<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR71124_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gedragscode voor bestuurders van de gemeente Hardinxveld-Giessendam</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hardinxveld-Giessendam</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-08-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hardinxveld-Giessendam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kompas editie Hardinxveld-Giessendam, 08-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gedragscode voor bestuurders van de gemeente Hardinxveld-Giessendam</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Geen.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Gedragscode voor bestuurders van de gemeente Hardinxveld-Giessendam
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam;</al>
          <al>gezien het voorstel van het
                        college van 2 november 2010, nr. GemHG/INTERN/4014;</al>
          <al>gelet op de artikelen 15
                        lid 3 (gedragscode leden van de raad), 41c lid 2 (gedragscode wethouders) en
                        69 (gedragscode burgemeester);</al>
          <al>b e s l u i t</al>
          <al>vast te stellen de
                        volgende</al>
          <al>Gedragscode voor bestuurders van de gemeente
                        Hardinxveld-Giessendam</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Deel</label>
            <nr>I</nr>
            <titel>Kernbegrippen van Bestuurlijke Integriteit</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Leden van colleges van burgemeester en wethouders stellen bij hun
                            handelen de kwaliteit van het openbaar bestuur centraal. Integriteit van
                            het openbaar bestuur is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen
                            van de gemeente, en in het verlengde daarvan die van de burgers, zijn
                            het primaire richtsnoer.Bestuurlijke integriteit houdt in dat de
                            verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat
                            er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen.
                            Verantwoording wordt intern afgelegd aan collega-bestuurders, de
                            gemeenteraad, maar ook extern aan organisaties en burgers voor wie
                            bestuurders hun functie vervullen.Een aantal kernbegrippen is daarbij
                            leidend en plaatst bestuurlijke integriteit in een breder perspectief:•
                            DienstbaarheidHet handelen van een bestuurder is altijd en volledig
                            gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers
                            die daar onderdeel van uit maken.• FunctionaliteitHet handelen van een
                            bestuurder heeft een herkenbaar verband met de functie die hij vervult
                            in het bestuur.• OnafhankelijkheidHet handelen van een bestuurder wordt
                            gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging
                            optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een
                            dergelijke vermenging wordt vermeden.• OpenheidHet handelen van een
                            bestuurder is transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is en
                            de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van de
                            bestuurder en zijn beweegredenen daarbij.• BetrouwbaarheidOp een
                            bestuurder moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken.
                            Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt,
                            wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven.•
                            ZorgvuldigheidHet handelen van een bestuurder is zodanig dat alle
                            organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend
                            en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen.Deze
                            kernbegrippen zijn de toetssteen voor de nu volgende gedragsafspraken.
                            Gedragingen moeten aan deze kernbegrippen getoetst kunnen worden.</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Deel</label>
            <nr>II</nr>
            <titel>Gedragscode bestuurlijke Integriteit</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Algemene bepalingen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>1.1 Deze gedragscode geldt voor de burgemeester, de leden van het
                                college en de leden van de raad. De burgemeester, de leden van het
                                college en de raadsleden worden hierna aangeduid als bestuurder
                                danwel met de naam van hun functie.1.3 In gevallen waarin de code
                                niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt
                                bespreking plaats in het college, het college neemt daarbij een
                                besluit.1.4 De code is openbaar en door derden te raadplegen.1.5 De
                                leden van het college en de leden van de raad ontvangen bij hun
                                aantreden een exemplaar van de code.</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Belangenverstrengeling en aanbesteding</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>2.1 Een bestuurder doet opgave van zijn financiële belangen in
                                ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke
                                betrekkingen onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden te
                                raadplegen.2.2 Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt
                                de bestuurder (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke
                                concurrentieverhoudingen.2.3 Een oud-bestuurder wordt het eerste
                                jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het
                                tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente.2.4 Een
                                bestuurder die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins
                                persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan
                                de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over
                                de betreffende opdracht.2.5 Een bestuurder neemt van een aanbieder
                                van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan die
                                zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan
                                beïnvloeden.</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Nevenfuncties</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>3.1 Een bestuurder vervult geen nevenfuncties waarbij strijdigheid
                                is of kan zijn met het belang van de gemeente.3.2 Een bestuurder
                                maakt melding van al zijn nevenfuncties waarbij tevens wordt
                                aangegeven of de functie wel of niet bezoldigd is. Deze gegevens
                                worden openbaar gemaakt.3.3 De kosten die een bestuurder maakt in
                                verband met een nevenfunctie uit hoofde van het ambt
                                (q.q.-nevenfunctie), worden vergoed door de instantie waar de
                                nevenfunctie wordt uitgeoefend.3.4 De burgemeester of het lid van
                                het college die een nevenfunctie wil vervullen anders dan uit hoofde
                                van het ambt, bespreekt dit voornemen in het college. Daarbij komt
                                tevens aan de orde hoe wordt gehandeld met betrekking tot eventuele
                                vergoedingen en de te maken kosten.</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Informatie</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>4.1 Een bestuurder gaat zorgvuldig en correct om met informatie
                                waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij verstrekt geen
                                geheime informatie.4.2 Een bestuurder houdt geen informatie achter,
                                tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van
                                informatie mogelijk is op grond van artikel 10 van de Wet
                                openbaarheid van bestuur.4.3 Een bestuurder maakt niet ten eigen
                                bate of van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de
                                uitoefening van het ambt verkregen informatie.</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Aannemen van geschenken</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>5.1 Geschenken en giften die een bestuurder uit hoofde van zijn
                                functie ontvangt, worden gemeld en geregistreerd en zijn eigendom
                                van de gemeente. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor
                                gezocht.5.2 Indien een bestuurder geschenken of giften ontvangt die
                                een waarde van minder dan 150 euro vertegenwoordigen, kunnen deze in
                                afwijking van het bovenstaande worden behouden en behoeven ze niet
                                te worden gemeld en geregistreerd.5.3 Geschenken en giften worden
                                niet op het huisadres van een bestuurder ontvangen. Indien dit toch
                                is gebeurd, wordt dit gemeld aan het college waar een besluit over
                                de bestemming van het geschenk wordt genomen.</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Bestuurlijke uitgaven</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>6.1 Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de
                                functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond en niet op enige
                                andere wijze worden vergoed.6.2 Ter bepaling van de functionaliteit
                                van bestuurlijke uitgaven worden de volgende criteria gehanteerd.-
                                Met de uitgave is het belang van de gemeente gedienden- De uitgave
                                vloeit voort uit de functie.</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Declaraties</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>7.1 De bestuurder declareert geen kosten die reeds op andere wijze
                                worden vergoed.7.2 Declaraties worden afgewikkeld volgens een
                                daartoe vastgestelde administratieve procedure.7.3 Een declaratie
                                wordt ingediend door middel van een daartoe vastgesteld formulier.
                                Bij het formulier wordt een betalingsbewijs gevoegd en op het
                                formulier wordt de functionaliteit van de uitgave vermeld.7.4
                                Gemaakte kosten worden binnen een maand gedeclareerd. Eventuele
                                voorschotten worden voorzover mogelijk binnen een maand
                                afgerekend.7.5 De gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor een
                                deugdelijke administratieve afhandeling en registratie van
                                declaraties. Declaraties van bestuurders worden administratief
                                afgehandeld door een daartoe aangewezen ambtenaar.7.6 In geval van
                                twijfel omtrent een declaratie, wordt deze voorgelegd aan de
                                burgemeester. Zonodig wordt de declaratie ter besluitvorming aan het
                                college voorgelegd.</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Creditcards</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>8.1 Het gebruik van creditcards voor binnenlands gebruik wordt zo
                                veel mogelijk beperkt.8.2 De gemeentesecretaris draagt zorg voor
                                aanvragen, verstrekken en intrekken van creditcards. Er wordt
                                vastgelegd voor welk soort kosten de creditcard kan worden
                                gebruikt.8.3 Bij de afhandeling van betalingen verricht met een
                                creditcard wordt een daartoe vastgesteld formulier ingediend. Bij
                                het formulier wordt een betalingsbewijs gevoegd en op het formulier
                                wordt de functionaliteit van de uitgave vermeld.8.4 Het gebruik van
                                de creditcard kan uitsluitend betrekking hebben op uitgaven die
                                volgens geldende regelingen voor vergoeding in aanmerking komen.8.5
                                Ingeval van twijfel over een correct gebruik van de creditcard wordt
                                dit aan de burgemeester gemeld en zo nodig ter besluitvorming aan
                                het college voorgelegd.8.6 Indien met de creditcard kosten zijn
                                betaald die na controle blijken voor rekening van de bestuurder te
                                moeten komen, wordt aan de bestuurder een factuur gezonden ter
                                hoogte van het bedrag dat voor zijn rekening dient te blijven.</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Gebruik van gemeentelijke voorzieningen</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>9.1 Gebruik van gemeentelijke of voorzieningen voor privé-doeleinden
                                is niet toegestaan.9.2 De burgemeester en de leden van het college
                                kunnen op basis van een overeenkomst ter zake voor zakelijk gebruik,
                                voor zover dat gebruik in het belang van de gemeente is, een fax,
                                mobiele telefoon en computer in bruikleen ter beschikking
                                krijgen</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Hoofdstuk</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Reizen buitenland</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>10.1 De burgemeester en het lid van het college die het voornemen
                                heeft een buitenlandse reis te maken welke voor rekening van de
                                gemeente danwel van een derde komt, heeft toestemming nodig van het
                                college. De gemeenteraad wordt van het besluit op de hoogte
                                gesteld.10.2 De burgemeester en het lid van het college die het
                                voornemen van een reis meldt, verschaft informatie over het doel van
                                de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van
                                het gezelschap en de geraamde kosten.10.3 Uitnodigingen voor reizen,
                                werkbezoeken en dergelijke op kosten van derden worden altijd
                                besproken in het college en onder meer getoetst op het risico van
                                belangenverstrengeling. Het gemeentelijk belang van de reis is
                                doorslaggevend voor de besluitvorming.10.4 Van de reis wordt een
                                verslag opgesteld. Buitenlandse reizen worden vermeld in een
                                jaarverslag.10.5 Het ten laste van de gemeente meereizen van de
                                partner van een bestuurder is uitsluitend toegestaan wanneer dit
                                gebeurt op uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van
                                de gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt
                                bij de besluitvorming van het college betrokken.10.6 Het anderszins
                                meereizen van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan.
                                Het meereizen van derden op eigen kosten is toegestaan en wordt in
                                dat geval bij de besluitvorming van het college betrokken.10.7 Het
                                verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privé-doeleinden is
                                toegestaan, mits dit is betrokken bij de besluitvorming van het
                                college. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor
                                rekening van de bestuurder.10.8 De in verband met de buitenlandse
                                dienstreis gedane functionele uitgaven worden vergoed conform de
                                geldende regelingen. Uitgaven worden vergoed voorzover zij redelijk
                                en verantwoord worden geacht.</al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Deel</label>
            <nr>III</nr>
            <titel>SLOTBEPALING</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>1.Deze gedragscode treedt in werking op 1 januari 2011 onder
                            gelijktijdige intrekking van de “Gedragscode voor bestuurders van de
                            gemeente Hardinxveld-Giessendam”, vastgesteld op 29 augustus 2002.
                            2.Deze gedragscode kan worden aangehaald als "Gedragscode voor
                            bestuurders van de gemeente Hardinxveld-Giessendam”.</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <bijlage>
        <kop>
          <titel>BIJLAGE GEDRAGSCODE VOOR BESTUURDERS VAN DE GEMEENTE
                    HARDINXVELD-GIESSENDAM:ONKOSTENVERGOEDINGEN</titel>
        </kop>
        <al>1. Opbouw onkostenvergoedingenNaast
                    vergoedingen voor nader aangeduide kosten zoals reis- en verblijfkosten, hebben
                    de bestuurders aanspraak op een vaste (forfaitaire) onkostenvergoeding. Bij de
                    opbouw van de vaste of forfaitaire onkostenvergoedingen zijn de volgende
                    kostencomponenten gehanteerd:A. RepresentatieRepresentatie (koffie, thee,
                    hapjes, drankjes, etentjes met zakelijke relaties, attenties e.d.). Tevens
                    worden onder deze categorie begrepen de noodzakelijke kosten voor de
                    representatie die door de partner worden gemaakt in verband met de
                    functieuitoefening als bestuurder. Voorbeelden zijn uitgaven en (reis)kosten
                    verbonden aan bezoeken van zieken, bejaarden, 100-jarigen en het bijwonen van
                    georganiseerde activiteiten, bijeenkomsten en recepties.B. VakliteratuurUitgaven
                    voor (abonnementen voor) vakliteratuur, losbladige uitgaven, naslagwerken.C.
                    Contributies (verenigingen)Contributies/lidmaatschappen: lidmaatschap vakbond,
                    belangenvereniging, beroepsvereniging, bestuurdersvereniging e.d.D.
                    TelefoonkostenDe kosten van zakelijke gesprekken waaronder ook van de mobiele
                    telefoon. De kosten van telefoonabonnementen vallen niet onder de vaste
                    kostenvergoeding.E. Bureaukosten en porti.Pennen, potloden, papier, zakelijke
                    agenda e.d. tevens de kosten voor het verzenden van post en het kopiëren van
                    stukken.F. GiftenZakelijke giften die de bestuurder louter als zodanig doet, en
                    die men als privé-persoon niet zou hebben gedaan, aan inzamelingsacties,
                    collectes e.d. (in de regel voor plaatselijke en/of regionale doeleinden).
                    Giften aan een politieke partij of verkiezingscampagne maken hier geen deel van
                    uit. G. FractiekostenBijdragen in de kosten van fractieassistenten en
                    secretariaat, fractieweekend.H. Representatieve ontvangsten aan huisHieronder
                    vallen de kosten verbonden aan ontvangsten in de eigen woning die direct verband
                    houden met de uitoefening van het ambt in het eigen huis (consumptieve
                    verstrekkingen e.d.).I. ExcursiesExcursies die worden gevolgd ten behoeve van de
                    uitoefening van het politieke ambt (inclusief reis- en verblijfskosten).2.
                    Fiscale aspectenVoor de belastingheffing wordt de beloning (bezoldiging of
                    vergoeding voor de werkzaamheden) in aanmerking genomen hetzij als belastbaar
                    loon (ingeval van werknemerschap), hetzij als belastbaar resultaat uit overige
                    werkzaamheden (ingeval van niet-werknemerschap). Dit onderscheid is van belang
                    voor de mogelijkheden om onbelaste vergoedingen te ontvangen dan wel
                    beroepskosten te kunnen aftrekken. Bij de fiscale behandeling van vaste
                    kostenvergoedingen is er onderscheid tussen de groep die in (fictieve)
                    dienstbetrekking staat (werknemers) en zij die geen dienstbetrekking hebben
                    (niet-werknemers). De mogelijkheid van aftrekbare kosten bestaat niet voor
                    werknemers. Niet-werknemers hebben de mogelijkheid van aftrekbare kosten, maar
                    komen niet in aanmerking voor een onbelaste vergoeding.Burgemeesters zijn in
                    dienstbetrekking. Wethouders en raadsleden zijn niet in dienstbetrekking, maar
                    kunnen voor de loonbelasting opteren en worden in dat geval fiscaal als
                    werknemer aangemerkt (fictief werknemerschap).Belastbaar resultaat uit overige
                    werkzaamheden is het gezamenlijk bedrag van het resultaat uit een of meer
                    werkzaamheden die geen belastbare winst of belastbaar loon genereren. Onder deze
                    categorie inkomsten valt hetgeen ambtsdragers genieten indien zij niet (fictief)
                    als werknemer worden aangemerkt. Bij resultaat uit overige werkzaamheden zijn
                    eventuele (vaste) vergoedingen integraal als inkomen belast. Beroepskosten
                    kunnen echter, met inachtneming van een aantal wettelijke beperkingen en
                    normeringen langs dezelfde regels als ondernemers, in mindering op het
                    belastbare resultaat worden gebracht. Genieters van resultaat uit overige
                    werkzaamheden hebben evenals ondernemers een wettelijke
                    administratieverplichting.De bestuurders die in dienstbetrekking fungeren en zij
                    die voor het fictief werknemerschap hebben geopteerd ontvangen de vaste
                    onkostenvergoedingen gebruteerd. Dat betekent dat het bedrag van de vergoeding
                    is verhoogd in verband met verschuldigde belasting. De brutering heeft dus geen
                    betrekking op de categorieën ambtsdragers die niet onder het loonbelastingregime
                    vallen en hiervoor ook niet hebben geopteerd. Dit vloeit voort uit de
                    bovengenoemde aftrekmogelijkheden van betrokkenen van de werkelijk gemaakte
                    kosten.Loon in naturaHet verstrekken van voorzieningen kan fiscale consequenties
                    hebben. Niet alleen beloning in geld, maar ook voordelen en goederen in natura
                    worden fiscaal als inkomen aangemerkt. Beloningen in natura worden belast naar
                    de waarde in het economisch verkeer. De belaste waarde blijft echter beperkt tot
                    het bedrag van de besparing als het gaat om goederen die worden gebruikt bij het
                    vervullen van de dienstbetrekking. Het bedrag van de besparing wordt bepaald aan
                    de hand van het bestedingspatroon personen die in vergelijkbare omstandigheden
                    verkeren. Lunches en diners met relaties van de gemeente of de provincie worden
                    als onbelast geaccepteerd. Indien er regelmatig een lunch of diner wordt
                    verstrekt niet voorvloeiend uit de functie en het belang van gemeente, is er
                    sprake van een privé-besparing. In dat geval bevat de verstrekking fiscaal
                    gezien een inkomensbestanddeel. In deze situatie zou de betrokken bestuurder
                    voor de verstrekking een vergoeding dienen te betalen. Privé-voordeel of
                    -gebruik van in natura verstrekte voorzieningen wordt als inkomen belast. Zo zal
                    er bij bijvoorbeeld bij het privé-gebruik van de dienstauto een fiscale
                    bijtelling plaatsvinden (de zogenoemde autokostenfictie). Indien de werkgever
                    een auto ter beschikking stelt gaat de fiscus er overigens van uit dat ook
                    sprake is van privé-gebruik, tenzij tegenbewijs wordt geleverd (sluitende
                    rittenadministratie). Er zijn tevens fiscale regelingen gericht op het gebruik
                    van (mobiele) telefoons.<vet> Integriteit van bestuurders</vet>VoorwoordVoor het
                    adequaat functioneren van de overheid zijn gezaghebbende bestuurders
                    noodzakelijk. Bestuurders die het vertrouwen genieten van de burgers omdat ze
                    deskundig, gedreven en integer zijn.In deze nota gaat het over de integriteit
                    van bestuurders bij gemeenten. Over de ‘dagelijkse’ bestuurders in het
                    bijzonder, maar veel is even zo goed voor raadsleden van belang.Er worden
                    beschouwingen gegeven over integriteit zonder dat alle situaties in zwart-wit
                    worden neergezet. Het is niet altijd mogelijk om een meetlat te bieden waarlangs
                    gedrag beoordeeld kan worden. Het gaat er vooral om dat er discussie plaats
                    vindt over integriteitvraagstukken waardoor bestuurders zich meer bewust worden
                    van het belang van hun gedragingen voor het aanzien van het openbaar
                    bestuur.Bovenstaande houdt niet in dat gemeenten het op het gebied van de
                    integriteit tot nu toe laten afweten. Integendeel, het onderwerp heeft de
                    laatste jaren juist veel aandacht gekregen en op veel plaatsen zijn regelingen
                    vastgesteld, na lange en intensieve discussies.Deze publicatie levert de
                    ingrediënten om het integriteitsbeleid verder te ontwikkelen.In dat kader moet
                    ook de bijgevoegde modelcode worden beschouwd. Deze kan helpen om het beraad en
                    de beleidsontwikkeling structuur te geven, omdat het model regels bevat voor
                    situaties die zich in de dagelijkse bestuurspraktijk voordoen.Deze nota is
                    gebaseerd op een publicatie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en
                    Koninkrijksrelaties, het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van
                    Nederlandse Gemeenten.Inhoudsopgave</al>
        <al>DEEL I 1DEEL II 2ONKOSTENVERGOEDINGEN 71. INLEIDING 131.1 Integriteit en
                    kwaliteit van het openbaar bestuur 131.2 Een kwestie van mentaliteit 131.3 Maar
                    ook meer dan mentaliteit 131.4 Kwetsbare plekken in de organisatie 141.5
                    Handreiking integriteit bestuurders 141.6 Integriteit van ambtenaren 152.
                    BELANGENVERSTRENGELING 152.1 Inleiding 152.2 Nevenfuncties 162.3 Inkomsten uit
                    nevenfuncties 162.4 Onverenigbaarheid van functies 172.5 Belangenverstrengeling
                    door nevenfuncties 172.6 Financiële belangen 182.7 Openbaarheid 182.8 Deelnemen
                    aan een stemming 192.9 Aanbevelingen 203. INFORMATIE 213.1 Inleiding 213.2
                    Oneigenlijk gebruik van overheidsinformatie 213.3 Geheime of vertrouwelijke
                    informatie 213.4 Aanbevelingen 224. AANBESTEDING 224.1 Betrekkingen met het
                    bedrijfsleven 224.2 Aanbestedingsbeleid 224.3 Fasen in het traject van
                    aanbesteding 244.4 Meer openbare aanbesteding 244.5 Belangenverstrengeling 254.6
                    Beïnvloeding 254.7 Aanbevelingen 255. GESCHENKEN EN DIENSTEN 265.1 Nooit in ruil
                    voor een tegenprestatie 265.2 Geschenken van de gemeente 265.3 Geschenken aan de
                    gemeente 275.4 Geschenken aan bestuurders 275.5 Diners, excursies en evenementen
                    275.6 Aanbevelingen 286. BESTUURLIJKE UITGAVEN EN ONKOSTENVERGOEDINGEN 286.1
                    Inleiding 286.2 Afbakening kostensoorten 286.3 Bestuurlijke uitgaven en
                    privé-kosten 286.4 De vaste onkostenvergoedingen 306.5 Declaraties en facturen
                    316.6 Het gebruik van creditcards 326.7 Voorzieningen en faciliteiten 326.8
                    Verantwoording en controle 347.1 Internationalisering samenleving 357.2 De reis
                    moet functioneel zijn 357.3 Gedragsregels 35Buitenlandse reizen zouden voor
                    raadsleden kunnen worden beperkt tot excursies waaraan een raadscommissie
                    deelneemt dan wel tot congressen, seminars e.d., waartoe men namens die
                    commissie is afgevaardigd. 367.4 Controle en verantwoording 367.5 Aanbevelingen
                    368. ORGANISATIE VAN HET INTEGRITEITSBELEID 378.1 Een systematische aanpak 378.2
                    Meer dan regels en procedures 378.3 Ontwikkeling van gedragscodes 388.4 Checks
                    en balances 388.5 Controle en verantwoording 388.6 Ondersteuning bij de
                    organisatie van het integriteitbeleid 398.7 Aanbevelingen 399. PROCEDURE EN
                    KADER FINANCIEEL BEHEER 399.1 Beheers- en controleverordening 409.2 De begroting
                    409.3 De rekening en de accountantscontrole 419.4 Beraadslaging over de rekening
                    419.5 De rechtmatigheidcontrole 41BIJLAGE GEDRAGSCODE VOOR BESTUURDERS 43BIJLAGE
                    ONKOSTENVERGOEDINGEN 491. INLEIDING1.1 Integriteit en kwaliteit van het openbaar
                    bestuurBestuurders in gemeenten zijn gehouden om het algemeen belang te dienen.
                    Zij zijn er voor alle burgers. De burger dient zich voor vele aangelegenheden
                    tot de gemeenten te wenden. Deze verkeren daarbij vaak in een monopoliepositie.
                    Dat stelt hoge eisen aan de kwaliteit van het openbaar bestuur en aan degenen
                    die daarin functioneren. Integriteit is daarvan een wezenlijk onderdeel. Wanneer
                    de integriteit van de bestuurders ter discussie staat, wordt het vertrouwen in
                    en de legitimiteit van het openbaar bestuur aangetast. Mede daarom leggen
                    bestuurders bij hun aantreden de zuiveringseed af.Als gevolg van allerlei
                    maatschappelijke ontwikkelingen kan de integriteit van bestuurders onder druk
                    komen te staan. Te noemen zijn onder andere de toenemende complexiteit van de
                    samenleving en van het openbaar bestuur, de steeds sterkere verstrengeling van
                    het publieke en het private domein, de agressievere lobby vanuit de samenleving
                    en het opleggen van bedrijfseconomische normen aan het overheidsmanagement. Het
                    is de verdienste van minister Dales geweest dat zij de integriteit van het
                    openbaar bestuur weer nadrukkelijk op de politieke agenda heeft geplaatst. Van
                    haar is de stelling: 'Een beetje integer kan niet.'1.2 Een kwestie van
                    mentaliteitIntegriteit is in de eerste plaats een kwestie van mentaliteit en
                    bewustwording. Het moet ‘tussen de oren zitten’. Bestuurders moeten zich er
                    permanent van bewust zijn dat zij voor de gemeenschap werken en verantwoordelijk
                    zijn voor de besteding van gemeenschapsgeld. Dit stelt hoge eisen aan de
                    bestuurlijke zuiverheid bijvoorbeeld bij aanbestedingen, het indienen van
                    declaraties of het aanvaarden van nevenfuncties. Bestuurders moeten zich steeds
                    bewust zijn van het belang van een goede democratische controle en bereid zijn
                    verantwoording af te leggen voor hun bestuurlijk handelen.1.3 Maar ook meer dan
                    mentaliteitBewustwording en een juiste mentaliteit alleen zijn niet voldoende.
                    Er is een systeem nodig van ‘checks and balances’. Met heldere regels en
                    afspraken waaraan bestuurders houvast hebben. Met een organisatiestructuur die
                    integriteit bevordert en met controlemechanismen waardoor het gedrag van
                    bestuurders voor elkaar en voor anderen (intern en extern) controleerbaar wordt.
                    Het opstellen van gedragsregels vormt een belangrijk onderdeel van het
                    integriteitbeleid. Gedragsregels bevatten de normen en waarden waaraan de
                    bestuurders zich verbinden en vormen een belangrijk toetsingskader.Een heldere
                    en open discussie en besluitvorming zijn hierbij van groot belang. Collegiale
                    besluitvorming over gevoelige zaken en het onthouden van deelname aan de
                    stemming in het college in het geval van belangenverstrengeling kunnen dienen
                    als waarborg tegen integriteitschending. Hetzelfde geldt voor de gemeenteraad.
                    Om die reden zijn in de nieuwe Gemeentewet de artikelen 15 lid 3 (gedragscode
                    leden van de raad), 41c lid 2 (gedragscode wethouders) en 69 (gedragscode
                    burgemeester) opgenomen.1.4 Kwetsbare plekken in de organisatieBij een goed
                    integriteitbeleid hoort ook een organisatieproces dat gevoelige plekken in de
                    organisatie opspoort en zoveel mogelijk afdekt. Ambtelijk zijn dat bijvoorbeeld
                    inkoop en aanbesteding, waar naast een heldere mandaatregeling ook methoden als
                    dubbelcheck en functieroulatie aan te bevelen zijn. Ook voor wethouders kan het
                    verstandig zijn als zij niet te lang een zelfde portefeuille beheren. Bij de
                    collegevorming zou dat een punt van aandacht kunnen zijn.1.5 Handreiking
                    integriteit bestuurdersIntegriteit is de primaire verantwoordelijkheid van elke
                    gemeente afzonderlijk. Deze worden geacht het integriteitbeleid vorm te geven op
                    een wijze die aansluit bij de eigen bestuurlijke structuur en cultuur. In deze
                    handreiking wordt voor een aantal onderwerpen aangegeven wat de
                    integriteitrisico’s zijn en hoe daarmee kan worden omgegaan. Deze nota bevat een
                    groot aantal aanbevelingen en als bijlage is een model voor gedragsregels
                    opgenomen.1.6 Integriteit van ambtenarenDeze nota is gericht op de bestuurders
                    in gemeenten. Daarbij gaat het zowel om de leden van het dagelijks bestuur
                    (burgemeester en de wethouders) als om de leden van het algemeen bestuur
                    (raadsleden). Zij zijn verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op de integriteit
                    van het openbaar bestuur in hun gemeente. Zij dragen daarmee ook
                    verantwoordelijkheid voor de integriteit van hun ambtenaren. Die
                    verantwoordelijkheid ligt uiteraard in de eerste plaats bij de ambtenaar zelf en
                    bij de ambtelijke organisatie.Voor ambtenaren is al het nodige geregeld in
                    bijvoorbeeld de Ambtenarenwet en in de ambtelijke rechtspositieregelingen. In
                    aanvulling op datgene wat in de Ambtenarenwet en in de ambtelijke
                    rechtspositieregelingen is geregeld, is veel van deze nota ook bruikbaar voor
                    ambtenaren. De handreiking kan daarmee een goede aanleiding zijn voor gemeenten
                    om nog eens kritisch te bezien of er ook nadere maatregelen ter bevordering van
                    de integriteitsbeleid in brede zin benodigd zijn.2. BELANGENVERSTRENGELING2.1
                    InleidingReeds aangegeven is dat bestuurders van gemeenten het algemeen belang
                    dienen. Persoonlijk voordeel kan niet het oogmerk zijn. Op grond van artikel 14
                    van de Gemeentewet doen de gekozen raads- en statenleden de eed of belofte om de
                    wetten te zullen nakomen en de plichten als lid van het gemeentebestuur naar eer
                    en geweten te zullen vervullen. Ze moeten hun taken onbevooroordeeld en
                    objectief vervullen. Als er sprake is van belangenverstrengeling is dat niet
                    langer verzekerd. Bij belangenverstrengeling gaat het om vermenging van het
                    publiek belang met het persoonlijk belang van de bestuurder of dat van derden
                    waardoor een zuiver en objectief besluiten of handelen in het publiek belang
                    niet langer is gewaarborgd. Reeds de schijn van belangenverstrengeling moet
                    worden vermeden.Het risico van belangenverstrengeling kan bijvoorbeeld ontstaan
                    als een bestuurder een nevenfunctie vervult die raakvlakken heeft met de
                    uitoefening van het politieke ambt. Daarbij kan het gaan om een
                    bestuurslidmaatschap van een vereniging die in de gemeente is gevestigd of een
                    commissariaat bij een bedrijf dat met de gemeente zaken doet. Ook als het gaat
                    om de uitoefening van een nevenfunctie waarin de bestuurder qualitate qua is
                    benoemd - bijvoorbeeld als commissaris van een overheidsbedrijf - is het risico
                    van belangenverstrengeling overigens niet uitgesloten. Ook dan hoeven immers de
                    belangen van de gemeente en die van de organisatie waarvoor de q.q. nevenfunctie
                    wordt vervuld niet altijd parallel te lopen.Ook het hebben van bepaalde
                    financiële belangen of het verrichten van bepaalde financiële transacties kan
                    (de schijn van) belangenverstrengeling veroorzaken. Financieel belang dient hier
                    breed te worden gedefinieerd. Het kan gaan om het bezit van effecten,
                    vorderingsrechten, onroerend goed, bouwgrond alsook om financiële deelnemingen
                    in ondernemingen en dergelijke. Zelfs negatieve financiële belangen, zoals
                    bijvoorbeeld schulden uit hypothecaire vorderingen, kunnen in verband met
                    mogelijke belangenverstrengeling relevant zijn. Dergelijke financiële belangen
                    kunnen een rol gaan spelen bij besluiten over bijvoorbeeld bestemmingsplannen of
                    grondverkopen.Bij belangenverstrengeling betreft het niet alleen mogelijk
                    persoonlijk voordeel voor de bestuurder zelf. Het kan ook gaan om bevoordeling
                    van bijvoorbeeld vrienden en familieleden of van bedrijven en instellingen
                    waarmee de bestuurder als privé-persoon banden heeft. De bevoordeling kan naast
                    het verlenen van overheidsgunsten ook bestaan uit het doorgeven van
                    vertrouwelijke overheidsinformatie.2.2 NevenfunctiesVeel gemeentelijke
                    bestuurders hebben naast hun politieke ambt nog andere (neven)functies, betaald
                    of onbetaald. Voor raadsleden en parttime wethouders is dat vaak noodzakelijk,
                    omdat voor hen het politieke ambt feitelijk een nevenfunctie is die zij
                    vervullen naast een andere of eigenlijke bron van inkomsten. De vergoedingen
                    voor het raadslidmaatschap en het parttime wethouderschap zijn niet bedoeld om
                    als volledig inkomen te dienen. Het onderstaande is toegespitst op de
                    bestuurders voor wie het ambt een hoofdfunctie is. De strekking ervan zal echter
                    waar mogelijk van overeenkomstige toepassing kunnen zijn op raadsleden.Het
                    vervullen van nevenfuncties door bestuurders is in zijn algemeenheid uit
                    maatschappelijk, bestuurlijk en ook persoonlijk oogpunt veelal positief te
                    waarderen. Het vervullen van nevenfuncties, in het bijzonder van nevenfuncties
                    buiten de publieke sfeer, vindt echter zijn grens waar dit afbreuk zou kunnen
                    doen aan het aanzien van het ambt en een optimaal functioneren van degene die
                    het ambt vervult. Een goede functievervulling en handhaving van onpartijdigheid
                    en onafhankelijkheid dienen bepalend te zijn bij de beslissing of een
                    nevenfunctie aanvaard wordt. In algemene zin zijn bij het aanvaarden van
                    nevenfuncties twee afwegingen van belang:- Er mag geen verstrengeling optreden
                    tussen het ambt en de nevenfunctie.- De nevenfunctie mag niet leiden tot een
                    zodanig tijdbeslag dat daardoor het functioneren als ambtsdrager in het geding
                    komt.De bestuurder die een nevenfunctie vervult, dient dit voorts te doen vanuit
                    het voortdurend besef dat de belangen van die nevenfunctie en de gemeente uit
                    elkaar moeten worden gehouden.2.3 Inkomsten uit nevenfunctiesSommige
                    nevenfuncties vervullen bestuurders uit hoofde van hun functie als bestuurder.
                    Dat zijn de nevenfuncties waarin zij ‘qualitate qua’ zijn benoemd (de zogenoemde
                    q.q.-nevenfuncties). De wethouder/burgemeester geniet géén vergoedingen - in
                    welke vorm dan ook - voor werkzaamheden, verricht in nevenfuncties uit hoofde
                    van het ambt, ongeacht of de vergoeding ten laste van de gemeente komt of niet.
                    Ontvangen inkomsten moeten in de gemeentekas worden gestort. De overweging is
                    dat de werkzaamheden verricht in de q.q.-functie geacht worden te behoren tot de
                    normale taakvervulling in het kader van de functie of het ambt. De bezoldiging
                    wordt toegekend voor alle in het kader van die normale taakvervulling te
                    verrichten werkzaamheden.Aan de hand van de volgende criteria kan bepaald worden
                    of een nevenfunctie een q.q.- nevenfunctie is:1. Er is een aantoonbaar belang
                    van de gemeente dat de nevenfunctie door een bestuurder wordt vervuld. De
                    bestuurder bekleedt in dat geval de nevenfunctie uit hoofde van het ambt en
                    behartigt (in)direct de belangen van de gemeente 2. De nevenfunctie is gekoppeld
                    aan de inhoud en duur van het ambt. Bij beëindiging van de hoofdfunctie moet de
                    nevenfunctie ook worden neergelegd.Of er sprake is van een q.q.- nevenfunctie
                    zal uiteindelijk uit de feitelijke context moeten blijken. Ook indien de
                    statuten geen eisen stellen ten aanzien van bijvoorbeeld de termijn waarin het
                    commissariaat of de bestuursfunctie wordt vervuld, maar uit de praktijk blijkt
                    dat er ook bestuurders van andere gemeenten in het stichtingsbestuur zitting
                    hebben, is er sprake van een q.q.-nevenfunctie.Eventuele vergoedingen uit hoofde
                    van q.q.-functies dienen in de gemeentekas te worden gestort. Het verdient
                    aanbeveling in dat geval de vergoeding door de betreffende instantie
                    rechtstreeks in de kas te laten storten en dit niet via de privé-rekening te
                    laten geschieden. De stortingsplicht betreft slechts de beloning voor geleverde
                    diensten. De aan een q.q.-functie verbonden vergoeding voor (daadwerkelijke)
                    onkosten behoeft niet in de gemeentekas te worden teruggestort.Inkomsten uit
                    nevenfuncties die niet voortvloeien uit het ambt mogen worden behouden. Deze
                    inkomsten hoeven onder de huidige wetgeving niet openbaar gemaakt te worden. Wel
                    is wenselijk en gebruikelijk dat bij de openbaarmaking van de nevenfuncties het
                    tijdbeslag wordt aangegeven en of deze betaald dan wel onbetaald zijn. In de
                    nota Integriteit van het openbaar bestuur heeft de minister van BZK de vraag
                    opgeworpen of het wenselijk zou zijn dat op vrijwillige basis de inkomsten uit
                    nevenfuncties openbaar worden gemaakt . Niet zozeer omdat daarvoor specifieke
                    functionele redenen bestaan, maar uit een algemene notie van transparantie ten
                    aanzien van nevenfuncties van bestuurders. De raad zouden kunnen besluiten dat
                    bestuurders op vrijwillige basis inkomsten uit nevenfuncties openbaar maken.
                    Denkbaar is daarbij ook een onderscheid te maken in de soort van functies. Zo
                    ligt het voor de hand in dat geval een uitzondering te maken voor bijvoorbeeld
                    de inkomsten die raadsleden en parttime wethouders verkrijgen uit hun
                    hoofdbetrekking.2.4 Onverenigbaarheid van functiesHet uitoefenen van een of meer
                    andere functies naast het politieke ambt kan onder omstandigheden leiden tot
                    belangenverstrengeling en daarmee een onafhankelijk oordeel van de bestuurder in
                    de weg staan. Daarom is in de Gemeentewet vastgelegd welke functies in ieder
                    geval onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van de respectievelijk met de
                    functie van wethouder. Controle op het vervullen van deze functies vindt plaats
                    bij de benoeming in het politieke ambt. Wie als bestuurder een functie gaat
                    vervullen die daarmee onverenigbaar is, verliest zijn ambt.2.5
                    Belangenverstrengeling door nevenfunctiesAls bepaalde nevenfuncties niet
                    wettelijk zijn verboden betekent dat nog niet dat de uitoefening daarvan nooit
                    zou kunnen leiden tot belangenverstrengeling. Het spreekt voor zich dat er van
                    belangenverstrengeling sprake kan zijn bij een vergunningverlening aan een
                    vereniging waarvan de wethouder bestuurslid is. De beslissing om een
                    nevenfunctie te aanvaarden of aan te houden is primair de verantwoordelijkheid
                    van de bestuurder zelf, maar betrokkene zal daarover openbaarheid moeten
                    betrachten en zich daarvoor moeten kunnen verantwoorden in de raad (zie hierna
                    onder 2.7). Naar analogie van de Ambtenarenwet zou in aanvulling op de
                    wettelijke bepalingen in de Gemeentewet voor wethouders als algemene lijn kunnen
                    worden aangehouden dat hij of zij geen nevenwerkzaamheden verrichten waardoor de
                    goede vervulling van het politieke ambt of het goed functioneren van de openbare
                    dienst, voor zover deze in verband staat met de vervulling van het politieke
                    ambt, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. Een dergelijke formulering gaat
                    overigens verder dan uitsluitend de bescherming van de integriteit. Daarmee is
                    immers tevens aangegeven dat geen nevenfuncties worden vervuld die afzonderlijk
                    of tezamen een zodanige werkbelasting inhouden dat onvoldoende tijd resteert om
                    het politieke ambt naar behoren te vervullen.Het risico van
                    belangenverstrengeling hoeft overigens niet altijd te betekenen dat de
                    nevenfunctie zou moeten worden opgegeven. De noodzaak daartoe zal afnemen
                    naarmate het risico een meer incidenteel karakter heeft. Onder omstandigheden is
                    een oplossing dat de betrokken bestuurder zich buiten de concrete besluitvorming
                    houdt (zie hierna onder 2.8).Bij q.q.-nevenfuncties is het risico van
                    belangenverstrengeling niet uitgesloten. Ook hier kan sprake zijn van verschil
                    in belangen. Het belang van de regio waarvan de burgemeester voorzitter is, is
                    niet altijd gelijk aan dat van de gemeente. En het belang van het energiebedrijf
                    kan in conflict komen met dat van de gemeente. Ter vermijding van elke schijn
                    van belangenverstrengeling heeft de regering daarom onlangs besloten de door de
                    rijksoverheid benoemde commissarissen binnen één tot twee jaar terug te trekken
                    uit bedrijven waarin zij zelf aandelen heeft. Ter vermijding van iedere schijn
                    van belangenverstrengeling verdient het aanbeveling in de raad nog eens kritisch
                    van gedachten te wisselen over de vervulling van commissariaten door
                    bestuurders. Gemeenten hebben immers ook de mogelijkheid om anderen dan
                    bestuurders als gemeentelijke commissarissen te benoemen.2.6 Financiële
                    belangenHet gevaar van belangenverstrengeling doet zich voor als een bestuurder
                    financiële belangen bezit die een onafhankelijke besluitvorming kunnen
                    beïnvloeden. Het betreffen dan vooral financiële belangen in ondernemingen die
                    een relatie met de gemeente of provincie hebben of kunnen krijgen en ten aanzien
                    waarvan die gemeente of provincie besluiten neemt. In de praktijk kan dit risico
                    optreden bij besluiten over bijvoorbeeld aanbesteding, subsidieverstrekking,
                    steunverlening, verstrekking van leningen en verlening van advies- en
                    onderzoeksopdrachten. Bestuurders zouden in de verleiding kunnen worden gebracht
                    zich bij het nemen van functionele beslissingen mede te laten leiden door
                    persoonlijk financieel belang. Voorzichtigheid, openheid en controleerbaarheid
                    zijn hier van groot belang.2.7 OpenbaarheidHierboven is aangegeven dat de
                    vervulling van nevenfuncties een serieus integriteitsrisico kan inhouden vanwege
                    eventuele belangenverstrengeling. De vraag welke nevenfuncties wel en welke niet
                    toelaatbaar zijn dient beantwoord te worden aan de hand van de wettelijke
                    criteria. In eerste instantie zal betrokkene zelf de afweging moeten maken of
                    voldaan wordt aan de criteria. Door openbaarmaking kan de vraag ook door anderen
                    beantwoord worden. Melding en openbaarmaking en daardoor de mogelijkheid van
                    democratische controle kunnen in belangrijke mate bijdragen aan het voorkomen
                    van de schijn van belangenverstrengeling. Het is om die reden dat er een
                    wettelijke verplichting voor de gemeentelijke bestuurders is om hun
                    nevenfuncties openbaar te maken. Daarmee wordt een en ander controleerbaar en
                    kan zo nodig een publiek debat in de raad worden gevoerd over de
                    aanvaardbaarheid van bepaalde nevenfuncties. Raadsleden en wethouders moeten de
                    gegevens over nevenfuncties openbaar maken door ze ter inzage te leggen op het
                    gemeentehuis. Uiteraard is het regelmatig (bijvoorbeeld jaarlijks) bijhouden van
                    de lijst van nevenfuncties van groot belang. Wanneer de burgemeester voornemens
                    is een nevenfunctie te aanvaarden die niet voortvloeit uit zijn ambt, moet hij
                    dit melden aan de gemeenteraad. Ook moeten dergelijke functies openbaar gemaakt
                    worden. Dit kan geschieden door terinzagelegging op het gemeentehuis. Het
                    gebruik van de gemeentelijke website kan de toegankelijkheid van de informatie
                    vergroten. Hoewel dat wettelijk niet is voorgeschreven, wordt het raadzaam
                    geacht dat burgemeesters op gelijke wijze ook hun q.q.-nevenfuncties openbaar
                    maken.Er zij op gewezen dat de melding, beoordeling en openbaarmaking slechts
                    momentopnamen zijn. Situaties kunnen zich wijzigen. Het is bijvoorbeeld mogelijk
                    dat de inhoud van de hoofdfunctie of van de nevenfunctie verandert. Ook is
                    mogelijk dat de instantie waarbij de nevenfunctie wordt vervuld een andere
                    relatie krijgt met de gemeente. In dergelijke gevallen kan de beoordeling van de
                    vraag of de nevenfunctie toelaatbaar is, anders uitvallen dan in de
                    oorspronkelijke situatie.Voor het hebben van financiële belangen als zodanig
                    geldt geen meldingsplicht. In het wetsvoorstel tot wijziging van de
                    Ambtenarenwet zijn op dit punt wel voorstellen opgenomen die het overheden
                    mogelijk maken voor ambtenaren een meldingsplicht van financiële belangen
                    respectievelijk het bezit van en transacties in effecten in te voeren. Een
                    dergelijke verplichting kan overigens alleen worden opgelegd aan ambtenaren in
                    functies waaraan een bijzonder risico van financiële belangenverstrengeling is
                    verbonden. De verplichting betreft de melding van alleen die financiële belangen
                    die de belangen van de overheid, voor zover deze in verband staan met de
                    functievervulling, kunnen raken. Het verdient aanbeveling in de raad afspraken
                    te maken over de melding van financiële belangen.2.8 Deelnemen aan een
                    stemmingBelangenverstrengeling hoeft niet altijd structureel te zijn of
                    financieel tot uitdrukking te komen. Het kan ook gebeuren dat een bestuurder
                    incidenteel moet stemmen over - zoals artikel 28 van de Gemeentewet dat aangeeft
                    - 'een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of
                    waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken' of over 'de vaststelling of
                    goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot
                    welks bestuur hij behoort'. Daarbij kan gedacht worden aan familierelaties,
                    eigendommen, zakelijke belangen als bijvoorbeeld aandelen, of
                    bestuurslidmaatschappen van gesubsidieerde instellingen. In zo’n geval mag het
                    raadslid niet aan de stemming deelnemen. Daaronder vallen zowel hoofdelijke als
                    schriftelijke stemmingen. De verantwoordelijkheid hiervoor laat de wet in eerste
                    instantie bij betrokkene zelf. Wel kunnen nadere regels worden gesteld in het
                    reglement van orde van de gemeenteraad.De bepaling van artikel 28 van de
                    Gemeentewet heeft niet alleen betrekking op stemmingen in de gemeenteraad en de
                    staten, maar ook op besluiten in het college van B&amp;W. De wettelijke regeling
                    ziet niet op het meedoen aan discussies en het impliciet of expliciet stemmen in
                    commissievergaderingen. Omdat veel besluiten feitelijk in deze verbanden worden
                    genomen, is het verstandig ook hiervoor een regeling te treffen of afspraken te
                    maken.2.9 Aanbevelingen• Vermijd in de uitoefening van het politieke ambt iedere
                    vorm van belangenverstrengeling en voorkom ook de schijn van
                    belangenverstrengeling.• Maak hierover heldere afspraken in raad en leg die vast
                    in openbare gedragsregels. Maak daarbij gebruik van de gedragscode die als
                    bijlage bij deze nota is opgenomen.• Houd een openbaar register bij op het
                    stadhuis waarin van alle bestuurders alle nevenfuncties zijn opgenomen en geef
                    in ieder geval aan of het wel of geen q.q.-nevenfunctie is en of de nevenfunctie
                    bezoldigd of onbezoldigd is.Stel de informatie eventueel beschikbaar via de
                    gemeentelijke website.• Kijk nog eens kritisch naar de vervulling van
                    commissariaten door gemeentelijke bestuurders in overheidsbedrijven waarin de
                    gemeente aandelen heeft zoals vervoers- en energiebedrijven.• Maak in de raad
                    afspraken over melding van financiële belangen van bestuurders die kunnen leiden
                    tot belangenverstrengeling.• Zorg voor een heldere regeling van deelname aan
                    stemmingen ingeval van belangenverstrengeling en regel daarin ook het meedoen
                    aan discussies en de besluitvorming in commissievergaderingen. 3. INFORMATIE3.1
                    InleidingEen integer bestuurder dient zorgvuldig en correct om te gaan met
                    informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij mag geen onjuiste
                    informatie verstrekken of relevante (niet geheime) informatie achterhouden. Ook
                    mag hij niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik maken van in de
                    uitoefening van het ambt verkregen informatie. Evenmin mag hij geheime
                    informatie verstrekken. De reden spreekt voor zich. Het zou de betrouwbaarheid
                    en de geloofwaardigheid van de overheid kunnen aantasten.“Bestuurders moeten
                    altijd de waarheid spreken en mogen geen informatie bewust onder de pet houden,
                    ongeacht de consequenties. Zij moeten open en eerlijk zijn over hun feilen en
                    falen.”Uit een recent onderzoek van de Nijmeegse bestuurskundige, dr. M.S. de
                    Vries, blijkt dat lokale bestuurders in Nederland deze uitspraak onderschrijven.
                    Tegelijkertijd blijkt echter dat men daar niet altijd naar handelt. Hoe groter
                    de problemen, hoe onbetrouwbaarder de informatie is. In internationaal
                    perspectief scoren de Nederlandse lokale bestuurders overigens niet slecht. Dat
                    betekent echter niet dat hiervoor niet meer aandacht nodig is. Een integere
                    overheid is immers niet goed denkbaar als men niet kan rekenen op eerlijke en
                    betrouwbare informatie. Daarmee is de geloofwaardigheid van de overheid in het
                    geding.3.2 Oneigenlijk gebruik van overheidsinformatieIntegriteitrisico's kunnen
                    ontstaan als een bestuurder over vertrouwelijke informatie beschikt die hij kan
                    gebruiken om er persoonlijk voordeel mee te behalen of kan aanwenden ten bate
                    van bijvoorbeeld vrienden, kennissen, familieleden of andere relaties. Het kan
                    daarbij gaan om zaken als de aan- en verkoop van een huis of een stuk grond, de
                    gunning van opdrachten etc. De verleiding kan groot zijn om in de privé-sfeer
                    melding te maken van informatie die voor de relaties van direct belang is. Soms
                    gaat het daarbij om informatie die in principe openbaar wordt, maar waarbij de
                    bestuurder of zijn relaties voordeel hebben bij het eerder verkrijgen van die
                    informatie. De geloofwaardigheid van de organisatie wordt hiermee aangetast. Er
                    moet op kunnen worden vertrouwd dat informatie bij de gemeente in goede handen
                    is en niet wordt gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor die informatie is
                    verkregen.Een bijzondere vorm van oneigenlijk gebruik van informatie is het
                    lekken van informatie naar pers en media. Het oogmerk is daarbij niet het
                    behalen van een voordeel in de privé-sfeer, maar het nastreven van politieke
                    doeleinden.3.3 Geheime of vertrouwelijke informatieEr zijn aangelegenheden die
                    naar hun aard vertrouwelijk behandeld moeten worden. De Gemeentewet bevat regels
                    over de beslotenheid van vergaderingen onderscheidenlijk de geheimhouding
                    omtrent het in een vergadering behandelde. Vergaderingen van het college van
                    B&amp;W zijn in beginsel besloten. De raad en de commissies vergaderen in
                    beginsel openbaar, maar er kan besloten worden dat een vergadering wordt
                    gehouden met ‘gesloten deuren’. Het feit dat een zaak in een besloten
                    vergadering wordt behandeld en de notulen niet openbaar zijn, betekent niet
                    zonder meer dat op de leden ter zake een geheimhoudingsplicht rust. De raad kan
                    op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van
                    Bestuur (WOB) geheimhouding opleggen ten aanzien van stukken die in een besloten
                    vergadering zijn behandeld. Het schenden van die geheimhoudingsplicht kan
                    volgens artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht bestraft worden met
                    gevangenisstraf of een geldboete. Dit geldt overigens niet alleen voor
                    informatie waarvoor nadrukkelijk een geheimhoudingsplicht is opgelegd, maar voor
                    elk geval waarin “hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet
                    vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel
                    van vroeger ambt of beroep verplicht is het te bewaren” toch dat geheim
                    schendt.3.4 Aanbevelingen• Ga zorgvuldig en correct om met informatie waarover
                    men uit hoofde van het politieke ambt beschikt.• Maak hierover heldere afspraken
                    in de raad en leg die vast in openbare gedragsregels. • Maak daarbij gebruik van
                    de gedragscode die als bijlage bij deze nota is opgenomen.4. AANBESTEDING4.1
                    Betrekkingen met het bedrijfslevenHet risico van belangenverstrengeling zal met
                    name groot zijn in de zakelijke betrekkingen van de overheid met het
                    bedrijfsleven waarbij grote sommen geld omgaan. De Rbb noemt aanbesteding,
                    projectontwikkeling en verkoop van grond als voorbeelden. Ook in het verkeer
                    tussen overheden onderling of tussen overheden en semi-overheidsinstellingen
                    kunnen er grote belangen spelen. In dat verband gelden dezelfde
                    integriteitsregels als bij contacten met het bedrijfsleven.In dit hoofdstuk zal
                    bijzondere aandacht worden geschonken aan de aanbesteding. Wat hier wordt
                    beschreven geldt echter mutatis mutandis ook voor andere situaties waarin een
                    overheidsorganisatie optreedt als inkoper van goederen of diensten. Besluiten
                    over de aanbesteding van werken zijn bij uitstek een moment waarop overheid en
                    particuliere markt elkaar ontmoeten en waarmee tevens vaak grote bedragen zijn
                    gemoeid. In het kader van integriteit gaat het daarom om een kwetsbare
                    activiteit, waarbij het vertrouwen in de overheid in hoge mate in het geding
                    is.4.2 AanbestedingsbeleidAanbesteden is een vraagtechniek die van oudsher in de
                    bouwwereld gebruikt wordt om aannemers te selecteren. Overheidsorganisaties doen
                    er verstandig aan om voor wat betreft het verlenen van opdrachten een beleid te
                    ontwikkelen aan de hand waarvan genomen besluiten kunnen worden getoetst, zowel
                    inhoudelijk als procedureel, en dat beleid te laten vaststellen door de
                    gemeenteraad. De Gemeentewet geeft op dit punt houvast (artikel 15). Daar is
                    bepaald dat bestuurders niet kunnen optreden als advocaat, procureur of adviseur
                    voor de tegenpartij in geschillen met gemeente. Ze worden ook beperkt in hun
                    optreden als gemachtigde of adviseur. Tevens bestaan er beperkingen met
                    betrekking tot het aangaan van overeenkomsten voor het aannemen van werk, het
                    verrichten van werkzaamheden of het leveren van diensten. De strekking van de
                    artikelen is vooral om een waarborg te scheppen voor de zuiverheid in de
                    verhoudingen tussen bestuurders enerzijds en gemeente anderzijds.De overheid als
                    aanbesteder heeft te maken met belangen die elke opdrachtgever heeft
                    (kostenbeheersing, een goede prijs-kwaliteitverhouding, tijdige oplevering
                    e.d.), maar heeft daarnaast specifiek te maken met doelstellingen die
                    samenhangen met het overheid zijn, zoals: 1. doelmatige besteding van publieke
                    gelden,2. non-discriminatie in de zin dat bedrijven gelijke kansen krijgen om
                    een opdracht te verwerven en dat bedrijven die aan de aanbesteding meedoen een
                    gelijke behandeling krijgen,3. integriteitbewaking,4. bevorderen van lokale
                    overheidsbelangen, bijvoorbeeld met betrekking tot werkgelegenheid.4.3 Fasen in
                    het traject van aanbestedingHet aanbestedingstraject kan in verschillende fasen
                    worden onderscheiden. Ten eerste het voortraject, waarin onder andere de eisen
                    worden vastgesteld waaraan de aanbestedingsprocedure moet voldoen. Ten tweede de
                    vaststelling van het bestek als basis voor de aannemingsovereenkomst. Ten derde
                    de aanbesteding zelf waarbij verschillende vormen onderscheiden worden (openbare
                    aanbesteding, openbare aanbesteding met voorafgaande selectie, onderhandse
                    aanbesteding en onderhandse aanbesteding met voorafgaande selectie). Ten vierde
                    de fase van de uitvoering van het project zelf en de controle daarop.In elk van
                    deze fasen kunnen zich integriteitrisico's voordoen. In de voorfase kan worden
                    gedacht aan situaties waarin een bedrijf is betrokken geweest bij de
                    opdrachtformulering en daarop vervolgens een offerte kan uitbrengen, ofwel een
                    bedrijf dat in feite zijn eigen bestek heeft mogen schrijven. In de fase van
                    aanbesteding zelf is het integriteitrisico dat de opdracht wordt verstrekt op
                    grond van persoonlijke belangen van de bestuurder of van diens familie of
                    vrienden dan wel als gevolg van beïnvloeding door het aanbieden van diensten of
                    geschenken. In de uitvoeringsfase ligt bijvoorbeeld een integriteitrisico in de
                    sfeer van het meer- en minderwerk.4.4 Meer openbare aanbestedingDe
                    aanbestedingsvorm die gekozen wordt, heeft invloed op de integriteitrisico's die
                    gelopen worden. De Raad voor het openbaar bestuur (Rob) heeft in 1997
                    geconcludeerd dat de openbare aanbesteding de beste (maar geen afdoende) remedie
                    is tegen belangenverstrengeling en marktverdeling. De Rob heeft toen een forse
                    uitbreiding van de hoeveelheid en de omvang van de openbare aanbestedingen
                    aanbevolen. De Rob baseerde zich daarbij op een onderzoek van het Economische
                    Instituut Bouwnijverheid waaruit bleek dat slechts in 10% van de gevallen
                    gemeenten verschillende bedrijven laten meedingen naar een opdracht. De Rob
                    denkt daarbij aan een classificatie, waarbij kleine projecten aan één bedrijf
                    worden gegund, middelgrote aan een geselecteerde groep aanbieders en de grote
                    projecten via geheel open inschrijving kunnen worden vergeven.
                    Integriteitrisico's kunnen verder verkleind worden door in alle gevallen
                    achteraf en openbaar verantwoording af te leggen over de wijze waarop de
                    aanbestedingsprocedure verlopen is.4.5 BelangenverstrengelingPersoonlijke
                    belangen mogen nimmer een rol spelen bij een beslissing over het verlenen van
                    een opdracht aan een bedrijf. Bij een persoonlijk financieel belang is
                    opdrachtverlening volstrekt uit den boze. Een persoonlijk belang behoeft niet
                    per definitie een financieel belang te zijn. Het behoeft ook niet een direct
                    eigen belang te betreffen. Er kan zich het geval voordoen dat een wethouder
                    familie- of vriendschapsbetrekkingen heeft met een aanbieder van diensten.
                    Alertheid is dan geboden. De bestuurder dient dit in ieder geval vooraf te
                    melden in het college.De betrekking als zodanig kan uiteraard nooit een reden
                    zijn om een opdracht te verlenen. Aan de andere kant behoeft de betrekking ook
                    niet tot gevolg te hebben dat de aanbieder zonder meer kansloos moet zijn. De
                    uitgangspunten van openbaarheid en non-discriminatie gelden ook voor hen en hun
                    aanbod zal op dezelfde zorgvuldige wijze beoordeeld moeten worden. Komen zij als
                    beste uit de bus, dan is er geen reden om hen de opdracht te onthouden. In dat
                    geval kan immers worden aangetoond dat van bevoordeling geen sprake is en dat de
                    procedures zijn gevolgd zoals die in het aanbestedingsbeleid zijn vastgelegd.
                    Een belangrijk punt in dit soort situaties kan wel zijn dat de bestuurder op wie
                    de betrekkingen van toepassing zijn, zich onthoudt van deelname aan de
                    besluitvorming.4.6 BeïnvloedingPogingen van potentiële opdrachtgevers om
                    bestuurders te beïnvloeden krijgen op verschillende manieren vorm, bijvoorbeeld
                    het aanbieden van diensten of geschenken of het aanbod om mee te betalen aan
                    dienstreizen. Het zijn vormen die in het algemeen bij belangenverstrengeling
                    kunnen optreden en op andere plaatsen besproken worden. Het algemene
                    uitgangspunt is ook hier helder namelijk dat niets mag worden aangenomen dat
                    kennelijk tot doel heeft om de bestuurder bij zijn keuze te beïnvloeden. De
                    bestuurder moet vanuit een onafhankelijke positie zijn keuze kunnen maken en het
                    product of de dienst kunnen beoordelen. Die onafhankelijkheid wordt geschaad
                    door het aannemen van goederen of diensten (Zie ook hoofdstuk 5).4.7
                    Aanbevelingen• Stel een aanbestedingsbeleid vast met waarborgen voor de
                    integriteit in alle fasen van het traject van aanbesteding.• Stel een
                    aanbestedingsregeling vast waarin de eisen staan omschreven waaraan een
                    aanbestedingsprocedure zou moeten voldoen. Goede voorbeelden van een
                    aanbestedingsregeling zijn het Uniform Aanbestedingsreglement 2001, het Uniform
                    Aanbestedingsreglement voor Europese aanbesteding en de Beleidsregels
                    aanbesteding van werken rijksoverheid.• Stel bij de aanbesteding een bestek vast
                    en gebruik daarbij zoveel mogelijk standaardbestekken. Een goed voorbeeld van
                    zo'n standaardbestek is bijvoorbeeld de UAV.• Formuleer geschiktheidseisen of
                    selectiecriteria en beoordeel inschrijvers op vastgestelde gunningscriteria.•
                    Zorg voor een classificatie, waarbij kleine projecten aan één bedrijf worden
                    gegund, middelgrote aan een geselecteerde groep aanbieders en de grote projecten
                    via geheel open inschrijving kunnen worden vergeven.• Leg achteraf openbaar
                    verantwoording af over de wijze waarop de aanbestedingsprocedure is verlopen.5.
                    GESCHENKEN EN DIENSTEN5.1 Nooit in ruil voor een tegenprestatieBij het afleggen
                    van de ambtseed of belofte verklaren bestuurders dat zij geen giften of gunsten
                    hebben gegeven of beloofd om benoemd te worden. Ook beloven ze geen geschenken
                    of beloften te hebben aangenomen of te zullen aannemen om iets te doen of te
                    laten. Dat betekent kort gezegd dat nooit giften of gunsten - ook niet als ze
                    van geringe waarde zijn - mogen worden aangenomen in ruil voor een
                    tegenprestatie.Toch is het binnen de diverse relaties die gemeenten onderhouden
                    niet ongebruikelijk dat geschenken worden gegeven en ontvangen. Dat hoeft geen
                    probleem te zijn zolang de onafhankelijkheid van de bestuurders niet in het
                    geding is.5.2 Geschenken van de gemeenteHet is vanzelfsprekend dat bestuurders
                    niet zelf - op persoonlijke titel - geschenken geven, maar dit namens de
                    gemeente doen. Het gaat dan vaak om relatiegeschenken die verbonden zijn met de
                    gemeente die over het algemeen niet zeer kostbaar zijn. Wel is het verstandig om
                    ook voor het weggeven van dergelijke geschenken een deugdelijke administratie
                    bij te houden. Voor andere te geven geschenken is het goed openbare richtlijnen
                    op te stellen waarin voor een aantal categorieën bedragen worden vastgesteld.
                    Voor grote geschenken is het raadzaam een expliciet en gemotiveerd
                    collegebesluit te nemen. Het verdient ook aanbeveling regelmatig de raad te
                    informeren over verstrekte geschenken bijvoorbeeld in het jaarverslag.5.3
                    Geschenken aan de gemeenteOok met het ontvangen van geschenken door de gemeente
                    moet zorgvuldig en terughoudend worden omgegaan. In veel gemeenten bestaat de
                    regel dat voor het accepteren van schenkingen boven een bepaalde waarde een
                    raadsbesluit nodig is. Het is zinvol een openbaar register bij te houden van
                    alle ontvangen geschenken en deze te bewaren in het gemeentehuis of andere aan
                    te wijzen instellingen (musea e.d.).5.4 Geschenken aan bestuurdersHet ontvangen
                    van geschenken door bestuurders persoonlijk brengt meer risico’s met zich mee
                    dan het ontvangen van geschenken als gemeente of provincie. Bedacht moet worden
                    dat de onafhankelijkheid in de besluitvorming op geen enkele wijze mag worden
                    aangetast. Persoonlijk ontvangen of aangeboden geschenken boven een bepaalde
                    waarde (bijvoorbeeld 100 EURO) zouden in het college moeten worden gemeld en
                    worden ingeleverd of teruggestuurd. Hierbij kan als uitgangspunt gelden dat een
                    geschenk dat men zelf niet zou geven, ook niet geaccepteerd behoort te worden.
                    Timing en openheid zijn hier van belang. Het is niet aan te bevelen geschenken
                    te aanvaarden zolang overleg- of onderhandelingssituaties gaande zijn. Bij het
                    ontvangen van geschenken past openheid. Het is daarom minder gewenst om op het
                    huisadres geschenken te ontvangen.5.5 Diners, excursies en evenementenIn het
                    kader van het integriteitsbeleid dienen de begrippen geschenken en diensten ruim
                    te worden geïnterpreteerd. Ook uitnodigingen voor een diner, een excursie,
                    werkbezoeken of een gezamenlijk bezoek aan een evenement zijn
                    beïnvloedingsmiddelen waarmee zorgvuldig moet worden omgegaan. Een niet
                    ongebruikelijke vorm van relatiebeheer is het op uitnodiging bezoeken van
                    evenementen zoals Sail, een voetbalwedstrijd, de TT van Assen of andere
                    (internationale) sportevenementen in binnenland of zelfs het buitenland.Als het
                    gaat om excursies en werkbezoeken op uitnodiging is voorwaarde dat zij
                    functioneel zijn en in het belang van de gemeente. Het verdient aanbeveling deze
                    te melden in het college. Het is in dat geval logisch dat de gemeente de reis-
                    en verblijfkosten betaalt. Hetzelfde geldt in principe ook voor diners, zij het
                    dat hier geen noodzaak is om deze in alle gevallen in het college te melden.Het
                    bezoek aan evenementen op uitnodiging is doorgaans niet functioneel en in het
                    belang van de gemeente. Dat betekent nog niet dat dergelijke uitnodigingen nooit
                    zouden kunnen worden aangenomen. Wel zal ook hier een grote mate van openheid
                    moeten worden betracht, zodat controle en verantwoording mogelijk is. De
                    openheid betekent ook dat het als regel zou moeten gaan om evenementen waarvoor
                    meerdere personen of instanties worden uitgenodigd. Voorwaarde is verder dat het
                    college hieraan vooraf toestemming verleent en dat de uitnodiging binnen de
                    grenzen van de redelijkheid blijft.Het spreekt voor zich dat ook door andere
                    geschenken of aangeboden voordelen een onafhankelijke besluitvorming in het
                    gedrang kan komen. Dat beperkt zich niet tot gevallen van persoonlijke
                    bevoordeling zoals bijvoorbeeld een goedkope verbouwing of tuinaanleg. Ook
                    donaties aan de politieke partij van de bestuurder met het oog op een gunstige
                    overheidsbeslissing zijn uit den boze.5.6 Aanbevelingen• Maak omtrent het
                    verlenen en ontvangen van geschenken en diensten heldere afspraken en leg die
                    vast in openbare gedragsregels. • Maak daarbij gebruik van de gedragscode die
                    als bijlage bij deze nota is opgenomen.6. BESTUURLIJKE UITGAVEN EN
                    ONKOSTENVERGOEDINGEN6.1 InleidingPolitieke ambtsdragers op gemeentelijk niveau
                    ontvangen naast hun wedde of bezoldiging vergoeding van kosten die zij maken bij
                    de uitoefening van hun ambt. Naast vergoedingen van nader aangeduide kosten
                    zoals reis- en verblijfkosten, hebben de ambtsdragers aanspraak op een vaste
                    onkostenvergoeding, kunnen zij kosten declareren en maken zij gebruik van
                    voorzieningen die door de gemeentelijke organisatie ter beschikking worden
                    gesteld. In deze paragrafen wordt over de kostenregelingen feitelijke informatie
                    gegeven en worden enkele handreikingen geboden omtrent de bij bestuurlijke
                    uitgaven te betrachten zorgvuldigheid.6.2 Afbakening kostensoortenHet
                    uitgangspunt is dat er in de kosten en uitgaven ‘gebieden’ zijn te
                    onderscheiden. Een heldere begrenzing beoogt houvast te bieden bij de vraag of
                    een bepaalde uitgave voor bekostiging in aanmerking komt en, zo ja, op welke
                    wijze. Kostensoorten waarvoor bijvoorbeeld een vergoeding wordt toegekend,
                    kunnen niet tevens afzonderlijk worden gedeclareerd of rechtstreeks betaald. Er
                    zij op gewezen dat op deze wijze weliswaar gebieden kunnen worden aangeduid,
                    maar dat een nauwkeurige en volledige afbakening niet kan worden gegeven,
                    althans niet in algemene zin. Daartoe zal veelal een op het specifieke geval
                    gerichte beoordeling vereist zijn. De onderstaande handreikingen zijn erop
                    gericht om voor dat soort gevallen houvast te bieden voor de beoordeling van
                    concrete gevallen.6.3 Bestuurlijke uitgaven en privé-kostenHet belangrijkste
                    onderscheid vormt de afbakening tussen bestuurlijke uitgaven en uitgaven in het
                    privé-domein. Bij de uitoefening van de functie worden kosten gemaakt. Deze
                    functionele kosten geschieden in het directe belang van provincie of gemeente.
                    Het betreft uitgaven die benodigd zijn om het beroep of de bestuursfunctie te
                    kunnen vervullen. Deze kosten zijn daarmee te onderscheiden van uitgaven die
                    privé worden gedaan. Privé-uitgaven moeten worden bekostigd uit het eigen
                    inkomen; functionele kosten komen in aanmerking voor financiering uit de
                    gemeenschapsgelden. Ter bepaling van het begrip bestuurlijke uitgaven zijn de
                    volgende criteria te formuleren. * Met de uitgave is het belang van de gemeente
                    gedienden* De uitgave vloeit voort uit de functie.Als met de uitgave geen
                    gemeentebelang is gediend, moeten de kosten voor eigen rekening blijven. Kosten
                    voor levensonderhoud zijn een voor de hand liggend voorbeeld van privé-uitgaven.
                    En ook een buitenlandse reis waarmee geen gemeentebelang is gemoeid vormt een
                    privé-uitgave.Hoewel de afbakening tussen het publieke en het privé-domein een
                    helder onderscheid veronderstelt, behoeft dit in de praktijk niet in alle
                    gevallen vanzelfsprekend te zijn. In aansluiting op het voorbeeld van het
                    levensonderhoud kan gewezen worden op het feit dat een zakenlunch of -diner
                    tevens gezien kan worden als een bijdrage in het levensonderhoud. Een uitgave in
                    het belang van de overheid kan namelijk tevens een voordeel of besparing in de
                    privé-sfeer opleveren. Voor het begrip van dit vraagstuk kunnen de fiscale
                    regels aanknopingspunten bieden. De fiscaliteit kent bijvoorbeeld het begrip
                    ‘gemengde kosten’. Van gemengde kosten is sprake als het kosten betreft die
                    weliswaar een privé-element hebben, maar die in redelijkheid kunnen bijdragen
                    aan het behoorlijk verrichten van de werkzaamheden. Het feit dat uitgaven (mede)
                    een privé-voordeel opleveren, betekent niet noodzakelijkerwijs dat de kosten
                    niet tot de functionele uitgaven gerekend kunnen worden. Het omgekeerde geldt
                    echter eveneens. De omstandigheid dat een uitgave bijdraagt aan het gemeentelijk
                    belang is op zich nog niet voldoende om de kosten tot de bestuurlijke uitgaven
                    te rekenen. De gemeente is er uiteraard mee gediend dat een burgemeester in zijn
                    eigen levensonderhoud en huisvesting kan voorzien. Maar om kosten tot de
                    bestuurlijke uitgaven te kunnen rekenen, is tevens vereist dat deze direct
                    voortvloeien uit de uitoefening van de functie. Er moet een directe relatie zijn
                    tussen de uitgave en de functievervulling.Het antwoord op de vraag of met een
                    uitgave het gemeentelijk belang is gediend, vereist veelal een op het geval
                    toegesneden politiek-bestuurlijke afweging. Het nut van bijvoorbeeld een
                    buitenlandse dienstreis is afhankelijk van de omstandigheden en vergt een
                    bestuurlijke afweging. Bij het maken van het onderscheid tussen privé en publiek
                    kunnen als gezegd fiscale regels soms houvast bieden. Aangenomen mag worden dat
                    uitgaven die op grond van de fiscale regelgeving als beroepskosten aftrekbaar
                    zijn of onbelast door de werkgever kunnen worden vergoed, tot de uit de functie
                    voortvloeiende kosten kunnen worden gerekend. Zo zijn bijvoorbeeld kosten voor
                    studie en opleiding fiscaal als functionele kostensoorten aan te merken.Voor het
                    kunnen rekenen tot de functionele kostensoorten, is als gezegd vereist dat het
                    gaat om beroepskosten die uit de politieke functie voortvloeien èn die in het
                    belang zijn van de gemeente. Enkele voorbeelden. Een burgemeester volgt een
                    cursus Italiaans. Volgens de fiscale regels zijn dit geen beroepskosten. De
                    uitgaven hangen primair samen met het persoonlijk leven en dienen voor
                    verbetering van de algemene persoonlijke uitrusting/vaardigheden; reeds daarom
                    vormen zij fiscaal geen beroepskosten, ook al zou de cursus mede bijdragen aan
                    een behoorlijke vervulling van het ambt. Vanuit deze benadering kan dan ook
                    geconcludeerd worden dat hier geen sprake is van functionele uitgaven. Maar ook
                    dit hangt weer van de concrete omstandigheden af. Ten aanzien van een wethouder
                    met minderhedenbeleid in zijn portefeuille die een cursus Marokkaans volgt, zou
                    onder omstandigheden de conclusie anders kunnen luiden.Indien uitgaven in
                    fiscale zin worden geaccepteerd, is daarmee nog niet automatisch gegeven dat het
                    aan de uitoefening van de politieke functie verbonden uitgaven betreft. Een
                    burgemeester die een opleiding volgt om zijn kansen op een functie buiten het
                    ambt te vergroten, maakt daarmee kosten die fiscaal aftrekbaar zijn
                    (buitengewone lasten). De opleidingsactiviteiten zijn immers gericht op
                    verbetering van de maatschappelijke positie. Dergelijke kosten vloeien echter
                    niet voort uit de functie en kunnen om deze reden in beginsel niet ten laste van
                    de gemeente worden gebracht. Anderzijds kunnen activiteiten gericht op een
                    snelle terugkeer in de reguliere arbeidsmarkt na de politieke functie wel
                    degelijk een gemeentelijk belang dienen. Het instrument van outplacement kan in
                    dit verband het publieke belang van dienste zijn. Voor outplacement van gewezen
                    wethouders heeft de VNG een modelverordening uitgebracht waarmee het college van
                    burgemeester en wethouders outplacementfaciliteiten kan toekennen.Om tot de
                    functionele uitgaven gerekend te kunnen worden, moet aan beide genoemde criteria
                    zijn voldaan. Het gemeentebelang moet gediend zijn èn de uitgave moet uit de
                    publieke functie voortvloeien. Er zijn ook uitgaven denkbaar waarvan niet
                    onomstotelijk gezegd kan worden dat daarmee een direct gemeentelijk belang is
                    gediend, maar die desalniettemin nauw met de functie samenhangen. Gedoeld wordt
                    op kostensoorten die zich bevinden op het grensvlak van het private en het
                    publieke domein. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de situatie waarbij
                    voor ‘goede doelen’ zoals verenigingen en inzamelingsacties om een gift of
                    bijdrage wordt gevraagd aan bijvoorbeeld de burgemeester of een andere
                    bestuurder. Vanuit de ‘voorbeeldfunctie’ voor de gemeenschap is het aannemelijk
                    dat van betrokkene bijdragen en giften worden gevergd, die in aantal en omvang
                    meer zijn dan wanneer hij of zij zuiver als privé-persoon zou optreden. Het
                    betreft daarmee nog geen giften die namens de gemeente geschieden. Hoewel niet
                    gezegd kan worden dat daarmee altijd een direct gemeentebelang wordt gediend,
                    brengt de redelijkheid met zich mee dat deze uit de functie voortvloeiende extra
                    kosten tot de functionele uitgaven gerekend kunnen worden.Er zijn derhalve
                    uitgaven die voor compensatie in aanmerking komen om de reden dat ze uit de
                    functievervulling voortvloeien, zonder dat ermee beoogd wordt een direct
                    gemeentelijk of provinciaal belang te behartigen. Het criterium dat het daarbij
                    gaat om uitgaven die niet gedaan zouden zijn, als betrokkene niet met het ambt
                    of de functie was belast, kent echter ook weer zijn begrenzing. Het is een
                    gegeven dat dit soort kosten op het grensvlak veelal voor eigen rekening moeten
                    blijven. Dat geldt ook voor andere beroepsgroepen . Om deze reden voorziet de
                    vaste (forfaitaire) onkostenvergoeding in een kostencomponent ‘giften’. In dat
                    verband zij er ook op gewezen dat er in de sfeer van de gemengde kosten uitgaven
                    worden gefinancierd die mede leiden tot privé-voordeel of tot besparingen in de
                    privé-uitgaven.Samenvattend kan gesteld worden dat strikt sluitende algemene
                    regels moeilijk zijn te formuleren, met name waar het gaat om uitgaven die zich
                    bevinden op het grensvlak van privé en publiek. Het verdient aanbeveling de
                    nodige zorgvuldigheid te betrachten waar het betreft het in rekening brengen van
                    bestuurlijke uitgaven indien de uitgaven zich op dit grensvlak bevinden. Naast
                    de beide genoemde criteria voor het begrip functionaliteit zou derhalve nog de
                    algemene overweging kunnen worden gegeven dat de functionaliteit van de uitgave
                    aantoonbaar moet zijn, of in ieder geval afdoende aannemelijk moet kunnen worden
                    gemaakt. Als daar twijfels over bestaan is terughoudendheid geboden. Het is in
                    ieder geval van belang dat een afweging plaatsvindt en dat deze in de
                    administratieve procedure tot uitdrukking komt. In hoofdstuk 9 wordt hier in het
                    kader van de verantwoording en de administratieve procedures in algemene zin
                    nader op ingegaan.Binnen de hierboven beschreven algemene kaders dienen de
                    bestuurlijke uitgaven bekostigd te worden. Dit geschiedt met name door de
                    toekenning van onkostenvergoedingen.6.4 De vaste onkostenvergoedingenNaast
                    vergoedingen voor nader aangeduide kosten zoals reis- en verblijfkosten, hebben
                    de ambtsdragers aanspraak op een vaste (forfaitaire) onkostenvergoeding. Bij de
                    opbouw van de vaste of forfaitaire onkostenvergoedingen voor gemeentebestuurders
                    zijn de volgende kostencomponenten gehanteerd:* Representatie* Vakliteratuur*
                    Contributies (verenigingen)* Telefoonkosten* Bureaukosten en porti* Giften*
                    Fractiekosten * Representatieve ontvangsten aan huis* ExcursiesEen specificatie
                    is in de bijlage opgenomen. De vergoedingen zijn vastgesteld in de
                    respectievelijke rechtspositiebesluiten. De samenstelling van de vergoedingen en
                    de hoogte van de bedragen verschilt voor de diverse categorieën
                    gemeentebestuurders. De vergoedingen zijn onderworpen aan de belastingheffing.
                    In verband met de verschuldigde belasting zijn de bedragen gebruteerd, dat
                    betekent verhoogd in verband met de verschuldigde loonbelasting. De brutering
                    heeft geen betrekking op de categorieën ambtsdragers die niet onder het
                    loonbelastingregime vallen en hiervoor ook niet hebben geopteerd. Deze
                    ambtsdragers ontvangen de vergoeding zonder de brutering (zie bijlage voor de
                    fiscale aspecten).6.5 Declaraties en facturenOnder een declaratie wordt verstaan
                    een voorschotbetaling door de bestuurder die vervolgens wordt gerestitueerd. De
                    bestuurder betaalt dus in eerste instantie de uitgave uit eigen middelen en
                    verzoekt terugbetaling van het bedrag door gemeente. Terughoudendheid is geboden
                    bij deze financieringswijze van bestuurlijke uitgaven. Het verdient de voorkeur
                    eigen middelen en publieke middelen zoveel mogelijk gescheiden te houden. Vanuit
                    die overweging heeft het de voorkeur dat kosten direct in rekening worden
                    gebracht bij de organisatie, zonder dat een ‘voorfinanciering’ geschiedt uit de
                    privé-gelden van de individuele bestuurder. Aan de mogelijkheid om zo nodig
                    declaraties in te kunnen dienen zal echter behoefte blijven bestaan. Het is van
                    belang dat daarbij dan zorgvuldigheid wordt betracht met name bij de afwikkeling
                    van de declaraties in de financiële administratie. De vereisten omtrent
                    declaraties gelden uiteraard evenzeer voor het ter betaling doorzenden van een
                    rekening naar gemeente, bijvoorbeeld waar het betreft het vereiste van
                    functionaliteit van de uitgave. Wat in zijn algemeenheid geldt voor bestuurlijke
                    uitgaven, geldt immers ook voor door bestuurders ingediende declaraties en
                    doorgezonden rekeningen. Uitsluitend bestuurlijke uitgaven komen voor vergoeding
                    in aanmerking. Voorts geldt voor declaraties en rekeningen dat deze uitsluitend
                    in aanmerking komen voor betaling voorzover de uitgavenpost niet geacht wordt
                    reeds bestreken te worden door een (vaste) vergoeding. De kosten die een
                    bestuurder uit hoofde van een (q.q.-)nevenfunctie maakt, worden vergoed door de
                    instantie waar de nevenfunctie wordt uitgeoefend.De betaling van declaraties en
                    facturen dient controleerbaar te zijn. Dat betekent dat voorzien moet zijn in
                    een heldere procedure en een inzichtelijke administratie. De procedure bepaalt
                    op welke wijze het betalingsverzoek wordt ingediend en afgewikkeld. Daarbij
                    geldt als aanbeveling dat voor het indienen gebruik dient te worden gemaakt van
                    een standaardformulier zo mogelijk toegesneden op de politieke functionarissen.
                    Daarbij dient een betalingsbewijs te zijn gevoegd alsmede dient op het formulier
                    de functionaliteit van de uitgave te zijn vermeld. Voor de verdere
                    administratieve afwikkeling van declaraties en facturen zij verwezen naar
                    hoofdstuk 9.6.6 Het gebruik van creditcardsEen creditcard is een betaalmiddel en
                    geen voorziening als zodanig. Dat betekent dat vereisten omtrent de verrekening
                    van functionele uitgaven onverkort van toepassing zijn. Het gebruik van een
                    creditcard op naam van de gemeente heeft bepaalde nadelen. Door het
                    gebruiksgemak van dit betaalmiddel loopt men het risico dat er achteraf niet
                    afdoende duidelijk kan worden gemaakt dat er sprake is geweest van een
                    functionele uitgave in het belang van gemeente. Reeds de schijn van vermenging
                    van privé-gelden en publieke middelen moet worden vermeden. Ook indien er een
                    creditcard wordt gebruikt, zal er ten behoeve van de financiële procedure een
                    rekening of factuur moeten worden overlegd en zal de functionaliteit van de
                    uitgave moeten worden aangegeven. Een afschrift van een betaling verricht met
                    een creditcard geeft als zodanig onvoldoende informatie omtrent de aard en
                    strekking van de uitgave. Het gebruik van een creditcard op naam van de gemeente
                    voor het binnenland zou men zoveel mogelijk moeten beperken. Wel is het denkbaar
                    dat bijvoorbeeld voor buitenlandse reizen gebruik wordt gemaakt van een
                    creditcard. Zorgvuldigheid is echter ook hier geboden en er dient zorg te worden
                    gedragen voor een betalingsbewijs waarmee de aard van de uitgave duidelijk kan
                    worden verantwoord.6.7 Voorzieningen en faciliteitenPolitieke ambtsdragers
                    dienen te beschikken over voor de uitoefening van het ambt benodigde
                    voorzieningen. Zaken die direct verband houden met de werkplek, worden direct
                    door de gemeente ter beschikking gesteld. De kosten die hiermee gemoeid zijn,
                    komen voor rekening van de gemeente en maken integraal deel uit van de kosten
                    van de bedrijfsvoering van de gemeente. Naast (bureau)voorzieningen die
                    onderdeel vormen van de gemeentelijke organisatie zijn er veelal zaken die
                    daarnaast aan de bestuurders ter beschikking worden gesteld. Dit houdt
                    bijvoorbeeld in dat facturen direct door de gemeente worden voldaan of dat
                    apparatuur in bruikleen worden gegeven. Uitgangspunt is dat op deze wijze
                    bijvoorbeeld de kostensoorten fax/pc en cursussen, congressen zijn ondergebracht
                    in de bedrijfsvoering.Ook raadsleden kunnen van gemeente voorzieningen en
                    faciliteiten ontvangen. Daarbij geldt de regel dat indien er sprake is van een
                    voordeel in de zin van artikel 99, tweede lid, van de Gemeentewet de voorziening
                    dient te worden geregeld bij gemeentelijke verordening. De wet geeft geen
                    precieze definitie van het begrip ‘voordeel’ en de reikwijdte van de
                    bepaling.Hieronder volgen enkele voorbeelden van voorzieningen die in een aantal
                    gevallen aan bestuurders ter beschikking worden gesteld en waarvan het
                    aangewezen kan zijn dat daaromtrent in gemeente afspraken worden gemaakt danwel
                    ingevolge de Gemeentewet regels worden gesteld.Computer en
                    communicatieapparatuurDe voorzieningensystematiek gaat er vanuit dat een aantal
                    kostencomponenten in de gemeentelijke bedrijfsvoering worden ondergebracht en
                    van daaruit beschikbaar worden gesteld. Zo zijn de kostensoorten fax/pc
                    ondergebracht in de bedrijfsvoering. Benodigde computer- en
                    communicatieapparatuur (PC, ISDN/ADSL-aansluiting, fax, telefoon/GSM e.d.)
                    worden geacht rechtstreeks door de gemeentelijke organisatie te worden
                    verstrekt. Dat betekent bijvoorbeeld dat de politieke ambtsdrager door bruikleen
                    de beschikking krijgt over een PC gedurende de periode dat het ambt wordt
                    uitgeoefend. Een onverkorte schenking zou zich niet verdragen met het
                    uitgangspunt dat voorzieningen slechts toegekend dienen te worden met het oog op
                    de vervulling van de publieke functie. Naast een bruikleenconstructie is het
                    overigens ook mogelijk dat een ambtsdrager de beschikking krijgt over een
                    computer door deelname aan een voor het gemeentelijk personeel geldende
                    PC-privé-regeling met inbegrip van de voor het gemeentepersoneel geldende
                    werkgeversbijdrage.Dienstauto’sOmtrent het gebruik van dienstauto’s bestaan er
                    voor lokale bestuurders geen specifieke regelingen. Uitgangspunt bij het gebruik
                    van een dienstauto is dat het moet gaan om louter zakelijk gebruik. Met het
                    gebruik moet het belang van de gemeente zijn gediend. Ten aanzien van het
                    gebruik van dienstauto’s bij het Rijk zijn regels gesteld (Normering
                    Rijkspersonenauto’s) .ParkeerkaartenIndien de gemeente parkeerkaarten verstrekt,
                    kan een dergelijke voorziening een voordeel betekenen in de zin van artikel 99
                    van de Gemeentewet. Dit is het geval indien het om een openbare
                    parkeergelegenheid gaat, die door een ieder tegen betaling kan worden gebruikt.
                    In dat geval is er sprake van een voordeel ten laste van de gemeente omdat de
                    parkeerkaart op geld waardeerbaar is en het gebruik ervan betrokken ambtsdragers
                    zowel tijdens raadswerkzaamheden als wellicht ook nog daarbuiten kosten
                    bespaart.Consumptieve verstrekkingen op het gemeentehuis.Ook bij het verstrekken
                    van lunches en diners geldt dat dergelijke verstrekkingen voort moeten vloeien
                    uit de functie én in het belang van de gemeente zijn.Het is uiteraard niet
                    toegestaan om gemeentelijke en provinciale voorzieningen en eigendommen ten
                    eigen bate aan te wenden in de privé-sfeer. Net zomin als het is toegestaan om
                    voor rekening van de gemeente bijvoorbeeld kantinepersoneel in te zetten voor
                    privé-feestjes of de technische dienst voor reparaties aan het eigen huis.6.8
                    Verantwoording en controleIn hoofdstuk 9 wordt een uiteenzetting gegeven van de
                    begrotings- en rekeningcyclus. In dat kader wordt tevens verantwoording afgelegd
                    over de bestuurlijke uitgaven. Overwegingen omtrent het belang van duidelijke
                    regels en een inzichtelijke verantwoording van de gedane uitgaven hebben
                    uiteraard ook op deze uitgaven betrekking. In het geheel van een begroting zijn
                    de bestuurlijke uitgaven echter relatief beperkt van omvang. De
                    rechtmatigheidverklaring voor de begroting als geheel zegt dan weinig over de
                    rechtmatigheid van de bestuurskosten. Indien het gezien de aard van de uitgaven
                    wenselijk wordt geacht, zou een gemeente de accountants kunnen opdragen
                    specifiek aandacht te besteden aan de bestuurskosten. De accountant zou dan
                    gericht onderzoek besteden aan nader te bepalen posten in de administratie en
                    indien daar ongeregeldheden worden waargenomen zou de accountant daaromtrent
                    kunnen rapporteren.6.9 Aanbevelingen• Stel een regeling en administratieve
                    procedure vast voor de afrekening van bestuurlijke uitgaven en het indienen en
                    afwikkelen van declaraties waarbij tevens standaardformulieren worden
                    vastgesteld. Stel daarbij een regeling vast omtrent het gebruik van
                    creditcards.• Bepaal dat voor vergoeding van een bestuurlijke uitgave is vereist
                    dat de functionaliteit van de uitgave aantoonbaar is.• Stel een regeling vast
                    over het gebruik van gemeentelijke eigendommen en voorzieningen.• Maak gebruik
                    van de gedragscode die als bijlage bij deze nota is opgenomen.7. REIZEN
                    BUITENLAND7.1 Internationalisering samenlevingEr is sprake van een toenemende
                    internationalisering van de Nederlandse samenleving en dat heeft consequenties
                    voor burgers, bedrijven en overheid. Ook in gemeenten is een intensivering
                    waarneembaar van contacten met overheden, bedrijven en instellingen in het
                    buitenland. Zo kennen veel gemeenten een stedenband met een gemeente in het
                    buitenland en onderhouden tal van gemeenten zakelijke relaties met buitenlandse
                    bedrijven die investeringen in de regio doen of overwegen. Ook zijn deelname aan
                    internationale conferenties en de organisatie van studiereizen naar steden of
                    regio's in het buitenland geen uitzondering meer. Dat heeft ertoe geleid dat
                    bestuurders en ambtenaren in het belang van gemeente vaker buitenlandse reizen
                    maken.7.2 De reis moet functioneel zijnIn beginsel gelden voor buitenlandse
                    reizen dezelfde regels als voor binnenlandse reizen. Dat betekent bijvoorbeeld
                    dat de reis altijd een functioneel karakter moet hebben. Kan de functionaliteit
                    niet worden aangetoond dan heeft deelname aan de reis een privé-karakter en
                    komen de kosten voor eigen rekening. Dat wordt niet anders als geen publieke
                    middelen hoeven te worden ingezet, doordat derden bereid zijn de reis te
                    financieren. Is de functionaliteit van de reis aangetoond, dan horen de redelijk
                    gemaakte reis- en verblijfkosten voor rekening van de gemeente te komen.
                    Bekostiging, geheel of gedeeltelijk, van dergelijke reizen door derden moet in
                    beginsel worden afgewezen. Hiermee kan de onafhankelijke positie van de gemeente
                    in gevaar komen, bijvoorbeeld in situaties waarin contracten moeten worden
                    gesloten met of gunningen verleend aan bedrijven. Soms hoeft het echter geen
                    bezwaar te zijn als de ontvangende partij (een deel van) de reis- en
                    verblijfkosten voor zijn rekening neemt bijvoorbeeld bij de uitnodiging voor een
                    bezoek aan een tweelinggemeente. Openheid hierover is wel een voorwaarde.Of een
                    buitenlandse reis als functioneel is aan te merken is een zaak die van geval tot
                    geval zal moeten worden beoordeeld. Van belang is dat daarover in alle openheid
                    vooraf zorgvuldige besluitvorming plaatsvindt en dat achteraf verantwoording
                    wordt afgelegd. Het verdient daarom aanbeveling dat B&amp;W steeds expliciet een
                    beslissing nemen over eventuele buitenlandse reizen en daarvan melding maken aan
                    de raad. Het is zinvol daarbij in ieder geval een uitspraak te doen over doel en
                    beleidsoverwegingen voor de reis, omvang en aard van het reisgezelschap, de
                    kosten en het budget waaruit de reis wordt betaald en de eventueel benodigde
                    bevoorschotting. Voor reizen naar instellingen van de Europese Unie zou
                    overigens met de lichtere procedure voor binnenlandse reizen kunnen worden
                    volstaan. Deze reizen hebben immers een meer regulier karakter.7.3
                    GedragsregelsHet is van belang om in de raad afspraken te maken over
                    gedragsregels (bij verordening of gedragscode), die van toepassing zijn in
                    aanvulling op de wettelijke regels . Daarbij kan worden gedacht aan
                    gedragsregels met betrekking tot o.a. meereizende partners en verlenging van de
                    reisduur. De lijn zou kunnen zijn dat meereizen van partners, mits vooraf
                    gemeld, onder nader te bepalen voorwaarden kan worden toegestaan, maar dat de
                    kosten geheel voor eigen rekening komen. De kosten kunnen alleen voor rekening
                    van de gemeente komen als de aanwezigheid van de partner tijdens de reis naar
                    het oordeel van B&amp;W noodzakelijk is met het oog op de behartiging van de
                    belangen van de gemeente. Relevant zal daarbij onder meer zijn of de meereizende
                    partner is uitgenodigd door de ontvangende partij. Tegen verlenging van de
                    reisduur voor privé-doeleinden hoeven geen bezwaren te bestaan. Melding vooraf
                    is wel gewenst. De extra reis- en verblijfkosten komen in dat geval uiteraard
                    geheel voor eigen rekening. In de gedragscode kunnen ook nadere voorwaarden
                    worden opgenomen over deelname, vergoedingen en verstrekkingen en over de
                    verslaglegging van de reis e.d. Het is verder nuttig iets vast te leggen over de
                    organisatie van de reis, met een centrale regie als uitgangspunt. Buitenlandse
                    reizen zouden voor raadsleden kunnen worden beperkt tot excursies waaraan een
                    raadscommissie deelneemt dan wel tot congressen, seminars e.d., waartoe men
                    namens die commissie is afgevaardigd. 7.4 Controle en verantwoordingGezorgd moet
                    tenslotte worden voor een zodanig sluitende financiële en administratieve
                    systematiek dat er vertrouwen kan bestaan omtrent de juistheid en de
                    rechtmatigheid van de uitgaven. Het verdient aanbeveling de reis- en
                    verblijfkosten zoveel mogelijk rechtstreeks voor rekening van de gemeente te
                    laten komen en niet in de vorm van een vergoeding van door betrokkene
                    voorgeschoten kosten. Voor noodzakelijke kosten tijdens de reis zelf zou het lid
                    van B&amp;W een creditcard beschikbaar kunnen worden gesteld. Het verdient
                    aanbeveling concrete afspraken te maken in de raad over bijvoorbeeld de
                    verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden, de wijze van declareren en
                    factureren, het gebruik van creditcards, de verlening van voorschotten, de
                    controle en de verantwoording. Deze afspraken zouden in de gedragscode kunnen
                    worden vastgelegd. De controle en verantwoording zullen niet alleen betrekking
                    hebben op de rechtmatigheid maar ook op de doelmatigheid van de buitenlandse
                    reis. Dan speelt de vraag of de uitgaven voldoen aan de eisen van soberheid en
                    efficiency en in redelijke verhouding staan tot het belang van de reis.7.5
                    Aanbevelingen• Zorg bij buitenlandse reizen voor een zorgvuldige besluitvorming
                    in alle openheid vooraf en een heldere verantwoording achteraf. Informeer de
                    raad. • Maak in de raad afspraken over gedragsregels voor buitenlandse reizen en
                    leg die vast in een verordening of (openbare) gedragscode. • Zorg voor een
                    sluitende financiële en administratieve systematiek en maak daarover afspraken
                    in de raad. Leg deze vast in een gedragscode.• Maak gebruik van de gedragscode
                    die als bijlage bij deze nota is opgenomen.8. ORGANISATIE VAN HET
                    INTEGRITEITSBELEID8.1 Een systematische aanpakDe ontwikkeling van een algemeen
                    integriteitbeleid is van cruciaal belang. Daarmee doet het bestuur een uitspraak
                    over het ambitieniveau en geeft het helderheid over de doelstellingen. Het is
                    een signaal naar de samenleving en naar de eigen medewerkers dat de bestuurlijke
                    leiding groot belang hecht aan integriteit. Het gaat om een samenhangend
                    preventief beleid ter versterking van de integriteit en daarmee van de kwaliteit
                    en de legitimiteit van het openbaar bestuur in gemeenten. De ontwikkeling van
                    het beleid is een verantwoordelijkheid van de raad. In de voorgaande
                    hoofdstukken zijn handreikingen gedaan die kunnen bijdragen aan de versterking
                    van de integriteit. Een blauwdruk voor de organisatie van het integriteitbeleid
                    is niet te geven. De te nemen maatregelen moeten passen bij de eigen
                    organisatiestructuur en -cultuur en zullen dus niet overal dezelfde zijn. Het
                    verdient aanbeveling te kiezen voor een systematische aanpak die aansluit op de
                    beleidscyclus van de eigen organisatie. Dan gaat het om de cyclus van
                    ontwikkelen, implementeren, uitvoeren, meten en verbeteren, beoordelen en
                    bijstellen van een samenhangend beleid. Volgens een circulaire van de minister
                    van BZK uit 1994 gaat het bij de ontwikkeling van een preventief beleid om zeven
                    stappen: doorlichting van de organisatie, veiligstellen van de integriteit van
                    de organisatie, een systematische bewaking van de toetreding, de formulering van
                    gedragsregels, het levend houden van die gedragsregels, de controle op de
                    naleving van de gedragsregels en sancties bij het niet naleven van de
                    gedragsregels.8.2 Meer dan regels en proceduresOm het integriteitbeleid handen
                    en voeten te geven zal er een samenhangend geheel van regels en procedures
                    moeten worden ontwikkeld en in stand gehouden die het overheidshandelen
                    transparant en controleerbaar maken. Dat betekent:- de ontwikkeling van
                    duidelijke normen en waarden, vastgelegd in openbare (gedrags)regels;- een
                    heldere verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden; -
                    controleerbaarheid van de macht door transparante besluitvormingsprocedures en
                    regels over rekening en verantwoording in openbaarheid.Integriteit is echter
                    meer dan een geheel van regels en procedures. Het is een grondhouding, een
                    kwestie van mentaliteit. In het integriteitbeleid zal dan ook een belangrijke
                    plaats moeten worden ingeruimd voor de cultuur in de organisatie. Die moet er
                    een zijn van openheid, het bespreekbaar zijn van integriteit, een cultuur waarin
                    men elkaar kan aanspreken op gedrag en handelen. Het vaststellen van regels en
                    procedures is van groot belang, maar het mag nooit leiden tot een houding dat de
                    integriteit daarmee is 'geregeld'. Integriteit dient een regelmatig terugkerend
                    onderwerp op de politieke agenda te zijn. Het integriteitbeleid zou ten minste
                    eenmaal per jaar in de raad geëvalueerd moeten worden, waarbij beoordeeld wordt
                    of een bijstelling van het beleid gewenst is. Het is ook nuttig een
                    vertrouwenspersoon aan te wijzen bij wie individuele raadsleden en wethouders
                    terecht kunnen. Daarbij kan worden gedacht aan de burgemeester (eventueel samen
                    met de griffier respectievelijk de gemeentesecretaris) en onder omstandigheden
                    aan bestuurders uit een hogere bestuurslaag.8.3 Ontwikkeling van gedragscodesDe
                    gedragscode voor bestuurders zou ten minste bepalingen moeten bevatten omtrent
                    verboden handelingen, declaratiegedrag, gebruik van gemeentelijke voorzieningen,
                    zakelijke belangen, nevenfuncties, en het aannemen van geschenken. Met een
                    dergelijke gedragscode beschikt de raad over een extra controle-instrument en
                    maken hij zich zelf ook beter controleerbaar. Het gaat dan om gedragsregels in
                    aanvulling op de wettelijke regels. Dergelijke regels vormen een belangrijk
                    instrumentarium voor de implementatie van het integriteitbeleid. De
                    verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de raad. In de voorgaande hoofdstukken
                    zijn daartoe concrete aanbevelingen gedaan en als bijlage is een model
                    gedragscode opgenomen. Naast gedragsregels voor bestuurders kunnen ook regels
                    voor ambtenaren worden opgesteld. Voor ambtenaren zijn al de nodige regels
                    vastgelegd in de rechtspositieregelingen en soms in aanvullende gedrags- of
                    beroepscodes. Het verdient aanbeveling de gedragsregels voor ambtenaren en
                    bestuurders op elkaar af te stemmen. Ontbreken dergelijke aanvullende
                    gedragsregels voor ambtenaren, dan is er aanleiding daarover in goed overleg met
                    hen afspraken te maken die aansluiten op de gedragsregels voor bestuurders.8.4
                    Checks en balancesIntegriteit vraagt om een heldere verdeling van taken,
                    bevoegdheden en verantwoordelijkheden, waarbij checks en balances centraal
                    staan. Daarmee wordt het overheidshandelen transparant en controleerbaar. De
                    taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de gemeentelijke
                    bestuursorganen zijn wettelijk geregeld. De bestuursorganen zullen bij delegatie
                    en mandatering van hun bevoegdheden steeds moeten zorgen dat het uitgangspunt
                    van checks en balances is gewaarborgd. Van belang is te zorgen voor heldere en
                    openbare delegatie- en mandaatregelingen en daarbij rekening te houden met
                    eventuele integriteitrisico's. In die gevallen moet terughoudend worden omgegaan
                    met mandatering van besluitvorming aan individuele bestuurders en ambtenaren.
                    Collegiaal bestuur biedt immers meer garanties voor integer gedrag. Beslissingen
                    met een integriteitrisico behoren door ten minste twee personen te worden
                    genomen. Bij (de schijn van) belangenverstrengeling dient de in mandaat gegeven
                    beslissingsbevoegdheid aan een collega-bestuurder te worden overgedragen. Als
                    het gaat om besluiten van het collegiaal bestuur zal de betrokken bestuurder
                    zich ter voorkoming van (de schijn van) belangenverstrengeling van stemming
                    moeten onthouden.8.5 Controle en verantwoordingHet is niet voldoende om regels
                    te stellen. Regels moeten ook worden nageleefd. Vertrouwen in de integriteit van
                    de overheid kan er alleen zijn als de overheid ook bereid is in alle
                    gestrengheid en zonder aanzien des persoons de naleving van de eigen regels te
                    controleren en de betrokken bestuurders bereid zijn verantwoording af te leggen
                    van hun doen en laten. Dat geldt zeker ook als het gaat om het beheer van de
                    gemeenschapsgelden. Zorg daarom voor een zodanig sluitende financiële en
                    administratieve systematiek dat er vertrouwen kan bestaan omtrent de juistheid
                    en de rechtmatigheid van de gedane uitgaven. Daarop wordt uitvoerig ingegaan in
                    hoofdstuk 9. Het verdient aanbeveling het controle- en verantwoordingssysteem
                    zodanig op te zetten en in te richten dat het optimaal aansluit op de dagelijkse
                    praktijk van de organisatie omdat daarmee de effectiviteit naar verwachting het
                    grootst zal zijn.8.6 Ondersteuning bij de organisatie van het
                    integriteitbeleidBij de organisatie van het integriteitbeleid komt heel wat
                    kijken. Het kan zinvol zijn daarbij gebruik te maken van professionele
                    ondersteuning van buiten door een extern adviesbureau in te schakelen. Daarmee
                    worden niet alleen deskundigheid en ervaring in huis gehaald, maar kan ook het
                    risico van een zekere bedrijfsblindheid worden vermeden. Externe adviesbureaus
                    kunnen ook een rol spelen in het bewustwordingsproces. Daarbij kan worden
                    gedacht aan de organisatie van themabijeenkomsten over verschillende aspecten
                    van integriteit, cursussen, rollenspelen en dergelijke. Uiteraard kunnen de
                    gemeenten ook van elkaar leren. In gemeenten is op het terrein van de
                    integriteit immers al veel gedaan.8.7 Aanbevelingen• Kies bij de organisatie van
                    het integriteitbeleid voor een systematische aanpak die is afgestemd op de eigen
                    organisatiestructuur en -cultuur.• Ontwikkel een algemeen samenhangend,
                    preventief integriteitbeleid als onderdeel van de inspanningen om de kwaliteit
                    van het openbaar bestuur in de gemeente te verbeteren.• Implementeer het
                    integriteitbeleid in een samenhangend geheel van openbare gedragsregels en
                    procedures inzake toedeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden en
                    inzake rekening en verantwoording die het overheidshandelen transparant en
                    controleerbaar maken.• Maak integriteit tot een onderwerp dat regelmatig
                    terugkeert op de politieke agenda.• Maak, waar dat zinvol is, gebruik van
                    professionele ondersteuning van buiten de organisatie.9. PROCEDURE EN KADER
                    FINANCIEEL BEHEEREen integere overheid impliceert een rechtmatige besteding van
                    publieke middelen. Daarbij is transparantie van groot belang. Er dienen
                    inzichtelijke regels en richtlijnen te gelden omtrent het verrichten van
                    uitgaven en er moet een duidelijke verantwoording plaatsvinden van de besteding.
                    De Gemeentewet kent een procedure voor het financieel beheer en de wijze waarop
                    de verantwoording wordt afgelegd. Daarbij zijn tevens voorzieningen opgenomen om
                    te waarborgen dat de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de administratie en
                    het beheer kunnen worden getoetst.De cyclus van achtereenvolgens begroting,
                    uitgave, controle en verantwoording tot en met de vaststelling van de rekening
                    dient te leiden tot een zodanig sluitende systematiek, dat er vertrouwen kan
                    bestaan omtrent de juistheid en de rechtmatigheid van de uitgaven en het
                    financieel handelen in algemene zin. Dat is ook in het belang van het waarborgen
                    van de integriteit van bestuur. Wat de rechtmatigheid betreft is, naast het
                    stellen van algemene regels - bijvoorbeeld omtrent het gebruik van vergoedingen
                    en voorzieningen - de accountantscontrole van belang. De accountant kan in het
                    integriteitsbeleid een belangrijke rol vervullen.In dit hoofdstuk zal tevens
                    worden ingegaan op de kabinetsvoorstellen tot versterking van de financiële
                    functie door een verbetering van de instrumenten die in de budgetcyclus de
                    kaderstellende en controlerende functies van de raad mogelijk maken. In dit
                    kader is met name de controle op de rechtmatigheid van belang.9.1 Beheers- en
                    controleverordeningOp grond van artikel 212 van de Gemeentewet dienen bij
                    verordening uitgangspunten voor het financiële beleid en regels voor het
                    financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie te worden
                    gesteld. Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid,
                    verantwoording en controle wordt voldaan. Deze verordening geeft de raad de
                    mogelijkheid de kaders te stellen voor het financieel beheer binnen de
                    gemeente.Ingevolge artikel 213 van de Gemeentewet dienen bij verordening voorts
                    regels te worden gesteld met betrekking tot de controle op de administratie en
                    op de inrichting van de financiële organisatie. Deze regels dienen onder meer te
                    waarborgen dat de rechtmatigheid van de administratie en het beheer worden
                    getoetst. De verordening moet tevens voorzien in de aanwijzing van een
                    accountant.9.2 De begrotingDe inkomsten en uitgaven die de raad voor de taken
                    beschikbaar stellen, worden jaarlijks in een begroting neergelegd. Er kunnen
                    slechts uitgaven worden gedaan tot de bedragen die op de begroting staan
                    vermeld. De begroting bevat informatie over het beleid en de financiële aspecten
                    daarvan. Aangegeven wordt op welke wijze en aan welke taken de beschikbare
                    bedragen zullen worden besteed. Gemeenten geven daarmee informatie ten behoeve
                    van de oordeelsvorming van belanghebbenden waaronder de inwoners. Met het oog op
                    de openbaarheid zijn er voorschriften gesteld gericht op de overzichtelijkheid
                    en de leesbaarheid van de jaarstukken (Besluit comptabiliteitsvoorschriften
                    1995). De voorschriften zijn met name van belang voor de oordeelsvorming door
                    gemeenteraden en maken ook een vergelijking mogelijk met andere gemeenten.9.3 De
                    rekening en de accountantscontroleHet college legt elk jaar verantwoording af
                    van het gevoerde financieel beheer onder overlegging van de rekening. De
                    rekening bevat de financiële resultaten van het gevoerde beleid. De raad
                    verleent aan de hand van de jaarrekening (financiële) decharge aan het bestuur.
                    Het college legt door middel van de jaarrekening en het jaarverslag ook
                    verantwoording jegens de burgers af. De ontwerp-rekening wordt opgemaakt door
                    het college en dient gepaard te gaan met een verslag van het gevoerde financieel
                    beheer. Het college voegt daarbij het verslag van de accountant. Dit
                    accountantsverslag bevat naast de accountantsverklaring bij de rekening, de
                    bevindingen van de accountant over de vraag of de administratie en het beheer
                    voldoen aan eisen van rechtmatigheid. De accountant heeft in dit verband ook een
                    belangrijke rol bij de bewaking van het integriteitsbeleid.De
                    controleverordening voorziet in de aanwijzing van een of meer accountants belast
                    met het onderzoek van de rekening. Het doel van de controle is het vaststellen
                    van het al dan niet juist zijn van de financiële verantwoording. De controle
                    omvat het rechtmatigheidaspect. Hieronder wordt in paragraaf 9.5 een
                    uiteenzetting gegeven van het begrip rechtmatigheid in het kader van de
                    accountantscontrole en zal in meer algemene zin worden ingegaan op de betekenis
                    en de reikwijdte van de gemeentelijke accountantscontrole.9.4 Beraadslaging over
                    de rekeningZodra de ontwerp-rekening en de bijbehorende verslagen aan de raad
                    zijn overgelegd, worden ze voor een ieder ter inzage gelegd en algemeen
                    verkrijgbaar gesteld. De beraadslaging in de raad over de rekening heeft een
                    tweeledig doel: (a) nagaan of het financiële beheer rechtmatig is geweest en (b)
                    een politieke evaluatie van het gevoerde financiële beleid, met name inzake het
                    financieel-economisch beheer. Een politiek oordeel over de wijze waarop het
                    college het beheer heeft gevoerd wordt niet door de accountants geveld. Het is
                    aan de raad om een politiek oordeel te geven en te besluiten tot het verlenen
                    van décharge.9.5 De rechtmatigheidcontroleNa afloop van het begrotingsjaar moet
                    de raad zich een oordeel kunnen vormen over de rechtmatigheid van het gevoerde
                    beheer, teneinde het college décharge te kunnen verlenen. Behoudens later in
                    rechte gebleken onrechtmatigheden, ontlast het besluit tot vaststelling van de
                    rekening de leden van het college ten aanzien van het daarin verantwoorde
                    financiële beheer. De accountantscontrole is daarbij uiteraard van groot belang.
                    Het gaat hierbij om het slot van de budgetcyclus. De accountantscontrole bij
                    gemeenten omvat het rechtmatigheidaspect. Rechtmatigheid is het handelen volgens
                    de wet- en regelgeving. De accountantsverklaring bevat nu echter geen oordeel
                    over de rechtmatigheid. De accountantsverklaring geeft slechts weer of de in de
                    ontwerprekening gepresenteerde cijfers een getrouw beeld geven. In verband met
                    de versterking van de financiële functie zal krachtens de Gemeentewet het
                    rechtmatigheidaspect echter expliciet in de accountantsverklaring van gemeenten
                    worden voorgeschreven. De raad zal daarbij eisen moeten gaan stellen volgens
                    welke de accountant de jaarrekening op rechtmatigheid beoordeelt. Bij algemene
                    maatregel van bestuur zullen minimumeisen worden vastgelegd. De verklaring van
                    de accountant zal een expliciet oordeel dienen te geven over de rechtmatigheid.
                    De intensiteit en mate van nauwkeurigheid waarmee naar de rechtmatigheid wordt
                    gekeken, is nu nog afhankelijk van de opdracht die aan de desbetreffende
                    accountant is gegeven. Dat kan per gemeente verschillen. In de praktijk komt de
                    rechtmatigheidcontrole door de accountant niet altijd overeen met het beeld dat
                    belanghebbenden daarbij hebben.Een goedkeurende verklaring van de accountant
                    geeft aan dat de jaarrekening geen fouten van materieel belang bevat. Dat
                    betekent niet dat er in de verantwoording in het geheel geen afwijkingen van de
                    gestelde eisen zijn. Deze afwijkingen kunnen echter slechts van gering belang
                    zijn. Daartoe dient de accountant uit te gaan van een zogenoemde
                    goedkeuringstolerantie. Het kabinet is voornemens een minimum-niveau te regelen
                    voor de controle. De raad kan uiteraard besluiten zwaardere controles op
                    onderdelen uit te voeren en daarvan deelverklaringen te laten afgeven. In
                    paragraaf 6.8 is reeds gewezen op de mogelijkheid om indien gewenst specifiek
                    aandacht te besteden aan de bestuurskosten.BIJLAGE GEDRAGSCODE VOOR
                    BESTUURDERSInleidingHet doel van deze gedragscode is om bestuurders een houvast
                    te bieden bij het bepalen van normen omtrent de integriteit van het bestuur. De
                    code kan de discussie stimuleren om lokaal tot regels te komen, waarbij rekening
                    kan worden gehouden met specifieke omstandigheden. De code bevat regels zowel
                    voor het bestuursorgaan in zijn geheel als voor bestuurders afzonderlijk. Onder
                    bestuurders worden primair verstaan burgemeester en wethouders. De code kan naar
                    analogie ook worden toegepast op raadsleden, indien noodzakelijk in aangepaste
                    vorm. Met de aanvaarding van de wetsvoorstellen tot dualisering van het
                    gemeentebestuur zal de aanwezigheid van gedragscodes voor gemeenten per 7 maart
                    2003 verplicht worden gesteld. Raden hebben eventueel de mogelijkheid deze
                    termijn met een jaar te verlengen.De code geeft niet per definitie regels die
                    rechtskracht hebben, maar heeft vooral bestuurlijke en politieke relevantie.
                    Bestuurders zijn op de naleving van gedragscodes aanspreekbaar en wanneer zij
                    zich er niet aan houden kan dat gevolgen hebben voor hun functioneren en voor
                    hun positie. Overigens kan de rechtskracht van de code versterkt worden door
                    deze onderdeel te maken van een verordening die op gemeentelijk wordt
                    vastgesteld. Niet voor alle regels ligt een dergelijke juridische verankering
                    echter voor de hand. Naast deze code bestaan er voorschriften die in wet of
                    elders geregeld zijn, bijvoorbeeld over fraude, valsheid in geschrifte en over
                    nevenfuncties. In het eerste deel van deze publicatie is daarop ingegaan.
                    Dergelijke voorschriften zijn niet in deze code opgenomen.De code bevat zowel
                    normen over hoe in een bepaalde situatie te handelen als regels over procedures
                    die moeten worden gevolgd. Procedure-afspraken kunnen een onlosmakelijk
                    onderdeel zijn van een gedragsregel en de transparantie en daarmee de
                    controleerbaarheid vergroten.De code bestaat uit twee onderdelen. Deel I
                    beschrijft een aantal kernbegrippen van integriteit en plaatst daarmee het
                    vraagstuk in een breder kader. Zij vormen als het ware de algemene
                    uitgangspunten voor de gedragscode. De gehanteerde begrippen zijn in dezelfde of
                    soms iets andere bewoordingen in deze notitie terug te vinden.Deel II bevat de
                    feitelijke gedragsregels, waarbij een aantal thema’s wordt onderscheiden:•
                    algemene bepalingen• belangenverstrengeling en aanbesteding• nevenfuncties•
                    informatie• aannemen van geschenken• bestuurlijke uitgaven• declaraties•
                    creditcards• gebruik van gemeentelijke voorzieningen• reizen buitenlandVoor de
                    opstelling van de code is mede gebruik gemaakt van bestaande voorbeelden in
                    gemeenten.Deel I. Kernbegrippen van bestuurlijke integriteitLeden van colleges
                    van burgemeester en wethouders stellen bij hun handelen de kwaliteit van het
                    openbaar bestuur centraal. Integriteit van het openbaar bestuur is daarvoor een
                    belangrijke voorwaarde. De belangen van de gemeente, en in het verlengde daarvan
                    die van de burgers, zijn het primaire richtsnoer.Bestuurlijke integriteit houdt
                    in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en
                    dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen. Verantwoording
                    wordt intern afgelegd aan collega-bestuurders, de gemeenteraad, maar ook extern
                    aan organisaties en burgers voor wie bestuurders hun functie vervullen.Een
                    aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst bestuurlijke integriteit in
                    een breder perspectief:• DienstbaarheidHet handelen van een bestuurder is altijd
                    en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en
                    burgers die daar onderdeel van uit maken.• FunctionaliteitHet handelen van een
                    bestuurder heeft een herkenbaar verband met de functie die hij vervult in het
                    bestuur.• OnafhankelijkheidHet handelen van een bestuurder wordt gekenmerkt door
                    onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke
                    belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden.•
                    OpenheidHet handelen van een bestuurder is transparant, opdat optimale
                    verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben
                    in het handelen van de bestuurder en zijn beweegredenen daarbij.•
                    BetrouwbaarheidOp een bestuurder moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan
                    zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie
                    beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven.•
                    ZorgvuldigheidHet handelen van een bestuurder is zodanig dat alle organisaties
                    en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van
                    partijen op correcte wijze worden afgewogen.Deze kernbegrippen zijn de
                    toetssteen voor de nu volgende gedragsafspraken. Gedragingen moeten aan deze
                    kernbegrippen getoetst kunnen worden.Deel II. Gedragscode bestuurlijke
                    integriteit1 Algemene bepalingen1.1 Deze gedragscode geldt voor de burgemeester,
                    de leden van het college en de leden van de raad. De burgemeester, de leden van
                    het college en de raadsleden worden hierna aangeduid als bestuurder danwel met
                    de naam van hun functie.1.3 In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij
                    de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het college, het
                    college neemt daarbij een besluit.1.4 De code is openbaar en door derden te
                    raadplegen.1.5 De leden van het college en de leden van de raad ontvangen bij
                    hun aantreden een exemplaar van de code.2 Belangenverstrengeling en
                    aanbesteding2.1 Een bestuurder doet opgave van zijn financiële belangen in
                    ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen
                    onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden te raadplegen.2.2 Bij
                    privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt de bestuurder (de schijn van)
                    bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen.2.3 Een
                    oud-bestuurder wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn
                    uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de
                    gemeente.2.4 Een bestuurder die familie- of vriendschapsbetrekkingen of
                    anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de
                    gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende
                    opdracht.2.5 Een bestuurder neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente
                    geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte
                    van de aanbieder kan beïnvloeden.3 Nevenfuncties3.1 Een bestuurder vervult geen
                    nevenfuncties waarbij strijdigheid is of kan zijn met het belang van de
                    gemeente.3.2 Een bestuurder maakt melding van al zijn nevenfuncties waarbij
                    tevens wordt aangegeven of de functie wel of niet bezoldigd is. Deze gegevens
                    worden openbaar gemaakt.3.3 De kosten die een bestuurder maakt in verband met
                    een nevenfunctie uit hoofde van het ambt (q.q.-nevenfunctie), worden vergoed
                    door de instantie waar de nevenfunctie wordt uitgeoefend.3.4 De burgemeester of
                    het lid van het college die een nevenfunctie wil vervullen anders dan uit hoofde
                    van het ambt, bespreekt dit voornemen in het college. Daarbij komt tevens aan de
                    orde hoe wordt gehandeld met betrekking tot eventuele vergoedingen en de te
                    maken kosten.4 Informatie4.1 Een bestuurder gaat zorgvuldig en correct om met
                    informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij verstrekt geen
                    geheime informatie.4.2 Een bestuurder houdt geen informatie achter, tenzij deze
                    geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is op grond
                    van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.4.3 Een bestuurder maakt niet
                    ten eigen bate of van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de
                    uitoefening van het ambt verkregen informatie.5 Aannemen van geschenken</al>
        <al>5.1 Geschenken en giften die een bestuurder uit hoofde van zijn functie
                    ontvangt, worden gemeld en geregistreerd en zijn eigendom van de gemeente. Er
                    wordt een gemeentelijke bestemming voor gezocht.5.2 Indien een bestuurder
                    geschenken of giften ontvangt die een waarde van minder dan 150 euro
                    vertegenwoordigen, kunnen deze in afwijking van het bovenstaande worden behouden
                    en behoeven ze niet te worden gemeld en geregistreerd.5.3 Geschenken en giften
                    worden niet op het huisadres van een bestuurder ontvangen. Indien dit toch is
                    gebeurd, wordt dit gemeld aan het college waar een besluit over de bestemming
                    van het geschenk wordt genomen.6 Bestuurlijke uitgaven6.1 Uitgaven worden
                    uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden
                    aangetoond en niet op enige andere wijze worden vergoed.6.2 Ter bepaling van de
                    functionaliteit van bestuurlijke uitgaven worden de volgende criteria
                    gehanteerd.- Met de uitgave is het belang van de gemeente gedienden- De uitgave
                    vloeit voort uit de functie.7 Declaraties7.1 De bestuurder declareert geen
                    kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.7.2 Declaraties worden
                    afgewikkeld volgens een daartoe vastgestelde administratieve procedure.7.3 Een
                    declaratie wordt ingediend door middel van een daartoe vastgesteld formulier.
                    Bij het formulier wordt een betalingsbewijs gevoegd en op het formulier wordt de
                    functionaliteit van de uitgave vermeld.7.4 Gemaakte kosten worden binnen een
                    maand gedeclareerd. Eventuele voorschotten worden voorzover mogelijk binnen een
                    maand afgerekend.7.5 De gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor een
                    deugdelijke administratieve afhandeling en registratie van declaraties.
                    Declaraties van bestuurders worden administratief afgehandeld door een daartoe
                    aangewezen ambtenaar.7.6 In geval van twijfel omtrent een declaratie, wordt deze
                    voorgelegd aan de burgemeester. Zonodig wordt de declaratie ter besluitvorming
                    aan het college voorgelegd.8 Creditcards8.1 Het gebruik van creditcards voor
                    binnenlands gebruik wordt zo veel mogelijk beperkt.8.2 De gemeentesecretaris
                    draagt zorg voor aanvragen, verstrekken en intrekken van creditcards. Er wordt
                    vastgelegd voor welk soort kosten de creditcard kan worden gebruikt.8.3 Bij de
                    afhandeling van betalingen verricht met een creditcard wordt een daartoe
                    vastgesteld formulier ingediend. Bij het formulier wordt een betalingsbewijs
                    gevoegd en op het formulier wordt de functionaliteit van de uitgave vermeld.8.4
                    Het gebruik van de creditcard kan uitsluitend betrekking hebben op uitgaven die
                    volgens geldende regelingen voor vergoeding in aanmerking komen.8.5 Ingeval van
                    twijfel over een correct gebruik van de creditcard wordt dit aan de burgemeester
                    gemeld en zo nodig ter besluitvorming aan het college voorgelegd.8.6 Indien met
                    de creditcard kosten zijn betaald die na controle blijken voor rekening van de
                    bestuurder te moeten komen, wordt aan de bestuurder een factuur gezonden ter
                    hoogte van het bedrag dat voor zijn rekening dient te blijven.9 Gebruik van
                    gemeentelijke voorzieningen9.1 Gebruik van gemeentelijke of voorzieningen voor
                    privé-doeleinden is niet toegestaan.9.2 De burgemeester en de leden van het
                    college kunnen op basis van een overeenkomst ter zake voor zakelijk gebruik,
                    voor zover dat gebruik in het belang van de gemeente is, een fax, mobiele
                    telefoon en computer in bruikleen ter beschikking krijgen10 Reizen
                    buitenland10.1 De burgemeester en het lid van het college die het voornemen
                    heeft een buitenlandse reis te maken welke voor rekening van de gemeente danwel
                    van een derde komt, heeft toestemming nodig van het college. De gemeenteraad
                    wordt van het besluit op de hoogte gesteld.10.2 De burgemeester en het lid van
                    het college die het voornemen van een reis meldt, verschaft informatie over het
                    doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het
                    gezelschap en de geraamde kosten.10.3 Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en
                    dergelijke op kosten van derden worden altijd besproken in het college en onder
                    meer getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijk belang
                    van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming.10.4 Van de reis wordt een
                    verslag opgesteld. Buitenlandse reizen worden vermeld in een jaarverslag.10.5
                    Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een bestuurder is
                    uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende
                    partij en het belang van de gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de
                    partner wordt bij de besluitvorming van het college betrokken.10.6 Het
                    anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan.
                    Het meereizen van derden op eigen kosten is toegestaan en wordt in dat geval bij
                    de besluitvorming van het college betrokken.10.7 Het verlengen van een
                    buitenlandse dienstreis voor privé-doeleinden is toegestaan, mits dit is
                    betrokken bij de besluitvorming van het college. De extra reis- en
                    verblijfkosten komen volledig voor rekening van de bestuurder.10.8 De in verband
                    met de buitenlandse dienstreis gedane functionele uitgaven worden vergoed
                    conform de geldende regelingen. Uitgaven worden vergoed voorzover zij redelijk
                    en verantwoord worden geacht.BIJLAGE ONKOSTENVERGOEDINGEN1. Opbouw
                    onkostenvergoedingenNaast vergoedingen voor nader aangeduide kosten zoals reis-
                    en verblijfkosten, hebben de bestuurders aanspraak op een vaste (forfaitaire)
                    onkostenvergoeding. Bij de opbouw van de vaste of forfaitaire
                    onkostenvergoedingen zijn de volgende kostencomponenten gehanteerd:A.
                    RepresentatieRepresentatie (koffie, thee, hapjes, drankjes, etentjes met
                    zakelijke relaties, attenties e.d.). Tevens worden onder deze categorie begrepen
                    de noodzakelijke kosten voor de representatie die door de partner worden gemaakt
                    in verband met de functieuitoefening als bestuurder. Voorbeelden zijn uitgaven
                    en (reis)kosten verbonden aan bezoeken van zieken, bejaarden, 100-jarigen en het
                    bijwonen van georganiseerde activiteiten, bijeenkomsten en recepties.B.
                    VakliteratuurUitgaven voor (abonnementen voor) vakliteratuur, losbladige
                    uitgaven, naslagwerken.C. Contributies
                    (verenigingen)Contributies/lidmaatschappen: lidmaatschap vakbond,
                    belangenvereniging, beroepsvereniging, bestuurdersvereniging e.d.D.
                    TelefoonkostenDe kosten van zakelijke gesprekken waaronder ook van de mobiele
                    telefoon. De kosten van telefoonabonnementen vallen niet onder de vaste
                    kostenvergoeding.E. Bureaukosten en porti.Pennen, potloden, papier, zakelijke
                    agenda e.d. tevens de kosten voor het verzenden van post en het kopiëren van
                    stukken.F. GiftenZakelijke giften die de bestuurder louter als zodanig doet, en
                    die men als privé-persoon niet zou hebben gedaan, aan inzamelingsacties,
                    collectes e.d. (in de regel voor plaatselijke en/of regionale doeleinden).
                    Giften aan een politieke partij of verkiezingscampagne maken hier geen deel van
                    uit. G. FractiekostenBijdragen in de kosten van fractieassistenten en
                    secretariaat, fractieweekend.H. Representatieve ontvangsten aan huisHieronder
                    vallen de kosten verbonden aan ontvangsten in de eigen woning die direct verband
                    houden met de uitoefening van het ambt in het eigen huis (consumptieve
                    verstrekkingen e.d.).I. ExcursiesExcursies die worden gevolgd ten behoeve van de
                    uitoefening van het politieke ambt (inclusief reis- en verblijfskosten). 2.
                    Fiscale aspectenVoor de belastingheffing wordt de beloning (bezoldiging of
                    vergoeding voor de werkzaamheden) in aanmerking genomen hetzij als belastbaar
                    loon (ingeval van werknemerschap), hetzij als belastbaar resultaat uit overige
                    werkzaamheden (ingeval van niet-werknemerschap). Dit onderscheid is van belang
                    voor de mogelijkheden om onbelaste vergoedingen te ontvangen dan wel
                    beroepskosten te kunnen aftrekken. Bij de fiscale behandeling van vaste
                    kostenvergoedingen is er onderscheid tussen de groep die in (fictieve)
                    dienstbetrekking staat (werknemers) en zij die geen dienstbetrekking hebben
                    (niet-werknemers). De mogelijkheid van aftrekbare kosten bestaat niet voor
                    werknemers. Niet-werknemers hebben de mogelijkheid van aftrekbare kosten, maar
                    komen niet in aanmerking voor een onbelaste vergoeding.Burgemeesters zijn in
                    dienstbetrekking. Wethouders en raadsleden zijn niet in dienstbetrekking, maar
                    kunnen voor de loonbelasting opteren en worden in dat geval fiscaal als
                    werknemer aangemerkt (fictief werknemerschap).Belastbaar resultaat uit overige
                    werkzaamheden is het gezamenlijk bedrag van het resultaat uit een of meer
                    werkzaamheden die geen belastbare winst of belastbaar loon genereren. Onder deze
                    categorie inkomsten valt hetgeen ambtsdragers genieten indien zij niet (fictief)
                    als werknemer worden aangemerkt. Bij resultaat uit overige werkzaamheden zijn
                    eventuele (vaste) vergoedingen integraal als inkomen belast. Beroepskosten
                    kunnen echter, met inachtneming van een aantal wettelijke beperkingen en
                    normeringen langs dezelfde regels als ondernemers, in mindering op het
                    belastbare resultaat worden gebracht. Genieters van resultaat uit overige
                    werkzaamheden hebben evenals ondernemers een wettelijke
                    administratieverplichting.De bestuurders die in dienstbetrekking fungeren en zij
                    die voor het fictief werknemerschap hebben geopteerd ontvangen de vaste
                    onkostenvergoedingen gebruteerd. Dat betekent dat het bedrag van de vergoeding
                    is verhoogd in verband met verschuldigde belasting. De brutering heeft dus geen
                    betrekking op de categorieën ambtsdragers die niet onder het loonbelastingregime
                    vallen en hiervoor ook niet hebben geopteerd. Dit vloeit voort uit de
                    bovengenoemde aftrekmogelijkheden van betrokkenen van de werkelijk gemaakte
                    kosten.Loon in naturaHet verstrekken van voorzieningen kan fiscale consequenties
                    hebben. Niet alleen beloning in geld, maar ook voordelen en goederen in natura
                    worden fiscaal als inkomen aangemerkt. Beloningen in natura worden belast naar
                    de waarde in het economisch verkeer. De belaste waarde blijft echter beperkt tot
                    het bedrag van de besparing als het gaat om goederen die worden gebruikt bij het
                    vervullen van de dienstbetrekking. Het bedrag van de besparing wordt bepaald aan
                    de hand van het bestedingspatroon personen die in vergelijkbare omstandigheden
                    verkeren. Lunches en diners met relaties van de gemeente of de provincie worden
                    als onbelast geaccepteerd. Indien er regelmatig een lunch of diner wordt
                    verstrekt niet voorvloeiend uit de functie en het belang van gemeente, is er
                    sprake van een privé-besparing. In dat geval bevat de verstrekking fiscaal
                    gezien een inkomensbestanddeel. In deze situatie zou de betrokken bestuurder
                    voor de verstrekking een vergoeding dienen te betalen. Privé-voordeel of
                    -gebruik van in natura verstrekte voorzieningen wordt als inkomen belast. Zo zal
                    er bij bijvoorbeeld bij het privé-gebruik van de dienstauto een fiscale
                    bijtelling plaatsvinden (de zogenoemde autokostenfictie). Indien de werkgever
                    een auto ter beschikking stelt gaat de fiscus er overigens van uit dat ook
                    sprake is van privé-gebruik, tenzij tegenbewijs wordt geleverd (sluitende
                    rittenadministratie). Er zijn tevens fiscale regelingen gericht op het gebruik
                    van (mobiele) telefoons.</al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>