<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR71055_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rioolheffing 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Loon op Zand</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loon op Zand</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Duinkoerier</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gemeentewet, 229 lid1 sub a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rioolheffing 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Besluit</vet></al><al>Verordening Rioolheffing Loon op Zand 2011</al><al>De raad van de gemeente Loon op Zand;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 9 november
            2010, nummer 2010/;</al><al>gelet op het advies van de commissie Bestuur en Middelen d.d. 2 december 2010;</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de navolgende “Verordening op de heffing en de invordering van
            rioolheffing 2011”.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor
                inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of
                grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf
                betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de
            kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater,
                alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde
                hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige
                gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel
                mogelijk te voorkomen of te beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct
              of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens
                  eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel
                  4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft
                  afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd
            zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake
            van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die
            gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
            aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>Het recht wordt niet geheven ter zake van:</al><lijst><li nr="1."><al>een gebouwd eigendom of een gedeelte daarvan, dat in hoofdzaak wordt gebruikt voor
                de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van de gebouwen voor
                onderwijs;</al></li><li nr="2."><al>een gebouwd eigendom dat in hoofdzaak is bestemd voor de openbare eredienst of
                voor het houden van openbare bezinningsbijeenkomsten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het
              eigendom wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters
              water dat in de laatste verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of is
              opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf
              maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die
              herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand
              gerekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het tweede lid, eerste volzin, niet kan worden toegepast, wordt, in afwijking
              van het daar gestelde, het aantal kubieke meters afvalwater gesteld op het aantal
              kubieke meters water dat in de verbruiksperiode waarop de afrekeningnota van Brabant
              Water N.V. betrekking heeft, is toegevoerd of is opgepompt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn
              voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste
                  capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet
                  van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op
                  grond van enige andere wettelijke bepaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De op de voet van het tweede of derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
              gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is
              afgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht bedraagt per maand:</al><lijst><li nr="a."><al>voor 1 tot en met 250 kubieke meter afvalwater € 15,78</al></li><li nr="b."><al>voor een hoeveelheid afvalwater van 251 kubieke meter tot en met 500 kubieke
                  meter € 26,82</al></li><li nr="c."><al>voor een hoeveelheid afvalwater van 501 kubieke meter tot en met 750 kubieke
                  meter € 37,87</al></li><li nr="d."><al>voor een hoeveelheid afvalwater van 751 kubieke meter tot en met 1000 kubieke
                  meter € 47,34</al></li><li nr="e."><al>voor een hoeveelheid afvalwater van 1001 kubieke meter tot en met 5000 kubieke
                  meter € 47,34 vermeerderd met een bedrag van € 0,01 per kubieke meter boven de
                  1000 kubieke meter afvalwater</al></li><li nr="f."><al>voor een hoeveelheid afvalwater van 5001 kubieke meter en meer wordt het onder e
                  verschuldigde vermeerderd met een bedrag van € 0,02 per kubieke meter boven de
                  5.000 kubieke meter afvalwater </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid is het tarief, indien het
              belastingtijdvak gedeelten van kalenderjaren omvat, gelijk aan de som van zoveel
              twaalfde delen van het voor het desbetreffende kalenderjaar geldende tarief als
              daarvan kalendermaanden behoren tot het belastingtijdvak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de berekening van de onder e van het eerste lid van dit artikel genoemde opslag
              dient het verbruik op volle eenheden van 10 kubieke meter naar beneden afgerond te
              worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het belastingtijdvak is in de gevallen waarin de heffing door middel van
              afrekeningen van Brabant Water N.V. plaatsvindt de verbruiksperiode zoals die voor de
              betrokken belastingplichtige voor het desbetreffende perceel geldt. In afwijking
              daarvan is voor de in artikel 8, derde lid, bedoelde gevallen het belastingtijdvak
              gelijk aan het gedeelte van de verbruiksperiode waarin heffing plaatsvindt op de in de
              eerste volzin bedoelde wijze.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In andere gevallen dan in het eerste lid bedoeld is het belastingtijdvak gelijk aan
              het kalenderjaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht per verbruiksperiode wordt geheven bij wege van een gedagtekende
              schriftelijke kennisgeving. Deze kan worden gesteld op de afrekening van Brabant Water
              N.V.. Als dagtekening van de kennisgeving geldt in dat geval de dagtekening van de
              afrekening. Als kennisgeving van voorlopig gevorderde bedragen wordt aangemerkt de
              voorschotnota of de kennisgeving op andere wijze van betaling van
              voorschotbedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het recht per kalenderjaar wordt geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Belastingplichtige kan uiterlijk tot een maand voor de aanvang van een
              belastingtijdvak schriftelijk verzoeken de wijze van heffing te wijzigen. Indien het
              verzoek is gericht op overgang naar heffing bij wege van aanslag, gaat de wijziging in
              met ingang van het eerstkomende belastingtijdvak voor die wijze van heffing. Indien
              het verzoek is gericht op overgang naar heffing bij wege van schriftelijke
              kennisgeving, gaat de wijziging in met ingang van de maand waarin het volgende
              belastingtijdvak voor heffing bij wege van aanslag zou aanvangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Voorlopig gevorderde bedragen</titel></kop><al>Indien het belastingtijdvak een verbruiksperiode is, kunnen na de aanvang van het
            belastingtijdvak aan de belastingplichtige per kwartaal voorlopig gevorderde bedragen
            worden opgelegd ter grootte van een factor 3 van het overeenkomstig artikel 7 van
            toepassing zijnde tarief.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><al>Indien het recht bij wege van aanslag wordt geheven, ontstaat de belastingschuld bij
            de aanvang van het belastingtijdvak, of indien de belastingplicht op een later tijdstip
            aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Termijnen en wijze van betaling</titel></kop><al>Het voorlopig gevorderde bedrag, alsmede het definitief gevorderde bedrag moet worden
            betaald tegelijk met en op dezelfde wijze als die waarop het voorschotbedrag,
            onderscheidenlijk het definitieve bedrag van de afrekening van Brabant Water N.V. moet
            worden betaald.</al><al>De belasting die wordt geheven bij wege van aanslag moet worden betaald uiterlijk op
            de laatste dag van de eerste maand volgende op de maand die in de dagtekening van het
            aanslagbiljet is vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester van burgemeester en
              wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot
            de heffing en invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de heffing als bedoeld in artikel 2 wordt voor maximaal 75 %
            van het verschuldigde bedrag kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Overgangsregeling, inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De "Verordening rioolrecht 2010" van 17 december 2009, wordt ingetrokken met
                ingang van de betreffende in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing,
                met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich
                voor die datum hebben </al><al>voorgedaan en met inachtneming van het overigens in dit artikel bepaalde.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de
                bekendmaking.</al></li></lijst><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening rioolheffing 2011".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van
            16 december 2010.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>voorzitter,</ondertekening><ondertekening>griffier,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>