<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR71292_1</dcterms:identifier><dcterms:title>verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerlen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-07-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerlen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Parkstad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling (tevens intrekking Verordening rioolheffing)</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/47537</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2011
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>“VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOLHEFFING 2011”</al>
          <al>(Verordening rioolheffing 2011)</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening verstaat onder: </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li>
            <li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling,</al><al> verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of
                                grondwater;</al></li>
            <li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterleidingbedrijf betrekking heeft;</al></li>
            <li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Aard van de belasting</titel>
          </kop>
          <al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwa-ter, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li>
            <li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
                                        heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een
                                        perceel dat direct of indirect is aangesloten op de
                                        gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel;
                                        en</al></li>
                <li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of
                                        indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd,
                                        verder te noemen: gebrui-kersdeel.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2."><al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een
                                onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                                beperkt recht aange-merkt degene die bij het begin van het
                                belastingjaar als zodanig in de kadastra-le registratie is vermeld,
                                tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></li>
            <li nr="3."><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al
                                        dan niet krachtens eigendom, bezit, of beperkt recht of
                                        persoonlijk recht gebruikt;</al></li>
                <li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                        bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die
                                        dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Zelfstandige gedeelten</titel>
          </kop>
          <al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per
                                perceel.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters
                                water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></li>
            <li nr="3."><al>Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal
                                kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het
                                belastingjaar vooraf-gaande verbruiksperiode naar het perceel is
                                toegevoerd of is opgepompt. Indien dit aan het begin van het
                                belastingjaar niet bekend is, wordt het aantal kubieke meters
                                afvalwater gesteld op het aantal kubieke meters water dat naar het
                                perceel is toegevoerd en/of is opgepompt van de laatstbekende
                                verbruikspe-riode. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan
                                een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door
                                herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een
                                gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></li>
            <li nr="4."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of</al></li>
                <li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen.</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                        hoeveelheid opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die
                        niet is afgevoerd.</al>
          <lijst>
            <li nr="5."><al>Voor zover de gegevens als bedoeld in het derde lid van dit artikel
                                niet bekend zijn wordt het watergebruik van gemeentewege bepaald aan
                                de hand van de afgevoerde hoeveelheid afvalwater van vergelijkbare
                                percelen, met dien verstande dat voor de berekening van de
                                verschuldigde belasting als minimum waterafname wordt aangehouden
                                een hoeveelheid van 200 m3.</al></li>
            <li nr="6."><al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                                opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet
                                als afvalwater is afgevoerd.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Belastingtarieven</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het eigenarendeel als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a,
                                bedraagt per perceel € 67,80.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het gebruikersdeel als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel
                                b, bedraagt bij een hoeveelheid afgevoerde kubieke meters afvalwater
                                van maximaal:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>200 m3 € 78,24</al></li>
                <li nr="b."><al>400 m3 € 144,72</al></li>
                <li nr="c."><al>800 m3 € 253,44</al></li>
                <li nr="d."><al>2.000 m3 € 418,08</al></li>
                <li nr="e."><al>5.000 m3 € 647,88</al></li>
                <li nr="f."><al>10.000 m3 € 939,48</al></li>
                <li nr="g."><al>20.000 m3 € 1268,28</al></li>
                <li nr="h."><al>30.000 m3 € 1.585,32</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <al>terwijl voor elke volgende hoeveelheid van 10.000 m3 of gedeelte daarvan het
                        onder h genoemde tarief met € 939,48 wordt vermeerderd, een en ander met een
                        maximum van € 13.798,56.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Belastingjaar</titel>
          </kop>
          <al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De belasting als bedoeld in artikel 3 is verschuldigd bij het begin
                                van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, zo dit later is,
                                bij de aanvang van de belastingplicht.</al></li>
            <li nr="2."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                                gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                                belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor
                                dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalender-maanden
                                overblijven.</al></li>
            <li nr="3."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                                gebruikersdeel, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                                aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor
                                dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalender maanden
                                overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan
                                € 10,00.</al></li>
            <li nr="4."><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in gebruik neemt.</al></li>
            <li nr="5."><al>Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                                moeten de anslagen worden betaald in één termijn, die vervalt op de
                                laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening
                                van het aanslagbiljet is vermeld.</al></li>
            <li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van
                                de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolheffing of andere
                                heffingen minder is dan € 3.500,00, en zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de
                                betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven,
                                dat de aanslagen moeten worden betaald in twaalf gelijke termijnen
                                waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van eerste maand
                                volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand
                                later.</al></li>
            <li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid moeten de aanslagen worden betaald
                                in één termijn, indien het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
                                verenigde aansla-gen rioolheffing of andere heffingen minder is dan
                                € 50,00.</al></li>
            <li nr="6."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande
                                leden gestelde termijnen.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De ‘Verordening rioolheffing 2010’ van 1 december 2009, wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li>
            <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li>
            <li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></li>
            <li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing
                                2011”.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten tijdens de vergadering van de raad der gemeente Heerlen van 7
                        december 2010.</al></slotformulering></regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>