<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR71722_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Brandveiligheid en Hulpverlening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Geertruidenberg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Geertruidenberg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Brandveiligheid en Hulpverlening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.nl">Brandweerwet 1985, art. 1 tweede lid en art. 12</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.nl">Gemeentewet, art. 149 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>1999-03-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1999-03-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Geen</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Nieuwe regeling</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>publicatiedatum en datum in werkingtreding kloppen niet, nog nakijken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Brandveiligheid en Hulpverlening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr.14 De Raad van de gemeente Geertruidenberg; gelezen het voorstel van
                        burgemeester en wethouders van 23 februari 1999, nr.5; gelet op artikel 1,
                        tweede lid, en artikel 12 van de Brandweerwet 1985, artikel 8, tweede lid,
                        van de Woningwet, artikel 8.11, derde lid, en 8.40 van de Wet Milieubeheer
                        en artikel 149 van de Ge-meentewet, <vet>BESLUIT: </vet>vast te stellen de
                        navolgende: Verordening Brandveiligheid en Hulpverlening</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: 1. veiligheidsketen: de taken en
                        werkzaamheden van de brandweer: die zijn gericht op brandweerzorg en
                        ram-penbestrijding, waarbij de volgende fasen worden onderscheiden:
                        pro-actie, preventie, preparatie, repressie en nazorg. a. pro-actie: is het
                        structureel voorkomen van onveiligheid, veelal in het kader van lange
                        termijnbeleid, bijvoorbeeld door in de planfase stil te staan bij de
                        risico's van bedrijvigheid met gevaarlijke stoffen; b. preventie: is het in
                        een gegeven (potentieel onveilige) situatie treffen van maatregelen die
                        effect hebben op de directe oorzaken van onveiligheid en/of op het
                        verminderen van de gevolgen ervan; c. preparatie: is de daadwerkelijke
                        voorbereiding op de bestrijding van mogelijke aantasting van de veiligheid;
                        te denken valt aan het opstellen van rampenplannen en het organiseren van
                        oefeningen; d. repressie: is de bestrijding van onveiligheid en de
                        hulpverlening in acute noodsituaties door de daadwerkelijke inzet van
                        brandweer en andere hulpverleningsdiensten; e. nazorg: is alles wat nodig is
                        om zo snel mogelijk terug te keren naar de normale verhoudingen door de
                        opvang van slachtoffers of hulp bij de afwikkeling van schadeclaims. 2.
                        grootschalig optreden en bestrijding van rampen en zware ongevallen: alle
                        taken en werkzaamheden van de veiligheidsketen die betrekking hebben op het
                        beperken en bestrijden van rampen en zware ongevallen; 3. organisatieplan:
                        het periodiek door het verantwoordelijke bestuur vast te stellen plan waarin
                        de organisatie van de brandweerzorg in het Stadsgewest Breda is vastgelegd.
                        4. beleidsplan: het periodiek door de raad vast te stellen plan waarin de
                        organisatie van het gemeentelijk brandweerkorps alsmede het op hen van
                        toepassing zijnde beleid en doelstelling worden vastgelegd. 5. werkplan: het
                        jaarlijks door de raad vast te stellen plan waarin opgenomen de door de
                        gemeentelijke brandweer in een jaar te verrichten activiteiten op basis van
                        het beleidsplan.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Gemeentelijke brandweer</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders beschikken over een gemeentelijke brandweer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken gemeentelijke brandweer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De taken van de gemeentelijke brandweer bestaan, behoudens de in artikel
                            5 aan de stads-gewestelijke brandweer opgedragen taken, uit de
                            feitelijke uitvoering van de taken van de veiligheidsketen in de eigen
                            gemeente, een en ander overeenkomstig de uitwerking in het in-gevolge
                            artikel 4 van deze verordening vast te stellen Beleidsplan
                            brandveiligheid en hulpverlening en in overeenstemming met het
                            Organisatieplan brandweerzorg en rampenbe-strijding in het Stadsgewest
                            Breda als bedoeld in artikel 13 van de gemeenschappelijke regeling. 2.
                            Andere dan de onder 1 genoemde werkzaamheden, voor zover deze niet te
                            maken hebben met het wegnemen van onmiddellijk gevaar voor mens en dier,
                            te weten de zogenaamde dienstverlening, kunnen worden verricht
                            overeenkomstig een telkens bij de begroting vast-gestelde
                            tarievenlijst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Beleidsplan en werkplan brandveiligheid en hulpverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders leggen de gemeenteraad tenminste eenmaal per
                            vier jaar een plan ter vaststelling voor op welke wijze aan de inhoud
                            van in artikel 3 omschreven taken van de veiligheidsketen uitvoering zal
                            worden gegeven (beleidsplan brandveiligheid en hulpverlening). Dit plan
                            omvat in elk geval een omschrijving van de bedrijfsvoering van de
                            financiële en personele middelen die beschikbaar zijn, van het materieel
                            en de huisvesting en van een meerjaren opleidings- en oefenplan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitwerking van het beleidsplan vindt plaats in een jaarlijks door de
                            gemeenteraad vast te stellen werkplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Regionale taken</titel></kop><al>Naast de in artikel 3, tweede lid, van de Brandweerwet 1985 opgedragen taken
                        zijn aan de stads-gewestelijke brandweer opgedragen de taken van de
                        veiligheidsketen die niet ingevolge artikel 3 van deze verordening zijn
                        opgedragen aan de gemeentelijke brandweer, een en ander overeenkom-stig de
                        uitwerking in het Organisatieplan brandweerzorg en rampenbestrijding in het
                        Stadsgewest Breda als bedoeld in artikel 13 van de gemeenschappelijke
                        regeling Brandweer Stadsgewest Breda.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Personeel</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor een adequate
                        personeelsvoorziening ten behoeve van de gemeentelijke brandweer. Deze zorg
                        komt tot uitdrukking in een personeelsplan, waarin de minimale vereisten met
                        betrekking tot het brandweerpersoneel staan vermeld; een en ander
                        over-eenkomstig de uitgangspunten in het Organisatieplan brandweerzorg en
                        rampenbestrijding in het Stadsgewest Breda als bedoeld in artikel 13 van de
                        gemeenschappelijke regeling Brandweer Stads-gewest Breda.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Opleiding en oefening</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de opleiding en oefening van het
                        personeel van de gemeentelijke brandweer, die voor de taakuitoefening
                        noodzakelijk zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Instructie commandant</titel></kop><al>De commandant heeft de algemene leiding en het bevel over de gemeentelijke
                        brandweer, over-eenkomstig de voor hem door burgemeester en wethouders
                        vastgestelde instructies.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Materieel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het zoveel mogelijk in
                            overeenstemming brengen en houden van het materieel van de gemeentelijke
                            brandweer met de eisen die zijn vastgelegd in het Operationeel
                            Dekkingsplan Stadsgewest Breda, zoals dat door de deelne-mende gemeenten
                            is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bepalen de plaats waar en de wijze waarop het
                            materieel en de overige goederen van de gemeentelijke brandweer worden
                            ondergebracht overeenkomstig de uitgangspunten die zijn vastgelegd in
                            het Operationeel Dekkingsplan Stadsgewest Breda, zo-als dat door de
                            deelnemende gemeenten is vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bluswatervoorziening</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor zodanige bluswatervoorzieningen
                        en de bereikbaar-heid daarvan, dat de brandbestrijding te allen tijde zoveel
                        mogelijk gewaarborgd is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel en in werking treden</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als; Verordening brandveiligheid en
                        hulpverlening.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Geertruidenberg, 25 maart 1999</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd, de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>H.P.F. Stijnen W.A. Letschert</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>3. Artikelsgewijze toelichting.
                        </titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De in artikel 1 opgenomen begripsomschrijvingen zijn ontleend aan het door
                        de gemeenten in het Stadsgewest Breda vastgestelde Regionaal Stappenplan
                        Project Versterking Brandweer (PVB). De begrippen die voortvloeien uit de
                        veiligheidsketen zijn specifiek bedoeld ten behoeve van de arti-kelen 3 en
                        5. Door de introductie van het begrip "veiligheidsketen" wordt aangegeven
                        dat het takenpakket voor de brandweer meer omvat dan enkel preventief en
                        repressief optreden. Voorts wordt hiermee tot uitdrukking gebracht dat ieder
                        onderdeel van de veiligheidsketen voldoende kwalitatief ontwikkeld dient te
                        worden om het gewenste (brand)veiligheidsniveau te bereiken c.q. te
                        verzekeren.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Gemeentelijke brandweer</titel></kop><al>Artikel 1 van de Brandweerwet 1985 regelt, dat er in elke gemeente een
                        gemeentelijke brandweer is, behoudens indien ingevolge samenwerking met
                        andere gemeenten een regeling terzake tot stand gekomen is.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken gemeentelijke brandweer</titel></kop><lijst><li nr="Lid 1."><al>De in artikel 3 genoemde taken van de gemeentelijke brandweer
                            corresponderen met de door de gemeenten in het Stadsgewest Breda
                            vastgestelde hoofdlijnen van beleid, zoals die zijn geformu-leerd in het
                            Regionaal Stappenplan PVB, het Operationeel Dekkingsplan, nota Gewenste
                            Zorgniveau's en de nota "Naar een nieuwe brandweerorganisatie". Kern
                            daarvan is, dat de taken van de gemeentelijke brandweer tenminste
                            bestaan uit de feitelijke uitvoering ter zake van werkzaamheden van het
                            voorkomen beperken en bestrijden van brand, het beperken van
                            brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al
                            hetgeen daarmee verband houdt.</al><al>Voortvloeiend uit de veiligheidsketen gaat het om alle werkzaamheden op
                            het gebied van pro-actie preventie, preparatie, repressie, nazorg en het
                            optreden bij rampen en zware ongevallen. Door het gebruik van de
                            zinsneden "overeenkomstig de uitwerking in het Beleidsplan
                            brandveilig-heid en hulpverlening" en "in overeenstemming met het
                            Organisatieplan voor brandweerzorg en rampbestrijding in het Stadsgewest
                            Breda" wordt tot uitdrukking gebracht dat de vaststelling van het
                            takenpakket van de gemeentelijke brandweer een bevoegdheid is (en
                            blijft) van het gemeente-bestuur (de raad), maar dat er (wel) een
                            waarborg bestaat voor afstemming met het (regionaal) organisatieplan
                            voor de brandweerzorg en rampenbestrijding in het Stadsgewest Breda.
                            E.e.a. bin-nen de bestuurlijke verantwoordelijkheid van alle gemeenten
                            in de gemeenschappelijke regeling Brandweer Stadsgewest Breda.</al></li><li nr="Lid 2."><al>Hierin wordt bedoeld de algemene dienstverlening door de Brandweer
                            anders dan de wettelijke taken.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Beleidsplan en werkplan brandveiligheid en hulpverlening</titel></kop><al>Dit artikel regelt de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad met
                        betrekking tot het vervullen van de voorwaarden voor een goede
                        taakvervulling door de gemeentelijke brandweer. Deze ver-antwoordelijkheid
                        ligt vast in artikel 1 van de Brandweerwet. Artikel 4 voorziet in een
                        voortschrijdend proces van beleidsvorming, waarin de relaties kunnen worden
                        gelegd met de procedures en de bedrijfsvoering, die in de eigen gemeente
                        gebruikt worden. Gekozen is voor een 4-jarige periode om daarmee enerzijds
                        de duurzaamheid van het beleidsplan aan te geven en anderzijds voor het
                        verkrijgen van aansluiting met de bestuurlijke cyclus in de ge-meente.
                        Tevens dient er jaarlijks, gelijktijdig met de begroting, een werkplan voor
                        het jaar daaropvolgend te worden vastgesteld. In dit werkplan wordt de
                        beleidsvisie, opgenomen in het be-leidsplan, verder uitgewerkt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Regionale taken</titel></kop><al>Dit artikel, waarin de regionale taken zijn uitgeschreven, correspondeert
                        met de door de gemeenten in het Stadsgewest Breda vastgestelde hoofdlijnen
                        van beleid, zoals die zijn geformuleerd in het Regionaal Stappenplan PVB het
                        Operationeel Dekkingsplan, nota Gewenste Zorgniveau's en de nota "Naar een
                        nieuwe brandweerorganisatie". De taken zijn afgeleid van de in het kader van
                        het Project Versterking Brandweer (PVB) vastgestelde referentiekaders. De
                        bevoegdheden van de Brandweer Stadsgewest Breda liggen vast in een
                        gemeenschappelijke regeling. In artikel 5 gaat het om het op regionaal
                        niveau organiseren en uitvoeren van gemeentelijke taken. Deze taken kunnen:
                        - ondersteunend en aanvullend zijn ten opzichte van de basistaken van de
                        gemeentelijke brand-weer, - naar de aard specialistisch zijn, - naar de aard
                        en omvang een bovengemeentelijke aanpak vergen. In dit artikel is in feite
                        een basispakket vastgesteld voor taken, die door de gemeenten zijn
                        overge-dragen aan de stadsgewestelijke brandweer. Diensten die dit
                        basispakket overschrijden zullen door de stadsgewestelijke brandweer op
                        basis van betaalde dienstverlening aan de gemeenten worden aangeboden. Met
                        de zinsnede "overeenkomstig de uitwerking in het Organisatieplan voor
                        brandweerzorg en rampenbestrijding in het Stadsgewest Breda" wordt tot
                        uitdrukking gebracht dat het takenpakket van de stadsgewestelijke brandweer
                        volgens de (gemeentelijke) verordening(en) moet overeenko-men met dit
                        organisatieplan.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Personeel</titel></kop><al>De in dit artikel omschreven bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het
                        personeel geeft aan dat burgemeester en wethouders verantwoordelijk zijn
                        voor een minimum aan gekwalificeerd brand-weerpersoneel ter uitvoering van
                        de taken volgens de veiligheidsketen. De omvang van de repressieve dienst is
                        afhankelijk van het Operationeel Dekkingsplan van de stadsgewestelijke
                        brandweer.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Opleiding en oefening</titel></kop><al>Dit artikel over opleiden en oefenen regelt de verantwoordelijkheid van
                        burgemeester en wethou-ders met betrekking tot de kwaliteit voor het
                        brandweerpersoneel. Dit leidt onder andere tot het vaststellen van een
                        meerjaren opleiding- en oefenplan. De basis hiervan ligt in de nota "Naar
                        het gewenste zorgniveau van brandweertaken" en de landelijke
                        referentiekaders gewenst zorgniveau.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Instructie commandant</titel></kop><al>Het bepaalde in artikel 8 legt de grondslag vast voor de eenhoofdige leiding
                        en de gezagsverhou-ding die voor een goed functioneren van de brandweer
                        onmisbaar zijn. De instructie van de commandant zal naast de aan een juiste
                        taakvervulling verbonden verplichtingen en bevoegdheden de regeling voor de
                        vervanging van de commandant bevatten. De gang van zaken bij intra- en
                        in-terregionale bijstand is geregeld in de gemeenschappelijke regeling
                        Brandweer Stadsgewest Breda en de op grond daarvan vastgestelde Regeling
                        Bijstand en Opschaling 1997 en in de van toepas¬sing zijnde
                        grensoverschrijdende samenwerkingsregelingen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Materieel</titel></kop><al>In dit artikel legt de gemeenteraad de verantwoordelijkheid voor het
                        minimaal benodigde en het soort materieel van de brandweer vast, Deze
                        verantwoordelijkheid wordt overgedragen aan burge-meester en wethouders. Zij
                        valt uiteen in twee leden. Het eerste lid regelt de verantwoordelijkheid
                        voor de materieelvoorziening, aan de hand van het Operationeel Dekkingsplan.
                        Dat bepaalt de aard en omvang van het materieel hetwelk moet worden ingezet.
                        Het tweede lid regelt de opslag van materieel en middelen in de
                        gemeente.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bluswatervoorziening</titel></kop><al>Het blussen van branden is een belangrijke taak van de brandweer. Het
                        blusmiddel water wordt naast andere blusmiddelen het meest gebruikt. De zorg
                        voor de brandveiligheid - zoals bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de
                        Brandweerwet 1985 geeft aan dat burgemeester en wethouders tevens
                        verantwoordelijk zijn voor een adequate bluswatervoorziening. Bluswater kan
                        worden verkregen uit het drinkwaternet, een apart bluswaterleidingnet, open
                        water, speciale blusvijvers en geboorde putten. Aan elk van deze"
                        bluswaterbronnen" zijn nadelen verbonden. - Het drinkwater is een kostbare
                        zaak en een goede kwaliteit drinkwater is van levensbelang.
                        Waterleidingbedrijven kunnen niet altijd gezond drinkwater garanderen als de
                        brandweer door het blussen van branden voor verlaging van de druk in het
                        leidingnet zorgt. Daarenboven is het aanhouden van een grotere doorsnede van
                        een leiding om drukverlaging te voorkomen uit een oogpunt van
                        volksgezondheid niet altijd gewenst, omdat het water onder normale
                        omstandig-heden dan te weinig doorstroomt. - Open water en speciale
                        blusvijvers hebben het nadeel dat deze dichtgevroren kunnen zijn. - Geboorde
                        putten vereisen een regelmatige controle en onttrekken bij gebruik (te) veel
                        grond-water. - Een speciaal bluswaterleidingnet is kostbaar en komt alleen
                        in beeld bij industrieterreinen en dergelijke.</al><al/><al>Bluswater kan het beste uit zoveel mogelijke verschillende "waterbronnen"
                        worden verkregen. Voor de eerste inzet van de brandweer zijn de
                        tankautospuit waarin standaard 1500 of 1600 liter water voor onmiddellijk
                        gebruik is opgeslagen en het drinkwaterleidingnet de meest geëigende
                        middelen om voor bluswater te zorgen, omdat dan nog het minste bluswater
                        nodig is. Branden op plaatsen waar geen drinkwaterleiding aanwezig is of
                        waar dat leidingnet te weinig capaciteit heeft, moeten met water uit een
                        tankwagen of op andere wijze worden geblust. Voor het vervolg van de
                        brandbestrijding kan - zo nodig van een grotere afstand en na enige tijd -
                        water worden gehaald uit een blusvijver, geboorde put of ander open
                        water.</al><al/><al>Het brandbeveiligingsconcept "Beheersbaarheid van brand" geeft een methode
                        voor het bepalen van de grootte van een brandcompartiment en bevat
                        rekenschema's voor blussen en koelen. Dit zijn hulpmiddelen om (indicatief)
                        te bepalen hoeveel één tankautospuit met een zespersoons beman-ning kan
                        blussen of koelen in een bepaalde brandsituatie. Op sommige plaatsen in de
                        ontwikkelde methode is dat bepalend voor het al dan niet acceptabel zijn van
                        een beoogd brandcompartiment.</al><al/><al>Onderstaand is aangegeven hoeveel bluswater in bepaalde situaties minimaal
                        nodig is voor de eer-ste inzet. 1. Voor woningen die zijn uitgevoerd als
                        brandcompartiment met een weerstand tegen brand-doorslag en brandoverslag
                        (WBDBO) van tenminste 60 minuten: 30 kubieke meter per uur. Over het
                        algemeen is hiervan sprake bij woningen die na 1945 zijn gebouwd. 2. Voor
                        woningen die niet zijn uitgevoerd als brandcompartiment met een weerstand
                        tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) van tenminste 60 minuten: 60
                        kubieke meter per uur. Over het algemeen is hiervan sprake bij woningen die
                        voor 1945 zijn gebouwd. 3. Voor overige gebouwen die zijn uitgevoerd als
                        brandcompartiment met een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag
                        (WBDBO) van tenminste 60 minuten en waarbij door bouw-kundige voorzieningen
                        geen branduitbreiding naar buiten te verwachten valt: 30 kubieke meter per
                        uur. 4. Voor overige gebouwen die zijn uitgevoerd als brandcompartiment met
                        een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) overeenkomstig
                        het bepaalde in het brandbevei-ligheidsconcept "Beheersbaarheid van brand"
                        en waarbij door bouwkundige voorzieningen geen branduitbreiding naar buiten
                        te verwachten valt: 30 kubieke meter per uur. 5. Voor overige gebouwen die
                        zijn uitgevoerd als brandcompartiment als onder 3 of 4 vermeld waarbij ter
                        voorkoming van branduitbreiding bovendien wordt uitgegaan van een inzet van
                        de brandweer voor het koelen en blussen van gevels: 60 kubieke meter per
                        uur. 6. Voor overige gebouwen die niet afdoende zijn uitgevoerd als
                        brandcompartiment met een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag
                        (WBDBO) is de behoefte aan water afhanke-lijk van de bij de planbeoordeling
                        noodzakelijk geachte repressieve inzet.</al><al/><al>In het voorgaande is aangegeven hoeveel bluswater minimaal nodig is als "1e
                        inzet" (basis-brandweerinzet). Met betrekking tot de vaststelling van de
                        behoefte aan bluswater voor de "vervolg inzet" vindt thans nader onderzoek
                        plaats door het CCRB. In afwachting van de resultaten van dit onderzoek
                        wordt vooralsnog voor het benodigde bluswater en de wijze van verkrijging
                        gebruik gemaakt van de richtlijn van de NBF "De omgeving van een brandveilig
                        gebouw".</al><al/><al>Waterleidingnetten met een capaciteit van niet meer dan 30m3/h, hoewel in
                        sommige gevallen op kortere termijn afdoende, belemmeren in de praktijk,
                        zeker op langere termijn, een doelmatige uit-voering van de repressieve
                        brandweerzorg. Voor een gegarandeerde, blijvende brandveiligheid in alle
                        categorieën planologische gebieden adviseren wij derhalve een landelijk
                        geldende richtlijn voor het bluswaterdebiet, door het waterleidingnet te
                        leveren, van minimaal 60 m3 per uur.</al><al/><al>Hierbij komt dat het op orde zijn van preventieve voorzieningen slechts als
                        momentopname kan worden vastgesteld. Een voor dat moment gerealiseerd
                        veiligheidsniveau is nog geen op termijn gegarandeerd veiligheidsniveau. De
                        regelconforme inrichting en het regelconforme gebruik van een gebouw
                        verslechteren snel in de loop van de tijd. Door invloed van de
                        gedragscomponent, met andere woorden, kan nieuwbouw zich als oud-bouw gaan
                        gedragen. De offensieve inzet van een tweede tankautospuit wordt in zo'n
                        geval noodzakelijk. Een eenmaal voor nieuwbouw aangelegd waterleidingnet is
                        dan, als gevolg van de veranderde situatie, te krap geworden. Uit een
                        verkenning van de CBS-statistieken over de praktijkgegevens uit de jaren
                        1993-1995 (2) blijkt dat in veel ge-vallen meer capaciteit is aangewend dan
                        30m3/h.</al><al/><al>Bij afwezigheid van een toereikende openbare bluswatervoorziening kan een
                        gemeente op grond van de (model-) bouwverordening een niet-openbare
                        bluswatervoorziening eisen als voorwaarde voor het verlenen van een
                        bouwvergunning. Dit komt voor bij ver van de bebouwde kom gelegen bouwwerken
                        of indien een grote hoeveelheid bluswater ineens nodig is, bijvoorbeeld bij
                        een sprinklerinstallatie. De gemeente bepaalt waar de grens ligt tussen de
                        publieke plicht om voor vol-doende bluswater te zorgen en de noodzaak voor
                        anderen dat te doen. Van belang is het hier nog-maals te vermelden dat
                        brandbestrijding een publieke taak is.</al><al/><al>De gemeentelijke overheid draagt zoals gezegd zorg voor een adequate
                        openbare bluswatervoor-ziening. De openbare bluswatervoorziening dient van
                        een kwantiteit en kwaliteit te zijn, die is gerelateerd aan de
                        gebruiksvoorschriften zoals die zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Het
                        is aan te bevelen in elk bestem¬mingsplan aan te geven wat de capaciteit
                        is/zal zijn van de openbare bluswatervoorziening. Op dit moment is door het
                        Ministerie van VROM een projectgroep Algemene Herziening Water-leidingwet
                        ingesteld. Deze werkgroep bereidt momenteel de wetgeving voor die de drink-
                        en overige watervoorziening in de volgende eeuw moet regelen, hetgeen
                        wellicht effect zou kunnen hebben op de bluswatervoorziening. Vooralsnog
                        worden de ontwikkelingen op de voet gevolgd in regionaal verband.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel en in werking treden</titel></kop><al>De Verordening brandveiligheid en hulpverlening moet op grond van artikel 2
                        van de Brandweer-wet 1985 binnen een week na vaststelling aan gedeputeerde
                        staten worden gezonden.</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><nr>1</nr><titel>1.</titel></kop><al><vet>Algemeen </vet>De structuur van de verordening is ontleend aan de door de
                    VNG uitgebrachte modelverordening brandveiligheid en hulpverlening. In navolging
                    van de VNG wordt met het vaststellen van de ver-ordening beoogd dat gemeenten
                    aangeven op welke wijze zij hun verantwoordelijkheid voor de brandveiligheid
                    gestalte geven. Sleutelbegrip daarbij is het (brand)veiligheidsniveau. Dit
                    begrip wordt overigens in de verordening zelf niet genoemd. Het
                    (brand)veiligheidsniveau wordt enerzijds bepaald door de gekozen repressieve
                    sterkte van de gemeentelijke brandweer (in samenwerking met de stadsgewestelijke
                    brandweer) en anderzijds het brandpreventieniveau van die gemeente. In de
                    verordening wordt dit (brand)veiligheidsniveau aan-gegeven door de beschrijving
                    van de taken en bevoegdheden op het gebied van de (brand)veiligheid en de
                    daaraan gekoppelde verdeling tussen de gemeentelijke en de stadsgeweste-lijke
                    brandweer. Hierbij is tevens rekening gehouden met het Project Versterking
                    Brandweer (PVB). Bij de uitvoering van dit PVB is het gewenste zorgniveau
                    vastgelegd. Deze gewenste zorg-niveau's hebben betrekking op alle onderdelen van
                    de brandweerzorg, hulpverlening en rampenbestrijding, ook wel genoemd de zgn.
                    veiligheidsketen. Het aldus aangegeven niveau wordt vervolgens voor wat betreft
                    de consequenties voor de uitvoe-ring nader uitgewerkt in het Beleidsplan
                    brandveiligheid en hulpverlening, dat ingevolge artikel 4 door burgemeester en
                    wethouders tenminste 1 x per vier jaar moet worden vastgesteld en voorge-legd
                    aan de gemeenteraad. De verordening regelt enerzijds de bevoegdheden en
                    verantwoordelijkheden van de bestuursorga-nen (het gezag) over de brandweer en
                    anderzijds het beheer over de gemeentelijke brandweer. De verordening geeft de
                    samenhang weer tussen de wettelijke kaders waarbinnen de brandweer ope-reert, de
                    bestuurlijke en beleidsmatige kaders (artikel 4), de organisatorische kaders en
                    taken (artikel 3 en 5), de bestuurlijke verantwoordelijkheden met betrekking tot
                    het personeel, het oplei-den en oefenen, het materieel en de
                    bluswatervoorziening (artikel 6,7,9 en 10) en het beheer van de gemeentelijke
                    brandweer (artikel 8).</al><al/><al>Vanwege het tweeledige doel van de verordening (enerzijds het vastleggen van het
                    (brand)veiligheidsniveau en anderzijds het bieden van een organisatiemodel voor
                    de gemeentelijke brandweer) kan voor wat betreft het organieke deel niet zonder
                    meer worden aangesloten bij de gemeentelijke organisatieverordening (ex artikel
                    159 van de Gemeentewet). De reikwijdte van de verordening ex artikel 159
                    Gemeentewet is beperkt tot organisatie. Artikel 1, tweede lid, van de
                    Brandweerwet 1985 spreekt over organisatie, beheer en taak. Daarnaast wordt de
                    in de Brandweer-verordening te regelen materie nog door meer wettelijke regels
                    beheerst: de Woningwet, de Wet Milieubeheer en de Wet Rampen en zware
                    ongevallen. Dit maakt het instrument van de gemeente-lijke
                    organisatieverordening minder geschikt voor een totale inbedding van zaken die
                    thans regeling vinden.<vet>2. Overwegingen </vet>In de overwegingen zijn alle
                    voor de brandweer relevante wetten en voorschriften genoemd waar-binnen de
                    gemeentelijke brandweer opereert en die nodig zijn om de veiligheid van de
                    burgers te garanderen. Genoemd worden de Gemeentewet, de Brandweerwet 1985, de
                    Wet Rampen en zware ongevallen, de Woningwet en de Wet Milieubeheer. Naast de
                    wettelijke taken volgens de Brandweerwet 1985 is tevens de positie vastgelegd
                    van de Brandweer Stadsgewest Breda, die ondersteunend en aanvullend werkt ten
                    opzichte van de ge-meentelijke brandweer. De bestuurlijke verantwoordelijkheid
                    met betrekking tot de stadsgewestelijke brandweer is vastgelegd in een
                    gemeenschappelijke regeling.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>