<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR71420_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Referendumverordening gemeente Oisterwijk 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Nieuwsklok 14 juli 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Referendumverordening gemeente Oisterwijk 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=155a&amp;g=2010-07-01">artikel 155a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-07-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-07-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-10-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>raadsvoorstel 10/45</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>raadplegend en raadgevend referendum</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Referendumverordening gemeente Oisterwijk 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit</al><al>De Raad van de gemeente Oisterwijk;</al><al>gelezen het voorstel van het presidium van 31 mei 2010;</al><al>gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet;</al><al>besluit: </al><al>vast te stellen de Referendumverordening gemeente Oisterwijk 2010 en de
                        daarbij behorende toelichting.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>referendum: een volksstemming waarbij de kiesgerechtigden zich
                                    uitspreken over een door de raad te nemen besluit:</al></li><li nr="b."><al>vakantieperiode: de periode, waarin in de gemeente Oisterwijk
                                    geen basisonderwijs wordt gegeven.</al></li><li nr="c."><al>kiesgerechtigden: diegenen die op de drieënveertigste dag
                                    voorafgaande aan de dag waarop het referendum wordt gehouden
                                    overeenkomstig artikel B3 van de Kieswet kiesgerechtigd zijn
                                    voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente
                                    Oisterwijk.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Toepassingsgebied</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een referendum wordt gehouden onder de kiesgerechtigden van het hele
                                grondgebied van de gemeente Oisterwijk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien op grond van artikel 6, derde lid, van deze verordening een
                                raadplegend referendum wordt beperkt tot een deelgebied binnen de
                                gemeente, dan wordt het bepaalde in deze verordening gerelateerd aan
                                de kring van kiesgerechtigden binnen dat bewuste deelgebied.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Referendumcommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt per referendum een referendumcommissie in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie bestaat uit drie leden, die geen deel uitmaken van en
                                niet werkzaam zijn bij of onder verantwoordelijkheid van de gemeente
                                Oisterwijk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het lidmaatschap van de raad, van het college of van een
                                gemeentelijke commissie is niet verenigbaar met het lidmaatschap van
                                de referendumcommissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie heeft als taak:</al><lijst><li nr="a."><al>toezicht houden op het verloop van de
                                        referendumprocedure;</al></li><li nr="b."><al>gevraagd en ongevraagd te adviseren aan het college en/of de
                                        raad over de toepassing van deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>adviseren over de vraagstelling van het referendum;</al></li><li nr="d."><al>het toetsen van het door de gemeente te gebruiken
                                        voorlichtingsmateriaal over de procedure van het
                                        referendum;</al></li><li nr="e."><al>het behandelen van en adviseren over klachten over de
                                        referendumprocedure.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De raad benoemt en ontslaat de leden van de commissie en stelt een
                                reglement vast ten aanzien van de vergaderingen en de werkwijze van
                                de commissie. Het college wijst een ambtenaar aan als secretaris van
                                de referendumcommissie.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De commissie wordt ondersteund door de griffier of door een door de
                                griffier aan te wijzen medewerker van de griffie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Onderwerp van referendum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan op grond van een inleidend verzoek besluiten dat een
                                referendum kan worden gehouden over een voorgenomen raadsbesluit.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een referendum kan niet worden gehouden over:</al><lijst><li nr="a."><al>een voorgenomen raadsbesluit in bezwaar- en
                                        beroepsprocedures en tot het voeren van een
                                        rechtsgeding;</al></li><li nr="b."><al>een voorgenomen raadsbesluit over individuele kwesties,
                                        zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen,
                                        schenkingen en rechtspositionele regelingen aangaande de
                                        griffier of griffiemedewerkers;</al></li><li nr="c."><al>een voorgenomen raadsbesluit over de vaststelling van
                                        gemeentelijke belastingen en tarieven, de gemeentelijke
                                        begroting en de programmarekening;</al></li><li nr="d."><al>een voorgenomen raadsbesluit over het voor kennisgeving
                                        aannemen van notities en rapporten;</al></li><li nr="e."><al>een voorgenomen raadsbesluit in het kader van deze
                                        verordening;</al></li><li nr="f."><al>een voorgenomen raadsbesluit om toe te treden tot, tot
                                        wijziging van, of om uit te treden uit een
                                        gemeenschappelijke regeling in de zin van de Wet
                                        gemeenschappelijke regelingen;</al></li><li nr="g."><al>een voorgenomen raadsbesluit dat een gehele of gedeeltelijke
                                        uitwerking is van of uitvoering geeft aan een eerder door de
                                        raad genomen besluit, waarover een referendum is gehouden of
                                        kon worden gehouden;</al></li><li nr="h."><al>een voorgenomen raadsbesluit over onderwerpen waarover de
                                        raad geen beslissingsbevoegdheid heeft.</al></li><li nr="i."><al>een voorgenomen raadsbesluit waarvan de raad van mening is
                                        dat er andere dan de in de onderdelen a t/m h van dit
                                        artikel genoemde redenen zijn om geen referendum te
                                        houden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Duidelijkheid vooraf over uitzonderingsgronden</titel></kop><al>Het college geeft in ieder raadsvoorstel aan of één of meer van de in
                            artikel 4, tweede lid, van deze verordening genoemde
                            uitzonderingsgronden al dan niet toegepast kunnen c.q. moeten worden, in
                            het geval dat kiesgerechtigden een inleidend verzoek doen als bedoeld in
                            artikel 8 van deze verordening. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Raadplegend referendum</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Initiatief raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4, tweede
                                lid, van deze verordening, besluiten tot het houden van een
                                referendum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 11 en verder van deze verordening is van
                                overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een raadplegend referendum kan worden beperkt tot een deelgebied
                                binnen de gemeente, indien de aangelegenheid slechts dat deel van de
                                gemeente betreft en het voorgenomen raadsbesluit buiten dat gebied
                                geen effecten kan hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aanhouden beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de raad besluit tot het houden van een referendum zoals
                                bedoeld in artikel 6, eerste lid, van deze verordening, dan wordt
                                het voorgenomen raadsvoorstel op de gangbare wijze in twee termijnen
                                behandeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Besluitvorming over het voorgenomen raadsbesluit wordt echter
                                aangehouden tot de eerstvolgende raadsvergadering na de dag waarop
                                het referendum wordt gehouden. Over de ingediende amendementen wordt
                                wel gestemd, zodat de uitslag daarvan bij het te houden referendum
                                kan worden betrokken. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Raadgevend referendum</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inleidend verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kiesgerechtigden kunnen schriftelijk een inleidend verzoek indienen
                                tot het houden van een referendum over een voorgenomen besluit van
                                de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit inleidende verzoek moet ten minste vijf werkdagen voor de
                                raadsvergadering, waarvoor het voorgenomen raadsbesluit is
                                geagendeerd, schriftelijk bij het college worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het inleidend verzoek moet worden gedaan door een aantal
                                kiesgerechtigden, dat tenminste gelijk is aan 1% van de
                                kiesgerechtigde inwoners van de gemeente Oisterwijk ten tijde van de
                                laatst gehouden verkiezing van de leden van de gemeenteraad .</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het inleidend verzoek wordt aangegeven om welk voorgenomen
                                raadsbesluit het gaat. Het verzoek gaat vergezeld van een
                                handtekening van elke verzoeker, met een opgave van diens naam,
                                adres, leeftijd en woonplaats.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De in het vierde lid bedoelde persoonsgegevens worden geplaatst op
                                een daartoe door het college verstrekt standaard formulier, dat ter
                                ondertekening op het gemeentekantoor ligt. Bij het plaatsen van een
                                handtekening op het formulier dient de kiesgerechtigde zich te
                                legitimeren met een geldig identiteitsbewijs.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt
                                gevormd door het totale aantal geldige verzoeken tot het houden van
                                een referendum.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Uiterlijk vóór 16.00 uur van de dag voorafgaand aan de dag waarop de
                                raadsvergadering wordt gehouden waarvoor het voorgenomen
                                raadsbesluit is geagendeerd, maakt het college aan de raad bekend of
                                naar zijn mening is voldaan aan de vereisten voor het indienen van
                                een inleidend verzoek.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De raad beslist in de raadsvergadering waarvoor het voorgenomen
                                raadsbesluit is geagendeerd of aan de vereisten voor het indienen
                                van een inleidend verzoek is voldaan en besluit tevens of over het
                                voorgenomen raadsbesluit, met inachtneming van de weigeringsgronden
                                uit artikel 4, tweede lid, van deze verordening een referendum kan
                                worden gehouden. De raad kan zijn beslissing eenmaal verdagen tot de
                                eerstvolgende raadsvergadering.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Indien de raad van mening is dat de weigeringgrond uit artikel 4,
                                tweede lid, aanhef en onder g of h van deze verordening van
                                toepassing is, verzoekt de raad de referendumcommissie hierover een
                                advies uit te brengen. In dat geval wordt de beslissing op het
                                inleidende verzoek verdaagd tot de eerstvolgende
                                raadsvergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Het definitieve verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kiesgerechtigden kunnen, binnen zes weken na de dag waarop de raad
                                bekend heeft gemaakt dat op grond van het inleidend verzoek is
                                besloten dat over een voorgenomen raadsbesluit een referendum kan
                                worden gehouden, schriftelijk een verklaring tot ondersteuning van
                                het inleidend verzoek bij het college indienen. Indien de afloop van
                                de hiervoor bedoelde termijn in een vakantieperiode valt, verlengt
                                het college deze termijn met ten hoogste zes weken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verklaring tot ondersteuning moet worden gedaan door een aantal
                                kiesgerechtigden dat ten minste gelijk is aan 10% van de
                                kiesgerechtigde inwoners van de gemeente Oisterwijk ten tijde van de
                                laatst gehouden verkiezing van de leden van de gemeenteraad. Voor de
                                vaststelling van de in de vorige volzin van dit artikellid bedoelde
                                aantal worden de kiesgerechtigden die het inleidend verzoek hebben
                                ingediend, meegerekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de verklaring tot ondersteuning wordt aangegeven om welk
                                voorgenomen raadsbesluit het gaat. Deze verklaring gaat vergezeld
                                van een handtekening van elke kiesgerechtigde, met een opgave van
                                diens naam, adres, leeftijd en woonplaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het derde lid van dit artikel genoemde persoonsgegevens worden
                                geplaatst op een daartoe door het college verstrekt standaard
                                formulier dat ter ondertekening op het gemeentekantoor ligt. Bij het
                                plaatsen van een handtekening op het formulier dient de
                                kiesgerechtigde zich te legitimeren met een geldig
                                identiteitsbewijs.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het definitieve verzoek tot het houden van een referendum wordt
                                gevormd door het totale aantal geldige verklaringen ter
                                ondersteuning van het inleidend verzoek.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Uiterlijk vóór 16.00 uur van de dag voorafgaand aan de eerstvolgende
                                raadsvergadering na afloop van de in het eerste lid van dit artikel
                                genoemde termijn maakt het college aan de raad bekend of naar zijn
                                mening is voldaan aan de vereisten voor het indienen van een
                                definitief verzoek.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De raad beslist in de in het vorige lid van dit artikel genoemde
                                raadsvergadering of aan de vereisten voor het indienen van een
                                definitief verzoek is voldaan en of over het voorgenomen
                                raadsbesluit een referendum zal worden gehouden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Aanhouden beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de raad na een besluit als genoemd in artikel 8 van deze
                                verordening van mening is dat over het voorgenomen raadsbesluit een
                                referendum kan worden gehouden, dan wordt het voorgenomen
                                raadsvoorstel op de gangbare wijze in twee termijnen behandeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Besluitvorming over het voorgenomen raadsbesluit wordt echter
                                aangehouden tot de eerstvolgende raadsvergadering na de dag waarop
                                het referendum wordt gehouden, tenzij eerder afwijzend op het
                                inleidende of het definitieve verzoek wordt beslist. Over de
                                ingediende amendementen wordt wel gestemd, zodat de uitslag daarvan
                                bij het te houden referendum kan worden betrokken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Datum, vraagstelling, procedure, organisatie en informatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Datum referendum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad beslist binnen twee weken na de datum van het besluit als
                                bedoeld in artikel 6eerste lid of artikel 9zevende lid, van deze
                                verordening over het tijdstip en de vraagstelling van het
                                referendum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het referendum vindt uiterlijk binnen drie maanden na de datum van
                                het besluit als bedoeld in artikel 6, eerste lid of artikel 9
                                zevende lid, van deze verordening </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van het referendum wordt op de in de gemeente gebruikelijke
                                wijze bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Er kunnen meer referenda op dezelfde dag worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de dag van het referendum zou vallen binnen zes maanden voor
                                het tijdstip van een algemene verkiezing, kan de raad in afwijking
                                van het tweede lid van dit artikel beslissen dat het referendum
                                tegelijkertijd met die algemene verkiezing wordt gehouden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de afloop van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde
                                termijn in een vakantieperiode valt, kan de raad genoemde termijn
                                verlengen met ten hoogste 6 weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Vraagstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de kiesgerechtigden wordt de vraag gesteld of zij voor dan wel
                                tegen het voorgenomen raadsbesluit zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een voorgenomen raadsbesluit uit meerdere onderdelen bestaat,
                                wordt een formulering gekozen die alle onderdelen bestrijkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Organisatie en informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor een goede organisatie van en een
                                zorgvuldige informatieverstrekking over het referendum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tekst van het voorgenomen raadsbesluit en het bijbehorende
                                raadsvoorstel waarover het referendum wordt gehouden, liggen 6 weken
                                voor het referendum ter inzage op de daartoe door het college
                                aangewezen plaatsen. Dezelfde informatie is ook op de website van de
                                gemeente beschikbaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester stelt een samenvatting vast van het voorgenomen
                                raadsbesluit en het raadsvoorstel waarover het referendum wordt
                                gehouden. De samenvatting wordt ten minste 14 dagen voor de dag van
                                het referendum huis aan huis in de gemeente bezorgd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college scheidt bij de informatievertrekking zoveel mogelijk de
                                informatie over de procedure van het referendum en de informatie
                                over de inhoud van het voorgenomen raadsbesluit waarover een
                                referendum wordt gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De formulering van de vraagstelling wordt op de in de gemeente
                                gebruikelijke wijze bekendgemaakt en aan de inwoners bekendgemaakt
                                in de samenvatting van de burgemeester, dan wel in een begeleidend
                                schrijven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>Financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Nadat is besloten tot het houden van een referendum brengt de raad
                                een bedrag op de begroting voor voorlichting en organisatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tevens stelt de raad een subsidieplafond vast voor subsidies aan de
                                verzoekers van het referendum en aan maatschappelijke organisaties
                                voor het organiseren van debat en publiciteit over het onderwerp
                                waarop het referendum betrekking heeft. De raad bepaalt daarbij
                                volgens welke verdeelsleutel het subsidieplafond over de groepen van
                                subsidiegerechtigden wordt verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist op de aanvragen om subsidie in volgorde van
                                ontvangst. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6:</nr><titel>Stemming, uitslag en gevolgen van de uitslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>De stemming</titel></kop><al>Op het stembiljet wordt de vraagstelling als bedoeld in artikel 12
                            vermeld en aan de kiesgerechtigde de keuze geboden zich voor of tegen
                            het voorgenomen raadsbesluit uit te spreken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Stemopneming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onmiddellijk nadat de stemming is geëindigd, vindt de stemopneming
                                plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder stembureau stelt vast:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal stemmen dat vóór het voorgenomen raadsbesluit is
                                        waarover het referendum is gehouden;</al></li><li nr="b."><al>het aantal stemmen dat tegen het voorgenomen raadsbesluit is
                                        waarover het referendum is gehouden;</al></li><li nr="c."><al>de som van de onder a en b van dit artikel bedoelde aantal
                                        stemmen, zijnde het aantal geldige uitgebrachte
                                        stemmen;</al></li><li nr="d."><al>het aantal ongeldige stemmen;</al></li><li nr="e."><al>het aantal blanco stemmen;</al></li><li nr="f."><al>het aantal kiesgerechtigden dat bevoegd is in het
                                        stemdistrict aan de stemming deel te nemen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Terstond nadat de stemmen zijn opgenomen, maakt de burgemeester de
                                aantallen stemmen bekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester draagt er zorg voor dat de processenverbaal en de
                                opgave van de door hem vastgestelde aantallen stemmen worden
                                overgebracht naar het hoofdstembureau.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Uitslag</titel></kop><al>De uitslag van een referendum geldt als een uitspraak tot afwijzing van
                            het voorgenomen raadsvoorstel, indien een meerderheid van de
                            kiesgerechtigden zich tegen het voorgenomen raadsbesluit uitspreekt en
                            deze meerderheid ten minste 30% omvat van degenen die gerechtigd waren
                            aan het referendum deel te nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Vaststelling van de uitslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het hoofdstembureau gaat onmiddellijk nadat het de bescheiden als
                                bedoeld in artikel 16, vierde lid, van deze verordening heeft
                                ontvangen over tot de werkzaamheden tot het vaststellen van de
                                uitslag van het referendum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het hoofdstembureau stelt vast:</al><lijst><li nr="a."><al>het totaal aantal stemmen dat vóór het voorgenomen
                                        raadsbesluit waarover het referendum is gehouden, is
                                        uitgebracht;</al></li><li nr="b."><al>het totaal aantal stemmen dat tegen het voorgenomen
                                        raadsbesluit waarover het referendum is gehouden is
                                        uitgebracht;</al></li><li nr="c."><al>de som van de onder a en b van dit artikel bedoelde aantal
                                        stemmen, zijnde het totaal aantal geldige uitgebrachte
                                        stemmen;</al></li><li nr="d."><al>het totale aantal ongeldige stemmen;</al></li><li nr="e."><al>het totale aantal kiesgerechtigden voor het referendum.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het hoofdstembureau stelt vervolgens vast of een meerderheid van de
                                kiesgerechtigden zich tegen het voorgenomen raadsbesluit heeft
                                uitgesproken en, indien dit het geval is, of die meerderheid ten
                                minste dertig procent omvat van diegenen die gerechtigd waren aan
                                het referendum deel te nemen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter van het hoofdstembureau maakt de uitslag zo spoedig
                                mogelijk openbaar op de in de gemeente gebruikelijke wijze.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter van het hoofdstembureau zendt een afschrift van het
                                proces verbaal aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Raadsbesluit na uitslag</titel></kop><al>In de eerstvolgende raadsvergadering na de dag waarop het referendum
                            wordt gehouden, vindt besluitvorming plaats over het voorgenomen
                            raadsbesluit dat aan een referendum is onderworpen en is
                            aangehouden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7:</nr><titel>Straf- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Kieswet van overeenkomstige toepassing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd bovenstaande artikelen zijn ten aanzien van organisatie
                                en uitvoering van een referendum de bepalingen van de Kieswet en het
                                Kiesbesluit zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter van het hoofdstembureau voor de verkiezing van de
                                leden van de gemeenteraad is tevens voorzitter van het
                                hoofdstembureau voor het referendum<vet>.</vet></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                            tweede categorie wordt gestraft degene die:</al><lijst><li nr="a."><al>Stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten namaakt of
                                    vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te
                                    gebruiken of door anderen te doen gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>Stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten die hij
                                    zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of
                                    vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk
                                    als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken,
                                    dan wel deze met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te
                                    gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad
                                    heeft;</al></li><li nr="c."><al>Stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten voorhanden
                                    heeft met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door
                                    anderen te doen gebruiken;</al></li><li nr="d."><al>als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is
                                    overleden;</al></li><li nr="e."><al>Door gift of belofte een kiesgerechtigde omkoopt om volmacht te
                                    geven tot het uitbrengen van zijn stem;</al></li><li nr="f."><al>Zich door gift of belofte tot het bij volmacht stemmen of het
                                    afleggen van een ondersteuningsverklaring laat omkopen;</al></li><li nr="g."><al>Een ander heeft gemachtigd voor hem te stemmen en niettemin in
                                    persoon aan de stemming deelneemt;</al></li><li nr="h."><al>Stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk
                                    benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun
                                    oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te
                                    ondertekenen en deze kaart af te geven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
                            haar bekendmaking onder gelijktijdige intrekking van de
                            “Referendumverordening gemeente Oisterwijk 2007”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ”Referendumverordening gemeente
                            Oisterwijk 2010”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 1 juli 2010,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Nelleke van Wijk Hans Janssen</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>TOELICHTING OP DE REFERENDUMVERORDENING GEMEENTE OISTERWIJK
                    2010</tussenkop><tussenkop>Algemene toelichting </tussenkop><tussenkop>Wettelijk kader</tussenkop><al>Op grond van de bepalingen in de Grondwet en de Gemeentewet hebben gemeenten de
                    mogelijkheid tot het houden van een raadplegend referendum over een te nemen of
                    genomen besluit. Gemeenten zijn vrij in hoe ze dit regelen, binnen de
                    randvoorwaarden die de Grondwet en Gemeentewet stellen. Deze randvoorwaarden
                    zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>het is de gemeenteraad die per geval beslist of een referendum wordt
                            gehouden;</al></li><li nr="-"><al>ieder raadslid beslist individueel in hoeverre hij zich aan de uitslag
                            van het referendum gebonden zal achten;</al></li><li nr="-"><al>de gemeenteraad neemt een (definitief) besluit over het onderwerp van
                            het referendum, nadat het referendum is gehouden.</al></li></lijst><tussenkop>Geen bindende werking</tussenkop><al>De raad kan zich niet tevoren binden aan de uitspraak van het referendum. Bij de
                    behandeling van een te nemen raadsbesluit waarvoor burgers een
                    referendumprocedure aanhangig maken, kunnen individuele raadsleden wel een
                    uitspraak doen over hoe zij denken om te gaan met de uitslag van het
                    referendum.</al><tussenkop>Bevoegdheid </tussenkop><al>De bevoegdheid van de raad om een referendumverordening vast te stellen, vloeit
                    voort uit de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet. Deze bepalingen geven de
                    raad een algemene verordenende bevoegdheid.</al><tussenkop>Samenloop met inspraak</tussenkop><al>Onderwerpen waarover referenda gehouden kunnen worden, zijn vaak reeds via
                    wettelijk bepaalde inspraakmogelijkheden aan de bevolking voorgelegd. Het wel of
                    niet houden van een referendum heeft geen invloed op de voorgeschreven
                    inspraakprocedures. Het is echter raadzaam om een referendum in een vroegtijdig
                    stadium van een procedure te houden. Voorlichting over het referendumonderwerp
                    kan dan bij voorbeeld in praktische zin gekoppeld worden aan voorlichting over
                    hetzelfde onderwerp in het kader van de voorgeschreven inspraak.</al><tussenkop>Initiatief</tussenkop><al>Zowel de gemeenteraad (raadplegend) als kiesgerechtigden (raadgevend) kunnen het
                    initiatief nemen gericht op het houden van een referendum. </al><al>Bij een raadgevend referendum heeft de raad geen invloed op de vraag wanneer er
                    een referendumverzoek wordt ingediend. De raad kan wel invloed uitoefenen op de
                    inhoud van de procedure en de onderwerpen waarover een referendum kan worden
                    aangevraagd. Uitgangspunt zou moeten zijn dat als er een initiatief wordt
                    genomen en het verzoek aan objectieve formele eisen voldoet, de indieners er van
                    uit moeten kunnen gaan dat de referendumprocedure kan worden gestart. Of er
                    daadwerkelijk een referendum komt, is afhankelijk van het aantal ingediende
                    ondersteuningsverklaringen.</al><al>Zowel voor de initiatiefnemers als de raad moeten de spelregels zo duidelijk
                    mogelijk zijn om zoveel mogelijk geschillen en irritaties of frustraties te
                    voorkomen. De raad moet bij een referendumverzoek naast de politieke
                    overwegingen ook oog hebben voor de juridische aspecten van deze besluiten.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1: Algemeen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><al>Om te voorkomen dat in de procedure zaken in de knel zouden kunnen komen door
                    een vakantieperiode en er onduidelijkheid ontstaat welke vakantieperiode dan
                    geldt, is besloten deze periode te definiëren. In de verordening is geregeld
                    wanneer termijnen mogen worden verruimd in verband met een vakantieperiode. Bij
                    het bepalen van de vakantieperiode wordt als uitgangspunt genomen het
                    adviesrooster zoals dat jaarlijks wordt gepresenteerd.</al><al>Om mee te mogen doen met het referendum is aangehaakt bij het systeem van de
                    Kieswet: kiesgerechtigd zijn degenen, die op de drieënveertigste dag voor de dag
                    dat het referendum wordt gehouden, blijkens de Gemeentelijke Basisadministratie
                    Persoongegevens kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de
                    gemeenteraad, mits zij uiterlijk op de dag van de stemming de leeftijd van 18
                    jaar hebben bereikt. </al><tussenkop>Artikel 2. Toepassingsgebied</tussenkop><al>Een referendum kan zich niet uitstrekken tot buiten het grondgebied van de
                    gemeente waarin een referendum wordt gehouden. Het is mogelijk het referendum te
                    beperken tot een deel van de gemeente, wanneer een aangelegenheid slechts een
                    deel van de gemeente betreft. Deze mogelijkheid is opgenomen in artikel 6, derde
                    lid, van deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 3. Referendumcommissie</tussenkop><al>In de verordening is bepaald dat er voor ieder referendum een
                    referendumcommissie wordt ingesteld. Omdat het onderwerp van referendum bekend
                    is op het moment dat de referendumcommissie wordt ingesteld, kunnen kandidaten
                    gericht geselecteerd worden op hun kennis van en ervaring met het onderwerp en
                    het houden van een referendum, en wordt belangenverstrengeling vermeden. De
                    commissieleden worden niet onnodig belast met het lidmaatschap van een slapende
                    commissie.</al><al>De commissie heeft diverse adviserende taken gekregen. Daarnaast wordt de
                    onafhankelijke positie ondersteund door de mogelijkheid gevraagd en ongevraagd
                    advies te geven. De commissie adviseert bij een inleidend verzoek over de
                    toelaatbaarheid van het onderwerp. Dit hangt samen met de in artikel 4 opgenomen
                    onderwerpen waarover geen referendum gehouden kan worden. Verder doet zij een
                    voorstel voor de vraagstelling van het referendum. De vraag moet eenduidig zijn
                    en begrijpelijk voor de burgers. Verder heeft de commissie een rol bij de
                    advisering van de verdeling van de beschikbaar gestelde subsidie. Deze
                    advisering ziet onder meer op de verdeelsleutel die wordt vastgesteld. </al><al>Er is sprake van een deskundigencommissie. De adviezen van de commissie kunnen
                    alleen niet worden opgevolgd als daar zwaarwegende argumenten voor zijn. Die
                    argumenten moeten dan goed gemotiveerd worden.</al><al>Het college stelt een aanbeveling op voor de benoeming van de leden. De raad
                    benoemt de leden en stelt een reglement vast voor de werkwijze van de
                    referendumcommissie.</al><tussenkop>Artikel 4. Onderwerp van referendum</tussenkop><al>Alleen voorgenomen besluiten van de raad kunnen onderwerp van een referendum
                    zijn. Voorgenomen besluiten van het college of de burgemeester zijn niet
                    referendabel. Een aantal onderwerpen waarover de raad voornemens is een besluit
                    te nemen, leent zich echter minder goed voor een referendum. In de verordening
                    is een lijst met uitzonderingen opgenomen. Enerzijds moet voorkomen worden dat
                    de verordening een leeg instrument wordt waarbij het praktisch onmogelijk wordt
                    een referendum te organiseren, anderzijds is het voor de burger belangrijk dat
                    duidelijk is over welke voorgenomen besluiten geen referendum gehouden kan
                    worden. </al><al>De uitzonderingen beogen ook te voorkomen dat over een bepaald onderwerp meer
                    dan eens een referendum wordt gehouden of dat een referendum wordt uitgelokt;
                    daarnaast is een afweging mogelijk ten opzichte van het belang bij voortgang van
                    de besluitvorming c.q. van de uitvoering daarvan. </al><tussenkop>Artikel 5. Duidelijkheid vooraf over uitzonderingsgronden</tussenkop><al>Het college geeft vooraf op een raadsvoorstel aan of het referendabel is, zodat
                    kiesgerechtigden op voorhand weten of het zin heeft om een inleidend of
                    definitief verzoek tot het houden van een referendum te doen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2: Raadplegend referendum</tussenkop><tussenkop>Artikel 6. Initiatief raad</tussenkop><al>De raad kan zelf het initiatief nemen tot het houden van een referendum.
                    Uiteraard dient bij de beslissing rekening gehouden te worden met het bepaalde
                    in artikel 4tweede lid, van de verordening ten aanzien van de onderwerpskeuze.
                    Voor het overige zijn de normale besluitvormingsprocedures zoals geregeld in de
                    Gemeentewet en het Reglement van orde van toepassing. Indien niets anders is
                    bepaald, beslist de raad over het houden van een referendum bij gewone
                    meerderheid (artikel 30, Gemeentewet).</al><tussenkop>Artikel 7. Aanhouden beslissing </tussenkop><al>Wanneer besloten is tot het houden van een referendum, is het ongewenst dat het
                    besluitvormingsproces geheel stil komt te liggen. Het verdient juist aanbeveling
                    de besluitvorming zo veel mogelijk af te ronden. Alle argumenten zijn dan
                    uitgewisseld, zodat ook het onderwerp en de vraagstelling op een zinnige wijze
                    kunnen worden gepresenteerd. De eerste vergadering nadat de uitslag van het
                    referendum bekend is, moet de raad een besluit nemen over het aangehouden
                    onderwerp, om zo snel mogelijk duidelijkheid te kunnen bieden aan de burgers.
                    Geldigheid van de uitslag wil niet zeggen dat de uitslag ook bindend is voor de
                    raad. Het geeft enkel aan dat aangenomen mag worden dat het voorstel een
                    voldoend draagvlak heeft onder de bevolking. De raad kan zich niet vooraf binden
                    aan de uitslag van het referendum. Wel is het mogelijk dat individuele
                    raadsleden, wanneer zij dat zelf wenselijk achten, vooraf te kennen geven welke
                    consequenties zij aan een uitslag verbinden. Een dergelijke uitspraak is
                    juridisch gezien niet bindend, maar kan wel politieke gevolgen hebben. </al><tussenkop>Hoofdstuk 3: Raadgevend referendum</tussenkop><tussenkop>Artikel 8. Inleidend verzoek</tussenkop><al>Voor het indienen van het inleidend verzoek is niet veel tijd. Daarom is in de
                    verordening een lage drempel opgenomen voor het indienen van een inleidend
                    verzoek. Er is wel gekozen voor het hanteren van een percentage omdat dit een
                    duidelijk en makkelijk systeem is. Bij het verzamelen van de handtekeningen is
                    gekozen voor een “brengsysteem”. De kiesgerechtigden dienen hun handtekening te
                    plaatsen in de daarvoor aanwezen plaatsen, zoals de publieksbalie in het
                    gemeentekantoor. Uit evaluaties is gebleken dat grote nadelen van het
                    “haalsysteem”, waarbij het ophalen van de vereiste handtekeningen aan de
                    initiatiefnemers wordt overgelaten, zijn dat de controle op handtekeningen een
                    tijdrovend karwei is en dat door onvolledig ingevulde lijsten veel
                    handtekeningen ongeldig moeten worden verklaard. Er is daarom gekozen voor het
                    brengsysteem zodat de identiteit en kiesgerechtigdheid van de ondertekenaar
                    direct gecontroleerd kan worden aan de hand van het GBA. </al><al>Het college toetst de formele eisen van het inleidend verzoek en de raad beslist
                    inhoudelijk op het verzoek. </al><tussenkop>Artikel 9. Het definitieve verzoek</tussenkop><al>De termijn voor het indienen van een definitief verzoek is gesteld op zes weken.
                    Voor het toelaten van een definitief verzoek is een ondersteuning nodigdoor een
                    aantal kiesgerechtigden dat tenminste gelijk is aan 10 % van de kiesgerechtigde
                    inwoners van de gemeente Oisterwijk ten tijde van de laatst gehouden verkiezing
                    van de leden van de gemeenteraad. De procedure is in grote lijnen gelijk aan die
                    bij het inleidende verzoek.</al><tussenkop>Artikel 10. Aanhouden beslissing</tussenkop><al>Zie de toelichting bij artikel 7.</al><tussenkop>Hoofdstuk 4: Datum, vraagstelling, procedure, organisatie en
                    informatie</tussenkop><tussenkop>Artikel 11. Datum referendum</tussenkop><al>De raad stelt de datum vast waarop het referendum zal worden gehouden. Deze
                    datum kan vallen op een dag waarop tevens andere verkiezingen gehouden worden,
                    maar dat hoeft niet het geval te zijn. Het combineren van verkiezingen is
                    praktisch omdat de kiesgerechtigden niet twee maal naar de stembus hoeven te
                    komen. Ook zorgt een combinatie voor een vermindering van de kosten.</al><tussenkop>Artikel 12. Vraagstelling</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 13. Organisatie en informatie</tussenkop><al>Bij het referendum hebben de raad en het college verschillende rollen en
                    verantwoordelijkheden. Voor de duidelijkheid is hier opgenomen dat het college
                    zorg draagt voor een goede organisatie en een zorgvuldige
                    informatieverstrekking. De communicatie over het referendum is heel belangrijk.
                    De gemeente heeft bij een referendum verschillende rollen. De gemeente is
                    verantwoordelijk voor het proces, maar is ook inhoudelijk bij het onderwerp
                    betrokken. Daarom is het van belang onderscheid te maken tussen informatie over
                    de procedure - die moet vooral informatief en neutraal zijn - en de zogenaamde
                    campagne, die niet neutraal kan zijn. Bij de informatieverstrekking zullen de
                    inwoners ook geïnformeerd worden over de argumenten om voor dan wel tegen te
                    stemmen. Dit kan in neutrale vorm gebeuren en geeft de inwoners inzicht in de
                    gevolgen van hun stem. Alle informatie over de procedure wordt door de
                    referendumcommissie getoetst (artikel 3, vierde lid, aanhef en onder d van de
                    verordening). Om alle inwoners te bereiken is analoog aan de vroegere Tijdelijke
                    referendumwet bepaald dat de burgemeester een samenvatting van het raadsbesluit
                    opstelt en dat deze samenvatting huis aan huis wordt verspreid. Deze informatie
                    kan tegelijkertijd met de referendumkaarten worden verzonden, maar ook apart.
                    Bij de huis aan huis informatie wordt ook aandacht geschonken aan de
                    vraagstelling, zodat de kiezers die vraag voor dat ze echt gaan stemmen al
                    hebben kunnen lezen. </al><tussenkop>Hoofdstuk 5: Financiën</tussenkop><tussenkop>Artikel 14. Budget</tussenkop><al>Naast een bedrag voor de organisatie van het referendum zelf, zal ook de
                    voorlichting geld kosten. Dit betreft zowel de voorlichting door de gemeente
                    zelf (uitleg over het voorgenomen raadsbesluit) als de voorlichting door
                    verschillende belangengroeperingen waaronder de initiatiefnemers van het
                    referendum. </al><al>De referendumcommissie heeft een belangrijke adviserende rol, zowel bij de
                    totstandkoming van de beleidsregels op grond waarvan de subsidies kunnen worden
                    verstrekt als bij de toekenning van de subsidies zelf.</al><tussenkop>Hoofdstuk 6: Stemming, uitslag en gevolgen van de uitslag</tussenkop><tussenkop>Artikel 15, 16 en 18 : Procedure stemming </tussenkop><al>Voor de procedures rond de stemming wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de
                    gang van zaken rond de verkiezing van de leden van de gemeenteraad</al><tussenkop>Artikel 17. Uitslag</tussenkop><al>Voor het bepalen van de uitslag is aansluiting gezocht bij het systeem van de
                    vroegere Tijdelijke Referendumwet. Dit systeem is duidelijk en wordt bepaald
                    door het aantal kiesgerechtigden op dat moment.</al><tussenkop>Artikel 19. Raadsbesluit na uitslag</tussenkop><al>Het referendum is niet bindend, de raad is vrij bij de besluitvorming naar
                    aanleiding van het referendum. De uitslag van het referendum hoeft dus niet
                    gevolgd te worden. </al><tussenkop>Hoofdstuk 7: Straf- slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 20. Kieswet van overeenkomstige toepassing</tussenkop><al>Voor de duidelijkheid is in de verordening bij de diverse beslismomenten
                    opgenomen welk orgaan welke beslissing neemt. Het hoofdstembureau speelt, net
                    zoals bij gewone verkiezingen, bij de technische toetsing een belangrijke rol.
                    Dat is al geregeld in de Kieswet, maar toch opgenomen in de verordening. Voor de
                    overige zaken, die niet uitdrukkelijk in de verordening zijn geregeld zijn de
                    bepalingen van de Kieswet en het Kiesbesluit van overeenkomstige toepassing. </al><tussenkop>Artikel 21. Strafbepalingen</tussenkop><al>Op grond van artikel 154 van de Gemeentewet kan de raad op overtreding van een
                    verordening straf stellen. Voor het bepalen van wat strafbaar is, is zoveel
                    mogelijk aangesloten bij de Kieswet, hoofdstuk Z.</al><tussenkop>Artikel 22. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 23. Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Referendumverordening gemeente Oisterwijk 2010</tussenkop><tussenkop>BEKENDMAKING</tussenkop><al>Het college maakt bekend dat de raad in zijn vergadering van 1 juli 2010 de
                    "Referendumverordening gemeente Oisterwijk 2010” heeft vastgesteld met
                    bijbehorende toelichting.</al><tussenkop>INHOUD</tussenkop><al>De Referendumverordening gemeente Oisterwijk 2010 is aangepast aan de nieuwe
                    VNG-modelverordening en vervangt de Referendumverordening gemeente Oisterwijk
                    2007.</al><tussenkop>INWERKINGTREDING </tussenkop><al>Het besluit van de raad treedt in werking op de dag na publicatie.</al><tussenkop>TER INZAGE</tussenkop><al>De "Referendumverordening gemeente Oisterwijk 2010" ligt voor iedereen ter
                    inzage bij de centrale publieksbalie op de begane grond van het gemeentekantoor
                    aan de Lind 44 in Oisterwijk, vanaf 5 juli 2010.</al><tussenkop>INLICHTINGEN</tussenkop><al>Voor informatie over de "Referendumverordening gemeente Oisterwijk 2010" kan
                    desgewenst contact worden opgenomen met de Griffie, telefoon (013) 52 91 151
                    (doorkiesnummer) of via e-mail griffie@oisterwijk.nl.</al><al>Oisterwijk, 2 juli 2010</al><al>het college,</al><al>de secretaris, de burgemeester,</al><al>Ineke Depmann Hans Janssen</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>