<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR71050_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening Amstelveen 1998</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Amstelveens Weekblad d.d. 14-06-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Amstelveen 1998</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-05-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-06-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-11-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>3e wijziging i.v.m. de Wet dualisering gemeentebestuur</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>06-49</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening inzake betaald parkeren in de gemeente Amstelveen 1991.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening Amstelveen 1998</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>1</nr><titel>DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</titel></kop><structuurtekst><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van
                                    26 juli 1990, Staatsblad nummer 459;</al></li><li nr="b."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1,
                                    onderdeel z van het RVV 1990, alsmede brommobielen, met
                                    uitzondering van motorvoertuigen met minder dan vier
                                    wielen;</al></li><li nr="c."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die
                                    nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en
                                    uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen
                                    van zaken, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li><li nr="d."><al>houder: degene die naar omstandigheden als houder van een
                                    motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor
                                    een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet 1994 (Staatsblad 1994, nummer 475) aangehouden
                                    register van opgegeven kentekens, als houder wordt aangemerkt
                                    degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven
                                    kenteken ten tijde van het parkeren in het register was
                                    ingeschreven;</al></li><li nr="e."><al>parkeerapparatuur: parkeermeter, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="f."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="g."><al>belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met
                                    bord E9 van bijlage 1 van het RVV 1990, of gelegen is binnen een
                                    zone aangeduid met bord E9 van bijlage 1 van het RVV 1990 met
                                    het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is
                                    uitgezonderd;</al></li><li nr="h."><al>vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens
                                    welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
                                    aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                                    belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="i."><al>vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan
                                    wie een vergunning is verleend;</al></li><li nr="j."><al>bewonersvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2, lid
                                    2 onder A;</al></li><li nr="k."><al>bedrijfsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2, lid
                                    2 onder B;</al></li><li nr="l."><al>dienstenvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2, lid
                                    2 onder C;</al></li><li nr="m."><al>bezoekersvergunning: een vergunning als bedoeld in
                                    artikel 2, lid 2 onder D;</al></li><li nr="n."><al>autodatevergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2, lid
                                    2 onder E;</al></li><li nr="o."><al>zelfstandige woning: een woning welke een eigen toegang heeft en
                                    welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn
                                    van wezenlijke voorzieningen buiten die woning, als bedoeld in
                                    artikel 1623a, derde lid van het Burgerlijk Wetboek;</al></li><li nr="p."><al>vergunningsbewijs: een schriftelijk bewijsstuk van de
                                    vergunning, dat door het college aan de vergunninghouder wordt
                                    verstrekt;</al></li><li nr="q."><al>brommobiel: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1,
                                    onderdeel ia van het RVV 1990, te weten een bromfiets op meer
                                    dan twee wielen, die is voorzien van een gesloten
                                    carrosserie;</al></li><li nr="r."><al>jaar: een aaneengesloten tijdvak van twaalf
                                    kalendermaanden;</al></li><li nr="s."><al>gehandicaptenparkeerkaart: een gehandicaptenparkeerkaart als
                                    bedoeld in de Regeling gehandicaptenparkeerkaart van 2 juli 2001
                                    (nummer CDJZ/WBI/200I-829, staatscourant 130), alsmede een
                                    invalidenparkeerkaart afgegeven op grond van het Besluit
                                    lnvalidenparkeerkaart van 1 oktober 1991 (nummer RVR 103389,
                                    staatscourant 202, laatstelijk gewijzigd bij ministeriële
                                    regeling van 10 maart 1997, staatscourant 53) waarvan de termijn
                                    van de geldigheidsduur nog niet is verstreken;</al></li><li nr="t."><al>autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van
                                    motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke
                                    personen uit meer dan één huishouden en een aanbieder of tussen
                                    natuurlijke personen uit meer dan één huishouden;</al></li><li nr="u."><al>aanbieder: de natuurlijke of rechtspersoon die motorvoertuigen
                                    voor autodate ter beschikking stelt;</al></li><li nr="v."><al>deelnemer: een natuurlijke persoon die een overeenkomst heeft
                                    gesloten inzake autodate;</al></li><li nr="w."><al>standplaats: de parkeerplaats waar een motorvoertuig bestemd
                                    voor autodate geparkeerd wordt.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>2</nr><titel>PLAATSEN VOOR VERGUNNINGHOUDER, VERGUNNINGEN EN
                            VERGUNNINGBEWIJZEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten
                                aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                                vergunninghouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                                vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het verkeersbelang of andere dringende omstandigheden zulks
                                noodzakelijk maken, is het college bevoegd tijdelijke, van in het
                                eerste en tweede lid bedoelde besluiten, afwijkende maatregelen te
                                treffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkend verzoek een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen en/of
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Parkeervergunningen:</al><lijst><li nr="A."><al>Bewonersvergunning.</al></li><li nr="I."><al>Een bewonersvergunning kan worden verleend aan de eigenaar
                                        of houder van een motorvoertuig die volgens het
                                        bevolkingsregister als bewoner op een adres ingeschreven
                                        staat in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede
                                        door vergunninghouders te gebruiken
                                        parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en het adres een
                                        zelfstandige woning betreft.</al></li><li nr="II."><al>Per zelfstandige woning kunnen maximaal twee
                                        bewonersvergunningen worden verstrekt.</al></li><li nr="B."><al>Bedrijfsvergunning.</al></li><li nr="I."><al>Een bedrijfsvergunning kan worden verleend aan:</al></li><li nr="a."><al>diegene die een beroep of bedrijf uitoefent en is gevestigd
                                        in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn en aantoont dat het in het belang van diens
                                        beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat
                                        gebied een motorvoertuig te parkeren;</al></li><li nr="b."><al>diegene die een beroep of bedrijf uitoefent en die een
                                        motorvoertuig bezigt bij het verrichten van herstel-,
                                        onderhouds- of daarmee gelijk te stellen werkzaamheden in
                                        een gebied met belanghebbendenplaatsen en/of mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen en
                                        die niet in dat gebied is gevestigd indien hij aantoont dat
                                        het noodzakelijk is dit motorvoertuig voor het uitoefenen
                                        van die werkzaamheden in de onmiddellijke omgeving van de
                                        betreffende locatie op belanghebbendenplaatsen en/of mede
                                        door vergunninghouders te gebruiken
                                        parkeerapparatuurplaatsen te parkeren.</al></li><li nr="II."><al>Bij de beoordeling van het maximum aantal te verstrekken
                                        bedrijfsvergunningen aan bedrijven als bedoeld onder a.
                                        wordt het aantal parkeerplaatsen dat het bedrijf op
                                        particulier terrein of krachtens een privaatrechtelijke
                                        overeenkomst ter beschikking staat in mindering
                                        gebracht.</al></li><li nr="III."><al>Aan bedrijven als bedoeld onder b. worden niet meer dan drie
                                        bedrijfsvergunningen verstrekt.</al></li><li nr="C."><al>Dienstenvergunning.</al><al> Een dienstenvergunning kan worden verleend aan diegene die
                                        in Amstelveen is geregistreerd als zelfstandig werkend
                                        huisarts of verloskundige of als zorg- of hulpverlener in
                                        dienst is van een professionele zorg- of
                                        hulpverleningsinstelling waarvan de in het kader van de
                                        uitoefening van dit beroep te verrichten werkzaamheden
                                        grotendeels buiten de vestiging van de instelling
                                        plaatsvinden en die in het kader van de uitoefening van dat
                                        beroep regelmatig aantoonbaar in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, een
                                        motorvoertuig dient te parkeren.</al></li><li nr="D."><al>Bezoekersvergunning.</al><al> Een bezoekersvergunning kan worden verleend aan diegene die
                                        volgens het bevolkingsregister als bewoner op een adres
                                        ingeschreven staat in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn en het adres een
                                        zelfstandige woning betreft.</al></li><li nr="E."><al>Autodatevergunning.</al><al> Een autodatevergunning kan worden verstrekt aan een
                                        eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor
                                        autodate, waarvan de standplaats is gelegen in een gebied
                                        waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders
                                        te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een motorvoertuig die naast de in het
                                tweede lid onder A.I. genoemde voorwaarde tevens voldoet aan in het
                                tweede lid onder B. en/of C. gestelde voorwaarden wordt, voor wat
                                betreft de eerste aangevraagde vergunning, geacht te beantwoorden
                                aan de in het tweede lid onder A.l. genoemde voorwaarde.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen
                                aan degene die niet voldoet aan één of meer van de in het tweede lid
                                genoemde voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                                betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
                                tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan aan een parkeervergunning ook andere voorschriften
                                en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen
                                alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een
                                autodatevergunning kan het college voorschriften en beperkingen
                                verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het
                                voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast,
                                hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de
                                Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van
                                selectief autogebruik.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In het kader van de Parkeerverordening Amstelveen 1998 heeft een
                                invalidenparkeerkaart hetzelfde rechtsgevolg als een
                                parkeervergunning voor belanghebbendenplaatsen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Het college kan, met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet
                            bestuursrecht, regels geven voor het aanvragen en verlenen van een
                            vergunning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt voor ten hoogste één jaar verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>I. Een vergunning vermeldt ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt.</al></li><li nr="II."><al>De bewonersvergunning vermeldt tevens het kenteken van het
                                        motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>I. Het vergunningsbewijs vermeldt ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt.</al></li><li nr="II."><al>Het bewonersvergunningsbewijs vermeldt tevens het kenteken
                                        van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is
                                        verleend.</al></li><li nr="III."><al>Het bezoekersvergunningsbewijs is tevens voorzien van een
                                        parkeerschijf, waarop het tijdstip staat aangegeven waarop
                                        met het parkeren is begonnen. Met een bezoekersvergunning
                                        mag maximaal drie uur worden geparkeerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op bedrijfsvergunningsbewijzen behorende bij een bedrijfsvergunning
                                als bedoeld in artikel in artikel 2, lid 2, onder B.I.b., wordt een
                                maximum van drie kentekens vermeld of de bedrijfsnaam van
                                vergunninghouder.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college stelt het model en de kleur van de verschillende
                                vergunningsbewijzen vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de
                                        vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar
                                        uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;</al></li><li nr="c."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
                                        vergunningen komt te vervallen;</al></li><li nr="d."><al>indien de vergunninghouder opzettelijk in strijd handelt met
                                        de aan de parkeervergunning verbonden voorwaarden;</al></li><li nr="e."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
                                        opzettelijk onjuiste gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="f."><al>om redenen van openbaar belang;</al></li><li nr="g."><al>indien het voor de vergunning verschuldigde bedrag niet of
                                        niet op tijd wordt voldaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot het intrekken of wijzigen van een vergunning is met
                                redenen omkleed. De betrokkene wordt van het intrekken of wijzigen
                                van de vergunning schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>3</nr><titel>VERBODSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een voertuig te
                                plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets niet zijnde een brommobiel
                                of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij
                                parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een
                                normaal gebruik ervan wordt belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                                middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving
                                op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden
                                waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een motorvoertuig te parkeren indien de parkeerapparatuur
                                        niet in werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang
                                        van het parkeren in werking wordt gesteld;</al></li><li nr="b."><al>een motorvoertuig geparkeerd te houden indien de
                                        parkeerapparatuur of een duidelijk zichtbaar in het
                                        motorvoertuig aanwezige parkeerkaart die door de
                                        parkeerapparatuur is afgegeven aangeeft dat de
                                        parkeertermijn is verstreken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het vierde lid vervatte verbod geldt niet wanneer het
                                motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van een ter zake doend
                                vergunningsbewijs behorende bij een bewonersvergunning, een
                                bedrijfsvergunning of een dienstenvergunning en niet gehandeld wordt
                                in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in het vierde lid vervatte verbod is niet van toepassing op
                                parkeerapparatuurplaatsen waar op grond van de verordening
                                parkeerbelastingen 1998 naheffingsaanslagen worden opgelegd wegens
                                het niet betalen van het verschuldigde parkeergeld.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                en vierde lid van dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop
                                tegen betaling op een parkeerapparatuurplaats mag worden geparkeerd
                                geschiedt door het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning of invalidenparkeerkaart;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien
                                        van een vergunningsbewijs of invalidenparkeerkaart;</al></li><li nr="c."><al>met een bezoekersvergunning terwijl de toegestane
                                        parkeerduur is verstreken;</al></li><li nr="d."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                        voorwaarden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>4</nr><titel>STRAFBEPALING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling 3 van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>5</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de
                            in artikel 141 van het wetboek van strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, de door het college aangewezen ambtenaren
                            belast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening inzake betaald parkeren in de gemeente Amstelveen
                                1991 wordt ingetrokken met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de omstandigheden die zich hebben voorgedaan voordat deze
                                verordening in werking treedt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vergunningen welke zijn verleend krachtens de Verordening inzake
                                betaald parkeren in de gemeente Amstelveen 1991 worden geacht te
                                zijn verleend krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Parkeerverordening
                                Amstelveen 1998.</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 september 1998.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING BEHORENDE BIJ DE PARKEERVERORDENING AMSTELVEEN 1998</titel></kop><tussenkop>ALGEMEEN</tussenkop><al>De Parkeerverordening Amstelveen 1998 en Verordening parkeerbelastingen
                    Amstelveen 1998 vervangen de Verordening inzake betaald parkeren in de gemeente
                    Amstelveen 1991.</al><al>De belangrijkste reden voor deze nieuwe verordeningen is het invoeren van
                    fiscalisering, waarbij heffing van parkeerbelasting plaatsvindt. De
                    fiscalisering maakt het mogelijk de niet betaalde parkeerbelasting bij
                    parkeerapparatuur (parkeermeters en -automaten) in te vorderen via een
                    naheffingsaanslag met doorberekening aan de belastingplichtige van de aan het
                    opleggen van die aanslag verbonden kosten. De handhaving ligt in handen van de
                    gemeente. De gemeente int zelf de parkeerbelasting en de opbrengsten uit de
                    eventuele naheffingen. De Verordening inzake betaald parkeren in de gemeente
                    Amstelveen 1991 gaat uit van strafrechtelijke afdoening van parkeerovertredingen
                    op de betaald parkeerplaatsen. De parkeerboetes gaan naar de kas van het rijk,
                    alhoewel de gemeente wel de kosten van handhaving draagt. Hierdoor is sprake van
                    een situatie dat de gemeente wel betaalt voor de opsporing maar niet over de
                    opbrengsten daarvan kan beschikken. Bij een fiscaal regime is dat wel mogelijk.
                    Tevens is bij een fiscaal regime de introductie van een wielklem mogelijk.</al><al>Voor de burger verandert feitelijk weinig. Hij betaalt nog steeds door munten in
                    de parkeerapparatuur te gooien of een vergunning te “kopen”. Alleen als hij niet
                    aan zijn betaalverplichting voldoet merkt hij dat hij in plaats van een
                    acceptgiro van het Openbaar Ministerie (met een boete op basis van de Wet
                    Mulder) een acceptgiro krijgt van de gemeente met een naheffing.</al><al>Bij de gebieden die nu als parkeergelegenheid voor vergunninghouders zijn
                    aangewezen is het niet mogelijk over te stappen op een fiscaal regime. Daarop
                    zal hierna nog verder worden ingegaan.</al><al>Het invoeren van fiscalisering vereist een geheel andere opzet van de
                    verordening. Vandaar dat er voor is gekozen de Verordening inzake betaald
                    parkeren in de gemeente Amstelveen 1991 niet te wijzigen, maar deze te vervangen
                    door twee nieuwe verordeningen.</al><al>Overeenkomstig de modellen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is de
                    Verordening inzake betaald parkeren in de gemeente Amstelveen 1991 gesplitst in
                    twee verordeningen, de reeds genoemde Parkeerverordening Amstelveen 1998 en de
                    Verordening parkeerbelastingen Amstelveen 1998. Een ongesplitst model kenmerkt
                    zich tot een zekere tweeslachtigheid. Enerzijds is het een strafverordening en
                    anderzijds een belastingverordening. Door splitsing wordt beter het onderscheid
                    zichtbaar tussen de beoordeling van de vergunningverlening en belastingheffing
                    naar aanleiding van de vergunning.</al><al>Hoewel de Parkeerverordening en de Verordening parkeerbelastingen op een aantal
                    punten nauw met elkaar samenhangen, moeten zij gezien worden als twee op zich
                    staande verordeningen. De Parkeerverordening heeft een distributief karakter. De
                    Verordening parkeerbelastingen vervolgens geeft de gemeenten de bevoegdheid om
                    voor het parkeren op de aangewezen plaatsen en tijdstippen belastingen te
                    heffen. In deze verordening worden zaken als het belastbaar feit, de maatstaf
                    van heffing, de belastingplicht, het tarief en dergelijke geregeld. Omdat de
                    tarieven parkeerregulerend beogen te werken heeft de Verordening
                    parkeerbelastingen mede een distributief karakter. Deze kan op dit punt
                    aangemerkt worden als het verlengstuk van de Parkeerverordening.</al><al>Gezien de samenhang moeten de verordeningen op elkaar afgestemd zijn. Dit
                    betekent ondermeer dat de definities die in beide verordeningen worden gebruikt
                    niet met elkaar in strijd mogen komen.</al><al>De nieuwe verordeningen zijn tevens geactualiseerd. Ze zijn aangepast aan nieuwe
                    en gewijzigde wetgeving. Daarnaast is rekening gehouden met beleidsvorming voor
                    het parkeren in het Stadshart. Voorts is onder de Verordening inzake betaald
                    parkeren in de gemeente Amstelveen 1991 ervaring opgedaan met
                    vergunningverlening. Het door het college ontwikkelde beleid op grond van deze
                    verordening is waar mogelijk gecodificeerd.</al><al>De Verordening inzake betaald parkeren in de gemeente Amstelveen 1991 geeft het
                    college de bevoegdheid parkeervergunningen te verlenen maar geeft slechts zeer
                    globale regels en criteria voor de invulling van die bevoegdheid. Het is nu voor
                    de aanvrager lang niet altijd kenbaar wanneer hij voor een vergunning in
                    aanmerking komt. Naar aanleiding van de ingediende aanvragen is ter zake beleid
                    ontwikkeld. Dat is echter nooit uitdrukkelijk gepubliceerd. In de
                    Parkeerverordening Amstelveen 1998 is waar mogelijk vaststaand beleid
                    vastgelegd. Bij de artikelsgewijze toelichting wordt daarop verder ingegaan. Uit
                    oogpunt van overzichtelijkheid en leesbaarheid van de verordening bevat de
                    verordening het raamwerk van het te voeren beleid met betrekking tot
                    vergunningverstrekking. De Parkeerverordening Amstelveen 1998 biedt het college
                    echter de mogelijkheid nadere regels en voorschriften te stellen (artikel 2, lid
                    6 en artikel 3). Door dergelijke regels en voorschriften op schrift te stellen
                    en te publiceren kan eveneens algemene bekendheid worden gegeven aan het ter
                    zake gevoerde vergunningenbeleid. Daarmee kan eveneens aan het bezwaar dat het
                    voor de aanvrager lang niet altijd kenbaar is wanneer hij voor een vergunning in
                    aanmerking komt tegemoet worden gekomen.</al><al>In de artikelsgewijze toelichting wordt tevens aangegeven in hoeverre een en
                    ander afwijkt van de Verordening inzake betaald parkeren in de gemeente
                    Amstelveen 1991. Bij de Verordening parkeerbelastingen Amstelveen 1998 is
                    daarvan afgezien vanwege de afwijkende opzet daarvan in verband met de invoering
                    van fiscalisering. Volstaan kan worden met de opmerking dat de
                    belastingbepalingen in de laatstgenoemde verordening terechtgekomen zijn.</al><al>Gekozen is voor een model voor combinatie van fiscale en strafrechtelijke
                    afhandeling. Bij het model voor fiscale afhandeling wordt het parkeren zonder
                    betaling bij alle betaald parkeerplaatsen niet langer gezien als een overtreding
                    waar strafrechtelijke afdoening volgt. Bij het model voor strafrechtelijke
                    afhandeling is het parkeren zonder betaling bij alle betaald parkeerplaatsen een
                    overtreding waar strafrechtelijke afdoening volgt. Voorwaarde is dat in de
                    parkeerverordening een verbodsbepaling is opgenomen. Deze verbodsbepaling moet
                    inhouden dat het verboden is om zonder dat voor de duur van het parkeren is
                    betaald een voertuig bij een parkeermeter te parkeren.</al><al>Bij een combinatie van beide modellen dient op een kaart bij de verordening te
                    worden aangegeven in welk gebied welk regime van toepassing is. Het onderscheid
                    tussen de twee systemen wordt mogelijk door een verschil in de wijze van heffing
                    van de belastingen. In het fiscale model wordt geheven bij wege van voldoening
                    op aangifte, in het strafrechtelijke geval wordt geheven “op andere wijze”. De
                    heffing op andere wijze krijgt gestalte door de formulering “het werpen van geld
                    in parkeerapparatuur”.</al><al>Deze optie betekent dat er in Amstelveen zowel gebieden met fiscale als gebieden
                    met strafrechtelijke afdoening kunnen voorkomen.</al><al>Bij de Verordening parkeerbelastingen Amstelveen 1998 is de modelverordening van
                    de Vereniging van Nederlandse Gemeenten gevolgd die in samenwerking met de
                    wetgevingsjuristen van het ministerie is opgesteld. Dit model voldoet aan alle
                    eisen van de wetgever en zolang gemeenten dit integraal overnemen kan er geen
                    strijd zijn met hogere wetgeving. Strijd hiermee kan tot onverbindendverklaring
                    door de rechter leiden.</al><al/><tussenkop>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING </tussenkop><al/><tussenkop>AFDELING 1 DEFINITIES EN
                    BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</tussenkop><al>Om duidelijkheid te scheppen over de inhoud van een aantal in de verordening
                    voorkomende begrippen is daarvan een omschrijving opgenomen in artikel 1.</al><al><cursief>a. Het RVV 1990</cursief>.</al><al>Bij een aantal begripsomschrijvingen wordt teruggegrepen naar begripsbepalingen
                    uit het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, welke vanwege de
                    leesbaarheid in deze verordening is aangeduid als RVV 1990.</al><al><cursief>b. Motorvoertuig</cursief>.</al><al>In de Verordening inzake betaald parkeren in de gemeente Amstelveen 1991 wordt
                    het begrip voertuig gehanteerd. Voor deze verordening is gekozen voor het begrip
                    motorvoertuig. Dit is een verkleining van de groep weggebruikers waarvoor de
                    verordening van toepassing is. Onder het begrip voertuig vallen bijvoorbeeld ook
                    aanhangwagens en motoren. In de praktijk geeft het problemen dat deze voertuigen
                    geen afsluitbare ruimte hebben waar de vergunning of het betalingsbewijs veilig
                    kan worden achtergelaten. De vergunning en het betalingsbewijs zijn daardoor
                    makkelijk te ontvreemden of raken onleesbaar of verloren door
                    weersomstandigheden als wind en regen. Dergelijke omstandigheden bemoeilijken de
                    controle op handhaving. Daarnaast wordt er slechts incidenteel een
                    parkeervergunning voor dit soort voertuigen aangevraagd, zodat er in de praktijk
                    weinig behoefte aan een regeling is.</al><al>Met de nieuwe Wegenverkeerswet 1994 is de brommobiel in Nederland
                    geïntroduceerd. De brommobiel is een vierwielig voertuig met een bromfietsmotor
                    en een afgesloten carrosserie. Het voertuig, dat is voorzien van een
                    bromfietsplaatje, valt niet onder de definitie van motorvoertuig in het RVV
                    1990. Wel is in dit reglement een aantal verkeersregels voor motorvoertuigen op
                    dit voertuig van toepassing verklaard. Zo dient een brommobiel op een openbare
                    parkeerplaats te worden geparkeerd en is het verboden een dergelijk voertuig op
                    het trottoir te parkeren. Omdat het voertuig een gesloten carrosserie heeft en
                    daardoor afsluitbaar is ontmoet het geen bezwaar om de verordening op deze
                    voertuigen van toepassing te verklaren. Nu de brommobiel voorzien is van een
                    bromfietsplaatje, is de houder van het voertuig te achterhalen, hetgeen bij
                    fiscalisering van belang is bij eventuele naheffingen. Vandaar dat zij in deze
                    verordening gelijk gesteld worden met een motorvoertuig.</al><al>Beperking tot de categorie motorvoertuigen voorkomt ook problemen bij het
                    achterhalen van de houder of eigenaar van niet gekentekende voertuigen, waardoor
                    verbalisatie of een fiscale afdoening in de praktijk niet goed mogelijk is.</al><al><cursief>c. Parkeren</cursief>.</al><al>In artikel 225, tweede lid van de Gemeentewet is in hoofdzaak dezelfde definitie
                    van parkeren gehanteerd die in de verkeerswetgeving (artikel 1, aanhef en onder
                    ac. van het RVV 1990) voorkomt. In de verordening is daarbij aangesloten. Met
                    openbaar wordt aangegeven dat deze verordening niet van toepassing is op
                    weggedeelten en terreinen die aan het openbaar verkeer zijn onttrokken. Van
                    parkeren is volgens vaste jurisprudentie geen sprake gedurende de tijd dat het
                    voertuig nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk laden en lossen
                    van zaken.</al><al><cursief>d. Houder</cursief>.</al><al>Hier is de in de verkeerswetgeving gangbare definitie overgenomen. De definitie
                    stemt inhoudelijk overeen met de definitie die in de Verordening inzake betaald
                    parkeren in de gemeente Amstelveen 1991 is opgenomen.</al><al>Met betrekking tot motorvoertuigen is eenvoudig te achterhalen wie aansprakelijk
                    is door in het kentekenregister te kijken. Brommobielen voeren echter geen
                    kenteken. Toch is ook hier de aansprakelijke houder te achterhalen omdat
                    brommobielen een identificatieplaatje dragen. Hier wordt een apart register van
                    bijgehouden welke de gemeente kan raadplegen.</al><al><cursief>e. Parkeerapparatuur</cursief>.</al><al>Sinds de invoering van het RVV 1990 is het niet meer noodzakelijk in de
                    parkeerverordening onderscheid te maken tussen parkeermeters en
                    parkeerautomaten. Daarom wordt nu alleen nog het begrip parkeerapparatuur
                    gehanteerd.</al><al><cursief>f/g. Parkeerapparatuurplaats/belanghebbendenplaats</cursief>.</al><al>Zowel de Parkeerverordening Amstelveen 1998 als de Verordening Parkeerbelasting
                    in de gemeente Amstelveen 1998 kennen op verschillende punten andere
                    rechtsgevolgen toe aan parkeerapparatuurplaatsen en belanghebbendenplaatsen,
                    zodat het nodig is deze plaatsen te onderscheiden. Een parkeerapparatuurplaats
                    is een adequaat middel om langparkeerders te weren ten gunste van het kort
                    parkeren. Daaraan kan behoefte bestaan bij winkelcentra en winkelstrips. Klanten
                    kunnen hun auto dan dicht bij de winkels kwijt. Het is ook een goede oplossing
                    bij aanwezigheid van de mengfuncties winkelen en wonen. Aan de bewoners kan dan
                    een parkeervergunning worden verstrekt, terwijl de winkelbezoekers de niet
                    gebruikte plaatsen kunnen gebruiken. Een belanghebbendenplaats is een
                    parkeerplaats alleen bestemd voor vergunninghouders. Het is duidelijk dat een
                    dergelijke plaats zal worden aangewezen wanneer het parkeren alleen aan
                    vergunninghouders is voorbehouden.</al><al>Een gebied met belanghebbendenplaatsen kan ook met zoneborden worden aangegeven,
                    die de grens van het gebied afbakenen. In dat geval is boven het bord E9 van het
                    RVV 1990 het woord “zone” aangeduid. Hierdoor wordt voorkomen dat er een woud
                    aan verkeersborden ontstaat.</al><al><cursief>h. Vergunninghouder</cursief>.</al><al>Deze begripsomschrijving spreekt voor zich.</al><al><cursief>i/j/k/l.
                        Bewonersvergunnig/bedrijfsvergunning/dienstenvergunning/bezoekersvergunning</cursief>.</al><al>De Verordening inzake betaald parkeren in de gemeente Amstelveen 1991 kent
                    alleen de mogelijkheid van het verlenen van een parkeervergunning voor een
                    bewoner of voor de eigenaar of houder van een voertuig die met dat voertuig in
                    een parkeerreguleringsgebied een beroep of een bedrijf uitoefent. Er waren in
                    deze verordening geen aparte definities opgenomen. In de praktijk blijkt dat te
                    globaal te zijn en bestaat er behoefte om de verschillende soorten vergunningen
                    te onderscheiden zodat deze in het kader van de controle zijn te herkennen.
                    Nieuw in de Parkeerverordening Amstelveen 1998 zijn de dienstenvergunning en de
                    bezoekersvergunning. Bij de artikelsgewijze toelichting bij artikel 2, lid 2
                    wordt nader op de verschillende soorten vergunningen ingegaan.</al><al><cursief>m. Zelfstandige woning</cursief>.</al><al>Dit is in de Verordening inzake betaald parkeren in de gemeente Amstelveen 1991
                    niet apart gedefinieerd. Als voorwaarde noemt deze verordening dat de
                    vergunningaanvrager volgens het bevolkingsregister van Amstelveen als bewoner in
                    een vergunningsgebied is geregistreerd. Voorts is daarin bepaald dat per
                    huishouden maximaal één vergunning wordt verstrekt. De reikwijdte van het begrip
                    huishouden kan in de praktijk tot problemen leiden, wanneer woningen zijn
                    samengevoegd en er dus sprake is van twee adressen of bewoners op hetzelfde
                    adres aangeven een gescheiden huishouden te voeren. Om onduidelijkheid hierover
                    te voorkomen is een aparte begripsomschrijving opgenomen. Deze
                    begripsomschrijving is overgenomen uit de modelverordening van de Vereniging van
                    Nederlandse Gemeenten.</al><al><cursief>n. Vergunningsbewijs</cursief>.</al><al>Net als in de Verordening inzake betaald parkeren in de gemeente Amstelveen 1991
                    is een definitie opgenomen voor het vergunningsbewijs. Het vergunningsbewijs
                    dient bij gebruik op een van buitenaf zichtbare plaats in de auto aanwezig te
                    zijn en vergemakkelijkt de controle op vergunningverlening op straat.</al><al><cursief>o. Brommobiel</cursief>.</al><al>Hierop is reeds bij punt b. ingegaan. De definitie is overgenomen uit het RVV
                    1990.</al><al><cursief>p. Jaar</cursief>.</al><al>Het opnemen van deze begripsbepaling is van belang omdat de vergunningen voor
                    maximaal één jaar worden verstrekt.</al><al/><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Vergunningen voor het parkeren op parkeerapparatuur- en/of
                    belanghebbendenplaatsen worden uitgegeven op basis van deze parkeerverordening.
                    Het aanwijzen van de belanghebbendenplaatsen waar met een dergelijke vergunning
                    geparkeerd kan worden, dient daarom bij of krachtens deze verordening te
                    gebeuren. Uit praktische overwegingen is de aanwijzingsbevoegdheid bij het
                    college neergelegd, zodat bij wijzigingen in gebieden of tijd waarin slechts met
                    een vergunning mag worden geparkeerd niet telkens een raadsbesluit benodigd is.
                    De bevoegdheid tot het aanwijzen van parkeerapparatuurplaatsen die onder het
                    fiscaal regime vallen is geregeld in de Verordening parkeerbelasting Amstelveen
                    1998. Hiermee wordt de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten gehanteerde
                    systematiek gevolgd. De Algemene wet bestuursrecht vereist dat het besluit tot
                    aanwijzing dient te worden bekendgemaakt. Tegen een dergelijk besluit is op
                    grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar mogelijk. Daarnaast vereisen
                    strafrechtelijk of fiscaal optreden bij parkeerovertredingen dat deze besluiten
                    openbaar zijn en behoorlijk zijn bekend gemaakt.</al><al>Bij dringende omstandigheden van spoedeisende aard kan het nodig zijn om voor de
                    tijdelijke situaties van de voorschriften in lid 1 en 2 af te wijken. Daarbij
                    kan het ook gaan om situaties waarbij het parkeerregime tijdelijk buiten werking
                    worden gesteld of de inrichting van de verkeersruimte tijdelijk wordt gewijzigd,
                    bijvoorbeeld in verband met werkzaamheden in het kader van grote bouw- of
                    infrastructuur-projecten of zich plotseling voordoende verkeersonveilige
                    situaties.</al><al/><tussenkop>Artikel 2 eerste lid</tussenkop><al>In dit lid is aangegeven wie er bevoegd is een parkeervergunning te verlenen, te
                    weten het college. Gebruik is gemaakt van de zinsnede “kunnen worden verleend”
                    in plaats van “wordt verleend”. Dit betekent dat het een vrije beschikking
                    betreft en het college een zekere beleidsvrijheid heeft om individuele gevallen
                    en specifieke situaties op hun merites te beoordelen. Het college is niet
                    verplicht een vergunning te verlenen. In situaties waarin sprake is van een
                    beperkt aantal parkeerapparatuurplaatsen kan het nodig zijn om niet tot
                    vergunningverstrekking over te gaan, omdat deze plaatsen beschikbaar dienen te
                    blijven voor kortparkeerders. Met het verlenen van vergunningen zou de functie
                    van deze plaatsen verloren kunnen gaan. Ook kan het met het oog op de
                    beschikbare parkeergelegenheid nodig zijn het aantal in omloop zijnde
                    vergunningen voor een vergunningsgebied aan een maximum te stellen, waarmee een
                    grens wordt gesteld aan het aantal uit te geven vergunningen.</al><al>De vergunning kan gelden voor de gebieden met parkeerapparatuurplaatsen en voor
                    de gebieden met belanghebbendenplaatsen. Een vergunning kan afhankelijk van het
                    vergunningsgebied echter ook gelden voor gebieden waarin zowel
                    parkeerapparatuurplaatsen als belanghebbendenplaatsen zijn gelegen. Bij de
                    parkeerapparatuurplaatsen geeft de vergunning ontheffing van de betaalplicht. Op
                    de belanghebbendenplaatsen is het parkeren uitsluitend voorbehouden aan
                    vergunninghouders. Een en ander verschilt niet van de regeling zoals deze is
                    opgenomen in de verordening inzake betaald parkeren in de gemeente Amstelveen
                    1991.</al><al/><tussenkop>Tweede lid</tussenkop><al>In dit lid is een groot aantal nieuwe bepalingen geïntroduceerd.</al><al>Uit dit lid blijkt dat er vier soorten vergunningen (voor bewoners, bezoekers,
                    dienstverleners en zakelijk belanghebbenden) kunnen worden verleend. Dit
                    onderscheid is gewenst omdat voor de verlening van deze soorten vergunningen
                    verschillende criteria worden aangelegd.</al><al>Een gedeelte van de reeds geldende beleidsregels met betrekking tot het verlenen
                    van de vergunningen is in dit lid vastgelegd. Zoals bijvoorbeeld:</al><lijst><li nr="1."><al>het vermelden van maximaal drie kentekens per vergunning en
                            vergunningsbewijs bij vergunningen verleend aan bedrijven die met de
                            voertuigen in één of meer parkeerreguleringsgebieden een beroep of
                            bedrijf uitoefenen en aantonen dat het in het belang van de
                            bedrijfsuitoefening noodzakelijk is dat het voertuig in dat gebied wordt
                            geparkeerd;</al></li><li nr="2."><al>het verlenen van maximaal drie parkeervergunningen per bedrijf in de
                            onder 1 vermelde situatie;</al></li><li nr="3."><al>het verlenen van een vergunning aan huisartsen vanwege de mogelijkheid
                            dat zij in de uitoefening van hun beroep met levensbedreigende situaties
                            kunnen worden geconfronteerd en om die reden in
                            parkeerreguleringsgebieden moeten kunnen parkeren;</al></li><li nr="4."><al>het toestaan van houders van landelijk geldige invalidenparkeerkaarten
                            om met de kaart zonder parkeervergunning op belanghebbendenplaatsen te
                            gaan staan.</al></li></lijst><al>Nieuw zijn de introductie van aparte bewonersvergunningen, bedrijfsvergunningen,
                    dienstenvergunningen en bezoekersvergunningen. De Verordening inzake betaald
                    parkeren in de gemeente Amstelveen 1991 biedt de mogelijkheid voor het verlenen
                    van vergunningen aan bewoners en (onder voorwaarden) aan bedrijven, maar benoemt
                    deze soorten vergunningen niet apart. De dienstenvergunning en de
                    bezoekersvergunning zijn nieuw.</al><al/><tussenkop>Bewonersvergunning</tussenkop><al>De bewonersvergunning gaat op naam en adres en kenteken van het voertuig
                    waarvoor de vergunning is afgegeven en is niet overdraagbaar. Het
                    vergunningsbewijs vermeldt eveneens het kenteken van dat voertuig. Het
                    uitgangspunt dat per zelfstandige woning maximaal één bewonersvergunning wordt
                    verleend is gehandhaafd. Omdat in deze verordening voor de
                    vergunninghoudersgebieden een bezoekersvergunning wordt geïntroduceerd bestaat
                    er geen behoefte aan een regeling om ook aan bewoners die niet zelf over een
                    auto beschikken, maar om medische redenen voor vervoer afhankelijk zijn van
                    anderen een bewonersvergunning te verlenen. Aan hen kan een bezoekersvergunning
                    worden verleend. Bewoners kunnen voor de tweede auto desgewenst eveneens gebruik
                    maken van de bezoekersvergunning overeenkomstig de daarvoor geldende
                    regeling.</al><al/><al><cursief>Bedrijfsvergunning</cursief>.</al><al>Indien de bewoner in het parkeerreguleringsgebied waarin hij woont tevens een
                    bedrijf heeft (bijvoorbeeld aan huis) dan wordt hij voor de verordening als
                    bewoner aangemerkt. De criteria voor het verkrijgen van een bewonersvergunning
                    zijn immers minder stringent. Bovendien worden hiermee discussies over het
                    zakelijk (mede)gebruik van de auto’s voorkomen, indien men bij het hebben van
                    een kantoor aan huis voor de tweede auto een bedrijfsvergunning aanvraagt.</al><al>Aan een bedrijf dat in een parkeerreguleringsgebied opereert waarin het niet
                    gevestigd is in verband met het verrichten van herstel-, onderhouds- of daarmee
                    gelijk te stellen werkzaamheden, kunnen maximaal drie vergunningen worden
                    verstrekt, die per vergunning maximaal drie kentekens kunnen vermelden. Het
                    bedrijf moet wel aantonen dat het gebruik van de auto’s in dat gebied in het
                    belang van de bedrijfsuitoefening noodzakelijk is. Ook nu komen dergelijke
                    bedrijven voor een parkeervergunning in aanmerking. Het aantal te verlenen
                    vergunningen per bedrijf is in de praktijk door het college gelimiteerd,
                    namelijk drie per bedrijf, waarbij de vergunning maximaal drie kentekens kan
                    vermelden. Dit aantal wordt nu in de verordening vastgelegd. De vergunningen
                    kunnen voor meerdere parkeerreguleringsgebieden gelden omdat de aard van dit
                    soort bedrijven met zich mee kan brengen dat men in meerdere
                    parkeerreguleringsgebieden opereert. Daarnaast kan bijvoorbeeld bij een
                    specifiek bouwproject de duur van de vergunning worden gekoppeld aan de duur van
                    het project.</al><al>Bij de onder B.I. onder a. omschreven regeling gaat het om vergunningen voor
                    langparkeerders die werken bij een kantoor of bedrijf dat gevestigd is in een
                    parkeerreguleringsgebied. Dit is een nieuw element dat in de Verordening inzake
                    betaald parkeren in de gemeente Amstelveen 1991 niet is opgenomen. Het
                    noodzakelijkheidscriterium wordt hier losgelaten. De vraag om voor
                    langparkerende werknemers een mogelijkheid te bieden een vergunning te
                    verkrijgen komt voort uit het Stadshart waar sprake is van grote aaneengesloten
                    parkeerreguleringsgebieden. Daarbij maakt het niet uit of de auto feitelijk
                    uitsluitend voor het vervoer van en naar het werk wordt gebruikt. Alhoewel geen
                    doel op zich is het in principe mogelijk dat het bedrijf de vergunning ook
                    gebruikt voor het bezoek.</al><al>Bepalend voor het aantal te verlenen vergunningen is de beschikbare
                    parkeercapaciteit in parkeerreguleringsgebieden op de openbare weg. Voorwaarde
                    is dat bedrijven in een aangesloten gebied met parkeerregulering zijn gevestigd.
                    De regeling is niet van toepassing voor kleine gebieden, waar in verband met het
                    winkelend publiek betaald parkeren is ingesteld. Het verlenen van vergunningen
                    leidt er dan toe dat de parkeerplaatsen voor kort parkerende winkelbezoekers
                    verloren gaan en het effect van de maatregel teniet gaat. Bedrijven en
                    werknemers zullen dan hun auto iets verder weg moet parkeren. Dit speelt met
                    name buiten het Stadshart.</al><al>De uitgifte van vergunningen moet voldoen aan een aantal uitgangspunten. De
                    parkeerbalans voor het betreffende parkeerreguleringsgebied moet in evenwicht
                    blijven. Het totaal aantal vergunningen is afhankelijk van de beschikbare
                    parkeercapaciteit in het betreffende (deel)gebied, waarbij er rekening mee is
                    gehouden dat er reeds een zekere hoeveelheid bewonersvergunningen in omloop is.
                    Indien het maximum aantal vergunningen is bereikt dan kan de vergunning voor een
                    ander deelgebied worden verstrekt. Dat kan een aangrenzend gebied zijn. Dat is
                    niet bezwaarlijk omdat het hier meestal zal gaan om langparkeerders, waarbij het
                    uit oogpunt van de bedrijfsuitoefening niet noodzakelijk is om dicht bij het
                    bedrijf te parkeren. Is ook dat niet mogelijk, omdat de gebieden vol zijn, dan
                    zal de aanvrager op een wachtlijst worden geplaatst.</al><al>De vergunningen zullen worden verstrekt op basis van een objectief criterium.
                    Het aantal vergunningen zal namelijk worden gerelateerd aan het bruto
                    vloeroppervlakte, waarbij onderscheid mogelijk is tussen kantoren enerzijds en
                    cultuur, horeca en winkels anderzijds.</al><al>In parkeerbalansen wordt de beschikbare parkeergelegenheid voor bedrijven op
                    eigen of gehuurd terrein meegerekend als parkeercapaciteit voor bedrijven. Bij
                    de vergunningverlening zal daarmee rekening gehouden. Zo zal het aantal van
                    dergelijke in gebruik zijnde parkeerplaatsen bij bedrijven in mindering worden
                    gebracht op het totaal aantal vergunningen waarvoor een bedrijf gelet op de
                    beschikbare bruto vloeroppervlakte ten hoogste in aanmerking komt. Het maximum
                    aantal uit te reiken parkeervergunningen is dus tevens afhankelijk van de
                    beschikbaarheid van parkeergelegenheid op eigen of gehuurd terrein. Dit kunnen
                    ook gehuurde plaatsen zijn in een particulier geëxploiteerde parkeergarage.</al><al>Om voldoende mogelijkheden te hebben om de gegevens te toetsen zal een aanvraag
                    schriftelijk moeten worden ingediend. Hiervoor zal een aanvraagformulier worden
                    vastgesteld.</al><al>Om voldoende flexibiliteit voor gebruikers van een bedrijfsparkeervergunning te
                    geven (en om de administratieve handelingen bij wijziging van de
                    voertuiggegevens te minimaliseren) zal de bedrijfsvergunning op bedrijfsnaam
                    worden verstrekt in plaats van op kenteken.</al><al>De tijd van de vergunning kan worden afgestemd op de werktijden.</al><al/><al><cursief>Dienstenvergunning</cursief>.</al><al>Nieuw is de dienstenvergunning voor huisartsen, verloskundigen of zorg- en
                    hulpverleners. Het gaat hierbij om de professionele hulpverlening, dus niet om
                    het verlenen van hulp in de privé- of vriendensfeer. Professionele hulpverlening
                    impliceert bovendien dat alleen bij betaalde arbeid de vergunning kan worden
                    verleend, dus niet in situaties waarbij van vrijwilligers gebruik wordt
                    gemaakt.</al><al>Aan huisartsen worden op basis van bestaand beleid vergunningen verleend waarbij
                    de noodzakelijkheid voor de bedrijfsvoering aanwezig wordt geacht omdat zij in
                    de uitoefening van hun beroep kunnen worden geconfronteerd met levensbedreigende
                    situaties, die het noodzakelijk maken snel bij de patiënt te zijn.</al><al>Verloskundigen worden gelijk getrokken met huisartsen. Hierbij wordt de
                    ongelijkheid opgeheven dat als de bevalling begeleid wordt door een huisarts
                    zij/hij wel voor de deur mag parkeren, en een verloskundige (ook in geval van
                    nood) enkele straten moet lopen.</al><al>Bij zorg- en hulpverleners kan gedacht worden aan bijvoorbeeld wijkverpleegsters
                    die bij de mensen thuis komen, medicijnbezorgdiensten, kraamhulpen, de
                    bloedtransfusiedienst etc. Bij deze categorie geldt wel de kanttekening dat zij
                    buiten de (kantoor)vestiging van hun werkgever en in het vergunninggebied
                    werkzaam moeten zijn, waarbij de auto nodig is. De regeling is niet bedoeld voor
                    kantoormedewerkers en ook niet bij gebruik van de auto om zich te verplaatsen
                    van en naar het werk.</al><al>Het huidige beleid wordt met deze bepaling verruimd door ook hulpverleners in
                    niet levensbedreigende situaties een vergunning te verstrekken. De opzet van de
                    regeling is zo dat er bij hulpverlening uitgegaan wordt dat noodzakelijkheid
                    voor de bedrijfsvoering bestaat. Aanvragers hoeven de noodzakelijkheid dus niet
                    aan te tonen zoals bij bedrijfsvergunningen noodzakelijk is.</al><al>De ratio van de regeling voor hulp- en zorgverleners is, dat hiermee tegemoet
                    kan worden gekomen aan de behoefte die bij werknemers in de tweede lijn/extra
                    murale gezondheidszorg bestaat. Steeds vaker worden ziekenhuispatiënten eerder
                    naar huis gestuurd terwijl zij nog medische verzorging nodig hebben. De
                    institutionele opvang van ouderen wordt steeds langer uitgesteld om hen zo lang
                    mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen. Hetzelfde geld voor gehandicapten.
                    Deze hele ontwikkeling heeft de druk op hulpverleners bij de mensen thuis enorm
                    verhoogd. Door een vergunning te verlenen kunnen deze hulpverleners de hun
                    beschikbare tijd effectiever besteden.</al><al>De verwachting is dat de dienstenvergunning voor de verdeling van de beschikbare
                    ruimte geen belasting is omdat er per dag per wijk slechts een beperkt aantal
                    houders van een dienstenvergunning zijn, die er bovendien meestal slechts kort
                    zullen parkeren.</al><al>De specifieke criteria met betrekking tot zorg en hulpverleners zullen worden
                    vastgelegd in een aparte beleidsnotitie om flexibel te kunnen inspelen op de
                    actuele ontwikkelingen. Een verordening is daarvoor te star. Gedacht wordt aan
                    een uitputtende lijst van instellingen welke in aanmerking komen voor een
                    dienstenvergunning. Bijvoorbeeld thuiszorg, groene kruis, bloedtransfusiedienst.
                    Dit zijn (semi-overheids) instellingen die een duidelijke medische algemeen
                    maatschappelijke functie vervullen. Zo kan op eenvoudige wijze duidelijkheid
                    worden verschaft.</al><al>Deze regeling is bedoeld voor hulpverlening op duidelijk medisch gebied waarbij
                    alleen de reguliere medische wetenschap wordt bedoeld. Instellingen actief op
                    sociaal-maatschappelijk terrein of op het terrein van de alternatieve
                    geneeskunde zijn hier niet beoogd. Voor hen geldt de algemene regeling van de
                    bedrijfsvergunning.</al><al>Het is gewenst de vergunning op naam van de instelling te zetten. De instelling
                    krijgt dan maximaal zoveel vergunningen als er verzorgers tegelijkertijd in een
                    gebied werkzaam zijn.</al><al/><al><cursief>Bezoekersvergunning</cursief>.</al><al>In de Parkeerverordening Amstelveen 1998 wordt de bezoekersvergunning
                    geïntroduceerd. In de zones voor vergunninghouders bestaat behoefte aan een
                    dergelijke regeling omdat het parkeren daar is voorbehouden aan
                    vergunninghouders. Gekozen is voor een systeem waarbij per woning een
                    bezoekersvergunning wordt verstrekt. De vergunning wordt verstrekt aan de.
                    bewoner. Bezoek dient de bezoekersvergunning dus van de bewoner te verkrijgen.
                    De vergunning is alleen geldig in combinatie met een parkeerkaart afkomstig uit
                    in de zone geplaatste parkeerautomaten waarvan de parkeertijd niet is
                    verstreken. Anderzijds is de parkeerkaart alleen geldig in combinatie met de
                    bezoekersvergunning. In de auto dient dus zowel een bezoekersvergunning als een
                    parkeerkaart aanwezig te zijn waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken.
                    Hiermee wordt voorkomen dat andere automobilisten dan vergunninghouders en
                    bezoekers van adressen in de zone voor vergunninghouders in deze zone kunnen
                    gaan parkeren.</al><al/><tussenkop>Derde lid</tussenkop><al>Indien de bewoner in het parkeerreguleringsgebied waarin hij woont tevens een
                    bedrijf heeft (bijvoorbeeld aan huis) dan wordt hij voor de verordening voor het
                    verkrijgen van de eerste vergunning als bewoner aangemerkt. De criteria voor het
                    verkrijgen van een bewonersvergunning zijn immers minder stringent. Bovendien
                    worden hiermee discussies over het zakelijk (mede)gebruik van de auto’s
                    voorkomen, indien men bij het hebben van een kantoor aan huis voor de tweede
                    auto een bedrijfsvergunning aanvraagt. Een soortgelijke bepaling is ook
                    opgenomen in de verordening inzake betaald parkeren in de gemeente Amstelveen
                    1991.</al><al/><tussenkop>Vierde lid</tussenkop><al>Dit is de hardheidsclausule. In bijzondere gevallen kan het college afwijken van
                    de algemene voorschriften, bijvoorbeeld om humanitaire of medische gronden. Ook
                    kan hierdoor tegemoet worden gekomen aan situaties die in de context van de
                    verordening niet adequaat zijn te regelen. Als voorbeeld kan bijvoorbeeld
                    genoemd worden de situatie dat iemand vanwege bijvoorbeeld het werk een (tweede)
                    woning aanhoudt voor bewoning, maar zich daar niet als bewoner kan laten
                    inschrijven omdat betrokkene al elders als bewoner staat ingeschreven. In
                    dergelijke situaties wordt er in de praktijk wel een (bewoners)vergunning
                    verstrekt, mits betrokkene kan aantonen de eigenaar van het pand te zijn, het
                    pand deel uitmaakt van de woningvoorraad en niet als bedrijfspand wordt gebruikt
                    en volgens het bevolkingsregister niet wordt bewoond.</al><al/><tussenkop>Vijfde lid</tussenkop><al>Hier wordt de mogelijkheid tot deeltijdvergunningen gegeven. Door te bepalen dat
                    een vergunning slechts geldt voor bepaalde gedeelten van het tijdvak waarop het
                    betaald parkeren van kracht is kan effectief meervoudig gebruik worden gemaakt
                    van de beschikbare ruimte. Zo kunnen bijvoorbeeld overdag
                    bewonersparkeerplaatsen gebruikt worden voor bedrijfs- of winkelparkeren. Veel
                    bewoners zijn de gehele dag weg (op hun werk) zodat ze de plaatsen bij hun huis
                    niet nodig hebben. Het biedt ook de mogelijkheid tot het aanbrengen van
                    beperkingen met betrekking tot de het aantal te gebruiken parkeerplaatsen
                    (grootte vergunningengebied). Ook de Verordening inzake betaald parkeren in de
                    gemeente Amstelveen 1991 kent een dergelijke bepaling.</al><al/><tussenkop>Zesde lid</tussenkop><al>Hier wordt het het college mogelijk gemaakt om maxima te stellen aan het aantal
                    te verlenen vergunningen in een gebied en verdeelsleutels vast te stellen hoe de
                    beschikbare ruimte wordt verdeeld, bijvoorbeeld door het instellen van
                    wachtlijsten. Op basis van dit artikel kan het college indien de parkeerdruk te
                    hoog wordt zodanige (nood)maatregelen nemen. Dat de maatregelen alleen mogen
                    strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de
                    beschikbare parkeerruimte geldt eigenlijk voor de hele parkeerverordening. Voor
                    de volledigheid en duidelijkheid (vooral naar de burger) is gekozen het toch
                    expliciet te vermelden.</al><al/><tussenkop>Zevende lid</tussenkop><al>Hier wordt een landelijke invalidenparkeerkaart gelijk gesteld aan een
                    parkeervergunning voor belanghebbendenplaatsen. Invalidenparkeerkaarthouders
                    komen in de praktijk voor het probleem te staan dat zij in zones met
                    belanghebbendenplaatsen niet mogen parkeren. Aangezien hun loopafstand beperkt
                    is, worden zij te zeer belemmerd in de mogelijkheid om bewoners in zones voor
                    vergunninghouders te bezoeken. Om die reden worden houders van een
                    invalidenparkeerkaart momenteel reeds in de zones voor vergunninghouders
                    gedoogd, mits zij hun invalidenparkeerkaart zichtbaar in de auto aanwezig
                    hebben. Met dit artikellid wordt de bestaande praktijk dus geformaliseerd en
                    gelegaliseerd.</al><al/><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Ook hier is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Om duidelijkheid te
                    geven aan de burger, met name met betrekking tot procedures en termijnen is
                    ervoor gekozen dit nog eens expliciet in de verordening te vermelden. Deze
                    bepaling biedt ook de mogelijkheid om aparte aanvraagformulieren voor te
                    schrijven.</al><al/><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>De regeling opent de mogelijkheid om bij bedrijfsvergunningen en
                    dienstenvergunningen in plaats van het kenteken de naam van het bedrijf of
                    instelling te vermelden. Een bewonersvergunning en het daarbij behorende
                    vergunningsbewijs vermelden het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de
                    vergunning is afgegeven. Het vergunningsbewijs vermeldt niet meer het adres van
                    de vergunninghouder. Om privacy-redenen is dit ongewenst gebleken.</al><al/><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>In de aanhef van dit artikel wordt gesproken over kunnen intrekken. Bedoeld is
                    hiermee aan te geven dat het ter beoordeling van het college staat of een
                    vergunning daadwerkelijk wordt ingetrokken wanneer één van de opgesomde
                    omstandigheden zich voordoet. De opsomming is limitatief bedoeld en komt ook
                    voor in de Verordening inzake betaald parkeren in de gemeente Amstelveen 1991.
                    Om andere redenen kan de vergunning dan ook niet worden ingetrokken.</al><al>In de Verordening inzake betaald parkeren in de gemeente Amstelveen 1991 was het
                    college in bepaalde gevallen wel verplicht de vergunningen in te trekken,
                    bijvoorbeeld als het gebied niet langer aangewezen was als zone voor
                    vergunninghouders. In de praktijk blijkt hieraan geen behoefte te bestaan. De
                    vergunning heeft bij het opheffen van de zone immers in feite geen waarde meer.
                    Om het college flexibel te kunnen laten inspelen op actualiteiten is er voor
                    gekozen om dit te wijzigen.</al><al/><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Dit artikel bevat enkele verbodsbepalingen voor gedragingen die niet
                    gefiscaliseerd kunnen worden. Bovendien moet het ook in de toekomst mogelijk
                    blijven parkeergeld te heffen op niet-fiscale basis met strafrechtelijke
                    handhaving. Daarom is in de verordening een strafbepaling opgenomen met
                    betrekking tot het parkeren op parkeermeterplaatsen. Dit artikel stemt
                    inhoudelijk overeen met de desbetreffende bepalingen in de Verordening inzake
                    betaald parkeren in de gemeente Amstelveen 1991. Het aanwijzen van de betaald
                    parkeerplaatsen door het college, waarbij voor strafrechtelijke handhaving wordt
                    gekozen geschiedt op basis van dit artikel. Het aanwijzen van betaald
                    parkeerplaatsen met fiscale afdoening is geregeld in de Verordening
                    parkeerbelasting Amstelveen 1998. Hier is de systematiek van de
                    modelverordeningen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten gevolgd.</al><al/><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>De fiscale aanpak van het niet betalen van het parkeergeld is gelet op de
                    Gemeentewet alleen mogelijk bij parkeerapparatuur en niet bij
                    belanghebbendenplaatsen. Daarom moet in de verordening een strafbepaling
                    opgenomen worden met betrekking tot het parkeren op belanghebbendenplaatsen. Dit
                    artikel stemt inhoudelijk overeen met de desbetreffende bepalingen in de
                    verordening inzake betaald parkeren in de gemeente Amstelveen 1991.</al><al/><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Op basis van een fiscaal parkeerregime kan niet opgetreden worden tegen
                    parkeerovertredingen in zones voor vergunninghouders als bedoeld in artikel 7 en
                    tegen de overtreding opgenomen in artikel 6. In die gevallen is sprake van
                    strafrechtelijke controle. De gemeente-ambtenaren belast met de parkeercontrole
                    dienen dan ook een dubbele bevoegdheid te hebben: één voor fiscale en één voor
                    strafrechtelijke handhaving. Dit is in dit artikel geregeld.</al><al/><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>Gezien de nauwe samenhang tussen de parkeerverordening Amstelveen 1998 en de
                    Verordening parkeerbelasting Amstelveen 1998 dienen deze gelijktijdig in werking
                    te treden. Bovendien moet op dat ogenblik de Verordening inzake betaald parkeren
                    in de gemeente Amstelveen 1991 worden ingetrokken. Bestaande, nog niet verlopen
                    vergunningen verleend op grond van de Verordening inzake betaald parkeren in de
                    gemeente Amstelveen 1991 blijven echter van kracht. Hiervoor is het nodig een
                    overgangsregeling in de verordening op te nemen. Ook de ten tijde van het van
                    kracht zijn van de oude verordening uitgeschreven parkeerboetes op grond van die
                    verordening die nog niet zijn verwerkt of geïnd of waarover nog procedures
                    lopen, noodzaken ertoe dat er een overgangsregeling dient te worden
                    opgenomen.</al><al>Lid 4 benoemt de verordening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>