<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR71206_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de onderzoeksbevoegdheid van de raad van de gemeente Oisterwijk ex artikel 155a van de Gemeentewet 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Nieuwsklok 14 oktober 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de onderzoeksbevoegdheid van de raad van de gemeente Oisterwijk ex artikel 155a van de Gemeentewet 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=81oa&amp;g=24-09-2009">artikel 81oa Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-10-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-10-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>nr. 09/60 d.d. 24 september 2009</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>onderzoeksbevoegdheid van de raad ex artikel 155a Gemeentewet</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de onderzoeksbevoegdheid van de raad van de gemeente Oisterwijk ex artikel 155a van de Gemeentewet 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening op de onderzoeksbevoegdheid van de raad van de gemeente
                        Oisterwijk ex artikel 155a van de Gemeentewet</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>De raad : de raad van de gemeente Oisterwijk;</al><al>Het college : het college van de gemeente Oisterwijk;</al><al>Het onderzoek : het door de raad, op voorstel van één of meer van zijn
                        leden,</al><al> ingesteld onderzoek (ex artikel 155a van de Gemeentewet) naar </al><al> het door het college of de burgemeester van de gemeente </al><al> Oisterwijk gevoerde bestuur;</al><al>De commissie : de door de raad ingestelde onderzoekscommissie die het</al><al> onderzoek ex artikel 155a van de Gemeentewet uitvoert;</al><al>Het presidium : het presidium van de raad.</al><al>De griffier : de griffier van de raad</al><al>Een lid : een lid van de commissie</al><al>De (technisch) voorzitter : de voorzitter van de commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat de raad besluit een onderzoek in te stellen als bedoeld in
                            artikel 155a van de Gemeentewet, wordt er eerst – op besluit van de raad
                            - een vooronderzoek uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit vooronderzoek wordt uitgevoerd door een afvaardiging van de fracties
                            op voordracht van het presidium door tenminste 3 personen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het doel van het vooronderzoek is het doel van het onderzoek en de
                            daarmee verbonden onderzoeksvraag helder te formuleren en na te gaan of
                            het onderzoek het juiste instrument is om deze onderzoeksvraag te
                            beantwoorden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het vooronderzoek duurt maximaal 6 weken. De vooronderzoekcommissie
                            koppelt haar bevindingen terug aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Instellen onderzoekscommissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als op basis van de uitkomsten uit het vooronderzoek als bedoeld in
                                artikel 2 van deze verordening de raad besluit een onderzoek in te
                                stellen als bedoeld in artikel 155a van de Gemeentewet, dan benoemt
                                de raad een commissie van onderzoek bestaande uit tenminste 3
                                raadsleden. Het maximum aantal leden van de commissie wordt gesteld
                                op één lid per fractie. De raad kan uit zijn midden – naast de leden
                                van de commissie – ook een technisch voorzitter voor de commissie
                                benoemen. Deze heeft bij de besluitvorming binnen de commissie geen
                                stemrecht. Voor ieder lid wijst de raad tevens een raadslid als
                                plaatsvervanger aan. Als de raad naast de leden van de commissie een
                                technisch voorzitter heeft benoemd, wijst de raad tevens een
                                plaatsvervangend technisch voorzitter aan. De plaatsvervangend
                                technisch voorzitter heeft bij de besluitvorming binnen de commissie
                                geen stemrecht.</al></li><li nr="2."><al>In de commissie kunnen geen leden van de raad zitting nemen, die als
                                getuige of deskundige kunnen worden opgeroepen.</al></li><li nr="3."><al>De zittingsduur van de leden van de commissie is gelijk aan de duur
                                van het onderzoek.</al></li><li nr="4."><al>Het lidmaatschap van de commissie eindigt eerder in geval van:</al><lijst><li nr="a."><al>een (tussentijds) raadsbesluit tot opheffing van de
                                        commissie;</al></li><li nr="b."><al>beëindiging van het lidmaatschap van de raad;</al></li><li nr="c."><al>de commissie besluit een lid te horen;</al></li><li nr="d."><al>ontslag als lid door de raad, al dan niet op verzoek van het
                                        desbetreffende lid.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>Bij een tussentijdse vacature neemt de plaatsvervanger van het
                                desbetreffende lid diens plaats in. De raad beslist of in zijn
                                plaats een nieuwe plaatsvervanger wordt aangewezen.</al></li><li nr="6."><al>In het geval dat de raad besluit geen technisch voorzitter en
                                plaatsvervangend technisch voorzitter toe te voegen aan de
                                commissie, benoemt de raad uit de commissieleden een voorzitter en
                                plaatsvervangend voorzitter.</al></li><li nr="7."><al>De griffier fungeert als secretaris van de commissie of wijst, in
                                overleg met de commissie, een medewerker van de griffie tot
                                secretaris aan.</al></li><li nr="8."><al>De commissie besluit bij meerderheid van stemmen. Ieder lid brengt
                                één stem uit. De plaatsvervanger die als zodanig optreedt, brengt de
                                stem uit van het lid dat hij vervangt.</al></li><li nr="9."><al>De commissie kan de bij deze verordening of Gemeentewet verleende
                                bevoegdheden uitsluitend uitoefenen, indien tenminste drie van haar
                                leden aanwezig zijn. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Bekendmaking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het besluit tot het instellen van een onderzoek ex artikel 155a van
                            de Gemeentewet, alsmede de installatie en samenstelling van de commissie
                            zijn de artikelen 139, tweede lid, 140 en 141 van de Gemeentewet van
                            overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De besluiten tot instelling van een onderzoek ex artikel 155a van de
                            Gemeentewet en tot instelling en samenstelling van de commissie worden
                            gelijktijdig bekend gemaakt en treden in werking een dag na
                            bekendmaking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Oproepen getuigen en deskundigen ex artikel 155b Gemeentewet</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Getuigen en deskundigen zoals aangeduid in artikel 155b Gemeentewet
                            worden door de voorzitter van de commissie schriftelijk opgeroepen. De
                            brief, houdende de oproep, wordt aangetekend verzonden of tegen
                            gedagtekend ontvangstbewijs uitgereikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De getuigen of deskundigen dienen de oproeping als bedoeld in artikel
                            155 d van de Gemeentewet tenminste tien dagen voor de dag van het
                            verhoor te ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Binnen drie werkdagen na verzending van de oproep kunnen getuigen en
                            deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het
                            tijdstip van de zitting te wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter op het verzoek als bedoeld in het derde
                            lid wordt uiterlijk 1 week voor het tijdstip van de zitting aan de
                            betrokken getuige of deskundige medegedeeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Horen getuigen en deskundigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verhoren van getuigen en deskundigen worden door de commissie
                            gehouden op een plaats die zij het meest wenselijk oordeelt. Plaats en
                            tijdstip van de zitting worden door de voorzitter tijdig, uiterlijk 10
                            dagen voor aanvang van de zitting, ter openbare kennis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De getuigen en deskundigen worden in een openbare zitting gehoord. De
                            commissie kan om reden van bescherming of belang besluiten een verhoor
                            of een gedeelte daarvan niet in het openbaar af te nemen. De leden en
                            plaatsvervangende leden van de commissie bewaren geheimhouding over
                            hetgeen hun tijdens een besloten zitting ter kennis komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie besluit alvorens het eerste getuigenverhoor plaatsvindt of
                            de getuigen uitsluitend verhoord worden na het afleggen van de eed of
                            belofte.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het schriftelijke verslag van de afgelegde verklaringen wordt aan de
                            getuigen of deskundigen voorgelezen of ter inzage gelegd. De getuigen en
                            deskundigen ondertekenen deze voor gezien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Niet verschijnen getuige of deskundige</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de getuige of deskundige - opgeroepen volgens de procedure in
                            artikel 5 van deze verordening en de procedure ex artikel 155 d, tweede
                            lid, van de Gemeentewet – niet verschijnt, wordt daarvan een proces
                            verbaal opgemaakt, waarin een nauwkeurige omschrijving van de oproep
                            staat. Het proces verbaal wordt door de aanwezige leden van de commissie
                            ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het proces verbaal wordt door de commissie, wanneer zij dat nodig acht,
                            in handen gesteld van het Openbaar Ministerie bij de rechtbank van het
                            arrondissement waarin de in gebreke gebleven getuige of deskundige
                            woont.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Weigering medewerking getuige of deskundige</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer een getuige of deskundige, hetzij vrijwillig, hetzij op de
                            oproeping verschenen of door de openbare macht gebracht zijnde, weigert
                            te antwoorden, of de eed of de belofte af te leggen, wordt daarvan
                            proces verbaal opgemaakt, waarin de redenen van weigering worden
                            opgenomen, zo die gegeven zijn. Het proces verbaal wordt door de
                            aanwezige leden van de commissie ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het tweede lid van artikel 7 van deze verordening is van overeenkomstige
                            toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vrijwillige medewerking aan het onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De onderzoekscommissie kan buiten de in artikel 155b, eerste lid, van de
                            Gemeentewet genoemde personen tevens anderen verzoeken om medewerking
                            aan het onderzoek te verlenen. Laatstgenoemde medewerking geschiedt
                            slechts op vrijwillige basis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie kan derden uitnodigen tot het verstrekken van informatie,
                            die van belang kan zijn voor het doel van het onderzoek. De commissie
                            publiceert een dergelijke uitnodiging met een omschrijving van het
                            onderwerp van het onderzoek overeenkomstig de in artikel 4, eerste lid,
                            van deze verordening genoemde wijze.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie besluit of van de informatie van betrokkene bedoeld onder
                            artikel 9, tweede lid, gebruik wordt gemaakt en of betrokkene zal worden
                            gehoord. De voorzitter informeert de betrokkene.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De onderzoekscommissie kan in het belang van het onderzoek in
                            beslotenheid met een ieder informatieve gesprekken voeren, welke als
                            zodanig geen onderdeel van het onderzoek uitmaken. Er bestaat hiertoe
                            geen plicht tot medewerking.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het tweede, derde en vierde lid van artikel 5 van deze verordening en
                            het bepaalde in artikel 6 van deze verordening is van overeenkomstige
                            toepassing voor de in lid 1 van dit artikel genoemde personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al> (zie artikel 6 tweede lid van deze verordening)</al><lijst><li nr="1."><al>De commissie kan om reden van de bescherming van de in artikel 155b
                                van de Gemeentewet genoemde personen of van een belang bedoeld in
                                artikel 155e van de Gemeentewet besluiten aan haar overlegde
                                bescheiden of gedeelten daarvan niet openbaar te maken.</al></li><li nr="2."><al>De leden, plaatsvervangende leden van de commissie en de secretaris
                                van de commissie bewaren geheimhouding omtrent de inhoud van de
                                bescheiden of gedeelten daarvan, die ingevolge een besluit, als
                                bedoeld in het eerste lid, niet openbaar worden gemaakt.</al></li><li nr="3."><al>Voor zover de in het tweede lid bedoelde bescheiden deel uitmaken
                                van het onderzoeksverslag van de commissie, worden deze ter inzage
                                gelegd voor de leden van de raad. De leden van de raad bewaren
                                omtrent de inhoud van de betreffende bescheiden geheimhouding.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vergoeding</titel></kop><al>De getuigen en deskundigen komen in aanmerking voor een schadeloosstelling.
                        Zij dienen hiertoe een verzoek bij de commissie in, die het verzoek
                        beoordeelt. Voor de hoogte van de schadeloosstelling gelden de bepalingen krachtens artikel 57 van de Wet
                        tarieven in burgerlijke zaken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ondersteuning commissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De secretaris van de commissie is verantwoordelijk voor alle
                                inhoudelijke en organisatorische activiteiten van de ondersteuning
                                van de commissie en is (indien van toepassing) daartoe belast met
                                het beheer van de gelden.</al></li><li nr="2."><al>Zo spoedig mogelijk na instelling van de commissie c.q. vaststelling
                                van de onderzoeksopdracht stelt de voorzitter, in overleg met de
                                griffier en gemeentesecretaris, voor zover een beroep wordt gedaan
                                op het ambtelijk apparaat, een concept plan van aanpak op waarin zij
                                in ieder geval aandacht besteden aan:</al><lijst><li nr="-"><al>de uitvoering van de onderzoeksopdracht;</al></li><li nr="-"><al>de eerste planning van de uit te voeren taken;</al></li><li nr="-"><al>de taakverdeling;</al></li><li nr="-"><al>de taak en rol van de voorzitter;</al></li><li nr="-"><al>de nadere invulling van de wenselijke ondersteuning, waarbij
                                        aandacht wordt besteed aan de wettelijke
                                        aansprakelijkheid;</al></li><li nr="-"><al>de plaats en de omvang van de werkruimten;</al></li><li nr="-"><al>de noodzaak van een informatieprotocol;</al></li><li nr="-"><al>de archivering en classificering;</al></li><li nr="-"><al>de geheimhoudings- en beveiligingsaspecten;</al></li><li nr="-"><al>de vertrouwelijkheid van de informatie in de verschillende
                                        fasen van het onderzoek;</al></li><li nr="-"><al>de contacten met de pers.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De commissie stelt het plan van aanpak vast en brengt het vervolgens
                                ter kennis van de raad.</al></li><li nr="4."><al>De onderzoekscommissie kan besluiten derden in te schakelen voor het
                                uitvoeren van opdrachten die zij in het kader van de
                                onderzoeksopdracht en de uitoefening van haar taak nodig acht.</al></li><li nr="5."><al>Indien de commissie besluit de uitvoering van bepaalde delen van het
                                onderzoek neer te leggen bij derden, vindt deze uitvoering plaats
                                onder haar verantwoordelijkheid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Budget</titel></kop><al>De raad stelt een raming vast van de kosten, welke naar zijn oordeel voor
                        het onderzoek vereist zijn. Hij brengt deze ter kennis van het college, die
                        deze opneemt in de planning &amp; controlcyclus.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Rapportage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie doet verslag van haar bevindingen in een
                                onderzoeksrapport en biedt dit aan de raad aan, nadat de commissie
                                het concept onderzoeksrapport aan het college cq de burgemeester
                                heeft aangeboden onder uitnodiging van het geven van een
                                bestuurlijke reactie en nadat deze reactie is toegevoegd aan het
                                rapport.</al></li><li nr="2."><al>De commissie besluit of zij het verslag van bevindingen vergezeld
                                doet gaan van aanbevelingen.</al></li><li nr="3."><al>Van het afwijkende gevoelen van een lid ten aanzien van de inhoud
                                van het onderzoeksrapport of een onderdeel daarvan, wordt op verzoek
                                van dat lid melding gemaakt in het onderzoeksrapport.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Archivering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na de beëindiging van het onderzoek van een door hem ingestelde
                            commissie besluit de raad, dat de processen-verbaal en de overige
                            bescheiden van het onderzoek worden vernietigd, dan wel gedurende een
                            door hem te bepalen periode worden bewaard in het gemeentearchief.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bescheiden en aantekeningen, die ingevolge een besluit van de commissie
                            geheim dienen te worden gehouden, maken geen deel uit van dit
                            archief.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie bepaalt waar de in het tweede lid bedoelde bescheiden
                            worden bewaard en gedurende welke periode zij geheim zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als `Verordening op de
                        onderzoeksbevoegdheid van de raad van de gemeente Oisterwijk ex artikel 155a
                        van de Gemeentewet, september 2009’.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 24 september 2009,</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening>Nelleke van Wijk drs. Hans Janssen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>