<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR71211_1</dcterms:identifier><dcterms:title>verordening op de raadscommissies 2010-2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Nieuwsklok 13-10-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>verordening op de raadscommissies 2010-2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=155a&amp;g=2010-10-01">Gemeentwet, artikel 155a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-09-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-10-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>verordening op de raadscommissies 2010-2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>- BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>- Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>lid: lid van een raadscommissie; </al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens
                                    vervanger; </al></li><li nr="c."><al>commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens
                                    vervanger; </al></li><li nr="d."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger; </al></li><li nr="e."><al>vergadering: vergadering van een raadscommissie. </al></li><li nr="f."><al>Informatiebijeenkomst: geplande bijeenkomsten met als doel
                                    informatie-uitwisseling tussen commissie en college en commissie
                                    en burgers.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>- INSTELLING, TAKEN EN SAMENSTELLING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>- Instelling raadscommissies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt de volgende raadscommissies in:</al><lijst><li nr="a."><al>Algemene Zaken (AZ);</al></li><li nr="b."><al>Inwonerszaken (INW); </al></li><li nr="c."><al>Ruimtelijke Zaken (RZ);</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De raadscommissie Algemene Zaken adviseert en overlegt over de
                                    volgende onderwerpen: algemeen bestuur en coördinatie, openbare
                                    orde en veiligheid, rampenbestrijding, handhaving, communicatie
                                    en promotie, evenementen, juridische -, facilitaire – en
                                    publiekszaken, informatie en archiefzorg, internationale zaken,
                                    intergemeentelijke samenwerking, financiën, planning en control,
                                    economische zaken, toerisme en recreatie, grondzaken en
                                    gemeentelijk vastgoed, verkeer en vervoer, openbare werken,
                                    sport, personeel en organisatie, informatisering en
                                    automatisering (Programma’s 1, 2, 3, 5, 7, 8, 9). </al></li><li nr="3."><al>De raadscommissie Inwonerszaken adviseert en overlegt over de
                                    volgende onderwerpen: onderwijs, WMO, zorg en welzijn, sociale
                                    zaken, arbeidsvoorziening, kunst en cultuur, biodiversiteit en
                                    klimaatbeleid, mondiale bewustwording en vluchtelingen
                                    (Programma’s 3, 4, 5, 6).</al></li><li nr="4."><al>De raadscommissie Ruimtelijke Zaken adviseert en overlegt over
                                    de volgende onderwerpen: ruimtelijke ordening, volkshuisvesting,
                                    natuur en landschap, welstand en monumentenzorg, milieu en
                                    afval, landinrichting, reconstructie en bouwzaken (Programma’s
                                    3, 5).</al></li><li nr="5."><al>Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt in
                                    beginsel een gezamenlijke vergadering belegd. Dit wordt door het
                                    presidium bepaald.</al></li><li nr="6."><al>Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt
                                    belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het
                                    onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>- Taken</titel></kop><al>Een raadscommissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="1."><al>het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of
                                    onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede, derde
                                    of vierde lid, genoemde onderwerpen;</al></li><li nr="2."><al>het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;</al></li><li nr="3."><al>voeren van overleg met het college of de burgemeester over in
                                    ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte
                                    inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in
                                    artikel 2, tweede lid, derde of vierde lid, genoemde
                                    onderwerpen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>- Samenstelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadscommissie bestaat uit ten minste één en maximaal drie
                                    leden per fractie. </al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op
                                    voordracht van de fracties benoemd. </al></li><li nr="3."><al>Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen
                                    10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige
                                    toepassing op een lid van een raadscommissie.</al></li><li nr="4."><al>Zowel raadsleden als commissieleden kunnen raads- en
                                    commissieleden vervangen bij afwezigheid in
                                    commissievergaderingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>- Voorzitter</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter wordt door de gemeenteraad uit zijn midden
                                    benoemd. De plaatsvervangend voorzitter, lid van de commissie,
                                    wordt door de commissie uit haar midden aangewezen en wordt door
                                    de raad benoemd tot waarnemend voorzitter.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie. </al></li><li nr="3."><al>De voorzitter is belast met: </al></li><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering; </al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde; </al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van deze verordening; </al></li><li nr="d."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>- Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun
                                    plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de
                                    zittingsperiode van de raad. </al></li><li nr="2."><al>Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een
                                    raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4,
                                    derde lid, gestelde eisen. </al></li><li nr="3."><al>De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens
                                    voordracht het lid is benoemd.</al></li><li nr="4."><al>De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.
                                </al></li><li nr="5."><al>Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen
                                    tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling
                                    aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke
                                    mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.
                                </al></li><li nr="6."><al>Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist
                                    de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met
                                    inachtneming van artikel 4 en 5.</al></li><li nr="7."><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                    voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de
                                    raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van
                                    die fractie is benoemd, van rechtswege. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>- Griffier en commissiegriffier</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad benoemt ter ondersteuning van iedere raadscommissie een
                                    medewerker van de griffie als commissiegriffier. </al></li><li nr="2."><al>De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig. </al></li><li nr="3."><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door
                                    een daartoe door de griffier aangewezen medewerker van de
                                    griffie of ambtenaar. </al></li><li nr="4."><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>- AANWEZIGHEID COLLEGE, BURGEMEESTER EN
                            SECRETARIS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>- Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter kan de burgemeester, één of meer wethouders en de
                                    secretaris uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan
                                    de beraadslagingen deel te nemen.</al></li><li nr="2."><al>Het uitgenodigde lid of de uitgenodigde leden van het college
                                    kunnen zich te allen tijde doen vergezellen door ambtelijke
                                    adviseurs.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>- VERGADERINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>- Tijdstip van vergaderen en
                                voorbereiding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>- Vergaderfrequentie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen vinden conform de door de raad vastgestelde
                                        werkwijze plaats en worden gehouden in het raadhuis.</al></li><li nr="2."><al>Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het
                                        nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties
                                        schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan desgewenst een andere dag of aanvangsuur
                                        bepalen. Hij voert hierover overleg met de griffier. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>- Agendavorming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het presidium stelt de agenda’s van de
                                        commissievergaderingen en de planning voor de
                                        informatieavonden in overleg met de commissievoorzitters op.
                                        De commissievoorzitters wordendaartoe voor het
                                        presidium uitgenodigd.</al></li><li nr="2."><al>Burgers kunnen bij de voorzitter via de griffie voorstellen
                                        doen voor plaatsing op de agenda van de commissie of de
                                        informatieavonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>- Oproep</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een
                                        vergadering de leden een schriftelijke oproep onder
                                        vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de
                                        vergadering. </al></li><li nr="2."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                        uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van
                                        de Gemeentewet bedoelde stukken, worden zo mogelijk
                                        tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden
                                        verzonden.</al></li><li nr="3."><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld
                                        in artikel 12, eerste lid, worden deze agenda en de daarop
                                        vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk,
                                        doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de
                                        leden gezonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>- De agenda</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden
                                        van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de
                                        aanvang van een vergadering een aanvullende agenda
                                        opstellen.</al></li><li nr="2."><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de
                                        agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                        raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen
                                        aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. </al></li><li nr="3."><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel
                                        onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij
                                        aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of
                                        advies vragen. De raadscommissie bepaalt in welke
                                        vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd
                                        wordt. </al></li><li nr="4."><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                        raadscommissie de volgorde van behandeling van de
                                        agendapunten wijzigen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>- Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of
                                        voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het
                                        verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het
                                        raadhuis en gemeentekantoor ter inzage gelegd. Indien na het
                                        verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage
                                        worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden
                                        en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. </al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken
                                        ook op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking
                                        worden gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet
                                        buiten het gemeentekantoor of raadhuis gebracht. </al></li><li nr="4."><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en
                                        tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd,
                                        blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder
                                        berusting van de griffier en verleent de griffier een lid
                                        inzage. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>- Openbare kennisgeving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergadering wordt door aankondiging in een door het
                                        college aangewezen huis-aan-huisblad, op de voor
                                        afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door
                                        plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>De openbare kennisgeving vermeldt: </al></li><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige
                                        agenda van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de
                                        daarbij behorende stukken kan inzien; </al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als
                                        bedoeld in artikel 17.</al></li><li nr="3."><al>Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende
                                        stukken, indien digitaal beschikbaar, op de website van de
                                        gemeente geplaatst.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>- Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>- Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de
                                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de commissiegriffier door ondertekening vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>- Opening vergadering en quorum</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                        indien tenminste de meerderheid van het in de raad
                                        vertegenwoordigd aantal fracties aanwezig is. </al></li><li nr="2."><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                        vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter
                                        onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de
                                        namen van de afwezige leden, dag en uur van de volgende
                                        vergadering, op een tijdstip dat ten minste 24 uur na het
                                        bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen.</al></li><li nr="3."><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste
                                        lid niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over
                                        andere aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten,
                                        indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het
                                        aantal zitting hebbende leden aanwezig is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>- Spreekrecht burgers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgers hebben spreekrecht. Zij kunnen het woord voeren in
                                        de commissievergadering.</al></li><li nr="2."><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen
                                                bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft
                                                opengestaan;</al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen
                                                van personen;</al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van
                                                de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden
                                                ingediend.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                        binnen een redelijke termijn voor aanvang van de vergadering
                                        aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en
                                        telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil
                                        voeren.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                        voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het
                                        belang is van de orde van de vergadering.</al></li><li nr="5."><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit
                                        heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de
                                        commissievergadering toestaan aan insprekers korte,
                                        verhelderende vragen te stellen.</al></li><li nr="6."><al>De voorzitter of een lid van de commissie doet een voorstel
                                        voor de behandeling van de inbreng van de burger. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>– Verslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verslag wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid
                                        van de griffier. </al></li><li nr="2."><al>Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo
                                        mogelijk, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de
                                        schriftelijke oproep. Het conceptverslag wordt op hetzelfde
                                        moment aan de overige personen die het woord gevoerd hebben,
                                        toegezonden. </al></li><li nr="3."><al>In de eerstvolgende vergadering wordt het verslag van de
                                        vorige vergadering vastgesteld. </al></li><li nr="4."><al>De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders
                                        hebben het recht een voorstel tot wijziging van het verslag
                                        aan de raadscommissie te doen, indien het verslag
                                        onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen
                                        gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient
                                        voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de
                                        commissiegriffier te worden ingediend. </al></li><li nr="5."><al>Het verslag bevat ten minste: </al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de
                                                commissiegriffier, de burgemeester en de wethouders,
                                                de secretaris en de ter vergadering aanwezige leden,
                                                allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige
                                                personen die het woord gevoerd hebben;</al></li><li nr="b."><al>welke leden afwezig waren; </al></li><li nr="c."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                                geweest; </al></li><li nr="d."><al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene met
                                                vermelding van de namen der aanwezigen die het woord
                                                voerden; </al></li><li nr="e."><al>een samenvatting van het advies aan de raad onder
                                                vermelding van de standpunten van de fracties en
                                                aantekening van de fracties die zich niet uitgelaten
                                                hebben; </al></li><li nr="f."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                                hoedanigheid van die personen aan wie het op grond
                                                van het bepaalde in artikel 24 door de
                                                raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de
                                                beraadslagingen. </al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de
                                        commissiegriffier ondertekend. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>- Aantal spreektermijnen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in
                                        ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders
                                        beslist. </al></li><li nr="2."><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.
                                    </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>- Spreektijd </titel></kop><al>De voorzitter dan wel een lid van de commissie kan een voorstel doen
                                over de spreektijd van de leden en anderen, conform artikel 24, die
                                aan de beraadslaging deelnemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>- Voorstellen van orde</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                        mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                        toegelicht. </al></li><li nr="2."><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de
                                        vergadering betreffen. </al></li><li nr="3."><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie
                                        terstond. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>- Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een spreker wordt in zijn betoog niet gestoord, tenzij:
                                    </al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van
                                        deze verordening te herinneren; </al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                        spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                        afronden. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke
                                        uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                        onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert,
                                        dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de
                                        voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende
                                        spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem
                                        gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft over het
                                        aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. </al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering
                                        voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                        heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering
                                        sluiten. </al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid
                                        dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken
                                        belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te
                                        ontzeggen. </al></li><li nr="5."><al>Over dit voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming
                                        daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo
                                        nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van
                                        zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie
                                        maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>- Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                    schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te
                                    geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden
                                    hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>- Deelname aan de beraadslaging door
                                    anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                    beraadslaging. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van
                                    het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>- Advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raadscommissie anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of
                                    er een advies aan de raad wordt uitgebracht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt
                                    beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud
                                    van het advies. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het advies worden de standpunten van alle fracties opgenomen.
                                </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>- BESLOTEN VERGADERING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>- Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>- Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld,
                                maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de griffier.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                                ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de
                                raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar maken
                                van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter
                                en de commissiegriffier ondertekend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>- Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                                overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent
                                de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal
                                gelden. De raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te
                                heffen. Artikel 22 van deze verordening is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van de stukken waarvoor geheimhouding geldt wordt door de griffier
                                een register bijgehouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>- Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                            indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom
                            verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>- TOEHOORDERS EN PERS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>- Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>- Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de
                            voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen
                            kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>- Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>- SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>- Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>- Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2010. Op dat tijdstip
                            vervalt de Verordening op de raadscommissies 2006-2010 van de gemeente
                            Oisterwijk vastgesteld bij raadsbesluit van 21 september 2006.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting op de verordening op de raadscommissies</tussenkop><al>In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies,
                    bestuurscommissies en andere commissies (resp. artikel 82, 83 en 84
                    Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de besluitvorming in de raad voor en
                    voeren overleg met het college en de burgemeester. Bestuurscommissies zijn
                    commissies waaraan bevoegdheden van de raad, het college of de burgemeester
                    worden overgedragen. Andere commissies kunnen alle mogelijke denkbare taken
                    hebben. Er kan gedacht worden aan adviescommissies, ad hoc commissies en
                    wijkraden.</al><al>Op grond van artikel 82, eerste lid, kan de raad zoveel raadscommissies
                    instellen als hij wenselijk acht. De raad regelt de taken, bevoegdheden,
                    samenstelling en werkwijze van de raadscommissies en de wijze waarop de leden
                    van een raadscommissie inzage hebben in stukken ten aanzien waarvan
                    geheimhouding geldt. Deze verordening voorziet daarin. De Gemeentewet verplicht
                    overigens niet tot het instellen van raadscommissies. </al><al>Over het voorzitterschap van een raadscommissie kan het volgende worden
                    opgemerkt: de vraag of een raadscommissie een externe voorzitter mag hebben,
                    heeft de minister van BZK ontkennend beantwoord. De VNG heeft in eerste
                    instantie geadviseerd dergelijke commissies te baseren op artikel 84
                    Gemeentewet, omdat de raad op basis van dit artikel wel een commissie met een
                    externe voorzitter kan instellen. Dit bleek in de praktijk echter lastig te
                    realiseren, omdat leden van commissies die functioneren o basis van artikel 84
                    geen onschendbaarheid krachtens artikel 22 Gemeentewet genieten. Omdat de VNG
                    hecht aan het principe dat raadsleden gedurende het politieke proces vrijuit
                    moeten kunnen spreken, is dat een ongewenste situatie. </al><al>De bestaande verordening uit 2006 is herzien een aangepast aan de nieuwe
                    VNG-modelverordening en aan de aanbevelingen van de werkgroep Evaluatie nieuwe
                    werkwijze. Zo is onder meer een bepaling toegevoegd over Gasten van de raad en
                    is artikel 17 over spreekrecht burgers aangepast.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>HOOFDSTUK 1 - BEGRIPSBEPALINGEN</al><al>Artikel 1<vet> - Begripsbepalingen</vet>Om te voorkomen dat de
                    omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening moeten worden
                    herhaald, zijn in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig gedefinieerd.</al><al>HOOFDSTUK 2 - INSTELLING, TAKEN EN SAMENSTELLING</al><al>Artikel 2 - <vet>Instelling raadscommissies</vet>Lid 1 tot en met 4 van
                    dit artikel zijn aangepast aan de huidige portefeuilleverdeling. Het vijfde en
                    zesde lid zijn coördinatiebepalingen. Als een onderwerp meerdere commissies
                    aangaat, zal doorgaans een gezamenlijke vergadering belegd worden. Hierover
                    wordt door het presidium besloten. In geval van een gezamenlijke vergadering
                    vervult de voorzitter van de commissie die het onderwerp het meest aangaat, de
                    rol van voorzitter. Het spreekt voor zich dat dan ook de commissiegriffier van
                    die commissie de functie van commissiegriffier vervult.</al><tussenkop>Artikel 3 - Taken</tussenkop><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor
                    en overleggen met het college of de burgemeester. De taak om de besluitvorming
                    van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te
                    brengen over een voorstel of onderwerp. De raadscommissie kan ook uit eigener
                    beweging advies aan de raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor
                    besluitvorming in de raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie
                    dezelfde als die van de raad: die van kaderstellend, controlerend en
                    volksvertegenwoordigend orgaan.</al><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Dit betekent dat
                    niet het college maar het presidium bepaalt of een voorstel aan de
                    raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt besproken. </al><tussenkop>Artikel 4 - Samenstelling</tussenkop><al>De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel
                    82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een
                    evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke
                    groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het eerste lid van artikel 4 voor dat
                    een raadscommissie bestaat uit ten minste één en maximaal drie leden per
                    fractie. De verhoudingen in de raadscommissies hoeven overigens blijkens
                    jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de raad. Om
                    tot een evenwichtige verdeling te komen is gekozen voor een minimum en een
                    maximum aantal leden. </al><al>De leden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fractie. Dit houdt in
                    dat het aan de fracties zelf is om te bepalen welke leden de betreffende fractie
                    vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Het is mogelijk dat de raad
                    moet besluiten een voorgedragen lid niet te benoemen tot lid van een commissie.
                    Dit kan het geval zijn wanneer een “burgerlid” niet voldoet aan de vereisten van
                    de Gemeentewet (zie de toelichting op het vierde lid). Andere redenen om een
                    dergelijke benoeming achterwege te laten, zijn niet aan de orde. Zoals ook uit
                    het derde lid blijkt, hoeven de leden van een raadscommissie geen raadslid te
                    zijn. Op grond van het derde lid moeten commissieleden, evenals raadsleden,
                    voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de
                    Gemeentewet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over
                    een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten
                    maken, geen functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in strijd
                    mogen handelen met artikel 15. Om te beoordelen of de niet-raadsleden voldoen
                    aan de eisen van de Gemeentewet, ligt het voor de hand om gebruik te maken van
                    een geloofsbrievenonderzoek. Het verdient aanbeveling dit onderzoek uit te laten
                    voeren door de commissie die voor raadsleden en wethouders op basis van artikel
                    V4 van de Kieswet verplichte geloofsbrievenonderzoek uitvoert. De vereisten die
                    onderzocht moeten worden, zijn immers gelijk. Dit onderzoek gaat vooraf aan het
                    raadsbesluit waarmee de leden benoemd worden. </al><tussenkop>Artikel 5 - Voorzitter</tussenkop><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste
                    lid, dat de raad de voorzitters "uit zijn midden" benoemt. In deze bepaling is
                    er voor gekozen om de voorzitters van de raadscommissies door de raad te laten
                    benoemen. </al><al>Het staat de raad vrij om te bepalen dat een raadscommissie de plaatsvervangende
                    voorzitter benoemt. Op basis van het tweede lid is de voorzitter geen lid van de
                    raadscommissie. Dit is een bewuste keuze, op deze wijze kan de voorzitter zich
                    concentreren op zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie
                    aanwenden voor het bewaken van de positie van de raadscommissie. Hij hoeft zich
                    niet te bekommeren om de inbreng van zijn fractie in de raadscommissie. </al><al>Het ligt voor de hand dat de (plaatsvervangend) voorzitters, evenals de leden,
                    van de raadscommissies in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                    samenstelling worden benoemd, aangezien de zittingsperiode van de voorzitters en
                    de leden aan het einde van de zittingsperiode van de raad eindigt (artikel 6,
                    eerste lid). Aangezien het echter niet altijd mogelijk zal zijn om de
                    voorzitters direct na de verkiezingen te benoemen, is er voor gekozen om geen
                    termijn in artikel 5, eerste lid, op te nemen. Hetzelfde geldt overigens voor
                    artikel 4, tweede lid.</al><al>Overigens zij in dit kader verwezen naar de passage over de positie van de
                    voorzitter in de algemene toelichting van deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 6 - Zittingsduur en vacatures</tussenkop><al>De zittingsperiode van de leden, de voorzitters en hun plaatsvervangers is even
                    lang als de zittingsperiode van de raadsleden, in principe dus vier jaar. De
                    benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te
                    ontslaan.</al><al>Op grond van het tweede lid eindigt het lidmaatschap van een raadscommissie
                    eveneens van rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4,
                    derde lid, gestelde eisen en indien een lid is benoemd op voordracht van een
                    fractie die blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad
                    niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid).</al><al>De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het
                    lid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van
                    een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op
                    grond van artikel 4, eerste lid, recht op een eigen lid. De (plaatsvervangend)
                    voorzitter van een raadscommissie kan de raad ook zonder voorstel van een
                    fractie ontslaan, bijvoorbeeld indien deze (plaatsvervangend) voorzitter niet
                    meer het vertrouwen van de meerderheid van de raad bezit. Het vijfde en zesde
                    lid voorzien in de situatie van tussentijdse vacature, hetzij door ontslag het
                    zij door overlijden.</al><tussenkop>Artikel 7 - Griffier en commissiegriffier</tussenkop><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een commissiegriffier. Bij zijn
                    verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een daartoe door de
                    griffier aangewezen medewerker van de griffie of ambtenaar.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 3 - AANWEZIGHEID COLLEGE, BURGEMEESTER EN
                    SECRETARIS</tussenkop><tussenkop>Artikel 8 - Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</tussenkop><al>Het kan gewenst zijn dat een lid van het college , de burgemeester of de
                    secretaris deelneemt aan de vergadering van de raadscommissie. De commissie kan
                    per vergadering beslissen of de aanwezigheid al dan niet gewenst is en of de
                    genodigde aan de beraadslagingen mag deelnemen. Artikel 82, vijfde lid, dat
                    artikel 21, tweede lid, van overeenkomstige toepassing verklaard, is hiervoor de
                    grondslag. Dit geldt zowel voor besloten als voor niet besloten vergaderingen.
                    In openbare vergaderingen kunnen collegeleden, de burgemeester en de secretaris
                    uiteraard altijd aanwezig zijn. Deelnemen aan de beraadslagingen kunnen zij
                    echter alleen als de raadscommissie hiermee instemt. In de regel zal de
                    portefeuillehouder veelal wel aanwezig zijn ten behoeve van het voeren van
                    overleg en het uitoefenen van controle door de raadscommissie.</al><al>Om te komen tot een praktische regeling is er in deze bepaling voor gekozen om
                    de voorzitter van de raadscommissie een voorlopige beslissing omtrent de
                    aanwezigheid van de burgemeester of een wethouder en de deelname aan de
                    beraadslagingen te laten nemen. Als de raadscommissie het niet met deze
                    voorlopige beslissing van de voorzitter eens is, kan zij bij aanvang van de
                    vergadering anders beslissen. Een expliciete beslissing bij iedere vergadering
                    is niet nodig. Als de raadscommissie niet aangeeft dat de aanwezigheid van het
                    college niet gewenst is, volstaat de beslissing van de commissievoorzitter.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 4 - VERGADERINGEN</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1 - Tijdstip van vergaderen en voorbereiding</tussenkop><tussenkop>Artikel 9 - Vergaderfrequentie</tussenkop><al>Veelal zullen de vergaderingen van de raadscommissies plaatsvinden op een vaste
                    dag en plaats voorafgaand aan de vergaderingen van de raad. Een raadscommissie
                    vergadert vaker als de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee
                    fracties hierom vragen. Het presidium vervult hierin een rol. Deze keuzes zijn
                    aan de raad voorbehouden. Indien een raadscommissie een hoorzitting zal willen
                    houden, kan de voorzitter gebruik maken van het derde lid en een andere dag,
                    aanvangsuur of plaats bepalen. Bepaald is dat de voorzitter hierover overleg
                    voert met de griffier. Indien de commissiegriffier echter meer inhoudelijke
                    taken vervult, is het ook denkbaar dat hierover overleg wordt gevoerd met de
                    commissiegriffier.</al><al>Over de openbaarheid van de vergaderingen bevat deze modelverordening geen
                    bepaling, aangezien artikel 82, vijfde lid, hierin voorziet. In deze bepaling
                    wordt artikel 23 van overeenkomstige toepassing verklaard op raadscommissies.
                    Dit betekent dat de vergaderingen van de raadscommissies in de regel in het
                    openbaar plaatsvinden. Op verzoek van een vijfde van het aantal leden van een
                    raadscommissie of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen om achter
                    gesloten deuren te vergaderen. Van een besloten vergadering wordt een
                    afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar is tenzij de raadscommissie
                    anders beslist. </al><tussenkop>Artikel 10 - Agendavorming</tussenkop><al>De agenda’s voor de commissies worden in het presidium vastgesteld. De
                    commissievoorzitters worden voor de vergaderingen van het presidium, waarin de
                    agenda’s worden opgesteld, uitgenodigd. Ook burgers kunnen bij de
                    informatiebijeenkomsten of commissievergaderingen zaken aan de orde stellen voor
                    de politieke agenda. De voorzitter bekijkt in overleg met het presidium wanneer
                    plaatsing op de agenda kan volgen.</al><tussenkop>Artikel 11 - Oproep</tussenkop><al>De leden van een raadscommissie ontvangen een oproep inclusief de agenda voor
                    een vergadering en de stukken tenminste een week voor de vergadering. Indien in
                    spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld, bedraagt deze
                    termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. Uiteraard kan ook voor andere
                    termijnen worden gekozen. Wel zal de termijn uiteraard zodanig moeten zijn dat
                    de leden van een raadscommissie in staat zijn om de stukken te lezen. De stukken
                    ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd worden niet toegezonden, maar
                    kunnen bij de griffier worden ingezien (artikel 13, derde lid).</al><tussenkop>Artikel 12 - De agenda</tussenkop><al>Voor het verzenden van de oproep, stelt het presidium de agenda voorlopig vast
                    (artikel 10). Het versturen van de agenda is geregeld in artikel 11.</al><al>In dit artikel is allereerst een procedure voor spoedeisende zaken geregeld.
                    Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol
                    van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het tweede, derde en vierde lid.
                    Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen dat een onderwerp
                    of voorstel onvoldoende voorbereid is en voor inlichtingen of advies aan het
                    college wordt gezonden. Een raadscommissie, niet het college, bepaalt vervolgens
                    in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
                    Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het college of de
                    secretaris.</al><tussenkop>Artikel 13 - Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><al>Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die
                    ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen op een
                    vaste plaats voor een ieder ter inzage gelegd. In de openbare kennisgeving wordt
                    vermeld waar de stukken liggen. Originele stukken moeten uiteraard bij de
                    gemeente blijven berusten. Stukken ten aanzien waarvan geheimhouding wordt
                    opgelegd kunnen leden van raadscommissies bij de griffier inzien. </al><tussenkop>Artikel 14 - Openbare kennisgeving</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag, het
                    tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                    voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de
                    schriftelijke oproep en op een bij openbare kennisgeving aan te geven plaats ter
                    inzage gelegd. Deze bepaling geeft hier een regeling voor. Bij de herziening van
                    deze verordening en van het reglement van orde voor de raad is tevens de
                    verplichting opgenomen om de agenda en stukken ook op internet te plaatsen.
                    Vanuit het oogpunt van service aan de burger is dit een voor de hand liggende
                    regeling die, doordat alle gemeenten beschikking hebben over een website, ook
                    praktisch uitvoerbaar is. Dit is echter niet verplicht op grond van de
                    Gemeentewet; gemeenten kunnen ervoor kiezen het derde lid niet over te
                    nemen.</al><tussenkop>Paragraaf 2 - Orde der vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 15 - Presentielijst</tussenkop><al>De presentielijst en de ondertekening door de commissiegriffier zijn bedoeld om
                    formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is. Indien de griffier
                    tevens de functie van commissiegriffier op zich neemt, ondertekent hij de
                    presentielijst. Daarnaast is de presentielijst van belang om de vergoedingen
                    voor de leden van een raadscommissie te kunnen vaststellen.</al><tussenkop>Artikel 16 - Opening van de vergadering en quorum</tussenkop><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 16
                    voorziet hierin. Echter door de keuze van de raad alle fracties de mogelijkheid
                    te geven een afvaardiging te laten hebben van minimaal 1 en maximaal 3 leden, is
                    het vaststellen van het aantal leden – en daarmee het quorum - lastig. In dit
                    artikel is dan ook gekozen voor de meerderheid van aanwezigheid van fracties. </al><al>Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het
                    quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden van een
                    raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat
                    op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet
                    vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen
                    tussen de twee vergaderingen zitten, mag er vanuit worden gegaan dat het
                    mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen.
                    Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie
                    over de datum van een nieuwe vergadering.</al><tussenkop>Artikel 17 - Spreekrecht burgers</tussenkop><al>Het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het vergroten van de betrokkenheid
                    van de burgers bij het lokaal bestuur, één van doelstellingen van de vernieuwing
                    van het lokaal bestuur. De informatieavonden zijn bedoeld om juist ook
                    informatie vanuit de samenleving te krijgen.</al><al>Juist omdat de raadsvergadering het sluitstuk is van het besluitvormingsproces
                    dat lang daarvoor al is begonnen (ambtelijke organisatie, college, commissies)
                    is de kans kleiner dat de raad op dat moment – als reactie op het inspreken van
                    een burger – nog van richting verandert, dan in de commissievergadering. De
                    mogelijkheden van burgers om tijdens de commissievergaderingen in te spreken
                    zouden daarom beter benut kunnen worden. Deze vergaderingen zijn doorgaans
                    laagdrempeliger en hebben meer mogelijkheden om met de inspreker in overleg te
                    gaan in een informele setting. Het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het
                    vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij het lokaal bestuur, één van de
                    doelstellingen van de vernieuwing van het lokaal bestuur. Het spreekrecht is
                    verder gedereguleerd door de maximale spreektijd per onderwerp en per spreker
                    niet uitdrukkelijk aan termijnen te binden.</al><al>In het tweede lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                    voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar
                    en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook
                    kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Dit zijn formele procedures
                    die zien op de rechtsbescherming van de burger. Verder zijn de benoemingen,
                    keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het
                    spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen,
                    voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen van - kandidaten al dan
                    niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers
                    hierover geen uitlatingen doen. Als laatste kunnen burgers zich ook niet
                    uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet
                    bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat vóór het
                    spreekrecht van burgers.</al><al>De burgers die wensen in te spreken, moeten zich binnen een ‘redelijke termijn’
                    voor de vergadering melden bij de griffier. De griffier kan, indien nodig, de
                    persoon naar de juiste raadscommissie verwijzen. Uiteraard kan, afhankelijk van
                    de beschikbaarheid, ook gekozen worden voor aanmelding bij de commissiegriffier.
                    Procedureel is het handig om als ‘redelijke termijn’ aan te houden dat
                    insprekers zich uiterlijk voor 14.00 uur op de dag van de vergadering moeten
                    aanmelden. Door niet uitdrukkelijk een termijn op te nemen, kan hiermee flexibel
                    worden omgegaan en de servicegerichtheid naar de burger worden vergroot.</al><al>Als richtlijn kan een spreektijd van vijf minuten per burger worden aangehouden.
                    Op voorstel van de voorzitter, die in eerste instantie voor een ordentelijk
                    verloop van de vergadering moet zorgen en dus moet kunnen aanvoelen of een
                    verkorting of verlenging van de spreektijd gewenst is, kan van deze richtlijn
                    worden afgeweken.</al><al>Op basis van artikel 18, eerste lid, wordt het verslag toegezonden aan de
                    burgers die hebben ingesproken. </al><tussenkop>Artikel 18 - Verslag</tussenkop><al>Het conceptverslag wordt tegelijkertijd met de schriftelijk oproep verstuurd aan
                    de leden en overige personen die het woord gevoerd hebben. De voorzitter, de
                    leden, de collegeleden hebben het recht een voorstel tot wijziging te doen. Een
                    voorstel tot wijziging wordt voorafgaand aan de vergadering schriftelijk bij de
                    commissiegriffier ingediend. Het is aan de raadscommissie om te beslissen of een
                    voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt, aangezien de
                    raadscommissie het verslag vaststelt. Een afwijzing van een dergelijk voorstel
                    is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad van
                    State). Het is aan te bevelen uitsluitend een zakelijke samenvatting van hetgeen
                    besproken is, te geven. Hiervoor zou volstaan kunnen worden met een
                    besluitenlijst in combinatie met een audioverslag. De commissiegriffier stelt
                    het verslag op, maar de uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt hiervoor bij de
                    griffier op grond van het vijfde lid. Na vaststelling ondertekenen de voorzitter
                    en de commissiegriffier het verslag. </al><tussenkop>Artikel 19 - Aantal spreektermijnen</tussenkop><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets te
                    veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng
                    van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Het tweede deel van artikel 19
                    lid 1 geeft de raadscommissie de ruimte te kiezen voor een andere
                    invulling.</al><tussenkop>Artikel 20 - Spreektijd</tussenkop><al>Dit artikel strekt ertoe te benadrukken dat een raadscommissie op eigen
                    initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. Hetzelfde geldt
                    voor de spreektijd van overige sprekers. De voorzitter hoeft dit niet voor te
                    stellen. De voorzitter kan in het kader van zijn taak om de orde tijdens de
                    vergadering te handhaven wel voorstellen de spreektijd te beperken.</al><tussenkop>Artikel 21 - Voorstellen van orde</tussenkop><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De
                    beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de
                    betreffende raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder
                    beraadslaging, besloten door de raadscommissie. Bij staken van stemmen is het
                    voorstel niet aangenomen, (artikel 32, vierde lid Gemeentewet is hierop niet van
                    toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de
                    vergadering voor een (overleg) pauze. </al><tussenkop>Artikel 22 - Handhaving orde; schorsing</tussenkop><al>Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen
                    spreken. Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de voorzitter bij
                    een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                    beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                    interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet
                    belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing is op leden
                    van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te
                    vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij
                    in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel
                    raadsleden als niet-raadsleden.</al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de
                    voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige
                    onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering
                    schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, kan hij de vergadering
                    sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en
                    hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn
                    gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden
                    worden ontzegd. Het vierde lid sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de
                    Gemeentewet, die een dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden.</al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor
                    wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 30 van deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 23 - Beraadslaging</tussenkop><al>Om de duur van vergaderingen te beperken wordt over een voorstel dat in
                    onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In
                    het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de voorzitter
                    als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te
                    behandelen. Het eerste lid brengt daarmee tot uitdrukking dat een raadscommissie
                    zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht wordt aan ieder individueel raadslid
                    toegekend. Dit past in het streven naar dualisering, aangezien dualisering
                    versterking van de vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol van een
                    raadscommissie veronderstelt. Hiertoe dienen ook individuele raadsleden en
                    kleine fracties over adequate instrumenten te beschikken.</al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede
                    termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot
                    stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd
                    (zie artikel 19).</al><tussenkop>Artikel 24 - Deelname aan beraadslaging door
                    anderen</tussenkop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en
                    andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het gaat in deze bepaling
                    om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester, de wethouders en de
                    secretaris. Deze hebben op grond van de artikel 8 van deze verordening reeds het
                    recht om aan de beraadslagingen deel te nemen. Uiteraard hebben deze andere
                    sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer
                    geen recht om een voorstel te doen tot wijziging van het verslag, een voorstel
                    over de spreektijd of over de orde van de vergadering.</al><tussenkop>Artikel 25 - Advies</tussenkop><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders beslist. Een
                    raadscommissie neemt geen besluiten, maar bereidt de besluitvorming in de raad
                    voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een raadscommissie
                    gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De leden beslissen over
                    het advies. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te doen aan de
                    mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, wordt de standpunten
                    van alle fracties opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een lid het niet
                    eens is met het fractiestandpunt, dat hier afzonderlijk melding van wordt
                    gemaakt in het advies aan de raad.</al><al>HOOFDSTUK 5 - BESLOTEN VERGADERING</al><tussenkop>Artikel 26 - Algemeen</tussenkop><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan, onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn
                    echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                    aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                    behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld
                    in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><tussenkop>Artikel 27 - Verslag</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                    overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet
                    schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt
                    opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een
                    raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het tweede lid dat
                    het verslag van een besloten vergadering ter inzage ligt bij de griffier.
                    Uiteraard kan ook voor inzage bij de commissiegriffier worden gekozen, indien
                    deze (vrijwel) voortdurend aanwezig is. De raadscommissie beslist over het
                    openbaar maken van dit verslag.</al><tussenkop>Artikel 28 - Geheimhouding</tussenkop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een raadscommissie kan
                    geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een raadscommissie, het college en
                    de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens
                    kan een raadscommissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten
                    aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25,
                    tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding
                    geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of
                    die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De
                    geheimhouding geld,t totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de
                    raad, haar opheft.</al><tussenkop>Artikel 29 - Opheffing geheimhouding</tussenkop><al>Zoals uit de toelichting op artikel 28 blijkt, kan de raad de geheimhouding die
                    een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. In deze bepaling is een
                    overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van
                    hoor en wederhoor.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 6 - TOEHOORDERS EN PERS</tussenkop><tussenkop>Artikel 30 - Toehoorders en pers</tussenkop><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toegang kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid voorziet
                    hierin.</al><tussenkop>Artikel 31 - Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.</al><tussenkop>Artikel 32 - Verbod gebruik mobiele telefoons</tussenkop><al>Dit artikel heeft betrekking op het mobiele telefoonverkeer. Het afgaan van
                    mobiele telefoons werkt verstorend tijdens de vergadering. Dit laat echter
                    onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit noodzakelijk maken, de voorzitter
                    aanwezigen toestemming kan geven hun mobiele telefoon wel stand-by te laten
                    staan.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 7 - SLOTBEPALINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 33 - Uitleg verordening en artikel 34 -
                    Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>