<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR716445_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordening Montferland   2024</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:type scheme="overheidop:Rubriek">algemeen verbindend voorschrift (verordening)</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Montferland</dcterms:creator><dcterms:modified>2024-03-01</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-96705">gmb-2024-96705</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening Montferland   2024</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=149&amp;g=2024-01-31">artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005537&amp;g=2024-01-01">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject><dcterms:issued>2024-01-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2024-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2024-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>23b0006633</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Algemene Subsidieverordening Montferland   2024</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Algemene Subsidieverordening Montferland 2018.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Subsidieverordening Montferland   2024</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Montferland</vet></al><al/><al><vet>Besluit</vet></al><al/><al><vet>Vast te stellen de Algemene Subsidieverordening Montferland 2024.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al/></artikel><artikel><kop><label/><nr/><titel><vet>Artikel 1. Begripsomschrijving </vet></titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>De-minimissteun</cursief> : steun die wordt verstrekt op basis van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 352/1); Verordening (EU) nr. 2019/316 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 51 I/1); Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), of Verordening (EU) 2018/1923 van de Commissie van 7 december 2018 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU L 313/2); </al></li><li nr="b."><al><cursief>Europees steunkader</cursief>: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld, waaronder de Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1); de Landbouw vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 193/1); en de Visserij vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 369/37);</al></li><li nr="c."><al><cursief>Onderneming</cursief> : iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;</al></li><li nr="d."><al><cursief>Verdrag</cursief> : Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47);</al></li><li nr="e."><al><cursief>Wet</cursief> : Algemene Wet Bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte </titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Subsidieregelingen </titel></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen bij nadere regeling (subsidieregeling)  vast welke activiteiten in aanmerking komen voor subsidie. Voor zover van toepassing wordt hierin tevens bepaald op welke doelgroepen de subsidie is gericht, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Staatssteunregels </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het toepasselijke steunkader.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader,</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, komen ondernemingen  alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidies. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen:</al><lijst><li nr="a."><al>als het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of  goedgekeurd of :</al></li><li nr="b."><al>als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden  ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt  verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraag.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders  met  gebruikmaking van een aanvraagformulier. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; </al></li><li nr="b."><al>de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de  activiteiten daaraan bijdragen; </al></li><li nr="c."><al>een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;</al></li><li nr="d."><al>als de aanvrager een onderneming is:</al><lijst><li nr="1."><al>een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; </al></li><li nr="2."><al>een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de </al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr/><al>de-minimussteun;</al><lijst><li nr="e."><al>indien aanvrager voornemens is bestemmingsreserves of voorzieningen te vormen een onderbouwing van de noodzaak hiertoe.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend  uiterlijk op 1 mei voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking  heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Andere aanvragen om subsidie worden ingediend tussen 52 en 8 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Beschikking tot subsidieweigering dan wel subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 7 eerste lid maken burgemeester en wethouders hun beschikking tot subsidieweigering dan wel subsidieverlening als bedoeld in  artikel 4:29 van de wet bekend uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 7, tweede lid, maken burgemeester en wethouders hun beschikking tot subsidieweigering dan wel subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:29 van de Algemene wet bestuursrecht bekend binnen 12 weken nadat de volledige aanvraag is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen beperkende voorwaarden verbinden aan de hoogte van bestemmingsreserves en voorzieningen;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de beschikking tot subsidieverlening de voorwaarde verbinden dat de aanvrager een egalisatiereserve vormt als bedoeld in artikel 4:72 van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet   weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag  heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of</al></li><li nr="b."><al>als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren:</al><lijst><li nr="a."><al>als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;</al></li><li nr="b."><al>als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;</al></li><li nr="c."><al>in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering  integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; </al></li><li nr="d."><al>als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;</al></li><li nr="e."><al>als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met enig wettelijk voorschrift;</al></li><li nr="f."><al>in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering  integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur,</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Algemene verplichtingen van subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat de subsidieontvanger de aan de subsidie  verbonden verplichtingen niet geheel zal kunnen nakomen, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld aan burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders onverwijld schriftelijk over:</al><lijst><li nr="a."><al>beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; </al></li><li nr="c."><al>ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden  verplichtingen niet of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde  rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tot € 5.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 8 lid 1 en lid 2 worden subsidies die per  kalenderjaar worden verstrekt en maximaal € 5.000 bedragen direct vastgesteld op basis van  de subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 6.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor andere subsidies die maximaal € 5.000 bedragen dient de subsidieontvanger uiterlijk twaalf weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht een aanvraag tot  subsidievaststelling in. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kan hiervan afgeweken worden of kunnen specifieke categorieën subsidieaanvragers worden aangewezen waarvoor deze regeling analoog wordt toegepast. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en C 50.000 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor subsidies tussen € 5.000 en € 50.000 die per kalenderjaar worden verstrekt dient de aanvrager uiterlijk op 30 april volgend op het jaar waarvoor de subsidie is vertrekt een aanvraag tot subsidievaststelling in. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor andere subsidies tussen € 5.000 en € 50.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk 12  weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot subsidievaststelling in.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij subsidies van meer dan €50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in:</al><lijst><li nr="a."><al>in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al>in andere gevallen uiterlijk 12 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bevat in elk geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn  verricht;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); </al></li><li nr="c."><al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en </al></li><li nr="d."><al>een beoordelingsverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant indien de verleende subsidie meer bedraagt dan € 50.000,00 doch minder dan € 125.000,00; of</al></li><li nr="e."><al>een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant indien de  verleende subsidie meer bedraagt dan € 125.000,00;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidies verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen Van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De  verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de verleende subsidie meer bedraagt clan € 125.000,00 verstrekt de subsidieontvanger tussentijds een inhoudelijk verslag over de eerste zes maanden van het subsidiejaar, waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies als bedoeld in artikel 12 lid 1 worden door burgemeester en wethouders vastgesteld uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de  aanvraag betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidies als bedoeld in artikel 12 lid 2, 13 en 14 worden door burgemeester en wethouders vastgesteld binnen 12 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De termijn als bedoeld in het vorige lid kan eenmaal voor ten hoogste 12 weken worden verdaagd </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven definities, </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Verrekening</titel></kop><al>Aan de gemeente verschuldigde bedragen terzake van huur of andere verplichtingen, verband houdend met de activiteiten waarvoor subsidie is verleend kunnen worden verrekend met te betalen subsidiebedragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2, 3 en 4, in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de  toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Subsidieverordening Montferland  2024.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024, onder gelijktijdige intrekking van de Algemene Subsidieverordening Montferland 2018.</al></lid><al/><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>’s-Heerenberg, 18 januari 2024</functie><functie>De raad van de gemeente Montferland</functie><functie>De griffier,                          </functie><functie>De voorzitter</functie></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><nr/><titel>Toelichting</titel></kop><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2. Reikwijdte</vet></al><al>Op basis van dit artikel krijgt het college de bevoegdheid toegewezen om te besluiten over het verstrekken van subsidies waarop de Algemene subsidieverordening (hierna: ASV) van toepassing is,</al><al/><al>Dit betreft in beginsel alle subsidies, met uitzondering van subsidies waarvoor bij  afzonderlijke verordening een regeling is getroffen en subsidies waar overeenkomstig artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht geen wettelijke grondslag nodig  is.</al><al/><al><vet>Artikel 3, Subsidieregelingen</vet></al><al>Met dit artikel verplicht de raad het college om in nadere regels, hier en verder subsidieregeling genoemd, de te subsidiëren activiteiten te bepalen, Het college legt hierin  desgewenst vast welke de doelgroepen die voor subsidie in aanmerking komen, de berekening van de subsidie en de wijze van uitbetalen.</al><al/><al>In andere artikelen van ASV worden andere bevoegdheden gedelegeerd die betrekking hebben op de inhoud van de subsidieregeling: het afwijken van termijnen, het verbinden van  bepaalde verplichtingen aan de subsidie, de. wijze van verdelen van het subsidieplafond.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Europees steunkader</vet></al><al>Om subsidies onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie op het  toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het nodig zijn dat er afgeweken wordt van de ASV, of dat deze aangevuld wordt, Het eerste lid maakt het college daartoe  bevoegd.</al><al/><al>Het tweede en derde lid zijn een uitvloeisel van de eis van de Europese Commissie dat in subsidieregelingen en -beschikkingen die gebruik maken van het Europees steunkader, het toepasselijke kader expliciet wordt vermeld,</al><al/><al>Als sprake is van steun die valt onder een Europees steunkader, kunnen uiteraard alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor subsidie in aanmerking komen voor  zover die voldoen aan de eisen en voorwaarden van het betreffende steunkader (lid 4). Bij subsidies aan ondernemingen waarvoor een beroep wordt gedaan op een de-minimisverordening zijn de voorwaarden van deze verordening van toepassing. Deze  bepaling is uitsluitend relevant in geval de gemeenteraad besluit een dergelijke verordening vast te stellen (lid 5).</al><al/><al><vet>Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</vet></al><al>Het college stelt de subsidieplafonds vast (lid 1); bij de bekendmaking daarvan wordt tevens de wijze van verdelen vermeld (eerste lid m combinatie met artikel 4:26, tweede lid, van de AWB) en wordt er, indien van toepassing, gewezen om de mogelijkheid  het subsidieplafond te verlagen (tweede en derde lid). De raad stelt uiteraard nog steeds de financiële kaders vast (in de begroting). Het is binnen die kaders dat het college vervolgens  de subsidieplafonds kan vaststellen.</al><al/><al><vet>Artikel 6. Aanvraag</vet></al><al>In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk dient te worden gedaan. Met 'schriftelijk' is meer bedoeld dan 'op papier geschreven'. Zo kan een aanvraag ook digitaal worden gedaan, mits het college het vastgestelde formulier ook in digitale vorm beschikbaar heeft gesteld. In het tweede en derde lid is bepaald welke stukken en gegevens bij de aanvraag overlegd dienen te worden.</al><al/><al> Bij een subsidie aan een onderneming moet voorkomen worden dat subsidie wordt verleend  die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de  Werking van de Europese Unie (hierna VWEU). Daarom Zijn een tweetal aanvraagvereisten opgenomen die specifiek voor ondernemingen gelden. Ten eerste, om ontoelaatbare  cumulatie te voorkomen wordt een overzicht gevraagd van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd (tweede lid, onderdeel d, onder 1). Het gaat naast subsidie bijvoorbeeld om garanties, leningen, korting  op de grondprijs, etc. Ten tweede, om subsidie onder de de-minimisverordening te kunnen  verlenen moet de onderneming een de-minimisverklaring gevraagd worden (tweede lid, onderdeel d, onder 2), Op basis van een ingeleverde de-minimisverklaring dient het college te controleren of verlenen van de subsidie in overeenstemming is met de de-minimisverordening.</al><al>Bij subsidieregeling kan het college besluiten hiervan af te wijken (vierde lid).</al><al/><al><vet>Artikel 7. Aanvraagtermijn</vet></al><al>De aanvraagtermijnen zijn afhankelijk van het soort subsidie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen subsidies die per kalenderjaar worden verstrekt, en andersoortige subsidies. Bij subsidieregeling kan het college besluiten af te wijken van de aanvraagtermijnen die vastgesteld zijn in het eerste tot en met derde lid (derde lid). </al><al/><al><vet>Artikel 8. Beslistermijn</vet></al><al>Hier worden de termijnen gegeven waarbinnen het college gehouden is te beslissen op een  aanvraag voor subsidie, In de Awb staan geen strikte beslistermijnen op een aanvraag om subsidie. Ook hierbij is onderscheid gemaakt lussen subsidies per kalenderjaar of boekjaar, en andere, Bij subsidieregeling kan het college besluiten af te wijken van de beslistermijnen  die vastgesteld zijn in het eerste en tweede lid (derde lid).</al><al/><al>De beslistermijn bij aanvragen om een subsidie die bij de Europese Commissie aangemeld worden, wordt verdaagd totdat de Europese Commissie een eindebeslissing heeft genomen (vierde lid). Dit om te voorkomen dat subsidie wordt verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie en vervolgens teruggevorderd dient te worden.</al><al/><al><vet>Artikel 9. Weigerings- en intrekkingsgronden</vet></al><al>In het eerste lid worden de algemeen geldende weigeringsgronden van artikelen 4:25,  tweede lid, en 4:35 van de Awb, met nadere verplichte gronden aangevuld. </al><al/><al>Ondanks dat er sprake is van staatssteun is het soms mogelijk om steun te verstrekken op  basis van een vrijstelling. Als dat niet mogelijk is, kan goedkeuring van de Europese Commissie gevraagd worden via een formele melding. Als de Europese Commissie de steun  echter niet goedkeurt, dan moet het college overgaan tot weigering (vandaar de verplichte  weigeringsgrond onder a). In aanvulling daarop wordt met onderdeel b bepaald dat  ondernemingen waartegen een terugvorderingsactie loopt niet in aanmerking komen voor subsidie.</al><al/><al>In het tweede lid zijn nog enkele facultatieve weigeringsgronden opgenomen. Het college kan in deze gevallen weigeren, maar is daartoe niet verplicht.</al><al/><al>Onderdelen a, d en e spreken voor zichzelf. Onderdeel b geeft de mogelijkheid de subsidie te weigeren als de aanvrager over voldoende eigen middelen beschikt.</al><al/><al>Onderdeel c betreft het geval dat de aanvrager van een subsidie de toets van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob) niet kan doorstaan. Bij deze weigeringsgrond is niet van belang of de activiteiten waarvoor subsidie  wordt gevraagd op zichzelf beoordeeld subsidiabel zijn. Het gaat hierbij louter om de integriteit van de persoon dan wel rechtspersoon van de aanvrager aan wie het college op grond van de Wet Bibob geen subsidie wenst te verlenen. Naast subsidie weigeren, kan het college in dergelijke gevallen ook een reeds verleende en vastgestelde subsidies intrekken (derde lid).</al><al/><al>Onder f is een weigeringsgrond opgenomen waarmee het college een aanvraag kan weigeren als subsidieverstrekking niet is toegestaan dan nadat deze overeenkomstig artikel 108, derde  lid, van het VWEU (de meldingsprocedure) is goedgekeurd door de Europese Commissie. Het gaat hier om subsidieverstrekking die in beginsel niet ongeoorloofd is vanwege  strijdigheid met de toepasselijke cumulatieregels of overschrijding van het toegestane bedrag aan de-minimissteun. In deze gevallen kan het college 6f weigeren de subsidie te verstrekken 6f de subsidie melden bij de Europese Commissie om langs deze weg goedkeuring te verkrijgen. Een subsidie die is of kan worden goedgekeurd kan uiteraard ook op een andere grond worden geweigerd.</al><al/><al>Onderdeel g ten slotte geeft het college de bevoegdheid in een subsidieregeling nog andere weigeringsgronden op te nemen, bijvoorbeeld weigeringsgronden die specifiek met de te subsidiëren activiteiten samenhangen.</al><al/><al>Als de Europese Commissie tot het oordeel is gekomen dat een subsidie niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, dan moet de verleende subsidie ingetrokken en teruggevorderd  worden (inclusief rente). Het vierde lid geeft het college de bevoegdheid om hier uitvoering  aan te geven.</al><al/><al><vet>Artikel 11. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger</vet></al><al>Dit artikel bevat een meldingsplicht (eerste lid) en informatieplicht (tweede lid) die voor alle subsidieontvangers geldt. </al><al/><al><vet>Artikel 12. Eindverantwoording subsidies tot € 5000.</vet></al><al>Subsidies die jaarlijks worden verstrekt, en een bedrag van € 5000,00 niet te boven gaan worden vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling behoeft te worden ingediend. Er vindt over dergelijke subsidies in feite geen verantwoording achteraf plaats.</al><al/><al>Voor andere (incidentele) subsidies tot € 5000 geldt wel een verantwoordingsplicht.</al><al>Bij subsidieregeling kunnen hiervan afwijkende regelingen worden getroffen.</al><al/><al><vet>Artikel 13. Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000</vet></al><al>In dit artikel is bepaald op welke wijze subsidieontvangers die een subsidie ontvangen tussen </al><al>€ 5.000 en € 50.000 aan het college dienen te verantwoorden; er dient een aanvraag tot vaststelling ingediend te worden (eerste lid), deze bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht (tweede lid). De wijze van verantwoording wordt al bij het besluit tot verlening van de subsidie aan de subsidieontvanger bekend gemaakt.</al><al/><al>Met betrekking tot het inhoudelijk verslag kan vooraf bij de subsidieverlening al zijn  aangegeven op welke manieren het aantonen kan plaatsvinden. Er kunnen daarbij verschillende instrumenten worden gebruikt, zoals bestuurs- en activiteitenverslagen een managementverklaring, een deskundigenverklaring of andere bewijsstukken (bijvoorbeeld  een publicatie). Het verslag kan ook bestaan uit een algemeen jaarverslag van een  rechtspersoon. Het gaat er om dat duidelijk is dat de verkregen subsidie is aangewend voor  het doel waarvoor de subsidie werd verstrekt. Voorts kan het college, overeenkomstig het  derde lid, in een subsidieregeling aangeven andere bewijsmiddelen te verlangen dan een inhoudelijk verslag </al><al/><al><vet>Artikel 14. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000</vet></al><al>  Bij subsidies vanaf C 50.000 wordt uitgegaan van de traditionele afrekening van subsidies op basis van gerealiseerde kosten en baten. De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis  van uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde kosten. Het derde lid biedt de basis om in een subsidieregeling te bepalen dat er ook andere, waaronder minder, gegevens gevraagd worden.</al><al/><al><vet>Artikel 15. Subsidievaststelling</vet></al><al>Dit artikel bevat de termijnen de termijn waarbinnen de beschikking tot subsidievaststelling gegeven dient te worden. Het merendeel van de aanvragen zal binnen deze beslistermijn kunnen worden afgehandeld. Meer ingewikkelde aanvragen vergen soms meer tijd. De verdaging van de beslistermijn voor de duur van ten hoogste de in het tweede lid nader bepaalde termijn van 12 weken biedt dan uitkomst. Een besluit tot verdaging is appellabel. Bij subsidieregeling zal worden bepaald hoe de feitelijke uitbetaling van de subsidie gaat plaatsvinden, </al><al/><al><vet>Artikel 16. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</vet></al><al>Dit artikel schrijft voor dat als het college bij de bepaling van de subsidiabele koste gebruik maakt van uurtarieven, de berekeningswijze hiervan en de voorgeschreven definities in een subsidieregeling of bij de subsidieverlening vastgelegd dienen te worden, Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, is het college hierin beperkt tot tarieven en kostenbegrippen die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader. </al><al/><al><vet>Artikel 17. Verrekening</vet></al><al>Met dit artikel wordt de mogelijkheid gecreëerd om gemeentelijke lasten te verrekenen met subsidies.</al><al/><al><vet>Artikel 18. Hardheidsclausule</vet></al><al>In de hardheidsclausule is aangegeven op welke onderdelen van de regeling deze clausule van toepassing is. De te treffen voorziening, die niet in de verordening is voorzien, dient altijd binnen de doelstellingen van de subsidie te passen, </al><al/><al><vet>Artikel 19. Slotbepalingen </vet></al><al>De verordening treedt in werking op 1 januari 2024.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>