens eigendom, bezit of
                                        beperkt recht met ingang van het eerstvolgende belastingjaar
                                        een aanslag-ineens opgelegd voor de resterende
                                        belastingjaren van het belastingtijdvak berekend
                                        overeenkomstig lid 4 van dit artikel.</al></li><li nr="b."><al>In afwijking van het bepaalde in onderdeel a van dit
                                        artikellid, wordt op verzoek van de in dat onderdeel
                                        bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse heffing
                                        overeenkomstig lid 1, op basis van de ingevolge onderdeel a
                                        van dit artikellid hernieuwd vastgestelde maatstaven van
                                        heffing, gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient binnen zes
                                        weken na de dagtekening van de aanslag ingevolge onderdeel a
                                        schriftelijk bij de ambtenaar als bedoeld in artikel 231,
                                        tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet te worden
                                        ingediend.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>7.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>8.</nr><titel>Termijn van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in één termijn, die vervalt op de
                                laatste dag van de maand volgend op de maand die als dagtekening op
                                het aanslagbiljet is vermeld.</al></li><li nr="2."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in lid 1
                                gestelde termijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>9.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>10.</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de baatbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2005.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening
                                baatbelasting herinrichting centrum Heerenveen 2004'.</al><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 december
                                2004.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>