<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR710752_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING 2024</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:type scheme="overheidop:Rubriek">algemeen verbindend voorschrift (verordening)</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alblasserdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2023-12-28</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2023-559794">gmb-2023-559794</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening afvalstoffenheffing 2024</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0003245&amp;artikel=15.33&amp;g=2023-12-06">artikel 15.33 van de Wet milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2023-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2023-12-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING 2024</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al/><al>De raad van de gemeente Alblasserdam;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 november 2023;</al><al/><al>gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al/><al>b e s l u i t </al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al>Verordening afvalstoffenheffing 2024</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></li><li nr="2."><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorwerp van de belasting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voorwerp van de belasting is een perceel.</al></li><li nr="2."><al>Als perceel wordt aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>de roerende zaak, welke duurzaam een aan plaats gebonden is;</al></li><li nr="c."><al>een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;</al></li><li nr="d."><al>een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.</al></li><li nr="e."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.</al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedraagt per perceel voor:</al></li><li nr=""><al/></li></lijst><table><tgroup cols="3"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="9*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="43*"/><colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="30*"/><tbody><row><entry colname="col1"><lijst><li nr="a."><al/></li></lijst></entry><entry colname="col2"><al>meerpersoonshuishoudens:</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 448,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><lijst><li nr="b."><al/></li></lijst></entry><entry colname="col2"><al>éénpersoonshuishoudens</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 384,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><lijst><li nr="2."><al>Bij de bepaling van het aantal personen dat het perceel gebruikt, als bedoeld in de onderdelen a en b van het eerste lid, wordt uitgegaan van de situatie op 1 januari van het belastingjaar, dan wel van de situatie bij aanvang van de belastingplicht.</al></li><li nr="3."><al>Onder een éénpersoonshuishouden wordt verstaan één persoon die alleen op één adres is ingeschreven. Meerdere personen die op één adres wonen, maar die wel een eigen huishouding voeren, worden niet aangemerkt als een éénpersoonshuishouden. </al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,--. </al></li><li nr="4."><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.</al></li><li nr="5."><al>Belastingbedragen van minder dan € 9,-- worden niet geheven.</al></li><li nr="6."><al>Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en vijfde lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betalen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. </al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="3."><al> De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding en citeerartikel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ‘Verordening afvalstoffenheffing 2023’ wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening afvalstoffenheffing 2024'.</al></li><li nr=""><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Alblasserdam, </functie><functie>d.d. 19 december 2023</functie><functie/><functie>de griffier,   de voorzitter,</functie><functie/><functie/><functie>I.M. de Gruijter,  J.W. Boersma</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>